Bestemmingsplan Oppen Swolle 1 te Vollenhove.pdf
Tekst van het document
Bestemmingsplan Vollenhoven – Oppen Swolle 1 datum: 25-02-2020 Status: Ontwerp auteur: Rho Adviseurs B.V. Vastgesteld door de raad dd. de griffier, de voorzitter,
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Ligging plangebied 3 1.3 Planologische regeling 4 1.4 Leeswijzer 6 Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 7 2.1 Ruimtelijk-functionele structuur 7 2.2 Huidige situatie plangebied 8 2.3 Beschrijving initiatief 8 Hoofdstuk 3 Beleidskader 10 3.1 Rijksbeleid 10 3.2 Provinciaal beleid 10 3.3 Gemeentelijk beleid 13 Hoofdstuk 4 Planologische randvoorwaarden 15 4.1 Vormvrije m.e.r.-beoordeling 15 4.2 Milieuzonering 15 4.3 Ecologie 16 4.4 Geluid 17 4.5 Bodem 18 4.6 Water 18 4.7 Cultuurhistorie 19 4.8 Archeologie 19 4.9 Luchtkwaliteit 20 4.10 Externe veiligheid 20 4.11 Kabels en leidingen 21 Hoofdstuk 5 Juridische opzet 22 5.1 Algemeen 22 5.2 Toelichting op de bestemmingen 22 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 24 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 24 6.2 Economische uitvoerbaarheid 25 Bijlagen toelichting Bijlage 1 Quickscan flora en fauna Bijlage 2 Stikstofberekening Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5 Watertoets Regels Hoofdstuk 1 Inleidende regels 41 Artikel 1 Begrippen 41 Artikel 2 Wijze van meten 47 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 48 Artikel 3 Bedrijventerrein 48 Artikel 4 Tuin 52 Artikel 5 Waarde - Archeologie 1 53 Artikel 6 Waarde - Archeologie 2 55 Hoofdstuk 3 Algemene regels 57 Artikel 7 Antidubbeltelregel 57 Artikel 8 Algemene bouwregels 58 Artikel 9 Algemene
aanduidingsregels 59 Artikel 10 Algemene gebruiksregels 60 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 61 Artikel 12 Overige regels 62 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 63 Artikel 13 Overgangsrecht 63 Artikel 14 Slotregel 64 Bijlagen regels Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten Bijlage 2 Overzicht Aan huis gebonden beroepen en consumentverzorgende en/of ambach- telijke bedrijven bestemmingsplan Vollenhove - Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 1 Toelichting bestemmingsplan Vollenhove - Oppen Swolle 1 2 HEADELEMENT (ontwerp) bestemmingsplan Vollenhove - Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 3 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding De initiatiefnemer wil aan de Oppen Swolle 1 te Vollenhove zijn bedrijf, inclusief bedrijfswoning ves- tigen. Het bedrijf is momenteel gevestigd aan de Kampen 19 te Vollenhove. Het is hier echter niet mogelijk een bedrijfswoning te realiseren bij de huidige locatie van het bedrijf. Daarom is besloten te verhuizen naar de Oppen Swolle 1, wa ar momenteel een oude boerderij staat. Daar is ruimte om een bedrijfsloods, kantoren en bedrijfswoning te realiseren. In het geldende bestemmingsplan 'Bedrijventerreinen' is de locatie aan de Oppen Swolle bestemd als 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf'. Binnen de bestemming 'Agrarisch' zijn bedrijven niet toegestaan.
Om de ontwikkeling juridisch -planologisch toch te kunnen regelen, is het opstellen van een nieuw be- stemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin. 1.2 Ligging plangebied Het plangebied van dit bestemmingsplan betreft het perceel Oppen Swolle 1 te Vollenhove. Het per- ceel heeft een oppervlakte van circa 2.200 m2. De begrenzing is grotendeels afgestemd op de kadastrale grenzen. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuu r 1.1. bestemmingsplan Vollenhove - Oppen Swolle 1 4 HEADELEMENT (ontwerp) Figuur 1.1 De ligging van het plangebied 1.3 Planologische regeling Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan Bedrijventerreinen, dat is vastgesteld op 28 januari 2014 door de gemeente Steenwijkerland. In het bestemmingsplan heeft het plangebied de bestem- mingen 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf' en 'Groen' en de dubbelbestemmingen 'Waarde - Archeologie 1' en 'Waarde - Archeologie 2'. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven.
bestemmingsplan Vollenhove - Oppen Swolle 1 6 HEADELEMENT (ontwerp) Binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 1' zijn de gronden mede bestemd voor de be- scherming van archeologische waarden. Wanneer ruimtelijke ingrepen worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 100 m2 binnen de bebouwde kom, is voorafgaand een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Binnen de dubbelbestemming 'Waarde - Archeologie 2' zijn de gronden mede bestemd voor de be- scherming van archeologische waarden. Wanneer ruimtelijke ingrepen worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 250 m2 binnen de bebouwde kom, is voorafgaand een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Een veldwerkbureau is niet toegestaan binnen de geldende regeling, waardoor het voornemen in strijd is met het bestemmingsplan en dit nieuwe bestemmingsplan wordt opgesteld. 1.4 Leeswijzer De toelichting is als volgt opgezet: na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie en de toekomstige situatie beschreven. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het, voor het plan relevante, beleid. Hoofdstuk 4 gaat in op de planologische - en milieutechnische aspecten die betrekking hebben op dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de planologisch juridische opzet van het plan behandeld. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan komen aan bod in hoofdstuk 6.
Inhoudsopgave Toelichting Hoofdstuk 1 Inleiding 3 1.1 Aanleiding 3 1.2 Ligging plangebied 3 1.3 Planologische regeling 4 1.4 Leeswijzer 6 Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 7 2.1 Ruimtelijk‐functionele structuur 7 2.2 Huidige situatie plangebied 8 2.3 Beschrijving initiatief 8 Hoofdstuk 3 Beleidskader 10 3.1 Rijksbeleid 10 3.2 Provinciaal beleid 10 3.3 Gemeentelijk beleid 13 Hoofdstuk 4 Planologische randvoorwaarden 15 4.1 Vormvrije m.e.r.‐beoordeling 15 4.2 Milieuzonering 15 4.3 Ecologie 16 4.4 Geluid 17 4.5 Bodem 18 4.6 Water 18 4.7 Cultuurhistorie 19 4.8 Archeologie 19 4.9 Luchtkwaliteit 20 4.10 Externe veiligheid 20 4.11 Kabels en leidingen 21 Hoofdstuk 5 Juridische opzet 22 5.1 Algemeen 22 5.2 Toelichting op de bestemmingen 22 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 24 6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 24 6.2 Economische uitvoerbaarheid 25 Bijlagen toelichting Bijlage 1 Quickscan flora en fauna Bijlage 2 Stikstofberekening Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek Bijlage 5 Watertoets Regels
Hoofdstuk 1 Inleidende regels 41 Artikel 1 Begrippen 41 Artikel 2 Wijze van meten 47 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 48 Artikel 3 Bedrijventerrein 48 Artikel 4 Tuin 52 Artikel 5 Waarde ‐ Archeologie 1 53 Artikel 6 Waarde ‐ Archeologie 2 55 Hoofdstuk 3 Algemene regels 57 Artikel 7 Antidubbeltelregel 57 Artikel 8 Algemene bouwregels 58 Artikel 9 Algemene aanduidingsregels 59 Artikel 10 Algemene gebruiksregels 60 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 61 Artikel 12 Overige regels 62 Hoofdstuk 4 Overgangs‐ en slotregels 63 Artikel 13 Overgangsrecht 63 Artikel 14 Slotregel 64 Bijlagen regels Bijlage 1 Staat van Bedrijfsactiviteiten Bijlage 2 Overzicht Aan huis gebonden beroepen en consumentverzorgende en/of ambach‐ telijke bedrijven
bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 1 Toelichting bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 2 HEADELEMENT (ontwerp) bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 3 Hoofdstuk 1 Inleiding 24B1.1 Aanleiding De initiatiefnemer wil aan de Oppen Swolle 1 te Vollenhove zijn bedrijf, inclusief bedrijfswoning ves‐ tigen. Het bedrijf is momenteel gevestigd aan de Kampen 19 te Vollenhove. Het is hier echter niet mogelijk een bedrijfswoning te realiseren bij de huidige locatie van het bedrijf. Daarom is besloten te verhuizen naar de Oppen Swolle 1, waar momenteel een oude boerderij staat. Daar is ruimte om een bedrijfsloods, kantoren en bedrijfswoning te realiseren. In het geldende bestemmingsplan ʹBedrijventerreinenʹ is de locatie aan de Oppen Swolle bestemd als ʹAgrarisch ‐ Agrarisch bedrijfʹ. Binnen de bestemming ʹAgrarischʹ zijn bedrijven niet toegestaan. Om de ontwikkeling juridisch‐planologisch toch te kunnen regelen, is het opstellen van een nieuw be‐ stemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin.
25B1.2 Ligging plangebied Het plangebied van dit bestemmingsplan betreft het perceel Oppen Swolle 1 te Vollenhove. Het per‐ ceel heeft een oppervlakte van circa 2.200 m2. De begrenzing is grotendeels afgestemd op de kadastrale grenzen. De ligging van het plangebied is weergegeven in figuur 1.1. bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 4 HEADELEMENT (ontwerp) Figuur 1.1 De ligging van het plangebied 26B1.3 Planologische regeling Het plangebied is geregeld in het bestemmingsplan Bedrijventerreinen, dat is vastgesteld op 28 januari 2014 door de gemeente Steenwijkerland. In het bestemmingsplan heeft het plangebied de bestem‐ mingen ʹAgrarisch ‐ Agrarisch bedrijfʹ en ʹGroenʹ en de dubbelbestemmingen ʹWaarde ‐ Archeologie 1ʹ en ʹWaarde ‐ Archeologie 2ʹ. In figuur 1.2 is een uitsnede van de verbeelding weergegeven.
bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 5 Figuur 1.2 Uitsnede verbeelding bestemmingsplan Bedrijventerreinen Binnen de bestemming ʹ Agrarisch ‐ Agrarisch bedrijfʹ zijn de gronden bestemd voor agrarische be‐ drijven met daaraan ondergeschikt agrarisch hobbymatig gebruik, perceelsontsluitingswegen, recrea‐ tief medegebruik en water en waterhuishoudkundige voorzieningen. Gebouwen mogen uitsluitend binnen een bouwvlak gebouwd worden. Binnen de bestemming ʹ Groenʹ zijn de gronden bestemd voor groenvoorzieningen zoals trapvelden speelplaatsen, plantsoenen, waterpartijen met de daarbij behorende voet‐ en fietspaden en andere voorzieningen, structurele beplantingen, recreatief medegebruik, water en waterhuishoudkundige voorzieningen en openbare nutsvoorzieningen. Er mogen uitsluitend gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen worden gebouwd en een aantal bouwwerken, geen gebouw zijnde.
bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 6 HEADELEMENT (ontwerp) Binnen de dubbelbestemming ʹ Waarde ‐ Archeologie 1ʹ zijn de gronden mede bestemd voor de be‐ scherming van archeologische waarden. Wanneer ruimtelijke ingrepen worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 100 m2 binnen de bebouwde kom, is voorafgaand een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Binnen de dubbelbestemming ʹ Waarde ‐ Archeologie 2ʹ zijn de gronden mede bestemd voor de be‐ scherming van archeologische waarden. Wanneer ruimtelijke ingrepen worden uitgevoerd met een oppervlakte groter dan 250 m2 binnen de bebouwde kom, is voorafgaand een archeologisch onderzoek noodzakelijk. Een veldwerkbureau is niet toegestaan binnen de geldende regeling, waardoor het voornemen in strijd is met het bestemmingsplan en dit nieuwe bestemmingsplan wordt opgesteld. 27B1.4 Leeswijzer De toelichting is als volgt opgezet: na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie en de toekomstige situatie beschreven. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het, voor het plan relevante, beleid. Hoofdstuk 4 gaat in op de planologische‐ en milieutechnische aspecten die betrekking hebben op dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de planologisch juridische opzet van het plan behandeld.
De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan komen aan bod in hoofdstuk 6. bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 7 Hoofdstuk 2 Planbeschrijving 28B2.1 Ruimtelijk‐functionele structuur Het plangebied ligt op de kruising van de N331 en de Weg van de Rollecate in het westen van Vol‐ lenhove. Het perceel ligt op de grens van de bebouwde kom van het dorp. Het plangebied maakt deel uit van het bedrijventerrein van Vollenhove. Rondom het plangebied is daarom sprake van veel (be‐ drijfs‐)bebouwing. In de omgeving zijn voornamelijk bedrijfsfuncties aanwezig. Hieronder bevinden zich onder meer een brandweerkazerne ten noorden van het plangebied, een apotheekhoudende huisartsenpraktijk ten westen van het plangebied en diverse andere bedrijven ten noorden en oosten van het plangebied. Ten zuidwesten van het plangebied staan woningen. Het plangebied wordt grofweg begrensd door de N331 (oosten), de Weg van Rollecate (zuiden), de Weyert (westen) en de brandweerkazerne (noorden). Een luchtfoto van het plangebied en de omgeving is weergegeven in figuur 2.1. Figuur 2.1 Luchtfoto van het plangebied en de omgeving
bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 8 HEADELEMENT (ontwerp) 29B2.2 Huidige situatie plangebied Het plangebied is bestemd voor een agrarisch bedrijf waarvan de voormalige bebouwing in het oos‐ telijke deel van het plangebied staat. Het betreft een vervallen boerderij, bestaande uit één bouwlaag met een kap. Het voorste deel is ingericht als woonhuis met daarachter een schuur. De overige gron‐ den zijn grasland. Op de zuidoosthoek van het perceel staat beplanting, ter afscherming van het ge‐ bouw richting de naastgelegen wegen. Ook aan de zuidzijde, waar het perceel middels een inrit wordt ontsloten aan de Weg van Rollecate, staan bomen. Een vooraanzicht op het plangebied is weergegeven in figuur 2.2. Figuur 2.2 Vooraanzicht op het plangebied (zuidzijde) 30B2.3 Beschrijving initiatief De huidige bedrijfslocatie van het te verplaatsen bedrijf ligt op het bedrijventerrein in Vollenhove, aan de Kampen. Voor deze huidige locatie geldt dat er geen ruimte is voor uitbreiding van de bedrijfsbe‐ bouwing en tevens geen mogelijkheid tot het realiseren van een bedrijfswoning. Daarom heeft de initiatiefnemer besloten om in de nabije omgeving een nieuwe locatie te betrekken, waarbij de locatie aan de Oppen Swolle 1 als geschikt is bevonden.
Het voornemen is om binnen het plangebied de bestaande bebouwing en beplanting te slo‐ pen/verwijderen. Vervolgens wordt het plangebied opnieuw ingericht ten behoeve van het bedrijf. Daarbij wordt in het noorden van het plangebied een bedrijfsloods gerealiseerd, centraal een kan‐ toorpand en in het zuiden een bedrijfswoning. Tevens worden op het perceel parkeerplaatsen aange‐ legd. De werkplaats krijgt een oppervlakte van circa 366 m2 met een bouwhoogte van 8 meter. Het kan‐ toorgebouw krijgt een oppervlakte van 250 m2 met een bouwhoogte van 8,5 meter hoog. Tot slot krijgt de bedrijfswoning een oppervlakte van circa 106 m2 met een bouwhoogte van 7,5 meter. Het perceel wordt, in tegenstelling tot in de huidige situatie, ontsloten op De Weyert. Hier wordt een inrit aangelegd die toegang biedt tot zowel de bedrijfswoning als het kantoorpand. Verder richting het noorden wordt een inrit aangelegd die ontsluiting en direct toegang biedt tot de bedrijfsloods.
bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 9 In figuur 2.3 is de voorgenomen indeling van het plangebied weergegeven. Op dit moment is er nog geen definitief ontwerp beschikbaar van de voorgenomen bebouwing. Wel zijn een aantal sfeerim‐ pressies opgenomen in figuur 2.4. Figuur 2.3 Situatietekening van de voorgenomen inrichting van het plangebied Figuur 2.4 Sfeerimpressies voorgenomen bebouwing
bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 10 HEADELEMENT (ontwerp) Hoofdstuk 3 Beleidskader 31B3.1 Rijksbeleid Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk laat de ruimte‐ lijke ordening meer over aan gemeenten en provincies en kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 14 nationale belangen. Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels omtrent de 14 aangewezen nati‐ onale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Dit project raakt geen rijksbelangen zoals deze genoemd zijn in het Barro. Duurzame verstedelijking In de SVIR is ʹde ladder voor duurzame verstedelijkingʹ geïntroduceerd. De ladder is ook als proces‐ vereiste opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Het doel van de Ladder is zorgvuldig en duurzaam ruimtegebruik, met oog voor de toekomstige ruimtebehoefte en ontwikkelingen in de om‐ geving.
In het Bro is vastgelegd wat moet worden verstaan onder een stedelijke ontwikkeling. Een stedelijke ontwikkeling is gedefinieerd als een ‘ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaven‐ terrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen’. In dit plan is sprake van een stedelijke ontwikkeling waarbij een voormalige locatie van een agrarisch bedrijf wordt herontwikkeld tot bedrijfslocatie, inclusief bedrijfswoning. Het plangebied ligt binnen het bestaand stedelijk gebied van het dorp Vollenhove. In dit geval gaat het om een concreet initiatief van een bedrijf/eigenaar die behoefte heeft aan een uitbreiding van de bestaande bedrijfsbebouwing aan de Kampen 19 te Vollenhove en tevens behoefte heeft aan een bedrijfswoning bij het bedrijf. De huidige locatie biedt hier onvoldoende ruimte en mogelijkheden voor, daarom is gekozen voor het perceel Oppen Swolle 1 dat grenst aan de bestaande bedrijventerreinen in Vollenhove. Bovendien wordt met dit plan een vervallen boerderij opgeruimd, waarmee ontsierende bebouwing in het plan‐ gebied wordt opgeruimd.
32B3.2 Provinciaal beleid Omgevingsvisie en Omgevingsverordening Overijssel De ‘Omgevingsvisie Overijssel 2017 ʹ Beken kleur’ en de ‘Omgevingsverordening Overijssel 2017’ worden elk jaar bijgewerkt. Dit gebeurt in een jaarlijkse actualisatieronde. Het gaat om alle eerder vastgestelde wijzigingen in het beleid die nog moeten worden doorvertaald in de Omgevingsvisie en/of Omgevingsverordening. Ook worden omissies hersteld. Op 26 september 2018 hebben Provin‐ ciale Staten de Actualisatie 2017/2018 vastgesteld. Op 1 november 2018 zijn deze aanpassingen van de Omgevingsvisie en de Omgevingsverordening in werking getreden. bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 11 In de omgevingsvisie staat het uitvoeringsmodel centraal. In dit model draait het om drie vragen die antwoord geven op of, waar en hoe ontwikkelingen uitgevoerd worden. Bij de eerste vraag zijn gene‐ rieke en gebiedsspecifieke beleidskeuzes van belang. Bij de tweede vraag zijn ontwikkelingsperspec‐ tieven richtinggevend en bij de derde vraag gaat het om de inpassing in de kenmerken van het gebied. Onderstaand wordt op deze drie niveaus van het uitvoeringsmodel ingegaan.
Generieke beleidskeuzes Het gaat hier om algemene keuzes die bepalen of ontwikkelingen nodig, dan wel mogelijk zijn. Voor stedelijke ontwikkelingen hanteert de provincie de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Dit bete‐ kent dat voor ontwikkelingen eerst bestaande bebouwing of herstructurering wordt benut, voordat er uitbreiding plaatsvindt. Het realiseren van de nieuwe bedrijfsbebouwing en bedrijfswoning past binnen de genoemde gene‐ rieke beleidskeuzes van de provincie. In paragraaf 3.1 is de voor deze ontwikkeling uitgevoerde lad‐ der‐toets beschreven en is aangegeven waarom deze locatie geschikt is. De ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied en betreft herontwikkeling van een vervallen agrarische bedrijfslo‐ catie. Ontwikkelperspectieven Het plangebied ligt in de zone Woon‐ en werklocaties buiten de stedelijke netwerken. De steden en dorpen buiten de stedelijke netwerken mogen altijd bouwen voor de lokale behoefte aan wonen, werken en voorzieningen, inclusief lokaal gewortelde bedrijvigheid, mits onderbouwd en regionaal afgestemd.
Herstructurering en transformatie van de woon‐, werk‐, voorzieningen‐ en mixmilieus moeten deze vitaal en aantrekkelijk en de diversiteit aan milieus versterken. Herstructurering en transformatie bieden volgens de provincie kansen om te anticiperen op klimaatverandering (bijvoorbeeld door ruimte voor groen, natuur en water te reserveren). Van belang is de stedelijke ontwikkeling altijd af te stemmen op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld in laaggelegen gebieden bij bouw‐ en evacuatieplannen rekening houden met risico’s op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kunnen ook bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie‐efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakopper‐ vlak te benutten). In dit geval vestigt een lokaal bedrijf zich op de locatie van een voormalig agrarisch bedrijf. Daarmee voorziet het plan in de lokale behoefte. Hoe met het wateraspect wordt omgegaan is opgenomen in paragraaf 4.6. Gebiedskenmerken De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Hierbij zijn de gebiedskenmerken het uitgangspunt. In de lagenbenadering zijn per laag de daarbij horende gebiedskenmerken genoemd.
Voor het plangebied zien de gebiedskenmerken van de verschillende lagen er als volgt uit: bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 12 HEADELEMENT (ontwerp) Natuurlijke laag: Stuwwallen Ter plaatse is sprake van de natuurlijke laag ʹstuwwallenʹ. De stuwwallen zijn tijdens de ijstijd opge‐ stuwde aardlagen. Door de vaak grote hoogteverschillen zijn ze nu nog steeds goed zichtbaar. De stuwwallen hebben als regionale inzijggebieden een belangrijke functie in het watersysteem. Het zijn de ingangen van regionale en lokale stelsels van grondwaterstromen. Als ontwikkelingen plaats vin‐ den, dan dragen deze bij aan het beter zichtbaar en beleefbaar maken van de hoogteverschillen en van de overgang tussen stuwwal en omgeving. Daarnaast dragen ontwikkelingen bij aan versterking van de potentiële natuurlijke kwaliteiten van de ʹnatte voetʹ van de stuwwal en dienen deze de natte voet beter zichtbaar te maken. In dit geval betreft het plangebied een relatief klein perceel, dat omringd is door bebouwing. In de huidige situatie is reeds sprake van bebouwing. De voorgenomen herontwikkeling is te klein van aard en omvang om afbreuk te doen aan de zichtbaarheid en beleefbaarheid van de stuwwal. Daarmee verzet de natuurlijke laag zich niet tegen de voorgenomen ontwikkeling.
Laag van het agrarisch cultuurlandschap: Oude Hoevenlandschap De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid liggende erven een ontwikkelingsimpuls te geven. Ook hier geldt dat de erftransformaties perceelsgebonden is en daarom geen afbreuk doet aan deze kenmerken van het gebied. Stedelijke laag: Woonwijken 1955 ‐ nu De woonwijken van 1955 tot nu zijn planmatig opgezette uitbreidingswijken op basis van een collec‐ tief idee en grotere bouwstromen. De functies (wonen, werken en voorzieningencentra) zijn uiteen‐ gelegd en de wijken zijn opgedeeld in buurten met een homogeen bebouwingskarakter. Er is sprake van een tijdsgebonden verkavelingsstructuur op basis van verschillende ordeningsprincipes. Lokaal zijn kleinere eenheden die afwijken van het systeem. Steeds is sprake van een afgeronde eenheid met duidelijke in‐ en uitgangen en kunst in de openbare ruimte. Als ontwikkelingen plaats vinden in de naoorlogse woonwijken, dan voegt nieuwe bebouwing zich in de aard, maat en het karakter van het grotere geheel, maar is als onderdeel daarvan wel herkenbaar. De groenstructuur is onderdeel van het wijkontwerp.
In dit geval ligt het plangebied in feite buiten de afgeronde eenheid van de woonwijk ten zuidwesten van het plangebied. Het plangebied lijkt hierbij betrokken omdat de huidige functie afwijkt van het omringende bedrijventerrein. Met dit plan wordt echter toch een bedrijfslocatie ontwikkelt binnen het plangebied. Dit sluit aan bij de omringende gronden ten westen, noorden en oosten van het plange‐ bied waar de stedelijke laag ʹbedrijventerreinenʹ geldt. Gezien de ligging van het plangebied, waarbij geen directe connectie is met de zuidwestelijk gelegen woonwijk, maar des te meer met de omrin‐ gende bedrijfsfuncties, is het daarom een logische keuze om dit perceel te herontwikkelen tot be‐ drijfslocatie. Laag van de beleving: Donkerte De donkere gebieden geven een indicatie van de ʹbuitengebiedenʹ van Overijssel. De natuurcomplexen en de grote landbouwgebieden. De donkere gebieden zijn de gebieden waar het ʹ s nachts nog echt donker is, waar je de sterrenhemel kunt waarnemen. Het zijn de relatief ʹluweʹ dun bewoonde gebie‐ den met een lage gebruiksdruk. In de donkere gebieden is het de bedoeling alleen minimaal noodza‐ kelijke toepassing van kunstlicht te hebben. Dit vereist selectief inzetten en richten van kunstlicht.
Daarnaast moet er veel aandacht zijn voor het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen in het buitengebied. bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 13 Het plangebied maakt deel uit van het stedelijk gebied en is omgeven door bedrijfsfuncties en, ten zuidwesten, door woningen. Daarmee is in de huidige situatie al sprake van een bepaalde mate van (kunstmatige) lichtuitstoot rondom het plangebied. Door de ontwikkeling in het plangebied zal geen verdere afbreuk worden gedaan aan de donkerte van het gebied en wordt zoveel mogelijk rekening gehouden met de uitgangspunten van dit gebied. 33B3.3 Gemeentelijk beleid Omgevingsvisie Steenwijkerland De gemeente heeft de Omgevingsvisie Steenwijkerland ʹWaardevast landschapʹ (juni 2017) opgesteld. Het betreft een visie op hoofdlijnen die zich richt op de fysieke leefomgeving en een strategisch kader voor ruimtelijke ontwikkeling is. De gemeente Steenwijkerland wil met de Omgevingsvisie de omgevingskwaliteit van Steenwijkerland naar een hoger plan tillen. Het gaat er hierbij niet alleen om hoe de ruimtes eruit zien, maar ook waartoe en op welke manier ze functioneren, hoe ze gebruikt worden en hoe de (functies van de) ruimtes met elkaar samenhangen en bijdragen aan het beter functioneren van de samenleving.
In de Omgevingsvisie wordt benadrukt dat kleinschalige bedrijvigheid en de combinatie van wonen en werken een hoge vlucht hebben genomen. Bedrijventerreinen zijn kleinschalig en de bedrijvigheid past bij de identiteit van de kern. Er ligt in de gemeente een stevige opgave om leegstand en verpau‐ pering in de kernen tegen te gaan en de leefbaarheid op het huidige niveau te houden. Daarom geeft de gemeente meer ruimte aan initiatiefnemers om leegstaande gebouwen om te vormen naar wonen of andere functies. In dit geval wordt een voormalig agrarische bedrijfslocatie omgevormd tot een bedrijfslocatie. Het plangebied ligt in de kern van Vollenhove. Het bedrijf past qua aard en omvang in deze kern en is zelfs in de huidige situatie al in de kern gevestigd. Hiermee sluit het voornemen aan bij de Omgevingsvisie Steenwijkerland. Welstandsnota gemeente Steenwijkerland In de welstandsnota wordt beschreven hoe de gemeente om wil gaan met de gebouwde omgeving en op welke aspecten en criteria de welstandscommissie zich daarbij baseert. Als laatste biedt deze wel‐ standsnota voor de welstandscommissie een beoordelingskader.
De gemeente is in gebieden ingedeeld en per gebied zijn criteria vastgesteld waarop de welstands‐ commissie haar adviezen baseert. Het plangebied valt in het deelgebied Stuwwallenlandschap van het land van Vollenhove: Vollenhove overig. Het gebied bestaat uit de woonwijken van Vollenhove en het bedrijventerrein. De woonwijken zijn niet karakteristiek voor Vollenhove maar ze hebben wel een basiskwaliteit die de moeite van het bewaren waard is. Op het bedrijventerrein dient met name langs de belangrijke wegen en de rand met het buitengebied een betere uitstraling en inpassing te worden gerealiseerd. Dit vanwege het erg functionele karakter van de vormgeving van de bebouwing. Nieuwe bedrijfsbebouwing langs de doorgaande wegen dient een versterking van de architectonische kwaliteit te geven met speciale aandacht voor kleuren en materialen.
bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 14 HEADELEMENT (ontwerp) Het plangebied betreft een bedrijfslocatie gelegen naast een doorgaande weg in Vollenhove. Daarom zal in het ontwerp rekening worden gehouden met de uitstraling en inpassing van de nieuwe ge‐ bouwen conform de welstandscriteria die gelden voor het bedrijventerrein. De welstandscommissie zal het voornemen beoordelen. Momenteel wordt er in opmaat naar de aanvraag omgevingsvergun‐ ning gewerkt aan de planvorming. Hierbij zal speciale aandacht zijn voor kleur, textuur en materiali‐ satie. Vanuit het inrichtingsplan zullen de geduide volumes verder worden vormgegeven op archi‐ tectonisch niveau. Ter inspiratie en illustratie zijn met betrekking tot de beoogde uitstraling in para‐ graaf 2.3 een aantal sfeerimpressies opgenomen. bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 15 Hoofdstuk 4 Planologische randvoorwaarden In onderstaande paragrafen wordt een overzicht gegeven van de voor het nieuw op te stellen be‐ stemmingsplan relevante milieuaspecten. Milieuaspecten zijn een belangrijk onderdeel van de belan‐ genafweging die ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan. Eventuele milieuaspecten kunnen, voor zover mogelijk en noodzakelijk, vertaald worden in de regeling van dit bestemmingsplan.
Voor het plangebied en de ontwikkeling die dit bestemmingplan mogelijk maakt, wordt advies ge‐ vraagd bij de regionale uitvoeringsdienst IJsselland. Conclusies en aanbevelingen van de uitvoe‐ ringsdienst worden verwerkt in dit hoofdstuk. 34B4.1 Vormvrije m.e.r.‐beoordeling In bijlage C en D van het Besluit m.e.r. is aangegeven welke activiteiten in het kader van het be‐ stemmingsplan planmer‐plichtig (bijlage C en D), projectmer‐plichtig (bijlage C) of mer‐beoordelingsplichtig (bijlage D) zijn. Voor deze activiteiten zijn in het Besluit m.e.r. drempel‐ waarden opgenomen. Daarnaast moet het bevoegd gezag bij de betreffende activiteiten die niet aan de bijbehorende drempelwaarden voldoen, nagaan of sprake kan zijn van belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu, gelet op de omstandigheden als bedoeld in bijlage III van de EEG ‐richtlijn milieueffectbeoordeling. Deze omstandigheden betreffen: 1. de kenmerken van de projecten; 2. de plaats van de projecten; 3. de kenmerken van de potentiële effecten. Toetsing aan de drempelwaarden uit het Besluit mer Het betreft een agrarisch perceel, waar binnen een nieuwe ‘stedelijke ontwikkeling’ plaats vindt. Hierbij vinden geen infrastructurele ingrepen plaats, Er is daarom in het kader van de mer‐procedure geen sprake van een stedelijke ontwikkeling.
Vormvrije mer‐beoordeling Gelet op de kenmerken van het project (zoals het kleinschalige karakter in vergelijking met de drem‐ pelwaarden uit het Besluit m.e.r.), de plaats van het project en de kenmerken van de potentiële effec‐ ten, zullen geen belangrijke negatieve milieugevolgen optreden. Dit blijkt ook uit het onderzoeken van de verschillende milieuaspecten zoals deze in de volgende paragrafen zijn opgenomen. De gemeente kan op basis van voorgaande een m.e.r.‐beoordelingsbesluit nemen waarin besloten wordt dat een planmer niet noodzakelijk is. 35B4.2 Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik wor‐ den gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG‐brochure Bedrijven en mi‐ lieuzonering (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs uit te sluiten is.
Het plangebied ligt direct ten westen van een provinciale weg (N331). Aan de noord en westzijde van het plangebied zijn industrieterreinen aanwezig. Ten zuiden en zuidwesten van het plangebied ligt een woonwijk. Deze functiemenging zorgt ervoor dat de omgeving van het plangebied als gemengd gebied kan worden bestempeld. bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 16 HEADELEMENT (ontwerp) Brandweerkazerne Ten noorden van het plangebied staat een brandweerkazerne. In gemengd gebied geldt een richtaf‐ stand van 30 meter ten opzichte van hindergevoelige objecten. De bedrijfswoning is het enige hin‐ dergevoelige object dat binnen het plangebied gerealiseerd wordt. De bedrijfswoning wordt op een grotere afstand dan 30 meter van de brandweerkazerne gerealiseerd. Daarom is geen onderzoek noodzakelijk. Bedrijfslocaties ten (noord)westen van het plangebied Ten (noord)westen van het plangebied zijn bedrijfslocaties aanwezig, maar bedrijven uit maximaal milieucategorie 3.1 zijn toegestaan. Hiervoor geldt binnen gemengd gebied een richtafstand van 30 meter. Aan deze richtafstand wordt voldaan doordat het plangebied op minimaal 33 meter van deze bedrijfslocaties ligt. Nader onderzoek is daarom niet noodzakelijk.
Industrieterrein De Weyert Het industrieterrein De Weyert is gezoneerd in het kader van de Wet geluidhinder. De nieuwe be‐ drijfswoning is geprojecteerd net buiten de geluidzone (50 dB(A)‐contour). Een hogere waarde voor industrielawaai is daarmee ten opzichte van dit industrieterrein niet noodzakelijk. Op basis van de voorgestelde geluidwering van Ga;k = 26 dB(A) wordt voor industrielawaai een aanvaardbaar binnen‐ niveau gerealiseerd. 36B4.3 Ecologie Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 zijn beide aspecten geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier‐ en plantensoorten niet in het geding komt. Voor de beoogde ontwikkeling is een quickscan flora en fauna uitgevoerd. Het rapport is als bijlage 1 toegevoegd bij de toelichting. Hieronder worden de conclusies uit dit rapport beschreven. Gebiedsbescherming Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000‐gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) van belang.
Het plangebied is niet gelegen binnen de grenzen, of in de directe nabijheid van een gebied dat is aangewezen als Natura 2000. Het meest nabijgelegen Natura 2000‐gebied, De Wieden, ligt op circa 570 meter afstand ten noorden van het plangebied. Het plangebied ligt in een binnenstedelijk gebied op ruime afstand van beschermde natuurgebieden. De ontwikkeling heeft, mede gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, geen negatieve effec‐ ten op natuurwaarden die op grotere afstand liggen. bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 17 Natura 2000‐gebieden: stikstofdepositie In Nederland staan veel Natura 2000‐gebieden onder druk door een overbelasting van sikstofdeposi‐ tie. In het Programma Aanpak Stikstof (PAS) zijn alle Natura 2000‐gebieden opgenomen waar ten minste één stikstofgevoelig habitat voorkomt dat te maken heeft met overbelasting door stikstof. Ook kleinschalige initiatieven kunnen leiden tot een toename van de stikstofdepositie en moeten om die reden daarop worden beoordeeld. Daarom is in het kader van dit plan een stikstofberekening uitge‐ voerd, die is opgenomen als bijlage 2. Uit deze berekening is naar voren gekomen dat de toename van de stikstofdepositie op de dichtstbijzijnde Natura 2000‐gebieden niet boven 0,00 mol N/ha/jaar uit
komt. Hiermee is aangetoond dat het project, gelet op de instandhoudingsdoelstellingen voor de Na‐ tura 2000‐gebieden, de kwaliteit van de natuurlijke habitats of de habitats van soorten in dat gebied niet kunnen verslechteren of een significant verstorend effect kunnen hebben op de soorten waarvoor dat gebied is aangewezen. Daarom hoeft voor dit plan geen vergunning op grond van de Wnb te worden aangevraagd. Natuurnetwerk Nederland Het plangebied maakt geen deel uit van gebieden die behoren tot het Natuurnetwerk Nederland. Daarmee is geen sprake van verstoring van NNN‐gebieden. Soortenbescherming Ten aanzien van de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of versto‐ ren van voortplantings‐ of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. Het veldbezoek is afgelegd op 13 september 2019. Tijdens dit veldbezoek is de gehele onderzoekslo‐ catie, alsmede de directe omgeving beoordeeld. Gedurende het veldbezoek is gelet op de mogelijke aanwezigheid van beschermde en bedreigde soorten op basis van het aanwezige habitat.
Uit het onderzoek is naar voren gekomen dat in verband met de aanwezigheid van algemene broed‐ vogels het noodzakelijk is om opgaand groen te rooien buiten het broedseizoen of op een manier te werken dat de vogels niet tot broeden komen. Op deze manier kan worden voorkomen dat verbods‐ bepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Het voorkomen van verblijfplaatsen van vleermuizen en broedvogels met vaste rust‐ en verblijfplaatsen wordt uitgesloten. Mogelijk vlie‐ gen en foerageren er vleermuizen. Gedurende en na realisatie van de plannen kunnen deze soorten er blijven vliegen en foerageren. Het voorkomen van overige beschermde soorten wordt uitgesloten. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten‐ en diersoorten uitge‐ sloten. De plannen zijn niet in strijd met het gestelde binnen de Wet natuurbescherming.
37B4.4 Geluid Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die ʹ ʹin belangrijke mate geluidhinder veroorzakenʹʹ, een ge‐ luidzone. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones of bij be‐ paalde veranderingen aan de weg zelf (zoals het verhogen van de maximumsnelheid of het uitbreiden van het aantal rijstroken) moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ont‐ wikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 18 HEADELEMENT (ontwerp) Om na te gaan of wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarden uit de Wet geluidhinder is een akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai uitgevoerd. Het onderzoek is opgenomen als bijlage 3. Uit dit onderzoek blijkt dat de voorkeursgrenswaarde Lden = 48 dB vanwege de Oppen Swolle /N331 wordt overschreden De maximale ontheffingswaarde van Lden = 63 dB wordt niet overschreden. De geluid‐ belasting vanwege de overige wegen is niet hoger dan de voorkeursgrenswaarde van Lden = 48 dB. Het aspect wegverkeerslawaai (Wgh) is derhalve geen belemmering. Een hogere waarde procedure is wel noodzakelijk. Geadviseerd wordt om daarom de hoogst berekende waarde vast te stellen als ho‐ gere waarde (Lden = 56 dB).
Het treffen van maatregelen (stiller wegdek, geluidschermen) ligt niet voor de hand vanwege financi‐ ele doeleinden; de kosten worden relatief hoog omdat het slechts één woning betreft. Bij het vaststellen van de geluidwering dient rekening te worden gehouden met de geluidbelasting exclusief aftrek art. 110g Wgh, waarbij tevens rekening wordt gehouden met cumulatieve effecten. Uitgaande van de hoogste berekende cumulatieve geluidbelasting (exclusief aftrek) van Lden 59 dB, dien een geluidwe‐ ring van tenminste GA;k = 26 dB(A) te worden gerealiseerd. Door toepassing van een hogere waarde procedure en de juiste geluidwering is geen nader onderzoek noodzakelijk naar het aspect geluid. 38B4.5 Bodem Op grond van het Bro moet in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening worden ge‐ houden met de bodemgesteldheid in het plangebied. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt voor de desbetreffende functie (func‐ tiegericht saneren).
In het kader van dit bestemmingsplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd, die is opge‐ nomen als bijlage 4. Hieruit is geconcludeerd dat ter plaatse van de onderzochte locatie enkele licht verhoogde gehalten aangetoond in de (bovengrond) en in het grondwater. De licht verhoogde gehal‐ ten in de bodem betreffen over het algemeen relatief geringe overschrijdingen van de achtergrond‐ waarden en streefwaarden. Bij licht verhoogde gehalten zijn geen risicoʹs voor milieu en volksgezondheid aanwezig en hoeft geen vervolgonderzoek plaats te vinden. Daarnaast is in het verkennend bodemonderzoek naar asbest in de bodem geen asbest aangetoond en hoeft dus geen vervolgonderzoek te worden uitgevoerd. Met de gevolgde onderzoeksstrategie is de milieuhygiënische kwaliteit ter plaatse van de onder‐ zoekslocatie voldoende vastgelegd. Voor wat betreft de kwaliteit van de bodem hoeven er vanuit milieuhygiënisch oogpunt geen beperkingen te worden gesteld aan het gebruik van de onderzochte locatie. 39B4.6 Water Vanwege het grotere belang van het water in de ruimtelijke ordening, wordt van waterschappen een vroege en intensieve betrokkenheid bij het opstellen van ruimtelijke plannen verwacht. Bovendien is de watertoets een verplicht onderdeel in de ruimtelijke ordening geworden.
bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 19 Wateradvies Via de digitale watertoets (www.dewatertoets.nl) is het waterschap Drents Overijsselse Delta ge‐ vraagd een reactie te geven op het plan. Uit de ingediende gegevens (bijlage 5) is bepaald dat met het plan belangen van het waterschap worden geraakt. Daarom is de normale procedure van toepassing. Het waterschap levert hierop een uitgangspuntennotitie aan die te zijner tijd wordt verwerkt in het plan. 40B4.7 Cultuurhistorie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opge‐ nomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Het plangebied kent geen specifieke cultuurhistorische waarden. Wel kunnen de structuren en ken‐ merken in de omgeving als van cultuurhistorische betekenis worden aangemerkt. Omdat dit be‐ stemmingsplan perceelsgebonden is, wordt geen afbreuk gedaan aan de structuren in de omgeving. De te bouwen gebouw wordt afgestemd op de kenmerken van de omgeving. De ontwikkeling past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur qua functie en volume. Het is dan ook niet noodzakelijk om nadere regels te stellen ter bescherming van cultuurhistorische waarden.
41B4.8 Archeologie Voor archeologische resten in de bodem is de Erfgoedwet van toepassing. Deze wet regelt onder an‐ dere dat in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening gehouden wordt met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Voor een deel van de gemeente is een Archeologische Waarderingskaart vastgesteld. Hierin is per gebied een waardering toegekend ten aanzien van de archeologische waarden. Op de beleidskaart wordt onderscheid gemaakt tussen: archeologische monumenten; gebieden met een hoge archeologische verwachting; gebieden met een lage archeologische verwachting; gebieden zonder archeologische verwachting; gebieden met onbekende archeologische verwachting. De beleidskaart is in het geldende bestemmingsplan vertaald in archeologische dubbelbestemmingen. Voor het plangebied geldt de dubbelbestemming ʹWaarde ‐ Archeologie 2ʹ. Hier geldt dat voor ruim‐ telijke ontwikkelingen met een oppervlakte groter dan 250 m2 binnen de bebouwde kom en dieper dan 50 centimeter beneden het maaiveld een archeologisch onderzoek noodzakelijk is.
In de huidige situatie is het perceel lager gelegen ten opzichte van de omringende gronden. Het voornemen is daarom om het perceel voorafgaand aan de voorgenomen ontwikkeling op te hogen met een laag van circa een meter dik. De bodemroerende werkzaamheden die vervolgens worden uitge‐ voerd ten behoeve van de voorgenomen ontwikkeling zullen niet dieper gaan dan 50 centimeter onder het huidige maaiveld, doordat deze laag grond wordt aangebracht. Daarmee wordt de grenswaarde uit de regeling van de archeologische dubbelbestemming qua diepte niet overschreden. Archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 20 HEADELEMENT (ontwerp) 42B4.9 Luchtkwaliteit In het kader van een goede ruimtelijke ordening wordt bij het opstellen van een ruimtelijk plan uit het oogpunt van de bescherming van de gezondheid van de mens rekening gehouden met de luchtkwa‐ liteit. Het toetsingskader voor luchtkwaliteit wordt gevormd door hoofdstuk 5, titel 5.2 van de Wet milieubeheer. Dit onderdeel van de Wet milieubeheer (Wm) bevat grenswaarden voor zwaveldioxide, stikstofdioxide en stikstofoxiden, fijn stof, lood, koolmonoxide en benzeen. Hierbij zijn in de ruimte‐ lijke ordeningspraktijk langs wegen vooral de grenswaarden voor stikstofdioxide (jaargemiddelde) en fijn stof (jaar‐ en daggemiddelde) van belang.
Op grond van artikel 5.16 van de Wm kunnen bestuursorganen bevoegdheden die gevolgen kunnen hebben voor de luchtkwaliteit onder andere uitoefenen indien de bevoegdheden/ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de grenswaarden of de bevoegdheden/ontwikkelingen niet in bete‐ kenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht. Besluit niet in betekenende mate In dit Besluit niet in betekenende mate is bepaald in welke gevallen een plan vanwege de gevolgen voor de luchtkwaliteit niet aan de grenswaarden hoeft te worden getoetst. Hierbij worden 2 situaties onderscheiden: een plan heeft een effect van minder dan 3% van de jaargemiddelde grenswaarde NO2 en PM10 (= 1,2 μg/m³); een plan valt in een categorie die is vrijgesteld aan toetsing aan de grenswaarden; deze categorieën betreffen onder andere woningbouw met niet meer dan 1.500 woningen bij één ontsluitingsweg en 3.000 woningen bij twee ontsluitingswegen, kantoorlocaties met een bruto vloeroppervlak van niet meer dan 100.000 m2 bij één ontsluitingsweg en 200.000 m2 bij twee ontsluitingswegen.
In dit geval gaat het ʹslechtsʹ om een verhuizing en uitbreiding van één bedrijf van relatief beperkte omvang. De uitstoot van stikstof en fijn stof als gevolg hiervan kan hierdoor toenemen, maar deze toename zal zeer beperkt zijn de gestelde grenswaarden niet overschrijden. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 43B4.10 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risicoʹs voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), het Besluit externe veiligheid transportroutes (Bevt) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). Een bedrijfswoning is aangemerkt als een kwetsbaar object. Daarom is de risicokaart geraadpleegd naar de aanwezigheid van risicovolle inrichtingen, buisleidingen en transportroutes in de omgeving van het plangebied. Hieruit is naar voren gekomen dat ten noordwesten van het plangebied een aardgasontvangststation aanwezig is, waar twee aardgasleidingen naar toe lopen. Voor het aardgasontvangststation geldt een risicocontour van 15 meter. Het plangebied ligt op circa 50 meter afstand van het aardgasontvangststation en valt daarmee buiten deze contour.
Voor de aardgasleidingen geldt dat deze beide een diameter van 4 inch hebben en een maximale werkdruk van 40 bar. De inventarisatieafstand (KA) die hierbij geldt is 45 meter. Omdat het plange‐ bied op circa 50 meter afstand ligt wordt hieraan voldaan. bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 21 Omdat het plangebied niet binnen een inventarisatieafstand van een risicovolle inrichting, buisleiding of transportroute ligt is geen nader onderzoek noodzakelijk. 44B4.11 Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezig‐ heid van elektriciteit‐ en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van be‐ lang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic‐melding in kaart gebracht. In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een pla‐ nologische regeling.
bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 22 HEADELEMENT (ontwerp) Hoofdstuk 5 Juridische opzet In dit hoofdstuk staat een toelichting op de juridische regeling van dit bestemmingsplan. In paragraaf 5.1 staat een algemene toelichting op de betekenis en opbouw van het bestemmingsplan en de ach‐ tergronden daarvan. In paragraaf 5.2 wordt de bestemmingsregeling van dit bestemmingsplan toege‐ licht. 45B5.1 Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) en het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Regeling standaarden ruimtelijke ordening 2012. Onderdeel hiervan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP beoogt bestemmingsplannen die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een‐ zelfde manier worden verbeeld. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de ver‐ beelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn op‐ gesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan voldoet ook aan de terminologie van de Wet algemene bepalingen omgevings‐ recht (Wabo).
Het bestemmingsplan regelt de gebruiks‐ en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plan‐ gebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw‐ en ge‐ bruiksmogelijkheden. 46B5.2 Toelichting op de bestemmingen De bestemmingen die in dit bestemmingsplan voorkomen zijn afgestemd op de regeling uit het be‐ stemmingsplan ʹBedrijventerreinenʹ, dat is vastgesteld op 28 januari 2014. Binnen het plangebied ko‐ men de volgende bestemmingen voor: 5.2.1 Bedrijventerrein De gronden waar het de bedrijfsgebouwen en de bedrijfswoning worden gerealiseerd, evenals het voorterrein, zijn bestemd als ʹ Bedrijventerreinʹ. Daarmee wordt aangesloten bij het geldende plan, waarin de bedrijfspercelen in de omgeving eveneens als ʹ Bedrijventerreinʹ zijn bestemd. Ter plaatse geldt een bouwhoogte van 9 meter, waar de voorgenomen gebouwen binnen passen. In overeen‐ stemming met het geldende plan mag het bouwvlak voor 80 % worden volgebouwd. Aan de noord‐ zijde is bewust geen bouwvlak opgenomen om de onderhoudszone van de noordelijk gelegen water‐ gang te behouden.
5.2.2 Tuin De gronden aan de zuid‐ en oostzijde van het plangebied zijn bestemd als ʹTuinʹ. Deze gronden wor‐ den niet bebouwd, maar worden ingericht als tuin bij het bedrijfsperceel. Om de gronden als erf in te kunnen richten is hier de bestemming Tuin aan gegeven. bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 23 5.2.3 Waarde ‐ Archeologie 1 en Waarde ‐ Archeologie 2 Ter plaatse van het plangebied is sprake van twee archeologische dubbelbestemmingen. Deze dub‐ belbestemmingen zitten al in het geldende plan en zijn overgenomen in dit nieuwe bestemmingsplan. Ter plaatse geldt dat bij ruimtelijke ingrepen met een oppervlakte van 100 m² (Waarde ‐ Archeologie 1) en 250 m² (Waarde ‐ Archeologie 2) en dieper dan 50 centimeter, dat archeologisch onderzoek nood‐ zakelijk is. Omdat in dit geval de grond wordt opgehoogd en dus de bodem niet diep genoeg wordt geroerd is voor dit plan geen archeologisch onderzoek uitgevoerd. Om de bestaande waarden een beschermende regeling te bieden bij mogelijk toekomstige ruimtelijke ingrepen zijn daarom de arche‐ ologische dubbelbestemmingen opgenomen. 5.2.4 geluidzone ‐ industrie Het naastgelegen industrieterrein De Weyert betreft een geluidgezoneerd industrieterrein. De ge‐ luidzone hiervan loopt over het plangebied. Daarom is de gebiedsaanduiding ʹgeluidzone ‐ industrieʹ opgenomen.
bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 24 HEADELEMENT (ontwerp) Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Deze is gedeeltelijk aangetoond in de voorgaande paragrafen. Ook spelen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid een rol. 47B6.1 Maatschappelijke uitvoerbaarheid Inspraak en overleg Voorafgaand aan de ruimtelijke procedure heeft de initiatiefnemer uitgebreid overleg gevoerd met de omwonenden van het plangebied. Vanwege de markante ligging van deze specifieke herontwikke‐ lingslocatie aan de Oppen Swolle 1 te Vollenhove is er besloten om omwonenden (met zicht op de betreffende percelen) tijdig kennis te laten nemen van het voornemen. Inmiddels zijn één‐op‐één gesprekken gevoerd. De woon‐ en werkomgeving van het plangebied, specifiek met zicht op het plangebied, feitelijk de bewoners/bedrijfspandeigenaren van De Weyert 1, 2, 32, 38 en 40 Oppen Swolle 2, De Hagen 1 3, 2 en 5 en de Kampen 1 en 1a, zijn persoonlijk benaderd en geïnformeerd over het voornemen.
In de persoonlijke gesprekken heeft de initiatiefnemer de planvorming met betrekking tot de trans‐ formatie van het perceel van agrarisch naar een woon‐werkbestemming alsmede de perceelsinrichting en sfeerbeelden van de toekomstige bebouwing van het plangebied zowel mondeling als door middel van vormtekeningen uitgebreid toegelicht. Geconcludeerd wordt dat het houden van deze overlegmomenten met waardering en enthousiasme aangaande de planvorming is ontvangen. Het bestemmingsplan wordt in deze fase daarnaast aan de wettelijke overlegpartners gestuurd ter beoordeling. Zienswijze Het bestemmingsplan wordt direct als ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te die‐ nen (artikel 3.8 Wro). De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Vaststelling Het bestemmingsplan wordt vervolgens, al dan niet gewijzigd, vastgesteld. Het besluit tot vaststelling wordt gepubliceerd en het bestemmingsplan ligt zes weken ter inzage. Tijdens die periode bestaat de mogelijkheid beroep bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State in te dienen tegen het besluit en het plan.
bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 25 48B6.2 Economische uitvoerbaarheid Voor de uitvoerbaarheid van het plan is het van belang te weten of het economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid Het bestemmingsplan vormt het toetsingskader voor een particuliere ontwikkeling. De initiatiefnemer heeft aannemelijk gemaakt dat het plan financieel haalbaar is. Grondexploitatie Doel van de in de Wet ruimtelijke ordening (Wro) opgenomen grondexploitatieregeling is het bieden van ruimere mogelijkheden voor het kostenverhaal en het creëren van meer sturingsmogelijkheden. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen de publiekrechtelijke weg via een exploitatieplan en de privaatrechtelijke weg in de vorm van overeenkomsten. In het geval van een exploitatieplan kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden, (woning)bouwcategorieën en fase‐ ring. Bij de privaatrechtelijke weg worden dergelijke afspraken in een (anterieure) overeenkomst vastgelegd.
In dit bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. In dergelijke gevallen is de grondexploitatieregeling van toepassing, tenzij het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd zijn. De gemeente Steenwijkerland dekt de kosten van een bestemmingsplanherziening uit voor een der‐ gelijke herziening in rekening gebrachte leges. In dit geval kan derhalve worden volstaan met het sluiten van een planschadeovereenkomst waarbij het risico voor eventuele planschade bij de initia‐ tiefnemer komt te liggen.
bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 26 HEADELEMENT (ontwerp) bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 27 Bijlagen toelichting bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 28 HEADELEMENT (ontwerp) bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 29 Bijlage 1 Quickscan flora en fauna bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 30 HEADELEMENT (ontwerp) bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 31 Bijlage 2 Stikstofberekening bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 32 HEADELEMENT (ontwerp) bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 33 Bijlage 3 Akoestisch onderzoek wegverkeerslawaai bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 34 HEADELEMENT (ontwerp) bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 35 Bijlage 4 Verkennend bodemonderzoek bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 36 HEADELEMENT (ontwerp) bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 37 Bijlage 5 Watertoets bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 38 HEADELEMENT (ontwerp) bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 39 Regels bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 40 HEADELEMENT (ontwerp) bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 HEADELEMENT (ontwerp) 41 14BHoofdstuk 1 Inleidende regels 0BArtikel 1
Begrippen 1.1 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.2 plan: het bestemmingsplan Vollenhove ‐ Oppen Swolle 1 met identificatienummer NL.IMRO.1708.VLHOppenSwolle1BP‐ON01; 1.3 aan huis verbonden bedrijf: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de wo‐ ning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activi‐ teiten; 1.4 aan huis verbonden beroep: een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbe‐ treffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten; 1.5 aanduiding: