Bestemmingsplan Marijenkampen nabij Ongeleg 5.pdf
Tekst van het document
Alle door opdrachtnemer geleverde zaken, daaronder eventueel mede begrep en ontwerpen, schetsen, tekeningen, films, software, (elektronische) bestanden, enz., blijven eigendom van opdrachtnemer totdat de opdrachtgever alle navolgende verplichtingen uit alle met opdrachtnemer gesloten opdrachten is nagekomen. 2. De opdrachtgever is niet bevoegd de onder het eigendomsvoorbehoud vallende zaken te verpanden noch op enige andere wijze te bezwaren. 3. Indien derden beslag leggen op de onder eigendomsvoorbehoud ge leverde zaken danwel rechten daarop willen vestigen of doen gelden, is opdrachtgever verplicht opdrachtnemer zo snel als redelijkerwijs verwacht mag worden daarvan op de hoogte te stellen. 4. De opdrachtgever verplicht zich de onder eigendomsvoorbehoud gelever de zaken te verzekeren en verzekerd te houden tegen brand, ontploffings,- en waterschade alsmede tegen diefstal en de polis van deze verzekering op eerste verzoek ter inzage te geven. 5. Door opdrachtnemer geleverde zaken, die krachtens het onder 1. van dit artikel bepaalde onder het eigendomsvoorbehoud vallen, mogen slechts in het kader van een normale bedrijfsuitoefening worden doorverkocht en nimmer als betaalmiddel worden gebruikt. 6.
Voor het geval dat opdrachtnemer zijn in dit artikel aangeduide eigendomsrech ten wil uitoefenen, geeft de opdrachtgever reeds nu onvoorwaardelijke en niet herroepbare toestemming aan opdrachtnemer of door deze aan te wijzen derden om al die plaatsen te betreden waar de eigendommen van opdrachtnemer zich bevinden en die zaken mede terug te nemen. Artikel 12 Onderzoek, reclames en klachten 1. Klachten over de verrichte werkzaamheden dienen door de opdrachtgever binn en twee weken na factuurdatum, doch uiterlijk binnen drie weken na voltooiing van de betreffende werkzaamheden schriftelijk te worden gemeld aan opdrachtnemer. De ingebrekestelling dient een zo gedetailleerd mogelijke omschrijving van de tekortkoming te bevatten, zodat opdrachtnemer in staat is adequaat te reageren. 2. Indien een klacht gegrond is, zal opdrachtnemer de werkzaamheden alsnog verri chten zoals overeengekomen, tenzij dit reeds voor de opdrachtgever aantoonbaar zinloos is geworden. Dit laatste dient door de opdrachtgever schriftelijk kenbaar te worden gemaakt. 3. Indien het alsnog verrichten van de overeengekomen werkzaamheden niet mee r mogelijk of zinvol is, zal opdrachtnemer slechts aansprakelijk zijn binnen de grenzen van artikel 16. Artikel 13 Opzegging 1. Beide partijen kunnen de overeenkomst te allen tijde eenzijdig beëindige n. 2.
Voortijdige beëindiging dient gemotiveerd en schriftelijk bevest igt te worden 3. Bij voortijdige beëindiging door opdrachtgever heeft opdrachtnemer recht op comp ensatie van het geoffreerde werk, waarbij de tot dan toe gemiddelde maandelijkse declaratie het uitgangsbedrag is. De voorlopige resultaten van de tot dan toe verrichte werkzaamheden zullen onder voorbehoud ter beschikking worden gesteld aan opdrachtgever. 4. Bij voortijdige beëindiging door opdrachtgever zal opdrachtnemer desgevraagd e n in overleg met opdrachtgever zorgdragen voor overdracht van nog te verrichten werkzaamheden aan derden 5. Indien de overdracht van de werkzaamheden voor opdrachtnemer extra kosten met zich meebr engt, worden deze aan opdrachtgever in rekening gebracht. Artikel 14 Opschorting en ontbinding 1. Opdrachtnemer is bevoegd de nakoming van de verplichtingen op te schorte n of de opdracht te ontbinden, indien: - Opdrachtgever de verplichtingen uit de opdracht niet of niet volledig nakomt. - Na het sluiten van de opdracht opdrachtnemer ter kennis gekomen omstandigheden goede grond geven te vrezen dat de opdrachtgever de verplichtingen niet zal nakomen. In geval er goede grond bestaat te vrezen dat de opdrachtgever slechts gedeeltelijk of niet behoorlijk zal nakomen, is de opschorting slechts toegelaten voor zover de tekortkoming haar rechtvaardigt.
618B19 - Opdrachtgever bij het sluiten van de opdracht verzocht is zekerheid te stellen voor de voldoening van zijn verplichtingen uit de opdracht en deze zekerheid uitblijft of onvoldoende is. 2. Voorts is opdrachtnemer bevoegd de opdracht te (doen) ontbinden indien zi ch omstandigheden voordoen die van dien aard zijn dat nakoming van de opdracht onmogelijk of naar maatstaven van redelijkheid en billijkheid niet langer kan worden gevergd dan wel indien zich anderszins omstandigheden voordoen die van dien aard zijn dat ongewijzigde instandhouding van de opdracht in redelijkheid niet mag worden verwacht. 3. Indien de opdracht wordt ontbonden zijn de vorderingen van opdrachtnemer op de opdrachtgever onmiddellijk opeisbaar. Indien opdrachtnemer de nakoming van de verplichtingen opschort, behoudt hij zijn aanspraken uit de wet en opdracht. 4. Opdrachtnemer behoudt steeds het recht schadevergoeding te vorderen. Artikel 15 Teruggave ter beschikking gestelde zaken 1. Indien opdrachtnemer aan opdrachtgever bij de uitvoering van de opdracht zaken ter bes chikking heeft gesteld is opdrachtgever gehouden het geleverde op diens schriftelijke verzoek binnen 14 dagen in oorspronkelijke staat, vrij van gebreken en volledig te retourneren. Indien de opdrachtgever deze verplichting niet nakomt zijn alle hieruit voortvloeiende kosten voor zijn rekening. 2.
Indien opdrachtgever, om welke reden ook, na daartoe strekkende aanmaning, alsnog in ge breke blijft met de onder 1. genoemde verplichting, heeft opdrachtnemer het recht de daaruit voortvloeiende schade en kosten, waaronder de kosten van vervanging, op opdrachtgever te verhalen. Artikel 16 Aansprakelijkheid 1. Voor elke door opdrachtnemer aanvaarde opdracht geldt dat sprake is van een inspanningverplichting. Opdrachtnemer kan nimmer aansprakelijk gesteld worden voor niet behaalde resultaten. Opdrachtnemer is uitsluitend aansprakelijk voor tekortkomingen in de uitvoering van de opdracht die het gevolg zijn van onzorgvuldigheid en ondeskundigheid bij het uitvoeren van opdrachten. 2. Indien opdrachtnemer aansprakelijk is voor directe schade, dan is die aansprake lijkheid beperkt tot maximaal het declaratiebedrag. Aansprakelijkheid is te allen tijde beperkt tot maximaal het bedrag van de door de assuradeur van opdrachtnemer in het voorkomende geval te verstrekken uitkering. 3. In afwijking van hetgeen onder 2. van dit artikel is bepaald, wordt bij een opdracht met ee n langere looptijd dan zes maanden, de aansprakelijkheid verder beperkt tot het over de laatste zes maanden verschuldigde honorariumgedeelte. 4.
In geen geval kan aanspraak worden gedaan op vergoeding van schade veroorzaakt door derving van inkomsten van opdrachtgever (op enigerlei wijze dan ook ontstaan) of op indirecte schade en gevolgschade. 5. Opdrachtgever kan beroep doen op een tekortkoming in de uitvoering van de opdracht indien deze binnen drie maanden na afronding van de opdracht door opdrachtgever schriftelijk is kenbaar gemaakt. Artikel 17 Vrijwaringen 1. Opdrachtgever vrijwaart opdrachtnemer voor aanspraken van derden met betrekking tot rechte n van intellectuele eigendom op door de opdrachtgever verstrekte materialen of gegevens, die bij de uitvoering van de opdracht worden gebruikt. 2. Indien opdrachtgever aan opdrachtnemer informatiedragers, elektronische bestande n of software etc. verstrekt, garandeert deze dat de informatiedragers, elektronische bestanden of software vrij zijn van virussen en defecten. Artikel 18 Risico-overgang Het risico van verlies of beschadiging van de zaken die voorwerp van de opdracht zijn, gaat op opdrachtgever over op het moment waarop deze aan opdrachtgever juridisch en/of feitelijk worden geleverd en daarmee in de macht van opdrachtgever of van een door opdrachtgever aan te wijzen derden worden gebracht. Artikel 19 Overmacht 1.
Partijen zijn niet gehouden tot het nakomen van enige verplichting, indien z ij daartoe gehinderd worden als gevolg van een omstandigheid die niet is te wijten aan schuld, en noch krachtens de wet, een rechtshandeling of in het verkeer geldende opvattingen voor hun rekening komt. 2. Onder overmacht wordt in deze algemene voorwaarden verstaan naast hetgeen daaromtren t in de wet en jurisprudentie wordt begrepen, alle van buiten komende oorzaken, voorzien of niet voorzien, waarop opdrachtnemer geen invloed kan uitoefenen, doch waardoor opdrachtnemer niet in staat is de verplichtingen na te komen. Werkstakingen in het bedrijf van opdrachtnemer, ziekte en/of arbeidsongeschiktheid daaronder begrepen. 3. Opdrachtnemer heeft ook het recht zich op overmacht te beroepen, indien de omstan digheid die (verdere) nakoming verhindert, intreedt nadat opdrachtnemer zijn verplichtingen had moeten nako men. 4. Partijen kunnen gedurende de periode dat de overmacht voortduurt de verplich tingen uit de opdracht opschorten. 618B19 Indien deze periode langer duurt dan twee maanden is ieder van de partijen gerechtigd de opdracht te ontbinden, zonder verplichting tot vergoeding van schade aan de andere partij. 5.
Voorzover opdrachtnemer ten tijde van het intreden van overmacht inmiddels gedeelte lijk zijn verplichtingen uit de opdracht is nagekomen of deze zal kunnen nakomen, en aan het nagekomen respectie velijk na te komen gedeelte zelfstandige waarde toekomt, is opdrachtnemer gerechtigd om het reeds nagekomen respectievelijk na te komen gedeelte apart te declareren. Opdrachtgever is gehouden deze declaratie te voldoen als ware het een afzonderlijke opdracht. Artikel 20 Geheimhouding 1. Beide partijen zijn verplicht tot geheimhouding van alle vertrouwelijke informatie die zij in het kader van hun opdracht van elkaar of uit andere bron hebben verkregen. Informatie geldt als vertrouwelijk als dit door de andere partij is medegedeeld of als dit voortvloeit uit de aard van de informatie. 2. Indien, op grond van een wettelijke bepaling of een rechterlijke uitspraak, opd rachtnemer gehouden is vertrouwelijke informatie aan door de wet of de bevoegde rechter aangewezen derden mede te verstrekken, en opdrachtnemer zich ter zake niet kan beroepen op een wettelijk dan wel door de bevoegde rechter erkend of toegestaan recht van verschoning, dan is opdrachtnemer niet gehouden tot schadevergoeding of schadeloosstelling en is de wederpartij niet gerechtigd tot ontbinding van de opdracht op grond van enige schade, hierdoor ontstaan. Artikel 21 Intellectuele eigendom en auteursrechten 1.
Onverminderd het overigens in deze algemene voorwaarden bepaalde behou dt opdrachtnemer zich de rechten en bevoegdheden voor die opdrachtnemer toekomen op grond van de Auteurswet. 2. Modellen, methodieken en instrumenten die ontwikkeld en/of toegep ast worden door opdrachtgever voor de uitvoering van de opdracht, zijn en blijven eigendom van opdrachtnemer. Publicatie of andere vormen van openbaarmaking hiervan kan alleen na verkregen schriftelijke toestemming van opdrachtnemer. 3. Alle door opdrachtnemer verstrekte stukken, zoals rapporten, adviezen, op drachten, ontwerpen, schetsen, tekeningen, software enz. ten behoeve van de opdrachtgever, zijn te gebruiken door de opdrachtgever en zijn te vermenigvuldigen door opdrachtgever ten behoeve van eigen gebruik in de eigen organisatie. Alle door opdrachtnemer verstrekte stukken mogen niet door opdrachtgever zonder voorafgaande toestemming van opdrachtnemer openbaar worden gemaakt, of ter kennis van derden gebracht, tenzij uit de aard van de verstrekte stukken anders voortvloeit. 4. Opdrachtnemer behoudt het recht de door de uitvoering van de werkzaamheden toegenomen kennis voor andere doeleinden te gebruiken, voorzover hierbij geen vertrouwelijke informatie ter kennis van derden wordt gebracht.
Artikel 22 Overig Gedurende de opdracht en tot twee jaar na beëindiging van een opdracht, is het opdrachtgever niet toegestaan om professionals die namens of vanuit opdrachtnemer bij de uitvoering betrokken zijn geweest betaalde werkzaamheden (al dan niet op basis van een dienstverband) aan te bieden. Op overtreding van deze regel staat een boete van € 100.000,00, zegge: honderdduizend euro. Artikel 23 Geschillen 1. In geval van geschillen, voortvloeiend uit deze overeenkomst of uit daarop voortb ouwende overeenkomsten, zullen partijen trachten deze in eerst instantie samen op te lossen. Als er geen ove reenstemming wordt bereikt zal er mediation plaats vinden. 2. Indien het onmogelijk gebleken is een geschil als hiervoor bedoeld op te lossen met behulp van mediation, zal dat geschil worden beslecht door de bevoegde rechter. Artikel 24 Toepasselijk recht Op elke opdracht tussen opdrachtnemer en de opdrachtgever is Nederlands recht van toepassing; ook indien opdrachtgever woonachtig of gevestigd is in het buitenland. Artikel 25 Wijzigingen Deze voorwaarden zijn gedeponeerd ten kantore van de Kamer van Koophandel waaronder de opdrachtnemer ressorteert. Van toepassing is steeds de laatst gedeponeerde versie c.q. de versie zoals die gold ten tijde van het totstandkomen van de opdracht.
Aldus opgemaakt te Achlum 1 januari 2017 bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 51 Bijlage 3 Inrichtingstekening bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 52 N 22.503 37.495 11.204 8.332 14.000 3.000 Situatie schaal 1 à 500 kad.bek. gemeente Steenwijk sectie L nr. 327 Ongeleg ? 8339 SK Marijenkampen houtwalletje verhoogde wal met bomen trafo houtwal verhoogde wal met bomen glooiend landschap 5 10 7 erfgr ens slootje slootje hekwerk hekwerk Ongeleg nieuwe inrit bijgebouw: garage/berging, later uit te werken inrit en slootje vervallen fruitbomen terras tuin halfverharding moestuin weide woning bestaande bebouwing (kippenschuur) ca. 540 m2 te slopen bestaande inritten en verhardingen vervallen hazelaar definitief dd. 19-02-2020 KALENBERG NOORD 25 8377 HA KALENBERG 0561 477445 FAX 477337 ALETTA JONGSCHAAP ARCHITECT A. V. B. schaal: datum: gewijz: aanvraag omgevingsvergunning: tek. nr. B MK5 Woning ter vervanging van kippenschuur PV panelen 1.65x0.992m 7 stuks zonnecollector 2 stuks 7.500 1.000 14.000 320 4.500 100 1.000 1.200 100 900 100 2.360 100 3.000 320 320 4.760 100 3.000 320 8.500 320 2.784 100 1.150 100 3.726 320 320 4.500 2.026 100 2.500 100 4.134 320 4.550 5.060 3.750 4.820 9.180 1.500 A A B B B1 mk warmtepomp +boiler wasm.
keuken 1.04 slaapkamer 1.07 badkamer 1.08 slaapkamer 1.06 bijkeuken 1.05 woonruimte 1.03 hal 1.01 toilet 1.02 woning: bruto 114 m2 en 528 m3 vanaf peil=0 (562 m3 vanaf 300-peil) vr kast vr vr vr C C A A B B B1 C C werkruimte 2.02 vide 2.01 slaapkamer 2.03 dakramen 780x1180 tuimelvensters wandje wandje met leuning vrD vrDvrD vrD 01 02 ±0 +3.335 snijpunt o.k. dakplaat +6.350 +2.335 ± +6.800 45o Rc=3.5 Rc=4.58 Rc=6.0 45o 03 04 2.500 ±0 ± +6.800 2.150 snijpunt o.k. dakplaat +6.350 +2.100 +2.335 +2.750 2.400 2.400 4.200 1.500 Rc=3.5 Rc=4.82 Rc=6.0 vloer 30 min. op bezwijken bij brand 05+2.750 +2.335 925 3.865 7.315 1.500 6.415 2.400werkruimte slaapkamervide 45o evt. knieschot N 22.503 37.495 11.204 8.332 14.000 3.000 Situatie schaal 1 à 500 kad.bek. gemeente Steenwijk sectie L nr. 327 Ongeleg ? 8339 SK Marijenkampen houtwalletje verhoogde wal met bomen trafo houtwal verhoogde wal met bomen glooiend landschap 5 10 7 er fgren s slootje slootje hekwerk hekwerk Ongeleg nieuwe inrit bijgebouw: garage/berging, later uit te werken inrit en slootje vervallen fruitbomen terras tuin halfverharding moestuin weide woning bestaande bebouwing (kippenschuur) ca.
540 m2 te slopen bestaande inritten en verhardingen vervallen houtwal hazelaar Voorgevel= noord Rechtergevel= west Achtergevel= zuid Linkergevel= oost Begane grond 1e verdieping Doorsnede A-A Doorsnede B-B Doorsnede C-CDoorsnede B1-B1 1 1 à 100 04-12-2019 plattegronden,gevels,doorsneden,situatie 19-02-2020situatie gewijzigd bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 53 Bijlage 4 Kennisgeving buren bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 54
bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 55 Bijlage 5 Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 56
bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 57 Bijlage 6 Quickscan Flora en Fauna bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 58 QUICKSCAN FLORA EN FAUNA ONGELEG | MARIJENKAMPEN ADVISEUR Ir. SICCO JANSEN 23-11-2019 | VERSIE 1.0 2 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 Adviseurs: Ir. Sicco Jansen | controle 06 - 26 955 898 info@groenadviseurs.nl Kevin Hams | veldonderzoek | rapportage info@groenadviseurs.nl Opdrachtgever: Dhr.Alferink Jansen&Jansen Groenadviesbureau Velddijk 7a, Holten www.groenadviseurs.nl Versie: 1.0 Datum: 23 november 2019 © Jansen & Jansen Groenadviesbureau, Holten. Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitzonderingen door de wet gesteld, mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbenden niets uit dit document worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale repro - ductie of anderszins. QUICKSCAN FLORA EN FAUNA | MARIJENKAMPEN
3 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 1 INLEIDING 04 2 WERKWIJZE 05 3 WETTELIJK KADER 06 4 RESULTATEN 08 5 INGREEP 10 6 TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING 11 7 CONCLUSIE & ADVIES 12 LITERATUUR BIJLAGE 1 - Overzichtskaart/projectgebied BIJLAGE 2 - Foto impressie van het plangebied INHOUDSOPGAVE 4 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 INLEIDING1 1.1 AANLEIDING Jansen & Jansen Groenadviesbureau is door een opdrachtgever gevraagd om een quickscan flora en fauna uit te voeren voor de sloop van een oude kippenschuur gelegen op een perceel tussen Ongeleg 5 en 7 in Marijenkampen en de bouw van een nieuwe woning op de vrijgekomen lo - catie. Met deze quickscan wordt een inschatting van de effecten van de voorgenomen ontwik - keling gemaakt op door de Wet natuurbescherming beschermde flora en fauna. De quickscan levert hiernaast adviezen op die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen.
1.2 DOEL In deze quickscan worden de volgende vragen beantwoord: • Welke, door de Wet natuurbescherming beschermde flora en fauna komen (potentieel) voor in het plangebied(H4)? • Welke negatieve effecten kunnen de (potentieel) aanwezige flora en fauna ondervinden van de voorgenomen ingreep(H4)? • Wordt met het uitvoeren van de voorgenomen ingreep de Wet natuurbescherming overtre- den(H6)? • Welke vervolgstappen zijn noodzakelijk om projectvertraging te minimaliseren en om over - treding van de Wet natuurbescherming te voorkomen(H7)? 1.3 PLANGEBIED Het plangebied omvat een perceel gelegen tussen Ongeleg 5 en 7 in Marijenkampen. De omge- ving van het plangebied bestaat uit een tamelijk open agrarisch landschap, opgebouwd uit een mix van weiland, akkerland, vrij liggende erven met erfbeplanting en doorgaande houtsingels op perceelsgrenzen. Het projectgebied zelf bestaat uit een oude te slopen kippenschuur met een grasstrook, bestrating en een groenstrook van bomen en struiken. Zie bijlage 1 voor een kaart van het plangebied en bijlage 2 voor een foto overzicht van het plangebied.
Binnen het plangebied (het deel van het perceel waar de voorgenomen ingreep invloed op heeft) zijn de volgende ecotopen/onderdelen aanwezig: • Oude kippenschuur: Open constructie, enkelwandig deels beton en deels houtwerk, dak van golfplaten zonder dakbeschot, geen betimmeringen met ruimten en spleten, stal is vrijwel leeg van binnen; • Groenstrook: Bestaande uit enkele struiken en bomen zoals klimop, berken en coniferen. • Omliggend terrein: Open landschap van landbouw/akkerbouwvelden met laanbeplanting en woningen/erven. 5 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 WERKWIJZE2 Het onderzoek is op de volgende wijze uitgevoerd: [1] Op 19 november 2019 is het plangebied door K. Hams bezocht. In het plangebied zijn ruimtelijke structuren en ecotopen geïnventariseerd. Er is zoveel mogelijk concrete informatie verzameld met betrekking tot de aan- of afwezigheid van beschermde soorten. Hiervoor is gezocht naar onder meer zicht- en geluidswaarnemingen, uitwerpselen, nesten, krabsporen en pootafdrukken etc. Tijdens het onderzoek is van de volgende hulpmiddelen gebruik gemaakt: • verrekijker; • camera; • zaklamp. [2] Vervolgens is een literatuurstudie uitgevoerd. De literatuurstudie richt zich op bekende (versprei- dings) gegevens die relevant zijn voor het voorkomen van beschermde flora- en fauna op de locatie (Wet natuurbescherming).
De gegevens over voorkomen van beschermde flora- en fauna zijn te vinden in onder meer soortgroepen atlassen en internet. Ook zijn de gegevens van de Nationale Databank Flora en Fauna geraadpleegd. [3] Aan de hand van de gegevens uit de literatuurstudie en het veldbezoek kan een inschatting gemaakt worden welke beschermde flora en fauna in het plangebied of in de nabijheid van het plangebied aanwezig zijn. Vervolgens kan met deze gegevens een inschatting worden gemaakt wat de invloed van de voorgenomen ingreep is op de gevonden natuurwaarden. [4] Uiteindelijk wordt getoetst of de verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming worden overtreden. Aanvullend worden een aantal bondige adviezen gegeven die betrekking hebben op de te volgen procedures en handelingen. Bijvoorbeeld over het uitvoeren van een aanvullend onderzoek of het aanvragen van een ontheffing. 6 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 3 WETTELIJK KADER In dit hoofdstuk wordt kort de Wet natuurbescherming beschreven en de toepassing op de be - scherming van soorten. 3.1 WET NATUURBESCHERMING Doelstelling van de Wet natuurbescherming in het kader van soortbescherming is het bescher - men en ontwikkelen van natuur, mede vanwege de intrinsieke waarden, en het behouden en herstellen van biologische diversiteit. Het uitgangspunt van de wet is ‘nee, tenzij’.
Dit betekent dat activiteiten met een schadelijk effect op beschermde soorten in principe verboden zijn. Van het verbod op schadelijke handelingen (‘nee’) kan onder voorwaarden (‘tenzij’) worden afgewe- ken, met een ontheffing of vrijstelling. Het verlenen hiervan valt onder de bevoegdheid van de provincie. Daarnaast erkent de wet dat ook dieren die geen direct nut opleveren voor de mens van onvervangbare waarde zijn: de erkenning van de intrinsieke waarde van het in het wild le - vende dier. Deze erkenning is terug te vinden in de zorgplicht. 3.1.1 Zorgplicht Voor alle flora en fauna die in het wild voorkomen geldt een algemene zorgplicht. Deze zorg - plicht houdt in dat iedereen voldoende zorg in acht moet nemen met betrekking tot in het wild levende flora en fauna en het leefgebied van deze flora en fauna. Voor de uitvoer van hande - lingen (bijvoorbeeld ruimtelijke ontwikkelingen) betekent dit dat voorafgaand aan de uitvoer er inzicht moet zijn in de aanwezige flora en fauna en wat het effect van de handelingen is op de aanwezige flora en fauna. Negatieve effecten op de aanwezige flora en fauna moeten in alle gevallen tot het minimale worden beperkt, ook als er een vrijstelling is voor bepaalde soorten, of als een ontheffing is verleend. 3.1.2 Beschermingsregimes De Wet natuurbescherming kent verschillende beschermingsregimes.
Er is een apart bescher - mingsregime voor soorten die vallen onder de Vogelrichtlijn, een apart beschermingsregime voor soorten die vallen onder de Habitatrichtlijn, het Verdrag van Bonn en het Verdrag van Bern. Daarnaast is er een apart beschermingsregime voor soorten die vanuit een nationaal belang beschermd worden. Elk beschermingsregime kent zijn eigen ver - bodsbepalingen en vereisten aan ontheffingen of vrijstellingen. De verschillende beschermings - regimes zijn in de Wet natuurbescherming vertaald naar de volgende categorieën: 1. Alle van nature in Nederland in het wild levende vogels zijn beschermd onder het bescher - mingsregime van de Europese Vogelrichtlijn (paragraaf 3.1); 2. Soorten, niet vogels zijnde, van de Europese Habitatrichtlijn bijlage IV onderdeel a, het Ver - drag van Bern bijlage II en het Verdrag van Bonn bijlage I, voor zover hun natuurlijke versprei- dingsgebied zich in Nederland bevindt (paragraaf 3.2); 3. ‘Andere soorten’, waaronder soorten die vanuit nationaal belang bescherming behoeven (paragraaf 3.3). 7 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 Tabel met een overzicht van de verbodsbepalingen per beschermingsregime. 3.1.3 Ontheffingen en vrijstellingen Het is mogelijk om in bepaalde gevallen verbodsbepalingen van de Wet natuurbescherming mid- dels een ontheffing of vrijstelling te ontwijken.
Om in aanmerking te komen voor een ontheffing of vrijstelling moet aan drie eisen/criteria worden voldaan: • Er is geen andere bevredigende oplossing voorhanden om overtreding van een verbodsarti - kel te voorkomen; • De handelingen worden uitgevoerd in het kader van een wettelijk belang. Voorbeelden van dergelijke belangen zijn ruimtelijke ontwikkeling, bestendig beheer en volksgezondheid; • De handelingen als geheel mogen geen afbreuk doen aan de gunstige staat van instandhou- ding van een soort. Categorie 1 (§ 3.1) Categorie 2 (§ 3.2) Categorie 3 (§ 3.3) Art 3.1 lid 1 Het is verboden in het wild levende vogels opzettelijk te doden of te vangen Art 3.5 lid 1 Het is verboden soorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied op- zettelijk te doden of te vangen Art 3.10 lid 1a Het is verboden soorten opzettelijk te doden of te vangen Art 3.1 lid 2 Het is verboden opzettelijk nesten, rustplaatsen en eieren van vogels te vernielen of te beschadigen, of nes- ten van vogels weg te nemen Art 3.5 lid 4 Het is verboden de voortplantings- plaatsen of rustplaatsen van dieren te beschadigen of te vernielen Art 3.10 lid 1b Het is verboden de vaste voortplan- tingsplaatsen of rustplaatsen van dieren opzettelijk te beschadigen of te vernielen Art 3.1 lid 3 Het is verboden eieren te rapen en deze onder zich te hebben Art.
3.5 lid 3 Het is verboden eieren van dieren in de natuur opzettelijk te vernielen of te rapen Art 3.1 lid 4 en lid 5 Het is verboden vogels opzettelijk te storen, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffen- de vogelsoort Art 3.5 lid 2 Het is verboden dieren opzettelijk te verstoren Art 3.5 lid 5 Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzame- len, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen Art 3.10 lid 1c Het is verboden plantensoorten in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzettelijk te plukken en te verzame- len, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen 8 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 4 RESULTATEN 4.1 SOORTBESCHERMING 4.1.1 Flora In het plangebied zijn geen sporen van beschermde flora aangetroffen. Het plangebied bestaat uit een oude kippenschuur met een grasstrook, bestrating en een bomenrij; geen specifiek ge - schikte standplaats voor beschermde flora. De aanwezigheid van beschermde flora kan worden uitgesloten. 4.1.2 Amfibieën, vissen en reptielen In het plangebied zijn tijdens het veldonderzoek geen amfibieën, vissen of reptielen aangetrof - fen. In het plangebied is geen water of broedhopen (hopen takken/bladeren) aanwezig.
De aan- wezigheid van (beschermde) amfibieën, vissen en reptielen kan worden uitgesloten op basis van fysieke ongeschiktheid van het plangebied. 4.1.3 Vogels Tijdens het veldonderzoek is het plangebied nauwkeurig onderzocht op de aanwezigheid van (of sporen van) vogels met jaarrond beschermde verblijfplaatsen. Hierbij is specifiek gelet op de (mo- gelijke) aanwezigheid van huismussen, zwaluwen en uilen. Sporen of aanwijzingen voor de aan- wezigheid van verblijfplaatsen van huismussen, zwaluwen of uilen in de te slopen schuur werden niet aangetroffen. De aanwezigheid van jaarrond beschermde verblijfplaatsen van huismussen, zwaluwen (gierzwaluw, boerenzwaluw en huiszwaluw) en uilen kan redelijkerwijs worden uit - gesloten. Dit door het ontbreken van sporen en aanwijzingen tijdens het veldonderzoek* (uilen, huiszwaluw, boerenzwaluw, huismus) en doordat het dak van de te slopen schuur fysiek vrijwel ongeschikt is (golfplaten zonder dakbeschot). Naast verblijfplaatsen van de genoemde soorten, kan ook de aanwezigheid van andere jaarrond beschermde verblijfplaatsen in het plangebied worden uitgesloten. Wel is het mogelijk dat algemene broedvogels tijdens het broedseizoen verblijfplaatsen hebben in de houtsingel op de perceelsgrens met de weg. *Door de open structuur van de bebouwing kon het plangebied goed worden onderzocht. De genoemde soorten laten relatief veel sporen achter.
4.1.4 Zoogdieren Tijdens het veldonderzoek zijn geen sporen aangetroffen die duiden op de aanwezigheid van (beschermde) zoogdieren in het plangebied. Hierbij is specifiek gelet op de aanwezigheid en spo- ren (uitwerpselen) van vleermuizen en steenmarters. Sporen van vleermuizen werden niet aange- troffen. De aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen kan redelijkerwijs worden uitge - sloten. Dit op basis van fysieke onaantrekkelijkheid van de bebouwing. De bebouwing is tochtig, is vrijwel kaal van binnen, heeft enkele wanden (zonder spleten en ruimten) en een dak zonder dakbeschot (zie foto’s bijlage 2). Naast de aanwezigheid van verblijfplaatsen van vleermuizen, kan ook de aanwezigheid van verblijfplaatsen van de steenmarter worden uitgesloten. Dit op basis van het ontbreken van geschikte wegkruipplekken en het ontbreken van sporen tijdens het veldonderzoek (het plangebied was goed te onderzoeken). Naast de bovengenoemde door de Wet natuurbescherming beschermde functies, zijn er verder ook geen andere beschermende functies in het plangebied te verwachten, waaronder beschermde verblijfplaatsen van kleine marterachtigen en egels. Hiervoor ontbreken in het plangebied geschikte wegkruipplekken (bij - voorbeeld bladhopen, dichte struiken of takhopen). 9 MARIJENKAMPEN .
23-11-2019 Wel is het mogelijk dat enkele algemene grondgebonden zoogdiersoorten zoals de egel de rode eekhoorn en enkele algemene muissoorten gebruik kunnen maken van het plangebied (voornamelijk de bomenrij) als foerageergebied. Ook kunnen enkele vleermuissoorten boven het plangebied foerageren. Het plangebied zal in dat geval een onbelangrijk onderdeel vormen van een groter foerageergebied. Op basis van gegevens uit literatuurstudie, geschiktheid van het plangebied en ervaringen van de onderzoeker is hieruit de onderstaande matrix ingevuld voor vleermuizen (zie tabel 1). 4.1.5 Libellen en dagvlinder In het plangebied ontbreekt voor (beschermde) libellen en vlinders geschikt leefgebied. De aan - wezigheid van (beschermde) libellen en dagvlinders kan dan ook redelijkerwijs worden uitgeslo- ten. 4.1.6 Overige ongewervelden In het plangebied ontbreekt voor overige ongewervelden geschikt leefgebied. De aanwezigheid van overige ongewervelden kan dan ook redelijkerwijs worden uitgesloten. Tabel 1: Matrix mogelijk voorkomende vleermuizen in/nabij het plangebied.
Zomerverblijfplaats Kraamverblijfplaats Paarverblijfplaats Winterverblijfplaats Vliegroute Foerageergebied Gewone dwergvleermuis Ruige dwergvleermuis Rosse vleermuis Laatvlieger Gewone grootoorvleermuis Watervleermuis Meervleermuis Baardvleermuis Komt potentieel voor Geen negatief effect te verwachten Wel negatief effect te verwachten 10 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 5 INGREEP De voorgenomen plannen bestaan uit de sloop van een oude kippenschuur en de realisatie van een woning op de vrijgekomen locatie. Hierbij is het ook aannemelijk dat er waar nodig enkele ingrepen zullen plaatsvinden in de bomenrij om ruimte te maken voor de woning. Wel is het de doelstelling om de bomenrij zoveel mogelijk intact te laten. Verdere wijzigingen in de omgeving zijn niet ter sprake. Zie voor een eerste schets van de toekomstige ingreep de onderstaande te - kening. N 7.000 5.700 1.500 12. 700 17 .200 22.503 7.000 12.760 11.674 15.137 7.329 Situatie schaal 1 à 500 kad.bek. gemeente Steenwijk sectie L nr.
327 Ongeleg ? 8339 SK Marijenkampen houtwalletje verhoogde wal met bomen trafo houtwal verhoogde wal met bomen glooiend landschap 5 10 7 er fgrens slootje slootje hekwerk hekwerk Ongeleg nieuwe inrit schuur: nog uit te werken stukje wal weghalen met ±2 bomen inrit en slootje vervallen wal+bomen verlengen fruitbomen terras tuin halfverharding moestuinweide bomen opsnoeien woning bestaande bebouwing (kippenschuur) te slopen bestaande inritten en verharding vervallen In rood: nieuwe toestand en aanpassingen terrein Toelichting: -woning wordt geplaatst in het bestaande bebouwingslint -schuur op ±6 meter van de woning (nog uit te werken) -woning rechts op het perceel: ons inziens landschappelijk en qua erfinrichting goed passende situering verhoogde wal met bomen (langs het Ongeleg) kan dan bijna geheel intact blijven -ontwerp woning: in de sfeer van de oorspronkelijke koloniehuisjes houtwal bebouwing is ca. 540 m2 dd. 10-10-2019 11 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 6 TOETSING AAN DE WET NATUURBESCHERMING Op basis van de resultaten van deze quickscan en de te verwachten effecten van de ingreep is een toetsing aan de Wet natuurbescherming uitgevoerd. Hierdoor is duidelijk geworden voor welke soorten mogelijk een negatief effect optreedt en of hiervoor aanvullend onderzoek dan wel een ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming vereist is.
6.1 SOORTBESCHERMING Op basis van de resultaten van deze quickscan en de te verwachten effecten van de ingreep is duidelijk geworden dat het redelijkerwijs kan worden uitgesloten dat jaarrond beschermde, vaste rust- en verblijfplaatsen van vogels, zoogdieren, beschermde standplaatsen van planten of ande- re door de Wet natuurbescherming beschermde waarden verloren gaan. Wel moet er rekening gehouden worden met de aanwezigheid van nesten van algemene broed- vogels tijdens het broedseizoen. Actieve nesten van vogels zijn altijd beschermd door de Wet na- tuurbescherming. Verstorende werkzaamheden, waaronder slopen en het kappen van bomen, moeten worden uitgevoerd buiten de piek van het broedseizoen. De piek van het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 augustus. 12 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 7 CONCLUSIE & ADVIES • Overtreding van de Wet natuurbescherming kan redelijkerwijs worden uitgesloten; • De werkzaamheden kunnen worden uitgevoerd conform projectplanning; • Wel moet er rekening gehouden worden met de aanwezigheid van nesten van algemene broedvogels tijdens het broedseizoen. Actieve nesten van vogels zijn altijd beschermd door de Wet natuurbescherming. Verstorende werkzaamheden, waaronder slopen en het kappen van bomen, moeten worden uitgevoerd buiten de piek van het broedseizoen. De piek van het broedseizoen loopt globaal van 15 maart tot 15 augustus.
13 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 LITERATUUR: LITERATUUR • Broekhuizen, S., Hoekstra, B., V. van Laar, C. Smeenk, & J.B.M. Thissen, 1992. Atlas van de Nederlandse zoogdieren. KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Limpens, H.J.G.A., K. Mostert & W. Bongers, 1997. Atlas van de Nederlandse vleermuizen; Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Vogelbescherming Nederland 2004. Rode Lijst Nederlandse broedvogels. • Gedragscode Ruimtelijke ontwikkeling & inrichting, Vereniging Stadswerk Nederland, Vak - groep Groen, Natuur en Landschap, 2011-2015. • Vleermuizen; Onderzoek naar verspreiding en ecologie. KNNV Uitgeverij, Utrecht. • Kennisdocument soortenbescherming, BIJ12,Provincies. WEBSITES • www.floron.nl • www.ravon.nl • www.synbiosys.alterra.nl/natura2000/gebiedendatabase.aspx • www.florafaunawet.stowa.nl • www.rijksoverheid.nl • www.telmee.nl • www.zoogdieratlas.nl • www.waarneming.nl • www.zoogdiervereniging.nl 14 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 Overzichtskaart/projectgebied BIJLAGE 1 QUICKSCAN Schaal: n.v.t. Formaat: A3 Datum: 21-11-2019 Themakaart: Projectgebied blad 1/1 Te slopen berging Plangebied 15 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 BIJLAGE 2 Foto impressie van het plangebied 16 MARIJENKAMPEN . 23-11-2019 Overzicht Overzicht Overzicht Overzicht 17 MARIJENKAMPEN .
23-11-2019 Binnenzijde stal Binnenzijde stal Detail betimmeringen, kopse zijde Contact JANSEN&JANSEN groenadviesbureau Velddijk 7a, Holten www.groenadviseurs.nl bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 59 Bijlage 7 Verkennend bodemonderzoek bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 60 Rapport Verkennend bodemonderzoek (conform NEN 5740) Ongeleg 5 te Marijenkampen (toekomstig woonperceel Ongeleg 5a Marijenkampen) Opdrachtgever: De heer en mevrouw Alferink Ten Holtheweg 38 8341 PG Steenwijkerwold Opgesteld door: Datum Projectnummer Paraaf ing. A.
van Assen 21 januari 2020 19296-AvA AvA Milieuonderzoek Uitvoering veldwerkzaamheden: Otterbeek 2 Poelsema Veldwerk Bureau 8064 JL Zwartsluis De Kampen 19 tel: 038-4234487/ 06-83233622 8325 DD Vollenhove avanassen@hetnet.nl tel: 0527-242000 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING 3 1.1 Aanleiding en doelstelling 3 1.2 Opbouw rapport 3 1.3 Verantwoording 3 2 LOCAT IEGEGEVENS/VOORONDERZOEK 4 2.1 Geografische ligging en kadastrale informatie 4 2.2 Gebruik, inrichting en bekende bodemkwaliteitsgegevens 5 2.3 Regionale bodemopbouw 3 ONDERZOEKSOPZET 6 3.1 Onderzoeksstrategie 6 3.2 Veldwerkzaamheden en chemische analyses 6 4 ONDERZOEKSRESULTATEN 8 4.1 Lokale bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen 8 4.3 Analyseresultaten grond 8 4.3.1 Toetsingskader 8 4.3.2 Toetsingsresultaten analyses grond 9 5 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 10 5.1 Samenvatting 10 5.2 Conclusies 10 BIJLAGEN: Bijlage 1: topografische ligging onderzoekslocatie Bijlage 2: overzichtstekening onderzoekslocatie met plaats van boringen en inspectiegaten Bijlage 3: boorprofielen Bijlage 4: analyserapporten Bijlage 5: toetsingsresultaten chemische analyses grond Verkennend bodemonderzoek Ongeleg 5 te Marijenkampen, projectnummer 19296-AvA AvA Milieuonderzoek pagina 3 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding en doelstelling In opdracht van de heer en mevrouw Alferink is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd op een separaat kadastraal perceel bij Ongeleg
5 te Marijenkampen (toekomstig adres Ongeleg 5a Marijenkampen). De aanleiding tot het uitvoeren van het verkennend bodemonderzoek betreft de voorgenomen herontwikkeling van een deel van het perceel tot woonlocatie met de bouw van een woning. In verband met de aanvraag van een bestemmingsplanwijziging en de voorgenomen bouw van de woning is het verkennend bodemonderzoek uitgevoerd. Het doel van het verkennend bodemonderzoek is het bepalen van de algemene milieuhygiënische kwaliteit van de bodem (grond en grondwater), teneinde te bepalen of de kwaliteit van de bodem geschikt is voor de voorgenomen woonfunctie. 1.2 Opbouw rapport Het onderhavig rapport is als volgt opgebouwd: - hoofdstuk 2: inventarisatie locatiespecifieke gegevens; - hoofdstuk 3: onderzoeksopzet; - hoofdstuk 4: onderzoeksresultaten; - hoofdstuk 5: samenvatting en conclusies. In de bijlagen zijn o.a. een overzichtstekening, toetsingsnormen en boorprofielen opgenomen. 1.3 Verantwoording Dit rapport is met zorg samengesteld. De conclusies zijn echter gebaseerd op de analyse van gegevens die door de opdrachtgever en derden zijn verstrekt. Wij nemen geen verantwoording voor de gevolgen van fouten door verzuiming in informatie of factoren dan wel informatie die niet toegankelijk was, of welke AvA milieuonderzoek niet heeft kunnen achterhalen in het normale verloop van het onderzoek.
Verder is het bodemonderzoek gebaseerd op het uitvoeren van een beperkt aantal boringen, berekend volgens de wettelijk gestelde richtlijnen. Hierdoor blijft het mogelijk dat er afwijkingen in de kwaliteit van de bodem aanwezig zijn, die tijdens het bodemonderzoek niet geconstateerd zijn. Voor de eventueel hieruit voortvloeiende schade of gevolgen stelt AvA Milieuonderzoek zich niet verantwoordelijk. De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd door Poelsema Veldwerkbureau, onder certificaat van de beoordelingsrichtlijn BRL SIKB 2000. Het hierbij behorende procescertificaat en keurmerk is van toepassing op het gehele proces van het veldwerk bij milieuhygiënisch bodemonderzoek, vanaf acceptatie tot aan de overdracht van de veldgegevens en monsters. Zowel AvA Milieuonderzoek als Poelsema Veldwerkbureau heeft, buiten de opdracht voor het bodemonderzoek, op juridisch, financieel, personeel gebied of op andere wijze geen verbintenis met de opdrachtgever. Verkennend bodemonderzoek Ongeleg 5 te Marijenkampen, projectnummer 19296-AvA AvA Milieuonderzoek pagina 4 2 LOCATIEGEGEVENS/ VOORONDERZOEK Ten behoeve van de uitvoering van het bodemonderzoek is een standaard vooronderzoek uitgevoerd, georiënteerd op de richtlijnen uit de NEN 5725. In dit verband zijn de volgende bronnen geraadpleegd: - Topografische kaart - Kadaster - Informatie opdrachtgever en gebruiker m.b.t.
historie en gebruik van de locatie - Bodemloket - Informatie gemeente Steenwijkerland/ Omgevingsdienst IJsselland - Historisch kaartmateriaal en luchtf Verkennend bodemonderzoek Ongeleg 5 te Marijenkampen, projectnummer 19296-AvA AvA Milieuonderzoek pagina 5 2.2 Gebruik, inrichting en bekende bodemkwaliteitsgegevens De onderzoekslocatie betreft een separaat kadastraal perceel gelegen ten westen naast het woonperceel op Ongeleg 5. Het perceel beslaat een oppervlakte van 2.325 m2. Op het perceel staat een oude schuur met een oppervlakte van circa 540 m2. De schuur is deels onderkelderd en bevat een asbesthoudend dak, deels voorzien van een dakgoot. De schuur is in het verleden in gebruik geweest bij een kippenboer. Enige tijd zijn er ook nog varkens in de schuur gehouden. Aan de noordzijde van de schuur ligt een toegangspad verhard met asfalt. Aan de zuidzijde is het buitenterrein deels verhard met tegels en deels onverhard. Er zijn geen gegevens bekend op basis waarvan een (chemische) verontreiniging in de bodem moet worden verwacht. Bij de gemeente Steenwijkerland en op bodemloket.nl zijn geen specifieke gegevens met betrekking tot de bodemkwaliteit van het perceel aanwezig. Er heeft voor zover bekend niet eerder een bodemonderzoek op het perceel plaats gevonden.
Wel is er een vermelding van een milieucontrole in 2005 op perceel Ongeleg 5 te Marijenkampen waarbij is geconstateerd dat een dieselolietank aanwezig is waarvoor geen vergunning is verleend. De tank is zonder lekbak en afdak gebruikt. Onduidelijk is wat sindsdien met de dieselolietank is gebeurd. Ook is niet te achterhalen waar deze tank was/is geplaatst. Uit navraag bij de huidige eigenaar en opdrachtgever van het bodemonderzoek blijkt ter plaatse van het onderzochte perceel geen olietank in gebruik is geweest. Het perceel is in eigendom en gebruik geweest bij de broer van de opdrachtgever, de heer Alferink. Met zekerheid geeft de heer Alferink aan dat zijn broer geen olietank op het perceel in gebruik heeft gehad. Vermoedelijk heeft de tank op het naastgelegen perceel gestaan, ten oosten van de onderzoekslocatie. Dat perceel staat ook bekend als Ongeleg 5. Het perceel op de Asbestkansenkaart van de Provincie Overijssel aangegeven als een perceel met kans op voorkomen van asbest. In bijlage 2 is in een situatieschets de onderzoekslocatie aangegeven. 2.3 Regionale bodemopbouw De onderzoekslocatie is gelegen op een hoge stuwwal (gestuwde grondmorene, Formatie van Drenthe) met plaatselijk dekzand en plaatselijk zonder dekzand.
In de stuwwal komen matig diepe dalen voor, De stuwwal bestaat uit door het ijs opgestuwde grind, zand en kleilagen en wordt afgedekt door een keileemlaag. De stuwwallen in Nederland zijn gevormd in het Saalien. Dekzand is afgezet door de wind en is vooral afgezet in de aanwezige laagten. Op de hogere keileemplateaus, zoals ter plaatse van de onderzoekslocatie, werd het stuivende zand slecht vastgehouden en is de laag dekzand vaak aanzienlijk dunner of komt het keizand of keileem aan de oppervlakte voor. Dekzandafzettingen worden gerekend tot het Laagpakket van Wierden, behorende tot Formatie van Boxtel. De locatie ligt volgens het Actueel Hoogtebestand van Nederland op circa 10 m + NAP. De grondwaterstand zal vermoedelijk lager zijn gelegen dan 5 m -mv. Een beschrijving van het lokaal, ter plaatse van de onderzoekslocatie aangetroffen bodemprofiel is weergegeven in paragraaf 4.1. Verkennend bodemonderzoek Ongeleg 5 te Marijenkampen, projectnummer 19296-AvA AvA Milieuonderzoek pagina 6 3 ONDERZOEKSOPZET 3.1 Onderzoeksstrategie Bij het opstellen van de onderzoeksstrategie is uitgegaan van de geïnventariseerde gegevens als mede het protocol: - NEN 5740+A1: Bodem – onderzoeksstrategie bij verkennend onderzoek - onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond (NNI, april 2016).
- NEN 5707: Bodem – Inspectie en monsterneming van asbest in bodem en partijen grond (Nederlands Normalisatie Instituut, augustus 2015). Verkennend bodemonderzoek (NEN-5740) Op basis van de in hoofdstuk 2 geïnventariseerde gegevens is op voorhand ter plaatse van de onderzoekslocatie geen (ernstige) bodemverontreiniging te verwachten. Het verkennend bodemonderzoek is derhalve uitgevoerd op basis van de richtlijnen van de NEN-5740 voor een onverdachte locatie (ONV). Er is geen peilbuis geplaatst op de locatie voor grondwateronderzoek omdat de grondwaterspiegel lager is gelegen dan 5,5 m -mv. Verkennend asbestonderzoek in bodem (NEN-5707) Het verkennend asbestonderzoek in bodem is uitgevoerd conform NEN 5707, paragraaf 6.4.2 (onderzoeksstrategie voor een kleinschalig onverdachte locatie). Ter plaatse van de boringen zijn tevens inspectiegaten (0,3 m x 0,3 m x 0,5 m) gegraven, waarbij de vrij gegraven grond visueel is beoordeeld op de aanwezigheid van asbest. Omdat geen asbestverdacht materiaal is waargenomen is van de vrij gegraven grond uit 6 inspectiegaten vervolgens één (gezeefd) grondmengmonster samengesteld voor analyse van de grond op asbesthoudend materiaal in de fijne fractie (fractie < 20 mm).
Aanvullend zijn onder het asbesthoudende dak van de kippenschuur een zestal inspectiegaten gegraven conform NEN 5707, paragraaf 6.4.5: verdachte locatie (toplaag) met diffuse bodembelasting. Van de grond uit de bovenste 10 cm uit deze inspectiegaten is een mengmonster samengesteld voor analyse van de grond op asbesthoudend materiaal in de fijne fractie (fractie < 20 mm). 3.2 Veldwerkzaamheden en chemische analyses Veldwerkzaamheden De veldwerkzaamheden zijn uitgevoerd conform de geldende NEN normen. Verder zijn de bij de BRL 2000 (beoordelingsrichtlijn voor veldwerkzaamheden bij milieuhygiënisch bodemonderzoek) behorende SIKB protocollen 2001, 2002 en 2018 gevolgd. De veldwerkzaamheden (grondboringen, graven inspectiegaten en plaatsen peilbuis) zijn uitgevoerd door het BRL SIKB 2000 gecertificeerde bedrijf Poelsema Veldwerk Bureau uit Vollenhove op 19 november 2019 (dhr. J. ten Klooster). Het vrijgekomen bodemmateriaal is beoordeeld op textuur, geur, kleur en het voorkomen van bijzonderheden zoals onder andere het voorkomen van asbestverdachte materialen. Bemonstering heeft plaatsgevonden per laag van 50 cm., per van nature voorkomende bodemlaag of per afwijkende laag qua geur, kleur of samenstelling. De zuurgraad (pH) en de elektrische geleidbaarheid (EC) van het grondwater zijn in het veld gemeten.
Verkennend bodemonderzoek Ongeleg 5 te Marijenkampen, projectnummer 19296-AvA AvA Milieuonderzoek pagina 7 In verband met een gemeten sterk verhoogd gehalte aan koper in een mengmonster van de bovengrond (MMbg02) zijn op 10 januari 2020 een viertal boringen (boring 2, 4, 12 en 13) opnieuw uitgevoerd en is de bovengrond ter plaatse van deze boringen separaat geanalyseerd op koper (de overige 3 deelmonsters uit het met koper verhoogde mengmonster waren nog op het laboratorium aanwezig). Chemische analyses Na uitvoering van het veldwerk zijn, mede op basis van de zintuiglijke waarnemingen in het veld, een drietal (meng)monsters van de grond geselecteerd en zijn de grondmonsters en het grondwatermonster chemisch analytisch onderzocht in het laboratorium. Naar aanleiding van de analyseresultaten zijn aldus aanvullend een zevental separate monsters van de bovengrond geanalyseerd op het gehalte aan koper. De laboratoriumanalyses zijn uitgevoerd door het door NEN-EN-ISO 17025: 2000 geaccrediteerde laboratorium Eurofins-Analytico te Barneveld. De monsters zijn voorbehandeld en geanalyseerd conform AS3000. In onderstaande Tabel 3-1 zijn de uitgevoerde werkzaamheden samengevat.
Tabel 3-1: Overzicht veldwerkzaamheden en analyses verkennend bodemonderzoek Veldwerkzaamheden (boringen, peilbuizen, inspectiegaten) Analyses Asbest (NEN 5707) Chemische analyses (NEN 5740) Type onderzoek inspectiegat 0,3x0,3 X 0,1 of 0,5 m (lxbxd) boring tot 0,5 m–mv boring tot 2,0 m–mv Boringen met peilbuis grond (fractie <20 mm) materiaal (fractie >20 mm) Grond Grond- water Bo Og verkennend (NEN 5740) bodemonderzoek - 9 3 nvt # - - 2 + 7x Cu 1 nvt verkennend (NEN 5707) bodemonderzoek asbest 12 tot 0,5 m + 6 tot 0,1 m - - - 2 nvt - - - # Er is geen peilbuis geplaatst op de locatie voor grondwateronderzoek omdat de grondwaterspiegel lager is gelegen dan 5,5 m -mv. NEN-grond: zware metalen (Cd, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn, Co, Ba, Mo) PAK-VROM minerale olie (GC) PCB’s NEN-water: zware metalen (Cd, Cu, Hg, Pb, Ni, Zn, Co, Ba, Mo) minerale olie btexn vlucht. org. halogeenverbindingen zuurgraad (pH) elektrisch geleidingsvermogen (EC). Bo = bovengrond, Og = ondergrond PAK = polycyclische aromatische koolwaterstoffen vl. aromaten/btexn = benzeen, tolueen, ethylbenzeen, xylenen en naftaleen Van de onderzochte mengmonsters van de grond is tevens het humus- en lutumgehalte bepaald in het laboratorium. De locatie van de monsterpunten is aangegeven in een overzichtstekening in bijlage 2. De schematische boorprofielen zijn toegevoegd als bijlage 3.
De analysecertificaten zijn opgenomen in bijlage 4. De getoetste analyseresultaten en de toetsingswaarden voor het plaatselijke bodemtype zijn weergegeven in bijlage 5. Verkennend bodemonderzoek Ongeleg 5 te Marijenkampen, projectnummer 19296-AvA AvA Milieuonderzoek pagina 8 4 ONDERZOEKS RESULTATEN 4.1 Lokale bodemopbouw en zintuiglijke waarnemingen De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat in de bovenste 0,5 tot 1 meter uit siltig/lemig zand of zandig leem. Vanaf 0,5 of 1,0 m -mv tot de maximaal geboorde diepte van 5,5 m -mv bestaat de bodem uit zwak zandige leem. Zintuiglijk zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bijzonderheden waargenomen die duiden op de aanwezigheid van een (ernstige) bodemverontreiniging. Bij de maaiveldinspectie ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek in bodem zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Ter plaatse van de gegraven inspectiegaten en in de opgeboorde grond zijn visueel eveneens geen asbestverdachte materialen waargenomen. De geschematiseerde boorprofielen (overeenkomstig de NEN 5104) van de afzonderlijke boringen zijn weergegeven in bijlage 3.
4.2 Resultaten chemische analyses grond 4.2.1 Toetsingskader Chemische stoffen (in kader verkennend bodemonderzoek NEN5740) De analyseresultaten zijn beoordeeld aan de hand van het toetsingskader uit de Wet Bodembescherming (WBB) van VROM (Circulaire bodemsanering, 1 oktober 2008). Bij het interpreteren van de analyseresultaten (zie ook bijlage 5) is de volgende terminologie gehanteerd: < AW het gemeten gehalte (in grond) i s niet verhoogd ten opzichte van de achtergrondwaarde. Het gehalte is kleiner dan de achtergrondwaarde; < S het gemeten gehalte (in grondwater) is niet verhoogd ten opzichte van de streefwaarde. Het gehalte is kleiner dan de streefwaarde; * het gemeten gehalte is licht verhoogd; er is sprake van een lichte verontreiniging. Het gehalte is groter dan de achtergrondwaarde of streefwaarde en kleiner dan of gelijk aan het gemiddelde van de achtergrondwaarde-/streefwaarde en interventiewaarde; ** het gemeten gehalte is matig verhoogd, er is sprake van een matige verontreiniging. De index (gestandaardiseerde meetwaarde -Achtergrondwaarde) / (Interventiewaarde - Achtergrondwaarde) is groter dan 0,5 en kleiner dan 1; *** het gemeten gehalte i s sterk verhoogd, er is sprake van een sterke verontreiniging. Het gehalte is groter dan de interventiewaarde. Bij overschrijding van de interventiewaarde is er mogelijk sprake van een ernstig geval van bodemverontreiniging.
Afhankelijk van het tijdstip van het ontstaan van de verontreiniging, Verkennend bodemonderzoek Ongeleg 5 te Marijenkampen, projectnummer 19296-AvA AvA Milieuonderzoek pagina 9 4.2.2 Toetsingsresultaten analyses grond (Voor de analysererapporten zie bijlage 4, voor de toetsingstabellen zie bijlage 5) De geanalyseerde monsters en toetsingsresultaten van de grondmonsters zijn weergegeven in onderstaande Tabel 4-1. Tabel 4-1: Toetsingresultaten analyses grond en grondwater Monster- code Monstersoort/ Zintuiglijke waarneming Monstersamen- stelling/ (deel)monsters Interval in m -mv Chemische analyse Toetsing Grondmonsters MMbg01 Bovengrond westelijke helft, zand/ zintuiglijk schoon 1.1+6.1+7.1+8.1+ 9.1+10.1 0,0 - 0,5 NEN 5740 grond + lutum en humus PAK * MMbg02 Bovengrond oostelijke helft, zand/ zintuiglijk schoon 2.1+3.1+4.1+5.1+ 11.1+12.1+13.1 0,0 - 0,6 NEN 5740 grond + lutum en humus Koper *** Zink * PAK * MMog01 Ondergrond, leem/ zintuiglijk schoon 1.2+1.3+1.5+2.2+ 2.3+2.4+5.2+12.2 +13.2+13.3 0,5 – 2,0 NEN 5740 grond + lutum en humus < AW ‘Uitsplitsing’ mengmonster MMbg02 – separate analyse deelmonsters voor analyse op koper 2-1 Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon 2.1 0,05 - 0,45 Koper < AW 3-1 Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon 3.1 0,0 – 0,5 Koper < AW 4-1 Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon 4.1 0,1 – 0,5 Koper < AW 5-1 Bovengrond, zandig leem/ zintuiglijk schoon 5.1 0,0 –
0,5 Koper < AW 11-1 Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon 11.1 0,0 – 0,5 Koper < AW 12-1 Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon 12.1 0,05 – 0,5 Koper < AW 13-1 Bovengrond, zand/ zintuiglijk schoon 13.1 0,2 – 0,5 Koper < AW Asbestanalyses grond MM- druppelzone Toplaag bodem onder asbesthoudend dak / zand, zintuiglijk schoon Toplaag bodem, Inspectiegat 4+11+12+14+15+ 16 0,0 – 0,1 Asbest in grond cnf. NEN5707 + SEM-analyse Asbest <I (0 mg/kg.d.s..) MM-erf Actuele contactzone, bovengrond / zand, zintuiglijk schoon Bovengrond, Inspectiegat 2, 3, 5, 8, 9 en 13 0,0 - 0,5 Asbest in grond cnf. NEN5707 Asbest <I (4,2 mg/kg.d.s.) Toelichting bij Tabel 2: < AW = niet verhoogd t.o.v. Achtergro ndwaarde (grond) of kleiner dan detectielimiet * = licht verhoogd, groter dan achtergrondwaarde (grond) ** = matig verhoogd, groter dan tussenwaarde *** = sterk verhoo gd, groter dan interventiewaarde n.b.: Er is geen peilbuis geplaatst op de locatie voor grondwateronderzoek omdat de grondwaterspiegel lager is gelegen dan 5,5 m -mv. Verkennend bodemonderzoek Ongeleg 5 te Marijenkampen, projectnummer 19296-AvA AvA Milieuonderzoek pagina 10 5 SAMENVATTING EN CONCLUSIES 5.1 Samenvatting resultaten Bodemopbouw en zintuiglijke/visuele waarnemingen De bodem ter plaatse van de onderzoekslocatie bestaat in de bovenste 0,5 tot 1 meter uit siltig/lemig zand of zandig leem.
Vanaf 0,5 of 1,0 m -mv tot de maximaal geboorde diepte van 5,5 m -mv bestaat de bodem uit zwak zandige leem. Zintuiglijk zijn in het opgeboorde bodemmateriaal geen bijzonderheden waargenomen die duiden op de aanwezigheid van een (ernstige) bodemverontreiniging. Bij de maaiveldinspectie ten behoeve van het verkennend asbestonderzoek in bodem zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. Ter plaatse van de gegraven inspectiegaten en in de opgeboorde grond zijn visueel eveneens geen asbestverdachte materialen waargenomen. Kwaliteit grond Na toetsing van de analyseresultaten blijkt dat: - In het mengmonster van de bovengrond van de westelijke terreinhelft (MMbg01; boring 1, 6, 7, 8, 9 en 10; 0,0–0,5 m –mv) is een licht verhoogd gehalte aan PAK gemeten. - In het mengmonster van de bovengrond van de oostelijke terreinhelft (MMbg02; boring 2, 3, 4, 5, 11, 12 en 13; 0,0–0,6 m –mv) is koper in een sterk verhoogd gehalte gemeten. Verder zijn zink en PAK in licht verhoogde gehalten aangetoond. - In het mengmonster van de ondergrond (MMog01; 0,5–2,0 m –mv) zijn geen verhoogde gehalte aan onderzochte componenten aangetoond. - Uit het aanvullend onderzoek, waarbij de bovengrond ter plaatse van de boringen 2, 3, 4, 5, 11, 12 en 13 (deelmonsters uit mengmonster MMbg02) separaat is geanalyseerd op koper, blijkt dat geen verhoogde gehalten aan koper in de separate deelmonsters zijn gemeten.
- Het onderzochte mengmonster van de grond uit de inspectiegaten onder het asbesthoudende dak (MM1-druppelzone: 0 – 0,1 m -mv) bevat geen asbest. - In het op asbest onderzochte mengmonster uit de inspectiegaten op het erf (MM2-erf: 0 – 0,5 m -mv) is in lichte mate asbest aangetoond (4,2 mg/kg.d.s.). 5.2 Conclusies In de onderzochte grond zijn, na uitvoering van het aanvullend grondonderzoek naar de gehalten aan koper, maximaal licht verhoogde gehalten aan onderzochte componenten aangetoond. De aangetoonde licht verhoogde gehalten in de grond (zware metalen en PAK) zijn niet ongebruikelijk voor oudere erven en worden toegeschreven aan het jarenlange gebruik als van de locatie. De herkomst van het in eerste instantie gemeten sterk verhoogde gehalte aan koper in de bovengrond is niet bekend. Bij het aanvullende analytisch onderzoek is koper niet verhoogd aangetoond. Grondwateronderzoek is niet uitgevoerd omdat de grondwaterspiegel lager is gelegen dan 5,5 m -mv. De licht verhoogde gehalten in de bodem betreffen relatief geringe overschrijdingen van de achtergrondwaarden en streefwaarden.
Verkennend bodemonderzoek Ongeleg 5 te Marijenkampen, projectnummer 19296-AvA AvA Milieuonderzoek pagina 11 Bij Bijlage 1: Topografische ligging onderzoekslocatie ONDERZOEKSLOCATIE Bijlage 2: Tekening met locatie boringen en inspectiegaten AvA Milieuonderzoek Datum: 17 - 01 - 2020= grondboring tot ca. 0,5 m Locatie: Ongeleg 5a Marijenkampen Verkennend bodemonderzoek Zwartsluis Bodem waterbodem water lucht Opdrachtgever: dhr. en mw. Alferink = diepe boring tot ca. 2,0 m -mv Bijlage 2 Schaal: 1 : 500A4 beton 02 Onderzoekslocatie toekomstige woonkavel = asbestinspectiegat gras 03 klinkers 01 = diepe boring tot ca.
5,5 m -mv 04 15 06 10 11 16 12 07 08 09 14 05 13 klinkers asfalt Bijlage 3: Boorprofielen Projectcode: 19296-AVA Pagina 1 / 3 Poelsema Veldwerk Bureau getekend volgens NEN 5104 Boring: 01 0 50 100 150 200 250 300 350 400 450 500 550 1 - 0537759987H 2 - 0537409024Y 3 - 3365673AA 4 - 3365662AA 5 - 3365676AA 6 - 3365672AA 7 - 3365674AA 8 - 0537759955C tegel0 5 Leem, sterk zandig, geen olie-water reactie, beigegrijs, Edelmanboor 80 Leem, sterk zandig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 150 Leem, zwak zandig, matig roesthoudend, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 550 Boring: 02 0 50 100 150 200 1 - 0537759666B 2 - 0537759668D 3 - 05377596807 4 - 05377596717 gras0 Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 50 Leem, zwak zandig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, beigegrijs, Edelmanboor 200 Boring: 03 0 50 1 - 05377596728 gras0 Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 50 Boring: 04 0 50 1 - 0537759658C klinker0 8 Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 60 Projectcode: 19296-AVA Pagina 2 / 3 Poelsema Veldwerk Bureau getekend volgens NEN 5104 Boring: 05 0 50 100 1 - 05377596649 2 - 0537759584A groenstrook0 Leem, sterk zandig, matig humeus, zwak grindhoudend, zwak Boomwortels, geen
olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 100 Boring: 06 0 50 1 - 05377595806 2 - 05377596199 klinker0 8 Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor, Cunetzand 15 Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 60 Boring: 07 0 50 100 1 - 05377593264 2 - 0537759639B groenstrook0 Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, zwak grindhoudend, resten leem, zwak Boomwortels, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 100 Boring: 08 0 50 1 - 05377595828 2 - 0537759585B klinker0 8 Zand, matig fijn, zwak siltig, geen olie-water reactie, lichtgrijs, Edelmanboor, Cunetzand 20 Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 60 Boring: 09 0 50 1 - 0537759588E gras0 Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 50 Boring: 10 0 50 1 - 0537759586C gras0 Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 50 Boring: 11 0 50 1 - 05377595817 gras0 Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 50 Boring: 12 0 50 100 1 - 05377595839 2 - 05377596559 tegel0 5 Zand, zeer fijn, sterk siltig, matig humeus, geen olie-water reactie, grijsbruin, Edelmanboor 50 Leem, sterk zandig, zwak roesthoudend, geen olie-water reactie, beigebruin,