Bestemmingsplan Marijenkampen nabij Ongeleg 5.pdf
Tekst van het document
Vanuit de Wet geurhinder en veehouderij is er een geurcontour van 100 meter. De beoogde ontwikkeling is buiten de geurcontour van dit bedrijf gelegen. De afstand tussen het bedrijf en het plangebied bedraagt namelijk circa 150 meter. Daarnaast is het zo dat de gemeente Steenwijkerland een geurverordening heeft waarbij de beoogde locatie is gelegen in het gebied type 2 waardoor de geurafstand 50 meter is, tenzij het een bestaande situatie betreft dan is het 25 meter. Hierbij word gemeten vanaf het emissiepunt. Aan deze afstanden wordt dus zeker ook voldaan. Overige veehouderijden in de nabijheid van het plangebied liggen op een verdere afstand van het plangebied dan het perceel Ongeleg 8. Daarmee kan worden gesteld dat wordt voldaan aan een goed woon- en leefklimaat en dat geen van de veehouderijen in hun belangen worden geschaad door de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Het aspect 'geur' levert geen belemmeringen op bij de voorgenomen ontwikkeling. bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 37 8.6 Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging.
Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling, ondanks overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor luchtkwaliteit. Op grond van de wet mogen nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de normen (grenswaarden) die aan een aantal verontreinigende stoffen zijn gesteld. Met betrekking tot luchtkwaliteit moet rekening gehouden worden met het gestelde in de Wet milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. Op basis van artikel 5.16 Wm kan, samengevat, een ruimtelijk plan worden vastgesteld, indien: a. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het ruimtelijk plan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde die behoort bij de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, of b. aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het ruimtelijk plan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwaliteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of c.
aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het ruimtelijk plan biedt niet in betekenende mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen, of d. het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Nationaal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Van een verslechtering van de luchtkwaliteit in betekenende mate als bedoeld onder c is sprake indien zich een van de volgende ontwikkelingen voordoet: woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of minimaal 3.000 woningen bij 2 ontsluitende wegen; infrastructuur: 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder congestie); kantoorlocaties: minimaal 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, minimaal 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen. Het ruimtelijk plan bevat niet een van deze ontwikkelingen; de voorgenomen ontwikkeling een ontwikkeling die van geringere omvang is dan de ontwikkelingen die hiervoor zijn aangegeven en het is ook geen project dat beschreven staat in het NSL. Ondanks dat het project niet is opgenomen in de lijst onder c moet alsnog worden aangetoond dat er sprake is van NIBM. In de huidige situatie is er al sprake van een kippenschuur en in de nieuwe situatie alleen een woning met bijgebouw.
Daardoor wordt de luchtkwaliteit niet verslechterd maar blijft gelijk of wordt zelfs verbeterd ten gevolge van de ontwikkeling. Geconcludeerd kan worden dat door de ontwikkeling, die in het onderhavige plan mogelijk wordt gemaakt, de luchtkwaliteit niet "in betekenende mate" zal verslechteren. Aan het bepaalde omtrent luchtkwaliteit wordt dan ook voldaan. Op basis van de rekentool NIBM kan dezelfde conclusie getrokken worden: bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 38 Afbeelding: NIBM-tool (bron: Infomil) Conclusie Het aspect 'luchtkwaliteit' levert geen belemmeringen op bij de voorgenomen ontwikkeling. 8.7 Externe veiligheid Bij externe veiligheid gaat het om de gevaren die de directe omgeving loopt in het geval er iets mis mocht gaan tijdens de productie, het behandelen of het vervoer van gevaarlijke stoffen. De daaraan verbonden risico's moeten aanvaardbaar blijven. De wetgeving rond externe veiligheid richt zich op het beschermen van kwetsbare en beperkt kwetsbare objecten. Kwetsbaar zijn onder meer woningen, onderwijs- en gezondheidsinstellingen, en kinderopvang- en dagverblijven. Beperkt kwetsbaar zijn onder meer kantoren, winkels, horeca en parkeerterreinen.
Bij externe veiligheid wordt onderscheid gemaakt tussen inrichtingen waar gevaarlijke stoffen worden bewaard en/of bewerkt en transportroutes waarlangs gevaarlijke stoffen worden vervoerd. Van de ramptypes die verband houden met externe veiligheid ('Indeling Leidraad maatramp') zijn met name ongevallen met brandbare/explosieve of giftige stoffen van belang. Deze ongevallen kunnen nader worden onderscheiden in ongevallen met betrekking tot: inrichtingen; vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water of spoor. Bij het toekennen van bepaalde bestemmingen dient te worden onderzocht: Of voldoende afstand in acht wordt genomen tussen (beperkt) kwetsbare objecten enerzijds en risicovolle inrichtingen anderzijds in verband met het plaatsgebonden risico. Of (beperkt) kwetsbare objecten liggen binnen in het invloedsgebied van risicovolle inrichtingen en zo ja, wat de bijdrage is aan het groepsrisico. bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 39 De voorgenomen ontwikkeling betreft zelf geen risicovolle inrichting. Verder zijn er in en in de nabijheid van het plangebied geen risicovolle inrichtingen gesitueerd. Ook vindt er geen transport van gevaarlijke stoffen plaats door buisleidingen of over weg, water of spoor in en in de nabijheid van het plangebied.
Dit is ook te zien op de volgende afbeelding waar een uitsnede van de risicokaart is opgenomen. Afbeelding: Uitsnede risicokaart (bron foto: risicokaart.nl) Conclusie Het aspect 'externe veiligheid' levert geen belemmeringen op bij de voorgenomen ontwikkeling. bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 40 8.8 Duurzaamheid en energie In 2012 heeft de gemeente Steenwijkerland de Notitie Nieuwe Energie vastgesteld. De Notitie Nieuwe Energie beschrijft een strategische routekaart met verschillende deelpakketten hoe de Raad van Steenwijkerland haar ambitie rond energiebesparing en duurzame energie gaat invullen. De gemeente Steenwijkerland heeft als ambitie dat in 2020 al het huishoudelijke energiegebruik wordt opgewekt met energie uit (duurzame) energiebronnen binnen de eigen gemeentegrenzen en in regionaal verband. In het ontwerp wordt aandacht besteed aan het aspect duurzaamheid. Zo zal de woning gasloos worden gebouwd. Daarnaast zal gebruik gemaakt worden van moderne isolerende materialen om zoveel mogelijk energie te besparen. 8.9 Kabels, leidingen, straalpaden en andere belemmeringen Door het plangebied lopen boven- of ondergronds geen hoofdleidingen. Straalpaden en laagvliegroutes voor straaljagers zijn ook niet aanwezig.
bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 41 Hoofdstuk 9 Economische uitvoerbaarheid Het plan is een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro. De raad kan besluiten geen exploitatieplan vast te stellen indien er geen verhaalbare kosten zijn, deze minder dan € 10.000,- bedragen of uitsluitend de aansluiting van een bouwperceel op de openbare ruimte of de aansluiting op nutsvoorzieningen betreffen (artikel 6.2.1.a Bro). In deze situatie is sprake van een geval als bedoeld in artikel 6.2.1a Bro, zodat geen exploitatieplan hoeft te worden vastgesteld. Het planvoornemen betreft een particulier initiatief. De met de daadwerkelijke realisering gepaard gaande kosten worden dan ook gedragen door de initiatiefnemer. Eventuele bijkomende kosten komen eveneens voor rekening van de initiatiefnemer. Er is een planschade overeenkomst gesloten met de initiatiefnemer. Eventuele planschade wordt hiermee afgewenteld op de initiatiefnemer. Ook overigens zijn er geen redenen om aan te nemen dat dit plan economisch niet uitvoerbaar is.
bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 42 bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 43 Hoofdstuk 10 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De 'Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5' is conform artikel 3.9a van de Wet ruimtelijke ordening voorbereid met de procedure van afdeling 3.4 van de Algemene wet bestuursrecht. Dat betekent dat er gelegenheid is gegeven voor het indienen van zienswijzen. Verder zijn de naaste buren op de hoogte gebracht over de plannen en hebben zij schriftelijk bevestigd dat ze over de plannen zijn ingelicht. Deze bevestiging is opgenomen in Bijlage 4. Tot slot heeft de provincie Overijssel aangegeven dat het ontwerpplan past binnen hun ruimtelijk beleid. 1 september 2020. bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 44 bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 45 Bijlagen bij toelichting bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 46 bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 47 Bijlage 1 AERIUS-berekening bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 48 BEREKENING STIKSTOF AERIUS CALCULATOR ONGELEG | MARIJENKAMPEN ADVISEUR Ir. SICCO JANSEN 25-02-2020 | VERSIE 1.0 2 MARIJENKAMPEN .
25-02-2020 Adviseur: Ir. Sicco Jansen | rapportage 06 - 26 955 898 info@groenadviseurs.nl Opdrachtgever: Dhr.Alferink JANSEN&JANSEN groenadviesbureau Velddijk 7a, Holten www.groenadviseurs.nl Versie: 1.0 Datum: 25 februari 2020 © JANSEN&JANSEN groenadvies & ontwerp, Rijssen. Alle rechten voorbehouden. Behoudens uitzonderin - gen door de wet gesteld, mag zonder schriftelijke toestemming van de rechthebbenden niets uit dit docu- ment worden verveelvoudigd en/of openbaar worden gemaakt door middel van druk, fotokopie, digitale reproductie of anderszins. AERIUS BEREKENING | MARIJENKAMPEN
3 MARIJENKAMPEN . 25-02-2020 INLEIDING1 1.1 AANLEIDING Een opdrachtgever is voornemens om oude kippenschuur gelegen op een perceel tussen Onge- leg 5 en 7 in Marijenkampen te slopen en om een nieuwe woning te bouwen op de vrijgekomen locatie. Door een recente uitspraak van de Raad van State is het voor alle nieuwe projecten noodzakelijk om de stikstof emissie, tijdens zowel de realisatiefase als tijdens de gebruiksfase te toetsen aan de verlaagde normen. Tijdens de bouwfase van het voorgenomen project en tijdens de gebruiksfase van het project komt voor kwetsbare natuurgebieden schadelijk stikstof (stikstofoxiden) vrij. Via luchtstromen kan dit stikstof in de omliggende natuurgebieden terecht komen. Om een inschatting te kunnen maken van de extra stikstofdepositie op omliggende na - tuurgebieden tijdens de realisatiefase en de gebruiksfase van het project, is met behulp van de AERIUS-calculator een berekening uitgevoerd. De resultaten van deze berekening staan in deze rapportage vervat. 1.2 DOEL In deze rapportage worden de volgende vragen beantwoord: • Wat is de stikstof (stikstofoxide) depositie van de voorgenomen ingreep op omliggende Na- tura 2000-gebieden? • Wordt door deze extra depositie de verlaagde drempelwaarde van 0,005 mol/Ha overschre- den? 1.3 PLANGEBIED Het plangebied omvat een perceel gelegen tussen Ongeleg 5 en 7 in Marijenkampen.
De omge- ving van het plangebied bestaat uit een tamelijk open agrarisch landschap, opgebouwd uit een mix van weiland, akkerland, vrij liggende erven met erfbeplanting en doorgaande houtsingels op perceelsgrenzen. Het projectgebied zelf bestaat uit een oude te slopen kippenschuur met een grasstrook, bestrating en een groenstrook van bomen en struiken. 1.4 DE INGREEP De voorgenomen plannen bestaan uit de sloop van een oude kippenschuur en de realisatie van een woning op de vrijgekomen locatie. Hierbij is het ook aannemelijk dat er waar nodig enkele ingrepen zullen plaatsvinden in de bomenrij om ruimte te maken voor de woning. Wel is het de doelstelling om de bomenrij zoveel mogelijk intact te laten. Verdere wijzigingen in de omgeving zijn niet ter sprake. Zie voor een eerste schets van de toekomstige ingreep de onderstaande te - kening. 4 MARIJENKAMPEN . 25-02-2020 N 22.503 37.495 11.204 8.332 14.000 3.000 Situatie schaal 1 à 500 kad.bek. gemeente Steenwijk sectie L nr. 327 Ongeleg ? 8339 SK Marijenkampen houtwalletje verhoogde wal met bomen trafo houtwal verhoogde wal met bomen glooiend landschap 5 10 7 er fgrens slootje slootje hekwerk hekwerk Ongeleg nieuwe inrit bijgebouw: garage/berging, later uit te werken inrit en slootje vervallen fruitbomen terras tuin halfverharding moestuin weide woning bestaande bebouwing (kippenschuur) ca.
540 m2 te slopen bestaande inritten en verhardingen vervallen hazelaar definitief dd. 19-02-2020 Schets van het terrein in de toekomstige situatie. 5 MARIJENKAMPEN . 25-02-2020 2 WETTELIJKE KADER In dit hoofdstuk wordt kort de Wet natuurbescherming beschreven en de toepassing op de be - scherming van Natura 2000-gebieden. 3.1 GEBIEDSBESCHERMING Natura 2000 Natura 2000-gebieden zijn natuurgebieden van groot internationaal belang. Deze gebieden zijn aangewezen onder de Europese Habitat- en / of Vogelrichtlijn. Voor de gebieden en de daarbij aangewezen soorten en habitattypen zijn instandhoudingsdoelstellingen opgesteld. Een activiteit mag niet leiden tot significant negatieve effecten op deze doelen of tot een aantasting van de natuurlijke kenmerken. Indien op voorhand significante effecten niet uitgesloten kunnen worden dient een passende beoordeling opgesteld te worden. Natura 2000 in relatie tot de voorgenomen ingreep Het plangebied ligt niet binnen een Natura 2000-gebied. Wel liggen er Natura 2000-gebieden op een grotere afstand van het plangebied. Voor alle Natura 2000 gebied zijn instandhoudingsdoelen geformuleerd. Activiteiten en ingrepen die negatieve effecten kunnen hebben op deze instandhoudingsdoelen zijn verboden door de Wet natuurbescherming.
Mogelijke invloeden/factoren die negatieve effecten kunnen hebben op instandhoudingsdoelen zijn: • Oppervlakte verlies; • Versnippering; • Verzuring en vermesting via atmosferische depositie; • Verdroging; • Verontreiniging (via oppervlakte water); • Verstoring door licht en geluid; • Verstoring door trillingen; • Optische verstoring; • Mechanische effecten (als gevolg van menselijke activiteiten). Van al deze factoren, met uitzondering van ‘verzuring en vermesting via atmosferische depositie’ kan redelijkerwijs worden uitgesloten dat deze van toepassing zijn in het voorliggende plan. Dit door de grote afstand tot de omliggende Natura 2000-gebieden. Voor het aspect ‘verzuring en vermesting via atmosferische depositie’ ligt dit complexer. Tijdens de bouwfase van het voorge - nomen project en tijdens de gebruiksfase van het project komt voor kwetsbare natuurgebieden schadelijk stikstof (stikstofoxiden) vrij. Via luchtstromen kan dit stikstof in de omliggende natuur- gebieden terecht komen. Stikstofoxiden komen vrij bij de verbranding van fossiele brandstoffen. Vooral bij de verbranding van diesel komt relatief veel stikstof vrij. Als gevolg van een verkeer - staantrekkende werking van de geplande woning, zal de uitstoof van stikstof in het plangebied toenemen.
Om een inschatting te kunnen maken van de extra stikstofdepositie op omliggende natuurgebieden tijdens de gebruiksfase van het project, is met behulp van de AERIUS-calculator een berekening uitgevoerd. Zie voor de resultaten van deze berekening hoofdstuk 3. 6 MARIJENKAMPEN . 25-02-2020 4.1 GEBRUIKSFASE In de voorgenomen plannen zal 1 nieuwe woningen worden gerealiseerd. Nieuwe woonhui - zen hebben een verkeersaanzuigende werking. Woonhuizen die gebruik maken van gas voor verwarming en auto’s met brandstofmotoren, stoten stikstof uit. Voor de AERIUS-berekening is uitgegaan van het volgende: • 1 nieuwe vrijstaande woning; • Extra verkeerslast door de nieuwe woningen. Wat betreft uitstoot worden doorgaans deze normen gebruikt (bij gasgestookte installaties): • Vrijstaande woning 3,03 NOx (kg/jaar) 0 NH 3 (kg/jaar) * Bron: Emissiewaarden Aerius, 2018, nieuwbouw Omdat het voornemen is om de woning gasloos te bouwen is er voor verwarming geen uitstoot van stikstof te verwachten: • Vrijstaande woning 0 NOx (kg/jaar) 0 NH 3 (kg/jaar) Naast stikstof uitstoot door woningen is ook rekening gehouden met extra uitstoot door auto’s. Per woning is in de berekening uitgegaan van 7 rijbewegingen per etmaal. Conclusie: Uit de AERIUS-berekening komt naar voren dat er sprake zal zijn van een verwaar - loosbare depositie van stikstof op omliggende Natura 2000-gebieden.
De stikstofdepositie blijft onder de verlaagde drempelwaarde van 0,005 mol/Ha. Zie bijlage 2 voor een overzicht van de berekening. 4 BEREKENING 7 MARIJENKAMPEN . 25-02-2020 Voor de berekening is onderscheid gemaakt tussen machines die op één locatie werken en tus - sen voertuigen die een vaste route rijden, bijvoorbeeld bestelbussen. Voor de machines die op de projectlocatie werken zijn de volgende waarden aangehouden: Samengevat wordt in de berekening uitgegaan van de volgende cumulatieve uitstoot/rijbewegin- gen van het bouwvlak/de ontsluitingsweg: Conclusie: Uit de AERIUS-berekening komt naar voren dat er sprake zal zijn van een verwaar - loosbare depositie van stikstof op omliggende Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie blijft onder de verlaagde drempelwaarde van 0,005 mol/Ha. Zie bijlage 2 voor een overzicht van de berekening. 4.2 REALISATIEFASE De eigenaar van het perceel is zelf aannemer. Het voornemen is om de woning zoveel mogelijk zelf te bouwen. Nadat de bouwmaterialen en machines in het plangebied gebracht zijn zal de eigenaar van het perceel zoveel mogelijk te voet of met de fiets naar het plangebied komen. Dit is mogelijk omdat de eigenaar/aanemer in de buurt van het plangebied woont.
De aannemer heeft de volgende inschatting gemaakt van de machine/voertuig inspanning: Sloop: Asbest verwijderen: Bestelbus 5x Vrachtwagen 1x Handmatige sloop/afvoeren: Bestelbus met aanhanger 20x Bouw: Vervoer naar werkplek Bestelbus met aanhanger 200x Aanvoer materiaal Vrachtwagen 6x Beton wagen Vrachtwagen 1x Hijskraan/graafmachine Gerekend als Vrachtwagen 6x Aanvoer materiaal Bestelbus met aanhanger 6x Installatiewerk/afmonteren Bestelbus 5x Machines Kraan 24 uur Graafmachine 24 uur Delen Rijbewegingen bestelbus/jaar Rijbewegingen vrachtauto/jaar Ontsluitingsweg 236 13 Delen Emissie [kg/jaar] Op locatie 12,1 Werktuig Draaiuren per jaar Vermogen [kW)] Emissiefactor [g/kWh] Last factor TAF-factor Emissie [kg/jaar] Hijskraan 24 100 3,3 50% 1,1 5,9 Graafmachine 24 100 3,3 60% 0,87 4,2 Beton wagen 8 100 3,3 50% 1,1 2,0 8 MARIJENKAMPEN . 25-02-2020 5 CONCLUSIE 7.1 CONCLUSIE • Uit de AERIUS-berekening komt naar voren dat er sprake zal zijn van een verwaarloosbare depositie van stikstof op omliggende Natura 2000-gebieden. De stikstofdepositie blijft onder de verlaagde drempelwaarde van 0,005 mol/Ha; • Uitgaande van de AERIUS-berekening zijn negatieve effecten op beschermde Natura 2000-gebieden, als gevolg van extra stikstof depositie, niet te verwachten. 9 MARIJENKAMPEN . 25-02-2020 AERIUS-berekening Berekening van de depositie tijdens de gebruiksfase (cumulatieve depositie).
BIJLAGE 1 10 MARIJENKAMPEN . 25-02-2020 BIJLAGE 2 AERIUS-berekening Berekening van de depositie tijdens de realisatiefase (cumulatieve depositie). Contact JANSEN&JANSEN groenadviesbureau Velddijk 7a, Holten www.groenadviseurs.nl bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 49 Bijlage 2 Asbestinventarisatierapport bestemmingsplan "Bestemmingsplan Marijenkampen, nabij Ongeleg 5" (vastgesteld) 50 Hitzumerweg 1 T (0517) 452323 E info@best4best.nl BTW nr. NL854044887B01 8806 TR Achlum M 06-51328281 I www.best4best.nl KvK nr. 60753897 ASBESTINVENTARISATIERAPPORT CONFORM HET CERTIFICAAT ASBESTINVENTARISATIES 618B19 Ongeleg 5 8339 SK Marijenkampen
618B19 Asbestinventarisatie conform Arbeidsomstandighedenregeling Ongeleg 5 8339 SK Marijenkampen Omschrijving: Inventarisatie kippenschuur Projectnummer: 618B19 Reikwijdte Gehele bouwwerk of object Gedeelte van bouwwerk of object Bouwwerk of object en het gebied rondom het bouwwerk of object Uitsluitend het gebied rondom het bouwwerk of object Geschiktheid van dit asbestinventarisatierapport Niet geschikt voor asbestverwijdering, risicobeoordeling noodzakelijk Geschikt voor uitsluitend de verwijdering van het in dit rapport genoemde asbesthoudende materiaal Geschikt voor renovatie zonder de bouwkundige integriteit aan te taste n Geschikt voor volledige renovatie of totaalsloop Risicobeoordeling Risicobeoordeling ten behoeve van sloop en renovatie (SMART) Risicobeoordeling in gebruiksfase (NEN 2991) Opdrachtgever Fam. Alferink Ten Holtheweg 38 8341 PG Steenwijkerwold Opdrachtnemer Best4best B.V. Hitzumerweg 1 8806 TR Achlum Tel. 0517-452323 info@best4best.nl Certificaatnummer: 01.D010041.01 Asbestinventariseerder De heer Feike Bruinsma (DIA code 51E-300317-411111) Projectnummer 618B19 Versie Versie 1.0 Versiedatum 15-11-2019 Status Definitief Geldigheid 15-11-2022 618B19 Autorisatie Projectnummer Versiedatum Status 618B19 15-11-2019 Definitief Opgesteld door: Datum Paraaf H. G.
Visser (DIA code 51E-141017-411181) 15-11-2019 Geverifieerd door: Datum Paraaf F. Bruinsma (DIA code 51E-300317-411111) 15-11-2019 Akkoord technisch verantwoordelijke: Datum Paraaf F. Bruinsma (DIA code 51E-300317-411111) 15-11-2019 Revisie Projectnummer Versiedatum Status Reden revisie Kleur aangepaste tekst 618B19 15-11-2019 Definitief Niet van toepassing Niet van toepassing Rood Groen Blauw
618B19 Inhoudsopgave Hoofdstuk Pagina 1 Samenvatting, conclusie en aanbevelingen 1 1.1 Inleiding 1 1.2 Uitvoering inventarisatie 1 1.3 Algemeen 1 1.4 Resultaten 2 1.5 Geschiktheid inventarisatie 2 1.6 Conclusies en aanbevelingen 2 1.7 Aanbevelingen aanvullend onderzoek 2 1.8 Geldigheid en bewaartermijn 2 2 Inleiding 4 2.1 Algemeen 4 2.2 Aanleiding 4 2.3 Doel 4 3 Opzet asbestinventarisatie 5 3.1 Vooronderzoek 5 3.2 Asbestinventarisatie op locatie 5 3.3 Monstername en -codering 6 3.4 Asbest in objecten 6 3.5 Analyse asbestverdacht materiaal 6 3.6 Risicoklassebepaling 7 4 Resultaten 8 4.1 Vooronderzoek 8 4.2 Bemonsterde asbestverdachte materialen 8 4.3 Technische installaties en machines 8 4.4 Bronbladen 9 Bijlagen Bijlage 1 Tekeningen Bijlage 2 Ligging van de onderzoekslocatie Bijlage 3 Nader te beoordelen locaties/constructieonderdelen Bijlage 4 Foto's onderzoekslocatie Bijlage 5 Analysecertificaten Bijlage 6 Risicobeoordeling SMART Bijlage 7 Certificaat Asbestinventarisaties Bijlage F Verplichtingen opdrachtgever (I) Bijlage 8 Algemene voorwaarden Best4best B.V. te Achlum 618B19 1 / 12 1 Samenvatting, conclusie en aanbevelingen 1.1 Inleiding In opdracht van Fam. Alferink heeft Best4best B.V. op 14 november 2019 een asbestinventarisatie, conform de eisen zoals vermeld in het Procescertificaat Asbestinventarisatie, uitgevoerd op de locatie Ongeleg 5 te Marijenkampen.
De inventarisatie is uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen sloop. De reikwijdte van het onderzoek betreft 'Gehele bouwwerk of object'. 1.2 Uitvoering inventarisatie De inventarisatie is uitgevoerd door de heer Feike Bruinsma. 1.3 Algemeen Dit is een rapportage van een onderzoek van direct waarneembaar asbest conform het Certificaat Asbestinventarisaties inclusief risicobeoordeling. Bij dit onderzoek is licht destructief onderzoek uitgevoerd, waardoor de gebruikswaarde van het gebouw niet is aangetast. Dit rapport moet, indien langer dan drie jaar na de publicatiedatum, voorafgaand aan gebruik worden geactualiseerd. Alleen aan het originele rapport kunnen rechten worden ontleend. Dit rapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. Een asbestinventarisatierapport dient als basis voor het indienen van een sloopmelding voor het geheel of gedeeltelijk afbreken of uit elkaar nemen van een bouwwerk. De asbestinventarisatie kan beperkt worden tot het te bouwen/op te richten containment en/of werkgebied en omvat ten minste het gebied dat na de verwijdering van de asbesthoudende materialen visueel geïnspecteerd wordt (5 meter rondom het te saneren object) als onderdeel van de eindbeoordeling met uitzondering van de eventuele transitroute, zijnde de route tussen de transitsluis en de decontaminatie-unit.
Indien de asbestinventarisatie niet het gebied van 5 meter kan omvatten mag van deze eis worden afgeweken mits er zwaarwegende redenen zijn om af te wijken van deze eis, of het te saneren gebied beperkt wordt door een ruimtelijke afscheiding, of doordat de asbestverdachte bron het bezit is van een andere eigenaar. In de detailtekening in Bijlage 1 is het onderzochte gebied aangegeven. Wanneer er afgeweken is van de eis van 5 meter rondom het te saneren object is dit aangegeven in de detailtekening in Bijlage 1. Best4best is gecertificeerd als deskundig inventarisatiebedrijf. De werkzaamheden worden uitgevoerd conform het Certificaatschema voor procescertificaten Asbestinventarisatie en Asbestverwijdering van het Arbeidsomstandighedenbesluit d.d. 06-12-2018. De naleving hiervan wordt periodiek getoetst door externe auditors van certificerende instellingen. Het certificaat is geregistreerd onder nummer 01.D010041.01 bij TÜV Nederland QA B.V.
618B19 2 / 12 1.4 Resultaten In de onderstaande tabel zijn alle aangetroffen asbesthoudende toepassingen weergegeven. Tabel 1.1 Asbesthoudende toepassingen Bron Nr. Omschrijving materiaal Locatie Hoeveelheid Monstercode Analyseresultaat Hechtgebondenheid Risico- klasse 01 Golfplaat Dak van de schuur 1 x 660 m² MM01 2-5 % amosiet 10-15 % chrysotiel Ja 2A 02 Vlakke plaat In de schuur 1 x 30 m² MM02 2-5 % chrysotiel Ja 2 03 Vlakke plaat In de schuur 1 x 2 m³ MM03 10-15 % chrysotiel Ja 1 04 Vlakke plaat In de schuur 1 x 315 m² als MM02 2-5 % chrysotiel Ja 2 Tijdens de inventarisatie zijn geen asbestverdachte technische installaties waargenomen. Als asbesthoudende toepassingen zijn aangetroffen, is conform het asbestcertificatieschema de risicoklasse voor de verwijdering vastgesteld. De indeling in risicoklassen is uitgevoerd aan de hand van het digitale bepalingsprogramma SMA-rt (http://smart.ascert.nl/). In de SMA-rt uitdraai zijn maatregelen beschreven om bij bewerking of verwijdering van het asbesthoudende materiaal blootstelling en/of verspreiding van asbest te voorkomen. De SMA-rt risicobeoordelingen zijn in bijlage 5 opgenomen. 1.5 Geschiktheid inventarisatie De inventarisatie is geschikt voor volledige renovatie of totaalsloop.
1.6 Conclusies en aanbevelingen De volgende conclusies en aanbevelingen zijn van toepassing voor onderhavig onderzoek: • Tijdens de inventarisatie zijn asbesthoudende materialen aangetroffen met een laag potentieel blootstellingsrisico. Een risicobeoordeling conform de NEN 2991 is niet noodzakelijk. • Voorafgaand aan toekomstige bouw-/sloop-/renovatiewerkzaamheden dienen de aangetroffen asbesthoudende toepassing(en) verwijderd te worden door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf. • Aanbevolen wordt om een beheersplan op te stellen voor het aangetroffen asbest. • Aanbevolen wordt om de asbesthoudende materialen te markeren. • In het huidige gebruik van de locatie is verwijdering of afscherming van de asbesthoudende toepassingen niet direct noodzakelijk. 1.7 Aanbevelingen aanvullend onderzoek De locatie is voldoende onderzocht. Een aanvullend onderzoek wordt derhalve niet nodig geacht. 1.8 Geldigheid en bewaartermijn Dit asbestinventarisatierapport moet, indien langer dan drie jaar na de publicatiedatum, voorafgaand aan gebruik worden geactualiseerd. De gegevens van het onderzoek worden ten minste tien jaar na ondertekening van het rapport bewaard.
618B19 3 / 12 Ondanks dat de inventarisatie systematisch en door gekwalificeerd personeel is uitgevoerd kan Best4best niet garanderen dat er tijdens renovatie, restauratie- of sloopwerkzaamheden geen asbesthoudende materialen/producten worden aangetroffen. Tot de sloop of sanering mogen de asbesthoudende materialen niet gemanipuleerd, beschadigd of bewerkt worden. Verdere voorzorgsmaatregelen, behalve bovenstaande, worden tot de sloop niet noodzakelijk geacht. Veelal is het wettelijk verplicht om deze verwijdering van het asbesthoudend materiaal voorafgaande aan de sloop te laten plaatsvinden. Veelal is het wettelijk verplicht om deze sanering door een gecertificeerd asbestverwijderingsbedrijf te laten uitvoeren. Desgewenst kan Best4best een gecertificeerd verwijderingsbedrijf in overleg met de opdrachtgever selecteren en de sloop begeleiden. Het is aan te bevelen vanwege het asbest op diverse plaatsen in het gebouw, alle asbesthoudende materialen te laten merken voordat sloop zal plaatsvinden. Desgevraagd kan Best4best deze markering op de asbesthoudende materialen aanbrengen. 618B19 4 / 12 2 Inleiding 2.1 Algemeen In opdracht van Fam. Alferink heeft Best4best B.V. op 14 november 2019 een asbestinventarisatie uitgevoerd op de locatie Ongeleg 5 in Marijenkampen. De inventarisatie is uitgevoerd door de heer Feike Bruinsma.
De reikwijdte van het onderzoek betreft 'Gehele bouwwerk of object'. De asbestinventarisatie is uitgevoerd conform de eisen zoals vermeld in het Procescertificaat Asbestinventarisaties. Best4Best heeft geen banden met de opdrachtgever, of met belanghebbenden bij de asbestinventarisatie, waardoor zich geen strijdigheid met het certificatieschema kan voordoen. Best4Best en haar personeel garandeert hierbij geheimhouding van alle gegevens die bij een asbestinventarisatie verkregen zijn. Deze gegevens zijn en blijven eigendom van de opdrachtgever. Dit asbestinventarisatierapport moet, indien langer dan drie jaar na de versiedatum, voorafgaand aan gebruik worden geactualiseerd. De gegevens van het onderzoek worden ten minste tien jaar na ondertekening van het rapport bewaard. De gegevens van de onderzoeken zijn tevens ingevoerd in het Landelijk AsbestVolgSysteem (https://www.asbestvolgsysteem.nl en http://www.lavsinfo.nl/). Alleen aan het originele asbestinventarisatierapport kunnen rechten worden ontleend. Dit asbestinventarisatierapport mag uitsluitend in zijn geheel worden gereproduceerd. 2.2 Aanleiding De inventarisatie is uitgevoerd ten behoeve van de voorgenomen sloop.
2.3 Doel Het doel van deze asbestinventarisatie is enerzijds het lokaliseren van de asbesthoudende en asbestverdachte materialen en anderzijds het aangeven met welke beschermende maatregelen de asbesthoudende materialen verwijderd moeten worden. De gegevens van de asbestinventarisatie kunnen tevens in acht worden genomen met betrekking tot het toekomstige beheer. De gegevens uit deze asbestinventarisatie kunnen worden gebruikt voor het opstellen van een asbestbeheersplan. 618B19 5 / 12 3 Opzet asbestinventarisatie De asbestinventarisatie is door Best4Best uitgevoerd conform het asbestcertificatieschema. 3.1 Vooronderzoek Het vooronderzoek heeft plaatsgevonden door bestudering van de door de opdrachtgever en/of gemeente beschikbaar gestelde informatie, zoals (ver)bouwtekeningen, tekeningen van procesinstallaties en, indien beschikbaar, voorgaande asbestinventarisaties. Tijdens het vooronderzoek zijn indien mogelijk de volgende werkzaamheden verricht: • Beschikbare (ver)bouwtekeningen bestudeerd. • Beschikbare bestekken bestudeerd. • Beschikbare asbestinventarisaties bestudeerd. • Kaarten/gegevens geraadpleegd van de Publiekelijke Dienstverlening Op de Kaart (PDOK); • Gegevens geraadpleegd van de Basisregistraties Adressen en Gebouwen (BAG). • Betrokkenen geïnterviewd. De resultaten van de bovenstaande werkzaamheden zijn weergegeven in hoofdstuk 4.
3.2 Asbestinventarisatie op locatie Tijdens de asbestinventarisatie zijn de volgende werkzaamheden verricht: • De ruimten binnen de reikwijdte beoordeeld, waarbij de asbestverdachte materialen visueel zijn geïnventariseerd. • Monsters genomen van de asbestverdachte materialen. • Monsters verzonden naar en geanalyseerd door een geaccrediteerd laboratorium. • De locaties vastgelegd waar asbestverdacht materiaal is aangetroffen (tekeningen, zie bijlage 1, en foto’s). De resultaten van de bovenstaande werkzaamheden zijn weergegeven in hoofdstuk 4. Binnen Best4Best is door de jaren heen de benodigde kennis verworven op het gebied van asbest en bijbehorende asbestinventarisaties. Tijdens een asbestinventarisatie worden, met name slecht of niet direct zichtbare delen van het gebouw of installatie(s), steekproefsgewijs onderzocht. Dit met bedoeling om het aanwezige asbest zo volledig mogelijk in kaart te brengen. Hoewel wij de inventarisatiewerkzaamheden door gecertificeerd personeel en met de vereiste zorg laten uitvoeren, kan niet uitgesloten worden dat bij eventuele werkzaamheden toch nog enkele asbesthoudende elementen aangetroffen worden, die in de asbestinventarisatie niet zijn gedetecteerd. Het niet gerapporteerd asbesthoudend element, dient conform artikel 23 van de Arbeidsomstandighedenregeling behandeld te worden.
618B19 6 / 12 3.3 Monstername en -codering De gegevens uit het vooronderzoek zijn door de Deskundig Inventariseerder Asbest (hierna DIA) gebruikt tijdens de asbestinventarisatie. Hierbij zijn van de aangetroffen asbestverdachte materialen monsters genomen en geregistreerd. Monstername bestaat uit het afbreken van een klein deel van het asbestverdachte materiaal (MM01, MM02, etc.) en/of door het nemen van een kleefmonster van asbestverdacht stof (SM01, SM02, etc.). Ook heeft de DIA foto’s van de asbestverdachte toepassingen genomen. Als sprake is van identieke materialen, dan wordt in dit rapport als volgt verwezen naar het oorspronkelijk genomen monster: “Als MM01, Als MM02,“ etc. In de bronbladen wordt verwezen naar het bijhorende materiaalmonster. Van alle visueel herkenbare identieke materialen is minimaal één representatief monster per materiaalsoort genomen. De omvang en hoeveelheden van de geconstateerde asbestverdachte materialen is bepaald door middel van geschikte meetmiddelen. De maten zijn zo nauwkeurig als mogelijk vastgesteld. 3.4 Asbest in objecten Als uit documentatie blijkt waar het asbesthoudende materiaal zich in het object bevindt, welke soort asbest is toegepast en wat het percentage asbest is, zijn geen monsters genomen. Deze mogelijkheid geldt alleen voor objecten en niet voor bouwwerken, bijvoorbeeld verwarmingsinstallaties.
Deze informatie kan worden verkregen uit de productgegevens van een fabrikant of uit eerdere onderzoeken naar de asbesttoepassingen. Als het nemen van een monster niet mogelijk bleek, omdat de asbesthoudende toepassing in het object verwerkt is en het nemen van een monster kan leiden tot asbestvezelemissie en de risicoklasse door het ontbreken van een percentage asbest niet bepaald kon worden door middel van SMART, is het verplicht de toepassing in de hoogste risicoklasse in te delen. 3.5 Analyse asbestverdacht materiaal Het asbestverdachte materiaal is door een geaccrediteerd laboratorium onderzocht op de aanwezigheid van asbest. De materiaalmonsters zijn met behulp van polarisatie-microscopie geanalyseerd (NEN 58961), het type asbest is vastgesteld en de concentratie ingeschat. De stofmonsters zijn door een geaccrediteerd laboratorium door middel van Scanning Elektronenmicroscopie (SEM) en X-ray micro-analyse (XRMA) onderzocht. Hiermee is de concentratie aan asbestvezels vastgesteld. De analyse is uitgevoerd conform NEN 2991 en ISO 16000-272. In bijlage 3 zijn de analyseresultaten bijgevoegd. 1 NEN-5896:2003, kwalitatieve analyse van asbest in materialen met polarisatie microscopie, uitgegeven door het Nederlands Normalisatie-instituut.
2 NEN-ISO 16000-27: NEN-ISO 16000-27:2014, algemene criteria voor bepaling van de neergestreken stofvezels op oppervlakken door scanning elektronenmicroscopie. 618B19 7 / 12 3.6 Risicoklassebepaling In het Arbeidsomstandighedenbesluit worden drie risicoklassen gedefinieerd, elk met een eigen specifiek veiligheidsregime. Bij activiteiten in het kader van de verwijdering van asbest is er een risico dat asbestvezels in de ademzone van werknemers komen. Het aantal vrijkomende vezels in de lucht tijdens de activiteiten valt in drie afzonderlijke risicoklassen te onderscheiden: • Risicoklasse 1: zijn alle bronnen die bij de verwijdering onder de verwachte asbestvezelconcentratie van 2.000 vezels/m3 blijven. • Risicoklasse 2: zijn alle asbesthoudende producten waar alleen chrysotiel in zit en bij de verwijdering een verwachte asbestvezelconcentratie is van meer dan 2.000 vezels/m3. De oude vrijgave conform NEN 2990 is hier geldig, vrijgave mag met Fasecontrast microscopie. • Risicoklasse 2A: zijn alle asbesthoudende bronnen waar een amfibool asbest met een massapercentage van meer dan 2% in is verwerkt en bij de verwijdering een verwachte asbestvezelconcentratie is van meer dan 2.000 vezels/m3.
De risicoklasse van de, tijdens deze asbestinventarisatie aangetroffen, asbesthoudende toepassingen is vastgesteld met behulp van het bepalingsprogramma “StoffenManager Asbest Risico- indelingsTechniek” (SMART, https://smart.ascert.nl/). In bijlage 4 zijn de SMART uitdraaien bijgevoegd. 618B19 8 / 12 4 Resultaten 4.1 Vooronderzoek Voorafgaand aan de asbestinventarisatie is vooronderzoek uitgevoerd naar de aanwezigheid van asbestverdachte materialen. De volgende aanvullende informatie is tijdens ons vooronderzoek naar voren gekomen: Tabel 4.1 Overige informatie van de locatie Locatie gegevens Type bouwwerk Kippenschuur In gebruik Ja Bouwjaar <1994 Functie Kippenhouderij Bouwgeschiedenis De bouwgeschiedenis van het onderzochte object is niet bekend. Voorgaande asbestverwijderingen uitgevoerd Niet bekend Op basis van de resultaten van de deskresearch bestaan er aanwijzingen voor de aanwezigheid van asbesthoudende toepassingen in het object. Het betreft de golfplaten en wandbeplating. 4.2 Bemonsterde asbestverdachte materialen Tijdens de asbestinventarisatie zijn de volgende asbestverdachte materialen bemonsterd en ter analyse verzonden naar het geaccrediteerde laboratorium.
Tabel 4.2 Monsterkenmerk en analyseresultaat Monstercode Certificaat Materiaal Bron Analyseresultaat MM01 6153512 Golfplaat 01 2-5 % amosiet 10-15 % chrysotiel MM02 6153513 Vlakke plaat 02 2-5 % chrysotiel MM03 6153514 Vlakke plaat 03 10-15 % chrysotiel 4.3 Technische installaties en machines Tijdens de inventarisatie zijn geen asbestverdachte technische installaties waargenomen. 618B19 9 / 12 4.4 Bronbladen In de productbladen wordt een overzicht gegeven van de aangetroffen asbestverdachte toepassingen. Bronnummer 01 Locatie Dak van de schuur Binnen/buiten Buiten Omschrijving materiaal Dakbeplating Hoeveelheid 1 x 660 m² Productsoort Golfplaat Bereikbaarheid Goed Hechtgebondenheid Hechtgebonden Wijze van bevestiging Geschroefd Mate van beschadiging Ernstig Mate van verwering Ernstig Monstercode MM01 Analysecertificaat 967481 Analyseresultaat 2-5 % amosiet 10-15 % chrysotiel Risicoklasse 2A Verwijdermethode Buitensanering Aanpak vervolg Het aangetroffen asbesthoudende materiaal vormt geen direct blootstellings-/verspreidingsrisico. Verwijderingsurgentie Asbestverwijdering op natuurlijk moment uitvoeren Algemene opmerking Er zijn geen bijzonderheden
618B19 10 / 12 Bronnummer 02 Locatie In de schuur Binnen/buiten Binnen Omschrijving materiaal Plaat Hoeveelheid 1 x 30 m² Productsoort Vlakke plaat Bereikbaarheid Goed Hechtgebondenheid Hechtgebonden Wijze van bevestiging Gespijkerd Mate van beschadiging Licht Mate van verwering Licht Monstercode MM02 Analysecertificaat 967481 Analyseresultaat 2-5 % chrysotiel Risicoklasse 2 Verwijdermethode Containment Aanpak vervolg Het aangetroffen asbesthoudende materiaal vormt geen direct blootstellings-/verspreidingsrisico. Verwijderingsurgentie Asbestverwijdering op natuurlijk moment uitvoeren Algemene opmerking Er zijn geen bijzonderheden
618B19 11 / 12 Bronnummer 03 Locatie In de schuur Binnen/buiten Binnen Omschrijving materiaal Losse platen op pallet Hoeveelheid 1 x 2 m³ Productsoort Vlakke plaat Bereikbaarheid Goed Hechtgebondenheid Hechtgebonden Wijze van bevestiging Los Mate van beschadiging Licht Mate van verwering Licht Monstercode MM03 Analysecertificaat 967481 Analyseresultaat 10-15 % chrysotiel Risicoklasse 1 Verwijdermethode Direct verpakken Aanpak vervolg Het aangetroffen asbesthoudende materiaal vormt geen direct blootstellings-/verspreidingsrisico. Verwijderingsurgentie Asbestverwijdering op natuurlijk moment uitvoeren Algemene opmerking Er zijn geen bijzonderheden
618B19 12 / 12 Bronnummer 04 Locatie In de schuur Binnen/buiten Binnen Omschrijving materiaal Restanten achter spijkers Hoeveelheid 1 x 315 m² Productsoort Vlakke plaat Bereikbaarheid Goed Hechtgebondenheid Hechtgebonden Wijze van bevestiging Gespijkerd Mate van beschadiging Ernstig Mate van verwering Ernstig Monstercode als MM02 Analysecertificaat 967481 Analyseresultaat betreffen analyseresultaten van MM02 2-5 % chrysotiel Risicoklasse 2 Verwijdermethode Containment Aanpak vervolg Het aangetroffen asbesthoudende materiaal vormt een potentieel blootstellings-/verspreidingsrisico. Verwijderingsurgentie Asbestverwijdering geadviseerd Algemene opmerking -
618B19 Bijlagen 618B19 Bijlage 1 Tekeningen
618B19 Bijlage 2 Ligging van de onderzoekslocatie
618B19 Bijlage 3 Nader te beoordelen locaties/constructieonderdelen De locatie is voldoende onderzocht. Een aanvullend onderzoek wordt derhalve niet nodig geacht. 618B19 Bijlage 4 Foto's onderzoekslocatie
618B19
618B19
618B19
618B19 Bijlage 5 Analysecertificaten
618B19 Bijlage 6 Risicobeoordeling SMART
618B19
618B19
618B19
618B19 Bijlage 7 Certificaat Asbestinventarisaties Bijlage F Verplichtingen opdrachtgever (I) Informatief karakter 1. Algemeen De opdrachtgever heeft een wettelijke informatieplicht daar waar het gaat over de aanwezigheid van asbest in zijn bouwwerk/object, dat hij in eigendom/beheer heeft. Deze plicht heeft hij naar de gebruiker van het bouwwerk/object en zij die het bouwwerk/object respectievelijk onderhouden, renoveren, slopen of werkzaamheden erin uitvoeren. Asbestverwijdering is onderhevig aan een Gemeentelijke vergunning. Aan de sloopmelding ligt een asbestinventarisatierapport ten grondslag. Wie kan een sloopmelding indienen en wordt daarmee de houder, na goedkeuring, van de geaccepteerde vergunning? 1) De eigenaar van een bouwwerk; 2) Namens de eigenaar van het bouwwerk: het adviesbureau; 3) De gebruiker van een bouwwerk. Toelichting: a) De houder van de geaccepteerde sloopmelding blijft voor de gemeente verantwoordelijk en aanspreekpunt voor de rapportage als sanering. Is het niet volledig en dus niet geschikt voor afgifte omgevingsvergunning, dan spreekt de gemeente de aanvrager van de vergunning aan. Deze spreekt vervolgens het onderzoeksbureau aan. Dit geldt eveneens voor de asbestverwijdering.
b) Als gewerkt wordt in strijd met de voorschriften, spreekt de gemeente de houder van de geaccepteerde sloopmelding in eerste instantie aan, in tweede instantie de asbestverwijderaar. De onder de punten 1 t/m 3 genoemde personen kunnen opdrachtgever zijn voor zowel de asbestinventarisatie, de asbestverwijdering, als de eindbeoordeling. Hij hoeft niet perse opdrachtgever te zijn voor de eindbeoordeling. Dit kan hij overlaten aan het verwijderingsbedrijf, hetgeen ook logisch is. De opdrachtgever is degene die: 1) De opdracht tot inventarisatie verleent aan een bedrijf dat in het bezit is van een geldig certificaat voor asbestinventarisatie; 2) De sloopmelding indienen bij de Gemeente, implicerende de meld ing voor het voornemen tot slopen/verwijderen; 3) De opdracht tot de eindbeoordeling van de uitgevoerde asbestverwijdering verle ent aan een laboratorium c.q.
inspectie-instelling dat/die daarvoor is geaccrediteerd; 4) De opdracht tot de asbestverwijdering verleent aan een asbestverwijderingsbedri jf dat in het bezit is van een geldig certificaat voor asbest verwijderen; 5) De Gemeente minimaal één week vóór uitvoering op de hoogte stelt van de juis te uitvoeringsdata en -tijdstippen; 6) De stortbon en het vrijgavebewijs van het asbestverwijderingsbedrijf ontvangt; 7) De Gemeente uiterlijk binnen twee weken na uitvoering een afschrift stuurt van d e resultaten van de eindbeoordeling; 8) De facturen voor de verleende diensten (1 t/m 4) ontvangt en betaalt. De opdrachtgever kan de zaken genoemd onder 1, 2, 3, 5 en 7 delegeren aan bijvoorbeeld het asbestverwijderingsbedrijf, doch blijft verantwoordelijk voor de aanwezigheid van de juiste papieren (inventarisatierapport en geaccepteerde sloopmelding) op het werk. 2. Asbestverwijderingsbesluit 2005 De verantwoordelijkheid van de opdrachtgever voor de juiste papieren (inventarisatierapport en geaccepteerde sloopmelding) op het werk vindt zijn wettelijke basis in Par. 2, Artikel 3 en 5 en Par. 4, Artikel 10 van het Asbestverwijderingsbesluit 2005.
De door de opdrachtgever in te schakelen bedrijven voor asbestinventarisatie, asbestverwijdering en eindbeoordeling kunnen het werk alleen verrichten, wanneer zij in het bezit zijn van de wettelijk verplichte certificatie, respectievelijk accreditatie. 618B19 3. Asbestinventarisatierapport Ontleend aan Asbestverwijderingsbesluit 2005, Stb. 704 d.d. 16-12-2005 en Stb. 87 d.d. 20-02-2006 Paragraaf 2 – Asbestinventarisatie. Art. 3-1-b: lid b: degene die geheel of gedeeltelijk doet (laat) afbreken of uit elkaar nemen (= dus de opdrachtgever) 61 Staatscourant 2011 nr. 22513 22 december 2011 .... beschikt over een asbestinventarisatierapport. Art. 3-2-b: ook hier wordt weer gesproken over degene die asbest doet (laat) verwijderen (= dus de opdrachtgever) .... beschikt over een asbestinventarisatierapport. Art. 5: Degene die de handelingen van par. 3 doet / laat verrichten (= dus de opdrachtgever), verstrekt vóórdat de handeling wordt verricht, een afschrift van het inventarisatierapport aan degene die de handeling verricht (= dus het asbestverwijderingsbedrijf). Conclusie: Art. 3 en 5 zijn heel duidelijk: De opdrachtgever beschikt over een inventarisatierapport en geeft een afschrift van dat rapport aan degene die het asbest verwijdert. Hoe de opdrachtgever aan dat rapport komt, staat niet vermeld. Hij moet er gewoon over beschikken, dus het zelf regelen.
618B19 Aanvulling Arbeidsomstandighedenbesluit d.d. 30-11-2016 Artikel 19. Uitvoering asbestinventarisatie 1. Een asbestinventarisatie omvat ten minste het gebied dat na de verwijdering van de asbesthoudende materialen visueel geïnspecteerd wordt als onderdeel van de eindbeoordeling met uitzondering van de eventuele transitroute, zijnde de route tussen de transitsluis en de decontaminatie-unit. 2. De asbestinventarisatie wordt uitgevoerd door de DIA. 3. Bij de uitvoering van een asbestinventarisatie worden ten minste maatregelen genomen overeenkomstig artikel 17, tweede lid, onderdeel c, om verspreiding van asbest te voorkomen. 4. Het asbestinventarisatiebedrijf zorgt er voor dat de in te zetten arbeidsmiddelen voorafgaand aan het gebruik door de DIA worden gecontroleerd. 5. Het asbestinventarisatiebedrijf zorgt er voor dat de DIA de werkzaamheden conform het inventarisatieplan uitvoert. 6. Het asbestinventarisatiebedrijf zorgt er voor dat actuele versies van alle werkinstructies, normen, procedures, registratieformulieren en referentiegegevens die van belang zijn voor de asbestinventarisatie op de projectlocatie aanwezig zijn. 7. Het asbestinventarisatiebedrijf zorgt er voor dat relevante waarnemingen en andere bij de asbestinventarisatie verkregen gegevens tijdens de inventarisatie worden geregistreerd. 8.
Het asbestinventarisatiebedrijf zorgt er voor dat elke afwijking van het asbestinventarisatieplan of onregelmatigheid die door de DIA zelf wordt opgemerkt of onder zijn aandacht wordt gebracht door de DIA wordt vastgelegd. Artikel 21. Maatregelen bij het aantreffen van beschadigd asbestverdacht materiaal 1. Indien het asbestinventarisatiebedrijf beschadigd asbestverdacht materiaal aantreft, worden de volgende aspecten beoordeeld en beschreven: a. de omvang en mate van beschadiging van het asbestverdacht materiaal; en b. de omvang en verspreiding van de visueel waarneembare restanten asbestverdacht materiaal; 2. Indien uit de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat er sprake is van de aanwezigheid van visueel waarneembare restanten niet-hechtgebonden asbestverdacht materiaal binnen een bouwwerk, informeert het asbestinventarisatiebedrijf de opdrachtgever hierover en breidt het asbestinventarisatiebedrijf na opdracht door de opdrachtgever het asbestinventarisatieonderzoek uit met een inkadering door middel van: a. het nemen van representatieve kleefmonsters per ruimte of gebied overeenkomstig de NEN 2991; en b.
een analyse van deze kleefmonsters overeenkomstig de NEN-ISO 16000-27 door een door de Raad voor Accreditatie voor deze verrichting geaccrediteerd laboratorium, als blijkt dat het beschadigde asbestverdachte materiaal, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, asbesthoudend is. 3. Indien uit de beoordeling, bedoeld in het eerste lid, blijkt dat er naast de aanwezigheid van visueel waarneembare restanten niet-hechtgebonden asbesthoudend materiaal sprake is van een ernstige verontreiniging die kan leiden tot een blootstelling aan asbestvezels in de lucht boven de van toepassing zijnde grenswaarde informeert het asbestinventarisatiebedrijf onmiddellijk de opdrachtgever hierover en beveelt het asbestinventarisatiebedrijf de opdrachtgever aan om onmiddellijk maatregelen te treffen waaronder het laten uitvoeren van een risicobeoordeling, en bij een in gebruik zijnde bouwwerk het op de hoogte stellen van de toezichthoudende overheidsinstelling als blijkt dat het beschadigde asbestverdachte materiaal, bedoeld in het eerste lid, onderdeel a, asbesthoudend is. 4.
Bij een mogelijke ernstige verontreiniging door niet hechtgebonden asbestverdachte materialen die kan leiden tot een blootstelling aan asbestvezels in de lucht boven de van toepassing zijnde grenswaarde, geschiedt een asbestinventarisatie met gebruikmaking van ten minste een volgelaatmasker met aanblaasunit, beschermende kleding en veiligheidsschoeisel en met gebruikmaking van een decontaminatie-unit. 618B19 Bijlage 8 Algemene voorwaarden Best4best B.V. te Achlum Artikel 1 Definities In deze algemene voorwaarden worden de volgende termen in de navolgende betekenis gebruikt, tenzij uitdrukkelijk anders is aangegeven. Opdrachtnemer : Best4best B.V. te Achlum. Opdrachtgever : de wederpartij van opdrachtnemer. Opdracht : de in onderling overleg tussen opdrachtgever en opdrachtnemer te b epalen werkzaamheden die door de opdrachtnemer verricht dienen te worden en de voorwaarden waaronder dit dient te geschieden. Artikel 2 1. De algemene voorwaarden zijn van toepassing op alle aanbiedingen, offertes, we rkzaamheden, opdrachten en overeenkomsten tussen opdrachtnemer en opdrachtgevers, respectievelijk hun rechtsopvolgers. Standaardvoorwaarden van de opdrachtgever gelden uitsluitend wanneer deze door opdrachtnemer zijn aanvaard, met schriftelijke bevestiging. 2.
De onderhavige voorwaarden zijn eveneens van toepassing op alle opdrachten met o pdrachtnemer, voor de uitvoering waarvan derden dienen te worden betrokken. 3. Indien een of meerdere van de bepalingen in deze algemene voorwaarden nie tig zijn of vernietigd mochten worden blijven de overige bepalingen van deze algemene voorwaarden volledig van toepas sing. Opdrachtnemer en opdrachtgever zullen als dan in overleg treden om nieuwe bepalingen ter vervan ging van de nietige c.q. vernietigde bepalingen overeen te komen, waarbij indien en voor zoveel mogelijk het doel en de strekking van de oorspronkelijke bepaling in acht worden genomen. Artikel 3 Offertes 1. Offertes van opdrachtnemer zijn gebaseerd op de informatie die door de opdrachtgeve r is verstrekt. De opdrachtgever staat ervoor in dat hij naar beste weten alle essentiële informatie voor opzet, uitvoering en afronding van de opdracht heeft verstrekt. 2. De door opdrachtnemer gemaakte offertes zijn vrijblijvend. De offertes zijn geldi g gedurende 14 dagen, tenzij anders aangegeven. Opdrachtnemer is slechts aan de offertes gebonden indien de aa nvaarding hiervan door de wederpartij schriftelijk binnen 14 dagen worden bevestigd, tenzij anders aangegeven. 3. De prijzen in de genoemde offertes zijn exclusief BTW. 4.
Indien de aanvaarding (op ondergeschikte punten) afwijkt van het in de offe rte opgenomen aanbod is opdrachtnemer daaraan niet gebonden. De opdracht komt dan niet overeenkomstig deze afwijkende aanvaard ing tot stand, tenzij opdrachtnemer anders aangeeft. 5. Een samengestelde prijsopgave verplicht opdrachtnemer niet tot het verrichten van een gedeelte van de opdracht tegen een overeenkomstig deel van de opgegeven prijs. 6. Offertes gelden niet automatisch voor toekomstige opdrachten. Artikel 4 Ter beschikking stelling van informatie en medewerking De opdrachtgever verstrekt opdrachtnemer tijdig alle documenten, informatie en contacten die nodig zijn voor een goede uitvoering van de opdracht. Artikel 5 Uitvoering van de opdracht en het betrekken van derden daarbij 1. Opdrachtnemer voert de werkzaamheden in het kader van de opdracht uit naar beste inzich t, deskundigheid en vermogen. 2. Voor zover een goede uitvoering van de opdracht dit vereist, heeft opdrachtnemer het r echt (delen van) het werk door derden te laten uitvoeren. Opdrachtnemer zal dit in overleg met de opdrachtgever do en. Opdrachtnemer verplicht zich tot maximale inspanning opdat de overeengekome n verplichtingen en kwaliteit wordt behaald. 3.
De opdrachtnemer aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de werkzaamheden, die door der den worden verricht voorzover deze zelf een overeenkomst met opdrachtgever is aangegaan. 4. Opdrachtnemer is niet aansprakelijk voor schade, van welke aard ook, doordat opdrachtnemer is uitgegaan van door de opdrachtgever verstrekte onjuiste en / of onvolledige gegevens, tenzij deze onjuistheid of onvolledigheid voor opdrachtnemer kenbaar behoorde te zijn. 5. Indien is overeengekomen dat de opdracht in fasen zal worden uitgevoerd kan o pdrachtnemer de uitvoering van die 618B19 onderdelen die tot een volgende fase behoren opschorten tot dat de opdrachtgever de resultaten van de daaraan voorafgaande fase schriftelijk heeft goedgekeurd. 6. Indien door opdrachtnemer of door opdrachtnemer ingeschakelde derden in het kader van de opdracht werkzaamheden worden verricht op de locatie van opdrachtgever of een door opdrachtgever aangewezen locatie, draagt opdrachtgever kosteloos zorg voor de door die medewerkers in redelijkheid gewenste faciliteiten. Artikel 6 Wijziging van de opdracht, meerwerk 1. De opdrachtgever aanvaardt dat de tijdsplanning van de opdracht kan worden beïnvloed, indien partijen tussentijds besluiten tot wijziging van aanpak, werkwijze of omvang van de opdracht en de daaruit voortkome nde werkzaamheden.
Indien door toedoen van opdrachtgever tussentijds wijzigingen ontstaan in de opdrachtuitvoering, zal de opdrachtnemer in overleg met de opdrachtgever de noodzakelijke aanpassingen aanbrengen. Indien dit leidt tot meerwerk, zal dit als een aanvullende opdracht aan de opdrachtgever in rekening worden gebracht. De opdrachtnemer is gerechtigd om de extra kosten voor wijziging van de opdracht aan de opdrachtgever in rekening te brengen. 2. In afwijking van lid 1 zal opdrachtnemer geen meerkosten in rekening kunnen bren gen indien de wijziging of aanvulling van de opdracht het gevolg is van omstandigheden die aan opdrachtnemer kunnen worden toegerekend. Artikel 7 Contractsduur; uitvoeringstermijn 1. De opdracht tussen opdrachtnemer en een opdrachtgever wordt aangegaan voor onbepaald e tijd, tenzij uit de aard van de opdracht anders voortvloeit of partijen uitdrukkelijk en schriftelijk anders is ove reenkomen. 2. Is binnen de looptijd van de opdracht voor de voltooiing van bepaalde werkz aamheden een termijn overeengekomen, dan is dit nimmer een fatale termijn. Bij overschrijding van de uitvoeringstermijn dient de opdrachtgever opdrachtnemer dus schriftelijk in gebreke te stellen. Artikel 8 Tarieven 1. Indien partijen niet schriftelijk anders zijn overeengekomen, wordt het tarief v an de opdrachtnemer vastgesteld aan de hand van een uurtarief. 2. Bedragen zijn exclusief BTW. 3.
Indien opdrachtnemer met de opdrachtgever een uurtarief overeenkomt, is de opdrachtn emer niettemin gerechtigd tot verhoging van dit tarief. 4. Opdrachtnemer heeft het recht om -zonder voorafgaande schriftelijke mededeling- per 1 januari van ieder kalenderjaar het in de offerte overeengekomen tarief te verhogen met maximaal het door het CBS verstrekte percentage van de inflatie in het voorgaande jaar. 5. Opdrachtgever is in geval van prijsstijging, buiten de inflatie, gerechtig d de prijzen te verhogen. De opdrachtgever is gerechtigd de opdracht te ontbinden indien de verhoging jaarlijks meer dan 10% bedraagt. Opdrachtgever is niet gerechtigd tot ontbinding indien de bevoegdheid tot verhoging van het tarief voortvloeit uit een bevoegdheid ingevolge de wet. 6. Opdrachtnemer zal de opdrachtgever het voornemen tot verhoging van het tarief op grond van lid 6 schriftelijk kenbaar maken. Opdrachtnemer zal daarbij de omvang van en de datum waarop de verhoging zal ingaan, vermelden. 7. Indien opdrachtgever de door opdrachtnemer kenbaar gemaakte verhoging van het tarief n iet wenst te aanvaarden, is opdrachtgever gerechtigd binnen twee weken na de bedoelde kennisgeving de opdracht schriftelijk op te zeggen, dan wel de opdracht te annuleren tegen de in de kennisgeving van opdrachtnemer genoemde datum waarop de tariefsaanpassing in werking zou treden. Artikel 9 Betalingsvoorwaarden 1.
Betaling dient te geschieden binnen twee weken na de factuurdatum, tenz ij door de opdrachtgever en opdrachtnemer anders is overeengekomen. Bezwaren tegen de hoogte van de declaraties schort en de betalingsverplichting niet op. 2. Na de vervaldatum is de opdrachtgever in gebreke en heeft opdrachtnemer het recht d e wettelijke rente te berekenen. De rente over het opeisbaar bedrag zal worden berekend vanaf het moment dat opdrachtgever in gebreke is tot het moment van voldoening van het volledige bedrag, waarbij een gedeelte van de maand wordt beschouwd als de gehele maand. De kosten van een herinnering, aanmaning en sommatie wegens het verzuim van de opdrachtgever bedragen elke keer € 100,00 die ten laste van opdrachtgever komen. Deze kosten betreffen de dekking van de administratieve gevolgen van opdrachtnemer. 3. Indien de betaling langer dan 1 maand achterwege blijft, kan de opdrachtnemer de uitvoering van de opdracht opschorten totdat betaling is geschiedt. 4. In geval van liquidatie, faillissement, beslag of surseance van betaling van de opdracht gever zijn de vorderingen van opdrachtnemer op de opdrachtgever onmiddellijk opeisbaar. 5.
Opdrachtnemer heeft het recht de door opdrachtgever gedane betalingen te laten strekken in de eerste plaats in mindering van de kosten, vervolgens in mindering van de opengevallen rente en tenslotte in mindering van de hoofdsom en de lopende rente. Opdrachtnemer kan, zonder daardoor in verzuim te komen, een aanbod tot betaling weigeren, indien de opdrachtgever een andere volgorde voor de toerekening aanwijst. Opdrachtnemer kan volledige 618B19 aflossing van de hoofdsom weigeren, indien daarbij niet eveneens de opengevallen en lopende rente alsmede de kosten worden voldaan. 6. Bij het niet nakomen van de verplichtingen door de opdrachtgever, komen alle ter in vordering gemaakte kosten ten laste van de opdrachtgever, zowel de gerechtelijke als de buitenrechtelijke. Artikel 10 Afsluiting opdracht De opdracht is in financiële zin afgesloten indien de afrekening door opdrachtgever is goedgekeurd. De opdrachtgever dient binnen een termijn van 30 dagen na factuurdatum hierover te berichten. Indien opdrachtgever niet binnen deze termijn reageert, wordt de afrekening geacht goedgekeurd te zijn. Alle aan opdrachtgever geleverde zaken blijven eigendom van opdrachtnemer, totdat deze door opdrachtgever zijn betaald. Artikel 11 Eigendomsvoorbehoud 1.