Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8_ontwerp_1_Toelichting.pdf
Tekst van het document
Juni 2022 Status: Ontwerp Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 2 Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Plannaam: Lakeweg 7 en 8 IMRO-nummer: NL.IMRO.1708.ISHLakeweg7en8BP-ON01 Plantype: Bestemmingsplan Status: Ontwerp Datum: Juni 2022
Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 3 TOELICHTING Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 4 INHOUDSOPGAVE HOOFDSTUK 1 INLEIDING ................................................................................... 6 1.1 AANLEIDING ............................................................................................................................................... 6 1.2 LIGGING VAN HET PLANGEBIED ....................................................................................................................... 6 1.3 DE BIJ HET PLAN BEHORENDE STUKKEN ............................................................................................................. 7 1.4 GELDEND BESTEMMINGSPLAN ........................................................................................................................ 7 1.5 LEESWIJZER ................................................................................................................................................ 8 HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE ......................................................................... 9 2.1 HUIDIGE SITUATIE PLANGEBIED EN OMGEVING ...................................................................................................
9 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING ..................................................................... 11 3.1 GEWENSTE ONTWIKKELING .......................................................................................................................... 11 3.2 LANDSCHAPPELIJKE INPASSING ...................................................................................................................... 12 3.3 VERKEER EN PARKEREN ............................................................................................................................... 14 HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER ........................................................................... 16 4.1 RIJKSBELEID .............................................................................................................................................. 16 4.2 PROVINCIAAL BELEID .................................................................................................................................. 18 4.3 GEMEENTELIJK BELEID ................................................................................................................................. 26 5.1 GELUID ....................................................................................................................................................
31 5.2 BODEMKWALITEIT ...................................................................................................................................... 31 5.3 LUCHTKWALITEIT ....................................................................................................................................... 33 5.4 EXTERNE VEILIGHEID ................................................................................................................................... 35 5.5 MILIEUZONERING ...................................................................................................................................... 36 5.6 GEUR ...................................................................................................................................................... 39 5.7 ECOLOGIE ................................................................................................................................................. 40 5.8 ARCHEOLOGIE & CULTUURHISTORIE .............................................................................................................. 42 5.9 BESLUIT MILIEUEFFECTRAPPORTAGE .............................................................................................................. 43 HOOFDSTUK 6 WATERASPECTEN ........................................................................
45 6.1 VIGEREND BELEID ....................................................................................................................................... 45 6.2 WATERPARAGRAAF .................................................................................................................................... 46 HOOFDSTUK 7 JURIDISCHE ASPECTEN EN PLANVERANTWOORDING .............................. 49 7.1 INLEIDING ................................................................................................................................................. 49 7.2 OPZET VAN DE REGELS ................................................................................................................................ 49 7.3 VERANTWOORDING VAN DE REGELS ............................................................................................................... 50 HOOFDSTUK 8 UITVOERBAARHEID ...................................................................... 52 8.1 ECONOMISCHE UITVOERBAARHEID ................................................................................................................ 52 8.2 MAATSCHAPPELIJKE UITVOERBAARHEID .......................................................................................................... 52 BIJLAGEN BIJ DE TOELICHTING ...............................................................................
54 BIJLAGE 1 LANDSCHAPSPLAN .............................................................................................................................. 55 BIJLAGE 2 KGO-INVESTERING ............................................................................................................................ 55 BIJLAGE 3 BODEMONDERZOEK ........................................................................................................................... 55 BIJLAGE 4 AERIUS BEREKENING ........................................................................................................................... 55 BIJLAGE 5 ECOLOGISCH ONDERZOEK .................................................................................................................... 55 BIJLAGE 6 M.E.R. BESLUIT ................................................................................................................................ 55 BIJLAGE 7 WATERTOETSRESULTAAT ..................................................................................................................... 55 Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 5 BIJLAGE 8 UITGANGSPUNTENNOTITIE WATERSCHAP DRENTS OVERIJSSELSE DELTA .......................................................
55 Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 6 HOOFDSTUK 1 INLEIDING 1.1 Aanleiding Dit bestemmingsplan heeft betrekking op de locaties aan de Lakeweg 7 en Lakeweg 8, beide gelegen in IJsselham. Hierna wordt op de beoogde ontwikkelingen op beide locaties ingegaan. Aan de Lakeweg 7 in IJsselham is een melkveebedrijf gevestigd. Initiatiefnemer is voornemens het melkveebedrijf uit te breiden. Het voornemen is het aantal melkkoeien uit te breiden van circa 334 naar 378 stuks. Hiervoor is een uitbreiding van de stal benodigd van circa 650 m². Tevens wil de opdrachtgever inspelen op de (verre) toekomst en het bouwvlak vergroten ten behoeve van een nieuwe stal. Deze nieuwe stal en de toekomstige ontwikkelingen passen niet volledig binnen de huidige begrenzing van het bouwvlak. Aan de Lakeweg 8 in IJsselham is een voormalig agrarisch bedrijf gevestigd. De bedrijfsmatige activiteiten zijn enkele jaren geleden al beëindigd. Het voornemen is de bestemming te wijziging in een reguliere woonbestemming. De bestaande bebouwing blijft grotendeels behouden. Het ter plekke aanwezige bouwvlak ten behoeve van het agrarische bedrijf zal worden wegbestemd en het perceel van de woning wordt voorzien van een passende woonbestemming zodat de feitelijke situatie weer overeenkomt met de planologische situatie ter plaatse.. Beide erven worden landschappelijk ingepast.
Tevens zal er middels een KGO-investering ten noorden van het plangebied een paddenpoel gerealiseerd worden. De KGO is immers van toepassing ten aanzien van de uitbreiding van het agrarische bedrijf. De landschappelijke inpassing alsmede de KGO -investering is middels een voorwaardelijke verplichting in de regels geborgd. Dit bestemmingsplan voorziet in de gewenste juridische planologische kaders om de voorgenomen ontwikkeling mogelijk te maken. Tevens wordt aangetoond dat er sprake is van ‘een goede ruimtelijke ordening’. 1.2 Ligging van het plangebied Het plangebied ligt aan de Lakeweg 7 en 8 in IJsselham (gemeente Steenwijkerland). In afbeelding 1.1 is de ligging van het plangebied ten opzichte van IJsselham (rode ster) en de (directe) omgeving weergegeven. Afbeelding 1.1 Ligging van het plangebied ten opzichte van de omgeving (Bron: PDOK) Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 7 1.3 De bij het plan behorende stukken Het ”Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8” bestaat uit de volgende stukken: • verbeelding (tek.nr. NL.IMRO.1708.ISHLakeweg7en8BP-ON01) en een renvooi; • regels; • toelichting. Op de verbeelding is de bestemming van de in het plan begrepen gronden weergegeven. In de regels zijn bepalingen opgenomen om de uitgangspunten van het plan zeker te stellen. Het plan gaat vergezeld van een toelichting.
De toelichting geeft een duidelijk beeld van het wijzigingsplan en van de daaraan ten grondslag liggende gedachten maar maakt geen deel uit van het juridisch bindende deel van het bestemmingsplan. 1.4 Geldend bestemmingsplan 1.4.1 Algemeen Het plangebied ligt binnen de planbegrenzing van de beheerverordening “Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014” en “correctieve herziening beheersverordening Buitengebied”. Deze beheersverordeningen zijn op respectievelijk 9 december 2014 en 25 mei 2021 vastgesteld door de gemeenteraad.. De “correctieve herziening beheersverordening Buitengebied” is in voorliggend geval een wijziging van de regels. Het moet samen worden gezien met de regels uit het moederplan “Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014“. 1.4.2 Beheersverordening Buitengebied Steenwijkerland 2014 Op basis van deze beheersverordening zijn de gronden bestemd als ‘Agrarisch met waarden’, ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf 2’ met een bouwvlak ter plaatse van de huidige agrarische bedrijven en ‘Waarde- Archeologie 2’ Tot slot is op de gronden van Lakeweg 7 de aanduiding ‘maximum aantal wooneenh eden 2’ gelegen.
Enkelbestemming ‘Agrarisch met waarden’ De voor ‘Agrarisch met waarde’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor bedrijfsmatig agrarisch gebruik, bescherming, instandhouding en versterking van de natuurlijke en/of landschappelijke w aarden en instandhouding, versterken en ontwikkelen van natuur- en landschapselementen zoals singels en waterpartijen en sloten. Op de gronden mogen geen nieuwe gebouwen worden gebouwd. Dit betekent dat in dit geval geen gebouwen zijn toegestaan, gezien de gronden onbebouwd zijn. Enkelbestemming ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf 2’ De voor ‘Agrarisch – Agrarisch bedrijf 2’ aangewezen gronden zijn onder meer bestemd voor grondgebonden agrarische bedrijven met daaraan ondergeschikte tuinen, erven en groenvoorzi eningen, ontsluitings- en parkeervoorzieningen en water en waterhuiskundige voorzieningen. Per bestemmingsvlak is ruimte voor de uitoefening van één bedrijf met bedrijfswoning, uitsluitend binnen de aanduiding bouwvlak. Ter plaatse van de aanduiding ‘maximum aantal wooneenheden 2’ zijn maximaal 2 bedrijfswoningen toegestaan. Dubbelbestemming ‘Waarde – Archeologie 2’ De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden.
1.4.3 Strijdigheid Het voornemen voorziet in het en uitbreiden van het bouwvlak ten behoeve van het agrarisch bedrijf aan de Lakeweg 7. Tevens bestaat het voornemen het voormalige agrarische bedrijf aan de Lakeweg 8 om te vormen tot een regulier woonerf. Het aanwezige bouwvlak, ten behoeve van het voormalige agrarische bedrijf, zal hier Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 8 gedeeltelijk wegbestemd worden. Tot slot dient de landschappelijke inpassing van het geheel juridisch geborgd worden. Voorliggend bestemmingsplan voorziet in de benodigde bouw- en gebruiksmogelijkheden voor de uitbreiding van het agrarische bedrijf en de reguliere woning. Hierbij is aangetoond dat de voorgenomen ontwikkeling in overeenstemming met een goede ruimtelijke ordening is. 1.5 Leeswijzer Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de ruimtelijk- functionele structuur van de omgeving en de huidige situatie van het plangebied beschreven. Hoofdstuk 3 betreft de planbeschrijving. In hoofdstuk 4 wordt ingegaan op het beleidskader. Hierin wordt het beleid van het Rijk, de provincie Overijssel en de gemeente Steenwijkerland beschreven. In hoofdstuk 5 passeren alle relevante milieuthema’s de revue. Hoofdstuk 6 gaat in op de wateraspecten. In de hoofdstuk 7 wordt ingegaan op de juridische aspecten/planverantwoording. Hoofdstuk 8 gaat in op de economische uitvoerbaarheid.
Hoofdstuk 9 gaat in op het vooroverleg, inspraak en de zienswijzen. Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 9 HOOFDSTUK 2 HUIDIGE SITUATIE 2.1 Huidige situatie plangebied en omgeving Het plangebied bevindt zich aan de Lakeweg 7 en 8, in het buitengebied van IJsselham. De ruimtelijke structuur van de omgeving wordt voornamelijk bepaald door agrarische grond met verspreid liggen bedrijfs- en woonpercelen. De ligging en begrenzing van deze locatie wordt weergegeven op de luchtfoto in afbeelding 2.1. Opgemerkt wordt dat de planbegrenzing indicatief is. Voor de exacte planbegrenzing wordt verwezen naar de verbeelding. In afbeelding 2.2 is het plangebied op een straatbeeldfoto weergegeven. Afbeelding 2.1 Luchtfoto plangebied met indicatieve begrenzing (Bron: PDOK) 2.1.1 Lakeweg 7 Het erf van Lakeweg 7 is in gebruik ten behoeve van een melkveehouderij. De gebouwen van het bedrijf zijn in verschillende stadia ontwikkeld en uitgebreid. Ze staan in dwarsrichting op de Lakeweg. Vooraan op het erf van Lakeweg 7 staan twee bedrijfswoningen, nummer 7 en 7a, hiervan is woonhuis nummer 7a nabij Lakeweg 8 gesitueerd. Schuin achter de woning met nummer 7 staan verscheidene stallen. Aan de zuidoostzijde van het erf is tevens een schuur aanwezig. In deze schuur worden werktuigen opgeslagen en is er plek voor een kleine berging-/ werkplaats.
Tussen de bebouwing in zijn er in de lengte twee sleufsilo’s gelegen. Aan de achterzijde van het erf zijn drie kleine sluifsilo’s gelegen over de breedte van het erf. Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 10 Het is de bedoeling dat de meeste noordwestelijk gelegen stal uitgebreid zal worden naar de achterzijde van het erf. Tevens bestaat de wens om ten noorden van deze stal in de toekomst een nieuwe veestal te bouwen. In het volgende hoofdstuk wordt hier nader op ingegaan. Het bedrijf en de beide bedrijfswoningen hebben een eigen in- en uitrit op de Lakeweg. Ten noorden van het plangebied bevindt zich tevens een in - en uitrit (gedempte sloot) voor landbouwvoertuigen naar de naastgelegen agrarische gronden . Het plangebied is te zien op afbeelding 2.2 (onderste foto). Afbeelding 2.2 Straatbeeldfoto plangebied, woning aan de Lakeweg 7 op de voorgrond (Bron: Google.Streetview) 2.1.2 Lakeweg 8 Het erf van Lakeweg 8 bestaat uit een bedrijfswoning en een schuur met omliggende tuin. Het achtererf bestaat uit agrarische gronden. De agrarische bedrijvigheid is reeds gestopt. Deze locatie is te zien op afbeelding 2.3.
Afbeelding 2.3 Straatbeeldfoto plangebied, woning Lakeweg 8 aan de voorzijde (Bron: Google.Streetview) Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 11 HOOFDSTUK 3 PLANBESCHRIJVING 3.1 Gewenste ontwikkeling Zoals reeds eerder beschreven is dit bestemmingsplan tweeledig. Enerzijds gaat het om de uitbreiding van het bedrijf op nummer 7, anderzijds gaat het om de functiewijziging van een agrarisch bedrijf naar een regulier woonerf op nummer 8. Hierna wordt separaat op de gewenste situatie op beide locaties ingegaan. 3.1.1 Lakeweg 7 Het voornemen is om het agrarisch bedrijfsperceel aan de Lakeweg 7 uit te breiden. Fase 1 van de uitbreiding van het agrarisch bedrijf zal bestaan uit de uitbreiding van een stal op het achter terrein met een oppervlakte van circa 650 m². Hierdoor kan het aantal koeien worden uitgebreid. Hiertoe wordt het bouwvlak vergroot. Deze vergroting van het bouwvlak is zodanig dat er naast de beoogde uitbreiding in de toekomst ook nog ruimte is om een extra stal, ten noorden van de uit te breiden stal te bouwen. Door de voorgenomen ontwikkeling kan er een efficiëntere en diervriendelijkere bedrijfsvoering worden gerealiseerd. In de volgende paragraaf (3.2) is de beoogde situatie middels een plattegrond zichtbaar.
3.1.2 Lakeweg 8 Het voornemen is om de agrarische bedrijfsgrond aan de Lakeweg 8 te wijzigen in een reguliere woonbestemming. Aan de Lakeweg 8 zal het agrarisch bouwvlak ten behoeve van het reeds gestopte agrarische bedrijf wegbestemd worden en zal het perceel als reguliere woonbestemming in geburik worden genomen. De huidige achtergevel en bestaande dakplaten van de woning zijn in slechte staat. Zowel de gevel als de dakplaten zullen hersteld worden zonder dat de hoofdvorm verloren gaat. Aan de linkerzijgevel zullen er verhoogde puien gerealiseerd worden. Met deze kleine aanpassing zal er meer daglicht in de oude boerderij komen en wordt de woning meer geschikt als reguliere woning zonder dat de karakteristieken van het pand verloren gaan. Op afbeelding 3.1 zijn enkele beelden van de huidige en toekomstige situatie naast elkaar weergegeven. Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 12 Afbeelding 3.1 Gewenste situatie Lakeweg 7 en Lakeweg 8 (Bron: Katy Sonke) 3.2 Landschappelijke inpassing 3.2.1 Algemeen Een landschapsplan is nodig om beide erven goed in te passen. Het landschapsplan is gemaakt door Twan’s Landschaps & Tuinadvies en is als bijlage 1 bij deze toelichting toegevoegd. Op afbeelding 3.2 is een uitsnede van het plan te zien. De vormgeving van de voorzijde van de erven blijft grotendeels gelijk.
De situering van de gebouwen blijft behouden. Er zullen enkele landschappelijke ingrepen worden gedaan om de kwaliteit aan de voorzijde te versterken en te verbeteren. De geplande gebouwde uitbreiding vindt grotendeels plaats aan de achterzijde en zijkant van het bedrijf. In de toekomst bestaat de mogelijkheid naast de bestaande stal, ten noorden van het plangebied, een tweede grootveestal te realiseren. De bebouwing wordt zodoende geclusterd op het terrein waarbij het aanzicht op het erf als men aan komt rijden nagenoeg hetzelfde blijft. Met het voornemen wordt tevens ingespeeld op de ruimtelijke kenmerken van de omgeving. Een kenmerk van het plangebied is dat de oorspronkelijke erven ‘rechthoekig’ van vorm zijn, een andere belangrijke kwaliteit van het landschap is het slotenpatroon. Middels de landschappelijke inpassing wordt de bestaande slotenpatroon doorgetrokken met groene singel zodat het erf weer herkenbaar in haar omgeving manifesteert. De uitbreiding vindt zodoende plaats aan de zuidzijde en de westzijde van het bestaande erf. In de huidige situatie kent het erf aan de Lakeweg 7 een open karakter. In de nieuwe situatie zal aan de noordzijde onder meer een greppel of sloot gegraven worden ten behoeve van de waterberging. Verder zal er middels pl anten en bomen een natuurlijke grens/singel gerealiseerd worden tussen het erf en de agrarische gronden.
Deze singelbeplanting zal de landschappelijke structuur van de verkavelingsstructuur in de omgeving versterken. Het erf van de Lakeweg 8 kan gevoelsmatig gesplitst worden in 2 delen, het compacte woonerf en het landschappelijk agrarisch achtererf. Het compacte woonerf bestaat uit de woning, schuur en tuin. Rondom het compacte woonerf zal middels beplanting een duidelijk landschappelijke grens gerealiseerd worden. De Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 13 achterzijde van het erf wordt landschappelijk ingepast en bestaat uit bomen, beplanting en een paardenweide zonder paardenbak. Afbeelding 3.2 Gewenste situatie Lakeweg 7 en Lakeweg 8 (Bron: Twan’s Landschaps- & tuinadvies) 3.2.2 KGO investering paddenpoel In verband met de voorgenomen ontwikkeling een uitbreiding van een agrarisch bedrijf mogelijk te maken is een investering nodig middels een Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving (KGO)-plan. Naast de landschappelijke inpassingen op de erven aan de Lakeweg 7 en 8 zal tevens een paddenpoel gerealiseerd worden ten noordoosten van het plangebied. Van de KGO-investering en het proces is een rapport gemaakt welke toegevoegd is als bijlage 2 bij deze toelichting. Een afbeelding van de locatie en de paddenpoel is te zien in afbeelding 3.3.
Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 14 Afbeelding 3.3 Aanzicht en locatie paddenpoel (Bron: Twan’s Landschaps- & tuinadvies) Een paddenpoel ofwel amfibieënpoel is een kleine poel waar de omstandigheden geschikt zijn voor de voortplanting van kikkers, padden en salamanders. Ook voor sommige andere dieren, zoals libellen, zijn poel en de omgeving een geschikte leefomgeving. Door de diepte (1.7 m) van de poel en de flauwe aflopende noordoever zorgen ervoor dat de zonnewarmte in het voorjaar zorgt voor o ptimale omstandigheden voor de amfibieën. De poel wordt bekleed met leem zodat het water kan worden vastgehouden. Tevens zal rondom de poel een gevarieerd kruid laag geplant worden om insecten en ander voedsel voor de amfibieën aan te trekken. Van oudsher zijn paddelpoelen gegraven in het land als drinkplaats voor vee. De gekozen locatie verderop in het weiland is dan ook passend in het landschap. Tevens is het van belang dat er geen bomen of struiken direct langs de poel heen staan. Dit in verband met het zonlicht en ingewaaid blad in de poel. 3.3 Verkeer en parkeren 3.3.1 Algemeen Bij nieuwe ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de effecten op de verkeersgeneratie en parkeerbehoefte die ontstaat door de nieuwe ontwikkeling.
Hiertoe kunnen ber ekeningen worden uitgevoerd op basis van de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie, publicatie 381 (december 2018)’ van het CROW. Het CROW ontwikkelt en publiceert kennis onder andere op het gebied van verkeer en parkeren. Specifiek voor verkeersgeneratie en parkeren heeft het CROW de publicatie ‘Kencijfers parkeren en verkeersgeneratie’ opgesteld. Deze kencijfers zijn gebaseerd op literatuuronderzoek en praktijkervaringen van gemeenten. De kencijfers zijn landelijk (en juridisch) geaccepteerd en worden gezien als de meest betrouwbare gegevens met betrekking tot het bepalen van de verkeergeneratie en het benodigde aantal parkeerplaatsen. Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 15 3.3.2 Verkeersaspecten Lakeweg 7 In dit voorliggend geval wordt een agrarisch bouwvlak vergroot ten behoeve van het bedrijf. Het bestaande aantal bedrijfswoningen blijft hetzelfde. Het voornemen gaat enkel om een uitbreiding van het aantal dieren en vergroting van de leefruimte. Er is geen sprake van onevenredige toename van de verkeersgeneratie of parkeerbehoefte. Lakeweg 8 In dit voorliggend geval komt er een agrarische bedrijfsfunctie te vervallen en wordt de bedrijfswoning aan de Lakeweg 8 omgezet naar een reguliere woning.
Gelet op het feit dat het aantal woningen niet toeneemt en de bedrijfsmatige activiteiten komen te vervallen zal dan ook sprake zijn van een afname van verkeersbewegingen. Het plangebied wordt, conform de huidige situatie, middels de bestaande in - en uitritten ontsloten op de Lakeweg. De Lakeweg is een relatief rustige weg en overzichtelijk, hierdoor is er sprake is van een verkeersveilige situatie. 3.3.3 Parkeren De huidige situatie blijft grotendeels hetzelfde in de toekomstige situatie. Momenteel is er op beide erven voldoende ruimte te parkeren op eigen terrein. Ook in de gewenste situatie wordt gesteld dat op eigen terrein genoeg ruimte is om aan de parkeervraag te voldoen. Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 16 HOOFDSTUK 4 BELEIDSKADER Dit hoofdstuk beschrijft, voor zover van belang, het rijks-, provinciaal- en gemeentelijk beleid. Naast de belangrijkste algemene uitgangspunten worden de specifieke voor dit plangebied geldende uitgangspunten weergegeven. 4.1 Rijksbeleid 4.1.1 Nationale Omgevingsvisie (NOVI) 4.1.2.1 Algemeen Nederland staat voor grote uitdagingen die van invloed zijn op onze fysieke leefomgeving. Complexe opgaven zoals verstedelijking, verduurzaming en klimaatadaptatie zijn nauw met elkaar verweven.
Dat vraagt een nieuwe, integrale manier van werken waarmee keuzes voor onze leefomgeving sneller en beter gemaakt kunnen worden. De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) zorgt voor een gezamenlijke aanpak die leidt tot een duurzaam perspectief voor onze leefomgeving. Dit is nodig om onze doelen te halen en is een zaak van overheid en samenleving. 4.1.2.2 Vier prioriteiten Aan de hand van een toekomstperspectief op 2050 brengt de NOVI de langetermijnvisie in beeld. Op nationale belangen wil het Rijk sturen en richting geven. Dit komt samen in vier prioriteiten. 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie Nederland moet zich aanpassen aan de gevolgen van klimaatverandering. In 2050 is Nederland klimaatbestendig en waterrobuust. Dit vraagt om maatregelen in de leefomgeving, waarmee tegelijkertijd de leefomgevingskwaliteit verbeterd kan worden en kansen voor natuur geboden kunnen worden. In 2050 heeft Nederland daarnaast een duurzame energievoorziening. Dit vraagt echter om ruimte. Door deze ruimte zoveel mogelijk te clusteren, wordt versnippering van het landschap voorkomen en wordt de ruimte zo efficiënt mogelijk benut. Het Rijk zet zich in door het maken van ruimtelijke reserveringen voor het hoofdenergiesysteem op nationale schaal. 2.
Duurzaam economisch groeipotentieel Nederland werkt toe naar een duurzame, circulaire, kennisintensieve en internationaal concurrerende economie in 2050. Daarmee kan ons land zijn positie handhaven in de top vijf van meest concurrerende landen ter wereld. Er wordt ingezet op een innovatief en sterk vestigingsklimaat met een goede quality of life. Belangrijk is wel dat onze economie toekomstbestendig wordt, oftewel concurrerend, duurzaam en circulair. 3. Sterke en gezonde steden en regio’s Er zijn vooral in steden en stedelijke regio’s nieuwe locaties nodig voor wonen en werken. Het liefst binnen de bestaande stadsgrenzen, zodat de open ruimten tussen stedelijke regio’s behouden blijven. Dit vraagt optimale afstemming op en investeringen in mobiliteit. Dit betekent dat voorafgaand aan de keuze van nieuwe verstedelijkingslocaties helder moet zijn welke randvoorwaarden de leefomgevingskwaliteit en -veiligheid daar stelt en welke extra maatregelen nodig zijn wanneer er voor deze locaties wordt gekozen. Zo blijft de gezondheid in steden en regio’s geborgd. 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied Er ontstaat een nieuw perspectief voor de Nederlandse landbouwsector als koploper in de du urzame kringlooplandbouw. Een goed verdienpotentieel voor de bedrijven wordt gecombineerd met een minimaal effect op de omgevingskwaliteit van lucht, bodem en water.
In alle gevallen zet het Rijk in op ontwikkeling van de karakteristieke eigenschappen van het Nederlandse landschap. Dit vertegenwoordigt Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 17 een belangrijke cultuurhistorische waarde. Verrommeling en versnippering, bijvoorbeeld door wildgroei van distributiecentra, is ongewenst en wordt tegengegaan. 4.1.2.3 Afwegingsprincipes De druk op de fysieke leefomgeving in Nederland is zo groot, dat belangen soms botsen. Het streven is combinaties te maken en win-win situaties te creëren, maar dit is niet altijd mogelijk. Soms zijn er scherpe keuzes nodig en moeten belangen worden afgewogen. Hiertoe gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: 1. Combinatie van functies gaan voor enkelvoudige functies. In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatiemogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van onze ruimte; 2. Kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal. Het verschilt tussen gebieden wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling en tussen concurrentiekracht en leefbaarheid. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; 3. Afwentelen wordt voorkomen.
Het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie inwoners, zonder dat dit ten ko ste gaat van die van toekomstige generaties 4.1.2.4 Ladder voor duurzame verstedelijking In de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR: voorganger van de NOVI) is de ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd. Deze ladder is per 1 oktober 2012 als motiveringseis in het Besluit ruimtelijke ordening (artikel 3.1.6, lid 2) opgenomen. Op 1 juli 2017 is de Ladder in het Besluit ruimtelijke ordening gewijzigd. Aanleiding voor de wijziging waren de in de praktijk gesignaleerde knelpunten bij de uitvoering van de Ladder en de wens om te komen tot een vereenvoudigd en geoptimaliseerd instrument. Doel van de ladder voor duurzame verstedelijking is een goede ruimtelijke ordening door een optimale benutting van de ruimte in stedelijke gebieden. Hierbij geldt een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. Teneinde een ontwikkeling adequaat te kunnen toetsen aan de ladder is het noodzakelijk inzicht te geven in de begrippen 'bestaand stedelijk gebied' en 'stedelijke ontwikkeling'.
In de Bro zijn in artikel 1.1.1 definities opgenomen voor: bestaand stedelijk gebied: 'bestaand stedenbouwkundig samenstel van bebouwing ten behoeve van wonen, dienstverlening, bedrijvigheid, detailhandel of horeca, alsmede de daarbij behorende openbare of sociaal culturele voorzieningen, stedelijk groen en infrastructuur'. stedelijke ontwikkeling: ´ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detailhandel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen.´ Bij het beschrijven van de behoefte dient te worden uitgegaan van het saldo van de aantoonbare vraag naar de voorgenomen ontwikkeling (de komende tien jaar, zijnde de looptijd van het bestemmingsplan) verminderd met het aanbod in planologische besluiten, ook als het feitelijk nog niet is gerealiseerd (harde plancapaciteit). 4.1.2 Toetsing van het initiatief aan de uitgangspunten in het rijksbeleid De NOVI laat zich niet specifiek uit over dergelijke lokale ontwikkelingen. De voorgenomen ontwikkeling raakt geen rijksbelangen als opgenomen in de structuurvisie. Wat betreft de ‘Ladder voor duurzame verstedelijking’ wordt opgemerkt dat deze van toepassing is bij nieuwe stedelijke ontwikkelingen (3.1.6 Bro). In voorliggend geval is er sprake van een uitbreiding van een agrarisch bedrijf en wijziging van een voormalig agrarisch bedrijf naar een reguliere woonbestemming.
Deze functies zijn, gelet op de definitie, niet aan te merken als een ‘stedelijke ontwikkeling’. In voorliggend geval is de ladder voor duurzame verstedelijking dan ook niet van toepassing. Geconcludeerd wordt dat er geen sprake is van strijd met het rijksbeleid. Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 18 4.2 Provinciaal beleid Het provinciale beleid is verwoord in tal van plannen. Het belangrijkste plan betreft de Omgevingsvisie Overijssel, welke is verankerd in de Omgevingsverordening. 4.2.1 Omgevingsvisie Overijssel De Omgevingsvisie is een integrale visie waarin de beleidsambities en doelstellingen staan die van provinciaal belang zijn voor de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van Overijssel. Het uitgangspunt is gericht op het jaar 2030. De visie biedt kaders in de vorm van ontwikkelingsperspectieven voor de groene omgeving en stedelijke omgeving. Daarbinnen krijgen gemeenten, waterschappen, maa tschappelijke organisaties en andere initiatiefnemers mogelijkheden om ruimtelijke ontwikkelingen te realiseren. De opgaven en kansen waar de provincie Overijssel voor staat, zijn verwerkt in centrale beleidsambities voor negen beleidsthema's. Deze beleidsthema's worden benaderd vanuit de overkoepelende rode draden duurzaamheid, ruimtelijke kwaliteit en sociale kwaliteit.
• Duurzame ontwikkeling voorziet in de behoefte van de huidige generatie, zonder voor toekomstige generaties de mogelijkheden in gevaar te brengen om ook in hun behoeften te voorzien. • Ruimtelijke kwaliteit is datgene wat de ruimte geschikt maakt en houdt voor wat voor mens, plant en dier belangrijk is. Ruimtelijke kwaliteit gaan vooral over 'goed': mooi, functioneel en toekomstbestendig. • Sociale kwaliteit gaat over het welzijn of 'goed voelen' van de mens. In de omgevingsvisie gaat het over het welzijn van de mens in relatie tot de fysieke leefomgeving. 4.2.2 Omgevingsverordening Overijssel De provincie beschikt over een palet aan instrumenten waarmee zij haar ambities realiseert. Het gaat er daarbij om steeds de meest optimale mix van instrumenten toe te passen, zodat effectief en efficiënt resultaat wordt geboekt voor alle ambities en doelstellingen van de Omgevingsvisie. De keuze voor inzet van deze instrumenten is bepaald aan de hand van een aantal criteria. In de Omgevingsvisie is bij elke beleidsambitie een realisatieschema opgenomen waarin is aangegeven welke instrumenten de provincie zal inzetten om de verschillende onderwerpen van provinciaal belang te realiseren. Eén van de instrumenten om het beleid uit de Omgevingsvisie te laten doorwerken is de Omgevingsverordening Overijssel.
De Omgevingsverordening is het provinciaal juridisch instrument dat wordt ingezet voor die onderwerpen waarvoor de provincie eraan hecht dat de doorwerking van het beleid van de Omgevingsvisie juridisch geborgd is. 4.2.3 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Om te bepalen of een initiatief bijdraagt aan de ambities van de provincie Overijssel, wordt het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel gebruikt. In dit uitvoeringsmodel staan de volgende stappen centraal: 1. Of – generieke beleidskeuzes 2. Waar – ontwikkelingsperspectieven 3. Hoe – gebiedskenmerken Bij een initiatief voor bijvoorbeeld woningbouw, een nieuwe bedrijfslocatie, toeristisch-recreatieve voorzieningen, natuurontwikkeling, et cetera kun je aan de hand van deze drie stappen bepalen of een initiatief binnen de geschetste visie voor Overijssel mogelijk is, waar het past en hoe het uitgevoerd kan worden. De eerste stap, het bepalen van de of-vraag, lijkt in strijd met de wens zoveel mogelijk ruimte te willen geven aan nieuwe initiatieven. Met het faciliteren van initiatieven moet echter wel gekeken worden naar de Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 19 (wettelijke) verantwoordelijkheden zoals veiligheid of gezondheid. Het uitvoeringsmodel maakt helder wat kan en wat niet kan.
Om een goed evenwicht te vinden tussen het bieden van ruimte aan initiatieven en het waarborgen van publieke belangen, varieert de provinciale sturing: soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. In afbeelding 4.1 is het Uitvoeringsmodel weergegeven. Afbeelding 4.1 Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) 1. Of - generieke beleidskeuzes Maatschappelijke opgaven zijn leidend in het handelen. Allereerst is het dan ook de vraag of er een maatschappelijke opgave is. Of een initiatief mogelijk is, wordt onder andere bepaald door generieke beleidskeuzes van EU, Rijk of provincie. Denk hierbij aan beleidskeuzes om basiskwaliteiten als schoon drinkwater en droge voeten te garanderen. Maar ook aan beleidskeuzes om overaanbod van bijvoorbeeld woningbouw- en kantorenlocaties – en daarmee grote financiële en maatschappelijke kosten – te voorkomen. In de omgevingsvisie zijn de provinciale beleidskeuzes hieromtrent vastgelegd. De generieke beleidskeuzes zijn vaak normstellend. Dit betekent dat ze opgevolgd moeten worden: het zijn randvoorwaarden waarmee iedereen rekening moet houden vanwege zwaarwegende publieke belangen. De normstellende beleidskeuzes zijn vastgelegd in de omgevingsverordening. 2. Waar - ontwikkelingsperspectieven Na het beantwoorden van de of-vraag, is de vraag waar het initiatief past of ontwikkeld kan worden.
In de omgevingsvisie op de toekomst van Overijssel onderscheid de provincie zes ontwikkelingsperspectieven. Deze ontwikkelingsperspectieven schetsen een ruimtelijk perspectief voor een combinatie van functies en geven aan welke beleids- en kwaliteitsambities leidend zijn. De ontwikkelingsperspectieven geven zo richtin g aan waar wat ontwikkeld zou kunnen worden. De ontwikkelingsperspectieven zijn richtinggevend. Dit betekent dat er ruimte is voor lokale afweging: een gemeente kan vanwege maatschappelijke en/of sociaal-economische redenen in haar Omgevingsvisie en bestemmings- of omgevingsplan een andere invulling kiezen. Die dient dan wel te passen binnen de – voor dat ontwikkelingsperspectief – geldende kwaliteitsambities. Daarbij dienen de nieuwe ontwikkelingen verbonden Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 20 te worden met de bestaande kenmerken van het gebied, conform de Catalogus Gebiedskenmerken (de derde stap in het uitvoeringsmodel). Naast ruimte voor een lokale afweging ten aanzien van functies en ruimtegebruik, is er ruimte voor een lokale invulling van de begrenzing: de grenzen van de ontwikkelingsperspectieven zijn signaleringsgrenzen. 3. Hoe - gebiedskenmerken Ten slotte is de vraag hoe het initiatief ingepast kan worden in het landschap. De gebiedskenmerken spelen een belangrijke rol bij deze vraag.
Onder gebiedskenmerken worden verstaan de ruimtelij ke kenmerken van een gebied of gebiedstype die bepalend zijn voor de karakteristiek en kwaliteit van dat gebied of gebiedstype. Voor alle gebiedstypen in Overijssel is in de Catalogus Gebiedskenmerken beschreven welke kwaliteiten en kenmerken van provinciaal zijn en behouden, versterkt of ontwikkeld moeten worden. De gebiedskenmerken zijn soms normstellend, maar meestal richtinggevend of inspirerend. Voor de normerende uitspraken geldt dat deze opgevolgd dienen te worden; ze zijn dan ook in de omgevingsverordening geregeld. De richtinggevende uitspraken zijn randvoorwaarden waarmee in principe rekening gehouden moet worden. Hier kan gemotiveerd van worden afgeweken mits aannemelijk is gemaakt dat met het alternatief de kwaliteitsambities even goed of zelfs beter gerealiseerd kunnen worden. De inspirerende uitspraken bieden een wenkend perspectief: het zijn voorbeelden van de wijze waarop ruimtelijke kwaliteitsambities ingevuld kunnen worden. Initiatiefnemers kunnen zich hierdoor laten inspireren, maar dit hoeft niet. 4.2.4 Toetsing van het initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel Toetsing van voorliggend initiatief aan het Uitvoeringsmodel Omgevingsvisie Overijssel ontstaat globaal het volgende beeld.
4.2.4.1 Of - generieke beleidskeuzes In het kader van voorliggende ontwikkeling zijn bij het toetsen aan de 'generieke beleidskeuzes' voornamelijk artikel 2.1.3 (Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik), artikel 2.1.5 (Ruimtelijke kwaliteit) en artikel 2.1.6 (Kwaliteitsimpuls Groene Omgeving) van de provinciale verordening van belang. De hiervoor genoemde artikel wordt hierna nader toegelicht. Artikel 2.1.3: Zuinig en zorgvuldig ruimtegebruik Bestemmingsplannen voorzien uitsluitend in stedelijke ontwikkelingen die een extra ruimtebeslag door bouwen en verharden leggen op de groene omgeving wanneer aannemelijk is gemaakt: 1. dat er voor deze opgave in redelijkheid geen ruimte beschikbaar is binnen het bestaande bebouwd gebied en de ruimte binnen het bestaand bebouwd gebied ook niet geschikt te maken is door herstructurering en/of transformatie; 2. dat mogelijkheden voor meervoudig ruimtegebruik binnen het bestaand bebouwd gebied optimaal zijn benut. In de Omgevingsverordening Overijssel is het begrip ‘groene omgeving’ nader gedefinieerd als: de gronden die niet vallen onder bestaand bebouwd gebied. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening Overijssel Voorliggend plan voorziet in een functiewijziging van de agrarische gronden in een reguliere woonbestemming en de uitbreiding van een bestaand agrarisch bedrijf.
De uitbreiding is noodzakelijk voor de continuïteit van het bedrijf. Om op toekomstige ontwikkelingen in te spelen wordt het bouwvlak gewijzigd en vergroot . Hierdoor kan er een efficiëntere en diervriendelijkere bedrijfsvoering worden gerealiseerd en kan worden voorzien in een duurzaam toekomstperspectief voor het agrarische bedrijf, wat bijdraagt een de economische vitaliteit ter plaatse. Het nieuwe erf wordt landschappelijk ingepast, zodat het goed in het landschap opgaat en de landschappelijke waarden worden versterkt. Het bouwvlak ten behoeve van het beëindigde agrarische bedrijf aan Lakeweg 8 zal gedeeltelijk wegbestemd worden. Zodoende is er zo min mogelijk sprake van extra ruimtebeslag op de groene omgeving. Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 21 Geconcludeerd wordt dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling voldoet aan artikel 2.1.3 van de Omgevingsverordening. Artikel 2.1.5: Ruimtelijke kwaliteit In de toelichting op bestemmingsplannen wordt onderbouwd dat de nieuwe ontwikkelingen die het bestemmingsplan mogelijk maakt, bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken.
In het kader van toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan het Uitvoeringsmodel (OF-, WAAR- en HOE-benadering) die in de Omgevingsvisie Overijssel is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt gemotiveerd dat de nieuwe ontwikkeling past binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. In het kader van de toelichting als bedoeld in lid 1 wordt inzichtelijk gemaakt op welke wijze toepassing is gegeven aan de vier-lagenbenadering die onderdeel uitmaakt van het Uitvoeringsmodel en op welke wijze de Catalogus Gebiedskenmerken is gebruikt bij de ruimtelijke inpassing van de nieuwe ontwikkeling. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.5 van de Omgevingsverordening Overijssel Zoals blijkt uit de beschrijving in hoofdstuk 3 wordt het erf landschappe lijk ingepast conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. De beplantingskeuze en de locatie van de aanplant is mede gebaseerd op de geldende gebiedskenmerken. Daarnaast past de ontwikkeling tevens binnen het geldende ontwikkelingsperspectief. Gezien het vorenstaande wordt geconcludeerd dat de in dit bestemmingsplan besloten ontwikkeling in overeenstemming is met artikel 2.1.5, lid 1, 2, 3 en 5.
Artikel 2.1.6 Kwaliteitsimpuls Groene omgeving Bestemmingsplannen voor de Groene Omgeving kunnen – met in achtneming van het bepaalde in artikel 2.1.3 en artikel 2.1.4 en het bepaalde in artikel 2.1.5 – voorzien in nieuwvestiging en grootschalige uitbreidingen van bestaande functies in de Groene Omgeving, uitsluitend indien hier sociaal -economische en/of maatschappelijke redenen voor zijn én er is aangetoond dat het verlies aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd door investeringen ter versterking van ruimtelijke kwaliteit in de omgeving. Toetsing van het initiatief aan artikel 2.1.6 van de Omgevingsverordening Het voornemen om het agrarische bedrijf uit te breiden. Bij uitbreidingen in de groene omgeving moet aangetoond worden dat de ontwikkeling aan ecologische en/of landschappelijke waarden in voldoende mate wordt gecompenseerd. Zodoende is in voorliggend geval de KGO van toepassing. Er zal immers extra beslag worden gelegd op de Groene omgeving. Middels de landschappelijke inpassingen op de erven wordt de kwaliteit van de groene omgeving en ruimtelijke kwaliteit verbeterd. Tevens zal er geïnvesteerd worden in de paddenpoel, dit zal de biodiversiteit van het gebied verbeteren. Een paddenpoel is een plek waar amfibieën zich in goede condities kan verblijven en voortplanten.
Geconcludeerd wordt dat de realisatie van de paddenpoel en landschappelijke inpassing ter plekke aan de Lakeweg 7 en 8 voldoende compensatie betreft voor de uitbreiding van het agrarisch bedrijf. 4.2.4.2 Waar - ontwikkelingsperspectieven In dit geval zijn vooral de ontwikkelingsperspectieven voor de stedelijke omgeving van belang. In de stedelijke omgeving is de uitdaging om de economische centra bereikbaar te houden en door herstructurering de kwaliteit van de woonomgeving en bedrijfslocaties te vergroten. In afbeelding 4.2 is een uitsnede van de perspectievenkaart behorende bij de Omgevingsvisie opgenomen. Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 22 Afbeelding 4.2 Uitsnede ontwikkelingsperspectievenkaart Omgevingsvisie Overijssel (Bron: Provincie Overijssel) ‘Wonen en werken in het kleinschalige mixlandschap’ In dit ontwikkelingsperspectief is sprake van verweving van functies. Het betreffen gebieden voor gespecialiseerde landbouw en mengvormen van landbouw met andere functies (recreatie -zorg, natuur, water) en bijzondere woon-, werk- en recreatiemilieus die de karakteristieke gevarieerde opbouw van de cultuurlandschappen in deze gebieden versterken.
De ontwikkelingsmogelijkheden voor de landbouw, maar ook die voor de andere sectoren, wil de provincie Overijssel in dit ontwikkelingsperspectief nadrukkelijk verbinden met behoud en versterking van cultuurhistorie, natuurlijke en landschapselementen. Toetsing van het initiatief aan het ‘Ontwikkelingsperspectief’ In voorliggend geval wordt een agrarisch bedrijfsperceel gewijzigd naar een reguliere woonbestemming . Er zullen geen gebouwen gesloopt worden met het voornemen. Verder zal het bouwvlak van naastgelegen agrarische bedrijf worden uitgebreid. De uitbreiding van het bedrijf is passend in het kleinschalige mixlandschap. Tevens is er geen sprake van aantasting van omliggende functies. Beide erven worden landschappelijk ingepast waarbij er tevens een KGO investering gedaan is. Deze investeringen resulteert per saldo in een kwaliteitsverbetering van het landschap en biodiversiteit in de omgeving. Gesteld wordt dat het initiatief in overeenstemming is met het ter plaatse geldende ontwikkelingsperspectief. 4.2.4.3 Hoe - gebiedskenmerken Op basis van gebiedskenmerken in vier lagen (natuurlijke laag, laag van het agrarisch -cultuurlandschap, stedelijke laag en de laag van de beleving) gelden specifieke kwaliteitsvoorwaarden en –opgaven voor ruimtelijke ontwikkelingen. De locatie is gelegen in het landelijk gebied. De ‘stedelijke laag’ kan in dit geval buiten beschouwing blijven.
Hierna wordt nader ingegaan op de aanwezige lagen. De ‘Natuurlijke laag’ Overijssel bestaat uit een rijk en gevarieerd spectrum aan natuurlijke landschappen. Deze vormen de basis voor het gehele grondgebied van Overijssel. Het beter afstemmen van ruimtelijke ontwikkelingen op de Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 23 natuurlijke laag kan ervoor zorgen dat de natuurlijke kwaliteiten van de provincie weer mede beeldbepalend worden. Ook in steden en dorpen bijvoorbeeld in nieuwe waterrijke woonmilieus en nieuwe natuur in stad en dorp. Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag” aangeduid met het gebiedstype 'Laagveengebied’ (in cultuur gebracht) en ‘Beekdalen en natte laagtes '. Afbeelding 4.3 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Natuurlijke laag”. De ligging van het plangebied is indicatief weergegeven met de rode omlijning. Afbeelding 4.3 Uitsnede van de ‘Natuurlijke laag’ (Bron: Provincie Overijssel) “Laagveengebied (in cultuur gebracht)” Laagveengebieden beslaan grote gebieden, waar onder invloed van stagnerend water en grondwater uitgestrekte veenmoerassen zijn ontstaan. Hier bestonden diverse verlandingsstadia naast elkaar: open water – rietmoeras –opgaand moerasbos.
Het semi-natuurlijk laagveenrestant van de Weerribben en de Wieden bestaat uit relicten van dit gebiedstype met een hoge waterkwaliteit en natuurkwaliteit. Het landschap is samengesteld uit rietland op een pakket veenlagen (kraggen) en vaarten, afgewisseld met bos en is ontstaan door turfwinning, rietteelt en extensieve veehouderij. Ook in de overige veenweidelandschappen is een hoog waterpeil van belang om inklinking tegen te gaan. Het open karakter is zowel ruimtelijk waardevol, als voor weidevogels en ganzen. “Beekdalen en natte laagtes” Het Overijsselse zandlandschap is van oorsprong kletsnat. In de laagtes van het zandgebied verzamelde zich het water. Hier ontwikkelden zich moerassen en broekbossen, waar het water in de loop van het seizoen geleidelijk uit weg sijpelde naar de lager gelegen delen, naar de beken en rivieren. Als ontwikkelingen plaats vinden in of in de directe nabijheid van beekdalen en natt e laagtes, dan dragen deze bij aan extra ruimte voor de dynamiek van het stromende water en het vasthouden van water, aan versterking van de samenhang in het beeksysteem en aan vergroting van de zichtbaarheid, bereikbaarheid en beleefbaarheid van het water. Dit zijn uitgangspunten bij (her)inrichting.
Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 24 Toetsing van het initiatief aan de ‘Natuurlijke laag’ In voorliggend geval wordt een agrarisch bedrijfsperceel gewijzigd naar een reguliere woonbestemming. Er zullen hierbij geen gebouwen gesloopt worden. Ook zal het agrarisch bouwvlak ter plekke gewijzigd worden Verder zal het bouwvlak van naastgelegen agrarische bedrijf worden uitgebreid . Een bestaande stal zal worden uitgebreid en er worden kuilplaten aangelegd. Met de vergroting van het bouwvlak wordt rekening gehouden met een eventuele toekomstige uitbreiding door middel van een nieuwe stal. Het voornemen wordt in zijn geheel landschappelijk ingepast. Met de landschappelijke inpassing is gekeken naar de kwaliteiten en kenmerken van de omgeving. De voorgenomen ontwikkelingen zijn passend gelet op de natuurlijke laag. Geconcludeerd wordt dat de voorgenomen ontwikkeling op de bewuste locatie goed past bij het huidige karakter van het omliggende gebied en daarom passend is binnen de ‘ natuurlijke laag’. De ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap” aangeduid met het gebiedstype 'Laagveenontginningen’. Afbeelding 4.4 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van het agrarisch cultuurlandschap”.
Afbeelding 4.4 Uitsnede van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap (Bron: Provincie Overijssel) ‘Laagveenontginningen’ Het landschap kenmerkt zich door een open, laag en nat landschap dat is ontstaan doo r occupatie vanuit de bewoonde hogere randen. Kenmerkende zonering van intensief gebruik langs de bewoonde randen en extensief gebruik naar het achterland. Het landschap kent diverse verschijningsvormen. Eén daarvan betreft het kleinschalige slagenlandscha p van met langgerekte uitwaaierende kavels en houtwallen. In het slagenlandschap zijn linten van bebouwing aanwezig, van waaruit de verkaveling zich opstrekt. Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 25 De ambitie is de cultuurhistorische kwaliteiten van het laagveenlandschap zoveel als mogelijk in stand te houden en beleefbaar te maken. De grote open ruimtes, het patroon van sloten met beplantingen, de vochtige bloemrijke weides geven dit landschap grote belevingswaarde en zijn essentieel voor de leefomgeving van weidevogels. Het karakteristieke bebouwingspatroon (voorkant aan de openbare weg; achterkant aan het landschap en in polder Mastenbroek op terpen) vormt het vertrekpunt bij herstructurering, verdichting en uitbreiding van de agrarische bebouwing en de woon-/ werkmilieus.
Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ Ter plaatse van het plangebied wordt het landschap versterkt. Dit gebeurt doordat de locaties landschappelijk ingepast worden conform de ter plaatse geldende gebiedskenmerken. Zie hiervoor ook para graaf 3.2. De ter plaatse geldende landschappelijke waarden worden daarmee versterkt. De gewenste ontwikkeling is in overeenstemming met de gebiedskenmerken van de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’. De ‘Laag van beleving’ In de laag van de beleving komen de natuurlijke, functionele en sociale processen bij elkaar. Dit is de laag die gaat over de beleefbaarheid van ruimtelijke kwaliteit, identiteit en tijdsdiepte, van recreatieve gebruiksmogelijkheden die een belangrijke rol spelen bij de waardering van de leefomgeving. De laag van de beleving is de laag van de verbinding en het netwerk; tussen het stedelijke en het landelijke, de cultuur en de natuur, snel en traag, oud en nieuw, tussen nut en schoonheid. De laag van de beleving benut vooral de kwaliteiten van de andere drie lagen, maar voegt ook eigen kenmerken toe, zoals landgoederen, recreatieparken en recreatieve routes. Het stelt kwaliteiten zoals de natuur, de productielandschappen en de steden in een ander daglicht en maakt ze beleefbaar en tot een belevenis.
Het plangebied is op de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van beleving” aangeduid met het gebiedstype ‘Donkerte’. Afbeelding 4.5 betreft een uitsnede van de gebiedskenmerkenkaart van de “Laag van beleving”. Afbeelding 4.5 Uitsnede van de ‘Laag van het beleving’ (Bron: Provincie Overijssel) Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 26 ‘Donkerte’ Lichte gebieden geven een beeld van economische dynamiek; zoals de steden en dorpen, de snelwegen, de kassengebieden, attractieparken en grote bedrijventerreinen. De donkere gebieden geven d aarentegen een indicatie van het rustige buitengebied van Overijssel. Het zijn relatief luwe en dunbevolkte gebieden met een lage gebruiksdruk. De ambitie is gericht op het koesteren van donkerte als kwaliteit. Het streven is gericht op het handhaven van de donkerte en, waar mogelijk, de gebieden bij ontwikkelingen nog donkerder te maken. De richting van de sturing is gericht op het minimaal toelaten van kunstlicht. Het vereist het selectief inzetten en 'richten' van kunstlicht en het vermijden van onnodig kunstlicht bij ontwikkelingen. De kansen hiervoor doen zich met name voor bij ontwikkelingen die een grote invloed hebben op het aspect donkerte, zoals grotere woon- en werklocaties en wegen.
Ook de projectering van passages van auto(snel)wegen en regional e wegen speelt daarbij een grote rol vanwege het feit dat op- en afritten veelal leiden tot stedelijke ontwikkelingen. Toetsing van het initiatief aan de ‘Laag van het agrarisch cultuurlandschap’ Het voornemen om de schuur te vergroten zorgt ter plekke niet voor een onevenredige extra toename van het kunstlicht in de avond. Tevens wordt door de landschappelijke inpassing de lichtuitstoot afgeschermd. De gewenste ontwikkeling is in overeenstemming met de gebiedskenmerken van de ‘Laag van beleving’. 4.2.5 Conclusie toetsing aan het provinciaal beleid Geconcludeerd wordt dat het initiatief in overeenstemming is met de uitgangspunten uit het provinciaal beleid zoals genoemd in de Omgevingsvisie Overijssel en is verankerd in de Omgevingsverordening Overijsse l. 4.3 Gemeentelijk beleid 4.3.1 Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 De gemeente Steenwijkerland heeft de Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 (2009) ontwikkeld. Deze visie bevat een integrale visie op de ontwikkeling van de gehele gemeente tot 2030. De visie gaat uit van het koesteren en versterken van bestaande kwaliteiten. Daarbij gaat het om de kwaliteiten van de landschappen, de stad en de overige kernen en de potenties van het gebied. In de visie wordt gesteld dat Steenwijkerland een streekfunctie voor wonen, werken en voorzieningen heeft.
Een van de belangrijkste uitgangspunten van de Toekomstvisie is dat de kwaliteit van Steenwijkerland leidend is voor de toekomstige ontwikkelingen. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van Steenwijkerland. Binnen dit uitgangspunt is de ontwikkelingsruimte voor wonen, werken en recreëren onderzocht. Gebleken is dat er voldoende ruimte beschikbaar is om te kunnen voorzien in de behoeften van de toekomstige bewoner, werknemer en recreant. De toekomstvisie biedt eveneens perspectief voor de plattelandseconomie. In de belangrijkste landbouwontwikkelingsgebieden blijft alle ruimte aanwezig voor de agrarische sector. Daarnaast zijn koppelingen mogelijk tussen plattelandseconomie en de vrijetijdseconomie. Toetsing van het initiatief aan de Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 Dit plan voorziet in de functiewijziging van een agrarisch bedrijfsperceel naar een reguliere woonbestemming. Het voornemen zorgt ervoor dat dit erf een toekomstperspectief krijgt. Tevens wordt het erf landschappelijk ingepast waardoor de ruimtelijke kwaliteit zal verbeteren. Daarnaast voorziet het voornemen in de uitbreiding van een agrarisch bedrijf. Met de uitbreiding kan er ingezet worden op een gezonde en toek omstgerichte bedrijfsvoering, wat zorgt voor een goed vitaliteit.
De uitbreiding van het agrarisch bedrijf past binnen de toekomstvisie om een gemeente te zijn waar ruimte is voor ontwikkeling van onder andere werken. Tevens wordt ook dit erf landschappelijk ingepast wat de ruimtelijke kwaliteit zal versterken. Geconcludeerd wordt dat de ontwikkeling past binnen de Strategische toekomstvisie Steenwijkerland . Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Ontwerp BJZ.nu Ruimtelijke plannen en advies 27 4.3.2 Beleidsnotitie Bestemmingsplan Buitengebied 4.3.2.1 Algemeen Een bestemmingsplan ‘Buitengebied’ is een veelomvattend plan. Het is belangrijk vooraf te zorgen voor een duidelijke en begrijpelijke planvorming. Deze beleidsnotitie geeft weer waar de gemeente Steenwijkerland zich op richt bij de verdere ontwikkeling van haar buitengebied. Het voornaamste doel van deze notitie is het naar iedereen toe verschaffen van helderheid over uitgangspunten van gebruiks - en bouwmogelijkheden. De breedte van de plattelandseconomie in Steenwijkerland (veehouderij, rietteelt, visserij, natuurbeheer, tuinbouw, grondstoffen/energie, zorglandbouw, etc.) is voor Steenwijkerland de kracht van het gebied. Naar de toekomst toe wordt ingezet op grondgebondenheid (inclusief water en natuur) van plattelandseconomie, omdat dit het meest duurzaam is.
Het is de beste combinatie om de veelzijdigheid van de bedrijven voor economie (werk, inkomen, producten), ruimte (inrichting en beheer) en sociaal (cohesie, identiteit, cultuur) naar de toekomst te borgen. Voor een perspectiefvolle landbouw moet schaalvergroting, verbreding en in tensivering mogelijk zijn, uitgaande van grondgebonden landbouw. In de komende jaren zal de schaalvergroting van de bedrijven in de landbouw dan ook onverminderd, mogelijk versterkt doorgaan. Agrarische ondernemers geven hiermee een antwoord op de liberalisatie van het landbouwbeleid en de toenemende internationale concurrentie op de agrarische markten. Landbouw heeft een belangrijke functie in het karakteristieke landschap van de grootschalige open polders en de natte natuurgebieden. 4.3.2.2 Uitbreidingsmogelijkheden agrarische bedrijven -Ruimtelijke afweging uitbreidingsmogelijkheden- Uitbreiding van agrarische bedrijven is alleen toegestaan na een ruimtelijke afweging en onder voorwaarde dat de agrarische bedrijven een bijdrage leveren aan de ruimtelijke kwaliteit van de omgeving middels inpassing en kwaliteitsverbetering. Uitgangspunt is een zo compact mogelijk agrarisch bouwperceel. Agrarische bedrijven die uitbreiden moeten aantonen op welke wijze ze een bijdrage leveren aan de kwaliteit van de omgeving.