CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8_ontwerp_1_Regels.pdf

Politieke Markt 7 maart 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8, IJsselham14.208 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 6.3.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van een grotere oppervlakte bijgebouwen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.3 en 6.2.4 ten behoeve van een grotere bebouwde oppervlakte van bijgebouwen behorende bij een woning, tot een gezamenlijke oppervlakte van maximaal 150 m² per bouwperceel, met dien verstande dat: a. het bouwperceel voor maximaal 50% wordt bebouwd; 26 Regels (ontwerp) bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 b. de bijgebouwen vrijstaand worden uitgevoerd; c. de goothoogte van de bijgebouwen maximaal 3,50 meter bedraagt en de bouwhoogte maximaal 80% van de bouwhoogte van de woning; d. de bijgebouwen passen in het stedenbouwkundige beeld waarbij geldt dat clustering en concentratie van de bijgebouwen op het bouwperceel de voorkeur heeft; e. landschappelijke, cultuurhistorische en natuurlijke waarden worden niet onevenredig aangetast. 6.3.4 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van vergroten van de goothoogte van de woning Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.3 ten behoeve van het vergroten van de goothoogte van de woning, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige inpassing dient te zijn gewaarborgd; b.

de goothoogte van de woning maximaal 5,50 meter bedraagt; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 4. de landschappelijke waarden van de gronden; 5. de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden. 6.3.5 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het verlagen van de dakhelling Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.2.2, 6.2.3 en 6.2.4 ten behoeve van het verlagen van de dakhelling van een gebouw tot 0°, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 3. de landschappelijke waarden van de gronden. 6.4 Specifieke gebruiksregels 6.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a.

het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, met uitzondering van bestaande mini-campings, van al dan niet afgedankte wagens en/of voer- en vaartuigen van derden, een en ander met uitzondering van parkeren ten behoeve van het op de bestemming gerichte gebruik; b. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor op de bestemming gericht tijdelijk gebruik en anders dan bedoeld in artikel 6.1.1; c. een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de bijgebouwen, anders dan bedoeld in artikel 6.4.2 en 6.5.1; d. woningsplitsing; e. mantelzorg in de woning en/of in de bijgebouwen; f. vrijstaande bijgebouwen als logiesruimte; g. gebouwen voor recreatieve bewoning; h. detailhandel en horeca. 6.4.2 Aan huis verbonden beroepen Een aan huis gebonden beroep is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of de daarbij behorende bijgebouwen; b. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de bedrijfswoning en de daarbij behorende bijgebouwen wordt gebruikt voor een aan huis verbonden beroep; c. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; d.

er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner Regels (ontwerp) 27 bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 van de woning is; e. er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; f. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; h. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt; i. buitenopslag en buitenactiviteiten zijn niet toegestaan; j. er mag geen sprake zijn van een onevenredig verkeersaantrekkende werking. 6.4.3 Voorwaardelijke verplichting - Landschappelijke inpassing a.

tot een met de bestemming strijdig gebruik in elk geval wordt gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van nieuwe bouwwerken, overeenkomstig de in de bestemming 'Wonen - Buitengebied' opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de landschapsmaatregelen, conform het in Bijlage 3 opgenomen Landschapsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing, waarbij: 1. binnen 12 maand na verlenen van de omgevingsvergunning de landschappelijke inpassing conform het in Bijlage 3 opgenomen Landschapsplan is afgerond. 6.4.4 Voorwaardelijke verplichting - Bodem a. Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken overeenkomstig lid 6.1 of uitvoeren van nieuwe bodemingrepen ter plaatse van de gronden waarvoor in het Bodemadvies in Bijlage 5 nader bodemonderzoek wordt geadviseerd, zonder het uitvoeren van dit nader bodemonderzoek en de daaruit voortvloeiende (verplichte) (sanerings)maatregelen, waarbij door een ter zake deskundige wordt verklaard dat de bodem geschikt wordt geacht voor het bedoelde gebruik. b.

in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig lid 6.1 onder a, worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen één jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van omgevingsvergunning voor het bouwen van nieuwe bouwwerken geheel uitvoering is gegeven aan de uitvoering van het onder a benoemde nader bodemonderzoek en de daaruit voortvloeiende (verplichte) (sanerings)maatregelen, waarbij door een ter zake deskundige wordt verklaard dat de bodem geschikt wordt geacht voor het bedoelde gebruik. 6.5 Afwijken van de gebruiksregels 6.5.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven a. Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.4, ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf als opgenomen in het overzicht aan huis gebonden beroepen/bedrijven (Bijlage 6 bij deze regels), met dien verstande dat: 1. een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; 2. de bestaande bouwmogelijkheden mogen niet worden verruimd; 3.

maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.5.2, 6.5.3, 6.5.4 en/of 6.5.6 genoemde nevenactiviteiten tezamen; 4. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; 5. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; 6. het onbebouwde gedeelte van het perceel mag niet worden gebruikt voor beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten, met uitzondering van parkeren; 7. er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; 8. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; 9. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende bedrijf 28 Regels (ontwerp) bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden bedrijf gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt; 10.

bij een aan huis verbonden bedrijf mag geen buitenopslag en mogen geen buitenactiviteiten plaatsvinden. 11. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 6.5.1, 6.5.2, 6.5.3, 6.5.4 en 6.5.5, 6.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. b. Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bestaand aan huis verbonden bedrijf wordt gelijkgesteld met de omgevingsvergunning als bedoeld onder sub a. 6.5.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van complementaire daghoreca Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.4 ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken voor complementaire daghoreca als ondergeschikte nevenactiviteit, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. de voor bezoekers toegankelijke ruimten alleen zijn toegestaan op de begane grond van de woning of in een bijgebouw; c. de bestaande bouwmogelijkheden niet mogen worden verruimd; d.

maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor de horeca-activiteiten, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.5.1 , 6.5.3 , 6.5.4 en/of 6.5.6 genoemde nevenactiviteiten tezamen; e. de totale oppervlakte, inclusief terras, die wordt gebruikt voor de horeca-activiteiten mag maximaal 100 m² bedragen; f. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; g. minimaal één bewoner werkzaam is in het horecabedrijf; h. er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; i. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; j. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. de milieusituatie; 3. het woon- en leefklimaat; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; k. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 6.5.1, 6.5.2, 6.5.3, 6.5.4, 6.5.5en 6.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie.

6.5.3 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van detailhandel, kunstnijverheid en/of atelier Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.4, ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken voor detailhandel, kunstnijverheid en/of atelier als ondergeschikte activiteit, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. de ondergeschikte detailhandel uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; c. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte mag worden gebruikt als verkoopruimte en productieruimte, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.5.1, 6.5.2, 6.5.4 en/of 6.5.6 genoemde nevenactiviteiten tezamen; d. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; e. er maximaal 2 personen werkzaam mogen zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; f. de oppervlakte van productiegebonden detailhandel maximaal 10% van het brutovloeroppervlak, tot een maximum van 150 m² mag bedragen; Regels (ontwerp) 29 bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 g. etalages niet zijn toegestaan; h.

verkoopruimten zijn enkel toegestaan op de begane grond; i. er ten hoogste één gevelreclame-uiting is toegestaan tot een maximum van 20 x 30 centimeter; j. verkoop van producten met veiligheidsrisico's niet zijn toegestaan; k. vrachtverkeer ten behoeve van bevoorrading niet is toegestaan; l. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; m. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; n. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 6.5.1, 6.5.2, 6.5.3, 6.5.4, 6.5.5 en 6.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 6.5.4 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van verblijfsrecreatie Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.4, ten behoeve van verblijfsrecreatie, zoals in de vorm van logiesverstrekking of bed en breakfast, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. er maximaal 10 slaapplaatsen per bouwperceel worden toegestaan, ten behoeve van een gelijktijdig nachtverblijf van maximaal 10 personen; c.

de woning waarin de verblijfsrecreatieve voorzieningen worden gerealiseerd, is bewoond door de hoofdbewoner, op het moment dat nachtverblijf wordt verstrekt; d. maximaal 35% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw voor bed- en breakfastactiviteiten mag worden gebruikt, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.5.1, 6.5.2, 6.5.3 en/of 6.5.6 genoemde nevenactiviteiten tezamen; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: f. de verkeersveiligheid; g. het woon- en leefklimaat; h. de milieusituatie; i. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; j. uit de noodzakelijke (milieu)onderzoeken blijkt dat de gronden geschikt zijn voor het beoogde gebruik; k. de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), waarbij geldt dat de bestaande waterhuishouding niet mag verslechteren als gevolg van de ontwikkeling; l. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; m. omliggende functies niet worden gehinderd; n. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 6.5.1, 6.5.2, 6.5.3, 6.5.4, 6.5.5 en 6.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie.

6.5.5 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van een minicamping Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.4, ten behoeve van een minicamping, met dien verstande dat: a. het aantal minicampings binnen de gemeente niet meer dan 50 bedraagt; b. nieuwe minicampings in het Natura 2000 gebied (ter plaatse van de aanduiding 'wro-zone natura 2000') en EHS gebieden niet mogelijk zijn; c. minicampings uitsluitend mogelijk zijn bij een woning, die is gerealiseerd in een voormalig agrarisch bedrijf; d. het aantal kampeerplaatsen maximaal 15 bedraagt; e. uitsluitend kampeermiddelen mogen worden geplaatst; f. een goede landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; g. de oppervlakte van een kampeerplaats minimaal 80 m² bedraagt; h. de afstand van de minicamping tot de perceelsgrens met aangrenzende woningen met een woonbestemming minimaal 25 meter bedraagt; 30 Regels (ontwerp) bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 i. het kamperen niet plaatsvindt tussen 1 november en 15 maart; j. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: k. het straat- en bebouwingsbeeld; l. het woon- en leefklimaat; m. de verkeersveiligheid; n. de sociale veiligheid; o. de milieusituatie; p. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; q. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden; r.

de waterstaatkundig en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden; s. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte op eigen terrein; t. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 6.5.1, 6.5.2, 6.5.3, 6.5.4, 6.5.5 en 6.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 6.5.6 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.4, ten behoeve van het gebruik van gronden en bouwwerken voor verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen als ondergeschikte activiteit, met dien verstande dat: a. een goede stedenbouwkundige en/op landschappelijke inpassing dient te zijn gewaarborgd; b. maximaal 35% van het vloeroppervlak van het hoofdgebouw voor verhuur van boten, fietsen en andere recreatieve vervoermiddelen mag worden gebruikt, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.5.1, 6.5.2, 6.5.3 en/of 6.5.4 genoemde nevenactiviteiten tezamen; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingsbeeld; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de verkeersveiligheid; 4.

de milieusituatie; 5. de gebruiksmogelijkheden van aangrenzende gronden; 6. de landschappelijke en/of natuurlijke waarden van de gronden; 7. de waterstaatskundige en waterhuishoudkundige waarden van de gronden en van de aangrenzende gronden; d. in voldoende mate wordt voorzien in de parkeerbehoefte; e. indien een of meer van de activiteiten genoemd in artikel 6.5.1, 6.5.2, 6.5.3, 6.5.4, 6.5.5 en 6.5.6 worden gecombineerd, de activiteiten ook samen ondergeschikt dienen te zijn aan de hoofdfunctie. 6.5.7 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.4.1 ten behoeve van mantelzorg in de woning of in bestaande bijgebouwen, met dien verstande dat: a. het oppervlak van de mantelzorgvoorziening in de woning en/of bijgebouwen niet meer dan 75 m² mag bedragen, danwel niet meer dan op basis van het bepaalde in artikel 6.2.3, 6.2.4 en 6.3.3 of is toegestaan indien deze laatste oppervlakte groter is dan 75 m² waarbij een maximum van 150 m² geldt. Regels (ontwerp) 31 bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Artikel 7 Waarde - Archeologie 2 7.1 Bestemmingsomschrijving 7.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden.

7.1.2 Bestemmingen, dubbelbestemmingen en aanduidingen Voor zover de gronden tevens zijn gelegen binnen de overige aangewezen dubbelbestemmingen, bestemmingen en aanduidingen, zijn mede de desbetreffende regels van toepassing, met inachtneming van de voorrangsregels uit artikel 12.1. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Onderzoek ten behoeve van verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken: 1. met een oppervlakte groter dan 250 m² wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom, dan wel, 2. met een oppervlakte groter dan 2.500 m² wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom, dient door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd, dan wel: c. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn.

7.2.2 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in artikel 7.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. 7.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van een werk, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 7.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a.

het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; voorzover de ingreep 1. dieper gaat dan 50 cm beneden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 250 m² beslaat, 32 Regels (ontwerp) bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom; 2. dieper gaat dan 50 cm beneden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 2.500 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom. 7.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 7.3.1 is niet van toepassing, indien: a. door middel van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek naar het oordeel van het bevoegd gezag in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn; b. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c.

werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. d. de werken en werkzaamheden worden verricht in het kader van een aanvullend of definitief archeologisch onderzoek. e. werken en werkzaamheden die worden uitgevoerd in het kader van een door het bevoegd gezag vastgesteld landschapsplan, waartoe in ieder geval Bijlage 2 behoort. 7.3.3 Toepassingscriteria De omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken en werkzaamheden als bedoeld in artikel 7.3.1 kan alleen worden verleend indien mede op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 7.3.4 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 7.3 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie 2' dient een rapport te overleggen waarin naar het oordeel van het bevoegd gezag: a. de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgelegd, en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel: c.

in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. 7.3.5 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 7.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. Regels (ontwerp) 33 bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 8 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.

34 Regels (ontwerp) bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Artikel 9 Algemene bouwregels 9.1 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend binnen het bouwvlak toegestaan er plaatse van de aanduiding 'bouwvlak', uitgezonderd zwembaden binnen de bestemming 'Wonen - Buitengebied'; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil, daarbij worden niet meegerekend zwembaden binnen de bestemming Wonen - Buitengebied; c. de ondergrondse bouwdiepte mag maximaal 4,00 meter onder peil bedragen; d. om het ondergrondse bouwwerk toegankelijk te maken is overschrijding van het bouwvlak toegestaan, mits de voorgevelrooilijn niet wordt overschreden; e. de regels van de betreffende bestemmingen zijn van overeenkomstige toepassing. 9.2 Afwijkende maatvoering In die gevallen dat de bestaande goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is toegestaan, geldt die goothoogte, bouwhoogte, oppervlakte en/of inhoud in afwijking daarvan als maximaal toegestaan.

9.3 Afwijkende afstand In die gevallen dat de bestaande afstand tot enige op de verbeelding aangegeven lijn van bouwwerken, die in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand zijn gekomen minder bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt die afstand in afwijking daarvan als minimaal toegestaan. 9.4 Afwijkend bebouwingspercentage In die gevallen dat een bestaand bebouwingspercentage, dat in overeenstemming met het bepaalde in de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht tot stand is gekomen, meer bedraagt dan in de bouwregels in Hoofdstuk 2 van deze regels is voorgeschreven, geldt dat bebouwingspercentage in afwijking daarvan als maximaal toegestaan. Regels (ontwerp) 35 bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Artikel 10 Algemene gebruiksregels 10.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; c. straatprostitutie; d. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, tenzij de betreffende bestemming daarin wel uitdrukkelijk voorziet.

10.2 Voorwaardelijke verplichting - Landschappelijke inpassing Tot een met het bestemmingplan strijdig gebruik in elk geval wordt gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van de gronden en bouwwerken, overeenkomstig de in de bestemming 'Agrarisch met waarden', 'Agrarisch - Agrarisch bedrijf 2', 'Tuin' en 'Wonen - Buitengebied' opgenomen bestemmingsomschrijving zonder de aanleg en instandhouding van de genoemde landschapsmaatregelen, conform Bijlage 2, Bijlage 3 en Bijlage 4 het in de specifieke gebruiksregel staande bijlage en opgenomen Landschapsplan teneinde te komen tot een goede landschappelijke inpassing, waarbij: 1. binnen 12 maand na verlenen van de omgevingsvergunning de landschappelijke inpassing conform het in de specifieke gebruiksregel staande bijlage opgenomen Landschapsplan is afgerond. 10.3 Voorwaardelijke verplichting - Bodem a.

Tot een met de bestemming strijdig gebruik wordt in elk geval gerekend het gebruik van en het in gebruik laten nemen van gronden en bouwwerken in dit bestemmingsplan of uitvoeren van nieuwe bodemingrepen ter plaatse van de gronden waarvoor in het Bodemadvies in Bijlage 5 nader bodemonderzoek wordt geadviseerd, zonder het uitvoeren van dit nader bodemonderzoek en de daaruit voortvloeiende (verplichte) (sanerings)maatregelen, waarbij door een ter zake deskundige wordt verklaard dat de bodem geschikt wordt geacht voor het bedoelde gebruik. b. in afwijking van het bepaalde onder a mogen gronden en bouwwerken overeenkomstig onder a, worden gebruikt onder de voorwaarde dat binnen één jaar na het tijdstip van onherroepelijk worden van omgevingsvergunning voor het bouwen van nieuwe bouwwerken geheel uitvoering is gegeven aan de uitvoering van het onder a benoemde nader bodemonderzoek en de daaruit voortvloeiende (verplichte) (sanerings)maatregelen, waarbij door een ter zake deskundige wordt verklaard dat de bodem geschikt wordt geacht voor het bedoelde gebruik.

36 Regels (ontwerp) bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Artikel 11 Algemene afwijkingsregels 11.1 Meetverschillen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 meter bedraagt. 11.2 Kleine bouwwerken ten behoeve van nutsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de bouw- en/of gebruiksregels voor het bouwen van kleine, niet voor bewoning bestemde bouwwerken van openbaar nut, zoals wachthuisjes, transformatorhuisjes, schakelhuisjes, gemaalgebouwtjes, telefooncellen, pinautomaten, afval- en glascontainers en dergelijke, met dien verstande dat: a. de oppervlakte maximaal 15 m² mag bedragen; b. de goothoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen; c. de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen. 11.3 Functiewijzigingen onbebouwde gronden Het bevoegd gezag kan, met inachtneming van het bepaalde in de dubbelbestemmingen en (gebieds)aanduidingen, een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de gebruiksregels voor een wijziging van het gebruik van onbebouwde gronden, zonder dat daarbij wordt gebouwd, met dien verstande dat: a.

de oppervlakte maximaal 1.000 m² mag bedragen; b. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 11.4 Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning. Regels (ontwerp) 37 bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Artikel 12 Overige regels 12.1 Voorrangsregels 12.1.1 Voorrang dubbelbestemming In het geval van strijdigheid van belangen tussen een bestemming en een dubbelbestemming gaat het belang van de dubbelbestemming voor. 12.1.2 Onderlinge relatie dubbelbestemmingen Ten aanzien van de onderlinge relatie tussen de dubbelbestemmingen geldt dat dubbelbestemmingen gericht op het instandhouden of ontwikkelen van het groene karakter en het voorkomen van bebouwing voorgaan boven dubbelbestemmingen met bebouwing. In concreto wordt in afnemende mate prioriteit verleend aan de dubbelbestemming: 1.

Waarde - Archeologie 2; 38 Regels (ontwerp) bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 13 Overgangsrecht 13.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot, 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan in afwijking van het eerste lid een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het eerste lid met maximaal 10%. c. Het eerste lid is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 13.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b.

Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in het eerste lid, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in het eerste lid, na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Het eerste lid is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Regels (ontwerp) 39 bestemmingsplan Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8 Artikel 14 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan 'Bestemmingsplan Lakeweg 7 en 8'. 40 Regels (ontwerp)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/c94c6367-e1e2-41c2-9bdb-4e1bdb2f2833?agendaItemId=9b3fcc68-2b9e-4ac9-9f91-93631dab3f67