CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Bestemmingsplan De Bult, Onderduikersweg 2.pdf

Politieke Markt 12 januari 2021, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststellen gewijzigd bestemmingsplan Steenwijk - De Bult, Onderduikersweg 264.190 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 7

klapekster, klein waterhoen, kleine barmsijs, kleine bonte specht, kleine karekiet, kleine plevier, kleine zilverreiger, kleinst waterhoen, kluut, kneu, koolmees, koereiger, kraanvogel , krekelzanger, kortsnavelboomkruiper, kruisbek, kuifmees, kwak, kwartelkoning, lepelaar, matkop, middelste bonte specht, nachtegaal, Noordse stern, oehoe, oeverloper, oeverpieper, oeverzwaluw, ooievaar, orpheusspotvogel, paapje, pestvogel, pimpelmees, poelruiter, porseleinhoen, p urperreiger, putter, ransuil, rietgors, rietza nger, rode wouw, roerdomp, roodborst, roodborsttapuit, roodhalsfuut, rouwkwikstaart, sijs, slangenarend, slech t- valk, smelleken, snor, sperwer, spotvogel, sprinkhaanzanger, steenuil, steltkluut, strandplevier, taigaboomkruiper, tapuit, t jiftjaf, torenvalk, tuinfluiter, velduil, visarend, visdief, vuurgoudhaan, wespendief, wielewaal, winterkoning, witbandkruisbek, witte kwikstaart , witwangstern, nachtzwaluw, woudaap, zeearend, zwarte mees, zwarte ooievaar, zwarte roodstaart, zwarte specht, zwarte stern, zwart e wouw, zwartkop, zwartkopmeeuw Tabel V. Verbodsbepalingen en toelichting Artikel 3.10 Wet natuurbescherming. Artikel 3.10. Andere soorten Het is verboden om: 1. In het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers van de soorten, genoemd in de bijl a- ge, onderdeel A1, bij deze wet, opzettelijk te doden of te vangen. 2.

De vaste voortplantingsplaatsen of rustplaatsen van dieren als bedoeld in onderdeel a opzettelijk te beschadigen of te ver nielen. 3. Vaatplanten van de soorten, genoemd in de bijlage, onderdeel B2, bij deze wet, in hun natuurlijke verspreidingsgebied opzette lijk te plukken en te verzamelen, af te snijden, te ontwortelen of te vernielen. Toelichting Het gaat bij artikel 10 om in het wild levende zoogdieren, amfibieën, reptielen, vissen, dagvlinders, libellen en kevers. Dieren zijn opgenomen in bijlage onderdeel A1. Planten zijn opgenomen in bijlage onderdeel B2 van de Wet natuurbescherming. Voor een aantal zoogdie ren, amfibieën en reptielen geldt per provincie een vrijstelling onder bepaalde voorwaarden. Dit verschilt per provincie. De betreffende soo rten zijn aangegeven met een sterretje. Daarnaast is het mogelijk dat sommige provincies ook ‘eigen’ beschermde soorten hanteren, als aanvul- ling op het landelijke.

Soorten Dieren Zoogdieren aardmuis*, boommarter, bosmuis*, bunzing*, damhert, das, dwergmuis*, dwergspitsmuis*, edelhert, eekhoorn*, egel*, eikelmuis, gewone bosspitsmuis*, gewone zeehond, grote bosmuis, grijze zeehond, haas*, hermelijn*, huisspitsmuis*, konijn*, molmuis, ondergrondse woelmuis*, ree*, rosse woelmuis*, steenmarter*, tweekleurige bosspitsmuis*, veldmuis*, veldspitsmuis, vos*, waterspitsmuis, wezel*, wild zwijn, woelrat* Amfibieën Alpenwatersalamander, bruine kikker*, gewone pad*, kleine watersalamander*, meerkikker *, middelste groene kikker*, vi n- pootsalamander, vuursalamander Reptielen adder, hazelworm*, levendbarende hagedis*, ringslang Vissen beekdonderpad, beekprik, elrits, gestippelde alver, grote modderkruiper, kwabaal Dagvlinders aardbeivlinder, bosparelmoervlinder, bruin dikkopje, bruine eikenpage, donker pimpernelblauwtje, duinpare l- moervlinder, gentiaanblauwtje, grote parelmoervlinder, grote vos, grote vuurvlinder, grote weerschijnvlinder, iepenpage, kleine heivlinder, kleine ijsvogelvlinder, ko mmavlinder, pimpernelblauwtje, sleedoornpage, spi e- geldikkopje, veenbesblauwtje, veenbesparelmoervlinder, veenhooibeestje, veldparelmoervlinder, zilveren maan Libellen beekrombout, bosbeekjuffer, donkere waterjuffer, gevlekte glanslibel, gewone bronlibel, hoogveenglanslibel, Kempense heidelibel, speerwaterjuffer Overige soorten Europese rivierkreeft,

vliegend hert Planten akkerboterbloem, akkerdoornzaad, akkerogentroost, beklierde ogentroost, berggamander, bergnachtorchis, blaasvaren, blauw guichelheil, bokkenorchis, bosboterbloem, bosdravik, brave hendrik, brede wolfsmelk, breed wollegras, bruinrode wespenorchis, dennenorchis, dreps, echte gamander, franjegentiaan, geelgroene wespenorchis, geplooide vrouwenmantel, getande veldsla, gevlekt zonneroosje, g lad biggenkruid, gladde zegge, groene nachtorchis, groensteel, groot spiegelklokje, grote bosaardbei, grote leeuwenklauw, honingorchis, kalkboterbloem, kalketrip, karthuizeranjer, karwijselie, kleine ereprijs, kleine schorseneer, kleine wolfsmelk, kluwenkl okje, knollathyrus, knolspirea, korensla, kranskarwij, kruiptijm, lange zonn e- dauw, liggende ereprijs, moerasgamander, muurbloem, naakte lathyrus, naaldenkervel, pijlscheefkalk, roggelelie, rood peperboompje, rozenkransje, ruw parelzaad, scherpkruid, schubv aren, schubzegge, smalle raai, spits havikskruid, stee n- braam Rapport 10489.001 versie D1 Volgens artikel 3.31 zijn de verboden, bedoeld in de artikelen 3.1, 3.5 en 3.10 niet van toepassing op handelingen die zijn beschreven in en aantoonbaar worden uitgevoerd overeenkomstig een door het Ministerie van Economische Zaken goedgekeurde gedragscode en die plaatsvinden in het kader van bestendig beheer, bestendig gebruik, of ruimtelijke ontwikkeling of inrichting.

Houtopstanden De bescherming van houtopstanden onder conform hoofdstuk 4 van de Wet natuurbescherming heeft als doel om het aanwezige areaal bos in Nederland te behouden. Onder houtopstanden vallen alle zelfstandige eenheden van bomen, boomvormers of struiken van een oppervlakte van tien are of meer of rijbeplanting die meer dan twintig bomen omvat. Binnen de Wet natuurbescherming zijn op houtopstanden de artikelen van toepassing die zijn opge- nomen in tabel VI. Tabel VI. Bescherming houtopstanden in de Wet natuurbescherming. Artikel 4.1 De artikelen uitgezonderd artikel 4.6 zijn niet van toepassing op: a) Houtopstanden binnen de bij besluit van de gemeenteraad vastgestelde grenzen van de bebouwde kom; b) Houtopstanden op erven of in tuinen; c) Fruitbomen en windschermen om boomgaarden; d) Naaldbomen, kennelijk bedoeld om te dienen als kerstbomen, indien niet ouder dan twintig jaar; e) Kweekgoed; f) Wegbeplantingen, beplantingen langs waterwagen en eenrijige beplantingen langs landbouwgronden b e- staande uit wilgen en populieren; g) het dunnen van een houtopstand; h) uit populieren, wilgen, essen of elzen bestaande beplantingen di e kennelijk zijn bedoeld voor de productie van houtige biomassa, indien zij: 1. ten minste eens per tien jaar worden geoogst; 2.

bestaan uit minstens tienduizend stoven per hectare per beplantingseenheid, zijnde een aa n- eengesloten beplanting die niet wordt doorsneden door onbeplante stroken breder dan twee meter, en 3. zijn aangelegd na 1 januari 2013. Artikel 4.2 1. Het is verboden een houtopstand geheel of gedeeltelijk te vellen of te doen vellen, met uitzondering van het peri o- diek vellen van griend- of hakhout, zonder voorafgaande melding daarvan b ij Gedeputeerde Staten. 3. Gedeputeerde Staten kunnen het vellen van houtopstanden telkens voor ten hoogste vijf jaar verbieden ter b e- scherming van bijzondere natuur- of landschapswaarden. Artikel 4.3 lid 1 en 2 Ingeval een houtopstand geheel of gedeeltelijk is geveld, met uitzondering van het periodiek vellen van griend - of hakhout, of anderszins teniet is gegaan, draagt de rechthebbende zorg voor het op bosbouwkundig verantwoorde wijze herbeplanten van dezelfde grond binnen drie jaar na het vellen of tenietgaan van de houtopstand. De rechthebbende vervangt binnen drie jaar na de herbeplanting, bedoeld in het eerste lid, herbeplanting die niet is aangeslagen.

Artikel 4.4 lid 1 De artikelen 4.2, eerste en derde lid, en 4.3, eerste en tweede lid, zijn niet van toepassing op: het vellen van houtopstanden en herbeplanten op een wijze die is beschreven in en aantoonbaar wordt gerealiseerd overeenkomstig een door Onze Minister goedgekeurde gedragscode. het vellen van houtopstanden ter uitvoering van een instandhoudingsmaatregel of een passende maatregel in het kader van natuurontwikkeling en -beheer Artikel 4.5 Gedeputeerde Staten kunnen ontheffing verlenen van artikel 4.3, eerste en tweede lid, ten behoeve van herbeplan- ting op andere grond, indien de herbeplanting voldoet aan bij provinciale verordening gestelde regels. Rapport 10489.001 versie D1 Bijlage 2 Verklarende woordenlijst Externe werking Niet alleen activiteiten in een Natura 2000 -gebied/NNN hebben invloed op de staat van instandhouding van het gebied, ook activiteiten buiten het gebied kunnen de natuurwaarden in een gebied beïnvloeden. Dit wordt "externe werking" g e- noemd. Er bestaat geen ruimtelijke grens voor externe werking: bepalend zijn de effecten op de instandhoudingsdoelstel- lingen van de soorten en habitattypen in het Natura 2000-gebied/NNN, ongeacht de afstand tot het beschermde gebied. Expert Judgement Inschatting van een deskundige op grond van zijn kennis en ervaring. Foerageerhabitat Het gebied waarbinnen een soort voedsel zoekt.

Foerageren Zoeken en vinden van voedsel door dieren (jachtgebied). Functioneel leefgebied Hiermee wordt het gebied dat is benodigd om de functionaliteit van een voortplantingsplaats of van een vaste- rust of verblijfplaats te behouden. Een nestlocatie of voortplantingsplaats kan bijvoorbeeld alleen succesvol functioneren, wa n- neer er voldoende habitat (schuilgelegenheid, voedsel etc.) van voldoende kwaliteit aanwezig is om te kunnen paren, eie- ren te leggen en jongen groot te brengen. Gunstige staat van instandhouding Er is sprake van een gunstige staat van instandhouding van een soort of habitattype als de omstandigheden waarin de soort of het habitattype voorkomt perspectief bieden op een duurzaam voortbestaan van die soort of dat habitattype. Habitat Omvat de plaatsen waar een bepaald organisme voorkomt doordat de abiotische en biotische factoren (niet levende en levende natuur) van die plaatsen voldoen aan de eisen en toleranties die het organisme stelt om te kunnen overleven, groeien en zich voortplanten. Kraamverblijfplaats Voortplantingsplaats van vleermuizen. Het gaat hierbij vaak om de v rouwelijke exemplaren van een kolonie (ook wel kraamgroep genoemd) die gezamenlijk hun jongen grootbrengen. De aantallen vleermuizen in een kraamgroep kun o p- lopen tot meerdere honderden exemplaren.

Landschappelijk inpassingsplan Het inpassen van ruimtelij ke ontwikkelingen in het buitengebied middels een ontwerp van de groenvoorziening, dat vo l- doet aan het beleid ten aanzien van ruimtelijke kwaliteit. Hierdoor wordt zorg gedragen dat een ruimtelijke ontwikkeling past in het landschap. Landhabitat Amfibieën zijn voor de voortplanting afhankelijk van water . Buiten de voortplantingsperiode maakt de soortgroep gebruik van landhabitat als onderdeel van het leefgebied. Landhabitat voor amfibieën omvat onder andere structuurrijke of o p- gaande vegetatie zoals (loof)bos, houtwallen, struikgewas, heide, ruigtekruiden, vegetaties en moeras. Mitigerende maatregelen Maatregelen die negatieve effecten bij een ingreep voorkomen of reduceren. Omgevingscheck Een omgevingscheck wordt uitgevoerd bij verlies van leefgebied van een jaarrond beschermde functie van een soort die door een ingreep (tijdelijk) verloren gaat. De omgeving van de ingreep wordt door een ter zake deskundige beoordeeld op aanwezigheid van voldoende alternatief leefgebied en/of potentiële verblijfplaatsen. Ontheffing De Wet natuurbescherming is bedoeld om planten- en diersoorten die vrij in het wild leven te beschermen. Om deze kwetsbare soorten te beschermen bevat de Wet natuurbescherming een aantal verbodsbepalingen.

Onder bepaalde voorwaarden mogen de activiteiten wel doorgaan, daarvoor kan een ontheffing benodigd zijn. Een ontheffing is een b e- sluit waarbij in een individueel concreet geval een uitzondering op een wettelijk verbod wordt gemaakt. Rapport 10489.001 versie D1 Paarverblijfplaats Dit is een verblijfplaats die hoofdzakelijk in het najaar (september/oktober) door vleermuizen worden gebruikt om te paren. Eén mannetje kan een dergelijke verblijfplaats met meerdere vrouwtjes delen. In de omgeving van de paarverblijf- plaats wordt veelal door het territoriale mannetje middels baltsvluchten getracht vrouwtjes aan te lokken. Projectplan Een projectplan dient als begeleidend document voor een ontheffingsaanvraag. In het projectplan zijn maatregelen ver- woord waarmee de functionaliteit van een rust- of verblijfplaats van een beschermde soort behouden blijft en schade aan individuen wordt voorkomen. Populatie Een biologische populatie is een groep individuen van dezelfde soort die zich onderling voortplant en als zodanig geïso- leerd is van andere zulke groepen. Rode Lijst Rode Lijsten laten zien welke soorten zijn verdwenen en welke soorten in een gebied sterk zijn achteruitgegaan of zel d- zaam zijn. Er bestaan verschillende Rode Lijsten. Voor vogels, voor zoogdieren, planten, paddenstoelen, insecten en voor allerlei andere soortgroepen.

Rode Lijsten hebben geen officiële juridische status. Plaatsing op de lijst maakt een dier dus nog geen 'beschermde diersoort' in de zin van de Wet natuurbescherming. De Rode Lijsten hebben in de praktijk wel een belangrijke signaleringfunctie. Door de Rode Lijst te raadplegen, kunnen alle instellingen die met natuurbehoud te maken hebben rekening houden met bedreigde soorten. Significant negatief effect Een effect is in het kader van de Wet natuurbescherming significant als de instandhoudingsdoelen van het Natura 2000- gebied dreigen te worden aangetast. Het begrip 'significant' staat centraal in de toep assing van het beschermingsregime voor Natura 2000-gebieden bij zowel vaststelling van beheerplannen als de vergunningverlening. Het bepaalt of een uitvoerige toetsing, een zogenaamde passende beoordeling, moet worden uitgevoerd. Indien als gevolg van een ingreep de toekomstige oppervlakte habitat of leefgebied, aantal van een soort of kwaliteit van een habitat lager zal worden dan zoals bedoeld in de instandhouding s- doelstelling, dan kan sprake zijn van significante gevolgen. Voor het goede begrip, de soort en hoeven er niet te zitten, het gebied moet geschikt zijn voor de soorten. Voortplantingsplaats of rustplaats Een plek binnen het leefgebied van een soort die essentieel is voor de leven scyclus van een individu.

De Wet natuurbe- scherming omschrijft niet exact wat een vaste rust- of verblijfplaats is. Dit is soortafhankelijk. Vliegroute Een vaste route die door vleermuizen wordt gebruikt tussen de verblijfplaatsen naar foerageergebieden. Winterverblijfplaats Verblijfplaats die gebruikt wordt om de periode van winterrust te overbruggen. Voor vleermuizen zijn dit vorstvrije, maar koele en vochtige plekken. Er kans sprake zijn van massaverblijfplaatsen, verblijfplaatsen van kleine groepen of één of enkele individuen. Zomerverblijfplaats Is een vleermuisverblijfplaats anders dan een kraamverblijf. Buiten de kraamperiode worden deze door vrouwtjes g e- bruikt, binnen de kraamperiode door individuele mannetjes. bestemmingsplan De Bult, Onderduikersweg 2 Bijlage 3 Stikstofonderzoek Bijlagen toelichting (ontwerp) 69 blz. 1 memo Aan: Gemeente Steenwijkerland Onderwerp: Stikstofberekening locatie onderduikersweg 2 – De Bult Datum: 17 juni 2020 Auteur: J. Tromp Inleiding De gemeente Steenwijkerland wil aan de Onderduikersweg 2 te De Bult, de nieuwe locatie van de plaatselijke scouting realiseren. De scouting is momenteel gevestigd in het Dorp Tuk ten westen van Steenwijk. De potentiële effecten van onderhavig plan zijn hoofdzakelijk het gevolg van verkeer en tijdelijke werkzaamheden in de aanlegfase.

De locatie is gelegen op circa 4 kilometer van Natura 2000 -gebied de Wieden zoals weergegeven in figuur 1 . Met het programma AERIUS Calculator is een berekening uitgevoerd om de gevolgen voor de stikstofdepositie binnen Natura 2000-gebieden in beeld te brengen en te toetsen of de eventuele toename past binnen de eisen die gelden op grond van de Wet natuurbescherming. Figuur 1 Locatie beoogde ontwikkeling (oranje ster) ten opzichte van Natura 2000-gebieden (Aerius Calculator)

blz. 2 Uitgangspunten aanlegfase In de aanlegfase wordt materi aal aangevoerd met vrachtwagens en personeel met licht verkeer/busjes (322 mvt/per jaar). Voor de aanvoer van materiaal is uitgegaan van zwaar vrachtverkeer met 118 mvt/per jaar. Het verkeer wikkelt af via de onderduikersweg , de Eesveenseweg en de A32. Tijdens de bouwfase worden 14 afvalcontainers gebracht e n opgehaald van de bouwplaats. Deze 28 verkeersbewegingen (heen en terug ) zijn meegenomen in de verkeersbewegingen van zwaar vrachtverkeer. Dit aantal bedraagt is nooit meer dan het aantal in de exploitatiefase en is daarom niet afzonderlijk opgenomen in de berekening. Bouw Voor de berekening van de bouwp eriode is uitgegaan van het aantal uren da t zwaar materiaal wordt ingezet . Voor de berekening is gerekend dat onderstaand materiaal wordt gebruikt. In de praktijk wordt het materieel verspreid gebruikt. De bouw zal bestaan uit bouwrijp maken en fundatiewerkzaamheden, en daarna bouwwerkzaamheden . Voor het verbruik van de in te zetten machines wordt uitgegaan van 25 liter per uur. Omdat de machines verspreid over de locatie worden ingezet is de emissie ingevoerd als vlakbron. In tabel 2 is een overzicht opgenomen van het in te zetten materieel en het totale brandstofgebruik.

Voor de inzet van materiaal tijdens de bouwfase en het aantal verkeersbewegingen is uitgegaan van de gegevens van de gemeente Steenwijkerland, zoals opgenomen in bijlage 1 van deze memo. Tabel 1 Materieelinzet bouwfase Materieel Stage klasse Verbruik per uur Maximale draaiuren Totaal verbruik Grondwerk Stage IV, 130 -560 kW bouwjaar 2014 25 30 750 Bouwkraan Stage IV, 130 -560 kW bouwjaar 2014 25 24 600 Uitgangspunten gebruiksfase Referentiesituatie In de huidige situatie is geen bebouwing aanwezig. Het nieuwe scouting gebouw wordt niet aangesloten op het gas. Na de realisatie is er geen gebouw-emissie van stikstof. Beoogde situatie Voor de verkeersgeneratie wordt bij een scouting gekeken hoeveel speltakken gelijktijdig aanwezig zijn. In de toekomstige situatie zijn 4 speltakken gelijktijdig aanwezig. In totaal kent de scouting 6 speltakken. De omvang van een speltak varieert tussen de 16 en 28 leden, afhankelijk van de leeftijdsgroep. Het aa ntal leidinggevende per speltak varieert van 1 tot 4. De leden en vrijwilligers van de scouting komen overwegend uit de gemeente zelf. Nagenoeg alle verkeersbewegingen zullen tussen Steenwijk en het scoutingterrein zijn. De jonge leden worden voornamelijk gebracht met de auto via de N855 en de Onderduikersweg.

Voor de stikstofberekening is uitgegaan van een worst-case scenario, wat inhoud dat ieder lid en vrijwilliger met de auto naar het plangebied komt en dat elke speltak op dezelfde dag aanwezig is . Echter de verwachting is dat veel kinderen met de fiets naar het scoutinggebouw komen . Daarnaast zijn niet alle speltakken dezelfde dag aanwezig. In werkelijkheid zullen het aantal verkeersbewegingen dus lager liggen dan waarmee is gerekend. Functiegroep Functietype Programma Verkeersgeneratie leden Maximaal 28 per speltak Maximaal 6 per speltakken dag 336 mvt/etmaal Vrijwilligers Maximaal 4 per speltak Maximaal 6 per speltakken dag 48 mvt/etmaal Totaal 384 mvt/ etmaal blz. 3 Resultaten Uit de worst-case berekening met AERIUS calculator van de aanlegfase blijkt dat er geen stikstofdepositie is hoger dan 0,00 mol/ha/jr. Uit de berekening van de gebruiksfase blijkt dat er geen stikstofdepositie is hoger dan 0,00 mol N/ha/jr. De berekening zijn in pdf als bijlage toegevoegd aan deze memo. Conclusie Uit de berekening van zowel de aanleg - als gebruiksfase blijkt dat er geen toename is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden. Derhalve zijn significante negatieve effecten uitgesloten. Het plan is uitvoerbaar in het kader van de Wet natuurbescherming.

De bijgevoegde AE RIUS berekeningen dienen minimaal 5 jaar te worden bewaard om aan te kunnen tonen dat het aspect stikstof is onderzocht. Input gegevens voor Stikstofdepositie berekening 16 juni 2020 Nieuwbouw Scouting Onderduikersweg 2 De Bult Aantal transport Aantal transport Aantal transport Inzet bewegingen personeel bewegingen materiaal bewegingen materieel Materieel Werkcode Omschrijving heen en terug heen en terug heen en terug duur 1 Arbeid arbeid onderdelen 140 2 Materiaal 22.230 Storten beton 2 - prf betonlateien 1 22.270 Beganegrond vloeren 1 22.280 Vloeren verdieping 1 22.300 Lijmwerk kalkzandsteenelementen 1 22.310 Gevelsteen 1 22.330 Specie 2 22.410 Kozijnen 2 22.434 Prefab daken 2 22.440 Hout 2 22.441 Plaatmateriaal 3 22.480 Aftimmerhout 2 22.484 Meterkasten 1 22.490 Hang-/ en sluitwerk 1 22.491 Postkasten 1 22.492 Binnendeuren 1 22.494 Binnenkozijnen 1 22.500 Bev.middelen / Kramerijen 1 22.710 Staalconstructies 2 22.711 Geveldragers 1 22.810 Isolatie 2 3 Onderaanneming 32.050 Afvalcontainers 14 14 33.050 Schoonmaker 14 33.110 Grondwerk (gesloten grondbalans) + ontgraven 1 1 8 + aanvullen 1 1 6 + afwerken tuin 2 1 16 33.210 Vlechtwerk 4 2 33.300 Lijmwerk elementen + diverse 8 33.310 Opp+mets gevelsteen + diverse 12 33.313 Binnenwanden aanbrengen 4 4 33.340 Tegelwerk 5 dagproductie in busje naar bouw 33.390 Steigerwerk 3 Transport materieel 33.401 Uitzetwerk /

maatvoering 2 33.415 Geveltimmerwerk 5 2 33.434 Prefab daken 3 33.450 Houten trappen 1 dagproductie in busje naar bouw 33.492 Binnendeuren 2 33.494 Binnenkozijnen 2 33.520 Stuc- en spuitwerk 3 1 33.530 Vloersmeren 1 1 33.540 Schilderwerk 10 dagproductie in busje naar bouw 33.591 Alu. waterslagen 1 1 33.610 Elektrawerk 28 dagproductie in busje naar bouw 33.620 Loodgieterswerk 28 dagproductie in busje naar bouw 33.630 C.V.-installatie 3 dagproductie in busje naar bouw 33.813 Kitwerk 1 dagproductie in busje naar bouw 33.990 Overige onderaanneming 10 4 Materieel 44.290 Bouwkraan 3 24 1 Arbeid ABK arbeid 14 2 Materiaal ABK 22.500 Bev.middelen / Kramerijen 8 3 Onderaanneming ABK 33.080 Keet schoonmaken 14 5 ABOK 54.012 Transport materiaal 10 54.020 Klein gereedschap 10 322 60 30 68 st st st uur

Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl. Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens RQzRuve1BJYv (29 juni 2020) pagina 1/5 Contact Rechtspersoon Inrichtingslocatie Jasper Tromp Onderduikersweg 2 - De Bult, 8346KP DE Bult Activiteit Omschrijving AERIUS kenmerk Scouting De Bult RQzRuve1BJYv Datum berekening Rekenjaar Rekenconfiguratie 29 juni 2020, 10:16 2020 Berekend voor natuurgebieden Totale emissie Situatie 1 NOx 2,00 kg/j NH3 < 1 kg/j Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j) Natuurgebied Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr.

Toelichting bouwfase RQzRuve1BJYv (29 juni 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 2/5 Locatie Situatie 1 Emissie Situatie 1 Bron Sector Emissie NH3 Emissie NOx Bron 1 Wegverkeer | Buitenwegen < 1 kg/j < 1 kg/j Bron 2 Mobiele werktuigen | Bouw en Industrie - 1,63 kg/j RQzRuve1BJYv (29 juni 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 3/5 Emissie (per bron) Situatie 1 Naam Bron 1 Locatie (X,Y) 204515, 535169 NOx < 1 kg/j NH3 < 1 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen Stof Emissie Standaard Licht verkeer 322,0 / jaar NOx NH3 < 1 kg/j < 1 kg/j Standaard Zwaar vrachtverkeer 118,0 / jaar NOx NH3 < 1 kg/j < 1 kg/j Naam Bron 2 Locatie (X,Y) 204145, 535356 NOx 1,63 kg/j Voertuig Omschrijving Brandstof verbruik (l/j) Uitstoot hoogte (m) Spreiding (m) Warmte inhoud (MW) Stof Emissie STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q Grondwerk 750 NOx < 1 kg/j STAGE IV, 130 – 560 kW, bouwjaar 2014/01, Cat. Q Bouwkraan 600 NOx < 1 kg/j RQzRuve1BJYv (29 juni 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 4/5 Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend. De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is.

AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Database versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A RQzRuve1BJYv (29 juni 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 5/5 Dit document bevat rekenresultaten van AERIUS Calculator. Het betreft de hoogst berekende stikstofbijdragen per stikstofgevoelig Natura 2000-gebied, op basis van rekenpunten die overlappen met habitattypen en/of leefgebieden die aangewezen zijn in het kader van de Wet natuurbescherming, gekoppeld aan een aangewezen soort, of nog onbekend maar mogelijk wel relevant. De berekening op basis van stikstofemissies gaat uit van de componenten ammoniak (NH3) en/of stikstofoxide (NOx). Wilt u verder rekenen of gegevens wijzigen? Importeer de pdf dan in Calculator. Voor meer toelichting verwijzen wij u naar de website www.aerius.nl. Verdere toelichting over deze PDF kunt u vinden in een bijbehorende leeswijzer. Deze leeswijzer en overige documentatie is te raadplegen via: https://www.aerius.nl/handleidingen-en-leeswijzers.

Berekening Situatie 1 Kenmerken Samenvatting emissies Depositieresultaten Gedetailleerde emissiegegevens RPaPNbH1Gv8d (29 juni 2020) pagina 1/5 Contact Rechtspersoon Inrichtingslocatie Jasper Tromp Onderduikersweg 2 - De Bult, 8346KP DE Bult Activiteit Omschrijving AERIUS kenmerk Scouting De Bult RPaPNbH1Gv8d Datum berekening Rekenjaar Rekenconfiguratie 29 juni 2020, 10:33 2020 Berekend voor natuurgebieden Totale emissie Situatie 1 NOx 45,94 kg/j NH3 3,22 kg/j Resultaten Hectare met hoogste bijdrage (mol/ha/j) Natuurgebied Uw berekening heeft geen depositieresultaten opgeleverd boven 0,00 mol/ha/jr. Toelichting gebruikfase RPaPNbH1Gv8d (29 juni 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 2/5 Locatie Situatie 1 Emissie Situatie 1 Bron Sector Emissie NH3 Emissie NOx Bron 1 Wegverkeer | Buitenwegen 3,22 kg/j 45,94 kg/j RPaPNbH1Gv8d (29 juni 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 3/5 Emissie (per bron) Situatie 1 Naam Bron 1 Locatie (X,Y) 204687, 535112 NOx 45,94 kg/j NH3 3,22 kg/j Soort Voertuig Aantal voertuigen Stof Emissie Standaard Licht verkeer 384,0 / etmaal NOx NH3 45,94 kg/j 3,22 kg/j RPaPNbH1Gv8d (29 juni 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 4/5 Disclaimer Hoewel verstrekte gegevens kunnen dienen ter onderbouwing van een vergunningaanvraag, kunnen er geen rechten aan worden ontleend.

De eigenaar van AERIUS aanvaardt geen aansprakelijkheid voor de inhoud van de door de gebruiker aangeboden informatie. Bovenstaande gegevens zijn enkel bruikbaar tot er een nieuwe versie van AERIUS beschikbaar is. AERIUS is een geregistreerd handelsmerk in Europa. Alle rechten die niet expliciet worden verleend, zijn voorbehouden. Rekenbasis Deze berekening is tot stand gekomen op basis van: AERIUS versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Database versie 2019A_20200610_3aefc4c15b Voor meer informatie over de gebruikte methodiek en data zie: https://www.aerius.nl/nl/factsheets/release/aerius-calculator-2019A RPaPNbH1Gv8d (29 juni 2020)Resultaten Situatie 1 Resultaten pagina 5/5 bestemmingsplan De Bult, Onderduikersweg 2 Bijlage 4 Geluidsonderzoek 84 Bijlagen toelichting (ontwerp) 20191050 blz. 1 MEMO Van : Rients Koster Project : Scoutingterrein De Bult, Onderduikersweg 2 Opdrachtgever : gemeente Zeewolde Datum : 8 oktober 2019 Aan : -- CC : -- Betreft : wegverkeerslawaai Onderduikersweg 2, De Bult Inleiding De gemeente Steenwijkerland wilt aan de Onderduikersweg 2 te De Bult, de nieuwe locatie van de plaatselijke scouting realiseren. De scouting is momenteel gevestigd in Tuk. In overleg met de scouting is besloten om te verhuizen naar de locatie aan de Onderduikersweg, zodat op de huidige locatie te Tuk een basisschool in combinatie met een dorpshuis kan worden gerealiseerd.

In de geldende beheersverordening “Buitengebied Steenwijkerland 2014” is de locatie aan de Onderduikersweg bestemd als “Agrarisch”. Binnen de bestemming “Agrarisch” is een maatschappelijke bestemming niet toegestaan. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen, is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Naast de functie van scouting wordt gekeken of het gebouw en of terrein ook kan worden gebruikt voor andere maatschappelijke functies zoals jeugd- en kinderopvang en culturele doeleinden. Het is mogelijk dat de andere maatschappelijke functies bescherming krijgen vanuit de Wet geluidhinder. Omdat het plangebied nabij de snelweg A32 is gelegen en binnen de wettelijke zone (Wet geluidhinder) van 600 m breed van de A32, zijn berekeningen uitgevoerd naar de geluidbelasting vanwege wegverkeerslawaai. Het doel is na te gaan binnen welk deel van het plangebied de Wet geluidhinder beperkingen geeft voor de realisatie van geluidsgevoelige functies. Een voorlopig plan voor het scoutingterrein is gegeven in figuur 1.

20191050 blz. 2 Figuur 1: voorlopig plan scoutingterrein De Bult, Onderduikersweg 2 te De Bult (niet noordgericht) Toetsingskader Wet geluidhinder Wettelijke zones langs wegen Langs alle wegen, met uitzondering van 30 km-wegen en woonerven, bevinden zich op grond van de Wet geluidhinder (Wgh) geluidzones waarbinnen de geluidhinder vanwege een weg aan bepaalde wettelijke normen dient te voldoen. De breedte van een geluidzone voor wegen is afhankelijk van het aantal rijstroken en van de binnen- of buitenstedelijke ligging. De breedte van een geluidzone van een weg is in tabel 1 weergegeven. Tabel 1: schema zonebreedte aan weerszijden van de weg volgens artikel 74 Wgh aantal rijstroken breedte van de geluidzone [m] buitenstedelijk gebied stedelijk gebied 5 of meer 600 350 3 of 4 400 350 1 of 2 250 200 De breedte van de geluidzone wordt hierbij gemeten vanaf de as van de weg en is gelegen aan de buitenste rand van de weg. In artikel 1 van de Wgh zijn de definities opgenomen van stedelijk en buitenstedelijk gebied.

Deze definities luiden: - stedelijk gebied: gebied binnen de bebouwde kom, doch, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, met uitzondering van het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg; - buitenstedelijk gebied : gebied buiten de bebouwde kom alsmede, voor de toepassing van de hoofdstukken VI en VII voor zover het betreft een autoweg of autosnelweg als bedoeld in het Reglement verkeersregels en verkeerstekens 1990, het gebied binnen de bebouwde kom, voor zover liggend binnen de zone langs die autoweg of autosnelweg;

20191050 blz. 3 Dosismaat Lden De berekende geluidsniveaus wordt beoordeeld op basis van de Europese dosismaat L den (Lday-evening-night). Deze dosismaat wordt weergegeven in dB. De berekende geluidwaarde in L den vertegenwoordigt het gemiddelde geluidniveau over een etmaal. Aftrek op basis van artikel 110g Wgh De in de Wgh genoemde grenswaarden gelden inclusief de standaard aftrek op basis van artikel 110g van de Wgh. Dit artikel houdt in dat een aftrek mag worden gehanteerd welke anticipeert op het stiller worden van het verkeer in de toekomst door innovatieve maatregelen aan de voertuigen. Voor wegen met een representatief te achten snelheid lager dan 70 km/u geldt een aftrek van 5 dB. Voor wegen met een representatief te achten snelheid van 70 km/u of hoger geldt de volgende aftrek: • 4 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG 2012 57 dB bedraagt; • 3 dB voor situaties dat de geluidbelasting zonder aftrek artikel 3.4 RMG2012 56 dB bedraagt; • 2 dB voor andere waarden van de geluidbelasting. Nieuwe situatie Voor de geluidbelasting op de gevels van woningen en/of andere geluidsgevoelige gebouwen/terreinen binnen de wettelijke geluidzone van een weg, gelden bepaalde voorkeursgrenswaarden en maximale ontheffingswaarden. In bepaalde gevallen is vaststelling van een hogere waarde mogelijk.

Hogere grenswaarden kunnen alleen worden verleend, nadat is onderbouwd dat maatregelen om de geluidbelasting op de gevel van woningen en/of geluidsgevoelige gebouwen/terreinen terug te dringen onvoldoende doeltreffend zijn, dan wel overwegende bezwaren ontmoeten van stedenbouwkundige, verkeerskundige, vervoerskundige, landschappelijke of financiële aard. Deze hogere grenswaarde mag de maximaal toelaatbare hogere waarde niet te boven gaan. De maximale ontheffingswaarde voor wegen is op grond van artikel 83 Wgh afhankelijk van de ligging van de bestemmingen (binnen- of buitenstedelijk). Bestemmingen met een binnenstedelijke ligging, maar binnen de geluidzone van een autosnelweg, worden bij het bepalen van de geluidzone voor die autosnelweg gerekend tot buitenstedelijk gebied. Situatie met betrekking tot het plangebied Onderduikersweg 2, De Bult Het plangebied aan de Onderduikersweg 2 te De Bult ligt in buitenstedelijk gebied, waarvoor een maximale grenswaarde van Lden = 53 dB van toepassing is. De voorkeursgrenswaarde bedraagt L den = 48 dB. Geluidsgevoelige functies De Wet geluidhinder beschermt woningen en andere geluidsgevoelige gebouwen. De omschrijving van andere geluidsgevoelige gebouwen is gegeven in artikel 1.2 van het Besluit geluidhinder. Een kinderdagverblijf is bijvoorbeeld een ander geluidsgevoelig gebouw.

Contourberekeningen Op 1 juli 2012 zijn door een wetswijziging van de Wet milieubeheer geluidproductieplafonds (GPP’s) voor hoofdspoorwegen en voor rijkswegen van kracht geworden. De geluidemissie vanwege snelwegen wordt middels de GPP’s begrensd en zijn feitelijk berekende waarden op referentiepunten op 50 m afstand van de weg (met 100 m tussenruimte en met een waarneemhoogte van 4,0 m). De uitgangspunten waarop de GPP’s zijn gebaseerd, zijn vastgelegd in het Geluidregister en kunnen worden gedownload t.b.v. wegverkeerslawaaiberekeningen. De gegevens van de A32 zijn gebaseerd op eerste vaststelling van de GPP’s in juli 2012. De download van de gegevens heeft plaatsgevonden op 18 september 2019. Met behulp van de gegevens uit het Geluidregister en PDOK-gegevens is een akoestisch rekenmodel opgesteld en zijn contourberekeningen uitgevoerd. In de figuren 2 en 3 zijn de berekende 55 dB, 56 dB en 57 dB L den geluidscontouren weergegeven voor waarneemhoogten van h o = +1,5 m (figuur 1) en h o = +4,5 m (figuur 2). De contouren zijn bepaald door middel van interpolatie tussen op gridpunten berekende geluidniveaus. 20191050 blz. 4 De berekende contouren zijn gegeven zonder aftrek art. 110g Wgh, omdat deze aftrek voor snelwegen afhankelijk is van de hoogte van de berekend geluidbelasting. Met toepassing van de aftrek art.

110 g Wgh representeren de 55 dB/56 dB/57 dB alle drie een Lden = 53 dB geluidcontour. De contour op de grootste afstand bepaalt vervolgens de ligging van de 53 dB-contour inclusief aftrek (maximale grenswaarde). Uit de figuren 1 t/m 3 blijkt dat de Lden = 55 dB (exclusief aftrek art. 110g Wgh) bepalend is voor de maatgevende contourafstanden. Figuur 2: overzicht van de berekende L den = 55 dB/56 dB/57 dB geluidcontouren op een waarneemhoogte h o = +1,5 m

20191050 blz. 5 Figuur 3: overzicht van de berekende L den = 55 dB/56 dB/57 dB geluidcontouren op een waarneemhoogte h o = +4,5 m Bespreking van de resultaten Uit de figuren 2 en 3 blijkt dat de het plangebied grotendeels binnen de L den = 53 dB-contouren ligt. Omdat er sprake is van een buitenstedelijke situatie, is L den = 53 dB de maximale ontheffingswaarde. Een en andere betekent dat het realiseren van andere geluidsgevoelige gebouwen zoals bedoeld in het Besluit geluidhinder niet zonder meer mogelijk is. In het ontwerp zal rekening moeten worden gehouden met dove gevels (gevel aan de zijde van A32) en of mogelijke afschermende voorzieningen op het terrein.

bestemmingsplan De Bult, Onderduikersweg 2 Bijlage 5 Bodemonderzoek 90 Bijlagen toelichting (ontwerp) VERKENNEND BODEMONDERZOEK ONDERDUIKERSWEG 2 TE DE BULT (STEENWIJK)

Kwaliteitszorg Econsultancy is lid van de Vereniging Kwaliteitsborging Bodembeheer (VKB). De VKB is een vereniging van bo demadvies- en -onderzoeksbureaus en heeft als doel kwaliteitsborging en continue verbetering van de dienstverlening van haar leden op het gebied van bodembeheer. Het VKB keurmerk geeft opdrachtgevers de zekerheid dat het uitvoerend bureau werkt co n- form de eisen die de VKB aan haar le den stelt op het gebied van competenties en integriteit van medewerkers en het to e- passen van vigerende normen en onderzoeksprotocollen. Econsultancy werkt volgens een dynamisch kwaliteits - en milieusysteem, zoals beschreven in het kwaliteits - en milieuhand- boek. Ons kwaliteits- en milieusysteem is gecertificeerd volgens de eisen in de NEN-EN-ISO 9001 en NEN-EN-ISO 14001. Betrouwbaarheid Dit bodemonderzoek is op zorgvuldige wijze uitgevoerd conform de toepasselijke en van kracht zijnde regel geving. Een bodemonderzoek wordt in zijn algemeenheid echter uitgevoerd door het steekproefsgewijs be monsteren van de bodem, waardoor het, op basis van de resultaten van een bodemonderzoek, onmogelijk is garanties af te geven ten aanzien van de milieuhygiënische bodemkwaliteit. Daarnaast betreft het bodemonderzoek een momentopname.

Econsultancy accepteert op voorhand geen aansprakelijkheid ten aanzien van mogelijke beslissingen die de opdrachtgever naar aanleiding van het door Econsultancy uitgevoerde bodemonderzoek neemt. Rapportage verkennend bodemonderzoek Onderduikersweg 2 te De Bult (Steenwijk) Opdrachtgever Rho Adviseurs voor leefruimte Keizerstraat 21 7411 HD Deventer Rapportnummer 10489.003 Versienummer D1 Status Eindrapportage Datum 3 oktober 2019 Vestiging Overijssel Wilhelm Röntgenstraat 7a 8013 NE Zwolle 038 - 7820540 zwolle@econsultancy.nl Opsteller drs. M.S.H. Niemarkt Paraaf Kwaliteitscontrole Y. Kolkman, BSc Paraaf

10489.003 INHOUDSOPGAVE 1 INLEIDING .................................................................................................................................. 1 2 AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE ................................................................................... 1 3 VOORONDERZOEK ................................................................................................................... 2 3.1 Geraadpleegde bronnen ................................................................................................... 2 3.2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie ............................................................... 2 3.3 Toekomstige situatie ......................................................................................................... 3 3.4 Calamiteiten ...................................................................................................................... 3 3.5 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie ........................................ 3 3.6 Aangrenzende terreindelen/percelen ............................................................................... 4 3.7 Terreininspectie ................................................................................................................

4 3.8 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten ......................................................... 4 3.9 Bodemopbouw en geohydrologie ..................................................................................... 5 4 CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) ................................................. 5 5 VELDWERK ................................................................................................................................ 6 5.1 Algemeen .......................................................................................................................... 6 5.2 Grondonderzoek ............................................................................................................... 6 5.2.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 6 5.2.2 Zintuiglijke waarnemingen .................................................................................. 6 5.3 Grondwateronderzoek ...................................................................................................... 7 5.3.1 Uitvoering veldwerk ............................................................................................ 7 5.3.2 Bemonstering .....................................................................................................

7 6 LABORATORIUMONDERZOEK ................................................................................................ 8 6.1 Uitvoering analyses .......................................................................................................... 8 6.2 Toetsingskader ................................................................................................................. 8 6.3 Resultaten grond- en grondwatermonsters .................................................................... 10 6.4 Interpretatie analyseresultaten ....................................................................................... 11 7 SAMENVATTING, CONCLUSIES EN ADVIES ........................................................................ 12 BIJLAGEN: 1. - Topografische ligging van de locatie 2a. - Locatieschets 2b. - Foto's onderzoekslocatie 3. - Boorprofielen 4a. - Analysecertificaten 4b. - Getoetste analyseresultaten 5. - Toetsingskader Circulaire bodemsanering 6. - Informatie vooronderzoek Rapport 10489.003 versie D1 Pagina 1 van 13 1 INLEIDING Rho Adviseurs voor leefruimte heeft aan Econsultancy opdracht verleend voor het uitvoeren van een verkennend bodemonderzoek op de locatie Onderduikersweg 2 te De Bult (Steenwijk). Het bodemonderzoek is uitgevoerd in het kader van de voorgenomen grondtransactie en beste m- mingsplanwijziging van de onderzoekslocatie.

Het verkennend bodemonderzoek heeft tot doel met een relatief geringe onderzoeksinspanning vast te stellen of op de onderzoekslocatie een grond- en/of grondwaterverontreiniging aanwezig is, ten ein- de te bepalen of er milieuhygiënische belemmeringen zijn voor de voorgenomen grondtransactie en bestemmingsplanwijziging van de onderzoekslocatie. Het vooronderzoek is verricht conform de NEN 5725:2017 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van milieuhygiënisch vooronderzoek". Het bodemonderzoek is uit gevoerd conform de NEN 5740+A1:2016 "Bodem - Landbodem - Strategie voor het uitvoeren van verkennend bodemonderzoek - Onderzoek naar de milieuhygiënische kwaliteit van bodem en grond". Het veldwerk en de bemonstering zijn verricht onder certificaat op grond van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem - en waterbodemonderzoek ", protocollen 2001 en 2002 . De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1). Econsultancy is onder meer gecertificeerd voor de protocollen 2001 e n 2002 van de BRL SIKB 2000. In dat kader verklaart Econsultancy geen eigenaar van de onderzoekslocatie te zijn of te worden.

2 AFBAKENING ONDERZOEKSLOCATIE Het vooronderzoek omvat de onderzoeksloca tie en direct hieraan grenzende terreindelen binnen een afstand van 25 meter. De onderzoekslocatie (9.282 m²) is gelegen aan de Onderduikersweg 2 te De Bult (Steenwijk) (zie bijlage 1). De onderzoekslocatie is kadastraal bekend gemeente Steenwijk, sectie G, nummer 1222. Volgens het Actueel Hoogtebestand Nederland bevindt het maaiveld zich op een hoogte van circa 1,5 m +NAP en zijn de coördinaten van het midden van de onderzoekslocatie X = 204.150, Y = 535.360. Rapport 10489.003 versie D1 Pagina 2 van 13 3 VOORONDERZOEK 3.1 Geraadpleegde bronnen Voorafgaand aan de uitvoering van de veldwerkzaamheden is een vooronderzoek uitgevoerd op b a- sis van de NEN 5725. In tabel I zijn de in het kader van het vooronderzoek geraadpleegde bronnen weergegeven. Van de locatie en de directe omgeving zijn uit verschillende informatiebronnen geg e- vens verzameld over het historische, huidige en toekomstige gebruik, eventuele calamiteiten, event u- eel eerd er uitgevoerde bo demonderzoeken, de bodemopbouw en geohydrologie, verhardingen, k a- bels en leidingen. Tabel I. Geraadpleegde bronnen Onderdeel Bron Historisch, huidig en toekomstig gebruik Opdrachtgever (Rho, contactpersoon de heer J. Tromp), 18 juli 2019 Eigenaar (het makelaarshuis contactpersoon de heer E.

Willemsen), 6 augustus 2019 Bouw-/milieudossier, ondergrondse tanks, calami- teiten, eerder uitgevoerd bodemonderzoek Gemeente Steenwijkerland (contactpersoon mevrouw S. Bech), 5 augustus 2019 Locatiegegevens van internet: - historisch topografisch kaartmateriaal - basisregistratie grootschalige topografie - kadastrale gegevens - hoogtekaart - luchtfoto's - Google streetview - provinciale bodeminformatie - asbestkansenkaart en asbestsignaleringskaart - bodemopbouw - geo(hydro)logie - kabels en leidingen www.topotijdreis.nl www.pdok.nl www.kadaster.nl www.ahn.nl webservices.gbo-provincies.nl/lufo/services/wms maps.google.nl www.bodemloket.nl http://gisopenbaar.overijssel.nl/viewer/app/bodematlas/v1 maps.bodemdata.nl www.dinoloket.nl www.kadaster.nl/klic-wion Terreininspecties Uitgevoerd door Econsultancy, 2 en 22 augustus 2019 3.2 Historisch en huidig gebruik onderzoekslocatie In de figuren 1 t/m 6 is een aantal historische topografische kaartjes opgenomen, dat een indruk geeft van het gebruik en de ontwikkeling van de locatie en haar omgeving in de periode 1965 - heden. Figuur 1. Situatie 1965 Figuur 2. Situatie 1975 Figuur 3. Situatie 1984

Rapport 10489.003 versie D1 Pagina 3 van 13 Figuur 4. Situatie 1996 Figuur 5. Situatie 2006 Figuur 6. Situatie 2015 Uit historisch kaartmateriaal uit de periode 1965 - heden blijkt, dat de onderzoekslocatie steeds in gebruik is als weiland en voor zover bekend altijd een agrarische bestemming heeft gehad. Langs de zuidoostzijde van het weiland loopt een kavelpad. Voor zover bekend is de locatie nimmer bebouwd (geweest). Voor zover bij de opdrachtgever en de gemeente Steenwijkerland bekend, heeft er op de onderzoeks- locatie nimmer opslag van oliehoudende producten in ondergrondse of bovengrondse tanks plaats - gevonden. Uit de geraadpleegde bronnen blijkt geen aanwezigheid van ophogingen, dem pingen of stortingen. Er zijn geen aa nwijzingen gevonden, die aanleiding geven een asbest verontreiniging op de locatie te verwachten. In bijlage 2a is de huidige situatie op een locatieschets weergegeven. Bijlage 2b bevat enkele foto's van de onderzoekslocatie. 3.3 Toekomstige situatie De initiatiefnemer is voornemens de locatie aan te kopen en ee n clubhuis voor de scouting op de locatie te bouwen. De bestemming zal wijzigen van agrarisch naar recreatief gebruik /natuur. 3.4 Calamiteiten Voor zover bij de opdrachtgever bekend hebben zich op de onderzoekslocatie in het verleden geen calamiteiten met een bodembedreigend karakter voorgedaan.

Ook uit informatie van de ge meente Steenwijkerland blijkt niet, dat er zich in het verleden bodem bedreigende calamiteiten hebben voo r- gedaan. 3.5 Uitgevoerd(e) bodemonderzoek(en) op de onderzoekslocatie Op de onderzoekslocatie zijn, voor zover bekend, geen bodemonderzoeken uitgevoerd.

Rapport 10489.003 versie D1 Pagina 4 van 13 3.6 Aangrenzende terreindelen/percelen In paragraaf 3.1 zijn de geraadpleegde informatiebronnen voor de omliggende terreindelen en aan- grenzende percelen binnen 25 meter van de onderzoekslocatie opgenomen. Het bodemgebruik van de omliggende terreindelen is als volgt:  aan de zuid- en noordzijden bevinden zich weilanden;  aan de oostzijde bevindt zich de Onderduikersweg;  aan de westzijde bevindt zich een bosperceel. Van de direct aangrenzende percelen zijn geen bodemonderzoeksgegevens bekend. Op een nabijgelegen perceel aan de Onderduikersweg 2a, ten noordoostelijke richting van de onder- zoekslocatie is in 1994 een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (Van Dorsser, rapport 54.179A, juli 1994). De zintuiglijk schone boven grond bleek destijds licht verontreinigd met minerale olie. In de ondergrond zijn geen verontreinigingen aangetoond. In het grondwater is destijds een licht verhoogde concentratie chroom aangetoond. In juni 1999 heeft WNP raadgevende ingenieurs een aanvullend grondonderzoek verricht (Notitie 5991252.N01, 24 juni 1999). Zintuiglijk en analytisch zijn daarbij in de bovengrond geen verontreinigingen aangetoond. Uit de verzamelde informatie blijkt, dat er vanuit de omliggende percelen geen grens overschrijdende verontreinigingen zijn te verwachten.

3.7 Terreininspectie Voorafgaand aan het bodemonderzoek is er een terreininspectie uitgevoerd. Deze is gericht op de identificatie van bronnen, die mog elijk hebben geleid of kunnen leiden tot een grond - en/of grondwa- terverontreiniging. De tijdens de terreininspectie aangetroffen situatie komt overeen met de locatiegegevens, zoals deze zijn opgenomen in paragraaf 3.2. Op de onderzoekslocatie zijn gee n mogelijke bronnen voor een grond - en/of grond waterverontreini- ging aangetroffen. Op de locatie is een onverhard kavelpad aangetroffen. Op het maaiveld zijn geen asbestverdachte materialen waargenomen. 3.8 Informatie lokale of regionale achtergrondgehalten De onderzoekslocatie is met betrekking tot de boven - en ondergrond gelegen binnen de bodemkwali - teitszone "Buitengebied”, van het gebied waarvoor de regio IJsselland /gemeente Steenwijkerland een bodemkwaliteitskaart heeft opgesteld. Binnen deze bodemkwaliteitszone komen geen verhoogde gehalten boven de Achtergrondwaarden voor. Voor wat betreft de verwachtingen op lokaal niveau met betrekking tot de parameter asbest is infor - matie beschikbaar op de asbestsignaleringskaart (Provincie Overijssel). Voor onderhavige onder - zoekslocatie geldt, dat de ingeschatte kans op aanwezigheid van een asbestverontreiniging als klein is ingeschat.

De locatie is niet specifiek aangemerkt op de asbestkaart (locat ies in het bodem - & bouwarchief gemeenten/provincie Overijssel). Rapport 10489.003 versie D1 Pagina 5 van 13 3.9 Bodemopbouw en geohydrologie De originele bodem bestaat volgens de bodemkaart van Nederland uit Veldpodzolgronden, die vo l- gens de Stichting voor Bodemkartering vo ornamelijk is opge bouwd uit leemarm en zwak lemig fijn zand. De afzettingen, waarin deze bodem is ontstaan, behoren geologisch gezien tot de Formatie van Boxtel. De gemiddelde stand van het freatisch grondwater bedraagt ± 0,0 m +NAP, waardoor het grondwater zich op ± 1,5 m -mv zou bevinden. Het water van het eerste watervoerend pakket stroomt volgens de isohypsenkaart van de Dienst Grondwaterverkenning van TNO in zuidwestelijke richting. Er liggen geen pompstations in de buurt va n de onderzoekslocatie die van invloed zouden kunnen zijn op de grondwaterstroming ter plaatse van de onderzoekslocatie. De onderzoekslocatie ligt niet in een grondwaterbeschermings- en/of grondwaterwingebied. 4 CONCLUSIES VOORONDERZOEK (ONDERZOEKSOPZET) Uit het vooronderzoek blijkt, dat er op een groot deel (circa 8.500 m2) van de onderzoekslocatie geen sprake is van bodembelasting anders dan een regionale of landelijke diffuse achtergrondbelasting in de grond en het grondwater.

Op dit deel van de onderzoekslocatie worden geen verontreinigende stoffen verwacht in gehalten boven de achtergrondwaarde of boven het in het be treffende gebied geldende achtergrondgehalte. Dit geldt zowel voor natuurlijke achte rgrondgehalten als voor "antrop o- gene" achter grondgehalten waarvan de oorzaak niet eenduidig is aan te wijzen. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd dat dit deel van de onderzoekslocatie onder zocht dient te worden volgens de strategie "onverdach t, niet lijnvormig" (ONV -NL). Bij onverdachte locaties luidt de onder - zoekshypothese dat de bodem niet verontreinigd is. Ter plaatse van het onverharde kavelpad (circa 800 m 2) is mogelijk sprake van een voormalige en/of huidige bodembelasting, waardoor h et vermoeden van bodem verontreiniging aanwezig is. De kern van de verwachte veront reinigingen is duidelijk. De verwachte verontreinigende stoffen voor deze situatie zijn metalen, PAK en/of minerale olie. Op basis van het vooronderzoek is geconcludeerd, d at dit deel van de onderzoekslocatie onderzocht dient te worden volgens de strategie voor een "verdach- te locatie met plaatselijk bodem belasting en met een duidelijke verontreinigingskern" (VEP).

Het doel van het verkennend bodem onderzoek in deze situ atie is vast te stellen of de vooronderstelde veron t- reinigingen ook daad werkelijk aanwezig zijn en in hoe verre de verontreinigende stoffen de achte r- grondwaarde of het geldend achtergrondgehalte overschrijden. Rapport 10489.003 versie D1 Pagina 6 van 13 5 VELDWERK 5.1 Algemeen Tijdens het opstellen van het boorplan is rekening gehouden met de doelstellingen en de richtlij nen, die geformuleerd zijn in de inleiding. Daarnaast is rekening gehouden met de gegevens voort vloeiend uit het vooronderzoek en de ligging van kabels en leidingen. Bijlage 2a bevat de locatie schets met daarop aangegeven de situering van de boorpunten en de peilbuizen. In bijlage 3 zijn de boor - profielen opgenomen. 5.2 Grondonderzoek 5.2.1 Uitvoering veldwerk Het veldwerk is op 9 augustus 2019 uitgevoerd onder kwaliteitsverantwoordelijkheid van de heer K. Gerrist. Deze medewerker van Econ sultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker voor het protocol 2001 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonder- zoek". In het totaal zijn er met behulp van een edelmanboor en een zuigerboor 24 boringen geplaatst; 18 boringen tot 0,5 m -mv, 4 boringen tot 2,0 m -mv en 2 boringen tot maximaal 4,0 m -mv.

Deze diepe boringen zijn afgewerkt als peilbuis, teneinde de milieuhygiënische kwaliteit van het grondwater te kunnen bepalen. Van het opgeboorde materiaal is een boorbeschrijving conform de NEN 5104 ge - maakt en zijn er grondmonsters genomen over trajecten van ten hoogste 0,5 m, waarbij bodemlagen met verontreinigingskenmerken of een afwijkende textuur separaat bemonsterd zijn. 5.2.2 Zintuiglijke waarnemingen De bodem bestaat voornamelijk uit matig siltig, zeer fijn zand. De bovengrond is bovendien zwak hu- meus. De ondergrond is plaatselijk zwak gleyhoudend. De bovengrond ter plaatse van het kavelpad is plaatselijk zwak tot matig puinhoudend. Verder is de bovengrond zeer plaatselijk zwak aardewerkhoudend. Tijdens de veldwerkzaamheden zijn op het maaiveld van de onderzoekslocatie geen asbestverdachte materialen aangetroffen. Tabel II geeft een overzicht van de zintuiglijk waargenomen verontreinigingen, die in het op geboorde materiaal zijn aan- getroffen. Tabel II. Zintuiglijk waargenomen verontreinigingen Boornummer Einddiepte boring (m -mv) Traject (m -mv) Waargenomen verontreinigingen 16 2,0 0,3-0,9 zwak aardewerkhoudend 22 0,5 0,0-0,2 zwak puinhoudend 23 2,0 0,0-0,8 matig puinhoudend Tijdens de veldwerkzaamheden zijn in de bodem ter plaatse van het onverharde kavelpad , puin(resten) aangetroffen. Dit maakt dit deel van de onderzoekslocatie asbestverdacht.

Hierbij wordt opgemerkt dat gelet op de doelstelling van het onderzoek de veldwerkzaamheden niet conform de NEN 5707 ("Bodem - Inspectie, monsterneming en analyse van asbest in bodem en partijen grond") zijn uitgevoerd. De uitkomst van het onderzoek is met betrekking tot de parameter asbest derhalve indicatief. Rapport 10489.003 versie D1 Pagina 7 van 13 5.3 Grondwateronderzoek 5.3.1 Uitvoering veldwerk Stroomafwaarts en stroomopwaarts op de onderzoekslocatie zijn 2 peilbuizen (filterstelling en 2,95- 3,95 m -mv) geplaatst. De filterstelling is bepaald op basis van de grondwaterstand, zoals deze ti j- dens de veldwerkzaamheden op 9 augustus 2019 is ingeschat. 5.3.2 Bemonstering De grondwaterbemonstering is op 22 augustus 2019 uitgevoerd door de heer T. Willems. Deze me- dewerker van Econsultancy staat geregistreerd als ervaren veldwerker vo or het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 "Veldwerk bij milieuhygiënisch bodem- en waterbodemonderzoek". De bemonstering is uitgevoerd conform de eisen uit het protocol 2002 van de BRL SIKB 2000 en de NEN 5744:2011. Tabel III geeft een overzicht van de peilbuisgegevens en de resultaten van de vel d- metingen. Tabel III.

Overzicht gegevens peilbuizen en veldmetingen grondwater Peilbuis- nummer Situering peilbuis Filterstelling (m -mv) Grondwaterstand (m -mv) Elektrisch Gelei- dingsvermogen (µS/cm) Troebelheid (NTU) Zuurgraad (pH) 13 kavelpad stroomopwaarts op onderzoekslocatie 2,95-3,95 2,43 334 128 5,5 18 stroomafwaarts op onderzoekslocatie 2,95-3,95 2,29 729 6,3 4,1 Rapport 10489.003 versie D1 Pagina 8 van 13 6 LABORATORIUMONDERZOEK 6.1 Uitvoering analyses Alle grond- en grondwatermonsters zijn aangeboden aan een laboratorium dat is erkend door de Raad voor Accreditatie en AS3000 -geaccrediteerd is voor milieuhygiënisch bodemonderzoek. De grondmengmonsters en de grondwatermonsters zijn geanalyseerd op de volgende pakketten: - standaardpakket grond: droge stof, lutum en organische stof, metalen (barium, cadmium, kobalt, koper, kwik, lood, m o- lybdeen, nikkel en zink), polychloorbifenylen (PCB), poly cyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en minerale olie; - standaardpakket grondwater: metalen (barium, cadmium, k obalt, koper, kwik, lood, molybdeen, nikkel en zink), vluchtige aromaten (BTEX), styreen, naftaleen, gehalogeneerde kool waterstoffen (VOX) en minerale olie. Na het bekend worden van de analyseresultaten zijn de individuele grondmonsters, waaruit gron d- mengmonster MM3 (bovengrond) is samengesteld, separaat geanalyseerd op de parameter kwik.

Tabel IV geeft een overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analyse pakket- ten. Tabel IV. Overzicht van de samenstelling van de grondmengmonsters en de analysepakketten Grondmeng- monster Traject (cm -mv) Analysepakket Bijzonderheden MM1 01 (0-50) + 02 (0-30) + 04 (0-50) + 05 (0-30) + 06 (0-30) + 07 (0-50) standaardpakket bovengrond (zintuiglijk schoon) MM2 08 (0-50) + 09 (0-50) + 10 (20-50) + 11 (0-50) + 14 (20-50) + 15 (0-50) standaardpakket bovengrond (zintuiglijk schoon) MM3 16 (0-30) + 17 (0-50) + 19 (0-50) + 20 (0-30) + 21 (0-50) + 24 (0-50) standaardpakket bovengrond (zintuiglijk schoon) MM4 22 (0-20) + 23 (0-50) + 23 (50-80) standaardpakket kavelpad bovengrond (zwak tot matig puinhoudend) MM5 03 (80-130) + 09 (100-150) + 16 (90-140) + 18 (80-100) + 23 (80-120) standaardpakket ondergrond (zintuiglijk schoon) MM6 03 (160-200) + 09 (150-200) + 13 (170-200) + 16 (140-190) + 18 (130-180) standaardpakket ondergrond (zintuiglijk schoon) 6.2 Toetsingskader De analyseresultaten zijn getoetst aan het toetsingskader uit de Circulaire bodemsanering en aan de achtergrondwaarden voor grond uit de Regeling bodemkwaliteit (bijlage B, tabel 1).

Dit toetsingskader voor de beoordeling van de gehalten en/of concentraties van verontreinigingen is gegeven in de toe t- singstabel en bevat voor grond en grondwater elk drie te onderscheiden waarden met de verschille n- de niveaus: - achtergrondwaarde: deze waarde ("AW") geeft de gehalten aan zoals die op dit mo ment voorkomen in de bodem van natuur- en landbouwgronden, waarvoor geldt dat er geen sprake is van belasting door l o- kale verontreinigingsbronnen; Rapport 10489.003 versie D1 Pagina 9 van 13 - streefwaarde: deze waarde ("S") geeft het milieukwaliteitsniveau aan voor grond water, waarbij als nadelig te waarderen effecten verwaarloosbaar worden geacht; - tussenwaarde: deze waarde ("T") is de helft van de som van de achtergrondwaarde (of in het geval van grondwater de streefwaarde) en de inter ventiewaarde. De tussenwaarde is de con centratie- grens waarboven in beginsel nader onderzoek moet worden uit gevoerd, omdat het vermoeden van ernstige bodemverontreiniging bestaat; - interventiewaarde: deze waarde ("I") geeft het niveau voor verontreinigingen in grond en grond water aan waarbo- ven ernstige vermindering of dreigende ver mindering optreedt van de functionele eigenscha p- pen, die de bodem hee ft voor mens, plant of dier. Bij gehalten en/of concentraties boven de in - terventiewaarde is er sprake van een sterke veront reiniging.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/155350c1-2052-4ac5-acc7-b240cba0bcb4?agendaItemId=418b1f2d-c2df-4bed-9b21-ae8e48905af6