CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

b_NL.IMRO.1708.SWWgelderingenBP-ON01_TB3.pdf

Politieke Markt 28 maart 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Vaststelling bestemmingsplan Steenwijkerwold - Gelderingen9.296 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

adviesrapport Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet natuurbescherming Woonconcept Definitief Zuiderzeelaan 53 8017 JV Zwolle T 0384236464 E info@ecogroen.nl I www.ecogroen.nl Colofon Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet natuurbescherming 20-107 & 20-108 2 maart 2021 Definitief R. (Rutger) Olthof & S. (Silvio) Lindhout M. (Mark) Boerhof I. (Iwan) Veeman Woonconcept ©Ecogroen bv Alles uit deze uitgave mag worden vermenigvuldigd en/of openbaar gemaakt, mits onder vermelding van bron en status. Olthof, R. & S. Lindhout (2021). Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold. Ontheffingsaanvraag ruimtelijke ingrepen Wet natuurbescherming. Rapport 20-107 & 20-108. Ecogroen bv Zwolle. Inhoud Algemene intro 5 1. Werkzaamheden en planning 6 1.1 Beschrijving projectgebied 6 1.2 Werkwijze 7 1.3 Planning 7 2.

Verbodsartikelen 8 2.1 Verbodsartikelen soorten van Vogelrichtlijn (huismus) 8 2.1.1 Verbod op het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vogels, of nesten van vogels weg te nemen 8 2.1.2 Verbod op het opzettelijk storen van vogels, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort 8 2.2 Verbodsartikelen soorten van Habitatrichtlijn (gewone dwergvleermuis) 8 2.2.1 Verbod op het opzettelijk verstoren van dieren 8 2.2.2 Verbod op het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen 8 3. Ecologische inventarisatie 9 3.1 Methode inventarisatie 9 3.1.1 Bureaustudie en veldbezoek 9 3.1.2 Onderzoeksmethode huismus 10 3.1.3 Onderzoeksmethode gierzwaluw 10 3.1.4 Onderzoeksmethode vleermuizen 10 3.1.5 Onderzoeksmethode egel en steenmarter 11 3.2 Actualiteit inventarisatiegegevens 12 3.3 Locatie inventarisatie 12 4. Functie projectgebied 13 4.1 Nest- en verblijfplaatsen 13 4.1.1 Huismus 13 4.1.2 Gewone dwergvleermuis 13 4.2 Foerageergebied en migratie- en vliegroutes 14 4.2.1 Huismus 14 4.2.2 Gewone dwergvleermuis 14 4.3 Omgevingscheck 14 4.3.1 Huismus 14 4.3.2 Gewone dwergvleermuis 14 5.

Effecten 16 5.1 Effect werkzaamheden 16 5.1.1 Huismus 16 5.1.2 Gewone dwergvleermuis 16 5.2 Gunstige staat van instandhouding 17 5.2.1 Landelijke staat van instandhouding 17 5.2.2 Afbreuk staat van instandhouding 17 6. Maatregelen 18 6.1 Maatregelen 18 6.1.1 Algemeen 18 6.1.2 Fasering qua tijd 18 6.1.3 Ongeschikt maken 19 6.1.4 Aanbrengen tijdelijke voorzieningen 20 6.1.5 Aanbrengen permanente voorzieningen 21 6.2 Locatie maatregelen 21 6.3 Effectiviteit maatregelen 21 7. Alternatieven en belang 22 7.1 Alternatieve locatie 22 7.2 Alternatieve inrichting 22 7.3 Alternatieve werkwijze 22 7.4 Alternatieve planning 22 7.5 Belang 23 7.5.1 Vogelrichtlijn (huismus) 23 7.5.2 Habitatrichtlijn (gewone dwergvleermuis) 23 7.5.3 Toelichting 23 Geraadpleegde bronnen 24 Bijlagen Bijlage 1 - Aangetroffen beschermde natuurwaarden Bijlage 2 - Gekozen optie vervangende voorzieningen Bijlage 3 - Resultaten quickscan natuurtoets Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 05 Projectnaam: Sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijker- wold Woonconcept heeft het voornemen om de woningen van de complexen 417, 422.01 en 422.02 in Steenwijkerwold te slopen om ruimte te maken voor nieuwbouw. Het betreft de adressen: Blaan- kamp 14, 14a, 16, 16a,18, 18a, 20, 20a, 34, 34a, 36, 36a, 38, 38a, 40 en 40a en Gelderingen 29, 31, 33, 35, 37 en 39.

De start van de sloopwerkzaamheden staat gepland begin 2022. Omdat uitvoering van het voornemen negatieve gevolgen kan hebben voor beschermde natuur- waarden, is het initiatief door Ecogroen getoetst aan het natuurbeschermingsrecht. Hiervoor heeft Ecogroen ecologisch onderzoek uitgevoerd naar huismus, gierzwaluw en vleermui zen, waaruit is ge- bleken dat in aanwezige bebouwing vijftien beschermde nestplaatsen van huismus en één zomer- verblijfplaats van gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. In dit activiteitenplan gaan we in op de soorten waarvoor ontheffing nodig is: huismus en gewone dwergvleermuis. Op basis van het uitgevoerde onderzoek zijn er geen overige soorten te verwach- ten waarvoor ontheffing in het kader van de Wet natuurbescherming nodig is. De opbouw van voorliggend activiteitenplan is vergelijkbaar met het format va n het ‘Projectplan ruimtelijke ingrepen’ van de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland zoals dat gebruikelijk was bij aanvragen onder de Flora- en Faunawet. Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Algemene intro Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 06 1.1 Beschrijving projectgebied Woonconcept is voornemens de woningen binnen de complexen 417, 422.01 en 422.02 in Steen- wijkerwold te slopen (zie figuur 1.1).

Het betreft de volgende adressen: Blaankamp 14, 14a, 16, 16a,18, 18a, 20, 20a, 34, 34a, 36, 36a, 38, 38a, 40 en 40a en Gelderingen 29, 31, 33, 35, 37 en 39. Het projectgebied betreft zes seniorenwoningen (inclusief bergingen) aan de Gelderingen en zes- tien duplexwoningen (inclusief bergingen) aan de Blaankamp (zie figuur 1.2). Ook de tuinen van deze woningen worden verwijderd. Figuur 1.1 Links: complex 417 aan de straat Gelderingen. Rechts: complexen 422.1 en 422.2 aan de straat Blaankamp. Bron kaartondergrond: PDOK. Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 1. Werkzaamheden en planning Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 07 Figuur 1.2 Impressie van de te slopen woningen. Links: seniorenwoningen aan de Gelderingen. Rechts: duplexwoningen aan de Blaankamp. 1.2 Werkwijze De huidige bebouwing, bestrating en begroeiing worden verwijderd om ruimte te maken voor nieuwbouw. Op moment van schrijven is het ontwerp van de nieuwbouw nog niet bekend. Het uit- gangspunt is dat in totaal 18 eengezinswoningen gerealiseerd worden (negen eengezinswoningen aan de Gelderingen en negen aan de Blaankamp). Voor beide locaties geldt dat de negen woningen verdeeld worden over twee bouwblokken. 1.3 Planning Begin 2022 wordt gestart met de sloopwerkzaamheden bij complex 417 (Gelderingen).

De com- plexen 422.02 en 422.02 (Blaankamp) worden conform de huidige planning begin 2023 gesloopt. Voorafgaand aan de werkzaamheden worden de woonblokken ongeschikt gemaakt voor vleermui- zen en wanneer nodig ook voor vogels (zie ook paragraaf 6.1.3). Alle woningen worden gelijktijdig ongeschikt gemaakt in september of oktober 2021. Op deze wijze wordt rekening gehouden met het broedseizoen van vogels en de actieve periode van vleermuizen. Ontheffing wordt aangevraagd voor een periode van 4 jaar (1 september 2021 tot en met 1 septem- ber 2025). Hierbij is rekening gehouden met voorbereidende werkzaamheden en een eventuele uit- loop van werkzaamheden als gevolg van onvoorziene omstandigheden.

Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 08 2.1 Verbodsartikelen soorten van Vogelrichtlijn (huismus) 2.1.1 Verbod op het opzettelijk vernielen of beschadigen van nesten, rustplaatsen en eieren van vo- gels, of nesten van vogels weg te nemen Wel van toepassing. Door de werkzaamheden gaan 15 nestplaatsen van huismus verloren. 2.1.2 Verbod op het opzettelijk storen van vogels, tenzij de storing niet van wezenlijke invloed is op de staat van instandhouding van de desbetreffende vogelsoort Wel van toepassing. Als gevolg van de werkzaamheden worden huismussen en de aangetroffen nestplaatsen verstoord. 2.2 Verbodsartikelen soorten van Habitatrichtlijn (gewone dwergvleermuis) 2.2.1 Verbod op het opzettelijk verstoren van dieren Wel van toepassing. Als gevolg van de voorgenomen werkzaamheden worden gewone dwergvleer- muizen mogelijk verstoord. 2.2.2 Verbod op het beschadigen of vernielen van voortplantingsplaatsen of rustplaatsen Wel van toepassing. Door de voorgenomen werkzaamheden gaat één zomerverblijfplaats van ge- wone dwergvleermuis verloren. Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 2.

Verbodsartikelen Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 09 3.1 Methode inventarisatie 3.1.1 Bureaustudie en veldbezoek Tijdens het quickscanonderzoek is op basis van de bouwkundige constructie van de woningen, be - kende verspreidingsgegevens en expert judgement een uitspraak gedaan over mogelijk aanwezige beschermde soorten. Uit de quickscan natuurtoets is naar voren gekomen dat de woningen van complex 417 (de seniorenwoningen) geschikt zijn als nest- en verblijfplaatsen van huismus, steen- marter en vleermuizen. De woningen van complex 422.01 en 422.02 (de duplexwoningen) zijn be- halve voor huismus, steenmarter en vleermuizen ook als geschikt beoordeeld voor gierzwaluw. Daarnaast zijn verblijfplaatsen van egel te verwachten in aanwezige tuinen behorend tot de wonin- gen. Ecogroen heeft in 2020 ecologisch onderzoek uitgevoerd naar deze soorten. Overige be- schermde soorten worden niet verwacht in de woningen (zie bijlage 4 voor de resultaten van het quickscan veldbezoek). Onderstaande tabel bevat een overzicht van de uitgevoerde veldbezoeken inclusief de bijbehorende informatie en weersomstandigheden. Tabel 3.1 Overzicht uitgevoerde veldbezoeken en bijbehorende omstandigheden. HM = huismus, GZ = gierzwaluw, EG = egel, SM = steenmarter en VL = vleermuizen Datum Complex Soort Begin-eind Pers.

Weer 15-04-2020 417, 422.01 & 422.02 HM 09:00-10:30 1 6°C, helder, droog, weinig wind 05-05-2020 417, 422.01 & 422.02 HM 08:45-09:45 1 8°C, helder, droog, weinig wind 25-05-2020 422.01 & 422.02 GZ, VM, SM & EG 20:00-23:45 2 15°C, helder, droog, windstil 09-06-2020 417 VM, SM & EG 21:45-00:15 1 12°C, licht bewolkt, droog, weinig wind 18-06-2020 422.01 & 422.02 GZ 20:00-22:15 1 19°C, bewolkt, droog, weinig wind 29-06-2020 422.01 & 422.02 GZ, VM, SM & EG 20:00-00:15 1 17°C, bewolkt, droog, matige wind 05-07-2020 417 VM, SM & EG 03:00-05:15 1 16°C, bewolkt, droog, matige wind 13-07-2020 422.01 & 422.02 VM, SM & EG 03:15-05:30 1 12°C, licht bewolkt, droog, windstil 22-08-2020 417, 422.01 & 422.02 VM, SM & EG 22:00-00:30 1 17°C, half bewolkt, droog, weinig wind 13-09-2020 417 VM, SM & EG 05:15-07:15 1 13°C, half bewolkt, droog, weinig wind 17-09-2020 422.01 & 422.02 VM, SM & EG 05:00-07:15 1 12°C, helder, droog, weinig wind Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 3. Ecologische inventa- risatie Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 10 3.1.2 Onderzoeksmethode huismus Het huismusonderzoek heeft zich met name gericht op het vaststellen van bewoonde nestplaatsen.

Conform het kennisdocument van huismus zijn minimaal twee inventarisatieronden nodig in de pe- riode 1 april - 15 mei, met minimaal 10 dagen tussen beide bezoeken (BIJ12, 2017a). Deze veldbe- zoeken zijn op 14 april en 5 mei uitgevoerd door één persoon (zie tabel 3.1). Het onderzoek heeft zich gericht op nest-, broed- en territorium-indicerend gedrag van huismus om broedgevallen/ territoria van huismus vast te stellen. De veldbezoeken zijn in de ochtenduren uitge- voerd, wanneer huismus het meest actief is. Verder zijn de veldbezoeken met gunstige weersom- standigheden uitgevoerd (droog, zonnig weer en weinig wind). 3.1.3 Onderzoeksmethode gierzwaluw Volgens het kennisdocument gierzwaluw dienen minimaal drie inventarisatiemomenten in de peri- ode juni-juli te worden uitgevoerd bij goed weer en in de avonduren, waarbij minimaal één bezoek plaatsvindt in de periode 20 juni – 7 juli (BIJ12, 2017b). De onderzoeken hebben plaats gevonden op 25 mei, 18 en 29 juni en zijn door één of twee personen uitgevoerd (zie tabel 3.1). De bezoeken worden vanaf circa een uur voor schemering gestart en duren tot het invallen van de avondschemering. Tijdens de bezoeken zijn nestplaatsen van gierzwaluw geïnventariseerd aan de hand van in- en uitvliegende vogels, langsvliegende vogels die bekende nestplaatsen bezoeken en oudervogels (en hun jongen) die vanuit hun nestplaats roepen.

Hierbij hebben we ook gebruik ge- maakt van het afspelen van ‘giergeluiden’ van gierzwaluwen. Oudervogels en hun jongen die onder de pannen aanwezig zijn, reageren hierop en geven daarmee hun broedplaatsen prijs. Veldbezoe- ken zijn onder gunstige weersomstandigheden uitgevoerd (droog weer en weinig wind). 3.1.4 Onderzoeksmethode vleermuizen Het onderzoek naar vleermuizen is conform het vleermuisprotocol en de kennisdocumenten van gewone- en ruige dwergvleermuis (BIJ12, 2017c, 2017d; Vleermuisvakberaad, 2017) uitgevoerd. Alle bezoeken zijn uitgevoerd met gunstige weersomstandigheden voor onderzoek naar vleermui- zen (zie tabel 3.1). Tijdens de bezoeken is het projectgebied systematisch lopend doorkruist. Hierbij is gebruik gemaakt van batdetectoren met opnamefunctie. Onderzoek kraamverblijfplaatsen en zomerverblijfplaatsen Voor het inventariseren van kraamverblijfplaatsen van vleermuizen zijn minimaal twee bezoeken uitgevoerd in de periode 15 mei - 15 juli, met minimaal 20 dagen tussen beide bezoeken (zie tabel 3.1). Voor laatvlieger geldt als richtlijn dat twee avondbezoeken in de kraamtijd uitgevoerd worden en voor gewone en ruige dwergvleermuis dat minimaal één vroeg ochtendbezoek plaatsvindt voor het inventariseren van zomerverblijfplaatsen. Tijdens de bezoeken voor kraamverblijfplaatsen is te- vens gelet op de aanwezigheid van zomerverblijfplaatsen.

Bij complexen 422.01 & 422.02 is het eerste en tweede vleermuisbezoek gecombineerd met het gierzwaluwonderzoek uitgevoerd door één of twee personen op 25 mei en 29 juni 2020. Het onder- zoek heeft aansluitend aan het gierzwaluwonderzoek plaatsgevonden, na het intreden van de avondschemering. Bij complex 417 vond het eerste bezoek plaats op 9 juni 2020. Deze bezoeken zijn vooral gebruikt om locaties met mogelijke (kraam)verblijfplaatsen te bepalen. Na het invallen van de schemering is gelet op uit- en invliegende vleermuizen en plekken met veel activiteit van vleermuizen (vroeg in de avond). Vervolgens is tot middernacht doorgegaan met het onderzoek tot Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 11 de eerste vleermuizen weer terugkeren naar hun (kraam)verblijfplaats en weer zwermende/ invlie- gende dieren kunnen worden gevonden. Het tweede bezoek bij complex 417 (op 5 juli 2020) en het derde bezoek bij complexen 422.01 & 422.02 (op 13 juli 2020) in de kraamperiode is uitgevoerd in de ochtenduren tussen ca. 03:00 en 05:30. Naarmate het lichter wordt, keren vleermuizen terug naar hun kraam- of zomerverblijfplaats, maar voordat ze naar binnen gaan cirkelen ze vaak minutenlang rond de ingang van hun verblijf- plaats. Dit zogenoemde zwermen wijst op een verblijfplaats.

Aan de hand van het aantal invliegende dieren is vervolgens de grootte van een eventueel aanwezige kraam- of zomerverblijf-plaats be- paald. Onderzoek paarverblijfplaatsen/baltsterritoria (en zomerverblijfplaatsen) In de paarperiode (15 augustus tot 1 oktober) heeft onderzoek plaatsgevonden naar baltsterritoria (van rondvliegende baltsende exemplaren) en paarverblijfplaatsen (exacte verblijfplaatsen) van vleermuissoorten zoals de laatvlieger, gewone dwergvleermuis en ruige dwergvleermuis. Bij deze bezoeken zit er minimaal 20 dagen tussen beide bezoeken. Gestart is met een avondbezoek op 22 augustus 2020, waarbij rondvliegende en vooral baltsende exemplaren in beeld zijn gebracht. Het bezoek geeft inzicht in welke woningen paarverblijfplaatsen aanwezig kunnen zijn en dit vergemakkelijkt het zoeken naar paarverblijfplaatsen tijdens het later uit te voeren ochtendbezoek. Tijdens het avondbezoek zijn straten systematisch vanaf 22:00 tot 00:30 doorkruist, in de piek van de roepactiviteit. Het tweede bezoek is uitgevoerd in de vroege ochtend op 13 september bij complex 417 en op 17 september 2020 bij complexen 422.01 & 422.02, van ca. 05:00 tot 07:15 uur. Naarmate het lichter wordt, keren vleermuizen terug naar hun paar- of zomerverblijf-plaats, maar voordat ze naar binnen gaan cirkelen ze vaak minutenlang rond de ingang van hun verblijfplaats.

In het geval van een paar- verblijfplaats wordt daarbij ook luidkeels gebaltst. Voor laatvlieger is in voorliggende situatie bewust afgeweken van het vleermuisprotocol. In plaats van een tweede avondbezoek is voor complex 417 een vroeg ochtendbezoek uitgevoerd op kans- rijke plekken voor laatvlieger. Vroege ochtendbezoeken leveren vooral veel informatie op over de zomerverblijfplaatsen van solitaire laatvliegers die met een avondbezoek makkelijker gemist kunnen worden (verblijfplaatsen zijn zowel ’s avonds als ‘s ochtends goed in kaart te brengen). Het uitvoe- ren van een ochtendbezoek in plaats van een avondbezoek is alleen mogelijk indien de weersom- standigheden optimaal zijn (zeer zwoele, warme zomerse nacht). De nacht van 4 op 5 juli was hier uitermate geschikt voor, zie ook tabel 3.1. 3.1.5 Onderzoeksmethode egel en steenmarter Om de aanwezigheid van verblijfplaatsen van egel en steenmarter vast te stellen zijn vier (complex 417) of vijf (complex 422.01 en 422.02) nachtelijke bezoeken uitgevoerd in de periode mei tot en met september. Egels en steenmarters zijn nachtactieve dieren en ’s nachts, wanneer ze op zoek gaan naar voedsel, gemakkelijk waar te nemen. Tijdens de nachtelijke bezoeken is gelet op rond- scharrelende egels en steenmarters die een indicatie zijn voor de aanwezigheid van verblijfplaatsen.

Deze nachtelijke bezoeken zijn tegelijk met het aanvullend vleermuisonderzoek uitgevoerd. Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 12 3.2 Actualiteit inventarisatiegegevens Het onderzoek naar huismus, gierzwaluw, egel, steenmarter en vleermuizen is uitgevoerd in 2020. De gegevens zijn daarom actueel. 3.3 Locatie inventarisatie Het projectgebied en de directe omgeving zijn geheel onderzocht (zie ook figuur 1.1). Bij de raadple- ging van de NDFF (2021) zijn gegevens afkomstig uit een groter gebied (zone van circa 1 kilometer) rondom het projectgebied meegenomen. Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 13 Het ecologisch onderzoek heeft aangetoond dat binnen het projectgebied vaste nest- en verblijf- plaatsen van huismus en gewone dwergvleermuis aanwezig zijn. Verblijfplaatsen van overige vleer- muissoorten, egel en steenmarter en jaarrond beschermde nesten van vogels (zoals gierzwaluw en huiszwaluw) zijn tijdens het onderzoek niet binnen het projectgebied vastgesteld en worden in voorliggende rapportage niet verder behandeld. 4.1 Nest- en verblijfplaatsen 4.1.1 Huismus a. Tijdens het onderzoek naar huismus zijn binnen het projectgebied vijftien nesten van huismus aangetroffen (zie bijlagen 1). Daarnaast zijn in de omgeving van het projectgebied nog meer nestplaatsen aangetroffen. b.

De populatieomvang binnen het projectgebied wordt geschat op circa 105 exemplaren. Dit aan- tal is gebaseerd op twee oudervogels met maximaal vijf jongen. c. De populatie maakt onderdeel uit van een netwerk kleine en grote subpopulaties in de be- bouwde kom en het buitengebied van gemeente Steenwijkerwold. 4.1.2 Gewone dwergvleermuis a. In het projectgebied is één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis aangetroffen (zie bijlage 1). De invlieglocatie bevindt zich onder de dakgoot aan de zuidzijde op de grens tussen Blaankamp 18 en 20. Via de waargenomen invlieglocatie kunnen vleermuizen de spouwmuur bereiken. In de omgeving van het projectgebied zijn meer vleermuisverblijfplaatsen aangetrof- fen. Overige verblijfplaatsen zoals kraamverblijfplaatsen en belangrijke winterverblijfplaatsen van vleermuizen zijn niet aangetroffen en worden ook niet verwacht. b. De populatieomvang binnen het projectgebied wordt geschat op 1 tot 5 exemplaren. Hierbij wordt uitgegaan dat in een zomerverblijfplaats over het algemeen 1-5 exemplaren aanwezig zijn. c. De populatie maakt onderdeel uit van een netwerk van allerlei kleine en grote subpopulaties in de bebouwde kom van gemeente Steenwijkerwold. Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 4.

Functie projectge- bied Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 14 4.2 Foerageergebied en migratie- en vliegroutes 4.2.1 Huismus De (omliggende) tuinen en openbaar groen rond nestplaatsen (veelal binnen 250 meter) worden als foerageergebied gebruikt door huismus. Belangrijke migratieroutes zijn voor huismus niet van toe- passing. 4.2.2 Gewone dwergvleermuis Het projectgebied fungeert in beperkte mate als foerageergebied voor de gewone dwergvleermuis. Deze vleermuissoort foerageert vooral langs randen van het dorp bij bomenlanen, bosjes en andere donkere, groene plekken zoals de begraafplaats aan de Oldemarktseweg. Bepaalde rijen woningen en bomen zijn voor de gewone dwergvleermuis van belang als geleidend element op hun vliegroute naar foerageergebieden aan de rand van het dorp. 4.3 Omgevingscheck 4.3.1 Huismus Het habitat van de huismus moet voldoen aan een combinatie van eisen, die ook nog eens binnen een straal van enkele meters (dekking bij voedselbronnen) tot enkele honderden meters (nestplek en voedselbronnen) moet liggen. Het betreft een combinatie van nestgelegenheid, voedsel (voor volwassen dieren en jongen), dekking (stekelige struiken, groenblijvende struiken, coniferen en klimplanten), plekken voor stofbaden en drinkwater. In de omgeving van het projectgebied zijn veel vergelijkbare geschikte woningen aanwezig.

Tijdens het onderzoek zijn ook in de omliggende woningen meerdere paartjes huismussen aangetroffen. Zo zijn buiten het projectgebied ook nesten/territoria aangetroffen bij woningen aan Gelderingen 34, Vredenburg 146 t/m 152 & 124 t/m 130 en de woonblokken aan Blaankamp met nummers 33 t/m 43, 2 t/m 12 & 22 t/m 32 (zie bijlage 1). De verwachting is dan ook dat het aanbod van geschikte nestplaatsen niet limiterend is en dat er in de omgeving ruim voldoende alternatieve nestplaatsen aanwezig zijn. Plekken voor stofbaden, drinkwater, voedsel en dekking in de vorm van groenblijvende struiken, co- niferen en klimplanten zijn in de omgeving ruim voldoende aanwezig in tuinen van woningen en het openbaar groen, zowel binnen als buiten het projectgebied. 4.3.2 Gewone dwergvleermuis De gewone dwergvleermuis is in Nederland vooral een gebouwbewonende soort. Gewone dwerg- vleermuizen kunnen in allerlei gebouwen en bouwwerken voorkomen. Ze hebben een netwerk aan gebouwen waarin ze huizen. Vooral in gebieden met bebouwing nabij een ‘groene omgeving’ zoals parken, loofbossen, houtwallen en beschutte waterpartijen komen ze veel voor. De gewone dwerg- vleermuis is dus afhankelijk van meerdere, met elkaar samenhangende onderdelen van het land- schap. In de omgeving van het projectgebied zijn andere verblijfplaatsen en baltsterritoria (aanwijzing voor een paarverblijfplaats) aangetroffen.

Op basis van het uitgevoerde onderzoek blijkt dat in de omge- ving meerdere geschikte woningen (grotendeels zelfde bouwconstructie en bouwjaar) aanwezig zijn waar geen verblijfplaatsen aanwezig zijn. In al deze woningen zijn openingen (zoals open Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 15 stootvoegen, kantpannen en kieren tussen muren en kozijnen) aanwezig die toegang geven tot ge- schikte verblijfplaatsen in de spouwmuur en het dak. Dat dergelijke woningen geschikt zijn voor vleermuizen wordt bevestigd door het vaststellen van verblijfplaatsen van vleermuizen tijdens het onderzoek. Zo zijn verblijfplaatsen vastgesteld bij de woningen Gelderingen 32, Vredenburg 138 & 136 en Blaankamp 22 (zie bijlage 1). Omdat de gewone dwergvleermuis zeer flexibel is in het vinden van verblijfplaatsen en ook gebruik maakt van vrij nieuwe gebouwen als verblijfplaats kan er met zekerheid gesteld worden dat er veel uitwijkmogelijkheid aanwezig is. Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 16 De effectbeoordeling is gebaseerd op de kennisdocumenten van de huismus en gewone dwerg- vleermuis (BIJ12, 2017a, 2017c). 5.1 Effect werkzaamheden 5.1.1 Huismus Als gevolg van de sloop gaan 15 nestplaatsen van huismus verloren. De nestplaatsen zijn vooral aan- wezig onder eerste rij dakpannen boven de dakgoot.

Door het verwijderen van de tuinen gaat foe- rageergebied van huismus verloren. Van onmisbaar foerageergebied is geen sprake gezien de aan- wezigheid van alternatief foerageergebied in de omgeving van het projectgebied in de vorm van tui- nen en openbaar groen wat tijdens de werkzaamheden onveranderd blijft. De sloopwerkzaamheden worden opgestart buiten het broedseizoen van huismus. Voorafgaand aan de werkzaamheden worden alle complexen ongeschikt gemaakt voor vogels (en vleermuizen) door de daken ontoegankelijk te maken (zie paragraaf 6.1.3). Uit de omgevingscheck blijkt dat er in de omgeving ruim voldoende alternatieve (niet bezette) nestplaatsen voorhanden zijn. Zekerheids- halve worden voor 1 juni 2021 (drie maanden gewenningstijd) vijftien tijdelijke huismusnestkasten opgehangen zodat er te allen tijde voldoende nestplaatsen voor huismus aanwezig blijven. Huismus is een opportunistische soort en zal daardoor eenvoudig de nieuwe rust/ nestplaatsen kunnen vin- den en in gebruik nemen. De nieuwbouwwoningen worden opgeleverd met over de gehele lengte (voor- en achterzijde) verhoogd vogelschroot. Hierdoor zullen ruim voldoende rust - en nestplaatsen voor huismus aanwezig zijn in de nieuwe situatie. 5.1.2 Gewone dwergvleermuis Als gevolg van de sloop van de woningen gaat één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleermuis verloren.

Door het verwijderen van de tuin gaat beperkt foerageergebied van gewone dwergvleer- muis verloren. Van verlies aan onmisbaar foerageergebied is geen sprake gezien de ruime aanwezig- heid van foerageergebied in de omgeving van het projectgebied. Zodoende is schade aan onmisbare foerageergebieden niet aan de orde. Schade aan essentiële vliegroutes is niet aan de orde aange- zien groenvoorzieningen en bebouwing in de omgeving als geleidend element onveranderd blijven. Ook is geen sprake van aantasting van belangrijke winterverblijfplaatsen. De sloopwerkzaamheden vinden plaats nadat de woningen ongeschikt zijn gemaakt voor vleermui- zen (en vogels). Het ongeschikt maken gebeurt in de actieve periode van vleermuizen. Voorafgaand aan de werkzaamheden worden alle woningen (zowel de daken als de spouwmuren) ongeschikt ge- maakt voor vleermuizen (en vogels) door gebruik te maken van o.a. vleermuisflaps (zie paragraaf 6.1.3). Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 5. Effecten Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 17 Uit de omgevingscheck blijkt dat er in de omgeving ruim voldoende alternatieve (niet bezette ) ver- blijfplaatsen voor gewone dwergvleermuis voorhanden zijn.

Zekerheidshalve worden voor 1 juni 2021 in totaal vier tijdelijke vleermuiskasten opgehangen in de directe omgeving zodat er te allen tijde voldoende verblijfplaatsen voor gewone dwergvleermuis aanwezig blijven. In de nieuwbouw- woningen worden permanente voorzieningen voor gewone dwergvleermuis gerealiseerd door het aanbrengen van vier inbouwkasten voor vleermuizen. Gewone dwergvleermuis is een opportunisti- sche en flexibele soort en kan daardoor eenvoudig de nieuwe verblijfplaatsen vinden en in gebruik nemen. 5.2 Gunstige staat van instandhouding 5.2.1 Landelijke staat van instandhouding De landelijke staat van instandhouding van de huismus en gewone dwergvleermuis is ontleend aan de beschikbare kennisdocumenten (BIJ12, 2017a, 2017c) en Sovon (2020) en de meest recente Vo- gel- en Habitatrichtlijnrapportage (WOT Natuur & Milieu, 2020). Voor de huismus is de landelijke staat van instandhouding ‘matig ongunstig’ (WOT Natuur & Milieu, 2020; Sovon,2020; BIJ12, 2017c). De landelijke staat van instandhouding van de gewone dwerg- vleermuis is in 2019 beoordeeld als ‘onbekend’ (WOT Natuur & Milieu, 2020). Dat de staat van in- standhouding als onbekend wordt beoordeeld heeft te maken met de grote hoeveelheid aan ver- duurzamings- en onderhoudsprojecten die tegenwoordig uitgevoerd worden.

De verwachting is dat hierbij veel verblijfplaatsen en waarschijnlijk ook vleermuizen verloren gaan. 5.2.2 Afbreuk staat van instandhouding De functionaliteit van de leefomgeving van de huismus en gewone dwergvleermuis is niet in het ge- ding. Door het treffen van voorzorgsmaatregelen voorafgaand aan de werkzaamheden (o.a. tijdig plaatsen van tijdelijke nestplaatsen en het ongeschikt maken van bebouwing) blijven altijd alterna- tieve nest-, rust- en verblijfplaatsen aanwezig. Afbreuk aan de gunstige staat van instandhouding is niet aan de orde, omdat diverse maatregelen worden genomen om te voorkomen dat exemplaren van de huismus en gewone dwergvleermuis geschaad of gedood worden tijdens de sloopwerkzaamheden. Daarnaast worden in de nieuwe situ- atie ruim voldoende geschikte alternatieve verblijf-/nestplaatsen aangeboden. Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 18 6.1 Maatregelen 6.1.1 Algemeen 1. Er wordt een ecologisch werkprotocol opgesteld waarin alle te nemen maatregelen worden vastgelegd. Dit ecologisch werkprotocol is op de locatie aanwezig en onder alle betrokken par- tijen bekend. Werkzaamheden worden aantoonbaar conform dit protocol uitgevoerd. 2. Door de ecologisch toezichthouder wordt een ecologisch logboek bijgehouden. Hierin worden maatregelen vastgelegd, bedoelt om schade aan beschermde soorten te voorkomen.

Daarbij wordt omschreven welke soort betrokken was en welke maatregelen zijn genomen op welke d a- tum en locatie. Op deze manier kan in geval van handhaving eenvoudig worden aangetoond dat er zorgvuldig gewerkt wordt. 3. De werkzaamheden worden begeleid door een gekwalificeerde ecologisch toezichthouder met kennis op het gebied van vogels en vleermuizen. 4. Afwijking van het protocol is alleen mogelijk na overleg met de ecologisch toezichthouder. 5. Bij het onverwacht aantreffen van strikt beschermde soorten - vooral vleermuizen en nesten van broedvogels - worden de betreffende werkzaamheden direct gestaakt en wordt direct contact gezocht met de ecologisch toezichthouder (of uitvoerder). Vervolgens wordt in overleg bepaald hoe de werkzaamheden op een zorgvuldige wijze binnen de kaders van de Wet natuurbescher- ming kunnen worden uitgevoerd. 6.1.2 Fasering qua tijd 6. Bij de werkzaamheden wordt rekening gehouden met de meest kwetsbare perioden van aanwe- zige soorten. Er wordt rekening gehouden met de broedperiode van huismus door de sloop- werkzaamheden tussen 1 september en 1 maart uit te voeren (buiten de broedperiode van huis- mus) uit te voeren en tijdelijke voorzieningen voor aanvang van het broedseizoen op te leveren (zie ook paragraaf 6.1.4 en bijlagen 2). 7.

Het opstarten of langer doorlopen van werkzaamheden in het broedseizoen is alleen mogelijk als een broedvogelcontrole door een ter zake kundige is uitgevoerd of als woningen buiten het broedseizoen ontoegankelijk zijn gemaakt. Het uitvoeren van werkzaamheden binnen het broedseizoen vindt enkel plaats wanneer sprake is van uitloop door onvoorziene omstandighe- den. 8. De sloopwerkzaamheden kunnen jaarrond worden uitgevoerd, maar uitsluitend nadat het pr o- jectgebied in september of oktober 2021 ongeschikt is gemaakt voor vogels en vleermuizen om schade aan broedende vogels en vleermuizen te voorkomen (zie paragraaf 6.1.3). 9. Na het ongeschikt maken van de bebouwing wordt middels een uitvliegcheck nagegaan of in de bebouwing nog vleermuizen aanwezig zijn (zie paragraaf 6.1.3). Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 6. Maatregelen Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 19 6.1.3 Ongeschikt maken 10. Het ongeschikt maken wordt begeleid door een ecologisch deskundige op het gebied van vogels en vleermuizen. 11. Het ongeschikt maken van de woningen voor vogels is enkel noodzakelijk op moment dat de sloopwerkzaamheden plaatsvinden binnen het broedseizoen van huismus (1 maart – 1 septem- ber).

Buiten de broedperiode worden huismussen verjaagd door kort voorafgaand aan de sloop overdag de dakpannen voorzichtig te verwijderen of op de dakpannen te kloppen. Eventueel aanwezige huismussen hebben dan voldoende tijd om uit zichzelf rustig weg te vliegen. 12. Wanneer het nodig is om woningen ongeschikt te maken voor vogels wordt het dak ontoegan- kelijk gemaakt door het afdichten van ruimten onder gevel- en nokpannen en de onderste rij pannen bij de dakvoet met gaas of rugvulling (stroken schuimrubber; zie figuur 6.1). 13. De woningen worden in ieder geval ongeschikt gemaakt voor vleermuizen door gaten en kieren dicht te maken met rugvulling (stroken schuimrubber) en gebruik te maken van vleermuisflaps of vleermuiskokers. Door gebruik te maken van vleermuisflaps of vleermuiskokers kunnen vleer- muizen het gebouw verlaten, maar niet meer terugkeren (zie figuur 6.2). Na het ongeschikt ma- ken wordt minimaal 3 nachten met voor vleermuizen geschikte vliegomstandigheden (> 10 gra- den, weinig wind en maximaal motregen) gewacht, totdat de vleermuizen met zekerheid zijn uit- geweken naar een alternatieve verblijfplaats. Het ongeschikt maken van vleermuizen vindt plaats in de maanden september of oktober 2021. 14. Vervolgens wordt een uitvliegcheck uitgevoerd door de ecologisch toezichthouder om na te gaan of vleermuizen de woningen daadwerkelijk verlaten hebben.

Mocht dit niet het geval zijn dan worden extra maatregelen getroffen om de bebouwing wel ongeschikt(er) te maken. 15. Als geen vleermuizen meer aanwezig zijn (zie vorige punten) kunnen de werkzaamheden uitge- voerd worden zonder nadere voorwaarden ten aanzien van vleermuizen. Figuur 6.1 Voorbeeld van rugvulling te gebruiken om gaten en kieren op te vullen. Bron: Ecogroen.

Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 20 Figuur 6.2 Boven: detailfoto vleermuisflap bij open stootvoeg. Onder: detailfoto vleermuiskoker bij open stootvoeg (voor- beeld). Bron: Ecogroen. 6.1.4 Aanbrengen tijdelijke voorzieningen 16. Huismus: Om het verlies van vijftien huismusnesten te compenseren worden 15 huismusnest- kast opgehangen. Drie maanden voor aanvang van de werkzaamheden (dus uiterlijk op 1 juni 2021) worden de huismusnestkasten opgehangen aan bomen of gevels van woningen binnen een straal van 100 meter van het projectgebied (zie bijlagen 2) voor de locaties en bijlage 3 voor het type nestkast. De nestkasten bieden ruimte aan de 15 aangetroffen broedvogels binnen het projectgebied. Daarnaast zijn in de directe omgeving ruim voldoende alternatieve (niet bezette) nestplaatsen aanwezig. Deze tijdelijke nestkasten in combinatie met het ruime aanbod aan alter- natieve nestplaatsen in de omgeving zorgen voor voldoende mogelijkheden voor huismus om uit te wijken.

Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 21 17. Gewone dwergvleermuis: Om het verlies van één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleer- muis te compenseren worden vier vleermuiskasten opgehangen. Drie maanden voor aanvang van de werkzaamheden (dus uiterlijk op 1 juni 2021 ) worden de vleermuiskasten opgehangen aan bomen of gevels van woningen in de omgeving van het projectgebied (zie bijlage 2 voor de locaties en bijlage 3 voor het type vleermuiskast). De kasten bieden in totaal ruimte aan de maximaal 20 (gewone) dwergvleermuizen. Daarnaast zijn in de directe omgeving ruim vol- doende alternatieve (niet bezette) verblijfplaatsen aanwezig. Deze tijdelijke vleermuiskasten in combinatie met het ruime aanbod aan alternatieve verblijfplaatsen in de omgeving zorgen voor voldoende mogelijkheden voor gewone dwergvleermuis om uit te wijken 6.1.5 Aanbrengen permanente voorzieningen 18. Huismus: Tijdens de werkzaamheden wordt in de nieuwbouw het vogelschroot opgehoogd tot op de 3e rij dakpannen. Dit wordt bij alle lengtegevels toegepast wat neerkomt op circa 180 me- ter lengte verhoogd vogelschroot. In bijlage 2 is aangegeven waar de vervangende voorzienin- gen worden aangebracht. In bijlage 3 is aangegeven op welke wijze de voorziening gerealiseerd wordt. 20.

Gewone dwergvleermuis: Tijdens de werkzaamheden worden vier inbouwkasten (type: VMPM1 of vergelijkbaar) ingemetseld in de nieuwbouw. De inbouwkasten worden zo dicht mogelijk bij de oorspronkelijke (voormalige) verblijfplaats ingemetseld. In bijlage 2 is aangegeven waar de vervangende voorzieningen worden aangebracht. In bijlage 3 is aangegeven op welke wijze de voorziening gerealiseerd wordt. 6.2 Locatie maatregelen In bijlagen 2 is een overzicht gegeven van de locaties waar de tijdelijke en permanente voorzienin- gen worden aangebracht. 6.3 Effectiviteit maatregelen De maatregelen worden effectief geacht, omdat deze gebaseerd zijn op de kennisdocumenten van huismus en gewone dwergvleermuis (BIJ12, 2017a, 2017c). Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 22 7.1 Alternatieve locatie Het uitvoeren van de sloopwerkzaamheden is locatie gebonden en kan niet op een andere plek worden uitgevoerd. 7.2 Alternatieve inrichting Alternatieve inrichting voor de sloopwerkzaamheden zijn geen optie, aangezien alternatieve maat- regelen zeer kostenverhogend werken en bovendien geen meerwaarde hebben voor de aanwezige soorten. 7.3 Alternatieve werkwijze Een alternatieve werkwijze is niet aan de orde.

Voor de huismus, gewone dwergvleermuis en ove- rige broedvogels worden alle nodige voorzorgsmaatregelen genomen om schade tijdens de uitvoe- ring van de werkzaamheden tot een minimum te beperken. 7.4 Alternatieve planning De planning is voor zover mogelijk volledig aangepast aan de functies die het projectgebied heeft voor zoogdieren en broedvogels. Het hanteren van een andere planning heeft voor de aanwezige vleermuizen en eventueel aanwezige broedvogels geen voordelen. Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 7. Alternatieven en be- lang Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 23 7.5 Belang 7.5.1 Vogelrichtlijn (huismus) In het belang van de volksgezondheid of de openbare veiligheid. 7.5.2 Habitatrichtlijn (gewone dwergvleermuis) In het belang van de volksgezondheid, de openbare veiligheid of andere dwingende redenen van groot openbaar belang, met inbegrip van redenen van sociale of economische aard en met inbegrip van voor het milieu wezenlijke gunstige effecten. 7.5.3 Toelichting De huidige technische staat van de woningen (zowel inpandig als uitpandig) is dusdanig slecht dat de woningen op korte termijn gesloopt moeten worden. De woningen voldoen momenteel niet aan de geldende eisen voor woningen om veilig te kunnen blijven verhuren.

Daarnaast zijn in het Conve- nant Energiebesparing Huursector van 28 juni 2012 12 afspraken gemaakt over energiebesparing tus- sen het Rijk en woningcorporaties, waarbij gestreefd wordt naar een gemiddelde Energie-Index < 1,40 (gemiddeld energielabel B) voor de totale huurwoningvoorraad van de woningcorporaties. Alle partijen zien het belang van energiebesparing, vanwege het klimaat, de eindigheid van de voor- raad fossiele brandstoffen en de stijging van de energieprijzen in relatie tot de woonlastenontwikke- ling: energiebesparing draagt bij aan een betere betaalbaarheid van het huren, wat vooral van be- lang is voor de koopkracht van huurders met lagere inkomens. Ook Woonconcept heeft zich ten doel gesteld om haar totale huurwoningvoorraad op gemiddeld energielabel B te brengen. De huidige energielabels van de woningen variëren van label E tot G. De nieuwbouwwoningen voldoen aan de huidige eisen voor woningen zodat een gezond woon- en leef- klimaat ontstaat en krijgen het plakkaat NOM (nul-op-de-meter). Daarnaast wordt voorafgaand aan de sloop asbest verwijderd wat momenteel o.a. aanwezig is in het dakbeschot, geiserinstallatie en keukenvloer (BME, 2018 & 2019; Kiwa Compliance, 2017).

Als dergelijke vernieuwingen uitblijven zijn er op wijkniveau negatieve effecten op volksgezondheid (gevaar door betonrot en gezondheids- schade door slechte, ongezonde huizen) en leefbaarheid en sociale veiligheid (vervallen huizen , leegstand en krimp) te verwachten. ________________________________________________________________________________ 1 http://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/woningbouw/beleidskader/convenant-energiebespa- ring-corporatiesector 2 http://www.aedes.nl/content/artikelen/bouwen-en-energie/energie-en-duurzaamheid/energieconvenant--in-2021- naarenergielabel-b.xml (pagina 3 van het Convenant Energiebesparing Huursector 28 juni 2012) Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold 24 Literatuur BIJ12 (2017a). Kennisdocument Huismus Passer domesticus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017b). Kennisdocument Gierzwaluw Apus apus. Versie 1.0, juli 2017. BIJ12 (2017c). Kennisdocument Gewone dwergvleermuis Pipistrellus pipistrellus. Verzie 1.0, juli 2017. BME Asbest Consult (2019). Rapportage asbestinventarisatie Gelderingen 39. Type 591 TCL-417.00 OGE-008660. 5 december 2019. BME Asbest Consult (2018). Rapportage asbestinventarisatie Blaankamp 34a. Type 605 - TCL-422.02 - OGE-008717. 1 augus- tus 2018. Kiwa Compliance (2017).

Rapportage Asbestinventarisatie Blaankamp 20a te Steenwijkerwold, Type 603, TCL-422.01-422A, OGE- 008712. 14 juli 2017. Ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (2012). Convenant Energiebesparing Huursector 28 juni 2012. Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu (2013). Meldingen van milieugerelateerde gezondheidsklachten bij GGD’en Vierde inventarisatie (2011-2012). RIVM rapport 200000004/2013. Vleermuisvakberaad Netwerk Groene Bureaus, Zoogdiervereniging (2017). Vleermuisprotocol 2017, maart 2017. www.net- werkgroenebureaus.nl en www.zoogdiervereniging.nl. Zoogdiervereniging VZZ (2007). Basisrapport voor de Rode Lijst Zoogdieren volgens Nederlandse en IUCN-criteria. VZZ rap- port 2006.027. Tweede, herziene druk. Zoogdiervereniging VZZ, Arnhem. Internet NDFF (2021). NDFF uitvoerportaal (https://ndff-ecogrid.nl). Voor het laatst geraadpleegd op 11 januari 2021. Sovon (2021). Huismus (https://www.sovon.nl/nl/soort/15910). Voor het laatst geraadpleegd op 11 januari 2021. WOT Natuur & Milieu (2020). Vogel- en Habitatrichtlijnrapportage 2019.

Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Geraadpleegde bronnen Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Bijlagen Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Aangetroffen beschermde natuurwaar- den Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Bijlage 1 Datum Versie Kaartnummer Project Onderwerp Opdrachtgever Kaartondergrond Schaal Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl A3, liggend Formaat Getekend door Projectnummer 23-02-2021 */* Definief 20-107 Complex 417 Ecologisch onderzoek Steenwijkerwold R. Olthof Woonconcept BGT/PDOK Plangebied soorten huismusnest huiszwaluwnest paarverblijf gewone dwergvleermuis zomerverblijf gewone dwergvleermuis foeragerende egel spreeuwennest Legenda Datum Versie Kaartnummer Project Onderwerp Opdrachtgever Kaartondergrond Schaal Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl A3, liggend Formaat Getekend door Projectnummer 23-02-2021 */* Definief 20-107 Complex 422.01 & 422.02 Ecologisch onderzoek Steenwijkerwold R.

Olthof Woonconcept BGT/PDOK Plangebied soorten huismusnest huiszwaluwnest paarverblijf ruige dwergvleermuis zomerverblijf gewone dwergvleermuis foeragerende egel spreeuwennest Legenda Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Locaties tijdelijke en permanente voor- zieningen Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Bijlage 2 Datum Versie Kaartnummer Project Onderwerp Opdrachtgever Kaartondergrond Schaal Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl A3, liggend Formaat Getekend door Projectnummer 10-02-2021 */* */* 20-107 Voorzieningen Complex 422.01 & 422.02 Ecologisch onderzoek Steenwijkerwold S. Lindhout Woonconcept BGT/PDOK Beoogde nieuwbouw Huismus Tijdelijke kasten Verhoogd vogelschroot Gewone dwergvleermuis Tijdelijke kasten Permanente kasten Legenda Datum Versie Kaartnummer Project Onderwerp Opdrachtgever Kaartondergrond Schaal Zuiderzeelaan 53 8017 JV ZWOLLE T 038-4236464 I www.ecogroen.nl A3, liggend Formaat Getekend door Projectnummer 10-02-2021 */* */* 20-107 Voorzieningen Complex 422.01 & 422.02 Ecologisch onderzoek Steenwijkerwold S.

Lindhout Woonconcept BGT/PDOK Beoogde nieuwbouw Huismus Tijdelijke kasten Verhoogd vogelschroot Gewone dwergvleermuis Tijdelijke kasten Permanente kasten Legenda Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Gekozen optie vervangende voorzienin- gen Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Bijlage 3 Opties vervangende voorzieningen vleermuizen Algemeen Voor vleermuizen geldt dat: • Verlies van verblijfplaatsen van vleermuizen wordt met de factor vier gecompenseerd. In het geval van kleine verblijfplaatsen kan daarnaast ook gekozen worden om opties voor kraam- en winterverblijfplaatsen toe te passen. In dat geval volstaat een lager aantal voorzieningen. Opgave per kleine verblijfplaats: – Kleine gevelbetimmering aan twee kopgevels; – Inmetselen van vier kleine inbouwvleermuiskasten in één of meerdere kopgevels; – Opnieuw opmetselen kopgevel (bovenverdieping van één kopgevel); – Plaatsen speciale kraamkasten (twee in één of twee kopgevels); – Opmetselen van een nieuwe muur voor de bestaande muur (één kopgevel); – Grote gevelbetimmering aan één kopgevel; – Aanbrengen buitengevelisolatie op één kopgevel; • Het aanbrengen van vervangende verblijfplaatsen vindt bij voorkeur plaats op dezelfde plek. In volgorde van geschiktheid: 1. Kopgevel van de betreffende woning; 2.

Andere kopgevel van de woning of tegenoverliggende kopgevel van ander blok met woningen; 3. Kopgevels van omringende woningen (binnen 200 meter) van de verblijfplaats; • Invliegopeningen naar vervangende verblijfplaatsen dienen op minimaal drie meter hoogte aangebracht te worden; • Invliegopeningen van vervangende verblijfplaatsen voor Gewone en Ruige dwergvleermuis hebben een afmeting van 1,5-2,5 centimeter bij minimaal 4 centimeter. Voor Laatvlieger en Gewone grootoorvleermuis hebben de invliegopeningen een afmeting van 2,5 bij 3,5 centimeter bij minimaal 4 centimeter; • Wanneer plaatvormig isolatiemateriaal wordt toegepast, wordt dit materiaal opgeruwd of voorzien van kippengaas. Op deze wijze ontstaan geschikte hangplekken voor vleermuizen. Aanbrengen kleine inbouwkasten (alle soorten, kleine verblijfplaatsen) Het aanbrengen van kleine inbouwkasten (type VMPM1) in de kopgevels is een optie voor kleine verblijfplaatsen van vleermuizen (zie figuur B4.2 en B4.3). De inbouwkasten kunnen verzonken aangebracht worden in de muur of zichtbaar in de buitengevel (De kasten kunnen ook geschakeld worden aangebracht). De kasten worden zo hoog mogelijk geplaatst in de woning geplaatst. Vooral de zuid- en westgevels zijn geschikt, vanwege de warmte van de middag- en avondzon.

Enige variatie tussen de windrichtingen van gevels waar kleine inbouwkasten in worden aangebracht, is overigens wel gewenst. Verschillende windrichtingen geven ook verschillende microklimaten, die meer keuzemogelijkheden voor vleermuizen bieden. Figuur B4.2: Voorbeeld kleine inbouwkast Figuur B4.3: Voorbeeld kleine inbouwkast

Opties vervangende voorzieningen Huismus Algemeen Voor huismus geldt dat: • Verlies van nestplaatsen van huismus dient met de factor twee gecompenseerd te worden; • Het aanbrengen van vervangende nestgelegenheid vindt bij voorkeur plaats op dezelfde plek. In volgorde van geschiktheid: 1. Dezelfde plek op de woning; 2. Dezelfde woning en dakvlak, maar andere plek; 3. Andere woning in hetzelfde blok met woningen, op hetzelfde dakvlak; 4. Dezelfde woning, maar ander dakvlak; 5. Andere woning in hetzelfde blok met woningen, op ander dakvlak; 6. Andere woning binnen 200 meter van de nestplaats; • Vervangende nestgelegenheid dient op minimaal drie meter hoogte geplaatst te worden (lage seniorenwoningen zijn niet geschikt, tenzij hier broedgevallen zijn vastgesteld). Verhoogd aanbrengen vogelschroot Om huismus nieuwe nestgelegenheid te bieden, kan vogelschroot op de derde panlat aangebracht worden in plaats van bij de dakvoet. Voor deze optie geldt dat 1 meter verhoogd aangebracht vogelschroot geschikt is voor twee paartjes huismussen (compensatie voor het verlies van één paartje huismussen). Afhankelijk van de toe te passen dakplaten is het noodzakelijk om beschermende maatregelen te nemen om beschadiging van de dakplaten te voorkomen (in verband met garantie). Dit is mogelijk door watervast hardboard (bv Masonite) aan te brengen tussen eerste drie panlatten.

Groot voordeel van het verhoogd aanbrengen van vogelschroot is dat tegen geringe meerkosten mogelijk is om extra compensatie aan te brengen. Extra kosten zijn mogelijk alleen gemoeid met het aanbrengen van watervast hardboard. Ophangen tijdelijke nestkasten Om huismus tijdens de werkzaamheden voldoende nestgelegenheid te bieden worden in totaal 15 nestkasten (type HMT1 of vergelijkbaar; zie figuur B4.5) opgehangen. De nestkasten worden binnen een straal van 200 meter van het projectgebied opgehangen. De huismusnestkasten worden op minimaal drie meter hoogte geplaatst. Figuur B4.5: Huismusnestkast type HMT1

Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Resultaten quickscan natuurtoets Flora Binnen het projectgebied zijn algemene plantensoorten van ruderale omstandigheden en tuinen aange troffen zoals paardenbloem, madelief, straatgras, coniferen spec. en overige planten van tuinen en plantsoenen. Tijdens de veldbezoeken zijn geen in de Wet natuurbescherming beschermde plantensoorten aangetroffen. Op basis van de aangetroffen soortensamenstelling, de terreingesteldheid en bekende verspreidingsgegevens (NDFF, 2021) worden deze soorten uitgesloten. Het nemen van vervolgstappen ten aanzien van de soortgroep flora is in het kader van de Wet natuurbescherming niet aan de orde. Zoogdieren Vleermuizen Het leefgebied van vleermuizen bestaat uit verblijfplaatsen, vliegroutes en foerageergebieden (zie kader 1). Hieronder worden deze onderdelen nader beoordeeld. Kader 1 Vleermuizen Verblijfplaatsen Verblijfplaatsen kunnen zich bevinden in donkere en voor vleermuizen bereikbare ruimten in bijvoorbeeld bomen, hui- zen, kelders en kunnen aanwezig zijn in de vorm van kraamverblijven/ zomerverblijven, baltslocaties/ paarverblijven en winterverblijven. Verstoring, beschadiging, vernietiging of het verwijderen van deze verblijfplaatsen is verboden.

Vliegroutes Voor oriëntatie tijden de trek van en naar hun verblijfplaatsen en foerageergebieden gebruiken vleermuizen veelal jaren- lang dezelfde structuren. Vanwege dit traditiegetrouwe gedrag van vleermuizen vormen bepaalde lijnvormige structuren (bijvoorbeeld rijen woningen, watergangen en bomenrijen) en belangrijk onderdeel van een vliegroute Wanneer alterna- tieve structuren ontbreken zijn dergelijke structuren ‘onmisbaar’ en zodoende beschermd. Foerageergebied Locaties waar insecten aanwezig zijn, bijvoorbeeld langs randen van bossen, bomenrijen of boven water zijn van belang als foerageergebied voor vleermuizen. Foerageergebied van vleermuizen geniet binnen de Wet natuurbescherming ech- ter geen juridische beschermde tenzij het onmisbaar is voor het voortbestaan van een populatie. Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Bijlage 4 Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Verblijfplaatsen Tijdens de quickscan zijn potentiële verblijfplaatsen van vleermuizen aangetroffen in de vorm van gaten en kie- ren die toegang bieden tot de spouwmuur en het dak. Specifiek gaat het om ruimten bij losliggende dakpannen, kieren onder nokpannen, ruimte bij schoorstenen, ruimte bij dakgoten en bij regenpijpen.

Negatieve effecten op verblijfplaatsen van vleermuizen als gevolg van de voorgenomen sloopwerkzaamheden zijn niet uit te sluiten. De sloop van de woningen kan tot gevolg hebben dat potentiële verblijfplaatsen ontoegankelijk worden of verdwij- nen. Zodoende is nader onderzoek naar verblijfplaatsen van vleermuizen uitgevoerd om de verspreiding van ver- blijfplaatsen van vleermuizen in kaart te brengen. Tijdens het vleermuisonderzoek is één zomerverblijfplaats van gewone dwergvleer muis vastgesteld. Deze ver- blijfplaats gaat bij de sloopwerkzaamheden verloren. Zodoende is ontheffing voor gewone dwergvleermuis no- dig om de sloopwerkzaamheden te mogen uitvoeren. Vliegroutes en foerageergebieden Door aanwezigheid van lijnvormige structuren in de vorm van bebouwing wordt het projectgebied mogelijk ge- bruikt als vliegroute. Aanwezige tuinen worden mogelijk (beperkt) gebruikt als foerageerg ebied en vleermuizen. In de omgeving zijn voldoende alternatieve, geleidende elementen aanwezig in de vorm van singels en bebou- wing die als vliegroute kunnen dienen. Ook zijn er in de omgeving voldoende alternatieve foerageergebieden, zoals watergangen, bomenlanen en stadsparkjes. De voorgenomen plannen geven dan ook geen aanleiding schade te veronderstellen aan onmisbare vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen.

Vervolgstappen voor vliegroutes en foerageergebieden van vleermuizen zijn niet aan de orde. Grondgebonden zoogdieren Egel In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van eg el (NDFF, 2021). De tuinen en het open- baar groen in de straten van het projectgebied worden mogelijk door egel gebruikt als foerageergebied. Moge- lijk zijn er ook verblijfplaatsen aanwezig onder struiken, hagen en strooisellagen in de tuinen en het openbaar groen. Egels zijn nacht actieve dieren en ’s nachts, wanneer ze op zoek gaan naar voedsel, gemakkelijk waar te nemen. Tijdens de nachtelijke bezoeken voor vleermuizen is gelet op rondscharrelende egels als indicatie voor de aan- wezigheid van verblijfplaatsen. Tijdens de nachtbezoeken zijn geen verblijfplaatsen van de egel aangetroffen in de tuinen in het projectgebied. Overigens zijn tijdens de nachtbezoeken wel drie foeragerende egels aangetrof- fen in de directe omgeving van het projectgebied. De foeragerende egels zijn op drie locaties aangetroffen: op de begraafplaats aan de Oldemarktseweg op circa 50 meter van het projectgebied, nabij de tuin van de wo ning Gelderingen 30 op circa 20 meter afstand van het projectgebied en in het gemeentelijk groen in de oksel van de kruisende wegen Vredenburg en Gelderingen op circa 30 meter afstand van het projectgebied. Het leefgebied blijft op al die locaties behouden.

Op basis van het uitgevoerde onderzoek wordt de aanwezigheid van voort- plantings- en andere vaste verblijfplaatsen van de egel binnen het projectgebied uitgesloten. Vervolgstappen ten aanzien van de egel zijn daarom niet aan de orde. Steenmarter In de omgeving van het projectgebied zijn waarnemingen bekend van steenmarter (NDFF, 2021). Mogelijk wor- den de woningen gebruikt als verblijfplaats door steenmarter. Daarnaast worden de tuinen en het openbaar groen mogelijk door steenmarter gebruikt als foerageergebied. Tijdens het nachtelijke onderzoek is steenmarter niet waargenomen. Op basis van het onderzoek worden geen voortplantings- of andere vaste verblijfplaatsen van de steenmarter verwacht in het projectgebied. Het nemen van vervolgstappen voor de steenmarter is niet aan de orde. Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Overige grondgebonden zoogdieren Op basis van habitateisen, terreinkenmerken, het veldbezoek en verspreidingsgegevens (NDFF, 202 1) worden vaste verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdieren die zijn opgenomen in de Habit atrichtlijn en de Verdragen van Bern en Bonn en nationaal beschermde zoogdieren (zoals das en eekhoorn) uitgesloten. Wel zijn binnen en in de directe omgeving van het projectgebied verblijfplaatsen van grondgebonden zoogdier- soorten met provinciale vrijstelling aangetroffen en/of te verwachten.

Dit zijn onder andere rosse woelmuis, huismuis en huisspitsmuis. Bij de geplande ingrepen kunnen enkele exemplaren van deze grondgebonden zoog- dieren geschaad worden. In voorliggende situatie geldt in de Provincie Overijssel vrijstelling van de verbodsarti- kelen uit de Wet natuurbescherming, waardoor het nemen van vervolgstappen voor deze zoogdieren niet aan de orde is. Broedvogels Broedvogels met jaarrond beschermde nesten Bij vogels wordt onderscheid gemaakt in twee categorieën met een verschillend beschermingsregime. Van veel vogels zijn nesten alleen gedurende het broedseizoen beschermd. Voor een aantal vogelsoorten geldt echter dat de nestlocaties inclusief de functionele leefomgeving jaarrond beschermd zijn (zie ka der 2). Kader 2 Vogels met jaarrond beschermde nesten Onder jaarrond beschermde nesten van broedvogels wordt in provincie Overijssel verstaan: in functie zijnde nesten van de boerenzwa- luw, boomvalk, bosuil, buizerd, gierzwaluw, grote gele kwikstaart, havik, huismus, huiszwaluw, kerkuil, oehoe, ooievaar, raaf, ransuil, roek, slechtvalk, sperwer, steenuil, torenvalk, wespendief, zeearend, zwarte specht en zwarte wouw. Voor sommige andere soorten geldt dat de nesten jaarrond beschermd zijn als zwaarwegende feiten of ecologische omstandigheden dat rechtvaardigen.

In het projectgebied zijn potentiële nestlocaties aangetroffen van vogels waarvan de nesten jaarrond beschermd zijn. Het betreft nestplaatsen van huismus en gierzwaluw. Huismus De woningen binnen het projectgebied bevatten geschikte nestplaatsen voor huismus. Deze locaties bevinden zich onder de eerste rij dakpannen op de kopgevels en langs de dakgoot. Bij het slopen van de woningen gaan mogelijk nestplaatsen van huismus verloren. Zodoende is nader onderzoek naar nestplaatsen van huismus uitge- voerd om de verspreiding van nestplaatsen van huismus in kaart te brengen. Tijdens het huismusonderzoek zijn in totaal 15 nestplaatsen van huismus vastgesteld. Deze nestplaatsen gaan bij de sloopwerkzaamheden verloren. Zodoende is ontheffing voor huismus nodig om de sloopwerkzaamheden te mogen uitvoeren. Gierzwaluw De kopgevels van de woningen aan de Blaankamp bevatten geschikte nestplaatsen voor gierzwaluw. Potentiële invliegopeningen zijn aanwezig onder het dak en toegankelijk via de kantpannen en losgelaten loodslabben nabij schoorstenen. Bij het slopen van de woningen gaan mogelijk nestplaatsen van gierzwal uw verloren. Zodoende is nader onderzoek naar nestplaatsen van gierzwaluw uitgevoerd om de verspreiding van nestpla atsen van huis- mus in kaart te brengen. Tijdens het gierzwaluwonderzoek zijn geen nestplaatsen van gierzwaluw vastgesteld.

Bij de sloopwerkzaamhe- den gaan geen gierzwaluwnesten verloren. Zodoende is ontheffing voor gierzwaluw niet aan de orde. Activiteitenplan sloop complexen 417, 422.01 en 422.02, Steenwijkerwold Huiszwaluw De woningen aan de Blaankamp bevatten potentiële nestlocaties voor huiszwaluw gezien de aanwezigheid van rechthoekige overstekken. Huiszwaluwen bouwen het nest vaak onder (rechthoekige) overstekken van wonin- gen. Tijdens het onderzoek zijn echter geen huiszwaluwen (of nesten van huiszwaluw) waargenomen binnen het projectgebied. Wel zijn buiten de invloedsfeer van de sloopwerkzaamheden huiszwaluwnesten vastgesteld bij woningen aan de Ten Holteweg (zie ook bijlage 1). Bij de voorgenomen sloopwerkzaamheden worden geen ne- gatieve effecten op huiszwaluw verwacht. Zodoende zijn vervolgstappen voor huiszwaluw niet aan de orde. Overige vogels met jaarrond beschermde nesten Binnen het projectgebied is spreeuw op drie plekken broedend aangetroffen (een soort van categorie 5; zie ka- der 3). Het betreft soorten die vaak terugkeren naar de plaats waar zij het voorgaande jaar he bben gebroed, maar die wel over voldoende flexibiliteit beschikken om, als de broedplaats verloren gaat, zich elders te vestigen als er geschikte gelegenheid is.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/6f3870d9-b032-4c84-a8d4-93a8666a125b?agendaItemId=52fc5be2-5486-4de3-b8c6-0d3a96b9a058