b BP Sint Jansklooster - Molenstraat e. o t.b.v. vaststelling.pdf
Tekst van het document
5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen; 1. de bouwhoogte van deze gebouwen bedraagt maximaal 3,00 meter; 2. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m2. b. bouwwerken, geen gebouw zijnde: 1. noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; 2. ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; 3. behorende tot het straatmeubilair; 4. ten behoeve van speelvoorzieningen; 5. ten behoeve van afvalinzameling; 6. kunstwerken, zoals bruggen en duikers; 7. voorwerpen betreffende de beeldende kunsten; 8. ten behoeve van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; 9. met sub 1 t/m 8 vergelijkbare bouwwerken; 5.2.2 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 10,00 meter. 5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken van de bouwregels ten aanzien van het plaatsen van masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.2 ten aanzien van het plaatsen van masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering, welke niet vergunningsvrij zijn, met dien verstande dat: a.
deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijk beeld ter plaatse; 72 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o b. belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; c. de totale bouwhoogte van de antenne-installatie inclusief bebouwing niet meer dan 40,00 meter bedraagt. 5.3.2 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen met een grotere bouwhoogte Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 5.2.1, ten behoeve van het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen met een grotere bouwhoogte, met dien verstande dat: a. de goothoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. het straat- en bebouwingbeeld; 2. de verkeersveiligheid; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.4 Wijzigingsbevoegdheid Burgemeester en wethouders kunnen de bestemming wijzigen in de bestemming 'Wonen - 2' en/of 'Tuin', ten behoeve van de vergroting van een aan de bestemming 'Verkeer' grenzende tuin, met dien verstande dat: a. de totstandkoming van een aanvaardbaar woonmilieu in de omliggende en bestaande woning(en) gegarandeerd kan worden; b.
de effecten op de waterhuishouding in beeld zijn gebracht (watertoets), waarbij geldt dat de bestaande waterhuishouding niet mag verslechteren als gevolg van de ontwikkeling; c. er geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. de milieusituatie; 3. het woon- en leefklimaat; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende grond; 5. het stedenbouwkundig beeld ter plaatse; d. bij de wijziging in de bestemming 'Wonen - 2' en/of 'Tuin' voldaan wordt aan het bepaalde in artikel 4 en/of 7. Regels (vastgesteld) 73 bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Artikel 6 Wonen - 1 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; met daaraan ondergeschikt: b. tuinen; c. groenvoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; b. de daarbij behorende bijgebouwen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouwen'; c. bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de in artikel 6.1 genoemde bestemming, zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouwen' .
6.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. binnen het bouwvlak is de bouw van bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde, uitsluitend toegestaan als zij horen bij een binnen hetzelfde bouwvlak aanwezige woning; b. het bouwvlak mag tot maximaal 100% worden bebouwd; c. de voorgevels van de woning wordt geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens; d. de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: 1. de diepte gemeten vanaf de bouwvlakgrens niet meer dan 1,00 meter bedraagt; 2. de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de woning; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; e. de goot- en bouwhoogte van een woning bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' aangeduide goot- en bouwhoogte; f. woningen worden met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt; g. voor de maatvoering van bijgebouwen geldt het bepaalde in artikel 6.2.3; h. voor de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde geldt het bepaalde in artikel 6.2.4 6.2.3 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' gelden de volgende regels: a.
de grond ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' wordt voor maximaal 60% per bouwperceel bebouwd; b. bijgebouwen worden met een plat dak afgedekt; c. de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 2,90 meter; d. voor de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde geldt het bepaalde in artikel 6.2.4. 6.2.4 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde 74 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen en vlaggenmasten; b. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 6,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter mag bedragen; c. carports worden op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van carports maximaal 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte van carports maximaal 20 m² bedraagt. 6.3 Nadere eisen 6.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de hoogte van bebouwing; b. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan. c.
de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing. 6.3.2 Toepassingscriteria De in artikel 6.3.1 genoemde onderwerpen voor het stellen van nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. het stedenbouwkundig beeld; b. de verkeerssituatie; c. een goede parkeerbalans; d. de milieusituatie; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; g. instandhouding van omliggende waarden. 6.4 Specifieke gebruiksregels 6.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte wagens en/of voer- en vaartuigen van derden; b. een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de bijgebouwen, anders dan bedoeld in artikel 6.4.2; c. woningsplitsing; d. het samenvoegen van woningen; e. gebouwen voor recreatieve bewoning; f. detailhandel; g. horeca; h. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik en anders dan bedoeld in artikel 6.1; i. een bed en breakfast. Regels (vastgesteld) 75 bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e.
o 6.4.2 Aan huis verbonden beroepen Een aan huis verbonden beroep, als opgenomen in het overzicht aan huis verbonden beroepen (bijlage 1), is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep wordt uitsluitend uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; b. maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de bijgebouwen wordt gebruikt voor aan huis verbonden beroep(en), met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.5.1 genoemde nevenactiviteiten tezamen; c. de woonfunctie wordt in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet wezenlijk aangetast; d. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; e. er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; f. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; h.
er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. 6.5 Afwijken van de gebruiksregels 6.5.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven a. met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 6.4, ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf als opgenomen in het overzicht aan huis gebonden bedrijven (Bijlage 1), met dien verstande dat: 1. een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; 2. de bestaande bouwmogelijkheden niet mogen worden verruimd; 3. maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 6.4.2 genoemde nevenactiviteiten tezamen; 4. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; 5. er maximaal 2 personen werkzaam mogen zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; 6.
het onbebouwde gedeelte van het perceel niet mag worden gebruikt voor beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten, met uitzondering van parkeren; 7. er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; 8. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; 9. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende bedrijf gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden bedrijf gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt;] b. Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van 76 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o het bestemmingsplan is verleend voor een bestaand aan huis verbonden bedrijf wordt gelijkgesteld met de omgevingsvergunning als bedoeld onder sub a. 6.5.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van samenvoegen van woningen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.5, ten behoeve van het samenvoegen van woningen, met dien verstande dat: a. de samenvoeging vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; b. samenvoeging van woningen in een rij aaneengesloten soortgelijke woningen is niet toegestaan; c.
de verschijningsvorm van karakteristieke bebouwing niet mag worden aangetast; d. de totale inhoud en oppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet worden vergroot; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Regels (vastgesteld) 77 bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Artikel 7 Wonen - 2 7.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen; met daaraan ondergeschikt: b. tuinen; c. groenvoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen. 7.2 Bouwregels 7.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen - 2' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. woningen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; b. de daarbij behorende bijgebouwen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouwen'; c. bouwwerken, geen gebouw zijnde, ten behoeve van de in artikel 7.1 genoemde bestemming, zowel binnen als buiten de aanduiding 'bouwvlak' en de aanduiding 'bijgebouwen' . met inachtneming van de volgende regels (7.2.2 en 7.2.3). 7.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a.
binnen het bouwvlak is de bouw van bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouwen zijnde uitsluitend toegestaan als zij horen bij een binnen hetzelfde bouwvlak aanwezige woning; b. het bouwvlak mag tot maximaal 100% worden bebouwd; c. de voorgevels van de woning wordt geplaatst in of evenwijdig aan de naar de weg gekeerde bouwgrens; d. de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: 1. de diepte gemeten vanaf de bouwvlakgrens niet meer dan 1,00 meter bedraagt; 2. de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de woning; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; e. de goot- en bouwhoogte van een woning bedraagt maximaal de ter plaatse van de aanduiding 'maximum goothoogte, maximum bouwhoogte' aangeduide goot- en bouwhoogte; f. woningen worden met een kap van minimaal 30° en maximaal 60° afgedekt; g. voor de maatvoering van bijgebouwen geldt het bepaalde in artikel 7.2.3; h. voor de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde geldt het bepaalde in artikel 7.2.4 7.2.3 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' gelden de volgende regels: a. de grond ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' wordt voor maximaal 60% per bouwperceel bebouwd; b. bijgebouwen worden met een plat dak afgedekt; c.
de bouwhoogte van bijgebouwen bedraagt maximaal 2,90 meter; d. voor de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde geldt het bepaalde in artikel 7.2.4. 78 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o 7.2.4 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. de carport wordt op een afstand van minimaal 1,00 meter achter de voorgevelrooilijn gebouwd, met dien verstande dat de bouwhoogte van de carport maximaal 3,00 meter bedraagt en de oppervlakte maximaal 20 m² bedraagt; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen en vlaggenmasten; c. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde mag maximaal 6,00 meter bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter mag bedragen. 7.3 Nadere eisen 7.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de hoogte van bebouwing; b. het aantal parkeerplaatsen en de situering daarvan. c. de aard, hoogte en situering van erfafscheidingen; d. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing.
7.3.2 Toepassingscriteria De in artikel 7.3.1 genoemde onderwerpen voor het stellen van nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. het stedenbouwkundig beeld; b. de verkeerssituatie; c. een goede parkeerbalans; d. de milieusituatie; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; g. instandhouding van omliggende waarden. 7.4 Specifieke gebruiksregels 7.4.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte wagens en/of voer- en vaartuigen van derden, anders dan bedoeld in artikel 7.1; b. een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de bijgebouwen, anders dan bedoeld in artikel 7.4.2; c. woningsplitsing; d. het samenvoegen van woningen; e. gebouwen voor recreatieve bewoning; f. detailhandel; g. horeca; Regels (vastgesteld) 79 bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o h. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik en anders dan bedoeld in artikel 7.1 i. een bed en breakfast.
7.4.2 Aan huis verbonden beroepen Een aan huis verbonden beroep, als opgenomen in het overzicht aan huis verbonden beroepen (Bijlage 1), is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep wordt uitsluitend uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; b. maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de bijgebouwen wordt gebruikt voor aan huis verbonden beroep(en), met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 7.5.1 genoemde nevenactiviteiten tezamen; c. de woonfunctie wordt in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet wezenlijk aangetast; d. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; e. er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; f. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; h.
er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. 7.5 Afwijken van de gebruiksregels 7.5.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven a. met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.4, ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf als opgenomen in het overzicht aan huis gebonden bedrijven (Bijlage 1), met dien verstande dat: 1. een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; 2. de bestaande bouwmogelijkheden niet mogen worden verruimd; 3. maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat niet meer dan 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt ten behoeve van de in het onderhavige artikel en de artikelen 7.4.2 genoemde nevenactiviteiten tezamen; 4. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wezenlijk wordt aangetast; 5. er maximaal 2 personen werkzaam mogen zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; 6.
het onbebouwde gedeelte van het perceel niet mag worden gebruikt voor beroeps- of bedrijfsmatige activiteiten, met uitzondering van parkeren; 7. er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; 8. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; 9. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende 80 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o bedrijf gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden bedrijf gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt; b. Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bestaand aan huis verbonden bedrijf wordt gelijkgesteld met de omgevingsvergunning als bedoeld onder sub a. 7.5.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van samenvoegen van woningen Met een omgevingsvergunning kan worden afgeweken van het bepaalde in artikel 7.5, ten behoeve van het samenvoegen van woningen, met dien verstande dat: a. de samenvoeging vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is; b. samenvoeging van woningen in een rij aaneengesloten soortgelijke woningen is niet toegestaan; c.
de verschijningsvorm van karakteristieke bebouwing niet mag worden aangetast; d. de totale inhoud en oppervlakte van de woning inclusief aan- en uitbouwen en bijgebouwen mag niet worden vergroot; e. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: 1. de verkeersveiligheid; 2. het woon- en leefklimaat; 3. de milieusituatie; 4. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Regels (vastgesteld) 81 bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Artikel 8 Waarde - Archeologie 2 8.1 Bestemmingsomschrijving 8.1.1 Algemeen De voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zijn, behalve voor de andere daar voorkomende bestemming(en), mede bestemd voor de bescherming van archeologische waarden. 8.2 Bouwregels 8.2.1 Onderzoek ten behoeve van verlenen omgevingsvergunning voor het bouwen a. Voor aanvragen om een omgevingsvergunning voor het bouwen van bouwwerken: met een oppervlakte groter dan 250 m² wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom, dan wel, met een oppervlakte groter dan 2.500 m² wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom, 1.
dient door de aanvrager een aanvullend en/of definitief archeologisch rapport te worden overgelegd waarin, naar het oordeel van burgemeester en wethouders: de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgesteld en; in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard of gedocumenteerd, dan wel: in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. 8.2.2 Voorwaarden verlening omgevingsvergunning voor het bouwen Indien uit het in artikel 8.2.1 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning voor het bouwen zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorwaarden verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties.
8.3 Omgevingsvergunning voor het uitvoeren van werken, geen bouwwerk zijnde, of van werkzaamheden 8.3.1 Vergunningplicht Het is verboden op of in de voor 'Waarde - Archeologie 2' aangewezen gronden zonder of in afwijking van omgevingsvergunning van het bevoegd gezag de volgende werken, geen bouwwerk zijnde, en/of werkzaamheden uit te voeren: a. het ophogen, afgraven (ook ten behoeve van het verwijderen van bestaande funderingen) woelen, mengen, diepploegen, egaliseren en ontginnen van gronden, alsmede het vergraven, verruimen of dempen van sloten, vijvers en andere wateren en het aanleggen van drainage; b. het verwijderen en/of aanbrengen van bomen en diepwortelende beplanting; c. het aanleggen van ondergrondse transport-, energie-, of communicatieleidingen en daarmee verband houdende constructies, installaties of apparatuur; voorzover de ingreep: 82 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o 1. dieper gaat dan 50 centimeter beneden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 250 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt binnen de bebouwde kom; 2. dieper gaat dan 50 centimeter benden het maaiveld en een grotere oppervlakte dan 2.500 m² beslaat, wanneer deze zich bevindt buiten de bebouwde kom. 8.3.2 Uitzonderingen Het bepaalde in artikel 8.3.1 is niet van toepassing, indien: a.
door middel van een aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek naar het oordeel van burgemeester en wethouders in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn; b. het gaat om onderhouds- en vervangingswerkzaamheden van bestaande bestratingen en beplantingen en werkzaamheden binnen bestaande tracés van kabels en leidingen; c. werken of werkzaamheden, welke op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan in uitvoering zijn dan wel krachtens een voor dat tijdstip verleende (omgevings)vergunning/ontheffing mogen worden uitgevoerd. d. de werken en werkzaamheden worden verricht in het kader van een aanvullend of definitief archeologisch onderzoek. 8.3.3 Toepassingscriteria De omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3.1 kan alleen worden verleend indien mede op basis van aanvullend en/of definitief archeologisch onderzoek is aangetoond dat de archeologische waarden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad. 8.3.4 Onderzoeksplicht De aanvrager van een omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 8.3 die betrekking heeft op gronden, die zijn aangewezen voor 'Waarde - Archeologie 2' dient een rapport te overleggen waarin naar het oordeel van burgemeester en wethouders: a.
de archeologische waarden van de gronden die blijkens de aanvraag kunnen worden verstoord in voldoende mate zijn vastgelegd, en; b. in voldoende mate is aangegeven op welke wijze de archeologische waarden worden bewaard en/of gedocumenteerd, dan wel: c. in voldoende mate is aangegeven dat de archeologische waarden van de gronden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad, dan wel niet (meer) aanwezig zijn. 8.3.5 Voorschriften omgevingsvergunning Indien uit het in artikel 8.3.4 genoemde rapport blijkt dat de archeologische waarden van de gronden door het verlenen van de omgevingsvergunning zullen worden verstoord, kan het bevoegd gezag één of meerdere van de volgende voorschriften verbinden aan de omgevingsvergunning: a. de verplichting tot het treffen van technische maatregelen, waardoor de archeologische waarden in de bodem kunnen worden behouden; b. de verplichting tot het doen van opgravingen; c. de verplichting de werken of werkzaamheden die leiden tot de bodemverstoring, te laten begeleiden door een deskundige op het terrein van archeologische monumentenzorg die voldoet aan door het bevoegd gezag bij de vergunning te stellen kwalificaties. Regels (vastgesteld) 83 bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e.
o Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 9 Antidubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 84 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Artikel 10 Algemene aanduidingsregels 10.1 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' 10.1.1 Verbod Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone - grondwaterbeschermingsgebied' mogen, in afwijking van het bepaalde in de afzonderlijke artikelen, uitsluitend worden gebouwd bouwwerken die noodzakelijk zijn in verband met de openbare drinkwaterwinning. 10.1.2 Uitzondering Artikel 10.1.1 is niet van toepassing op bouwwerken waarvoor gedeputeerde staten een omgevingsvergunning/ontheffing hebben verleend. 10.2 'milieuzone - intrekgebied' 10.2.1 specifieke gebruiksregels Ter plaatse van de aanduiding 'milieuzone-intrekgebied' is het verboden onbebouwde gronden en opstallen op een zodanige wijze te gebruiken dat daardoor de kwaliteit van de bodem en de kwaliteit van het (grond)water in gevaar komt. Regels (vastgesteld) 85 bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Artikel 11 Algemene bouwregels Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a.
ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'bouwvlak'; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil; c. de ondergrondse bouwdiepte mag maximaal 4,00 meter onder peil bedragen; d. om het ondergrondse bouwwerk toegankelijk te maken is overschrijding van het bouwvlak toegestaan, mits de voorgevelrooilijn niet wordt overschreden; e. de regels van de betreffende bestemmingen zijn van overeenkomstige toepassing. 86 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Artikel 12 Algemene gebruiksregels 12.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf, voor zover daarvoor door de burgemeester geen gedoogbestemming is verleend; c. straatprostitutie; d. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, tenzij de betreffende bestemming daarin wel uitdrukkelijk voorziet; e. een bed en breakfast; Regels (vastgesteld) 87 bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e.
o Artikel 13 Algemene afwijkingsregels 13.1 Meetverschillen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 meter bedraagt. 88 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Artikel 14 Overige algemene regels 14.1 Voldoende parkeergelegenheid a. Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd of gebruikt wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden; b. Bij de afweging omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van de Nota Parkeernormen 2015 of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Regels (vastgesteld) 89 bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels Artikel 15 Overgangsrecht 15.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2.
na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van lid 15.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in lid 15.1 sub a met maximaal 10%. c. lid 15.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 15.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet; b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 15.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind; c. Indien het gebruik, bedoeld in sublid a., na het tijdstip van inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten; d.
lid 15.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. 90 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Artikel 16 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Behorend bij het besluit van 30 oktober 2018. Regels (vastgesteld) 91 bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o 92 Regels (vastgesteld) bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Bijlagen regels Bijlagen regels (vastgesteld) 93 bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Bijlage 1 Overzicht Aan huis gebonden beroepen en consumentverzorgende en/of ambachtelijke bedrijven 94 Bijlagen regels (vastgesteld) Overzicht aan huis gebonden beroepen en consumentverzorgende en/of ambachtelijke bedrijvigheid (aan huis gebonden bedrijven) Door de kamers van koophandel is de volgende lijst samengesteld van personen die als aan huis gebonden beroepen (vrije beroepsbeoefenaars), gelden. Dit zijn: 1. adviseur 2. advocaat 3. accountant-administratieconsulent 4. alternatieve genezer 5. belastingconsulent 6. bouwkundig architect 7. dierenarts 8. fysiotherapeut 9. gerechtsdeurwaarder 10. huidtherapeut 11. huisarts 12. interieurarchitect 13. juridisch adviseur 14. kunstenaar 15. logopedist 16.
makelaar 17. medisch specialist 18. notaris 19. oefentherapeut Cesar/Mensendieck 20. organisatieadviseur 21. orthopedagoog 22. psycholoog 23.redacteur 24.registeraccountant 25. stedenbouwkundige 26.tandarts 27.tandartsspecialist 28.tolk 29.tuin- en landschapsarchitect 30. verloskundige Een beroep dat hier niet op voorkomt, geldt in beginsel niet als ‘aan huis gebonden beroep (vrij beroep)’, tenzij de onderneming/beroepsbeoefenaar anders aan kan tonen. Ook gastouderopvang kan worden aangemerkt als een aan huis gebonden beroep. Bij de uitoefening van consumentverzorgende en/of ambachtelijke bedrijvigheid valt te denken aan: 1 autorijschool (geen theorie) 2 bloemschikker 3 computerservice (o.a. systeembouw/-analyse) 4 decorateur 5 fietsenreparateur 6 fitness-studio 7 fotograaf 8 goud- en zilversmid 9 glazenwasser 10 hoedenmaker 11 hondentrimmer 12 instrumentenmaker 13 kaarsenmaker 14 kapper 15 klompenmaker 16 koeriersdienst 17 lijstenmaker 18 loodgieter 19 meubelmaker 20 muziekinstrumentenmaker 21 nagelstudio/pedicure 22 pottenbakker 23 prothesemaker 24 reisorganisatie (kleinschalig) 25 reparatie van kleine consumentenartikelen (antiek/radio’s-tv’s/horloges etc.) 26 schoonheidsspecialist 27 traiteur 28 tv/radio reparateur 29 zadelmaker Deze lijst is niet uitputtend. Echter het uitgangspunt bij deze activiteiten moet zijn dat het woonkarakter niet wezenlijk mag worden aangetast.
bestemmingsplan Sint Jansklooster - Molenstraat e. o Verbeelding Verbeelding (vastgesteld) 97