Antwoorden op technische vragen gemeenteraad nav Programmabegroting 2021-2024.pdf
Tekst van het document
En deze integrale werkwijze inclusief samenwerkingsverbanden draagt tevens bij aan efficiency en effectiviteit van het aanbod. Een c oncreet mogelijk voorbeeld is de integratie van de bibliotheekfunctie met andere functies zoals laaggeletterdheid, taalpunt, Slos, Sociaal werk, en het onderwijs. Vraag 69: Op blz. 19 staat een kopje waarin voorgesteld worden om van gebiedsoverleg te kom en naar gebiedsgericht te werken. Graag wat meer uitleg wat hier dan precies veranderd Antwoord: Op dit moment is er (meer) overleg tussen de gebiedscoördinatoren, politie, WetlandWonen, Woonconcept en Sociaal Werk De Kop. Het doel is om meer bepaalde buurtvraagstukken integraal op te pakken zodat we van elkaars rol weten en elkaar meer kunnen aanvullen. Deze samenwerking wordt steeds intensiever en leidt bijvoorbeeld in Steenwijkerwold tot een gebiedsgerichte aanpak in de vorm van een op te stellen dor psvisie. Samen met de gebiedspartners én inwoners worden vraagstukken in beeld gebracht zodat deze integraal kunnen worden aangepakt. Vraag 70: Blz.45: kunnen we wat meer toelichting krijgen over het beleidsplan culturele evenementen Overijssel wat op 31 december 2020 wordt vastgesteld. Door Provincie op oudejaarsdag…?? Antwoord: We voeren in samenwerking met de provincie Overijssel een programma uit genaamd cultuurprofiel evenementen. Dat programma kent een looptijd van 4 jaar (van 2017 -2020).
Na afro nding van dit programma wil de gemeente Steenwijkerland de verdere professionalisering borgen aan de hand van nieuw beleid. Het nieuwe, Overijsselse, cultuurbeleid (2021 -2024) ligt ter besluitvorming bij Provinciale Staten. GroenLinks Vraag 71: Pag. 72/73 Papierinzameling. U verwacht een besparing van 15.000 euro door lagere kosten inzameling oudpapier. Vraag: komen deze kosten niet indirect terug via inzamelen afval ROVA. Antwoord: De uitgaven op het gebied van oud papier bestaan uit kosten voor de ROVA en kosten voor de vrijwilligers. Als de kosten voor in dit geval OPA wegvallen, blijven de kosten van de ROVA doorlopen, maar worden ze niet hoger. Vraag 72: Pag. 76 Verlaging budget Scala. U schrijft, dat er bezuinigingsafspraken zijn gemaakt ingaande 1.1.2022. Vraag: Omvatten de bezuinigingsafspraken ook de aanvullende besparing 2021? 24 Antwoord: In de PPN 2020–2023 is bij de Herprioritering het bedrag aan Scala verlaagd met € 100.000 met ingang van het jaar 2022. Voor het jaar 2021 komt hier nu incidenteel een bedrag bij van € 25.000. Vraag 73: Pag. 3/87 Afvalstoffenheffing. De afvalstoffenheffing wordt verhoogd met 15,1%. U schrijft rekening te houden met en verhoging van 0,20 euro per aanbieding, tarief per zak.
Vraag: Wat worden de aanpassin g voor het tarief vastrecht en aanbieding diverse containers, waaronder de grijze container? Antwoord: Het vaste tarief bedraagt met ingang van komend jaar € 195,40. Het tarief per zak wordt dus verhoogd van € 1,35 naar € 1,55. Het tarief voor een ledigin g per container blijft ongewijzigd. Bijvoorbeeld een lediging van een 240 liter grijze container blijft ongewijzigd € 9,21 per lediging. De tarieven per container zijn conform het adviestarief van de ROVA. Het tarief per zak heeft de afgelopen jaren beneden het niveau gelegen van het adviestarief van de ROVA. Door deze vraag zijn we nog een keer gaan kijken naar pagina 87. Het viel ons op dat hier de tekst rondom de afvalstoffenheffing is weggevallen. Deze tekst hebben we aan het einde van dit document nog toegevoegd als bijlage 2. Vraag 74: Huisvesting SLOS Vraag: Hoe komt het met de huisvesting SLOS, met het oog op de onderwijsherhuisvesting VO. Antwoord: Herhuisvesting van de Slos wordt meegenomen in de huisvestingsontwikkelingen van het Voortgezet Onderwijs. Hier is expliciet aandacht voor. D66 Vraag 75a: Is er een masterplan (investeringen in vervanging/ aanleg en onderhoud voor de riolering voor de komende 30 jaar (welke afschrijvingstermijn/ levensduur wordt gehanteerd voor rioleringen)? We zagen dit niet op pagina 89 of in bijlage 1.
Hoe verhoudt zich de voorziening riolering in relatie tot dit masterplan? Antwoord: Op van de planning en begroting riolering (60 jaar) uit het rioolbeheerssysteem is er theoretisch zicht op de jaarlijkse vervan gingskosten riolering. In het watertakenplan 2016 -2021 is deze planning en begroting vertaald naar de benodigde vervangingskosten op basis van risico gestuurd beheer (kwalitatief). Riolering wordt financieel afgeschreven over 60 jaar. De levensduur van de riolering is theoretisch gesteld op 80 jaar (afhankelijk van de kwaliteit van de riolering). In de voorziening riolering zijn middelen opgenomen om een bandbreedte te realiseren voor de te nemen maatregelen in de planperiode. Aan de voorziening is een maxi mum gesteld. Op dit moment is de voorziening hoger dan voorzien. Reden hiervoor is dat bepaalde uitgaven aan het waterbeheer de afgelopen jaren zijn getemporiseerd i.v.m. het overdragen van watertaken en bijbehorende middelen (beheer en onderhoud stedelijk water) naar het waterschap. Onderzocht is of de rioolheffing verantwoord naar beneden bijgesteld kan worden. Door de relatief hoge voorziening zien we hier mogelijkheden voor en stellen wij voor een verlaging van de rioolheffing in 2021. 25 In 2021 wordt ee n nieuw watertakenplan 2022 -2027 aan de raad aangeboden incl. de bijbehorende benodigde middelen en de vertaling naar een “nieuwe” rioolheffing.
Vraag 75b: Als we de rioolheffing niet verlagen, kunnen we dan de OZB minder verhogen? Antwoord: Bij de rioolheffing is er sprake van een zogenaamde gesloten huishouding. Dit betekent dat geld wat we binnenkrijgen voor de rioolheffing hierbinnen ook wordt ingezet. We kunnen hier niet zomaar met geld richting de algemene middelen schuiven. Vraag 76: Is er een overzicht met alle onttrekkingen en alle overhevelingen ten aanzien van de algemene reserve? Eventueel in combinatie met de reserve vaste buffer?(dus niet paragraaf 3.11.1 en 4.2. maar een soort gespecificeerd kasstroomoverzicht ten aanzien van alle reserves? We begrijpen dat het ten aanzien van de programmabegroting op pagina 59 is opgenomen. Maar we konden geen gespecificeerd totaaloverzicht vinden. Antwoord: In bijlage 5 en 6 in de begroting ziet u per bestuursprogramma en voor het totaal de begrote stortingen en onttrekkingen nader gespecificeerd. Welke gevolgen dit heeft voor de reserve ontwikkeling ziet u in bijlage 4 terug. Vraag 77: Hoe en wanneer worden de tekorten in de reserve vaste buffer en de bedrijfsreserve weer aangevuld? Antwoord: In d e Programmabegroting 2021 -2024 wordt onder besl ispunt 7 voorgesteld om de Algemene reserve vaste buffer weer aan te vullen ten laste van de A lgemene reserve vrij besteedbaar. De bedrijfsreserve wordt enkel aangevuld indien het resultaat 2020 bedrijfsvoerin g dit toelaat.
Vraag 78: Op pagina 15 is alleen voor 2020 en 2021 een weerstandsratio weergegeven. Is er geen verwachting voor de kengetallen in de jaren daarna? Antwoord: De scores op het kengetal weerstandsratio wordt in sterke mate bepaald door de fi nanciële risico’s. Deze zijn voor 2021 gekwantificeerd in paragraaf 4.2.3 en gehanteerd bij de berekening van de hoogte van de weerstandsratio in 2021. Voor de jaren 2022 t/m 2024 zouden we aannames moeten plegen. Er is voor gekozen dat niet te doen, gezien de grote onzekerheden die er zijn. Vraag 79: Heeft de human capital agenda effect gehad op de begroting? Antwoord: Alle gemeenten in de Regio Zwolle en ook de provincies hebben financieel geparticipeerd in de HCA. Dit pakket is ingezet als cofinanciering voor de Regio deal. Voor Steenwijkerland gaat het om € 80.000 per jaar (2019 t/m 2023). 26 Het grootste deel van deze middelen wordt ingezet in een regionaal ontwikkelfonds. Bij dit ontwikkelfonds kunnen werkgevers (individueel of in een bredere samenwerking) een aanvraag indienen bij het regionale ontwikkelfonds voor een bijdrage bij het om -, h er of bijscholen van (potentiele) werknemers. Als gevolg van Covid ’19 en het effect dat dat heeft gehad op werkgevers, werknemers en werkzoekenden is er binnen de Human Capital een nieuwe route geïntroduceerd (sinds juli 2020).
De route voor werknemers en werkzoekenden; dat wil zeggen dat inwoners zich kunnen melden voor een loopbaantraject waarbij ze een scholingsvoucher kunnen ontvangen voor een opleiding die ontwikkelperspectief op de arbeidsmarkt biedt. Daarnaast bestaat het programma uit een bewust wordingscampagne (onder de noemen ‘Upgrade Jezelf’), een sectorale aanpak met negen sectortafel die op strategisch niveau aan actieagenda’s werken en een monitorprogramma om de effecten te kunnen meten. Vraag 80: Waarom is financiën en overhead als zesde programma toegevoegd? Is dat een programmabegroting die alleen in crisistijden bestaat? Antwoord: Nee, het programma Financiën en overhead bestaat al sinds de start van deze collegeperiode. Vraag 81: Begrijpen we het goed en zijn de baten per pro gramma door het rijk geoormerkte gelden voor activiteiten die de gemeente op die onderdelen moet uitvoeren? En zijn de lasten per programma de standaard activiteiten uit die programma onderdelen vermeerderd met de ambities van dit college? Antwoord: Hier is vrijwel geen sprake van door het rijk geoormerkte gelden van het rijk. De gemeenteraad mag de wijze van besteding zelf bepalen, waarbij wel rekening moet worden gehouden met wettelijke taken. Die keuzes die hierin worden gemaakt zijn terug te vinden bij de lasten.
Er is wel sprake van een geoormerkte rijksbijdrage voor OAB, het onderwijs achterstandenbeleid. Vraag 82: Betekent de inhoud van het meerjarenbeeld dat we de motie beperking lastenverzwaring gaan uitvoeren en tegelijkertijd lastenverzwaring gaan toepassen? Antwoord: Op p. 11 is de tabel met het meerjarenbeeld gepresenteerd. In die tabel zijn o.a. de volgende twee posten opgenomen: Bedragen x € 1.000 2021 2022 2023 2024 Aangenomen motie: ‘Beperking lastenverzwaring inwoner PB 2020-2023’ -410 -410 -410 -410 Extra verhogen lokale lasten in 2021 440 440 440 440 + = voordeel 27 Vraag 83: Als er staat "daarbij is rekening gehouden met het 1e compensatiepakket van het Rijk” (pag. 13 2e alinea), is dit dan een gerealiseerde compensatie (is de compensatie volledig toegekend/ verstrekt) of een stelpost? Antwoord: Het genoemde bedrag van € 125.000 is volledig toegekend in 2020 door het rijk en hoeft niet te worden terugbetaald. Dit geldt overigens ook voor de andere bedragen die zijn ontvangen b innen de Algemene uitkering van het Gemeentefonds als coronacompensatie. Voor 2021 zijn nog geen compensa tiebudgetten door het Rijk toegekend met uitzondering van de eenmalige opschorting van de opschalingskorting van € 392.000 in 2021 ( zie informatienota Septembercirculaire gemeentefonds 2020). Deze mutatie is al verwerkt in de programmab egroting voor eenmalig € 400.000 (zie p. 78).
Vraag 84: Op pagina 15 staat in de tekst dat de score op de solvabiliteitsratio is gedaald van 22% in 2020. Echter in de tabel daarboven staat bij 2020 “19%”. Waar slaat die 19% op? Antwoord: Het solvabiliteitspercentage van 19% is gebaseerd op de begroting na wijziging 2020. Het percentage van 22% heeft betrekking op het percentage overeenkomstig de primitieve begroting 2020-2023. Zie ook de voetnoot 2 onderaan p. 15. Vraag 85: Waarom worden de posten 1.2 tot en met 1.5 in de tabel op pagina 20 bezuinigingen genoemd? Antwoord: Om uniformiteit van de tabellen in de verschillende bestuursprogramma’s te creëren, is gekozen voor de term ‘bezuinigingen’. Meestal dekt dat de lading goed. In dit geval, voor ‘De inwoner op 1’ gaat het in drie gevallen om maatregelen die leiden tot hogere inkomsten voor de gemeente: 1) verhogen leges op rijbewijzen en reisdocumenten (1.2), verhoge n leges voor trouwen (1.3) en verhogen leges voor omgevingsvergunningen (1.5). Dit geen bezuinigingen, maar wel maatregelen die leiden tot een verbetering van het begrotingssaldo. Vraag 86: Waar vinden we de bezuinigingen uit de tabel op pagina 20 terug in tabel 21? Waarom is dat niet zichtbaar gemaakt? Antwoord: In het ‘overzicht baten en lasten’ op p. 21 zijn de bezuinigingen verwerkt in de gepresenteerde bedragen, maar niet apart zichtbaar gemaakt. Dat doen we in andere tabellen.
In de bestuursprogramma’s is steeds een tabel opgenomen om de bezuin igingen voor dat betreffende programma in beeld te brengen. In dit geval is dat op p. 20. Daarnaast is in hoofdstuk 3.7 een tabel opgenomen met alle bezuinigingen en worden deze afzonderlijk toe gelicht. Vraag 87: Welke overwegingen liggen aan de bedragen voor de toevoegingen en de ontdekkingen in de tabel op pagina 21 ten grondslag? 28 Antwoord: In bijlage 5 en 6 in de begroting vindt u hiervan per programma de specificatie. Vraag 88: Waar is de begroting ten aanzien van de aparte programma’s DBT en Omgevingswet opgenomen (pagina 56 en 57)? Antwoord: De drie integrale programma’s DBT, Omgevingswet en Duurzaam kennen geen afzonderlijke budgetten. Het integrale karakter van de programma’s maakt dat er zowel inhoudelijk als financieel relaties zijn met de verschillende bestuursprogramma’s. De bijbehorende budgetten maken dus onderdeel uit van deze bestuursprogramma’s. Zo staan de financiële middelen voor het programma DBT bijvoorbeeld voor het merendeel bij Mijn Steenwijkerland. Vraag 89: Hoe valt het te verklaren dat de kosten van overhead in de meerjarenraming dalen en post onvoorzien tegelijkertijd stijgt tot 1 mio in 2024? Antwoord: Deze posten hebben geen relatie met elkaar.
De post onvoorzien van € 700.000 tot € 1.000.000 is opgenomen om de met ingang van 2022 nog door te voeren herverdeling van het gemeentefonds op te kunnen vangen. Zie ook antwoord op vraag 46 en de toelich ting op p. 71 in de programmabegroting. Vraag 90: Hoe is de stelpost voor het gemeentefonds/ Buiggelden berekend? Op basis van die herverdelingsverwachtingen? Hoe zien die berekeningen er dan uit? Antwoord: Stelpost uitgavenkant: herverdeling Gemeentefonds Zie het antwoord op vraag 46. Bij de berekening zijn we in eerste instantie uitgegaan van een nadeel van € 15 euro in het invoeringsjaar, oplopend tot een nadeel van € 33 in 2024 (uitgaande van een overgangsfase van 3 jaar). Dat zou resulteren in een structureel nadeel van € 1,5 miljoen. We gaan ervan uit dat het nadeel uiteindelijk lager uit zal vallen, omdat veel gemeenten in verweer zijn gekomen tegen de uitkomsten van de herverdeeloperatie. Aanname is dat het structurele herverdeeleffect voor onze gemeente dan circa - € 1 miljoen bedraagt vanaf 2024. Stelpost inkomstenkant: BUIG De bedragen voor de stelpost BUIG zijn direct gekoppeld aan de extra geraamde uitgaven a.g.v. de forse toename in het aantal te verstrekken bijstandsuitkeringen.
In de begroting houden we voor 2021 tot en met 2024 rekening met extra uitgaven: - 2021: - € 2.147.000 - 2022: - € 3.670.000 - 2023: - € 3.670.000 - 2024: - € 3.670.000 Op p.78 en p.79 staan dezelfde bedragen vermeld bij de stelpost aan de inkomstenkant. We tekenen daarbij aan dat het onzeker is of de groei in onze uitgaven le idt tot een navenante stijging van het BUIG-budget. Voorstel is om daar wel vanuit te gaan. Hiermee lopen we wel een financieel risico. 29 Vraag 91: Is het correct dat we 70 k investeren in handhaving sociaal domein en dat dit 50 k oplevert? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 15. Bijlage 1: Stand van zaken moties n.a.v. behandeling programmabegroting november 2019 en HHP juni 2020 Agendapunt Titel Portefeuillehouder Status Einddatum 01-07-2020 Vervroegde inzet vitaliteitsfonds wethouder T. Bijl-Oord Afgehandeld 18-08-2020 01-07-2020 Regionale boost economie wethouder M. Scheringa Wordt nog aan gewerkt; vooralsnog geen effect op de begroting 01-11-2020 01-07-2020 Financiële opgaaf Sociaal Domein wethouder T. Jongman- Smit Afgehandeld, zie informatienota 30 juni 2020. E.e.a. nader toegelicht tijdens werkvergadering van 8 september 2020 en verwerkt in programmabegroting. 03-11-2020 01-07-2020 Beleid inhuur externen wethouder T. Bijl-Oord Afgehandeld 03-11-2020 01-07-2020 Financiële effecten Regiodeals op programmabegroting wethouder A.M.
Harmsma Afgehandeld, zie informatienota 6 oktober 2020. 03-11-2020 30-06-2020 De overheid als schuldeiser wethouder M. Scheringa Wordt nog aan gewerkt; geen effect op de begroting. 30-06-2022 30-06-2020 Opheffen verhuurdersheffing wethouder M. Scheringa Wordt nog aan gewerkt, geen effect op de begroting. 01-10-2020 30-06-2020 Zon op dak stimuleren door vrijwillige koppeling met zon op Land wethouder T. Bijl-Oord Wordt nog aan gewerkt. 31-12-2020 30-06-2020 Unilocatie wethouder M. Scheringa Afgehandeld, zie informatie nota 20 oktober 2020. 01-11-2020 30-06-2020 Omgevingsplan buitengebied wethouder A.M. Harmsma Wordt nog aan gewerkt; geen effect op de begroting. 01-10-2020 26-05-2020 Kleine windmolens wethouder T. Bijl-Oord Staat gepland voor raad van december 03-11-2020 31 05-11-2019 Aansluiten campagne Direct Duidelijk wethouder T. Bijl-Oord Afgehandeld, zie informatienota 22 september 2020. 01-10-2020 05-11-2019 Beperking lastenverzwaring wethouder M. Scheringa Afgehandeld in programmabegroting 03-11-2020 05-11-2019 Kapitaalgoederen 2019 aangepast wethouder M. Scheringa Afgehandeld in programmabegroting 03-11-2020 05-11-2019 Toerisme - Bezoeker draagt bij wethouder M. Scheringa Afgehandeld in programmabegroting 03-11-2020 05-11-2019 Steenwijkerland trots op de boer wethouder T.
Bijl-Oord Afgehandeld 03-11-2020 Bijlage 2: Weggevallen tekst in de Programmabegroting (paragraaf 4.1.7 Afvalstoffenheffing) Zoals uit bovenstaande tabel kan worden afgeleid, vindt in 2021 een stijging van het gemiddelde tarief per aansluiting plaats van € 194,00 naar € 223,30 (15,1%). Het dekkingspercentage dat staat vermeld in de tabel is met 79,4% relatief laag. Oorzaak is dat in de berekening van dit dekkingspercentage rekening is gehouden met de compensabele BTW, terwijl deze BTW niet in rekening wordt gebracht bij de inwoners. De overhead i s becijferd op 11%. Indien dit percentage zou worden doorberekend aan afval stijgen de lasten voor overhead ten opzichte van de Programmabegroting 2016 -2019 met € 274.000. Gezien het feit dat er bij de afvalstoffenheffing reeds sprake is van een stijging van de tarieven die boven het inflatiepercentage ligt, vinden wij het niet opportuun dit in rekening te brengen bij onze inwoners. Afvalstoffenheffing wordt opgelegd aan de gebruiker van een woning. Dit betekent dus dat inwoners worden geconfronteerd met deze tariefstijging en dat ondernemers hier niet onder vallen. Het vaste tarief stijgt met € 25,70. Deze stijging is hoger dan de stijging met het inflatiepercentage. De oorzaak van de tariefstijging is 3-ledig: 1. Oud papier: Het ineenstorten van de prijs van oud papier heeft forse financiële consequenties.
In de Najaarsnota 2020 is dit vertaald. De kosten voor huur en logistieke kosten en de inzet voor achterladers bedraagt in totaal € 195.000. Daarnaast zijn er nog de kosten voor de inzet van vrijwilligers die is becijferd op € 98.000, waarvan is voorgesteld deze ten laste te brengen van de algemene dienst. Als we ook nog de blauwe container in Steenwijk willen invoeren, ontstaan er nog meerkosten van € 50.000. In totaal gaat het hiermee om € 245.000, ofwel circa € 13,00 per aansluiting. Daarnaast is er in 2021 sprake van een eenmalige onttrekking uit de voorziening van € 65.000 door uitgaven op het gebied van oud papier. 2. ROVA-index: De ROVA past voor 2021 de ROVA index toe voor een tariefstijging van 2,92%. Dit betekent circa € 90.000 aan extra kosten, ofwel circa € 4,50 per aansluiting. 3. GFT, inclusief extra kwaliteitscontrole: Het aanbod van GFT is de laatste jaren gestegen. Daarnaast worden sinds de zomer van 2020 hogere eisen gesteld aan de afzet van compo st. Dit betekent een striktere kwaliteitscontrole en hogere kosten om te kunnen voldoen aan de eisen. Dit betekent circa € 90.000 aan extra kosten, ofwel circa € 4,50 per aansluiting. Met ingang van 1 juli 2021 is rekening gehouden met de invoering van de afvalstoffenbelasting door het Rijk.
Reeds in de vorige Programmabegroting is hierop geanticipeerd en rekening gehouden met een verhoging van het tarief van circa € 2,50 per aansluiting. Vanaf 2022 zijn de kosten voor de invoering van de afvalstoffenbelasting volledig meegenomen. Het tarief per zak stijgt van € 1,35 per aanbieding naar € 1,55 in 2021. Dit is reeds in de vorige Programmabegroting aangekondigd en in lijn met de overige ROVA gemeenten. Een betere afvalscheiding, kan leiden tot minder aanbiedingen, wat weer een voordeel is voor de burger en zal leiden tot minder restafval. Met ingang van 1 april 2020 wordt gewerkt met een nieuwe systematiek rondom de vergoedingen van Nedvang. Wij zijn er vooralsnog van uitgegaan dat dit per saldo zal leiden tot een kostenneutrale situatie. In de loop van 2021 zal worden gekeken of de voorgestelde vergoeding per ton in overeenstemming is met de gemaakte kosten. Ontwikkeling egalisatievoorziening Reiniging In de nota Reserves en Voorzieningen 2017 staat vermeld dat de egalisatievoorziening Reiniging een bovengrens kent van 10% van de jaarlijkse inkomsten, waarbij wel wordt gekeken naar de komende 33 4 jaar. De voorziening mag niet negatief staan. De bovengrens bedraagt 10% en is daarmee € 433.000. Dit betekent dat we binnen de grenzen bewegen.
Gezien de ontwikkelingen rondom de vergoedingen voor plastic en metalen en rondom de afvalstoffenbelasting is het belangrijk dat hier een zeker bedrag aan buffer voor beschikbaar is.