CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

Antwoorden op technische vragen gemeenteraad nav Programmabegroting 2021-2024.pdf

Raadsvergadering 3 november 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2021-202413.108 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Antwoorden op t echnische vragen n .a.v. van Programmabegroting 2021-2024 BGL Vraag 1: Blz. 13 Oploop uitkeringen 2021 en 2022 waar zijn deze cijfers op gebaseerd of kan worden onderbouwd. Antwoord: Zoals ook staat vermeld op p. 13 zijn deze aantallen gebaseerd op berekeningen van adviesbureau Berenschot o.b.v. scenario ‘zwak herstel’ coronacrisis van het Centraal Planbureau. Er zijn diverse scenario’s berekend (zie hieronder), waarbij het college heeft gekozen voor genoemd scenario. Vraag 2: Blz. 40 Subsidie Wereldwinkel wordt vanaf 2021 stopgezet, echter 1 augustus 2018 al gesloten, mogen we er vanuit gaan dat in 2019 en 2020 ook niets is uitgekeerd? Schrappen van niet wett elijke subsidies; is er een overzicht aanwezig waar en naar wie deze gelden gaan. Antwoord: In het jaar 2019 en 2020 is er geen subsidie uitgekeerd aan de Wereldwinkel. Naast de subsidie aan de Wereldwinkel worden alleen nog de subsidies aan het Diaconaal platform en de R egiocampus geschrapt. In 2020 heeft het Diaconaal platform afgezien van een subsidie omdat de eigen middelen voldoende waren. Overigens kennen we wel wettelijke taken, maar geen wettelijke subsidies. Een s ubsidie is een instrument dat kan worden ingezet om een wettelijke of niet-wettelijke taak uit te voeren. Vorig jaar

2 is t.b.v. de bestuurlijke herprioritering gedetailleerd in b eeld gebracht welke uitgaven zijn gemoeid met wettelijke taken en welke niet. De uitkomsten van dat traject zijn gebruikt voor de bestuurlijke herprioritering vanaf 2020. Dat heeft toen geleid tot een breed pakket aan maatregelen ter grootte van ongeveer € 2 miljoen structureel (opgenomen in de Programmabegroting 2020 -2023). Vraag 3: Blz. 60 In 2019 rekening en 2020 begroting € 17.000 minder aan hondenbelasting dat zijn 350 honden minder. 2021 wordt het € 34.000 meer dat zijn 690 honden er bij, hoe kan d at? Antwoord: Zowel in 2019 als ook in 2020 blijven de inkomsten uit de hondenbelasting achter bij de begroting. Als we alleen naar de hondenbelasting kijken dan zijn de inkomsten in 2019 en 2020 resp. € 174.000 en € 170.000. Vanaf 2016 is er sprake van een dalende trend in de inkomsten, terwijl landelijke cijfers laten zien dat het aantal honden in Nederland gelijk blijft. De dalende trend heeft ons doen besluiten het jaarlijkse doelmatigheidsonderzoek op dit terrein uit te voeren. De genoemde daling zal hierin nader worden geanalyseerd en aanbevelingen voor een zo efficiënte en effectieve uitvoering van de hondenbelasting zullen worden gedaan.

Ook verwachten wij door een intensievere hondencontrole beter zicht krijgen op het daadwerkelijk aantal honden en dat we volgend jaar meer kunnen zeggen over het werkelijk aantal honden. De rapportage over het doelmatigheidsonderzoek kunt u in het eerste half jaar van 2021 verwachten. We ramen geen 690 honden meer, maar hebben bij de NJN de raming voor het aantal honden 2020 naar beneden bijgesteld. De begroting 2021 gaat, in afwachting van de uitkomsten van het doelmatigheidsonderzoek, vooralsnog uit van het oorspronkelijke aantal. Vraag 4: Blz. 66 Thuiswerkplekken elk jaar € 19.000 hoe is dat opgebou wd, als ieder is geïnstalleerd dan zijn de kosten na een jaar toch dalende? Antwoord: In de NJN 2020 is een investeringskrediet beschikbaar gesteld van € 150.000 met een afschrijvingstermijn van 4 jaar. Dat betekent dat er gedurende 4 jaar kapitaallasten ontstaan (2020 tot en met 2023). Deze kosten komen voor 50% ten laste van de bedrijfsvoering en voor 50% ten laste van de begroting. In het jaar 5 (vanaf 2024) vervallen deze lasten. Vraag 5: Blz. 85 De toeristenbelasting wordt niet verhoogd echter wordt vanaf 2020 tot 2023 oplopend € 235.000 meer ingeboekt. Op welke cijfers is dat op gebaseerd en ook controleerbaar. Antwoord: Bij de NJN 2020 zijn de inkomsten in 2020 incidenteel met € 125.000 naar beneden bijgesteld.

Het gaat dus om een werkelijke verhoging ten opzichte van de primitieve begroting van € 110.000. Dit is gebaseerd op een verwachte toename van het aantal overnachtingen van circa 17,5% in 2 stappen (2021 en 2022). In de Programmabegroting 2019-2022 is deze verwachte toename opgenomen. Vraag 6: Blz. 161 eenmalige kosten IHP De Wiedekieker in 2024 € 140.000 en andere jaren € 20.000 is daar een verklaring voor. 3 Antwoord: De kosten voor de Wiedekieker zijn op dezelfde manier als voor alle andere projecten in het IHP berekend. De totale la sten zijn hieronder weergegeven. De eerste 3 jaren zijn onze uren aan begeleiding minimaal en hebben we te maken met de onderzoekskosten en bestemmingsplanwijziging. In het laatste jaar is onze begeleiding groter, hebben we te maken met verhuiskosten, en zit er nog een deel planschade/risico in. Hieronder treft u de onderbouwing aan. Per jaar is dat globaal ingeschat. Bedragen in € Eenmalige kosten De Wiedekieker Interne begeleiding 89.194 Bestemmingsplanwijziging + onderzoekskosten 26.500 Leges bouwkosten - Grondkosten, asbest- en grondsanering PM Verhuiskosten 35.000 Tijdelijke huisvesting - Sloopkosten - Boekwaarde bij start v.d. fase - Planschade/risico 50.000 Totaal eenmalige afschrijving 200.694 Vraag 7: In het hoofdstuk Samenredzaamheid wordt gesproken over vrijwilligers, vallen hier ook de mantelzorgers onder.

Waar kunnen we mantelzorgcompliment terug vinden? Antwoord: Ook mantelzorgers zijn te beschouwen als een soort van vrijwilliger, al hoewel de mantelzorg vaak niet als een vrijwillige keus kan worden gezien. Bij het woord vrijwilligers in de begroting wordt ook bedoeld de informele en ongeorganiseerde vrijwillige inzet of georganiseerde vrijwillige inzet. Het budget mantelzorgcompliment valt onder het totaalbedrag van het programma Samenredzaam, zoals genoemd op p. 59 van de begroting. Voor het mantelzorgcompliment is een structureel bedrag opgenomen ter hoogte van € 100.000. Vraag 8: Kan de ambtenaar ook aangeven hoeveel m3 groenstroken in 2019 en in 2020 tot heden zijn verkocht en wat heeft dat opgebracht? Antwoord: - 2019: 2.999 m2 (€ 62.189) - 2020 tot heden: 1.449 m2 (€ 49.098,50) PvdA Vraag 9: Is het temporiseren van de uitvoering inclusie -agenda en het opstellen van regenboogbeleid een bezuinigingsmaatregel? Zo ja, welke bedragen zijn gemoeid met deze onderdelen van het beleidsdoel: ‘de Steenwijkerlandse samenlev ing sluit niemand uit’? (Graag voor uitvoering 4 regenboogbeleid expliciet aangeven). Zo nee, op welke wijze onderbouwt u de keuze voor temporisering dan? Antwoord: Nee, dit is geen bezuinigingsmaatregel. Het budget wordt niet geschrapt. In 2021 wordt dit proces weer gestart door de gemeente.

In voorbereiding hierop is met enkele betrokken inwoners afgesproken dat zij alvast activiteiten starten en een plan maken voor 2021. CDA Vraag 10: Zou het mogelijk zijn om één samenvattend overzicht op te nemen van alle in de begroting opgenomen bezuinigingen. Betreffende grotere bezuinigingen kan daarbij staan op welke wijze deze bezuiniging concreet wordt gerealiseerd, b.v. een indicator. Via deze wijze manier krijgen we een veel eenvoudiger en compleet overzicht. Antwoord: In paragraaf 3.7 zijn alle nieuwe bezuinigingen/versoberingen opgenomen (zie tabel op p. 72 en 73) en afzonderlijk toegelicht. De aanvullende bezuinigingen treft u aan in paragraaf 3.8 (zie tabel ‘Saldoverbeterende maatregelen’ op p. 78). Ook deze voorstellen zijn steeds apart beschreven. Vraag 11a: Er liggen divers moties ingediend bij behandeling HHP die nog niet beantwoord zijn, terwijl deze de voorliggende programmabegroting betreffen. Wanneer reactie? Antwoord: Zie het overzicht met de stand van zaken m.b.t. de moties in bijlage 1. Vraag 11b: Op pagina 79 staat: “5. Aangenomen Motie ‘Meerjarenplannen voor kapitaalgoederen op minimaal niveau basis’ uitvoeren vanaf 2022.

Vorig jaar is bij de behandeling van de Programmabegroting 2020-2023 door uw raad een motie aangenomen om de meerjarenplannen v oor kapitaalgoederen op minimaal niveau ‘basis’ uit te voeren en de financiële meerkosten in de volgende PPN op te nemen. Voorstel is om de motie wel uit te voeren, maar pas vanaf 2022 om het begrotingssaldo 2021 te ontlasten. De bijbehorende extra uitgave n zijn opgenomen in voorliggende begroting vanaf het begrotingsjaar 2022.” Op een aantal plaatsen wordt echter vermeld: “Bij de Programmabegroting 2021-2024 zijn op basis van een motie van de raad de benodigde middelen beschikbaar gesteld voor het onderhoudsniveau basis. Dit is met ingang van het boekjaar 2022. De vertaling van deze motie heeft nog niet in onderstaande tabel plaatsgevonden.” Vraag: is basisniveau nu wel of niet meegenomen vanaf 2022? Of moet de conclusie zijn dat hieraan geen extra kosten zijn verbonden? Antwoord: Er is besloten dat de uitvoering van de motie om de kapitaalgoederen op niveau basis te onderhouden niet in 2021 plaatsvindt maar ingaat in 2022 en dat de hiervoor extra benodigde middelen in de begroting 2022 en verder zijn opgenomen. 5 Vraag 12: In de tekst wordt een aantal malen verwezen naar moties, zonder deze inhoudelijk verder te duiden. Nu zegt de verwijzing daarnaar dus niets, en moet je gaan zoeken.

Graag een overzicht van de meegenomen moties en de financiële vertaling daarvan. Antwoord: In bijlage 1 is een overzicht gegeven met de stand van zaken m.b.t. de aangenomen moties, waaronder drie moties die zijn gerelateerd aan voorliggende programmabegroting: 1) Motie beperking lastenverzwaring inwoner; 2) Motie Meerjarenplannen voor kapitaalgoederen op minimaal niveau ‘basis’; 3) Motie Toerisme: De bezoeker draagt bij. Ad 1) zie tabel Meerjarenbeeld op p. 11 in de begroting. Ad 2) idem. Ad 3) zie p. 79 en 80 in de programmabegroting en het antwoord op vraag 28. Vraag 13: Paragraaf 2.6, Doel Stimuleren eigenaarschap. Wie heeft hierom gevraagd, wat behelst de gereedschapskist, kan i.p.v. een nieuwe website, geen pagina op de gemeentelijke site komen? Wat zijn de hiermee gemoeide kosten? Antwoord: De gereedschapskist is een deel op onze eigen website en bedoeld om inwoners met buurtideeën verder te helpen. Inwoners hebben vaak een idee en vragen zich af hoe zij verder komen met de buurt om o.a. draagvlak te organiseren, een stappenplan op te maken en financiële mid delen te vinden. Ook willen we met deze website de vele mooie gerealiseerde initiatieven laten zien ter inspiratie. Voor de bouw van een dergelijke website hebben we € 10.000 geraamd. Vraag 14: Paragraaf 2.6, Doel Goede initiatieven zijn goud waard.

Wat is het budget voor het ondersteunen en ontwikkelen van inwonersinitiatieven volgens de begroting? Wie beheert dit budget en kan het toekennen? Zijn er al voorbeelden van inwonersinitiatieven? Antwoord: Voor het ondersteunen van inwonersinitiatieven zijn er 2 bedragen opgenomen in de begroting: € 84.400 voor het koppengeld dat exclusief voor de plaatselijke belangen en wijkverenigingen (PBW) is en een bedrag van € 100.000 voor PBW én buurtinitiatieven die los van de PBW worden ondernomen. Er zijn al vele mooie voorbeelden van inwonersinitiatieven, zoals de bijentuin in Steenwijk, AED’s in Scheerwolde en De Bult, minibiebs in Thij en Blankenham, Typisch Vollenhove, buurtkamer De symfonie in Zonnekamp en nog meer. In november as volgt een evaluatie van de tijdelijke regeling “Inwonersinitiatieven zijn goud waard” waar wordt terug geblikt op de regeling en de initiatieven. Deze evaluatie wordt aan de raad aangeboden. Vraag 15: Paragraaf 2.9, Samen redzaam -Wat mag het kosten? Opgenomen is de begrotingspost: “Inzet handhaving intern sociaal domein breed”? Onder 3.6 in het bestedingsplan wordt dit onder 3 toegelicht. Hier wordt gesteld dat capaciteit nodig is voor extra handhaving Participatiewet. Er wordt vooruitgelopen op de uitkomst van een onderzoek.

Wat behelst dit onderzoek? Wanneer zijn de resultaten hiervan bekend? Waarom wordt er niet gezocht naar een interne invulling en 6 verschuiving van werkzaamheden? Hoe verhoudt het intensiever handhaven op de Wmo zich tot de taakstelling van de GGD die Toezichthouders Wmo heeft zoals in de 2e alinea wordt vermeld? Hoe verhoudt zich deze capaciteitsuitbreiding tot de voorgestelde bezuinigingen c.q. versoberingen binnen Samen redzaam? Antwoord: Gemeenten besteden steeds meer aandacht aan het voorkomen én bestrijden van onrechtmatigheid in het zorgdomein. Bij het vormgeven en uitvoeren van deze processen is de afgelopen jaren landelijk veel geleerd. De aandacht voor de aanpak van zorgfraude door gemeenten groeit. Cas uïstiek en verhalen in de media tonen de noodzaak daarvoor ondubbelzinnig aan. Ze laten ook zien dat de fraude zich in verschillende vormen manifesteert. Zo heeft de VNG een onderzoek uitgevoerd: ‘Een wereld te winnen’. Hieruit is gebleken dat de inzet van een handhaver zich terugverdient . Tot op heden is er in Steenwijkerland alleen een handhaver op de Participatiewet ingezet. De in de begroting genoemde extra capaciteit handhaving gaat om een handhaver voor de WMO en Jeugdwet. Het eerder genoemde VNG onder zoek geeft inzicht in aard én aanpak van zorgfraude.

Een van de aanbevelingen is: Stel voldoende capaciteit beschikbaar voor rechtmatigheidstoezicht op Wmo-zorg en jeugdhulp. Het in de begroting genoemde regionale toezicht Wmo richt zich op de kwaliteit van de in het kader van de Wmo geboden voorzieningen en voor een klein gedeelte op fraudesignalen, in 2018 zijn er 2 onderzoeken gedaan en 6 preventieve onderzoeken. Alle regiogemeenten kunnen signalen indienen, de onderzoekscapaciteit is beperkt. Met een ei gen handhaver kan er sneller en gerichter gereageerd worden op signalen. Verschuiving van werkzaamheden intern is niet mogelijk. Naast het feit dat er geen capaciteit intern beschikbaar is, moet een handhaver een opleiding tot BOA gevolgd hebben. De bedr agen die de handhaver voor Participatie binnenhaalde varieert per jaar. In 2019 was het binnengehaalde bedrag (26.000) erg laag door het vertrek van de handhaver. Corona heeft in 2020 gedeeltelijk onderzoeken in het kader van handhaving belemmerd, de nieuw aangestelde handhaver moest daarnaast eerst alle lopende onderzoeken doornemen voor tot actie kan worden overgegaan. Toch is er tot op dit moment al € 96.000 binnengehaald. De veronderstelling dat een handhaver zichzelf én ook nog € 50.000 extra kan binne nhalen lijkt daarom gerechtvaardigd. Dit zal worden gemonitord en onderzocht. Hier komen we begin 2022 op terug.

De genoemde besparing (€ 50.000) is meegenomen in de versoberingsmaatregelen n.a.v. het onderzoek van BDO Vraag 16: Paragraaf 2.9, Samen redzaam – Overzicht baten en lasten. Wat is de verklaring voor de grote verschillen tussen zowel de baten als de lasten tussen de jaren 2020 en 2021? Antwoord: Deze verschillen komen in elk programma in de begroting voor. Oorzaak hiervan is dat de kolom 2020 de begroting na wijziging betreft – dus niet de primitieve begroting – en sprake is van overheveling van investeringen van 2019 naar 2020. Deze komen ten laste van reserves. In het programma Samen redzaam zijn de verschillen wel extreem hoog. De oorzaak hiervan zijn de bijstellingen van de budgetten (uitgaven en inkomsten) voor de uitvoering van de TOZO regeling in 2020. Vraag 17: Paragraaf 2.10Mijn Steenwijkerland –Wonen. Er wordt een en ander gezegd over de groei van de woningbouw in de sociale sector en de inspanningen van de gemeente op dit terrein. Waar vinden we deze terug als het gaat om de ontwikkeling van de particuliere woningbouw? 7 Antwoord: De toename van het aantal sociale huurwoningen en de inspanningen van de gemeente zijn expliciet opgenomen in de programmabegroting omdat we hierover prestatieafspraken hebben gemaakt met de woningcorporaties. Deze afspraken maken de inspanningen van de gemeente ten opzichte van de particuliere sector bijzonder.

Dit neemt natuurlijk niet weg dat wij als gemeente ook onze verantwoordelijkheid hebben om particuliere woningbouw te faciliteren. Er is regelmatig contact met ontwikkelaars en bouwers om ook woningen in de particulier e sector te realiseren. Waar nodig worden afspraken vastgelegd in anterieure overeenkomsten. Vraag 18: Paragraaf 2.10Mijn Steenwijkerland – Kunst en Cultuur, Museumproject Steenwijk. Er worden concrete voorbereidingen getroffen in het kader van het Museumproject Steenwijk. Welke budgetten zijn inmiddels beschikbaar om de realisatie hiervan mogelijk te maken? Antwoord: In de begroting is meegenomen een bedrag van € 65.000 voor 2021 en € 150.000. Dit is inclusief de co-financiering van het Rijk. In paragraaf 3.6 (p. 70) wordt hier nader op ingegaan. In aanvulling op de tekst uit de begroting treft u hieronder een nadere detaillering aan van de uitgaven, incl. de aard ervan: Wat Voorstel STWL 2021 Voorstel STWL 2022 Bijzonderheden - toelichting Kwartiermaker 90.000 90.000 Budget nodig voor (externe) kwartiermaker, verantwoordelijk voor compleet proces; 1. Ontwerp & realisatiefase incl. dekkingsplan 2. Opzet toeristische infrastructuur 3. reorganisatie gemeentelijke museumcollecties 4. Oprichten nieuwe stichting 5. Opzet museumorganisatie opzet def. meerjaren exploitatieplan + dekking tijdelijk impuls, transitiekosten en def.

begroting Project secretariaat 10000 10000 Secretariaat gemeente inzetten, wel kosten opnemen Med. Collectiebeheer 0 32000 1e jaar geen med. Collectiebeheer, in 2022 wel nodig Programmacoördinator PR/educator /programmering vast en tijdelijk 0 53000 Deze al in 2022 laten starten, voor opening aandacht voor productie tijdelijke impuls/ PR - marketing. Bureaukosten en onvoorzien 10000 10000 stelpost, kosten maken ontwerpschetsen, architectkosten, andere kosten Bijdrage Cofinanciering Prov. OV -45.000 -45.000 Stadsarrangementen / inzet kwartiermaker Totale lasten 65.000 150.000 Vraag 19: Paragraaf 2.10Mijn Steenwijkerland – Onderwijs en onderwijshuisvesting. De gemeente ontvangt via de algemene uitkering Gemeentefonds een bijdrage voor onderwijshuisvesting. Welk bedragen zijn dit in 2020 en 2021? Graag uitsplitsen naar PO- en VO-onderwijs. Antwoord: Het klo pt dat we via de Algemene uitkering van het Gemeentefonds middelen ontvangen voor onder andere onderwijshuisvesting. Sinds deze taak in 1997 is gedecentraliseerd van het Rijk naar gemeenten maken de middelen integraal onderdeel uit van de A lgemene uitkerin g en de daarbij behorende systematiek (jaarlijkse aanpassing via de normeringssystematiek van ‘gelijk de trap op en af’). Dat is gebruikelijk bij een dergelijke overheveling van taken.

Binnen het G emeentefonds kennen we dus geen afzonderlijk budget voor onderwijshuisvesting. Uitgangspunt is dat de ontvangsten via de Algemene uitkering uit het Gemeentefonds geen 8 doeluitkering zijn - dus moeten worden aangewend voor het bekostigen van voorzieningen onderwijshuisvesting - maar een voor de gemeenteraad vrij besteedbaar budget is. Vraag 20: Onder 3.4 zijn de raadsbesluiten vermeld, waaronder 16 juni 2020, € 500k structureel voor Sociaal werk De Kop. a. Hoe en waar is dit bedrag terug te vinden? Of is dit bedrag conform de toezegging van het college binnen het sociaal domein gevonden? Zo nee, waarom niet? b. Er is nu structureel € 500k extra opgenomen voor Sociaal werk De Kop. Het lopende contract eindigt echter in 2022. Waarom is dan toch ook € 500k extra opgenomen voor 2023 en 2024? Antwoord: a Het extra bu dget valt onder het totaalbedrag van het programma Samenredzaam, zoals genoemd op p. 59 van de begroting en conform het door de gemeenteraad genomen besluit (zie hieronder). Er zijn forse bezuinigingen doorgevoerd binnen het Sociaal domein. Zie hiervoor p. 72 van de programmabegroting. b Zie hiervoor ook het genomen raadsbesluit, onder beslispunt 2. Besloten is om het budget structureel te verhogen met een bedrag van € 500.000. Vraag 21: Paragraaf 3.5.1, prijscompensatie 3,8%. Prijscompensatie voor 20 21wordt niet in de begroting verwerkt.

Dit geldt ook voor de indexatie lonen en sociale lasten. Hiervan is het Sociaal domein uitgezonderd, omdat er andere indexen gelden en er andere partijen annex zijn. “De bedragen die hiermee zijn gemoeid in 2021 zijn besloten in de financiële mutaties waarover uw raad in het voorjaar bent (= is) geïnformeerd.”, zo staat vermeld. Om welke bedragen gaat het concreet? Was er in het voorjaar al sprake van om geen prijscompensatie en indexatie lonen en sociale lasten toe te kennen? Werken deze kortingen dus niet door naar de interne bedrijfsvoering voor wat betreft het sociaal domein? Hoe werkt de niet toekenning van prijscompensatie en indexatie van lonen en sociale lasten door naar partijen als de Tintengroep, Noordwestgro ep, Meenthe enz.? Is er een overzicht van de instellingen c.a. die dit raakt? Antwoord: Dit jaar is er geen PPN 2021 -2024 opgesteld, omdat het financieel beeld te onzeker was en we het verstandig vonden de besluitvorming dit jaar in 1x te doen bij de Programmabegroting 2021 -2024. Dan vindt de integrale afweging van alle voorstellen plaats bin nen de op dat moment actuele financiële kaders. Dat betekent dat pas na het voorjaar alle bezuinigingsvoorstellen – incl. het niet uitkeren van de prijscompensatie – in beeld zijn gebracht.

9 In het voorjaar hebben we u geïnformeerd over de financiële mutaties voor 2020 met eventuele doorwerking naar latere jaren. Vooral bij het Sociaal Domein zagen we forse tegenvallers in 2020 met een oploop naar 2021 en latere jaren. Bij die berekeningen is rekening gehouden met specifieke indexatiepercentages voor h et Sociaal Domein. Reden is dat d e in de contracten afgesproken indexeringen anders zijn dan het percentage dat wij conform onze eigen systematiek hanteren voor de begroting. Zouden we ons eigen percentage hanteren, dan worden we op een later moment geconfronteerd met financiële tegenvallers. We zijn immers gehouden aan de contracten die zijn afgesloten met de verschillende zorgaanbieders voor Wmo en Jeugdhulp (deze laatste vaak in regionaal verband). Overigens is er ook met het Sociaal Werk De Kop in het c ontract aangegeven welke indexatie moet worden gevolgd. Ook deze wijkt af van hetgeen nu in de begroting staat. Ook gemeenschappelijke regelingen zoals de GGD en de Veiligheidsregio worstelen met de indexatie die de gemeenten hanteren. Het niet uitkeren van de prijscompensatie van 3,8% raakt alle overige partijen waarmee we als gemeenten een subsidierelatie hebben. Zij krijgen dus in 2021 geen prijscompensatie. Dat werkt dus inderdaad door naar partijen als de Meenthe, de bibliotheek en de zwembaden.

VVD heeft geen vragen aangeleverd CPB Vraag 22: Hoeveel mensen hebben we momenteel in dienst als gemeente Steenwijkerland? Antwoord: Op basis van peildatum: 23 -10-2020 is het totaal aantal medewerkers in dienst, inclusief Griffie en WSW medewerkers: 411 (totale formatie: 387). Vraag 23: Van hoeveel mensen heeft het dienstverband nog een tijdelijk karakter, vaste contracten versus tijdelijke contracten ? Antwoord: Totaal aantal medewerkers met een tijdelijke arbeidsovereenkomst: 64. Hiervan worden er een aantal in de komende maanden omgezet naar een arbeidsovereenkomst onbepaalde tijd. Vraag 24: Waar is er in de begroting zichtbaar waar de budgetten voor de bedrijfsvoering lager zijn geworden. Kortom waar is zichtbaar waar er bezuinigd is op de bedrijfsvoering ? Antwoord: De post bedrijfsvoering is niet apart zichtbaar in de begroting. De directe kosten worden op grond van het BBV direct toegerekend aan de bestuursprogramma’s. Hetgeen over blijft, is overhead. Deze staat vermeld op p. 61 en laat een dalende trend zien. De bezuinigingen op bedrijfsvoering zijn als volgt zichtbaar in de begroting: - Geen prijsstijging ramen voor de loonkosten van ruim € 800.000 structureel vanaf 2021 is zichtbaar in de tabel ‘saldoverbeterende maatregelen’ (p. 78).

Per saldo is het effect op de begroting ‘nul’ doordat de bezuinigingsbedragen identiek zijn aan de post ‘indexatie lonen en sociale lasten 2021 (2,8%) in de tabel ‘autonome ontwikkelingen’ (zie p. 65). - De algemene bezuinigingstaakstelling van € 200.000 in 2021 oplopend naar € 350.000 in 2023 is opgenomen in de tabel ‘saldoverbeterende maatregelen’ (p. 78). Dit werkt door in de bedragen 10 voor overhead (conform tabel op p. 61) doordat het budget voor de Directie neerwaarts is bijgesteld. - Het ‘taakstellend’ niet compenseren voor het invoeren van het HR21 functiewaarderingssysteem voor gemeenten (ruim € 200.000) is niet zichtbaar in de tabellen, omdat de bijbehorende kosten niet zijn opgenomen in de begr oting. Normaal gesproken zouden we deze kosten wel moeten opvoeren in de begroting. We kiezen ervoor om de organisatie dit zelf op te laten vangen. Daarmee is het feitelijk een bezuiniging. - Op p. 79 staat vermeld dat in de Programmabegroting 2020-2023 het budget voor bedrijfsvoering is verlaagd tot oplopend € 500.000 structureel vanaf 2023. Op basis van een uitgevoerde analyse van de totale loonsom bleek het budget voor verhoging van periodieken in de salarisschaal niet nodig te zijn.

Vraag 25: Wat is onze bijdrage voor de herontwikkeling van het station? Antwoord: Conform de infographic “Duurzaam (Be)Leefbaar Toerisme” is onze bijdrage aan de ontwikkeling van het ruimtelijk gebied € 155.000. Vraag 26: Wat is onze bijdrage voor ontwikkelen van het wetland centrum in Ossenzijl ? Investering en ambtelijke inzet ? Antwoord: Er is geen extra benodigde gemeentelijke bijdrage noodzakelijk voor het ontwikkelen van het wetlandcentrum in Ossenzijl. Vraag 27: Hoe staat het ervoor met de aanbesteding rondom de school in Giethoorn, wat is afgesproken omtrent eventuele budgetoverschrijding ? Antwoord: De aanbesteding is afgerond. We verwachten spoedig een schriftelijke bevestiging van de uitslag. Indien het budget niet toereikend is (wat de verwachting is), wordt dit in een afzonderlijk voorstel aan u voorgelegd. Vraag 28: De bezoeker draagt bij, wat is de onderbouwing van dit bedrag en hoe gaat dit praktisch in zijn werk? Antwoord: Binnenkort zal hierover meer duidelijkheid komen als het vaar- en verhuurbeleid in de raad wordt behandeld. Er is een i nschatting gedaan op basis van het aantal aanwezige boten. Er is een onderverdeling gemaakt in verschillende categorieën, namelijk houten punters, smalle boten, rondvaartboten en brede boten. Per categorie geldt een bedrag per boot.

Het aantal ingeschatte boten maal een bedrag per boot leidt per saldo tot een opbrengst van € 580.000. Hier staat tegenover dat er ook extra kosten dienen te worden gemaakt. Deze extra kosten bedragen € 180.000 en bestaan uit extra formatie voor toezicht en handhaving, impulsgel den en uitgaven voor huisvesting, coördinatie, gastheerschap en verkeersregelaars. 11 Vraag 29: Waarom is er niet gekozen voor het indienen van een niet sluitende begroting ? Antwoord: Dit is geen technische vraag. Vraag 30: De verhoging van de ozb meer dan trendmatig heeft ook voor het bedrijfsleven impact. Is er overleg geweest met het bedrijfsleven ? Antwoord: Dit is geen technische vraag. Vraag 31: Bent u bekend met de invoering van de WKB vergunningverlening waar een en ander wettelijk is vastgelegd omtrent de hoogte van de leges. Voorgesteld wordt nu om de leges te verhogen terwijl de WKB onderweg is, wat is hier de reden achter ? Antwoord: De invoering van de WKB1 is ons bekend. De wet is al lange tijd in aantocht en zal, zoals het nu lijkt, in werking treden met de Omgevingswet. De WKB brengt met zich mee dat bepaalde taken niet langer door de gemeente zullen worden uitgevoerd. Dat heeft consequenti es voor de leges. Wij zijn daarin zoverre op voorbereid dat we op dit moment al een mogelijkheid h ebben voor een private toetsing, waar een korting op leges tegenover staat.

In de praktijk wordt daar geen gebruik van gemaakt. De nu voorgestelde verhoging van de leges moet los worden gezien van de WKB. De leges worden jaarlijks heroverwogen. De leges zijn bedoeld om te voorkomen dat kosten voor toezicht en vergunningverlening worden afgewenteld op mensen die daar geen gebruik van maken. De leges maken het mogelijk de taken op een professionele en dienstverlenende wijze uit te voeren. De kosten voor uitvoering stijgen landelijk, de leges stijgen mee. In Steenwijkerland zijn de leges nu 2,6% van de bouwkosten. Dat percentage ligt nog onder het landelijk gemiddelde van 2012. Nu is voorgesteld de leges te verhogen tot 3% van de bouwkosten. Het landelijk gemid delde is in 2020 3,4% van de bouwkosten en de verwachting is dat dat gemiddelde percentage in 2021 hoger zal liggen. De leges in Steenwijkerland waren en blijven dus laag ten opzichte van de landelijk gemiddeld gehanteerde leges. Vraag 32: Blz. 7; Vitale-lokale samenleving; Om een impuls te geven aan de vitaliteit van de kernen, zijn er drie gebied coördinatoren benoemd. Vraag; Is het bij de inwoners/raad bekend wie dat zijn en hoe zij kunnen worden benaderd?? Antwoord: Alle PBW’s en externe partne rs kennen “hun” gebiedscoördinator.

Lag voorheen het accent voornamelijk op de PBW’s; tegenwoordig hebben de gebiedscoördinatoren ook steeds meer contact met buurtbewoners en maatschappelijke organisaties. Hiermee is hun bekendheid vergroot. Door middel van nieuwsbrieven en huis -aan-huisbladen wordt ook aandacht besteed aan de rol van de gebiedscoördinatoren: - Cluster Steenwijk en omliggende dorpen: Lina van Veen - Cluster Weerribben: Eric Jonk - Cluster De Wieden: Kor van der Velde 1 De wet Kwaliteitsborging voor het bouwen. 12 Vraag 33: Blz.15; De solvabiliteitsratio is gedaald van 22% in 2020 naar 19% en de jaren 2021 en 2022 zelfs naar 18%. Dit betekend dat geconcludeerd kan worden, dat de financiële positie van onze gemeente enorm verslechterd is t.o.v. 2019. Geen goed teken. Klopt dit ? Antwoord: Het klopt dat onze solvabiliteitspositie verder is gedaald. Dit is mede veroorzaakt door het negatieve rekeningresultaat 2019 en de inmiddels vastgestelde Najaarsnota waarin per saldo ook een daling van de reserves uit voortvloeit. De financiële positie is dientengevolge inderdaad verslechterd. Vraag 34: Blz. 19; In het sociaal domein wordt een meer continue meting van klanttevredenheid voor WMO en Jeugd gedaan. In augustus 2020 was het de bedoeling om de eerste vragenlijsten nieuwe stijl te versturen.

Vraag; Heeft dit plaatsgevonden en zijn de eerste uitslagen al bekend?? Antwoord: Op 26 augustus zijn brieven gestuurd naar alle mensen die in het eerste halfjaar een aanvraag bij de toegang hebben ingediend. In totaal zijn er 690 brieven verzonden. Half oktober hebben 215 mensen gereageerd. Dit komt neer op iets meer dan 30%. De resultaten worden verwerkt en het is de verwachting dat in november de eerste resultaten bekend zijn. De brieven voor het derde kwartaal worden eind oktober verzonden. Vraag 35: Blz.26; Bezuinigingen 2021-2024; Er wordt structureel een bedrag van € 15.000,-- begroot i.v.m. lagere kosten inzameling oud papier, dit heeft betrekking op het niet meer uitbetalen van de vergoeding aan de OPA’s. (zie ook blz. 74) Vraag; Nu de OPA’s het niet meer gaan doen moet de Rova dat doen, daar zijn toch ook kosten mee gemoeid?? Het is niet allemaal winst toch?? Antwoord: De uitgaven op het gebied van oud papier bestaan uit kosten voor de ROVA en kosten voor de vrijwilligers. Als de kosten voor i n dit geval OPA wegvallen, blijven de kosten van de ROVA doorlopen, maar worden ze niet hoger. Vraag 36: Blz. 27; Ambitie Bedrijvigheid. Steenwijkerland wil koploper zijn in de regio. Vraag; waar is dit op gebaseerd??, wij zien daar weinig van in de toename van het aantal bedrijven dat zich heeft, of gaat vestigen in Steenwijkerland.

Vraag; Hoeveel bedrijven hebben zich het afgelopen jaar gevestigd in de gemeente Steenwijkerland?? Antwoord: We willen koploper zijn, niet om de beste te zijn, maar wij bese ffen dat we in regionaal verband sterker staan en dat willen we uitstralen. Regionaal gezien staan wij in een goed daglicht en presenteren we ons goed. Zo zijn we dominant vertegenwoordigd in de HCA, met ons actieplan werk dat als voorbeeld voor de regio beschouwd kan worden. Ook onze positie namens de regio in de Economic Board is hierbij illustratief. Door onze positie in de regio kunnen wij ook profiteren. Denk aan bijvoorbeeld de recente toekenning van de Regiodeal gelden. Aangezien Steenwijkerland deelnam in de regionale samenwerking en daar actief projecten in aandroeg kunnen we ook middelen genereren. Vooraf dient te worden opgemerkt dat de dynamiek van het bedrijfsleven breder is dan alleen het aantal dat zich afgelopen jaar in de gemeente heeft gevestigd. De dynamiek is het saldo van de startende bedrijven, beëindigende bedrijven, bedrijven die van elders naar de gemeente komen en andersom, bedrijven die de gemeente verlaten. En dit is over de hele nog steeds 13 groeiend. Veel van dit soort bewegingen v oltrekken zich buiten de scope van de gemeente, bijvoorbeeld een bedrijf dat een bestaand pand gaat huren, of een deel daarvan.

Wij zien een toenemende belangstelling voor bedrijfskavels in Steenwijkerland. Zo zijn in Blokzijl en in Vollenhove afgelopen ja ar een aantal kavels verkocht. Na jaren stilstand zit ook het bedrijvenpark Eeserwold in de lift en kent een groeiend aantal leads. Dit jaar zijn er 8 kavels verkocht (2 Eeserwold, 3 Vollenhove, 2 Steenwijk en 1 in Blokzijl). Vraag 37: Blz 28; Beoogd resultaat 2021 excellent vestigingsklimaat en dan met name meest gericht op Steenwijk. Vraag; Hoe denkt men over de overige kernen in de Gemeente ook met name qua werkgelegenheid?? Antwoord: Een excellent vestigingsklimaat zorgt ervoor dat bedrijven in d e gehele gemeente zich kunnen ontwikkelen, groeien en innoveren. En verankeren in de gemeente, als stevige bron van werkgelegenheid. Het behoud en groei van de werkgelegenheid staat voorop. Wij realiseren niet zelf deze werkgelegenheid, maar willen optimaal faciliteren. In het bijzonder m.b.t. de resultaten die op p. 28 staan vermeld. Vraag 38: Blz. 31; Lagere contributie aan Regio Zwolle; Vraag wat heeft dat voor gevolgen voor onze gemeente?? Antwoord: De extra geraamde € 43.000 voor een stijging tot € 3 per inwoner komt te vervallen, waardoor dit kan worden bezuinigd. Toelichting: In 2018 heeft de Regio Zwolle een belangrijke stap gemaakt en een ambitieuze route gekozen met de rapportage ‘Regio Zwolle stapt over eigen grenzen’.

De Regio Zwolle wil behoren tot het kernvierkant van de Nederlandse economie en één van de pijlers daarvan vormen. De kern is economische samenwerking met aanvullend 4 randvoorwaardelijke opgaven: bereikbaarheid, Human Capital, Leefomgeving en Energie. Bij deze ambitie hoort ook een nieuwe raambegroting en een verhoging van de basisbijdrage. Alle gemeenten en provincies hebben inmiddels formeel ingestemd met de nieuwe koers en agenda van de Regio Zwolle. Vooruitlopend op deze definitieve verhoging is daar in de begroting reeds rekening mee gehouden. Verwacht werd een stijging van de basisbijdrage tot € 3 per inwoner. De bijdrage per inwoner is echter maximaal € 2,45 per inwoner in 2023, waardoor onze extra € 43.000 kan worden bezuinigd. Vraag 39: Blz 33; Landelijk wordt de discussie gevoerd over de hoogte van de rijksbijdrage aan het sociaal domein, vooruitlopend op de uitkomsten hiervan gaat Steenwijkerland versoberen en de transformatie versnellen. De onderzoeken naar (onze) kosten in het sociaal domein geven richting aan mogelijke besparingen. Vraag; Aan welke kosten wordt zoal gedacht om deze te verminderen en dus besparingen op kan leveren?? Antwoord: Zie voor de bedragen p. 72 van de begroting. Een toelichting hierop vindt u op de pagina’s 74, 75 en 76. Vraag 40: Blz.

35; Beoogd resultaat 2021; Na een tweejarige pilot SO+ klas op het Ravelijn hebben wij besloten deze werkwijze een integraal onderdeel van de jeugdhulp te laten zijn. Zoals wij begrijpen is er al twee jaar ervaring opgedaan, terwijl er eerst in 2022 een goede afstemming tussen de zorg die vanuit 14 het onderwijs wordt ingezet en jeugdhulp. Vraag; Wat zijn de kosten van dit project?? En waarom pas in 2022 een goede afstemming?? Antwoord: Het gaat hier om een hele kleine selecte doelgroep (circa 6 kinderen per schooljaar): kinderen die uitvallen in het speciaal onderwijs, of alleen kunnen deelnemen met een individueel begeleider. Plaatsing in de SO+ groep kan alleen in overleg met de betrokken jeugdconsulent. De gemeente draagt per kind/per jaar bijna € 20.0 00,- bij aan de SO+ groep. Op dit moment zijn 5 van de 12 kinderen in de SO+ groepen vanuit Steenwijkerland en wordt er dus bijna € 100.000, - bijgedragen. Goede afstemming tussen zorg en onderwijs is een proces dat tijd kost. De samenwerking krijgt al geruime tijd op verschillende manieren vorm (bijvoorbeeld SO+ klas en ’t Tij, maar ook binnen Samen voor Ryan) en wordt alleen maar versterkt. In die zin is 2022 het moment waarop het in brede zin gerealiseerd moet zijn. Vraag 41: Blz. 59; Een saldo begroting van min € 2.227 miljoen voor 2020, is niet mis. Antwoord: Dit is geen technische vraag. Vraag 42: Blz.

64; Financiën en Overhead; Met name valt hier de post op van de hogere Brand - en Storm verzekering n.l. € 151.000, -- (hier hebben wij ook vragen over gesteld in de Najaarsnota) en dan de taxatiekosten nog van € 50.000, -- dus ruim € 200.000, -- Vraag; I s de gemeente gebonden aan 1 maatschappij of kunnen er meer offertes worden aangevraagd?? (woningcooperaties dan dit, bijvoorbeeld iedere twee jaar shoppen, en dan vaak voordeel haalde al was het maar 1 of 2 eurocent maar over het totale woningbestand scheelt dat duizenden euro’s) Antwoord: Hertaxatie In onze verzekeringsovereenkomst wordt jaarlijks rekening gehouden met een indexatie. Dit om jaarlijkse hertaxatie en kosten te voorkomen. Dit neemt niet weg dat op een gegeven moment toch een hertaxatieronde moet worden uitgevoerd. Zeker met de wetenschap dat de bouwkosten in de afgelopen jaren zijn gestegen. Zouden we dit niet doen, dan lopen we wel het gevaar op van onderverzekering. Premietoename verzekeringen Vanwege de omvang van de budge tten moet er om de aantal jaren een Europese aanbesteding uitgeschreven worden. De verzekeringsmarkt is op dit moment heel erg verhard. De gemeente heeft een zogenaamde beurgenoteerde polis. Hierbij schrijven meerdere partijen voor een percentage in om tot volledige dekking te komen.

De inschrijving heeft ertoe geleid dat in eerste instantie ALLE inschrijvingen niet tot een dekking van 100% resulteerde. Ophoging van deze inschrijving was noodzakelijk om dit te bewerkstelligen. De behoefte was er derhalve niet om te verzekeren. Hier speelt op de achtergrond dat verzekeringsmaatschappijen ook (evenals banken) steeds verder verplicht worden om hun solvabiliteit sterk te verhogen. Gevolg een sterke en extreme stijging van de promillages. + 21% btw. 15 Het is niet het gevolg van eventueel onderverzekering. Dit omdat in onze polissen al rekening wordt gehouden met een indexatie. Wij zijn nu bezig met het traject van herwaardering van onze gemeentelijke panden. Hieruit kan een 2e effect resulteren Vraag 43: Blz. 65; Bezwaarschriften/herwaardering WOZ; Vraag waarom blijft het bedrag staan van € 176.000,- - voor de komende jaren?? Er moet toch gestreefd worden naar een lager bedrag de komende jaren??? Antwoord: In januari 2020 zijn de belastingtarieven vastgesteld. Hierdoor ontstond een structureel tekort op de OZB van € 176.000. In december 2020 zullen weer de nieuwe belastingtarieven worden vastgesteld. Het is op dit moment nog niet te zeggen wat de gevolgen hiervoor zullen zijn voor de begroting. Vraag 44: Blz. 66; Degeneratievergoeding € 50.000, -- voor 2020. Vraag; Waarom staat deze alleen op de begroting voor het jaar 2020.

Is dit maar een eenmalige vergoeding?? Antwoord: Het betreft hier inderdaad een eenmalig hogere vergoeding ten opzichte van de begroting . In de najaarsnota is dit aangekondigd. Vraag 45: Blz. 68; Inzet Handhaving intern sociaal domein breed kosten € 74.000, -- Een hoog bedrag voor de aanstelling van 1 FTE handhaving. Vraag; Is bij benadering te zeggen hoeveel “fraude” gevallen er de afgelopen jaren gemiddeld zijn opgespoord en voor wat voor bedrag?? Antwoord: Zie het antwoord op vraag 15. Vraag 46: Blz.71 ; Stelpost € 700.000, -- oplopend tot € 1.000.000,- voor de jaren 2022 – 2024. Vraag; Is het nu al de tijd om deze stelpost aan de uitgavenkant te zetten?? Antwoord: In december 2020 aanstaande zal aan de Tweede K amer een voorstel worden aangeboden voor de herverdeling van het gemeentefonds. Deze herverdeling zal op basis van huidige intentie per 2022 worden ingevoerd. Ondanks dat er geen inzicht is in de exacte financiële effecten is uit de eerste consultatie een herverdeling voor gemeenten van 20.000 –50.000 inwoners een effect gecommuniceerd van € 33 per inwoner. Dit zou voor de gemeente Steenwijkerland neerkomen op een bedrag van € 1,5 miljoen. Een dergelijke invoering zal: - Niet ineens doorgevoerd worden; - Bij gelijksoortige gevallen is veelal sprake van een ingroeimodel van 3 jaren.

Hier komt bij dat bij de eerste consultatie in de tweede kamer de herverdeling niet erg positief is ontvangen. Er zou sprake zijn van een te groot effect van platteland naar stedelijke gebieden. Dit heeft erin geresulteerd dat er nu wordt gewerkt aan een aanpassing hierop en de eerste geluiden zijn dat het effect enigszins bijgesteld zal gaan worden. Wel kunnen we met enige zekerheid stellen dat we als gemeente financieel (structureel) nadeel gaan ondervinden. Dat is ook de reden om de stelpost aan de uitgavenkant nu al op te nemen in de programmabegroting en niet te wachten tot volgend jaar. 16 Vraag 47: Blz.72; Onderdeel samen redzaam; Versoberingsmaatregelen Participatie/WMO/Jeugd wat een indrukwekkende cijfers. Vraag; zijn deze onderzoeken ook al aan de raadsleden overhandigd?? En ook weer een extra bedrag van € 150.000, -- (in 2022) voor extra person ele inzet. Vraag; Is dit niet anders op te lossen bijv. uit de bestaande bezetting?? Antwoord: Het betreft de rapportage van de visitatiecommissie VNG en het BDO rapport: ‘Grip op financiën Sociaal domein’. Beide rapportages zijn door het college aan de r aad toegezonden. De extra investering van € 150.000 in 2022 betreft een incidentele investering die samenvalt met een structurele besparing op de bedrijfsvoering Sociaal Domein.

Voor het realiseren van de transformatie doelstellingen en versoberingstaakste llingen zijn trainingen en opleidingen nodig. Om ook de reguliere aanvragen van de inwoners op tijd te kunnen behandelen is daarbij extra bezetting noodzakelijk. Vraag 48: Blz. 72; Herhuisvesting Openbare Bibliotheek per 1 -11-2022 . Vraag; Dit komt voor onze fractie vreemd over, is er al bekend waar de Bibliotheek gehuisvest gaat worden en hoe kunnen deze bezuiniging bedragen nu al berekend worden. (€ 50.000, --Huisvesting en € 30.000, -- efficiëntere werkwijze) ?? Antwoord: De huurkosten van de hoofdvesti ging van de Bibliotheek (Meppelerstraatweg) zijn hoog. De gemeente verstrekt daarom een extra (tijdelijke) huursubsidie van c irca € 90.000 per jaar. Huurovereenkomst kan per 1 -1-2021 worden opgezegd. Herhuisvesting per 1 -11-2022 is dan het uitgangspunt. Eén van de doelen van de herhuisvesting is deze subsidie af te bouwen en te komen tot een efficiëntere bedrijfsvoering. Dit wordt meegenomen in de plannen, waar bibliotheekdirectie samen met de gemeente aan werken, rondom de herhuisvesting. Er is nog geen concreet gebouw. Berekening besparing: - Kostenreductie van € 50.000 op de huurkosten en dit bedrag in mindering brengen op de subsidie huurcompensatie; - In herhuisvesting tevens efficiëntere werkwijze door te voeren met een taakstelling van € 30.000 op exploitatiesubsidie.

Vraag 49: Blz.72/76; Verlagen budget Scala; Voor 2021 € 25.000, -- (maar op bladzijde 76 staat dat het een bezuiniging van € 100.000, -- per jaar oplevert maar op pagina 72 staat alleen maar -/- € 25.000,-- en de volgende jaren geen bedrag) Vraag; Hoe moeten wij dat zien??? Antwoord: In de PPN 2020–2023 is bij de Herprioritering het bedrag aan Scala verlaagd met € 100.000 met ingang van het jaar 2022. Voor het jaar 2021 komt hier nu incidenteel een bedrag bij van € 25.000. Vraag 50: Blz. 77; Lijkbezorging verlengingen begraafrechten; Een besparing van € 50.000, -- Er wordt van uitgegaan dat de komende jaren een stijging van het aantal v erlengingen zal plaatsvinden. Vraag is dat onderzocht?? In deze tijd is het volgens onze fractie maar niet zomaar gezegd, dat de erfgenamen enz. het gaan verlengen, eerder opzegging?? 17 Antwoord: We hebben inzichtelijk welke graven er de komende jaren in aanmerking komen voor een verlengingsvraag. Een blik in de toekomst laat zien dat deze vraag de komende jaren voor steeds meer graven geldt. Het is uiteraard aan de rechthebbende om te kiezen voor verlenging danwel afstand. De ervaring leert dat er na de e erst verlopen graftermijn (vanaf de uitvaart) in de meeste gevallen nog een verlenging volgt (er wordt gesproken over een gemiddelde van 40 jaar voordat afstand wordt gedaan).

Daarnaast hebben we met de aanpassing in de beheerverordening in 2016 de mogelij kheden voor verlenging uitgebreid. Daar waar men voorheen enkel met 10 jaar kon verlengen (voor sommigen te lang en te kostbaar; voor anderen juist te kort), kan een grafrecht sindsdien verlengd worden met 5, 10, 15 of 20 jaar. We zien dat daarmee de eerdere ‘te hoge’ drempel is weggenomen en tegelijkertijd ook dat juist voor langere verlengingstermijnen gekozen wordt. Per saldo levert dit meer inkomsten op (de batenkant is hiertoe eerder al verhoogd). Overigens zijn onze huidige verlengingstermijnen gebase erd op de wet die minimaal 5 jaar en maximaal 20 jaar voor verlenging voorschrijft. Er gaan geluiden op om deze termijnen te verruimen, waarmee mogelijk in de toekomst ook deze optie in het kader van inkomsten interessant is. Het afstand doen weliswaar geen directe inkomsten op, maar voorkomt of verkleint het op de langere termijn uitgaven ten behoeve van eventueel benodigde capaciteit. Vraag 51: Blz. 80; In totaal wil de Gemeente een bedrag van € 400.000, -- aan extra inkomsten genereren door de introduc tie van vermakelijkhedenretributie, dit zal met name uit Giethoorn moeten komen. Vraag; Wanneer denkt het College dit te kunnen invoeren, nu er diverse recht zaken al zijn aangespannen..

(Denk aan de correspondentie van Advocaat Makal???) Antwoord: Het is onjuist te stellen dat rechtszaken zijn aangespannen tegen het vaar - en verhuurbeleid. Van Dommerholt Advocaten zijn, namens een collectief van bootverhuurbedrijven en een ondernemer met meerdere vakantieparken, inspraakreacties ontvangen op het ontwerp v aar- en verhuurbeleid. Daar waar van toepassing worden inspraakreacties verwerkt in het vaar - en verhuurbeleid. Dit beleid wordt binnenkort voorgelegd aan uw raad. Met dit beleid wordt invulling gegeven aan uw motie “bezoeker draagt bij” Vraag 52: Blz. 81 Reserves en Voorzieningen; Eind 2021 is de verwachting dat de vermogenspositie van de Gemeente € 28,6 miljoen zal bedragen excl. voorzieningen. Wanneer wij dat doortrekken naar het jaar 2024 is deze helemaal gehalveerd t.o.v. ultimo 2019 (€ 34.558 milj oen) Als fractie van de CPB houden wij ons hart vast, maar wij zijn vast niet de enigste fractie die daar zo overdenkt. En hoe het de komende jaren zal gaan ….. geen beste vooruitzichten.(Geen Vraag alleen maar een hele grote waarschuwing) Antwoord: Dit is geen technische vraag. Vraag 53: Blz.86. Lokale belastingdruk deze is plm. € 37,76 hoger voor 2021 voor eigenaar en gebruiker. Als fractie van de CPB zijn wij altijd al tegen een dergelijke verhoging geweest, dus is het dit jaar niet anders.

Vraag; Heeft het College nog andere knoppen om aan te draaien, zodat de verhoging binnen de perken kan blijven??? Antwoord: Dit is geen technische vraag. 18 Vraag 54: Blz. 115/116; Signaleringswaarden; De provinciale toezichthouders en het Rijk signaleringswaarden opgesteld voor de verplichte kengetallen. Als je dan ziet dat op pagina 116 de solvabiliteitsratio in de begroting van 2020 t/m 2023 in de kleur paars staat z ijnde categorie C is dat niet best voor onze gemeente en hetzelfde is min of meer van toepassing op de structurele exploitatieruimte. Dus wat de CPB Betreft zeer bezorgd. Antwoord: Dit is geen technische vraag. Vraag 55: Blz.120; Onderdeel wegen; Het g root onderhoud is in 2020 € 2.681 milj. Daarna enkele jaren op “normaal” niveau, maar in 2023 weer een uitschieter naar € 2.222, -- miljoen Vraag; Wat is de reden van dit hoge bedrag. (zal misschien wel ergens mee te maken hebben??) Antwoord: Voor wat betreft het onderhoud van de wegen wordt gewerkt met een onderhoudsvoorziening. Op basis van inspectie wordt gekeken welke uitgaven in welk jaar noodzakelijk zijn. Dit kan betekenen dat er het ene jaar meer onderhoud noodzakelijk is dan het andere. De hogere uitgaven ten opzichte van de gemiddelde uitgaven worden onttrokken aan de voorziening en lagere uitgaven worden gestort in de voorziening. Vraag 56: Blz.

131; Financieringstekort; de komende jaren zal het financieringstekort alleen nog maar oplopen van €33.720 miljoen per 1 -1-2021 tot € 38.200 miljoen. Niet best. En als je dat “doortrekt” naar blz. 133 waar gesproken wordt over het EMU -saldo, waarover het rijk afspraken heeft gemaakt in Europees verband is de Wet Hof ingevoerd. Op de manier waarop het ri jk kijkt, kan dit betekenen dat wij als Gemeente Steenwijkerland een negatief EMU-saldo hebben. Er zijn sturingsopties om dit positief te beïnvloeden o.a. door eventueel activa en passiva, welke niet behoren tot “core business” af te stoten. Vraag heeft he t college hier al eens overgedacht hoe dit aan te vliegen??? En wat gaat dat betekenen voor de kosten verhogende factoren (huur/lease?? Antwoord: Het financieringstekort zou inderdaad positief beïnvloed kunnen worden indien bezittingen van de gemeente worden vervreemd. Ook het geheel / gedeeltelijk / stoppen van nieuwe investeringen zal een positief effect hebben. Het financieringstekort terugdringen is geen doel op zich. Deze draagt bij om te voldoen aan de landelijke norm om niet boven een landelijk E MU tekort van 3% te geraken. De gemeente voldoet in 2021 – 2024 aan de in de septembercirculaire opgenomen norm. De norm 2020 zal negatief zijn indien alle voorgenomen investeringen voor ultimo 2020 zijn uitgegeven.

Vraag 57: Blz.134; Berekening EMU-saldo; De berekening boven aan de bladzijde is mij niet helemaal duidelijk, met enig cijferwerk kom je eruit, maar ik vraag mij of de plussen +) en de (-) minnen wel goed staan; Voorbeeld; als je bij de eerste kolom (begroting 2020) gaat rekenen zoals het daa r staat kom je niet op het bedrag van € 30.455. Wel als je de volgende berekening maakt; - € 18.013 en - € 14.413 (staat +)-€ 1.838 (staat -) en+ € 3.809 staat (-) dan kom je op € 30.455. Vraag hoe moeten wij dat zien??? Antwoord: Een begrijpelijke opmerking. De in november 2018 voorgeschreven tabel van de commissie BBV is gebruikt. De tabel moet gelezen worden door ook de + of - vooraan in de tabel in de berekening mee te nemen. Het optellen van de bedragen op de gebruikelijke manier volstaat in dit geval niet. 19 Cijfermatig ziet het beeld er dan voor 2021 als volgt uit: Bedragen x € 1.000 Begroting 2021 Berekeningswijze (+) Exploitatiesaldo vóór toevoeging aan c.q. onttrekking uit reserves (zie BBV, artikel 17c) -1.887 -1.887 (-) Mutatie (im)materiële vaste activa -2.142 2.142 (+) Mutatie voorzieningen 635 635 (-) Mutatie voorraden (incl. bouwgronden in exploitatie) -1.843 1.843 (-) Boekwinst bij verkoop effecten en (im)materiële vaste activa - - Berekend EMU-saldo 2.733 2.733 Vraag 58: Blz. 138; Doelmatigheidsonderzoek; Jaarlijks wordt deze gehouden.

Er is nu gestart met het onderzoek naar de hondenbelasting, dit onderzoek loopt door naar 2021. Vraag; op wat voor basis is de inschatting gemaakt, dat er 700 honden nog ergens in Steenwijkerlan d lopen zonder dat deze zijn opgegeven??Al met al een zeer negatieve begroting wat wij in jaren niet hebben meegemaakt en welke nog jaren ons kan achtervolgen. Antwoord: Zowel in 2019 als ook in 2020 blijven de inkomsten uit de hondenbelasting achter bij de begroting. Als we alleen naar de hondenbelasting kijken dan zijn de inkomsten in 2019 en 2020 resp. € 174.000 en € 170.000. Vanaf 2016 is er sprake van een dalende trend in de inkomsten, terwijl landelijke cijfers laten zien dat het aantal honden in Nederland gelijk blijft. De dalende trend heeft ons doen besluiten het jaarlijkse doelmatigheidsonderzoek op dit terrein uit te voeren. De genoemde daling zal hierin nader worden geanalyseerd en aanbevelingen voor een zo efficiënte en effectieve uitvoering van de hondenbelasting zullen worden gedaan. Ook verwachten wij door een intensievere hondencontrole beter zicht krijgen op het daadwerkelijk aantal honden en dat we volgend jaar meer kunnen zeggen over het werkelijk aantal honden. De rapportage over het doelmatigheidsonderzoek kunt u in het eerste half jaar van 2021 verwachten.

We ramen geen 690 honden meer, maar hebben bij de NJN de raming voor het aantal honden 2020 naar beneden bijgesteld. De begroting 2021 gaat, in afwachting van de uitkomsten van het doelmatigheidsonderzoek, vooralsnog uit van het oorspronkelijke aantal. Vraag 59: Uit de begroting kunnen we opmaken dat de bouwleges met 15% worden verhoogd. Klopt dit? Antwoord: Het klopt dat de leges die zijn gerelateerd aan de bouwsom met 15% zijn verhoogd (van 2,6 % naar 3% van de bouwsom). ChristenUnie Vraag 60: Bedragen in kolom Infonota 15/10 septembercirculaire komen niet overeen met genoemde tabel. Tabel: 1029-1261-1054-1783 en infonota: 1080 -1301-1847-? Graag specificatie en bedrag in 2024 van sept circulaire groot 1783 (in de infonota zijn ze genoemd en gespecificeerd tot en met 2023!). 20 Antwoord: In de informatienota over de septembercirculaire 2019 zijn de hieronder vermelde bedragen opgenomen. € 1.048 + € 22 - € 16 - € 24 geeft het bedrag (€ 1.029) weer zoals opgenomen voor het jaar 2021 in de tabel op p. 11 van de begroting. Deze som geldt ook voor de jaren 2022 en 2023 . Het jaar 2024 is niet meegenomen bij de septembercirculaire 2019. We begroten immers maar voor 4 jaar. Wel is alvast voor het jaar 2024 de Algemene uitkering op de juiste wijze begroot, vandaar de plus van € 1.783.

In de informatienota van de meicirculaire 2020 staat de hoogte van de Algemene uitkering voor het eerst vermeld. Hieronder kunt u de berekening zien. Vraag 61: Informatienota 30 -6-2020 geeft in de hoofdlijn aan dat in 2021 en volgende jaren er forse plussen ontstaan: 1463-1891-1465-1044. Bedrage die we terugzien in de tabel meerjarenbeeld. Wat bijzonder is dat in de informatienota t.a.v. onderdeel sociaal domein (blz3) een + staat van resp + 334/+389/+234/+343, terwijl in het meerjarenbeeld de bedragen als een -/- worden opgevoerd. Uit de

21 specificatie (tabel 2) blijkt echter duidelijk dat de algemene uitkering van dec 2019 naar mei 2020 oploopt van 8.503 naar 8.83 7: dus + 334. Verschil € 668/778/468/686! Precies hetzelfde gebeurd bij item Taakmutaties: in 1e kolom -/- 60/131/144/144, maar bij specificatie + Wat gaat hier fout!? Antwoord: Er gaat hier niets fout. De Algemene uitkering gaat inderdaad wel omhoog door het Sociaal domein en door Taakmutaties. Hier staan echter wel uitgaven tegenover, vandaar dat er voor genoemde bedragen wordt gecorrigeerd (budgettair neutraal voor het begrotingssaldo). Vraag 62: In de kolom meerjarenbeeld zien we bij Informatienota Financiële mutaties PPN in het jaar 2021 het bedrag - € 3.899.000 staan. Dat is de opstelsom vermeld op blz. 64. In afwijking van genoemde informatienota worden de incidentele uitgaven – groot € 145.000 - NIET van de reserves afgehaald maar van de exploitatie 2021. Deze uitgaven zitten ook niet in het bestedingsplan 2021-2024. Is deze conclusie juist? Antwoord: Die conclusie is juist. Het bedrag van € 145.000 aan incidentele uitgaven is opgebouwd ui t € 25.000 (DBT), € 48.000 (Veilig Thuis) en € 72.000 (WOZ). De laatstgenoemde post is weer gecorrigeerd in de tabel ‘actualisatie informatienota 2020’, eveneens op p. 64.

De incidentele uitgaven worden niet ten laste van de reserve gebracht, omdat het b ijstellingen zijn op al beschikbaar gestelde budgetten in 2020, zoals ook is opgenomen in de NJN 2020. In dat geval hanteren we de systematiek dat bijstellingen gedurende het lopen jaar ten gunste/ten laste komen van het begrotingssaldo. De uitgaven zitten inderdaad niet in het bestedingsplan, omdat het geen nieuwe uitgaven betreffen, maar direct zijn gerelateerd aan mutaties in 2020 (zie NJN 2020). Vraag 63: Op blz. 65 zien we in tabel 3.5 aanpassing jaarschijf 2024. Waar heeft dit betrekking op? Antwoord: Dit heeft betrekking op de aanpassing van de verwachting rondom leges burgerzaken voor € 98.000 en het eindigen van de human capital agenda voor € 80.000 met ingang van 2024. Vraag 64: In bestedingsplan zit een investering groot € 665.000 (zie blz. 68). Is onze conclusie juist dat het benodigde aanvullend budget – genoemd in beleidsplan groot € 305000 – in deze investering zit?! Antwoord: Het is inderdaad correct dat het beleidsplan hierin is verwerkt. In het beleidsplan gaat het over totale uitgaven van jaarlijks € 605.000 (€ 305.000 meer dan begroot). Dit bestaat voor € 498.750 aan investeringen en € 106.750 aan onderhoudslasten. Van het bedrag aan investeringen van € 498.750 komt 1/3 ten laste van de begroting, dit is € 166.250. Dit betekent voor 4 jaar 4 x € 166.250 = € 665.000.

Vraag 65: De bijdrage aan de regio Zwolle is in de begroting verhoogd naar € 3 per inwoner: 2 x € 43.000. Is de conclusie juist dat we nu teruggaan naar € 2 p/inwoner. Of zijn ze nu beiden teruggedraaid? Zie blz. 72. 22 Antwoord: De extra geraamde € 43.000 voor een stijging tot € 3 per inwoner komt te vervallen, waardoor dit kan worden bezuinigd. Toelichting: In 2018 heeft de Regio Zwolle een belangrijke stap gemaakt en een ambitieuze route gekozen met de rapportage ‘Regio Zwolle stapt over eigen grenzen’. De Regio Zwolle wil behoren tot het kernvierkant van de Nederlandse economie en één van de pijlers daarvan vormen. De kern is economische samenwerking met aanvullend 4 randvoorwaardelijke opgaven: bereikbaarheid, Human Capital, Leefomgeving en Energie. Bij deze ambitie hoort ook een nieuwe raambegroting en een verhoging van de basisbijdrage. Alle gemeenten en provincies hebben inmiddels formeel ingestemd met de nieuwe koers en agenda van de Regio Zwolle. Vooruitlop end op deze definitieve verhoging is daar in de begroting reeds rekening mee gehouden. Verwacht werd een stijging van de basisbijdrage tot € 3 per inwoner. De bijdrage per inwoner is echter maximaal € 2,45 per inwoner in 2023, waardoor onze extra € 43.000 kan worden bezuinigd. Vraag 66: Schrappen budget DPS (blz 72): klopt het dat de structurele bijdrage € 5000 bedraagt en een garantiestelling van € 5.000.

Dan is de bezuiniging toch € 5.000? Antwoord: Het Diaconaal platform Steenwijkerland (DPS) kr eeg in het verleden € 15.000 subsidie voor het noodfonds en dat is in 2019 verlaagd naar € 10.000. Er is echter geen sprake van een garantiestelling. Aangezien DPS over de afgelopen jaren een behoorlijke buffer ( reserve) heeft opgebouwd hebben we onlangs afgesproken dat ze die eerst opmaken en dat ze voor de komende jaren geen subsidie aan zullen vragen (vanaf 2020). Wel hebben ze de gemeente verzocht dat, mocht de bodem in zicht raken, we de bereidheid uitspreken dat ze weer voor subsidie in aanmerking komen. Tevens is het zo dat de kerken ook steeds meer bijdragen aan dit noodfonds. Vraag 67: In het meerjarenbeeld staat in tabel 2.3 als laatste regel de ‘opbrengst’ van de extra verhoging van de lokale lasten zijnde € 440.000. Het overzicht belastingopbrengsten op blz. 85 laat hogere inkomsten zien van ruim € 950.000 (9666 -8712). We zouden graag de berekening willen zien hoe die extra opbrengst is berekend en waar het andere bedrag – rond € 500.000 – begroot is in de PB 2021 -2044. Waar komt dat bedrag van € 440.000 weg? Antwoord: De ruim € 950.000 bestaat uit de € 440.000 aan de extra verhoging van de OZB (6,1%) en voor circa € 300.000 aan de verhoging van de OZB met 3,8% inclusief areaaluitbreiding. Daarmee stijgen de inkomsten van de OZB in totaal met € 740.000.

Het overige verschil zit in de toeristenbelasting voor € 180.000, dit bestaat uit € 125.000 waarmee in 2020 bij de najaarsnota het budget 2020 eenmalig is verlaagd. Dit effect in 2020 heeft gevolgen voor de stijging naar 2021. Daarnaast is sprake van een hogere opbrengst van € 55.000 a.g.v. extra overnachtingen (besluitvorming Programma begroting 2019-2022). De hondenbelasting is ook in de najaarsnota eenmalig met € 34.000 verlaagd en verklaart het overige verschil. Vraag 68: Op blz. 48/49 wordt geschreven over leven lang leren/ontwikkelen. Er wordt voorgesteld het principe van leven lang leven integraal op te pakken. Nogal vaag en abstract omschreven. Wat houdt dit nu concreet in? Kunnen we een paar voorbeelden krijgen wat er dan zoals veranderd? Antwoord: Binnen de gemeente Steenwijkerland worden door zowel diverse organisaties als particulieren activiteiten aangeboden en uitgevoerd die vallen onder de term “Een Leven Lang Leren”. Al deze 23 activiteiten zijn gericht op zoveel mogelijk en zo zelfstandig mogelijk ‘mee doen’ in de samenleving. Momenteel wordt het aanbod vanuit de gemeente aangevlogen vanuit verschillende beleidsvelden, organisaties en ondernemingen. Doel van principe ‘een leven lang leren’ is beleidsvelden en stakeholders aan elkaar te verbinden. Deze verbinding van beleidsvelden vinden plaats op zowel organisatorisch als fysiek vlak.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/086d29ed-46d4-41b4-84ad-c2176d84ae29?agendaItemId=d180bd28-6496-40f0-bf37-00ace96f32bc