CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

8.2 Provincie Overijssel - Nota van Antwoord De Wieden 2 - bijlage 2

Raadsvergadering 1 april 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken31.782 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 4

Status: Definitief IMRO-idn: NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 Nota van Antwoord Provinciaal Inpassingsplan (PIP) en gecoördineerd peilbesluit en ontgrondingsvergunning De Wieden II Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 De Nota van Antwoord heeft betrekking op de zienswijzen die zijn ingediend op het ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) met bijbehorend MER en gecoördineerd peilbesluit en ontgrondingsvergunning voor het gebied De Wieden II, dat opgesteld is door de provincie Overijssel. In de Nota van Antwoord zijn de binnengekomen zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Waar nodig heeft afstemming plaatsgevonden met de partners uit het gebiedsproces: Samen economisch sterker, met de kracht van de natuur Overijssel is prachtig om te wonen, werken en recreëren. De komende jaren werken we samen aan het behoud en herstel van kwetsbare natuur en realiseren we nieuwe kansen voor de economie. De natuur heeft te lijden onder effecten van industrie, verkeer en landbouw, terwijl nieuwe economische ontwikkelingen worden beperkt om de natuur niet verder te belasten. Bewoners, belangenorganisaties en overheid hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kwaliteit van het leefgebied van dieren en planten te verbeteren, voor nu en in de toekomst.

Met maatwerk maken we de natuur veerkrachtig en weerbaar tegen invloeden van buiten, waardoor op termijn weer nieuwe economische kansen ontstaan. Waar nodig wordt de bestemming en/of het gebruik gewijzigd en planologisch vastgelegd in een ruimtelijk plan. De maatregelen kunnen effect hebben op de gronden in de directe omgeving van de Natura 2000-gebieden. Samen met de grondeigenaren zorgen we voor een passende oplossing voor hun toekomst. Meer informatie over de besluiten Natura 2000? Kijk ook op: www.overijssel.nl/natura2000procedures Of neem contact op via natura2000pip@overijssel.nl onder vermelding van het betreffende Natura 2000- gebied.

Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Inhoudsopgave Inhoudsopgave ....................................................................................................................................3 1 Terinzagelegging Ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) gecoördineerd peilbesluit en ontgrondingsvergunning ........................................................................................................................5 1.1 Inleiding ..............................................................................................................................5 1.2 Terinzagelegging ...................................................................................................................5 1.2.1 Ingediende zienswijzen/reacties ..........................................................................................5 1.3 Algemene en achtergrondinformatie, mede t.b.v.

de beantwoording van de zienswijzen ..................6 1.3.1 Over planschade ................................................................................................................6 1.3.2 Over het schadeloket .........................................................................................................6 1.3.3 Over niet PIP, peilbesluit of ontgrondingsvergunning gerelateerde onderwerpen .........................6 1.3.4 Overgangsrecht .................................................................................................................6 1.4 Wijzigingen ..........................................................................................................................6 1.4.1 Ambtshalve ......................................................................................................................6 1.4.2 Naar aanleiding van zienswijzen ..........................................................................................7 1.5 Leeswijzer en vervolgprocedure ..............................................................................................7 1.5.1 Leeswijzer ........................................................................................................................7 1.5.2 Vervolgprocedure ..............................................................................................................7 2

Beantwoording zienswijzen ...............................................................................................................8 Zienswijze 1: .................................................................................................................................8 Zienswijze 2: (mondeling) ................................................................................................................8 Zienswijze 3: .................................................................................................................................9 Zienswijze 4: ................................................................................................................................11 Zienswijze 5: ................................................................................................................................12 Zienswijze 6: ................................................................................................................................16 Zienswijze 6a: ..............................................................................................................................21 Zienswijze 6b: ..............................................................................................................................24 Zienswijze 7:

................................................................................................................................29 Zienswijze 8: ................................................................................................................................32 Zienswijze 9: (mondeling) ..............................................................................................................33 Zienswijze 10: ..............................................................................................................................34 Zienswijze 11: ..............................................................................................................................37 Zienswijze 11a: ............................................................................................................................41 Zienswijze 12: ..............................................................................................................................42 Zienswijze 13: ..............................................................................................................................45 Zienswijze 14: ..............................................................................................................................56 Zienswijze 15:

..............................................................................................................................60 Zienswijze 16: ..............................................................................................................................64 3 Adviezen ......................................................................................................................................68 Advies 1: .....................................................................................................................................68 Advies 2: .....................................................................................................................................69 4 Ambtshalve wijzigingen ..................................................................................................................72 Wijzigingen Toelichting/Regels (T/R) ................................................................................................72 Wijzigingen Inrichtingsplan/Maatregelenkaart/Verbeelding (I/M/V) ......................................................72 Wijzigingen MER ...........................................................................................................................72 Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 5 Aanpassingen n.a.v.

de zienswijzen ..................................................................................................74 Wijzigingen Toelichting/Regels/Bijlagen ............................................................................................74 Aanleiding ....................................................................................................................................74 6 Colofon ........................................................................................................................................75 Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 1 Terinzagelegging Ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) gecoördineerd peilbesluit en ontgrondingsvergunning 1.1 Inleiding De Wieden is op 25 november 2013 aangewezen als Natura 2000-gebied. Het gebied bestaat uit uitgestrekt laagveenmoeras met meren en kanalen met daartussen natte graslanden, natte heiden, trilvenen, galigaanmoerassen, petgaten, rietland en moerasbos. De Wieden is, samen met de Weerribben, een restant van het veengebied dat zich ooit van Zwolle tot ver in Friesland uitstrekte. In dit gebied ligt de opgave om het leefgebied voor verschillende broedvogels, zoals de Roerdomp, de Purperreiger en de Bruine Kiekendief, te vergroten om deze vogels te behouden.

Verder moeten de Grote Vuurvlinder (een ondersoort die nergens anders ter wereld voorkomt, behalve in de Weerribben) en enkele andere insecten behouden blijven en in aantal uitbreiden. De maatregelen in De Wieden zijn erop gericht dat de Grote Vuurvlinder ook hier weer terugkomt. Verbindingszones met voldoende sloten, moeras en specifieke planten voor rupsen en vlinders moeten zorgen dat populaties met elkaar worden verbonden. De herstelmaatregelen in het Natura 2000-gebied De Wieden richten zich vooral op het afgraven van grond, het graven van sloten, het aanbrengen van kades en keringen en het ontwikkelen van moerasgronden en blauwgrasland. De natuurdoelen zijn vastgelegd in het Natura 2000-beheerplan. Voor een aantal deelgebieden in het Natura 2000-gebied De Wieden (Muggenbeet, Verbindingszone Wieden - Vollenhovermeer en Duinweg Leeuwte) is reeds een inrichtingsplan en Provinciaal Inpassingsplan (PIP) vastgesteld. Nu is gestart met de planuitwerking voor de uitvoering van de tweede fase. Daarbij gaat het om de deelgebieden Zomerdijk-Zwartsluis, Zomerdijk-Beukers, Doosje en Polder Giethoorn. Deze deelgebieden maken onderdeel uit van het PIP De Wieden2. Binnen de vier deelgebieden worden meerdere doelstellingen voor habitattypen en doelsoorten gerealiseerd. Daarvoor zijn diverse maatregelen nodig.

Op hoofdlijnen houdt in dat de huidige situatie in deze vier gebieden moet worden omgevormd naar moerasnatuur en dat het waterpeil wordt verhoogd. De maatregelen voor De Wieden2 zijn eerst uitgewerkt in een schetsontwerp. Vervolgens is het schetsontwerp uitgewerkt in een inrichtingsplan en daarna in een ontwerp-PIP. Om de milieueffecten in beeld te brengen is er een plan-project-MER opgesteld. Dit MER is als bijlage bij het PIP gevoegd. Op 17 oktober 2023 hebben Gedeputeerde Staten het ontwerp-PIP De Wieden2, het MER en overige bijlagen vastgesteld. Tevens zijn de volgende ontwerpvergunningen verleend: - Bevoegd gezag provincie Overijssel: ontgrondingsvergunning - Bevoegd gezag Waterschap Drents Overijsselse Delta: peilbesluit 1.2 Terinzagelegging Het ontwerp-PIP, het MER en gecoördineerd ontwerp-peilbesluit en ontgrondingsvergunning voor De Wieden2 hebben vanaf 9 november tot en met 20 december 2023 ter inzage gelegen zowel via www.overijssel.nl/wiedenweerribben als www.ruimtelijkeplannen.nl. De terinzagelegging is ook vermeld in het Provinciaal blad, 2023, nr. 12959 (8 november 2023).

Tevens was een inkijkexemplaar beschikbaar op de volgende locaties: - Het gemeentehuis van Steenwijkerland, Vendelweg 1, 8331 XE STEENWIJK - Het gemeentehuis van Zwartewaterland, Telvorenstraat 2, 8061 CB HASSELT - Het provinciehuis van Overijssel, Luttenbergstraat 2, 8012 EE ZWOLLE Er zijn op 15 en 16 november inloopbijeenkomsten georganiseerd in respectievelijk Giethoorn en Zwartsluis. 1.2.1 Ingediende zienswijzen/reacties Gedurende deze termijn zijn er 16 zienswijzen ontvangen. Deze hebben niet geleid tot aanpassing van het ontwerp-PIP, het ontwerp-peilbesluit of de ontwerp-ontgrondingsvergunning. Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 1.3 Algemene en achtergrondinformatie, mede t.b.v. de beantwoording van de zienswijzen 1.3.1 Over planschade De gronden binnen het plangebied zijn in eigendom van particulieren, de Provincie Overijssel, het Waterschap Drents Overijsselse Delta en Natuurmonumenten. Door de maatregelen kan er economische schade en waardedaling ontstaan, ook op gronden naast het plangebied. We proberen die zoveel mogelijk te voorkomen, maar we kunnen het niet uitsluiten. Onze taxateurs hebben er alles aan gedaan en blijven dit doen om in voorkomende gevallen tot een minnelijke schikking te komen. In alle gevallen staat de weg voor een planschadeverzoek nog steeds open.

Dit verzoek kan echter pas bij de provincie ingediend worden nadat het PIP onherroepelijk is geworden. Dat is nadat Provinciale Staten (PS) het plan hebben vastgesteld en er geen beroep is ingesteld bij de Raad van State (RvS) of nadat de RvS een uitspraak heeft gedaan. Of iemand voor planschade in aanmerking komt hangt onder meer af van de vraag of de schade boven het normaal maatschappelijk risico uitkomt. Het normaal maatschappelijk risico is dat deel van de schade dat voor eigen risico blijft. De vraag is in hoeverre eventuele planschade binnen het normaal maatschappelijk risico valt en op grond van artikel 6.2 van de Wet ruimtelijke ordening (Wro), geheel of gedeeltelijk voor eigen rekening behoort te blijven. Bij het beantwoorden van deze vraag moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval en wordt getoetst aan 3 criteria: • of de planologische ontwikkeling als een “normale maatschappelijke ontwikkeling” kan worden beschouwd; • of de ontwikkeling in de ruimtelijke structuur van de omgeving past; • of de ontwikkeling past binnen het door de overheid gevoerde planologische beleid. Als blijkt dat aan de drie hiervoor genoemde criteria is voldaan, is de ontwikkeling aan te merken als een “normale maatschappelijke ontwikkeling” die in de lijn der verwachtingen lag en blijft eventuele planschade voor eigen rekening.

1.3.2 Over het schadeloket In meerdere zienswijzen is aangegeven dat men geen schade wenst door de inrichtingsmaatregelen en dat men de provincie verantwoordelijk houdt als er toch schade ontstaat. De provincie heeft een schadeloket voor iedereen die schade heeft geleden door maatregelen die zijn uitgevoerd of plannen die zijn vastgesteld, in het kader van het programma Ontwikkelopgave Natura 2000. Voorbeelden van schade zijn inkomensschade (zoals minder winst door minder inkomsten of door extra kosten) of waardevermindering van grond, woning of bedrijfspand door een provinciaal inpassingsplan (“PIP”), Natura 2000-beheerplan, inrichtingsplan, omgevingsvergunning of fysieke maatregelen. Als men van mening is dat er (ook in een later stadium) schade is opgetreden als gevolg van dit PIP of van maatregelen die de provincie heeft uitgevoerd die niet voor hun rekening moeten behoren, kan men een verzoek om vergoeding van die schade indienen bij de provincie (schadeloket). De provincie zal dan een onafhankelijke commissie aanstellen die beoordeelt of de schade is veroorzaakt door de provincie en in hoeverre de schade voor vergoeding in aanmerking komt. Verzoeken om schadevergoeding kunnen worden ingediend bij het schadeloket van de Provincie Overijssel, aangezien het peilbesluit is genomen op verzoek van deze provincie, ten behoeve van het Natura 2000-gebied De Wieden.

Meer informatie over het indienen van een verzoek is te vinden op: www.overijssel.nl (Schade door maatregelen Natura 2000 - Loket provincie Overijssel). 1.3.3 Over niet PIP, peilbesluit of ontgrondingsvergunning gerelateerde onderwerpen In een aantal zienswijzen zijn door de indieners onderwerpen aangedragen die geen directe relatie met het PIP of het peilbesluit hebben. Veelal zijn het onderwerpen die de indiener bij de provincie onder de aandacht wil brengen om zo zijn/haar zorg te uiten. Beantwoording van deze onderwerpen in een Nota van Antwoord leidt dan niet tot een aanpassing van de PIP, het peilbesluit of de ontgrondingsvergunning. 1.3.4 Overgangsrecht Op 1 januari 2024 is de Omgevingswet in werking getreden. Bij de invoering van deze wet is overgangsrecht opgenomen in de Invoeringswet Omgevingswet. Het overgangsrecht voor een PIP (artikel 4.4 Invoeringswet Omgevingswet) houdt in dat wanneer een ontwerp PIP ter inzage is gelegd voor 1 januari 2024, het oude recht blijft gelden totdat het PIP onherroepelijk wordt. 1.4 Wijzigingen 1.4.1 Ambtshalve Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Er zijn in de afgelopen periode wenselijke aanpassingen naar voren gekomen. Dit zijn zogenaamde ‘ambtshalve wijzigingen’. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 4 .

Ze zijn onderverdeeld naar aanpassingen in de Toelichting/Regels, de Verbeelding, de MER en het Inrichtingsplan. 1.4.2 Naar aanleiding van zienswijzen Zoals in paragraaf 1.2.1 is aangegeven hebben zienswijzen niet geleid tot aanpassingen van het PIP, inclusief bijlage, het peilbesluit en de ontgrondingsvergunning. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 5. Ze zijn onderverdeeld naar aanpassingen in de Toelichting/Regels, de Verbeelding en het Inrichtingsplan. GS trachten tot op het laatste moment tot een minnelijke schikking te komen. Als die bereikt wordt nadat de stukken met de Nota van Antwoord aan GS zijn voorgelegd kan de inhoudelijke reactie alleen bij besluit van GS worden aangepast. De eventueel aangepaste Nota van Antwoord wordt dan doorgeleid naar PS ter vaststelling. Na het besluit van GS kan de Nota van Antwoord alleen nog via een gehele of gedeeltelijke intrekking van de zienswijze door PS aangepast worden. Dit is mogelijk tot op het moment van vaststellen van het PIP door PS. 1.5 Leeswijzer en vervolgprocedure 1.5.1 Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze Nota van Antwoord worden de ontvangen zienswijzen samengevat en van een antwoord voorzien. Hier is ook aangegeven of deze zienswijzen aanleiding hebben gegeven tot wijzigingen. De zienswijzen zijn geanonimiseerd en hebben deels geleid tot aanpassing van het inrichtingsplan en/of het PIP.

De nummers die gebruikt worden in hoofdstuk 2 zijn als volgt opgebouwd. Het eerste cijfer betreft nummer van de betreffende indiener. Het tweede cijfer is een onderdeel uit de zienswijze/grond van de indiener. Het volgende voorbeeld verduidelijkt dit: 5.4  is indiener 5 en zienswijze/grond 4. Als er een ‘a’ achter het eerste cijfer is opgenomen betreft het een aanvulling op de zienswijze. Als er PB bij staat betreft het het peilbesluit en als er een O voorstaat de Ontgrondingsvergunning. In hoofdstuk 3 zijn de adviesbrieven opgenomen. In hoofdstuk 4 zijn de ambtshalve wijzigingen opgenomen. Zie ook paragraaf 1.5.1. In hoofdstuk 5 zijn de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen opgenomen. Zie ook paragraaf 1.5.2. 1.5.2 Vervolgprocedure Met de verwerking van de zienswijzen in de Nota van Antwoord wordt het ontwerp PIP omgezet naar een definitief PIP. Dit definitieve PIP wordt door Provinciale Staten van Overijssel (naar aanleiding van de zienswijzen gewijzigd) vastgesteld. De definitieve ontgrondingsvergunning wordt door Gedeputeerde Staten van Overijssel vastgesteld en het definitieve peilbesluit wordt door het Dagelijks Bestuur van het Waterschap Drents Overijsselse Delta. De Nota van Antwoord is als bijlage aan het PIP gekoppeld. Voorafgaand aan de vaststelling door Provinciale Staten wordt de Nota van Antwoord aan de indieners van een zienswijze toegezonden.

Daarnaast hebben de indieners de mogelijkheid om in de Commissievergadering hun zienswijze nader toe te lichten. Nadat het PIP door PS is vastgesteld ligt het plan weer ter inzage. Tijdens de periode van terinzagelegging van het door Provinciale Staten vastgestelde PIP en de gecoördineerde vergunningen kan eenieder die een zienswijze heeft ingediend en belanghebbenden (ongeacht of zij een zienswijze hebben ingediend) hiertegen beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Wanneer het plan gewijzigd wordt vastgesteld kan eenieder tegen die wijziging beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 2 Beantwoording zienswijzen Nr. Zienswijze 1: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig 1.0 Ik ben tegen het plan om natuur te ontwikkelen. Nee 1.1 Ik vind het geld verslindend. De provincie Overijssel heeft voor de Natura 2000 gebieden afspraken gemaakt over het behoud, herstel en uitbreiding van de natuur. Daarom maken we voor de Natura 2000 gebieden uitvoeringsplannen. Voor de uitvoering van de maatregelen heeft de provincie financiële middelen beschikbaar gesteld. Nee 1.2 Er is hier al een groot mietsen-/muggenprobleem en zo wordt dat automatisch ook weer vergroot.

In deelgebied Zwartsluis zal het noordelijke gedeelte (dat tegen de bestaande natuur aanligt) natter worden dan het nu is. De kans bestaat dat het aantal muggen en mietsen hier toeneemt. De afstand tussen deelgebied Zwartsluis en omliggende bebouwing is dusdanig groot dat dit niet zal leiden tot meer overlast. Het zuidelijke deel (dat tegen de Zomerdijk aanligt) wordt opgehoogd en daarom niet natter dan het nu is. Daar zal het aantal muggen en mietsen eerder afnemen dan toenemen. Voor de overige deelgebieden geldt dat rond de woningen een open en droge zone wordt aangelegd, dit is onaantrekkelijk voor muggen door de windwerking. In de in te richten gebieden wordt het peil verhoogd, maar het blijft een constant peil (= peil Meppelerdiep) waardoor het gebied niet droogvalt. Het muggenprobleem rond de woningen wordt als gevolg van de inrichtingsmaatregelen niet verergerd. Nee 1.3 Reeën uit het riet komen 's avonds in de weilanden om daar te grazen. Na uitvoering van de maatregelen blijven er voldoende mogelijkheden voor reeën om te kunnen foerageren in de randen van het gebied. Nee Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP, peilbesluit en de ontgrondingsvergunning Nr.

Zienswijze 2: (mondeling) Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig 2.1 PB De heer … maakt zich zorgen over de drooglegging van zijn grond rondom de woning en verzoekt ook De huidige afwatering loopt via perceelsloten naar het noorden. Via de hoofdwatergang moet het water een afstand van 2 kilometer naar het gemaal afleggen. In het nieuwe plan wordt er een kwelsloot aangelegd langs de Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr. Zienswijze 2: (mondeling) Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig deze grond op te hogen, net als in het projectgebied. woningen om verhoging van de grondwaterstanden bij de woningen te voorkomen. De nieuwe afstand van het water naar het gemaal is ongeveer 750 meter, dit is meer dan een halvering van de huidige afstand van de watergangen en verbetert daardoor de waterafvoer van uw perceel. De sloten rondom de woning worden verbeterd waardoor het hemelwater makkelijker kan worden afgevoerd. Door deze maatregelen is ophogen van de grond rondom uw woning niet nodig. Daarnaast worden grondwaterstanden in de directe omgeving gemonitord. De gegevens daarvan zijn raadpleegbaar in het (online) BRO-loket. 2.2 PB De heer … maakt zich zorgen door de extreme peilverhoging of zijn kelder/kruipruimte wel droog blijft.

Hoe is dit gewaarborgd? Om verhoging van de grondwaterstanden rondom de woningen te voorkomen wordt een kade met een kwelsloot aangelegd. Het hydrologisch onderzoek toont aan dat er daarmee geen verhoging van de grondwaterstanden rondom de woningen is te verwachten. Uw huidige probleem van water in de kelder en kruipruimte wordt veroorzaakt door de gebrekkige afvoer van hemelwater tijdens piekbuien. Dit probleem komt doordat de huidige capaciteit in de watergangen voor afvoer van hemelwater onvoldoende is. Door het opschonen van de watergangen rondom de woningen wordt de afvoer van overtollig hemelwater verbeterd. Na inrichting is het onderhoud van de sloot voor de eigenaar. Het huidige peil wordt gehandhaafd bij de woningen. Daarnaast wordt de grondwaterstand gemeten in een peilbuis bij het adres Zomerdijk 12. De grondwaterstand wordt in de peilbuis gemeten om te controleren of er geen effecten optreden door het inrichtingsplan. Mocht er door het plan toch een onverwacht vernattingseffect optreden dan verwijzen wij u naar het schadeloket. Zie verder paragraaf 1.3.2. Nee Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP, peilbesluit of ontgrondingsvergunning Nr. Zienswijze 3: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig 3.0 Hierbij dienen wij als aangrenzende grondeigenaar in polder Giethoorn een zienswijze in.

3.1 Wij zijn van mening dat er pas in een laat stadium actie is ondernomen om de aangrenzende eigenaren Tijdens de periode van de planuitwerking zijn omwonenden op verschillende manieren betrokken en daartoe uitgenodigd. In de ‘corona-periode’ is dat helaas minder intensief geweest dan gewenst. Met de aangrenzende eigenaren Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr. Zienswijze 3: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig op de hoogte te stellen/mee te nemen in het proces. is 3 keer een bijeenkomst georganiseerd waarin de voortgang en de inhoud van de inrichtingsmaatregelen zijn besproken. Een aantal maanden voor de terinzagelegging van het ontwerp PIP zijn alle aangrenzende eigenaren thuis bezocht en is uitgelegd wat de maatregelen en de effecten zijn. 3.2 Het proces van natuurontwikkeling heeft ongetwijfeld veel invloed op uw landbouwgrond, en verbouw van gewassen daarop. Zowel qua kweldruk, als qua overlast door ganzen. In het plan ontbreken ook concrete oplossingen hiervoor. De invloed die de natuurontwikkeling heeft op (aangrenzende) landbouwgronden is beschreven in het MER en het hydrologisch onderzoek. Voor verdere beantwoording van de vraag verwijzen wij u naar de antwoorden bij de vragen 3.3 en 3.4. Voor eventuele schade door ganzenvraat heeft de provincie Overijssel een regeling voor compensatie van ganzenvraat.

Voor verdere beantwoording verwijzen we naar de beantwoording bij 3.5. Nee 3.3 PB Volgens de hydrologische kaart die jullie hebben laten zien, ontstaat er alleen achterop uw percelen een hogere kweldruk. De ervaring van ons en meerdere ervaringsdeskundigen met ons, is dat kwel veel verder gaat. Dit zien we ook aan de Wetering en de Beulakerpolder. Het hydrologisch onderzoek is conform alle normen uitgevoerd. Op basis van, gebiedskennis, gemeten grondwaterstanden in verschillende bodemlagen en op basis van plaatselijke bodemopbouw (inclusief de aanwezige oerlaag) zijn de effecten berekend. De eerdere inrichting van de Beulakerpolder is ook meegenomen in het hydrologisch onderzoek. Met het grondwatermodel is de verandering van kwel- en infiltratie in beeld gebracht. Nee 3.4 PB Onze inziens heeft het ophogen van de achterste 50 meter niet veel effect. Ook is ons niet duidelijk dat, mocht er na realisatie vernatting van de percelen ontstaan, hoe wij dit kunnen/moeten bewijzen, en wie hier verantwoordelijk voor is om dit op te lossen. Tijdens de planuitwerking zijn alle mogelijkheden onderzocht om vernattingseffecten te voorkomen. De uitkomsten van het hydrologisch onderzoek geven aan dat er op uw perceel een lichte grondwaterverhoging met nadelige gevolgen voor uw gebruiksfunctie is te verwachten.

Daarover is met u afgesproken dat er mitigerende maatregelen genomen gaan worden en dat deze voor de start van de uitvoering met u zijn afgestemd. Voor het bepalen van effectieve mitigerende maatregelen wordt een onafhankelijk adviseur ingeschakeld. In het inrichtingsplan is opgenomen dat de mitigerende maatregelen tegelijk worden uitgevoerd met de uitvoering van de N2000 maatregelen. Voor situaties waar toch schades optreden als gevolg van de uitgevoerde maatregelen heeft de provincie een schadeloket. Zie verder paragraaf 1.3.2. In overleg met u is een extra peilbuis geplaatst. De grondwaterstand wordt in de peilbuis gemeten om te controleren of er grondwaterverhogingen optreden door maatregelen uit het inrichtingsplan. Deze peilbuis wordt minimaal 1 jaar (conform peilbesluit) voor peilwijziging geplaatst en zoveel eerder als mogelijk. Nee 3.5 Omdat er vernatting van het te realiseren natuurgebied optreedt, zal dit ook ganzen aantrekken. Die op hun beurt schade aanrichten aan uw gewassen. Is hier ook rekening mee is gehouden en of hier oplossingen voor voorhanden? Het beleid van de provincie is erop gericht om het aantal ganzen, en daarmee de ganzenoverlast, terug te dringen. Voor eventuele schade door ganzenvraat heeft de provincie Overijssel een compensatieregeling. Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr.

Zienswijze 3: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig Meer informatie over deze schaderegeling vindt u op de onderstaande website van de provincie Overijssel; Leven met beschermde plant- en diersoorten - Provincie Overijssel Zie ook paragraaf 1.3.2. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP, peilbesluit of ontgrondingsvergunning Nr. Zienswijze 4: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig 4.0 Op het ontwerp – PIP de Wieden 2 willen betrokkenen bezwaren indienen. Wij zijn woonachtig aan de Cornelisgracht in Giethoorn. Aangezien wij net buiten het plan ligt van het nieuw te realiseren natuurgebied willen wij toch verzekerd zijn dat er geen nadelige consequenties aan zitten. Door het tot stand komen van het plan Bodelaeke hebben we al extra maatregelen getroffen d.m.v. drainage. Onze kelder stond destijds blank maar dit is nu verleden tijd en dit willen we graag zo houden. Er zijn meerdere plekken in Giethoorn waar ze last hebben van water in de kelder en kruipruimte door de gerealiseerde natuur en het plan Bodelaeke. 4.1 PB De vraag die bij ons opkomt is waarom het waterpeil zo ernstig verhoogd moet worden? Wetende dat dit ernstige gevolgen heeft voor de omwonenden en landbouw om u heen. Het is nu ook natuur en met een goed beheer een mooi weidevogelgebied.

Dit zal verdwijnen wanneer dit natuurplan ontwikkeld wordt. Doelstelling van het project is de uitbreiding van het leefgebied voor moerasbroedvogels (roerdomp, bruine kiekendief en rietzanger (broedhabitat en foerageergebied)) zoals vastgesteld in het N2000 – beheerplan Wieden Weerribben, 2017. Een dergelijke doelstelling vraagt om een vernatting van het gebied waarvan het huidige waterpeil niet hoog genoeg is om dat te realiseren. Terecht merkt u op dat na inrichting het gebied niet meer geschikt is voor weidevogels. De onderbouwing voor de keuze om dit natuurgebied in te richten voor moerassoorten is gemaakt in het N2000 beheerplan Wieden-Weerribben. Juist om ernstige gevolgen voor omwonenden en landbouw te voorkomen is bij het ontwerp een hydrologisch onderzoek uitgevoerd. Uit het onderzoek blijkt dat er bij gebouwen geen grondwaterstandsverhogingen zijn te verwachten als gevolg van de voorgenomen maatregelen. De polder, waar uw woning ten Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr. Zienswijze 5: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig Ernstige overlast muggen De toename van muggen in onze regio heeft geleid tot aanzienlijke overlast voor de inwoners, waaronder gezondheidsproblemen, verstoring van nachtrust en afname van de levenskwaliteit.

Deze overlast heeft niet alleen gevolgen voor de volksgezondheid, maar ook voor het toerisme en de economie van onze regio. De toename van muggen is de afgelopen decennia, door diverse natuurgebiedsuitbreidingen alleen maar ver toegenomen. Het natuurgebied grenzend aan de Jonenweg is hiervan een voorbeeld. 5.1 Gebrek aan maatregelen Nee Nr. Zienswijze 4: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig noorden aan grenst, zal op het huidige peil blijven. Ook het peil van de Cornelisgracht wordt niet aangepast. 4.2 Mocht er schade uit voort komen of andere nadelige consequenties dan verwachten we dat de materiële schade wordt vergoed. Tijdens de planuitwerking is het uiterste best gedaan om alle effecten in beeld te brengen. De uitkomsten van de MER en het hydrologisch onderzoek geven aan dat er in uw geval geen veranderingen zijn te verwachten. Voor situaties waar toch schades optreden als gevolg van de uitgevoerde maatregelen heeft de provincie een schadeloket. Als u van mening bent dat er schade is opgetreden als gevolg van dit PIP of van maatregelen die de provincie heeft uitgevoerd kunt u een verzoek om vergoeding van die schade indienen bij de provincie (schadeloket). De provincie zal dan een onafhankelijke commissie aanstellen die beoordeelt of de schade is veroorzaakt door de provincie en in hoeverre de schade voor vergoeding in aanmerking komt.

Meer informatie over het indienen van een verzoek is te vinden op: www.overijssel.nl(Schade door maatregelen Natura 2000 - Loket provincie Overijssel). Zie ook paragraaf 1.3.2. Nee Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP, peilbesluit of ontgrondingsvergunning Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr. Zienswijze 5: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig Ik ben teleurgesteld dat de nieuwe plannen van de Provincie Overijssel geen concrete maatregelen bevatten om de overlast van muggen aan te pakken. Het lijkt er volgens u op dat er weinig aandacht is besteed aan het vinden van oplossingen voor dit probleem, terwijl het een urgent en wijdverspreid probleem is onder de inwoners. Daarnaast merk ik op dat er geen middelen zijn gereserveerd voor onderzoek naar de oorzaken van de toename van muggen en mogelijke preventieve maatregelen. Zonder een grondige analyse van de problemen kunnen we geen effectieve oplossingen ontwikkelen. Ook wil ik u er met klem op wijzen dat door klimaatveranderingen in toenemende mate muggen als drager en overbrenger van tropische ziektes kunnen fungeren. Het RIVM heeft de afgelopen jaren een verdere toename gezien van het Westnijlvirus door muggen.

Verdere uitbreiding van natuurgebieden zal leiden tot een nog verdere uitbreiding van muggen in een nog groter gebied met de daaraan gerelateerde gezondheidsrisico’s. Het RIVM is vrij duidelijk en schrijft dat de combinatie van hogere temperaturen, vogels en muggen zorgen voor uitbraken. Dit PIP is opgesteld om natuurherstelmaatregelen uit te kunnen voeren om de N2000-doelen te behalen in een viertal deelgebieden van De Wieden. Dit PIP richt zich niet op het terugdringen van de muggenoverlast of op onderzoek naar de oorzaak van de toename en eventuele gezondheidsrisico's. Rond de woningen wordt een open en droge zone aangelegd, dit is onaantrekkelijk voor muggen door de windwerking. In de gebieden wordt het peil verhoogd, maar het blijft een constant peil waardoor het niet droog valt. Het muggenprobleem rond de woningen wordt als gevolg van de inrichtingsmaatregelen niet verergerd. Maatregelen voor deze overlast zijn daarom op basis van dit PIP niet noodzakelijk. Verzoek Ik verzoek de Provincie Overijssel met klem om: 1. Onderzoek te doen naar de oorzaken van de toename van muggen en mogelijke preventieve maatregelen, in samenwerking met relevante instanties en experts op dit gebied. 2.

Maatregelen te nemen om de overlast van muggen te verminderen, zoals het bevorderen van natuurlijke vijanden van muggen, het verbeteren van de waterkwaliteit en het uitvoeren van gerichte bestrijdingsacties in getroffen gebieden. Zie onze reactie in paragraaf 1.3.3. en ook bovenstaande reactie bij 5.1 Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr. Zienswijze 5: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig Informatie en bewustwording te bevorderen onder de inwoners van de regio, om indieners te informeren over preventieve maatregelen die ze zelf kunnen nemen en om hen bewust te maken van de gevolgen van de muggenoverlast. Verspreiding zaden distels 1. Verder wil ik mijn bezorgdheid uiten over de overlast veroorzaakt door de verspreiding van zaden van distels in het nieuwe natuurgebied. Ik ben een bewoner in de buurt van het natuurgebied en hebt de afgelopen tijd gemerkt dat de verspreiding van distelzaden uit het natuurgebied grenzend aan de Jonenweg, een negatieve invloed heeft op de omgeving en de kwaliteit van het leven van de lokale gemeenschap. 5.2 Distels zijn bekend om hun snelle groei en het vermogen om zich snel te verspreiden. Dit heeft geleid tot een situatie waarin de distels zich buiten het natuurgebied verspreiden en zich vestigen in omliggende tuinen en landbouwgronden.

Dit veroorzaakt veel overlast, zowel esthetisch als praktisch. Ten eerste hebben de distels een negatief effect op het aanzicht van de omgeving. Ze groeien hoog en vormen een onaantrekkelijk beeld in het landschap. Dit heeft gevolgen voor de visuele aantrekkelijkheid van de omgeving, met name voor mensen die in de buurt wonen en voor toeristen die het gebied bezoeken. Het verspreiden van distelzaden draagt bij aan dit probleem en verergert de situatie. Daarnaast hebben de distels ook praktische gevolgen. Ze kunnen invasief worden en zich snel verspreiden over aangrenzende landbouwgronden, tuinen en andere natuurgebieden. Dit kan leiden tot schade aan gewassen, tuinen en andere waardevolle plantensoorten. Het kan ook problemen veroorzaken voor de lokale fauna, Het gebied wordt ingericht als moerasgebied. Hierdoor wordt het gebied zo nat dat er geen mogelijkheid is voor distels om te ontkiemen. Wel is het mogelijk dat op de kades distels kunnen ontkiemen. Dit wordt bijgehouden middels jaarlijks maaibeheer. Een toename van het aantal distels wordt daarom niet voorzien. Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr. Zienswijze 5: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig aangezien de distels de biodiversiteit in het gebied kunnen beïnvloeden.

Ik begrijp dat het nieuwe natuurgebied bedoeld is om een habitat te bieden aan verschillende planten- en diersoorten, maar het is van cruciaal belang om ervoor te zorgen dat deze soorten niet buiten het beoogde gebied terechtkomen en overlast veroorzaken. Daarom verzoek ik u met klem om maatregelen te nemen om de verspreiding van distelzaden te beperken en te voorkomen dat ze zich buiten het natuurgebied vestigen. Mogelijke maatregelen kunnen zijn: 2. Regelmatige monitoring van het gebied om vroegtijdig distelgroei te detecteren en preventieve maatregelen te nemen. 3. Mechanische verwijdering van distels en het regelmatig maaien van het gebied om de verspreiding van zaden te voorkomen. 4. Het stimuleren van natuurlijke predatoren, zoals insecten en vogels, die kunnen helpen bij de bestrijding van distelgroei. Ik ben ervan overtuigd dat met de juiste maatregelen de overlast van distels kan worden verminderd en de kwaliteit van het nieuwe natuurgebied en de omliggende gebieden kan worden verbeterd. Wij richten ons bij de bestrijding met name op de 2e maatregel: het regelmatig maaien van het gebied. De kades worden twee keer per jaar gemaaid, hierdoor zal distelgroei niet plaats vinden. Nee 5.3 PB Grondwaterpeil Het aanleggen van een nieuw natuurgebied kan veranderingen teweegbrengen in het hydrologische systeem van het gebied.

Dit kan leiden tot veranderingen in de natuurlijke stroom van water en daardoor ook invloed hebben op het grondwaterpeil. Het is belangrijk dat bij de planning en ontwikkeling van een nieuw natuurgebied rekening wordt gehouden met deze hydrologische aspecten om eventuele negatieve effecten op het grondwaterpeil te minimaliseren. Voor zover wij hebben begrepen zou er worden (of is al) gemeten, maar over de resultaten is geen terugkoppeling geweest. Om inzicht te krijgen in de hydrologie van de bestaande en de nieuwe situatie en om te voorkomen dat er grondwaterstandsverhogingen zouden optreden is voor deelgebied Polder Giethoorn een uitgebreid hydrologisch onderzoek uitgevoerd. Voor het onderzoek zijn gegevens uit het verleden (dus ook gegevens m.b.t. plan Bodelaeke) meegenomen in het gebiedsspecifieke hydrologisch onderzoek. Uit het onderzoek blijkt dat er bij gebouwen geen grondwaterstandsverhogingen zijn te verwachten als gevolg van de voorgenomen maatregelen. Op de gronden direct rondom uw woning zullen de huidige peilen gehandhaafd blijven. Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr. Zienswijze 5: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig In dit verband wil ik u wijzen op het plan Bodelaeke aan de Jonenweg. Er is destijds een tochtsloot en dijk gelegd rondom het ‘Van der Gootplantsoen’ in Giethoorn.

Ook hier was de stelling dat door de genomen maatregelen er geen waterpeil veranderingen zouden zijn voor de bewoners van dit gebied. Helaas werd na een paar jaar dit duidelijk ontkracht door volgelopen kruipruimtes en verdere enorme wateroverlast. De kosten voor de bewoners, gemeente en waterschap zijn inmiddels fors opgelopen. En nog steeds niet zijn alle problemen opgelost. 5.4 Als wij in de toekomst ook geconfronteerd wordt met dergelijke overlast, ondanks alle genomen maatregelen, dan lijkt het ons ook logisch dat de veroorzaker alle aansprakelijkheid accepteert en dus de kosten gaat dragen van herstel. Tijdens de planuitwerking is het uiterste best gedaan om alle effecten in beeld te brengen. De uitkomsten van de MER en het hydrologisch onderzoek geven aan dat er in uw geval geen veranderingen zijn te verwachten. Voor situaties waar toch schades optreden als gevolg van de uitgevoerde maatregelen heeft de provincie een schadeloket. Als u van mening bent dat er schade is opgetreden als gevolg van dit PIP of van maatregelen die de provincie heeft uitgevoerd kunt u een verzoek om vergoeding van die schade indienen bij de provincie (schadeloket). De provincie zal dan een onafhankelijke commissie aanstellen die beoordeelt of de schade is veroorzaakt door de provincie en in hoeverre de schade voor vergoeding in aanmerking komt.

Meer informatie over het indienen van een verzoek is te vinden op: www.overijssel.nl (Schade door maatregelen Natura 2000 - Loket provincie Overijssel). Nee Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP, peilbesluit of ontgrondingsvergunning Nr. Zienswijze 6: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig 6.0 In reactie op het Ontwerp Inpassingsplan De Wieden 2, gecoördineerd ontwerppeilbesluit en ontwerp-Ontgrondingsvergunning dienen de gezamenlijke perceeleigenaren rond het plangebied in Polder Giethoorn (Cornelisgracht 32 tot en met 44) deze zienswijze in. Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr. Zienswijze 6: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig Het is een uitbreiding en explicitering van de afzonderlijke zienswijzen per adres. Alle omwonenden/perceeleigenaren tekenen bezwaar aan tegen het plan. Graag zetten wij de gezamenlijke zorgpunten voor u op een rij: Wateroverlast voorkomen Omwonenden verwachten dat de waterdruk door komvorming de onderaardse waterstromen gaat beïnvloeden en dat daardoor op onze percelen in verschillende vormen wateroverlast ontstaat. Zie navolgende antwoorden voor een inhoudelijke reactie. Nee Dat (kwel)water de bestaande dijken en nieuwe kades aantast. - Wij willen niet dat onze percelen natter worden.

- Wij willen dat de funderingen van de gebouwen op onze percelen niet worden aangetast. - Wij willen dat de (oude) bomen op onze percelen niet worden aangetast door een wijzigende waterhuishouding aan de randen van onze percelen. Zie navolgende antwoorden voor een inhoudelijke reactie. Nee Onze zorgen zijn gebaseerd op reële ervaringen na het eveneens onder water zetten van de nabijgelegen Beulakerpolder. Wij verwijzen hiervoor naar de foto's en schets met hoogteverschillen. - Daar waar het moeras zich uitstrekt tot aan de dijk waarop de Jonenweg ligt, scheurt het asfalt. Wat niet het geval is op de stukken weg langs de bedijkte woonpercelen. Dit laat de slijtagewerking van het water aan weerszijden van de dijk zien. Dit effect zal versterkt optreden als er ook aan de overkant een watergebied wordt aangelegd, met name de hoek tussen 34a en 36, waar de dijkkruising van alle kanten in het water komt te liggen. - De oeververzakkingen en het dichtslibben van de sloten ten westen van Cornelisgracht 32. De ondergrond in dit gebied betreft een veenondergrond die altijd zal ‘werken’. Dit betekent dat er meer kans is op scheurvorming in het wegdek en dat de kwaliteit van het wegdek sneller achteruitgaat dan bij bijvoorbeeld een zandondergrond. De gemeente is zich als wegbeheerder bewust van deze omstandigheid. Het peil in polder Giethoorn wordt verhoogd, maar niet tot het boezempeil.

Hierdoor blijft voldoende drooglegging van de weg gegarandeerd waardoor er geen aanwijzingen zijn dat de huidige situatie van de weg verslechterd als gevolg van de voorgenomen maatregelen. Nee 6.1 PB Bovendien benoemt het Hydrologisch onderzoek De Wieden 2 op pagina 20 de invloed van de Cornelisgracht op het waterpeil in het plangebied: Het hydrologisch onderzoek is conform alle normen uitgevoerd. Op basis van gebiedskennis, gemeten grondwaterstanden in verschillende bodemlagen en op basis van plaatselijke bodemopbouw (inclusief de aanwezige oerlaag) zijn de Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr. Zienswijze 6: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig De stijghoogte bij de peilbuis het dichtst bij de Cornelisgracht is minder goed te verklaren enkel op basis van neerslag en verdamping. Dit houdt in dat er een andere factor aanwezig is, die mede het stijghoogteverloop bepaalt. Vermoedelijk is dit de invloed van de Cornelisgracht. Waarmee de druk op grondwaterstromen van watermassa's is bewezen. berekende effecten bepaald. De inrichting van de Beulakerpolder is ook meegenomen in het hydrologisch onderzoek. Op basis hiervan zijn de effecten naar de omgeving bepaald.

In het hydrologisch rapport staat hoe het model tot stand is gekomen, welke op basis van welke uitgangspunten het ontwikkeld is en welke meetdata gebruikt is om het model te ontwikkelen. In overleg met de eigenaren zijn peilbuizen geplaatst rondom uw de eigendommen. De grondwaterstand wordt in de peilbuis gemeten om te controleren of er geen effecten optreden door het inrichtingsplan. Mocht er door het plan toch een onverwacht effect optreden dan verwijzen wij u naar het schadeloket. De metingen zijn openbaar inzichtelijk in het (online) BRO-loket. Dat de metingen uit één peilbuis minder goed te verklaren zijn op basis van neerslag en verdamping houdt inderdaad in dat er een andere verklarende factor aanwezig is, zoals het effect van oppervlaktewater. Het wel of niet goed verklaarbaar zijn van een meetreeks zegt echter niets over het effect van de voorgenomen maatregelen, zoals bijvoorbeeld een verandering van de kweldruk. Om effecten te voorkomen wordt een kade met een sloot aangelegd. Daarnaast worden de watergangen rondom de woningen, in beheer en onderhoud van het waterschap, opgeschoond door het waterschap. Tussen de woningen en de kade komt nog een droge zone die wordt opgehoogd, aangeduid met lichtgroen op de schetsen.

Wij verwachten dat voor vaststelling van het uitvoeringsplan per adres overlegd wordt over: - het schonen en herprofileren van de bestaande sloten rondom de woningen (die het huidige waterpeil behouden) en - over de exacte locatie ten opzichte van de perceelgrenzen en de bodembreedte van de nieuw aan te leggen afwateringssloten. Na vaststelling van het PIP door Provinciale Staten worden de inrichtingsmaatregelen verder in detail uitgewerkt. Tijdens die uitwerking worden deze met de omwonenden besproken. In de uitvoeringsfase worden omwonenden geïnformeerd over de definitieve maatregelen voor wat betreft detailafwatering rondom de erven en de nieuw aan te leggen (kwel)sloot. Nee Het Hydrologisch onderzoek De Wieden fase 2, vermeldt wel de resultaten van het hydrologisch onderzoek en geeft daar ook toelichting bij maar onvoldoende. Het hydrologisch onderzoek vermeldt niet de input en ook ligt het gebruikte model niet ter inzage. Onder input moet onder meer verstaan worden, zodanige gegevens over de bodemgesteldheid dat nagerekend kan worden welke effecten van het project verwacht mogen worden. De kwaliteit van het gebruikte model is In paragraaf 4.1 en 4.2 van het hydrologische onderzoek is aangegeven welke data als input is gebruikt voor het model en welke verbeteringen zijn doorgevoerd. In paragraaf 4.3 is de modelvalidatie beschreven.

In bijlage C zijn kaarten van de validatie opgenomen (verschil gemeten GHG/GLG en door het model berekende GHG/GLG). Het gebruikte model is een computer rekenmodel, dit is een computerprogramma met instellingen voor de berekeningen. Dit computerprogramma is niet ter inzage te leggen. De input die gebruikt is voor de berekeningen is wel ter inzage en staat dan ook in het hydrologisch onderzoek. Deze gegevens kunt u gebruiken om gemaakte berekeningen uit te Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr. Zienswijze 6: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig eveneens ten onrechte niet te controleren, nu dit model zelf niet ter inzage ligt. Ook wordt nergens onderbouwd waaruit blijkt dat de kade die rondom de woningen gelegd zal worden ook daadwerkelijk in voldoende mate het water tegen zal houden. voeren. Op basis van de berekende effecten zijn de mitigerende maatregelen (zoals de aanleg van een kade en de hoogte daarvan) bepaald. Wij overwegen met elkaar het hydrologische onderzoek bij wijze van contra-expertise te laten tegenlezen door een terzake deskundige. Eventueel brengen wij u hiervan te zijner tijd op de hoogte.

De reactie (tegenlezing) van KNOWH2O is door ons ontvangen en wordt beantwoord in zienswijze 6b Nee Gezien de hiervoor genoemde punten van zorg, dienen wij bezwaar in tegen verhoging van het waterpeil zoals in het ontwerpbesluit is voorgesteld. Wij achten de wijziging van het waterpeil aan de randen van onze percelen in strijd met een goede ruimtelijke ordening: de wortelstelsels van onze (oude) bomen en struiken zullen worden aangetast, waardoor wij onze percelen niet meer overeenkomstig de bestemming wonen, met bijbehorende tuinen en erven kunnen gebruiken. Op basis van het hydrologisch onderzoek trekken we de conclusie dat de wortelstelsels van de bomen geen schade zullen ondervinden door de hogere peilen in het in te richten gebied. De peilen rondom de woningen blijven namelijk gelijk aan de huidige peilen, hierdoor is er geen invloed op de wortelstelsels. Van strijdigheid met een goede ruimtelijke ordening is geen sprake. Nee 6.2 O Niet doorboren oerlaag Wij verzoeken om tijdens de planrealisatie nergens de oerlaag te doorboren, dat veroorzaakt onherstelbare wateroverlast Tijdens de planuitwerking is als uitgangspunt gehanteerd dat de oerlaag intact moet blijven. Bij de uitvoering van de voorgestelde maatregelen zal de oerlaag niet worden doorboord. Nee 6.3 Muggenoverlast tegengaan Begroeiing en stilstaand water verergeren de muggenoverlast.

Daarom vragen wij om een gelijke bufferzone van 150 meter breedte kruidenrijk grasland zoals bij de Wetering is aangebracht. Wij achten de geplande 50 meter onvoldoende, zeker gezien het warmer worden door klimaatverandering en de komst van bijvoorbeeld de ziektes overbrengende tijgermug. Rond de woningen wordt een open en droge zone aangelegd. Door het open karakter van deze zone is er sprake van windwerking en dat maakt het onaantrekkelijk voor muggen. In de gebieden wordt het peil verhoogd, maar het blijft een constant peil waardoor het niet droog valt. Het muggenprobleem rond de woningen wordt als gevolg van de inrichtingsmaatregelen niet verergerd. Nee 6.4 Beheergaranties Sinds Natuurmonumenten eigenaar is van de polder, is het onderhoud steeds slechter uitgevoerd. Natuurmonumenten verwaarloost haar schouwplicht, wat betekent dat de waterafvoer steeds langzamer gaat, met als resultaat dat de duikers verstoppen. Wij verlangen dat de provincie de onderhoudsverplichtingen van Met de beherende organisatie worden afspraken gemaakt over het beheer van de gronden en objecten ten bate van de beoogde natuurdoelen en de daaraan gekoppelde subsidievoorwaarden zoals in het inrichtingsplan beschreven.

De invasieve exoten in De Wieden en Weerribben zijn een gezamenlijke zorg van de provincie, het waterschap, de terreinbeherende organisaties en de Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr. Zienswijze 6: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig Natuurmonumenten borgt door concrete én stabiele langjarige financiering van de onderhoudsgelden te eisen. Het gaat ons om: - minimaal twee keer per jaar maaien grasdijken rondom onze percelen - minimaal twee keer per jaar maaien van de kruidenrijke graslanden - minimaal eens per twee jaar maaien van water/rietvelden ter voorkoming van bosvorming - proactief ingrijpen betreffende het woekeren van invasieve exoten; planten die via de inlaat vanuit het Gietersemeer de watergangen gaan verstoppen. gemeente Steenwijkerland. Van de beheerder mag worden verwacht dat hij er alles aan doet om invasieve exoten uit dit gebied te houden. 6.5 Aansprakelijkstelling voor schade Het plan heeft zwaarwegende invloed op hun woon- en bedrijfslocaties. Wij stellen u bij voorbaat aansprakelijk voor schade aan onze percelen en gebouwen, hoe dan ook. Bij wijze van nulmeting verlangen wij voor aanvang van de uitvoering een bouwkundige opname, die direct daarna niet alleen bij een notaris wordt gedeponeerd, maar ook aan elke afzonderlijke perceeleigenaar ter beschikking wordt gesteld.

Een bouwkundige vooropname vindt plaats voordat de uitvoering van de maatregelen van start gaat en vormt het nulpunt van het project. In een bouwkundig rapport worden (visueel zichtbare) gebreken in beeld en geschrift vastgelegd. Voor alle relevante partijen is het prettig en praktisch vooraf duidelijkheid te hebben over de staat van een pand. Om de aansprakelijkheid en/of schade achteraf beter te waarborgen wordt het opnamerapport gedeponeerd bij de notaris, Zo wordt discussie vooraf voorkomen en worden eventuele schademeldingen objectief beoordeeld. Op verzoek ontvangt de betreffende eigenaar een eigen exemplaar van het opnamerapport. De bouwkundige vooropname wordt uitgevoerd door een onafhankelijk en erkend bureau. Nee 6.6 Wij verwachten dat onze zorgen worden meegewogen in het besluitvormingsproces over het plan en dat wij daarvan op de hoogte worden gehouden. Uiteraard zijn wij bereid een en ander mondeling toe te lichten. Deze Nota van Antwoord is een onderdeel van de besluitvorming. Het verdere verloop van het proces treft u aan in het begeleidend schrijven bij deze Nota van Antwoord. Verder wordt u op de hoogte gehouden via de Nieuwsbrief. Nee Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP, peilbesluit en ontgrondingsvergunning Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr.

Zienswijze 6a: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig 6a.0 Dit is een gezamenlijke brief van de buren van Cornelisgracht 32 tot en met 44, perceeleigenaren rondom het plangebied in de Polder Giethoorn. Het is een aanvulling op de gezamenlijke zienswijze (zie reactie 6) en de adres-gerelateerde zienswijzen. Met u deelt u graag uw grote zorgen over het onder water zetten van het gebied achter uw huizen en over het proces tot nu toe. Wij sturen u deze brief in vervolg op het contact dat enkelen van ons op de Informatieavond hadden met het aanwezige statenlid. Zij attendeerde ons op u (en vice versa). In het verlengde van het gesprek met haar zochten wij ook contact met een ander statenlid, daarom zenden wij deze brief in CC ook naar de Commissie Landbouw en Natuur. 6a.1 Weinig vertrouwen In eerdere stadia stuurden verschillende bewoners al brieven naar de projectleiding. De eerste aangetekende brief in 2020 bereikte kennelijk de geadresseerde projectleiding nooit. In reactie op latere (gezamenlijke) brieven werd vooral verwezen naar deze periode van terinzagelegging. In de keukentafelgesprekken vroegen wij om inzicht in de hydrologische uitgangspunten en normen die ten grondslag liggen aan het onderzoek en aan de metingen.

Van de provincie als initiatiefnemer verwachten wij dat zij u overtuigt van de veiligheid van hun percelen door de wetenschappelijke onderbouwing van het plan in gewone mensentaal uit te leggen. De projectleider liet ons daarop weten: Het hydrologisch onderzoek is conform de normen door specialisten van Arcadis met hulp van hydrologen van waterschap WDOD en Natuurmonumenten opgesteld. De verantwoording voor het onderzoek is onderdeel van de rapportage, De rapportage wordt uiteraard ook ter inzage gelegd. In deze rapportage wordt aangegeven welke uitgangspunten zijn gehanteerd, welke risico's er zijn en op welke wijze hier mee om dient te worden gegaan. Het klopt dat de door u genoemde brief, november 2020, niet teruggevonden kon worden en ook niet beantwoord is. De brief hebt u in mei 2023 nogmaals opgestuurd en deze is toen door de provincie per mail beantwoord. De opmerkingen/signalen die u in de brief noemt zijn waar mogelijk verwerkt in het inrichtingsplan. Bij het opstellen van het inrichtingsplan zijn vooral een optimale inrichting t.b.v. de N2000 doelen én het voorkomen van negatieve effecten op de omgeving leidend geweest. Tijdens de keukentafelgesprekken zijn de inrichtingsmaatregelen en de uitkomsten van het hydrologisch onderzoek per omwonende besproken. Dit is gedaan zodat u hierover voorafgaand aan de ter inzagelegging bent geïnformeerd.

In deze gesprekken hebben we duidelijk willen maken welke maatregelen er worden uitgevoerd maar vooral ook of deze maatregelen een negatief effect op uw situatie kunnen hebben. Dat is gedaan aan de hand van het inrichtingsplan en het hydrologisch onderzoek. De conclusies daaruit, dat er geen sprake is van negatieve effecten zoals vernatting, zijn met u gedeeld. De documenten (inrichtingsplan en hydrologisch onderzoek) konden toen nog niet met u worden gedeeld. Deze waren openbaar vanaf de ter inzagelegging. Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWiedenII-va01 07-01-2025 Nr. Zienswijze 6a: Reactie Aanpassing PIP / ontgrondingsvergun- ning /peilbesluit nodig Toen al stelde ons de betrokkenheid van belanghebbende Natuurmonumenten bij het opstellen van de normen allerminst gerust. Inmiddels is gebleken dat de hydrologische input en het onderliggende model niet ter inzage liggen. Ons vertrouwen in het plan is daarmee niet toegenomen, dat begrijpt u. Het hydrologisch onderzoek, met daaraan het ten grondslag liggende model zijn als bijlage bij de plannen bijgevoegd en liggen daarmee ter inzage. Het gebruikte grondwatermodel Mipwa v4.0 is een computer rekenmodel (welke standaard voor dit soort berekeningen wordt gebruikt), dit is een computerprogramma met instellingen voor de berekeningen. Dit computerprogramma is niet ter inzage te leggen.

De methode waarop het model gebruikt is en de daarvoor benodigde invoer en uitgangspunten die gebruikt zijn voor de berekeningen, is nader toegelicht in het rapport over het hydrologisch onderzoek. Nee Daarbij bevreemdt het ons dat juist nu de rapporten zijn afgerond, voor het eerst sinds vier jaar de watergangen in het plangebied worden geschouwd. Het doet bij ons de vraag rijzen of het peil gedurende de metingenperiode bewust hoog is gehouden om de verschillen met de beoogde situatie kunstmatig kleiner te houden. Er is geen verband tussen het uitvoeren van de schouw en de hydrologische onderzoeken die zijn uitgevoerd. De onderhoudsplicht van de watergangen staat los van de verplichting om een hydrologisch onderzoek uit te voeren ter onderbouwing van de voorgenomen plannen. Daarbij komt dat de voor het hydrologisch onderzoek gebruikte gegevens niet alleen van dit jaar zijn, maar dat hier tijdreeksen van tien tot twintig jaar voor worden gebruikt. Nee Al met al overwegen wij de hydrologische onderzoeken te laten tegenlezen door een deskundige. De reactie (tegenlezing) van KnowH2O is door ons ontvangen en wordt beantwoord in zienswijze 6b Nee 6a.2 PB Wateroverlast voorkomen Wij willen dat onze percelen droog blijven en dat de funderingen van de gebouwen niet worden aangetast door (kwel)water.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/3ee7cee5-92f8-44c4-9492-09a8faa050de?agendaItemId=b2ab8123-69a0-489e-be39-368ed62bf8fd