CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

8.0 IGSD - Jaarrekening 2018 IGSD definitief na DB.pdf

Raadsvergadering 21 mei 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken18.600 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

3.943.839 2.612.659 JAARSTUKKEN 2018 27 Het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 4.2 De realisatie op programma 1 – uitvoering regelingen en programma 2 – bedrijfsvoering is als volgt Conform het BBV zijn hierboven de primitieve begrotingscijfers opgenomen als vergelijk. In het vervolg van de toelichting zal het voorgaand jaar als vergelijk opgenomen worden. In de begroting is extra budget voor hogere klantenaantallen verwerkt als bate. In de realisatie is di e verwerkt onder de gemeentelijke bijdrage programma 2. Voor een goed vergelijk zijn deze bate ad €218.750,- gecorrigeerd in de begroting na wijzigingen Het verschil tussen de begroting (na wijziging) en het werkelijke saldo va n de programma’s bedraagt € 2.231.990 nadelig. De belangrijkste afwijkingen zijn de volgende: De kostenoverschrijdingen passen binnen bestaand beleid of worden gecompenseerd door hogere opbrengsten. De (gedetailleerde) toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de begroting na wijzigingen zijn opgenomen in de toelichting op de jaarrekening (paragraaf 4.6).

Omschrijving Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Programma Programma 1 731.546 20.351.573 19.620.027 637.000 18.338.725 17.701.725 607.000 17.968.000 17.361.000 Programma 2 - overhead 2.500.186 2.500.186 2.555.999 2.555.999 2.205.042 2.205.042 Programma 2 1.846.830 4.429.760 2.582.930 1.498.375 3.711.820 2.213.445 1.359.375 3.803.777 2.444.402 Totaal programma's 2.578.376 27.281.519 24.703.143 2.135.375 24.606.544 22.471.169 1.966.375 23.976.819 22.010.444 Dekkingsmiddelen Bijdrage gemeenten programma 1 19.620.027 - -19.620.027 17.701.725 - -17.701.725 17.361.000 - -17.361.000 Bijdrage gemeenten programma 2 5.091.100 - -5.091.100 4.775.585 - -4.775.585 4.655.585 - -4.655.585 Totaal dekkingsmiddelen 24.711.127 - -24.711.127 22.477.310 - -22.477.310 22.016.585 - -22.016.585 Totaal saldo van baten en lasten 27.289.503 27.281.519 7.984 24.612.685 24.606.544 6.141 23.982.960 23.976.819 6.141 Totaal saldo: + voordeel, -/-nadeel Realisatie 2018 Begroting 2018 (na wijzigingen) Begroting 2018 Begrotingsafwijking (ten opzichte van begroting na wijziging) Afwijking Baten Afwijking lasten Saldo + voordeel -/- nadeel PROGRAMMA 1 Participatiewet - Loonkostensubsidies -37.769 256.966 -294.735 N Participatiewet - Uitkeringen - 554.492 -554.492 N Bijzondere bijstand en minima -18.748 463.969 -482.717 N Re-integratie 12 630.036 -630.024 N Bbz 135.044 45.794 89.250 V Overig

16.007 61.591 -45.584 N Totaal 94.546 2.012.848 -1.918.302 N PROGRAMMA 2 Personeel 563.801 881.579 -317.778 N Overig -154.151 -158.258 4.107 V Totaal 409.650 723.322 -313.672 N Totaal 504.196 2.736.170 -2.231.974 Met name hogere ontangsten debiteuren in combinatie met hogere lasten voor uitkeringen LO BBZ Gemiddeld bedrag per uitkering hoger dan begroot Toename gebruik loonkostensubsidies, niet begroot Toelichting afwijking > € 50.000 Kosten vergoeding eigen risico Steenwijkerland € 343.000, niet begroot. Daarnaast toename kosten bijzondere bijstand Jongeren Budget gedurende het jaar verhoogd met teruggave BCF en ESF gelden (€ 220.000). Overschrijding beschikbare budget met € 400.000 door hogere kosten voor re- integratietrajecten, indienstnemingssubsidies en hogere tarieven voor inhuur van personeel Baten en lasten wijken af door specifieke taken (niet in begroting). Per saldo hogere kosten door vertrekt van vaste medewerkers, welke ingevuld worden met inhuur JAARSTUKKEN 2018 28 Overzicht van de incidentele baten en lasten 4.3 Incidentele baten en lasten zijn baten en lasten die zich als gevolg van incidenteel beleid en incidentele opdrachten van de deelnemende gemeenten maximaal drie jaar achtereen voordoen.

De IGSD onderkent op basis van deze definitie de volgende incidentele baten en lasten in de jaarrekening 2018: Toelichting algemeen 4.4 Algemeen De jaarrekening is opgesteld met inachtneming van de voorschriften zoals opgenomen in het Besluit Begroting en Verantwoording provincies en gemeenten (BBV) en de verordening ex artikel 212 Gemeentewet, waarin door het algemeen bestuur de uitgangspunten voor het financiële beleid, alsmede de regels voor het financiële beheer en voor de inrichting van de financiële organisatie zijn vastgesteld. Continuïteit De continuïteit van de activiteiten is geborgd in de overeenkomst tot het instellen van een gemeenschappelijke regeling door de gemeenten Steenwijkerland en Westerveld. Jaarlijks wordt de jaarrekening opgesteld op basis van een continuïteitsveronderstelling. De gemeenteraden van de deelnemende gemeent en hebben in 2018 besloten de taken van de participatiewet onderdeel uit te laten maken van de integrale dienstverlening. De colleges van beide gemeenten hebben besloten tot opheffing van de gemeenschappelijke regeling en d e beide gemeenteraden hebben in j anuari 2019 ingestemd met het opheffen van de gemeenschappelijke regeling IGSD Steenwijkerland & Westerveld. Dit heeft mogelijk gevolgen voor het voortbestaan van de gemeenschappelijke regeling.

Het Algemeen Bestuur van de IGSD Steenwijkerland & Westerveld heeft echter nog geen formeel be sluit genomen tot het ontbinden en liquideren van de gemeenschappelijke regeling. De jaarrekening is daarom opgesteld op basis van de continuïteitsveronderstelling, temeer ook omdat de taken en activiteiten van de IGSD blijven bestaan en de deelnemende gemeenten garant staan voor de verplichtingen die voortkomen uit de exploitatie van de IGSD. Grondslagen voor waardering en resultaatbepaling De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarden. Per gemeente Incidentele baten en lasten Incidentele baten Incidentele lasten Saldo Steenwijkerland Westerveld ESF gelden 118.000 118.000 - - - Kosten ontmanteling IGSD 23.000 -23.000 -17.250 -5.750 Kosten benchmark 25.000 -25.000 -18.750 -6.250 Personeel: frictiekosten 100.000 -100.000 -75.000 -25.000 Kosten afvloeing personeel (incl juridische kosten) 85.000 -85.000 -63.750 -21.250 Totaal 118.000 351.000 -233.000 -174.750 -58.250 JAARSTUKKEN 2018 29 De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben. Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op balansdatum zijn gerealiseerd.

Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaarlijks terugkerende arbeidskostengerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden sommige personele lasten echter toegerekend aan de periode waari n uitbetaling plaatsvindt; daarbij moet worden gedacht aan componenten zoals ziektekostenpremie ten behoeve van gepensioneerden, overlopende vakantiegeld - en verlofaanspraken en dergelijke. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming te weten vier jaar. Indien er sprake is van (eenmalige) schokeffecten (reorganisaties) dient wel een verplichting gevormd te worden. Schattingen Om de grondslagen en de regels voor het opstellen van de jaarrekening te kunnen toepassen, is het nodig dat de leiding van de gemeenschappelijke regeling over verschillende zaken zich een oordeel vo rmt, en dat de leiding schattingen maakt die essentieel kunnen zijn voor de in de jaarrekening opgenomen bedragen.

Indien het voor het geven van het op grond van het BBV vereiste inzicht noodzakelijk is, is de aard van deze oordelen en schattingen inclusie f de bijbehorende veronderstellingen opgenomen bij de toelichting op de betreffende jaarrekeningposten Vergelijking met voorgaand jaar De gehanteerde grondslagen van waardering en van resultaatbepaling zijn ongewijzigd gebleven ten opzichte van het voorgaa nd jaar, met uitzondering van de toegepaste stelselwijzigingen zoals opgenomen in de volgende paragraaf Stelselwijziging BBV Stelselwijzing BBV Vanaf 2018 gelden de wijzigingen op grond van het nieuwe BBV ook voor de gemeenschappelijke regeling IGSD Steenw ijkerland en Westerveld. Een van de aanpassingen is het opnemen van een staat van baten en lasten met toerekening naar taakvelden, waarbij de overheadkosten in zowel de begroting als de jaarrekening zichtbaar moeten zijn. Het overzicht met de taakvelden zi jn opgenomen in de bijlage , het overzicht met de kosten van de overhead is opgenomen in de paragraaf bedrijfsvoering. Onder overhead wordt verstaan: alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Te denken valt aan kosten met betrekking tot de P&O, financiën, automatisering, huisvesting, inkoop, bedrijfsbureaus etc..

JAARSTUKKEN 2018 30 Materiële vaste activa De opgenomen materiële vaste activa betreft investeringen met economisch nut en zijn gewaardeerd tegen verkrijgings- of vervaardigingsprijs verminderd met afschrijvingen en/of bijdragen van derden (voor zover er een directe relatie bestaat met het actief) en/of beschikkingen over reserves (voor zover het investeringen in de openbare ruimte met een maatschappelijk nut betreft). Afschrijvingen De volgende afschrijvingstermijnen gelden (aantal jaren): Machines, apparaten en installaties 4 Overige materiële vaste activa, waaronder: – Inventarissen 10 – Interieur 10 – Automatisering 3 - 10 De afschrijvingen geschieden tijdsevenredig op basis van de verwachte economische levensduur. Op aanschaffingen in het verslagjaar wordt naar tijdsgelang afgeschreven. Afschrijvingen geschieden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar. Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar De uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar worden gewaardeerd tegen nominale waarde. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht. Deze voorziening wordt voor de debiteuren u it hoofde van uitkeringen op collectieve basis statisch bepaald op basis van de positie per jaareinde. Op basis van ouderdom en ervaringscijfers wordt een inschatting gemaakt van de (on)inbaarheid van de vorderingen.

Overlopende activa De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Liquide middelen De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde. Passiva Voor zover niet anders vermeld zijn passiva gewaardeerd tegen de nominale waarde. Eigen vermogen Het eigen vermogen bestaat uit de reserves en het gerealiseerde totaal van saldo van baten en lasten volgend uit het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening. JAARSTUKKEN 2018 31 Pensioenen De IGSD heeft voor haar werknemers de pensioenregeling ondergebracht bij het Pensioenfonds voor overheid en onderwijs ABP. Hiervoor in aanmerking komende werknemers hebben op de pensioengerechtigde leeftijd recht op een pensioen welke afhankelijk is van leeftijd, salaris en dienstjaren. De IGSD heeft geen verp lichting tot het voldoen van aanvullende bijdragen in geval van een tekort bij het ABP, anders dan het effect van hogere toekomstige premies. De IGSD heeft daarom alleen de verschuldigde premies tot en met het einde van het boekjaar in de jaarrekening vera ntwoord. De dekkingsgraad van het Pensioenfonds voor overheid en onderwijs ABP was in december 2018 97% (2017: 104,4% bron: http://www.abp.nl). Voorzieningen Voorzieningen behoren tot het vreemd vermogen (schulden). Om die reden kunnen voorzieningen naar d e situatie per ultimo verslagjaar geen negatieve stand kennen.

Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting. De voorzieningen hebben betrekking op verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs te schatten. De vorming van een voorziening, dan wel een dotatie aan een reeds bestaande voorziening, is als een last in het betreffende boekjaar verantwoord. Alle aanwendingen aan voorzieningen zijn rechtstreeks ten laste va n de voorziening gebracht en in het verslagjaar niet ten laste van de exploitatie verantwoord. Voorzieningen worden niet gevormd voor jaarlijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume. Voor het bepalen van het “jaar lijks vergelijkbaar volume” is een tijdsperiode van vier jaar gehanteerd. Vennootschapsbelasting De IGSD treedt op als sociale dienst van de gemeenten Steenwijkerland en Westerveld. De activiteiten van de IGSD zijn niet belastingplichtig voor de vennootschapsbelasting.

JAARSTUKKEN 2018 32 Toelichting op de balans 4.5 MATERIELE VASTE ACTIVA Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de materiële vaste activa gedurende het jaar 201 8: Boek- Bijdragen Boek- waarde Des- van waarde 1 januari Investe- inves- Afschrij- derden/ Afwaar- 31 decem- 2018 ringen teringen vingen reserves deringen ber 2018 € € € € € € € Investeringen met economisch nut Overige materiële vaste activa 46.689 - - (29.580) - - 17.109 Totaal investeringen met economisch nut 46.689 - - (29.580) - - 17.109 UITZETTINGEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN ÉÉN JAAR De post uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar wordt onderscheiden in vorderingen op openbare lichamen en overige vorderingen. Vorderingen op openbare lichamen De vorderingen op openbare lichamen zijn als volgt opgebouwd: Boekwaarde Boekwaarde 31 decem- 31 decem- ber 2018 ber 2017 € € Afrekening gemeente Steenwijkerland 2.482.372 1.375.291 Afrekening gemeente Westerveld 567.937 7.080 Totaal vorderingen openbare lichamen 3.050.309 1.382.370 De afrekening met de gemeente Steenwijkerland heeft betrekking op de afrekening van zowel de programma - als de apparaatskosten 2018. Deze kosten worden maandelijks bevoorschot.

Daarnaast bevat deze vordering de overige nog af te rekenen diensten als Schuldhulpverlening, RMC/Wiedenmodel, aanvullende kosten voor inburgeringsactiviteiten en frictiekosten als gevolg van de ontmanteling van de IGSD. JAARSTUKKEN 2018 33 Voor de gemeente Westerveld is op basis van de afrekening van de programmakosten een vordering opgenomen van € 567.937. Deze vordering is inclusief de afrekening voor frictiekosten en aanvullende inburgeringsactiviteiten. Overige vorderingen De overige vorderingen zijn als volgt opgebouwd: Stand Voorziening Boekwaarde Boekwaarde 31 decem- oninbaar- 31 decem- 31 decem- ber 2018 heid ber 2018 ber 2017 € € € € Debiteuren soza Steenwijkerland 3.625.652 (3.170.408) 455.244 641.908 Debiteuren soza Westerveld 877.984 (743.788) 134.196 165.163 Overige debiteuren 14.702 - 14.702 - Overige vorderingen 4.518.248 (3.914.196) 604.142 882.490 De kans van het volledig terugvorderen van vorderingen van debiteuren (klanten) van de IGSD is gering. Jaarlijks wordt er een inschatting gemaakt van het invorderingspercentage. Voor verwachte oninbaarheid is een voorziening in mindering gebracht . Het vers chil tussen het geschatte oninbare gedeelte en het geschatte in te vorderen gedeelte wordt afgedekt door de voorziening dubieuze debiteuren. Met ingang van het jaar 2014 worden de debiteuren IGSD op de balans van de IGSD verantwoord.

Dat maakt het noodzake lijk dat er ook een voorziening wordt getroffen voor de oninbaarheid van de vorderingen. Vorderingen waarop geen aflossing heeft plaatsgevonden en welke ouder zijn dan 1 jaar, zijn volledig voorzien. Voor vorderingen waarop wel aflossing plaats heeft gevo nden in 2018 is op basis van een schatting de benodigde voorziening bepaald. Op basis van ouderdom en ervaringscijfers is 50% tot 90% voorzien. OVERLOPENDE ACTIVA De overlopende activa zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De post overlopende activa wordt onderscheiden in: Boekwaarde Boekwaarde 31 decem- 31 decem- ber 2018 ber 2017 € € Overige overlopende activa Doorbelaste kosten NWG 119.475 25.998 Netto uitkeringen & voorschotten 20.063 909 Overige nog te ontvangen bedragen 29.572 19.285 Vooruitbetaalde bedragen 99.956 106.214 Totaal overlopende activa 269.066 152.406 JAARSTUKKEN 2018 34 De doorbelaste kosten NWG hebben betrekking op onderlinge verrekeningen met de Noordwest Groep N.V. inzake kosten voor met name ingeleend personeel en de afrekening op inkoop van diensten. De voorschotten gedurende het jaar lagen hoger dan de voorschotten, waardoor een vordering resteert voor de afrekening per balansdatum. De vooruitbetaalde kosten hebben met name betrekking op reeds betaalde huur voor het 1 e kwartaal van 2019, verzekeringskosten 2019 en op kosten voor licenties voor 2019.

LIQUIDE MIDDELEN De liquide middelen zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De post liquide middelen wordt onders cheiden in: Boekwaarde Boekwaarde 31 decem- 31 decem- ber 2018 ber 2017 € € Kas 1.083 2.291 Banksaldi 1.694 1.704 Schatkistbankieren 435 220.127 Totaal liquide middelen 3.212 224.122 De banksaldi hebben betrekking op de bankrekeningen bij de Rabobank. De liquide middelen staan ter vrije beschikking aan de organisatie. Banksaldi met een credit stand zijn opgenomen onder de overlopende passiva. Schatkistbankieren De IGSD is op grond van regelgeving verplicht mee te werken aan Schatkistbankieren. In de praktijk betekent dit dat wanneer de IGSD meer dan € 250.000 op haar bankrekening (Bank Nederlandse Ge meenten) heeft staan, het meerdere automatisch afgeroomd wordt naar een rekening die specifiek voor Schatkistbankieren in het leven is geroepen. Dit afromen geschiedt dagelijks. Wanneer de IGSD extra middelen nodig heeft en haar eigen bankrekeningsaldo is onvoldoende wordt er geld overgemaakt van de Schatkistbankierenrekening naar de reguliere bankrekening van de IGSD. Op deze wijze kan de IGSD aan haar verplichtingen blijven voldoen. Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren Het drempelbedrag is bedoeld om het dagelijkse kasbeheer te vereenvoudigen: niet elke laatste euro hoeft in de schatkist te worden aangehouden.

In principe hoeven dus alleen de liquide middelen die boven het drempelbedrag uitgaan in de schatkist te worden aangehouden. In on derstaande tabel is te zien wat de benutting van het drempelbedrag schatkistbankieren gedurende de vier kwartalen 2018 is geweest: JAARSTUKKEN 2018 35 In 2018 hebben geen overschrijdingen plaats gevonden van het drempelbedrag. EIGEN VERMOGEN Het eigen vermogen bestaat uit de algemene reserve en het onverdeelde resultaat. De algemene reserve kent het volgende verloop: 2018 2017 Algemene reserve € € Saldo begin boekjaar 10.402 2.004 Toevoegingen 3.690 8.398 Onttrekkingen - - Saldo ultimo boekjaar 14.092 10.402 De toevoeging aan de algemene reserve betreft het resultaat uit voorgaand jaar. Het resultaat boekjaar ad € 7.984 (2017: € 3.690) is afzonderlijk op de balans onder het eigen vermogen gepresenteerd. Aan het algemeen bestuur wordt voorgesteld het resultaat boekjaar ad € 7.984 toe te voegen aan de algemene reserve.

Verslagjaar (1) Drempelbedrag 250 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (2) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 106 37 74 50 (3a) = (1) > (2) Ruimte onder het drempelbedrag 144 213 176 200 (3b) = (2) > (1) Overschrijding van het drempelbedrag - - - - Verslagjaar (4a) Begrotingstotaal verslagjaar 23.453 (4b) Het deel van het begrotingstotaal dat kleiner of gelijk is aan € 500 miljoen 23.453 (4c) Het deel van het begrotingstotaal dat de € 500 miljoen te boven gaat - (1) = (4b)*0,0075 + (4c)*0,002 met een minimum van €250.000 Drempelbedrag 250 Kwartaal 1 Kwartaal 2 Kwartaal 3 Kwartaal 4 (5a) Som van de per dag buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen (negatieve bedragen tellen als nihil) 9.511 3.372 6.848 4.555 (5b) Dagen in het kwartaal 90 91 92 92 (2) - (5a) / (5b) Kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen 106 37 74 50 Berekening benutting drempelbedrag schatkistbankieren (bedragen x € 1000) (1) Berekening drempelbedrag (2) Berekening kwartaalcijfer op dagbasis buiten 's Rijks schatkist aangehouden middelen JAARSTUKKEN 2018 36 VOORZIENINGEN In 2017 is een voorziening gevormd vanwege WW-verplichtingen.

Het onderstaande overzicht geeft het verloop weer van de voorzieningen gedurende het jaar 2018: Saldo Vrij- Saldo 1 januari gevallen Toevoe- Aan- 31 decem- Naam voorziening 2018 bedragen gingen wendingen ber 2018 € € € € € Voorziening WW verplichtingen 113.878 - - (28.089) 85.789 De voorziening lopen maximaal tot 1 juli 2021. VASTE SCHULDEN, MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD LANGER DAN ÉÉN JAAR De vaste schulden zijn gewaardeerd tegen de nominale waarde (hoofdsom) verminderd met het totaal van de gedane aflossingen. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. De onderverdeling van de in de balans opgenomen vaste schulden is als volgt: Boekwaarde Boekwaarde 31 decem- 31 decem- ber 2018 ber 2017 € € Onderhandse lening gemeente Steenwijkerland 75.000 150.000 Totaal vaste schulden 75.000 150.000 Voor de realisatie van de afbouw en aankleding van het Werkplein en voor de aanschaf van meubilair en andere kantoorbenodigdheden zijn investeringen gedaan. Voor het financieren van de investeringen is van de gemeente Steenwijkerland een geldlening aangetrokken met een looptijd van 10 jaar met een vast rentepercentage over de gehele looptijd van 4,15%, berekend over de stand per begin van het boekjaar. De rente op de lening in het boekjaar bedroeg € 6.225 (201 7: € 9.338).

De aflossingsverplichting voor het volgende jaar bedraagt € 75.000,- JAARSTUKKEN 2018 37 NETTO VLOTTENDE SCHULDEN MET EEN RENTETYPISCHE LOOPTIJD KORTER DAN 1 JAAR De overige schulden kennen een rentetypische looptijd korter dan 1 jaar en zijn gewaardeerd tegen nominale waarde. De netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan 1 j aar worden onderscheiden in: Boekwaarde Boekwaarde 31 decem- 31 decem- ber 2018 ber 2017 € € Banksaldi 967.990 59.092 Crediteuren 892.314 403.377 Totaal 1.860.304 462.469 De banksaldi hebben betrekking op een creditstand op de bankrekening. Van de c rediteuren heeft € 400.105 (2017 : € 227.389) betrekking op de NoordWestgroep. Er is geen crediteurenpositie per balansdatum voor de gemeente Steenwijkerland en Westerveld. OVERLOPENDE PASSIVA De overlopende passiva zijn gewaardeerd tegen nominale waarde.

De post overlopende passiva wordt onderscheiden in: Boekwaarde Boekwaarde 31 decem- 31 decem- ber 2018 ber 2017 Openbare lichamen € € Rekening courant Steenwijkerland inzake debiteuren soza 455.244 641.908 Rekening courant Westerveld inzake debiteuren soza 134.196 165.162 Vooruit ontvangen bedragen - 26.441 Te betalen loonheffing 166.440 175.016 Loonheffing op uitkeringen 538.548 488.753 Te betalen BTW 182.948 135.261 Overig Nog te betalen bedragen GKB 128.000 116.758 Nog te betalen bedragen participatie 39.110 42.252 Nog te betalen pensioenpremie 33.800 35.153 Overige overlopende passiva 222.383 71.186 Totaal 1.900.670 1.871.449 JAARSTUKKEN 2018 38 De rekening courant verhouding heeft betrekking op de vorderingen die de IGSD oplegt aan cliënten. De opboeking van de vordering alsmede de voorziening op de vorderingen wordt in rekening courant met de gemeenten verwerkt. De nog te betalen GKB ten bedrage van € 128.000 (201 7: € 116.758) heeft betrekking op de programmakosten 2018 van de schuldhulpverlening van gemeente Steenwijkerland en Westerveld. De nog te betalen kosten participatie hebben betrekking op overlopende posten die vanuit het participatiebudget bekostigd worden. De overige overlopende passiva bevat met name de verplichting uit hoofde van inhuur van personeel.

NIET IN DE BALANS OPGENOMEN VERPLICHTINGEN Overeenkomsten Op grond van artikel 53 BBV worden in de toelichting bij de balans opgenomen de niet in de balans opgenomen belangrijke financiële verplichtingen waaraan de gemeente voor toek omstige jaren is gebonden. De IGSD heeft een meerjarige huurovereenkomst afgesloten inzake het pand aan het werkplein. De resterende verplichting uit hoofde van het huurcontract bedraagt ca € 329.000 (2017: € 372.000) en kent een resterende looptijd van 1 jaar en 1 maand. De IGSD heeft 1 leasecontract voor een auto op basis van operational lease met een ve rplichting van ca € 21.000 (2017: € 29.000) op basis van een resterende looptijd van 32 maanden. Arbeidskosten gerelateerde verplichtingen Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. Deze personele lasten worden verantwoord in het jaar waarin de uitbetaling plaatsvindt. De IGSD heeft een niet in de balans opgenomen verplichting inzake verlofaanspraken van € 75.949 (ultimo 2017: € 81.692). JAARSTUKKEN 2018 39 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening 4.6 Belangrijke verschillen tussen de realisatie en de begroting na wijziging moeten systematisch worden toegelicht voor ieder afzonderlijk onderdeel van het overzicht van baten en lasten.

4.6.1 Programma 1 – Uitvoering Regelingen In onderstaande tabel is de realisatie in het begrotingsjaar opgenomen per gemeente. De belangrijk ste ontwikkelingen in de realisatie ten opzichte van de begroting (na wijziging) zijn de volgende: De ramingen in de begroting van de IGSD zijn voor wat betreft de PW, IOAW en IOAZ gebaseerd op verwachte cliëntenaantallen en voor de overige producten op de ervaringen van de afgelopen jaren. Doordat de kosten van programma 1 gedragen worden door de verantwoordelijke gemeenten is het saldo na bijdrage van de gemeenten nihil. PROGRAMMA 1 december Gemeente Steenwijkerland Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Participatiewet 211.164 10.538.821 10.327.656 250.000 9.944.175 9.694.175 332.180 10.562.395 10.230.215 Wet IOAW 8.947 718.927 709.980 - 720.000 720.000 4.064 816.316 812.252 Wet IOAZ - 97.360 97.360 - 90.000 90.000 - 75.766 75.766 Bbz 184.442 352.898 168.456 100.000 350.000 250.000 148.474 299.481 151.007 Bijzondere bijstand en minima 57.254 1.574.163 1.516.910 72.000 1.101.125 1.029.125 37.752 1.810.059 1.772.307 Schuldhulpverlening - 351.282 351.282 - 350.000 350.000 - 309.123 309.123 Re-integratie 22.512 1.883.915 1.861.403 22.500 1.341.500 1.319.000 376 1.431.243 1.430.867 Totaal 484.318 15.517.366 15.033.048 444.500 13.896.800 13.452.300 522.846 15.304.383 14.781.537 Bijdrage Gemeente Steenwijkerland* -15.033.048

-13.452.300 -14.781.537 Saldo - - - Gemeente Westerveld Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Baten Lasten Saldo Participatiewet 91.066 3.230.812 3.139.746 90.000 3.014.000 2.924.000 88.371 3.075.702 2.987.331 Wet IOAW 7.061 219.546 212.485 - 203.400 203.400 1.357 282.462 281.105 Wet IOAZ - 55.988 55.988 - 33.900 33.900 - 73.850 73.850 Bbz 125.603 222.896 97.293 75.000 180.000 105.000 44.166 146.285 102.119 Bijzondere bijstand en minima 15.998 422.055 406.057 20.000 431.125 411.125 23.093 401.434 378.341 Schuldhulpverlening - 200.787 200.787 - 185.000 185.000 - 180.959 180.959 Re-integratie 7.500 482.121 474.621 7.500 394.500 387.000 545 289.610 289.065 Totaal 247.228 4.834.205 4.586.977 192.500 4.441.925 4.249.425 157.532 4.450.302 4.292.770 Bijdrage Gemeente Westerveld* -4.586.977 -4.249.425 -4.292.770 Saldo - - - Totaal Programma 1 731.546 20.351.573 19.620.027 637.000 18.338.725 17.701.725 680.378 19.754.685 19.074.307 Realisatie 2018 Begroting 2018 (na wijzigingen) Realisatie 2017 Realisatie 2018 Begroting 2018 (na wijzigingen) Realisatie 2017 JAARSTUKKEN 2018 40 PARTICIPATIEWET In deze paragraaf worden de ontwikkelingen in het klantenbes tand per gemeente toegelicht.

De cliëntenaantallen en de gemiddelde uitkering per cliënt hebben zich in 2018 als volgt ontwikkeld: Tabel: cliënten aantallen De klantenaantallen kennen het volgende verloop: Tabel: verloop aantallen Tabel: gemiddelde uitkering Regeling 31-12-2017 31-12-2018 Mutatie VJ Gemiddeld 2018 Begroting na wijziging Mutatie Begroting (gem) Steenwijkerland WWB 744 698 -46 721 719 2 IOAW/Z 57 53 -4 55 54 1 Totaal Steenwijkerland 801 751 -50 776 773 3 -6,2% 0% Westerveld WWB 230 231 1 231 236 -6 IOAW/Z 22 15 -7 19 14 5 Totaal Westerveld 252 246 -6 249 250 -1 -2,4% 0% Totaal IGSD WWB 974 929 -45 952 955 -4 IOAW/Z 79 68 -11 74 68 6 Totaal IGSD 1.053 997 -56 1.025 1.023 2 -5,3% 0% Gemiddeld Stand per peildatum Ontwikkeling aantallen 2018 2017 2018 2017 2018 2017 Stand per 1 januari 2018 252 265 801 837 1.053 1.102 Instroom 109 111 255 256 364 367 Uitstroom 115 124 305 292 420 416 Stand per 31 december 2018 246 252 751 801 997 1.053 Verloop clientenaantallen 2018 Westerveld Steenwijkerland Totaal Ontwikkeling gemiddelde uitkering Regeling Gemiddeld 2017 Gemiddeld 2018 Begroting na wijziging Mutatie Begroting (gem) Mutatie VJ Steenwijkerland PW 13.697 14.016 13.825 191 319 Westerveld PW 12.735 13.490 12.750 740 755 Steenwijkerland IOAW/Z 15.249 14.842 15.000 -158 -407 Westerveld IOAW/Z 17.381 14.894 16.950 -2.056 -2.487 JAARSTUKKEN 2018 41 Ontwikkeling BUIG Gemeenten ontvangen een gebundelde

uitkering (BUIG) om daarmee de uitkeringen in het kader van de Participatiewet te financieren. Hieruit dienen de uitkeringen van mensen die zijn aangewezen op één van de bijstandsregelingen, PW, IOAW, IOAZ en Bbz 2004 (voor levensonderhoud startende ondernemers), bekostigd te worden. Het uitgangspunt hiervan is dat de beleidsmatige en financiële verantwoordelijkheid bij gemeenten ligt. Een gemeente mag een overschot op het budget vrij best eden, maar moet een tekort op het budget in beginsel ook zelf opvangen. De bestedingen ten laste van deze BUIG gelden zijn in onderstaande tabel samengevat. Hieruit blijkt de werkelijke bestedingen lager zijn dan de vergoeding van het rijk, waardoor he t overschot op de BUIG gelden voor Westerveld ruim € 212.000 en voor Steenwijkerland € 2.90 7.000 bedraagt. Deze overschotten voor de deelnemende gemeenten op de BUIG gelden wordt met name veroorzaakt door een daling van de cliëntenaantallen in de afgelopen jaren. Voor Westerveld daalt het overschot op de BUIG middelen ten opzichte van voorgaand jaar door een daling van het rijksbudget met € 258.000. Daarnaast zijn de kosten voor loonkostensubsidies gestegen doordat er een groter beroep op de regeling wordt gedaan.. De gemeente Steenwijkerland heeft het BUIG budget met ruim € 1,1 miljoen zien toenemen, terwijl de kosten zijn gedaald.

Deze kostendaling is deels gecompenseerd door lagere terugvorderingen. Steenwijkerland Participatiewet De lasten Particip atiewet bedragen € 10.538.821 over 2018 voor de gemeente Steenwijkerland en bestaan voor € 10.105.629 uit uitkeringslasten, € 433.191 loonkosten subsidies (inclusief indicatie en advies ). De realisatie is hiermee € 594.646 boven begroting. Ten opzichte van voorgaand jaar dalen de uitkeringslasten met € 310.652. Door stijging van de loonkostensubsidies met € 288.000, is de daling op de lasten Participatiewet beperkt. De uitkeringslasten liggen € 165.000 hoger dan begroot door een stijging van de gemiddelde kosten per uitkering (+ € 191, - per uitkering op jaarbasis) in combinatie met een hoger aantal uitkeringsgerechtigden (gemiddeld +2). De afwijking op de Participatiewet wordt echter vooral veroorzaakt door een toename van het gebruik van het instrument Loo nkostensubsidie voor een bedrag van € 433.191 (Vergelijk 2017: € 144.114, 2016: € 55.457).

De loonkostensubsidies worden bekostigd uit de BUIG gelden en zijn niet Uitkeringen BUIG Begroting na wijzigingen Realisatie 2018 VJ Begroting na wijzigingen Realisatie 2018 VJ Uitkeringen PW 3.009.000 3.109.511 3.030.929 9.940.175 10.105.629 10.416.281 Loonkostensubsidie - 121.300 44.773 433.191 144.114 Uitkeringen IOAW 203.400 219.546 282.462 720.000 718.927 816.316 Uitkeringen IOAZ 33.900 55.988 73.850 90.000 97.377 75.766 BBZ uitkering LO starter tlv BUIG 25.060 3.874 50.145 54.618 Ontvangsten debiteuren BUIG -97.681 -90.512 -251.360 -349.129 Totaal uitkeringen BUIG 3.433.724 3.345.376 11.153.909 11.157.966 BUIG budget incl BBZ 2004 3.646.000 3.904.000 14.061.000 12.945.000 Saldo 212.276 558.624 2.907.091 1.787.034 JAAR 2018 WESTERVELD STEENWIJKERLAND JAARSTUKKEN 2018 42 opgenomen in de begroting . De voortgang en verwachting van deze kosten is periodiek gemeld in kwartaalrapportages, er is voor gekozen hier geen begrotingswijziging voor op te stellen. Over 2018 komt het gemiddelde aantal uitkeringsgerechtigden uit op 719 (2017: 761). Bij de oorspronkelijke begroting was uitgegaan van een gemiddeld aantal van 706 en bij de eerste wijziging van de begroting is dit aantal, op basis van de inzichten/verwachtingen op dat moment, bijgesteld met +13 (719). Het gemiddeld uitkeringsbedrag per cliënt is over 2017 uitgekomen op € 14.016 (2017: € 13.697).

Dit bedrag is € 191 hoger dan het geraamde bedrag van € 13.825. Aan de stijging liggen verschillende oorzaken ten grondslag zoals stijging premies, samenstelling bestand en lagere inkomsten uit part time werk. IOAW/Z De lasten IOAW/Z bedragen € 816.303 (2017: € 892.082) over 2018 en liggen in lijn met de begroting na wijziging. Ten opzichte van vorig jaar zijn de la sten gedaald met € 76.000. Op 1 januari 2018 is gestart met 57 cliënten in de regelingen IOAW/IOAZ. Op 31 december 2018 waren er 53 cliënten met een IOAW/Z -uitkering (afname 4). Het gemiddeld aantal uitkeringsgerechtigden ligt daarmee in lijn met de begrot ing. Westerveld Participatiewet De lasten PW bedragen € 3.230.812 over 2018 (2017: € 3.075.702 ) voor de gemeente Westerveld. De realisatie is hiermee € 216.812 hoger dan de begroting na wijzigingen en € 155.110 hoger dan vorig jaar. Deze hogere lasten PW en de stijging ten opzichte van vorig jaar wordt vooral veroorzaakt door het gebruik van loonkostensubsidies (€ 121.300). Deze kosten waren niet begroot en bedroegen vorig jaar € 45.000. De uitkeringslasten PW zijn € 100.000 hoger dan begroot en € 78.000 hoger dan vorig jaar, terwijl het gemiddeld aantal uitkeringsgerechtigden lager is dan begroot en vorig jaar.

Bij de begroting na wijziging is uitgegaan van een gemiddeld cliëntenaantal PW van 236 en de kosten van een gemiddelde uitkering zijn geraamd op € 12.750. Het werkelijke gemiddelde aantal cliënten over 2017 is uitgekomen op 231 (2017: 238) en de werkelijke gemiddelde kosten per uitkering bedragen voor 2017 € 13.490 (2017: € 12.735, gemiddelde 2016: € 13.946). Deze fluctuatie in de gemiddelde kosten per uitkering heeft een aantal oorzaken. Het gemiddeld aantal uitkeringen wordt berekend op de peildata per 1 januari en 31 december, terwijl de werkelijke stand van het aantal uitkeringsgerechtigden fluctueert gedurende het jaar. Daarnaast is de bas is van de begroting gelijk aan de realisatie 2017: de norm is verhoogd met 1%, waardoor de uitkeringslasten € 30.000 hoger zijn dan begroot. Ook zijn in vergelijking met 2017 de verrekening met inkomsten uit werk € 25.000 lager uitgevallen en zijn de lasten voor loonheffing en WG lasten € 30.000 hoger dan vorig jaar. Ten opzichte van Steenwijkerland, zijn de lagere gemiddelde kosten per cliënt, met name door de hogere inkomsten (uit arbeid bijvoorbeeld) die de cliënten hebben genoten en de samenstelling van het bestand. Een aantal cliënten heeft alleen zak- en kleedgeld waardoor het gemiddeld bedrag lager ligt dan in Steenwijkerland.

IOAW/Z De uitkeringslasten IOAW/Z zijn € 38.000 boven begroting geëindigd, maar € 81.000 lager dan vorig jaar. Het gemiddelde aantal ligt hoger dan de begroting, de gemiddelde uitkeringslast ligt daarentegen weer lager dan begroot. Op 1 januari 2018 is gestart met 22 cliënten in de regelingen IOAW/IOAZ. Op 31 december 2018 is dit aantal gedaald naar 15 cliënten met een IOAW/Z- uitkering, waarmee het bestand is afgenomen met 7 cliënten. JAARSTUKKEN 2018 43 BESLUIT BIJSTANDVERLENING ZELFSTANDIGEN Steenwijkerland In Steenwijkerland zijn 30 aanvragen Bbz ingediend (2017: 31). Dit aantal ligt èèn aanvraag lager dan het totaal van vorig jaar. Het aantal aanvragen van startende zelfstandigen is ten opzichte van vorig jaar met vier toegenomen (19 in 2018 en 15 in 2017). Het aantal aanvragen van gevestigde zelfstandigen is fors gedaald. In 2018 zijn er 5 aanvragen ingediend terwijl er in 2017 16 aanvragen zijn ingediend. De aanvragen hebben in 23 gevallen geleid tot een uitkering Bbz (2017: 18). In 7 gevallen is de aanvraag afgewezen of niet verder behandeld (2017:12). Op dit moment is 1 aanvraag nog in behandeling. De kosten Bbz liggen € 3.000 boven de begroting na wijziging. De opbrengsten zijn € 85.00 hoger dan de begroting waardoor per saldo de kosten voor de gemeente Steenwijkerland € 82.000 onder de begroting na wijziging eindigen.

Ten opzichte van vorig jaar zijn de kosten gestegen met € 53.000 met name door een stijging van de kosten van uitkeringen voor levensonderhoud. De baten stegen met € 36.0000, waardoor de netto last is gestegen met € 17.000. Westerveld In Westerveld zijn er 23 aanvragen Bbz ingediend (2017: 13). Dat is dus bijna een verdubbeling ten opzichte van vorig jaar. In 2017 was er ok al een bijna verdubbeling van 6 (2016) naar 13. In Westerveld zijn er dit jaar 10 startende zelfstandigen geweest die een beroep deden op deze regeling (2017: 3). Het aantal g evestigde zelfstandigen dat een beroep heeft gedaan op de Bbz is met 4 toegenomen tot 12.. Deze aanvragen hebben in 21 gevallen (1 aanvraag had betrekking op 2017)geleid tot een uitkering Bbz (2016:10). In 3 gevallen is de aanvraag afgewezen (2017: 3). De kosten Bbz zijn hoger dan de begroting, € 43.000. De debiteurenontvangsten zijn € 51.000 hoger dan begroot. De netto kosten voor de gemeente Westerveld stijgen daarmee met € 8.000 ten opzichte van de begroting. Ten opzichte van vorig jaar zijn de kosten gestegen met € 76.000 en de baten met € 81.000. JAARSTUKKEN 2018 44 BIJZONDERE BIJSTAND EN MINIMABELEID De bestedingen voor bijzondere bijstand en minimabeleid kan als volgt worden samengevat: Gemeente Westerveld De uitgaven over 2018 zijn ten opzichte van de realisatie 2017 toegenomen.

 Minimabeleid In 2018 zijn 361 aanvragen binnengekomen. Dat zijn er 40 meer dan over geheel 2017.  Bewindvoeringskosten De bewindvoeringskosten (valt onder Financiële transacties) in 2018 hebben € 148.000 bedragen. In 2017 is € 116.000 uitgegeven aan bewindvoeringskosten. Gemeente Steenwijkerland De uitgaven over 2018 zijn € 236.000 lager dan over geheel 2017.  Bijzondere bijstand voor jongeren tot 21 jaar. De bijzondere bijstand voor deze jongeren blijft stijgen. Over 2018 is € 133.000 uitgegeven (2017 € 87.000).  Bijzondere bijstand voor woninginrichtingskosten De trend van de dalende kosten heeft zich doorgezet, over geheel 201 8 is € 65.000 uitgegeven (2017 € 130.000).  Minimabeleid en Regeling Chronisch zieken Over 2018 is in totaal € 344.000 uitgegeven. In 2017 is € 575.000 uitgegeven maar toen ging de vergoeding over twee kalenderjaren (2015 en 2016).  Bewindvoeringskosten De bijzondere bijstand voor bewindvoeringskosten is ten opzichte van 2017 met circa € 11.000 toegenomen tot € 279.000. 2018 2017 2018 2017 2018 2017 a. Dir. levensbehoeften (incl. langdurigheid) 345.362 251.720 98.858 100.485 444.221 352.206 b. Voorzieningen voor huishouden 7.531 11.624 2.253 2.114 9.784 13.738 c. Voorzieningen voor wonen 80.037 159.566 25.739 25.117 105.775 184.683 d. Voorzieningen voor opvang - - - - - - e.

Kosten maatschappelijke zorg 37.366 44.517 7.913 4.209 45.279 48.727 f. Financiële transacties 301.498 318.365 160.306 133.853 461.804 452.218 g. Uitstroombevordering 2.486 - - 9.689 2.486 9.689 h. Medische dienstverlening 4.129 2.909 1.587 2.550 5.716 5.459 i. Overige kostensoorten 15.635 9.788 7.204 9.866 22.839 19.654 j. Werkgeverslasten (LH/ZVW) 40.676 20.443 6.064 10.109 46.740 30.552 k. Wet Kinderopvang 13.581 7.551 3.070 3.622 16.650 11.172 l. Sociaal culturele activiteiten 274.910 291.267 88.991 86.902 363.901 378.169 m. Iedereen aan boord 76.726 98.954 - - 76.726 98.954 n. Gemeente extra pakket 30.461 18.133 19.686 12.917 50.146 31.050 o. vergoeding verplicht eigen risico 343.765 575.222 385 - 344.150 575.222 Totaal 1.574.163 1.810.058 422.056 401.435 1.996.219 2.211.493 Bijzondere bijstand en minima Steenwijkerland Westerveld Totaal JAARSTUKKEN 2018 45 SCHULDHULPVERLENING Steenwijkerland De IGSD is verantwoordelijk voor de toegang tot schuldhulpverlening. De IGSD biedt zelf schuldhulpverleningstrajecten aan en indien nodig verwijst zij door naar de GKB. Dit wanneer er sprake is van een crisissituatie of wanneer een schuldsaneringstraject en/of budgetbeheer nodig is. IGSD aan de Poort Er is een actief bestand van 123 klanten (2017: 140). Van het actieve klantenbestand wordt er ca. 8% ook begeleid middels een vrijwilliger van het project “In eigen hand”.

Het aantal meldingen over 2018 bedraagt 200 (2017 198). De gemiddelde wachttijd tussen melding en eerste gesprek is 8 dagen. GKB De IGSD-SW heeft met de GKB Drenthe een uitvoeringsovereenkomst afgesloten op basis waarvan de verwijzingen plaatsvinden. Over 2018 zijn in totaal 99 nieuwe aanmeldingen gedaan bij de GKB. Deze aanmeldingen hebben betrekking op een schuldregeling. Een deel van deze aanmeldingen (8 = 35%) is afkomstig van externen zoals beschermingsbewindvoerders. De overige 15 aanmeldingen (= 65%) in het 3e kwartaal zijn gedaan door de afdeling schuldhulpverlening binnen de IGSD. In de begroting is € 350.000 opgenomen voor de dienstverlening van het GKB. De werkelijke kosten zij uitgekomen op € 351.000. Ten opzichte van de inschatting in Q3 (overschrijding van € 21.500) valt het eind resultaat dus € 20.000 mee Westerveld Voor Westerveld is er sprake van een uitvoeringsovereenkomst tussen de IGSD -SW en de GKB Drenthe. De totale kosten over 2018 zijn uitgekomen op € 201.000 en overschrijden daarmee de begroting (€ 185.000) met € 16.000. De toename van de kosten heeft ook te maken met het instellen van een spreekuur van de GKB. Over geheel 2018 zijn er 43 nieuwe aanmeldingen gedaan.

RE-INTEGRATIE Het budget voor re-integratie (ook wel: participatiebudget) bestaat uit een aantal deelbudgetten, waaronder de rijksbijdrage voor re-integratie (WWB-klassiek en middelen voor begeleiding van de nieuwe doelgroepen onder de Participatiewet). Het deelbudget re-integratie is ingezet om uitkeringsgerechtigden naar (reguliere) arbeid te leiden. Met dit budget worden onder andere maatwerktrajecten ingekocht bij externe partijen, er worden loonkosten uit betaald van re-integratieconsulenten die zelfstandig cliënten begeleiden (inbesteden) en er worden trajecten mee gefinancierd binnen NoordWestGroep en Reestmond. Daarnaast wordt het budget aangewend voor het inzetten van indienstnemingssubsidies aan werkgevers bij het aannemen van clië nten met een arbeidsbeperking en worden onkosten aan cliënten vergoed zoals kinderopvang en reiskosten. Het vergelijk van de realisatie ten opzichte van de begroting na wijzigingen geeft het volgende beeld: JAARSTUKKEN 2018 46 Het verschil tussen de begroting en het P-budget wordt verklaard door het moment waarop de begroting wordt vastgesteld en het tijdstip waarop de informatie over de hoogte van het P -budget door het Rijk wordt verstrekt. Het P-budget is leidend voor de bewaking van het budget. Bij beide gemeenten zijn de beschikbare middelen overschreden.

De belangrijkste kostenstijgingen zitten in de personele lasten, een toename van de indienstnemingssubsidies en reiskosten van klanten. Als gevolg van wijzigingen in het proces van de ontwikkeling van klanten (Talent In Kaart) is er sprake van een grotere inkoop van trajecten bij de NoordWestGroep. Een gedeelte van de overschrijding heeft betrekking op de BTW component. Deze component is compensabel bij het BTW compensatiefonds. Voor Steenwijkerland wordt dat ges chat op € 90.000 en voor Westerveld op € 15.000. Re-integratie Westerveld Steenwijkerland Totaal Begroting na wijziging 394.500€ 1.341.500€ 1.736.000€ P-budget 397.018€ 1.346.208€ 1.743.226€ aanvullende afspraken P-budget 7.500€ 241.222€ 248.722€ Totaal P-budget 404.518€ 1.587.430€ 1.991.948€ Realisatie 482.121€ 1.883.930€ 2.366.051€ V erschil begroting (na wijziging) -87.621 -542.430 -630.051 Verschil Totaal P-budget -77.603 -296.500 -374.103 JAARSTUKKEN 2018 47 4.6.2 Programma 2 – Bedrijfsvoering De realisatie op programma 2 – bedrijfsvoering is als volgt: NB: in de begroting is extra budget voor hogere klantenaantallen verwerkt als bate.

Voor een goed vergelijk zijn deze bate ad €218.750,- gecorrigeerd in de begroting na wijzigingen De ontwikkelingen per kostenplaats ten opzichte van de begroting en vorig jaar is als volgt: De toelichting op de afwijkingen ten opzichte van de (gewijzigde) begroting is hierna opgenomen. PROGRAMMA 2 - APPARAATSKOSTEN Realisatie 2018 Begroting na wijziging 2018 Realisatie 2017 Lasten Personeel 5.559.048 4.677.469 5.178.476 Algemene kosten 190.920 273.500 95.727 Huisvestingskosten 510.607 564.500 547.766 Facilitaire zaken 151.531 192.100 148.534 ICT 482.034 463.250 476.664 Kapitaallasten 35.805 97.000 90.746 Totaal apparaatskosten 6.929.946 6.267.819 6.537.914 Baten Specificieke dekking / doorbelastingen personeelskosten ESF subsidie - opleiding 89.000 39.000 - Doorbelasting NWG/WGB 68.584 66.310 152.703 Doorbelasting frictie 100.000 - 71.425 Participatiebudget 1.063.024 704.353 839.105 RMC/Wiedenmodel/Jongeren 127.926 123.489 121.516 Schuldhulpverlening 196.451 238.000 220.126 WAZO - 15.000 36.805 Aanvulling inburgering 142.601 37.633 165.317 Personeel 1.787.586 1.223.785 1.606.997 Algemeen - 115.000 7.878 Huisvesting 3.381 62.590 22.441 Facilitaire zaken 5.491 - 4.409 ICT 14.567 - 13.401 Kapitaallasten 35.805 97.000 90.746 Totaal baten 1.846.830 1.498.375 1.745.872 Saldo apparaatskosten 5.083.116 4.769.444 4.792.042 Bijdrage gemeenten -5.091.100 -4.775.585 -4.795.732 Totaal

saldo baten en lasten apparaat 7.984 6.141 3.690 Saldo per Kostenplaats Saldo realisatie - begroting Saldo VJ Saldo uitgangspunt 4.769.444 4.792.042 Personeel 317.383 199.588 Algemeen 32.420 103.071 Huisvesting 5.316 -18.099 Facilitaire zaken -46.060 1.915 ICT 4.612 4.598 Totaal mutatie 313.672 291.073 2018 december 5.083.116 5.083.116 realisatie realisatie JAARSTUKKEN 2018 48 PERSONEEL De loonkosten over 2018 zijn € 317.000 hoger dan begroot en € 199.000 hoger dan vorig jaar. De overschrijding op de personeelskosten wordt met name veroorzaakt door hogere kosten vanwege inhuur van personeel. De IGSD zit in een transformatie naar een nieuwe organisatie zit. Dit zorgt ervoor dat het verloop relatief hoog ligt. Vervanging van vaste medewerkers worden ingevuld met extern ingehuurd personeel voor flexibiliteit voor de organisatie. Voor de korte termijn (2018 – 2019) betekent dit wel significant hogere kosten dan vaste medewerkers. De gemiddelde loonkosten over het jaar bedragen bijna € 71.000 per FTE, terwijl de begroting uitkwam op ruim € 64.000 per FTE. Hierbij zien we in 2018, na crisisjaren met relatief stabiele uurtarieven, in 2018 (tov 2017) de uurtarieven stijgen met gemiddeld 8,2%. Deze stijging van personeelskosten kunnen niet opgevangen worden binnen de huidige budgetten.

De opbouw van de overschrijding wordt hierna toegelicht: - Hogere kosten vanwege (langdurige) ziekte +€ 107.000 (+0,6 FTE icm hogere kosten FTE): Langdurige ziekte en een hoog ziekteverzuim (10,7% voor het gehele jaar), vervanging door inhuur met hogere kosten als gevolg. Ten opzichte van vorige jaren is het ziekteverzuim relatief hoog (zie onderstaande tabel) maar met een dalende tendens. - Hogere kosten door inhuur (ipv vast), deels gecompenseerd door daling FTE + € 145.000 In 2018 was het verloop van medewerkers relatief hoog. De vervanging van vertrekkende medewerkers wordt met name door externe inhuur (kortlopend) ingevuld. Hiervan is € 16.000 op het resterende frictiebudget verantwoord. De overige meerkosten vallen in de afrekening van de apparaatskosten - Afwikkeling personeelscontract (waaronder juridische kosten voor € 30 .000) In 2018 is afscheid genomen van een medewerker. Dit heeft hogere kosten tot gevolg gehad, waaronder juridische kosten voor de afhandeling van het contract. - Hogere klantenaantallen (+35 gemiddeld) + € 21.875 (+0,35 FTE) De IGSD heeft gemiddeld 35 meer klanten gehad dan begroot. Het budget voor extra klantenaantallen is volgens afspraak € 21.875 hoger.

Toelichting Bezoldiging topfunctionarissen : informatie in het kader van de Wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) De wet normering bezoldiging topfunctionarissen publieke en semipublieke sector (WNT) is in werking getreden met ingang van 1 januari 2013. Ingevolge de Wet verlaging bezoldigingsmaximum WNT is met ingang van 1 januari 2015 het algemene bezol digingsmaximum in de WNT verlaagd naar het niveau van een minister. Topinkomens in de (semi)publieke sector mogen ingevolge deze wet maximaal 100% van het

JAARSTUKKEN 2018 49 ministersalaris zijn ( 2018: € 18 9.000 inclusief onkosten en pensioenbijdrage), met inachtneming van overgangsrecht voor bestaande contracten. Leidinggevende topfunctionarissen De bezoldiging van de bezoldigde leidinggevende topfunctionarissen van de IGSD is als volgt: De leden van het Dagelijks Bestuur hebben geen bezoldiging ontvangen in 2018. Omdat er geen sprake is van een dienstverband (in FTE), is ook geen normering opgenomen voor de leden van het DB. De samenstelling van het DB in 2018 is als volgt: bedragen x € 1 M. Nijstad Functiegegevens Directeur Aanvang en einde functievervulling in 2018 01/11 - 31/12 Deeltijdfactor in fte 0,89 Gewezen topfunctionaris? Nee (Fictieve) dienstbetrekking? Nee Bezoldiging Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen € 24.765 Beloningen betaalbaar op termijn € - Subtotaal € 24.765 Individueel toepasselijke bezoldigingsmaximum € 42.345 -/- Onverschuldigd betaald bedrag N.v.t. Totale bezoldiging € 24.765 Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan N.v.t. Gegevens 2017 Aanvang en einde functievervulling in 2017 nvt Deeltijdfactor 2017 in fte n.v.t. Beloning plus belastbare onkostenvergoedingen n.v.t. Beloningen betaalbaar op termijn n.v.t. Totale bezoldiging 2017 n.v.t. NAAM TOPFUNCTIONARIS FUNCTIE AANVANG & EINDE FUNCTIE Bestuur tot 5 juli 2018 O. Akkerman Voorzitter DB 1/1 - 5/7 K.

Smidt Lid DB 1/1 - 5/7 E. van Schelven Lid DB 1/1 - 5/7 Bestuur m.i.v. 5 juli 2018 J. de Haas Voorzitter DB 5/7 - 31/12 O. Akkerman Lid DB 5/7 - 13/11 B. Harmsma Lid DB 5/7 - 13/11 T. Bijl Lid DB 13/11 - 31/12 T. Jongman Lid DB 13/11 - 31/12 JAARSTUKKEN 2018 50 Leidinggevende topfunctionarissen zonder dienstbetrekking kalendermaand 1 -12 Toezichthoudende topfunctionarissen Naar aanleiding van de gemeenteraadsverkiezingen in maart 2018 heeft er een bestuurlijke wisseling plaatsgevonden. De invulling van het Algemeen Bestuur is daarmee ook veranderd. Deze aanpassing is geeffectueerd op 5 juli 2019. De bezetting van het Algemeen Bestuur was in 2018 als volgt: Bedragen x € 1 Functiegegevens 2018 2017 1-1 t/m 31-10; 1-11 t/m 31-12; 10 2 € 182 € 176 € 215.800 € 49.000 Bezoldiging € 121.422 € 25.248 Werkelijk uurtarief lager dan het (gemiddeld) maximum uurtarief? Ja M.

Nijstad Directie Kalenderjaar Maximum uurtarief in het kalenderjaar Maxima op basis van de normbedragen per maand Individueel toepasselijk maximum gehele periode kalendermaand 1 t/m 12 € 234.892 Bezoldiging in de betreffende periode Totale bezoldiging gehele periode kalendermaand 1 t/m 12 € 146.670 Periode functievervulling in het kalenderjaar (aanvang - einde) Aantal kalendermaanden functievervulling in het kalenderjaar Individueel toepasselijk bezoldigingsmaximum (-/-) Onverschuldigd betaald bedrag € 0 Totale bezoldiging, exclusief BTW € 146.670 Reden waarom de overschrijding al dan niet is toegestaan n.v.t. NAAM TOPFUNCTIONARIS FUNCTIE AANVANG & EINDE FUNCTIE Bestuur tot 5 juli 2018 O. Akkerman Voorzitter AB 1/1 - 5/7 K. Smidt Lid AB 1/1 - 5/7 E. van Schelven Lid AB 1/1 - 5/7 D. Frantzen Lid AB 1/1 - 5/7 H. Geertsma Lid AB 1/1 - 5/7 W.J. Brus Lid AB 1/1 - 5/7 Bestuur m.i.v. 5 juli 2018 J. de Haas Voorzitter AB 5/7 - 31/12 O. Akkerman Lid AB 5/7 - 13/11 T. Bijl Lid AB 13/11 - 31/12 T. Jongman Lid AB 5/7 - 31/12 B. Harmsma Lid AB 5/7 - 31/12 H. Doeven Lid AB 5/7 - 31/12 W. de Jong Lid AB 5/7 - 31/12 JAARSTUKKEN 2018 51 De leden van het Algemeen Bestuur hebben geen bezoldiging ontvangen in 2018.

Rapportageverplichtingen op grond van de WNT Naast de hierboven vermelde topfunctionarissen zijn er geen overige functionarissen die in 2018 een bezoldiging boven het toepasselijke WNT-maximum hebben ontvangen, of waarvoor in eerdere jaren een vermelding op grond van de WOPT of de WNT heeft plaatsgevonden of had moeten plaatsvinden. Er zijn in 2018 geen ontslaguitkeringen aan overige functionarissen betaald die op grond van de WNT dienen te worden gerapporteerd. Kapitaallasten De kapitaallasten liggen ruim € 60.000 lager dan de begroting, met name doordat de aanwezig activa grotendeels volledig is afgeschreven en de IGSD geen nieuwe investeringen doet. De kapitaallasten zijn doorgeboekt naar de huisvestingslasten. Algemeen De algemene kosten zijn € 13.000 lager geëindigd dan verwacht in het 3e kwartaal, maar zijn € 32.000 hoger dan begroot. Dit is vooral als gevolg van benchmarkonderzoeken (€ 25.000) op verzoek van de gemeenteraad van de deelnemende gemeenten. Daarnaast zijn juridische kosten gemaakt voor de ontvlechting (€ 15.000). Deze kosten waren niet begroot en kunnen niet binnen de aanwezige begrotingsposten opgevangen worden. Daar staat tegenover dat de kosten voor de salarisadministratie en financiële administratie door de NoordwestGroep lager zijn uitgevallen dan begroot, mede door verschuiving van de dienstverlening.

Huisvesting De huisvestingskosten liggen in lijn met de begroting. De derving van huuropbrengsten vanwege de uithuizing van de Noordwestgroep betekende een huurderving van bijna € 60.000. Hiervoor is geen vervangende huurder gevonden. Deze huurderving kon nagenoeg gecompenseerd worden door lagere kapitaallasten als gevolg van het feit dat de investeringen in 2018 voor een groot deel volledig zijn afgeschrev en. Facilitair De facilitaire kosten zijn € 46.000 lager dan begroot, met name door lagere kantoorkosten, zoals porti, papier en drukwerk, maar ook kosten voor telefonie en de kosten voor de website. ICT De kosten voor ICT liggen in lijn met de begroting. JAARSTUKKEN 2018 52 BIJDRAGE GEMEENTEN De apparaatskosten van de IGSD worden doorbelast aan de gemeente Steenwijkerland respectievelijk de gemeente Westerveld. Het saldo (na baten en specifieke verrekeningen) is verrekend met de deelnemende gemeenten op basis ven aan gewogen aantal cliënten. Het gewogen gemiddelde aantal cliënten is als volgt opgebouwd: Op grond van bovenstaande is de volgende afrekening opgesteld: De afrekening is gebaseerd op een tarief van € 5.195 per gewogen gemiddelde cliënt. Het begrote tarief bedroeg € 4.765.

De stijging van het tarief ten opzichte van de begroting is als volgt opgebouwd: Vooral de hogere (gewogen) klantenaantallen dan het geraamde aantal bij de begroting leiden tot een stijging van het archief. Het extra budget voor de ontwikkeling van de klantenaantallen zit niet in het begrote tarief en zorgt dus ook voor een stijging van het tarief per (gewogen) klant, REALISATIE 2018 Gewogen clienten Steenwijkerland Westerveld TOTAAL Steenwijkerland Westerveld Totaal Clienten wwb/ioaw/ioaz 751 246 997 50% 376 123 499 Cliënten Wet Inburgering* 0 0 0 0 Minimabeleid aantal cliënten 1.500 361 1.861 20% 300 72 372 (ingekomen aanvragen) Instroom cliënten 255 109 364 30% 77 33 109 Gewogen aantal cliënten 752 228 980 76,7% 23,3% Correctie obv afspraak deelnemende gemeenten -17 17 0 Gewogen aantal clienten voor verrekening 735 245 980 75,00% 25,00% Basis voor berekening Weging Gewogen aantal clienten 2018 Totaal te verrekenen 5.091.100 Gewogen aantal cliënten 980 Tarief per gewogen cliënt 5.195 Aantal gewogen cliënten Steenwijkerland 735 Tarief 2018 5.195 Bijdrage Steenwijkerland in apparaatskosten 3.818.325 Bijdrage Steenwijkerland apparaatskosten 3.818.325 Aantal gewogen cliënten Westerveld 245 Tarief 2018 5.195 Bijdrage Westerveld in apparaatskosten 1.272.775 Bijdrage Westerveld apparaatskosten.

1.272.775 Totale bijdragen gemeenten in 2017 5.091.100 Ontwikkeling tarief 2018 2017 Begroting 4.765 3.680 Extra budget agv ontwikkeling klantenaantallen 193 169 Gecorrigeerd ivm budget tijdelijk personeel plan van aanpak 694 Stijging (-/- daling) gemiddeld gewogen aantal clienten 208 251 Overig (m.n. stijging apparaatskosten) 29 60 Realisatie 5.195 4.854 JAARSTUKKEN 2018 53 Overige gegevens 4.7 Belangrijke gebeurtenissen na balansdatum Alle ten tijde van het opmaken van de jaarrekening beschikbare informatie van materieel belang omtrent de feitelijke situatie per balansdatum is bij het opmaken van de jaarrekening in aanmerking genomen en verwerkt. Er hebben zich na het opmaken van de jaarrekening geen gebeurtenissen van betekenis voorgedaan die nadere informatie geven over de feitelijke situatie op balansdatum. JAARSTUKKEN 2018 54 5 Rekening naar Taakvelden Met ingang van boekjaar 2018 is ook voor gemeenschappelijke regelingen de verplichting indeling naar taakvelden geïmplementeerd.

Omdat deze indeling minder goed aansluit bij de verantwoording naar de deelnemende gemeenten, is de presentatie in de staat van baten en lasten hiervoor niet gewijzigd, maar is ervoor gekozen om de rekening naar taakvelden op te nemen in de bijlage: Realisatie begroting na wijziging Begroting primitief 2018 2018 2018 0 - Algemene Dekkingsmiddelen 0.4 - Overhead 2.587.753 2.464.042 2.205.042 0.5 - Treasury 6.225 11.000 11.000 0.9 - Vennootschapsbelasting - - - 0.10 - Mutaties reserves - - - 0.11 - Resultaat 7.984 6.141 6.141 6 - Sociaal Domein 6.3 - Inkomensregelingen 19.362.971 17.257.498 16.777.773 6.5 - Arbeidsparticipatie 4.554.057 3.556.159 3.695.159 6.71 - Maatwerkdienstverlening 18+ 770.512 757.845 757.845 Totaal Lasten 27.289.503 24.052.685 23.452.960 0 - Algemene Dekkingsmiddelen 0.4 - Overhead 2.595.738 2.470.183 2.211.183 0.5 - Treasury 6.225 11.000 11.000 6 - Sociaal Domein 6.3 - Inkomensregelingen 19.362.971 17.257.498 16.777.773 6.5 - Arbeidsparticipatie 4.554.057 3.556.159 3.695.159 6.71 - Maatwerkdienstverlening 18+ 770.512 757.845 757.845 Totaal Baten 27.289.503 24.052.685 23.452.960 Taakveld JAARSTUKKEN 2018 55 Sisa bijlage SZW G2B Gebundelde uitkering op grond van artikel 69 Participatiewet_deel openbaar lichaam 2018 Openbaar lichaam o.g.v.

Wgr (SiSa tussen medeoverheden) Het openbaar lichaam verantwoordt hier per Hieronder per regel één gemeente(code) selecteren en in de kolommen ernaast de verantwoordingsinformatie voor die gemeente invullen Besteding (jaar T) algemene bijstand Deel openbaar lichaam I.1 Participatiewet (PW) Baten (jaar T) algemene bijstand (exclusief Rijk) Deel openbaar lichaam I.1 Participatiewet (PW) Besteding (jaar T) IOAW Deel openbaar lichaam I.2 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) Baten (jaar T) IOAW (exclusief Rijk) Deel openbaar lichaam I.2 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte werkloze werknemers (IOAW) Besteding (jaar T) IOAZ Deel openbaar lichaam I.3 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) Aard controle R Aard controle R Aard controle R Aard controle R Aard controle R Aard controle R Indicatornummer: G2B / 01 Indicatornummer: G2B / 02 Indicatornummer: G2B / 03 Indicatornummer: G2B / 04 Indicatornummer: G2B / 05 Indicatornummer: G2B / 06 1 061708 Gemeente Steenwijkerland € 10.105.629 € 206.239 € 718.927 € 6.971 € 97.377 2 061701 Gemeente Westerveld € 3.109.511 € 86.265 € 219.546 € 6.458 € 55.988 Hieronder verschijnt de gemeente(code) conform de keuzes gemaakt bij G2B / 01 In de kolommen hiernaast de verantwoordingsinformatie voor die gemeente

invullen Baten (jaar T) IOAZ (exclusief Rijk) Deel openbaar lichaam I.3 Wet inkomensvoorziening oudere en gedeeltelijk arbeidsongeschikte gewezen zelfstandigen (IOAZ) Besteding (jaar T) Bbz 2004 levensonderhoud beginnende zelfstandigen Deel openbaar lichaam I.4 Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (levensonderhoud beginnende zelfstandigen) (Bbz 2004) Baten (jaar T) Bbz 2004 levensonderhoud beginnende zelfstandigen Deel openbaar lichaam I.4 Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (levensonderhoud beginnende zelfstandigen) (Bbz 2004) Baten (jaar T) WWIK (exclusief Rijk) Deel openbaar lichaam I.6 Wet werk en inkomen kunstenaars (WWIK) Aard controle n.v.t. Aard controle R Aard controle R Aard controle R Aard controle R Indicatornummer: G2B / 07 Indicatornummer: G2B / 08 Indicatornummer: G2B / 09 Indicatornummer: G2B / 10 Indicatornummer: G2B / 11 1 061708 Gemeente Steenwijkerland € 17 € 48.077 € 37.468 2 061701 Gemeente Westerveld € 0 € 25.060 € 3.462 Hieronder verschijnt de gemeente(code) conform de keuzes gemaakt bij G2B / 01 In de kolommen hiernaast de verantwoordingsinformatie voor die gemeente invullen Besteding (jaar T) Loonkostensubsidie o.g.v. art. 10d Participatiewet Deel openbaar lichaam I.7 Participatiewet (PW) Baten (jaar T) Loonkostensubsidie o.g.v. art. 10d Participatiewet (excl. Rijk) Deel openbaar lichaam I.7 Participatiewet (PW) Aard controle n.v.t.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/1b7b7145-1930-49b5-8244-854c1057c4b1?agendaItemId=93670b1f-5a38-4f86-beda-2266c962c50b