7.1 Inwoner - VMM Stookadvies 11-2017.pdf
Tekst van het document
Vlaanderen is milieu VLAAMSE MILIEUMAATSCHAPPIJ www.vmm.be Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 2 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook DOCUMENTBESCHRIJVING Titel Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook Samenstellers Afdeling Lucht, Milieu en communicatie, VMM Dienst Lucht, Dienst Communicatie, IRCEL Inhoud Dit rapport bespreekt de actuele impact van huishoudelijke houtverbranding op de lucht en de gezondheid. Het geeft uitleg over de onderbouwing van het stookadvies en de gevoerde communicatie hierrond. Dit stookadvies wordt gekaderd in een brede internationale context.
Wijze van refereren Vlaamse Milieumaatschappij (2017), Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook Verantwoordelijke uitgever Michiel Van Peteghem, Vlaamse Milieumaatschappij Vragen in verband met dit rapport Vlaamse Milieumaatschappij Dokter De Moorstraat 24-26 9300 Aalst Tel: 053 72 62 10 info@vmm.be Depotnummer D/2017/6871/024 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 3 SAMENVATTING Luchtverontreiniging wordt door het Europees Milieuagentschap (EMA) beschouwd als de belangrijkste milieugerelateerde doodsoorzaak. Luchtverontreiniging heeft bovendien een grote maatschappelijke kost. Volgens het EMA zijn veel gezondheidsklachten in België gerelateerd aan fijn stof. Ook de concentratie van polycyclische aromatische stoffen (PAK) is hoog in de omgevingslucht : in Vlaanderen ligt benzo(a)pyreen gemiddeld 14 keer boven de veilige kankergrens , hoewel het jaargemiddelde voor benzo(a)pyreen in 201 6 op alle meetplaatsen onder de Europese streefwaarde lag. Sinds 1 januari 2005 gelden Europese grenswaarden voor fijn stof (PM 10).
De Europese kaderrichtlijn lucht bepaalt dat lidstaten maatregelen moeten treffen om het risico van dreigende overschrijdingen van die grenswaarden te verkleinen of de duur ervan te beperken. Men verwijst hierbij onder andere naar controlemaatregelen voor verkeer en gebouwenver warming. De Europese grenswaarde voor PM 10- daggemiddelden is bepaald op 50 μg/m³ (die op jaarbasis max. 35 keer mag overschreden worden). Naast een generiek luchtkwaliteitsbeleid gericht op de reductie van luchtverontreinigende stoffen neemt Vlaanderen ook kortetermijnmaatregelen bij episodes met slechte luchtkwaliteit. Voor verkeer treedt een smogalarm in werking wanneer modellen voorspellen dat de concentratie van fijn stof minstens 2 dagen hoger is dan 70 µg/m³. Op dat moment geldt een snelheidsbeperking tot 90 km/u op ringwegen en een aantal secties van autosnelwegen naast bewoning. Deze snelheidsbeperking zorgt voor een gevoelige daling van de EC-concentraties (Elementair Koolstof, een specifieke component van fijn stof en een maat voor dieselroet) nabij bewoning in de onmiddellijke buurt van wegen waar de snelheidsbeperking geldt. Deze maatregel volstaat echter niet om de fijnstofconcentraties significant lokaal noch in een ruimer gebied te doen dalen. Voor de gebouwenverwarming vaardigt de Vlaamse M ilieumaatschappij sinds november 2016 bij hoge fijnstofconcentraties een stookadvies uit.
Wanneer de 24-uurs glijdend gemiddelde concentratie van fijn stof (PM10-fractie) in Vlaanderen hoger is dan 50 µg/m³ en er geen verbetering van de luchtkwaliteit verwacht wordt binnen de 24 uur adviseert de VMM de bevolking om geen hout te stoken als bijverwarming of voor sfeerdoeleinden. Het doel van deze advisering is de blootstelling van de bevolking aan schadelijke stoffen, die vrijkomen bij houtverbranding, te reduceren, de luchtkwaliteit te verbeteren en anderzijds de bevolking inzake houtverbranding te sensibiliseren. Emissieberekeningen geven immers aan dat houtverbranding een belangrijke en lange tijd onderschatte bron is van rechtstreeks uitgestoten fijn stof. Bovendien komen er ook tal van andere kankerverwekkende stoffen vrij zoals PAK en dioxines. De meeste emissies worden veroorzaakt door het verbranden van hout in open haarden en kachels. Ook de manier van stoken heeft een belangrijke impact op de uitstoot. De huishoudelijke verwarming door houtstook is de grootste bron van uitstoot in Vlaanderen, meer dan verkeer. Bovendien vormen kachels en open haarden talrijke ‘puntbronnen’ die hoofdzakelijk in dichtbevolkt woongebied liggen én waarvan de uitstoot op lage hoogte gebeurt.
Omgevingsfactoren die een goede verdunning belemmeren en bepaalde meteorologische omstandigheden -inversie en windstille dagen- kunnen leiden tot een slechte verdunning van de uitstoot door houtverbranding in de omgeving van de schouw. Dit veroorzaakt een verhoogde blootstelling en rook- en geurhinder voor omwonenden. Moderne ventilatiesystemen, die verplicht zijn bij nieuwbouw en die actief buitenlucht aanzuigen, zorgen voor een zeer slechte binnenluchtkwaliteit als de buitenlucht vervuild is door lokale bronnen zoals houtstoven. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 4 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook Gezien de gezondheidseffecten van PM10, PM2,5, PAK en dioxines en de actuele bijdrage van houtverbranding hieraan, kan ervan uit gegaan worden dat de gezondheidsimpact van houtverbranding significant is. Fijn stof bestaat uit een verzameling van polluenten. Kennis over de samenstelling geeft informatie over welke bronnen men moet aanpakken. Uit een recente studie die de VMM in 2016 in Dessel uitvoerde, blijkt dat houtverbranding op die locatie in de winter voor één derde bijdraagt aan de totale hoeveelheid fijn stof in de omgevingslucht .
Een enquête gaf aan dat 44% van de inwoners in deze woonwijk een houtkachel gebruikte als (bij)verwarming. Gelet op het lokale karakter van deze studie, kunnen de resultaten niet geëxtrapoleerd worden naar gans Vlaanderen. We kunnen echter wel aannemen dat de lokale situatie in Dessel ook nog voorkomt in andere gelijkaardige woonwijken in Vlaanderen. Volgens een studie van de Universiteit Gent1 woont naar schatting een kwart van de Vlaamse gezinnen in een verkaveling. Sinds het najaar van 2016 geeft de VMM een stookadvies op dagen met slechte luchtkwaliteit . Dit rapport geeft een evaluatie van het stookadvies voor de winterperiode 2016 -2017. Het stookadvies werd 5 keer afgeroepen in de periode 1/11/2016 -31/3/2017. Hiervoor maakte de VMM een persbericht dat telkens aangepast werd aan de specifieke situatie van dat moment. Dit persbericht kreeg veel weerklank en werd vaak overgenomen door de media en in de weerberichten. De VMM maakte een infografiek om de boodschap op een heldere en verstaanbare manier te brengen. Ook sociale media werden ingeschakeld bij de communicatie van het stookadvies. Het stookadvies dat Vlaanderen hanteert is niet uniek. Internationaal zijn er heel wat regio’s die korte- en/of langetermijnmaatregelen nemen om de impact van houtverbranding op de luchtkwaliteit te verminderen. In dit rapport staan een aantal voorbeelden van dergelijke regio’s.
1 Bron: Pisman et al. (2016), De verkaveling in cijfers. In Devisch, O. & Roosen, B., (2016). Verkavelingsverhalen \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 5 INHOUD 1 Europees beleid luchtkwaliteit ...................................................................................................................... 7 2 Luchtkwaliteit in Vlaanderen ....................................................................................................................... 10 3 Maatregelen bij hoge fijnstofconcentraties ................................................................................................ 13 4 Uitstoot door particuliere houtverbranding ............................................................................................... 15 4.1 Fijn stof ................................................................................................................................................. 15 4.2 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen .......................................................................................
19 4.3 Dioxines ................................................................................................................................................ 21 5 Uitstoot door industriële stookinstallaties .................................................................................................. 24 6 Onderzoek bijdrage houtverbranding in fijn stof ........................................................................................ 25 6.1 Onderzoek bijdrage houtverbranding in fijnstofconcentraties ........................................................... 25 6.1.1 Chemische karakterisering van fijn stof ....................................................................................... 25 6.1.2 Berekening bijdrage houtverbranding aan fijn stof ..................................................................... 25 6.1.3 Joaquin: bijdrage houtverbranding in fijnstofconcentraties in Noord-West-Europa .................. 26 6.1.4 Studie bijdrage houtverbranding aan luchtverontreiniging in woonwijk Dessel ........................ 28 6.2 Internationaal onderzoek ..................................................................................................................... 28 6.3 Verder onderzoek door de VMM .........................................................................................................
30 7 Communicatie stookadvies ......................................................................................................................... 32 7.1 Wanneer een stookadvies? .................................................................................................................. 32 7.2 Gebruikte communicatiekanalen ......................................................................................................... 33 7.3 Feedback op stookadvies ..................................................................................................................... 34 8 Internationale aanpak houtverbranding ..................................................................................................... 36 9 Algemeen besluit ......................................................................................................................................... 38 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 6 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook LIJST VAN TABELLEN Tabel 1: Toetsing PM-concentraties van 2016 aan WGO-advieswaarden .......................................................
11 Tabel 2: Overzicht van de smogepisodes voor fijn stof en de dagen waarop de VMM het stookadvies gaf (periode 1/11/16-31/3/17)............................................................................................................................... 32 LIJST VAN FIGUREN Figuur 1: Aandeel van de verschillende sectoren in de PM10-emissie in 2015 ................................................. 16 Figuur 2: Aandeel van de verschillende sectoren in de PM2,5-emissie in 2015 ................................................ 17 Figuur 3: Evolutie van de PM10-emissie door de verschillende sectoren in Vlaanderen.................................. 18 Figuur 4: Evolutie van de PM2,5-emissie door de verschillende sectoren in Vlaanderen ................................. 18 Figuur 5: Aandeel van de verschillende sectoren in de BaP-emissie in 2015 .................................................. 20 Figuur 6: Evolutie van de BaP-emissie door de verschillende sectoren in Vlaanderen ................................... 21 Figuur 7: Aandeel van de verschillende sectoren in de dioxine-emissie in 2015 ............................................. 22 Figuur 8: Evolutie van de dioxine-emissie door de verschillende sectoren in Vlaanderen ..............................
23 Figuur 9: Gemiddelde (± standaardafwijking) maandelijkse concentratie van levoglucosan op 5 meetplaatsen in NW-Europa op basis van metingen om de 6 dagen (exclusief de metingen op Pasen) ........ 27 Figuur 10: Gemiddelde (± standaardafwijking) seizoenale bijdrage van houtverbranding aan PM10 op 5 meetplaatsen in NW-Europa op basis van metingen om de 6 dagen (exclusief de metingen op Pasen) ........ 27 Figuur 11: glijdende 24-uursgemiddelde PM10 concentraties (gemiddelde van alle meetplaatsen in Vlaanderen) in de periode 1/11/2016 tot en met 31/3/2017.......................................................................... 33 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 7 1 EUROPEES BELEID LUCHTKWALITEIT Huidig Europees kader pakt luchtvervuiling aan De Europese Commissie heeft een strategie om — de schadelijke gevolgen van luchtkwaliteit voor de gezondheid van de mens en het milieu te voorkomen, te verhinderen of te verminderen; — de goede luchtkwaliteit in stand te houden en die in andere gevallen te verbeteren.
De volgende Europese richtlijnen vormen het Europese wetgevend kader voor de concentraties van heel wat polluenten in de omgevingslucht: — richtlijn 2008/50/EG die grens-, streefwaarden en informatiedrempels omvat voor onder meer fijn stof, stikstofdioxide en ozon; — richtlijn 2004/107/EG die streefwaarden omvat voor onder meer zware metalen en polycyclische aromatische koolwaterstoffen. De Europese luchtkwaliteitsdoelstellingen bieden geen volledige bescherming van de gezondheid Bij de definiëring van de Europese luchtkwaliteitsdoelstellingen, hield men rekening met: — gezondheidseffecten — de technische haalbaarheid — de economische consequenties van de opgelegde concentratieniveaus. Daarom zijn de Europese normen vaak minder streng dan de advieswaarden van de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO). Deze laatste houdt énkel rekening met gezondheidseffecten. Luchtverontreiniging is belangrijkste milieugerelateerde doodsoorzaak Ondanks de verbetering van de luchtkwaliteit in Europa de afgelopen decennia stelt het Europees Milieuagentschap (EMA) dat l uchtverontreiniging de belangrijkste milieugerelateerde oorzaak is van voortijdige sterfte in de Europese Unie 2. Luchtverontreiniging veroorzaakt tien keer meer vroegtijdige overlijdens dan verkeersongevallen . Bovendien classific eerde de Wereldgezondheidsorganisatie (WGO) luchtvervuiling als kankerverwekkend3.
In België vormt fijn stof het grootste probleem Voor België wees het EMA in 2013 10.050 vroegtijdige sterftes toe aan te hoge concentraties van PM2,5, 2.320 aan NO2 en 210 aan ozon4. 2 EMA (2016) Air quality in Europe – 2015 report 3 http://www.iarc.fr/en/media-centre/iarcnews/pdf/pr221_E.pdf 4 http://www.eea.europa.eu/publications/air-quality-in-europe-2016 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 8 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook Het EMA berekende ook het aantal verloren levensjaren. Deze indicator doet een inschatting van het gemiddeld aantal jaren dat men verliest door vroegtijdig te sterven. Bij deze berekening kent men een groter gewicht toe aan sterfgevallen op jon gere leeftijd en een lager gewicht aan sterfgevallen op latere leeftijd. Het geeft dus een meer genuanceerd beeld dan vroegtijdige sterftes. Voor België kwam dit voor 2013 op 1.163 verloren jaren per 100.000 inwoners. Hiervan werden er 928 jaren toegeschre ven aan PM2,5, 214 aan NO2 en 21 aan ozon. De dienst milieurapportering (MIRA) van de VMM berekende dat in 2015 door de impact van fijn stof 94 gezonde levensjaren verloren gingen per 10 000 inwoners of ongeveer 1 gezond levensjaar per 100 inwoners .
Ook zou elke inwoner in Vlaanderen bij levenslange blootstelling aan de huidige verontreinigingsniveaus gemiddeld 9 maanden minder lang gezond blijft door blootstelling aan fijn stof5. Luchtverontreiniging heeft grote maatschappelijke kost De Europese Commissie berekende de kost van luchtvervuiling voor België6. De externe gezondheidskosten worden geraamd op meer dan 8 miljard euro per jaar. In dit bedrag hield men rekening met de intrinsieke waarde van een gezond leven én met de directe kosten voor de economie. Deze directe economische kosten houden verband met — 2,5 miljoen verloren werkdagen per jaar als gevolg van ziekten gerelateerd aan luchtvervuiling, — de daaraan verbonden kosten voor werkgevers (401 miljoen euro/jaar), — de kosten voor gezondheidszorg (meer dan 32 miljoen euro/jaar). De Europese Commissie scherpt luchtkwaliteitsdoelstellingen aan In een mededeling van 3 februari 2017 7 “EU-evaluatie van de tenuitvoerlegging van het milieubeleid Landenrapport – BELGIË” stelt de Europese C ommissie dat de luchtkwaliteit verder en aanzienlijk moet verbeteren in de Europese Unie. Ze stelt bovendien dat de niveaus aanbevolen door de WGO dichter benaderd moeten worden. Voor heel wat stoffen zijn deze advieswaarden in Vlaanderen nog niet binnen bereik.
Specifiek voor België geeft de Commissie de volgende aanbevelingen met betrekking tot luchtkwaliteit: — handhaven van de neerwaartse emissietrends van luchtverontreinigende stoffen met het oog op de volledige naleving van geldende nationale emissieplafonds en van grenswaarden voor de luchtkwaliteit, en verminderen van de schadelijke gevolgen van luchtverontreiniging voor de gezondheid, — reduceren van de uitstoot van stikstofoxide (NOx) om de geldende nationale emissieplafonds na te leven en/of de stikstofdioxide - (NO2) en ozonconcentraties te reduceren, onder meer door de transportgerelateerde uitstoot te verminderen, met name in stedelijke gebieden; — Verminderen van de PM 10-emissie en -concentratie, onder andere door de uitstoot die verba nd houdt met transport, landbouw en energie- en warmteopwekking met vaste brandstoffen te verminderen. 5 http://www.milieurapport.be/nl/feitencijfers/gevolgen-voor-mens-natuur-en-economie/milieu-mens-en-gezondheid/verloren-gezonde- levensjaren-evaluatie-van-de-volksgezondheid/verloren-gezonde-levensjaren-dalys-door-blootstelling-aan-fijn-stof/ 6 http://ec.europa.eu/environment/archives/air/pdf/Impact_assessment_en.pdf 7 EU-evaluatie van de tenuitvoerlegging van het milieubeleid.
Landenrapport – BELGIË, 03/02/2017 http://ec.europa.eu/environment/eir/pdf/report_be_nl.pdf \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 9 Samenvattend kunnen we stellen dat ondanks de verbetering van de luchtkwaliteit, de huidige luchtverontreiniging in België nog altijd een significante impact heeft op ziekte en sterfte. Hieraan is een grote maatschappelijke kost gekoppeld. De Europese Commissie heeft een beleid om de luchtverontreiniging verder te verbeteren . In het 7 de MAP (Milieu actieprogramma) gaf de Europese Commissie aan dat de WGO - advieswaarden dichter benaderd moeten worden. Dit komt overeen met de langetermijnvisie van de Vlaamse regering. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 10 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 2 LUCHTKWALITEIT IN VLAANDEREN Vlaanderen haalt meeste Europese doelstellingen voor luchtkwaliteit De concentraties van heel wat stoffen liggen onder de Europese grens- of streefwaarden. In 2016 was dit niet zo voor: — de stikstofdioxideconcentraties overschreden de Europese grenswaarde op 2 meetplaatsen.
Modelberekeningen en lokale meetcampagnes geven aa n dat dit mogelijk ook het geval is op andere locaties met veel verkeer; — de langetermijndoelstelling voor ozon werd overschreden; — de concentraties van de zware metalen arseen en cadmium waren te hoog nabij een aantal metaalbedrijven. Vanaf 2014 respecteert Vlaanderen de Europese grenswaarden voor fijn stof op alle meetplaatsen. De concentraties in smalle straten met aaneengesloten bebouwing, zogenaamde street canyons, konden tot nog toe niet goed bepaald worden. De aard van deze locaties maakt referentiemetingen nagenoeg onmogelijk en ook de modellen konden onvoldoende rekening houden met de lokale situatie. Verscheidene meetcampagnes in street canyons toonden wel aan dat op die moeilijk te bemeten plaatsen hogere concentraties kunnen voorkomen . De VMM liet daarom recent een nieuw model ontwikkelen dat de concentraties op deze locaties beter kan inschatten. De nieuwe berekeningen tonen op heel wat plaatsen overschrijdingen van de Europese jaargrenswaarde voor NO2. Deze overschrijdingen zijn vaak beperkt tot de smalle straten met veel verkeer. Ook voor roet zien we duidelijk lokale verhogen in deze straten. Voor de fijnstoffracties zien we kleinere verschillen omdat deze polluenten minder variëren over korte afstanden.
De WGO-advieswaarden zijn nog niet binnen bereik De Europese Commissie streeft in het 7e MAP een evolutie naar de (strengere) WGO-advieswaarden in 2020 na. Dit sluit aan bij de langetermijnvisie van de Vlaamse Regering die deze advieswaarden wil respecteren in 2050. Voor heel wat polluenten betekent dit dat bijkomende acties nodig zijn om de concentraties in de omgevingslucht te laten dalen. Dit is ook zo voor fijn stof : op quasi alle meetplaatsen is er een overschrijding van de WGO -advieswaarden. Via modellering w erd ingeschat welke percentage van de Vlaamse bevolking woonde in een gebied dat voldoet aan de WGO-advieswaarden. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 11 Tabel 1: Toetsing PM-concentraties van 2016 aan WGO-advieswaarden Polluent Advieswaarde # meetstations die advieswaarde respecteren % bevolking dat woont in gebied dat voldoet aan advieswaarde PM10 1 jaar – 20 µg/m³ 5/38 79% 1 dag – 50 µg/m³, max. 3 overschrijdingen per jaar 6/38 55% PM2,5 1 jaar – 10 µg/m³ 0/40 3% 1 dag – 25 µg/m³ max.
3 overschrijdingen per jaar 0/40 0% Huidige BaP-concentratie ligt onder de Europese streefwaarde maar 14 keer boven veilige kankergrens Voor polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) bestaat een Europese streefwaarde voor de component benzo(a)pyreen (BaP). De meest recente PAK -data voor Vlaanderen ( 2016) tonen jaargemiddelden voor BaP tussen 0, 08 ng/m3 en 0, 26 ng/m3. Hiermee liggen de concentraties onder de Europese streefwaarde van 1 ng/m3. De WGO bepaalde het extra risico op kanker bij een levenslange blootstelling aan BaP in de omgevingslucht. Bij levenslange blootstelling aan 1,2 ng/m³ BaP is er een extra risico op kanker van 1 per 10 000 inwoners, bij 0,12 ng/m³ van 1/100 000 en bij 0.012 ng/m³ van 1/1 000 000. Als de BaP-concentratie stabiel zou blijven op het niveau van 2016 betekent dit dat op basis van een gemiddelde gemeten BaP concentratie in Vlaanderen van 0,17 ng/m³, er een risico is vangemiddeld 1 extra kankergeval per 70.000 inwoners. Het Agentschap Zorg en Gezondheid (AZG) omschrijft een risico van 1 op 10.000 als ‘vanuit volksgezondheidskundig standpunt onaanvaardbaar’ en een ri sico van 1 op 1.000.000 als ‘vanuit volksgezondheidskundig standpunt verwaarloosbaar’. Een risico groter dan 1 op 1.000.000 kan volgens het AZG slechts getolereerd worden indien redelijkerwijs geen daling haalbaar of mogelijk is.
Het huidige Vlaamse gemiddelde ligt momenteel 14 keer hoger dan dit verwaarloosbaar niveau. Lokaal kan het kankerrisico door BaP hoger liggen Het aantal bijkomende kankergevallen in bovenstaande alinea geeft een beeld van het regionale risico. Lokaal kan dit risico veel hoger liggen. De huishoudens zijn immers de grootste bron van BaP in Vlaanderen. Hierdoor zijn er honderdduizenden puntbronnen in Vlaanderen, rechtstreeks gelegen in woongebied, die lokaal zorgen voor verhoogde concentraties aan PAK en dus een hoger kankerrisico door blootstelling aan BaP in de lucht. Vlaams beleid voor verbeteren van luchtkwaliteit Het luchtbeleid in Vlaanderen wordt gecoördineerd door het Departement Omgeving. Het luchtbeleid kadert hoofdzakelijk in het Europese en internationale beleid.
Zowel voor de luchtkwaliteitsrichtlijnen, als de \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 12 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook richtlijnen inzake emissieplafonds, worden plannen opgesteld waarin wordt aangegeven op welke manier aan de doelstellingen zal worden voldaan: — emissiereductieprogramma’s die in het kader van de NEC -richtlijn werden opgesteld en beschrijven op welke manier de emissieplafonds zullen worden nageleefd; — lokale en regionale luchtkwaliteitsplannen voor NO2; — lokale en regionale luchtkwaliteitsplannen voor fijn stof; Samenvattend kunnen we stellen dat Vlaanderen heel wat Europese doelstellingen haalt. Deze zijn echter minder streng dan de WGO -advieswaarden die gezondheid als enige parameter hanteren. Vooral voor fijn stof en polycyclische aromatische koolwaterstoffen is dit een probleem. Om de WGO-advieswaarden dichter te benaderen in 2020 (Europese Commissie) en niet meer te overschrijden in 2050 (Vlaamse regering)moeten er extra maatregelen genomen worden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 13 3 MAATREGELEN BIJ HOGE FIJNSTOFCONCENTRATIES Europa voorziet maatregelen voor het voorkomen van overschrijdingen luchtkwaliteit Volgens artikel 24 van de Europese richtlijn betreffende de luchtkwaliteit en schonere lucht voor Europa dienen de lidstaten de nodige maatregelen te treffen om het r isico van dreigende overschrijdingen van grenswaarden te verkleinen of de duur ervan te beperken. In lid 2 van dit artikel verwijst men onder andere naar controlemaatregelen bij het gemotoriseerde verkeer en gebouwenverwarming. 2008/50/EC art. 24 §1 en 2 Wanneer in een bepaalde zone of agglomeratie het risico bestaat dat de niveaus van verontreinigende stoffen een of meer van de in de bijlage XII genoemde alarmdrempels zal overschrijden, stellen de lidstaten actieplannen op, die op korte termijn te nemen maatregelen aanduiden om het risico van overschrijding of de duur van een dergelijke overschrijding te beperken. Wanneer dit risico geldt voor een of meer van de in de bijlagen VII, XI en XIV genoemde grenswaarden of streefwaarden, kunnen de lidstaten indien dat passend is dergelijke kortetermijnactieplannen opstellen.
(…) Deze actieplannen kunnen maatregelen ten aanzien van het verkeer van motorvoertuigen, bouwwerkzaamheden, voor anker liggende schepen en het gebruik van industriële installaties of producten en de verwarming van woningen behelzen. Hoge fijnstofconcentraties kunnen leiden tot een snelheidsbeperking In Vlaanderen treedt een smogalarm in werking wanneer de modellen voorspellen dat de gemiddelde PM10- concentratie in Vlaanderen gedurende minstens 2 dagen hoger is dan 70 µg/m³. Op basis daarvan wordt een snelheidsbeperking op ringwegen en op een aantal secties van autosnelwegen naast bewoning in werking gesteld. De snelheidsbeperking werkt sensibiliserend en zorgt voor een gezondere lucht Dieselroet is door het IARC als kankerverwekkend geclassificeerd8. Een snelheidsbeperking zorgt voor een daling van de (diesel)roetconcentraties nabij dorpskernen en bewoning in de buurt van de snelwegen waar de verlaagde snelheden gelden . Onderzoek wees uit dat deze maatregel een gunstige invloed heeft op de luchtkwaliteit en vermoedelijk ook op de gezondheid: bij een snelheidsbeperking worden meer dan 40.000 Vlamingen tijdelijk minder blootgesteld aan dieselroet (minstens 10% minder ), voor meer dan 7 .500 Vlamingen gaat het om een tijdelijke daling van minstens 15%9. Deze verkeersmaatregel wijst op de schadelijke effecten van hoge fijnstofconcentraties ten gevolge van autoverkeer.
Men spreekt de vervuiler rechtstreeks aan en wijst hen op het effect van hun gedrag. 8 http://www.iarc.fr/en/media-centre/iarcnews/pdf/pr221_E.pdf 9 https://www.vmm.be/publicaties/eindrapport-impact-90-km-u-beleidsmaatregel-luchtkwaliteit \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 14 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook De snelheidsbeperking volstaat niet om de fijnstofconcentraties te doen dalen Vooral de roetconcentraties dalen bij een snelheidsbeperking. Roet behoort tot de ultrafijne fractie van fijn stof en draagt in gewicht weinig bij tot de hoeveelheid fijn stof. Bovendien ligt de waarschuwingsdrempel op 70 µg/m³ PM 10. De Europese grenswaarde voor het PM10-daggemiddelde ligt echter op 50 μg/m³, met een jaarlijkse overschrijding gedurende maximaal 35 dagen. De WGO adviseert een jaarlijkse overschrijding gedurende maximaal 3 dagen. Voor PM 2,5 definieerde de WGO een dagadvieswaarde van 25 µg/m³ die gedurende maximaal 3 dagen overschreden mag worden. Om deze WGO-advieswaarden voor fijn stof te halen en te voldoen aan de lantermijnvisie van de Vlaamse regering zijn er bijkomende maatregelen nodig.
Europa wijst naar maatregelen voor verwarming In haar recente mededeling (“EU-evaluatie van de tenuitvoerlegging van het milieubeleid, landenrapport - België”10) van februari 2017 stelt de Europese Commissie onder meer dat de concentratie van fijn stof moet dalen door het verminderen van de uitstoot die verband houdt met transport, landbouw en energie - en warmteopwekking met vaste brandstoffen. Fijn stof door houtstook is schadelijk voor de gezondheid Wetenschappelijke studies11 tonen de toxiciteit van luchtverontreiniging in een stedelijke omgeving met veel verkeer aan. De impact van verkeer op de gezondheid wordt intussen algemeen aanvaard. Hout is een biologisch materiaal. Daarom wordt vaak ten onrechte ver ondersteld dat de verbranding van hout niet of minder schadelijk zou zijn. Uit de wetenschappelijke literatuur 12,13 blijkt echter dat ook de verbranding van biomassa de gezondheid schaadt door de negatieve impact op de luchtwegen. Men stelt dat de toxische componenten uit houtstook minstens even schadelijk zijn dan deze te wijten aan stedelijke luchtvervuiling. Samenvattend kunnen we stellen dat Vlaanderen verkeersgerichte acties neemt om de frequentie en duur van overschrijdingen van 70 µg PM 10/m³ te beperken. Vóór de invoering van het stookadvies (zie verder) waren er geen kortetermijnacties gericht op gebouwenverwarming met vaste brandstoffen.
De verontreiniging door houtstook is minstens even schadelijk als deze afkomstig van verkeer. 10 http://ec.europa.eu/environment/eir/pdf/report_be_nl.pdf 11 http://www.env-health.org/IMG/pdf/european_respiratory_society_10_principles_for_clean_air.pdf 12 http://www.uvm.edu/~susagctr/Documents/Woodsmoke.pdf 13 https://www.scientificamerican.com/article/wood-smoke-health-concerns/ \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 15 4 UITSTOOT DOOR PARTICULIERE HOUTVERBRANDING Emissieberekeningen geven aan dat houtverbranding een erg belangrijke bron is van rechtstreeks uitgestoten fijn stof (primair PM 10 en PM 2.5). Bovendien komen er ook tal van andere stoffen vrij zoals polycyclische aromatische koolwaterstoffen (PAK) en dioxines. Beide zijn kankerverwekkend. De emissies worden geïnventariseerd door de Emissie-inventaris Lucht van de Vlaamse Milieumaatschappij. Onder meer de Vlaamse Energiebalans, opgemaakt door het Vlaamse Instituut voor Technologische Ontwikkeling (VITO) in opdracht van het Vlaamse Energieagentschap ( VEA), vormt hiervoor een belangrijke input naast de samenstelling van het ketel/kachelpark (aantallen per type, waar type bepaald is o.b.v.
centraal/decentraal, vermogen, condenserend/niet-condenserend en bouwjaar) . Er wordt rekening gehouden met de evolutie van het aantal wooneenheden per brandstoftype, de evolutie van het type ketels/kachels in de verkoop en de evolutie van de leeftijdsverd eling in het ketel/kachelpark. De cijfers voor gebouwenverwarming in dit hoofdstuk komen uit de studie ‘Optimalisatie van de berekening en de geografische spreiding van de emissies door de gebouwenverwarming’ (september 2017) uitgevoerd in opdracht van VMM door VITO. De emissies worden berekend door het verbruik per ketel/kacheltype te vermenigvuldigen met emissiefactoren uit het EMEP/EEA air pollutant emission guidebook 201614 en waar relevant wordt er rekening gehouden met de geldende emissiegrenswaarden. 4.1 Fijn stof Houtverbranding is de belangrijkste bron van fijn stof in Vlaanderen in 2015 Huishoudens waren in 2015 met 36% de belangrijkste bron van PM 10 in Vlaanderen. De specifieke bijdrage van houtverbranding door de huishoudens is 30%, gevolgd door een aantal andere sectoren: verkeer (21%), industrie (16%), resuspensie (14%) en land- en tuinbouw (10%).
14 https://www.eea.europa.eu/publications/emep-eea-guidebook-2016 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 16 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook Figuur 1: Aandeel van de verschillende sectoren in de PM10-emissie in 2015 huishoudens 36% land- en tuinbouw 10%industrie 16% verkeer 21% resuspensie 14% overige 3% Aandeel van de verschillende sectoren in de primaire PM10- emissie in 2015 Voor PM 2,5 zijn de cijfers nog meer uitgesproken. In 2015 was 53% van de totale uitstoot te wijten aan huishoudens. Het aandeel houtverbranding bedraagt 43%. De bijdrage van verkeer was goed voor 23% en industrie bedroeg 17% van de totale uitstoot in 2015.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 17 Figuur 2: Aandeel van de verschillende sectoren in de PM2,5-emissie in 2015 huishoudens 53% land- en tuinbouw 4% industrie 17% verkeer 23% overige 3% Aandeel van de verschillende sectoren in de primaire PM2,5- emissie in 2015 PM-uitstoot daalt maar bijdrage door houtverbruik stijgt Als we de totale uitstoot van primair fijn stof over de laatste twee decennia bekijken, zien we een dalende trend. Voor de uitstoot door huishoudelijke verwarming zien we echter geen daling waardoor het relatief aandeel in de emissies stijgt. Deze evolutie is een gevolg van de wisselende energieprijzen in de nasleep van de economische crisis. Mogelijk verhoogt hierdoor het houtverbruik in kachels en open haarden.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 18 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook Figuur 3: Evolutie van de PM10-emissie door de verschillende sectoren in Vlaanderen 0 5000 10000 15000 20000 25000 30000 2000 2005 2010 2011 2012 2013 2014 2015 ton PM10 handel en diensten energie off-road verkeer uitlaat verkeer niet-uitlaat land- en tuinbouw resuspensie industrie huishoudens totaal Figuur 4: Evolutie van de PM2,5-emissie door de verschillende sectoren in Vlaanderen 0 5000 10000 15000 20000 25000 2000 2005 2010 2011 2012 2013 2014 2015 ton PM2,5 resuspensie handel en diensten off-road energie land- en tuinbouw verkeer niet-uitlaat verkeer uitlaat industrie huishoudens totaal \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 19 4.2 Polycyclische aromatische koolwaterstoffen Houtverbranding is de belangrijkste bron van benzo(a)pyreen in Vlaanderen in 2015 Onvolledige verbranding leidt tot de vrijgave van PAK. Benzo(a)pyreen (BaP) geldt als maatstaf voor de totale PAK-concentratie in de lucht. Het IARC catalogiseert BaP als bewezen kankerverwekkend (klasse 1)15.
Figuur 5 toont dat de huishoudens de grootste bron van BaP vormen in Vlaanderen. In 2015 waren 77% van de Vlaamse emissies afkomstig van de huishoudens. Deze bijdrage is voor 74% toe te schrijven aan houtverbranding. Hiermee is de bijdrage door houtverbranding meer dan 7 keer hoger dan die van verkeer (8%) en land- en tuinbouw (8%). Handel en diensten vertegenwoordigt 5%. Industrie (0,7%) en energie (0,2%) leveren slechts een marginale bijdrage11. 15 http://monographs.iarc.fr/ENG/Classification/latest_classif.php \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 20 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook Figuur 5: Aandeel van de verschillende sectoren in de BaP-emissie in 2015 huishoudens 77% land- en tuinbouw 8% industrie 0,7% verkeer 8% handel en diensten 5% energie 0,2% off-road 0,6% PAK-uitstoot neemt toe door een groter houtverbruik Ook voor PAK, meer bepaald BaP, zien we dat de relatieve bijdrage van de huishoudens in de uitstoot stijgt. Ook hier speelt de wisselende energieprijs met meer houtverbruik tot gevolg een rol. De jaren 2011 en 2014 worden gekenmerkt door een minder strenge winter. Dit weerspiegelt zich in een lager energieverbruik en een lagere PAK-emissie bij de huishoudens in 2011 en 2014.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 21 Figuur 6: Evolutie van de BaP-emissie door de verschillende sectoren in Vlaanderen 0 500 1000 1500 2000 2500 2000 2005 2010 2011 2012 2013 2014 2015 kg B(a)P off-road energie industrie handel en diensten land- en tuinbouw verkeer huishoudens totaal 4.3 Dioxines Houtverbranding is de belangrijkste bron van dioxines in Vlaanderen in 2015 Onvolledige verbranding leidt tot de vrijgave van dioxines. Het IARC catalogiseerde dioxines als bewezen kankerverwekkend (klasse 1)15. Figuur 7 toont dat de huishoudens een grote bron van dioxines vormen in Vlaanderen. In 2015 was 31% van de Vlaamse emissies afkomstig van houtverbranding. Op de eerste plaats komt industrie, goed voor 44%, gevolgd door huishoudens (39%) en door verkeer (10%). De andere sectoren leveren slechts een marginale bijdrage11.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 22 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook Figuur 7: Aandeel van de verschillende sectoren in de dioxine-emissie in 2015 huishoudens 39% land- en tuinbouw 2% industrie 44% verkeer 10% handel en diensten 4% energie 1% De totale dioxine-uitstoot daalt, de relatieve bijdrage door houtverbranding bij huishoudens neemt toe Over de jaren heen werden heel wat bronnen aangepakt. De afvalverbrandingssector installeerde filterinstallaties met een fikse daling van de dioxine -emissie tot gevolg. Ook andere industriële bronnen voerden saneringen uit waardoor hun bijdrage in de uitstoot daalde. Het houtgebruik voor verwarming leidde echter tot een hoger aandeel van gebouwenverwarming in de totale dioxine-uitstoot.
\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 23 Figuur 8: Evolutie van de dioxine-emissie door de verschillende sectoren in Vlaanderen 0 10 20 30 40 50 60 2000 2005 2010 2011 2012 2013 2014 2015 g TEQ PCDD/F energie land- en tuinbouw handel en diensten verkeer huishoudens industrie totaal Samenvattend kunnen we stellen dat houtverbranding een belangrijke vervuilende bron is. Houtverbranding leidt tot de uitstoot van tal van polluenten. Voor fijn stof en PAK is houtverbranding zelfs de belangrijkste bron. Voor dioxines is alleen de industrie een belangrijkere bron. Het relatieve aandeel van de emissies door houtverbranding bij de huishoudens neemt toe. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 24 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 5 UITSTOOT DOOR INDUSTRIËLE STOOKINSTALLATIES Uitstoot door industriële installaties wordt gereguleerd door VLAREM Naast kleine huishoudelijke verwarmingstoestellen bestaan er ook industriële stookinstallaties.
VLAREM definieert via de sectorale milieuvoorwaarden voor stookinstallaties emissie grenswaarden voor stookinstallaties met een nominaal thermisch ingangsvermogen van meer dan 300 kW . Deze emissiegrenswaarden worden afgeleid van de met de best e beschikbare technieken geassocieerde emissieniveaus. Bijgevolg zullen de emissiegrenswaarden ook worden verscherpt naar aanleiding van de stand van de techniek. Artikel 5.43.2.4. reguleert de uitstoot van installaties die biomassa verbranden. Er bestaan grenswaarden voor — fijn stof, — zwaveldioxide, — stikstofoxiden, — koolstofmonoxide, — dioxines, — zware metalen. Uitstoot door industriële stookinstallaties is beperkt Grote stookinstallaties beperken hun uitstoot met behulp van filters. Volgens de Emissie-inventaris Lucht van de VMM zorgen kleine huishoudelijke pelletketels voor veel meer stof per hoeveelheid opgewekte energie dan grote biomassacentrales , zelfs als rekening g ehouden wordt met het lagere rendement van de grote installaties. Grote installaties stoten 1 gram stof (PM10) uit per gigajoule, voor kleine pelletketels loopt dit op tot 29 gram per gigajoule. Het merendeel van de grote stookinstallaties werkt op gas en moet bovendien beantwoorden aan emissiegrenswaarden. Gasinstallaties stoten veel minder fijn stof uit dan deze die hout verbranden.
De Emissie-inventaris Lucht berekende dat industriële stookinstallaties een beperkt aandeel hebben in de totale uitstoot in 201511: — dioxines: 2,4% — 4 EMEP-PAK: 0% — PM10: 2,8% — PM2,5: 3,6% Samengevat: door het regulerend kader met de vastlegging van emissiegrenswaarden hebben industriële stookinstallaties slechts een geringe bijdrage aan de uitstoot van luchtverontreinigende stoffen. Hierdoor is het stookadvies niet van toepassing op industriële installaties. \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 25 6 ONDERZOEK BIJDRAGE HOUTVERBRANDING IN FIJN STOF Huishoudelijke houtverbranding levert een aanzienlijke bijdrage aan de emissies van fijn stof, dioxines en polycyclische aromatische koolwaterstoffen. De meeste emissies worden veroorzaakt door het v erbranden van hout in open haarden en kachels. De manier van stoken heeft ook een impact op de uitstoot. Naast de berekende emissiecijfers voert de VMM ook uitvoerig wetenschappelijk onderzoek naar de bijdrage van houtverbranding in fijn stof. 6.1 Onderzoek bijdrage houtverbranding in fijnstofconcentraties 6.1.1 Chemische karakterisering van fijn stof Fijn stof bestaat uit een verzameling van polluenten.
Kennis over de samenstelling geeft informatie over welke bronnen men moet aanpakken. Chemische karakterisering van fijn stof toont belangrijk aandeel van houtverbranding in fijn stof De VMM organiseert meetcampagnes met als doel de samenstelling van fijn stof te kennen. In deze “Chemkar”-studies onderzocht de VMM de impact van houtverbranding op de luchtkwaliteit . Hiervoor bepaalde ze de hoeveelheid van levoglucosan. Deze stof is internationaal aanvaard als tracer voor houtverbranding . Aandeel houtverbranding loopt op tot meer dan 10% in de winter Uit een VMM-studie16 bleek dat in de winter (periode okt ober-maart) gemiddeld 3 µg/m³ van het PM 10 afkomstig is van houtverbranding. In de zomer was dit slechts 0,5 µg/m³. Dit komt overeen met een gemiddelde bijdrage van 11% in de winter en 2% in de zomer. Lokaal in de buurt van een huis waar veel hout wordt gestookt was de bijdrage aan de PM -concentraties veel hoger en liep het aandeel op tot een vijfde. Deze cijfers bevestigen het grote aandeel van houtverbranding in de primaire fijnstofemissies. 6.1.2 Berekening bijdrage houtverbranding aan fijn stof Uitgaande van de conce ntraties levoglucosan, berekent men h et aandeel van houtverbranding aa n de fijnstofconcentraties in de omgevingslucht. In bovenstaande studie werd een conversiefactor uit 2008 17 gebruikt.
Bijdrage houtverbranding aan luchtverontreiniging ligt waarschijnlijk hoger 16 https://www.vmm.be/publicaties/chemkar-pm10-chemische-karakterisering-van-fijn-stof-in-vlaanderen-2010 17 Schmidl et al., 2008. Chemical characterisation of fine particle emissions from wood stove combustion of common woods growing in mid- European Alpine regions. Atmos. Environ. 42, 126–141 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 26 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook Samen met de Universiteiten van Gent en Antwerpen berekende de VMM echter een nieuwe conversiefactor die dubbel zo hoog i s18. De nieuwe conversiefactor houdt ook rekening met de vorming van secundaire aerosolen die een aanzienlijke bijdrage leveren bij de vorming van fijn stof. Dit betekent dat de bijdrage van houtverbranding aan PM -verontreiniging dus hoger is dan eerst gedacht. Wanneer we de nieuwe conversiefactor toepassen op de VMM -studie uit 2010 vinden we een gemiddelde winterbijdr age van 6 µg/m3 en een relatief aandeel van meer dan 20%.
6.1.3 Joaquin: bijdrage houtverbranding in fijnstofconcentraties in Noord-West-Europa Het Europees project Joaquin ( Joint Air Quality Initiative ) liep van 2012 tot 2015 en had als doel de luchtkwaliteitsproblematiek verder in kaart te brengen en te verbeteren. De VMM was projectleider van een consortium met 16 partners uit België, Nederland, Frankrijk en het Verenigd Koninkrijk. Dit project werd financieel gesteund door het Europese Interreg IV-B-programma voor Noordwest-Europa. Europese studie toont belangrijke bijdrage van houtverbranding aan fijn stof Het project onderzocht onder andere de samenstelling van fijn stof op 5 meetplaatsen in Noordwest - Europa19. Doel was om de concentratie van fijn stof te koppelen aan bepaalde bronnen. Metingen toonden aan dat de levoglucosanconcentraties gevoelig toenamen in de winter19,20. Levoglucosan werd van april 2013 tot en met mei 2014 om de 6 dagen gemeten in PM 10 op stedelijke achtergrondlocaties in Antwerpen, Wijk aan Zee en Amsterdam (Nederland), Leicester (Verenigd Koninkrijk) en Lille (Frankrijk). De metingen in Lille startten 2 maanden later (juni 2013 tot en mei 2014). Figuur 9 toont de maandgemiddelde co ncentraties van levoglucosan. Tijdens de zomermaanden waren de concentraties laag en gelijkaardig op de 5 plaatsen. In de wintermaanden waren de concentraties duidelijk hoger en was er meer variatie tussen de locaties.
18 Maenhoudt et al., 2016. Sources of the PM10 aerosol in Flanders, Belgium, and re-assessment of the contribution from wood burning. Science of the Total Environment 562, 550–560 19 https://en.vmm.be/projects/joaquin/reports/air-pollution-in-nw-europe/composition-and-source-apportionment-of-pm10 20 Cordell et al., 2016. Evaluation of biomass burning across North West Europe and its impact on air quality. Atmos. Environ. 141, 276-286 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 27 Figuur 9: Gemiddelde (± standaardafwijking) maandelijkse concentratie van levoglucosan op 5 meetplaatsen in NW-Europa op basis van metingen om de 6 dagen (exclusief de metingen op Pasen) 0 100 200 300 400 500 600 Levoglucosan (ng/m³) Wijk aan Zee Amsterdam Antwerpen Leicester Lille Figuur 10 toont de seizoenale bijdrage van houtverbranding aan fijn stof (PM 10). De berekening van deze bijdrage gebeurde met dezelfde (conservatie) conversiefactor uit 2008 als in de “Chemkar” studies (zie 6.1.1). Voor Antwerpen zou de bijdrage voor houtverbranding met de nieuwe conversiefactor ongeveer verdubbelen. Ook deze figuur illustreert d e belangrijke bijdrage van houtverbranding aan PM 10 tijdens de winter.
Figuur 10: Gemiddelde (± standaardafwijking) seizoenale bijdrage van houtverbranding aan PM10 op 5 meetplaatsen in NW-Europa op basis van metingen om de 6 dagen (exclusief de metingen op Pasen) 0% 4% 8% 12% 16% Lente 2013 Zomer 2013 Herfst 2013 Winter 2013 Lente 2014 Bijdrage (%) houtverbranding aan PM10 Wijk aan Zee Amsterdam Antwerpen Leicester Lille \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 28 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 6.1.4 Studie bijdrage houtverbranding aan luchtverontreiniging in woonwijk Dessel In opdracht van de VMM onderzocht de VITO tijdens de winter van 2015 -2016 de impact van houtverbranding op de lucht in een woonwijk in Dessel21. De studie bestond uit verschillende pakketten: — metingen van de luchtkwaliteit op 4 plaatsen; — emissiemetingen in 3 schouwen van huizen met kachels/open haarden; — een enquête peilde naar het stookgedrag van de inwoners. Studie bevestigt de grote bijdrage van houtverbranding in woonwijk In de winter blijkt houtverbranding tot één derde bij te dragen aan de totale hoeveelheid fijn stof in de omgevingslucht. De resultaten van de enquête toonden dan weer dat 44% van de buurtbewoners houtverbranding gebruikten als (bij)verwarming.
Type kachel beïnvloedt de emissie De schouwmetingen tonen aan dat er grote verschillen zijn tussen de uitstoot van de verschillende kachels. De uitstootcijfers zijn hoog: per kilogram hout die in een kachel verbrand wordt, is er een uitstoot van 2 tot 5 gram fijn stof. Deze cijfers zijn een onderschatting omdat er enkel metingen gebeurden als de kachel aan het branden was. Tijdens de opstart en de afkoelingsfase ligt de verbrandingstemperatuur lager. Dit leidt tot een nog meer onvolledige verbranding, met een veel grotere uitstoot van fijn stof tot gevolg. De gemeten waarden komen goed overeen met de cijfers van EEA/EMEP 22. Deze gids ondersteunt de rapportage van emissiedata in het kader van het verdrag over grensoverschrijdende luchtverontreiniging over lange afstand (UNECE-CLRTAP). Dit verdrag biedt het kader voor internationale samenwerking ter bestrijding van de atmosferische vervuiling die zowel het leefmilieu als de volksgezondheid bedreigt. Nieuwe meetmethode geeft informatie over dagverloop van verontreiniging door houtstook In deze studie werd , naast de methode met levoglucosan, ook een nieuwe meetmethode gebruikt waarbij de bijdrage van houtverbranding continu gemeten werd in plaats van dat één filtermeting per dag gebeurde. Zo kan de bijdrage van houtverbranding doorheen de dag bepaald worden en worden piekmomenten zichtbaar.
De nieuwe methode komt goed overeen met het meten van levoglucosan en kan die dus op termijn vervangen. Er is wel nog verder onderzoek nodig om de onzekerheid op beide methoden te verminderen. 6.2 Internationaal onderzoek Bovenstaande studies bevestigen de impact van houtverbrandingsemissies op de concentraties van luchtverontreinigende stoffen. Maar ook internationaal onderzoek wijst op de vervuiling door kachels. Bovendien tonen de studies aan hoe moeilijk het is deze tot het niveau van een moderne aardgasketel te beperken. 21 https://www.vmm.be/publicaties/inschatting-van-de-bijdrage-van-houtverbranding-door-burgers-aan-luchtverontreiniging-in-vlaanderen 22 https://www.eea.europa.eu/publications/emep-eea-guidebook-2016 \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 29 Reële uitstoot door kachels is gemiddeld 3 keer hoger dan wat de officiële testen aangeven Onder meer op het vlak van de emissies van de nieuwste soort hou tkachels is verder onderzoek nodig.
Een Europees project (BeReal) met tal van partners uit de kachelbranche toonde aan dat testen – met zowel stukhout als pellets – onder zeer gunstige omstandigheden (nieuwe toestellen, quasi perfecte houtblokken, strikte opvolging van de handleiding, …) in reële situaties PM-emissiecijfers gaven die voor nieuwe toestellen gemiddeld 3 keer (en voor sommige toestellen tot 5 keer) hoger waren dan deze volgens de officiële testen23. Hoeveel de emissies bedragen na een langere periode van gebruik en bij minder strikte eisen aan de testomstandigheden is momenteel niet gekend. Uit testen23 bleek wel dat pelletkachels voor alle polluenten en op vlak van rendement beter scoren dan stukhoutkachels (bv. een fijnstofuitstoot van 47,5 mg/Nm³ of 25% minder). In België is er voor de pelletbrandstof bovendien normering, omdat brandstofkwaliteit een belangrijke beïnvloedende factor is voor de emissies (wat ook uit onde rzoek23 blijkt).Deze studie maakte echter geen vergelijking tussen deze kachels en andere verwarmingstoestellen zoals aardgasketels. Filters leiden niet altijd tot minder luchtvervuiling Ook op het vlak van systemen om de uitstoot te filteren zijn er nog veel vraagt ekens. Een uitgebreid IEA BioEnergy Task 32 project 24 testte tal van bestaande systemen en kwam tot de conclusie dat niet alle technieken voldoende performant zijn.
Onder meer op vlak van katalytische converters waren de resultaten teleurstellend. Een Finse studie vond bovendien dat katalytische converters weinig impact hadden op PAK en voor 5 -8 keer meer dioxines zorgde n25. Het gebruik van ESP (elek trostatische precipitatie) leek volgens het IEA project wel potentieel te hebben . De studie g af aan dat reducties van 50 tot 85% kunnen gehaald worden. Deze techniek is momenteel wel nog relatief duur. Men geeft echter ook aan dat er nog geen data zijn die de prestaties op langere termijn beschrijven. Een bijkomend belangrijk punt is dat het nog erg onduidelijk is wat het effect is van COCs ( condensable organic compounds). Deze verbindingen worden als gas uitgestoten, en worden dus niet door deeltjesfilters tegengehouden, maar kunnen na menging in de buitenlucht wel deeltjes vormen. Nieuwe kachels stoten niet altijd minder fijn stof uit dan oudere types Een recente studie van de Zwitser se kachelfederatie ‘Feusuisse’ in opdracht van het Zwitsers Milieuagentschap BAFU toont aan dat nieuwe types kachels niet altijd minder fijn stof uitstoten dan oude26. De meest moderne, geautomatiseerde pelletkachels werden niet opgenomen in deze studie. Uit de studie blijkt dat nieuwere toestellen in hun testen gemiddeld zelfs meer PM uitstootten dan oude types.
Van de geteste soorten kachels bleken de accumulatiekachels (EN 15250 ) het best te presteren met gemiddelde emissies voor grote en kleine toestellen van respectievelijk 103 en 79 mg/Nm 3. Maar zelfs deze waarden liggen ruim boven de grenswaarden van het Koninklijk Besluit van 12 oktober 2010 (40 mg/Nm3) voor het op de markt brengen van verwarmingstoestellen op vaste brandstoffen. De studie wees ook op de complexiteit 23 http://www.bereal-project.eu/uploads/1/3/4/9/13495461/d7.1_documentation_and_evaluation_of_field_data_demonstration_final_1.pdf 24 http://www.ieabcc.nl/publications/Filter-study-IEA-final-version.pdf 25 http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S0045653512002172 26 https://www.bafu.admin.ch/dam/bafu/de/dokumente/luft/externe-studien- berichte/standortbestimmungwohnraumfeuerungen.pdf.download.pdf/standortbestimmungwohnraumfeuerungen.pdf \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ 30 Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook van de testmetingen en het effect van de gebruikers op de resultaten. Het belang van de manier van stoken komt in alle mogelijke literatuur aan bod en toont aan dat er winst valt te boeken met het beter informeren van burgers en met automatische sturing van toestellen.
Anderzijds toont de invloed van de gebruiker dat de overheid het optimale gebruik van zelfs de beste type kachels zeer moeilijk kan handh aven. Mogelijk is dit minder een probleem bij de meest moderne toestellen, die automatisch gestuurd worden. De hogere uitstoot van nieuwere stoven (inclusief speksteenkachels) in deze studie wordt mogelijk verklaard door de hogere energie-efficiëntie van deze systemen. In de oudere stoven wordt meer hout gebruikt met hogere temperaturen en betere verbranding tot gevolg. Bij de nieuwe kachels wordt er minder hout verbruikt, h ierdoor duren de ideale verbrandingsomstandigheden minder lang . Een gedeelte van d e verbranding, vooral bij de opstart - en uitdooffase, vindt hierdoor plaats bij een lagere temperatuur . De lagere temperaturen in deze twee fases hebben een minder volledige verbranding tot gevolg en daaraan gekoppeld een hogere uitstoot. Afhankelijk van de manier waarop de testen van de kachels gebeuren zal de hogere uitstoot in deze twee fases bij nieuwere kachels minder of meer effect hebben op de globale vergelijking tussen nieuwe en oude kachels. Engelse onderzoekers wijzen op grote impact houtverbranding op luchtkwaliteit Wetenschappers van de Universiteit van Southampton waarschuwen dat houtkachels aanzienlijke hoeveelheden fijn stof uitstoten in de buitenlucht 27.
In een ander onderzoek naar de bijdrage van houtverbranding tot PM10 in Londen maakte men een vergelijking met de impact die de lage emissiezone in Londen heeft op PM-vervuiling. Volgens de onderzoekers stoten houtkachels veel PM10 uit en wordt de daling van PM door de invoering van de lage emissie zone teniet gedaan door houtstook28. 6.3 Verder onderzoek door de VMM Gelet op de belangrijke bijdrage van houtverbranding aan luchtverontreiniging heeft de VMM bijkomend wetenschappelijk onderzoek over dit onderwerp gedaan. Vlaamse emissiecijfers worden opnieuw geëvalueerd Dusver werden de Vlaamse emissiecijfers voor houtverbranding berekend op basis van het houtverbruik dat opgenomen is in de Vlaamse Energiebalans (en berekend wordt op basis van een Eurostat enquête 29) en emissiefactoren per brandstof uit het EMEP/EEA Emission Inve ntory Guidebook . In een nieuwe studie werden de emissies geoptimaliseerd door een actualisatie van het “kachelpark” (met meer gedetailleerde emissiefactoren per kacheltype en per brandstof en o.m. rekening houdend met de huidige wetgeving in de berekening van de emissies).
Het rapport is beschikbaar in het najaar van 2017 (oktober), de nieuwe cijfers 27 http://www.sciencedirect.com/science/article/pii/S1352231013009825 28 https://kclpure.kcl.ac.uk/portal/en/publications/contribution-of-wood-burning-to-pm10-in-london(3ce54c6f-0e79-45f6-a7c6- bb71e9fd2172).html 29 Jespers, K., Dams, Y., Aernouts, K. (VITO), Simus, P., Jacqemin, F., Delaite, L. (ICEDD) & Vanderhoeft, C. (FPS Economy) (2012). Energy Consumption Survey for Belgian Households. Study accomplished under the authority of EUROSTAT, Federal Public Service (FPS) Economy, SMEs, Self-Employed and Energy, VEA Flemish Energy Agency, SPW Service Public de Wallonie, IBGE-BIM Brussels Environment, 2012/TEM/R/ \\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\\ Stookadvies als maatregel tegen luchtverontreiniging door houtstook 31 werden al in dit rapport verwerkt . Daaruit blijkt dat houtverbranding een belangrijke bijdrage blijft leveren aan de luchtverontreiniging en de relatieve bijdrage van hout ten opzichte van de totale emissie toeneemt. Literatuuronderzoek naar emissies van nieuwe kachels in reële omstandigheden en de effectiviteit van nieuwe technologieën. De fabrikant en van kachels baseren hun emissiecijfers op laboratorium onderzoek onder ‘ideale omstandigheden’.