CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

7.0 Informatienota 2024 - 7 - Voortgang uitvoering Integraal Zorgakkoord - Regioplan

Raadsvergadering 5 maart 2024, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken30.191 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Op locaties van partners van Samen Gezond IJssel-Vecht waar maaltijden, snacks en dergelijke worden aangeboden is altijd ook een gezonde keuze beschikbaar. Deze gezonde keuze wordt als voorkeursoptie gepresenteerd, bijvoorbeeld door positionering en prijs. f. Voor het realiseren van onze doelstellingen zoeken we de aansluiting met de Coalitie Arbeidsmarkt. 6 https:/ /www.thinkopschool.nl/ (2023) 7 https:/ /www.gezondeschool.nl/aanpak/wat-is-gezonde-school (2023) 8 https:/ /www.gezondekinderopvang.nl/aan-de-slag/wat-gezonde- kinderopvang (2023) College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011926/87 Doel 4: Een beter gebruik van het beweeg- en preventieaanbod Eind 2026 maken professionals in het sociaal domein en zorgdomein én inwoners in de regio IJssel-Vecht beter gebruik van het aanwezige (brede) regionale en lokale beweeg- en preventieaanbod. Vanuit het regiobeeld blijkt dat er behoefte is aan uitgebreide informatievoorziening over gezond leven en preventie voor inwoners, alsmede het verbeteren van de toegang tot de juiste zorg en ondersteuning voor inwoners in een kwetsbare positie. Zorgmijders, inwoners die laaggeletterd zijn en inwoners met beperkte gezondheidsvaardigheden zijn hierin de belangrijkste doelgroep.

Voor deze informatievoorziening en verbeterde toegang is het belangrijk dat professionals in het sociaal domein en zorgdomein weten wat er al wordt gedaan op het gebied van gezond leven en preventie en wat de behoefte en wensen van inwoners zijn. Zo kunnen professionals in het sociaal domein en zorgdomein inwoners ondersteunen bij het vinden van de juiste plek voor hun zorg- of hulpvraag en makkelijker doorverwijzen. In het regiobeeld komt daarom naar voren dat er behoefte is aan het meer samen oppakken van gezond leven en preventie in de regio IJssel-Vecht. Er is behoefte aan een goede samenwerking en goede afstemming tussen professionals in het sociaal domein en zorgdomein, zowel vanuit preventie als vanuit curatieve zorg. Dit kan bijvoorbeeld op wijkniveau plaatsvinden, dicht bij de inwoner. Ook wordt aangesloten bij al bestaande scholing en deskundigheidsbevordering binnen de organisaties in het sociaal domein en zorgdomein. Indien er (nog) geen training beschikbaar is voor een bepaalde beroepsgroep, dan zullen we deze (laten) ontwikkelen. c. Aankomende professionals leiden we op in het gebruik van Positieve Gezondheid. d. Vrijwilligers trainen we in het voeren van gesprekken met inwoners en patiënten rondom hun gezondheid, vanuit het gedachtegoed van Positieve Gezondheid. e.

We implementeren het gedachtegoed van Positieve Gezondheid uiterlijk eind 2026 bij professionals in het sociaal domein en zorgdomein en bij de bestuurders en partners van Samen Gezond IJssel-Vecht. f. We streven ernaar dat gemeenten en zorgverzekeraars Positieve Gezondheid opnemen in hun contracten met professionals uit het sociaal domein en zorgdomein. g. Voor de opgave over de PGO leggen we de verbinding met de Coalitie Digitalisering. h. Inwoners stimuleren we de PGO te gebruiken. Onderdeel hiervan kan zijn dat we een publiekscampagne opzetten. i. Partners in het sociaal domein en zorgdomein in de regio IJssel-Vecht worden gestimuleerd zoveel mogelijk informatie beschikbaar te stellen voor inwoners om in te zien in de PGO. Zij kunnen vervolgens hun eigen profes sionals stimuleren tot het gebruik van de PGO in het behandelproces. We pakken dit regionaal op en sluiten aan bij de landelijke beweging die het gebruik van de PGO stimuleert. Als onderdeel van het spreken van een gemeenschappelijke taal is het ook nodig dat professionals in het sociaal domein en zorgdomein een gemeenschappelijke (communicatie)systeem richting de inwoner gebruiken. De Persoonlijke Gezondheids- omgeving (PGO) is een middel dat hiervoor kan worden ingezet 9. Inwoners hebben al hun gezondheidsgegevens bij elkaar in één systeem staan en hebben zo meer overzicht.

Op dit moment lopen er ontwikkeltrajecten om de PGO ook meer waarde te geven richting de zorgverlener. Dit is wat we willen bereiken Resultaat 1: Eind 2026 zijn professionals in het sociaal domein en zorgdomein in de regio IJssel-Vecht getraind in het gebruik van Positieve Gezondheid en gebruiken zij dit actief in gesprekken met inwoners. Resultaat 2: Eind 2025 hebben alle inwoners in de regio IJssel- Vecht de mogelijkheid gebruik te maken van een Persoonlijke Gezondheidsomgeving (PGO). Zo pakken we dat aan a. We zoeken actief aansluiting bij en bouwen voort op de bestaande regionale beweging Positief Gezond IJsselland. b. We bieden trainingen Positieve Gezondheid aan voor professionals in het sociaal domein en zorgdomein, die op maat zijn gemaakt of zijn toegesneden op de aard van de functie en de werkzaamheden. Hierbij wordt aangesloten bij het (huidige) kennisniveau van de professionals. 21 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht INHOUDSOPGAVE 9 https:/ /www.pgo.nl/ (2023) College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011927/87 INHOUDSOPGAVE Gezondheid wordt gebruikt. Daar kunnen ook informatiebijeenkomsten voor inwoners worden georganiseerd. Per gemeenten in de regio IJssel-Vecht wordt gekeken wat er al bestaat in de huidige infrastructuur en hoe deze worden gebruikt. Ook onder regionale partners zullen we de bekendheid van deze punten vergroten. e.

Halverwege 2025 is het interactieve leefstijlroer beschikbaar voor elke gemeente in de regio IJssel-Vecht. Professionals in het sociaal domein en zorgdomein kunnen dit leefstijlroer gebruiken om met inwoners in gesprek te gaan over hun leefstijl en hen waar nodig te verwijzen naar de juiste zorg en ondersteuning. Eind 2024 zijn er afspraken gemaakt over wie het interactieve leefstijlroer up-to-date houdt. f. We besteden speciaal aandacht aan het samenspel tussen regionaal (IZA) en lokaal (GALA). g. Regionaal maken we afspraken over de preventie- infrastructuur, waarin eerst de regionale coördinatie van de vijf preventie-ketenaanpakken vorm krijgt. Dit ondersteunt gemeenten in de lokale implementatie van de ketenaanpakken. zie hoofdstuk 10. h. De vijf ketenaanpakken die een plaats krijgen in de preven- tie infrastructuur zijn: Aanpak voor kinderen met overgewicht en obesitas, Aanpak voor volwassenen met overgewicht/ GLI, Kansrijke Start, Valpreventie en Welzijn op recept. aanwezig die de schakel is tussen het sociaal en het medisch domein (lokaal en regionaal). Te denken valt aan een leefstijl- of welzijnscoach, beweegmakelaar of een Wally 10 die het regionale en lokale beweeg- en preventieaanbod kent en die bekend is bij alle betrokken professionals. c.

I n 2024 werken we een plan uit om het lokale beweeg- en preventieaanbod in de acht gemeenten in de regio IJssel- Vecht en het aanbod van regionaal werkende organisaties inzichtelijk te maken. Ook inwonersinitiatieven en vrijwilligersnetwerken worden hierin meegenomen. Onderdeel van dat plan is: - Hoe het overzicht van het regionale en lokale beweeg- en preventieaanbod actueel te houden; - Hoe inwoners in de regio IJssel-Vecht toegang te geven tot het overzicht van het regionale en lokale beweeg- en preventieaanbod; - Hoe de beschikbare informatie te delen met inwoners. Te denken valt aan bestaande communicatiekanalen, zoals websites van gemeenten, welzijnsinstellingen en huisartsen. d. In 2025 wordt in iedere gemeente in de regio IJssel-Vecht minimaal één laagdrempelig inlooppunt beschikbaar gemaakt waar inwoners informatie en ondersteuning kunnen krijgen. Te denken valt aan een ‘Balie Positieve Gezondheid’, bijvoorbeeld in de bibliotheek of in een gezondheidscentrum, waar het gedachtegoed van Positieve Dit is wat we willen bereiken Resultaat 1: Eind 2025 hebben partners in het sociaal domein en zorgdomein in de regio IJssel-Vecht werkafspraken gemaakt, waardoor de samenwerking t.a.v. gezond leven en preventie tussen het sociaal domein en zorgdomein beter verloopt.

Resultaat 2: Vanaf 2025 weten inwoners waar ze terecht kunnen voor informatie over het regionale en lokale beweeg- en preventieaanbod. Resultaat 3: Eind 2024 is een regionale preventieinfrastructuur gerealiseerd die ondersteunend is aan de lokale implementatie van de vijf ketenaanpakken, zoals beschreven in IZA en GALA. Zo pakken we dat aan a. Werkafspraken worden, waar mogelijk, gemaakt op regionaal niveau en op gemeenteniveau. Te denken valt aan afspraken met regio-overstijgende partners, zoals ziekenhuizen. Een voorbeeld van een afspraak kan zijn dat één verwijs- en informatiesysteem wordt ingezet tussen met sociaal domein en zorgdomein, in plaats van gebruik te maken van verschillende verwijs- en informatiesystemen. b. Vanaf halverwege 2025 werken in alle gemeenten in de regio IJssel-Vecht domeinoverstijgende teams van professionals in het sociaal domein en zorgdomein, zoals de vitaliteitsteams in het Vechtdal of kernteams in Steenwijkerland, aan de ondersteuning van wijkbewoners naar een betere gezondheid.

Daarbij is in ieder geval in iedere gemeente in de regio IJssel-Vecht een linking pin 22 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht 10 https:/ /www.dejuistezorgopdejuisteplek.nl/praktijkvoorbeelden/ in-deventer-verbindt-de-wally-huisarts-en-sociale-domein/ College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011928/87 Betrokken partijen Om te komen tot dit regioplan waren de volgende partijen in 2023 actief betrokken bij de tweedaagse van Samen Gezond IJssel-Vecht op 25 en 26 september, de coalitiebijeenkomsten op 7 en 22 november of via mondelinge en schriftelijke inbreng: Coöperatie Zorggroep Fysiotherapie Noord Oost Nederland (FyNoN) De Stuw Deltion College Gemeenten Dalfsen, Hardenberg, Steenwijkerland, Zwartewaterland en Zwolle GGD IJSSELLAND IJsselland Isala IV.

BETROKKEN PARTNERS Verbinding met andere coalities Wij maken een verbinding met de volgende coalities van Samen Gezond IJssel-Vecht: Vitaal Ouder worden Mentaal welbevinden Digitalisering Zorginnovatie en transformatie Arbeidsmarkt 23 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht JOGG Medrie MCC Klik Proscoop Sociaal Werk de Kop SportService Zwolle Stadkamer Zwolle Stichting de Kern Tactus Vereniging Diëtisten Hardenberg Zwolle (DiHaZ) Windesheim Vitaal Vechtdal Vogellanden Zilveren Kruis Zorgbelang Inwonerberaad INHOUDSOPGAVE College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011929/87 INHOUDSOPGAVE24 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011930/87 INHOUDSOPGAVE Mentaal welbevinden is kortom een vraagstuk over alle domeinen en groepen inwoners heen. Een vraagstuk dat niet altijd thuishoort in de specialistisch GGZ. Heel veel passende steun vindt juist plaats in de maatschappelijke GGZ, het sociaal werk en de sociale basis. Dit vraagt dus om een brede aanpak, met in ieder geval aandacht voor jongvolwassenen. Bovendien is de toegankelijkheid van GGZ een blijvend aandachtspunt. Dit vraagt om een preventieve aanpak en het afbuigen van vragen die beter elders passen dan in de GGZ. Zo is een snellere instroom mogelijk voor mensen die de GGZ echt nodig hebben.

Op basis van deze knelpunten zijn de gezamenlijk partijen in de regio tijdens een 2-daagse bijeenkomst op 25 en 26 september 2023 gekomen tot drie opgaven die met prioriteit moeten worden opgepakt rond het thema mentaal welbevinden. Per opgave wordt dit uitgewerkt in een actielijn. Actielijn 1: Mentale vaardigheden versterken. De samenleving is zich bewust dat uitdagingen bij het normale leven horen (normaliseren) en versterkt de mentale vaardigheden om met deze uitdagingen om te gaan. Actielijn 2: Informele steun versterken. Informele ondersteuning is vanzelfsprekend beschikbaar, toegankelijk, dichtbij en bekend, in samenwerking met alle betrokkenen. Actielijn 3: Samenwerking GGZ, huisartsen en het sociaal domein. Drempelloze, tijdige toegang tot het juiste netwerk van de 1e en 2e-lijnszorg en sociale basis, dat overzichtelijk is, een doorlopende zorg- en welzijnslijn kent en waarin wederkerigheid plaatsvindt. I. AMBITIE In 2026 is informele en professionele ondersteuning zo georgani- seerd dat iedereen mentaal veerkrachtig kan zijn en kan meedoen. II. INLEIDING 1. Regio-opgaven Het regiobeeld is leidend voor het regioplan. Uit het regiobeeld blijkt dat in regio IJssel-Vecht veelal dezelfde problematiek speelt als in de rest van Nederland.

Een aantal zaken op gebied van mentaal welbevinden vraagt in de regio expliciet aandacht: Er zijn hoge percentages volwassenen met matig tot hoog risico op angst en depressie (in lijn met landelijke cijfers). In de regio neemt het mentaal welbevinden van inwoners gemiddeld af. De helft van de jongvolwassenen ervaart psychische klachten en iets minder dan de helft ervaart vaak stress. De toegang tot GGZ is beperkter dan in andere regio’s en wachttijden zijn een groter knelpunt. De doelgroep ernstige psychiatrische aandoening (EPA) is in sommige delen in de regio relatief groot ten opzichte van het landelijke gemiddeld. We maken onderscheid tussen de specialistische GGZ (behandeling) en de maatschappelijke GGZ. Aandachtspunt daarbij is dat de problematieken en het aanbod binnen het sociaal domein in het regiobeeld onderbelicht zijn. SAMENGEZONDIJSSELVECHT Coalitie Mentaal Welbevinden 25 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011931/87 INHOUDSOPGAVE makkelijker met hun naasten over psychische klachten dan in de andere gemeenschap. Dat er veel naar elkaar wordt omgekeken, wil niet zeggen dat mensen niet uit balans kunnen zijn. Daarom is het van belang om van onderop samen met inwoners aan de slag te gaan. Om die reden zijn de precieze activiteiten nog niet verder concreet uitgewerkt.

De interventies voor bewustwording en het versterken van mentale vaardigheden zijn er al en moeten verstevigd worden. Gemeenten worden gestimuleerd om gebruik te maken van bestaande initiatieven (zoals Mental health first aid) die passen bij hun lokale context. Positieve gezondheid als manier van kijken is het uitgangspunt voor deze en andere coalities. Overigens betekent het werken vanuit de sociale basis niet dat hiervoor geen professionele ondersteuning en budget nodig is. De bewustwording is niet alleen van belang voor inwoners zelf, maar ook voor de samenleving als geheel (overheid, profes- sionals, enz.). Daarvoor moet ook in de opleidingen op het gebied van zorg en welzijn meer aandacht komen voor dit onderwerp, bijvoorbeeld via een leergang. Meetbare resultaatafspraak: a. In 2024 bepaalt elke gemeente of ze voortbouwen op bestaande interventies en/of nieuwe interventies ontwikkelen voor adequate toerusting van de sociale basis voor bewustwording en versterken van mentale vaardigheden. Input vormt een (lopende) inventarisatie door of in hun vrije tijd. We spreken ook wel van de persoonlijke sociale basis (de inwoner en diens netwerk) en de gemeenschappelijke sociale basis (georganiseerde verbindingen tussen inwoners inclusief buurtinitiatieven en verenigingen).

Dit zijn dus belangrijke plekken om inwoners bewust te maken van de boodschap dat uitdagingen bij het normale leven horen en om hun mentale vaardigheden te versterken. Niet primair de zorgpartijen, maar juist de persoonlijke en gemeenschappelijke sociale basis waar mensen zich al begeven en elkaar ontmoeten, hebben daarin een belangrijke plek en taak. Denk aan verenigingen, sportclubs, cultuur, onderwijs, buurthuizen, jongerenplatform (zoals Blauwhaus), organisaties voor mantelzorg en kerken. Maar ook aan werkgevers. De gemeenschappelijke sociale basis ziet er in elke gemeente anders uit. Daarom is het van belang dat alle gemeenten én de lokale partijen in de sociale basis betrokken worden. De gemeenten zijn daarvoor het startpunt, omdat die hun eigen sociale basis het beste kennen. Het betrekken van lokale partijen kan mede via overkoepelende partijen, bijvoorbeeld voor de sportverenigingen (via SportService). Voor het onderwijs kunnen gemeenten in de Lokale Educatieve Agenda (LEA) opnemen dat en hoe er aandacht moet zijn voor het versterken van mentale vaardigheden. Om aandacht te hebben voor de hele levensloop gaat het ook om het consultatiebureau. Ook de aard van de persoonlijke sociale basis (tussen mensen) verschilt per gemeente. In de ene gemeenschap praten mensen III.

DOELEN EN AANPAK Doel 1: Mentale vaardigheden versterken Het versterken van de mentale vaardigheden van mensen helpt inwoners om meer binnen hun eigen netwerk op te lossen, vroegtijdig te signaleren en minder gebruik te maken van formele zorg en ondersteuning. Daarbij erkennen we dat dit een langetermijnplan is. De mindset en vaardigheden van inwoners zijn niet van vandaag op morgen veranderd. In deze actielijn ligt de focus breed op alle inwoners. Dus niet per se op mensen die een (psychische of sociale) kwetsbaarheid hebben of op cliënten van een aanbieder. Dit is wat we willen bereiken Resultaat 1: Bestaande structuren waar inwoners al komen toerusten. Resultaat 2: Bewustwordingscampagnes gericht op verschillende groepen inwoners. Resultaat 3: Digitale platforms die voor alle inwoners toegankelijk zijn. Zo pakken we dat aan Ad 1. Bestaande structuren waar inwoners al komen toerusten Inwoners brengen het grootste deel van hun tijd door ‘in het normale leven’: met hun naasten, op hun werk, in het onderwijs 26 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011932/87 periode van leren en doorontwikkelen haken de andere gemeenten aan. Het streven is een gezamenlijk regionaal platform.

Een voorbeeld van een bestaand platform is Evie (mentaal fit voor iedereen) met online modules met tips en ervaringen voor onder meer angst, piekeren, stress, geldzorgen en middelengebruik. Via de VNG worden meer voorbeelden uitgewisseld. In gemeenten worden op dit moment al mogelijkheden verkend. Van belang is dat in ieder geval jongeren hiermee bereikt worden en aan de slag kunnen. Meetbare resultaatafspraken: a. Minimaal 1 gemeente heeft in 2024 een pilot met een digitaal platform versterken mentale vaardigheden voor inwoners. Op basis van gebruikservaringen wordt dit verder doorontwikkeld. b. Vanaf 2026 is een digitaal platform in alle gemeenten beschikbaar. Doel 2: Informele steun versterken Onder informele steun verstaan we iets doen ten behoeve van iemand met een psychische of sociale kwetsbaarheid zonder dat dit op basis is van indicatie of diagnose gebeurt. Het gaat onder meer om mantelzorgers, naasten, vrijwilligers, burgerinitiatieven en (tijdelijke) maatjes/buddy’s. Overigens is voor projecten op dit gebied wel een betaalde functie als (professionele) kartrekker nodig. Hoewel we geschoolde ervaringsdeskundigen Meetbare resultaatafspraken: a. Inspiratiebijeenkomst in 2024 (gericht op gemeenten, regionaal gecoördineerd) waarin (landelijke of) regionale voorbeelden van bewustwordingscampagnes worden gedeeld, zoals Thrive Amsterdam. b.

Elke gemeente besteedt vanaf 2024 minimaal aandacht aan mentale vaardigheden tijdens de Week van de Mentale Gezondheid en de Wereld Suïcide Preventie Week. Andere coalitie-deelnemers dragen deze boodschap mee uit. Dit wordt centraal gecoördineerd vanuit het communicatieplan. c. In 2024 wordt geëvalueerd en aan de hand van de resultaten een gezamenlijk vervolg bepaald voor 2025 en verder. Ad 3. Digitale platforms die voor alle inwoners toegankelijk zijn Met een digitaal platform kunnen inwoners zelf aan de slag met het versterken van hun mentale vaardigheden. Ook kan het informatie geven over waar inwoners terecht kunnen als ze informele ondersteuning of formele zorg nodig hebben. Ook hier is het van belang om enerzijds aan te sluiten bij wat lokaal past (van onderop) en anderzijds niet allemaal het wiel uit te vinden, dus landelijke initiatieven te benutten en te integreren in wat lokaal al bestaat (en andersom) en ervoor zorgen dat inwoners dit weten te vinden. Dat doen we door 1 of 2 gemeenten een pilot met inwoners te laten faciliteren. Na een gemeenten om inzicht te krijgen in behoeften en huidige capaciteit van bestaande structuren. b. Met ingang van 2025 werkt de coalitie toe naar meer concrete resultaatsafspraken op deze actielijn.

Ad 2. Bewustwordingscampagnes gericht op verschillende groepen inwoners Het benutten van bestaande structuren in de sociale basis is nog niet voldoende. Niet alle inwoners zijn daarin actief of willen op zo’n plek met elkaar over mentaal welbevinden praten. Daarom zijn ook regionale bewustwordingscampagnes van belang. Een effectieve manier is om aan te sluiten bij landelijke informatiemomenten, zoals de week van de mentale gezondheid, de Wereld Suïcide Preventie Week en campagnes rond middelengebruik (Ik pas, Stoptober en Dry January). Mogelijk is rond het thema normaliseren een nieuwe week nodig. Deze activiteit wordt gezamenlijk en gecoördineerd regionaal opgezet met de GGD IJsselland, alle gemeenten, inwoners en idealiter ook in samenhang met de andere coalities. Dat geeft een eenduidige boodschap aan inwoners die zich door de hele regio bewegen. Dit onderdeel wordt daarom in samenhang met het overkoepelende communicatieplan uitgewerkt. Belangrijk aandachtspunt vanuit coalitie mentaal welbevinden is dat doelgroepen in hun eigen taal via hun eigen kanalen worden bereikt. Jongvolwassenen verdienen extra aandacht.

INHOUDSOPGAVE27 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011933/87 28 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht INHOUDSOPGAVE De regio heeft op een aantal punten aanvullingen gedaan en is gekomen tot de volgende uitgangspunten: Voor iedereen laagdrempelig toegankelijk en in het bijzonder voor mensen met (ernstige of langdurige psychische en/of sociaal-emotionele kwetsbaarheid en hun naasten. Oftewel: een indicatievrije voorziening. Voor inwoners én professionals moet bekend zijn dat iedereen hier naartoe kan. Gericht op leren, herstel en ontwikkeling, meer dan een luisterend oor en koffie. Een vervolgstap kan zijn dat mensen zich na een periode van herstel bij andere initiatieven aansluiten. Je moet traploos kunnen schakelen tussen de persoonlijke en gemeenschappelijke sociale basis, informele steun en professionele zorg en ondersteuning. Zowel bezoekers/deelnemers als medewerkers hebben iets te halen én te brengen. Er is sprake van co-creatie en gezamenlijk eigenaarschap. Vanuit herstel kun je van betekenis zijn voor jezelf én voor anderen. De laagdrempelige steun krijgt vorm vanuit de behoeften van de mensen. Wij zien elkaar als mens, niet als cliënt of hulpverlener. Er is vrije ruimte om te zijn wie je bent, verwijzend naar vrije ruimte als een belangrijke onderliggende waarde van ervaringsdeskundigheid.

Er is sprake van wederkerigheid en gelijkwaardigheid, op basis van wederzijds begrip, herkenning en erkenning. beschouwen als professionals, hebben zij juist vaak een rol in de informele steun. Dit is wat we willen bereiken Resultaat 1: In de regio een dekkende graad van laagdrempelige steunpunten (dit is een landelijke afspraak). Resultaat 2: Bekendheid over wie waar informele steun biedt. Zo pakken we dat aan Ad 1. Dekkende graad van laagdrempelige steunpunten In de regio zijn al verschillende laagdrempelige steunpunten voor inwoners en naasten of mantelzorgers aanwezig. Om te komen tot een dekkende graad moet er in ieder geval in elke gemeente een steunpunt beschikbaar zijn. De vorm (bijv. een zelfregiecentrum, herstelacademie, herstelhuis, enz.) moet vooral lokaal passen en van onderop tot stand komen, vanuit mensen die al actief zijn in de gemeenschap. Met de kanttekening dat zij hierbij gefaciliteerd moeten worden, zonder al te veel sturing. Een betaalde kartrekker of coördinator en een fysieke ruimte zijn vereist. De precieze faciliteiten die nodig zijn hangen af van de lokale invulling. Het is essentieel om te beoordelen wat reeds aanwezig is en daarop voort te bouwen, in plaats van alleen nieuwe structuren op te richten.

De IZA-werkgroep laagdrempelige steunpunten heeft een aantal kenmerken geformuleerd waar we (grotendeels) bij aansluiten en op basis waarvan gemeenten aan de slag kunnen. College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011934/87 Ook samenwerking met zorgpartijen is nodig. Enerzijds omdat zij hun cliënten kunnen wijzen op of meenemen naar laagdrempelige steunpunten. Anderzijds omdat zij kunnen meedenken als zich complexe situaties voordoen of als een verwijzing wenselijk is. Belangrijke vragen zijn: Wat is er nodig om de samenwerking met en vertrouwen in elkaar te bevorderen? Hoe kunnen partijen elkaar in de regio voldoende vinden? Meetbare resultaatafspraken: a. Eind 2026 is in elke gemeente in de regio een laagdrempelig steunpunt beschikbaar dat voldoet aan de genoemde uitgangspunten. Dan zijn er in de hele regio vanuit de laagdrempelige steunpunten ook zelfhulptrainingen beschikbaar voor inwoners die daar behoefte aan hebben. Ad 2. Bekendheid over wie waar informele steun biedt Om mensen passend te ondersteunen, moet het beschikbare aanbod van informele steun en het digitale platform breed bekend zijn. En moet ook bekend zijn wat de aard en meerwaarde is van dergelijke initiatieven, inclusief de rol van ervaringsdeskundigen daarbij. Dit moet bekend zijn bij inwoners zelf, bij betrokkenen in de sociale basis en bij professionals in zorg en welzijn.

Inwoners kunnen zich op allerlei manieren en op allerlei plekken uiten met vragen en zorgen. Hoe meer mensen In de planfase van het regioplan, vervolggesprekken in het kader van actielijn 2, waren Focus, Nexus, ZwolleDoet!, WerV, gemeente Zwolle en inwonerberaad Zwolle betrokken. In de uitvoeringsfase is inzet van alle gemeenten noodzakelijk. Per gemeente zijn de vragen: Wat is er lokaal al? Denk aan welzijn per gemeente (WijZ, Travers, SWS, De Kop, de Stuw, Samen Doen), lopende en startende initiatieven (Nexus, Eleos Huis van herstel Kampen, Focus Kampen en Zwolle, @Ease), digitale initiatieven (Thubble, Impacter) en initiatieven nabij de regio (herstelacademie Heerde). Wat moet worden geborgd en wat moet worden aangevuld? Met aandacht voor zowel mensen met een psychische of sociale kwetsbaarheid en hun naasten en mantelzorgers. En met expliciet aandacht voor jongvolwassenen. Met welke mensen en initiatieven kunnen we dit van onderop vormgeven? Op welke manier moet de gemeente hierin faciliteren? Minimaal is een betaalde kartrekker en fysieke ruimte. En gezamenlijk is de vraag: Hoe worden domeinoverstijgende middelen verkregen en ingezet? Er wordt gewerkt vanuit ‘wat past bij jou’, zonder stappenplannen of protocollen. Er is een aanbod van methodische zelfhulp dat zich vanuit co-creatie en peer-support steeds verder ontwikkelt.

In het steunpunt komt collectieve ervaringskennis samen. In het initiatief zijn ervaringsdeskundigen en/of ervaringswerkers in de lead. Mensen die een ontwrichtende ervaring hebben gehad en vanuit die ervaring anderen kunnen helpen bij herstel. Er is samenwerking met de formele en informele (keten) partners, zoals sociaal domein, welzijnsorganisaties, huisartsen en zorgaanbieders waaronder GGZ. Afstemming gaat dan makkelijker en mensen worden wanneer nodig gekoppeld aan de voor hen juiste personen of instanties. De GGZ is geen onderdeel van de steunpunten. Het kan een vaste of mobiele locatie zijn, de hele of een deel van de week beschikbaar. Dit kan bijvoorbeeld ook een (op dat moment leegstaande) school, cultuurhuis of sportkantine zijn. Er moeten routes zijn voor inwoners die niet zelf de weg weten of de stap durven te zetten, bijvoorbeeld met hulp van vrijwilligers. Er is aandacht nodig om mensen met een niet-Westerse achtergrond te bereiken. Het helpt als de crisiskaart regionaal wordt ingezet. Dit kan vanuit de steunpunten. INHOUDSOPGAVE29 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011935/87 INHOUDSOPGAVE oftewel: een brede hulpvraagverheldering. De focus is breder dan (behandeling in de) GGZ, dus niet diagnose- of stoornisgericht.

Het uitgangspunt is het bieden van passende zorg en ondersteuning, met eigen regie voor de inwoner. Het gesprek vindt vroegtijdig plaats (voor verwijzing) om te voorkomen dat mensen vastlopen in het systeem. Onder een consultatiefunctie verstaan we een manier om elkaars expertise te benutten en elkaar te kunnen vinden wanneer je aanvullende expertise nodig hebt. Het doel hiervan is om de inwoners sneller en passende zorg te bieden. Nevendoel is dat hulpverleners worden ontlast omdat hulp in het juiste domein door de juiste expertise plaatsvindt. Deze twee initiatieven stimuleren de domeinoverstijgende samenwerking, waardoor inwoners beter en tijdiger worden ondersteund, al dan niet in de GGZ. Het verstevigen van de samenwerking vergroot bij professionals het inzicht in elkaar kennis, kunde en mogelijkheden. Dat komt direct ten goede aan de inwoners. In de regio is al enige jaren het netwerk Tijdige en Passende Mentale zorg Zwolle actief (TPMZ), wat zich o.a. gaat bezighouden met het uitwerken van het verkennend gesprek (als onderdeel van de IZA-afspraken) en de consultatiefunctie. Doel 3: Samenwerking GGZ, huisartsen en het sociaal domein Het doel is om inwoners snel passende zorg of ondersteuning op de juiste plek te bieden en daardoor het aantal juiste verwijzingen te verhogen, maar het totaal aantal verwijzingen (met name naar de GGZ) te verminderen.

Hiervoor is een integrale blik nodig, die ontstaat door vanuit de verschillende domeinen elkaar te consulteren en zo elkaars expertise te benutten. Op basis van de regio-opgave wil de regio met prioriteit aan de slag met twee afspraken, als middel om de samenwerking tussen GGZ, huisartsen en sociaal domein te verbeteren. Dit is wat we willen bereiken Resultaat 1: Verkennend gesprek (landelijke afspraak). Resultaat 2: Consultatiefunctie en deskundigheidsbevordering (landelijke afspraak). Naar verwachting is er de volgende bijvangst: Het aantal verwijzingen naar de GGZ neemt af. Behandelingen kunnen eerder worden afgesloten. Huisartsen worden ontlast. Er ontstaat inzicht in veel gestelde consultatievragen en dus kennislacunes. Zo pakken we dat aan Onder een verkennend gesprek verstaan we een open gesprek waarin hulpvraag en krachten van de inwoner worden verkend, bekend zijn met mogelijkheden voor informele steun en digitale platforms, hoe groter de kans dat een inwoner die er baat bij heeft daar ook terecht komt. Om de verbindingen te versterken: is het van belang om met inwoners zelf in gesprek te gaan over wat en waar ze op zoek gaan bij behoefte aan steun. is het van belang dat professionals in voorveld, sociaal domein en zorg elkaar meer ontmoeten. Zo leren zij over elkaars werk- en denkwijze en aanbod. Dat helpt om iedereen uiteindelijk passend te ondersteunen.

Bovendien helpt dit om de boodschap dat uitdagingen bij het normale leven horen en de mogelijkheden om mentale vaardigheden te versterken (zie actielijn 1) niet alleen bij inwoners maar ook bij professionals en verwijzers onder de aandacht te brengen. Ook hierbij is het van belang om expliciet aandacht te hebben voor jeugd en jongvolwassenen. Meetbare resultaatafspraken: a. In 2024 heeft de regio op basis van gesprekken met inwoners inzichtelijk naar wat en waar inwoners op zoek gaan bij behoefte aan steun. b. In 2025 worden op basis van dit inzicht vervolgacties geformuleerd en ingezet. 30 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011936/87 komen, bijvoorbeeld de huisartsenpraktijk, en kan ook bij de inwoner thuis of digitaal plaatsvinden. Het team dat gesprekken voert omvat expertise van ervaringsdeskundigen, sociaal domein en (POH)GGZ, met zo nodig aanvullende expertise van bijv. wijkverpleging, verslavingszorg of VG-zorg. Professionals die verkennende gesprekken voeren, zijn hiervoor opgeleid. Minimaal één van de teamleden heeft een goede verbindingsfunctie naar alle sociaal-domeinfuncties. In het verkennend gesprek wordt een vaste set thema’s uitgevraagd, om ongeacht de achtergrond van de vragensteller, dezelfde output te krijgen, namelijk: de kracht en kwetsbaarheid van de inwoner.

Zeker in de eerste fase helpt dit professionals om los te komen van de eigen bestaande mindset. De uitkomst van het verkennend gesprek is leidend. Het wordt zo ingericht dat partijen vertrouwen hebben met elkaar en een verwijzing kunnen accepteren. Ook een aanmelding bij de transfertafel is een mogelijke uitkomst. Bekendheid van plekken waar inwoners heen kunnen na het verkennend gesprek. Dit kunnen bestaande of nieuwe organisaties zijn, waarbij de wachttijden en instroommogelijkheden bekend zijn tijdens het verkennend gesprek. Onnodige zorg wordt omgebogen. Bijvangst is dat huisartsen worden ontlast. De huisarts is aanmelder voor het verkennend gesprek. De ambitie is dat de inwoner binnen 1-2 weken wordt gezien voor een verkennend gesprek. De huisarts kan als poortwachter altijd blijven verwijzen zonder de route via het verkennend gesprek. De inwoner wordt gestimuleerd om een naaste mee te nemen. De oplossing wordt, in samenspraak met de inwoner, afgestemd op de leefomgeving van de inwoner en diens netwerk. Het resultaat is een plan (géén behandelplan) van de inwoner voor juiste zorg en ondersteuning gegeven de urgentie. Het plan beschrijft in begrijpelijke taal: Wat de inwoner op korte & lange termijn nodig heeft aan steun om het plan uit te voeren, Welke aanbieder de passende zorg/ondersteuning gaat verlenen en bij welk ‘loket’ de inwoner terecht kan.

De aanbieder (intaker, indicatiesteller of anderszins) gaat akkoord (verwijzing en indicatiestelling zijn een formaliteit, mogelijk regievoering nodig). Het plan wordt teruggekoppeld aan de huisarts. Tijdige toegang tot het juiste netwerk van de 1e en 2e lijns zorg en sociale basis, dat overzichtelijk is, een doorlopende zorg- en welzijnslijn kent met soepelen overgangen en waarin wederkerigheid plaatsvindt. Het gesprek vindt plaats op een plek waar inwoners toch al In het TPMZ-netwerk participeren de hiervoor relevante organisaties al: sociaal domein aanbieders, ervaringsdeskundigen, huisartsenorganisaties, GGZ-aanbieders, gemeenten en zorgverzekeraar. Ad 1. Verkennend gesprek De landelijke werkgroep verkennend gesprek/mentale gezondheidscentra heeft een aantal voorlopige leidende principes voor het verkennend gesprek geformuleerd waar we bij aansluiten (en op aangesloten blijven) en op basis waarvan partijen gezamenlijk aan de slag kunnen gaan. De regio heeft op een aantal punten aanvullingen gedaan en is gekomen tot de volgende uitgangspunten: Het verkennend gesprek is een open gesprek met de inwoner waarin hulpvraag en krachten worden verkend. De inwoner staat centraal en houdt regie over de eigen gezondheid. Het gesprek wordt gevoerd vanuit inzichten over herstelbevordering en positieve gezondheid.

In aanmerking komen mensen met psychische klachten én problemen op andere levensdomeinen (en hun naasten), waar huisartsen, sociaal domein en GGZ gezamenlijk mee te maken hebben. Het betreft inwoners die nog niet verwezen zijn naar of in behandeling zijn bij de GGZ. Doel is kracht en kwetsbaarheid in kaart brengen om richting te geven aan de zoektocht om het mentale evenwicht terug te vinden. Het draagt bij aan gezondheid en mentale weerbaarheid. INHOUDSOPGAVE31 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011937/87 binnen om elkaar te consulteren. Formeel is er geen budget voor de tijd die zij besteden aan consultatie, maar hier wordt landelijk wel aan gewerkt met de zorgverzekeraars. Ook consultatie van het sociaal domein vanuit de GGZ is wenselijk. Er is dus sprake van wederkerigheid. De stakeholders die betrokken moeten worden zijn de POH GGZ en huisartsen, GGZ-aanbieders, sociaal domein aanbieders, gemeenten, zorgverzekeraar, toegang sociaal domein (wordt momenteel gemist aan tafel) en partijen uit het voorveld zoals scholen, buurthuizen, sportverenigingen, kerken, enz. Welke partijen precies aangehaakt moeten worden, verschilt per gemeente.

Het gaat er vooral om dat professionals gebruik maken van elkaars expertise om zo beter aan te kunnen sluiten bij de hulpvraag van de inwoner en niet passende verwijzing te voorkomen. Consultatie is indirect een vorm van deskundigheidsbevordering. Er zijn meerdere vormen van deskundigheidsbevordering mogelijk door samenwerking tussen verschillende domeinen. Dit vraagt ook om domeinoverstijgende financiering. Voor zowel verkennend gesprek als de consultatiefunctie kan een deel regionaal georganiseerd worden. Bestaande tafels en kennis kunnen benut worden om de kaders voor de werkwijze afgebakend worden. Niet met het doel om inwoners uit te sluiten, maar om met schaarse capaciteit een verkennend gesprek te voeren met inwoners die er het meeste baat bij hebben. Bij een te brede groep ontstaat lange wachttijd voor het verkennend gesprek, Bij een te smalle groep komen alléén hele complexe casussen in aanmerking. We gaan onderzoeken welke inwoners het meeste baat hebben bij een verkennend gesprek. Hoe we dat doen zullen we beschrijven in een transformatieplan voor de regio. De kaders voor het verkennend gesprek (die als basis dienen voor de snelle toets) worden afgestemd met de coalitie én (de voorzitter en versneller van) het TPMZ-netwerk.

Ad 2. Consultatiefunctie en deskundigheidsbevordering Voor de consultatiefunctie is er onderscheid tussen verschillende domeinen, met ieder hun eigen financieringsstromen. In de praktijk gebeurt er al het een en ander: Huisartsen kunnen de GGZ al consulteren en hiervoor bestaat een betaaltitel. In de praktijk wordt het nog heel weinig gebruikt. Een belangrijke stap is te achterhalen waarom dat zo is en welke knelpunten mensen nu ervaren. Ook een vorm waarmee het sociaal domein de GGZ kan consulteren is wenselijk. Hier kunnen mogelijk (niet- passende) verwijzingen mee worden voorkomen. Waar bijvoorbeeld in de regio POH GGZ en maatschappelijk werk in hetzelfde gebouw zitten, lopen ze makkelijk bij elkaar Om aan de slag te gaan met het verkennend gesprek wil de regio starten met een pilot op meerdere locaties. Daarvoor moeten de betrokken partijen bij elkaar worden gebracht (bijvoorbeeld via het TPMZ-netwerk): de huisartsenorganisatie, ervaringsdeskundige, aanbieders sociaal domein, gemeenten en GGZ-aanbieders (inclusief ander type aanbieders die mensen met een psychische kwetsbaarheid ondersteunen, zoals vanuit het VG-domein). Zij moeten een gezamenlijke werkwijze en taal ontwikkelen om mee aan de slag te gaan. De genoemde uitgangspunten vormen daarvoor de basis.

Ze kunnen gebruik maken van bestaande werkwijzen en methodieken in de regio als basis voor de inrichting van het verkennend gesprek (bijv. Wachtkracht, GZ-Kompas. Welzijn op Recept) of landelijk (bijv. GEM, HOI) en moeten daarin worden geschoold. Centraal in de pilot staat om gezamenlijk en kort-cyclisch te leren en bij te sturen en het onderling vertrouwen te vergroten. Daarvoor zullen (zeker in de beginperiode) minimaal twee professionals uit verschillende domeinen gezamenlijk verkennende gesprekken voeren met inwoners en naasten. Zo leren zij bijvoorbeeld over de invloed, kracht en beperkingen van hun eigen (medisch/sociaal/mensgericht) denkkader. In de pilotfase komt mogelijk een bredere groep verwijzers en inwoners in aanmerking voor het verkennend gesprek, zodat professionals leren tot welke uitkomst dit leidt. Uitkomsten in de regionale pilots zijn mogelijk anders dan regionale inschattingen en landelijke richtlijnen. De beoogde groep inwoners moet goed 32 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht INHOUDSOPGAVE College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011938/87 De uitwerking van cruciale zorg hangt samen met de uitwerking van het landelijke traject. Hier wordt onder andere de definitie vastgesteld. In de regio moet deze definitie geoperationaliseerd worden (wat is wel en wat is geen cruciale zorg).

Daarover staat in het IZA: “Op basis van de kaders in de handreiking wordt in de vorm van een regiobeeld in kaart gebracht wat de zorgvraag en het zorgaanbod van de cruciale zorg in de regio is.” Monitoring Om te bepalen of de afspraken uit het regioplan uitgevoerd worden en het gewenste effect hebben, zetten we in op monitoring van zowel het proces als de uitkomsten en maken we gebruik van kwantitatieve en kwalitatieve gegevens. Denk aan indicatoren met betrekking tot mate van gebruik, kwaliteit, tevredenheid, wachttijd, staat van mentaal welbevinden in de bevolking en mate van samenwerking. Voor het verkennend gesprek denken we specifiek aan de volgende indicatoren: Inzicht: waar worden hulpvragen van inwoners na het verkennend gesprek opgepakt (bijv. sociaal domein, zelfregie- en herstelinitiatief, GGZ incl. behandelduur of geen vervolg). Aantal inwoners met een mismatch tussen uitkomst van het verkennend gesprek en daadwerkelijke behoefte (in vergelijking met mensen die rechtstreeks door de huisarts verwezen worden). deelnemers om het regioplan uit te voeren. Zicht op bestaande samenwerkingsverbanden om bij aan te sluiten. Aansluiting houden bij de verdere ontwikkelingen van relevante landelijke werkgroepen (o.a. laagdrempelige steunpunten, verkennend gesprek).

Cruciale GGZ zorg Over cruciale zorg is in het IZA het volgende opgenomen: “aan de hand van regiobeelden waarin de totale behoefte aan zorgvraag wordt weergegeven, bepalen verzekeraars en aanbieders welke onderdelen van het aanbod aan zorg cruciaal is in de regio en borgen partijen dat het noodzakelijke zorgaanbod regionaal en bovenregionaal passend en doelmatig wordt georganiseerd. Voor de (boven)regionale en landelijke noodzakelijke geachte capaciteit worden afspraken gemaakt, zodat: Patiënten die een complexe zorgvraag hebben kunnen blijven rekenen op goede en passende zorg. Op regionaal niveau voldoende cruciaal klinisch en ambulant aanbod beschikbaar is. Op landelijk niveau de hoog specialistische zorg voldoende beschikbaar is, doelmatig georganiseerd wordt en voldoende verspreid over het land. Kennis en kunde voor behandeling van dergelijke aandoeningen behouden blijft en breed beschikbaar zijn (ook voor professionals van andere instellingen).” van het verkennende gesprek te bepalen met elkaar. Vervolgens kan op gemeentelijk niveau gekeken worden hoe dit nader kan worden uitgewerkt (couleur locale). Hetzelfde geldt voor het bepalen van wie de gesprekken voert en wie in aanmerking komt. Meetbare resultaatafspraken zijn: a. In 2024 is elke gemeente gestart met verkennende gesprekken bij minimaal 1 huisartsenpraktijk. b.

In 3 maanden tijd worden per praktijk minimaal 20 gesprekken gevoerd. c. Leerpunten en resultaten uit de pilots worden gestructureerd vastgelegd en benut voor verbetering. d. Voor het verkennend gesprek is de wachttijd maximaal 2 weken. e. In 2025 wordt het verkennend gesprek opgeschaald naar andere praktijken. f. In 2026 is het verkennend gesprek regionaal volledig ingebed in de reguliere werkwijze. g. Het streven is om de wachttijd voor de GGZ te verlagen naar maximaal de treeknormen. Vervolgstappen vragen een aantal zaken van partijen die deel nemen aan deze coalitie: Actieve betrokkenheid van (lokale) deelnemers aan de coalitie in de uitvoeringsfase. Voldoende beleidscapaciteit bij alle gemeenten en andere INHOUDSOPGAVE33 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011939/87 INHOUDSOPGAVE Verbinding met andere coalities Gezond Leven & Preventie: Verbinding met doel 1. Verbinding met doel 2 bij de laagdrempelige steunpunten. Vitaal Ouder Worden: Bewustwordingscampagnes coördineren. Vanuit vitaal ouder worden is het doel mensen voorbereiden op het ouder worden en bewust maken dat zorg niet meer vanzelfsprekend is. Digitalisering: Digitaal platform voor het versterken van mentale vaardigheden.

Data benutten om te bepalen welke inwoners het meeste baat hebben bij een verkennend gesprek (hoe we daarmee de meeste impact kunnen realiseren). Idee voor inzet van AI in de GGZ. Ondersteuning bij de monitoring. Verbinding met andere structuren in de regio Om dubbelingen te voorkomen zoeken we verbinding met bestaande tafels en werkgroepen in de regio. We zien in ieder geval verbinding met het TPMZ-netwerk en het ROAZ. Doelgroepen die dreigen tussen wal en schip te vallen, denk aan: Mensen met en zonder GGZ-Wlz indicatie die geen passend aanbod vinden. Specifieke groepen met zwaardere zorg in de Wmo (bijv. LVB en psychische problemen) met aandacht voor maatschappelijke participatie. Samenwerking van huisartsen, GGZ en sociaal domein op het gebied van door- en uitstroom. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van kennis uit bestaande initiatieven die sociaal werk inbrengen voor of tijdens het wachten of tijdens en na behandeling. Wachtkracht wordt ingezet voor en na de intake om sociaal werk in te brengen tijdens het wachten en drempelloos te kunnen schakelen tussen domeinen. Welthuis brengt tijdens behandeling sociaal werk in om de overgang naar het normale leven en de sociale basis te helpen bewerkstelligen. Welzijn op Recept is een verwijzing naar het sociaal domein, eventueel naast een GGZ-behandeling. Dit kan soms ook onnodige verwijzingen naar de GGZ voorkomen.

Ketensamenwerking suïcidepreventie en nazorg. Wachttijd voor het verkennend gesprek. Mate van samenwerking tussen GGZ en sociaal domein: aantal inwoners met opvolging in het sociaal domein na een GGZ-behandeling. Wachttijden binnen de GGZ en het sociaal domein. Voor consultatie denken we specifiek aan de volgende indicatoren: Vervolg na de consultatie (bijv. aanbod sociaal domein, zelfregie- en herstelinitiatief, GGZ-behandeling (incl. duur) of geen vervolg). Aantal behandelingen dat na een consultatie eerder kan worden afgesloten. Aantal consultaties richting huisartsen en sociaal domein. Mate van tevredenheid over de consultatie. Waar relevant monitoren we in samenspraak met andere coalities. We zoeken in ieder geval de samenwerking met de coalitie Digitalisering. Het monitoren dient niet te leiden tot een substantiële verhoging van de administratieve lasten bij de deelnemende organisaties. Overige onderwerpen In de actielijnen beschrijven we welke afspraken de regio met prioriteit wil oppakken.

Daarnaast zijn door betrokkenen in de regio de volgende onderwerpen genoemd in het kader van toegankelijkheid, die ook aandacht vragen: 34 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011940/87 Dimence DokterBosman Eleos Gemeente Kampen Gemeente Staphorst Gemeente Steenwijkerland Gemeente Zwartewaterland Gemeente Zwolle GGD IJsselland HRZ, namens de huisartsen Inwonerberaad Zwolle Isala Mindfit Nexus PGVZ Prisma psychologie Proscoop RIBW Overijssel SportService Zwolle Stichting Focus Stichting Tactus Verslavingszorg Travers WerV WijZ Zilveren Kruis Zorgbelang Overijssel ZwolleDoet! TPMZ Het TPMZ geeft invulling aan de opdracht van de landelijke stuurgroep Wachttijden & Toegankelijkheid GGZ en is al bezig met het verkennend gesprek en de consultatiefunctie. Dit staat benoemd onder doel 3. Door de coördinator/versnellers TPMZ en de bestuurlijk trekkers van de coalitie is afgestemd over een efficiënte governancestructuur. Andere onderwerpen die al binnen het TPMZ-netwerk een plek hebben zijn: de transfertafel, acute GGZ en verkorte toegang voor crisisgevoelige patiënten. Uit de transfertafel komen ook doorstroom bevorderende afspraken voort. ROAZ Het ROAZ (acute zorg waaronder acute psychiatrie) heeft een link met mentaal welbevinden. Zij constateren vooral dat de- medicaliseren nodig is.

Dit sluit mooi aan op de doelstellingen in deze coalitie. Een globale verkenning leert dat er geen overlappende of elkaar bijtende activiteiten zijn. IV. BETROKKEN PARTNERS In de fase om te komen tot het regioplan waren de volgende partijen actief betrokken bij de 2-daagse (25/26 september), de vervolggesprekken (diverse datums), de coalitiebijeenkomst (22 november) of via mondelinge of schriftelijke inbreng: INHOUDSOPGAVE35 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011941/87 36 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht INHOUDSOPGAVE College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011942/87 INHOUDSOPGAVE 2. In de ambitie benoemde begrippen Groen staat niet alleen voor de groene natuur, als kenmerk van deze regio, maar ook voor duurzaamheid. Vitaal omhelst gezondheid, veerkracht, zingeving en betekenisvol leven. Kleurrijk zijn is aansluiten op wat er al is bij de gemeenschap en met ruimte voor diversiteit in organisatievormen. 3. Uitgangspunten voor de aanpak Hieronder zijn onze doelstellingen te lezen en beschrijven we onze aanpak om deze doelen in de praktijk te brengen. Bij deze aanpakken hanteren we steeds de volgende uitgangspunten: We werken vanuit de bedoeling en niet vanuit systemen. De bedoeling moet goed zijn geformuleerd, zodat ze ook steeds kan worden getoetst.

We maken gebruik van of sluiten aan op bestaande netwerken en initiatieven. Goede voorbeelden en leerpunten halen we ook bij relevante kennisplatforms. We betrekken inwoners zoveel mogelijk bij ons verhaal, mede via bestaande verenigingen en andere vertegenwoordigingen van inwoners. Bijvoorbeeld de ouderenraad en de buurtvereniging. We zorgen voor afstemming en coördinatie, zodat zaken niet dubbel worden gedaan. I. AMBITIE In deze groene regio kijken wij, inwoners en professionals, vooruit en bereiden we ons voor op vitaal ouder worden. We werken samen kleurrijk aan gemeenschappen met oog voor elkaar. We zijn betrouwbare partners leren van elkaar en blijven constant in beweging. II. INLEIDING 1. De opgave In dit hoofdstuk staan de regio-opgaven voor Vitaal Ouder Worden centraal. Het regiobeeld laat zien dat de vergrijzing flink toe neemt de komende jaren. Alles wat samenhangt met vergrijzing zal dan ook vanwege demografische redenen toenemen, zoals valincidenten, chronische aandoeningen als dementie en artrose, eenzaamheid, alleenwonenden en kwetsbare ouderen. Als regio en als coalitie staan we voor de uitdaging hoe we de zorg in de regio beschikbaar houden met meer ouderen en dezelfde of minder financiële middelen en mensen. Hierbij is alleen optimaliseren niet voldoende, dit vraagt een transformatie.

SAMENGEZONDIJSSELVECHT Coalitie Vitaal ouder worden 37 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011943/87 INHOUDSOPGAVE38 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht wordt gebouwd? Zodat er voldoende passend woningaanbod wordt gerealiseerd. Volgens het regiobeeld woont in 2040 woont 47,5 procent van de 65-plussers en 62 procent van de 80-plussers in de regio IJssel-Vecht alleen. In de gemeenten Zwolle, Hardenberg en Steenwijkerland ligt het percentage eenpersoonshuishouden voor inwoners van 65 jaar of ouder hoger dan de regio, in de gemeenten Zwartewaterland en Ommen het laagst. Van de 55-plussers woont 23 procent in een woning en woonomgeving die niet geschikt is. Een woning is niet geschikt wanneer bij toekomstige gezondheids- of ouderdomsklachten de woning aanpassingen behoeft. Zwolle en Kampen hebben de meeste geschikte woningen, Dalfsen, Steenwijkerland en Hardenberg hebben het minst geschikte woningen. Er is een relatie zichtbaar tussen de hoogte van het inkomen en de ongeschiktheid van de woning en woonomgeving. Dit is wat we willen bereiken Resultaat 1: Er is een provinciale woon-zorgvisie West-Overijssel. Dit traject is al in gang gezet, de coalitie haakt hierbij aan.

Resultaat 2: Er zijn gemeentelijke woon-zorgvisies worden gemaakt in aansluiting op de provinciale woon-zorgvisies (uiterlijk in 2026 gereed), waarbij er aandacht is voor kwetsbare groepen. Dit traject is al in gang gezet, de coalitie haakt hierbij aan. Zo pakken we dat aan a. De coalitie maakt een actieplan voor het realiseren van de publiekscampagne. Belangrijk is dat doelgroepen een rol hebben en een campagnestrateeg. Het plan sluit aan en/of maakt gebruik van bestaande initiatieven zoals een initiatief vanuit ZwolleDoet!, de GGD IJsselland, Route67plus en landelijke campagnes. Positieve gezondheid is een uitgangspunt. Er is specifiek aandacht voor laaggeletterdheid en cultuursensitiviteit. b. In het actieplan staat hoe nieuwe inwoners, 18-jarigen en gepensioneerden een brief ontvangen met informatie per gemeente over het belang van fit en vitaal blijven, wat je kunt betekenen voor een ander en de mogelijkheden die hiervoor zijn in de gemeente. De inhoud is op de publiekscampagne en met de doelgroepen afgestemd. c. In het actieplan staan lokale initiatieven waar inwoners praten over de dag van morgen en hen te ondersteunen en aan elkaar te verbinden. d. Tot slot is opgenomen hoe de coalitie initiatieven ondersteunt waarin professionals uit de diverse domeinen van de coalitie elkaar ontmoeten en spreken over vitaal ouder worden en de effecten daarvan op hun werk.

Doel 2: Passend woningaanbod Eind 2026 hebben we in elke gemeente antwoorden op de W-vragen: wie bouwt, wat wordt gebouwd, waar gaan we bouwen, wanneer wordt er gebouwd en voor welke doelgroep III. DOELEN EN AANPAK Doel 1: Bewustwording Als inwoner en samenleving zijn wij ons bewust van onze invloed op en verantwoordelijkheid voor het ouder worden. Uit het regiobeeld blijkt dat 79 procent van de ouderen van 75+ regie ervaart over het eigen leven, dit percentage is aan het dalen ten opzichte van 2020. Door bewustwording en met concrete acties wordt er toegewerkt naar meer zelfregie. Dit is wat we willen bereiken Resultaat 1: In de loop van 2024 start een regiobrede publiekscampagne voor vitaal oud worden in de regio, gericht op ouderen, toekomstige ouderen en mantelzorgers, de samen- leving en de professionals in het sociale domein en de zorg. Het doel is bewustwording van de invloed op vitaal ouder worden en er wordt stilgestaan bij de kwaliteit van leven ten opzichte van het ‘zo oud mogelijk worden’ en de zorg die daarvoor nodig is. Resultaat 2: In 2025 ontvangt iedere inwoner die nieuw is in de gemeente (exclusief geboorten), 18 jaar oud wordt of de pensioengerechtigde leeftijd bereikt een brief met informatie over het belang van fit en vitaal blijven en wat je kunt betekenen voor een ander.

Resultaat 3: In 2025 zijn in alle gemeenten blijvende creatieve en effectieve initiatieven waar inwoners generatie overstijgend praten over de dag van morgen. College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011944/87 In de regio IJssel-Vecht wordt een stijging van dementie met 87 procent verwacht in de periode van 2020 tot 2050. Dit komt overeen met de landelijk verwachte stijging van 85 procent. De grootste relatieve stijging in de regio IJssel-Vecht wordt in die periode verwacht in Zwolle (110 procent), Hardenberg (99 procent) en Kampen (94 procent). De relatief laagst stijging wordt verwacht in Ommen (36 procent), Dalfsen (37 procent) en Zwartewaterland (52 procent). Dit is wat we willen bereiken Resultaat 1: Elke gemeente telt minimaal één voorbeeld van een community care project, een gemeenschap waar mensen elkaar ondersteunen in het deelnemen aan de samenleving. Hierbij hebben we ook specifiek aandacht voor kwetsbare groepen zoals (oudere) mensen met een lichamelijke en/of verstandelijke beperking, mensen met een psychische kwetsbaarheid en de verbinding tussen intra- en extramurale zorg- en woonvormen. Er zijn minimaal drie van de volgende partijen betrokken: inwoners, informele en formele zorg, welzijn, woningcorporaties, sport- of andere verenigingen en gemeenten. We sluiten aan bij bestaande initiatieven of initiëren zelf een project.

Resultaat 2: In de regio zijn in 2025 alle gemeenten dementievriendelijk, conform het certificaat van Alzheimer Nederland). De inzet voor een dementievriendelijke gemeente, zoals ontmoetingsplekken in de nabije omgeving, hebben ook een positief effect voor andere doelgroepen en ouderen met andere ouderdomsziektes zoals Parkinson. Resultaat 3: Deze woonzorgvisies worden uitgewerkt richting een uitvoeringsagenda. Zo pakken we dat aan a. De coalitie maakt gebruik van de bestaande initiatieven, zoals de provinciale woon-zorg visie en de gemeentelijke woon-zorgvisies. Hier zijn al diverse organisaties uit de regio op aangesloten, zoals Zorgkantoor Zilveren Kruis, Provincie Overijssel, Gemeente Staphorst, woningcorporatie Delta wonen, Vechtdal wonen, Gemeente Zwolle en zorgaanbieder Zonnehuisgroep IJssel-Vecht/Driezorg. b. Daar wordt ook gewerkt naar het inschakelen van een Ondersteunings(expertise)team. Dit ondersteuningsteam kan bijvoorbeeld door gemeenten of woningbouwcorporaties worden ingeschakeld om te komen tot een uitwerking op gemeentelijk niveau. Doel 3: Samenredzame woonomgeving Eind 2025 hebben we op wijk- of kernniveau antwoord op de vraag hoe we een gemengde samenredzame woonomgeving kunnen faciliteren. Uit het regiobeeld blijkt dat eenzaamheid het vaakst voorkomt bij 75+ in de regio IJsselland (57 procent).

Van de inwoners (18+) is 10 procent ernstig eenzaam (GGD IJsselland, 2020) en 4 procent is zeer ernstig eenzaam. In Kampen, Zwolle en Zwartewaterland liggen deze percentages het hoogst. INHOUDSOPGAVE Resultaat 3: Voor elke wijk of kern is we minimaal één vorm van ontmoeten gerealiseerd. Binnen, buiten, digitaal of op een andere manier. Zo pakken we dat aan a. Voor resultaat 1 vormt de coalitie een actieplan om bestaande initiatieven in beeld te brengen. Zo ontstaat er zicht op witte vlekken en kan kennis worden gedeeld. Tevens is opgenomen hoé kennis wordt gedeeld. Hiervoor zoeken we aansluiting bij bestaande kennisplatforms zoals community care van Zilveren Kruis. b. Voor resultaat 2 maken de coalitieleden samen met de betrokken ambtenaren uit de gemeenten een voorstel met daarin de voorwaarden, zoals qua financiën en capaciteit, die nodig zijn om dit te realiseren. Hierin is ook het regionale zorgnetwerk Dementie betrokken (Regionale Zorgnetwerken Zwolle). c. Bij akkoord van de bestuurders van de gemeentes voor de doelstelling en bij akkoord op het voorstel van de coalitie Vitaal Ouder Worden kan nader worden bepaald hoe de organisatie en uitvoering per gemeente eruit komt te zien. d. Voor resultaat 3 maakt de coalitie een actieplan. Hierbij sluiten we zoveel mogelijk aan op bestaande initiatieven en structuren en uiteraard de plannen van andere coalities.

39 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht College van burgemeester en wethouders - 20 februari 2024 - 2024_B&W_0011945/87 40 | Regioplan Samen Gezond IJssel-Vecht Dit is wat we willen bereiken Resultaat 1: In 2025 zijn in de huisartsenpraktijken met een kernteam Ouderen (of een vergelijkbaar alternatief) deze teams getraind in het werken met eenzelfde methode op basis van de principes van positieve gezondheid. Dit omdat het zorgt voor efficiëntie en de inwoner sneller op de juiste plek komt. Resultaat 2: Er is een Beter Laten-lijst beschikbaar voor diverse zorgsectoren: https:/ /www.venvn.nl/thema-s/beter-laten/. Medio 2024 is een actieplan gereed met betrokkenheid zorgorganisaties om hiermee aan de slag te gaan. Resultaat 3: We zetten in op het herwinnen van zelfredzaamheid (reablement) op interdisciplinaire en innovatieve werkwijzen. Bijvoorbeeld via het stimuleren van het bespreken van casussen met professionals, informele zorg, (ex) patiënten en het bekend maken van zorgtechnologie en andere hulpmiddelen. Resultaat 4: Om onnodige zorg of acute opname te voorkomen wordt het gesprek tijdig gevoerd over de kwaliteit van leven en de nodige inzet van zorg hiervoor. Huisartsen, wijkverpleging, verpleging, verzorging en thuiszorg (VVT), welzijn etc. stimuleren het vastleggen van behandelwensen via de methode RIZA (Reanimatie, IC-opname, Ziekenhuisopname, Antibiotica).

Het gaat hier om acute gevallen én proactieve zorgplanning. Resultaat 5: We regelen de keten optimaal, zowel in de reguliere 0 en 1e lijns zorg als in de acute zorg, inclusief consultatie- mogelijkheden voor specifieke expertises en crisisplekken. Dit met goede zorgcoördinatie en triage: ‘de juiste zorg op het juiste moment op de juiste plek door de juiste zorgverlener.’ Doel 4: Zelfregie Professionals sluiten aan op de eigen regie van oudere inwoners met een ondersteuningsvraag in de levensreis, ondersteund door het netwerk in de wijk en informele zorg. Waar nodig zetten ze in op passende zorg en ondersteuning in de vorm van een vangnet. Hiermee willen we bereiken dat de houding van professionals verandert en ‘het systeem’ is ingericht op zelfregie met kwaliteit van leven als uitgangspunt. Uit het regiobeeld blijkt dat zorgkosten van 75+, met name door de kosten van wijkverpleging, hoger zijn dan gemiddeld in NL. De gemiddelde kosten voor wijkverpleging per persoon liggen in de regio IJssel-Vecht voor alle leeftijdscategorieën rond of boven het landelijk gemiddelde; vanaf de leeftijd van 75+ liggen de regionale kosten meer dan 20 procent hoger dan landelijk. Bij 90+ers liggen de regionale kosten ruim viereneenhalf maal zo hoog. De prevalentie van ouderdom gerelateerde aandoeningen neemt sterk toe.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/462c3a45-9939-4e98-8036-57afb29e7376?agendaItemId=b6820e1b-b8f3-459b-9024-d6c3f72f2b84