6.1 GGD - Jaarstukken GGD IJsselland 2018.pdf
Tekst van het document
De inhoudelijke lijnen zijn in de best uurdersconfe- rentie van 3-4 oktober verkend en de uitwerking ervan is in het algemeen bestuur van november b e- sproken. Dit heeft geleid tot een concept agenda Publieke gezondheid 2019 -2023 (‘Beweging vanuit eigen regie’) die in december is vastgesteld en voor consultatie naar gemeenten en netwerkpartners is gestuurd. Het is de bedoeling de agenda in maart 2019 vast te stellen. Versterken financiële informatievoorziening gemeenten Een belangrijk onderdeel van de governance is transparante informatievoorziening over het financiële beleid en heldere procedures om sturing en controle uit te oefenen. In 2018 is een inventarisatie afg e- rond van onderwerpen die gemeenten hebben aangedragen in het kader van de verbetering van de financiële informatievoorziening. De gemeentesecretaris van de gemeente Deventer treedt hierbij op als opdrachtgever. Crisisbeheersing en rampenbestrijding De geneeskundige hulpverlening bij rampen en crises bestaat uit bijdragen van verschillende organ i- saties en wordt afgestemd door het GHOR bureau dat onderdeel is van Veiligheidsregio IJsselland. De GGD is verantwoordelijk voor de processen infectieziektebestrijding, milieu en gezondheid, ge- zondheidsonderzoek na rampen en psychosociale hulpverlening. In 2018 hebben zich geen grootschalige incidenten voorgedaan waar de GGD bij betrokken was.
Wel heeft de GGD regelmatig geoefend om zich op incidenten voor te bereiden. Deze oefeningen richten zich steeds meer op samenwerking met andere partijen in de keten, bijvoorbeeld de Omgevingsdienst. Psychosociale opvang en hulpverlening na rampen en incidenten In 2018 zijn de medewerkers van de PSH (Psychosociale Hulpverlening) 13 keer betrokken geweest bij crises en incidenten met (potentieel) maatschappelijke onrust. De meldingen kwamen o.a. van scholen (veelal via de jeugdgezondheidszorg), kinderopvang, zeden- politie en gemeenten. Waar nodig werd in dergelijke gevallen samen opgetrokken met Slachtofferhulp Nederland en de Dimence Groep, belangrijke samenwerkingspartners binnen de PSH. En uiteraard met ambtenaren crisisbeheersing van de gemeenten. 32 In 2018 is verder geïnvesteerd in de samenwerking met de gemeentelijke processen bevolkingszorg . Dit heeft onder meer geleid tot een gezamenlijke oefening in een gemeentelijke opvanglocatie. Wat heeft het gekost? (bedragen x € 1.000,-) + = Nadeel (N), - = Voordeel (V) Omschrijving Primitieve begroting 2018 Begroting na wijzigingen 2018 Realisatie 2018 Verschil realisatie t.o.v.
begroting na wijzigingen N/V Exploitatielasten 69 105 111 6 N Loonkosten 106 81 85 4 N Totaal saldo van lasten 175 186 196 10 N Gemeentelijke bijdrage -1.509 -1.484 -1.484 0 - Overige financiering 0 -37 -41 -4 V Totaal saldo van baten -1.509 -1.521 -1.525 -4 V Saldo van baten en lasten -1.334 -1.335 -1.329 6 N bij: onttrekkingen aan reserves 0 0 0 0 - af: stortingen in reserves 0 0 0 0 - Gerealiseerd resultaat -1.334 -1.335 -1.329 6 N Het Programma Service en Samenwerking sluit af met een voordelig saldo van baten en lasten van € 6.000 t.o.v. de begroting na wijzigingen. Hieronder worden de belangrijkste oorzaken nader toelicht: + = Nadeel (N), - = Voordeel (V) Afwijking Bedrag N/V Per saldo diverse kleine incidentele voor- en nadelen die niet nader worden toegelicht. -6.000 V Totaal resultaat op Programma Service en Samenwerking (voordeel) -6.000 V 33 4. Medewerkers (Sociaal jaarverslag) 4.1 Opleiden en ontwikkelen Uitgangspunt van GGD IJsselland is, dat de medewerker zelf verantwoordelijk is voor de eigen on t- wikkeling in zijn/haar huidige en/of toekomstige functie. Medewerkers worden hiervoor door de or gani- satie op diverse manieren gefaciliteerd. Naast het strategisch opleidingsbeleid, kent de organisatie een studiefaciliteitenregeling voor functiegerichte opleidingen.
Voor competentiegericht opleiden is er een organisatie breed Leer- en Ontwikkelprogramma (LOP) ontwikkeld. In dit kader zijn in 2018 6 lunchlezingen, 2 inspiratiecafés, 3 refereeravonden en 10 trainingen georganiseerd. GGD IJsselland is een erkende opleidingsinrichting voor de opleidingen arts Maatschappij & Gezon d- heid (profielen Jeugdarts en arts infectieziektebestrijding) en voor de Master Nurse Practitioner. In 2018 zijn 14 artsen in opleiding (bij JGZ/AGZ). Voor deze opleidingen is subsidie aangevraagd en ontvangen van het ministerie van VWS. Daarnaast ontvangt de organisatie jaarlijks ruim 30 co- assistenten van de Universiteit Groningen die hun 4 weekse co-schap lopen bij GGD IJsselland. Ook aan 10 HBO-V studenten is in 2018 een stageplaats geboden. 4.2 Personeel in cijfers Deze paragraaf geeft inzicht in de personele cijfers van 2018.
Aantal Medewerkers en personele capaciteit ultimo 2018 Afdeling Aantal medewerkers in dienst Fte, inclusief flexkrachten* Directie 1 1,00 Kennis en Expertisecentrum (KEC) 18 13,91 Bestuursbureau 17 14,67 Maatschappelijke zorg (MZ/OGGZ) 18 24,85** Algemene Gezondheidszorg (AGZ) 68 51,76 Jeugdgezondheidszorg (JGZ) 229 145,30 Overig 2 1,89 Totaal aantal medewerkers (met aanstel- ling) 353 253,38 Flexkrachten 36 Stagiaires 10 Totaal aantal medewerkers 399 * Vanwege aanstellingen in meerdere teams kan deze informatie afwijken van gegevens in de financiële ver- antwoording. ** In het team Maatschappelijke zorg zijn veel medewerkers gedetacheerd vanuit andere organisaties. Deze tellen wel mee in de fte, maar niet in het aantal medewerkers Op 31 december 2018 bestond het totale personeelsbestand van GGD IJsselland uit 399 medewe r- kers waarvan er 353 een dienstverband hadden (330 vaste aanstellingen voor onbepaalde tijd, 22 tijdelijke aanstellingen voor bepaalde tijd en 1 tijdelijke aanstelling voor onbepaalde tijd). Er werd daarnaast gebruikgemaakt van inzet van tijdelijk personeel dat op flexbasis werkte. In totaal waren er op 31 december 2018 36 flexkrachten en 10 stagiaires werkzaam bij de GGD. Bij de begroting wordt elk jaar in de bijlagen een overzicht opgenomen van de formatie.
Het betreft hier de personele formatie ten behoeve van de uitvoering van de basistaken van GGD IJsselland en 34 de structurele additionele taken. Met opdrachtgevers worden echter ook afzonderlijke afspraken g e- maakt, waar personeel voor wordt ingezet. Daarom wijkt de feitelijke bezetting jaarlijks af van de in de begroting opgenomen formatie. Ook in 2018 was dit het geval. In- en uitstroom Onderstaand overzicht laat zien hoeveel medewerkers (met een aanstelling) in 2018 in dienst zijn gekomen en hoeveel medewerkers er in 2018 zijn uitgestroomd. Afdeling Instroom Uitstroom Directie - - Kennis en Expertisecentrum (KEC) 2 2 Bestuursbureau 2 2 Maatschappelijke zorg (MZ/OGGZ) 12 2 Algemene gezondheidszorg (AGZ) 8 6 Jeugdgezondheidszorg (JGZ) 36 15 Overig - 1 Totaal 60 28 Arbeidsmarkt In 2018 zijn na een werving- en selectieprocedure 34 vacatures ingevuld. De vacatures zijn deels ingevuld met medewerkers die in dienst zijn gekomen (vaste/tijdelijke aanstelling), deels met flex- krachten en deels vervuld door interne mobiliteit. Stages Er zijn regelmatig stagiaires werkzaam van allerlei opleidingen op zowel HBO- als WO-niveau. Gedu- rende het hele jaar 2018 hebben in totaal 31 studenten stage gelopen bij GGD IJsselland. Ziekteverzuim Het gemiddelde ziekteverzuim binnen GGD bedroeg 5,34%.
Op het moment van schrijven is het ge- middelde verzuimcijfer van geheel 2018 (conform CBS) nog niet bekend, echter tot en met het derde kwartaal 2018 bedraagt het verzuimcijfer 5,0% binnen de sector openbaar bestuur en overheidsdien- sten). Hieronder is een verdeling weergegeven per afdeling. * excl. Zwangerschaps- en bevallingsverlof 4.3 Arbeidsomstandigheden In deze paragraaf volgt een overzicht van de activiteiten die in 2018 voor GGD IJsselland op het ge- bied van arbeidsomstandigheden hebben plaatsgevonden. Ziekteverzuim percentage* Gemiddelde duur (dagen) Frequentie Directie/Bestuursbureau 6,55 47,17 1,26 KEC 3,38 25,75 1,09 MZ/OGGZ 4,99 10,16 2,46 AGZ 3,81 11,78 1,13 JGZ 6,89 26,81 1,49 Totaal GGD 5,34 18,90 1,41 35 Arbodienst Net als voorgaand jaar is in 2018 structureel overleg geweest tussen de bedrijfsarts, leidinggevenden , medewerkers en HRM-medewerkers in de vorm van een sociaal medisch team (SMT). Het doel van het SMT is dat deze actoren per individuele situatie kunnen deelnemen aan het overleg om duurzame inzetbaarheid van de medewerkers te bevorderen. Indien noodzakelijk vindt maatwerk plaats. Med e- werkers kunnen ook zelfstandig contact opnemen met de Arbodienst. Ongewenst gedrag Gevolgen van ongewenste omgangsvormen kunnen een enorme impact hebben op medewerkers en in bijzondere situaties op de omgeving en de organisatie.
Medewerkers kunnen gebruik maken van een speciaal opgeleide vert rouwenspersoon, gefaciliteerd door de Arbodienst. De werkzaamheden van de vertrouwenspersoon bestaan uit: eerste emotionele opvang, hulp aan de betrokken medewe r- ker, advisering voor een plan van aanpak, ondersteuning bij het realiseren van de gewenste aanp ak, eventuele doorverwijzingen en nazorg. In 2018 is twee keer beroep gedaan op de vertrouwenspe r- soon. Agressie & Geweld Onder agressie & geweld worden voorvallen verstaan, waarbij een medewerker psychisch of fysiek wordt lastiggevallen, bedreigd of aangevallen tijdens het vervullen van de functie. Er bestaan verschil- lende vormen van agressie en geweld, namelijk: - telefonische agressie - schriftelijke agressie - verbale agressie - (dreigende) fysieke agressie. In 2018 zijn er bij de preventiemedewerker drie agressie & geweld-incidenten gemeld. Hiervan was er één verbaal agressie-incident en waren er twee telefonische agressie-incidenten. Deze incidenten zijn afgehandeld met betrokkene en met diens lei- dinggevende. Er heeft geen melding Veilig Publieke Taak plaatsgevonden bij het Openbaar Ministerie. Prikaccident Een prikaccident is een voorval waarbij het risico van besmetting bestaat, o.a. prik, bijt, spat, snij - en krabaccidenten. In 2018 is één keer een prikaccident gemeld bij de preventiemedewerker.
Ongevallen In 2018 is één ongeval gemeld aan de preventiemedewerker. Dit incident is afgehandeld met de de s- betreffende medewerker. Bedrijfshulpverlening Het BHV-team bestaat uit 12 personen. Het jaar 2018 was, net zoals vorig jaar, een rustig jaar op het gebied van ongevallen. De BHV’ers zijn niet in actie gekomen. Naast het BHV-team is er een assistentieteam (A-team) actief. Dit team treedt op, wanneer medewe r- kers zich bedreigd voe len. Het A -team bestaat uit 13 medewerkers vanuit de hoofdlocatie van de GGD. Een aantal BHV’ers heeft er voor gekozen om ook deel uit te maken van het A -team. Deze me- dewerkers volgen hiervoor een aparte training. Voor het A-team is in 2018 een nieuw alarm eringssysteem aangeschaft. Dit systeem genaamd ‘Pica s- se’ helpt het team met oproepen van medewerkers wanneer dit nodig is. Vanwege de eenvoudige bediening wordt in cruciale situaties geen kostbare tijd verspild. 36 5. Kwaliteit 5.1 Inleiding GGD IJsselland rapporteert jaarlijks door middel van een kwaliteitsjaarverslag over het gevoerde kw a- liteitsbeleid en de belangrijkste resultaten. In dit hoofdstuk komen achtereenvolgens het kwaliteitsb e- leid, een beschrijving van het kwaliteitsmanagementsysteem, de belangrijkste resultaten in 2018 en de klachtenafhandeling aan bod.
5.2 Kwaliteitsbeleid De missie (‘voor een gezonde samenleving’) en visie van GGD IJsselland geven richting aan de orga- nisatie en haar kwaliteitsbeleid. Het kwaliteitsmanagementsysteem is gericht op het verwezenlijken van deze missie en visie. Centraal hierin staan kwalitatief goede zorg en dienstverlening en het str e- ven naar tevreden opdrachtgevers, klanten, ketenpartners en andere belanghebbenden. In combinatie met de missie en visie vormden de Bestuursagenda, de programmabegroting, de teamplannen het kwaliteitsbeleid van de GGD. Eind 2018 is een nieuwe organisatiebrede visie geformuleerd waarin de volgende elementen centraal staan: expertise inzetten en delen, samen(werken), zichtbaar nabij zijn, eigen regie versterken en durven doen. 5.3 Het kwaliteitsmanagementsysteem GGD IJsselland beschikt over een integraal kwaliteitsmanagementsysteem, waarbij het HKZ -model het kader vormt. Centraal hierin staan geprotocolleerd handelen, deskundigheidsbevordering en co n- tinu verbeteren. Belangrijke instrumenten daarbinnen zijn: externe en interne audits, risicomanag e- ment, visitaties, klantervaringenonderzoeken, de klachtenregeling, het leer- en ontwikkelprogramma voor medewerkers en het werken volgens diverse landelijke richtlijnen en professionele standaarden .
5.4 Doelstellingen en resultaten 2018 De GGD heeft een aantal doelstellingen geformuleerd gericht op de ontwikkeling van he t kwaliteits- managementsysteem. Een deel van deze doelstellingen heeft een looptijd van meerdere jaren, andere zijn al in 2018 gerealiseerd. Hieronder volgen de doelstellingen over het verslagjaar 2018. Bij iedere doelstelling volgt achtereenvolgens het behaalde resultaat en een korte toelichting. Doel: behouden HKZ-certificaat Publieke Gezondheid Resultaat: in november 2018 vond de externe audit door de onafhankelijk certificatie-instelling Kiwa plaats. Daarbij werd GGD IJsselland getoetst op basis van de HKZ-norm Publiek Gezondheid uit 2015. Dit heeft geresulteerd in een positief oordeel van Kiwa en daarmee behoud van het HKZ- certificaat Publieke Gezondheidszorg (2015). Hiermee is aantoonbaar dat GGD IJsselland kwaliteit van zorg- en dienstverlening hoog in het vaandel heeft staan en continu werkt aan de verdere ontwik- keling en verbetering daarvan. Doel: inzicht in klantervaringen Resultaten: GGD IJsselland toetst systematisch klantervaringen. De werkwijze is erop gericht goed inzicht te verkrijgen in de ervaringen en tevredenheid van onze klanten en ketenpartners, zonder daarbij ‘de klant’ teveel te belasten.
In 2018 zijn op vier consultatiebureaus klantervaringen van ou- 37 ders/ verzorgers verzameld op basis van het ‘positive perception program.’ Het alg emene beeld dat hieruit naar voren komt is zeer positief. Daarnaast heeft GGD IJsselland onder andere een ‘ouderp a- nel’ georganiseerd waarin de zorg- en dienstverlening van de afdeling jeugdgezondheidszorg is ge- evalueerd. 5.5 Klachten In 2018 zijn in totaal drieëndertig schriftelijke klachten bij GGD IJsselland binnengekomen. Twee klachten zijn begin 2018 binnengekomen maar hebben betrekking op 2017. Deze klachten zijn me e- genomen in het jaarverslag 2017. In dit jaarverslag zijn twee klachten me egenomen die betrekking hebben op 2018 maar begin 2019 zijn binnengekomen. Twee van de klachten zijn niet in behandeling genomen omdat ze niet tegen de GGD waren gericht. Bij eenendertig klachten is een poging tot bemiddeling gedaan. Geen enkele klacht over 2018 heeft tot een oordeel namens het dagelijks bestuur geleid. Ter vergelijking: in 2017 heeft één klacht tot een oordeel geleid.
In onderstaand overzicht is de afhandeling van de klachten die betrekking hebben op 2018 samenge- vat: Klachten over 2018 naar aard afhandeling niet gericht tegen GGD IJsselland 2 door bemiddeling 31 door behandeling met een oordeel 0 Totaal 33 Ter toelichting op de klachten waarbij een poging tot bemiddeling is gedaan: in drie gevallen is na overleg met de klachtenfunctionaris de bemiddelingspoging gestopt omdat klager aangaf contact over de klacht niet meer op prijs te stellen of omdat klager niet reageerde op verzoeken van de GGD om contact over de klacht op te nemen. In 2018 zijn net als in 2017 geen klachten over GGD IJsselland voorgelegd aan de Geschillencommis- sie Publieke Gezondheid of aan de Overijsselse Ombudsman. Klachten nader beschouwd De klachten die tegen GGD IJsselland zijn gericht zijn ingedeeld in vijf categorieën. De verdeling van de klachten over de categorieën is als volgt: Klachten over 2018 gericht tegen GGD IJsselland ingedeeld in categorieën bejegening 13 dienstverlening 9 bereikbaarheid 1 informatievoorziening 8 overig 0 Totaal 31 In 2018 vormen de klachten over bejegening de grootste categorie. In 2017 ging bijna de helft van de klachten over dienstverlening. Zowel in 2017 als in 2018 is één klacht binnengekomen over berei k- baarheid.
38 Acties naar aanleiding van de klachten Dat klachten worden opgelost door bemiddeling betekent niet dat er naar aanleiding van deze klach- ten geen actie is ondernomen. Zo heeft er in bijna alle gevallen een gesprek plaatsgevonden over de klacht tussen de bemiddelaar (de manager) en degene over wie geklaagd is. Klachten worden ook geregeld besproken in een team- of disciplineoverleg. De bemiddelaar stelt de klacht in een overleg aan de orde als ook andere medewerkers van de klacht kunnen leren. Er zijn ook specifieke verbeteracties ondernomen. Naar aanleiding van een klacht over het zonder bericht afzeggen van een afspraak op school tussen een jeugdverpleegkundige en de dochter van klager is onderzocht of ouders op de hoogte kunnen worden gesteld als een contactmoment op school van hun kind niet doorgaat. Tot slot Voor goede dienstverlening is goed contact tussen medewerkers en cliënten onmisbaar. GGD IJsse l- land biedt medewerkers bijvoorbeeld in het kader van het Leer-en ontwikkelprogramma de mogelijk- heid diverse trainingen te volgen die kunnen bijdragen aan een goed contact tuss en medewerkers en cliënten. 5.6 Bezwaarschriften In 2018 zijn veertien bezwaarschriften binnengekomen. Twaalf bezwaarschriften tegen besluiten over een maatwerkvoorziening beschermd wonen. Twee bezwaarschriften waren gericht tegen besluiten over personele aangelegenheden.
In onderstaand overzicht is de afhandeling van de bezwaarschri f- ten samengevat: Afhandeling bezwaarschriften 2018 ingetrokken door bezwaarmaker 4 in behandeling genomen en afgehandeld door gemeente Zwolle 4 beslissing door dagelijks bestuur 4 beslissing door dagelijks bestuur in 2019 2 Totaal 14 Over vier van de veertien bezwaarschriften die in 2018 zijn binnengekomen heeft de algemene kamer van de bezwaarschriftencommissie geen advies uitgebracht. Deze bezwaarschriften zijn door de be- zwaarmaker ingetrokken omdat aan het bezwaar tegemoet is gekomen. Over de afhandeling van vier andere bezwaarschriften is contact geweest met de gemeente Zwolle. In overleg is afgesproken dat de gemeente Zwolle de bezwaarschriften in behandeling neemt en afhan- delt. De algemene kamer van de bezwaarschriftencommissie heeft in 2018 vier adviezen uitgebracht. Alle adviezen zijn uitgebracht naar aanleiding van een bezwaar tegen een beslissing over een maa t- werkvoorziening beschermd wonen. De algemene kamer van de bezwaarschriftencommissie heeft drie keer geadviseerd het bezwaar ongegrond te verklaren. In een van deze adviezen is een aanbeveling opgenomen voor nader overleg tussen alle betrokkenen om tot een oplossing voor de bezwaarmaker te komen. Over één bezwaarschrift is geadviseerd het bezwaarschrift gegrond te verklaren.
39 Het dagelijks bestuur heef overeenkomstig de uitgebrachte adviezen besloten. De besluiten zijn door het dagelijks bestuur genomen namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeen- te waar degene die bezwaar heeft gemaakt woont. Twee medewerkers van de GGD hebben bezwaar gemaakt tegen respectievelijk een besluit over deeltijdontslag en een besluit over wijziging van de standplaats. De algemene kamer van de bezwaa r- schriftencommissie brengt in 2019 advies uit over deze bezwaarschriften. De functiewaarderingskamer van de bezwaarschriftencommissie heeft in 2018 geen bezwaarschriften behandeld. 40 41 6. Specifieke paragrafen 6.1 Algemeen Op grond van artikel 9 van het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten dient het jaarverslag aan aantal specifieke paragrafen te bevatten. Voor GGD IJsselland zijn dit: 1. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 2. Onderhoud kapitaalgoederen 3. Bedrijfsvoering 4. Verbonden partijen 5. Treasury (voorheen ‘Financiering’) 6.2 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Het weerstandsvermogen van GGD IJsselland bestaat uit de verhouding tussen de weerstandscapaci- teit en de risico’s waarvoor geen maatregelen in de vorm van voorzieningen zijn getroffen en die van materiële betekenis kunnen zijn voor de financiële positie.
Onder weerstandscapaciteit wordt verstaan de middelen en mogelijkheden waarover de GGD beschikt om niet geraamde kosten, die onverwachts en substantieel zijn, te dekken zonder dat dit ten koste gaat van uitvoering van het takenpakket. In het AB van 18 december 2014 is het beleidskader Risicomanagement en weerstandsvermogen 2016-2018 vastgesteld. Bij het vaststellen van dat beleidskader is besloten tot het regelmatig evalu e- ren van het weerstandsvermogen aan de hand van de benodigde weerstandscapaciteit, die volgt uit het risicoprofiel van GGD IJsselland. Ook is afgesproken dat de ratio van het weerstandsvermogen ten opzichte van de benodigde weerstandscapaciteit voldoende moet zijn. Dit betekent dat deze ratio weerstandsvermogen / weerstandscapaciteit tussen 1,0 tot 1,4 moet liggen. Voor het afdekken van de risico’s in 2018 ging het om een benodigde weerstandscapaciteit van tussen de € 392.000 en € 548.800. Ultimo 2018 bedraagt de weerstandscapaciteit in totaal € 527.340. Deze bestaat uit de algemene reserve van € 482.340 en de post onvoorzien van € 50.000. De benodigde weerstandscapaciteit wordt bepaald op basis van een actueel risicoprofiel. Zoals afg e- sproken is dat risicoprofiel ook voor 2018 geactualiseerd. Op basis van het overzicht met mogelijke risico’s is het ‘Overzicht significante risico’s’ voor GGD IJsselland tot stand gekomen.
Overzicht significante risico’s Vanwege het geringe aantal significante risico’s volgt hieronder een overzicht waarin ook de risico’s die geheel of gedeeltelijk afgedekt worden door een bestemmingsreserve zijn opgenomen. 1. Faillissement van toeleveranciers; implementatiekosten en inwerken van medewerkers als gevolg van het wegvallen van 1 toeleverancier Risicocategorie: financieel netto verwachte impact: € 150.000,- 2. Claims en juridische procedures; claims van derden of niet inbare claims bij derden Risicocategorie: financieel netto verwachte impact: € 100.000,- 3. Extra inzet van medewerkers bij uitbraak infectieziekte Risicocategorie: financieel netto verwachte impact: € 82.000,- 42 4. Arbeidsconflict met een medewerker leidt tot plaatsen op non-actief en ontslag Risicocategorie: financieel netto verwachte impact: € 60.000,- 5. Boventallig personeel vanwege beëindigen of afnemende aanvullende producten Risicocategorie: financieel netto verwachte impact: € 481.600,- bestemmingsreserve 6. Boventallig personeel vanwege afnemende dienstverlening aan Publieke Gezondheid Asie l- zoekers Risicocategorie: financieel netto verwachte impact: € 0,- bestemmingsreserve Voor 2018 hebben bovenstaande risico’s niet geleid tot extra kosten.
6.3 Financiële kengetallen Eén van de recente wijzigingen van het BBV betreft het verplicht opnemen van een uniforme basisset financiële kengetallen door gemeenten, provincies en gemeenschappelijke regelingen. Hieronder een overzicht van de kengetallen, die voor ons van toepassing zijn. Kengetallen 2017 Rekening 2017 Begroting 2018 Rekening 2018 Netto schuldquote 29% 30% 20% Solvabiliteitsratio 13% 13% 27% Structurele exploitatieruimte 0% 0% 0% Toelichting: Netto schuldquote Het kengetal netto schuldquote ook wel bekend als de netto-schuld als aandeel van de inkomsten, zegt het meest over de financiële vermogenspositie van de gemeenschappelijke regeling. De netto schuldquote weerspiegelt het niveau van de schuldenlast van de gemeenschappelijke regeling ten opzichte van de eigen middelen en geeft een indicatie van de druk van de rentelasten en de aflossi n- gen op de exploitatie. In de VNG-uitgave ‘Houdbare Gemeentefinanciën’ is aangegeven dat wanneer de schuld lager is dan de jaaromzet (100%) dit als voldoende kan worden bestempeld, dit is met 20% ruimschoots het geval bij GGD IJsselland. De netto schuldquote is voor 2018 lager t.o.v. 2017. Dit wordt veroorzaakt door een combinatie van de afname van de vaste schulden, afname omvang vlottende passiva (saldo overige schulden en nog te betalen bedragen) en door een toename van het begrotingstotaal van de GGD.
Solvabiliteitsratio De solvabiliteit geeft aan of GGD IJsselland op lange termijn kan voldoen aan haar verplichtingen. De solvabiliteit wordt uitgedrukt in de verhouding tussen het eigen vermogen op de balans en het totale vermogen. Hoe hoger de verhouding eigen vermogen ten opzichte van het totale vermogen, hoe g e- zonder de gemeenschappelijke regeling. Ten opzichte van de gemeenten, waarbij percentages van 30% - 40% normaal zijn, was de ratio van de GGD altijd laag met een percentage van circa 13%, nu bedraagt de solvabiliteitsratio 27%. Dit komt door de forse toename van de omvang van het eigen 43 vermogen. De relatief hoge solvabiliteit staat haaks op de keuzen die de deelnemende gemeenten hebben gemaakt ten aanzien van de beperkte omvang van het weerstandsvermogen. Structurele exploitatieruimte Voor de beoordeling van de financiële positie is het ook van belang te kijken naar de structurele baten en structurele lasten. De begroting van GGD IJsselland wordt ieder jaar sluitend opgesteld. Er is daa r- om geen sprake van structurele ruimte in de exploitatie. 6.4 Onderhoud kapitaalgoederen In het kader van deze paragraaf gaat het om de vaste activa waarvan de instandhouding structureel een substantieel beslag op de middelen legt. Buiten dit kader vallen de financiële activa en bedrijf s- middelen, omdat die regelmatig worden vervangen.
Door dit onderscheid komt in deze paragraaf a l- leen het onderhoud van het kantoorgebouw te Zwolle aan de orde. Op dit moment wordt ook nog gewerkt aan het opstellen van een meerjarenonderhoudsplan. In de begroting is een reservering voor groot onderhoud opgenomen waarvan nog moet worden vastgesteld of deze voldoende is om de kosten van onderhoud op langere termijn te dekken. De budgetoverschri j- ding wordt gedekt uit de incidentele ruimte binnen de overhead. Verwacht wordt dat in 2019 een stru c- turele begroting kan worden opgesteld. 6.5 Bedrijfsvoering Organisatie algemeen Bij bedrijfsvoering is de basis goed op orde en functioneren de teams met een grote mate van zel f- standigheid. Sturing van de vraag op de bedrijfsvoeringstaken vindt plaats tussen accounthouders van het MT GGD en de vier teamleiders van bedrijfsvoering. HRM en Financiën Bij HRM en Financiën zijn het financieel- en personeelssysteem geïmplementeerd. Deze zijn met in- gang van 1-1-2018 in gebruik vanaf 2018. De implementatie van beide systemen is gebruikt om de werkprocessen bij HRM en Financiën te verbeteren. In 2018 is de organisatie van GGD gewijzigd, die heeft ook impact voor de stuurinformatie die in de organisatie beschikbaar moet zijn.
Als de organis a- tieontwikkeling is geeffectueerd zal het informatieproces rond het beschikbaar stellen van informatie over formatiebezetting en budgetuitputting op de nieuwe organisatie worden aanpast. Informatisering & Automatisering en Facilitaire Zaken In 2018 is net zoals in 2017 gewerkt aan het vernieuwen van de IT-netwerkvoorzieningen bij de con- sultatiebureau’s. Daarnaast wordt een deel van de locaties voorzien van nieuw meubilair dat het flex i- bel werken verder ondersteunt. Deze zeer omvangrijke activiteit wordt afgerond in 2019. In 2018 is het registratiesysteem van de reizigerszorg vervangen. Het nieuwe softwarepakket onderstenut de werk- processen beter dan het oude systeem. De begrotingen van I&A en Facilitair zijn op orde. 6.6 Verbonden partijen Deze paragraaf geeft inzicht in ‘derde rechtspersonen’ waarmee GGD IJsselland een bestuurlijke en financiële band heeft. Deze band is er door participatie in een vennootschap of deelneming in een stichting. Met een bestuurlijk belang wordt bedoeld een zetel in het bestuur van een deelneming of 44 stemrecht. Met een financieel belang wordt bedoeld dat de GGD middelen ter beschikking heeft ge- steld en die zal verliezen bij faillissement van de verbonden partij en/of als financiële problemen bij de verbonden partij op de GGD kunnen worden verhaald.
Van een financieel belang is ook sprake als de GGD bij liquidatie van een derde rechtspersoon middelen uitgekeerd kan krijgen. Op het moment van opstellen van de Jaarrekening 2018 is bekend dat GGD IJsselland in dit kader 1 relatie kent: GGD GHOR Nederland GGD GHOR Nederland is de koepelorganisatie van de GGD'en en de GHOR. Vanuit GGD Nederland wordt, voor en in samenspraak met de GGD’en, de lobby en belangenbehartiging voor de GGD’en gedaan richting politiek en stakeholders. Daarnaast voert GGD GHOR Nederland projecten uit, die vanuit efficiency oogpunt centraal moeten worden uitgevoerd en die randvoorwaarden en producten opleveren waarmee de GGD’en hun werkzaamheden kunnen verrichten. Bestuurlijk en financieel belang Het hoogste orgaan van GGD GHOR Nederland is de Raad van DPG'en. Hierin worden de 25 GGD’en en GHOR-bureaus vertegenwoordigd door hun Directeur Publieke Gezondheid (DPG). Het dagelijks bestuur bestaat uit 4 leden van het algemeen bestuur. GGD IJsselland betaalt op jaarbasis een contributie aan GGD GHOR Nederland gebaseerd op een bijdrage per inwoner, voor 2 018 be- droeg deze contributie € 60.000. Mate van beïnvloedbaarheid in bedrijfsvoering Een beperkte mate van beïnvloedbaarheid in de bedrijfsvoering is mogelijk via de afvaardiging van de Directeur Publieke Gezondheid van GGD IJsselland (tevens GHOR) in zowel het algemeen bestuur als het dagelijks bestuur.
6.7 Treasury Inleiding De paragraaf Treasury is één van de voorgeschreven paragrafen op grond van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV), voorheen paragraaf ‘Financiering’. Artikel 13 van dit be sluit schrijft voor dat de beleidsvoornemens en ontwikkelingen ten aanzien van het risicobeheer van de financieringsport e- feuille worden beschreven. In 2016 is een geactualiseerd treasurystatuut vastgesteld, dat voldoet aan de actuele regelgeving. Algemene ontwikkelingen De GGD kent een beperkt aantal investeringen. De investeringen m.b.t. ICT zijn ondergebracht bij de Veiligheidsregio IJsselland. Dit biedt voordelen voor de financieringsruimte binnen de kasgeldlimiet. Schatkistbankieren Het Rijk heeft besloten dat decentrale overheden gaan schatkistbankieren. Schatkistbankieren houdt in dat saldi die door GGD IJsselland worden aangehouden op bankrekeningen worden afgeroomd en via een rekening-courant verhouding ten gunste van de Nederlandse schatkist worden gebracht. Hier- door zal de Nederlandse staat minder geld hoeven te lenen op de financiële markten en zal de staat s- schuld afnemen. Decentrale overheden krijgen op de deposito’s een rente vergoed die gelijk is aan de rentes die de Nederlandse staat betaalt op leningen die ze op de markt aangaat. Momenteel liggen deze rentes rond de nul procent.
Het gevolg van dit beleid is dat GGD IJsselland nagenoeg geen re n- te opbrengsten uit rekening courant verhouding meer zal ontvangen. Voor 20 18 was geen raming 45 opgenomen voor ontvangsten uit beleggingen. Door de invoering van schatkistbankieren ontstaat er dus geen financieel nadeel voor GGD IJsselland. Risicobeheer Dit onderdeel geeft een samenvatting van het (verwachte) risicoprofiel van de organisatie. Het bevat tevens de gegevens die op grond van de Wet Fido voor de toezichthouder nodig zijn w.o. de kasgel d- limiet en de renterisiconorm. Renterisicobeheer Voor het renterisicobeheer gelden de volgende criteria: 1. Conform de Wet FIDO wordt de kasgeldlimiet niet overschreden. 2. Nieuwe leningen/uitzettingen worden afgestemd op de bestaande financiële positie en de liquid i- teitenplanning. 3. De rentetypische looptijd (periode waarvoor de rente vaststaat) en het renteniveau van de betre f- fende lening/uitzetting wordt zo veel mogelijk afgestemd op de actuele rentestand en de rentevi- sie. De renterisiconorm beperkt het renterisico op de vaste schuld. Deze wettelijke norm bepaalt dat maximaal 20% van de totale omvang van de begroting in aanmerking mag komen voor aflossing of renteherziening.
In de uitvoeringsregeling Financiering decentrale overheden zijn 2 modelstaten o p- genomen om de risico’s in beeld te brengen te weten: - Berekening kasgeldlimiet (model A) - Renterisiconorm (model B). Berekening kasgeldlimiet en bepaling financieringspositie 2018 De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt 8,2%. Het gaat bij de kasgeldlimiet om het beperken van renterisico’s op de korte schuld (korter dan een jaar). Korte schuld is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Daarom wordt de kasgeldlimiet gekoppeld aan het begro- tingstotaal, dat wil zeggen de totale lasten van de begroting inclusief tegelijkertijd met de begroting vastgestelde begrotingswijzigingen. In de praktijk is dat de begroting zoals die naar de toezichthouder wordt gezonden. Als, naar het oordeel van de toezichthouder, de begroting doelbewust is opgeblazen, dan kan de toezichthouder maatregelen nemen om het totaal te corrigeren. De kasgeldlimiet voor de GGD IJsselland bedraagt 8,2% van € 27.144.000 is € 2.226.000. Tot aan deze limiet kan kort (looptijd < 1 jaar) worden geleend. In 2018 heeft de GGD IJsselland geen kasgeldlening aangetrokken. Renterisiconorm Door berekening van de renterisiconorm wordt inzicht verkregen in de omvang van de schuld waa r- over in enig jaar renterisico’s worden gelopen.
Omdat GGD IJsselland slechts 1 langlopende geldl e- ning heeft afgesloten voor financiering van de huisvesting is alleen het risico i.v.m. herfinanciering als gevolg van renteaanpassingen van belang. In onderstaand overzicht wordt dit risico in beeld gebracht: (bedragen x € 1.000,-) Kwartaal Gemiddelde vlottende schuld Gemiddelde vlottende middelen Netto vlottend (+) of Overschot middelen (-) Kasgeldlimiet Ruimte (-) of overschrijding (+) 1e kwartaal -€ 3.121€ -3.121€ 2.226€ -5.347€ 2e kwartaal -€ 3.095€ -3.095€ 2.226€ -5.321€ 3e kwartaal -€ 6.218€ -6.218€ 2.226€ -8.443€ 4e kwartaal -€ 5.012€ -5.012€ 2.226€ -7.238€ 46 Renterisiconorm en renterisico’s van de vaste schuld per 1 januari: Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De liquiditeitspositie wordt wekelijks opgemaakt. Op basis hiervan wordt de samenstelling van de financiering bepaald. Met betrekking tot de lasten wordt de liquiditeitspositie bepaald door de uitgaven t.b.v. de exploitatie en de investeringen. De exploitatie uitgaven zijn min of meer gelijkmatig over het jaar verdeeld. GGD IJsselland heeft 1 langlopende geldlening afgesloten voor financiering van de aankoop van het kantoorgebouw. De overige investeringen worden gefinancierd uit eigen vermogen. Door het beperkte aantal en de omvang van de investeringen ontstaan slechts geringe schommeli n- gen in de financieringsbehoefte.
Met betrekking tot de baten wordt de liquiditeitspositie met name bepaald door de gemeentelijke bijdragen en de subsidies die in het kader van diverse projecten wo r- den ontvangen. De gemeentelijke bijdragen worden 2x per jaar gefactureerd. Subsidies worden meestal vooraf be- schikbaar gesteld. Gerelateerd aan een evenwichtige verdeling van de exploitatielasten over het jaar is er gedurende enkele maanden per jaar sprake van voorfinanciering. Rentevisie Voor 2018 was niet voorzien dat er langlopende geldleningen zouden worden afgesloten of dat over- tollige financieringsmiddelen gedurende een langere periode dan een jaar zouden worden uitgezet. Het ontwikkelen van een rentevisie m.b.t. financiering was derhalve niet zinvol. In de begroting 2017 is voor nieuw te activeren kapitaaluitgaven uitgegaan van 4% rente. Voor de rente over de reserves en voorzieningen is uitgegaan van 1%. Voor het meerjarenperspectief worden deze percentages ook gehanteerd. W 2018 B 2019 B 2020 B 2021 B 2022 1. Renteherzieningen/ herfinanciering -€ -€ -€ -€ -€ 2. Aflossingen 221€ 228€ 236€ 244€ 252€ 3. Renterisico (1+2) 221€ 228€ 236€ 244€ 252€ 4. Renterisiconorm 5.429€ 5.050€ 5.238€ 5.343€ 5.450€ 5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3) 5.208€ 4.822€ 5.002€ 5.099€ 5.198€ 5b.
Overschrijding renterisiconorm (3>4) -€ -€ -€ -€ -€ 4a begrotingstotaal 27.144€ 25.248€ 26.192€ 26.716€ 27.250€ 4b Percentage regeling 20% 20% 20% 20% 20% 4. Renterisiconorm 5.429€ 5.050€ 5.238€ 5.343€ 5.450€ 47 Deel B: Jaarrekening 2018 48 49 7. Balans '(bedragen. * 1.000,=) Omschrijving der activa Omschrijving der passiva Vaste activa Vaste passiva Materiële vaste activa 8.687 8.694 Eigen vermogen 3.171 1.378 - Investeringen met een economisch nut 8.687 8.694 - Algemene reserve 482 482 - Bestemmingsreserves 840 685 Financiële vaste activa 0 0 - Gerealiseerd resultaat 1.848 211 - Overige langlopende leningen u/g 0 0 Voorzieningen 0 0 - Wachtgeldverplichtingen 0 0 - Voorziening voor verplichtingen, verliezen en risico's 0 0 Vaste schulden met een rentetypische looptijd van één jaar of langer 5.512 5.733 - Onderhandse leningen van: - binnenlandse banken en overige financiële instellingen 5.512 5.733 Totaal vaste activa 8.687 8.694 Totaal vaste passiva 8.682 7.111 Vlottende activa Vlottende passiva Uitzettingen met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 2.426 1.456 Netto vlottende schulden met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 1.042 1.219 - Uitzettingen in Rijksschatkist met een rentetypische looptijd korter dan - Overige schulden 1.042 1.219 één jaar 1.039 4 - Vorderingen op openbare lichamen 1.044 927 - Onderhandse leningen van: 0 0 - Overige vorderingen
342 525 - binnenlandse banken en overige financiële instellingen 0 0 Liquide middelen 608 204 - Kassaldi 4 2 - Banksaldi 604 202 Overlopende passiva 2.156 2.263 - Vooruitontvangen bedragen 6 6 Overlopende activa 159 237 - Van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen 780 604 - Vooruitbetaalde bedragen 64 13 voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel - Nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse 66 185 - Nog te betalen bedragen 1.370 1.653 overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel - Overige nog te ontvangen bedragen 30 39 Totaal vlottende activa 3.193 1.898 Totaal vlottende passiva 3.198 3.482 Totaal generaal 11.880 10.593 Totaal generaal 11.880 10.593 Ingediend bij het Dagelijks Bestuur van de Vastgesteld door het Algemeen Bestuur van de GGD IJsselland d.d. ..-..-2018 GGD IJsselland d.d. 20-6-2018 De heer M. van Willigen, voorzitter De heer M. van Willigen, voorzitter Mevrouw A.M. van den Berg, secretaris BALANS PER 31 DECEMBER 2018 2018 2017 2018 2017 (voor bestemming van het gerealiseerd resultaat) Ultimo Ultimo Ultimo Ultimo 50 51 7.1 Grondslagen voor waardering en resultaatbepalingen Inleiding De jaarrekening is opgemaakt met inachtneming van de voorschriften die het Besluit begroting en verantwoording provincies en gemeenten (BBV) daarvoor geeft.
Alle bedragen genoemd in de balans en de toelichting op de balans zijn afgerond op duizendtallen (bedragen x € 1.000,-), hierbij is + = nadelig bedrag en een - = voordelig bedrag. Algemene grondslagen voor het opstellen van de jaarrekening De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. De activa en passiva worden opgenomen tegen nominale waarden. Alle in deze jaarrekening verantwoorde bedragen zijn vermeld in euro’s. Balans 1.1 Materiële vaste activa met economisch nut Deze materiële vaste activa zijn gewaardeerd tegen de historische verkrijgings- of vervaardi- gingsprijs. Specifieke investeringsbijdragen van derden worden op de desbetreffende investering in mindering gebracht. In die gevallen wordt op het saldo afgeschreven. Slijtende investeringen worden het jaar na ingebruikneming lineair afgeschreven volgens een stelsel afgestemd op de verwachte toekomstige gebruiksduur. De afschrijving van de bedrijfsge- bouwen/opstallen geschiedt volgens de annuïtaire methode. Duurzame waardeverminderingen van vaste activa worden onafhankelijk van het resultaat van het boekjaar in aanmerking gen o- men. 1.2 Financiële vaste activa De financiële vaste activa worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 1.3 Vorderingen en overlopende activa De vorderingen worden gewaardeerd tegen de nominale waarde.
Op basis van verwachte oni n- baarheid is een voorziening in mindering gebracht. De voorziening wordt statisch bepaald op b a- sis van de geschatte inningskansen. 1.4 Liquide middelen Deze activa worden tegen de nominale waarde opgenomen. 1.5 Voorzieningen Voorzieningen worden gewaardeerd op het nominale bedrag van de betrokken verplichting. Voorzieningen worden gevormd voor verplichtingen die oorzakelijk samenhangen met de periode voorafgaande aan de balansdatum, waarvan de omvang en/of het tijdstip op balansdatum onz e- ker zijn, doch redelijkerwijs en betrouwbaar zijn te schatten. Voor de afwikkeling van de verplic h- ting is een uitstroom van middelen noodzakelijk. 1.6 Vaste schulden Vaste schulden worden gewaardeerd tegen de nominale waarde, verminderd met gedane aflo s- sing. De vaste schulden hebben een rentetypische looptijd van één jaar of langer. 1.7 Vlottende passiva De vlottende passiva worden gewaardeerd tegen de nominale waarde. 52 Resultaatbepalingsgrondslagen De waardering van de activa en passiva en de bepaling van het resultaat vindt plaats op basis van historische kosten. Tenzij bij het desbetreffende balanshoofd anders is vermeld, worden de activa en passiva opgenomen tegen nominale waarde. De baten en lasten worden toegerekend aan het jaar waarop zij betrekking hebben.
Baten en winsten worden slechts genomen voor zover zij op de balansdatum zijn gerealiseerd. Verliezen en risico’s die hun oorsprong vinden voor het einde van het begrotingsjaar, worden in acht genomen indien zij voor het opmaken van de jaarrekening bekend zijn geworden. Personeelslasten worden in principe toegerekend aan het boekjaar waarop ze betrekking hebben. Als gevolg van het formele verbod op het opnemen van voorzieningen c.q. schulden uit hoofde van jaa r- lijks terugkerende arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van vergelijkbaar volume worden somm i- ge personele lasten echter toegerekend aan de periode waarin uitbetaling plaatsvindt. Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen. De referentieperiode is dezelfde als die van de meerjarenraming, te weten vier jaar 7.2 Toelichting op de balans Vaste activa Materiële vaste activa De investeringen met economisch nut kunnen als volgt worden onderverdeeld: Het onderstaande overzicht geeft het verloop van de boekwaarde van de investeringen met econo- misch nut weer: De investeringen staan in het volgende overzicht vermeld.
Per investering staat het ter beschikking ge- stelde krediet aangegeven, het in 2018 daadwerkelijk bestede bedrag en het totaalbedrag dat tot en met 2018 ten laste van het krediet is gebracht. Boekwaarde ultimo 31-12-2018 31-12-2017 Gronden en terreinen 800 800 Bedrijfsgebouwen 7.394 7.507 Vervoermiddelen 30 41 Machines, apparaten en installaties 331 207 Overige materiële vaste activa 132 140 8.687 8.694 Boekwaarde Investe- Desinves- Afschrij- Bijdragen Boekwaarde 01-01-2018 ringen teringen vingen van derden 31-12-2018 Gronden en terreinen 800 800 Gebouwen 7.507 184 66 232 7.394 Vervoermiddelen 41 - 11 30 Machines, apparaten en installaties 207 173 49 331 Overige materiële vaste activa 140 23 30 132 8.694 381 66 322 - 8.687 53 Zie voor verdere toelichting bijlage 3 “Staat van activa”. Boekwaarde bedrijfsgebouwen In 2018 is een krediet beschikbaar gesteld van € 350.000 voor de vervanging van de inventaris van de consultatiebureau’s. Deze vervanging wordt gefaseerd uitgerold, waarbij het restant krediet van € 166.000 in het 1e kwartaal van 2019 verder zal worden ingezet. Boekwaarde machines, apparaten en installaties In 2018 was er een krediet beschikbaar gesteld van € 72.000 voor de vervanging van audiometers ten behoeve van gehoorscreening. De voorbereidingen voor de vervanging van de audiometers zijn in 2018 getroffen en deze zal in het 1e kwartaal van 2019 worden uitgevoerd.
Daarnaast was er in 2018 ook een krediet beschikbaar gesteld van € 160.000 voor de vervanging van de röntgenapparatuur. Deze vervanging heeft in 2018 plaatsgevonden, de totale investering is uitgeko- men op € 173.000. Boekwaarde overige materiële activa In 2018 heeft een investering plaatsgevonden in mobiele telefonie van € 23.000 waarvoor géén kre- diet beschikbaar was gesteld. Vlottende activa Uitzettingen korter dan één jaar De in de balans opgenomen uitzettingen met een looptijd van één jaar of minder kunnen als volgt ge- specificeerd worden: Beschikbaar Werkelijk Cumulatief gesteld besteed besteed krediet in 2018 t/m 2018 Vervanhging inventaris CB-locaties 350 184 184 Audiometers JGZ 72 - - Vervanging rontgenapparatuur 160 173 173 Diverse apparatuur Milieu&gezondheid 10 - - Mobiele telefonie - 23 32 592 381 389 Boekwaarde per 31-12-2018 Voorziening voor oninbaarheid Balanswaarde per 31-12-2018 Balanswaarde per 31-12-2017 Uitzettingen in Rijksschatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar 1.039 1.039 4 Vorderingen op openbare lichamen 1.071 1.071 1.296 Overige vorderingen 261 261 157 Totaal 2.371 - 2.371 1.457 54 Uitzettingen in Rijksschatkist met een rentetypische looptijd korter dan één jaar Het drempelbedrag voor het begrotingsjaar waarover verantwoording wordt afgelegd is € 600.000.
Er zijn geen bedragen aan middelen, bedoeld in artikel 2, vierde lid, van de Wet financiering decentrale overheden dat in het kader van het drempelbedrag door de GGD IJsselland buiten ’s Rijks schatkist is aangehouden. De toename van de uitzettingen in Rijksschatkist wordt veroorzaakt doordat er veel extra inkomsten zijn geweest voor taken waarvoor de kosten nog niet zijn gemaakt. Vorderingen op openbare lichamen Het saldo op vorderingen op openbare lichamen is in 2018 afgenomen met € 225.000. Dit saldo fluctu- eert jaarlijks door de omvang en de hoogte van de projecten. Overige vorderingen Het saldo op overige vorderingen is in 2018 toegenomen met € 104.000, dit is grotendeels te verklaren door een vordering op NSPOH van € 157.000 inzake de verrekening van opleidingskosten van artsen in opleiding. Liquide middelen Het saldo van de liquide middelen bestaat uit de volgende componenten: Overlopende activa De post overlopende activa kan als volgt onderscheiden worden: Zie voor verdere toelichting bijlage 8 “Overzicht overlopende activa en passiva”. Vooruitbetaalde bedragen Het saldo op vooruitbetaalde bedragen is in 2018 toegenomen met € 51.000, dit wordt veroorzaakt door een vooruitbetaalde factuur van Topicus van € 70.000 voor het gebruik van Mijnkinddossier voorr de periode december 2018 tot en met november 2019.
Voor het deel van het gebruik van Mijnkin d- dossier dat betrekking heeft op 2019, is na rato een reservering meegenomen van € 64.000. Nog te ontvangen voorschotbedragen openbare lichamen Het saldo op nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel is in 2018 afgenomen met € 119.000. Dit wordt veroorzaakt doordat 31-12-2018 31-12-2017 Kassaldi 4 2 Banksaldi 604 202 608 204 31-12-2018 31-12-2017 Vooruitbetaalde bedragen 64 13 Nog te ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederlandse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel 66 185 Overige nog te ontvangen bedragen 30 39 159 237 55 het volume aan nog te ontvangen inkomsten aanzienlijk is afgenomen ten opzichte van 2017. Een van de grootste posten die niet in het saldo van 2018 zit maar wel in het saldo van 2017, is de afrekening Medische MilieuKunde (MMK) van € 73.000 met de regio Twente. Voor het overige deel is géén speci- fieke oorzaak van te benoemen. Overige nog te ontvangen bedragen Het saldo op overige nog te ontvangen bedragen is in 2018 afgenomen met € 9.000, hiervoor is géén specifieke oorzaak van te benoemen.
Vaste passiva Eigen Vermogen Het in de balans opgenomen Eigen Vermogen bestaat uit de volgende posten: Het verloop in 2018 wordt in onderstaand overzicht per reserve weergegeven: Zie voor verdere toelichting bijlage 4 “Staat van reserves en voorzieningen” en bijlage 5 “Toelichting reserves”. 31-12-2018 31-12-2017 Algemene reserve 482 482 Bestemmingsreserves 840 685 1.322 1.167 Gerealiseerd resultaat 1.848 211 Totaal 3.171 1.378 Het verloop van het Eigen Vermogen is als volgt: Saldo per 1 januari 2018 1.167 Bij: storting batig saldo 2017 211 Bij: overige stortingen 176 1.553 Af: onttrekkingen aan reserves 231 Saldo per 31 december 2018 1.322 Reserves Boekwaarde 01-01-2018 Toevoeging/ onttrekking via resultaat bestemming Vermeerderin gen ten laste van de exploitatie Vermindering ten gunste van de exploitatie Boekwaarde 31-12-2018 Algemene reserve 482 211 211 482 Publieke Gezondheidszorg Asielzoekers 464 20 444 Risicoreserve 148 126 274 Reserve SOA sense 23 23 Reserve groot onderhoud gebouw 50 50 100 Bestemming saldo 2017 211 -211 0 Totaal 1.378 0 176 231 1.322 56 Resultaat Onder “gerealiseerd resultaat’ is het resultaat ná mutaties in de reserves opgenomen, hiervan wordt het volgende overzicht gegeven: Over de bestemming van het resultaat zal aan het Algemeen Bestuur een voorstel worden voorge - legd.
Vaste schulden met een looptijd langer dan één jaar De onderverdeling van de in de balans opgenomen langlopende schulden is als volgt: In onderstaand overzicht wordt het verloop weergegeven van de vaste schulden over het jaar 2018: De totale rentelast voor het jaar 2018 met betrekking tot de vaste schulden bedraagt € 221.325. Zie voor verdere toelichting bijlage 6 “Langlopende geldleningen” Vlottende passiva Vlottende schulden korter dan één jaar De in de balans opgenomen kortlopende schulden kunnen als volgt gespecificeerd worden: Totaal saldo van baten en lasten -1.793 Bij: aanwending reserves (zie de toelichting op de rekening van baten en lasten) -231 Af: toevoeging reserves (zie de toelichting op de rekening van baten en lasten) 176 Gerealiseerd resultaat -1.848 Op basis van het besluit van het Algemeen Bestuur van 21 juni 2018 is het voordelig resultaat over 2017 ad € 211.000 als volgt afgewikkeld: - Toevoegen aan Algemene Reserve 211 211 31-12-2018 31-12-2017 Binnenlandse banken en overige financiële instellingen 5.511.533 5.732.859 5.511.533 5.732.859 Saldo 01-01-2018 Vermeer- deringen Aflossingen Saldo 31-12-2018 Onderhandse leningen 5.732.859 0 221.325 5.511.533 Totaal 5.732.859 0 221.325 5.511.533 31-12-2018 31-12-2017 Overige schulden 1.042 1.219 1.042 1.219 57 Overige schulden Het saldo op overige schulden is in 2018 afgenomen met € 177.000, hier is géén
specifieke oorzaak voor. Dit saldo fluctueert door de jaren heen altijd iets. Overlopende passiva De specificatie van de post overlopende passiva is als volgt: Zie voor verdere toelichting bijlage 8 “Overzicht overlopende activa en passiva”. Vooruit ontvangen voorschotbedragen openbare lichamen Het saldo op vooruit ontvangen voorschotbedragen van Europese en Nederl andse overheidslichamen met een specifiek bestedingsdoel is in 2018 toegenomen met € 176.000. Dit wordt veroorzaakt door- dat in 2018 het volume aan subsidies die nog niet volledig waren besteed is toegenomen t.o.v. 2017. Vooruitontvangen bedragen Het saldo op vooruitbetaalde bedragen is in 2018 gelijk aan het saldo van 2017. Overige nog te betalen bedragen Het saldo op nog te betalen bedragen is in 2018 afgenomen met € 283.000, hier is géén specifieke oorzaak voor. Dit saldo fluctueert door de jaren heen altijd iets. Financiële positie van de GGD IJsselland Gemeenten die aan de gemeenschappelijke regeling GGD IJsselland deelnemen, zijn wettelijk ve r- plicht zodanig financieel bij te dragen aan de regeling dat de begroting daarvan altijd sluitend is. Niet in de balans opgenomen financiële verplichtingen Voor arbeidskosten gerelateerde verplichtingen van een jaarlijks vergelijkbaar volume wordt geen voorziening getroffen of op andere wijze een verplichting opgenomen.
Deze personele lasten worden verantwoord in het jaar waarin de uitbetaling plaatsvindt. Daarbij moet worden gedacht aan verlofaa n- spraken. - Verlofsaldi: 11.126 uren. Dit totale saldo is ruim 6,1 fte (o.b.v. 1.836 bruto uren per fte) en heeft een waarde van ongeveer € 390.000 (o.b.v. van een gemiddelde loonsom € 64.000). Het betreft een kortlopende arbeidskosten gerelateerde verplichting met een jaarlijks vergelijkbaar volume, die op basis van het BBV niet op de balans mag worden opgenomen. - Meerjarige financiële verplichtingen. Ultimo 2018 kent de GGD diverse meerjarige financiële verplichtingen die niet in de balans zijn opgenomen, namelijk: 31-12-2018 31-12-2017 Van Europese en Nederlandse overheidslichamen ontvangen voorschotbedragen met een specifiek bestedingsdoel 780 604 Vooruitontvangen bedragen 6 6 Nog te betalen bedragen 1.370 1.653 2.156 2.263 58 Soort contract Naam con- tractant Ingangsdatum Einddatum Jaarbedrag Inleen overeenkomst personeel* Ziezzo 1-9-2014 31-12-2018 820 Schoonmaakcontracten** Divers p.m. p.m. 198 Huurcontracten (m.n. CB-locaties) Divers p.m. p.m. 598 1.616 * De inleen overeenkomst voor personeel met Ziezzo voor payrolling is beëindigd per 31-12-2018, waarbij wel afgesproken is dat lopende contracten worden uitgediend.
Per 1 januari 2019 is met Driessen een nieuwe in- leen overeenkomst afgesloten voor payrolling t/m 1-1-2021 met de mogelijkheid om 2x met 1 jaar te verlen- gen. ** In 2017 is de schoonmaak opnieuw aanbesteed i.s.m. de Veiligheidsregio met de bedoeling om tot 1 contract voor de schoonmaak te komen voor alle locaties van de GGD IJsselland en de Veiligheidsregio IJsselland. Naar aanleiding van deze aanbesteding zijn met 2 partijen contracten afgesloten, een overeenkomst met Asito voor schoonmaakonderhoud en een overeenkomst met firma CWS voor de sanitaire voorzieningen. De looptijd van de overeenkomsten is van 1-5-2018 t/m 30-4-2021, daarna lopen de overeenkomsten voor onbepaalde tijd door. Niet in de balans opgenomen financiële recht(en) Voor de hoofdlocatie van de GGD IJsselland geldt een niet verhandelbaar parkeerrecht voor het n a- bijgelegen parkeerplaats voor een periode van 20 jaar, dit recht vertegenwoordigt een waarde van € 200.000. Gebeurtenissen na balansdatum Alle ten tijde van het opmaken van de jaarrekening beschikbare informatie omtrent de feitelijke situatie per balansdatum is bij het opmaken van de jaarrekening in aanmerking genomen en verwerkt. Er he b- ben zich na het opmaken van de jaarrekening geen gebeurtenissen van betekenis voorgedaan die nadere informatie geven over de feitelijke situatie op balansdatum. 59 8.
Overzicht van baten en lasten 8.1 Totaaloverzicht baten en lasten GGD IJsselland (bedragen x € 1.000,-) + = Nadeel (N), - = Voordeel (V) Primitieve begroting 2018 Begroting na wijzigingen 2018 Realisatie 2018 Verschil realisatie t.o.v. begroting na wijzigin- gen Lasten Programma Gezondheid 17.085 18.718 18.538 -180 Programma Service en Samenwerking 175 184 196 12 Totaal lasten 17.260 18.902 18.734 -168 Baten Programma Gezondheid -21.861 -23.888 -24.863 -975 Programma Service en Samenwerking -1.509 -1.521 -1.525 -4 Totaal baten -23.369 -25.409 -26.388 -979 Saldo programma's Programma Gezondheid -4.776 -5.170 --6.325 -1.156 Programma Service en Samenwerking -1.334 -1.337 -1.329 8 Totaal Saldo programma's -5.955 -6.507 -7.654 -1.148 Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen 105 -123 -406 -283 Overheadkosten 5.955 6.063 6.266 203 Bedrag heffing vennootschapsbelasting 0 0 0 0 Gerealiseerd saldo van baten en lasten -50 -566 -1.793 -1.228 Bij: onttrekkingen aan reserves Programma Gezondheid 0 -67 -20 47 Kostenplaatsen 0 -211 -211 0 Totaal onttrekkingen aan reserves 0 -278 -231 47 Af: stortingen in reserves Programma Gezondheid 0 0 0 0 Kostenplaatsen 50 140 176 36 Totaal stortingen in reserves 50 140 176 36 Saldo reserve mutaties 50 -138 -56 82 Gerealiseerd resultaat 0 -702 -1.848 -1.145 60 Toelichting op het overzicht van baten en lasten in de jaarrekening Bij de analyse van het
resultaat is het onderscheid tussen resultaatbepaling en resultaatbestemming van groot belang. Ingevolge het BBV dient daarom een toelichting te worden gegeven op het gereal i- seerde saldo van baten en lasten vóór mutaties in de reserves, de mutaties in de reserves en het ge- realiseerde resultaat ná mutaties in de reserves. In de programmarekening dienen de bedragen vóór mutaties in de reserves te worden opgenomen. In het volgende overzicht wordt inzicht gegeven in de relatie tussen het ger ealiseerde saldo van baten en lasten vóór mutaties in de reserves en het in de programmarekening opgenomen gerealiseerde resultaat ná de mutaties in de reserves.
(bedragen x € 1.000,-) + = Nadeel (N), - = Voordeel (V) Gerealiseerd saldo van baten en lasten (vóór mutaties in de reserves): -1.793 Mutaties in de reserves Onttrekking aan bestemmingsreserves -231 Storting in bestemmingsreserves 176 Per saldo onttrokken aan de reserves ten laste van de exploitatie -56 Gerealiseerd resultaat (ná mutaties in de reserves): -1.848 De belangrijkste verschillen tussen de realisatie 2018 en de begroting na wijziging 2018, vóór mutaties in de reserves, hebben zich voorgedaan op de volgende onderdelen: Programma’s: Gezondheid -1.156.000 Service en Samenwerking 8.000 -1.148.000 Algemene lasten en dekkingsmiddelen: Overig -283.000 Overhead 203.000 _________ Totaal verschil vóór mutaties in de reserves -1.228.000 Afwijkingen mutaties reserves: Lagere onttrekking reserve PGA/SOA i.v.m. diverse niet geraamde inkomsten 47.000 Hogere storting in risicoreserve 36.000 82.000 Totaal verschil na mutaties in de reserves -1.146.000 De in de programmarekening voorkomende lastenoverschrijding op het programma Gezondheid past binnen het door het algemeen bestuur vastgestelde beleid, waardoor er geen sprake is van begr o- tingsonrechtmatigheid. Ons algemene standpunt en die van onze belastingadviseur is dat GGD IJsselland niet belasting - en aangifteplichtig is voor de vennootschapsbelasting.
Namelijk met de volgende redenering: voor het overgrote deel van de activiteiten/inkomsten is er geen sprake van deelname economisch verkeer en 61 dus kan er geen sprake zijn van het drijven van een onderneming. Bij de activiteiten (bijvoorbeeld detachering personeel), waarmee GGD IJsselland wel deelneemt aan het economisch verkeer, wordt niet gestreefd naar winst en worden geen structurele overschotten gerealiseerd. Vandaar dat het b e- drag voor heffing van de vennootschapsbelasting nihil is. Voor een nadere toelichting op de verschillen tussen de realisatie 2018 en de begroting na wijziging 2018 wordt verwezen naar de toelichting bij de programma’s in het jaarverslag, daar wordt antwoord gegeven op de vraag “Wat heeft het gekost?”. In de toelichting wordt ingegaan op de afwijkingen tus- sen de realisatie 2018 en de begroting na wijziging 2018. Deze toelichting en bijlage 10 “Publicatie bezoldiging topfunctionarissen en gewezen topfunctionarissen 2018” maken onlosmakelijk onderdeel uit van de toelichting op het overzicht van baten en lasten. De beschikbare budgetten zijn gebaseerd op de oorspronkelijke begroting en wijzigingen door middel van vastgestelde begrotingswijzigingen. In 2018 is er één begrotingswijziging vastgesteld en verwerkt, namelijk de.aanpassingen op basis van de Bestuursrapportage najaar 2018 (Berap).
8.2 Financiële toelichting per programma In het jaarverslag 2018 zijn de kosten van de programma’s Service en samenwerking en Gezondheid weergegeven en toegelicht in respectievelijk paragraaf 3.2 en paragraaf 3.3. Deze toelichtingen maakt onlosmakelijk onderdeel uit van deze jaarrekening. Kortheidshalve wordt naar deze toelichtingen ve r- wezen. 8.3 Algemene dekkingsmiddelen (bedragen x € 1.000,-) + = Nadeel (N), - = Voordeel (V) Omschrijving Primitieve begroting 2018 Begroting na wijzigingen 2018 Realisatie 2018 Verschil realisatie t.o.v. begroting na wijzigingen N/V Overige algemene dekkingsmiddelen Overhead 5.955 6.063 6.266 203 N Onvoorziene uitgaven 119 50 0 -50 V Overige kosten/inkomsten -14 20 17 -3 V Saldo kostenplaatsen 0 -83 -280 -197 V - Projecten (incidenteel) 0 0 0 0 - Opslag risicoreserve 0 -110 -142 -32 V Gerealiseerd saldo van baten en lasten overige algemene dekkingsmiddelen 6.060 5.940 5.861 -79 V Saldo van baten en lasten 6.060 5.940 5.861 -79 V bij: onttrekkingen aan reserves 0 -211 -211 0 - af: stortingen in reserves 50 140 176 36 N Gerealiseerd resultaat 6.110 5.869 5.826 -43 V 62 Het Programma Algemene lasten en dekkingsmiddelen sluit af met een voordelig saldo van baten en lasten van € 79.000 t.o.v. de begroting na wijzigingen.