CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1c Programmabegroting 2018-2021.pdf

Raadsvergadering 7 november 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Programmabegroting 2018-202151.651 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 6

In 2017 is uitstel aangevraagd voor de aangifte over 2016 en een voorlopige aangifte ingediend met een geschat belastbaar bedrag van € 200.000. Het tarief bedraagt 20% voor een belastbaar bedrag tot en met € 200.000. Boven dit bedrag is het tarief 25%. Inmiddels is een voorlopige aanslag over 2016 en 2017 ontvangen en betaald. De verwachting op dit moment is dat het fiscale resultaat over 2016 en 2017 nihil zal zijn, maar om een te betalen belastingrente van 8% te voorkomen is besloten toch een voorlopig e aangifte in te dienen en te betalen. Mocht het fiscale resultaat over 2016 en 2017 nihil zijn zoals verwacht, dan zullen de betaalde bedragen weer terug worden ontvangen. Op dit moment bestaat veel onduidelijkheid over de manier waarop gemeenten hun winst dienen te berekenen, deze onduidelijkheid zal waarschijnlijk nog enige jaren aanhouden. Het kan er ook toe leiden dat de belastingdienst het moment van opleggen van een definitieve aanslag zoveel mogelijk naar achter zal verplaatsen. Het gevolg van de onzekerheid is dat het mogelijk tot eind 2021 kan duren voordat een definitieve aanslag over 2016 wordt opgelegd. De gemeente zal bij het opstellen van de begroting de hoogte van de te betalen belasting voorzichtig inschatten. Het valt niet uit te sluiten dat de ingeschatte bedragen afwijken van de uiteindelijk te betalen belasting.

(Beheers)maatregelen De gemeente laat zich begeleiden door een extern bureau zodat het fiscale resultaat op een juiste manier kan worden vastgesteld. Daarnaast wordt geïnvestee rd in het helder documenteren en vastleggen van het werkproces via een grondslagendocument en via een fiscaal beheersysteem. 80 Risico: Ontwikkeling algemene uitkering uit het Gemeentefonds Omschrijving risico De inkomsten uit de algemene uitkering uit het Gemeentefonds hebben de afgelopen jaren weinig stabiliteit laten zien. Het ene moment is er een flinke tegenvaller, een tijdje later gevolgd door een flinke meevaller. Het is dan ook zeer lastig om hier op te anticiperen. Impact Aangezien de gemeente voor een groot gedeelte afhankelijk is van de inkomsten uit de algemene uitkering en er van tijd tot tijd flinke bijstellingen zijn, kan dit betekenen dat het beleid moet worden bijgesteld. De impact is groter geworden vanwege de decentralisaties in met name het sociaal domein, waardoor het gemeentefonds groter is geworden in omvang. Daarmee is ook het risico voor de gemeente toegenomen. (Beheers)maatregelen Wij hebben een aantal beheersmaatregelen getroffen om de gevolgen van tegenvallers in de algemene uitkering op te kunnen vangen: 1. De ‘Algemene reserve – vaste buffer’ die is bedoeld om onverwachte tegenvallers op te vangen (ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). 2.

De reserve ‘O pvangen effecten decentralisaties (3D’s)’ is in het leven geroepen om tegenvallers binnen het sociaal domein op te vangen. De reserve kent een plafond van € 3 miljoen. Dit is tevens de omvang van de reserve in 2018. Risico: Rentestijging Omschrijving risico De rente bevindt zich op een heel laag niveau. Bij een aantrekkende economie is een rentestijging niet ondenkbaar. Ook de spanningen in de wereld kunnen van invloed zijn op het rentepercentage. Het zijn risico’s die niet te beïnvloeden zijn door ons als gemeente, maar die zich wel degelijk kunnen voordoen. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 25%, in de categorie laag. Een rentestijging van 1% wordt gekwantificeerd op ongeveer € 236.000 in 2018 oplopend naar € 360.000 in 2021. (Beheers)maatregelen Jaarlijks voor de begroting wordt op basis van de rentegegevens op 1 september een herberekening gemaakt van de rentecomponent. Via de P&C cyclus worden de financiële gevolgen van de rente gerapporteerd. Risico: BTW compensatiefonds (BCF) Omschrijving risico De gemeente Steenwijkerland declareert BTW terug op grond van het BTW compensatiefonds. Landelijk gezien is hieraan een plafond ingevoerd. Als dit plafond wordt bereikt , worden de hogere uitgaven door het rijk gekort op de algemene uitkering.

Door de mindere economische omstandigheden van de afgelopen jaren is dit plafond niet bereikt, maar komt door de aantrekkende economie wel eerder in beeld. 81 Impact De impact is zeer moeilijk te bepalen omdat het een macronorm betreft waarvan de rapportage van het ministerie van Financiën dient te komen. (Beheers)maatregelen Bijzondere aandacht schenken aan het risico van de benadering van het BCF plafond en deze consequentie meenemen in de P&C rapportages. Risico: Rioolheffing Omschrijving risico De raad is de afgelopen jaren regelmatig geïnformeerd over het dossier inzake de aanslag rioolheffing woningbouwstichting. Voor het laatst is dit gebeurd via paragraaf 3.2, weerstandsvermogen en risicobeheersing in het jaarverslag 2016. Het college heeft daarin gemeld dat er een procedure speelt van een woningstichting tegen de aanslag voor de rioolheffing van 2013, 2014 en 2015. De aan de woningstichting opgelegde aanslagen rioolheffing 2013 tot en met 2015 zijn vernietigd. Het gaat om een bedrag van circa € 500.000 aan rioolheffing per jaar. Tegen de aanslagen 2016 en 2017 is ook bezwaar gemaakt. Tegen de uitspraak van de rechtbank is op 8 mei 2017 hoger beroep ingesteld bij het Gerechtshof Arnhem. Impact De impact is moeilijk te bepalen, omdat de zaak onder de rechter is en de uitkomst onzeker. Het eventuele risico wordt ingeschat in de categorie laag.

Mocht de uitkomst negatief uitvallen voor de gemeente dan gaat het om fo rse financi ële tegenvallers. (Beheers)maatregelen Een eventuele financiële tegenvaller zal net als bij andere risico’s moeten worden gedekt uit algemene middelen (‘Algemene reserve - vaste buffer’). Om de risico’s te verminderen voor toekomstige aanslagen kijken w ij zeer kritisch naar de onderbouwing van de kosten, waaronder de overhead en de BTW. Risico: Minimabeleid Omschrijving risico Uitkeringen bijzondere bijstand en minimabeleid zijn zogenaamde open eind financieringen. Afhankelijk van het aantal aanvragen en hoogte van de uitkeringen kunnen er onder- dan wel overschrijdingen plaatsvinden. Het opgeno men budget in de begroting 2018 bedraagt € 1,1 miljoen. Impact Het eventuele overschrijdingsrisico wordt ingeschat op 10%, in de categorie laag . (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de IGSD. Risico: Participatiewet (re-integratie en WSW) Omschrijving risico De invoering van de Participatiewet per 1 januari 2015 is gepaard gegaan met een forse korting op de diverse rijksbijdragen. Ook de nieuwe regeling Beschut werk vormt een verhoogd risico, maar hier valt op dit moment nog niet zo veel over te zeggen. Impact De economie draait op volle toeren, toch blijft het een moeilijke tijd voor de onderkant van de arbeidsmarkt .

Er is nog steeds een ruime risicokans dat het beschikbare budget niet toereikend is. 82 (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de IGSD/NWG. Samen met de NWG wordt naar oplossingen gezocht op het gebied van extra inkomsten of extra uitstroom. Risico: Achterstallig onderhoud openbare ruimte Omschrijving risico Voor het onderhoud van de kapitaalgoederen in de openbare ruimte wordt gebruik gemaakt van speciale computerprogramma's. De afgelopen jaren is hard gewerkt aan het op orde brengen van deze programma's. Ondertussen is het gehele areaal ingevoerd. D.m.v. inspecties wordt de staat van onderhoud bepaald. Het risico van schade als gevolg van achterstallig onderhoud is afhankelijk van de gekozen frequentie van inspecteren. Op basis van deze gegevens wordt de besteding van het jaarlijkse onderhoudsbudget bepaald. Met het actualiseren van d e beleidsplannen voor wegen, fietspaden, openbare verlichting en oeververbindingen is een belangrijke slag gemaakt in het inzichtelijk maken van de onderhoudstoestand van deze kapitaalgoederen. Op basis hiervan kan planmatiger worden gewerkt. De meerjarige onderhoudsplannen zijn niet over hele linie op het onderhoudsniveau ‘basis’ gebaseerd, maar in sommige gevallen op ‘beperkt basis’. Impact Het financieel risico wordt ingeschat op € 500.000.

Doordat onze kapitaalgoederen voortaan meer planmatig worden beheerd en wij de komende jaren fors investeren, komen wij tot een lage risicokans. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring en rapporteren in tussenrapportages Risico: Investeringsprojecten ruimtelijk domein Omschrijving risico Voor de aanleg en instandhouding van voorzieningen in de omgeving zijn investeringen noodzakelijk. De kredieten die met deze investeringen zijn gemoeid worden projectmatig aangevraagd en gemonit ord. Een totaaloverzicht van de lopende projecten is door middel van een projectenlijst inzichtelijk. De aard en omvang van deze projecten kunnen erg verschillen en daarmee ook de risico’s die per project worden gelopen. Om op projectniveau de risico’s inz ichtelijk te kunnen maken is de zogenaamde prescan ingevoerd. Hierbij wordt niet alleen gekeken naar financiële risico’s, maar ook naar bijvoorbeeld organisatorische, juridische en maatschappelijke risico’s. In de prescan wordt voor het inschatten van de k ans van voorkomen gebruikt gemaakt van drie niveaus (klein, gemiddeld en groot). Voor het totaal van de risico’s van alle projecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde kans van voorkomen. Dit komt overeen met het kans -niveau ‘ruim’ en een rekenpercentage van 40%.

Impact Om in zijn algemeenheid iets te kunnen zeggen over de financiële risico’s van alle lopende investeringsprojecten kan worden uitgegaan van een gemiddelde impact van ca. 25% van de totale investerings -omvang. De totale omvang van de investeringsprojecten die vanuit het beheer openbare ruimte (excl. riolering) en 83 vanuit ontwikkeling worden geïnitieerd bedraagt op dit moment ca. € 10 miljoen. De impact van de risico’s wordt momenteel dus geraamd op € 2,5 miljoen. (Beheers)maatregelen Afhankelijk van de risico’s worden beheersmaatregelen ingezet. Door middel van kwartaalrapportages wordt de voortgang van het project en de beheersing van de risico’s gemonitord. Risico: Wet Maatschappelijke Ondersteuning (Wmo) Omschrijving risico Binnen de nieuwe Wmo worden drie risico’s onderkend. Voor de langere termijn is de hoogte van de rijksvergoeding voor de uitvoering van de Wmo een groot risico. Elke rijks circulaire kan een toe - dan wel een afname betekenen voor het budget. Wel is het zo dat het budget in de meicirculaire 2017 lijkt te stabiliseren voor de jaren 2018 – 2021 op € 6,3 miljoen. Ook het feit dat mensen (met een zorgvraag) langer thuis moeten of willen blijven wonen levert risico’s op. Deze groep groeit en hiermee wordt een groter beroep op de gemeente gedaan en wijzigt ook de aard en intensiteit van de hulpvraag aan de gemeente.

Ook moet de gewijzigde manier van inkoop genoemd worden als risico. Vanaf 2018 moet er ingekocht worden op basis van een reële kostprijs. Het vaststell en van deze prijzen is een complexe zaak. Wat dit precies betekent is nog niet geheel duidelijk. Daarnaast wordt vanaf 2018 niet meer afgerekend op basis van P x Q, maar op basis van een traject. Wat dit financieel inhoudt, voor aanbieder en gemeente, wordt in 2018 goed in de gaten gehouden. Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment een bedrag aan gekoppeld kan worden. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. Formuleren van een inkoopkader waarin bezuinigingsmogelijkheden zijn meegenomen. Verdere invulling van het beleidsplan Sociaal domein 2017 -2020 door middel van de transformatie agenda. De raad heeft een reserve ‘O pvang effecten decentralisaties (3D’s)’ in het leven geroepen. In deze reserve is een bedrag van € 3 miljoen gestort. Eventuele budgetoverschrijdingen kunnen hiermee worden opgevangen. Risico: Jeugdzorg Omschrijving risico Bij de inwerkingtreding van de Jeugdwet (2015) kunnen de volgende risico’s worden onderkend: Ten eerste is de gemeente afhankelijk van de uitkomsten van de algemene u itkering uit het Gemeentefonds. Elke rijkscirculaire kan een onverwachte daling of stijging van het budget tot gevolg hebben.

Een volgend risico is dat er sprake is van een licht stijgende vraag om jeugdzorg. Deze trend is ook landelijk zichtbaar. Het is nog niet bekend waar de stijging door wordt veroorzaakt. 84 Een ander risico is dat voor de jaren 2015 en 2016 de gemeenten in de Jeugdzorgregio IJsselland onderlinge financiële solidariteit (‘verevening’) hebben afgesproken over de totale uitgaven voor individuele voorzieningen jeugdhulp. Eind 2016 is besloten tot het loslaten van deze verevening. Hiermee nemen de financiële risico’s voor de afzonderlijke gemeenten toe. Verder wordt vanaf het jaar 2018 d e jeugdhulp (deels) op een andere manier ingekocht. Bestaande producten worden gebundeld in een beperkt aantal nieuwe trajectprijzen. Het vaststellen van de nieuwe trajectprijzen is een complexe zaak, waarbij er sprake is van belangrijke onbekende variabel en. Een te hoog vastgestelde trajectprijs betekent een risico voor de kosten. Daarnaast gaat een dermate grote wijziging gepaard met het risico op fricties in de overgangsperiode. Impact De risicokans wordt als ruim inschat, zonder dat hier op dit moment bedragen aan gekoppeld kunnen worden. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus. Om grip te krijgen op de kosten van de zorg die wordt ingezet na verwijzing door huisartsen, is in 2017 gestart met de pilot POH -JGGZ.

De eerste resultaten zijn veelbelovend en er wordt gekeken of de pilot verbreed kan worden. Onder meer vanwege het hierboven genoemde risico is besloten de nieuwe inkoopsystematiek in 2018 alleen in te voeren voor de relatief lichte vormen van zorg. De raad heeft de reserve ‘ Opvang effecten decentralisaties (3D’s) ’ in het leven geroepen. In de reserve is een bedrag van € 3 miljoen gestort. Eventuele budgetoverschrijdingen kunnen hiermee worden opgevangen. Risico: Participatiewet (uitkeringen en rijksbijdrage) Omschrijving risico De gemeente is volledig financieel verantwoordelijk voor het bijstandsgedeelte van de wet. Van het rijk wordt hiervoor jaarlijks wel een bijdrage ontvangen. Het in de begroting opgenomen te ontvangen budget betreft een voorlopig inschatting van hetgeen door het rijk toegekend gaat worden. In oktober van het begrotingsjaar wordt het definitieve budget pas bekend gemaakt. De hoogte van het budget is afhankelijk van de conjuncturele ontwikkelingen op landelijk niveau. Bij minder verstrekte bijstandsuitkeringen dan van te voren is ingeschat wordt het budget naar beneden bijgesteld, bij meer verstrekte bijstandsuitkeringen wordt het budget naar boven bijgesteld. In de begroting 2018 wordt er verder rekening mee gehouden dat er in dat jaar gemiddeld 706 bijstandsuitkeringen worden verstrekt.

Het geschatte gemiddelde bedrag van een verstrekte uitkering bedraagt € 13.825 per jaar. De begrote uitgaven bedragen hierdoor € 9.760.450. Voor de Ioaw en Ioaz bedragen deze aantallen 34 x € 15.000. Dit is een bedrag van € 510.000. Deze aannames kunnen in werkelijk afwijken. Impact Ingeschat wordt dat de gemeente een risico loopt van 10% van het begrote te ontvangen rijksbudget (€ 12.799 .000), met een ruime risicokans. De afwijking op de uitkeringen wordt berekend op 10% van het bedrag dat is opgenomen aan te verstrekken uitkeringen (€ 10.270.450 ), ook met een ruime risicokans. Bij een forse 85 overschrijding van het budget kan overigens een beroep worden gedaan op de ingebouwde Vangnetregeling bij het rijk. (Beheers)maatregelen Periodieke monitoring via de P&C cyclus en tussentijdse rapportages van de IGSD. Risico: Omgevingswet Omschrijving risico De invoering van de Omgevingswet is nog omgeven met veel vraagpunten. Wel zijn de eerste landelijke globale cijfers bekend ten aanzien van de invoeringskosten van de nieuwe wet voor de jaren 2017 – 2024. Maar veel hangt af welke keuze een gemeente gaat maken op dit gebied. Impact Steenwijkerland valt in de groep van gemeenten met een inwonersaantal tus sen de 25.000 en 50.000. De invoeringskosten voor genoemde periode in onze categorie gemeenten lopen uiteen van € 445.000 tot € 4.125.000.

(Beheers)maatregelen De ontwikkelingen rondom de invoering van de Omgevingswet worden op de voet gevolgd en het gemeentelijk projectteam werkt aan een ambitiedocument op basis waarvan in 2018 betere ramingen gemaakt kunnen worden. 4.2.4. Het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s Nu de weerstandscapaciteit is bepaald en de omvang van de te lopen ris ico’s kunnen beide met elkaar worden geconfronteerd. Ook al is de omvang van een risico niet exact te becijferen, in ieder geval hebben wij ze als p.m. benoemd, zodat inzicht ontstaat in welke risico’s de gemeente loopt. Daarbij kunnen zich de volgende sce nario’s voordoen: 1. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit > 1, er is onvoldoende w eerstandscapaciteit aanwezig; 2. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit < 1, er zijn overtollige middelen (die alternatief kunnen worden aangewend); 3. Uitkomst inventarisatie risico’s/weerstandscapaciteit = 0, risico’s en middelen zijn voldoende (wordt meer beschouwd als een theoretische situatie). Op basis van de in het risicoprofiel opgenomen risico’s, die gekwantificeerd kunnen worden, bedraagt het totale risicobedrag afgerond € 7,9 miljoen . Voor de overige risico’s is dit nog niet concreet aan te geven, maar het belangrijkste is dat ze worden benoemd. Op basis van de wegingsfactoren bedraagt het risicobedrag afgerond € 2,5 miljoen.

Worden ook de p. m. posten bij de afweging betrokken dan is de indicatie toch, dat er voldoende weerstandscapaciteit aanwezig is (€ 11,8 miljoen). 4.2.5. Diverse kengetallen 4.2.5.1. Inleiding Op grond van het besluit Begroting en Verantwoording (BBV) zijn wij verplicht de volgende kengetallen op te nemen: 1. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen 2. Solvabiliteitsratio 3. Grondexploitatie 4. Structurele exploitatieruimte 86 5. Belastingcapaciteit Naast de kengetallen voor het structurele beg rotingsevenwicht wordt een beoordeling van de onderlinge verhouding van de kengetallen in relatie tot de financiële positie opgenomen. Dit omdat de financiële positie van de gemeente steeds belangrijker wordt. De kengetallen en de beoordeling geven gezamen lijk op eenvoudige wijze inzicht aan de raadsleden over de financiële positie van de gemeente. Hoe de kengetallen berekend moeten worden, is vastgelegd in een ministeriële regeling. Het gebruik en het vaststellen van de berekeningswijze heeft geen functie als normeringsinstrument voor het financieel toezicht door de provincies. De invoering van deze kengetallen is voornamelijk bedoeld om de financiële positie voor de raadsleden inzichtelijker te maken. Voor de beoordeling van de financiële positie van de ge meente moeten de kengetallen in samenhang worden bezien.

Het totaalbeeld geeft inzicht in de financiële weer- en wendbaarheid. 4.2.5.2. Netto schuldquote & netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen De netto schuldquote geeft inzicht in het niveau van de schuldenlast van de gemeente ten opzichte van de totale baten. Het kengetal geeft een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. Een hoge netto schuldquote hoeft op zichzelf geen probleem te zijn. Of dat het geval is, valt niet direct af te leiden uit de netto schuldquote zelf, maar hangt af van meerdere factoren. Zo kan een hoge schuld worden veroorzaakt doordat er leningen zijn afgesloten, die vervolgens weer worden doorgeleend aan bijvoorbeeld woningcorporaties die op hun beurt weer jaarlijks aflossen. In dat geval hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn. Om inzicht te krijgen in hoeverre er sprake is van doorlenen wordt de netto schuldquote zowel inclusief als exclusief doorgeleende gelden weergege ven. Bij tabel 1a. ‘Netto schuldquote’ worden de leningen die wij hebben uitstaan buiten beschouwing gelaten en bij tabel 1b. ‘Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen’ wordt hier wel rekening mee gehouden. Een netto schuldquote tussen 0% en 100% is acceptabel, c.q. wordt als normaal (groen) beschouwd. Als de netto schuldquote tussen 100% en 130% ligt, is de gemeenteschuld hoog (oranje).

Bij een netto schuldquote boven de 130%, bevindt de gemeente zich in de gevarenzone (rood). Opgemerkt wordt dat deze percentages grove vuistregels zijn om de schuldenlast te kunnen beoordelen. In de volgende grafieken wordt de verwachte ontwikkeling van beide schuldquotes weergegeven. Bij beide schuldquotes zie n wij een forse daling van de percentages. Dat betekent dat jaarlijks een geringer beslag op de exploitatie wordt gedaan voor rente en aflossing van schulden. 53% 53% 50% 47% 43% 40% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rek 2016 Begr 2017 Begr 2018 Mjr 2019 Mjr 2020 Mjr 2021 1a. Netto schuldquote Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal 40% 39% 37% 36% 33% 31% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% 160% 180% Rek 2016 Begr 2017 Begr 2018 Mjr 2019 Mjr 2020 Mjr 2021 1b. Netto schuldquote gecorrigeerd voor verstrekte leningen Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal 87 4.2.5.3. Solvabiliteitsratio Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen het eigen vermogen en het balanstotaal. Indien er sprake is van een forse schuld en veel eigen vermogen (het totaal van de algemene reserves en de bestemmingsreserves), hoeft een hoge schuld geen probleem te zijn voor de financiële positie.

Daar is bijvoorbeeld sprake van als een lening is aangegaan omdat het eigen vermogen niet liquide is (omdat het vast zit in bijvoorbeeld een gemeentehuis of dat er andere investeringen mee zijn gefinancierd). Hoe hoger de solvabiliteitsratio, hoe groter de weerbaarheid van de gemeente. De mate van weerbaarheid geeft in combinatie met andere kengetallen een indicatie over de financiële positie van de gemeente. De solvabiliteitsratio drukt immers het eigen vermogen uit als percentage van het totale vermogen en geeft daarmee inzicht in de mate waarin de gemeente in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. Voor gemeenten geldt dat een ratio tussen de 20% en 70% als normaal wordt gezien. Het percentage voor de gemeente Steenwijkerland is stijgende. Voor 2018 wordt een solvabiliteitsratio verwacht van 28%, terwijl voor 2021 34% wordt gecalculeerd, hetgeen dus een verbetering van het aandeel van eigen vermogen in het totale vermogen betekent. 4.2.5.4. Grondexploitatie Dit kengetal geeft de verhouding weer tussen de waarde van de (bouw-)gronden en het totaal aan (geraamde) baten in de gemeentelijke begroting en is indicatie van het risico. Hoe lager het percentage des te geringer het risico. De afgelopen jaren is gebleken dat grondexploitaties een forse impact kunnen hebben op de financiële positie van de gemeente.

Als gemeenten leningen hebben afgesloten om grond te kopen voor een (toekomstige) woningbouwproject hebben zij een schuld. Bij de beoordeling van een dergelijke schuld is het van belang om te weten of deze schuld kan worden afgelost wanneer het pro ject wordt uitgevoerd. Van de opbrengst van de woningen kan immers de schuld worden afgelost. Wanneer de grond tegen de prijs van landbouwgrond is aangekocht, loopt de gemeente relatief een gering risico. Het is dus belangrijk om te kunnen beoordelen of er een reële verwachting is of grondexploitatie kan bijdragen aan de verlaging van de schuld. Staat de grond tegen een te hoge waarde op de balans en moet deze worden afgewaardeerd dan leidt dit tot een lager eigen vermogen en dus een lagere solvabiliteitsratio. Er is een dalende tendens waar te nemen voor wat betreft de ontwikkeling van het kengetal grondexploitatie. Dit wordt voornamelijk veroorzaakt door een afname van de voorraad bouwgrond. De gemeente Steenwijkerland voert namelijk een faciliterend en geen actief grondbeleid. 38% 30% 29% 30% 32% 36% 0% 10% 20% 30% 40% 50% 60% 70% 80% Rek 2016 Begr 2017 Begr 2018 Mjr 2019 Mjr 2020 Mjr 2021 2. Solvabiliteitsratio Categorie C Categorie B Categorie A Kengetal 88 4.2.5.5. Structurele exploitatieruimte Dit kengetal geeft aan hoe groot de structurele ruimte is. Hierbij wordt gekeken naar de structurele baten en structurele lasten.

Deze worden vergeleken met de totale baten van de gemeente. Een positief percentage betekent dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten te dekken. De relevantie van dit kengetal voor de beoordeling van de financiële positie schuilt erin dat het van belang is om te weten welke structurele ruimte de gemeente heeft om de eigen lasten te dragen of welke structurele stijging van baten of structurele daling van de lasten daarvoor nodig is. Structurele baten zijn bijvoorbeeld de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbrengsten uit de onroerende zaakbelasting (ozb). Zoals uit de navolgende grafiek blijkt verwachten wij voor de komende jaren dat de structurele baten toereikend zijn om de structurele lasten ter dekken. Overigens blijkt dit ook uit het materieel resultaat voor d e verschillende planjaren. 4.2.5.6. Belastingcapaciteit Het kengetal belastingcapaciteit geeft inzicht in de mate waarin een financiële tegenvaller in het volgende begrotingsjaar kan worden opgevangen of waarin er ruimte is voor nieuw beleid. Voor de gemeenten wordt de belastingcapaciteit gerelateerd aan de ho ogte van de gemiddelde woonlasten (OZB, riool- en afvalstoffenheffing). 17% 17% 15% 13% 10% 7% 0% 5% 10% 15% 20% 25% 30% 35% 40% 45% 50% Rek 2016 Begr 2017 Begr 2018 Mjr 2019 Mjr 2020 Mjr 2021 3.

Kengetal grondexploitatie Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal 4,2% 1,1% 0,6% 0,6% 0,3% 0,0% -15% -10% -5% 0% 5% 10% 15% Rek 2016 Begr 2017 Begr 2018 Mjr 2019 Mjr 2020 Mjr 2021 4. Structurele exploitatieruimte Categorie C Categorie B Categorie A Kengetal 89 Het kengetal vergelijkt de woonlasten in jaar t met de landelijk gemiddelde woonlasten (COELO) in jaar (t-1). Voor 2018 komt dit cijfer uit op 85%. De woonlasten van Steenwijkerland liggen met dit percentage beneden het landelijk gemiddelde van 95%. Wij gaan ervan uit dat de woonlasten (en daarmee de belastingcapaciteit) de komende jaren onder het landelijk gemiddelde zullen blijven. Norm De gezamenlijke provinciale toezichthouders en het Rijk hebben normen opgesteld. Zij hebben gekozen voor een indeling in drie categorieën. Waarbij kan worden gesteld dat categorie A het minst risicovol is en C het meest risicovol. In onderstaande tabel hebben wij de normering opgenomen.

Kengetallen Categorie A Categorie B Categorie C Netto schuldquote <90% 90%-130% >130% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle leningen <90% 90%-130% >130% Solvabiliteitsratio >50% 20%-50% <20% Grondexploitatie <20% 20%-35% >35% Structurele exploitatieruimte >0% 0% <0% Belastingcapaciteit <95% 95%-105% >105% Resumé Kengetallen Rekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Netto schuldquote 53% 53% 50% 47% 43% 40% Netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen 40% 39% 37% 36% 33% 31% Sovabliliteitsratio 38% 30% 29% 30% 32% 36% Grondexploitatie 17% 17% 15% 13% 10% 7% Structurele exploitatieruimte 4% 1% 1% 1% 0% 0% Gemeentelijke belastingcapaciteit 85% 88% 85% 85% 85% 85% Beoordeling Op basis van de gepresenteerde kengetallen kan geconcludeerd worden dat de financiële positie van onze gemeente goed is. De schuldenlast is acceptabel. Uit de solvabiliteitsratio blijkt dat de gemeente aan haar betalingsverplichtingen kan voldoen. De grondexploitaties zijn actueel en laten in totaliteit een positief resultaat zien. Voor vier van de vijf kengetallen scoort de gemeente Steenwijk erland in het groene vlak. Alleen de 85% 88% 85% 85% 85% 85% 0% 20% 40% 60% 80% 100% 120% 140% Rek 2016 Begr 2017 Begr 2018 Mjr 2019 Mjr 2020 Mjr 2021 5.

Belastingcapactiteit: woonlasten meerpersoons-huishouden Categorie A Categorie B Categorie C Kengetal 90 solvabiliteitsratio kleurt oranje, maar daar is de komende tijd een stijgende lijn in te zien. Geconstateerd mag worden dat de gemeente Steenwijkerland een degelijke financiële positie heeft. 4.3. Meerjaren auditplan In de raadsvergadering van 28 oktober 2014 heeft u het meerjarig auditplan 2015 -2018 vastgesteld. In dit plan zijn de te onderzoeken processen voor de periode 2015-2018 opgenomen en voorzien van een doelstelling en een planning. Tevens is per proces aange geven of het onderzoek is gericht op de kwaliteit van de beheersing van het proces, de beoordeling van de doelmatigheid, (financiële) rechtmatigheid of een combinatie hiervan. Met deze inhoud wordt beoogd voor de jaren 2015 -2018 een volledig audit program ma aan te bieden als fundament voor de interne controle. In bijlage 3 zijn de te onderzoeken processen voo r 2018 opgenomen. Met het vaststellen van de programmabegroting door de gemeenteraad wordt de onderzoeksopdracht voor het college voor dat jaar bekrachtigd. 4.4. Onderhoud kapitaalgoederen Inleiding De kapitaalgoederen van de gemeente zijn voorzieningen in de openbare ruimte waarvoor investeringen zijn gedaan. Het gaat hierbij om voorzieningen zoals wegen, groen, water, riolering en gebouwen.

H et onderhoud aan deze voorzieningen is van groot belang voor het optimaal functioneren van de gemeente, bijvoorbeeld op het gebied van leefbaarheid, veiligheid, vervoer en recreatie. Het onderhoud is ook nodig om kapitaalvernietiging te voorkomen. Voor het goed onderhouden van de kapitaalgoederen is een aantal zaken belangrijk. Allereerst is het van belang dat bekend is wat moet worden onderhouden en wat de huidige staat van het onderhoud is. Hiervoor maakt de gemeente gebruik van een beheerpakket dat aan de hand van inventarisaties en inspecties in het veld up -to-date wordt gehouden. Vervolgens moet eenduidig bekend zijn wat het gewenste kwaliteitsniveau is. Dit is vastgelegd in de Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR), die in 2007 door de gemeenteraad i s vastgesteld, en in beleidsdocumenten die per onderdeel beschikbaar zijn. De uitwerking vindt plaats volgens de volgende stappen: - Waar gaat het over (areaal)?; - Wat zijn de doelstellingen (beleidskader)?; - Wat zijn de financiële consequenties van deze doelstellingen?; - Hoe zijn deze consequenties geborgd in de begroting? Assetmanagement Om de aansluiting van de activiteiten op het gebied van beheer en onderhoud met de bestuurlijke ambities en de wensen van de stakeholders te verbeteren en te borgen wo rdt gewerkt aan de implementatie van een assetmanagementsysteem op basis van NEN -ISO 55000.

In onderstaande Roos, een figuur van het kennisportaal voor Assetmanagement ‘IamPro’, zijn de onderdelen van het systeem weergegeven. Het symbool staat voor het 91 open karakter van het systeem. Het systeem is open in de zin van flexibel, maar ook in de zin van transparant en toegankelijk. In de komende tijd wordt gewerkt aan het ordenen en ontwikkelen van de verschillende activiteiten en documenten die relevant zijn voor het beheer en onderhoud van de openbare ruimte conform de Roos. De implementatie van het assetmanagementsysteem vindt op een organische wijze plaats. Er wordt aan alle onderdelen tegelijkertijd gewerkt. Op natuurlijke momenten wordt een stap gezet in het vaststellen van een volgende ontwikkelfase van een onderdeel. Het vaststellen van nieuwe beleidsplannen zijn voorbeelden van dergelijke natuurlijke momenten. Binnen het assetmanagementsysteem is een belangrijke plaats ingeruimd voor het Strategisch Assetmanagement Plan. In dit plan wordt een inhoudelijke en procesmati ge vertaling gemaakt van de bestuurlijke ambities uit het collegeprogramma naar de activiteiten die nodig zijn om deze ambities waar te maken. De bedoeling is om ook een Nota Onderhoud Kapitaalgoederen te ontwikkelen die als kader dient voor de jaarlijkse paragraaf onderhoud kapitaalgoederen.

92 Wegen Areaal Areaal Wegen Aantal % • Asfalt 173 49 • Cementbeton 11 3 • Elementen 158 45 • Onverhard 12 3 354 100 Beleidskader Het beleidskader voor onze wegen is vastgelegd in het Beleidsplan ‘Overwegen’ (april 2017) en het beleidsplan Verkeer (2017). Wij beschouwen ons uitgebreide, grotendeels historische, netwerk van wegen, paden en pleinen als een waardevol bezit en als een belangrijk middel om het dagelijkse woon -, werk- en recreatieve verk eer mogelijk te maken en veilig, efficiënt en duurzaam af te wikkelen. Het beleidsplan kent de thema’s:  Wegennet up to date,  Onderhoud op maat,  Inspirerend partnerschap. Wij zien de inbreng van inwoners, ondernemers en partijen als uitgangspunt, óók voor onze wegbeheertaak. Opvolging van wettelijke (wegbeheer)taken en behoud/versterking van sociale -, milieu en kapitaalswaarde (“People, Planet, Profit”) zijn daarbij essentiële randvoorwaarden. Wij richten onze wegbeheertaak daarom vraaggestuurd, risicobewust en gebiedsgericht in. Voor het wegenonderhoud heeft de raad ingestemd met het kwaliteitsniveau “basis”. Hierbij wordt het risicoprofiel “laag” aangehouden. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het beleidsplan ‘Overwegen’ zijn de financiële consequenties van het vastgestelde kwaliteitsniveau berekend.

In deze paragraaf wordt beschreven welke bedragen er in het beleidsplan ‘Overwegen’ nodig worden geacht om de voorgestelde acties te realiseren. Voor de exploitatie van het dagelijks beheer is een structureel budget van € 240.000 per jaar nodig. Hieronder wordt verstaan het onderhoud aan semi- en onverharde wegen, aan belijning, de aanschaf van materiaal klein onderhoud en het doen van onderzoeken. Voor het cyclische onderhoud van wegen is in de periode 2018 t/m 2026 een totaal bedrag van ca. € 13,8 miljoen benodigd. Vanaf 2020 wordt een stijging van de kosten voor grootonderhoud van het wegennet voorzien. Daarom is gekozen voor het instellen van een voorziening. Het wegennet van Steenwijkerland raakt op leeftijd. U it het oogpunt van economische levensduur en om kostbare investeringen in vervanging van wegconstructies uit te stellen wordt waar mogelijk gekozen voor levensduurverlengende maat regelen. In de periode 2018 -2021 worden voor vervangingen en levensduurverlengende maatregelen investeringen noodzakelijk geac ht ter grootte van € 1.167.000. 93 Vooruitlopend op de uitkomsten van nader onderzoek naar de indeling, inrichting en functioneren v an het gemeentelijk stelsel van wegen en paden wordt de komende geïnvesteerd in versteviging van ernstig beschadigde plattelandswegen en bermen. In de periode 2018–2021 gaat het om een bedrag van € 1.750.000.

Voor een aantal van onze fietspaden geldt dat deze niet meer “up to date” zijn. De smalle paden kunnen de hoeveelheid fietsers niet optimaal verwerken. Verbreding van deze paden is gewenst. Voor de komende periode is hiervoor € 2.700.000 benodigd. Alleen de paden waarvoor minimaal 50% externe financiering kan worden gevonden worden aangepakt. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het beleidskader “Overwegen” in 2017 heeft de gemeenteraad ingestemd met het benodigde wegenbudget voor het kwaliteitsniveau “basis” en besloten tot het instellen van een voorziening. Voor een volledig sluitende voorziening voor de periode van 2018 t/m 2026 is een eenmalige aanvullende storting van € 1.500.000 in 2018 opgenomen. Voor vervangingen en levensduurverlengende maatregelen is een bedrag beschikbaar gesteld van € 1.167.000. Voor de versteviging van bermen langs wegen is in de periode 2018 –2021 een bedrag beschikbaar van € 1.750.000. Voor het verbreden van smalle fietspaden is een bedrag beschikbaar van € 1.350.000 . Openbare verlichting Areaal Areaal Openbare Verlichting Aantal Eenheid • Lichtmasten 11.000 stuks Beleidskader Uitgangspunt voor het beleidsplan Openbaar Licht (2017) is ‘donkerte’. “Even dimmen graag” is het devies.

De volgende ambities zijn in dit beleidsplan benoemd: de veiligheid van inwoners staat voorop, ruimte voor donkerte en duurzaamheid. Communicatie over openbare verlichting is daarbij een belangrijk aandachtspunt. In het gekozen scenario Beperkt Basis wordt enige achterstand in de ver vanging geaccepteerd. De Er wordt in de komende 12 jaar 80% van de openbare verlichting vervangen. In de vervanging voor 2018 en 2019 is niet gekort omdat hier de oudste onderdelen met grotere risico’s (achterstand) wordt vervangen. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Voor het dagelijks onderhoud aan onze openbare verlichting is jaarlijks een bedrag benodigd van € 216.000. Door de grootschalige vervanging van masten en armaturen wordt bespaard op de onderhoudskosten. In 2029 zijn de onderhoudskosten afgenomen tot € 186.000. Voor de vervanging is in de periode tot en met 2029 € 5.423.000 nodig. 94 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Voor het dagelijks onderhoud is in 2018 een bedrag van € 207.000 beschikbaar. Dit loopt terug naar € 197.000 in 2021. Voor de vervanging van de openbare verlichting is in de komende vier jaar een bedrag van € 2.061.000 opgenomen.

Riolering Areaal Areaal Riool Aantal Eenheid • Vrijverval riolering 420 km • Persleiding 61 km • Drukriolering 341 km • Gemalen 144 stuks • Randvoorzieningen 12 stuks • Minigemalen 1.150 stuks Beleidskader De beleidskaders voor de riolering zijn vastgesteld in het Watertakenplan Fluvius 2016 -2021, dat is opgesteld met het waterschap Drents Overijsselse Delta en de zes inliggende gemeenten van het beheergebied “Reest & Wieden”. Voor de gemeentelijke watertaken zijn een vijftal bestuurlijke doelen gedefinieerd: 1. Risico’s voor de volksgezondheid door aanraking met schadelijke stoffen en geur-overlast maximaal beperken. 2. Beperk wateroverlast door water op straat en beperk overstroming maximaal. 3. Beperk hinder door falen van riolen en door verstopping of werkzaamheden. 4. Zorg voor goede oppervlaktewater-kwaliteit, voer zo weinig mogelijk schoon water af naar de zuivering. 5. De klant staat voorop. Aantal klachten zit onder het landelijk gemiddelde. Twee doelen richten zich op communicatie, meldingen, klachten en afhandeling hiervan. Het betreft doel 1: ‘bescherm de volksgezondheid’ en doel 5: ‘zorgvuldige dienstverlening’. De overige drie doelen (doel 2: beperk wateroverlast, doel 3: beperk hinder en doel 4: spaar het mili eu) bepalen in grote mate de inzet van menskracht en middelen.

Daartoe wordt een aantal strategische keuzes gemaakt:  Inzetten op assetmanagement en een sterke betrokkenheid van inwoners en bedrijven.  Inzetten op versterken van de duurzaamheid.  Maatregelen afleiden uit de ketenbenadering en de bestuurlijke doelen. Daarbij zijn de zorgplichten leidend voor de mate waarin de gemeente haar verantwoordelijkheid invult: - Aanleg van nieuwe voorzieningen; - Gegevensbeheer; - Aansluiting op riolering of IBA; - Onderhoudswerkzaamheden; - Kwaliteit van riolering; - Functioneren van riolering; - Aanpak knelpunten; - Communicatie; - Klimaatverandering; - Afkoppelen; - Overdracht stedelijk water; 95 - Zorgplicht grondwater. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het watertakenplan is niet alleen het beleidskader vastgelegd, maar zijn ook de financiële consequenties bepaald. Per jaar worden de concrete plannen die gebaseerd zijn op het watertakenplan opgenomen in het Uitvoeringsplan Openbare Ruimte. Vertaling van de financiële consequenties in de begroting De financiële consequenties van het watertakenplan zijn één op één verwerkt in de programmabegroting 2018-2021. Naast de kosten voor riolering zijn er ook kosten voor stedelijk water die bij de rioolheffing worden betrokk en. Deze kosten worden vermeld bij het onderdeel water. De (globale) opbouw van het budget riolering is in onderstaande tabel weergegeven.

bedragen x € 1.000 Budget riolering Begroting 2018 Riolering (algemeen) 432 Riolering (onderzoek) 175 Riolering (planvorming) 100 Riolering (onderhoud) 587 Riolering (kapitaallasten) 1.877 Riolering (doorbelasting) 1.015 Totaal budget exploitatie riolering 4.186 Water & Kunstwerken Areaal Areaal Kunstwerken Aantal Eenheid • Kunstwerken (bruggen, steigers en voorzieningen) 335 stuks • Havens 11 stuks • Beschoeiing ca. 100 km Areaal Water Aantal Eenheid • Watergangen stedelijk gebied 46 km • Niet schouwsloten 119 km • Schouwsloten 207 km • Greppels 100 km • Duikers 1.500 stuks Beleidskader Het gewenste kwaliteitsniveau van de water- en kunstwerken in de gemeente is vastgelegd in diverse beleidsnota’s en plannen. De volgende documenten liggen ten grondslag aan het nagestreefde kwaliteitsniveau: - Beleidsplan Oeverconstructies Steenwijkerland 2016-2020; - Beleidsplan Oeververbindingen Steenwijkerland 2017-2021; - Watertakenplan Fluvius 2016-2021. 96 In 2015 is een beleidsplan oeverconstructies 2016 -2020 vastgesteld. In dit beleidsplan is op basis van voor - en nadelen van verschillende scenario’s gekozen voor een variant waarbij daar waar beschoeiing echt nodig is er bij vervanging gekozen wordt voor kunststof. Dit is een duurzaam en financieel gunstig scenario. Dit betekent dat er bij constatering van een matige, slechte of zeer slechte kwaliteit dient te worden gekeken of: 1.

De beschoeiing onder verantwoordelijkheid van de gemeente valt (als het onder particuliere verantwoordelijkheid valt dan dient de gemeente de particulier aan te schrijven en te wijzen op de slechte staat van de beschoeiing, maar verder geen actie te ondernemen); 2. De locatie vraagt om beschoeiing of dat kan worden volstaan met een natuurlijke oever (als de huidige beschoeiing kan worden vervangen door ene natuurlijke oever dan is dat een duurzamere invulling); 3. De beschoeiing kan worden vervangen door een duurzame kunststof beschoeiing (als er toch beschoeiing dient te komen dan heeft een kunststof toepassing de voorkeur boven hout als de omstandigheden dit toelaten). In 2017 is een nieuw beleidsplan oeververbinding en 2017-2021 vastgesteld. Oeververbindingen worden ook wel civiele kunstwerken genoemd en vormen een belangrijke categorie binnen de kapitaalgoederen. Onder oeververbindingen wordt onder andere verstaan: (beweegbare) bruggen, viaducten en tunnels. Dit bel eidsplan heeft als doel om als leidraad te fungeren voor het doelmatig en planmatig beheren van de oeververbindingen. Het geeft handvatten voor het beheer en onderhoud en zet de lijn uit voor de komende jaren. Er is gekozen voor het kwaliteitsniveau beper kt basis. Deze strategie typeert zich als volgt: Maximale levensduur tegen de laagst mogelijke kosten: risico gestuurd planmatig beheer.

In 2018 wordt een meerjarenplan jachthavens opgesteld met de daarbij behorende financiële gevolgen. Ten aanzien van de recreatieve voorzieningen geldt dat er in 2018 geen beleidswijzigingen zijn te verwachten in het kader van beheer en onderhoud. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Het vastgestelde onderhoudsniveau voor de oeverconstructies heeft de volgende financiële consequenties: Beleidsplan Oeverconstructies 2016-2020: bedragen x € 1.000 Budget oeverconstructies 2017-2020 Uitgestelde vervangingen 300 Planmatig onderhoud 300 Inspecties 30 Totaal jaarlijks 630 De gemeenteraad heeft bij de behandeling van de PPN in het voorjaar van 2017 gekozen voor het budget passend bij de optie ‘beperkt basis’ voor wat betreft het beleidsplan Oeververbindingen. Onderscheid wordt in het beleidsplan Oeververbindingen 2017 -2021 g emaakt tussen het onderhoud en het vervangen van de oeververbindingen. Vanuit de kwalitatieve en de theoretische benadering blijkt dat het beschikbare onderhoudsbudget van € 340.000 onvoldoende is om de kunstwerken op het gewenste kwaliteitsniveau te beh eren. Voor het niveau beperkt basis is een budget benodigd van € 400.000. In het beleidsplan oeververbindingen wordt aangegeven dat in de komende jaren 67 bruggen aan vervanging toe zijn. Hiervoor wordt vanaf 2018 € 538.000 per jaar gevraagd.

97 Beleidsplan Oeververbindingen 2017-2021: bedragen x € 1.000 Budget oeververbindingen 2018-2021 Planmatig onderhoud 400 Vervangingen 538 Totale oeververbindingen 938 Watertakenplan 2016-2021, onderdeel water: bedragen x € 1.000 Budget watertakenplan 2017-2020 Baggeren 950 Maaien en onderhouden sloten 280 Totaal jaarlijks 1.230 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Voor wat betreft de oeverconstructies zijn de benodigde en gevraagde middelen beschikbaar. Voor de oeververbindingen wordt voor het ontbrekende deel ten aanzien van het niveau beperkt basis bij de programmabegroting een aanvullend bedrag beschikbaar gestel d. Ten aanzien van het beheer van het stedelijk water (waterwegen en beschoeiingen) is door middel van het vaststellen van het watertakenplan voorzien in een gedeeltelijke dekking van de benodigde middelen. Dit deel wordt ten laste van de riolering gebrach t. Voor wat betreft de baggeropgave wordt samen met de andere waterbeheerders in het gebied getracht om door middel van slim en integraal aan te besteden het gekozen onderhoudsniveau te realiseren. Voor wat betreft jachthavens geldt dat er wordt gewerkt met een onderhoudsbudget van ca. € 50.000. Voor de recreatieve vijvers geldt eveneens dat er wordt gewerkt met een onderhoudsbudget van ca. € 50.000.

Openbaar groen en speelvoorzieningen Areaal Areaal Groen- en speelvoorzieningen Aantal Eenheid • Bomen 34.000 stuks • Gazon 100 ha • Extensief beheerd gras 70 ha • Bermen 248 ha • Hagen 33.000 m2 • Plantsoen 16 ha • Landschappelijk groen (bos en houtwallen) 91 ha • Speelplekken 170 stuks Beleidskader Openbaar groen heeft betrekking op boombeheer, plantsoenbeheer, maaibeheer en dierenweides. Hierbij zijn de volgende nota’s en plannen van belang: - De Integrale Visie Openbare Ruimte (IVOR); - Beleidsnota Groen, 2007; - Meerjarenprogramma Groen (MJP Groen), 2011; 98 - Landschapsontwikkelingsplan (LOP), 2005; - Kwaliteitshandboek onderhoud openbare ruimte Gemeente Steenwijkerland. Voor de speelvoorzieningen zijn de volgende nota’s van belang: - Speelplekkenbeleid (2009); - Meerjarenplan Spelen (2014). In het landschapsontwikkelingsplan is aangegeven hoe het landschap ontwikkeld en beheerd kan worden. In de beleidsnota Groen worden de beheerambities met betrekking tot het groen beschreven. Een basis onderhoudsniveau is daarbij het uitgangspunt. Naast het dagelijks beheer zijn er ambities op het gebied van duurzaamheid, streekeigen beplanting en een schone, hele en veilige omgeving. Het Meerjarenplan Groen geeft aan hoe aan deze ambitie de komende jaren invulling wordt gegeven.

In 2014 heeft de gemeenter aad op basis van een evaluatie besloten om de lijn van het speelplekkenbeleid uit 2009 (‘Plekken om (mee) te spelen’) te continueren. In dit plan is vastgesteld dat de gemeente spelen en bewegen stimuleert en dat daarvoor voldoende speelruimte aangeboden w ordt. Het onderhoud van de speelvoorzieningen zal op het basisniveau van ‘schoon heel en veilig’ worden uitgevoerd. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties In het Meerjarenplan Groen is becijferd dat om de ambities die in het beleid z ijn vastgelegd te kunnen waarmaken er een extra i nvestering nodig is van € 1,1 miljoen verdeeld over vier jaren. Daartegenover staat een structurele bezuiniging op het reguliere budget van € 45.000. In het Meerjarenplan Spelen is voor een periode van 10 j aren becijferd hoeveel geld er nodig is om op het vastgestelde beleid te kunnen uitvoeren. In onderstaande tabel zijn de bedragen voor de komende vier jaren weergegeven (bedragen x € 1.000,-). bedragen x € 1.000 Meerjarenplan Spelen Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Totale benodigde onderhouds- en investeringskosten 307 247 177 186 Totaal budget spelen 307 247 177 186 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Met het vaststellen van het MJP Groen heeft de gemeenteraad de benodigde investeringsbedragen vrijgegeven.

De verdeling van het beschikbare budget 2018 voor het groenonderhoud is als volgt weergegeven in onderstaande tabel: bedragen x € 1.000 Budget groen Begroting 2018 Openbaar groen in eigen beheer 370 Openbaar groen NoordWestGroep 690 Onderhoud bermen 280 Onderhoud bomen 130 Extensief maaien gras 30 Onderhoud groen begraafplaatsen 20 Interne kosten 900 Totaal budget groen 2.420 99 In de begroting van 2014 is een structurele bezuiniging op het groenbudget doorgevoerd van € 150.000. Vooralsnog is het uitgangspunt dat de gewenste beeldkwaliteit van het groen kan worden gehandhaafd door slimmer aan te besteden en door (markt)partijen te betrekken bij de wijze waarop de beeldkwaliteit kan worden ger ealiseerd. Voor wat betreft speelvoorzieningen geldt dat de benodigde middelen beschikbaar zijn.

Gebouwen Areaal Hieronder is een overzicht gegeven van de verschillende gebouwen die door de gemeente worden beheerd: Areaal Gemeentelijke gebouwen Aantal Eenheid • Binnensport accommodaties 8 stuks • Buitensport accommodaties 15 stuks • Gemeentelijke panden 1 stuks • Werkplaatsen 2 stuks • Brandweer 6 stuks • Musea 5 stuks • Wijkgebouwen 3 stuks • Peuterspeelzalen 3 stuks • Jeugdhonken 2 stuks • Begraafplaatsen 16 stuks • Woningen 2 stuks • Recreatie 12 stuks • MFC 1 stuks • Theater 1 stuks • Overige panden 42 stuks • Zwembaden 3 stuks Beleidskader Van de gebouwen die de gemeente in onderhoud heeft zijn onderhoudsplannen opgesteld. Hierin is het te verrichten onderhoud voor meerdere jaren vastgelegd inclusief de onderhoudskosten waarmee rekening moet worden gehouden. Uitgegaan wordt van drie categori eën onderhoud. Het klachtenonderhoud betreft dagelijks voorkomende calamiteiten en storingen. Daarnaast is er het onderhoud waarvoor servicecontracten zijn afgesloten. Dit betreft voornamelijk technische installaties. Tenslotte is er het planmatig onderhou d. Uit het beleidskader voortvloeiende financiële consequenties Op basis van bovengenoemde onderhoudsplannen is voor de periode van 2017 – 2026 een Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed opgesteld. Deze plannen worden ieder jaar bij de jaarrekening geactualiseerd.

Bij de laatste actualisatie is becijferd dat de jaarlij kse kosten aan planmatig onderhoud gemiddeld € 774.000, - bedragen. Uitbreidingen en duurzame maatregelen vallen buiten dit planmatig onderhoud en zullen via investeringen moeten worden gerealiseerd. In 2018 zijn de zwembaden aan de voorziening toegevoegd. De daarvoor benodigde middelen van € 270.000 extra zijn beschikbaar gesteld en structureel toegevoegd. Verder is er voor het verduurzamen van het vastgoed incidenteel geld beschikbaar gesteld. 100 Vertaling van de financiële consequenties in de begroting Het Meerjarenplan Maatschappelijk Vastgoed is verwerkt in de begroting. De maatregelen voor 2017 worden vastgelegd in het Uitvoeringsplan Maatschappelijk Vastgoed 2017. Voor het Maatschappelijk Vastgoed is een voorziening ingesteld. Bij de jaarrekening wor dt ieder jaar beoordeeld of er voldoende budget is. Dit tekort/overschot wordt verwerkt in de jaarrekening. 4.5. Financiering Ambitie Het doel is een optimale financiering van de gemeentelijke inkomsten en uitgaven op korte en lange termijn. Om dit goed uit te voeren, wordt gekeken naar de renteontwikkelingen op de geld- en kapitaalmarkt in Nederland. De treasuryfunctie wordt uitgevoerd binnen de normen van de Wet FIDO, de Wet HOF en het financieringsstatuut. Doelstellingen Bij de begroting wordt afgewogen welke investeringen er op korte en lange termijn plaatsvinden.

Het is vervolgens onze taak om deze investeringen conform de kaders te financieren. W ij beperken ons tot de publieke taak en hanteren hierbij de volgende doelstellingen:  Er is voldoende fin anciering op korte en lange termijn; zodoende kunnen wij te allen tijde aan onze betaalverplichtingen voldoen.  De risico’s die aan financiële transacties verbonden zijn worden beheerst en beperkt. Te denken valt onder andere aan renterisico’s, koersrisico’s en debiteuren-/crediteurenrisico’s.  De rentekosten van de leningen worden zoveel mogelijk beperkt.  De interne verwerkingskosten en externe kosten bij het beheren van de geldstromen en financiële posities worden zoveel mogelijk beperkt. Onze inzet Wij maken onderscheid tussen financiering en dekking. Bij financiering gaat het om de vraag hoe w ij aan onze financiële middelen komen (bijvoorbeeld door verkoop van gronden of door het aangaan van geldleningen). Bij dekking gaat het om de vraag hoe wij de midde len kunnen aanwenden om de begroting sluitend te houden (bijvoorbeeld opbrengst uitkering gemeentefonds en belastingopbrengsten). De uitvoering van het financieringsbeleid vindt plaats binnen de kaders van de Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet FIDO) en de Wet Houdbare Overheids Financiën (Wet HOF).

Om vooral de financieringsrisico’s te beperken, staan in de Wet FIDO twee instrumenten genoemd, te weten de renterisiconorm en de kasgeldlimiet. Renterisiconorm De wettelijke renterisiconorm bepaalt dat jaarlijks maximaal 20% van het begrotingstotaal gebruikt mag worden voor renteherziening en herfinanciering. Hiermee is een maximum gesteld aan het renterisico op de langlopende leningenportefeuille. Van renteherziening is sprake als in de leningsovereenk omst een voorwaarde is opgenomen dat de rente gedurende de looptijd in een bepaald jaar zal worden aangepast. Van herfinanciering is sprake als een nieuwe lening wordt gebruikt om een oude lening af te lossen. De renterisiconorm beperkt dus de aflossingen op de bestaande leningenportefeuille. Op een begrotingstotaal van € 116,1 miljoen in 2018 bedraagt de renterisiconorm voor onze gemeente € 23,2 miljoen. In 2018 vindt voor een bedrag van € 4,021 miljoen aan aflossingen en renteherzieningen van bestaande l eningen plaats. Dit is inclusief de renteherziening van € 2,7 miljoen, welke is 101 doorgeleend aan Wetland Wonen. Wij kunnen in 2018 nog een nieuwe lening aantrekken voor een bedrag van € 19,2 miljoen zonder de renterisiconorm te overschrijden.

bedragen x € 1.000 Renterisiconorm Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Renterisico vaste schulden Renteherzieningen (o/g) - - 683 384 Betaalde aflossingen 4.021 3.982 3.597 3.573 Renterisico vaste schulden 4.021 3.982 4.280 3.957 Toegestane renterisico norm Omvang begroting (=grondslag) 116.113 112.805 113.506 113.625 Renterisiconorm (in % van de grondslag) 20% 20% 20% 20% Toegestane renterisiconorm 23.223 22.561 22.701 22.725 Toets renterisico norm Ruimte onder renterisiconorm 19.202 18.579 18.421 18.768 Overschrijding renterisiconorm Kasgeldlimiet De kasgeldlimiet is in de Wet FIDO opgenomen om de directe gevolgen van een snelle rentestijging te beperken. De kasgeldlimiet bepaalt dat gemeenten hun financieringsbehoefte voor slechts een beperkt bedrag met kort geld (looptijd korter dan 1 jaar) mogen financieren. Hierdoor worden de renterisico’s op korte termijn beperkt. De norm is in de wet gesteld op 8,5% van het begrotingstotaal aan lasten. Voor de gemeente Steenwijkerland bedraagt de limiet in 2018 afgerond € 9, 9 miljoen. De intentie is om de kasge ldlimiet optimaal te benutten.

Dit omdat voor opgenomen kasgeldleningen de laatste tijd zelfs een rentevergoeding wordt ontvangen en dus goedkoper is dan het aantrekken van een langlopende geldlening Debiteuren-/crediteurenrisico Onder debiteurenrisico wordt hier verstaan het risico dat uitgezette geldleningen niet worden terugontvangen van marktpartijen. Crediteuren worden binnen 28 dagen betaald, als de factuur binnen deze periode is geaccordeerd. Schatkistbankieren De Wet HOF verplicht lagere overhed en alle geldelijke overschotten bij het Ministerie van Financiën te beleggen, om zo het overheidstekort binnen de grenzen van Europese doelstellingen te brengen en te houden. De Wet biedt, onder bepaalde voorwaarden, (lagere) overheden de mogelijkheid elka ar leningen te verstrekken. Dit kan voor beide partijen leiden tot gunstige rentecondities. Uit oogpunt van doelmatigheid is in de Wet een drempelbedrag opgenomen. Hiermee kan een bepaald bedrag buiten de schatkist worden gehouden. Tot een begrotingstotaal van € 500 miljoen is het drempelbedrag bepaald op 0,75% met een minimum van € 250.000. Voor begrotingstotalen boven € 500 miljoen geldt een additionele drempel van 0,2% over dat deel dat de € 500 miljoen overstijgt. Voor de gemeente Steenwijkerland geldt als drempel voor 2018 0,75% van € 116 miljoen, ofwel € 0,871 miljoen.

Wij mogen dus een positief rekening-courantsaldo hebben van € 0,871 miljoen, voordat wij moeten beleggen in de schatkist. Gelet op onze rekening-courantpositie en de geraamde financieringsbehoefte gaan wij ervan uit dat we in 2018 slechts zeer incidenteel gebruik zullen maken van schatkistbankieren. 102 Leningenportefeuille Wij maken op dit moment optimaal gebruik van de kasgeldlimiet met name als gevolg van nieuwe investeringen en aflossi ngen op bestaande leningen. Deze vlottende schuld (looptijd < 1 jaar) moet bij overschrijding van de kasgeldlimiet gedurende een langere termijn worden omgezet in een schuld voor langere termijn (looptijd > 1 jaar) in de vorm van het aantrekken van een langlopende geldlening. In de afgelopen periode is geen nieuwe langlopend geldlening aangetrokken. bedragen x € 1.000 Ontwikkeling leningenportefeuille o/g 2018 2019 2020 2021 Schuldrestant per 1 januari 61.682 57.661 53.680 50.083 Nieuw aangetrokken leningen - - - - Reguliere aflossingen 4.021 3.981 3.597 3.573 Schuldrestant per 31 december 57.661 53.680 50.083 46.510 Verschuldigde rente 1.768 1.641 1.516 1.404 Gemiddeld rentepercentage 3,07% 3,06% 3,03% 3,02% In het overzicht zijn meegenomen de opgenomen leningen, die zijn doorgesluisd naar woningcorporatie Wetland Wonen Groep. Het schuldrestant van deze doorgesluisde leningen bedraagt per 1 januari 2018 € 9,2 m iljoen.

Alle leningen zijn opgenomen bij de BNG Bank. In 2018 moet een totaalbedrag van circa € 1,8 miljoen worden betaald wegens verschuldigde rentekosten. Dit is inclusief de rentelasten van afgerond € 0,26 m iljoen. voor de doorgesluisde leningen aan Wetland W onen. Wij lopen een risico als de woningcorporatie haar betalingsverplichtingen niet nakomt. Het Waarborgfonds Sociale Woningen staat garant voor de betalingen van rente en aflossingen van 7 van de 8 verstrekte leningen. Treasury Bij de wijzigingen van het Besluit Begroting en Verantwoording (BBV) voor gemeenten is de toerekening van rente een belangrijk aandachtspunt. Doelstelling van de wijzigingen zijn met name het bevorderen van een eenduidige handelwijze met betrekking tot rente door gemeenten (harmo nisering), stimuleren dat gemeenten de (verwachte) werkelijke rentelasten opnemen in de begroting en jaarstukken en het eenduidig inzichtelijk maken van de wijze waarop de gemeenten met rente zijn omgegaan (transparantie). De bepalingen en de richtlijnen v an de door de commissie BBV opgestelde notitie Rente 2017 treden in werking met ingang van het begrotingsjaar 2018. In het renteschema is invulling gegeven aan de doorbelasting van de rentelasten naar de taakvelden.

Door het omslagpercentage overeenkomsti g bovengenoemde richtlijnen vast te stellen en niet langer bespaarde rente over het eigen vermogen en voorzieningen toe te rekenen ontstaat een aanzienlijk saldo op het taakveld Treasury. Per saldo wordt de programmabegroting echter wel belast met de (verwachte) werkelijke rente ter grootte van € 1.289.000. 103 bedragen x € 1.000 Renteschema Rekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 a. Externe rentelasten over de korte en lange financiering (-) - - 1.936 - 1.968 b. Externe rentebaten (idem) (+) - 498 434 Saldo rentelasten en rentebaten - - 1.439 - 1.534 c1. Rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend (+) - 259 245 c2. Rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (+) - - 275 - 260 c3. De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= project- financiering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend (-) 275 260 Aan taakvelden toe te rekenen externe rente - - 1.179 - 1.289 d1. Rente over eigen vermogen (-) - - - d2. Rente over voorzieningen (contante waarde) (-) - - - Totaal werkelijk aan taakvelden toe te rekenen rente - - 1.179 - 1.289 e.

Aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) (-) - - 1.173 - 1.701 Renteresultaat op het taakveld treasury - - 7 412 Kredietrisico’s Dit is het risico dat de gemeente loopt wanneer geldleningen worden verstrekt aan rechtspersonen, c.q. publieke instellingen die in voorkomende gevallen in financiële problemen zouden kunnen komen. Onze gemeent e zal in het begrotingsjaar 2018 in beperkte mate te maken hebben met kredietrisico’s. De totale omvang van deze leningen per 1-1-2018 bedraagt afgerond € 13 mln. De ontwikkeling van de verstrekte leningenportefeuille ziet er als volgt uit. bedragen x € 1.000 Verstrekte leningen Begroting 2018 Begroting 2019 Begroting 2020 Begroting 2021 Vordering op Enexis N.V. 680 680 - - Vitens N.V. 1.055 792 528 264 Stichting roeiaccommodatie 't Diep 33 28 23 17 Stichting Woonconcept 560 280 - - Wetland Wonen Groep 9.165 8.624 8.071 7.506 IGSD 150 75 - - N.V. Rova Holding 1.011 1.011 1.011 1.011 Div. verstrekte hypotheken gemeentepersoneel 57 49 41 32 Totaal verstrekte leningen 12.711 11.539 9.674 8.830 Rentevergoeding 484 444 317 295 Gemiddeld rentepercentage 3,81% 3,85% 3,28% 3,34% Voor 2018 is een rentevergoeding van afgerond € 0,485 miljoen begroot. Hieronder volgt een korte toelichting: 104 bedragen x € 1.000 Ontvangen rente Begroting 2018 Vordering op Enexis N.V. 77 Vitens N.V.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/0481a4e9-0ed7-4f7e-a842-a3c57a5044e1?agendaItemId=bf0eb15a-0d1e-422d-8de2-d9c6bff90df4