5.1c Programmabegroting 2018-2021.pdf
Tekst van het document
Financiën en bedrijfsvoering 11.288 10.419 9.910 9.910 9.910 9.910 Totaal Baten 43.395 35.006 34.552 34.208 35.500 35.751 Totaal Programma's - 80.056 - 70.928 - 64.784 - 61.394 - 60.147 - 59.217 Algemene dekkingsmiddelen Lasten Algemene dekkingsmiddelen - 10.322 - 692 - 322 - 427 - 365 - 266 Overhead - 58.291 - 16.966 - 16.456 - 16.776 - 16.871 - 17.011 Onvoorzien - 129 - - - - - Totaal Lasten - 68.742 - 17.658 - 16.777 - 17.203 - 17.236 - 17.276 Baten Algemene dekkingsmiddelen 89.778 77.529 77.624 77.116 76.739 76.608 Overhead 56.961 2.562 1.266 1.266 1.266 1.266 Onvoorzien 80 - - - - - Totaal Baten 146.819 80.091 78.890 78.383 78.005 77.874 Totaal Algemene dekkingsmiddelen 78.077 62.433 62.113 61.179 60.769 60.598 Mutatie reserves Toevoegingen - 15.844 - 7.351 - 857 - 558 - 1.441 - 1.370 53 bedragen x € 1.000 Overzicht baten en lasten Rekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Onttrekkingen 21.866 16.112 4.098 1.310 1.109 34 Totaal Mutatie reserves 6.021 8.761 3.241 751 - 332 - 1.335 Saldo programmabegroting 4.042 266 570 537 291 45 Saldo programmabegroting 4.042 266 570 537 291 45 Af: incidentele baten en lasten - 3.680 - 998 - 163 - 161 - - Materieel resultaat 7.723 1.264 733 698 291 45 2.10.
Overzicht algemene dekkingsmiddelen Onderstaand overzicht biedt inzicht in de samenstelling van de algemene dekkingsmiddelen , inclusief de verplichte taakvelden voor overhead en onvoorzien. bedragen x € 1.000 Algemene dekkingsmiddelen Rekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Algemene dekkingsmiddelen Uitkeringen Gemeentefonds Algemene uitkering 42.877 42.556 43.602 43.732 43.764 43.755 Integratie-uitkering Sociaal domein 25.983 25.064 24.149 23.668 23.368 23.312 Uitkeringen Gemeentefonds 68.860 67.619 67.751 67.400 67.132 67.066 Onroerende Zaak Belasting OZB woningen 6.782 4.096 4.185 4.185 4.185 4.185 OZB niet-woningen - 2.768 2.816 2.816 2.816 2.816 Uitvoering wet WOZ - 649 - 420 - 467 - 475 - 479 - 480 Onroerende Zaak Belasting 6.132 6.444 6.534 6.526 6.523 6.521 Belastingen overig Hondenbelasting 189 197 200 200 200 200 Bestrijding hondenpoep - 7 - 15 - 15 - 15 - 15 - 15 Heffing en invordering overige belastingen - - 16 16 16 16 Belastingen overig 182 182 201 201 201 201 Treasury Dividend 2.644 2.626 2.450 2.318 2.318 2.318 Overige 1.358 - 35 366 244 200 236 Saldo financieringsfunctie 280 - - - - - Treasury 4.282 2.592 2.816 2.562 2.518 2.554 Totaal Algemene dekkingsmiddelen 79.456 76.837 77.302 76.689 76.374 76.343 Overhead Overhead - 1.330 - 14.404 - 15.190 - 15.510 - 15.605 - 15.745 54 bedragen x € 1.000 Algemene dekkingsmiddelen Rekening
2016 Begroting 2017 Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Totaal Overhead - 1.330 - 14.404 - 15.190 - 15.510 - 15.605 - 15.745 Onvoorzien Onvoorzien - 49 - - - - - Onvoorzien - 49 - - - - - Totaal Onvoorzien - 49 - - - - - Totaal 78.077 62.433 62.113 61.179 60.769 60.598 2.11. Overhead In het wijzigingsbesluit van 5 maart 2016 van het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is onder meer bepaald dat er een beter inzicht in de kosten van de overhead moet worden verkregen. Om uw raad op eenvoudige wijze meer inzicht te geven in de totale kosten van de overhead voor de gehele organisatie en ook meer zeggenschap over die kosten te geven, wordt voorgeschreven dat een apart overzicht moet worden opgenomen van de kosten van de overhead. In de programmabegroting 2017-2020 is dat voor het eerst op die wijze gebeurd. Om te kunnen vaststellen welke kosten verband houden met de sturing en ondersteuning van het primaire proces en zodoende gerekend kunnen worden tot de overhead, wordt de volgende definitie gehanteerd: Alle kosten die samenhangen met de sturing en ondersteuning van de medewerkers in het primaire proces. Met deze definitie wordt een eenduidig inzicht geboden in de kosten die direct zijn toe te rekenen aan bepaalde taakvelden.
De kosten van sturing en ondersteuning van de directe medewerkers (overhead) bestaan in ieder geval uit: - Loonkosten (onder meer: financiën, personeel en organisatie, inkoop, juridische zaken, leidinggevenden, bestuurszaken en bestuursondersteuning) - ICT kosten - Huisvesting en facilitaire zaken - Uitbestedingskosten bedrijfsvoering - Overige materiele kosten (waaronder tractie, gereedschappen, kantoorbenodigdheden) In het BBV is één uitzondering gemaakt op het verplicht centraal begroten en verantwoorden van overhead. Dit betreft de toerekening van overhead aan de grondexploitaties en de inve steringen. Deze uitzondering is gemaakt omdat het niet toerekenen van overhead aan dergelijke investeringen zou leiden tot een begrotingstekort. Voor de gemeente Steenwijkerland wordt rekening gehouden met een bedrag van € 0,9 miljoen in 2018. Dit bedrag loopt af tot circa € 0,4 miljoen in 2021. Reden hiervan is dat uw raad op 11 april 2017 heeft besloten het prestatiecontract te beperken tot gesloten huishoudingen, de grondexploitaties en de subsidiabele projecten voor zover de toegerekende uren van deze projecten subsidiabel zijn. Mede doordat er minder uren ‘doorbelast’ kunnen worden, neemt het totaalbedrag aan overhead de komende jaren licht toe. Zoals uit onderstaande tabel blijkt bedragen de kosten voor overhead in totaal € 15,2 miljoen voor 2018.
Uitgedrukt in een percentage van de totale exploitatielasten , vóór mutaties in de reserves, bedraagt de overhead 13%. Dit percentage komt overeen met het percentage voor 2017 dat is opgenomen in de programmabegroting 2017 -2020. 55 Overhead Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 A. Loonkosten overhead 11.861 11.882 11.865 11.925 B. ICT kosten 1.988 1.946 1.980 1.965 C. Huisvestingskosten 944 1.028 874 943 D. Uitbestedingskosten bedrijfsvoering 135 135 135 135 E. Overige materiele kosten 1.124 1.133 1.114 1.140 F. Prestatiecontract - 863 - 613 - 363 - 363 Totaal overhead 15.190 15.510 15.605 15.745 (A) Totale lasten begroting (exclusief mutaties reserves) 116.113 112.805 112.883 112.244 (B) Totaal overhead 15.190 15.510 15.605 15.745 Totaal overhead / Totale lasten (B/A) 13% 14% 14% 14% 56 3. Financiële positie 3.1. Inleiding In hoofdstuk 2.3. hebben wij reeds het meerjarenbeeld geschetst. In dit hoofdstuk wordt nader ingegaan op de totstandkoming van dit beeld. Bij de behandeling van de Perspectiefnota 2018-2021 heeft u ingestemd met de kaders voor de samenstelling van deze programmabegroting. Voor zover niet anders is vermeld zijn deze kaders dan ook gehanteerd. In onderstaande tabel zijn ze nogmaals weergegeven. Verder treft u in dit hoofdstuk een toelichting aan op de reguliere herijkingen en wordt nader ingegaan op de reserves en voorzieningen. 3.2.
Uitgangspunten programmabegroting Bij de samenstelling van de Programmabegroting 2018-2021 zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd. Uitgangspunten programmabegroting Grondslag Raadsbesluiten t/m raadsvergadering 4 juli 2017 Looninflatie 4,4% Prijsinflatie inkomstenbudgetten 1,7% Prijsinflatie uitgavenbudgetten 1,7% Prijsinflatie grondexploitatie 2,0% Stijging opbrengsten grondexploitatie 1,0% Renteomslagpercentage 1,5% Prijsinflatie verstrekte subsidies 1,7% Prijsinflatie gemeentelijke belastingen en rechten 1,7% Areaaluitbreiding wegen en wegmeubilair, openbare verlichting en openbaar groen - Algemene uitkering uit het gemeentefonds mei circulaire Aantal woonruimten per 1-1-2017 (geraamde groei 2017) 20.461 (117) Aantal inwoners per 1-1-2017 (geraamde groei 2017) 43.445 (geen) Areaaluitbreiding riolering - Loonontwikkeling De CAO gemeenten heeft een looptijd van 16 maanden en geldt voor de periode 1 januari 2016 tot 1 mei 2017. In de programmabegroting wordt voor 2018 van een stijging uitgegaan van 4,40%. Op 4 juli 2017 hebben de VNG en de vakbonden een principeakkoord afgesloten voor een nieuwe die loopt van 1 mei 2017 tot 1 januari 2019. Het akkoord wordt definitief na de ledenraadplegingen. Uit onze berekeningen blijkt dat de geraamde 4,4% stijging voldoende moet zijn om de nieuwe CAO te kunnen bekostigen.
Onzekere factoren daarbij zijn de procentuele stijging van de werkgeverslasten en de doorvertaling van de afspraak om op landelijk niveau tot en met 2023 in totaal 5250 banen voor mensen met een arbeidsbeperking te realiseren. 3.3. Herijkingen De herijkingen hebben betrekking op prijsmutaties, loonaanpassingen, autonome ontwikkelingen, kapitaallasten en beleidsbeslissingen. Ook zijn de effecten van de wijzigi ngen van het BBV afzonderlijk onder de herijkingen in beeld gebracht. Verwezen wordt naar onderstaande tabel. Het totaal van de herijkingen is opgenomen in het meerjarenbeeld (hoofdstuk 2.3.). 57 bedragen x € 1.000 Herijkingen Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Prijsmutaties 37 46 49 46 Autonome ontwikkelingen 37 - 66 - 96 - 47 Kapitaallasten / rente 653 445 382 415 Beleidsbeslissingen - 103 - 96 - 96 - 96 BBV - 417 - 404 - 392 - 372 Totaal 207 - 74 - 153 - 54 3.3.1. Prijsmutaties In de Perspectiefnota 201 8-2021 is voor de uitgaven - en inkomstenbudgetten rekening gehouden met een trendmatige aanpassing van 1,7%. Deze uitgangspunten zijn ook voor de programmabegroting gehanteerd. Het betreft hier een aanpassing van de in de perspectiefnota opgenomen prijsmutaties. 3.3.2. Autonome ontwikkelingen Onder autonome ontwikkelingen verstaan wij ontwikkelingen die onontkoombaar en niet te beïnvloeden zijn.
Een specificatie van de autonome ontwikkelingen treft u onderstaand aan. bedragen x € 1.000 Autonome ontwikkelingen Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Loonkosten raad - 12 - 12 - 12 - 12 Leerlingenvervoer 112 112 112 112 Afschrijvingslasten BBV - 14 - 14 - 14 - 14 Verhoging accountantskosten - 13 - 13 - 13 - 13 Dividend Vitens/contributie VNG afd. Overijssel 58 - 82 - 82 - 82 Bezwaar en beroep 8 8 8 8 Afspraken De Meenthe - 9 - 9 - 9 - 9 Waardering WOZ 20 20 20 20 Toeristenbelasting 30 30 30 30 Aanpassen kapitaallasten jr. 6 6 6 19 Inwonersonderzoek - 17 16 - 17 16 Energie - 156 - 152 - 149 - 146 Areaaluitbreiding woningen (117 st.) 26 26 26 26 Totaal 37 - 66 - 96 - 47 3.3.3. Kapitaallasten Het voordeel op de kapitaallasten wordt met name veroorzaakt door de lagere rentelasten. Bij de berekening van de (verwachte) werkelijke rentelasten zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - het huidige saldo in rekening-courant bij de BNG; - financiering van de investeringen met kasgeldleningen (looptijd < 1 jaar) tot de kasgeldlimiet van € 9,5 mln.
tegen 0,5%; - boven de kasgeldlimiet (looptijd > 1 jaar) wordt rekening gehouden met het rentepercentage van 2% over de aan te trekken leningen; - de ontwikkelingen van de grondexploitaties; 58 - de (verwachte) werkelijke rente is berekend over de restant kredieten van voorgaande jaren, vervangingsinvesteringen 2018 en het Bestedingsplan 2018-2021. Het 1e jaar is gerekend met een half jaar rente. Het hanteren van vorengenoemde uitgangspunten leidt tot de in de tabel geraamde voor -en nadelen. De nadelen zijn met name ontstaan door de verplichte aanpassing van de omslagrente naar 1,5% naar met name het taakveld rioleringen. 3.3.4. Beleidsbeslissingen Onder de noemer beleidsbeslissingen zijn de volgende onderwerpen gebracht. bedragen x € 1.000 Beleidsbeslissingen Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Bijdrage GGD/Veiligheidsregio - 93 - 93 - 93 - 93 Aanpassen rechtspositie raadsleden 14 21 21 21 Uitbreiding griffie - 23 - 23 - 23 - 23 Kosteloos beschikbaar stellen budgetservice statushouders pm pm - - Raad maakt werk van werk pm - - - Tegemoetkoming chronisch zieken 2017 en verder pm pm pm pm Totaal - 103 - 96 - 96 - 96 Toelichting Uw raad heeft tijdens de behandeling van de perspectiefnota een aantal moties aangenomen met financiële gevolgen. Daarnaast heeft u tijdens verschillende raadsvergaderingen beleidsbeslissingen genomen met financiële consequenties.
Hieronder zijn de verschillende maatregelen toegelicht. Raad 30 mei 2017: Bijdrage GGD/Veiligheidsregio Uw raad heeft op 30 mei 2017 besloten geen zienswijze in te dienen bij de programmabegroting 2018 -2020 van de GGD IJsselland en de programmabegroting 2018 -2021 van de Veiligheidsregio IJsselland. Vervolgens zijn deze programmabegrotingen vastgesteld. Gevolg is dat de gemeen telijke bijdrage voor de GGD € 39.940 hoger uitvalt dan was begroot. Dit heeft te maken met loon- en prijsontwikkeling en kosten van het toezicht op de kinderopvang en de WMO. In 2018 draagt de gemeente in totaal € 830.276 bij aan de GGD IJsselland. De gemeentelijke bijdrage voor de Veiligheidsregio is met € 53.476 is gestegen als gevolg van loon - en prijsindexering en door andere afspraken in de samenwerking bevolkingszorg bij rampen en grote incidenten. In 2018 komt de gemeentelijke bijdrage daarmee uit op € 2.798.728. Raad 20 juni 2017: Aanpassing rechtspositie raadsleden Op 20 juni 2017 heeft uw raad de ‘Verordening rechtspositie wethouders, raads- en commissieleden 2018’ met ingang van de raadsperiode 2018 -2021 vastgesteld. Hierdoor is sprak van een kleine besparing op de Werkkostenregeling (vanaf 2018). Dit komt omdat de netto vergoeding voor internetverbinding niet meer wordt toegekend. Op dit moment gaat het om een totaalbedrag van € 20.736 per jaar.
59 Raad 4 juli 2017: Uitbreiding griffie Tijdens de raadsvergadering van 4 juli 2017 heeft uw griffie besloten tot uitbreiding van de griffie met 0,66 fte. Hiermee wordt een meer toekomstbestendige griffie gerealiseerd die invulling geeft aan de ontwikkelingsrichting en ambitie van de raad en daarmee de griffie. Daarnaast wordt de continuïteit van griffie-werkzaamheden geborgd zodat raads- en commissievergadering te allen tijde doorgang kunnen vinden. Raad 4 juli 2017, aangenomen motie: Kosteloos beschikbaar stellen budgetservice statushouders Statushouders betalen € 16 per maand aan de GKB voor budgetservice. Uw raad heeft voorgesteld om de kosten voor een periode van 18 maanden v oor rekening van de gemeente te laten komen. Onderdeel van de motie was tevens om de maatregel na een periode van een jaar te evalueren. Raad 4 juli 2017, aangenomen motie: Raad maakt werk van werk Er moet een plan van aanpak komen voor groei van de werkgelegenheid voor mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. Daartoe zal de griffie in samenwerking met een delegatie uit de raad een hoorzitting organiseren. Tevens zal een inventarisatie worden uitgevoerd naar geslaagde projecten elders. Raad 4 juli 2017, aangenomen motie: Tegemoetkoming Chronisch Zieken 2017 en verder Op dit moment bestaat een financiële regeling voor chronisch zieken.
Uw raad vraagt om voor 2017 en volgende jaren een regeling in het leven te roepen voor chronisch zieken (verlengen bestaande regeling) en wil actief meedenken over de inhoud van de regeling. 3.3.5. Wijzigingen BBV Onderstaand zijn de financiële gevolgen van de wijzigingen van het Besluit begroting en verantwoording in beeld gebracht. Tevens zijn de onderwerpen nader toegelicht. bedragen x € 1.000 Wijzigingen BBV Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Rente Rioleringen - 543 - 523 - 503 - 485 Rente Afval - 2 - 1 - 1 - 1 Kapitaallasten Gierwal - 9 - 9 - 9 - 9 Activeren oeverbescherming 150 150 150 150 Activeren oeverbescherming - 14 - 21 - 28 - 28 Totaal - 417 - 404 - 392 - 372 Rente riolering en afval Vanwege de notitie rente van de commissie BBV wordt de berekende rente naar de taakvelden Riolering en Afvalverwijdering teruggebracht naar 1,5%. In totaliteit dalen hierdoor de kosten van met ruim € 544.000. Omdat deze daling terugvloeit naar de burger in de vorm van een aanpassing van het tarief levert dit een nadeel op voor de meerjarenbegroting. Kapitaallasten Gierwal Omdat er is gekozen voor het aanbrengen van een betonverharding in plaats van het volledig herstraten van de elementverharding dient de investering geactiveerd te worden. Dit heeft als gevolg dat er in 2017 een besparing op het onderhoudsbudget plaatsvindt.
Hier staat tegenover dat hierdoor structurele kapitaallasten ontstaan. 60 Activeren oeverbescherming Met ingang van 1 januari 2017 zijn de BBV voorschriften gewijzigd. Was het tot 2017 mogelijk om investeringen met maatschappelijk nut in 1x af te schrijven moeten deze nu geactiveerd worden. Bij de beoordeling van de investeringen van oeverbeschermingen voor de jaren 2017 tot en met 2020 van jaarlijks € 300.000 is nog uitgegaan van de mogelijkheid om deze lasten ineens ten laste van de exploitatie en/of de voorziening riolering te bren gen. De investeringen worden voor 50% gedekt uit algemene middelen en voor 50% uit rioleringen. De besparing van € 150.000 op het onderdeel riolering vloeit door het tarief terug naar de burger. De begrotingspost van € 150.000 ten laste van algemene midde len komt te vervallen omdat de investering wordt geactiveerd. Deze activering heeft wel tot gevolg dat er structurele kapitaallasten ontstaan. Als gevolg van deze aanpassing dient er voor de jaren 2018, 2019 en 2020 jaarlijks een bedrag van € 300.000 beschikbaar gesteld te worden. 3.3.6. Bestedingsplan 2018-2021 Uw raad heeft bij de behandeling van de perspectiefnota kennisgenomen van het Bestedingsplan 201 8-2021. Ons college is verheugd te kunnen constateren dat de financiële situatie voor de planjaren dusdanig positief is dat het bestedingsplan kan worden gehandhaafd.
De incidentele en structurele lasten, die voortvloeien uit het bestedingsplan, zijn verwerkt in de programmabegroting. bedragen x € 1.000 Bestedingsplan Investering S / I Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Perspectiefnota 2018-2021 Steenwijkerl'ANDERS' voelen zich welkom Digitale toegang Mijn Overheid - S 56 56 56 56 Doorontwikkeling dienstverlening - S 91 87 87 87 Doorontwikkeling dienstverlening - I 88 86 - - Steenwijkerl'ANDERS' voelen zich thuis Invoering Omgevingswet - S 200 300 150 50 Optimalisatie formatie toezicht en handhaving op gebied van dienstverlening, brandveiligheid, bouw en gebiedscontrole - S 149 149 149 149 Jongerenparticipatie - I 25 25 - - Zwembaden toevoegen aan voorz. Maatschappelijk Vastgoed - S 270 270 270 270 Versterken bermen onveilige plattelandswegen 2018 404 S 28 28 28 27 Versterken bermen onveilige plattelandswegen 2019 404 S - 28 28 28 Versterken bermen onveilige plattelandswegen 2020 404 S - - 28 28 Versterken bermen onveilige plattelandswegen 2021 536 S - - - 38 Oeververbindingen 2018 - S 60 60 60 60 Oeververbindingen 2018 538 S 22 21 21 21 Oeververbindingen 2019 538 S - 22 21 21 Oeververbindingen 2020 538 S - - 22 21 Oeververbindingen 2021 538 S - - - 22 invest. en levensduur verlengende maatregelen wegen 2018 1.662 S 116 115 113 111 invest. en levensduur verlengende maatregelen wegen 2019 162 S - 11 11 11 invest.
en levensduur verlengende maatregelen wegen 2020 187 S - - 13 13 invest. en levensduur verlengende maatregelen wegen 2021 142 S - - - 10 Meerinkomsten kabels en leidingen - S - 19 - 19 - 19 - 19 Vervangingsplan openbare verlichting (armaturen) 2018 370 S 26 26 25 25 Vervangingsplan openbare verlichting (masten) 2018 237 S 11 11 11 10 61 bedragen x € 1.000 Bestedingsplan Investering S / I Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Vervangingsplan openbare verlichting (armaturen) 2019 403 S - 28 28 27 Vervangingsplan openbare verlichting (masten) 2019 202 S - 9 9 9 Vervangingsplan openbare verlichting (armaturen) 2020 233 S - - 16 16 Vervangingsplan openbare verlichting (masten) 2020 192 S - - 9 9 Vervangingsplan openbare verlichting (armaturen) 2021 261 S - - - 18 Vervangingsplan openbare verlichting (masten) 2021 164 S - - - 7 Vervangingsplan openbare verlichting (besparing onderhoud) - S - 9 - 13 - 17 - 19 Aanpak fietspaden 2018 S - 24 - 24 - 24 - 24 Aanpak fietspaden 2018 300 S 16 16 16 15 Aanpak fietspaden 2019 250 S - 13 13 13 Aanpak fietspaden 2020 800 S - - 43 42 Voorziening groot onderhoud wegen - I 1.500 - - - Opwaardering groen begraafplaatsen - I 45 - - - Wijkvisie Steenwijk-West 2018 - S 111 111 101 101 Wijkvisie Steenwijk-West 2018 150 S 11 10 10 10 Wijkvisie Steenwijk-West 2019 365 S - 26 25 25 Wijkvisie Steenwijk-West 2020 233 S - - 16 16 Revolving fund
duurzaamheid (4 jaar) - I 350 - - - Planuitwerking: verduurzamen gemeentelijk vastgoed - I 100 - - - Omgevingsdienst Ijsselland - S 77 101 73 46 Steenwijkerl'ANDERS' doen het samen Transitie naar één welzijnsorganisatie - I 500 500 500 - Planuitwerking: Cultuurvisie; kansen door verbinden - I 65 65 - - Schuldhulpverlening - S 160 160 160 160 Verhogen taalniveau 3F voor pedagogisch medewerkers - I 88 - - - Kwetsbare jongeren op het snijvlak van school en werk - S 75 75 75 75 Vechtscheidingen (BRAM) - S 40 40 40 40 Steenwijkerl'ANDERS zijn actief Nationaal park Weerribben-Wieden - S - 95 95 95 Groene en blauwe diensten - I 325 - - - Gebiedsgerichte aanpak Giethoorn 2018 450 S 24 24 23 23 Gebiedsgerichte aanpak Giethoorn 2019 670 S - 36 35 35 Gebiedsgerichte aanpak Giethoorn 2020 550 S - - 29 29 Gebiedsgerichte aanpak Giethoorn 2021 500 S - - - 27 Gebiedsgerichte aanpak Giethoorn - S 5 5 5 5 Gebiedsgerichte aanpak Giethoorn - I 200 50 - - Financiën en bedrijfsvoering Afbouw prestatiecontract - S - 250 500 500 Algemene verordening gegevensbescherming - S 48 48 48 48 Tijdelijk extra formatie technisch beheer en service desk - I 75 75 - - Rente inzet reserves (2%) - S 64 77 87 87 Totaal perspectiefnota 2018-2021 12.382 4.968 3.051 2.989 2.473 Dekking ten laste van begrotingssaldo Begrotingssaldo S 1.412 2.059 2.298 2.282 Totaal dekking ten laste van begrotingssaldo 1.412 2.059 2.298
2.282 Dekking Reserves Algemene reserve vrij besteedbaar I 3.198 640 500 - Totaal dekking reserves 3.198 640 500 - 62 bedragen x € 1.000 Bestedingsplan Investering S / I Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Dekking bedrijfsvoering Ten laste van de bedrijfsvoering S 358 352 191 191 Totaal dekking bedrijfsvoering 358 352 191 191 Totaal financiële dekking 4.968 3.051 2.989 2.473 Een aantal onderwerpen dient nog nader te worden uitgekristalliseerd waarbij incidenteel middelen zijn toegekend voor planuitwerking. Het betreft verduurzamen gemeentelijk vastgoed en planuitwerking in relatie cultuurvisie. Wij zullen aan uw r aad nog een voorstel pr esenteren, alvorens tot uitvoering over te gaan. Dit kan meerjarige financiële consequenties hebben waar nu nog geen rekening mee is gehouden. Uiteraard informeren wij u over de voortgang van de diverse projecten via tussentijdse bestuursrapportages. 3.4. Vervangingsinvesteringen In de Programmabegroting 2016-2019 zijn op basis van meerjarige plannen voor vervangingsinvesteringen voor de jaren 2017 en volgende de kapitaallasten van de geplande investeringen voor 2017, 2018 en 2019 gereserveerd. Wij verwijzen u naar bijlage 1 van deze begroting.
Het betreffen de vervangingsinvesteringen voor: Tractie ICT Begraafplaatsen Huishoudelijke dienst De meerjarige vervangingsinvesteringsplannen zijn voor de Programmabegroting 2018-2021 geactualiseerd. De kapitaallasten voortvloeiende uit de vervangingsinvesteringen voor 201 8 kunnen volledig worden gedekt uit de gereserveerde vrijvallende kapitaallasten. Voor 201 8 stellen wij voor de volgende kredieten beschikbaar te stellen: 63 bedragen x € 1.000 Kredieten 2018 Investering Bedrijfsmiddelen Tractie 160 ICT 455 Huishoudelijke dienst - Begraafplaatsen 55 Totaal beschikbaar te stellen krediet 670 3.5. Financiering Om investeringen te kunnen doen moet meestal worden geleend. De gemeente Steenwijkerland heeft in 2016 tot op heden geen langlopende geldlening aan hoeven trekken ter financiering van haar investeringen. Bij het aantrekken van financieringsmiddelen wordt op basis van de geldende rentetarieven op de geld - en kapitaalmarkt en de te verwachten liquiditeitsbehoefte een financieringsconstructie gekozen, die optimaal aansluit bij eerdergenoemde behoefte en in de pas loopt met de wettelijke voorschriften. 3.6. Reserves en voorzieningen In de Perspectiefnota 2018-2021 hebben wij aangegeven dat wij op 1 januari 2018 een vermogenspositie verwachten van € 42,7 mln. Thans wordt verwacht dat de vermogenspositie per 1 januari 201 8 € 46,2 mln. gaat bedragen.
Derhalve e en verbetering met € 3,5 mln. Deze positieve ontwikkeling is tot stand gekomen door het positieve resultaat uit de jaarrekening 2016. Het meerjarig verloop van de reserves en voorzieningen is opgenomen in bijlage 4. bedragen x € 1.000 Reserves en voorzieningen Realisatie Ultimo 2016 Begroting Ultimo 2017 Begroting Ultimo 2018 MJR Ultimo 2019 MJR Ultimo 2020 MJR Ultimo 2021 Reserves Saldo rekening 4.042 - 0 - 0 - 0 - 0 - 0 Algemene reserve 24.995 25.437 21.574 20.529 19.654 19.654 Algemene reserves grondexploitatie 3.500 3.500 4.207 4.715 6.106 7.426 Bestemmingsreserves onderwijs 818 445 445 445 445 445 Bestemmingsreserves overig 21.678 16.889 16.805 16.590 16.406 16.421 Totaal Reserves 55.032 46.271 43.030 42.279 42.610 43.946 Voorzieningen Voorzieningen 6.633 6.425 7.274 6.696 6.255 5.831 Totaal Voorzieningen 6.633 6.425 7.274 6.696 6.255 5.831 Totaal 61.666 52.696 50.304 48.974 48.865 49.776 3.6.1. Verloop algemene en bestemmingsreserves Het BBV onderscheidt de volgende reserves: a. algemene reserve(s) b. de bestemmingsreserves 64 In onderstaande toelichting wordt nader ingegaan op een aantal algemene en bestemmingsreserves.
Algemene reserves Algemene reserve vaste buffer In de nota Reserves en Voorzieningen 2011-2015 is vastgelegd dat de norm voor de Algemene reserve vaste buffer 10% van de som van de algemene uitkering uit het Gemeentefonds en de opbreng st onroerende-zaakbelastingen (OZB.) bedraagt. Ten einde zeer frequent toevoegingen en ont trekkingen aan genoemde reserve te voorkomen als gevolg van fluctuaties in de alge mene uitkering en de opbrengst OZB wordt een ondergrens en een bovengrens van 1% gehanteerd. Beneden de 9% moet de reserve worden gevoed en boven de 11% kan het meerdere voor incidentele doeleinden worden ingezet, met inachtneming van het gemeentelijk risicoprofiel. bedragen x € 1.000 Norm Algemene reserve vaste buffer Begroting 2018 Grondslag normbepaling Algemene uitkering uit gemeentefonds 43.602 Integratie-uitkering sociaal domein 24.149 Opbrengst Onroerende-zaakbelasting 7.001 Totaal Grondslag normbepaling 74.752 Afwijking t.o.v. norm Norm 10% 7.475 Algemene reserve vaste buffer per ultimo 2017 7.564 Afwijking t.o.v. norm (hoger) - 89 Uit het overzicht blijkt de stand van de algemene reserve ultimo 2017 iets boven de norm van 10% ligt. Algemene reserve grondbedrijf In hoofdstuk 4.8. wordt een overzicht gegeven van verloop van deze reserve. Voor de jaren 201 8 tot en met 20 21 worden winstnemingen verwacht van in totaal € 3,9 mln.
De stand van de reserve komt daarmee per 1 januari 2018 uit op € 3,5 miljoen en overtreft in ruime mate ( € 0,6 miljoen) de op basis van de risicoscan noodzakelijke hoogte van de reserve (€ 2,9 miljoen). Algemene reserve vrij besteedbaar De Algemene reserve vrij besteedbaar bedraagt per ultimo 2021 circa € 11,6 mln. Bedrijfsreserve Het saldo van de bedrijfsreserve bedraagt per 1-1-2018 het maximaal afgesproken bedrag van € 0,5 mln. Artikel 12 lid 1 van de in januari 2005 door de raad vastgestelde financiële verordening vermeldt dat het college ten minste een keer in de vier jaar een nota Reserves en Voorzieningen ter vaststelling aan de raad aanbiedt. De in 2012 door de raad vastgestelde nota Reserves en Voorzieningen dient dan ook te worden geactualiseerd. Eind 2017 zal naar verwachting een nieuwe, geactualiseerde nota aan de raad worden aangeboden. 65 Bestemmingsreserves Reserve Frictie samenvoeging IGSD/NWG. In de nog te behandelen Najaarsnota 2017 wordt een beroep gedaan tot een bedrag van € 157.500 op de reserve. Deze mutatie is niet verwerkt in de stand van deze reserve. Indien wel rekening wordt g ehouden met deze onttrekking bedraagt het resterende saldo € 536.000 - € 157.500 is € 378.500. Reserve Volkshuisvesting. Het saldo bedraagt per 1 januari 2018 € 9,7 mln.
Op 28 februari 2017 heeft u voor de komende jaren voor respectievelijk € 200.000, € 230.000 en € 200.000 uit deze reserve beschikbaar gesteld ten behoeve van de uitvoering van de integrale visie op de binnenstad. Eind 2020 bedraagt de reserve € 9,1 miljoen. 3.6.2. Verloop voorzieningen Voorzieningen worden onder meer gevormd wegens: a. verplichtingen en verliezen waarvan de omvang op de balansdatum onzeker is, doch redelijkerwijs is te schatten; b. op de balansdatum bestaande risico’s ter zake van bepaalde te verwachten verplichtingen of verliezen waarvan de omvang redelijkerwijs is te schatten; c. kosten die in een volgend begrotingsjaar worden gemaakt, mits het maken van die kosten zijn oorsprong mede vindt in het begrotingsjaar of in een voorafgaand begrotingsjaar en de voorziening strekt tot gelijkmatige verdeling van lasten over een aantal begrotingsjaren. Evenals bij de reserves treft u onderstaand ook een toelichting aan op de meest in het oog springende voorzieningen. Voorziening onderhoud wegen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Vanaf 2018 is een bedrag van € 1,5 miljoen gestort in deze voorziening.
Aan de hand van het jaarlijkse uitvoeringplannen openbare ruimte zal het meerjarig verloop van de voorziening in beeld worden gebracht. Deze uitvoeringsplannen worden ter kennisname aan de raad aangeboden. Voorziening Speeltoestellen De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. Voorziening Maatschappelijk vastgoed. De omvang van de voorziening is gebaseerd op een meerjarig onderhoudsplan met een looptijd van 10 jaar. Dit plan wordt jaarlijks herijkt en voor zover deze herijking invloed op de hoogte van de voorziening heeft wordt deze bij de samenstelling van de jaarrekening bijgesteld. 66 Voorziening Reiniging De exploitatiesaldi worden ten gunste of ten laste van de egalisatievoorziening reiniging gebracht. Er vindt in 2018 een onttrekking van € 102.000 aan de voorzie ning plaats. In paragraaf 4.1.8 Afvalstoffenheffing wordt een nadere toelichting gegeven. Voorziening Riolering (investeringen) In paragraaf 4.1.7 Rioolheffing wordt uitgebreid ingegaan op de ontwikkeling van de tarieven en de voorziening riolering. De voorziening riolering wordt gevormd uit vrijvallende kapitaallasten.
Het dekkingspercentage voor de heffing van de rioolrechten bedraagt 80,7%. Er vindt in 2018 een onttrekking plaats van € 228.000. Het saldo van de voorziening bedraagt ultimo 2021 € 945.000. Voorziening Riolering (exploitatie) Met uitzondering van de vrijvallende kapitaallasten worden de exploitatiesaldi ten laste of ten gunste van de egalisatievoorziening gebracht. Er vindt in 2017 geen onttrekking aan de egalisatievoorziening plaats. Zoals ook bij de voorziening riolering investeringen is opgemerkt wordt in paragraaf 4.1.7 Rioolheffing een nadere toelichting gegeven. Voorziening wachtgelden collegeleden De wachtgeldverplichtingen van voormalige bestuurders lopen tot en met 2019. Per 1 januari 2018 heeft de voorziening een omvang van € 471.000. De berekening is gebaseerd op de maximaal mogelijke omvang van de wachtgeldverplichting. Jaarlijks wordt de omvang van deze voorziening geactualiseerd, waarbij neveninkomsten en het aannemen van een nieuwe dienstbetrekking wordt meegewogen. Voorziening pensioen wethouders Op grond van de wet APPA (algemene pensioenwet politieke ambtsdragers) is de gemeente verplicht om een voorziening te treffen voor wethouders teneinde hen in staat te stellen h un pensioen over te dragen aan een pensioeninstelling. Indien dit gebeurt is een eenmalige afkoopsom benodigd.
Op dit moment is de gemeente voor de bestuurders die hieraan niet de voorkeur geven, na het bereiken van de pensioen -gerechtigde leeftijd, verplicht pensioen uit te betalen. Het gereserveerde bedrag gaat vervolgens over naar de voorziening te betalen pensioen voormalige bestuurders. Per 1 januari 2018 bedraagt het saldo € 1.808.000. Vanaf 2018 wordt jaarlijks € 120.000 toegevoegd aan deze voorzie ning. In 2018 gaat een bedrag van € 427.000 over naar de voorziening te betalen pensioen vanwege het bereiken van de pensioengerechtigde leeftijd van een voormalig bestuurder. Ook deze voorziening wordt ieder jaar bij de samenstelling van de jaarrekening geactualiseerd. Voorziening te betalen pensioen voormalige bestuurders Voor voormalig bestuurders, die vanaf 2015 pensioenrechten hebben, dient deze volledig uit een voorziening bekostigd te worden. Indien een voormalig bestuurder op enig moment recht h eeft op pensioen bestaat er geen mogelijkheid voor hem/haar om het pensioen over te dragen aan een pensioenfonds en wordt het gereserveerde bedrag in de vorige voorziening (voorziening pensioen wethouders ) overgeheveld naar deze voorziening teneinde de verplichtingen te kunnen voldoen. Elk jaar wordt de omvang van deze voorziening ook geactualiseerd. 67 4. Specifieke paragrafen 4.1. Lokale heffingen 4.1.1.
Inleiding De gemeente heeft voor het goed kunnen uitvoeren van haar taken geld nodig. Een groot deel van dit geld wordt ontvangen uit “Den Haag” door middel van de zogenaamde “Algemene Uitkering uit het Gemeentefonds”. Dit “Haagse” geld is echter onvoldoende om alle taken te kunnen uitvoeren. Daarom maakt de gemeente gebruik van haar bevoegdheid om i nkomsten te verkrijgen via burgers en bedrijven. Dit gebeurt met behulp van onder meer lokale belastingen en heffingen. In 2018 verwacht de gemeente Steenwijkerland in totaal een bedrag van bijna € 99,4 miljoen aan inkomsten te ontvangen (gemeentelijke bel astingen en heffingen en rijksuitkeringen). In onderstaan de grafiek is aangegeven welk deel uit “Den Haag” komt en welk deel uit “Steenwijkerland”. Zoals blijkt uit de grafiek vormen de lokale belastingen en heffingen zowel voor de gemeente als voor haar inwoners en ondernemers een serieuze aangelegenheid. In deze paragraaf wordt daarom stilgestaan bij de diverse aspecten die samengaan met dit onderwerp. Zo worden de uitgangspunten benoemd, die de gemeente hanteert bij het vaststellen van de tarieven . Ook wordt met behulp van tabellen de ontwikkeling getoond van de gemeentelijke belastingopbrengsten. Tenslotte wordt gekeken hoe “duur” Steenwijkerland is ten opzichte van omliggende en vergelijkbare gemeenten. 4.1.2.
Belastingen en heffingen Bij het verkrijgen van inkomsten van inwoners en ondernemers zijn gemeenten aan regels gebonden. Zo mogen gemeenten slechts een beperkt aantal belastingen heffen. Deze staan opgesomd in de Gemeentewet. Voor de tarieven geldt dat deze niet zijn gekoppeld aan de hoo gte van de kosten van de gemeentelijke dienstverlening. Ook in de besteding van de belastingopbrengsten is de gemeente vrij. Voorbeelden zijn de onroerende-zaakbelastingen (OZB), hondenbelasting en de toeristenbelasting. De gemeentelijke belastingen die in 2018 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: 18,8% 81,2% Lokale heffingen en rijksuitkeringen - Begroting 2018 Gemeentelijke belastingen en heffingen Rijksuitkeringen 68 - OZB - Hondenbelasting - Toeristenbelasting - Forensenbelasting Naast belastingen rekent de gemeente heffingen. Dit zijn kosten voor individuele dienstverlening aan burgers en ondernemers. Voor de tarieven van deze heffingen geldt dat de opbrengsten de kosten van de dienstverlening op begrotingsbasis niet mogen overschrijden. De gem eentelijke heffingen die in 2018 in de gemeente Steenwijkerland worden geheven zijn: - Rioolrechten - Afvalstoffenheffing - Begraafrechten - Overige rechten 4.1.3. Uitgangspunten De gemeente werkt voortdurend aan een goed leefklimaat voor haar inwoners, ondernemers en bezoekers. Dit vraagt de nodige inspanningen van de gemeente.
Inspanningen die veel geld kosten, getuige deze begroting. Welke bijdrage jaarlijks wordt gevraagd van de inwoners en ondernemers van Steenwijkerland bepaalt de gemeenteraad. Zij stelt namelijk de nieuwe tarieven vast voor de lokale belastingen en heffingen. De gemeenteraad heeft hierbij weliswaar een grote mate van vrijheid, maar is zich bewust dat een goed leefklimaat hand in hand gaat met een verantwoord belastingbeleid. Zo is in het collegeprogramma afgesproken, dat de tarieven van de gemeentelijke belastingen niet meer dan trendmatig worden verhoogd. 4.1.4. Overzicht belastingopbrengsten De totale opbrengst voor belastingen en heffingen in 2018 bedraagt 18,7 miljoen. Verwezen wordt naar onderstaande specificatie.
bedragen x € 1.000 Lokale belastingen en heffingen Rekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Belastingen Onroerende zaak belasting gebruikers 1.056 1.065 1.083 1.083 1.083 1.083 Onroerende zaak belasting eigenaren 5.726 5.800 5.918 5.918 5.918 5.918 Toeristenbelasting 496 472 472 472 472 472 Forensenbelasting 843 826 826 826 826 826 Hondenbelasting 189 197 200 200 200 200 Totaal Belastingen 8.310 8.359 8.499 8.499 8.499 8.499 Heffingen Rioolheffing 5.410 5.533 4.978 4.978 4.978 4.978 Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing 3.100 3.149 3.187 3.187 3.187 3.187 Marktgelden 22 18 18 18 18 18 Totaal Heffingen 8.533 8.700 8.184 8.184 8.184 8.184 69 bedragen x € 1.000 Lokale belastingen en heffingen Rekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Leges en rechten Secretarieleges burgerzaken 490 422 432 432 432 432 Begraafplaatsrechten 436 438 445 445 445 445 Overige leges en rechten 1.057 1.120 1.368 1.368 1.368 1.368 Totaal Leges en rechten 1.983 1.980 2.245 2.245 2.245 2.245 Kwijtscheldingen Kwijtscheldingen - 251 - 228 - 228 - 228 - 228 - 228 Totaal Kwijtscheldingen - 251 - 228 - 228 - 228 - 228 - 228 Totaal lokale belastingen en heffingen 18.574 18.811 18.700 18.700 18.700 18.700 In onderstaande cirkeldiagram is het aandeel van de belastingsoorten en verschillende heffingen in het totaal van de gemeentelijke belastingen in
beeld gebracht. 4.1.5. Lokale belastingdruk Alle gemeenten in Nederland maken gebruik van hun bevoegdheid om inkomsten te verkrijgen via burgers en bedrijven. Binnen de grenzen van de wet bepalen de afzonderlijke gemeenterad en daarbij zelf welke belastingen zij heffen. Ook ten aanzien van de verschillende belastingtarieven hebben zij een grote mate van vrijheid. Dit heeft tot gevolg dat er grote verschillen zijn in de bedragen die gemeenten in rekening brengen bij hun inwoner s en ondernemers. De gemeente Steenwijkerland voert een terughoudend beleid als het gaat om een meer dan trendmatige verhoging van de belastingtarieven. Voor de Afvalstoffenheffing en de Rioolrechten worden de wijzigingen in de kosten verhaald door de bet reffende tarieven dienovereenkomstig aan te passen.
Voor de gemeente Steenwijkerland is de ontwikkeling van de lokale belastingdruk als volgt: 37,0% 4,4% 2,5% 16,8% 26,3% 11,9% 1,2% Lokale heffingen - Begroting 2018 Onroerende zaakbelasting Forensenbelasting Toeristenbelasting Reinigingsrechten en afvalstoffenheffing Rioolheffing Leges en rechten Overig 70 Woonlasten eigenaar en gebruiker 2017 2018 Lasten- stijging (€) Lasten- stijging (%) Eigenaar en gebruiker Onroerende-zaakbelastingen (eigenarendeel) € 215,28 € 218,99 € 3,71 1,7% Afvalstoffenheffing € 165,06 € 167,23 € 2,17 1,3% Rioolrechten € 252,45 € 227,20 -€ 25,25 -10,0% Woonlasten eigenaar en gebruiker € 632,79 € 613,42 -€ 19,37 -3,2% Gebruiker Afvalstoffenheffing € 165,06 € 167,23 € 2,17 1,3% Rioolrechten € 109,71 € 98,74 -€ 10,97 -10,0% Woonlasten gebruiker € 274,77 € 265,97 -€ 8,80 -3,3% Bij de onroerende zaakbelastingen is uitgegaan van een WOZ waarde van € 195.000 (waardepeildatum 1 -1-2016). Geen rekening is gehouden met de effecten van de hertaxatie met waardepeildatum 1 -1-2017. Op basis van de COELO7 atlas is de gemeente Steenwijkerland op de ranglijst voor 2017 t.o.v. 2016 gestegen (2016: 149e plaats en 2017: 141e plaats). Ter vergelijking is een aantal omringende gemee nten in beeld gebracht voor 2017 en de plaats in de COELO atlas. Ook zijn de gemiddelde woonlasten van de provincie Overijssel en Nederland vermeld.
Woonlasten per gemeente Woonlasten meerpersoonshuishouden Positie Meppel € 597 20 Weststellingwerf € 687 101 Westerveld € 678 91 Steenwijkerland € 716 141 Noordoostpolder € 734 174 Staphorst € 745 190 Zwartewaterland € 865 361 Provincie Overijssel € 752 Nederland € 723 4.1.6. Onroerende-zaakbelastingen De wettelijke kaders van de onroerende-zaakbelastingen (OZB) zijn neergelegd in de artikelen 220 tot en met 220h van de Gemeentewet en de Wet waardering onroerende zaken (Wet WOZ). Voor binnen de gemeente gelegen onroerende zaken kunnen twee belastingen geheven worden: een eigenaren- en een gebruikersbelasting. De hoogte van de OZB is afhankelijk van de in het kader van de Wet WOZ aan de onroerende zaak toegekende wa arde. Het tarief is een percentage van deze waarde. Er kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor woningen en niet-woningen. Binnen deze groepen mag niet verder gedifferentieerd worden. Voor alle woningen en alle niet - woningen gelden dus dezelfd e tarieven. Hiernaast kunnen verschillende tarieven vastgesteld worden voor de eigenarenbelastingen en de gebruikersbelasting. De OZB worden bestempeld als objectieve en zakelijke belastingen. “Objectief” houdt in dat het object het uitgangspunt van de he ffing vormt en niet het subject (de persoon).
Het feit dat het object, de onroerende zaak, 7 De COELO atlas wordt door het Centrum voor Onderzoek van de Economie voor Lagere Overheden uitgegeven en berekent op basis van door de gemeenten aangeleverde informatie de lasten voor de burger. 71 binnen de gemeente is gelegen is bepalend, met de aard van de belastingplichtige wordt geen rekening gehouden. Met “zakelijk” wordt bedoeld dat de persoonlijke omstandigheden van de belastingplichtige geen invloed hebben op de hoogte van de belastingen. Op dit ogenblik wordt de laatste hand gelegd aan de hertaxatie van het WOZ bestand met waardepeildatum 1 januari 2017 . In de raadsvergadering van 1 9 december 201 7 worden nadere voorstellen gepresenteerd over de tarieven voor 2018. Uitgangspunt daarbij is een gelijkblijvende opbrengst. Een daling van de waarde van het totale woningbestand leidt dan tot een gelijke stijging van de tarieven en omgekeerd. 4.1.7. Rioolheffing Het Gemeentelijk Watertakenplan is in oktober 2015 vastgesteld. Dit is een gezamenlijk plan van de 6 gemeenten in de regio Reest en Wieden en het waterschap. In dit Gemeentelijk Watertakenplan is een tariefstijging vanaf 2017 vastgelegd van 1% cumulat ief tot en met 2021 en vanaf 2022 0,4% cumulatief tot en met 2024. Vanaf 2025 is geen tariefstijging meer voorzien. Deze stijging is exclusief inflatie. De inflatie bedraagt voor 2018 1,7%.
De voorschriften van het BBV (Besluit Begroting en Verantwoordin g) zijn rondom het bepalen van het rentepercentage aangescherpt. Conform de regels van het BBV heeft dit er bij onze gemeente toe geleid dat het rentepercentage is aangepast van 3% naar 1,5%. Dit leidt tot flink lagere lasten voor riolering. Daarom kunnen de tarieven in 2018 worden verlaagd. Voorgesteld wordt om de tarieven voor 2018 met 10% te laten dalen . Op basis hiervan daalt het tarief t.o.v. 2018 met € 25,25. Het tarief komt voor 2018 op € 227,20. Berekening kostendekkendheid riolering Begroting 2017 Begroting 2018 Lasten heffing Netto lasten Lasten, incl. (omslag)rente 5.231 4.777 Baten, excl. Heffingen - - Netto lasten 5.231 4.777 Toe te rekenen lasten Overhead 495 677 BTW *1) 803 716 Toe te rekenen lasten taakveld 1.298 1.393 Totale lasten heffing 6.529 6.170 Totale baten heffing 5.533 4.978 Dekkingspercentage heffing 84,7% 80,7% Tarief woning nominaal ( € ) € 252,45 € 227,20 Indexcijfer tariefontwikkeling (2014=100) 100,5% 90,4% *1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten Noot: Als referentietarief is uitgegaan van een eigen woning, dus de som van het eigenarendeel en het gebruikersdeel, zijnde € 251,26 in 2014. De kosten voor het taakveld riolering zijn voor 100% doorberekend in de rioolheffing.
Dit betreft onder meer kosten voor onderzoek, planvorming en onderhoud. De kosten voor het taakveld waterwegen zijn voor 59 ,6% doorberekend in de riolering. Dit betreft kosten voor het baggeren van watergangen, onderhoud en vervangen van 72 beschoeiingen en onderhoud van sloten. Het baggeren is noodzakelijk om de doorstroming van de watergangen te garanderen, daarnaast om ernstige vervuiling vanuit de riool overstorten en met regenwater mee gespoelde sediment te verwijderen. Het onderhoud en vervangen van oeverbeschermingen is noodzakelijk om de oevers op hun plaats te houden en om te voorkomen dat de watergang haar inrichting en bergend vermogen verliest . Het onderhouden van de sloten betre ft jaarlijkse onderhoudswerkzaamheden (door derden) om de berging en afvoer van sloten te garanderen en om de sloten op diepte te houden. In het vGRP 2009 -2015 was vastgelegd dat alle middelen inclusief investeringen ook voor deze periode werden vrijgegeven door de Raad. Door middel van het uitvoeringsplan, dat jaarlijks ter kennisname wordt gebracht van de Raad, werd de Raad op de hoogte ge houden van de voorgenomen uitgaven inclusief investeringen. Bij de vaststelling van het Gemeentelijk Watertakenplan is dit niet opnieuw vastgelegd.
Dit is de reden dat wi j de investeringen die voor 2018 op de planning staan bij de Programmabegroting 2018-2021 willen vastleggen door aan de raad voor te stellen een k rediet van in totaal € 7 40.000 beschikbaar ter stellen. Het krediet is bedoeld voor de volgende investeringen: Vervangen rioolgemalen € 400.000 Vervangen riolering € 340.000 Bij de bepaling van de tarieven voor de rioolrechten is rekening gehouden met de (kapitaal)lasten, die voortvloeien uit vorengenoemde investeringen. In het uitvoeringsplan Openbare Ruimte, dat in het eerste kwartaal 2018 ter kennisname wordt g ebracht van de Raad, worden de rioleringsprojecten verder toegelicht. De overhead is becijferd op 13%. Indien dit percentage zou worden doorberekend aan de riolering stijgen de lasten voor de overhead ten opzichte van de Programmabegroting 2016 -2019, jaarschijf 2018 met € 248.0 00. Wij kiezen er voor om deze gestegen lasten niet via een verhoging van het tarief in rekening te brengen bij onze inwoners . Het bedrag voor overhead, zoals opgenomen in de Programmabegroting 2016 -2019, jaarschijf 2018, is gehandhaafd. In tegenstelling tot voorgaande jaren is bij de berekening van het dekkingspercentage rekening gehouden met de compensabele BTW. Daardoor daalt het dekkingspercentage.
Egalisatievoorziening riolering investeringen De egalisatievoorziening riolering investeringen is gevo rmd uit de vrijvallende kapitaallasten. Binnen de voorziening mag worden gespaard voor vervangingsinvesteringen. Bij de samenstelling van de jaarrekening worden vrijvallende kapitaallasten gestort in de voorziening. De hoogte van de stand van de voorzienin g achten wij gerechtvaardigd om de volgende redenen: - De rentelasten zijn nu gebaseerd op een rentepercentage van 1,5%, een stijging met 0,25% betekent circa € 90.000 aan hogere lasten; - Gemeenten staan aan de vooravond van de uitvoering van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Uit een nog uit te voeren stresstest voor hitte, droogte en intensieve neerslag zal blijken of nieuwe investeringen nodig zijn.
73 bedragen x € 1.000 Voorziening riolering (investeringen) Begroting 2017 Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Stand per 1 januari 1.234 1.715 1.488 1.281 991 Toevoeging 482 - - - - Onttrekking - - 228 - 207 - 290 - 221 Stand per 31 december, exclusief watertakenplan 1.715 1.488 1.281 991 769 Invloed watertakenplan, tariefsverhoging 1% 50 100 150 Stand per 31 december 1.715 1.488 1.331 1.091 919 Egalisatievoorziening riolering exploitatie In de nota Reserves en Voorzieningen 2011 -2015 is ten aanzien van de omvang van de egalisatievoorziening bepaald dat een negatieve ondergrens van 5% en een positieve bovengrens van 10% van de inkomsten moet worden gehanteerd v.w.b. de omvang van de voorzie ning. Bovendien mag de voorziening maximaal 3 jaar negatief staan. De ondergrens bedraagt 5% van € 4.978.000 en is € 249 .000, terwi jl de bovengrens 10% is dan € 498 .000 bedraagt. De stand van de voorziening beweegt zich boven de bovengrens. Dit vinden wij gerechtvaardigd om de volgende redenen: - De rentelasten zijn nu gebaseerd op een rentepercentage van 1,5%, een stijging met 0,25% betekent circa € 90.000 aan hogere lasten; - Gemeenten staan aan de vooravond van de uitvoering van het Deltaprogramma Ruimtelijke Adaptatie. Uit een nog uit te voeren stresstest voor hitte, droogte en intensieve neerslag zal blijken of nieuwe investeringen nodig zijn.
bedragen x € 1.000 Voorziening riolering (exploitatie) Begroting 2017 Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Stand per 1 januari 863 526 526 526 526 Toevoeging - - - - - Onttrekking - 337 - - - - Stand per 31 december 526 526 526 526 526 4.1.8. Afvalstoffenheffing Ontwikkeling baten en lasten 2018 Voor 2018 zijn de uitgaven met het inflatiepercentage van 1,7% verhoogd. Hiervan is afgeweken voor zover de ROVA bij de gemeente andere tarieven in rekening brengt. Berekening kostendekkendheid afval Begroting 2017 Begroting 2018 Lasten heffing Netto lasten Lasten, incl. (omslag)rente 4.109 4.118 Baten, excl. Heffingen - 1.086 - 1.017 Netto lasten 3.023 3.101 Toe te rekenen lasten Overhead 165 558 BTW *1) 787 777 74 Toe te rekenen lasten taakveld 952 1.335 Totale lasten heffing 3.975 4.436 Totale baten heffing 3.139 3.177 Dekkingspercentage heffing 79,0% 71,6% Tarief woning nominaal ( € ) € 165,06 € 167,23 Indexcijfer tariefontwikkeling (2014=100) 91,8% 93,0% *1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten Noot: Als referentietarief is uitgegaan van de vaste kosten en de gemiddelde variabele kosten per aansluiting zijnde € 179,90 in 2014. Zoals uit de tabel ka n worden afgeleid, vindt in 2018 een stijging van de gemiddelde inkomsten per aansluiting plaats van € 165,06 naar € 167,23 (1,3 %).
Dit wordt veroorzaakt door een stijging van het vaste tarief met € 2,17. Deze stijging is lager dan de stijging met het inflatiepercentage. Vanaf 2018 zijn alle bezuinigingstaakstelling binnen afval (oorspronkelijk € 383.000) ingevuld. De overhead is becijferd op 13%. Indien dit percentage zou worden doorberekend aan afval stijgen de lasten voor overhead ten opzichte van de Programmabegroting 2016 -2019, jaarschijf 2018 met € 380.000. Wij kiezen er voor om deze gestegen lasten niet via een verhoging van het tarief in rekening te brengen bij onze inwoners. Het bedrag voor overhead, zoals opgenomen in de Programmabegroting 2016-2019, jaarschijf 2018, is gehandhaafd. In tegenstelling tot voorgaande jaren is bij de berekening van het dekkingspercentage rekening gehouden met de compensabele BTW. Daardoor daalt het dekkingspercentage. Ontwikkeling egalisatievoorziening Reiniging In de nota Reserves en Voorzieningen 2011-2015 staat vermeld dat de egalisatievoorziening Reiniging een negatieve ondergrens en een positieve bovengrens kent van respectievelijk 5% en 10% van de jaarlijkse inkomsten en bovendien maximaal 3 jaar negatief mag staan. De on dergrens bedraagt 5% van € 3.177.000 en is € 159 .000, terwijl de bovengrens 10% is dan € 318.000 bedraagt. Dit betekent dat wij ons meerjarig net boven de bovengrens bewegen.
Gezien het feit dat er ontwikkelingen zijn rondom de vergoeding voor plastic afval en metalen waar de vergoeding sterk onder druk staat achten wij dit aanvaardbaar. bedragen x € 1.000 Egalisatievoorziening reiniging Begroting 2017 Begroting 2018 MJR 2019 MJR 2020 MJR 2021 Stand per 1 januari 1.171 1.121 1.019 874 657 Toevoeging - - - - - Onttrekking - 50 - 102 - 145 - 217 - 285 Stand per 31 december 1.121 1.019 874 657 373 4.1.9. Lijkbezorging Ten opzichte van de Programmabegroting 2017-2020 is het dekkingspercentage gestegen met 1,5%, en is nu 60,1%. De overhead is becijferd op 13%. De berekening van dit percentage wordt toegelicht in hoofdstuk 2.11. 75 Berekening kostendekkendheid begraafplaatsen en crematoria Begroting 2017 Begroting 2018 Lasten heffing Netto lasten Lasten, incl. (omslag)rente 660 656 Baten, excl. Heffingen - - Netto lasten 660 656 Toe te rekenen lasten Overhead 86 85 BTW *1) - - Toe te rekenen lasten taakveld 86 85 Totale lasten heffing 746 741 Totale baten heffing 437 445 Dekkingspercentage heffing 58,6% 60,1% *1) De BTW zoals opgenomen in de tabel betreft (via BCF compensabele) BTW over gemaakte kosten 4.1.10.
Kwijtschelding gemeentelijke belastingen De gemeente Steenwijkerland verleent voor 100% kwijtschelding aan de burger voor de volgende belastingsoorten: - afvalstoffenheffing (voor de vaste component en voor het aanbieden van maximaal 13 zakken a € 1,16) - rioolrechten - onroerende-zaakbelasting Honorering van een kwijtscheldingsverzoek is met name afhankelijk van het inkomen, het vermogen en de uitgaven van de aanvrager. De aanvragen worden beoordeeld op basis van de door het Rijk vastgestelde normen en richtlijnen (Uitvoeringsregeling Invorderingswet 1990). De budgetten voor kwijtschelding zijn verdisconteerd in de tarieven van de betreffende belastingsoorte n. In vergelijking met 2017 verwachten wij een stabiel aantal (geheel of gedeeltelijk) toe te wijzen kwijtscheldingsverzoeken. Dit is gebaseerd op de tot op heden gehonoreerde verzoeken (stand per 1 september 2017) en de verwachting voor het restant van dit jaar. bedragen x € 1.000 Kwijtscheldingsverzoeken Rekening 2015 Rekening 2016 Begroting 2017 Begroting 2018 MJR 2019 Bedrag - 225 - 251 - 228 - 228 - 228 Aantal (deels) gehonoreerde verzoeken 924 990 900 900 900 Jaarlijks wordt een steekproef gehouden onder de groep huishoudens die elk jaar automatisch kwijtschelding ontvangen.
Criterium daarbij is dat als iemand gedurende 2 achtereenvolgende jaren kwijtschelding heeft ontvangen, hij/zij geen aanvraag meer hoeft in te dienen. 76 4.2. Weerstandsvermogen en risicobeheersing 4.2.1. Algemeen Op basis van een goede en betrouwbare risicocontrol kan tot een juiste analyse, beoordeling en beheersing van de risico’s worden gekomen. Daarbij is het van belang dat het optreden van risico’s op de uitvoering van het bestaande beleid en de bestaande voorzieningen geen invloed heeft. De risico’s moeten onlosmakelijk deel uitmaken van de beleidsprocessen. Hoewel in de afgelopen jaren reeds de nodige aandacht is besteed aan risicocon trol moeten wij constateren dat het bewust denken in risico’s als onderdeel van de beleidsprocessen nog verder moeten worden ontwikkeld. In het vervolg van dit hoofdstuk wordt hierop nader ingegaan. De paragraaf weerstandsvermogen geeft aan hoe robuust de begroting is. Dit is van belang wanneer er zich een financiële tegenvaller voordoet. Door aandacht voor het weerstandsvermogen kan worden voorkomen dat elke financiële tegenvaller dwingt tot bezuinigen. De paragraaf betreffende het weerstandsvermogen beva t ten minste: a. een inventarisatie van de weerstandscapaciteit; b. een inventarisatie van de risico’s; c. het beleid omtrent de weerstandscapaciteit en de risico’s. 4.2.2.
Inventarisatie weerstandscapaciteit De weerstandscapaciteit bestaat uit de middelen en mogelijkheden waarover de gemeente de beschikking heeft, c.q. kan beschikken om onverwachte tegenvallers op te vangen mochten deze zich voordoen. De totale weerstandscapaciteit van de gemeente Steenwijke rland – aan zowel de vermogenskant als de exploitatie – bestaat uit drie elementen: 1. Algemene reserve 2. Onroerende-zaakbelasting (OZB) 3. Onvoorzien. Algemene reserve In de nota “Reserves en voorzieningen 2011-2015” is aangegeven dat de Algemene reserve vaste buffer uitsluitend kan worden ingezet voor uitzonderlijke situaties (soort ijzeren voorraad voor het opvangen van calamiteiten). De omvang van deze reserve bedraagt eind 2017 € 7,6 miljoen. Onroerende-zaakbelasting (OZB) De onbenutte belastingcapaciteit wordt gerelateerd aan de norm die het Rijk hanteert voor toelating tot artikel 12 van de Financiële Verhoudingswet (FVW). Indien het normtarief van het Rijk hoger is als het door de gemeente Steenwijkerland gehanteerde gem iddelde tarief is er sprake van onbenutte belastingcapaciteit. Het Rijk heeft het normtarief in de meicirculaire 2017 voor toelating tot artikel 12 van de FVW vastgesteld op 0,1952% van de WOZ waarde. Voor de WOZ waarde is als peildatum 1 januari 2016 geha nteerd.
Voor 2018 bedraagt de onbenutte belastingcapaciteit afgerond € 4,2 miljoen en is als volgt gespecificeerd. 77 bedragen x € 1.000 Onbenutte belastingcapaciteit Begroting 2018 WOZ waarden WOZ waarde woningen 3.966.000 WOZ waarde niet-woningen eigenaar 957.000 WOZ waarde niet-woningen gebruiker 831.000 Totaal WOZ waarden 5.754.000 Percentage art. 12 Financiële Verhoudingswet 0,1952% Maximale opbrengst volgens art. 12 Fvw 11.232 Totale opbrengst 7.001 Onbenutte belastingcapaciteit 4.231 Onvoorzien In het kader van het financieel toezicht van de provincie Overijssel dient de begroting een overzicht van de geraamde algemene dekkingsmiddelen te be vatten, waarin een geraamd bedrag voor onvoorzien. In het verleden kende de gemeente een dergelijke post. Zo was in de P rogrammabegroting 2012-2015 voor onvoorziene uitgaven structureel € 45.000 (€ 1,00 per inwoner) geraamd. Bij de bezuinigingsbesprekingen is genoemd budget geschrapt , omdat deze post nauwelijks werd gebruikt en de gemeente voldoende andere mogelijkheden kent om financiële tegenvallers op te vangen.
De totale weerstandscapaciteit per inwoner bedraagt: bedragen x € 1.000 Weerstandscapaciteit Begroting 2017 Begroting 2018 Weerstandscapaciteit vermogen Algemene reserve vaste buffer 7.475 7.564 Weerstandscapaciteit exploitatie Onbenutte belastingcapaciteit 3.891 4.231 Totaal weerstandscapaciteit 11.366 11.795 Aantal inwoners 43.330 43.445 Weerstandscapaciteit per inwoner 262 271 4.2.3. Inventarisatie risico’s In dit hoofdstuk worden de risico’s vermeld die tot het moment van het aanbieden van de programmabegroting bekend zijn. In dit verband wordt onder risico verstaan “alle voorzienbare risico’s, waarvoor geen voorzieningen zijn gevormd of die niet tot afwaardering van activa hebben geleid en die niet van materiële betekenis kunnen zijn in relatie tot het balanstotaal of de financiële positie”. De risicokans is uitgedrukt in klassen. Aan deze klassen is een rekenpercentage per risico gekoppeld. Vervolgens is een indeling gemaakt van de mogelijke financiële gevolgen.
78 Rekenpercentage Laag Ruim Hoog 10-25% 25-50% 50-75% Rekenpercentage per risico 20% 40% 60% bedragen x € 1.000 Risicoprofiel Laag Ruim Hoog 10-25% 25-50% 50-75% Omvang risico: < € 200.000 Minimabeleid 110 Participatiewet (re-integratie en WSW) pm Totaal omvang risico: < € 200.000 110 - - Omvang risico: > € 200.000 - < € 500.000 Achterstallig onderhoud openbare ruimte 250 WMO pm Jeugdzorg pm Rentestijging 236 BTW-compensatiefonds pm Invoering vennootschapsbelasting pm Totaal omvang risico: > € 200.000 - < € 500.000 486 - - Omvang risico: > € 500.000 Participatiewet (rijksbijdrage) 1.280 Participatiewet (uitkeringen) 1.027 Investeringsprojecten ruimtelijk domein 2.500 Ontwikkeling algemene uitkering uit het gemeentefonds pm Rioolheffing 2.500 Omgevingswet pm Totaal omvang risico: > € 500.000 2.500 4.807 - Totaal omvang risico 3.096 4.807 - bedragen x € 1.000 Risicoprofiel Laag Ruim Hoog 10-25% 25-50% 50-75% Omvang risico Omvang risico: < € 200.000 110 - - Omvang risico: > € 200.000 - < € 500.000 486 - - Omvang risico: > € 500.000 2.500 4.807 - Totaal omvang risico 3.096 4.807 - Rekenpercentage 20% 40% 60% Omvang risico x rekenpercentage Omvang risico: < € 200.000 22 - - Omvang risico: > € 200.000 - < € 500.000 97 - - Omvang risico: > € 500.000 500 1.923 - Totaal omvang risico x rekenpercentage 619 1.923 - Toelichting.
Voor een adequate risicobeheersing gaat het niet alleen om het treffen van financiële buffers om te zorgen voor voldoende weerstandscapaciteit. Het is ook zaak om niet -financiële maatregen te treffen om de kans van optreden van geïdentificeerde risico’s te beperken. 79 Wij hebben hieraan invulling gegeven door in de onderstaande overzichten naast een omschrijving van het risico ook aandacht te besteden aan de impact van het risico en de te treffen beheersmaatregelen. Risico: Invoering vennootschapsbelasting Omschrijving risico Met ingang van 1 januari 2016 geldt voor de gemeente een vennootschapsbelastingplicht. Een inventarisatie is gemaakt van de activiteiten die hieronder vallen. De activiteiten van de gemeente zullen continu gemonitord moeten worden op de fiscale consequenties om fouten te voorkomen, de juiste beslissingen te nemen en alleen terecht deze belasting te betalen. Het is daarom zaak feiten en omstandigheden op de juiste wijze te presenteren en alert te zijn op (wijzigi ngen in) bijvoorbeeld het gemeentelijk vastgoedbeleid. Dit geldt tevens voor activiteiten, zoals detachering van personeel, werkzaamheden voor derden en samenwerkingsovereenkomsten. Impact De invoering vergt een flinke investering voor de gemeente door de extra (structurele) werkzaamheden, benodigde inhuur van externe adviseurs en opleidingen van personeel.