CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 VRIJ - Programmabegroting 2026 - concept

Raadsvergadering 1 april 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken8.899 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Concept 2 Inhoudsopgave Documentgegevens ................................ ................................ ................................ .............. 4 Inleiding ................................ ................................ ................................ ................................ . 5 Samen veiligheid versterken ................................ ................................ .............................. 5 Strategische beleidsagenda Veiligheidsregio IJsselland ................................ ..................... 5 De programmabegroting ................................ ................................ ................................ .... 5 Extra rijksgelden (BDuR) voor risico- en crisisbeheersing en informatievoorziening ........... 5 Onzekerheden................................ ................................ ................................ .................... 5 Opbouw van de begroting ................................ ................................ ................................ .. 6 Uitgangspunten ................................ ................................ ................................ .................. 6 Samenvatting ................................ ................................ ................................ ..................... 6 Begroting 2025 ................................ ................................

................................ ...................... 8 Programma veiligheid ................................ ................................ ................................ ............ 9 Brandweerzorg ................................ ................................ ................................ ................... 9 Risico- en crisisbeheersing................................ ................................ ............................... 11 Ondersteuning................................ ................................ ................................ .................. 14 Verplichte paragrafen ................................ ................................ ................................ .......... 15 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ................................ ................................ ....... 15 Bedrijfsvoering ................................ ................................ ................................ ................. 17 Financiering ................................ ................................ ................................ ..................... 19 Verbonden partijen ................................ ................................ ................................ ........... 21 Financiële paragrafen ................................ ................................ ................................ ..........

24 Taakstelling begroting 2026 ................................ ................................ ............................. 24 Het overzicht van baten en lasten en de toelichting ................................ .......................... 26 Gemeentelijke bijdrage (algemene dekkingsmiddelen)................................ ..................... 28 Rijksbijdrage (algemene dekkingsmiddelen) ................................ ................................ .... 28 Overige bijdragen ................................ ................................ ................................ ............. 28 Nieuw beleid ................................ ................................ ................................ .................... 29 Meerjarenperspectief................................ ................................ ................................ ........ 29 Jaarlijks terugkerende arbeidskosten ................................ ................................ ............... 29 Vervangingsinvesteringen ................................ ................................ ................................ 29 Reserves en voorzieningen ................................ ................................ .............................. 29 Bijlagen ................................ ................................ ................................ ...............................

30 Gemeentelijke bijdrage 2026 ................................ ................................ ............................ 30 Investeringen 2026 ................................ ................................ ................................ ........... 30 3 Overzicht baten en lasten ................................ ................................ ................................ . 31 Specificatie kosten overhead ................................ ................................ ............................ 31 Geprognotiseerde balans ................................ ................................ ................................ . 31 EMU-saldo ................................ ................................ ................................ ....................... 32 4 Documentgegevens Deze begroting is vastgesteld door het algemeen bestuur van Veiligheidsregio IJsselland op 9 juli 2025. De heer P.H. Snijders De heer A.H. Schreuders Voorzitter Veiligheidsregio IJsselland Secretaris Veiligheidsregio IJsselland 5 Inleiding Samen veiligheid versterken Veiligheidsregio IJsselland blijft in 2026 continu klaarstaan met kennis, mensen en middelen om de kerntaken goed uit te voeren: het versterken van veiligheid, beperken van risico’s waar het kan en bestrijden van incidenten wanneer dat moet.

De veiligheidsregio investeert daarvoor in vakmanschap van medewerkers, in verbinding met onze partners en in een sterke interne binding met ons vak en onze collega’s. Strategische beleidsagenda Veiligheidsregio IJsselland Vanuit de Strategische beleidsagenda 2023-2026 beschrijven we met welke ontwikkelingen we in 2026 aan de slag gaan. Deze activiteiten sluiten aan op de ontwikkelingen en trends in onze omgeving, die invloed hebben op het werk dat we doen. Dat werk doen we altijd met in het achterhoofd onze kernwaarden: vertrouwen, verbinding en vakmanschap. En met als doel samen (met gemeenten en partners) de veiligheid in IJsselland te versterken. De programmabegroting U leest de Programmabegroting 2026 van Veiligheidsregio IJsselland. Vanuit de Strategische beleidsagenda 2023-2026 beschrijven we met welke ontwikkelingen we in 2026 aan de slag gaan. Op basis van de beleidsmatige en financiële kaders die door het algemeen bestuur op 12 februari 2025 zijn vastgesteld, is de begroting uitgewerkt. Via de bestuursrapportages wordt er gerapporteerd over de voortgang. Extra rijksgelden (BDuR) voor risico- en crisisbeheersing en informatievoorziening Sinds 2023 ontvangen de veiligheidsregio’s structureel extra BDuR-gelden die beschikbaar zijn gesteld ten behoeve van de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening.

Deze middelen worden besteed in overeenstemming met de landelijk vastgestelde richtlijnen. Een belangrijke voorwaarde is dat de extra rijksbijdrage geen effect mag hebben op de hoogte van de gemeentelijke bijdragen. Daarnaast geldt dat een eventueel overschot op deze middelen niet mag worden teruggestort naar de deelnemende gemeenten, maar binnen de gestelde kaders moeten worden aangewend voor de beoogde doeleinden. Onzekerheden De meerjarenbegroting vormt een goede basis voor de continuïteit van de organisatie. Daarbij blijven we voor nieuw beleid het principe hanteren: ‘nieuw voor oud’. In 2026 voorzien we een aantal financiële uitdagingen. Eén van de uitdagingen is dat het kabinet van plan is om een bezuiniging van 10% door te voeren op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Voor Veiligheidsregio IJsselland zou dat een korting van 897.135 euro betekenen. Er vinden op landelijk niveau nog gesprekken plaats over deze korting en de consequenties daarvan. Het kabinet beslist hierover in de Voorjaarsnota. Deze is pas in april 2025 te verwachten. Dat is na de besluitvorming over deze programmabegroting in het dagelijks bestuur. Ook gemeenten hebben te maken met een incidentele korting op het gemeentefonds, terwijl de kosten blijven stijgen. Daarom heeft een aantal van de aangesloten gemeenten de veiligheidsregio verzocht om te onderzoeken of ombuigingen mogelijk zijn.

Het Veiligheidsberaad heeft bij de Tweede Kamer juist om extra middelen gevraagd voor de versterking van natuurbrandbestrijding, PTSS en het behoud van de vrijwillige brandweer in ons land. 6 Opbouw van de begroting De begroting is zodanig opgebouwd dat elke lezer (raadslid, medewerker, bestuurder en inwoner) op een snelle en overzichtelijke manier over de informatie kan beschikken die hij/ zij nodig heeft. De begroting is ook op hoofdlijnen uitgewerkt in de digitale samenvatting (begroting in een oogopslag). Vanuit de begroting in een oogopslag kan op elk onderdeel worden geklikt om in het document zelf de benodigde achtergrondinformatie te raadplegen. Zo ontstaat er balans tussen de wettelijk verplichte opbouw van de begroting en de leesbaarheid en herkenbaarheid voor iedere doelgroep waarvoor de begroting bedoeld is. Uitgangspunten De begroting is opgesteld op basis van een aantal uitgangspunten. We presenteren een sluitende begroting, waarbij we anticiperen op de verlaging van de BDuR-gelden en omgaan met de bijbehorende onzekerheden. De kaderbrief 2026 vormt daarbij de leidraad. Daarnaast hanteren we het principe ‘nieuw voor oud’. Tegelijkertijd vermijden we ingrijpende maatregelen in de operatie, zoals het sluiten van brandweerposten.

Samenvatting Veiligheidsregio IJsselland blijft in 2026 inzetbaar met kennis, mensen en middelen om veiligheid te versterken, risico’s te beperken en incidenten te bestrijden. Er wordt geïnvesteerd in vakmanschap, samenwerking en flexibiliteit om in te spelen op nieuwe ontwikkelingen. Echter, 2026 brengt grote financiële uitdagingen door een korting van 10% op de BDuR-uitkering, voor Veiligheidsregio IJsselland gaat dat om circa 900.000 euro. Dit betekent dat we in 2026 kiezen voor een lagere indexatie en het uitstellen van vacatures en investeringen in het materieel. Daarnaast wordt een deel van de beschikbare extra BDuR- gelden voor informatievoorziening en crisisbeheersing bevroren. Deze maatregelen zullen invloed hebben op de taken van de veiligheidsregio en zou onder andere kunnen leiden tot vertragingen in projecten en de extra taken in het kader van het verhogen van de maatschappelijke weerbaarheid komen in de knel.

7

8 Begroting 2025 Om een vergelijking te kunnen maken met het voorgaande jaar, is hieronder de begroting in één oogopslag van 2025 weergegeven. 9 Programma veiligheid Brandweerzorg We houden brandweerposten operationeel en paraat. Van daaruit leveren we 24 uur per dag, zeven dagen per week brandweerzorg met opgeleide en geoefende mensen (vrijwillig en beroeps) en adequaat materieel en materiaal. Wat willen we bereiken? • Beperking van letsel bij mens en dier en schade bij brand. • Beperking van letsel bij mens en dier en schade bij ongevallen anders dan brand (bij ongevallen op de weg, het spoor, het water en bij bedrijven). • Een snelle en adequate brandweerzorg die past binnen het wettelijk normenstelsel. Wat gaan we daarvoor doen? We bereiden ons voor op het bestrijden van branden en op hulpverlening bij ongevallen anders dan brand. Dit doen we door het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma, dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Meer dan wat er aankomende jaren regionaal te verwachten is, speelt er landelijk een viertal ontwikkelingen, die effect hebben op de IJssellandse brandweerorganisatie. Dit betreft: 1. de implementatie van de gevolgen van EU-regelgeving op het verplichtend karakter bij vrijwilligers; 2. de herziening van het onderwijsstelsel voor brandweer en crisisbeheersing; 3.

de landelijke aandacht voor de toename van natuurbrandrisico’s op het gebied van beheersing en bestrijding; 4. de uitwerking van het landelijk dekkingsplan met bijbehorende slagkracht van de brandweer. De effecten zijn verschillend van aard en omvang. De implementatie van EU-regelgeving betreft de aanstellingsvorm van vrijwilligers, die gekazerneerd of geconsigneerd zijn. De herziening van het onderwijsstelsel leidt er onder andere toe dat beter wordt aangesloten op het regulier onderwijs. De landelijke aanpak van natuurbrandrisico’s en het dekkingsplan zal eisen stellen aan de operationele sterkte van de brandweerorganisatie, die verder gaan dan de dekking van het regionaal risico. Deze ontwikkelingen hebben ook een kosteneffect. Vanuit het Veiligheidsberaad ligt er landelijk een claim van structureel 35 miljoen euro vanwege de EU-regelgeving, waarvan circa 800.000 voor IJsselland. Voor versterking van de natuurbrandbestrijding is landelijk structureel vijf miljoen euro gevraagd. 10 Prestatie-indicatoren • Inzet van de brandweer vindt plaats conform het vastgestelde dekkingsplan. • Het opleidings-, trainings- en oefenprogramma voor de brandweer is actueel en uitgevoerd. • Brandweermaterieel en materiaal wordt aangeschaft en onderhouden volgens de investeringsplanning en het onderhoudsplan.

• De alarmeringsregelingen, werkprocessen en multidisciplinaire informatievoorziening van brandweer en crisisbeheersing in de meldkamer zijn in orde. Wat gaat dat kosten? meerjarenramingen x € 1.000,-- Brandweerzorg Begroting 2026 2027 2028 2029 Exploitatielasten 36.128.330 35.665 36.165 36.165 Exploitatiebaten -341.715 -342 -342 -342 Geraamde saldo baten en lasten 35.786.615 35.324 35.824 35.824 Onttrekking reserves -463.401 0 0 0 Storting reserves 0 0 0 0 Geraamd resultaat 35.323.215 35.324 35.824 35.824

11 Risico- en crisisbeheersing In de Landelijke Agenda Crisisbeheersing is de koers op het gebied van risico- en crisisbeheersing uitgezet voor de komende zes jaar (2024-2029). Met deze agenda zetten we in op het realiseren van langjarige gezamenlijke ambities van het Rijk, de veiligheidsregio’s en openbare lichamen in Caribisch Nederland. Ambities waar deze partijen zoveel mogelijk in samenwerking met vele partners en de samenleving de komende jaren aan willen werken. De ambities zijn in deze agenda langs drie pijlers geformuleerd: 1. Versterken voorbereiding en paraatheid (inclusief voorbereiding op crisiscommunicatie). 2. Versterken van een weerbare samenleving (inclusief risicocommunicatie). 3. Bevorderen van kwaliteit en professionaliteit. Deze landelijke agenda is vertaald naar een landelijk meerjarenplan voor risico- en crisisbeheersing en heeft een doorvertaling plaatsgevonden naar de regio in het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’. De drie genoemde pijlers hebben hierin een plek gekregen. De financiering vindt plaats vanuit de BDuR-gelden. De focuspunten hierin zijn de onderdelen: 1. Risico’s in beeld 2. Risicoreductie 3. Voorbereiden incidenten 4.

Weerbaarheid en veerkracht Wat willen we bereiken? Uiteindelijk willen we bereiken dat we samen met partners zowel regionaal als bovenregionaal risico’s zo vroeg mogelijk in beeld hebben en waar mogelijk beperken, en dat we voorbereid zijn en paraat staan indien een crisis ontstaat. Dit betekent concreet dat we: • Een goede informatiepositie hebben over risico’s die onze regio (kunnen) raken. • Werken vanuit een gezamenlijke prioritering van risico’s. • Coördineren, bevorderen en richting geven aan een succesvolle leercultuur, kennisontwikkeling en innovatie. • Bestuur, partners, bedrijven en inwoners adviseren over mogelijkheden om risico’s te beheersen. • Flexibele crisisteams realiseren die ook inzetbaar zijn bij andersoortige incidenten en/of langdurige crises. • Effectief samenwerken met netwerkpartners tijdens crises, doordat de aansluiting tussen crisisorganisaties goed is georganiseerd. • In tijden van crises - samen met maatschappelijke partners - de samenleving bereiken, informeren en activeren. • Gerichte aandacht hebben voor de voorbereiding op nafase en herstel. Wat gaan we daarvoor doen? We bereiden ons voor op onzekere tijden, rekening houdend met verschillende scenario’s. Dit gebeurt vanuit het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ en past binnen de reeds ingezette lijn vanuit onze beleidsagenda en het risicogericht werken.

Binnen de geprioriteerde thema’s staat uitval van onze vitale infrastructuur en dreigingen digitale infrastructuur als rode draad centraal. Het gaat erom hoe we als samenleving weerbaarder en veerkrachtiger worden tegen datgene wat op ons afkomt. Dat is een taak van ons allemaal. Door ons te richten op de effecten (bijvoorbeeld overbelasting van de zorg) kunnen we ons effectief voorbereiden, ongeacht de oorzaak (een cyberaanval, een oorlog in de Baltische staten of een overstroomde eerste hulp). 12 Op het niveau van de vijf veiligheidsregio’s in Oost-Nederland (Oost-5) zetten we de intensieve samenwerking voort. Hierbij kan worden gedacht aan het continueren van een gezamenlijke planvorming, gezamenlijk ontwikkelen van trainings- en oefenprogramma’s en het uitwisselen van piketfunctionarissen. In opdracht van de gemeenten coördineren wij, in het kader van de crisisbeheersing, het proces van Bevolkingszorg en de GHOR. Zowel Bevolkingszorg als de GHOR ontwikkelen daardoor mee op het gebied van risicogericht werken en het versterken van de informatievoorziening. De processen van Bevolkingszorg worden aangepast op basis van het landelijke uniform kwaliteitsniveau, landelijke projecten en nieuwe wetgeving. De GHOR blijft zorgen voor een goede aansluiting op de netwerkpartners binnen de zorg, een vertaling van de ontwikkelingen naar de regio en het eventueel aanpassen van processen.

De DPG, en daarmee het GHOR-bureau als uitvoerende organisatie, zorgt voor de afstemming tussen de zorg, publieke veiligheid en publieke gezondheid. Deze taak is op te splitsen in drie rollen, namelijk: 1. toezien op en rapporteren aan het bestuur van de Veiligheidsregio over de mate van voorbereiding van de zorg op crisisomstandigheden, met als doel om de ketencontinuïteit van zorg te waarborgen; 2. zorgen voor afstemming tussen de sectoren zorg, publieke veiligheid en publieke gezondheid, zowel in crisisomstandigheden als daarbuiten, en zorgen voor operationele sturing op de geneeskundige hulpverlening via de GHOR-crisisfuncties; 3. adviseren over (zorg)risico’s en over operationele voorbereiding in zowel in de koude, lauwe als warme fase. Prestatie-indicatoren • Uitvoering geven aan prestatie-indicatoren voortkomend uit de landelijke agenda crisisbeheersing. • Een werkend proces in relatie tot risicogericht werken, waar aandacht is voor de drie pijlers uit de landelijke agenda crisisbeheersing. • Een actieplan dat gericht is op het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. • Crisisteams en crisisexperts worden ingezet bij alle acute crises, en op verzoek van een burgemeester of voorzitter veiligheidsregio bij niet-acute crisissituaties of incidenten in de gemeenten.

• Het opleidings-, trainings- en oefenprogramma voor de crisisfunctionarissen, de Bevolkingszorg-functionarissen en de GHOR-functionarissen is actueel, uitgevoerd en in lijn met de gezamenlijke visie op leren en ontwikkelen. • Inzet van de crisisorganisatie bij rampen, crises en andere incidenten wordt in alle gevallen geëvalueerd conform het evaluatiebeleid, met name om te leren van crisis. Risicobeheersing • Alle aanvragen van provincie en gemeenten om een advies van de veiligheidsregio worden beoordeeld (betreft onder andere evenementen, ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen). Afhankelijk van het ingeschatte risico wordt de aanvraag wel of niet inhoudelijk behandeld. Advisering is gebaseerd op een multidisciplinaire analyse van de voorliggende vraag. • In ieder advies op een omgevingsvergunning is een paragraaf ‘risicogerichtheid’ opgenomen. In deze paragraaf staat een advies, aanvullend op de wettelijke regels, gericht op het verder beperken van onveilige situaties. • Er wordt toezicht gehouden op de meest risicovolle bedrijven in de regio (de Seveso- inrichtingen), dit betekent dat we minimaal 1 keer per jaar een controle uitvoeren bij deze bedrijven, in samenwerking met de Omgevingsdienst en de Nederlandse Arbeidsinspectie. 13 GHOR • Partners in de zorgsector melden incidenten met (mogelijke) keteneffecten bij de operationele GHOR-organisatie.

• Wij hebben regionaal zicht op de mate waarin onze adviezen worden overgenomen, en wat de afweging was als dit niet gebeurde. • Bij alle risico’s in het regionaal (zorg-)risicoprofiel hebben wij informatiebronnen ontsloten. Bevolkingszorg • Uitvoering geven aan de landelijke kwaliteitseisen bevolkingszorg. • Processen in relatie tot nafase en herstel zijn geactualiseerd en geïmplementeerd. • Bevolkingszorg is een partner in de uitwerking van de pijler ‘weerbare samenleving’. Wat gaat dat kosten? meerjarenramingen x € 1.000,-- Risico- en crisisbeheersing Begroting 2026 2027 2028 2029 Exploitatielasten 7.520.561 7.403 7.703 7.703 Exploitatiebaten -185.258 -185 -185 -185 Geraamde saldo baten en lasten 7.335.303 7.217 7.517 7.517 Onttrekking reserves -118.266 0 0 0 Storting reserves 0 0 0 0 Geraamd resultaat 7.217.037 7.217 7.517 7.517

14 Ondersteuning Onder kosten voor ondersteuning vallen de kosten voor: • Bestuur & Organisatie (€ 3,17 miljoen euro) • Informatievoorziening (€ 2,19 miljoen euro) Wat willen we bereiken en wat gaan we daarvoor doen? • We bouwen verder aan de versterking van de samenwerking tussen gemeenteraden en GR-en vanuit de bestaande kopgroep. Dit doen we op drie thema’s: verbeteren van de P&C-cyclus, inzetten van een digitaal platform en het organiseren van twee bijeenkomsten voor gemeenteraden per jaar. • We bereiden ons voor op de herziening van de Wet Veiligheidsregio’s. Naar verwachting wordt de gehele herziening in 2026 aangeboden aan de Tweede Kamer. • We gaan het bestaande informatieknooppunt steeds breder inzetten zodat het naast crisisbeheersing ook gebruikt kan worden voor de brandweer en bedrijfsvoering. • In 2025 is een programmaplan IV 2025 – 2030 opgesteld. In 2026 wordt daar uitvoering aan gegeven. In dit programmaplan zijn een aantal projecten opgenomen om de informatievoorziening te versterken. Het gaat dan om thema’s als informatiebeveiliging, architectuur, archivering, digitalisering. • De toenemende cyberdreigingen vereisen verdere aanscherping van de informatiebeveiliging. We gaan doorgroeien naar minimaal BIO-niveau 4. We houden er rekening mee dat we op termijn ook moeten voldoen aan de Europese regelgeving (NIS2). We kiezen daarbij een risicogerichte strategie.

Daarnaast gaan we ons aansluiten op de landelijke SOC/CERT-voorziening voor veiligheidsregio’s. Hiervoor reserveren we middelen uit de aanvullende BDuR-gelden. Zeer waarschijnlijk wordt de gehele veiligheidsregio, of verschillende processen daarbinnen, aangewezen als vitale sector door de rijksoverheid. Dit zal ook eisen stellen aan de informatiebeveiliging. Wat gaat dat kosten? Jaar 2026 Baten Lasten Saldo Directie 0 578.174 578.174 Bestuur & Organisatie 0 582.646 582.646 Communicatie 0 776.745 776.745 Informatievoorziening 0 1.410.338 1.410.338 Managers 0 1.595.262 1.595.262 Managementondersteuning 0 412.160 412.160 0 5.355.323 5.355.323

15 Verplichte paragrafen Weerstandsvermogen en risicobeheersing Veiligheidsregio IJsselland richt zich primair op het beheersen van veiligheidsrisico’s voor burgers. Dit vormt de kern van haar bestaansrecht. Naast deze operationele risico’s heeft de organisatie echter ook te maken met risico’s op het gebied van bedrijfsvoering, zoals ICT, HR, juridische kwesties, kwaliteitsbewaking en fraudepreventie. Een effectief en gestructureerd risicomanagement is essentieel om zowel de operationele als de organisatorische continuïteit te waarborgen. Om op een verantwoorde wijze besluiten te nemen en risico’s bewust te beheersen, heeft Veiligheidsregio IJsselland haar risicomanagementbeleid geactualiseerd. Dit beleid richt zich op het systematisch identificeren, analyseren en beheersen van risico’s, met als doel een balans te vinden tussen risicobeheersing en financiële weerbaarheid. De organisatie streeft hierbij een risicomijdend profiel na, waarbij risico’s zoveel mogelijk worden beperkt of afgedekt door beheersmaatregelen. Een belangrijk onderdeel van dit beleid is het bepalen van het weerstandsvermogen.

Dit wordt gevormd door de relatie tussen de beschikbare weerstandscapaciteit—de middelen en reserves die de veiligheidsregio kan aanspreken bij onvoorziene kosten—en de benodigde weerstandscapaciteit, die voortkomt uit een inventarisatie van de financiële impact van geïdentificeerde risico’s. Risicoprofiel Begin 2024 is het risicoprofiel van Veiligheidsregio IJsselland opnieuw vastgesteld. In dit proces zijn de risico’s geïnventariseerd die een bedreiging kunnen vormen voor de continuïteit van de organisatie en de uitvoering van haar taken. De geïdentificeerde risico’s zijn geanalyseerd op basis van hun aard, kans van optreden en de potentiële financiële impact. Hierbij zijn de risico’s afkomstig uit verschillende teams binnen de organisatie en omvatten zowel operationele als strategische risico’s. Het risicoprofiel van Veiligheidsregio IJsselland wordt beheerst door een risicomijdend beleid, waarbij risico’s zoveel mogelijk worden beperkt of afgedekt door verzekeringen, beheersmaatregelen en structurele monitoring. Niettemin zijn er risico’s die inherent zijn aan de aard van de organisatie en haar dienstverlening. Deze risico’s worden systematisch in kaart gebracht en beoordeeld.

Bij de inventarisatie is gebruikgemaakt van een geïntegreerde risicoanalyse, waarbij onder andere de volgende aspecten zijn onderzocht: • Operationele risico’s – Bijvoorbeeld risico’s met betrekking tot crisisbeheersing, incidentmanagement en de inzet van middelen en personeel. • Financiële risico’s – Onvoorziene kosten als gevolg van bijvoorbeeld budgetoverschrijdingen, juridische claims of economische ontwikkelingen. • Technologische en ICT-risico’s – Cyberdreigingen, systeemuitval en afhankelijkheid van externe leveranciers. • Juridische en compliance-risico’s – Wijzigingen in wet- en regelgeving of juridische geschillen die financiële of reputatieschade kunnen veroorzaken. • HR-gerelateerde risico’s – Tekorten aan gekwalificeerd personeel, langdurig verzuim en de impact van vergrijzing op de organisatie De resultaten van deze risicoanalyse worden periodiek geëvalueerd en opgenomen in de paragraaf Weerstandsvermogen en Risicobeheersing van de begroting en het jaarverslag. In deze paragraaf worden ook de financiële kengetallen vermeld die een indicatie geven van de financiële positie van de organisatie, waaronder de netto schuldquote, de solvabiliteitsratio en de structurele exploitatieruimte. 16 Om risico’s effectief te kunnen beheersen, wordt het risicoprofiel continu gemonitord en geactualiseerd.

Belangrijke wijzigingen of nieuwe risico’s worden gerapporteerd in de bestuursrapportages en meegenomen in de reguliere planning- en controlcyclus. Dit zorgt ervoor dat Veiligheidsregio IJsselland tijdig kan anticiperen op veranderende omstandigheden en risico’s op een verantwoorde wijze kan blijven beheersen. In het volgende overzicht worden de tien risico’s gepresenteerd die de grootste impact hebben op de benodigde weerstandscapaciteit en daarmee op de financiële stabiliteit van de organisatie. Nr. Risico S/I* Financiële impact Kans Risicobedrag (impact x kans) Interne risico's 1 Taakdifferentiatie S € 1.250.000 40% € 500.000 2 Cyberveiligheid/digitalisering waarbij een aanval impact heeft op de continuïteit van de organisatie S € 1.000.000 25% € 250.000 3 Strategisch Vastgoedbeleid I € 500.000 15% € 75.000 4 Krapte op de arbeidsmarkt en een tekort aan gekwalificeerd, deskundig en ervaren personeel S € 300.000 20% € 60.000 5 Aansprakelijkheidsrisico met betrekking tot risico's die niet verzekerd zijn en de VRIJ zelf draagt.

I € 200.000 20% € 40.000 Externe risico's 6 Wijzigingen in beleid of financiering van de Rijksoverheid dan wel het Veiligheidsberaad S € 750.000 35% € 262.500 7 Grootschalige/langdurige inzet I € 750.000 20% € 150.000 8 Veranderingen in wet- en regelgeving zonder financiële dekking (duurzaamheid, privacy, Woo etc.) S € 250.000 35% € 87.500 9 Klimaatverandering/extreem weer S € 200.000 25% € 50.000 10 Inflatie hoger dan de jaarlijkse index I € 200.000 10% € 20.000 Totaal € 1.495.000 Weerstandsvermogen Op basis van alle risico’s met bijbehorende inschatting is een analyse gemaakt van het benodigde weerstandsvermogen voor Veiligheidsregio IJsselland. Hiervoor is de simulatiemethodiek Monte-Carlo gebruikt. In de eerste plaats heeft dit geleid tot uitspraken over de mate van zekerheid dat het beschikbare weerstandsvermogen voldoende is om de risico’s op te vangen. Daarnaast geeft deze analyse antwoord op de vraag welke risico’s het meest bepalend zijn in de bepaling van de aan te houden risicovoorziening. Het terugdringen van deze risico’s heeft het grootste effect. 17 Veiligheidsregio IJsselland heeft op dit moment een beschikbaar weerstandsvermogen (algemene reserve) van één miljoen euro.

Het algemeen bestuur heeft in het voorjaar van 2024 besloten om vooralsnog met de huidige beschikbare algemene reserve/ weerstandscapaciteit van één miljoen euro te laten volstaan in plaats van de berekende 1,495 miljoen euro. De eventuele aanpassing van de hoogte van de aan te houden algemene reserve/ weerstandscapaciteit is aan de orde als uit de praktijk blijkt dat dit noodzakelijk is. Bedrijfsvoering Veiligheidsregio IJsselland werkt, in lijn met de landelijk vastgestelde thema’s voor bedrijfsvoering, aan de verdere ontwikkeling van een toekomstbestendige organisatie. De focus ligt op de volgende speerpunten: toekomstbestendig werkgeverschap, PTSS en gezondheidsmonitoring, duurzame inzetbaarheid, diversiteit, leiderschapsontwikkeling, duurzaamheid en vitale processen. Door hier actief op in te zetten, versterken we de organisatie en zorgen we voor een veilige en gezonde werkomgeving voor onze medewerkers. Gebouwenbeheer In 2024 is het normenkader en de blauwdruk voor de huisvesting van de kazernes vastgesteld door het algemeen bestuur. Aansluitend is gestart met het maken van een foto van het huidige kazernebestand. Dit moet inzicht geven in de staat van het onderhoud en wat daarin nodig is naar de toekomst toe. Aan de hand hiervan wordt er een planning gemaakt waarbij er ook gekeken wordt naar de financiële effecten.

Besluitvorming hierover wordt in 2025 verwacht, dan wordt ook duidelijk wat de gevolgen daarvan zijn voor 2026 en verder. De gemeenten zijn eigenaar van de gebouwen, die in gebruik zijn door de veiligheidsregio. In 2026 wordt er antwoord gegeven op de onderzoeksvraag of dit eigenaarschap het beste bij de gemeenten kan blijven, of dat overdracht aan de veiligheidsregio tot een beter beheer van het vastgoed leidt. Duurzaamheid Maatschappelijk liggen er stevige opgaven op het gebied van duurzaamheid. De klimaatverandering brengt nieuwe risico’s met zich mee als gevolg van toenemende extreme weersomstandigheden (langdurige droogte, extreme regenval etc). Als veiligheidsregio willen wij het goede voorbeeld geven door onze processen te verduurzamen. Op die manier willen we een bijdrage leveren aan het zoveel mogelijk beperken van de nadelige effecten van klimaatverandering. Hiertoe investeren we in het verder reduceren van onze CO2-uitstoot op basis van de huidige footprint. Dit raakt de hele organisatie, waarbij bedrijfsvoering een aanjagende rol heeft vanwege de raakvlakken met alle processen.

18 Wat gaat dat kosten? meerjarenramingen x € 1.000,-- Overhead Begroting 2026 2027 2028 2029 Bedrijfsvoering 9.485.249 9.485 9.585 9.585 Ondersteuning 5.355.323 5.355 5.421 5.421 Overige lasten 0 0 0 0 Heffing voor de vennootschapsbelasting 0 0 0 0 Exploitatielasten 14.840.572 14.841 15.007 15.007 Bedrijfsvoering -3.260.186 -3.260 -3.260 -3.260 Ondersteuning 0 0 0 0 Overige lasten 0 0 0 0 Heffing voor de vennootschapsbelasting 0 0 0 0 Exploitatiebaten -3.260.186 -3.260 -3.260 -3.260 Geraamde saldo baten en lasten 11.580.386 11.580 11.746 11.746 Onttrekking reserves 0 0 0 0 Storting reserves 0 0 0 0 Geraamd resultaat 11.580.386 11.580 11.746 11.746 Verplichte beleidsindicatoren Wij zijn vanaf 2018 verplicht om de beleidsindicatoren in onderstaand tabel in de begroting op te nemen. De indicatoren in onderstaand tabel is bij ministeriële regeling vastgesteld. De bedoeling hiervan is dat er (bij behoefte) transparanter kan worden gebenchmarkt. Het is niet zo dat er per definitie ‘actief’ iets met de cijfers gedaan wordt. Taakveld Naam Eenheid Indicator 0. bestuur en ondersteuning Formatie FTE per 1.000 inwoners 0,54 0. bestuur en ondersteuning Bezetting FTE per 1.000 inwoners Bij jaarrekening 0. bestuur en ondersteuning Apparaatskosten Kosten per inwoner € 51,92 0. bestuur en ondersteuning Externe inhuur Kosten als % totale loonsom + totale kosten inhuur externen 2% 0.

bestuur en ondersteuning Overhead % van de totale lasten 20% 19 Financiering Inleiding De kaders voor financiering zijn gebaseerd op de Wet financiering decentrale overheden (Wet Fido) en de daaruit voortvloeiende uitvoeringsregelingen. Het eigen treasurybeleid van Veiligheidsregio IJsselland is vastgelegd in het treasurystatuut. In de Wet Fido is bepaald dat een financieringsparagraaf in de begroting wordt opgenomen. Ook is vastgelegd welke informatie de financieringsparagraaf dient te bevatten. Dit zijn: • Kasgeldlimiet; • Renterisiconorm; • Liquiditeitsplanning en de financieringsbehoefte; • Rentevisie; • Rentekosten en renteopbrengsten verbonden aan de financieringsfunctie. Berekening kasgeldlimiet en bepaling financieringspositie 2026 De kasgeldlimiet voor gemeenschappelijke regelingen bedraagt 8,2%. Het gaat bij de kasgeldlimiet om het beperken van renterisico’s op de korte schuld (korter dan een jaar). Korte schuld is bedoeld voor het financieren van lopende uitgaven. Daarom wordt de kasgeldlimiet gekoppeld aan het begrotingstotaal, dat wil zeggen de totale lasten van de begroting inclusief tegelijkertijd met de begroting vastgestelde begrotingswijzigingen. In de praktijk is dat de begroting zoals die naar de toezichthouder wordt gezonden.

Als, naar het oordeel van de toezichthouder, de begroting doelbewust is opgeblazen, dan kan de toezichthouder maatregelen nemen om het totaal te corrigeren. De kasgeldlimiet voor Veiligheidsregio IJsselland bedraagt 8,2% van 58,6 miljoen euro = 4,81 miljoen euro. Tot aan deze limiet kan kort (looptijd < 1 jaar) worden geleend. Renterisiconorm Door berekening van de renterisiconorm verkrijgen wij inzicht in de omvang van de schuld waarover in enig jaar renterisico’s worden gelopen. De renterisiconorm is gebaseerd op het begrotingstotaal en schrijft voor hoeveel maximaal geleend (herfinanciering) mag worden voor een periode langer dan een jaar. De renterisiconorm bedraagt 20% van het begrotingstotaal. Voor 2026 is de verwachting dat er geen langlopende leningen worden afgesloten. In onderstaand overzicht wordt de renterisiconorm voor de Veiligheidsregio IJsselland voor 2026 weergegeven: Model B 2026 (bedragen x € 1.000) 1. Renteherzieningen/ herfinanciering - 2. Aflossingen 267 3. Renterisico (1+2) 267 4. Renterisiconorm 11.720 5a. Ruimte onder renterisiconorm (4>3) 11.453 5b. Overschrijding renterisiconorm (3>4) - 4a. Begrotingstotaal 58.600 4b. Percentage regeling 20% 4. Renterisiconorm 11.720 20 Liquiditeitsplanning en financieringsbehoefte De liquiditeitspositie wordt maandelijks opgemaakt. Op basis hiervan wordt de samenstelling van de financiering bepaald.

Met betrekking tot de lasten wordt de liquiditeitspositie bepaald door de uitgaven ten behoeve van de exploitatie en de investeringen. De exploitatie uitgaven zijn min of meer gelijkmatig over het jaar verdeeld. Maar door de toename van materieel en kapitaalgoederen en de tijdelijke overname van een deel van de jonge brandweerkazernes en -posten heeft Veiligheidsregio IJsselland een financieringsbehoefte. Dit leidt tot omvangrijke uitgaande kasstromen waardoor het aantrekken van leningen noodzakelijk was en is. Uit het overzicht blijkt dat we per einde 2026 beschikken over een overschot aan financieringsmiddelen van circa €2.223. Voor de vervangingsinvesteringen die in 2027 en de daaropvolgende jaren uitgevoerd zullen worden is aanvullende financiering noodzakelijk om dit te kunnen financieren. Renterevisie In de begroting 2026 zijn wij uitgegaan van de werkelijke rente op de langlopende leningen. Over de reserves en voorzieningen is geen rente berekend. Per saldo is het renteresultaat op het taakveld treasury voor 2026 vastgesteld op 492.914 euro. In onderstaande tabel is het renteschema voor 2026 opgenomen.

Bepaling financieringsbehoefte 2026: Boekwaarde investeringen 37.323.000€ Reserves en voorzieningen 4.632.531€ Langlopende leningen 30.466.666€ 35.099.197€ Overschot aan financieringsmiddelen -2.223.803€ a De externe rentelasten over de korte en lange financiering 492.914€ b De externe rentebaten (idem) -/- -€ Saldo rentelasten en rentebaten 492.914€ c1 De rente die aan de facilitaire grondexploitaties (kostenverhaal) moet worden doorberekend -/- -€ c2 De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend -/- -€ c3 De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend +/+ -€ Aan taakvelden toe te rekenen externe rente -€ d1 Rente over eigen vermogen +/+ -€ d2 Rente over voorzieningen +/+ -€ Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente -€ e De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag) -/- -€ f Renteresultaat op het taakveld Treasury 492.914€ 21 Verbonden partijen Met het inzetten van verbonden partijen kunnen we bijdragen aan het realiseren van de doelstellingen van Veiligheidsregio IJsselland. Het deelnemen in een verbonden partij kan ook risico’s met zich meebrengen.

Dit laatste is een belangrijke reden geweest om in het Besluit begroting en verantwoording (BBV) de verplichting op te nemen om de bijdrage/ het risico van verbonden partijen te melden in een afzonderlijke paragraaf van zowel de begroting als de jaarstukken. Een verbonden partij is een publiekrechtelijke of privaatrechtelijke organisatie waarin we zowel een bestuurlijk als een risicodragend financieel belang hebben. Een bestuurlijk belang is in deze context zeggenschap in de vorm van vertegenwoordiging in het bestuur of het hebben van stemrecht. Een risicodragend financieel belang wil zeggen dat we verlies kunnen lijden bij een eventueel faillissement van de verbonden partij en/of aansprakelijk kunnen worden gehouden voor een bepaald bedrag als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. De Commissie BBV beveelt aan om, vanwege het maatschappelijke of algemene belang en de mogelijke risico’s, ook organisaties op te nemen in de paragraaf verbonden partijen indien: • formeel juridisch geen sprake is van een verbonden partij door het ontbreken van een financieel belang, zoals gedefinieerd in het BBV, maar • er wel sprake is van een structurele bekostiging in overwegende mate van (de activiteiten van) een organisatie via één of meer geldstromen (begrotingsfinanciering, subsidie en overeenkomst van opdracht) én een bestuurlijke belang.

Hieronder zijn vier partijen genoemd, die gezien kunnen worden als verbonden partijen van Veiligheidsregio IJsselland. Gezamenlijke meldkamerfunctie van Brandweer/Multidisciplinaire Samenwerking Doelstelling Gezamenlijke uitvoering van de wettelijke meldkamerfunctie en –taken voor de brandweer, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening door de 5 veiligheidsregio’s in Oost Nederland. De gezamenlijke meldkamerfunctie van Brandweer/Multi (MKBM), een zelfstandig onderdeel van de MKON in Apeldoorn, valt onder de verantwoordelijkheid van de vijf veiligheidsregio’s in Oost-Nederland. Zoals de Wet veiligheidsregio’s aangeeft hebben deze regio’s in 2023 hun afspraken over de meldkamersamenwerking vastgelegd in een bestuurlijk convenant. Bestuurlijk en financieel belang De besturen van de vijf veiligheidsregio’s worden voor het beheer van de MKBM vertegenwoordigd door een bestuursraad, samengesteld uit de portefeuillehouders meldkamer. In het convenant is afgesproken welke onderwerpen in de bestuursraad aan de orde komen en welke worden voorgelegd aan de besturen van de afzonderlijke veiligheidsregio’s voor besluitvorming. De kosten van het takenpakket volgens de eigen begroting MKBM worden gezamenlijk door de partijen gedragen op basis van de verdeelsleutel, die is vastgesteld door de besturen van de veiligheidsregio’s.

Deze verdeelsleutel ondergaat geen jaarlijkse wijziging. 22 Risico Geen bijzondere risico's. Financiële gevolgen voor de deelnemende veiligheidsregio’s waarvoor niet reeds afspraken over de bekostiging gemaakt zijn, worden via het directieberaad en de bestuursraad aangeboden aan de besturen van de deelnemende veiligheidsregio’s. Stichting Brandweeropleidingen Gelderland Overijssel (Stichting BOGO) Doelstelling Het ontwikkelen en verzorgen van opleidingen, oefeningen en trainingen van brandweermedewerkers in opdracht van zes veiligheidsregio’s, onder andere Veiligheidsregio IJsselland, op niet commerciële/ marktgerichte basis. Stichting BOGO is gevestigd in Hattem. Bestuurlijk en financieel belang Veiligheidsregio IJsselland heeft een bestuurlijk belang in Stichting BOGO. Er is sprake van zeggenschap en stemrecht door de vertegenwoordiging in het bestuur. De directeur veiligheidsregio/ commandant brandweer heeft zitting in het bestuur van de BOGO. Hij is benoemd op voordracht van het bestuur van Veiligheidsregio IJsselland. Formeel heeft de veiligheidsregio geen financieel belang, zoals gedefinieerd in het BBV, in de Stichting BOGO. Veiligheidsregio IJsselland doet namelijk alleen betalingen aan de stichting voor afgesproken tegenprestaties. Formeel juridisch is Stichting BOGO daardoor voor de veiligheidsregio geen verbonden partij.

Maar wat dit betreft volgen wij de aanbeveling van de Commissie BBV, genoemd in de inleiding, op en blijven wij Stichting BOGO opnemen in de paragraaf Verbonden partijen. Risico Als veiligheidsregio nemen we van de BOGO-opleidingen af op basis van instroom en doorontwikkeling van beroepsbrandweerlieden/ brandweervrijwilligers. Sinds enkele jaren factureert en ontvangt de BOGO de hele bedragen voorafgaand aan de opleidingen. Mocht de BOGO in financiële problemen komen dan kunnen de vooruitbetalingen voor de veiligheidsregio wel een risico opleveren als de afgesproken opleidingen niet of beperkt doorgaan en terugbetaling aan de veiligheidsregio niet mogelijk is. Het risico is klein omdat de Stichting BOGO een gedegen financieel beheer voert, vertegenwoordigers van de veiligheidsregio’s en drie gemeenten het bestuur vormen en omdat de zes veiligheidsregio’s geen andere financiële banden met de BOGO hebben dan alleen die van opdrachtgevers. Werkgevers Vereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) Doelstelling De landelijke Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) heeft tot doel het namens de veiligheidsregio’s, als gezamenlijke werkgeversorganisatie, voeren van onderhandelingen en sluiten van collectieve arbeidsovereenkomsten en arbeidsvoorwaardenovereenkomsten met werknemersorganisaties ten behoeve van het personeel van de veiligheidsregio’s.

Bestuurlijk en financieel belang Veiligheidsregio IJsselland heeft een bestuurlijk belang in de WVSV. Volgens de statuten van de vereniging is de voorzitter van het algemeen bestuur van Veiligheidsregio IJsselland afgevaardigde naar de algemene vergadering van de WVSV. Een lid van het algemeen bestuur (de waarnemend voorzitter) is plaatsvervangend lid van die algemene vergadering. 23 De kosten van de vereniging worden gedekt uit de contributiegelden. Voor het lidmaatschap is de veiligheidsregio per verenigingsjaar een contributie verschuldigd, waarvan de hoogte elk jaar door de algemene vergadering wordt vastgesteld. De contributie vormt geen risicodragend financieel belang in de zin van het BBV. De veiligheidsregio’s kunnen ook niet aansprakelijk worden gehouden voor een bepaald bedrag als de WVSV haar verplichtingen niet nakomt. De WVSV is daarmee geen verbonden partij, zoals omschreven in het BBV. Risico Geen bijzondere risico's. Nederlands Instituut Publieke Veiligheid (NIPV) Doelstelling Het Nederlands Instituut Publieke Veiligheid is ingesteld door de Wet veiligheidsregio’s en heeft wettelijke taken op het gebied van de brandweerzorg, de rampenbestrijding, de crisisbeheersing en de geneeskundige hulpverlening. Daarnaast voert het NIPV werkzaamheden uit in opdracht van en voor een of meer veiligheidsregio’s.

Bestuurlijk en financieel belang Het NIPV heeft een algemeen bestuur, dat bestaat uit de voorzitters van de veiligheidsregio’s gezamenlijk. Daarmee heeft Veiligheidsregio IJsselland een bestuurlijk belang in het NIPV. De bijdrage van Veiligheidsregio IJsselland voor collectieve en individuele dienstverlening van het NIPV bedraagt circa 1,8 miljoen euro per jaar. Formeel heeft de veiligheidsregio geen financieel belang, zoals gedefinieerd in het BBV, in het NIPV omdat de veiligheidsregio alleen betalingen doet aan het NIPV voor afgesproken tegenprestaties. Formeel juridisch is het NIPV daardoor voor de veiligheidsregio geen verbonden partij. We volgen echter wel de aanbeveling van de Commissie BBV, genoemd in de inleiding, op en blijven het NIPV opnemen in de paragraaf Verbonden partijen. Risico Het risico is nihil. Het NIPV is een publiekrechtelijk rechtspersoon, net als gemeenten en veiligheidsregio’s. 24 Financiële paragrafen Taakstelling begroting 2026 Het jaar 2026 zal een uitdagend financieel jaar worden voor zowel de deelnemende gemeenten als de veiligheidsregio’s. Gemeenten worden geconfronteerd met het zogeheten ‘ravijnjaar’, waarin het kabinet heeft besloten om de bijdrage aan het gemeentefonds aanzienlijk te verlagen.

Dit heeft directe gevolgen voor de financiële positie van gemeenten en kan leiden tot beperkingen in beschikbare middelen voor verschillende beleidsdomeinen. Daarnaast worden de 25 veiligheidsregio’s geconfronteerd met een landelijke korting van 10% op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Deze korting treft zowel de aanvullende middelen voor de versterking van crisisbeheersing en informatievoorziening als de structurele bijdrage voor de uitvoering van onze wettelijke taken. Dit betekent dat er minder financiële ruimte is om te investeren in de doorontwikkeling van onze crisisorganisatie en het waarborgen van de operationele slagkracht. In de decembercirculaire 2024 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) is een (voorlopige) toekenning opgenomen van de BDuR-middelen voor 2026. Voor Veiligheidsregio IJsselland betekent dit een bijdrage van 8.074.216 euro. Dit bedrag is 90% van het oorspronkelijke bedrag van 8.971.351 euro dat zou zijn toegekend zonder de korting op de BDuR-bijdrage. Per saldo betekent dit dat de Veiligheidsregio IJsselland een financiële taakstelling in de begroting moet opnemen van 897.135 euro. Dit bedrag moet worden gecompenseerd door het verlagen van de lasten binnen de begroting. In de onderstaande tabel is de opbouw van de taakstelling opgenomen.

Bedrag Bijdrage BDuR 100% zonder korting van 10% 8.971.351 Bijdrage BDuR 90% inclusief korting van 10% 8.074.216 Taakstelling 897.135 Ten tijde van het opstellen van de kaderbrief voor het jaar 2026 was bekend dat er een korting van 10% zal worden toegepast in de BDuR-bijdrage voor dat jaar. In de financiële uitgangspunten voor de begroting van 2026, zoals opgenomen in de kaderbrief en vastgesteld door het Algemeen Bestuur op 12 februari 2025, is bepaald dat voor maximaal twee jaar de taakstelling wordt opgevangen binnen de reguliere begroting van Veiligheidsregio IJsselland. De eerste helft van de taakstelling (448.568 euro) wordt gerealiseerd door een gedifferentieerd indexpercentage toe te passen. Hierbij worden budgetten individueel beoordeeld om te bepalen of en in welke mate een aangepaste indexering mogelijk is. De resterende helft van de taakstelling (448.567 euro) wordt opgevangen door investeringen in materieel en personeel uit te stellen. Dit betekent dat bepaalde vacatures (tijdelijk) niet worden ingevuld en dat kritisch wordt beoordeeld welke projecten worden uitgevoerd of worden uitgesteld. In de kaderbrief 2026 zijn de standaard begrotingsregels vastgesteld voor de indexering van lonen (3,8%) en overige prijzen (4,7%). Deze percentages dienen als uitgangspunt voor het opstellen van de primaire begroting voor 2026.

Omdat de loonindexering rechtstreeks voortvloeit uit CAO-ontwikkelingen, is besloten deze ongewijzigd te laten en 3,8% aan te houden als indexeringspercentage op de loonkosten. Wat betreft de indexatie van de overige prijzen wordt afgeweken van de standaard begrotingsregels waarin een percentage van 4,7% is vastgesteld. Om het bedrag van 448.568 euro, dat als tegemoetkoming aan de taakstelling moet voortkomen uit het aanpassen van het indexpercentage op de overige prijzen, te realiseren is in de begroting van 2026 een gemiddelde prijsindex van afgerond 2% toegepast. Het overige deel van de taakstelling van 448.567 euro is gerealiseerd door het 25 niet inzetten van de extra toegewezen middelen van de BDuR-bijdrage voor 2026 voor informatievoorziening en crisisbeheersing (277.295 euro), het uitstellen van investeringen in materieel in 2025 wat tot een besparing van kapitaalslasten leidt in 2026 (79.460 euro) en het aframen van 1 fte van de flexibele schil (91.812 euro). Gezien de verwevenheid van de twee financieringsstromen van de veiligheidsregio (de bijdragen van de deelnemende gemeenten en de rijksbijdrage), is de taakstelling opgebouwd vanuit de gemeentelijke bijdrage. Deze verwevenheid betekent dat de twee financieringsstromen niet afzonderlijk worden toegewezen aan specifieke wettelijke taken, maar gezamenlijk worden ingezet voor de totale uitvoering van deze taken.

Het proces voor de totstandkoming van de programmabegroting van 2026 heeft er als volgt uitgezien. In eerste instantie is een primaire begroting opgesteld met de standaard begrotingsregels van 3,8% index op de loonkosten en 4,7% index op de overige prijzen, waarbij rekening is gehouden met de verminderde rijksbijdrage van 10% korting op de BDuR-gelden. Uit deze eerste versie van de primaire begroting bleek dat de gemeentelijke bijdragen ten opzichte van 2025 zouden stijgen met 2.878.649 euro. Aangezien de rijksbijdrage zou dalen met 897.135 euro moesten ook de lasten met hetzelfde bedrag worden verlaagd. In de onderstaande tabel is opgenomen hoe de taakstelling van de BDuR- gelden is verwerkt. Verwerking taakstelling BDuR: Extra bijdrage gemeentes voor taakstelling € 2.878.649 Besparing aanpassen indexpercentage naar ~2% € 448.568 Overige aanpassingen t.b.v. taakstelling Tijdelijk aframen van de flexibele schil (1 fte) € 91.812 Besparing kapitaalslasten door uitstellen investeringen € 79.460 Niet toekennen verhoging extra BDuR IV 2026 € 112.000 Niet toekennen verhoging extra BDuR CB 2026 € 165.295 Totale taakstelling € 897.135 Bijdrage gemeentes na taakstelling € 1.981.514 Op basis van bovenstaande tabel wordt inzichtelijk hoe de taakstelling van 897.135 euro is verwerkt in de primaire begroting voor 2026.

In eerste instantie zou de gemeentelijke bijdrage stijgen met 2.878.649 euro. Na doorvoering van de taakstellende maatregelen is deze verhoging teruggebracht naar 1.981.514 euro, wat overeenkomt met de opgelegde taakstelling van 897.135 euro. 26 Het overzicht van baten en lasten en de toelichting Het saldo van de totale exploitatiebegroting voor 2026 bedraagt €58,5 miljoen. Hiervan is €43,7 miljoen direct toe te rekenen aan het programma Veiligheid. De geraamde lasten voor de ondersteunende organisatiediensten (ondersteuning en bedrijfsvoering) bedragen per saldo €14,8 miljoen. Onderstaand wordt de financiële begroting weergegeven waarin de geraamde baten en lasten per (sub)programma worden gepresenteerd. De overheadkosten zijn hierbij afzonderlijk inzichtelijk gemaakt. Een gedetailleerd overzicht van de overheadkosten is te vinden in bijlage 4. Kostencategorie Begroting 2026 Exploitatielasten 1. Personeelskosten 35.033.342 2. Huisvestingskosten 6.805.457 3. Brandweermaterieel 6.895.148 4. Opleiden & oefenen 3.311.700 5. Automatisering & verbindingen 2.751.589 6. Rente 492.914 7. Beheerskosten 1.275.961 8. Overige kosten 1.923.351 Totaal exploitatielasten 58.489.462 Exploitatiebaten 9a. Baten -242.181 9b. Bijdrage GGD -3.359.719 10a. Gemeentelijke bijdrage -46.419.561 10b.

Rijksbijdrage BDuR -8.074.216 Totaal exploitatiebaten -58.028.727 Bij: onttrekkingen aan reserves Programma Veiligheid -581.666 Algemene lasten en dekkingsmiddelen 0 Totaal onttrekkingen aan reserves -581.666 Af: stortingen in reserves Programma Veiligheid 0 Algemene lasten en dekkingsmiddelen 187.881 Totaal stortingen in reserves 187.881 Saldo reserve mutaties -393.785 Gerealiseerde resultaat 0 27 meerjarenramingen x € 1.000,-- Programma Veiligheid Begroting 2026 2027 2028 2029 Exploitatielasten Risico- en crisisbeheersing 7.520.561 7.403 7.703 7.703 Brandweerzorg 36.128.330 35.665 36.165 36.165 Totaal exploitatielasten 43.648.891 43.068 43.868 43.868 Exploitatiebaten Risico- en crisisbeheersing -185.258 -185 -185 -185 Brandweerzorg -341.715 -342 -342 -342 Totaal exploitatiebaten -526.973 -527 -527 -527 Saldo's Risico- en crisisbeheersing 7.335.303 7.217 7.517 7.517 Brandweerzorg 35.786.615 35.324 35.824 35.824 Totaal programma Veiligheid 43.121.918 42.541 43.341 43.341 Organisatie Exploitatielasten Bedrijfsvoering 9.485.249 9.485 9.585 9.585 Ondersteuning 5.355.323 5.355 5.421 5.421 Overige lasten 0 0 0 0 Heffing voor de vennootschapsbelasting 0 0 0 0 Totaal exploitatielasten 14.840.572 14.841 15.007 15.007 Exploitatiebaten Bedrijfsvoering -3.260.186 -3.260 -3.260 -3.260 Ondersteuning 0 0 0 0 Overige lasten 0 0 0 0 Heffing voor de vennootschapsbelasting 0 0 0 0 Totaal

exploitatiebaten -3.260.186 -3.260 -3.260 -3.260 Saldo's Bedrijfsvoering 6.225.063 6.225 6.325 6.325 Ondersteuning 5.355.323 5.355 5.421 5.421 Overige lasten 0 0 0 0 Heffing voor de vennootschapsbelasting 0 0 0 0 Totaal Organisatie 11.580.386 11.580 11.746 11.746 Algemene dekkingsmiddelen Gemeentelijke bijdrage -46.234.303 -46.047 -47.013 -47.013 Rijksbijdrage -8.074.216 -8.074 -8.074 -8.074 Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen -54.308.519 -54.122 -55.088 -55.088 Gerealiseerde totaal saldo baten en lasten 393.786 0 0 0 Bij: onttrekkingen aan reserves Programma Veiligheid -581.666 0 0 0 Algemene lasten en dekkingsmiddelen 0 0 0 0 Totaal onttrekkingen aan reserves -581.666 0 0 0 Af: stortingen in reserves Programma Veiligheid 0 0 0 0 Algemene lasten en dekkingsmiddelen 187.881 0 0 0 Totaal stortingen in reserves 187.881 0 0 0 Saldo reserve mutaties -393.786 0 0 0 Gerealiseerde resultaat 0 0 0 0 28 Gemeentelijke bijdrage (algemene dekkingsmiddelen) De specifieke bijdrage per gemeente is berekend overeenkomstig de besluitvorming over de verdeelmethode op 8 december 2021. Het algemeen bestuur heeft gekozen voor de variant 50% gebaseerd op de historische kosten en 50% gebaseerd op de uitkering uit het gemeentefonds. De bijdrage per gemeente staat in de bijlage. De bijdrage is onderverdeeld in een vast aandeel en een maatwerkdeel.

De maatwerkafspraken bestaan uit de FLO- bijdragen van de gemeente Zwolle, Deventer en Kampen. De prijzen voor 2026 zijn geïndexeerd met 3,8% voor lonen en 2,0% voor overige prijzen. Vanwege de taakstelling als gevolg van de 10% korting op de BDuR-bijdrage is besloten een gedifferentieerd indexpercentage van gemiddeld 2,0% toe te passen. Dit wijkt af van de standaard uitgangspunten uit de kaderbrief, vastgesteld door het algemeen bestuur op 12 februari 2025, en levert een besparing op van 448.568 euro. Het overige deel van de taakstelling van 448.567 euro is gerealiseerd door het niet inzetten van de extra toegewezen middelen van de BDuR-bijdrage voor 2026 voor IV en CB (277.295 euro), het uitstellen van investeringen in materieel in 2025 wat tot een besparing van kapitaalslasten leidt in 2026 (79.460 euro) en het aframen van 1 fte van de flexibele schil (91.812 euro). De maatwerkafspraken voor 2026 zijn van toepassing op drie deelnemende gemeenten in verband met hun bijdrage aan de FLO-regeling. Deze afspraken blijven ongewijzigd ten opzichte van voorgaande jaren en bedragen in 2026 389.202 euro. Vervolgens dragen de gemeenten sinds 2018 bij aan de financiering van bevolkingszorg. Conform de bestuurlijke afspraken op basis van de businesscase bevolkingszorg wordt deze bijdrage naar rato van inwoneraantal verdeeld en bedraagt deze in 2026 €185.258.

In onderstaand blauwe kader is een opbouw van de gemeentelijke bijdrage weergeven. Rijksbijdrage (algemene dekkingsmiddelen) De veiligheidsregio ontvangt een rijksbijdrage van het ministerie van Justitie & Veiligheid. Jaarlijks worden in juni en december budgetcirculaires van het ministerie gepubliceerd, waarin de hoogte van deze bijdrage wordt vastgesteld. Voor de begroting 2026 zijn de voorlopig vastgestelde bedragen uit de decembercirculaire 2024 opgenomen. Dit betreft een bijdrage van €8,0 miljoen, waarbij reeds rekening is gehouden met de 10% korting die in 2026 van kracht wordt. Op het moment van het opstellen van de begroting was deze circulaire de meest recente en er wordt aangegeven dat de bijdrage meerjarig gelijk blijft. Overige bijdragen De veiligheidsregio verwacht in 2026 ongeveer €4,1 miljoen aan overige bijdragen te ontvangen. Het grootste deel hiervan, €3,3 miljoen, is afkomstig van de GGD voor de uitvoering van bedrijfsvoeringstaken. De resterende €800.000 betreft diverse kleinere inkomsten, zoals opbrengsten uit de verkoop van voertuigen en huurontvangsten. Opbouw van de gemeentelijke bijdrage Bijdrage 2025 excl. maatwerk bevolkingszorg 43.863.587 Bij: loonindex (3,8%) en prijsindex (2,0%) 1.981.514 Bijdrage 2026 excl.

maatwerk en bevolkingszorg 45.845.101 BIJ: Maatwerkafspraken 2025 389.202 Bijdrage 2026 gemeenten algemene dekkingsmiddelen Bij: Bijdrage Bevolkingszorg Bijdrage 2026 gemeenten 46.234.303 185.258 46.419.561 29 Uiteenzetting van de financiële positie Nieuw beleid Voor nieuw beleid blijft gelden het principe ‘nieuw voor oud’. Een aantal ontwikkelingen, denk aan informatieveiligheid en de invoering van de omgevingswet, leidt mogelijk tot kosten die niet uit de begroting gefinancierd kunnen worden. Mocht dit het geval zijn, dan zullen keuzes hierover aan het bestuur worden voorgelegd. Meerjarenperspectief Niet alle financiële effecten voor de toekomst zijn te kwantificeren terwijl een aantal ontwikkelingen zich zeker voor zal doen. Enkele belangrijke ontwikkelingen zijn: 1. Het op peil houden van de huisvesting 2. Het verhogen van informatieveiligheid en privacybescherming 3. Het verbeteren/uitbreiden van de informatievoorziening 4. Het opleiden van nieuwe vrijwilligers (hoger personeelsverloop) Jaarlijks terugkerende arbeidskosten Volgens het Besluit begroting en verantwoording (BBV) is het niet toegestaan voorzieningen op te nemen voor jaarlijkse terugkerende verplichtingen met een vergelijkbaar volume. Dit gaat vooral om verplichtingen rondom vakantiegeld en het opgebouwde saldo vakantiedagen. Deze lasten zijn structureel gedekt binnen de begroting.

Vervangingsinvesteringen In bijlage 2 zijn de (vervangings)investeringen voor het jaar 2026 opgenomen aan de hand van het meerjaren investeringsplan. Deze zijn onderverdeeld in de BBV- categorieën. De geplande investeringen zijn aan te merken als investeringen met economisch nut en worden geactiveerd conform het vastgestelde afschrijvingsbeleid. De effecten van deze investeringen hebben geen invloed op de begroting vanaf 2026, aangezien de afschrijving start het jaar na ingebruikname. Reserves en voorzieningen Het geraamde verloop van de reserves en voorzieningen in 2026 is als volgt: Reserves Boekwaarde 01-01-2026 Toevoeging Onttrekking Boekwaarde 31-12-2026 Algemene reserve 1.000.000 1.000.000 Transitie Meldkamer 273.843 67.240 206.603 Ontwikkelingen Veiligheidsregio 327.296 51.026 209.320 Egalisatiereserve kapitaallasten* 2.652.503 187.881 463.401 2.376.983 Egalisatiereserve opleiden & oefenen 100.000 100.000 Totaal 4.353.642 187.881 581.666 3.959.857 *De egalisatiereserve is voor opvang van de fluctuatie in de kapitaalslasten. Daarnaast kan deze reserve wellicht worden ingezet voor de demping van de toekomstige meerkosten energietransitie.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/a28d507c-1a4d-4f2f-b561-4db4f953ee92?agendaItemId=b2ab8123-69a0-489e-be39-368ed62bf8fd