5.1 NVVK - Meetbare en merkbare waarde van financiele hulpverlening een nieuw perspectief.pdf
Tekst van het document
Effecten van financiële hulp op ondernemers / zzp Op veel leefgebieden is de vooruitgang vergelijkbaar met particulieren Op de meeste leefgebieden is de vooruitgang van ondernemers vergelijkbaar met die van particulieren. Omdat de startsituatie van ondernemers gunstiger is bij geestelijke gezondheid en sociaal netwerk is de vooruitgang op deze domeinen wel opvallend. Maar ondernemers gaan achteruit qua werk (en dagbesteding) Waar particuliere hulpvragers vaker aan werk komen gedurende de hulpverlening, neemt het aantal ondernemers met werk, vanuit een relatief gunstige startpositie, af. De afname van werk verklaart ook de achteruitgang op dagbesteding. Volgens hulpverleners kan de achteruitgang verklaard worden doordat ondernemers en zzp’ers eerst een uitkering aanvragen om tot een schuldregeling te komen.1 In Nederland is het moeilijk voor ondernemers die failliet zijn verklaard, om een nieuwe onderneming te starten. Daarnaast is het ook moeilijker voor (ex)ondernemers om werk in loondienst te vinden, omdat: 1. Werkgevers liever niet iemand in dienst nemen die als zelfstandige heeft gewerkt 2. Ze zelf liever niet onder een baas willen werken 3.
Ze in een sector en gebied werken waar alleen werk als zelfstandige beschikbaar is-25% -3% 11% 4% 12% 13% 8% 4% 0% 12% 21% 15% 6% 11% 14% 10% 6% 6% Minder ondernemers met inkomen uit werk in het derde jaar van de schuldregeling dan bij aanvang hulpverlening Ondernemers Particulier 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Verbetering van medium en zware problematiek tussen groepen T1-T3 * * * * * * * * * * * Significant t.o.v. T1 Omdat een deel van de T3 groep mogelijk via andere kanalen is geholpen, zijn bovenstaande resultaten indicatief. Op veel leefgebieden is de vooruitgang vergelijkbaar met particulieren Op de meeste leefgebieden is de vooruitgang van ondernemers vergelijkbaar met die van particulieren. Omdat de startsituatie van ondernemers gunstiger is bij geestelijke gezondheid en sociaal netwerk is de vooruitgang op deze domeinen wel opvallend. Maar ondernemers gaan achteruit qua werk (en dagbesteding) Waar particuliere hulpvragers vaker aan werk komen gedurende de hulpverlening, neemt het aantal ondernemers met werk, vanuit een relatief gunstige startpositie, af. De afname van werk verklaart ook de achteruitgang op dagbesteding.
Volgens hulpverleners kan de achteruitgang verklaard worden doordat ondernemers en zzp’ers eerst een uitkering aanvragen om tot een schuldregeling te komen.1 In Nederland is het voor ondernemers die failliet zijn verklaard moeilijk om een nieuwe onderneming te starten. Daarnaast is het ook moeilijker voor (ex)ondernemers om werk in loondienst te vinden, omdat: 1. Werkgevers liever niet iemand in dienst nemen die als zelfstandige heeft gewerkt 2. Ze zelf liever niet onder een baas willen werken 3. Ze in een sector en gebied werken waar alleen werk als zelfstandige beschikbaar is Werk Dagbesteding Geestelijke gezondheidLichamelijke gezondheid Huisvesting GezinsstabiliteitSociaal netwerk VerslavingCriminaliteit Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 40 Ondernemers en ZZP’ers komen moeilijk aan betaald werk 4b. Effecten van financiële hulp op ondernemers / zzp Op veel leefgebieden is de vooruitgang vergelijkbaar met particulieren Op de meeste leefgebieden is de vooruitgang van ondernemers vergelijkbaar met die van particulieren. Omdat de startsituatie van ondernemers gunstiger is bij geestelijke gezondheid en sociaal netwerk is de vooruitgang op deze domeinen wel opvallend.
Maar ondernemers gaan achteruit qua werk (en dagbesteding) Waar particuliere hulpvragers vaker aan werk komen gedurende de hulpverlening, neemt het aantal ondernemers met werk, vanuit een relatief gunstige startpositie, af. De afname van werk verklaart ook de achteruitgang op dagbesteding. Volgens hulpverleners kan de achteruitgang verklaard worden doordat ondernemers en zzp’ers eerst een uitkering aanvragen om tot een schuldregeling te komen.1 In Nederland is het moeilijk voor ondernemers die failliet zijn verklaard, om een nieuwe onderneming te starten. Daarnaast is het ook moeilijker voor (ex)ondernemers om werk in loondienst te vinden, omdat: 1. Werkgevers liever niet iemand in dienst nemen die als zelfstandige heeft gewerkt 2. Ze zelf liever niet onder een baas willen werken 3. Ze in een sector en gebied werken waar alleen werk als zelfstandige beschikbaar is-25% -3% 11% 4% 12% 13% 8% 4% 0% 12% 21% 15% 6% 11% 14% 10% 6% 6% Minder ondernemers met inkomen uit werk in het derde jaar van de schuldregeling dan bij aanvang hulpverlening Ondernemers Particulier 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Verbetering van medium en zware problematiek tussen groepen T1-T3 * * * * * * * * * * * Significant t.o.v. T1 Omdat een deel van de T3 groep mogelijk via andere kanalen is geholpen, zijn bovenstaande resultaten indicatief.
51 52 Hoofdstuk 5 Effect van bewindvoering, budgetbeheer en saneringskredieten Inzet van bewindvoering, budgetbeheer en saneringskredieten helpt om goede resultaten te bereiken bij kwetsbare doelgroepen 53 Naam: Martje Denayère-Pos Rol: Wsnp bewindvoerder bij Pot Jonker Advocaten Visie “Ik ben Wsnp bewindvoerder omdat ik het een mooi instrument vind. Zeker als je een onoverzichtelijke schuldensituatie hebt, is de Wsnp gewoon de allerbeste, en de enige wettelijke manier, om écht schuldenvrij te worden. […] Ik kreeg laatst een mailtje van iemand die bij mij in de Wsnp heeft gezeten, om mij te bedanken. Ik wil net het stapje extra zetten voor iemand, zodat het draagbaar wordt. Eigenlijk is dat de essentie van mijn vak. En dat zijn dan de mailtjes waar je het eigenlijk voor doet. Merkbare waarde “Ik merk heel vaak dat het een bevrijding is als mensen zijn toegelaten tot de Wsnp. Dat de last niet meer alleen bij henzelf ligt, maar ook bij mij. Ze ervaren het als een bevrijding dat iemand hen duidelijk vertelt wat de regels zijn waar ze zich aan moeten houden. Die regels geven houvast voor mensen. Het is helder, duidelijk. En de allermooiste bevrijding die mensen kunnen krijgen is die schone lei aan het eind van de Wsnp.” 54 Naam: Eveline van Wouw Rol: Hulpvrager Oorzaak schulden “Mijn schulden zijn ontstaan in 2012, na de kredietcrisis.
De omzet van mijn eigen zaak vloog naar beneden en mijn ex-man verloor zijn baan... Daarna stortte alles als een kaartenhuis in.” Fase traject “Ik zit nog in de Wsnp. In oktober 2022 loopt de regeling af, als alles gaat zoals het moet.” Merkbare waarde “De waarde is echt enorm. Ik was er nooit zelf uitgekomen. Dan had ik tot aan mijn graf toe die schulden met mij meegedragen. Eind dit jaar heb ik eindelijk een schone lei. Maar de weg is dan 10 jaar lang geweest. Dat is extreem zwaar en heeft ook echt wel heel veel met me gedaan. Ik kan het me bijna niet voorstellen! Dat na 10 jaar mijn leven weer gewoon normaal is.” 555555 5a | Effecten van beschermingsbewind en budgetbeheer Bewindvoering en budgetbeheer vooral ingezet voor particulieren met GGZ-problematiek, verslaving of criminaliteit Toelichting Vooral beschermingsbewind wordt de laatste jaren steeds vaker ingezet. Hulpverleners geven aan dat de verschillende vormen van financiële hulp op maat worden ingezet, afhankelijk van de behoefte en wensen van de hulpvragers. Opvallend is dat ondernemers en ZZP’ers weinig budget beheer en beschermingsbewind ontvangen. Hulpverleners zien twee mogelijke verklaringen1: 1. Dit type hulpvrager vindt autonomie belangrijker dan gemiddeld en laat zich moeilijker onder beschermingsbewind of budgetbeheer plaatsen 2.
Er zijn weinig partijen die beschermingsbewind voor ondernemers aanbieden Een andere verklaring is dat ondernemers relatief hoger opgeleid en gewend zijn om hun geldzaken zelf te regelen. Daardoor hebben ze mogelijk minder vaak behoefte aan ondersteuning. 1. Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 43 Bewindvoering en budgetbeheer vooral ingezet voor particulieren met GGZ-problematiek, verslaving of criminaliteit 5a effecten van Beschermingsbewind en budgetbeheer Toelichting Vooral beschermingsbewind wordt de laatste jaren steeds vaker ingezet. Hulpverleners geven aan dat de verschillende vormen van financiële hulp op maat worden ingezet, afhankelijk van de behoefte en wensen van de hulpvragers. Opvallend is dat ondernemers en ZZP’ers weinig budgetbeheer en beschermingsbewind ontvangen. Hulpverleners zien twee mogelijke verklaringen1: 1. Dit type hulpvrager vindt autonomie belangrijker dan gemiddeld en laat zich moeilijker onder bewind of budgetbeheer plaatsen 2. Er zijn weinig partijen die beschermingsbewind voor ondernemers aanbieden Een andere verklaring is dat ondernemers relatief hoger opgeleid en gewend zijn om hun geldzaken zelf te regelen. Daardoor hebben ze mogelijk minder vaak behoefte aan ondersteuning.
30% 58% 42% 24% 28% 18% Part iculi er Onde rnem er Regulier Beheer Bewind Minder inzet van bewind en beheer onder ondernemers / zzp’ers Meer inzet van bewind en beheer bij GGZ, verslaving en criminaliteit bij problematische verslaving (bewind 40%, beheer 50%) 90% 89% Inzet bewind en beheer bij particuliere hulpvragers bij licht crimineel of risico op crimineel gedrag (bewind 28%, beheer 61%) bij medium-zware GGZ problematiek (bewind 39%, beheer 39%) 77% 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 43 Bewindvoering en budgetbeheer vooral ingezet voor particulieren met GGZ-problematiek, verslaving of criminaliteit 5a effecten van Beschermingsbewind en budgetbeheer Toelichting Vooral beschermingsbewind wordt de laatste jaren steeds vaker ingezet. Hulpverleners geven aan dat de verschillende vormen van financiële hulp op maat worden ingezet, afhankelijk van de behoefte en wensen van de hulpvragers. Opvallend is dat ondernemers en ZZP’ers weinig budgetbeheer en beschermingsbewind ontvangen. Hulpverleners zien twee mogelijke verklaringen1: 1. Dit type hulpvrager vindt autonomie belangrijker dan gemiddeld en laat zich moeilijker onder bewind of budgetbeheer plaatsen 2.
Er zijn weinig partijen die beschermingsbewind voor ondernemers aanbieden Een andere verklaring is dat ondernemers relatief hoger opgeleid en gewend zijn om hun geldzaken zelf te regelen. Daardoor hebben ze mogelijk minder vaak behoefte aan ondersteuning. 30% 58% 42% 24% 28% 18% Part iculi er Onde rnem er Regulier Beheer Bewind Minder inzet van bewind en beheer onder ondernemers / zzp’ers Meer inzet van bewind en beheer bij GGZ, verslaving en criminaliteit bij problematische verslaving (bewind 40%, beheer 50%) 90% 89% Inzet bewind en beheer bij particuliere hulpvragers bij licht crimineel of risico op crimineel gedrag (bewind 28%, beheer 61%) bij medium-zware GGZ problematiek (bewind 39%, beheer 39%) 77% 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 43 Bewindvoering en budgetbeheer vooral ingezet voor particulieren met GGZ-problematiek, verslaving of criminaliteit 5a effecten van Beschermingsbewind en budgetbeheer Toelichting Vooral beschermingsbewind wordt de laatste jaren steeds vaker ingezet. Hulpverleners geven aan dat de verschillende vormen van financiële hulp op maat worden ingezet, afhankelijk van de behoefte en wensen van de hulpvragers. Opvallend is dat ondernemers en ZZP’ers weinig budgetbeheer en beschermingsbewind ontvangen. Hulpverleners zien twee mogelijke verklaringen1: 1.
Dit type hulpvrager vindt autonomie belangrijker dan gemiddeld en laat zich moeilijker onder bewind of budgetbeheer plaatsen 2. Er zijn weinig partijen die beschermingsbewind voor ondernemers aanbieden Een andere verklaring is dat ondernemers relatief hoger opgeleid en gewend zijn om hun geldzaken zelf te regelen. Daardoor hebben ze mogelijk minder vaak behoefte aan ondersteuning. 30% 58% 42% 24% 28% 18% Part iculi er Onde rnem er Regulier Beheer Bewind Minder inzet van bewind en beheer onder ondernemers / zzp’ers Meer inzet van bewind en beheer bij GGZ, verslaving en criminaliteit bij problematische verslaving (bewind 40%, beheer 50%) 90% 89% Inzet bewind en beheer bij particuliere hulpvragers bij licht crimineel of risico op crimineel gedrag (bewind 28%, beheer 61%) bij medium-zware GGZ problematiek (bewind 39%, beheer 39%) 77% 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 43 Bewindvoering en budgetbeheer vooral ingezet voor particulieren met GGZ-problematiek, verslaving of criminaliteit 5a effecten van Beschermingsbewind en budgetbeheer Toelichting Vooral beschermingsbewind wordt de laatste jaren steeds vaker ingezet. Hulpverleners geven aan dat de verschillende vormen van financiële hulp op maat worden ingezet, afhankelijk van de behoefte en wensen van de hulpvragers.
Opvallend is dat ondernemers en ZZP’ers weinig budgetbeheer en beschermingsbewind ontvangen. Hulpverleners zien twee mogelijke verklaringen1: 1. Dit type hulpvrager vindt autonomie belangrijker dan gemiddeld en laat zich moeilijker onder bewind of budgetbeheer plaatsen 2. Er zijn weinig partijen die beschermingsbewind voor ondernemers aanbieden Een andere verklaring is dat ondernemers relatief hoger opgeleid en gewend zijn om hun geldzaken zelf te regelen. Daardoor hebben ze mogelijk minder vaak behoefte aan ondersteuning. 30% 58% 42% 24% 28% 18% Part iculi er Onde rnem er Regulier Beheer Bewind Minder inzet van bewind en beheer onder ondernemers / zzp’ers Meer inzet van bewind en beheer bij GGZ, verslaving en criminaliteit bij problematische verslaving (bewind 40%, beheer 50%) 90% 89% Inzet bewind en beheer bij particuliere hulpvragers bij licht crimineel of risico op crimineel gedrag (bewind 28%, beheer 61%) bij medium-zware GGZ problematiek (bewind 39%, beheer 39%) 77% 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Particulier Regulier Ondernemer Beheer Bewind Werk 56 * Significant t.o.v.
T1 5a | Effecten van beschermingsbewind en budgetbeheer Beschermingsbewind en budgetbeheer behalen voor de meest kwetsbare groep opvallend goede resultaten Vooruitgang voor kwetsbare groepen Hulpvragers die geholpen worden middels beschermingsbewind en/of budgetbeheer zijn over het algemeen de meer kwetsbare groep met meer achtergrondproblematiek. Met de inzet van deze instrumenten ten tijde van of naast een schuldhulpverleningstraject is de situatie van de T3 groep (3 jaar schuldregeling) een heel stuk verbeterd ten opzichte van de T1 groep (aanvang hulpverlening). Opvallend is dat met beschermingsbewind vooral op het gebied van geestelijke en lichamelijke gezondheid tussen de groepen veel positief verschil te zien is. Daarbij moet benoemd worden dat onder bewind staande hulpvragers bij aanvang vaker te maken hadden met medium tot zware problematiek bij geestelijke gezondheid (15%), lichamelijke gezondheid (7%) en criminaliteit (6%). De verbeterpotentie was dan ook groter. Budgetbeheer steekt er positief bovenuit op het gebied van werk, dagbesteding, huisvesting, sociaal netwerk en criminaliteit.
Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 44 Beschermingsbewind en budgetbeheer behalen voor de meest kwetsbare groep opvallend goede resultaten 5a effecten van Beschermingsbewind en budgetbeheer Vooruitgang voor kwetsbare groepen Hulpvragers die geholpen worden middels beschermingsbewind en/of budgetbeheer zijn over het algemeen de meer kwetsbare groep met meer achtergrondproblematiek. Met de inzet van deze instrumenten ten tijde van of naast een schuldhulpverleningstraject is de situatie van de T3 groep (3 jaar schuldregeling) een heel stuk verbeterd ten opzichte van de T1 groep (aanvang hulpverlening). Opvallend is dat met beschermingsbewind vooral op het gebied van geestelijke en lichamelijke gezondheid tussen de groepen veel positief verschil te zien is. Daarbij moet benoemd worden dat onder bewind staande hulpvragers bij aanvang vaker te maken hadden met medium tot zware problematiek bij geestelijke gezondheid (15%), lichamelijke gezondheid (7%) en criminaliteit (6%). De verbeterpotentie was dan ook groter. Budgetbeheer steekt er positief bovenuit op het gebied van werk, dagbesteding, huisvesting, sociaal netwerk en criminaliteit. “Ik zit in budgetbeheer. Dat heb ik zelf aangevraagd omdat ik psychisch zó’n dreun heb gehad, dat ik het gewoon moeilijk vind te bepalen wanneer ik wel of niet zelf mijn rekeningen kan betalen.
En ik wilde daar zeker geen misstappen in maken.” - Hulpvrager filmproject 13% 28% 11% 3% 11% 19% 21% 6% 13% 11% 22% 29% 11% 6% 18% 10% 8% 3% Werk Dagbested ing Geestelijke gezondheidLichamelijke gezondheid Huisvestin g GezinsstabiliteitSociaal netwerk Ver slaving Criminalite it Beheer Bewind Verbetering van medium en zware problematiek tussen groepen T1-T3 Bij kwetsbare groepen onder bewind of beheer is de situatie van de T3 groep verbeterd ten opzichte van de T1 groep * * * * * * * * * * * * * * * * Significant t.o.v. T1 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 44 Beschermingsbewind en budgetbeheer behalen voor de meest kwetsbare groep opvallend goede resultaten 5a effecten van Beschermingsbewind en budgetbeheer Vooruitgang voor kwetsbare groepen Hulpvragers die geholpen worden middels beschermingsbewind en/of budgetbeheer zijn over het algemeen de meer kwetsbare groep met meer achtergrondproblematiek. Met de inzet van deze instrumenten ten tijde van of naast een schuldhulpverleningstraject is de situatie van de T3 groep (3 jaar schuldregeling) een heel stuk verbeterd ten opzichte van de T1 groep (aanvang hulpverlening). Opvallend is dat met beschermingsbewind vooral op het gebied van geestelijke en lichamelijke gezondheid tussen de groepen veel positief verschil te zien is.
Daarbij moet benoemd worden dat onder bewind staande hulpvragers bij aanvang vaker te maken hadden met medium tot zware problematiek bij geestelijke gezondheid (15%), lichamelijke gezondheid (7%) en criminaliteit (6%). De verbeterpotentie was dan ook groter. Budgetbeheer steekt er positief bovenuit op het gebied van werk, dagbesteding, huisvesting, sociaal netwerk en criminaliteit. “Ik zit in budgetbeheer. Dat heb ik zelf aangevraagd omdat ik psychisch zó’n dreun heb gehad, dat ik het gewoon moeilijk vind te bepalen wanneer ik wel of niet zelf mijn rekeningen kan betalen. En ik wilde daar zeker geen misstappen in maken.” - Hulpvrager filmproject 13% 28% 11% 3% 11% 19% 21% 6% 13% 11% 22% 29% 11% 6% 18% 10% 8% 3% Werk Dagbested ing Geestelijke gezondheidLichamelijke gezondheid Huisvestin g GezinsstabiliteitSociaal netwerk Ver slaving Criminalite it Beheer Bewind Verbetering van medium en zware problematiek tussen groepen T1-T3 Bij kwetsbare groepen onder bewind of beheer is de situatie van de T3 groep verbeterd ten opzichte van de T1 groep * * * * * * * * * * * * * * * * Significant t.o.v.
T1 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 44 Beschermingsbewind en budgetbeheer behalen voor de meest kwetsbare groep opvallend goede resultaten 5a effecten van Beschermingsbewind en budgetbeheer Vooruitgang voor kwetsbare groepen Hulpvragers die geholpen worden middels beschermingsbewind en/of budgetbeheer zijn over het algemeen de meer kwetsbare groep met meer achtergrondproblematiek. Met de inzet van deze instrumenten ten tijde van of naast een schuldhulpverleningstraject is de situatie van de T3 groep (3 jaar schuldregeling) een heel stuk verbeterd ten opzichte van de T1 groep (aanvang hulpverlening). Opvallend is dat met beschermingsbewind vooral op het gebied van geestelijke en lichamelijke gezondheid tussen de groepen veel positief verschil te zien is. Daarbij moet benoemd worden dat onder bewind staande hulpvragers bij aanvang vaker te maken hadden met medium tot zware problematiek bij geestelijke gezondheid (15%), lichamelijke gezondheid (7%) en criminaliteit (6%). De verbeterpotentie was dan ook groter. Budgetbeheer steekt er positief bovenuit op het gebied van werk, dagbesteding, huisvesting, sociaal netwerk en criminaliteit. “Ik zit in budgetbeheer. Dat heb ik zelf aangevraagd omdat ik psychisch zó’n dreun heb gehad, dat ik het gewoon moeilijk vind te bepalen wanneer ik wel of niet zelf mijn rekeningen kan betalen.
En ik wilde daar zeker geen misstappen in maken.” - Hulpvrager filmproject 13% 28% 11% 3% 11% 19% 21% 6% 13% 11% 22% 29% 11% 6% 18% 10% 8% 3% Werk Dagbested ing Geestelijke gezondheidLichamelijke gezondheid Huisvestin g GezinsstabiliteitSociaal netwerk Ver slaving Criminalite it Beheer Bewind Verbetering van medium en zware problematiek tussen groepen T1-T3 Bij kwetsbare groepen onder bewind of beheer is de situatie van de T3 groep verbeterd ten opzichte van de T1 groep * * * * * * * * * * * * * * * * Significant t.o.v. T1 “Ik zit in budgetbeheer. Dat heb ik zelf aangevraagd omdat ik psychisch zó’n dreun heb gehad, dat ik het gewoon moeilijk vind te bepalen wanneer ik wel of niet zelf mijn rekeningen kan betalen. En ik wilde daar zeker geen misstappen in maken.” Hulpvrager filmproject Werk Dagbesteding Geestelijke gezondheidLichamelijke gezondheid Huisvesting GezinsstabiliteitSociaal netwerk VerslavingCriminaliteit 57 5b | Effecten van saneringskredieten versus schuldbemiddeling Toenemend gebruik van saneringskredieten, vooral bij mensen met een uitkering Hulpverleners zetten saneringskredieten steeds vaker in Veel hulpverleningsorganisaties hanteren de laatste jaren het beleid om meer saneringskredieten toe te passen. De achterliggende overtuiging is dat saneringskredieten hulpvragers sneller en beter helpen dan schuldbemiddeling.
Ten tijde van dit onderzoek is de verhouding tussen de inzet van schuldbemiddeling en saneringskrediet ongeveer 40/60. De verwachting is dat de trend zich zal doorzetten naar meer saneringskredieten. Vooral veel saneringskredieten bij mensen zonder werk Het aantal ingezette saneringskredieten is verhoudingsgewijs veel hoger bij mensen zonder werk (+34%). Een mogelijke verklaring is dat een saneringskrediet minder aantrekkelijk is voor schuldeisers zolang er nog zicht is op verbetering van toekomstige inkomsten. Wanneer hulpvragers een uitkering ontvangen is het niet aannemelijk dat de inkomsten toe zullen nemen, waardoor schuldeisers eerder akkoord gaan met een saneringskrediet zodat de schuld in één keer wordt afgekocht. 1. Ontwikkeling vanaf T2 omdat op T1 nog niet voor alle hulpvragers bekend is welk instrument wordt ingezet. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 45 Toenemend gebruik van saneringskredieten, vooral bijmensen met een uitkering 5B effecten van saneringskredieten versus schuldbemiddeling 43% 76% 8% 8% 49% 16% 0% 50% 100% Series1 Series2 Series3 Hulpverleners zetten saneringskredieten steeds vaker in Veel hulpverleningsorganisaties hanteren de laatste jaren het beleid om meer saneringskredieten toe te passen. De achterliggende overtuiging is dat saneringskredieten hulpvragers sneller en beter helpen dan schuldbemiddeling.
Ten tijde van dit onderzoek is de verhouding tussen de inzet van schuldbemiddeling en saneringskrediet ongeveer 40/60. De verwachting is dat de trend zich zal doorzetten naar meer saneringskredieten. Vooral veel saneringskredieten bij mensen zonder werk Het aantal ingezette saneringskredieten is verhoudingsgewijs veel hoger bij mensen zonder werk (+34%). Een mogelijke verklaring is dat een saneringskrediet minder aantrekkelijk is voor schuldeisers zolang er nog zicht is op verbetering van toekomstige inkomsten. Wanneer hulpvragers een uitkering ontvangen is het niet aannemelijk dat de inkomsten toe zullen nemen, waardoor schuldeisers eerder akkoord gaan met een saneringskrediet zodat de schuld in één keer wordt afgekocht. 61% 38% Saneringskrediet Schuldbemiddeling Saneringskrediet vaker ingezet dan schuldbemiddeling na akkoord regeling (T2)1 1%Andere oplossing Hogere inzet saneringskredieten bij werkloosheid 1 Ontwikkeling vanaf T2 omdat op T1 nog niet voor alle hulpvragers bekend is welk instrument wordt ingezet.
Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 45 Toenemend gebruik van saneringskredieten, vooral bijmensen met een uitkering 5B effecten van saneringskredieten versus schuldbemiddeling 43% 76% 8% 8% 49% 16% 0% 50% 100% Series1 Series2 Series3 Hulpverleners zetten saneringskredieten steeds vaker in Veel hulpverleningsorganisaties hanteren de laatste jaren het beleid om meer saneringskredieten toe te passen. De achterliggende overtuiging is dat saneringskredieten hulpvragers sneller en beter helpen dan schuldbemiddeling. Ten tijde van dit onderzoek is de verhouding tussen de inzet van schuldbemiddeling en saneringskrediet ongeveer 40/60. De verwachting is dat de trend zich zal doorzetten naar meer saneringskredieten. Vooral veel saneringskredieten bij mensen zonder werk Het aantal ingezette saneringskredieten is verhoudingsgewijs veel hoger bij mensen zonder werk (+34%). Een mogelijke verklaring is dat een saneringskrediet minder aantrekkelijk is voor schuldeisers zolang er nog zicht is op verbetering van toekomstige inkomsten. Wanneer hulpvragers een uitkering ontvangen is het niet aannemelijk dat de inkomsten toe zullen nemen, waardoor schuldeisers eerder akkoord gaan met een saneringskrediet zodat de schuld in één keer wordt afgekocht.
61% 38% Saneringskrediet Schuldbemiddeling Saneringskrediet vaker ingezet dan schuldbemiddeling na akkoord regeling (T2)1 1%Andere oplossing Hogere inzet saneringskredieten bij werkloosheid 1 Ontwikkeling vanaf T2 omdat op T1 nog niet voor alle hulpvragers bekend is welk instrument wordt ingezet. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 45 Toenemend gebruik van saneringskredieten, vooral bijmensen met een uitkering 5B effecten van saneringskredieten versus schuldbemiddeling 43% 76% 8% 8% 49% 16% 0% 50% 100% Series1 Series2 Series3 Hulpverleners zetten saneringskredieten steeds vaker in Veel hulpverleningsorganisaties hanteren de laatste jaren het beleid om meer saneringskredieten toe te passen. De achterliggende overtuiging is dat saneringskredieten hulpvragers sneller en beter helpen dan schuldbemiddeling. Ten tijde van dit onderzoek is de verhouding tussen de inzet van schuldbemiddeling en saneringskrediet ongeveer 40/60. De verwachting is dat de trend zich zal doorzetten naar meer saneringskredieten. Vooral veel saneringskredieten bij mensen zonder werk Het aantal ingezette saneringskredieten is verhoudingsgewijs veel hoger bij mensen zonder werk (+34%). Een mogelijke verklaring is dat een saneringskrediet minder aantrekkelijk is voor schuldeisers zolang er nog zicht is op verbetering van toekomstige inkomsten.
Wanneer hulpvragers een uitkering ontvangen is het niet aannemelijk dat de inkomsten toe zullen nemen, waardoor schuldeisers eerder akkoord gaan met een saneringskrediet zodat de schuld in één keer wordt afgekocht. 61% 38% Saneringskrediet Schuldbemiddeling Saneringskrediet vaker ingezet dan schuldbemiddeling na akkoord regeling (T2)1 1%Andere oplossing Hogere inzet saneringskredieten bij werkloosheid 1 Ontwikkeling vanaf T2 omdat op T1 nog niet voor alle hulpvragers bekend is welk instrument wordt ingezet. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 45 Toenemend gebruik van saneringskredieten, vooral bijmensen met een uitkering 5B effecten van saneringskredieten versus schuldbemiddeling 43% 76% 8% 8% 49% 16% 0% 50% 100% Series1 Series2 Series3 Hulpverleners zetten saneringskredieten steeds vaker in Veel hulpverleningsorganisaties hanteren de laatste jaren het beleid om meer saneringskredieten toe te passen. De achterliggende overtuiging is dat saneringskredieten hulpvragers sneller en beter helpen dan schuldbemiddeling. Ten tijde van dit onderzoek is de verhouding tussen de inzet van schuldbemiddeling en saneringskrediet ongeveer 40/60. De verwachting is dat de trend zich zal doorzetten naar meer saneringskredieten.
Vooral veel saneringskredieten bij mensen zonder werk Het aantal ingezette saneringskredieten is verhoudingsgewijs veel hoger bij mensen zonder werk (+34%). Een mogelijke verklaring is dat een saneringskrediet minder aantrekkelijk is voor schuldeisers zolang er nog zicht is op verbetering van toekomstige inkomsten. Wanneer hulpvragers een uitkering ontvangen is het niet aannemelijk dat de inkomsten toe zullen nemen, waardoor schuldeisers eerder akkoord gaan met een saneringskrediet zodat de schuld in één keer wordt afgekocht. 61% 38% Saneringskrediet Schuldbemiddeling Saneringskrediet vaker ingezet dan schuldbemiddeling na akkoord regeling (T2)1 1%Andere oplossing Hogere inzet saneringskredieten bij werkloosheid 1 Ontwikkeling vanaf T2 omdat op T1 nog niet voor alle hulpvragers bekend is welk instrument wordt ingezet. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 45 Toenemend gebruik van saneringskredieten, vooral bijmensen met een uitkering 5B effecten van saneringskredieten versus schuldbemiddeling 43% 76% 8% 8% 49% 16% 0% 50% 100% Series1 Series2 Series3 Hulpverleners zetten saneringskredieten steeds vaker in Veel hulpverleningsorganisaties hanteren de laatste jaren het beleid om meer saneringskredieten toe te passen. De achterliggende overtuiging is dat saneringskredieten hulpvragers sneller en beter helpen dan schuldbemiddeling.
Ten tijde van dit onderzoek is de verhouding tussen de inzet van schuldbemiddeling en saneringskrediet ongeveer 40/60. De verwachting is dat de trend zich zal doorzetten naar meer saneringskredieten. Vooral veel saneringskredieten bij mensen zonder werk Het aantal ingezette saneringskredieten is verhoudingsgewijs veel hoger bij mensen zonder werk (+34%). Een mogelijke verklaring is dat een saneringskrediet minder aantrekkelijk is voor schuldeisers zolang er nog zicht is op verbetering van toekomstige inkomsten. Wanneer hulpvragers een uitkering ontvangen is het niet aannemelijk dat de inkomsten toe zullen nemen, waardoor schuldeisers eerder akkoord gaan met een saneringskrediet zodat de schuld in één keer wordt afgekocht. 61% 38% Saneringskrediet Schuldbemiddeling Saneringskrediet vaker ingezet dan schuldbemiddeling na akkoord regeling (T2)1 1%Andere oplossing Hogere inzet saneringskredieten bij werkloosheid 1 Ontwikkeling vanaf T2 omdat op T1 nog niet voor alle hulpvragers bekend is welk instrument wordt ingezet.
Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 45 Toenemend gebruik van saneringskredieten, vooral bijmensen met een uitkering 5B effecten van saneringskredieten versus schuldbemiddeling 43% 76% 8% 8% 49% 16% 0% 50% 100% Series1 Series2 Series3 Hulpverleners zetten saneringskredieten steeds vaker in Veel hulpverleningsorganisaties hanteren de laatste jaren het beleid om meer saneringskredieten toe te passen. De achterliggende overtuiging is dat saneringskredieten hulpvragers sneller en beter helpen dan schuldbemiddeling. Ten tijde van dit onderzoek is de verhouding tussen de inzet van schuldbemiddeling en saneringskrediet ongeveer 40/60. De verwachting is dat de trend zich zal doorzetten naar meer saneringskredieten. Vooral veel saneringskredieten bij mensen zonder werk Het aantal ingezette saneringskredieten is verhoudingsgewijs veel hoger bij mensen zonder werk (+34%). Een mogelijke verklaring is dat een saneringskrediet minder aantrekkelijk is voor schuldeisers zolang er nog zicht is op verbetering van toekomstige inkomsten. Wanneer hulpvragers een uitkering ontvangen is het niet aannemelijk dat de inkomsten toe zullen nemen, waardoor schuldeisers eerder akkoord gaan met een saneringskrediet zodat de schuld in één keer wordt afgekocht.
61% 38% Saneringskrediet Schuldbemiddeling Saneringskrediet vaker ingezet dan schuldbemiddeling na akkoord regeling (T2)1 1%Andere oplossing Hogere inzet saneringskredieten bij werkloosheid 1 Ontwikkeling vanaf T2 omdat op T1 nog niet voor alle hulpvragers bekend is welk instrument wordt ingezet. Geen Werk Opleiding Werk 58 * Significant t.o.v. T2 1. Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 5b | Effecten van saneringskredieten versus schuldbemiddeling Inzet saneringskrediet verbetert situatie werk en dagbesteding, maar nazorg ontbreekt vaak Vooral bij werk en dagbesteding sterkere vooruitgang bij saneringskredieten Hulpvragers met saneringskredieten laten een grotere positieve ontwikkeling zien tussen de groepen T2 (akkoord schuldregeling) en T3 (3e jaar regeling) dan hulpvragers met schuldbemiddeling. Vooral op de thema’s werk, dagbesteding en lichamelijke gezondheid zijn er opvallende uitschieters. Het verschil bij werk en dagbesteding wordt deels verklaard door de startpositie: omdat saneringskredieten vaker worden ingezet voor werkloze hulpvragers is er meer ruimte voor vooruitgang. Toch verklaart dit niet waarom er bij schuldbemiddelingen juist een (licht) negatieve ontwikkeling plaatsvindt. Ervaring hulpverleners sluit aan bij uitkomsten1 1. Hulpvragers hebben meer mentale ruimte en een sterkere motivatie om inkomen te generen bij saneringskredieten.
Inkomen uit werk komt ten goede aan het opbouwen van hun eigen bestaan 2. Hulpvragers vallen minder snel uit bij saneringskredieten, omdat er minder administratief werk te verzetten is, vooral door de hulpvrager 3. Hulpvragers ervaren meer rust bij saneringskredieten. Ze betalen drie jaar lang een vast maandelijks bedrag, zonder onzekerheid over verrekeningen. Bij schuldbemiddeling ervaren ze onrust omdat ze bijvoorbeeld bang zijn hun werk te verliezen en de regeling niet kunnen nakomen Nazorg ontbreekt vaak bij saneringskredieten Nadat saneringskredieten zijn afgesloten hebben hulpvragers vaak weinig of geen contact meer met hulpvragers. Dit betekent ook dat er weinig tot geen nazorg wordt verleend aan de hulpvragers. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 46 * Significant t.o.v. T2 Inzet saneringskrediet verbetert situatie werk en dagbesteding, maar nazorg ontbreekt vaak 5B effecten van saneringskredieten versus schuldbemiddeling Vooral bij werk en dagbesteding sterkere vooruitgang bij saneringskredieten Hulpvragers met saneringskredieten laten een grotere positieve ontwikkeling zien tussen de groepen T2 (akkoord schuldregeling) en T3 (3e jaar regeling) dan hulpvragers met schuldbemiddeling. Vooral op de thema’s werk, dagbesteding en lichamelijke gezondheid zijn er opvallende uitschieters.
Het verschil bij werk en dagbesteding wordt deels verklaard door de startpositie: omdat saneringskredieten vaker worden ingezet voor werkloze hulpvragers is er meer ruimte voor vooruitgang. Toch verklaart dit niet waarom er bij schuldbemiddelingen juist een (licht) negatieve ontwikkeling plaatsvindt. Ervaring hulpverleners sluit aan bij uitkomsten1 1. Hulpvragers hebben meer mentale ruimte en een sterkere motivatie om inkomen te generen bij saneringskredieten. Inkomen uit werk komt ten goede aan het opbouwen van hun eigen bestaan 2. Hulpvragers vallen minder snel uit bij saneringskredieten, omdat er minder administratief werk te verzetten is, vooral door de hulpvrager 3. Hulpvragers ervaren meer rust bij saneringskredieten. Ze betalen drie jaar lang een vast maandelijks bedrag, zonder onzekerheid over verrekeningen. Bij schuldbemiddeling ervaren ze onrust omdat ze bijvoorbeeld bang zijn hun werk te verliezen en de regeling niet kunnen nakomen Nazorg ontbreekt vaak bij saneringskredieten Nadat saneringskredieten zijn afgesloten hebben hulpvragers vaak weinig of geen contact meer met hulpvragers. Dit betekent ook dat er weinig tot geen nazorg wordt verleend aan de hulpvragers.
Ontwikkeling medium en zware problematiek tussen groepen T2-T3 10% 13% 5% 7% 6% -6% 3% 4% 4% -3% 6% 7% -4% 14% -2% 4% 1% -2% Saneringskrediet Schuldbemiddeling Meer vooruitgang bij saneringskredieten dan bij schuldbemiddeling Ontwikkeling wordt weergegeven vanaf T2 omdat op T1 nog niet voor alle hulpvragers bekend is welk instrument wordt ingezet. Dit verklaart waarom op de leefgebieden gezinsstabiliteit en criminaliteit de ontwikkeling (licht) negatief is: hier vindt de grootste positieve ontwikkeling plaats tussen T1 en T2 (zie H3). * * * * 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Ontwikkeling wordt weergegeven vanaf T2 omdat op T1 nog niet voor alle hulpvragers bekend is welk instrument wordt ingezet. Dit verklaart waarom op de leefgebieden gezinsstabiliteit en criminaliteit de ontwikkeling (licht) negatief is: hier vindt de grootste positieve ontwikkeling plaats tussen T1 en T2 (zie H3). Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 46 * Significant t.o.v.
T2 Inzet saneringskrediet verbetert situatie werk en dagbesteding, maar nazorg ontbreekt vaak 5B effecten van saneringskredieten versus schuldbemiddeling Vooral bij werk en dagbesteding sterkere vooruitgang bij saneringskredieten Hulpvragers met saneringskredieten laten een grotere positieve ontwikkeling zien tussen de groepen T2 (akkoord schuldregeling) en T3 (3e jaar regeling) dan hulpvragers met schuldbemiddeling. Vooral op de thema’s werk, dagbesteding en lichamelijke gezondheid zijn er opvallende uitschieters. Het verschil bij werk en dagbesteding wordt deels verklaard door de startpositie: omdat saneringskredieten vaker worden ingezet voor werkloze hulpvragers is er meer ruimte voor vooruitgang. Toch verklaart dit niet waarom er bij schuldbemiddelingen juist een (licht) negatieve ontwikkeling plaatsvindt. Ervaring hulpverleners sluit aan bij uitkomsten1 1. Hulpvragers hebben meer mentale ruimte en een sterkere motivatie om inkomen te generen bij saneringskredieten. Inkomen uit werk komt ten goede aan het opbouwen van hun eigen bestaan 2. Hulpvragers vallen minder snel uit bij saneringskredieten, omdat er minder administratief werk te verzetten is, vooral door de hulpvrager 3. Hulpvragers ervaren meer rust bij saneringskredieten. Ze betalen drie jaar lang een vast maandelijks bedrag, zonder onzekerheid over verrekeningen.
Bij schuldbemiddeling ervaren ze onrust omdat ze bijvoorbeeld bang zijn hun werk te verliezen en de regeling niet kunnen nakomen Nazorg ontbreekt vaak bij saneringskredieten Nadat saneringskredieten zijn afgesloten hebben hulpvragers vaak weinig of geen contact meer met hulpvragers. Dit betekent ook dat er weinig tot geen nazorg wordt verleend aan de hulpvragers. Ontwikkeling medium en zware problematiek tussen groepen T2-T3 10% 13% 5% 7% 6% -6% 3% 4% 4% -3% 6% 7% -4% 14% -2% 4% 1% -2% Saneringskrediet Schuldbemiddeling Meer vooruitgang bij saneringskredieten dan bij schuldbemiddeling Ontwikkeling wordt weergegeven vanaf T2 omdat op T1 nog niet voor alle hulpvragers bekend is welk instrument wordt ingezet. Dit verklaart waarom op de leefgebieden gezinsstabiliteit en criminaliteit de ontwikkeling (licht) negatief is: hier vindt de grootste positieve ontwikkeling plaats tussen T1 en T2 (zie H3). * * * * 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 46 * Significant t.o.v.
T2 Inzet saneringskrediet verbetert situatie werk en dagbesteding, maar nazorg ontbreekt vaak 5B effecten van saneringskredieten versus schuldbemiddeling Vooral bij werk en dagbesteding sterkere vooruitgang bij saneringskredieten Hulpvragers met saneringskredieten laten een grotere positieve ontwikkeling zien tussen de groepen T2 (akkoord schuldregeling) en T3 (3e jaar regeling) dan hulpvragers met schuldbemiddeling. Vooral op de thema’s werk, dagbesteding en lichamelijke gezondheid zijn er opvallende uitschieters. Het verschil bij werk en dagbesteding wordt deels verklaard door de startpositie: omdat saneringskredieten vaker worden ingezet voor werkloze hulpvragers is er meer ruimte voor vooruitgang. Toch verklaart dit niet waarom er bij schuldbemiddelingen juist een (licht) negatieve ontwikkeling plaatsvindt. Ervaring hulpverleners sluit aan bij uitkomsten1 1. Hulpvragers hebben meer mentale ruimte en een sterkere motivatie om inkomen te generen bij saneringskredieten. Inkomen uit werk komt ten goede aan het opbouwen van hun eigen bestaan 2. Hulpvragers vallen minder snel uit bij saneringskredieten, omdat er minder administratief werk te verzetten is, vooral door de hulpvrager 3. Hulpvragers ervaren meer rust bij saneringskredieten. Ze betalen drie jaar lang een vast maandelijks bedrag, zonder onzekerheid over verrekeningen.
Bij schuldbemiddeling ervaren ze onrust omdat ze bijvoorbeeld bang zijn hun werk te verliezen en de regeling niet kunnen nakomen Nazorg ontbreekt vaak bij saneringskredieten Nadat saneringskredieten zijn afgesloten hebben hulpvragers vaak weinig of geen contact meer met hulpvragers. Dit betekent ook dat er weinig tot geen nazorg wordt verleend aan de hulpvragers. Ontwikkeling medium en zware problematiek tussen groepen T2-T3 10% 13% 5% 7% 6% -6% 3% 4% 4% -3% 6% 7% -4% 14% -2% 4% 1% -2% Saneringskrediet Schuldbemiddeling Meer vooruitgang bij saneringskredieten dan bij schuldbemiddeling Ontwikkeling wordt weergegeven vanaf T2 omdat op T1 nog niet voor alle hulpvragers bekend is welk instrument wordt ingezet. Dit verklaart waarom op de leefgebieden gezinsstabiliteit en criminaliteit de ontwikkeling (licht) negatief is: hier vindt de grootste positieve ontwikkeling plaats tussen T1 en T2 (zie H3). * * * * 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Werk Dagbesteding Geestelijke gezondheidLichamelijke gezondheid Huisvesting GezinsstabiliteitSociaal netwerk VerslavingCriminaliteit 59 6060 Hoofdstuk 6 Effect op de maatschappij (MKBA) Elke geïnvesteerde euro in financiële hulpverlening levert de maatschappij tot 2 euro op 6161 Visie “Schuldhulpverlening is voor mij: klaarstaan om mensen te helpen. Klaarstaan om anderen dienstbaar te zijn.
Zoals Des- mond Tutu heeft gezegd: niemand is op de wereld compleet gekomen. We hebben altijd hulp van anderen nodig. [...] Ik vind het heel belangrijk om in alles wat we doen rekening te houd- en met de culturele achtergrond van de hulpvrager . Want hij of zij draagt, naast de schulden, ook een culturele bagage bij zich. Als we daar oog voor hebben, en proberen te begrijpen en voelen wat de andere voelt, dan groeit het vertrouwen en daarmee de kans op een succesvolle afronding van het traject van de schuldregeling.” Merkbare waarde “Ik ben van mening dat de waarde van schuldhulp niet ophoudt bij de uitvoering van het schuldregelingstraject. De waarde is omvangrijker . Wij raken betrokken bij het leven van de mensen. Ze delen hun vreugde en hun leed met ons.” Naam: Bahattin Türkoglu Rol: Schuldhulpverlener bij Schuldhulp De Schie 62 Naam: Urchibert Stroop Rol: Hulpvrager Oorzaak schulden “Ik ben opgegroeid in Curaçao, daar kende ik geen deurwaarder . Ik ben naar Nederland gekomen met mijn ex-partner toen we 18 jaar waren, omdat zijn familie onze relatie niet accepteerde. Omdat we uit Curaçao kwamen konden we geen uitkering aanvragen. We kenden het Nederlandse systeem ook niet goed en hadden weinig financiële opvoeding gehad. Mijn ex-vriend deed de financiën, maar hij betaalde niets en maakte schulden op mijn naam.
Toen is hij er vandoor gegaan en bleef ik achter met zijn schulden.” Fase traject “Ik zit middenin het traject. Ik ben nu aan het sparen en los elk jaar af aan de schuldeisers. Dus het gaat heel goed nu.” Merkbare waarde “Ik was heel boos, maar ik heb nu rust. Ik heb mijn kracht terug gekregen. Ik had altijd het gevoel van onrecht: schuldeisers luisterden nooit naar mij. Maar de schuldhulpverlener heeft die power wel. Het was heel fijn dat er iemand was die naar mij kon luisteren. Iemand die ook uit het buitenland komt, die mij begrijpt. Inmiddels ben ik zelf aan het roer en heb ik de regie.” 636363 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 49 Elke geïnvesteerde euro in financiële hulpverlening levert de maatschappij tot 2 euro op 6. Effect op de maatschappij (MKBA) Baten Max: € 285mio Min: € 200mio Kosten1 Opbrengst Max: € 145mio Min: € 60mio Minimale en maximale baten per hulpvrager Op basis van de vooruitgang van hulpvragers op de leefdomeinen kunnen we berekenen welke maatschappelijke kosten worden uitgespaard. Het betreft hier alleen de meetbare impact: veel effecten op het welzijn en welbevinden van hulpvragers zijn niet in geld uit te drukken. Omdat we de vooruitgang niet volledig kunnen toeschrijven aan financiële hulpverlening rekenen we met een minimum en maximum scenario. De baten per succesvol geholpen hulpvrager bedragen min.
€ 9.956, en max. € 14.244. Zetten we dit af tegen een totaal aantal geholpen hulpvragers van ca. 20.000 per jaar dan komen we op een totaal van € 200-285 mio.1 Kosten van hulpverlening De totale kosten van schuldhulpverlening bedragen per inwoner € 8,121. Dit komt neer op een totaal van € 140 mio. Dit bedrag omvat alle kosten van intake tot en met nazorg.2 Opbrengst: de Social Return on Investment (SROI) Hiermee komt de totale positieve bijdrage (baten-kosten) van schuldhulpverlening op € 60 – 185 mio. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit de minimale opbrengst is. Aangezien de totale kosten voor SHV worden meegenomen en de baten alleen voor de succesvol afgeronde trajecten zal de daadwerkelijke opbrengst hoger zijn. Immers ook bij niet- succesvol afgeronde trajecten zullen baten gerealiseerd worden. De SROI bedraagt minimaal 1,4 -2,0 (baten/kosten). Dit betekent dat elke euro die wordt geïnvesteerd in financiële hulpverlening de maatschappij minimaal € 1,40 - € 2,00 oplevert. Dit is in lijn met eerdere onderzoeken.3 Minimaal Maximaal Positieve Social Return on Investment (SROI) van 1,4 – 2,0 1 NVVK Jaarverslag 2020 2 Kosten voor Schuldhulpverlening in Nederland gebaseerd op de gemiddelde kosten per inwoner o.b.v. Armoede en Schulden Benchmark Divosa (2020) 3 Van Geuns et.
al (2011), Schuldhulpverlening loont!: SROI 1,7-2,6; Gemeente Nijmegen (2016), Maatschappelijke opbrengst van Schuldhulpverlening: SROI 1,4 € 140mio Elke geïnvesteerde euro in financiële hulpverlening levert de maatschappij tot 2 euro op 6 | Effect op de maatschappij (MKBA) 1 NVVK Jaarverslag 2020 | 2. Kosten voor Schuldhulpverlening in Nederland gebaseerd op de gemiddelde kosten per inwoner o.b.v. Armoede en Schulden Benchmark Divosa (2020) 3. Van Geuns et. al (2011), Schuldhulpverlening loont!: SROI 1,7-2,6; Gemeente Nijmegen (2016), Maatschappelijke opbrengst van Schuldhulpverlening: SROI 1,4 Minimale en maximale baten per hulpvrager Op basis van de vooruitgang van hulpvragers op de leefdomeinen kunnen we berekenen welke maatschappelijke kosten worden uitgespaard. Het betreft hier alleen de meetbare impact: veel effecten op het welzijn en welbevinden van hulpvragers zijn niet in geld uit te drukken. Omdat we de vooruitgang niet volledig kunnen toeschrijven aan financiële hulpverlening rekenen we met een minimum en maximum scenario. De baten per succesvol geholpen hulp- vrager bedragen min. € 9.956, en max. € 14.244. Zetten we dit af tegen een totaal aantal geholpen hulpvragers van ca. 20.000 per jaar dan komen we op een totaal van € 200-285 mio.1 Kosten van hulpverlening De totale kosten van schuldhulpverlening bedragen per inwoner € 8,121.
Dit komt neer op een totaal van € 140 mio. Dit bedrag omvat alle kosten van intake tot en met nazorg.2 Opbrengst: de Social Return on Investment (SROI) Hiermee komt de totale positieve bijdrage (baten-kosten) van schuldhulpverlening op € 60 – 185 mio. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit de minimale opbrengst is. Aangezien de totale kosten voor SHV worden meegenomen en de baten alleen voor de succesvol afgeronde trajecten zal de daadwerkelijke opbrengst hoger zijn. Immers ook bij niet-succesvol afgeronde trajecten zullen baten gerealiseerd worden. De SROI bedraagt minimaal 1,4 -2,0 (baten/kosten). Dit betekent dat elke euro die wordt geïnvesteerd in financiële hulpverlening de maatschappij minimaal € 1,40 - € 2,00 oplevert. Dit is in lijn met eerdere onderzoeken.3 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 49 Elke geïnvesteerde euro in financiële hulpverlening levert de maatschappij tot 2 euro op 6. Effect op de maatschappij (MKBA) Baten Max: € 285mio Min: € 200mio Kosten1 Opbrengst Max: € 145mio Min: € 60mio Minimale en maximale baten per hulpvrager Op basis van de vooruitgang van hulpvragers op de leefdomeinen kunnen we berekenen welke maatschappelijke kosten worden uitgespaard. Het betreft hier alleen de meetbare impact: veel effecten op het welzijn en welbevinden van hulpvragers zijn niet in geld uit te drukken.
Omdat we de vooruitgang niet volledig kunnen toeschrijven aan financiële hulpverlening rekenen we met een minimum en maximum scenario. De baten per succesvol geholpen hulpvrager bedragen min. € 9.956, en max. € 14.244. Zetten we dit af tegen een totaal aantal geholpen hulpvragers van ca. 20.000 per jaar dan komen we op een totaal van € 200-285 mio.1 Kosten van hulpverlening De totale kosten van schuldhulpverlening bedragen per inwoner € 8,121. Dit komt neer op een totaal van € 140 mio. Dit bedrag omvat alle kosten van intake tot en met nazorg.2 Opbrengst: de Social Return on Investment (SROI) Hiermee komt de totale positieve bijdrage (baten-kosten) van schuldhulpverlening op € 60 – 185 mio. Hierbij moet worden opgemerkt dat dit de minimale opbrengst is. Aangezien de totale kosten voor SHV worden meegenomen en de baten alleen voor de succesvol afgeronde trajecten zal de daadwerkelijke opbrengst hoger zijn. Immers ook bij niet- succesvol afgeronde trajecten zullen baten gerealiseerd worden. De SROI bedraagt minimaal 1,4 -2,0 (baten/kosten). Dit betekent dat elke euro die wordt geïnvesteerd in financiële hulpverlening de maatschappij minimaal € 1,40 - € 2,00 oplevert.
Dit is in lijn met eerdere onderzoeken.3 Minimaal Maximaal Positieve Social Return on Investment (SROI) van 1,4 – 2,0 1 NVVK Jaarverslag 2020 2 Kosten voor Schuldhulpverlening in Nederland gebaseerd op de gemiddelde kosten per inwoner o.b.v. Armoede en Schulden Benchmark Divosa (2020) 3 Van Geuns et. al (2011), Schuldhulpverlening loont!: SROI 1,7-2,6; Gemeente Nijmegen (2016), Maatschappelijke opbrengst van Schuldhulpverlening: SROI 1,4 € 140mio 64 65 Grootste baten voor de maatschappij zitten in het helpen naar werk en het voorkomen van verzuim en huisvestingsproblemen 6 | Effect op de maatschappij (MKBA) 1. Om de totale baten te berekenen zijn de baten per hulpvrager vermenigvuldigd met het totaal aantal geholpen inwoners = ~20.000 (NVVK jaarverslag 2020) Grootste besparing op werk en inkomen en op huisvesting De grootste baten zitten in de toeleiding naar werk waar- door mensen uitstromen uit de bijstand en WW (€ 75-100 mio). Daarna is de grootste besparing het voorkomen van dakloosheid, van huisuitzetting en van (kinder)noodopvang (€ 24-38 mio). Conservatieve schatting van scenario’s De baten per hulpverlener zijn in kaart gebracht op basis van een minimum en maximum scenario. In beide scenario’s hanteren we een conservatieve schatting en zijn alleen de direct-aanwijsbare besparingen meegenomen.
Zo is voor de preventie van ziekteverzuim en productiviteitsverlies als gevolg van schulden bijvoorbeeld maar 1 jaar meegenomen, terwijl mensen langer in ziekteverzuim kunnen zitten als gevolg van schulden. Dezelfde conservatieve schatting van 1 jaar is gehanteerd bij de stijgende inkomstenbelasting als gevolg van toename van het aantal mensen met werk. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 50 Grootste baten voor de maatschappij zitten in het helpen naar werk en het voorkomen van verzuim en huisvestingsproblemen 6. Effect op de maatschappij (MKBA) Werk en inkomen Huisvesting Criminaliteit Verslaving Lichamelijke gezondheid Geestelijke gezondheid Gezinsstabiliteit Totaal 146 – 203 mio 24 – 39 mio 0,5 – 1 mio 0,5 – 1,5 mio 3 – 4 mio 20 – 28 mio 6 – 8 mio 200 – 285 mio Minimaal Maximaal Grootste besparing op werk en inkomen en op huisvesting De grootste baten zitten in de toeleiding naar werk waardoor mensen uitstromen uit de bijstand en WW (€ 75-100 mio). Daarna is de grootste besparing het voorkomen van dakloosheid, van huisuitzetting en van (kinder)noodopvang (€ 24-38 mio). Conservatieve schatting van scenario’s De baten per hulpverlener zijn in kaart gebracht op basis van een minimum en maximum scenario. In beide scenario’s hanteren we een conservatieve schatting en zijn alleen de direct-aanwijsbare besparingen meegenomen.
Zo is voor de preventie van ziekteverzuim en productiviteitsverlies als gevolg van schulden bijvoorbeeld maar 1 jaar meegenomen, terwijl mensen langer in ziekteverzuim kunnen zitten als gevolg van schulden. Dezelfde conservatieve schatting van 1 jaar is gehanteerd bij de stijgende inkomstenbelasting als gevolg van toename van het aantal mensen met werk. Totaal1 (€) 7.285 – 10.154 1.202 – 1.962 29 – 44 38 – 57 132 – 198 980 – 1.424 290 – 405 9.956 – 14.244 Per hulpvrager (€)Leefgebied 1 Om de totale baten te berekenen zijn de baten per hulpvrager vermenigvuldigd met het totaal aantal geholpen inwoners = ~20.000 (NVVK jaarverslag 2020) Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 50 Grootste baten voor de maatschappij zitten in het helpen naar werk en het voorkomen van verzuim en huisvestingsproblemen 6. Effect op de maatschappij (MKBA) Werk en inkomen Huisvesting Criminaliteit Verslaving Lichamelijke gezondheid Geestelijke gezondheid Gezinsstabiliteit Totaal 146 – 203 mio 24 – 39 mio 0,5 – 1 mio 0,5 – 1,5 mio 3 – 4 mio 20 – 28 mio 6 – 8 mio 200 – 285 mio Minimaal Maximaal Grootste besparing op werk en inkomen en op huisvesting De grootste baten zitten in de toeleiding naar werk waardoor mensen uitstromen uit de bijstand en WW (€ 75-100 mio).
Daarna is de grootste besparing het voorkomen van dakloosheid, van huisuitzetting en van (kinder)noodopvang (€ 24-38 mio). Conservatieve schatting van scenario’s De baten per hulpverlener zijn in kaart gebracht op basis van een minimum en maximum scenario. In beide scenario’s hanteren we een conservatieve schatting en zijn alleen de direct-aanwijsbare besparingen meegenomen. Zo is voor de preventie van ziekteverzuim en productiviteitsverlies als gevolg van schulden bijvoorbeeld maar 1 jaar meegenomen, terwijl mensen langer in ziekteverzuim kunnen zitten als gevolg van schulden. Dezelfde conservatieve schatting van 1 jaar is gehanteerd bij de stijgende inkomstenbelasting als gevolg van toename van het aantal mensen met werk. Totaal1 (€) 7.285 – 10.154 1.202 – 1.962 29 – 44 38 – 57 132 – 198 980 – 1.424 290 – 405 9.956 – 14.244 Per hulpvrager (€)Leefgebied 1 Om de totale baten te berekenen zijn de baten per hulpvrager vermenigvuldigd met het totaal aantal geholpen inwoners = ~20.000 (NVVK jaarverslag 2020) 66 Grootste baten komen ten goede aan gemeenten, ook werkgevers, zorgverzekeraars en Rijksoverheid profiteren 6 | Effect op de maatschappij (MKBA) Baten per partij toegelicht De grootste besparingen komen ten goede aan de lokale overheden vanwege de besparingen op onder andere bijstandsuitkeringen, maatschappelijke opvang en kosten met betrekking tot dakloosheid.
Werkgevers besparen vooral op het voorkomen van ziekte en productiviteitsverlies als gevolg van werknemers met schulden. Zorgverzekeraars besparen vooral op de zorgkosten, zowel voor de eerstelijns- als de tweedelijnszorg. De Rijksoverheid bespaart op kosten m.b.t. WW-uitkeringen. Daarnaast zal er als gevolg van een toename van het aantal werkenden meer Inkomstenbelasting geïnd worden. De baten voor schuldeisers bestaan uit het deel van de schulden dat met een schuldregeling toch geïnd kan worden, dat anders afgeschreven had moeten worden. Daarnaast vindt een vermindering van de kosten voor het incassoapparaat plaats. Woningcorporaties en nutsbedrijven besparen op kosten m.b.t. afsluitingen en huisuitzettingen. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 51 51% 22% 10% 8% 6% 3% Grootste baten komen ten goede aan gemeenten, ook werkgevers, zorgverzekeraars en Rijksoverheid profiteren 6. Effect op de maatschappij (MKBA) Gemeente (100 – 140 mio) Werkgever (44 – 59 mio) Rijksoverheid (16 – 21 mio) Zorgverzekeraar (20 – 29 mio) Overige schuldeisers (13 – 26 mio) Woningcorporatie / nutsbedrijf (5 – 9 mio) Baten per partij toegelicht De grootste besparingen komen ten goede aan de lokale overheden vanwege de besparingen op onder andere bijstandsuitkeringen, maatschappelijke opvang en kosten met betrekking tot dakloosheid.
Werkgevers besparen vooral op het voorkomen van ziekte en productiviteitsverlies als gevolg van werknemers met schulden. Zorgverzekeraars besparen vooral op de zorgkosten, zowel voor de eerstelijns- als de tweedelijnszorg. De Rijksoverheid bespaart op kosten m.b.t. WW-uitkeringen. Daarnaast zal er als gevolg van een toename van het aantal werkenden meer Inkomstenbelasting geïnd worden. De baten voor schuldeisers bestaan uit het deel van de schulden dat met een schuldregeling toch geïnd kan worden, dat anders afgeschreven had moeten worden. Daarnaast vindt een vermindering van de kosten voor het incassoapparaat plaats. Woningcorporaties en nutsbedrijven besparen op kosten m.b.t. afsluitingen en huisuitzettingen. 67 68 Hoofdstuk 7 Waarde voor de schuldeisers Schuldeisers werken intensief samen met financiële hulpverlening om mensen met problematische schulden te helpen 69 Visie “Het is belangrijk dat onze klanten zo vroeg mogelijk hulp krijgen en dat ze duurzaam geholpen worden. Als iemand eerder hulp zoekt zijn de achterstanden lager, kan iemand sneller uit de problemen komen en lopen wij als schuldeiser minder financieel risico. Daarmee zijn wij als schuldeiser geholpen, maar vooral ook de klant zelf.” Naam: Martin Neef Rol: Schuldeiser bij Vattenfall 70 Naam: Remi Langenberg Rol: Schuldeiser bij het CAK Visie “Mijn diepste zorg zit bij de burgers die we nu nog niet bereiken.
Met data moeten we een integraal klantbeeld kunnen maken van burgers waarvan we weten dat ze schulden hebben. Het is mijn droom dat we deze burgers vanuit publieke schuldeisers één gezamenlijke schuldregeling aan kunnen bieden.” 717171 Zorgplicht / MVO “Invulling van onze zorgplicht en MVO” Geen / beperkte waarde “De waarde is nog niet groot” 7 | Waarde voor de schuldeiser Schuldeisers zien waarde van hulpverlening in klantbehoud en het duurzaam oplossen van schulden voor hun klanten 1. N = 12, een beperkt aantal t.o.v. het totaal aantal schuldeisers in Nederland. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 45 Toenemend gebruik van saneringskredieten, vooral bijmensen met een uitkering 5B effecten van saneringskredieten versus schuldbemiddeling 43% 76% 8% 8% 49% 16% 0% 50% 100% Series1 Series2 Series3 Hulpverleners zetten saneringskredieten steeds vaker in Veel hulpverleningsorganisaties hanteren de laatste jaren het beleid om meer saneringskredieten toe te passen. De achterliggende overtuiging is dat saneringskredieten hulpvragers sneller en beter helpen dan schuldbemiddeling. Ten tijde van dit onderzoek is de verhouding tussen de inzet van schuldbemiddeling en saneringskrediet ongeveer 40/60. De verwachting is dat de trend zich zal doorzetten naar meer saneringskredieten.
Vooral veel saneringskredieten bij mensen zonder werk Het aantal ingezette saneringskredieten is verhoudingsgewijs veel hoger bij mensen zonder werk (+34%). Een mogelijke verklaring is dat een saneringskrediet minder aantrekkelijk is voor schuldeisers zolang er nog zicht is op verbetering van toekomstige inkomsten. Wanneer hulpvragers een uitkering ontvangen is het niet aannemelijk dat de inkomsten toe zullen nemen, waardoor schuldeisers eerder akkoord gaan met een saneringskrediet zodat de schuld in één keer wordt afgekocht. 61% 38% Saneringskrediet Schuldbemiddeling Saneringskrediet vaker ingezet dan schuldbemiddeling na akkoord regeling (T2)1 1%Andere oplossing Hogere inzet saneringskredieten bij werkloosheid 1 Ontwikkeling vanaf T2 omdat op T1 nog niet voor alle hulpvragers bekend is welk instrument wordt ingezet. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 54 Schuldeisers zien waarde van hulpverlening in klantbehoud en het duurzaam oplossen van schulden voor hun klanten 7.