CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

5.1 NVVK - Meetbare en merkbare waarde van financiele hulpverlening een nieuw perspectief.pdf

Raadsvergadering 13 september 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken62.682 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 4 van 7

Leger des Heils), ‘bij familie / bekenden’. Hoewel mensen soms uit eigen keuze bewust bij familie of bekenden wonen komt het vaak voor dat men dit doet vanwege financiële problematiek. In alle drie de varianten is een verbetering te zien tussen de groepen op T1 en T3, ondanks de huidige woningnood. Omdat de samenstelling van de groepen T1 en T3 significant verschillen op het gebied van huisvesting wordt een deel van deze verbetering mogelijk verklaard door uitval van hulpvragers met een instabiele huisvestingssituatie. Mogelijk heeft de vooruitgang ook te maken met het speciale crisistraject dat veel gemeenten bieden wanneer er sprake is van dreiging tot huisuitzetting. “Een dreigende huisuitzetting brengt veel stress met zich mee. Mensen beseffen dan ineens dat de huur niet betalen niet de handigste zet is. Dat maakt dat ze in het hulpverleningstraject de juiste beslissingen gaan nemen.” – Hulpverlener filmproject “Ons huis is ons destijds ontnomen. Ik heb toen een tijdje met de kinderen in een opvanghuis gewoond. Daarna heb ik weer een huisje gekregen via de gemeente.” – Hulpvrager filmproject 3.

Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Huisvesting Begeleid Onbekend Stabiel (zelfstandig / thuiswonend) -11%* +12%* Verdieping: instabiele huisvesting Noodopvang -11%* Instabiel Geen huisvesting Bij familie / bekenden 2% 0% 2% 1% 0% 8% 9% 1% T1 T2 T3 12% 10% 4% 5% 84% 84% 96% 0% 1% 0% T1 T2 T3 * Significant verschil t.o.v. T1 37 3 | Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker een stabiele gezinssituatie en een sterker sociaal netwerk Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 31 “We zijn in die periode gescheiden. Ik denk dat we er niet gelijkwaardig in stonden. Ik wilde het verleden het verleden laten en knokken voor de toekomst. Maar mijn partner had heel veel moeite met omschakelen.” – Hulpvrager filmproject Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker een stabiele gezinssituatie en een sterker sociaal netwerk 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Stabielere thuissituatie en sterker sociaal netwerk Het percentage hulpvragers met een instabiele of redelijk stabiele gezinssituatie is in totaal 14 procentpunt lager bij de groep in T3 (3e jaar regeling) dan in T1 (start financiële hulpverlening). Dit effect lijkt vrij snel op te treden, omdat ook in de T2 groep (bij akkoord schuldregeling) al een daling zichtbaar is.

De inzet van jeugdzorg is op T3 (3%) 4 procentpunt lager dan op T1 (7%). Onder een instabiele gezinssituatie valt ‘geweld in huiselijke kring’, ‘verwaarlozing’, ‘mishandeling’. Onder redelijk stabiele gezinssituatie vallen ‘relationele problemen in huishouden’ en ‘spanning in huwelijk’. Ook het sociale netwerk is voor de groep T3 sterk verbeterd ten opzichte van de T1 groep. Het is een bekend fenomeen dat veel hulpvragers in een isolement raken door schaamte of simpelweg geen geld meer hebben om sociale activiteiten te ondernemen. “Als je er zelf niet over kan praten, wordt de afstand steeds groter naar anderen toe. Als je het niet meer durft te bespreken, ontstaat er een verwijdering.” - Hulpvrager filmproject Gezinsstabiliteit -9%* +15%* Sociaal netwerk Onbekend +7%* Voldoende netwerk Instabiel Stabiel Redelijk stabiel Onbekend -5%* Gering netwerk Sterk netwerk -4%* Geen netwerk7% 27% 16% 18% 41% 60% 56% 25% 22% 24% T1 T2 T3 6% 6% 35% 35% 29% 44% 45% 45% 10% 8% 17% 6% 5% 7% T1 T2 T3 * Significant verschil t.o.v. T1 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 31 “We zijn in die periode gescheiden. Ik denk dat we er niet gelijkwaardig in stonden. Ik wilde het verleden het verleden laten en knokken voor de toekomst.

Maar mijn partner had heel veel moeite met omschakelen.” – Hulpvrager filmproject Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker een stabiele gezinssituatie en een sterker sociaal netwerk 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Stabielere thuissituatie en sterker sociaal netwerk Het percentage hulpvragers met een instabiele of redelijk stabiele gezinssituatie is in totaal 14 procentpunt lager bij de groep in T3 (3e jaar regeling) dan in T1 (start financiële hulpverlening). Dit effect lijkt vrij snel op te treden, omdat ook in de T2 groep (bij akkoord schuldregeling) al een daling zichtbaar is. De inzet van jeugdzorg is op T3 (3%) 4 procentpunt lager dan op T1 (7%). Onder een instabiele gezinssituatie valt ‘geweld in huiselijke kring’, ‘verwaarlozing’, ‘mishandeling’. Onder redelijk stabiele gezinssituatie vallen ‘relationele problemen in huishouden’ en ‘spanning in huwelijk’. Ook het sociale netwerk is voor de groep T3 sterk verbeterd ten opzichte van de T1 groep. Het is een bekend fenomeen dat veel hulpvragers in een isolement raken door schaamte of simpelweg geen geld meer hebben om sociale activiteiten te ondernemen. “Als je er zelf niet over kan praten, wordt de afstand steeds groter naar anderen toe.

Als je het niet meer durft te bespreken, ontstaat er een verwijdering.” - Hulpvrager filmproject Gezinsstabiliteit -9%* +15%* Sociaal netwerk Onbekend +7%* Voldoende netwerk Instabiel Stabiel Redelijk stabiel Onbekend -5%* Gering netwerk Sterk netwerk -4%* Geen netwerk7% 27% 16% 18% 41% 60% 56% 25% 22% 24% T1 T2 T3 6% 6% 35% 35% 29% 44% 45% 45% 10% 8% 17% 6% 5% 7% T1 T2 T3 * Significant verschil t.o.v. T1 Stabielere thuissituatie en sterker sociaal netwerk Het percentage hulpvragers met een instabiele of redelijk stabiele gezinssituatie is in totaal 14 procentpunt lager bij de groep in T3 (3e jaar regeling) dan in T1 (start financiële hulpverlening). Dit effect lijkt vrij snel op te treden, omdat ook in de T2 groep (bij akkoord schuldregeling) al een daling zichtbaar is. De inzet van jeugdzorg is op T3 (3%) 4 procentpunt lager dan op T1 (7%). Onder een instabiele gezinssituatie valt ‘geweld in huiselijke kring’, ‘verwaarlozing’, ‘mishandeling’. Onder redelijk stabiele gezinssituatie vallen ‘relationele problemen in huishouden’ en ‘spanning in huwelijk’. Ook het sociale netwerk is voor de groep T3 sterk verbeterd ten opzichte van de T1 groep. Het is een bekend fenomeen dat veel hulpvragers in een isolement raken door schaamte of simpelweg geen geld meer hebben om sociale activiteiten te ondernemen.

“Als je er zelf niet over kan praten, wordt de afstand steeds groter naar anderen toe. Als je het niet meer durft te bespreken, ontstaat er een verwijdering.” Hulpvrager filmproject “We zijn in die periode gescheiden. Ik denk dat we er niet gelijkwaardig in stonden. Ik wilde het verleden het verleden laten en knokken voor de toekomst. Maar mijn partner had heel veel moeite met omschakelen.” Hulpvrager filmproject Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 31 “We zijn in die periode gescheiden. Ik denk dat we er niet gelijkwaardig in stonden. Ik wilde het verleden het verleden laten en knokken voor de toekomst. Maar mijn partner had heel veel moeite met omschakelen.” – Hulpvrager filmproject Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker een stabiele gezinssituatie en een sterker sociaal netwerk 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Stabielere thuissituatie en sterker sociaal netwerk Het percentage hulpvragers met een instabiele of redelijk stabiele gezinssituatie is in totaal 14 procentpunt lager bij de groep in T3 (3e jaar regeling) dan in T1 (start financiële hulpverlening). Dit effect lijkt vrij snel op te treden, omdat ook in de T2 groep (bij akkoord schuldregeling) al een daling zichtbaar is. De inzet van jeugdzorg is op T3 (3%) 4 procentpunt lager dan op T1 (7%).

Onder een instabiele gezinssituatie valt ‘geweld in huiselijke kring’, ‘verwaarlozing’, ‘mishandeling’. Onder redelijk stabiele gezinssituatie vallen ‘relationele problemen in huishouden’ en ‘spanning in huwelijk’. Ook het sociale netwerk is voor de groep T3 sterk verbeterd ten opzichte van de T1 groep. Het is een bekend fenomeen dat veel hulpvragers in een isolement raken door schaamte of simpelweg geen geld meer hebben om sociale activiteiten te ondernemen. “Als je er zelf niet over kan praten, wordt de afstand steeds groter naar anderen toe. Als je het niet meer durft te bespreken, ontstaat er een verwijdering.” - Hulpvrager filmproject Gezinsstabiliteit -9%* +15%* Sociaal netwerk Onbekend +7%* Voldoende netwerk Instabiel Stabiel Redelijk stabiel Onbekend -5%* Gering netwerk Sterk netwerk -4%* Geen netwerk7% 27% 16% 18% 41% 60% 56% 25% 22% 24% T1 T2 T3 6% 6% 35% 35% 29% 44% 45% 45% 10% 8% 17% 6% 5% 7% T1 T2 T3 * Significant verschil t.o.v. T1 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 31 “We zijn in die periode gescheiden. Ik denk dat we er niet gelijkwaardig in stonden. Ik wilde het verleden het verleden laten en knokken voor de toekomst. Maar mijn partner had heel veel moeite met omschakelen.” – Hulpvrager filmproject Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker een stabiele gezinssituatie en een sterker sociaal netwerk 3.

Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Stabielere thuissituatie en sterker sociaal netwerk Het percentage hulpvragers met een instabiele of redelijk stabiele gezinssituatie is in totaal 14 procentpunt lager bij de groep in T3 (3e jaar regeling) dan in T1 (start financiële hulpverlening). Dit effect lijkt vrij snel op te treden, omdat ook in de T2 groep (bij akkoord schuldregeling) al een daling zichtbaar is. De inzet van jeugdzorg is op T3 (3%) 4 procentpunt lager dan op T1 (7%). Onder een instabiele gezinssituatie valt ‘geweld in huiselijke kring’, ‘verwaarlozing’, ‘mishandeling’. Onder redelijk stabiele gezinssituatie vallen ‘relationele problemen in huishouden’ en ‘spanning in huwelijk’. Ook het sociale netwerk is voor de groep T3 sterk verbeterd ten opzichte van de T1 groep. Het is een bekend fenomeen dat veel hulpvragers in een isolement raken door schaamte of simpelweg geen geld meer hebben om sociale activiteiten te ondernemen. “Als je er zelf niet over kan praten, wordt de afstand steeds groter naar anderen toe.

Als je het niet meer durft te bespreken, ontstaat er een verwijdering.” - Hulpvrager filmproject Gezinsstabiliteit -9%* +15%* Sociaal netwerk Onbekend +7%* Voldoende netwerk Instabiel Stabiel Redelijk stabiel Onbekend -5%* Gering netwerk Sterk netwerk -4%* Geen netwerk7% 27% 16% 18% 41% 60% 56% 25% 22% 24% T1 T2 T3 6% 6% 35% 35% 29% 44% 45% 45% 10% 8% 17% 6% 5% 7% T1 T2 T3 * Significant verschil t.o.v. T1 * Significant verschil t.o.v. T1 2% 2% 2% Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 31 “We zijn in die periode gescheiden. Ik denk dat we er niet gelijkwaardig in stonden. Ik wilde het verleden het verleden laten en knokken voor de toekomst. Maar mijn partner had heel veel moeite met omschakelen.” – Hulpvrager filmproject Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker een stabiele gezinssituatie en een sterker sociaal netwerk 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Stabielere thuissituatie en sterker sociaal netwerk Het percentage hulpvragers met een instabiele of redelijk stabiele gezinssituatie is in totaal 14 procentpunt lager bij de groep in T3 (3e jaar regeling) dan in T1 (start financiële hulpverlening). Dit effect lijkt vrij snel op te treden, omdat ook in de T2 groep (bij akkoord schuldregeling) al een daling zichtbaar is. De inzet van jeugdzorg is op T3 (3%) 4 procentpunt lager dan op T1 (7%).

Onder een instabiele gezinssituatie valt ‘geweld in huiselijke kring’, ‘verwaarlozing’, ‘mishandeling’. Onder redelijk stabiele gezinssituatie vallen ‘relationele problemen in huishouden’ en ‘spanning in huwelijk’. Ook het sociale netwerk is voor de groep T3 sterk verbeterd ten opzichte van de T1 groep. Het is een bekend fenomeen dat veel hulpvragers in een isolement raken door schaamte of simpelweg geen geld meer hebben om sociale activiteiten te ondernemen. “Als je er zelf niet over kan praten, wordt de afstand steeds groter naar anderen toe. Als je het niet meer durft te bespreken, ontstaat er een verwijdering.” - Hulpvrager filmproject Gezinsstabiliteit -9%* +15%* Sociaal netwerk Onbekend +7%* Voldoende netwerk Instabiel Stabiel Redelijk stabiel Onbekend -5%* Gering netwerk Sterk netwerk -4%* Geen netwerk7% 27% 16% 18% 41% 60% 56% 25% 22% 24% T1 T2 T3 6% 6% 35% 35% 29% 44% 45% 45% 10% 8% 17% 6% 5% 7% T1 T2 T3 * Significant verschil t.o.v. T1 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 31 “We zijn in die periode gescheiden. Ik denk dat we er niet gelijkwaardig in stonden. Ik wilde het verleden het verleden laten en knokken voor de toekomst. Maar mijn partner had heel veel moeite met omschakelen.” – Hulpvrager filmproject Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker een stabiele gezinssituatie en een sterker sociaal netwerk 3.

Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Stabielere thuissituatie en sterker sociaal netwerk Het percentage hulpvragers met een instabiele of redelijk stabiele gezinssituatie is in totaal 14 procentpunt lager bij de groep in T3 (3e jaar regeling) dan in T1 (start financiële hulpverlening). Dit effect lijkt vrij snel op te treden, omdat ook in de T2 groep (bij akkoord schuldregeling) al een daling zichtbaar is. De inzet van jeugdzorg is op T3 (3%) 4 procentpunt lager dan op T1 (7%). Onder een instabiele gezinssituatie valt ‘geweld in huiselijke kring’, ‘verwaarlozing’, ‘mishandeling’. Onder redelijk stabiele gezinssituatie vallen ‘relationele problemen in huishouden’ en ‘spanning in huwelijk’. Ook het sociale netwerk is voor de groep T3 sterk verbeterd ten opzichte van de T1 groep. Het is een bekend fenomeen dat veel hulpvragers in een isolement raken door schaamte of simpelweg geen geld meer hebben om sociale activiteiten te ondernemen. “Als je er zelf niet over kan praten, wordt de afstand steeds groter naar anderen toe.

Als je het niet meer durft te bespreken, ontstaat er een verwijdering.” - Hulpvrager filmproject Gezinsstabiliteit -9%* +15%* Sociaal netwerk Onbekend +7%* Voldoende netwerk Instabiel Stabiel Redelijk stabiel Onbekend -5%* Gering netwerk Sterk netwerk -4%* Geen netwerk7% 27% 16% 18% 41% 60% 56% 25% 22% 24% T1 T2 T3 6% 6% 35% 35% 29% 44% 45% 45% 10% 8% 17% 6% 5% 7% T1 T2 T3 * Significant verschil t.o.v. T1 38 3 | Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager 18% minder criminaliteit en 12% verslaving in derde jaar schuldregeling, niet volledig toe te wijzen aan financiële hulp Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 32 18% minder criminaliteit en 12% verslaving in derde jaar schuldregeling, niet volledig toe te wijzen aan financiële hulp 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager * Significant verschil t.o.v. T1 Minder criminaliteit en verslaving, uitval kan een rol spelen In de groep op T3 (3e jaar regeling) hebben minder hulpvragers te maken met criminaliteit dan de groep op T1 (aanvang van de financiële hulpverlening). Ook het aantal hulpvragers in de groep T3 dat te maken heeft met een (problematische) verslaving is lager dan in de groep T1. De inzet van verslavingszorg is op T3 0%, tegen 8% op T1.

Hierbij moet worden opgemerkt dat mensen met problemen op het gebied van criminaliteit of verslaving mogelijk eerder stoppen met de hulpverlening. Statistisch gezien vallen de groepen T1 en T3 binnen de marges om ze te kunnen vergelijken. Maar het valt niet uit te sluiten dat uitval wel een rol speelt bij de verschillen tussen groep T3 en T1 (crimineel gedrag komt bijvoorbeeld vaker voor bij de jongere onderzoekspopulatie, en in deze groep is de uitval ook iets hoger). Een deel van de hulpvragers is dus mogelijk gestopt, en een deel is daadwerkelijk gebaat bij de hulpverlening en verbetert daardoor op deze leefgebieden. Verslaving Problematisch Niet aanwezig Lichte problematiek Onbekend +18% Criminaliteit Licht crimineel gedrag Onbekend -8%* +12%* -6% Risico crimineel gedrag -6%*-6% 9% 12% 7% 4% 73% 85% 85% 6% 4% 8% T1 T2 T3 Geen crimineel gedrag 6% 14% 13% 8% 69% 78% 87% 12% 6% 4% T1 T2 T3 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 32 18% minder criminaliteit en 12% verslaving in derde jaar schuldregeling, niet volledig toe te wijzen aan financiële hulp 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager * Significant verschil t.o.v. T1 Minder criminaliteit en verslaving, uitval kan een rol spelen In de groep op T3 (3e jaar regeling) hebben minder hulpvragers te maken met criminaliteit dan de groep op T1 (aanvang van de financiële hulpverlening).

Ook het aantal hulpvragers in de groep T3 dat te maken heeft met een (problematische) verslaving is lager dan in de groep T1. De inzet van verslavingszorg is op T3 0%, tegen 8% op T1. Hierbij moet worden opgemerkt dat mensen met problemen op het gebied van criminaliteit of verslaving mogelijk eerder stoppen met de hulpverlening. Statistisch gezien vallen de groepen T1 en T3 binnen de marges om ze te kunnen vergelijken. Maar het valt niet uit te sluiten dat uitval wel een rol speelt bij de verschillen tussen groep T3 en T1 (crimineel gedrag komt bijvoorbeeld vaker voor bij de jongere onderzoekspopulatie, en in deze groep is de uitval ook iets hoger). Een deel van de hulpvragers is dus mogelijk gestopt, en een deel is daadwerkelijk gebaat bij de hulpverlening en verbetert daardoor op deze leefgebieden. Verslaving Problematisch Niet aanwezig Lichte problematiek Onbekend +18% Criminaliteit Licht crimineel gedrag Onbekend -8%* +12%* -6% Risico crimineel gedrag -6%*-6% 9% 12% 7% 4% 73% 85% 85% 6% 4% 8% T1 T2 T3 Geen crimineel gedrag 6% 14% 13% 8% 69% 78% 87% 12% 6% 4% T1 T2 T3 Minder criminaliteit en verslaving, uitval kan een rol spelen In de groep op T3 (3e jaar regeling) hebben minder hulp vragers te maken met criminaliteit dan de groep op T1 (aanvang van de financiële hulpverlening).

Ook het aantal hulpvragers in de groep T3 dat te maken heeft met een (problematische) verslaving is lager dan in de groep T1. De inzet van verslavingszorg is op T3 0%, tegen 8% op T1. Hierbij moet worden opgemerkt dat mensen met problemen op het gebied van criminaliteit of verslaving mogelijk eerder stoppen met de hulpverlening. Statistisch gezien vallen de groepen T1 en T3 binnen de marges om ze te kunnen vergelijken. Maar het valt niet uit te sluiten dat uitval wel een rol speelt bij de verschillen tussen groep T3 en T1 (crimineel gedrag komt bijvoorbeeld vaker voor bij de jongere onderzoekspopulatie, en in deze groep is de uitval ook iets hoger). Een deel van de hulpvragers is dus mogelijk gestopt, en een deel is daadwerkelijk gebaat bij de hulpverlening en verbetert daardoor op deze leefgebieden. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 32 18% minder criminaliteit en 12% verslaving in derde jaar schuldregeling, niet volledig toe te wijzen aan financiële hulp 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager * Significant verschil t.o.v. T1 Minder criminaliteit en verslaving, uitval kan een rol spelen In de groep op T3 (3e jaar regeling) hebben minder hulpvragers te maken met criminaliteit dan de groep op T1 (aanvang van de financiële hulpverlening).

Ook het aantal hulpvragers in de groep T3 dat te maken heeft met een (problematische) verslaving is lager dan in de groep T1. De inzet van verslavingszorg is op T3 0%, tegen 8% op T1. Hierbij moet worden opgemerkt dat mensen met problemen op het gebied van criminaliteit of verslaving mogelijk eerder stoppen met de hulpverlening. Statistisch gezien vallen de groepen T1 en T3 binnen de marges om ze te kunnen vergelijken. Maar het valt niet uit te sluiten dat uitval wel een rol speelt bij de verschillen tussen groep T3 en T1 (crimineel gedrag komt bijvoorbeeld vaker voor bij de jongere onderzoekspopulatie, en in deze groep is de uitval ook iets hoger). Een deel van de hulpvragers is dus mogelijk gestopt, en een deel is daadwerkelijk gebaat bij de hulpverlening en verbetert daardoor op deze leefgebieden. Verslaving Problematisch Niet aanwezig Lichte problematiek Onbekend +18% Criminaliteit Licht crimineel gedrag Onbekend -8%* +12%* -6% Risico crimineel gedrag -6%*-6% 9% 12% 7% 4% 73% 85% 85% 6% 4% 8% T1 T2 T3 Geen crimineel gedrag 6% 14% 13% 8% 69% 78% 87% 12% 6% 4% T1 T2 T3 “Criminaliteit komt vaker voor bij schulden. Je gaat ook wegen zoeken die het daglicht niet kunnen verdragen. Vaak gaat het beter in de schuldsanering omdat er (financiële) rust is.” Hulpverlener filmproject “Tijdens het traject zie ik vaak wel een terugval.

Maar het valt op dat de terugval minder lang duurt, dat men sneller hulp zoekt en dat men sneller het goede leven weer oppakt. Dat komt omdat er iemand op de achtergrond is.” Hulpverlener filmproject * Significant verschil t.o.v. T1 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 32 18% minder criminaliteit en 12% verslaving in derde jaar schuldregeling, niet volledig toe te wijzen aan financiële hulp 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager * Significant verschil t.o.v. T1 Minder criminaliteit en verslaving, uitval kan een rol spelen In de groep op T3 (3e jaar regeling) hebben minder hulpvragers te maken met criminaliteit dan de groep op T1 (aanvang van de financiële hulpverlening). Ook het aantal hulpvragers in de groep T3 dat te maken heeft met een (problematische) verslaving is lager dan in de groep T1. De inzet van verslavingszorg is op T3 0%, tegen 8% op T1. Hierbij moet worden opgemerkt dat mensen met problemen op het gebied van criminaliteit of verslaving mogelijk eerder stoppen met de hulpverlening. Statistisch gezien vallen de groepen T1 en T3 binnen de marges om ze te kunnen vergelijken. Maar het valt niet uit te sluiten dat uitval wel een rol speelt bij de verschillen tussen groep T3 en T1 (crimineel gedrag komt bijvoorbeeld vaker voor bij de jongere onderzoekspopulatie, en in deze groep is de uitval ook iets hoger).

Een deel van de hulpvragers is dus mogelijk gestopt, en een deel is daadwerkelijk gebaat bij de hulpverlening en verbetert daardoor op deze leefgebieden. Verslaving Problematisch Niet aanwezig Lichte problematiek Onbekend +18% Criminaliteit Licht crimineel gedrag Onbekend -8%* +12%* -6% Risico crimineel gedrag -6%*-6% 9% 12% 7% 4% 73% 85% 85% 6% 4% 8% T1 T2 T3 Geen crimineel gedrag 6% 14% 13% 8% 69% 78% 87% 12% 6% 4% T1 T2 T33% 0% 4% 3% Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 32 18% minder criminaliteit en 12% verslaving in derde jaar schuldregeling, niet volledig toe te wijzen aan financiële hulp 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager * Significant verschil t.o.v. T1 Minder criminaliteit en verslaving, uitval kan een rol spelen In de groep op T3 (3e jaar regeling) hebben minder hulpvragers te maken met criminaliteit dan de groep op T1 (aanvang van de financiële hulpverlening). Ook het aantal hulpvragers in de groep T3 dat te maken heeft met een (problematische) verslaving is lager dan in de groep T1. De inzet van verslavingszorg is op T3 0%, tegen 8% op T1. Hierbij moet worden opgemerkt dat mensen met problemen op het gebied van criminaliteit of verslaving mogelijk eerder stoppen met de hulpverlening. Statistisch gezien vallen de groepen T1 en T3 binnen de marges om ze te kunnen vergelijken.

Maar het valt niet uit te sluiten dat uitval wel een rol speelt bij de verschillen tussen groep T3 en T1 (crimineel gedrag komt bijvoorbeeld vaker voor bij de jongere onderzoekspopulatie, en in deze groep is de uitval ook iets hoger). Een deel van de hulpvragers is dus mogelijk gestopt, en een deel is daadwerkelijk gebaat bij de hulpverlening en verbetert daardoor op deze leefgebieden. Verslaving Problematisch Niet aanwezig Lichte problematiek Onbekend +18% Criminaliteit Licht crimineel gedrag Onbekend -8%* +12%* -6% Risico crimineel gedrag -6%*-6% 9% 12% 7% 4% 73% 85% 85% 6% 4% 8% T1 T2 T3 Geen crimineel gedrag 6% 14% 13% 8% 69% 78% 87% 12% 6% 4% T1 T2 T3 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 32 18% minder criminaliteit en 12% verslaving in derde jaar schuldregeling, niet volledig toe te wijzen aan financiële hulp 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager * Significant verschil t.o.v. T1 Minder criminaliteit en verslaving, uitval kan een rol spelen In de groep op T3 (3e jaar regeling) hebben minder hulpvragers te maken met criminaliteit dan de groep op T1 (aanvang van de financiële hulpverlening). Ook het aantal hulpvragers in de groep T3 dat te maken heeft met een (problematische) verslaving is lager dan in de groep T1. De inzet van verslavingszorg is op T3 0%, tegen 8% op T1.

Hierbij moet worden opgemerkt dat mensen met problemen op het gebied van criminaliteit of verslaving mogelijk eerder stoppen met de hulpverlening. Statistisch gezien vallen de groepen T1 en T3 binnen de marges om ze te kunnen vergelijken. Maar het valt niet uit te sluiten dat uitval wel een rol speelt bij de verschillen tussen groep T3 en T1 (crimineel gedrag komt bijvoorbeeld vaker voor bij de jongere onderzoekspopulatie, en in deze groep is de uitval ook iets hoger). Een deel van de hulpvragers is dus mogelijk gestopt, en een deel is daadwerkelijk gebaat bij de hulpverlening en verbetert daardoor op deze leefgebieden. Verslaving Problematisch Niet aanwezig Lichte problematiek Onbekend +18% Criminaliteit Licht crimineel gedrag Onbekend -8%* +12%* -6% Risico crimineel gedrag -6%*-6% 9% 12% 7% 4% 73% 85% 85% 6% 4% 8% T1 T2 T3 Geen crimineel gedrag 6% 14% 13% 8% 69% 78% 87% 12% 6% 4% T1 T2 T3 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 32 18% minder criminaliteit en 12% verslaving in derde jaar schuldregeling, niet volledig toe te wijzen aan financiële hulp 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager * Significant verschil t.o.v. T1 Minder criminaliteit en verslaving, uitval kan een rol spelen In de groep op T3 (3e jaar regeling) hebben minder hulpvragers te maken met criminaliteit dan de groep op T1 (aanvang van de financiële hulpverlening).

Ook het aantal hulpvragers in de groep T3 dat te maken heeft met een (problematische) verslaving is lager dan in de groep T1. De inzet van verslavingszorg is op T3 0%, tegen 8% op T1. Hierbij moet worden opgemerkt dat mensen met problemen op het gebied van criminaliteit of verslaving mogelijk eerder stoppen met de hulpverlening. Statistisch gezien vallen de groepen T1 en T3 binnen de marges om ze te kunnen vergelijken. Maar het valt niet uit te sluiten dat uitval wel een rol speelt bij de verschillen tussen groep T3 en T1 (crimineel gedrag komt bijvoorbeeld vaker voor bij de jongere onderzoekspopulatie, en in deze groep is de uitval ook iets hoger). Een deel van de hulpvragers is dus mogelijk gestopt, en een deel is daadwerkelijk gebaat bij de hulpverlening en verbetert daardoor op deze leefgebieden. Verslaving Problematisch Niet aanwezig Lichte problematiek Onbekend +18% Criminaliteit Licht crimineel gedrag Onbekend -8%* +12%* -6% Risico crimineel gedrag -6%*-6% 9% 12% 7% 4% 73% 85% 85% 6% 4% 8% T1 T2 T3 Geen crimineel gedrag 6% 14% 13% 8% 69% 78% 87% 12% 6% 4% T1 T2 T3 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 32 18% minder criminaliteit en 12% verslaving in derde jaar schuldregeling, niet volledig toe te wijzen aan financiële hulp 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager * Significant verschil t.o.v.

T1 Minder criminaliteit en verslaving, uitval kan een rol spelen In de groep op T3 (3e jaar regeling) hebben minder hulpvragers te maken met criminaliteit dan de groep op T1 (aanvang van de financiële hulpverlening). Ook het aantal hulpvragers in de groep T3 dat te maken heeft met een (problematische) verslaving is lager dan in de groep T1. De inzet van verslavingszorg is op T3 0%, tegen 8% op T1. Hierbij moet worden opgemerkt dat mensen met problemen op het gebied van criminaliteit of verslaving mogelijk eerder stoppen met de hulpverlening. Statistisch gezien vallen de groepen T1 en T3 binnen de marges om ze te kunnen vergelijken. Maar het valt niet uit te sluiten dat uitval wel een rol speelt bij de verschillen tussen groep T3 en T1 (crimineel gedrag komt bijvoorbeeld vaker voor bij de jongere onderzoekspopulatie, en in deze groep is de uitval ook iets hoger). Een deel van de hulpvragers is dus mogelijk gestopt, en een deel is daadwerkelijk gebaat bij de hulpverlening en verbetert daardoor op deze leefgebieden.

Verslaving Problematisch Niet aanwezig Lichte problematiek Onbekend +18% Criminaliteit Licht crimineel gedrag Onbekend -8%* +12%* -6% Risico crimineel gedrag -6%*-6% 9% 12% 7% 4% 73% 85% 85% 6% 4% 8% T1 T2 T3 Geen crimineel gedrag 6% 14% 13% 8% 69% 78% 87% 12% 6% 4% T1 T2 T3 39 4040 Hoofdstuk 4 Effect op jongeren en ondernemers Jongeren, ondernemers en zzp’ers wijken af van (oudere) particulieren, wat vraagt om doelgroepbenadering 4141 Naam: Edith van Dijk Rol: Wsnp bewindvoerder bij Kredietbank Nederland Visie “Schuldhulpverlening, daar zou ik een ander woord van willen maken: schulddienstverlening. Het woordje ‘schuld’ vind ik al lastig. Ik vind niet dat iemand met schulden schuldig is. Iedereen heeft zijn eigen verhaal. En dan het woord ‘hulpverlening’, dat suggereert dat wij alles oplossen voor een ander . Wij moeten wel de helpende hand reiken, maar uiteindelijk moet de schuldenaar het toch zelf doen. Anderzijds zijn wij natuurlijk gewoon mensen, en de mens helpt de medemens. Het menselijke aspect is in mijn beleving echt van het allergrootste belang.” Merkbare waarde “Mensen die na 3 jaar Wsnp, maar na vele jaren problemen, volledig schuldenvrij zijn, zijn altijd zo ontzettend blij. En daar doe ik het voor . Ik krijg ook altijd bedankjes, hetzij een kaart of een telefoontje. Je hoort en leest de emotie. Het doet wat met ze.

Als het vonnis van de schone lei binnenkomt is er zo’n opluchting. Het blijft tot het laatste moment spannend voor mensen.” 42 Naam: Keoma van Dijk Rol: Hulpvrager Oorzaak schulden “6 jaar geleden was ik gewoon aan het werk, alles ging gewoon goed. Toen kreeg ik last van clusterhoofdpijn. Ik kon letterlijk niets meer, betaalde niet al mijn rekeningen en verloor mijn baan. Uiteindelijk vorderde de Belastingdienst ook nog mijn Kinderopvangtoeslag terug.” Fase traject “Ik ben er inmiddels een soort van uit. Ik heb een schone lei. Maar omdat ik ook gedupeerde van de Kinderopvangtoeslag- affaire ben, duurde het toch wat langer . Maar goed, het voelt voor mij heel bevrijdend. Onofficieel gezegd heb ik geen schulden meer . Dus ik hoef aan niks, niemand meer wat af te betalen. Het enige wat ik nog moet betalen zijn mijn huidige rekeningen.” Merkbare waarde “Voor mij waren die schulden, en ik denk ook voor vele anderen, heel depressief makend. Gekmakend. Je verliest gewoon jezelf… Nu hoef ik geen brieven meer te verstoppen of weg te gooien. Ik leef nu weer . En voor mij is de waarde van schuldhulpverlening dan ook: alles.

Ja, alles.” 43 Jongeren hebben betere uitgangspositie, maar kampen vaker met problematiek bij huisvesting, gezin en criminaliteit 4a | Effecten van financiële hulp op jongeren Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 35 Jongeren hebben betere uitgangspositie, maar kampen vaker met problematiek bij huisvesting, gezin en criminaliteit 4a. Effecten van financiële hulp op jongeren De startpositie van jongeren (18-34 jr) is over het algemeen gunstiger dan die van ouderen De gemiddelde schuld van jongeren is problematisch, maar lager dan gemiddeld: € 22.113, tegen € 37.772,- voor ouderen. Daarbij moet wel genoemd worden dat jongeren ook minder levensjaren hebben gehad om schulden op te bouwen. Bij aanvang van het traject hebben jongeren vaker werk of opleiding (+11%), hebben ze vaker een groot sociaal netwerk (+18%) en hebben ze vaker een goede lichamelijke gezondheid (+29%). Jongeren hebben ook minder zware geestelijke gezondheidsproblematiek, maar dit verschil is beperkt en wordt mogelijk deels verklaard door de lagere gemiddelde schuld. Wel meer problemen met wonen, gezinsstabiliteit en criminaliteit Vergeleken met ouderen wonen minder jongeren zelfstandig, met name de groep ‘begeleid wonen’ is groter (+5%). Jongeren zitten ook vaker in een instabiele (+6%) of redelijk stabiele thuissituatie (+4%) dan ouderen.

Tot slot zijn jongeren vaker in aanraking gekomen met justitie (+12%) of lopen ze daar een risico op (+3%). 10% 25% 29% 37% 45% 34% 15% Oude ren Jongeren Gezinsstabiliteit Instabiel Redelijk stabiel Stabiel Onbekend 15%11% 14% 79% 66% 7% 5% Oude ren Jongeren Criminaliteit Licht cr imineel Risico Geen crimineel O nb ek end 2% 2% 3% 1% 2% 7% 5% 9%3% 6% Oude ren Jongeren Niet-zelfstandige huisvesting Thuiswonen d Begeleid wonen Noo dopvang Geen huisvesting Jongeren (18-34 jr) hebben betere aanvangspositie dan ouderen behalve op wonen, gezinsstabiliteit en criminaliteit Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 35 Jongeren hebben betere uitgangspositie, maar kampen vaker met problematiek bij huisvesting, gezin en criminaliteit 4a. Effecten van financiële hulp op jongeren De startpositie van jongeren (18-34 jr) is over het algemeen gunstiger dan die van ouderen De gemiddelde schuld van jongeren is problematisch, maar lager dan gemiddeld: € 22.113, tegen € 37.772,- voor ouderen. Daarbij moet wel genoemd worden dat jongeren ook minder levensjaren hebben gehad om schulden op te bouwen. Bij aanvang van het traject hebben jongeren vaker werk of opleiding (+11%), hebben ze vaker een groot sociaal netwerk (+18%) en hebben ze vaker een goede lichamelijke gezondheid (+29%).

Jongeren hebben ook minder zware geestelijke gezondheidsproblematiek, maar dit verschil is beperkt en wordt mogelijk deels verklaard door de lagere gemiddelde schuld. Wel meer problemen met wonen, gezinsstabiliteit en criminaliteit Vergeleken met ouderen wonen minder jongeren zelfstandig, met name de groep ‘begeleid wonen’ is groter (+5%). Jongeren zitten ook vaker in een instabiele (+6%) of redelijk stabiele thuissituatie (+4%) dan ouderen. Tot slot zijn jongeren vaker in aanraking gekomen met justitie (+12%) of lopen ze daar een risico op (+3%). 10% 25% 29% 37% 45% 34% 15% Oude ren Jongeren Gezinsstabiliteit Instabiel Redelijk stabiel Stabiel Onbekend 15%11% 14% 79% 66% 7% 5% Oude ren Jongeren Criminaliteit Licht cr imineel Risico Geen crimineel O nb ek end 2% 2% 3% 1% 2% 7% 5% 9%3% 6% Oude ren Jongeren Niet-zelfstandige huisvesting Thuiswonen d Begeleid wonen Noo dopvang Geen huisvesting Jongeren (18-34 jr) hebben betere aanvangspositie dan ouderen behalve op wonen, gezinsstabiliteit en criminaliteit De startpositie van jongeren (18-34 jr) is over het algemeen gunstiger dan die van ouderen De gemiddelde schuld van jongeren is problematisch, maar lager dan gemiddeld: € 22.113,- tegen € 33.000,- voor ouderen. Daarbij moet wel genoemd worden dat jongeren ook minder levensjaren hebben gehad om schulden op te bouwen.

Bij aanvang van het traject hebben jongeren vaker werk of opleiding (+11%), hebben ze vaker een groot sociaal netwerk (+18%) en hebben ze vaker een goede lichamelijke gezondheid (+29%). Jongeren hebben ook minder zware geestelijke gezondheidsproblematiek, maar dit verschil is beperkt en wordt mogelijk deels verklaard door de lagere gemiddelde schuld. Wel meer problemen met wonen, gezinsstabiliteit en criminaliteit Vergeleken met ouderen wonen minder jongeren zelfstandig, met name de groep ‘begeleid wonen’ is groter (+5%). Jongeren zitten ook vaker in een instabiele (+6%) of redelijk stabiele thuissituatie (+4%) dan ouderen. Tot slot zijn jongeren vaker in aanraking gekomen met justitie (+12%) of lopen ze daar een risico op (+3%). Thuiswonend Bij familie Begeleid wonen Geen huisvesting Onbekend Stabiel Redelijk stabiel Instabiel Onbekend Geen crimineel Risico Licht crimineel Ouderen Jongeren Ouderen Jongeren Ouderen Jongeren 4% 3% 44 45 Jongeren passen minder goed in het reguliere traject en zijn gebaat bij een specifieke aanpak 4a | Effecten van financiële hulp op jongeren Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 36 Jongeren passen minder goed in het reguliere traject en zijn gebaat bij een specifieke aanpak 4a.

Effecten van financiële hulp op jongeren Omdat inkomsten en uitgaven moeilijker in balans te brengen zijn vallen relatief veel jongeren uit Op T3 (3e jaar schuldregeling) zijn er 23% minder jongeren (18-34 jr) in de groep dan op T1 (aanvang financiële hulpverlening). Hulpverleners benoemen dat het vooral moelijker is om de inkomsten en uitgaven van jongeren in balans te krijgen, terwijl dit noodzakelijk is voor een schuldregeling. Hulpverleners geven hiervoor de volgende verklaringen1: 1. Jongeren stoppen sneller met het reguliere traject omdat ze minder snel geneigd zijn hun levensstijl aan te passen 2. Jongeren zijn minder snel bereid om in budgetbeheer of onder bewind gesteld te worden Daarnaast speelt corona wellicht nog een rol. Omdat jongeren onevenredig hard geraakt zijn door de coronacrisis (bijvoorbeeld omdat ze in de horeca werkzaam waren), is het mogelijk dat meer jongeren zich hebben gemeld voor schuldhulpverlening. Coaching en inzet saneringskredieten kan uitval voorkomen Volgens hulpverleners van het Jongeren Perspectief Fonds (JPF) vallen er bij hen veel minder jongeren uit. Zij geven aan dat er met de JPF-aanpak minder uitval is door de coachingsaanpak en de inzet van sanerings- kredieten. Andere hulpverleners beamen dat saneringskredieten voor deze groep beter lijken te werken dan schuldbemiddeling.

Dit komt mede doordat ze bij saneringskredieten veel minder stukken hoeven aan te leveren. Jongeren (18-34 jr) lijken vaker te stoppen met reguliere financiële hulpverlening 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 -9% -14% 3% 9% 12% 22% 27% 36% 25% 23% 18% 23% 19% 19% 19% 16% 12% 8% 7% 3% 0% 20% 40% 60% 80% 100% T3: 3e jaar schu ldregel ing T2: akkoord sch uld regeling T1: aan vang hu lp 18 - 24 25 - 34 35 - 44 45 - 54 55 - 64 65+ Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 36 Jongeren passen minder goed in het reguliere traject en zijn gebaat bij een specifieke aanpak 4a. Effecten van financiële hulp op jongeren Omdat inkomsten en uitgaven moeilijker in balans te brengen zijn vallen relatief veel jongeren uit Op T3 (3e jaar schuldregeling) zijn er 23% minder jongeren (18-34 jr) in de groep dan op T1 (aanvang financiële hulpverlening). Hulpverleners benoemen dat het vooral moelijker is om de inkomsten en uitgaven van jongeren in balans te krijgen, terwijl dit noodzakelijk is voor een schuldregeling. Hulpverleners geven hiervoor de volgende verklaringen1: 1. Jongeren stoppen sneller met het reguliere traject omdat ze minder snel geneigd zijn hun levensstijl aan te passen 2. Jongeren zijn minder snel bereid om in budgetbeheer of onder bewind gesteld te worden Daarnaast speelt corona wellicht nog een rol.

Omdat jongeren onevenredig hard geraakt zijn door de coronacrisis (bijvoorbeeld omdat ze in de horeca werkzaam waren), is het mogelijk dat meer jongeren zich hebben gemeld voor schuldhulpverlening. Coaching en inzet saneringskredieten kan uitval voorkomen Volgens hulpverleners van het Jongeren Perspectief Fonds (JPF) vallen er bij hen veel minder jongeren uit. Zij geven aan dat er met de JPF-aanpak minder uitval is door de coachingsaanpak en de inzet van sanerings- kredieten. Andere hulpverleners beamen dat saneringskredieten voor deze groep beter lijken te werken dan schuldbemiddeling. Dit komt mede doordat ze bij saneringskredieten veel minder stukken hoeven aan te leveren. Jongeren (18-34 jr) lijken vaker te stoppen met reguliere financiële hulpverlening 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 -9% -14% 3% 9% 12% 22% 27% 36% 25% 23% 18% 23% 19% 19% 19% 16% 12% 8% 7% 3% 0% 20% 40% 60% 80% 100% T3: 3e jaar schuldregeling T2: akkoord schuldregeling T1: aanvang hulp 18 - 24 25 - 34 35 - 44 45 - 54 55 - 64 65+ Omdat inkomsten en uitgaven moeilijker in balans te brengen zijn vallen relatief veel jongeren uit Op T3 (3e jaar schuldregeling) zijn er 23% minder jongeren (18-34 jr) in de groep dan op T1 (aanvang financiële hulpverlening).

Hulpverleners benoemen dat het vooral moelijker is om de inkomsten en uitgaven van jongeren in balans te krijgen, terwijl dit noodzakelijk is voor een schuldregeling. Hulpverleners geven hiervoor de volgende verklaringen1: 1. Jongeren stoppen sneller met het reguliere traject omdat ze minder snel geneigd zijn hun levensstijl aan te passen 2. Jongeren zijn minder snel bereid om in budgetbeheer of onder beschermingsbewind gesteld te worden Daarnaast speelt corona wellicht nog een rol. Omdat jongeren onevenredig hard geraakt zijn door de coronacrisis (bijvoorbeeld omdat ze in de horeca werkzaam waren), is het mogelijk dat meer jongeren zich hebben gemeld voor schuldhulpverlening waardoor er in de T1 groep meer jongeren zitten. Coaching en inzet saneringskredieten kan uitval voorkomen Volgens hulpverleners van het Jongeren Perspectief Fonds (JPF) vallen er bij hen veel minder jongeren uit. Zij geven aan dat er met de JPF-aanpak minder uitval is door de coachingsaanpak en de inzet van sanerings-kredieten. Andere hulpverleners beamen dat saneringskredieten voor deze groep beter lijken te werken dan schuldbemiddeling. Dit komt mede doordat ze bij saneringskredieten veel minder stukken hoeven aan te leveren. 1.

Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 T1: aanvraag hulp T2: akkoord schuldregeling T3: 3e jaar schuldregeling Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 36 Jongeren passen minder goed in het reguliere traject en zijn gebaat bij een specifieke aanpak 4a. Effecten van financiële hulp op jongeren Omdat inkomsten en uitgaven moeilijker in balans te brengen zijn vallen relatief veel jongeren uit Op T3 (3e jaar schuldregeling) zijn er 23% minder jongeren (18-34 jr) in de groep dan op T1 (aanvang financiële hulpverlening). Hulpverleners benoemen dat het vooral moelijker is om de inkomsten en uitgaven van jongeren in balans te krijgen, terwijl dit noodzakelijk is voor een schuldregeling. Hulpverleners geven hiervoor de volgende verklaringen1: 1. Jongeren stoppen sneller met het reguliere traject omdat ze minder snel geneigd zijn hun levensstijl aan te passen 2. Jongeren zijn minder snel bereid om in budgetbeheer of onder bewind gesteld te worden Daarnaast speelt corona wellicht nog een rol. Omdat jongeren onevenredig hard geraakt zijn door de coronacrisis (bijvoorbeeld omdat ze in de horeca werkzaam waren), is het mogelijk dat meer jongeren zich hebben gemeld voor schuldhulpverlening. Coaching en inzet saneringskredieten kan uitval voorkomen Volgens hulpverleners van het Jongeren Perspectief Fonds (JPF) vallen er bij hen veel minder jongeren uit.

Zij geven aan dat er met de JPF-aanpak minder uitval is door de coachingsaanpak en de inzet van sanerings- kredieten. Andere hulpverleners beamen dat saneringskredieten voor deze groep beter lijken te werken dan schuldbemiddeling. Dit komt mede doordat ze bij saneringskredieten veel minder stukken hoeven aan te leveren. Jongeren (18-34 jr) lijken vaker te stoppen met reguliere financiële hulpverlening 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 -9% -14% 3% 9% 12% 22% 27% 36% 25% 23% 18% 23% 19% 19% 19% 16% 12% 8% 7% 3% 0% 20% 40% 60% 80% 100% T3: 3e jaar schuldregeling T2: akkoord schuldregeling T1: aanvang hulp 18 - 24 25 - 34 35 - 44 45 - 54 55 - 64 65+ Werk 46 Jongeren die wel akkoord schuldregeling bereiken verbeteren relatief het meest op gezinsstabiliteit en criminaliteit 4a | Effecten van financiële hulp op jongeren Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 37 Jongeren die wel akkoord schuldregeling bereiken verbeteren relatief het meest op gezinsstabiliteit en criminaliteit 4a. Effecten van financiële hulp op jongeren Grotere vooruitgang op leefdomeinen waar startsituatie minder gunstig was Vergeleken met de oudere hulpvragers boeken jongeren een vergelijkbare vooruitgang op werk, inkomen en huisvesting. Jongeren boeken meer vooruitgang op gezinsstabiliteit en criminaliteit.

Hier was de uitgangspositie ook slechter dan die van ouderen, waardoor er meer vooruitgang mogelijk is. Minder vooruitgang dan ouderen op leefdomeinen waar startsituatie gunstiger was Jongeren boeken duidelijk minder vooruitgang op geestelijke en mentale gezondheid dan ouderen. Hulpverleners benoemen dat dit mogelijk te maken heeft met lange wachttijden in de GGZ. De lichamelijke gezondheid van jongeren is bij start veel beter dan die van ouderen (+29%), waardoor er minder verbetering mogelijk is. Opvallend is de lichte (weliswaar niet significante) verslechtering van het sociale netwerk. Ook dit kan gedeeltelijk verklaard worden doordat jongeren een relatief goede startpositie hebben (63% heeft een voldoende / groot netwerk). 14% 20% 13% 1% 11% 18% -2% 3% 11% 15% 22% 16% 13% 10% 10% 19% 6% 1% Jongeren (18-34 jr) boeken vooral meer vooruitgang op leefdomeinen criminaliteit en gezinsstabiliteit Jongeren Ouderen Verbetering van medium en zware problematiek tussen groepen T1-T3 * * * * * * * * * * * * * * Significant t.o.v. T1 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 37 Jongeren die wel akkoord schuldregeling bereiken verbeteren relatief het meest op gezinsstabiliteit en criminaliteit 4a.

Effecten van financiële hulp op jongeren Grotere vooruitgang op leefdomeinen waar startsituatie minder gunstig was Vergeleken met de oudere hulpvragers boeken jongeren een vergelijkbare vooruitgang op werk, inkomen en huisvesting. Jongeren boeken meer vooruitgang op gezinsstabiliteit en criminaliteit. Hier was de uitgangspositie ook slechter dan die van ouderen, waardoor er meer vooruitgang mogelijk is. Minder vooruitgang dan ouderen op leefdomeinen waar startsituatie gunstiger was Jongeren boeken duidelijk minder vooruitgang op geestelijke en mentale gezondheid dan ouderen. Hulpverleners benoemen dat dit mogelijk te maken heeft met lange wachttijden in de GGZ. De lichamelijke gezondheid van jongeren is bij start veel beter dan die van ouderen (+29%), waardoor er minder verbetering mogelijk is. Opvallend is de lichte (weliswaar niet significante) verslechtering van het sociale netwerk. Ook dit kan gedeeltelijk verklaard worden doordat jongeren een relatief goede startpositie hebben (63% heeft een voldoende / groot netwerk). 14% 20% 13% 1% 11% 18% -2% 3% 11% 15% 22% 16% 13% 10% 10% 19% 6% 1% Jongeren (18-34 jr) boeken vooral meer vooruitgang op leefdomeinen criminaliteit en gezinsstabiliteit Jongeren Ouderen Verbetering van medium en zware problematiek tussen groepen T1-T3 * * * * * * * * * * * * * * Significant t.o.v.

T1 Grotere vooruitgang op leefdomeinen waar startsituatie minder gunstig was Vergeleken met de oudere hulpvragers boeken jongeren een vergelijkbare vooruitgang op werk, inkomen en huisvesting. Jongeren boeken meer vooruitgang op gezinsstabiliteit en criminaliteit. Hier was de uitgangspositie ook slechter dan die van ouderen, waardoor er meer vooruitgang mogelijk is. Minder vooruitgang dan ouderen op leefdomeinen waar startsituatie gunstiger was Jongeren boeken duidelijk minder vooruitgang op geestelijke en mentale gezondheid dan ouderen. Hulpverleners benoemen dat dit mogelijk te maken heeft met lange wachttijden in de GGZ. De lichamelijke gezondheid van jongeren is bij start veel beter dan die van ouderen (+29%), waardoor er minder verbetering mogelijk is. Opvallend is de lichte (weliswaar niet significante) verslechtering van het sociale netwerk. Ook dit kan gedeeltelijk verklaard worden doordat jongeren een relatief goede startpositie hebben (63% heeft een voldoende / groot netwerk). * Significant t.o.v.

T1 Werk Dagbesteding Geestelijke gezondheidLichamelijke gezondheid Huisvesting GezinsstabiliteitSociaal netwerk VerslavingCriminaliteit 47 48 Ondernemers en zelfstandigen hebben bij start meer schulden, maar minder problemen op andere leefgebieden 4b | Effecten van financiële hulp op ondernemers / zzp Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 38 6% 26% 21% 29% 21% 34% 42% 6% 15% Part iculi er Onde rnem er Onbekend Goede gezondheid Lichte proble matiek Medium problematiek Zware problematiek Meer (oudere) mannen dan bij particuliere hulpvragers Ten opzichte van de particuliere groep bevat de groep ondernemers en zzp’ers 24% meer mannen. De groep ondernemers is ook iets hoger opgeleid (+8%) en iets ouder (+13% ouder dan 45) dan de groep particulieren. Ondernemers hebben meer en complexere schulden De gemiddelde schuld van ondernemers en zzp’ers is met gemiddeld €102.000 drie keer hoger dan bij particulieren. De schuldenstructuur van ondernemers is vaak veel complexer omdat die bestaat uit zowel particuliere als zakelijke schulden. Maar ondernemers hebben minder vaak achterliggende problematiek op andere leefdomeinen Hoewel de starsituatie van ondernemers op veel leefgebieden vergelijkbaar is met die van particulieren, hebben ze minder vaak te maken met problemen op werk, geestelijke gezondheid, dagbesteding en sociaal netwerk.

Niet geheel verassend treedt het grootste verschil op bij het thema werk: ondernemers hebben bij aanvang veel vaker werk of een opleiding (73%) dan particuliere hulpvragers (37%).1 Ondernemers en zelfstandigen hebben bij start meer schulden, maar minder problemen op andere leefgebieden 4b. Effecten van financiële hulp op ondernemers / zzp 63% 27% 9% 9% 28% 63% Part iculi er Onde rnem er Onbekend Werk Op leiding Geen werk/opleiding …meer werk Bij aanvang hebben ondernemers… …minder geestelijke gezondheidsproblematiek 6% 35% 27% 44% 40% 10% 14% 6% 15% Part iculi er Onde rnem er O nb ek end Sterk netwerk Voldoende netwerk Gering netwerk Geen netwerk …en een minder slecht sociaal netwerk 1 Ondernemers met ‘geen werk’ zijn in de hulpvragerdossiers gecodeerd als ex-ondernemer of ex-zzp’er Meer (oudere) mannen dan bij particuliere hulpvragers Ten opzichte van de particuliere groep bevat de groep ondernemers en zzp’ers 24% meer mannen. De groep ondernemers is ook iets hoger opgeleid (+8%) en iets ouder (+13% ouder dan 45) dan de groep particulieren. Ondernemers hebben meer en complexere schulden De gemiddelde schuld van ondernemers en zzp’ers is met gemiddeld €102.000 drie keer hoger dan bij particulieren. De schuldenstructuur van ondernemers is vaak veel complexer omdat die bestaat uit zowel particuliere als zakelijke schulden.

Ondernemers hebben minder vaak achterliggende problematiek op andere leefdomeinen Hoewel de startsituatie van ondernemers op veel leefgebieden vergelijkbaar is met die van particulieren, hebben ze minder vaak te maken met problemen op werk, geestelijke gezondheid, dagbesteding en sociaal netwerk. Niet geheel verassend treedt het grootste verschil op bij het thema werk: ondernemers hebben bij aanvang veel vaker werk of een opleiding (73%) dan particuliere hulpvragers (37%).1 1. Ondernemers met ‘geen werk’ zijn in de hulpvragerdossiers gecodeerd als ex-ondernemer of ex-zzp’er 1% Onbekend Werk Opleiding Geen werk/opleiding 3% Particulier Ondernemer Particulier Ondernemer Particulier Ondernemer Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 38 6% 26% 21% 29% 21% 34% 42% 6% 15% Part iculi er Onde rnem er Onbekend Goede gezondheid Lichte proble matiek Medium problematiek Zware problematiek Meer (oudere) mannen dan bij particuliere hulpvragers Ten opzichte van de particuliere groep bevat de groep ondernemers en zzp’ers 24% meer mannen. De groep ondernemers is ook iets hoger opgeleid (+8%) en iets ouder (+13% ouder dan 45) dan de groep particulieren. Ondernemers hebben meer en complexere schulden De gemiddelde schuld van ondernemers en zzp’ers is met gemiddeld €102.000 drie keer hoger dan bij particulieren.

De schuldenstructuur van ondernemers is vaak veel complexer omdat die bestaat uit zowel particuliere als zakelijke schulden. Maar ondernemers hebben minder vaak achterliggende problematiek op andere leefdomeinen Hoewel de starsituatie van ondernemers op veel leefgebieden vergelijkbaar is met die van particulieren, hebben ze minder vaak te maken met problemen op werk, geestelijke gezondheid, dagbesteding en sociaal netwerk. Niet geheel verassend treedt het grootste verschil op bij het thema werk: ondernemers hebben bij aanvang veel vaker werk of een opleiding (73%) dan particuliere hulpvragers (37%).1 Ondernemers en zelfstandigen hebben bij start meer schulden, maar minder problemen op andere leefgebieden 4b.

Effecten van financiële hulp op ondernemers / zzp 63% 27% 9% 9% 28% 63% Particulier Onde rnem er Onbekend Werk Op leiding Geen werk/opleiding …meer werk Bij aanvang hebben ondernemers… …minder geestelijke gezondheidsproblematiek 6% 35% 27% 44% 40% 10% 14% 6% 15% Part iculi er Onde rnem er O nb ek end Sterk netwerk Voldoende netwerk Gering netwerk Geen netwerk …en een minder slecht sociaal netwerk 1 Ondernemers met ‘geen werk’ zijn in de hulpvragerdossiers gecodeerd als ex-ondernemer of ex-zzp’er Onbekend Goede gezondheid Lichte problematiek Medium problematiek Zware problematiek Onbekend Sterk netwerk Voldoende netwerk Gering netwerk Geen netwerk 1%0% 49 Deel ondernemers en ZZP’ers wordt na start hulpverlening doorverwezen naar andere hulpkanalen 4b | Effecten van financiële hulp op ondernemers / zzp Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 39 Deel ondernemers en ZZP’ers wordt na start hulpverlening doorverwezen naar andere hulpkanalen 4b. Effecten van financiële hulp op ondernemers / zzp Het aantal ondernemers / zzp’ers op T3 is een stuk lager dan op T1 Minder ondernemers en zzp’ers in groep T3 Het aantal ondernemers in de groep 3e jaar schuldregeling (T3) is een stuk lager dan bij aanvang van de financiële hulp (T1) (-22%).

Ook valt op dat de groep T3 relatief ouder is, gemiddeld een hoger opleidingsniveau heeft en gemiddeld vaker vrouw is dan de groep ondernemers T1. Voor het lagere percentage (ex-)ondernemers in het derde jaar schuldregeling (T3) zijn, naast uitval, verschillende mogelijke verklaringen gegeven door hulpverleners1: 1. Ondernemers krijgen vaak sneller een verwijzing naar Wsnp (bijvoorbeeld als de Belastingdienst niet meewerkt). Wsnp valt buiten scope van dit onderzoek en deze groep zit daarom niet in T3 2. Faillissementen / turbo-liquidaties worden door andere partijen opgelost 3. Sommige ondernemers ontvangen een saneringskrediet en kunnen dus ondernemer blijven. Hulpverleners lijken vaak geen contact meer te hebben met hulpvragers nadat het saneringskrediet is afgesloten 4. Door de coronacrisis zijn meer ondernemers in de problemen gekomen. Wellicht zijn er daardoor verhoudingsgewijs meer (jonge) ondernemers in T1 Omdat een deel van de (ex) ondernemers ergens anders wordt geholpen is de T3 groep mogelijk minder goed vergelijkbaar met de T1 groep. -22%* 12% 7% 21% 14% 10% 66% 79% 89% Aanvang hulp Akkoord sch uld regeling 3e jaar sch uld regeling Ja Nee, ex ondernemer Nee 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 1.

Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 39 Deel ondernemers en ZZP’ers wordt na start hulpverlening doorverwezen naar andere hulpkanalen 4b. Effecten van financiële hulp op ondernemers / zzp Het aantal ondernemers / zzp’ers op T3 is een stuk lager dan op T1 Minder ondernemers en zzp’ers in groep T3 Het aantal ondernemers in de groep 3e jaar schuldregeling (T3) is een stuk lager dan bij aanvang van de financiële hulp (T1) (-22%). Ook valt op dat de groep T3 relatief ouder is, gemiddeld een hoger opleidingsniveau heeft en gemiddeld vaker vrouw is dan de groep ondernemers T1. Voor het lagere percentage (ex-)ondernemers in het derde jaar schuldregeling (T3) zijn, naast uitval, verschillende mogelijke verklaringen gegeven door hulpverleners1: 1. Ondernemers krijgen vaak sneller een verwijzing naar Wsnp (bijvoorbeeld als de Belastingdienst niet meewerkt). Wsnp valt buiten scope van dit onderzoek en deze groep zit daarom niet in T3 2. Faillissementen / turbo-liquidaties worden door andere partijen opgelost 3. Sommige ondernemers ontvangen een saneringskrediet en kunnen dus ondernemer blijven. Hulpverleners lijken vaak geen contact meer te hebben met hulpvragers nadat het saneringskrediet is afgesloten 4. Door de coronacrisis zijn meer ondernemers in de problemen gekomen.

Wellicht zijn er daardoor verhoudingsgewijs meer (jonge) ondernemers in T1 Omdat een deel van de (ex) ondernemers ergens anders wordt geholpen is de T3 groep mogelijk minder goed vergelijkbaar met de T1 groep. -22%* 12% 7% 21% 14% 10% 66% 79% 89% Aanvang hulp Akkoord sch uld regeling 3e jaar sch uld regeling Ja Nee, ex ondernemer Nee 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Minder ondernemers en zzp’ers in groep T3 Het aantal ondernemers in de groep 3e jaar schuldregeling (T3) is een stuk lager dan bij aanvang van de financiële hulp (T1) (-22%). Ook valt op dat de groep T3 relatief ouder is, gemiddeld een hoger opleidingsniveau heeft en gemiddeld vaker vrouw is dan de groep ondernemers T1. Voor het lagere percentage (ex-)ondernemers in het derde jaar schuldregeling (T3) zijn, naast uitval, verschillende mogelijke verklaringen gegeven door hulpverleners1: 1. Ondernemers krijgen vaak sneller een verwijzing naar Wsnp (bijvoorbeeld als de Belastingdienst niet meewerkt). Wsnp valt buiten scope van dit onderzoek en deze groep zit daarom niet in T3 2. Faillissementen / turbo-liquidaties worden door andere partijen opgelost 3. Sommige ondernemers ontvangen een saneringskrediet en kunnen dus ondernemer blijven. Hulpverleners lijken vaak geen contact meer te hebben met hulpvragers nadat het saneringskrediet is afgesloten 4.

Door de coronacrisis zijn meer ondernemers in de problemen gekomen. Wellicht zijn er daardoor verhoudingsgewijs meer (jonge) ondernemers in T1 Omdat een deel van de (ex) ondernemers ergens anders wordt geholpen is de T3 groep mogelijk minder goed vergelijkbaar met de T1 groep. 1% Ja Aanvang hulp Akkoord schuldregeling 3e jaar schuldregeling Nee, ex ondernemer Nee Werk 50 Ondernemers en ZZP’ers komen moeilijk aan betaald werk 4b | Effecten van financiële hulp op ondernemers / zzp Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 40 Ondernemers en ZZP’ers komen moeilijk aan betaald werk 4b. Effecten van financiële hulp op ondernemers / zzp Op veel leefgebieden is de vooruitgang vergelijkbaar met particulieren Op de meeste leefgebieden is de vooruitgang van ondernemers vergelijkbaar met die van particulieren. Omdat de startsituatie van ondernemers gunstiger is bij geestelijke gezondheid en sociaal netwerk is de vooruitgang op deze domeinen wel opvallend. Maar ondernemers gaan achteruit qua werk (en dagbesteding) Waar particuliere hulpvragers vaker aan werk komen gedurende de hulpverlening, neemt het aantal ondernemers met werk, vanuit een relatief gunstige startpositie, af. De afname van werk verklaart ook de achteruitgang op dagbesteding.

Volgens hulpverleners kan de achteruitgang verklaard worden doordat ondernemers en zzp’ers eerst een uitkering aanvragen om tot een schuldregeling te komen.1 In Nederland is het moeilijk voor ondernemers die failliet zijn verklaard, om een nieuwe onderneming te starten. Daarnaast is het ook moeilijker voor (ex)ondernemers om werk in loondienst te vinden, omdat: 1. Werkgevers liever niet iemand in dienst nemen die als zelfstandige heeft gewerkt 2. Ze zelf liever niet onder een baas willen werken 3. Ze in een sector en gebied werken waar alleen werk als zelfstandige beschikbaar is-25% -3% 11% 4% 12% 13% 8% 4% 0% 12% 21% 15% 6% 11% 14% 10% 6% 6% Minder ondernemers met inkomen uit werk in het derde jaar van de schuldregeling dan bij aanvang hulpverlening Ondernemers Particulier 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Verbetering van medium en zware problematiek tussen groepen T1-T3 * * * * * * * * * * * Significant t.o.v. T1 Omdat een deel van de T3 groep mogelijk via andere kanalen is geholpen, zijn bovenstaande resultaten indicatief. * Significant t.o.v. T1 1. Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 40 Ondernemers en ZZP’ers komen moeilijk aan betaald werk 4b.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/f8c17902-bc4f-4021-8d3a-c9698b0ca674?agendaItemId=2e5cc1ba-c664-4024-a073-8dfc0181d068