5.1 NVVK - Meetbare en merkbare waarde van financiele hulpverlening een nieuw perspectief.pdf
Tekst van het document
De hulpvrager in beeld Alleenstaand77% Particuliere hulpvragers in het onderzoek hebben een gemiddelde schuld van € 33.000 bij 12 schuldeisers € 0 € 50.000 € 100.000 € 150.000 € 200.000 € 250.000 € 300.000 € 350.000 Omvang schuldenlast Veel hulpvragers uit dit onderzoek zijn alleenstaand, hebben een laag of middelbaar opleidingsniveau en een laag inkomen 58% 42% M an Vrou w 7% 48% 39% 6% < 24 24 t/m 44 jaar 45 t/m 64 jaar 65+ Laag of middelbaar opleidingsniveau93% 53% Met kinderen 87% Inkomen onder minimumloon 60% Met een uitkering Niet alle schulden altijd in beeld bij aanvang van hulpverlening De gemiddelde schuld van de groep na akkoord schuldregeling (T2+T3) is € 33.000. Dit ligt iets lager dan de cijfers van de NVVK uit 2020 (€ 38.000). De gemiddelde gemeten schuld van de groep T1 (start hulpverlening) ligt op € 22.000. Hierin is duidelijk het effect zichtbaar dat veel schulden pas later tijdens het traject in volle omvang in beeld komen. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 22 Alleenstaanden, lager opgeleiden en lage inkomens zijn over- vertegenwoordigd in de groep met problematische schulden 2.
De hulpvrager in beeld Alleenstaand77% Particuliere hulpvragers in het onderzoek hebben een gemiddelde schuld van € 33.000 bij 12 schuldeisers € 0 € 50.000 € 100.000 € 150.000 € 200.000 € 250.000 € 300.000 € 350.000 Omvang schuldenlast Veel hulpvragers uit dit onderzoek zijn alleenstaand, hebben een laag of middelbaar opleidingsniveau en een laag inkomen 58% 42% M an Vrou w 7% 48% 39% 6% < 24 24 t/m 44 jaar 45 t/m 64 jaar 65+ Laag of middelbaar opleidingsniveau93% 53% Met kinderen 87% Inkomen onder minimumloon 60% Met een uitkering Niet alle schulden altijd in beeld bij aanvang van hulpverlening De gemiddelde schuld van de groep na akkoord schuldregeling (T2+T3) is € 33.000. Dit ligt iets lager dan de cijfers van de NVVK uit 2020 (€ 38.000). De gemiddelde gemeten schuld van de groep T1 (start hulpverlening) ligt op € 22.000. Hierin is duidelijk het effect zichtbaar dat veel schulden pas later tijdens het traject in volle omvang in beeld komen. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 22 Alleenstaanden, lager opgeleiden en lage inkomens zijn over- vertegenwoordigd in de groep met problematische schulden 2.
De hulpvrager in beeld Alleenstaand77% Particuliere hulpvragers in het onderzoek hebben een gemiddelde schuld van € 33.000 bij 12 schuldeisers € 0 € 50.000 € 100.000 € 150.000 € 200.000 € 250.000 € 300.000 € 350.000 Omvang schuldenlast Veel hulpvragers uit dit onderzoek zijn alleenstaand, hebben een laag of middelbaar opleidingsniveau en een laag inkomen 58% 42% M an Vrou w 7% 48% 39% 6% < 24 24 t/m 44 jaar 45 t/m 64 jaar 65+ Laag of middelbaar opleidingsniveau93% 53% Met kinderen 87% Inkomen onder minimumloon 60% Met een uitkering Niet alle schulden altijd in beeld bij aanvang van hulpverlening De gemiddelde schuld van de groep na akkoord schuldregeling (T2+T3) is € 33.000. Dit ligt iets lager dan de cijfers van de NVVK uit 2020 (€ 38.000). De gemiddelde gemeten schuld van de groep T1 (start hulpverlening) ligt op € 22.000. Hierin is duidelijk het effect zichtbaar dat veel schulden pas later tijdens het traject in volle omvang in beeld komen. Niet alle schulden altijd in beeld bij aanvang van hulpverlening De gemiddelde schuld van de groep na akkoord schuldregeling (T2+T3) is € 33.000. Dit ligt iets lager dan de cijfers van de NVVK uit 2020 (€ 38.000). De gemiddelde gemeten schuld van de groep T1 (start hulpverlening) ligt op € 22.000. Hierin is duidelijk het effect zichtbaar dat veel schulden pas later tijdens het traject in volle omvang in beeld komen.
VrouwMan Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 22 Alleenstaanden, lager opgeleiden en lage inkomens zijn over- vertegenwoordigd in de groep met problematische schulden 2. De hulpvrager in beeld Alleenstaand77% Particuliere hulpvragers in het onderzoek hebben een gemiddelde schuld van € 33.000 bij 12 schuldeisers € 0 € 50.000 € 100.000 € 150.000 € 200.000 € 250.000 € 300.000 € 350.000 Omvang schuldenlast Veel hulpvragers uit dit onderzoek zijn alleenstaand, hebben een laag of middelbaar opleidingsniveau en een laag inkomen 58% 42% M an Vrou w 7% 48% 39% 6% < 24 24 t/m 44 jaar 45 t/m 64 jaar 65+ Laag of middelbaar opleidingsniveau93% 53% Met kinderen 87% Inkomen onder minimumloon 60% Met een uitkering Niet alle schulden altijd in beeld bij aanvang van hulpverlening De gemiddelde schuld van de groep na akkoord schuldregeling (T2+T3) is € 33.000. Dit ligt iets lager dan de cijfers van de NVVK uit 2020 (€ 38.000). De gemiddelde gemeten schuld van de groep T1 (start hulpverlening) ligt op € 22.000. Hierin is duidelijk het effect zichtbaar dat veel schulden pas later tijdens het traject in volle omvang in beeld komen. <24 24 t/m 44 jaar 45 T/M 64 jaar 65+ Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 22 Alleenstaanden, lager opgeleiden en lage inkomens zijn over- vertegenwoordigd in de groep met problematische schulden 2.
De hulpvrager in beeld Alleenstaand77% Particuliere hulpvragers in het onderzoek hebben een gemiddelde schuld van € 33.000 bij 12 schuldeisers € 0 € 50.000 € 100.000 € 150.000 € 200.000 € 250.000 € 300.000 € 350.000 Omvang schuldenlast Veel hulpvragers uit dit onderzoek zijn alleenstaand, hebben een laag of middelbaar opleidingsniveau en een laag inkomen 58% 42% M an Vrou w 7% 48% 39% 6% < 24 24 t/m 44 jaar 45 t/m 64 jaar 65+ Laag of middelbaar opleidingsniveau93% 53% Met kinderen 87% Inkomen onder minimumloon 60% Met een uitkering Niet alle schulden altijd in beeld bij aanvang van hulpverlening De gemiddelde schuld van de groep na akkoord schuldregeling (T2+T3) is € 33.000. Dit ligt iets lager dan de cijfers van de NVVK uit 2020 (€ 38.000). De gemiddelde gemeten schuld van de groep T1 (start hulpverlening) ligt op € 22.000. Hierin is duidelijk het effect zichtbaar dat veel schulden pas later tijdens het traject in volle omvang in beeld komen. 27 Hulpvragers hebben behalve schulden ook vaak problemen op andere leefgebieden 2 | De hulpvrager in beeld Naast schulden hebben veel hulpvragers ook andere problemen De meeste hulpvragers ervaren zware tot lichte problemen op meerdere leefgebieden. Naast schulden worden het niet hebben van werk en gezondheidsproblematiek veel genoemd. Veel hulpvragers hebben ook geen of een beperkt sociaal netwerk waarop ze kunnen terugvallen.
Oorzaak en gevolg lopen hier vaak door elkaar. Bijvoorbeeld: schulden veroorzaken vaak stress en hebben impact op zowel fysieke als geestelijke gezondheid. De stress kan er tegelijkertijd voor zorgen dat mensen verder in de problemen komen, bijvoorbeeld wanneer ze belangrijke beslissingen uitstellen. Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 23 Meest voorkomende problemen naast schulden: geen betaald werk, gezondheidsproblemen en een klein netwerk om op terug te vallen Hulpvragers hebben behalve schulden ook vaak problemen op andere leefgebieden 2. De hulpvrager in beeld 100% 63% 61% 41% 39% 34% 20% 16% 9% Problematiek particuliere hulpvragers Naast schulden hebben veel hulpvragers ook andere problemen De meeste hulpvragers ervaren zware tot lichte problemen op meerdere leefgebieden. Naast schulden worden het niet hebben van werk en gezondheidsproblematiek veel genoemd. Veel hulpvragers hebben ook geen of een beperkt sociaal netwerk waarop ze kunnen terugvallen. Oorzaak en gevolg lopen hier vaak door elkaar. Bijvoorbeeld: schulden veroorzaken vaak stress en hebben impact op zowel fysieke als geestelijke gezondheid. De stress kan er tegelijkertijd voor zorgen dat mensen verder in de problemen komen, bijvoorbeeld wanneer ze belangrijke beslissingen uitstellen. € “Ik was in die tijd heel erg ziek. Ik ben mijn baan verloren.
Ik heb kinderopvangtoeslag moeten terugbetalen. En ik zag ook wel in dat ik dus niet zelf die schulden zou kunnen oplossen.” - Hulpvrager filmproject Werk Geestelijke gezondheid Fysieke gezondheid HuisvestingGezins- stabiliteit Sociaal netwerk Verslaving CriminaliteitProblematische schulden Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 23 Meest voorkomende problemen naast schulden: geen betaald werk, gezondheidsproblemen en een klein netwerk om op terug te vallen Hulpvragers hebben behalve schulden ook vaak problemen op andere leefgebieden 2. De hulpvrager in beeld 100% 63% 61% 41% 39% 34% 20% 16% 9% Problematiek particuliere hulpvragers Naast schulden hebben veel hulpvragers ook andere problemen De meeste hulpvragers ervaren zware tot lichte problemen op meerdere leefgebieden. Naast schulden worden het niet hebben van werk en gezondheidsproblematiek veel genoemd. Veel hulpvragers hebben ook geen of een beperkt sociaal netwerk waarop ze kunnen terugvallen. Oorzaak en gevolg lopen hier vaak door elkaar. Bijvoorbeeld: schulden veroorzaken vaak stress en hebben impact op zowel fysieke als geestelijke gezondheid. De stress kan er tegelijkertijd voor zorgen dat mensen verder in de problemen komen, bijvoorbeeld wanneer ze belangrijke beslissingen uitstellen. € “Ik was in die tijd heel erg ziek. Ik ben mijn baan verloren.
Ik heb kinderopvangtoeslag moeten terugbetalen. En ik zag ook wel in dat ik dus niet zelf die schulden zou kunnen oplossen.” - Hulpvrager filmproject Werk Geestelijke gezondheid Fysieke gezondheid HuisvestingGezins- stabiliteit Sociaal netwerk Verslaving CriminaliteitProblematische schulden “Ik was in die tijd heel erg ziek. Ik ben mijn baan verloren. Ik heb kinderopvangtoeslag moeten terugbetalen. En ik zag ook wel in dat ik dus niet zelf die schulden zou kunnen oplossen.” Hulpvrager filmproject 28 Hoofdstuk 3 Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Financiële hulpverlening zorgt voor optelsom van opvallende verbeteringen over meerdere leefgebieden 29 Naam: Rianda Kelder Rol: Schuldhulpverlener bij Gemeente Hollands Kroon Visie “Ik vind het heel jammer dat mensen in deze tijd toch nog vaak worden gezien als schuldig als je schulden hebt. Maar het kan echt iedereen overkomen, iedereen.” Merkbare waarde “ Je komt bij mensen die totaal geen uitweg meer zien. Ze weten niet meer wat ze moeten doen en jij komt daar en je ziet gewoon dat mensen hun masker af doen en zich helemaal overgeven. En die hand die ik ze dan reik, dat ze die pakken en meegaan op reis naar een schuldenvrij leven. […] Zo sprak ik laatst een vrouw die ik jaren terug heb geholpen. Zij gaf ook aan: de dag voordat jij kwam ben ik weggelopen. Op zoek naar een plek waar ik zelfmoord kon plegen.
En ze zei gewoon letterlijk tegen mij: als jij er niet was geweest had ik dat gewoon gedaan.” 30 Naam: Deborah Akkerman Rol: Hulpvrager Oorzaak schulden “Ruim vijftien jaar geleden werd mijn man heel erg ziek. We kregen wel wat hulp, maar heel veel kosten werden niet vergoed. Zo zijn we er een beetje in gerold. We konden steeds nét ons hoofd boven water houden. Mijn man is afgekeurd. Ik moest volop werken en doorgaan, en op een gegeven moment liep ik toen zelf tegen een burn-out aan. En toen liep alles spaak.” Fase traject “Wij zitten nog niet in het traject. De laatste puntjes moeten nog op de i gezet worden.” Merkbare waarde “Wat schuldhulpverlening voor mij betekent is wel een stukje rust straks. […] Je hebt best wel een hele hoop stress in je leven. Zowel mijn man als ik hebben lichamelijke en psychische klachten. Als we niet naar de gemeente waren gegaan waren we over 2 à 3 jaar veel verder in de put geweest en misschien in nog wel veel slechtere gezondheid.” 31 3 | Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Financiële hulpverlening verbetert het leven van hulpvragers op alle leefgebieden Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 26 Financiële hulpverlening verbetert het leven van hulpvragers op alle leefgebieden 3.
Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Op alle leefgebieden staat de groep op T3 (3e jaar regeling) er een stuk beter voor dan de groep op T1 (start financiële hulpverlening) Sterke verbetering van gemiddelde en zware problematiek De grafiek geeft een overzicht van de verbetering op het gebied van zware tot medium problematiek per leefgebied. De groep in T3 (derde jaar schuldregeling) staat er een stuk beter voor dan de groep op T1 (start hulpverlening). Vooral op de thema’s werk en inkomen, dagbesteding, geestelijke gezondheid, huisvesting en gezinsstabiliteit scoort de groep in het derde jaar van de schuldregeling veel positiever. In deze groep is het percentage hulpvragers dat geen werk of opleiding heeft bijvoorbeeld 12 procentpunt lager dan in de groep bij start financiële hulpverlening (T1). Lichte verbetering lichamelijke gezondheid, verslaving en criminaliteit Bij de probleemgebieden lichamelijke gezondheid en criminaliteit ligt de verbetering een stuk lager dan op andere leefgebieden. Bij de leefgebieden criminaliteit en verslaving hebben hulpvragers minder te maken met problematiek dan bij andere thema’s, zodat er relatief gezien ook minder te verbeteren is. Bij lichamelijke gezondheid treedt mogelijk een ‘vakantie-effect’ op, zoals we toelichten op pagina 29.
12% 21% 15% 6% 11% 14% 10% 6% 6% Significante verbetering van medium en zware problematiek tussen groepen T1-T3 Deel vooruitgang huisvesting en verslaving mogelijk verklaard door voorwaarden van hulpverlening Er is een significant verschil in de startsituatie tussen de populatie op T1 (start) en T3 (3e jaar regeling) op het gebied van huisvesting en verslaving. Dit betekent dat in de T3 populatie minder mensen zitten die bij de start van het traject huisvestings- of verslavingsproblematiek hadden dan in de T1 populatie. De maximale verbetering op huisvesting is 11 procentpunt en op verslaving 6 procentpunt. In werkelijkheid zal de verbetering iets lager liggen door hulpvragers die T3 niet bereiken omdat stabiele huisvesting en een gestabiliseerde verslaving voorwaarden zijn voor toelating tot een schuldregeling. Werk Dag- besteding Geestelijke gez. Fysieke gez. Huisvesting Gezins- stabiliteit Sociaal netwerk Verslaving Criminaliteit Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 26 Financiële hulpverlening verbetert het leven van hulpvragers op alle leefgebieden 3.
Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Op alle leefgebieden staat de groep op T3 (3e jaar regeling) er een stuk beter voor dan de groep op T1 (start financiële hulpverlening) Sterke verbetering van gemiddelde en zware problematiek De grafiek geeft een overzicht van de verbetering op het gebied van zware tot medium problematiek per leefgebied. De groep in T3 (derde jaar schuldregeling) staat er een stuk beter voor dan de groep op T1 (start hulpverlening). Vooral op de thema’s werk en inkomen, dagbesteding, geestelijke gezondheid, huisvesting en gezinsstabiliteit scoort de groep in het derde jaar van de schuldregeling veel positiever. In deze groep is het percentage hulpvragers dat geen werk of opleiding heeft bijvoorbeeld 12 procentpunt lager dan in de groep bij start financiële hulpverlening (T1). Lichte verbetering lichamelijke gezondheid, verslaving en criminaliteit Bij de probleemgebieden lichamelijke gezondheid en criminaliteit ligt de verbetering een stuk lager dan op andere leefgebieden. Bij de leefgebieden criminaliteit en verslaving hebben hulpvragers minder te maken met problematiek dan bij andere thema’s, zodat er relatief gezien ook minder te verbeteren is. Bij lichamelijke gezondheid treedt mogelijk een ‘vakantie-effect’ op, zoals we toelichten op pagina 29.
12% 21% 15% 6% 11% 14% 10% 6% 6% Significante verbetering van medium en zware problematiek tussen groepen T1-T3 Deel vooruitgang huisvesting en verslaving mogelijk verklaard door voorwaarden van hulpverlening Er is een significant verschil in de startsituatie tussen de populatie op T1 (start) en T3 (3e jaar regeling) op het gebied van huisvesting en verslaving. Dit betekent dat in de T3 populatie minder mensen zitten die bij de start van het traject huisvestings- of verslavingsproblematiek hadden dan in de T1 populatie. De maximale verbetering op huisvesting is 11 procentpunt en op verslaving 6 procentpunt. In werkelijkheid zal de verbetering iets lager liggen door hulpvragers die T3 niet bereiken omdat stabiele huisvesting en een gestabiliseerde verslaving voorwaarden zijn voor toelating tot een schuldregeling. Werk Dag- besteding Geestelijke gez. Fysieke gez. Huisvesting Gezins- stabiliteit Sociaal netwerk Verslaving Criminaliteit Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 26 Financiële hulpverlening verbetert het leven van hulpvragers op alle leefgebieden 3.
Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Op alle leefgebieden staat de groep op T3 (3e jaar regeling) er een stuk beter voor dan de groep op T1 (start financiële hulpverlening) Sterke verbetering van gemiddelde en zware problematiek De grafiek geeft een overzicht van de verbetering op het gebied van zware tot medium problematiek per leefgebied. De groep in T3 (derde jaar schuldregeling) staat er een stuk beter voor dan de groep op T1 (start hulpverlening). Vooral op de thema’s werk en inkomen, dagbesteding, geestelijke gezondheid, huisvesting en gezinsstabiliteit scoort de groep in het derde jaar van de schuldregeling veel positiever. In deze groep is het percentage hulpvragers dat geen werk of opleiding heeft bijvoorbeeld 12 procentpunt lager dan in de groep bij start financiële hulpverlening (T1). Lichte verbetering lichamelijke gezondheid, verslaving en criminaliteit Bij de probleemgebieden lichamelijke gezondheid en criminaliteit ligt de verbetering een stuk lager dan op andere leefgebieden. Bij de leefgebieden criminaliteit en verslaving hebben hulpvragers minder te maken met problematiek dan bij andere thema’s, zodat er relatief gezien ook minder te verbeteren is. Bij lichamelijke gezondheid treedt mogelijk een ‘vakantie-effect’ op, zoals we toelichten op pagina 29.
12% 21% 15% 6% 11% 14% 10% 6% 6% Significante verbetering van medium en zware problematiek tussen groepen T1-T3 Deel vooruitgang huisvesting en verslaving mogelijk verklaard door voorwaarden van hulpverlening Er is een significant verschil in de startsituatie tussen de populatie op T1 (start) en T3 (3e jaar regeling) op het gebied van huisvesting en verslaving. Dit betekent dat in de T3 populatie minder mensen zitten die bij de start van het traject huisvestings- of verslavingsproblematiek hadden dan in de T1 populatie. De maximale verbetering op huisvesting is 11 procentpunt en op verslaving 6 procentpunt. In werkelijkheid zal de verbetering iets lager liggen door hulpvragers die T3 niet bereiken omdat stabiele huisvesting en een gestabiliseerde verslaving voorwaarden zijn voor toelating tot een schuldregeling. Werk Dag- besteding Geestelijke gez. Fysieke gez. Huisvesting Gezins- stabiliteit Sociaal netwerk Verslaving Criminaliteit Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 26 Financiële hulpverlening verbetert het leven van hulpvragers op alle leefgebieden 3.
Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Op alle leefgebieden staat de groep op T3 (3e jaar regeling) er een stuk beter voor dan de groep op T1 (start financiële hulpverlening) Sterke verbetering van gemiddelde en zware problematiek De grafiek geeft een overzicht van de verbetering op het gebied van zware tot medium problematiek per leefgebied. De groep in T3 (derde jaar schuldregeling) staat er een stuk beter voor dan de groep op T1 (start hulpverlening). Vooral op de thema’s werk en inkomen, dagbesteding, geestelijke gezondheid, huisvesting en gezinsstabiliteit scoort de groep in het derde jaar van de schuldregeling veel positiever. In deze groep is het percentage hulpvragers dat geen werk of opleiding heeft bijvoorbeeld 12 procentpunt lager dan in de groep bij start financiële hulpverlening (T1). Lichte verbetering lichamelijke gezondheid, verslaving en criminaliteit Bij de probleemgebieden lichamelijke gezondheid en criminaliteit ligt de verbetering een stuk lager dan op andere leefgebieden. Bij de leefgebieden criminaliteit en verslaving hebben hulpvragers minder te maken met problematiek dan bij andere thema’s, zodat er relatief gezien ook minder te verbeteren is. Bij lichamelijke gezondheid treedt mogelijk een ‘vakantie-effect’ op, zoals we toelichten op pagina 29.
12% 21% 15% 6% 11% 14% 10% 6% 6% Significante verbetering van medium en zware problematiek tussen groepen T1-T3 Deel vooruitgang huisvesting en verslaving mogelijk verklaard door voorwaarden van hulpverlening Er is een significant verschil in de startsituatie tussen de populatie op T1 (start) en T3 (3e jaar regeling) op het gebied van huisvesting en verslaving. Dit betekent dat in de T3 populatie minder mensen zitten die bij de start van het traject huisvestings- of verslavingsproblematiek hadden dan in de T1 populatie. De maximale verbetering op huisvesting is 11 procentpunt en op verslaving 6 procentpunt. In werkelijkheid zal de verbetering iets lager liggen door hulpvragers die T3 niet bereiken omdat stabiele huisvesting en een gestabiliseerde verslaving voorwaarden zijn voor toelating tot een schuldregeling. Werk Dag- besteding Geestelijke gez. Fysieke gez. Huisvesting Gezins- stabiliteit Sociaal netwerk Verslaving Criminaliteit Werk Dagbestedig Geestelijke gezondheid Fysieke gezondheid Huisvesting Gezins stabiliteit Sociaal netwerk Verslaving Criminaliteit 32 Sterke verbetering van gemiddelde en zware problematiek De grafiek geeft een overzicht van de verbetering op het gebied van zware tot medium problematiek per leefgebied. De groep in T3 (derde jaar schuldregeling) staat er een stuk beter voor dan de groep op T1 (start hulpverlening).
Vooral op de thema’s werk en inkomen, dagbesteding, geestelijke gezondheid, huisvesting en gezinsstabiliteit scoort de groep in het derde jaar van de schuldregeling veel positiever. In deze groep is het percentage hulpvragers dat geen werk of opleiding heeft bijvoorbeeld 12 procentpunt lager dan in de groep bij start financiële hulpverlening (T1). Lichte verbetering lichamelijke gezondheid, verslaving en criminaliteit Bij de probleemgebieden lichamelijke gezondheid en criminaliteit ligt de verbetering een stuk lager dan op andere leefgebieden. Bij de leefgebieden criminaliteit en verslaving hebben hulpvragers minder te maken met problematiek dan bij andere thema’s, zodat er relatief gezien ook minder te verbeteren is. Bij lichamelijke gezondheid treedt mogelijk een ‘vakantie-effect’ op, zoals we toelichten op pagina 29. Deel vooruitgang huisvesting en verslaving mogelijk verklaard door voorwaarden van hulpverlening Er is een significant verschil in de startsituatie tussen de populatie op T1 (start) en T3 (3e jaar regeling) op het gebied van huisvesting en verslaving. Dit betekent dat in de T3 populatie minder mensen zitten die bij de start van het traject huisvestings- of verslavingsproblematiek hadden dan in de T1 populatie. De maximale verbetering op huisvesting is 11 procentpunt en op verslaving 6 procentpunt.
In werkelijkheid zal de verbetering iets lager liggen door hulpvragers die T3 niet bereiken omdat stabiele huisvesting en een gestabiliseerde verslaving voorwaarden zijn voor toelating tot een schuldregeling. 33 3 | Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben 12% vaker werk Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 27 * Significant verschil t.o.v. T1 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben 12% vaker werk Weer meedoen in de maatschappij Van de groep op T3 (3e jaar regeling) is het aantal hulpvragers dat werk heeft 12 procentpunt hoger dan op T1 (start financiële hulpverlening). Maar ook in de groep op T3 heeft 51% van de hulpvragers nog geen inkomen uit werk. Bij dagbesteding is het verschil nog groter. De groep in het derde jaar schuldregeling (T3) met voldoende dagbesteding is 17 procentpunt hoger dan op T1 (start hulpverlening).2 Dit duidt er op dat hulpvragers ook op andere manieren weer meedoen met de maatschappij. Er is geen significante ontwikkeling te zien in het wel of niet volgen van een opleiding. “Mijn werk was mijn passie. Ik werkte als bloembindster en decorateur. Maar dat ging op een gegeven moment niet meer: ik kreeg een burn-out.
Ik weet ook niet of het ooit nog gaat lukken om weer te werken, ik hoop het wel.” - Hulpvrager filmproject “Ik had een eigen zaak maar die redde het niet. Ik kreeg een baan aangeboden via een voormalige klant, daar werk ik nu 24 uur per week. Ik ga nu weer solliciteren: ik wil graag fulltime werken.” - Hulpvrager filmproject 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Werk Geen werk / opleiding Werk Opleiding Onbekend -12%* +12%* Dagbesteding Onvoldoende dagbesteding Onbekend -21%* +17%* Voldoende dagbesteding Geen dagbesteding 63% 63% 51% 9% 8% 7% 28% 34% 40% 0% 0% 2% T1 T2 T3 9% 6% 5% 25% 20% 9% 55% 61% 72% 10% 11% 14% T1 T2 T3 1 Voldoende dagbesteding is gedefinieerd als: voldoende activiteiten die plezierig / nuttig zijn en geen verstorend dag-nacht ritme Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 27 * Significant verschil t.o.v. T1 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben 12% vaker werk Weer meedoen in de maatschappij Van de groep op T3 (3e jaar regeling) is het aantal hulpvragers dat werk heeft 12 procentpunt hoger dan op T1 (start financiële hulpverlening). Maar ook in de groep op T3 heeft 51% van de hulpvragers nog geen inkomen uit werk. Bij dagbesteding is het verschil nog groter.
De groep in het derde jaar schuldregeling (T3) met voldoende dagbesteding is 17 procentpunt hoger dan op T1 (start hulpverlening).2 Dit duidt er op dat hulpvragers ook op andere manieren weer meedoen met de maatschappij. Er is geen significante ontwikkeling te zien in het wel of niet volgen van een opleiding. “Mijn werk was mijn passie. Ik werkte als bloembindster en decorateur. Maar dat ging op een gegeven moment niet meer: ik kreeg een burn-out. Ik weet ook niet of het ooit nog gaat lukken om weer te werken, ik hoop het wel.” - Hulpvrager filmproject “Ik had een eigen zaak maar die redde het niet. Ik kreeg een baan aangeboden via een voormalige klant, daar werk ik nu 24 uur per week. Ik ga nu weer solliciteren: ik wil graag fulltime werken.” - Hulpvrager filmproject 3.
Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Werk Geen werk / opleiding Werk Opleiding Onbekend -12%* +12%* Dagbesteding Onvoldoende dagbesteding Onbekend -21%* +17%* Voldoende dagbesteding Geen dagbesteding 63% 63% 51% 9% 8% 7% 28% 34% 40% 0% 0% 2% T1 T2 T3 9% 6% 5% 25% 20% 9% 55% 61% 72% 10% 11% 14% T1 T2 T3 1 Voldoende dagbesteding is gedefinieerd als: voldoende activiteiten die plezierig / nuttig zijn en geen verstorend dag-nacht ritme Weer meedoen in de maatschappij Van de groep op T3 (3e jaar regeling) is het aantal hulpvragers dat werk heeft 12 procentpunt hoger dan op T1 (start financiële hulpverlening). Maar ook in de groep op T3 heeft 51% van de hulpvragers nog geen inkomen uit werk. Bij dagbesteding is het verschil nog groter. De groep in het derde jaar schuldregeling (T3) met voldoende dagbesteding is 17 procentpunt hoger dan op T1 (start hulpverlening).1 Dit duidt er op dat hulpvragers ook op andere manieren weer meedoen met de maatschappij. Er is geen significante ontwikkeling te zien in het wel of niet volgen van een opleiding. “Mijn werk was mijn passie. Ik werkte als bloembindster en decorateur. Maar dat ging op een gegeven moment niet meer: ik kreeg een burn-out. Ik weet ook niet of het ooit nog gaat lukken om weer te werken, ik hoop het wel.” Hulpvrager filmproject “Ik had een eigen zaak maar die redde het niet.
Ik kreeg een baan aangeboden via een voormalige klant, daar werk ik nu 24 uur per week. Ik ga nu weer solliciteren: ik wil graag fulltime werken.” Hulpvrager filmproject Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 27 * Significant verschil t.o.v. T1 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben 12% vaker werk Weer meedoen in de maatschappij Van de groep op T3 (3e jaar regeling) is het aantal hulpvragers dat werk heeft 12 procentpunt hoger dan op T1 (start financiële hulpverlening). Maar ook in de groep op T3 heeft 51% van de hulpvragers nog geen inkomen uit werk. Bij dagbesteding is het verschil nog groter. De groep in het derde jaar schuldregeling (T3) met voldoende dagbesteding is 17 procentpunt hoger dan op T1 (start hulpverlening).2 Dit duidt er op dat hulpvragers ook op andere manieren weer meedoen met de maatschappij. Er is geen significante ontwikkeling te zien in het wel of niet volgen van een opleiding. “Mijn werk was mijn passie. Ik werkte als bloembindster en decorateur. Maar dat ging op een gegeven moment niet meer: ik kreeg een burn-out. Ik weet ook niet of het ooit nog gaat lukken om weer te werken, ik hoop het wel.” - Hulpvrager filmproject “Ik had een eigen zaak maar die redde het niet. Ik kreeg een baan aangeboden via een voormalige klant, daar werk ik nu 24 uur per week.
Ik ga nu weer solliciteren: ik wil graag fulltime werken.” - Hulpvrager filmproject 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Werk Geen werk / opleiding Werk Opleiding Onbekend -12%* +12%* Dagbesteding Onvoldoende dagbesteding Onbekend -21%* +17%* Voldoende dagbesteding Geen dagbesteding 63% 63% 51% 9% 8% 7% 28% 34% 40% 0% 0% 2% T1 T2 T3 9% 6% 5% 25% 20% 9% 55% 61% 72% 10% 11% 14% T1 T2 T3 1 Voldoende dagbesteding is gedefinieerd als: voldoende activiteiten die plezierig / nuttig zijn en geen verstorend dag-nacht ritme Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 27 * Significant verschil t.o.v. T1 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben 12% vaker werk Weer meedoen in de maatschappij Van de groep op T3 (3e jaar regeling) is het aantal hulpvragers dat werk heeft 12 procentpunt hoger dan op T1 (start financiële hulpverlening). Maar ook in de groep op T3 heeft 51% van de hulpvragers nog geen inkomen uit werk. Bij dagbesteding is het verschil nog groter. De groep in het derde jaar schuldregeling (T3) met voldoende dagbesteding is 17 procentpunt hoger dan op T1 (start hulpverlening).2 Dit duidt er op dat hulpvragers ook op andere manieren weer meedoen met de maatschappij. Er is geen significante ontwikkeling te zien in het wel of niet volgen van een opleiding. “Mijn werk was mijn passie. Ik werkte als bloembindster en decorateur.
Maar dat ging op een gegeven moment niet meer: ik kreeg een burn-out. Ik weet ook niet of het ooit nog gaat lukken om weer te werken, ik hoop het wel.” - Hulpvrager filmproject “Ik had een eigen zaak maar die redde het niet. Ik kreeg een baan aangeboden via een voormalige klant, daar werk ik nu 24 uur per week. Ik ga nu weer solliciteren: ik wil graag fulltime werken.” - Hulpvrager filmproject 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Werk Geen werk / opleiding Werk Opleiding Onbekend -12%* +12%* Dagbesteding Onvoldoende dagbesteding Onbekend -21%* +17%* Voldoende dagbesteding Geen dagbesteding 63% 63% 51% 9% 8% 7% 28% 34% 40% 0% 0% 2% T1 T2 T3 9% 6% 5% 25% 20% 9% 55% 61% 72% 10% 11% 14% T1 T2 T3 1 Voldoende dagbesteding is gedefinieerd als: voldoende activiteiten die plezierig / nuttig zijn en geen verstorend dag-nacht ritme * Significant verschil t.o.v. T1 1. Voldoende dagbesteding is gedefinieerd als: voldoende activiteiten die plezierig / nuttig zijn en geen verstorend dag-nacht ritme -16%* 34 3 | Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling ontvangen 10% minder vaak bijstand Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 28 * Significant verschil t.o.v.
T1 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling ontvangen 10% minder vaak bijstand Daling uitkeringen pas na akkoord schuldregeling Het aantal mensen dat een uitkering ontvangt is in de T3 groep (3e jaar regeling) 9 procentpunt lager dan bij de groep bij aanvang van financiële hulpverlening in T1. Het aandeel hulpvragers dat inkomen uit werk krijgt is 8% hoger in de groep T3 dan in de groep T1. Opvallend genoeg stijgt het aantal mensen met een uitkering in eerste instantie: de groep T2 (rond akkoord schuldregeling) heeft een hoger percentage hulpvragers met een uitkering dan de groep T1 (start hulpverlening). De verklaring hiervoor is dat een aantal mensen eerst aan een uitkering geholpen wordt om financieel stabiel te worden, wat als voorwaarde geldt om een schuldregeling te kunnen organiseren. 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Inkomen Uitkering (bijstand, UWV, AOW en pensioen, studiefinanciering) Geen /onbekend Inkomen uit werk -9%* +8%* 42% 46% 32% T1 T2 T3 Verdieping: bijstand -10%* 69% 71% 60% 30% 28% 38% 2% 0% 1% T1 T2 T3 “De problemen kwamen in zicht doordat mijn partner zijn baan verloor.
Zijn salaris was enorm teruggelopen vanwege de uitkering.” – Hulpvrager filmproject “Het is makkelijker om van een klein budget te leven dan om een schuld op je schouders te moeten dragen.” – Hulpvrager filmproject Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 28 * Significant verschil t.o.v. T1 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling ontvangen 10% minder vaak bijstand Daling uitkeringen pas na akkoord schuldregeling Het aantal mensen dat een uitkering ontvangt is in de T3 groep (3e jaar regeling) 9 procentpunt lager dan bij de groep bij aanvang van financiële hulpverlening in T1. Het aandeel hulpvragers dat inkomen uit werk krijgt is 8% hoger in de groep T3 dan in de groep T1. Opvallend genoeg stijgt het aantal mensen met een uitkering in eerste instantie: de groep T2 (rond akkoord schuldregeling) heeft een hoger percentage hulpvragers met een uitkering dan de groep T1 (start hulpverlening). De verklaring hiervoor is dat een aantal mensen eerst aan een uitkering geholpen wordt om financieel stabiel te worden, wat als voorwaarde geldt om een schuldregeling te kunnen organiseren. 3.
Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Inkomen Uitkering (bijstand, UWV, AOW en pensioen, studiefinanciering) Geen /onbekend Inkomen uit werk -9%* +8%* 42% 46% 32% T1 T2 T3 Verdieping: bijstand -10%* 69% 71% 60% 30% 28% 38% 2% 0% 1% T1 T2 T3 “De problemen kwamen in zicht doordat mijn partner zijn baan verloor. Zijn salaris was enorm teruggelopen vanwege de uitkering.” – Hulpvrager filmproject “Het is makkelijker om van een klein budget te leven dan om een schuld op je schouders te moeten dragen.” – Hulpvrager filmproject Daling uitkeringen pas na akkoord schuldregeling Het aantal mensen dat een uitkering ontvangt is in de T3 groep (3e jaar regeling) 9 procentpunt lager dan bij de groep bij aanvang van financiële hulpverlening in T1. Het aandeel hulpvragers dat inkomen uit werk krijgt is 8% hoger in de groep T3 dan in de groep T1. Opvallend genoeg stijgt het aantal mensen met een uitkering in eerste instantie: de groep T2 (rond akkoord schuldregeling) heeft een hoger percentage hulpvragers met een uitkering dan de groep T1 (start hulpverlening). De verklaring hiervoor is dat een aantal mensen eerst aan een uitkering geholpen wordt om financieel stabiel te worden, wat als voorwaarde geldt om een schuldregeling te kunnen organiseren.
“Het is makkelijker om van een klein budget te leven dan om een schuld op je schouders te moeten dragen.” Hulpvrager filmproject Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 28 * Significant verschil t.o.v. T1 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling ontvangen 10% minder vaak bijstand Daling uitkeringen pas na akkoord schuldregeling Het aantal mensen dat een uitkering ontvangt is in de T3 groep (3e jaar regeling) 9 procentpunt lager dan bij de groep bij aanvang van financiële hulpverlening in T1. Het aandeel hulpvragers dat inkomen uit werk krijgt is 8% hoger in de groep T3 dan in de groep T1. Opvallend genoeg stijgt het aantal mensen met een uitkering in eerste instantie: de groep T2 (rond akkoord schuldregeling) heeft een hoger percentage hulpvragers met een uitkering dan de groep T1 (start hulpverlening). De verklaring hiervoor is dat een aantal mensen eerst aan een uitkering geholpen wordt om financieel stabiel te worden, wat als voorwaarde geldt om een schuldregeling te kunnen organiseren. 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Inkomen Uitkering (bijstand, UWV, AOW en pensioen, studiefinanciering) Geen /onbekend Inkomen uit werk -9%* +8%* 42% 46% 32% T1 T2 T3 Verdieping: bijstand -10%* 69% 71% 60% 30% 28% 38% 2% 0% 1% T1 T2 T3 “De problemen kwamen in zicht doordat mijn partner zijn baan verloor.
Zijn salaris was enorm teruggelopen vanwege de uitkering.” – Hulpvrager filmproject “Het is makkelijker om van een klein budget te leven dan om een schuld op je schouders te moeten dragen.” – Hulpvrager filmproject Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 28 * Significant verschil t.o.v. T1 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling ontvangen 10% minder vaak bijstand Daling uitkeringen pas na akkoord schuldregeling Het aantal mensen dat een uitkering ontvangt is in de T3 groep (3e jaar regeling) 9 procentpunt lager dan bij de groep bij aanvang van financiële hulpverlening in T1. Het aandeel hulpvragers dat inkomen uit werk krijgt is 8% hoger in de groep T3 dan in de groep T1. Opvallend genoeg stijgt het aantal mensen met een uitkering in eerste instantie: de groep T2 (rond akkoord schuldregeling) heeft een hoger percentage hulpvragers met een uitkering dan de groep T1 (start hulpverlening). De verklaring hiervoor is dat een aantal mensen eerst aan een uitkering geholpen wordt om financieel stabiel te worden, wat als voorwaarde geldt om een schuldregeling te kunnen organiseren. 3.
Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Inkomen Uitkering (bijstand, UWV, AOW en pensioen, studiefinanciering) Geen /onbekend Inkomen uit werk -9%* +8%* 42% 46% 32% T1 T2 T3 Verdieping: bijstand -10%* 69% 71% 60% 30% 28% 38% 2% 0% 1% T1 T2 T3 “De problemen kwamen in zicht doordat mijn partner zijn baan verloor. Zijn salaris was enorm teruggelopen vanwege de uitkering.” – Hulpvrager filmproject “Het is makkelijker om van een klein budget te leven dan om een schuld op je schouders te moeten dragen.” – Hulpvrager filmproject * Significant verschil t.o.v. T1 “De problemen kwamen in zicht doordat mijn partner zijn baan verloor. Zijn salaris was enorm teruggelopen vanwege de uitkering.” Hulpvrager filmproject 35 3 | Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben 9-13% minder vaak geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen Mogelijk vakantie-effect bij lichamelijke gezondheid Hulpvragers op T3 (3e jaar regeling) hebben minder geeste lijke gezondheidsproblematiek dan de groep op T1 (start financiële hulpverlening). Vooral de medium problematiek is lager. Dit resulteert ook in een lagere zorgvraag: de inzet van huisartsen/ POH (11 procentpunt), basis GGZ (10 procentpunt) en specialistische zorg (8 procentpunt) is een stuk lager voor hulpvragers op T3. Op lichamelijke gezondheid is het beeld minder eenduidig.
De zware problematiek is lager voor de groep op T3 dan T1. Maar in zowel T2 (akkoord regeling) als T3 (3e jaar regeling) is de groep met lichte lichamelijke problematiek juist vergroot ten opzichte van T1 (start hulpverlening). Mogelijk is hier sprake van een ‘vakantie-effect: wanneer de ergste stress voorbij is treden lichamelijke gezondheidsklachten op. Ten opzichte van de groep op T1 (41%) is de inzet van WMO wel 13 procentpunt lager voor de groep op T3 (28%). Hulpverleners benoemen dat hulpvragers met financiële problemen vaak zorg mijden.1 Dit kan te maken hebben met eigen bijdragen en eigen risico’s die ze niet kunnen betalen. Financiële hulpverlening kan er toe leiden dat hulpvragers minder vaak zorg mijden: ze worden zich bijvoorbeeld bewuster van fysieke klachten en/of hebben weer tijd en geld om hulp te zoeken voor fysieke klachten. “Je kropt het maar op. Je gezond- heid wordt er ook niet beter van… het gaat ook in je koppie zitten.” Hulpvrager filmproject * Significant verschil t.o.v. T1 1. Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 29 * Significant verschil t.o.v. T1 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben 9-13% minder vaak geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen 3.
Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Geestelijke gezondheid Medium problematiek Onbekend -13%* +13%* Lichamelijke gezondheid Lichte problematiek Geen problematiek Onbekend -6%* +9%* Geen problematiek “Je kropt het maar op. Je gezondheid wordt er ook niet beter van… het gaat ook in je koppie zitten.” – Hulpvrager filmproject “Het is vreselijk om elke dag in geldzorgen te zitten. Het doet iets met mensen. Geestelijk en lichamelijk word je gewoon veel minder stabiel.” – Hulpverlener filmproject Mogelijk vakantie-effect bij lichamelijke gezondheid Hulpvragers op T3 (3e jaar regeling) hebben minder geestelijke gezondheidsproblematiek dan de groep op T1 (start financiële hulpverlening). Vooral de medium problematiek is lager. Dit resulteert ook in een lagere zorgvraag: de inzet van huisartsen/POH (11 procentpunt), basis GGZ (10 procentpunt) en specialistische zorg (8 procentpunt) is een stuk lager voor hulpvragers op T3. Op lichamelijke gezondheid is het beeld minder eenduidig. De zware problematiek is lager voor de groep op T3 dan T1. Maar in zowel T2 (akkoord regeling) als T3 (3e jaar regeling) is de groep met lichte lichamelijke problematiek juist vergroot ten opzichte van T1 (start hulpverlening). Mogelijk is hier sprake van een ‘vakantie-effect: wanneer de ergste stress voorbij is treden lichamelijke gezondheidsklachten op.
Ten opzichte van de groep op T1 (41%) is de inzet van WMO wel 13 procentpunt lager voor de groep op T3 (28%). Hulpverleners benoemen dat hulpvragers met financiële problemen vaak zorg mijden.1 Dit kan te maken hebben met eigen bijdragen en eigen risico’s die ze niet kunnen betalen. Financiële hulpverlening kan er toe leiden dat hulpvragers minder vaak zorg mijden: ze worden zich bijvoorbeeld bewuster van fysieke klachten en/of hebben weer tijd en geld om hulp te zoeken voor fysieke klachten. Zware problematiek Lichte problematiek 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 6% 7% 4% 26% 20% 13% 29% 29% 28% 34% 40% 47% 6% 3% 7% T1 T2 T3 15% 12% 9% 24% 37% 33% 56% 48% 49% 4% 3% 8% T1 T2 T3 Zware problematiek Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 29 * Significant verschil t.o.v. T1 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben 9-13% minder vaak geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Geestelijke gezondheid Medium problematiek Onbekend -13%* +13%* Lichamelijke gezondheid Lichte problematiek Geen problematiek Onbekend -6%* +9%* Geen problematiek “Je kropt het maar op. Je gezondheid wordt er ook niet beter van… het gaat ook in je koppie zitten.” – Hulpvrager filmproject “Het is vreselijk om elke dag in geldzorgen te zitten. Het doet iets met mensen.
Geestelijk en lichamelijk word je gewoon veel minder stabiel.” – Hulpverlener filmproject Mogelijk vakantie-effect bij lichamelijke gezondheid Hulpvragers op T3 (3e jaar regeling) hebben minder geestelijke gezondheidsproblematiek dan de groep op T1 (start financiële hulpverlening). Vooral de medium problematiek is lager. Dit resulteert ook in een lagere zorgvraag: de inzet van huisartsen/POH (11 procentpunt), basis GGZ (10 procentpunt) en specialistische zorg (8 procentpunt) is een stuk lager voor hulpvragers op T3. Op lichamelijke gezondheid is het beeld minder eenduidig. De zware problematiek is lager voor de groep op T3 dan T1. Maar in zowel T2 (akkoord regeling) als T3 (3e jaar regeling) is de groep met lichte lichamelijke problematiek juist vergroot ten opzichte van T1 (start hulpverlening). Mogelijk is hier sprake van een ‘vakantie-effect: wanneer de ergste stress voorbij is treden lichamelijke gezondheidsklachten op. Ten opzichte van de groep op T1 (41%) is de inzet van WMO wel 13 procentpunt lager voor de groep op T3 (28%). Hulpverleners benoemen dat hulpvragers met financiële problemen vaak zorg mijden.1 Dit kan te maken hebben met eigen bijdragen en eigen risico’s die ze niet kunnen betalen.
Financiële hulpverlening kan er toe leiden dat hulpvragers minder vaak zorg mijden: ze worden zich bijvoorbeeld bewuster van fysieke klachten en/of hebben weer tijd en geld om hulp te zoeken voor fysieke klachten. Zware problematiek Lichte problematiek 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 6% 7% 4% 26% 20% 13% 29% 29% 28% 34% 40% 47% 6% 3% 7% T1 T2 T3 15% 12% 9% 24% 37% 33% 56% 48% 49% 4% 3% 8% T1 T2 T3 Zware problematiek Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 29 * Significant verschil t.o.v. T1 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben 9-13% minder vaak geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Geestelijke gezondheid Medium problematiek Onbekend -13%* +13%* Lichamelijke gezondheid Lichte problematiek Geen problematiek Onbekend -6%* +9%* Geen problematiek “Je kropt het maar op. Je gezondheid wordt er ook niet beter van… het gaat ook in je koppie zitten.” – Hulpvrager filmproject “Het is vreselijk om elke dag in geldzorgen te zitten. Het doet iets met mensen. Geestelijk en lichamelijk word je gewoon veel minder stabiel.” – Hulpverlener filmproject Mogelijk vakantie-effect bij lichamelijke gezondheid Hulpvragers op T3 (3e jaar regeling) hebben minder geestelijke gezondheidsproblematiek dan de groep op T1 (start financiële hulpverlening).
Vooral de medium problematiek is lager. Dit resulteert ook in een lagere zorgvraag: de inzet van huisartsen/POH (11 procentpunt), basis GGZ (10 procentpunt) en specialistische zorg (8 procentpunt) is een stuk lager voor hulpvragers op T3. Op lichamelijke gezondheid is het beeld minder eenduidig. De zware problematiek is lager voor de groep op T3 dan T1. Maar in zowel T2 (akkoord regeling) als T3 (3e jaar regeling) is de groep met lichte lichamelijke problematiek juist vergroot ten opzichte van T1 (start hulpverlening). Mogelijk is hier sprake van een ‘vakantie-effect: wanneer de ergste stress voorbij is treden lichamelijke gezondheidsklachten op. Ten opzichte van de groep op T1 (41%) is de inzet van WMO wel 13 procentpunt lager voor de groep op T3 (28%). Hulpverleners benoemen dat hulpvragers met financiële problemen vaak zorg mijden.1 Dit kan te maken hebben met eigen bijdragen en eigen risico’s die ze niet kunnen betalen. Financiële hulpverlening kan er toe leiden dat hulpvragers minder vaak zorg mijden: ze worden zich bijvoorbeeld bewuster van fysieke klachten en/of hebben weer tijd en geld om hulp te zoeken voor fysieke klachten.
Zware problematiek Lichte problematiek 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 6% 7% 4% 26% 20% 13% 29% 29% 28% 34% 40% 47% 6% 3% 7% T1 T2 T3 15% 12% 9% 24% 37% 33% 56% 48% 49% 4% 3% 8% T1 T2 T3 Zware problematiek Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 29 * Significant verschil t.o.v. T1 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben 9-13% minder vaak geestelijke en lichamelijke gezondheidsproblemen 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Geestelijke gezondheid Medium problematiek Onbekend -13%* +13%* Lichamelijke gezondheid Lichte problematiek Geen problematiek Onbekend -6%* +9%* Geen problematiek “Je kropt het maar op. Je gezondheid wordt er ook niet beter van… het gaat ook in je koppie zitten.” – Hulpvrager filmproject “Het is vreselijk om elke dag in geldzorgen te zitten. Het doet iets met mensen. Geestelijk en lichamelijk word je gewoon veel minder stabiel.” – Hulpverlener filmproject Mogelijk vakantie-effect bij lichamelijke gezondheid Hulpvragers op T3 (3e jaar regeling) hebben minder geestelijke gezondheidsproblematiek dan de groep op T1 (start financiële hulpverlening). Vooral de medium problematiek is lager. Dit resulteert ook in een lagere zorgvraag: de inzet van huisartsen/POH (11 procentpunt), basis GGZ (10 procentpunt) en specialistische zorg (8 procentpunt) is een stuk lager voor hulpvragers op T3.
Op lichamelijke gezondheid is het beeld minder eenduidig. De zware problematiek is lager voor de groep op T3 dan T1. Maar in zowel T2 (akkoord regeling) als T3 (3e jaar regeling) is de groep met lichte lichamelijke problematiek juist vergroot ten opzichte van T1 (start hulpverlening). Mogelijk is hier sprake van een ‘vakantie-effect: wanneer de ergste stress voorbij is treden lichamelijke gezondheidsklachten op. Ten opzichte van de groep op T1 (41%) is de inzet van WMO wel 13 procentpunt lager voor de groep op T3 (28%). Hulpverleners benoemen dat hulpvragers met financiële problemen vaak zorg mijden.1 Dit kan te maken hebben met eigen bijdragen en eigen risico’s die ze niet kunnen betalen. Financiële hulpverlening kan er toe leiden dat hulpvragers minder vaak zorg mijden: ze worden zich bijvoorbeeld bewuster van fysieke klachten en/of hebben weer tijd en geld om hulp te zoeken voor fysieke klachten. Zware problematiek Lichte problematiek 1 Werksessie met 15 hulpverleners, 17 februari 2022 6% 7% 4% 26% 20% 13% 29% 29% 28% 34% 40% 47% 6% 3% 7% T1 T2 T3 15% 12% 9% 24% 37% 33% 56% 48% 49% 4% 3% 8% T1 T2 T3 Zware problematiek “Het is vreselijk om elke dag in geldzorgen te zitten. Het doet iets met mensen.
Geestelijk en lichamelijk word je gewoon veel minder stabiel.” Hulpverlener filmproject 36 3 | Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker stabiele huisvesting Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 30 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker stabiele huisvesting Forse afname instabiele huisvesting Het aantal hulpvragers met een instabiele woonsituatie is maximaal 11 procentpunt lager in de groep T3 (3e jaar regeling) dan in de groep T1 (start financiële hulpverlening). Onder instabiele huisvesting valt ‘geen huisvesting’ (dakloos), ‘noodopvang’ (bijv. Leger des Heils), ‘bij familie / bekenden’. Hoewel mensen soms uit eigen keuze bewust bij familie of bekenden wonen komt het vaak voor dat men dit doet vanwege financiële problematiek. In alle drie de varianten is een verbetering te zien tussen de groepen op T1 en T3, ondanks de huidige woningnood. Omdat de samenstelling van de groepen T1 en T3 significant verschillen op het gebied van huisvesting wordt een deel van deze verbetering mogelijk verklaard door uitval van hulpvragers met een instabiele huisvestingssituatie. Mogelijk heeft de vooruitgang ook te maken met het speciale crisistraject dat veel gemeenten bieden wanneer er sprake is van dreiging tot huisuitzetting.
“Een dreigende huisuitzetting brengt veel stress met zich mee. Mensen beseffen dan ineens dat de huur niet betalen niet de handigste zet is. Dat maakt dat ze in het hulpverleningstraject de juiste beslissingen gaan nemen.” – Hulpverlener filmproject “Ons huis is ons destijds ontnomen. Ik heb toen een tijdje met de kinderen in een opvanghuis gewoond. Daarna heb ik weer een huisje gekregen via de gemeente.” – Hulpvrager filmproject 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Huisvesting Begeleid Onbekend Stabiel (zelfstandig / thuiswonend) -11%* +12%* Verdieping: instabiele huisvesting Noodopvang -11%* Instabiel Geen huisvesting Bij familie / bekenden 2% 0% 2% 1% 0% 8% 9% 1% T1 T2 T3 12% 10% 4% 5% 84% 84% 96% 0% 1% 0% T1 T2 T3 * Significant verschil t.o.v. T1 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 30 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker stabiele huisvesting Forse afname instabiele huisvesting Het aantal hulpvragers met een instabiele woonsituatie is maximaal 11 procentpunt lager in de groep T3 (3e jaar regeling) dan in de groep T1 (start financiële hulpverlening). Onder instabiele huisvesting valt ‘geen huisvesting’ (dakloos), ‘noodopvang’ (bijv. Leger des Heils), ‘bij familie / bekenden’.
Hoewel mensen soms uit eigen keuze bewust bij familie of bekenden wonen komt het vaak voor dat men dit doet vanwege financiële problematiek. In alle drie de varianten is een verbetering te zien tussen de groepen op T1 en T3, ondanks de huidige woningnood. Omdat de samenstelling van de groepen T1 en T3 significant verschillen op het gebied van huisvesting wordt een deel van deze verbetering mogelijk verklaard door uitval van hulpvragers met een instabiele huisvestingssituatie. Mogelijk heeft de vooruitgang ook te maken met het speciale crisistraject dat veel gemeenten bieden wanneer er sprake is van dreiging tot huisuitzetting. “Een dreigende huisuitzetting brengt veel stress met zich mee. Mensen beseffen dan ineens dat de huur niet betalen niet de handigste zet is. Dat maakt dat ze in het hulpverleningstraject de juiste beslissingen gaan nemen.” – Hulpverlener filmproject “Ons huis is ons destijds ontnomen. Ik heb toen een tijdje met de kinderen in een opvanghuis gewoond. Daarna heb ik weer een huisje gekregen via de gemeente.” – Hulpvrager filmproject 3.
Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Huisvesting Begeleid Onbekend Stabiel (zelfstandig / thuiswonend) -11%* +12%* Verdieping: instabiele huisvesting Noodopvang -11%* Instabiel Geen huisvesting Bij familie / bekenden 2% 0% 2% 1% 0% 8% 9% 1% T1 T2 T3 12% 10% 4% 5% 84% 84% 96% 0% 1% 0% T1 T2 T3 * Significant verschil t.o.v. T1 Forse afname instabiele huisvesting Het aantal hulpvragers met een instabiele woonsituatie is maximaal 11 procentpunt lager in de groep T3 (3e jaar regeling) dan in de groep T1 (start financiële hulpverlening). Onder instabiele huisvesting valt ‘geen huisvesting’ (dakloos), ‘noodopvang’ (bijv. Leger des Heils), ‘bij familie / bekenden’. Hoewel mensen soms uit eigen keuze bewust bij familie of bekenden wonen komt het vaak voor dat men dit doet vanwege financiële problematiek. In alle drie de varianten is een verbetering te zien tussen de groepen op T1 en T3, ondanks de huidige woningnood. Omdat de samenstelling van de groepen T1 en T3 significant verschillen op het gebied van huisvesting wordt een deel van deze verbetering mogelijk verklaard door uitval van hulpvragers met een instabiele huisvestingssituatie. Mogelijk heeft de vooruitgang ook te maken met het speciale crisistraject dat veel gemeenten bieden wanneer er sprake is van dreiging tot huisuitzetting.
Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 30 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker stabiele huisvesting Forse afname instabiele huisvesting Het aantal hulpvragers met een instabiele woonsituatie is maximaal 11 procentpunt lager in de groep T3 (3e jaar regeling) dan in de groep T1 (start financiële hulpverlening). Onder instabiele huisvesting valt ‘geen huisvesting’ (dakloos), ‘noodopvang’ (bijv. Leger des Heils), ‘bij familie / bekenden’. Hoewel mensen soms uit eigen keuze bewust bij familie of bekenden wonen komt het vaak voor dat men dit doet vanwege financiële problematiek. In alle drie de varianten is een verbetering te zien tussen de groepen op T1 en T3, ondanks de huidige woningnood. Omdat de samenstelling van de groepen T1 en T3 significant verschillen op het gebied van huisvesting wordt een deel van deze verbetering mogelijk verklaard door uitval van hulpvragers met een instabiele huisvestingssituatie. Mogelijk heeft de vooruitgang ook te maken met het speciale crisistraject dat veel gemeenten bieden wanneer er sprake is van dreiging tot huisuitzetting. “Een dreigende huisuitzetting brengt veel stress met zich mee. Mensen beseffen dan ineens dat de huur niet betalen niet de handigste zet is.
Dat maakt dat ze in het hulpverleningstraject de juiste beslissingen gaan nemen.” – Hulpverlener filmproject “Ons huis is ons destijds ontnomen. Ik heb toen een tijdje met de kinderen in een opvanghuis gewoond. Daarna heb ik weer een huisje gekregen via de gemeente.” – Hulpvrager filmproject 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Huisvesting Begeleid Onbekend Stabiel (zelfstandig / thuiswonend) -11%* +12%* Verdieping: instabiele huisvesting Noodopvang -11%* Instabiel Geen huisvesting Bij familie / bekenden 2% 0% 2% 1% 0% 8% 9% 1% T1 T2 T3 12% 10% 4% 5% 84% 84% 96% 0% 1% 0% T1 T2 T3 * Significant verschil t.o.v. T1 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 30 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker stabiele huisvesting Forse afname instabiele huisvesting Het aantal hulpvragers met een instabiele woonsituatie is maximaal 11 procentpunt lager in de groep T3 (3e jaar regeling) dan in de groep T1 (start financiële hulpverlening). Onder instabiele huisvesting valt ‘geen huisvesting’ (dakloos), ‘noodopvang’ (bijv. Leger des Heils), ‘bij familie / bekenden’. Hoewel mensen soms uit eigen keuze bewust bij familie of bekenden wonen komt het vaak voor dat men dit doet vanwege financiële problematiek. In alle drie de varianten is een verbetering te zien tussen de groepen op T1 en T3, ondanks de huidige woningnood.
Omdat de samenstelling van de groepen T1 en T3 significant verschillen op het gebied van huisvesting wordt een deel van deze verbetering mogelijk verklaard door uitval van hulpvragers met een instabiele huisvestingssituatie. Mogelijk heeft de vooruitgang ook te maken met het speciale crisistraject dat veel gemeenten bieden wanneer er sprake is van dreiging tot huisuitzetting. “Een dreigende huisuitzetting brengt veel stress met zich mee. Mensen beseffen dan ineens dat de huur niet betalen niet de handigste zet is. Dat maakt dat ze in het hulpverleningstraject de juiste beslissingen gaan nemen.” – Hulpverlener filmproject “Ons huis is ons destijds ontnomen. Ik heb toen een tijdje met de kinderen in een opvanghuis gewoond. Daarna heb ik weer een huisje gekregen via de gemeente.” – Hulpvrager filmproject 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Huisvesting Begeleid Onbekend Stabiel (zelfstandig / thuiswonend) -11%* +12%* Verdieping: instabiele huisvesting Noodopvang -11%* Instabiel Geen huisvesting Bij familie / bekenden 2% 0% 2% 1% 0% 8% 9% 1% T1 T2 T3 12% 10% 4% 5% 84% 84% 96% 0% 1% 0% T1 T2 T3 * Significant verschil t.o.v. T1 “Een dreigende huisuitzetting brengt veel stress met zich mee. Mensen beseffen dan ineens dat de huur niet betalen niet de handigste zet is.
Dat maakt dat ze in het hulpverleningstraject de juiste beslissingen gaan nemen.” Hulpverlener filmproject “Ons huis is ons destijds ontnomen. Ik heb toen een tijdje met de kinderen in een opvanghuis gewoond. Daarna heb ik weer een huisje gekregen via de gemeente.” Hulpvrager filmproject * Significant verschil t.o.v. T1 3% 1% 0% Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 30 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker stabiele huisvesting Forse afname instabiele huisvesting Het aantal hulpvragers met een instabiele woonsituatie is maximaal 11 procentpunt lager in de groep T3 (3e jaar regeling) dan in de groep T1 (start financiële hulpverlening). Onder instabiele huisvesting valt ‘geen huisvesting’ (dakloos), ‘noodopvang’ (bijv. Leger des Heils), ‘bij familie / bekenden’. Hoewel mensen soms uit eigen keuze bewust bij familie of bekenden wonen komt het vaak voor dat men dit doet vanwege financiële problematiek. In alle drie de varianten is een verbetering te zien tussen de groepen op T1 en T3, ondanks de huidige woningnood. Omdat de samenstelling van de groepen T1 en T3 significant verschillen op het gebied van huisvesting wordt een deel van deze verbetering mogelijk verklaard door uitval van hulpvragers met een instabiele huisvestingssituatie.
Mogelijk heeft de vooruitgang ook te maken met het speciale crisistraject dat veel gemeenten bieden wanneer er sprake is van dreiging tot huisuitzetting. “Een dreigende huisuitzetting brengt veel stress met zich mee. Mensen beseffen dan ineens dat de huur niet betalen niet de handigste zet is. Dat maakt dat ze in het hulpverleningstraject de juiste beslissingen gaan nemen.” – Hulpverlener filmproject “Ons huis is ons destijds ontnomen. Ik heb toen een tijdje met de kinderen in een opvanghuis gewoond. Daarna heb ik weer een huisje gekregen via de gemeente.” – Hulpvrager filmproject 3. Effecten van financiële hulp voor de hulpvrager Huisvesting Begeleid Onbekend Stabiel (zelfstandig / thuiswonend) -11%* +12%* Verdieping: instabiele huisvesting Noodopvang -11%* Instabiel Geen huisvesting Bij familie / bekenden 2% 0% 2% 1% 0% 8% 9% 1% T1 T2 T3 12% 10% 4% 5% 84% 84% 96% 0% 1% 0% T1 T2 T3 * Significant verschil t.o.v. T1 Meetbare en merkbare waarde van financiële hulpverlening | april 2022 30 Hulpvragers in het derde jaar schuldregeling hebben vaker stabiele huisvesting Forse afname instabiele huisvesting Het aantal hulpvragers met een instabiele woonsituatie is maximaal 11 procentpunt lager in de groep T3 (3e jaar regeling) dan in de groep T1 (start financiële hulpverlening). Onder instabiele huisvesting valt ‘geen huisvesting’ (dakloos), ‘noodopvang’ (bijv.