47.7 IGSD - Meer Jaren Begroting 2018 2019.docx
Tekst van het document
1 IGSD STEENWIJKERLAND EN WESTERVELD MEERJARENBEGROTING 2019 - 2022 2 Inhoudsopgave 1 Inleiding ......................................................................................................... 3 1.1 Organisatievorm ....................................................................................... 3 1.2 Organisatiestructuur .................................................................................. 3 1.3 Samenstelling bestuur en directie ................................................................ 3 1.4 Begrotingsprocedure .................................................................................. 4 2 Ontwikkelingen Sociaal Domein ......................................................................... 5 2.1 Decentralisaties Sociaal Domein .................................................................. 5 2.2 De Participatiewet ..................................................................................... 5 2.3 Beleidskader Gemeenten Steenwijkerland en Westerveld. .............................. 5 2.4 IGSD en de beleidsvisies van de GR gemeenten ............................................ 6 2.5 Plan van aanpak IGSD 2015-2017 ............................................................... 6 2.6 IGSD vanaf 2018....................................................................................... 7 2.7 De IGSD in 2019-2022.
.............................................................................. 8 3 Begroting Programma 1 ...................................................................................10 3.1 Product Participatie - Re-integratie .............................................................10 3.2 Product Inkomen ......................................................................................15 3.3 Programma 1: Wat gaat het kosten ............................................................19 4 Programma 2 - Bedrijfsvoering .........................................................................21 4.1 Informatievoorziening ...............................................................................21 4.2 Personeel ................................................................................................22 4.3 Huisvesting.
............................................................................................22 4.4 Informatiebeveiligingsbeleid ......................................................................22 4.5 Samenvattend Bedrijfsvoering IGSD (Programma 2) ....................................23 4.6 Beleidsindicatoren ....................................................................................23 4.7 Wat gaat het kosten .................................................................................24 5 Samenvatting begroting ...................................................................................28 5.1 Uitgangspunten samenstelling budgetten ....................................................28 6 Verplichte paragrafen ......................................................................................29 6.1 Weerstandsvermogen en risicobeheersing ...................................................29 6.2 Financiering .............................................................................................29 6.3 Bedrijfsvoering .........................................................................................30 7 Bijlagen .........................................................................................................32 Begroting taakvelden .........................................................................................32 7.1
Detailbegroting ........................................................................................33 3 1 Inleiding De gemeenten Steenwijkerland en Westerveld hebben de uitvoering van de Participatiewet belegd bij de Intergemeentelijke Sociale Dienst Steenwijkerland en Westerveld (IGSD). Dit betekent dat de IGSD, namens de gemeenten, verantwoordelijk is voor de uitvoering van regelingen die voortvloeien uit het sociale domein en specifiek betrekking hebben op de Participatiewet en aanverwante regelingen, zoals de IOAW/Z, minimaregelingen en bijzondere bijstand. 1.1 Organisatievorm De IGSD is een Gemeenschappelijke Regeling tussen de gemeenten Steenwijkerland en Westerveld Deze rechtsvorm vindt haar basis in de Wet Gemeenschappelijke Regelingen (WGR). Deze wet biedt de mogelijkheid aan samenwerkende gemeenten om een zelfstandige rechtspersoon (GR, openbaar lichaam) op te richten met dezelfde juridische instrumenten als een gemeente (publiek- en privaatrechtelijk). Het bijzondere aan de rechtsvorm ‘GR’ is dat deze rechtspersoon naast privaatrechtelijke bevoegdheden ook beschikt over publieke bevoegdheden van deelnemende gemeenten. 1.2 Organisatiestructuur Het bestuur van de IGSD wordt gevormd door een Dagelijks Bestuur (hierna DB) en een Algemeen Bestuur (hierna AB). In het DB en AB is iedere GR participerende gemeente met 1 wethouder of 2 wethouders vertegenwoordigd.
De IGSD wordt in de praktijk aangestuurd door een directeur a.i. en bestaat uit 3 organisatieonderdelen: - Team participatie en re-integratie; - Team Inkomen; - Team Ondersteuning. Directie en management van de IGSD zijn verantwoordelijk voor de dagelijkse gang van zaken. De directie (directeur) stuurt via het managementteam de afdelingen Inkomen, Werk en Ondersteuning aan. In onderstaand organogram is de organisatie structuur van de IGSD op hoofdlijnen weergegeven. 1.3 Samenstelling bestuur en directie Het Algemeen Bestuur bestaat uit zes leden van de colleges van burgemeester en wethouders van de Westerveld en Steenwijkerland. De GR is een zogenaamde collegeregeling. De samenstelling van het Algemeen Bestuur is per 1 januari 2018 als volgt: Mevrouw D. Frantzen wethouder gemeente Steenwijkerland De heer O. Akkerman wethouder gemeente Steenwijkerland (voorzitter) De heer W. Brus wethouder gemeente Steenwijkerland De heer E. van Schelven wethouder gemeente Westerveld De heer K.H. Smidt wethouder gemeente Westerveld De heer H. Geertsema wethouder gemeente Westerveld De samenstelling van het Dagelijks Bestuur is als volgt: De heer O. Akkerman wethouder gemeente Steenwijkerland (voorzitter) De heer E. van Schelven wethouder gemeente Westerveld De heer K.H.
Smidt wethouder gemeente Westerveld Algemeen Bestuur Dagelijks Bestuur Directie Inkomen Werk Ondersteuning 4 1.4 Begrotingsprocedure Ambtelijk wordt binnen de IGSD de begroting in concept samengesteld. Over dat concept vindt met de beleids- en financiële medewerkers van de beide gemeenten overleg plaats met als doel tot overeenstemming te komen over de uitkomsten van de begroting. Vervolgens gaat de begroting het formele besluitvormingsproces in. Het Dagelijks Bestuur van de IGSD biedt vóór 15 april, van het jaar voorafgaande aan het betreffende begrotingsjaar, de begroting aan beide gemeenteraden aan met het verzoek binnen twee maanden een zienswijze op de begroting aan het Dagelijks Bestuur van de IGSD te verstrekken. Het Dagelijks Bestuur legt vervolgens de begroting, met de zienswijzen van beide gemeenten, ter vaststelling voor aan het Algemeen Bestuur. Het Algemeen Bestuur stelt de begroting, met inachtneming van de door de gemeenten ingediende zienswijzen vast en zendt de begroting vóór 1 augustus naar Provinciale Staten van Overijssel. De IGSD beschikt niet over eigen middelen, en ontvangt ook geen Rijksuitkeringen, om de kosten van de uitvoering en de verstrekte uitkeringen te financieren. De IGSD is daarbij afhankelijk van de gemeentelijke bijdragen.
De gemeentelijke bijdragen worden gesplitst naar het Programma 1 (onder andere Participatiewet, minimabeleid) en Programma 2 (Bedrijfsvoering). Het Programma 1 wordt afgerekend op basis van werkelijke kosten, minus baten, die de IGSD maakt. Deze kosten worden per gemeente gespecificeerd en verantwoord. De gemeenten ontvangen voor de uitvoering van de Participatiewet van het Rijk een vergoeding voor het verstrekken van uitkeringen en loonkostensubsidies (de zogenaamde BUIG middelen) en een uitkering voor de kosten van re-integratie activiteiten. Bij het programma 1 zal de vergoeding van de komende jaren worden opgenomen. Het programma 2 betreft de Bedrijfsvoering. Het saldo van deze lasten en baten wordt op basis van een tarief per klant aan de beide gemeenten in rekening gebracht. Daarbij komt het er in de praktijk op neer dat de gemeente Steenwijkerland 75% van de kosten voor zijn rekening neemt en de gemeente Westerveld 25%. 5 2 Ontwikkelingen Sociaal Domein 2.1 Decentralisaties Sociaal Domein In 2015 is een omvangrijke stelselwijziging ingetreden. Deze stelselwijziging heeft tot gevolg dat de gemeenten per 1 januari 2015 binnen het sociaal domein taken en verantwoordelijkheden er bij hebben gekregen in de zorg en ondersteuning aan inwoners. Deze taken zijn vastgelegd in drie wetten: de Wet Maatschappelijke Ondersteuning (WMO), de Participatiewet en de Jeugdwet.
De stelselwijziging plaatst gemeenten in de regie om de eigen burgers (meer) te laten bijdragen aan de samenleving en om hen ‘in hun kracht’ te zetten. De aanpak van de gemeenten dient er aan bij te dragen dat de kwaliteit van bestaan van de verschillende groepen in onze samenleving wordt verhoogd en dat iedereen zo optimaal mogelijk kan participeren aan onze samenleving. De decentralisaties zijn ingegeven vanuit de gedachte dat gemeenten het best in staat zijn om- gezien het gegeven dat zij relatief gezien van alle overheden het dichtst bij de inwoners staan- de inwoners snel en effectief te helpen bij zorg- of ondersteuningsvragen. 2.2 De Participatiewet Met de komst van de Participatiewet per 1 januari 2015 is er één regeling voor iedereen die voorheen een beroep deed op de WWB, Wajong of WSW. De centrale doelstelling van de Participatiewet is om zoveel mogelijk mensen met arbeidsvermogen zo regulier mogelijk te laten werken. De Participatiewet voorziet in een bestuurlijke en financiële decentralisatie naar gemeenten van alle ondersteuning en hulp gericht op arbeidsparticipatie. De hoofdgedachte achter deze decentralisatie is dat gemeenten een regierol kunnen vervullen en verantwoordelijk zijn voor zowel de uitkering als de re-integratie van personen die behoren tot de doelgroep van de Participatiewet.
Tegelijkertijd zijn met de invoering van de Participatiewet forse bezuinigingen doorgevoerd (op termijn 1,6 miljard). Deze bezuinigingen leiden tot een relatief klein resterend budget voor ondersteuning naar werk. Uitkeringen en de loonkostensubsidie worden betaald uit het Inkomensdeel. Als gevolg van de decentralisatie, zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor een grotere groep mensen, hebben ze nieuwe taken en meer beleidsvrijheid gekregen. Ook zijn gemeenten verantwoordelijk geworden voor de financiering van de Participatiewet. Dat heeft geleid tot de noodzaak om nieuwe beleids- en uitvoeringskeuzes te maken. Hoe richt de gemeente de toekomstige uitvoering van de Participatiewet in? Wat zijn de toekomstige taken van een Sociale Dienst? De oorspronkelijke positie van verschillende organisaties in het sociaal domein is daarom niet meer vanzelfsprekend. 2.3 Beleidskader Gemeenten Steenwijkerland en Westerveld. Met de komst van de Participatiewet, zijn de gemeenten aan zet om de decentralisaties inhoudelijk en qua budget zo goed mogelijk uit te voeren. Het effect is een herbezinning op bestaand gemeentelijk beleid en uitvoeringsvormen. Op het gebied van de decentralisaties is, in de regio waarin de IGSD werkzaam is, sprake van gemeentelijke samenwerking.
De gemeenten Steenwijkerland en Westerveld, werken samen met Meppel, Zwartewaterland en Staphorst op het gebied van de decentralisaties. Beleidsvoorbereiding heeft gezamenlijk plaatsgevonden en heeft geleid tot een gezamenlijke missie en visie over decentralisaties en de wens om de Participatiewet samen vorm te geven. De GR gemeenten hebben in de kern dezelfde visie ten aanzien van de uitvoering van de Participatiewet. Centraal staat dat meedoen op de arbeidsmarkt plaatsvindt vanuit eigen kracht en verantwoordelijkheid van mensen samen met hun omgeving. Zij streven ernaar dat zoveel mogelijk inwoners naar eigen vermogen participeren en daardoor kunnen voorzien in een eigen inkomen: ‘iedereen doet mee’. Alle inzet is er op gericht om inwoners te laten participeren door middel van werk, of minder uitkeringsafhankelijk te laten zijn doordat ze een deel van hun inkomen naar vermogen zelf kunnen verdienen. De gemeenten kiezen er in hun beleid voor om maatwerk te bieden gericht op zo regulier mogelijk werken. Indien een betaalde baan (nog) niet bereikbaar is, is het doel gericht op actieve deelname aan de samenleving naar vermogen. Ten aanzien van financiën geldt ‘zo budgettair neutraal mogelijk’ als uitgangspunt. Beide gemeenten hebben in hun beleidskader sociaal domein vastgesteld dat de toegang tot hulp en ondersteuning dichtbij, laagdrempelig en integraal moet zijn.
Op deze manier vinden inwoners zo snel als mogelijk een antwoord op hun vragen. Vanuit de mogelijkheden die de wettelijke kaders bieden, is het de ambitie om te toegang zo te organiseren dat inwoners met vragen op alle levensdomeinen bij een integrale toegang terecht kunnen. 6 Het vormgeven van deze integrale toegang verloopt stapsgewijs. Allereerst is in beide gemeenten een integrale toegang gecreëerd voor de domeinen Jeugd en WMO. Een volgende logische stap is om de taken vanuit de Participatiewet toe te voegen aan de lokale toegang. 2.4 IGSD en de beleidsvisies van de GR gemeenten Op 21 maart 2017 heeft de raad ingestemd met het een onderzoek naar hoe de toegangstaken van de IGSD geïntegreerd kunnen worden in de lokale teams van beide gemeenten. Zij hebben daarbij de opdracht aan beide gemeentesecretarissen gegeven een procesopdracht voor te bereiden tot het uitvoeren van dit onderzoek. Op basis van de beleidskaders van beide gemeenten is in de periode september 2017 – januari 2018 onderzocht in welke mate de Integrale toegang bij beide gemeenten ingericht dient te worden. In Steenwijkerland en in Westerveld is momenteel nog geen sprake van een integrale toegang. De twee hoofdredenen hiervoor zijn: - de Participatie ontbreekt nog aan de toegang; - de huidige samenwerking en inrichting Jeugd en WMO kent wel een nauwe samenwerking maar werkt nog niet als integrale toegang.
In het eindrapport “Toegang sociaal domein: dichtbij, laagdrempelig en integraal”, wordt voorgesteld de taken uit de Participatiewet en schulddienstverlening te herpositioneren binnen de gemeentelijke dienstverlening. Dit alles heeft vervolgens geresulteerd in – door beide colleges genomen besluit- over de wijze waarop de taken uit de participatiewet kunnen worden toegevoegd aan de gemeentelijke toegang/dienstverlening en/of ingekocht kunnen worden. De consequentie van voorgaande is dat de IGSD ontmanteld kan worden en de GR kan worden opgeheven. 2.5 Plan van aanpak IGSD 2015-2017 Vanaf 2015 is er binnen de IGSD gestuurd naar analogie van het vastgestelde Plan van Aanpak; ‘vertrouwen, ondernemen en verbinden’. Met dit plan is een beweging in gang gezet om te komen tot het optimaal en effectief uitvoeren van het beleid van beide gemeenten op het gebied van de Participatiewet. Het Plan van Aanpak betrof een fors investeringsprogramma van in totaal € 0,9 mln (per jaar), waarvan het grootste gedeelte (€ 0,4 mln.) geïnvesteerd is in extra personele inzet bij het team Werk. Eveneens is er geïnvesteerd in extra personele inzet bij team Inkomen (€ 0,3 mln.) en in ondersteuning (€ 0,2 mln.).
De IGSD heeft recent -voorvloeiend uit een opdracht van de Raad van de gemeente Steenwijkerland- door bureau Berenschot een onderzoek laten uitvoeren naar de balans tussen de omvang van de uitvoeringskosten enerzijds en de taken, structuren en processen anderzijds1. Een relevante aanleiding voor het onderzoek betreft het Plan van Aanpak ‘Vertrouwen Ondernemen Verbinden’ dat eind 2015 geïmplementeerd is. Het onderzoek en de resultaten geven goed weer waartoe de extra inzet geleid heeft. De scope van het onderzoek betrof de brede sociale diensttaken van de IGSD, dat wil zeggen de uitvoering van de Participatiewet en bijzondere bijstand, inclusief ondersteuning van statushouders en kwetsbare jongeren, exclusief schuldhulpverlening en SW-taken. Het onderzoek had een organisatorische focus, waarbij met name gekeken is naar de balans tussen uitvoeringskosten en werklast en de keuzes die het bestuur en het management van de IGSD kunnen maken om hier meer balans in te brengen. Daarnaast is ook een inhoudelijk aspect onderzocht, namelijk de realisatie van het eerder genoemde Plan van Aanpak.
De analyse van de ontwikkeling van de bijstandsdichtheid in de beide gemeenten geeft aan dat vanaf 2015 een duidelijke trendbreuk zichtbaar is en dat het verschil ten opzichte van de referentiegroep zowel voor Steenwijkerland als voor Westerveld beiden in positieve zin groter is geworden, namelijk een daling van de bijstandsdichtheid ten opzichte van gemeenten met een vergelijkbaar sociaal economische structuur. Overall is de conclusie dat de aanpak in de periode 2015-2017 heeft geresulteerd in een aanzienlijke daling van het werkzoekendenbestand van de IGSD. Dit is mede gerealiseerd doordat de groep waar de inspanningen op gericht zijn geweest een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt kende. De huidige werkzoekenden echter vergen andere inspanningen om hen adequaat te begeleiden richting werk. De problematiek van de doelgroep is en wordt nog meer complexer van aard. 1 ‘Onderzoek uitvoeringskosten en werklast IGSD Steenwijkerland en Westerveld’ rapportage Berenschot; 6 februari 2018/58278 7 Naar aanleiding van de conclusies uit het Benchmarkt rapport heeft Berenschot een beperkt aantal aanbevelingen geformuleerd ten aanzien van de hoofdvraag van het onderzoek: in hoeverre zijn de werklast en uitvoeringskosten van de IGSD met elkaar in balans, en voor zover dit nog niet het geval is, hoe kunnen deze meer in balans worden gebracht? Deze aanbevelingen zijn als volgt: 1.
Aanbeveling ten aanzien van de uitvoeringskosten en de werklast: Op grond van de analyse van de uitvoeringskosten en de werklast is er aanbevolen om ofwel de werklast te reduceren, zodat de uitvoeringskosten op het niveau van het benchmarkgemiddelde gebracht kunnen worden, ofwel het Plan van Aanpak voort te zetten, zodat er sprake is van een structureel hoger uitvoeringsbudget op grond waarvan de hogere politiek-bestuurlijke ambitie op het terrein van (met name) re-integratie gehandhaafd kan worden. 2. Aanbeveling ten aanzien van het Plan van Aanpak: Op grond van de verschillenanalyse is geconstateerd dat de baten van het Plan van Aanpak substantieel hoger zijn dan de kosten. Berenschoot beveelt daarom aan om de investering in de uitvoering, gedeeltelijk of volledig, structureel te maken. Een belangrijke randvoorwaarde is gelegen in de bewuste accentuering dat de investeringen, net zoals in het huidige Plan van Aanpak, vooral terecht komen bij de uitvoering, aangezien uit onderzoek is gebleken dat contact tussen consulent en werkzoekende een van de weinige bewezen effectieve vormen van re-integratie is. 3.
Aanbeveling ten aanzien van de processen: Op grond van de kwalitatieve analyse en ervaringen bij vergelijkbare organisaties beveelt Berenschot aan om bij de ontvlechting van de IGSD en de implementatie van de integrale toegang voldoende aandacht te blijven besteden aan de focus op werk. De baten die op basis van het Plan van Aanpak zijn gerealiseerd, zijn namelijk in belangrijke mate afhankelijk van de op werk gerichte inspanningen van medewerkers uit het primair proces. Wanneer de ontvlechting van de IGSD en de implementatie van de integrale toegang verhoudingsgewijs meer aandacht van het primair proces gaan vragen dan de focus op werk, dan kan dit ten koste gaan van de baten die investering in de uitvoering oplevert in termen van een lagere bijstandsdichtheid en lagere uitkeringslasten. Daarnaast bevelen zij aan om, gelet op de baten die op basis van het Plan van Aanpak zijn gerealiseerd, na te gaan of er voor het bevorderen van de uitstroom bij het resterende uitkeringsbestand (dat gemiddeld genomen een grotere afstand tot de arbeidsmarkt heeft dan het gedeelte van het bestand dat de afgelopen tijd uitgestroomd is) een (gedeeltelijk) aangepaste (re- integratie)aanpak nodig is.
Het plan van aanpak (2015-2017) met de daarin gestelde ambitie en de daaruit volgende methodische aanpak voor wat betreft de toeleiding naar werk, was vooral gericht op een snel resultaat in de zin van een substantiële bestandsafname. De inspanningen op dit vlak zijn succesvol geweest. Om aan te sluiten bij de transformatie van de klassieke verzorgingsstaat naar een participatiesamenleving is in de toekomst echter meer nodig. 2.6 IGSD vanaf 2018 De huidige situatie is niet meer vergelijkbaar met de voorgaande periode, omdat het werkzoekendenbestand significant verandert. Als gevolg van de Participatiewet (met sluiting van de toegang tot de SW en beperking van de toegang tot de Wajong), verandert de huidige doelgroep van karakter. De nieuwe doelgroep heeft te kampen met een meer complexe problematiek. Het gaat hier veelal om mensen met psychosociale problemen en psychiatrische belemmeringen. Zij hebben een andere begeleiding nodig om arbeidsfit te worden. Vanuit de IGSD vergt dit een andere benadering en ook een meer toegesneden begeleiding. Dit geldt zowel voor toeleiding naar de arbeidsmarkt als ook voor begeleiding op de werkplek. De huidige uitvoeringskosten terugbrengen naar vóór 2015 heeft als consequentie dat de intensiviteit van begeleiding van onze werkzoekende zal worden verminderd, terwijl de behoefte aan een intensievere begeleiding juist toeneemt.
Daarnaast staat de organisatie niet alleen voor de opdracht om een aanzienlijke daling van het werkzoekendebestand te realiseren. Dit alles moet immers verbonden worden aan een organisatie ‘in transitie’ en de opdracht om toe te werken naar een integrale toegang. Doorgaan echter op de uitgangspunten van het plan van aanpak 2015 - 2017 is – in het licht van deze ontwikkelingen- niet reëel. Naast de veranderingen bij de doelgroep als gevolg van de invoering van de Participatiewet spelen ook de ontwikkelingen op de arbeidsmarkt een grote rol. Economische, technologische en demografische ontwikkelingen stellen nieuwe en hoge eisen aan de werking van de arbeidsmarkt. Zoals werd verwacht kampt de huidige arbeidsmarkt met groeiende tekorten aan (geschikt) arbeidsaanbod. De arbeidsmarkt raakt gespannen en vertoont steeds meer onvervulbare 8 vacatures. Dit leidt tot lage werkloosheid en veel openstaande vacatures. Dit zal uitmonden in hogere lonen dan de productiviteit rechtvaardigt. Daarmee stagneert de groei van de economie uiteindelijk weer. Om een stagnerende groei tegen te gaan zijn flexibilisering van de arbeidsmarkt en maximale arbeidsparticipatie nodig. Wie kan werken moet ook daadwerkelijk aan het arbeidsproces deelnemen. De focus van de Participatiewet is gericht op die maximalisering van arbeidsparticipatie. En dat is dan ook primair de opdracht van de IGSD.
Zoals eerder gesteld en zoals ook de recente Benchmark uitwijst, heeft investering geloond. Er is relatief veel uitstroom gerealiseerd en de arbeidsparticipatie is daarmee toegenomen. Ook het Sociaal Akkoord met daarin de banenafspraak; initiatieven om statushouders zo snel als mogelijk naar de arbeidsmarkt toe te leiden; de inspanningen om mensen met een psychische kwetsbaarheid maximaal te laten deelnemen aan loonvormende arbeid; initiatieven om leerlingen uit PRO-VSO direct in te laten stromen op regulier werk met behulp van deelcertificaten (leerlijnen) et cetera, et cetera, zijn bedoeld om de arbeidsparticipatie te maximaliseren. 2.7 De IGSD in 2019-2022. Het Dagelijks Bestuur van de GR IGSD onderschrijft de conclusies zoals in het rapport van Berenschot zijn geformuleerd. De aanbevelingen in het rapport op basis van de conclusies vergen een nader onderzoek en analyse. Deze kan niet alleen door de IGSD vorm worden gegeven.
Immers, met het oog op de inrichting van de integrale toegang en het feit dat niet alleen de IGSD staat opgesteld om de onderkant van de arbeidsmarkt ‘handen en voeten’ te geven, zal er vanuit een integrale benadering door gemeente en organisaties als de IGSD, de SW organisaties en het Sociaal Werk, nader onderzocht moeten worden hoe en wat er gedaan moet worden om zoveel als mogelijk mensen met arbeidspotentieel te begeleiden naar werk (ook vrijwilligerswerk). Voor wat betreft het bestand van de IGSD is hiervoor een eerste analyse op het bestand van de IGSD uitgevoerd. Een aantal zaken uit deze bestandsanalyse achten we van belang te benoemen. Het aantal uitkeringsgerechtigden bij de IGSD 1342 personen bedraagt. In 1054 gevallen wordt een uitkering verstrekt. Dit betekent dat er in 288 gevallen er sprake is van een ‘gehuwden norm’. Aantal uitkeringsgerechtigden (peildatum 1 april 2018) Steenwijkerland Westerveld 18-27 138 36 28-40 232 60 40-50 222 66 50-60 254 76 60-63 87 25 63 > 111 35 Totaal 1044 298 Totaal Uitkeringsgerechtigden 1.342 Totaal Aantal uitkeringen 1.054 9 Uit de analyse naar aanwezig arbeidsvermogen blijkt dat in Steenwijkerland 61% van de mensen in het bestand beschikt over arbeidsvermogen en dat dit in Westerveld 41% is. Dit betekent dat de totale doelgroep die onder de Participatiewet valt nog over relatief veel arbeidsvermogen beschikt.
Arbeidsvermogen Steenwijkerland Westerveld Ja 61% 41% Nee 12% 15% Onderzoeken 18% 27% Mogelijk op termijn 7% 4% Onbekend 2% 13% Totaal 100% 100% De aanwezigheid van arbeidsvermogen wil overigens allerminst zeggen dat iemand dan perspectief heeft op een volledige uitkeringsonafhankelijke situatie. Vaak is de belastbaarheid beperkt tot een aantal uren per dag of dagdelen per week. Daarnaast kunnen persoonlijke omstandigheden tevens een belemmering zijn om aan het werk te gaan. Wat betekent dat vraagstukken in verschillende leefgebieden allereerst aan de orde dienen te komen en te worden opgelost, alvorens iemand kan gaan werken. Uit de bestandsanalyse is naar voren gekomen dat er voor een groep mensen ernstige twijfel bestaat of enig arbeidsvermogen reëel is (Steenwijkerland 26% en Westerveld 44%). Dit vergt nader onderzoek om te bepalen of en zo ja welk concreet arbeidsvermogen er is. Dit onderzoek zal geschieden door inzet van; - Een aanvullende diagnose bij het expertisecentrum van de Noord West Groep; - Ausems en Kerkvliet. Een ARBO dienst die onderzoek verricht naar de mate van belastbaarheid van het individu. Dit onderzoek wordt ingezet wanneer er duidelijkheid is over een medische beperking of er een vermoeden bestaat van een medische beperking. Ausems en Kerkvliet kan in deze voorkomende situatie de belastbaarheid van het individu bepalen.
Pas wanneer deze is bepaald kan eventueel de indicatie banenafspraak worden aangevraagd bij het UWV en iemand worden opgenomen in het doelgroep register. Op basis van bovenstaande, is besloten om de Meerjarenbegroting 2019-2022 in de minimale variant aan te bieden. Dit betekent dat de middelen zoals aan de IGSD zijn toegekend tot en met eind 2018, niet zijn meegenomen in deze meerjarenbegroting 2019-2022. Daardoor wordt de ruimte gecreëerd om een zorgvuldige analyse en onderzoek te verrichten naar onder andere de aanbevelingen van bureau Berenschot, de inrichting van de Integrale toegang bij beide GR Gemeenten en de organisatorische- en personele gevolgen hiervan voor de GR IGSD. Dit zal naar alle waarschijnlijkheid betekenen dat de GR IGSD een gewijzigde meerjarenbegroting 2019-2022 zal indienen in de tweede helft van 2018. De gemeente Westerveld heeft vooruitlopend hierop aangegeven de noodzakelijke middelen voor de IGSD voor 2019 op voorhand al te willen toekennen. 10 3 Begroting Programma 1 3.1 Product Participatie - Re-integratie De gesprekken die consulenten voeren veranderen van karakter. Zij proberen – ook bij mensen met veel belemmeringen- vanuit mogelijkheden te denken en de gesprekken te voeren. Dat betekent een paradigmawisseling bij hen en bij de werkzoekenden.
Immers; eerder lieten we deze mensen vooral met rust: eerst maar proberen op de been te komen en te blijven. En dan eens voorzichtig aan participatie denken. Het bestand van de IGSD kan worden onderverdeelt in een aantal doelgroepen. Binnen deze doelgroepen komen op hoofdlijnen de vraagstukken overeen. Uitgangspunt bij alle gesprekken is dat re-integratiewerk maatwerk is; ieder mens is anders en heeft iets anders nodig. 3.1.1 Doelgroepen Doelgroep 50+. Het huidige bestand bestaat uit 43,8 % mensen ouder dan 50 jaar (Steenwijkerland 43,3% en Westerveld bijna 45,6%). Deze verschilt significant met de leeftijdsopbouw van een jaar geleden. De economische situatie is gunstig voor wat betreft deze categorie. Het blijkt dat vooral mensen met een wat langere afstand en ouder dan 50 jaar moeilijk een plek op de arbeidsmarkt hebben weten te veroveren. Werkgevers zijn meer en meer bereid zijn om de doelgroep 50+ een kans te bieden met betrekking tot werk. Voor deze doelgroep geldt dat zij over het algemeen langdurig werkloos zijn en afhankelijk zijn van een uitkering. Dat betekent dat deze groep vooral werkfit gemaakt dient te worden. Deze categorie dient goed voorbereid te worden en in staat worden gesteld om de gedachten ‘ik ga nooit werken’ om te draaien in ‘er is een kans dat ik binnenkort aan de slag ga’. Inzet hierbij door jobcoaches is noodzakelijk.
Nadat in het kader van ‘werkfit-trajecten’ de eerste stap is gezet, zal scholing een belangrijke factor worden. Een deel van deze groep voldoet aan de criteria van het doelgroep register; ‘door ziekte of gebrek (langer dan 6 maanden aaneengesloten) niet in staat het minimum loon te verdienen. Zelfs niet met hulpmiddelen2.’ Opgenomen zijn in het doelgroep register betekent over het algemeen dat werkgevers makkelijk iemand in dienst nemen. Immers; beperking van de risico’s om iemand met een arbeidsbeperking in dienst te nemen en de compensatie van de loonwaarde is gegarandeerd. Ten behoeve hiervan zal er een project starten met als doel alle 50 plussers te spreken en met hen hun mogelijkheden voor wat betreft (arbeids-)participatie te inventariseren en door te nemen. Participatie in welke vorm dan ook zal de focus zijn bij deze gesprekken. Jongeren Voor wat betreft de doelgroep jongeren is het uitgangspunt dat zoveel mogelijk jongeren terug naar school moeten. Terug naar school en het halen van een startkwalificatie, betekent werken aan je verdere ontwikkeling, waardoor de jongere een kansrijkere situatie creëert voor wat betreft zicht op werk en daarmee uitkerings-onafhankelijk wordt.
In nauwe samenwerking met NoordWestGroep zijn twee leerlijnen (horeca en logistiek) opgezet met als doel leerlingen vanuit PRO-VSO, die niet in staat zijn de school te verlaten met een startkwalificatie, in staat te stellen om met deelcertificaten toch te bewijzen dat zij het werk kunnen. Binnen onderwijsinstellingen is de sluitende aanpak voor kwetsbare leerlingen onvoldoende geborgd. Veel jongeren hebben geen startkwalificatie en stromen hierdoor niet door naar de arbeidsmarkt, met maatschappelijke problematieken tot gevolg. Door de inzet van RIF (Regionaal Investerings Fonds) MBO subsidie ontstaat er financiële ruimte voor het inrichten en implementeer van het integrale instroom- ontwikkel- en doorstroomproces. Hierdoor ontstaat een situatie waarbij nieuwe doelgroepen instromen met structurele vergoedingen voor praktijkleren binnen het werkleerbedrijf. Een vergelijkbaar traject bij Impact in Kampen toont aan dat werkgevers bereid zijn zich te committeren op basis van stage- en werkplekken. Onderwijsinstellingen krijgen hierdoor een sluitende aanpak voor kwetsbare leerlingen. 2 Definitie UWV 11 Gemeenten kunnen hiermee ook kandidaten met een lagere loonwaarde perspectief bieden middels een diploma en ‘gegarandeerd’ passend werk. Recent is besloten dat de IGSD zal participeren in de projectorganisatie voor de RIF MBO subsidie.
Naar verwachting zal deze na de zomer van 2018 starten. Ieder jaar wordt de situatie van deze doelgroep door de consulent Inkomen beoordeelt. Wanneer blijkt dat de situatie is gewijzigd en de jongere kan participeren, worden ze overgedragen naar team participatie en re-integratie. Statushouders Bij statushouders is geconstateerd dat bij het merendeel arbeidsvermogen aanwezig is. Daar waar mensen nu nog niet geplaatst zijn op een passende plek, heeft dit te maken met hun voortgang in het traject inburgering. Voor de doelgroep ‘Statushouders’ geldt specifiek dat zij naast hun verplichte inburgering werken naar vermogen op leerwerkplekken, waarbij zij door jobcoaches worden begeleid in de eigen ontwikkeling. Het leren van de Nederlandse taal is een essentieel onderdeel van het inburgeringstraject en het beheersen van de Nederlandse taal is op haar beurt weer essentieel voor de kans op arbeidsparticipatie. In verband met eisen rondom communicatie op de werkvloer, met name in het kader van veiligheid, is het immers uitermate belangrijk dat de statushouder een en ander begrijpt. Er wordt vanuit de IGSD dan ook extra middelen ingezet voor het leren van de Nederlandse taal. Het reguliere traject biedt deelnemers ruimte om het inburgeringsexamen te behalen. Helaas maakt men gedurende deze periode niet volledig onderdeel uit van de maatschappij.
Bij de IGSD is een training in ontwerp waarbij met name vrouwen sneller zelfredzaam zijn om meer zelfstandig onderdeel uit gaan maken van de samenleving. De training moet ervoor zorgen dat vrouwen meer zelfvertrouwen krijgen en mede daardoor een betere positie op de arbeidsmarkt krijgen. Vanaf 2014 is de taakstelling huisvesting statushouders voortdurend verhoogd. De instroom in de Participatiewet neemt als gevolg van de toegenomen vluchtelingenstroom toe. Omdat de inburgeraar zelf de inburgering vormgeeft en handhaving verloopt via DUO, is er sprake van minder invloed op de doorloop binnen het inburgeringstraject. De inburgeraar heeft drie jaar de tijd voor het traject. Dit heeft gevolgen voor de mogelijkheid van uitstroom en daarmee de aanwas van het uitkeringsbestand. Duurzaam geen arbeidsvermogen De ontheffing in verband met zorg3 wordt enkel onder strakke voorwaarden verleend. Deze voorwaarden worden vastgesteld door het UWV of verzekeringsarts die bepalen of het individu niet in staat is te participeren. Uit een eerste analyse blijkt dat er een groep is waarbij dit wel het perspectief zal zijn, maar die nu nog niet onder dit profiel zijn ingedeeld. Het gaat hier om mensen die dusdanig beperkt zijn dan wel terminaal ziek zijn dat enig uitzicht op arbeidsvermogen als niet haalbaar moet worden beschouwd.
Voor deze groep geldt dat er multidisciplinair (bijvoorbeeld huisarts, behandelaar) en in nauw overleg met de afdeling WMO van de gemeente bepaald wordt wat het vervolg traject voor het individu is en of begeleiding door de IGSD daarbij de beste keuze is. Dit wil overigens niet zeggen dat het individu niet uitkeringsgerechtigd is/blijft. Doelgroepregister en loonkostensubsidie In het huidige bestand van de IGSD zijn op dit moment 125 personen opgenomen in het doelgroepregister. Deze groep beschikt over arbeidsvermogen, waarbij een groot deel de weg naar werk wordt bemoeilijkt doordat er problemen in de leefgebieden leiden tot belemmering in de richting van een duurzame arbeidsplaats. De jobcoaches zetten in op samenwerking met overige instanties (jeugdzorg, GGZ, huisarts et cetera), die betrokken zijn bij de doelgroep. Deze doelgroep vergt dus een intensievere aanpak vanuit de IGSD en daarnaast een nog intensievere samenwerking met praktijkopleiders en werkgevers. De inschatting is dat er in het huidige bestand nog ≥ 100 mensen zitten die ook voldoen aan de criteria van het doelgroepregister. Deze groep is jarenlang ontheven omdat er voor deze mensen weinig mogelijkheden waren op de arbeidsmarkt. Met de introductie van het doelgroep register, hebben deze mensen mogelijk wel kans op betaald werk.
De uitdaging is om deze groep, ondanks de jarenlange ontheffing van de arbeidsplicht, alsnog te activeren. Dat verreist een nieuwe mindset van zowel de consulent als de kandidaat. 3 Criteria voor profiel zorg: Duurzaam geen arbeidsvermogen, vastgesteld door UWV of verzekeringsarts en niet in staat te participeren. 12 Beschut werk (nieuw) Een verplicht onderdeel in de Participatiewet is het vormgeven van beschut werk. De werkplekken kunnen gerealiseerd worden binnen de gemeente, bij het SW-bedrijf (NoordWestGroep/ Reestmond), aan gemeente gelieerde organisaties of door het inrichten van beschutte werkplekken bij reguliere werkgevers. Gezien het specifieke karakter van deze banen ligt het voor de hand om werkplekken binnen de infrastructuur van het SW-bedrijf vorm te geven. De uitvoering van ‘nieuw beschut’ is door de gemeente Westerveld dan ook opgedragen aan Reestmond, en door de gemeente Steenwijkerland aan de NoordWestGroep. Werkgeversservicepunt In 2015 is gestart met het Werkgeversservicepunt (WGSP) met als doel een hoger resultaat aan uitplaatsingen naar duurzaam regulier fulltime werk of parttime werkzaamheden. Door de werkwijze van accountmanagers in combinatie met matchers kan er beter en sneller worden gematcht tussen cliënten en werkplekken. Er is sprake van frequent contact tussen matcher en werkzoekende, waardoor er een goed beeld is van de mogelijkheden.
Het Werkgeversservicepunt Steenwijkerland Westerveld werkt intensief samen met de gemeentes Meppel en Staphorst en het UWV. Er is afgesproken dat alle vacatures in deze regio worden gedeeld en dat er met en voor elkaar wordt geplaatst. De (sub)regionale samenwerking moet leiden tot een betere match tussen werkgever en werkzoekende met als gevolg meer uitplaatsingen naar reguliere arbeid. Sinds de invoering van de Participatiewet is de toegang tot WSW en Wajong (grotendeels) gesloten. Alleen de mensen die duurzaam geen arbeidsvermogen hebben, komen in aanmerking voor Beschut werk of Wajong. Plaatsing op bestaande vacatures zal anders en moeilijker worden en er zal van werkgevers steeds meer gevraagd worden om hun processen en taken opnieuw te bekijken zodat ook minder/ of anders belastbare medewerkers, kunnen deelnemen aan het arbeidsproces. Voor accountmanagers en matchers betekent dit eveneens een andere blik op werk en een andere inhoud van hun contacten met werkgevers. o Business Club Steenwijkerland (BCS) In Steenwijkerland zal het periodiek overleg met het parkmanagement BCS en de accountmanagers van de gemeente worden gecontinueerd, er zal naast de inzet van zelf verworven werkstages, zoveel mogelijk gebruik worden gemaakt van de beschikbaar gestelde werkstages via de BCS. Hiervoor is eveneens een jobcoach inzetbaar.
o Westerveld In Westerveld zijn niet veel grote ondernemers en wordt ook ingezet op samenwerking met de kleinere bedrijven. Daarnaast vindt samenwerking plaats met stichting JEF waarbij intensief aandacht wordt besteed aan het clusteren van werkzaamheden bij diverse bedrijven om op deze manier extra werkgelegenheid te creëren (jobcarving/functiecreatie). o Werkarrangementen voor personen met verminderde loonwaarde We besteden extra aandacht aan groepsdetacheringen voor zowel WSW’ers als voor cliënten met een uitkering op grond van de Participatiewet . Wanneer er sprake is van een lagere loonwaarde als gevolg van een arbeidsbeperking wordt het salaris bij de (externe) werkgever gecompenseerd door middel van een loonkostensubsidie. Voor deze doelgroep willen we werkarrangementen/ groepsdetacheringen bieden. o Matching De matchers spreken hun meest bemiddelbare cliënten meerdere malen per week en de overige cliënten wekelijks, zodat er volop wordt ingezet op uitstroom naar werk. Bij matching wordt uitgegaan van passend werk, deze term is volgens de wetgever erg breed: er moet worden ingezet op duurzame uitstroom, maar dit betekent niet altijd een vacature die op de wensen van de cliënt aansluit.
Hier wordt duidelijk over gecommuniceerd en indien de cliënt in gedrag en houding belemmeringen opwerpt die gevolgen hebben voor de sollicitatie, dan wordt dit beantwoord met een passende maatregel. De matcher maakt onderdeel uit van het Werkgeversservicepunt. LeerWerktraject (LWT) Inwoners met een uitkering op grond van de Participatiewet doen een werkstage in een regulier bedrijf, om vervolgens door te stromen naar een betaalde baan binnen dit (stage)bedrijf of een andere onderneming, komen in aanmerking voor een LWT-traject. 13 Voor grote opdrachten kunnen groepsgewijze trajecten/activiteiten worden ingezet onder begeleiding van een jobcoach. Dit moet leiden tot een duurzame uitstroom naar reguliere arbeid. (Gesubsidieerde) arbeid en jobcoaching Het aantrekken van de economie, een bestand van werkzoekenden met een relatief korte afstand tot de arbeidsmarkt en het intensiveren van onze werkgeversdienstverlening heeft eerder geleid tot een bijstandsreductie. Veel personen die een uitkering ontvingen, stroomden uit naar betaalde arbeid. Zoals aangegeven zien we een verschuiving optreden in ons werkzoekendenbestand; veelal heeft het individu ondersteuning nodig in de vorm van een subsidie en begeleiding. Zonder deze instrumenten is plaatsen op (reguliere) arbeid een vrijwel onmogelijke taak.
De inzet van begeleiding in de vorm van jobcoaching en (loonkosten)subsidie zal de komende jaren aanzienlijk toenemen om cliënten met een beperking bij reguliere werkgevers arbeid te laten verrichten. Jobcoaching en de indienstnemingssubsidies worden betaald uit het Participatiebudget. De claim op dit budget voor bovenstaande instrumenten zal de komende jaren toenemen. Een (negatieve) ontwikkeling is waarneembaar bij het uitplaatsen van cliënten met een arbeidsbeperking. Werkgevers willen voornamelijk kandidaten in dienst met een zeer lage loonwaarde zodat de te ontvangen loonkostensubsidie hoger is. Feitelijk is er vraag naar inwoners uit onze gemeenten met een lage loonwaarde en een hoge productiviteit. Dit staat de ontwikkeling van cliënten in de weg die met een minimale subsidie ontwikkelperspectief hebben. Voor het realiseren van plaatsingen is het van groot belang dat werkgevers bereid zijn plekken te bieden voor de brede doelgroep cliënten met een arbeidsbeperking. Om plaatsingen bij reguliere werkgevers te laten slagen is soms meer nodig dan alleen een loonkostensubsidie of jobcoaching. We merken dat de persoonlijke problematiek veelal van dusdanige aard is dat persoonlijke begeleiding/lifecoaching nodig is om de balans werk/privé te waarborgen waarmee verlies van werk kan worden voorkomen. Werkgevers willen ‘ontzorgd’ worden.
We gaan de mogelijkheden onderzoeken om meer persoonlijke begeleiding/lifecoaching aan te bieden bij werkgevers. De verbinding met de WMO is hierin van groot belang. Cliënten met een verminderde arbeidsproductiviteit worden met een loonkostensubsidie of een indiensttredingssubsidie geplaatst bij een reguliere werkgever. Aanvullend kan (indien noodzakelijk) jobcoaching worden ingezet om een kandidaat op de werkvloer te begeleiden. De IGSD verzorgt het subsidietraject richting de werkgever en draagt zorg voor de inzet van een jobcoach zodat de werkgever ontlast wordt in de extra taken/werkzaamheden als gevolg van de beperking van de cliënt. Afhankelijk van het dienstverband kan een subsidie aan de werkgever € 9.000,-- per jaar kosten. Daarnaast kan er sprake zijn van jobcoaching waarbij de kosten op basis van het gemiddelde regime € 4.500 bedraagt (richtlijnbedragen UWV). De kosten bij een fulltime plaatsing kunnen derhalve € 13.500 bedragen. De inzet van deze instrumenten zal een behoorlijke claim op de (participatiebudget) middelen leggen waardoor de komende jaren scherpe keuzes gemaakt moeten worden voor welke doeleinden we de beperkte middelen willen inzetten. Parttime ondernemen In het algemeen zijn gemeenten bij het ondersteunen van bijstandsgerechtigden vooral gericht op uitstroom naar fulltime werken in loondienst en naar fulltime ondernemen.
Voor veel bijstandsgerechtigden blijkt het een te grote stap om vanuit de bijstand direct door te stromen naar een fulltime baan en daarmee onafhankelijk te worden van een uitkering. Naast het stimuleren om parttime banen te accepteren, wil de IGSD daarom ook inzetten op parttime ondernemen. In de praktijk blijk dat deze parttime ondernemers veelal behoefte aan begeleiding hebben. De verwachting is dat de kosten van de jaarlijkse begeleiding van parttime ondernemers circa € 2.500,-- bedraagt. Deze kosten komen ten laste van het participatiebudget. Parttime ondernemen valt niet onder de BBZ 2004 maar onder de Participatiewet. Inzet Participatiebudget Iedere gemeente ontvangt middelen om mensen uit de bijstandsregelingen te begeleiden naar werk. Ook ontvangt ze middelen voor mensen met een indicatie voor een Sociale Werkvoorziening (SW). Samen worden deze middelen het Participatiebudget genoemd. De participatiemiddelen en de middelen voor de Wet Sociale Werkvoorziening (WSW) worden via de integratie-uitkering Sociaal domein van het gemeentefonds aan de gemeenten toegekend en bestaat uit drie onderdelen: 14 - de rijksbijdrage voor de SW-geïndiceerde. Dit is een budget waarmee de gemeenten de mensen met een SW-indicatie kunnen laten werken; - de middelen om bijstandsgerechtigden te begeleiden naar werk.
Dit werd voorheen ook wel het werkdeel genoemd; - het budget voor de begeleiding van de nieuwe doelgroepen. Doordat er sinds 1 januari 2015 geen mensen meer de WSW-regeling of de Wajongregeling instromen, ontvangt een gemeente middelen om mensen die daarvoor in aanmerking zouden zijn gekomen, te begeleiden naar werk. Het is de bedoeling dat de middelen van de integratie-uitkering Sociaal domein in 2018 in de algemene uitkering van het gemeentefonds zullen worden opgenomen. Naast het Participatiebudget zijn in de integratie-uitkering Sociaal domein de middelen voor de WMO en Jeugdzorg opgenomen. De middelen van de integratie-uitkering Sociaal domein zijn voor de gemeente geheel vrij besteedbaar voor alle gemeentelijke taken. Voor de inzet van het Participatiebudget wordt verwezen naar de financiële bijlagen achterin dit document. 3.1.2 Samenvattend team Participatie en re-integratie (programma 1) In de volgende tabel is voor het product ‘participatie en re-integratie’ de doelstellingen beschreven; Wat willen we bereiken Wat gaan we daarvoor doen Doelstelling (Indicator) Periodieke bestandanalyse om het bestand van werkzoekenden te relateren aan het arbeidsvermogen van het individu, ten einde maatwerk te kunnen leveren waar nodig. - Per kwartaal zal er een bestandanalyse worden uitgevoerd.
Werkstap is ingericht ter ondersteuning van de processen die leiden tot een (duurzame) arbeidsplaats. Werkzoekenden zijn werkfit en daarmee klaar voor de arbeidsmarkt - Gerichte trajecten inkopen (maatwerk). - Gesprekstechnieken toepassen met als doel te bereiken dat, zowel werkzoekenden als medewerkers, niet denken in belemmeringen maar in mogelijkheden. 20% van het bestand in 2019 werkfit krijgen. Werkstap: Met behulp van de Werkstapmethode laten we kandidaten via de kortst mogelijke weg duurzaam doorstromen naar de arbeidsmarkt. Hierdoor genereren we extra uitstroom waardoor de uitkeringslasten zullen afnemen. Professionalisering dienstverlening ten behoeve van de kandidaat en werkgeversbenadering; Voor iedere werkzoekende is er een actueel profiel. Het genereren van extra (duurzame) uitstroom door efficiencyverbetering van de processen van kandidaat- en werkgeversbenadering. Door een twee wekelijkse monitoring en de inzet van maandelijkse caseload gesprekken wordt gevolgd of uitstroom wordt gerealiseerd. Statushouders zijn klaar voor de arbeidsmarkt. - Versterken taal door extra inzet op trainingen. - Werknemersvaardigheden aanbrengen. - Informeren over arbeidsmarkt van Nederland - Duale trajecten inzetten, in samenwerking met werkgevers, waarbij leren en werken hand in hand gaan.
- Bij de IGSD is een training in ontwerp waarbij met name vrouwen sneller zelfredzaam zijn en meer zelfstandig onderdeel uit gaan maken van de samenleving. De training moet ervoor zorgen 90% statushouders stromen in 2019 uit naar werk. 15 Wat willen we bereiken Wat gaan we daarvoor doen Doelstelling (Indicator) dat vrouwen meer zelfvertrouwen krijgen en mede daardoor een betere positie op de arbeidsmarkt krijgen. Jongeren gaan terug naar school. Begeleiding door jongerenconsulent. De eerste stap is gericht op scholing en het behalen van de benodigde startkwalificatie. Wanneer dit niet mogelijk is wordt inzet gepleegd op begeleiding naar werk. Van het bestand gaat 80% weer naar school en/of aan het werk. De ontheffing in verband met zorg wordt enkel onder strakke voorwaarden verleend aan diegenen die gekoppeld aan criteria daadwerkelijk in profiel zorg thuis horen. Voor deze groep geldt dat er multidisciplinair (bijvoorbeeld huisarts, behandelaar) en in nauw overleg met de afdeling WMO van de gemeente bepaald wordt wat het vervolg traject voor het individu is en of begeleiding door de IGSD daarbij de beste keuze is. De personen die in verband met zorg een ontheffing (kunnen) krijgen zijn in beeld en in traject. Activeren personen in het doelgroepenregister.
Er wordt door jobcoaches ingezet op samenwerking met overige instanties (jeugdzorg, GGZ, huisarts et cetera), die betrokken zijn bij de doelgroep. Deze doelgroep vergt een intensievere aanpak vanuit de IGSD en daarnaast een nog intensievere samenwerking met praktijkopleiders en werkgevers. Deze groep is jarenlang ontheven omdat er voor deze mensen weinig mogelijkheden waren op de arbeidsmarkt. Met de introductie van het doelgroep register, hebben deze mensen mogelijk wel kans op betaald werk. De uitdaging is om deze groep, ondanks de jarenlange ontheffing van de arbeidsplicht, alsnog te activeren. Dat verreist een nieuwe mindset van zowel de consulent als de kandidaat. Op basis van de huidige analyse van het bestand zal de doelgroep ‘opgenomen in doelgroepregister’ stijgen. 3.2 Product Inkomen De IGSD wil voorkomen dat inwoners een beroep doen op een uitkering op grond van de Participatiewet/ IOAW/IOAZ door hen zoveel mogelijk naar werk toe te leiden. Daar waar dat niet lukt wil de IGSD inwoners (tijdelijk) een vangnet te bieden in de vorm van een uitkering. Wanneer een inwoner recht heeft op een uitkering zorgt de IGSD ervoor dat de betalingen tijdig en correct gedaan worden en speelt de IGSD tijdig in op signalen die de rechtmatigheid beïnvloeden. Wanneer er sprake is van onrechtmatig gebruik vordert de IGSD ten onrechte verleende uitkeringen terug.
De drie genoemde doelgroepen zijn als volgt te kenmerken; - Doelgroep Participatiewet; Inwoners van 18 jaar of ouder maar jonger dan de pensioengerechtigde leeftijd die niet in hun eigen onderhoud kunnen voorzien, omdat zij onvoldoende inkomsten en vermogen hebben vormen de doelgroep van de Participatiewet. Daarbij geldt voor inwoners van 18 tot 27 jaar als extra voorwaarde dat zij pas voor algemene bijstand in aanmerking kunnen komen wanneer zij geen regulier onderwijs kunnen volgen. - Doelgroep IOAW; Inwoners zonder, of met onvoldoende, inkomsten uit of in verband met arbeid, die voor 1 januari 1965 geboren zijn en na hun 50e: o werkloos zijn geworden en een uitkering op grond van de Werkloosheidswet (WW) ontvingen van meer dan drie maanden of, 16 o recht kregen op een loongerelateerde werkhervattingsuitkering gedeeltelijk arbeidsongeschikten (WGA-uitkering) die nadien is beëindigd omdat de mate van arbeidsongeschiktheid niet langer tenminste 35% bedraagt. - Doelgroep IOAZ; Inwoners met onvoldoende inkomsten die na het bereiken van de leeftijd van 55 jaar hun beroep of bedrijf beëindigen en die voor de voorziening in het bestaan aangewezen waren op arbeid in eigen bedrijf of beroep. 3.2.1 Ontwikkelingen De wetgever vereenvoudigt de beslagvrije voet. Het wetsvoorstel hierover treedt naar verwachting per 1 januari 2019 in werking.
De wetgever wil daarmee het bestaansminimum van mensen met schulden beter beschermen. In het verlengde hiervan wil de IGSD de financiële zelfredzaamheid van zijn debiteuren verder vergroten, door lagere aflossingspercentages toe te passen bij het terug- en invorderingsbeleid. Dit verkleint de kans dat inwoners hun lasten niet meer kunnen betalen, waardoor zij welhaast gedwongen zijn om nieuwe schulden te maken. Gelet op de wetswijziging dient de IGSD bij het gehele debiteurenbestand te onderzoeken of de invordering in overeenstemming is met de wijziging van de beslagvrije voet. Ook heeft de wetswijziging tot gevolg dat de IGSD voortaan vorderingen kan incasseren bij debiteuren die de kostendelersnorm ontvangen. De verwachting is echter dat het wetsvoorstel en de wijziging van het invorderingsbeleid het beschikbare budget voor de uitkeringen (BUIG) en het budget voor bijzondere bijstand/minimabeleid beïnvloedt. Daar staat tegenover dat inwoners minder snel een beroep hoeven te doen op schuldhulpverlening. Onderzoek toegangstaken IGSD In opdracht van beide gemeenten vond een onderzoek plaats hoe de toegangstaken van de IGSD geïntegreerd kunnen worden in de lokale teams dan wel dichter bij de inwoners van de gemeente georganiseerd kunnen worden4. Over het onderzoek en de uitkomsten is uitvoerig stilgestaan in 3.3 ‘De toekomst van de IGSD’.
Handhaving Iedere twee jaar komt er een nieuw beleidsplan hoogwaardig handhaven. Voor de periode 2018- 2019 heeft de IGSD een nieuw beleidsplan vastgesteld. Handhavingsbeleid en fraudepreventie - Inkomen Het beperken van onterechte instroom in de uitkering, ook wel de ‘poortwachtersfunctie’ genoemd, is al stevig vormgegeven. We gaan hier dan ook zeker mee door. Het uitgangspunt is dat alleen diegene die daar ook recht op heeft een uitkering ontvangt. Ook voor het jaar 2019 leggen we onszelf een preventiequote op van 35%. Dat betekent dat 35% van het aantal aanvragen tot uitkering niet leidt tot een toekenning. Dit kan doordat we aanvragers direct begeleiden naar werk, ze goed doorverwijzen naar een voorliggende voorziening en/of door streng te handhaven op mogelijke fraude en oneigenlijk gebruik. Alleen al vanuit de wettelijke aanscherping is het noodzakelijk om streng te handhaven. Ook het behouden van het maatschappelijke draagvlak voor de sociale zekerheid maakt dat wij als IGSD vol inzetten op handhaving. Dit zodat wij alleen de uitkering verstrekken aan degene die daar ook daadwerkelijk recht op heeft. Het hoogwaardig handhaven kan in de kern worden samengevat in 4 visie-elementen: 1. Informeren op maat 2. Dienstverlening op maat 3. Controle op maat 4. Sanctioneren op maat Hoogwaardig handhaven Hoogwaardig handhaven kent een preventief en een repressief element.
We geven dit vorm door een stevige controle aan de poort met een goede voorlichting over de verplichtingen. Ook controleren wij mensen die al een uitkering ontvangen middels bestandsanalyses, themacontroles en signalen afkomstig van het inlichtingenbureau. We spelen adequaat in op signalen m.b.t. niet naleven van arbeidsverplichtingen en op fraudesignalen. Het Suwinet is hiervoor een belangrijke informatiebron. 4 Zie hiervoor het collegebesluit van 13 december 2016 over het actualiseren van de beleidsplannen van het Sociaal Domein van Westerveld dat op 17 januari 2017 is voorgelegd aan de raadscommissie Sociaal Domein van die gemeente en de raadsbesluiten van respectievelijk 21 maart 2017 en 20 juni 2017 van Steenwijkerland over het stappenplan toekomst GR IGSD-SW. 17 De verplichtingen waarmee een cliënt te maken krijgt, vallen uiteen in een informatie-verplichting enerzijds en anderzijds de arbeids-re-integratie en tegenprestatieverplichting. Over al deze verplichtingen informeren wij de cliënt en wij herhalen dit ook gedurende de periode dat een uitkering wordt ontvangen. Wel dient daarbij rekening te worden gehouden met het feit dat vanuit de gedragswetenschappen is aangetoond dat het vermogen van mensen om informatie te wegen en rationale keuzes te maken begrensd is.
Vooral als de klant in een chronische stresssituatie verkeert als gevolg van bijvoorbeeld problematische schulden. Steeds meer onderzoeken wijzen uit dat de overheid teveel van de zelfredzaamheid van de klant verwacht. De in de begroting genoemde prestatieafspraken worden gedurende het begrotingsjaar gemonitord en over de realisatie van de prestatieafspraken wordt in de managementrapportages verslag gedaan. 3.2.2 Doelstellingen Besluit bijstandverlening zelfstandigen Het Besluit bijstandverlening zelfstandigen 2004 (BBZ 2004) is specifiek gericht op inwoners die een bedrijf of zelfstandig beroep uitoefenen of willen gaan starten. In de BBZ 2004 zijn in hoofdlijnen vier doelen te omschrijven: - de BBZ 2004 als re-integratie-instrument Inwoners die vanuit een bijstandsuitkering of werkloosheidsuitkering een bedrijf of zelfstandig beroep willen uitoenen, waarmee zij uiteindelijk in hun eigen levensonderhoud kunnen voorzien; - de BBZ 2004 voor behoud van werkgelegenheid; De BBZ 2004 is er ook voor om te voorkomen dat zelfstandigen hun bedrijf of zelfstandig beroep moeten beëindigen en personeel moeten ontslaan, als gevolg van financiële moeilijkheden en daarvoor niet meer terecht kunnen bij bijvoorbeeld een bank. Naast bijstand ter voorziening in levensonderhoud, zal hier ook sprake zijn van bijstand te voorziening in de behoefte van bedrijfskapitaal.
De kans van slagen neemt toe wanneer zelfstandigen eerder een beroep doen op deze regeling; - de BBZ 2004 specifiek voor zelfstandigen van 55 jaar of ouder; - de BBZ 2004 voor beëindigende zelfstandigen. Het Regionaal Bureau Zelfstandigen Zwolle (RBZ) voert de BBZ 2004 voor de IGSD uit. Naast BBZ 2004 voert het RBZ ook de IOAZ en de regeling voor marginaal zelfstandigen voor de IGSD uit. De IGSD wil in 2019 meer inzetten op parttime ondernemen. Het RBZ voert deze regeling voor de IGSD uit. Meer informatie hierover treft u aan in het product Participatie. Bijzondere bijstand en minimabeleid Gemeenten zijn, op grond van de Participatiewet, verplicht om inwoners met een inkomen op of rond het sociaal minimum financieel ondersteunen. Daarnaast kennen onze beide gemeenten een minimabeleid. Met dit minimabeleid willen beide gemeenten inwoners financieel in staat stellen om te participeren. Het betreft hier de inwoners met een inkomen op of rond het sociaal minimum en een beperkt financieel vermogen kunnen aanspraak maken op bijzondere bijstand en/of minimabeleid. Binnen de gemeente Steenwijkerland vindt een herijking van het minimabeleid plaats in de loop van 2018. In deze begroting is derhalve daar nog geen rekening mee gehouden.
Schuldhulpverlening Doelstelling Steenwijkerland De gemeente Steenwijkerland wil de maatschappelijke participatie van de inwoners vergroten en maatschappelijke kosten voorkomen door te streven naar financiële zelfredzaamheid van schuldenaren. Bij voorkeur wordt gestreefd naar een schuldenvrije toekomst. Dit is niet voor iedereen haalbaar. Sommigen slagen er op termijn pas in, anderen helemaal niet, daarbij is stabilisatie van de huidige toestand het hoogst haalbare. Uitvoering van schuldhulpverlening is voor de gemeente Steenwijkerland per 2019 ondergebracht bij De Kop. In geval van een crisissituatie (huisuitzetting of afsluiting GWL) wordt een klant direct aangemeld bij het GKB voor crisisinterventie. Ook worden klanten doorverwezen naar GKB wanneer een wettelijk schuldsaneringstraject en/of budgetbeheer noodzakelijk is. Voor wat betreft de dienstverlening door de GKB is er sprake van een uitvoeringsovereenkomst tussen GKB en IGSD. Deze vloeit voort uit de raamovereenkomst tussen de gemeente Steenwijkerland en de GKB, die loopt tot 1 januari 2021. De GKB heeft aangegeven haar dienstverlening in de nabije toekomst te willen heroverwegen ten aanzien van gemeenten die geen GR-lid zijn van de GKB. Dit kan gevolgen hebben voor de producten die in de toekomst afgenomen kunnen worden bij de GKB.
Doelstelling Westerveld 18 Voor Westerveld geldt dat de volledige dienstverlening schuldhulpverlening is uitbesteed aan de GKB Drenthe. Ook hierbij is er sprake van een uitvoeringsovereenkomst tussen IGSD en GKB (tot 1 januari 2021). Deze dienstverlening GKB bestaat onder meer uit schuldregeling, WSNP, Sociaal kredietverlening en budgetbeheer. Er is vanuit de IGSD geen regie op burgers die zich zelfstandig aanmelden bij de GKB. De consulenten Werk en Inkomen hebben voor wat betreft de bijstandsgerechtigden Westerveld een doorverwijzende rol richting GKB wanneer er sprake is van financiële problematiek. Dit geldt voor inwoners van de gemeente Westerveld met financiële problemen. De GKB heeft aangegeven haar dienstverlening in de nabije toekomst te willen heroverwegen ten aanzien van gemeenten die geen GR-lid zijn van de GKB. Dit kan gevolgen hebben voor de producten die in de toekomst afgenomen kunnen worden bij de GKB. 3.2.3 Samenvattend Inkomen (programma 1) In de volgende tabel is voor het product ‘Inkomen’ beschreven wat de IGSD Steenwijkerland en Westerveld in aankomend jaar wil bereiken. Participatiewet – inkomen Wat willen we bereiken Wat gaan we daarvoor doen Doelstelling (Indicator) Alleen uitkeringen verstrekken aan inwoners die daar recht op hebben en (tijdelijk) niet kunnen werken. Hiervoor zet de IGSD het huidige poortwachtersproces voort.