42.1 Ontwerp bestemmingsplan Vollenhove - Locatie Doeveslag-Wheeme - bijlage ontwerpbestemmingsplan(concept).pdf
Tekst van het document
5.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, zal ten hoogste 2,00 m bedragen. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 96 Artikel 6 Wonen - 1 6.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Wonen - 1' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. het wonen; b. aan- en uitbouwen en bijgebouwen; met de daarbijbehorende: c. tuinen en erven; d. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Hoofdgebouwen Voor het bouwen van hoofdgebouwen gelden de volgende regels: a. als hoofdgebouw mogen uitsluitend woningen worden gebouwd; b. een hoofdgebouw zal binnen een bouwvlak worden gebouwd; c. ter plaatse van de aanduiding "gevellijn" zal de naar de weg gekeerde gevel van een hoofdgebouw in de gevellijn worden gebouwd; d. per bouwvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal; e. de goothoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 4,00 m bedragen, met dien verstande dat ter plaatse van de aanduiding "maximale goothoogte (m)" de goothoogte van een hoofdgebouw ten hoogste de in de aanduiding aangegeven goothoogte zal bedragen; f. de bouwhoogte van een hoofdgebouw zal ten hoogste 12,00 m bedragen; g.
een hoofdgebouw zal zijn voorzien van een kap, waarvan: 1. de dakhelling ten minste 30° zal bedragen; 2. de dakhelling ten hoogste zal 60° bedragen. 6.2.2 Aan- en uitbouwen en bijgebouwen Voor het bouwen van aan- en uitbouwen en bijgebouwen gelden de volgende regels: a. een vrijstaand bijgebouw zal in dan wel ten minste 1,00 m uit de zijdelingse perceelgrens worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte van de aan- en uitbouwen en bijgebouwen zal ten hoogste 50 m² per hoofdgebouw bedragen, met inachtneming van de volgende regel: 1. de gezamenlijke oppervlakte zal ten hoogste 80% van de oppervlakte van het hoofdgebouw bedragen; c. de goothoogte van een aan- of uitbouw of een bijgebouw zal ten hoogste 3,30 m bedragen; d. een aan- of uitbouw zal worden voorzien van een plat dak. 6.2.3 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen zal ten hoogste 2,00 m bedragen, met dien verstande dat de bouwhoogte van erf- en terreinafscheidingen vóór de voorgevel van het hoofdgebouw en het verlengde daarvan, ten hoogste 1,00 m mag bedragen; b. de bouwhoogte van de overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. 6.3 Nadere eisen Burgemeester en Wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing, ten behoeve van: a.
een goede woonsituatie; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 97 6.4 Specifieke gebruiksregels 6.4.1 Strijdig gebruik Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van vrijstaande bijgebouwen voor bewoning; b. het gebruik van een hoofdgebouw voor meer dan één woning; c. het gebruik van de gronden en bouwwerken ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf; d. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor de uitoefening van detailhandel; e. het gebruik van de gronden en bouwwerken voor recreatieve bewoning. 6.4.2 Aan huis verbonden beroepen Een aan huis verbonden beroep is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep mag uitsluitend worden uitgeoefend in de woning of in de bijgebouwen; b. ten hoogste 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de bijgebouwen mag worden gebruikt voor een aan huis verbonden beroep; c. ten hoogste 10% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de bijgebouwen mag worden gebruikt voor detailhandel, met een maximum van 10 m²; d. de woonfunctie dient in overwegende mate te worden gehandhaafd en de verschijningsvorm van de woning mag niet wezenlijk worden aangetast; e.
ten hoogste 2 personen mogen er werkzaam zijn, waarbij ten minste één persoon tevens bewoner van de woning is; f. er is ten hoogste 1 reclame uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; g. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; h. in de parkeerbehoefte dient in voldoende mate te worden voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; i. er mag geen detailhandel plaatsvinden, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor ten hoogste 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. 6.5 Afwijken van de gebruiksregels Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van het bepaalde in lid 6.4.1 onder c in die zin dat de gronden en bouwwerken worden gebruikt ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf, met dien verstande dat: a. het aan huis verbonden bedrijf uitsluitend uitgeoefend wordt in de woning of de bijgebouwen; b. de bestaande bouwmogelijkheden mogen niet worden verruimd; c.
ten hoogste 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor een aan huis verbonden bedrijf; d. de woonfunctie in overwegende mate dient te worden gehandhaafd en de verschijningsvorm van de woning niet wezenlijk wordt aangetast; e. er ten hoogste 2 personen werkzaam zijn, waarbij ten minste één persoon tevens bewoner van de woning is; f. het onbebouwde gedeelte van het perceel niet wordt gebruikt voor bedrijfsmatige activiteiten, met uitzondering van parkeren; g. er geen buitenopslag en buitenactiviteiten zijn toegestaan; h. in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; i. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende bedrijf gerelateerde producten, waarvoor ten hoogste 10% van de voor het aan huis verbonden bedrijf gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 98 Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 99 Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing.
Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 100 Artikel 8 Algemene gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met de gegeven bestemmingen, wordt in ieder geval gerekend: a. het gebruik van gronden voor het storten van puin en afvalstoffen; b. het gebruik van gronden voor de opslag van schroot, afbraak- en bouwmaterialen, anders dan voor de uitvoering van krachtens de bestemming toegelaten bouwactiviteiten en werken en werkzaamheden; c. het gebruik van gronden voor de stalling en opslag van aan het oorspronkelijk gebruik onttrokken voer-, vaar- en/of vliegtuigen; d. het gebruik van gronden en bouwwerken ten behoeve van een seksinrichting; e. het gebruik van de gronden als standplaats voor kampeermiddelen. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 101 Artikel 9 Algemene afwijkingsregels Mits geen onevenredige afbreuk wordt gedaan aan het straat- en bebouwingsbeeld, de woonsituatie, de milieusituatie, de verkeersveiligheid en de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden, kan met een omgevingsvergunning worden afgeweken van de bij recht in de bestemmingsregels gegeven maten, afmetingen en percentages, tot ten hoogste 10% van die maten, afmetingen en percentages. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 102 Artikel 10 Overige algemene regels 10.1 Voldoende parkeergelegenheid a.
Een bouwwerk, waarvan een behoefte aan parkeergelegenheid wordt verwacht, kan niet worden gebouwd of gebruikt wanneer op het bouwperceel of in de omgeving daarvan niet in voldoende parkeergelegenheid is voorzien en in stand wordt gehouden; b. Bij de afweging omtrent het verlenen van een omgevingsvergunning wordt aan de hand van op dat moment van toepassing zijnde beleidsregels bepaald of er sprake is van voldoende parkeergelegenheid. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 103 Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS Artikel 11 Overgangsrecht 11.1 Overgangsrecht bouwwerken a. Een bouwwerk dat op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan aanwezig of in uitvoering is, dan wel gebouwd kan worden krachtens een omgevingsvergunning voor het bouwen, en afwijkt van het plan, mag, mits deze afwijking naar aard en omvang niet wordt vergroot: 1. gedeeltelijk worden vernieuwd of veranderd; 2. na het teniet gaan ten gevolge van een calamiteit geheel worden vernieuwd of veranderd, mits de aanvraag van de omgevingsvergunning voor het bouwen wordt gedaan binnen twee jaar na de dag waarop het bouwwerk is teniet gegaan. b. Het bevoegd gezag kan eenmalig in afwijking van het bepaalde in lid 11.1 sub a een omgevingsvergunning verlenen voor het vergroten van de inhoud van een bouwwerk als bedoeld in het lid 11.1 sub a met maximaal 10%. c.
Lid 11.1 sub a is niet van toepassing op bouwwerken die weliswaar bestaan op het tijdstip van inwerkingtreding van het plan, maar zijn gebouwd zonder vergunning en in strijd met het daarvoor geldende plan, daaronder begrepen de overgangsbepaling van dat plan. 11.2 Overgangsrecht gebruik a. Het gebruik van grond en bouwwerken dat bestond op het tijdstip van inwerkingtreding van het bestemmingsplan en hiermee in strijd is, mag worden voortgezet. b. Het is verboden het met het bestemmingsplan strijdige gebruik, bedoeld in lid 11.2 sub a, te veranderen of te laten veranderen in een ander met dat plan strijdig gebruik, tenzij door deze verandering de afwijking naar aard en omvang wordt verkleind. c. Indien het gebruik, bedoeld in sublid a, na de inwerkingtreding van het plan voor een periode langer dan een jaar wordt onderbroken, is het verboden dit gebruik daarna te hervatten of te laten hervatten. d. Lid 11.2 sub a is niet van toepassing op het gebruik dat reeds in strijd was met het voorheen geldende bestemmingsplan, daaronder begrepen de overgangsbepalingen van dat plan. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 104 Artikel 12 Slotregel Deze regels worden aangehaald als: Regels van het bestemmingsplan Vollenhove - Locatie Doeveslag-Wheeme, van de gemeente Steenwijkerland. Behorende bij het besluit van 10 juli 2012.
Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 105 Verbeelding Rho adviseurs voor leefruimte 20170152