CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

42.1 Ontwerp bestemmingsplan Vollenhove - Locatie Doeveslag-Wheeme - bijlage ontwerpbestemmingsplan(concept).pdf

Raadsvergadering 19 september 2017, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken10.492 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Steenwijkerland Vollenhove - Locatie Doeveslag-Wheeme bestemmingsplan identificatie identificatiecode: NL.IMRO.1708.20170152-0001 projectnummer: 20170152 projectleider: J. Posthumus planstatus datum: 21-06-2017 status: concept gecertificeerd door Lloyd's conform ISO 9001: 2008 aangesloten bij

© Rho Adviseurs bv Niets uit dit drukwerk mag door anderen dan de opdrachtgever worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of op welke andere wijze dan ook zonder voorafgaande toestemming van Rho Adviseurs bv, behoudens voorzover dit drukwerk wettelijk een openbaar karakter heeft gekregen. Dit drukwerk mag zonder genoemde toestemming niet worden gebruikt voor enig ander doel dan waarvoor het is vervaardigd. Vollenhove - Locatie Doeveslag-Wheeme Steenwijkerland bestemmingsplan identificatie planstatus identificatiecode: datum: status: NL.IMRO.1708.20170152-0001 21-06-2017 concept voorontwerp projectnummer: ontwerp 20170152 vastgesteld opdrachtleider: J.

Posthumus 2 Inhoudsopgave Toelichting 5 Hoofdstuk 1 Inleiding 7 1.1 Aanleiding 7 1.2 Ligging plangebied 7 1.3 Planologische regeling 8 1.4 Leeswijzer 8 Hoofdstuk 2 Huidige situatie en ontwikkelingen 9 2.1 Huidige situatie plangebied 9 2.2 Beschrijving initiatief 10 2.3 Inpassing 12 2.4 Verkeer en parkeren 12 Hoofdstuk 3 Beleidskader 13 3.1 Rijksbeleid 13 3.2 Provinciaal beleid 14 3.3 Gemeentelijk beleid 16 Hoofdstuk 4 Planologische randvoorwaarden 17 4.1 Milieuzonering 17 4.2 Ecologie 17 4.3 Geluid 18 4.4 Bodem 18 4.5 Water 19 4.6 Waterveiligheid en overstromingsrisico's 20 4.7 Cultuurhistorie 21 4.8 Archeologie 21 4.9 Luchtkwaliteit 22 4.10 Externe veiligheid 22 4.11 Kabels en leidingen 22 Hoofdstuk 5 Juridische opzet 23 5.1 Algemeen 23 5.2 Toelichting op de bestemmingen 23 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid 25 6.1 Economische uitvoerbaarheid 25 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid 25 Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 3 Bijlagen Toelichting 27 Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek 29 REGELS 85 Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS 87 Artikel 1 Begrippen 87 Artikel 2 Wijze van meten 91 Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS 93 Artikel 3 Groen 93 Artikel 4 Verkeer - Steeg 94 Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied 95 Artikel 6 Wonen - 1 96 Hoofdstuk 3 ALGEMENE REGELS 99 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel 99 Artikel 8 Algemene gebruiksregels 100 Artikel 9 Algemene afwijkingsregels 101 Artikel 10 Overige

algemene regels 102 Hoofdstuk 4 OVERGANGS- EN SLOTREGELS 103 Artikel 11 Overgangsrecht 103 Artikel 12 Slotregel 104 Verbeelding 105 Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 4 Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 5 Toelichting Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 6 Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 7 Hoofdstuk 1 Inleiding 1.1 Aanleiding Woningcorporatie Wetland Wonen groep is voornemens om aan de Doeveslag en Wheeme 35 nieuwe sociale huurwoningen te bouwen. In het geldende bestemmingsplan Vollenhove - Locatie Canneveltstraat is het plangebied al bestemd als woningbouwlocatie. Woningen dienen in dit bestemmingsplan binnen een bouwvlak gebouw te worden. Deze bouwvlakken zijn afgestemd op de situering van de woningen die voorheen in het plangebied aanwezig waren. Met het toekomstig stedenbouwkundig ontwerp is niet aangesloten bij deze situering. De toekomstige woningen passen dan ook niet in de huidige bouwvlakken. De gemeente Steenwijkerland wil medewerking verlenen aan het initiatief. Om de ontwikkeling juridisch-planologisch te kunnen regelen, is het opstellen van een nieuw bestemmingsplan noodzakelijk. Dit bestemmingsplan voorziet hierin. 1.2 Ligging plangebied Het plangebied ligt in een woongebied aan de zuidwestzijde van Vollenhove. De begrenzing van het plangebied is afgestemd op het stedenbouwkundig ontwerp.

De reeds gerealiseerde woningen aan de Canneveltstraat maken geen onderdeel uit van dit bestemmingsplan. In figuur 1.1 is de ligging van het plangebied weergegeven. Figuur 1.2 geeft de begrenzing van het plangebied weer. Figuur 1.1 Ligging plangebied (Bron: Bing Maps) Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 8 Figuur 1.2 Begrenzing plangebied 1.3 Planologische regeling Op dit moment geldt het bestemmingsplan Vollenhove - Locatie Canneveltstraat die is vastgesteld op 10 juli 2012. In dit bestemmingsplan is het plangebied voorzien van de bestemmingen 'Wonen - 1', 'Wonen - 2', 'Verkeer - Verblijfsgebied', 'Verkeer - Steeg' en 'Groen'. Volgens dit bestemmingsplan kunnen in het plangebied 23 woningen gebouwd worden. Het opgestelde stedenbouwkundig plan past niet binnen deze bestemmingen. Zodoende is er voor gekozen om een nieuw bestemmingsplan op te stellen. 1.4 Leeswijzer De toelichting is als volgt opgezet: Na deze inleiding wordt in hoofdstuk 2 de huidige situatie en de toekomstige situatie beschreven. Hoofdstuk 3 geeft een beschrijving van het, voor het plan relevante, beleid. Hoofdstuk 4 gaat in op de planologische- en milieutechnische aspecten die betrekking hebben op dit bestemmingsplan. In hoofdstuk 5 is de planologisch juridische opzet van het plan behandeld. De economische en maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit plan komen aan bod in hoofdstuk 6.

Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 9 Hoofdstuk 2 Huidige situatie en ontwikkelingen In dit hoofdstuk wordt de huidige situatie en de toekomstige situatie besproken. De gewenste ontwikkelingen moeten in de huidige situatie goed worden ingepast. 2.1 Huidige situatie plangebied Herstructurering opgave De gemeente Steenwijkerland en de woningbouwcorporatie Wetland Wonen Groep (WWG) zijn al enkele jaren bezig met de herstructurering van de woonbuurt in de omgeving van het plangebied. Deze komt in fases tot stand. De meest recente ontwikkeling betreft de woningen ten noorden van het plangebied. Bebouwing in de omgeving De bebouwing in de omgeving bestaat voornamelijk uit rijwoningen, waarbij twee, drie of vier woningen onder dezelfde kap aaneen zijn gebouwd. De woningen hebben een oriëntatie op de straat, waarbij de rooilijn voornamelijk de straat volgt. Huidige situatie plangebied Het plangebied ligt in de huidige situatie voornamelijk braak. De woningen die voorheen in het plangebied aanwezig waren zijn inmiddels allemaal gesloopt. Deze gronden zijn nu ingericht als grasveld. In het midden van het plangebied is in het kader van het voormalige stedenbouwkundig ontwerp een parkeerplaats gerealiseerd. Hier is ruimte voor 30 parkeerplaatsen. In figuur 2.1 is een vooraanzicht op het middenterrein weergeven.

De woningen die aan de linkerkant te zien zijn betreft de woningen die reeds gesloopt zijn. De bouwkundige staat van deze woningen was zeer verouderd en de woningen voldeden niet meer aan de huidige wensen op het gebied van wooncomfort. Figuur 2.1 Aanzicht op het bestaande parkeerterrein (bron: Google streetview) Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 10 2.2 Beschrijving initiatief Ambitie Het doel is om het plangebied te herstructureren. In dit kader zijn de woningen die in het plangebied aanwezig waren reeds gesloopt. De bouwkundige staat van deze woningen was zeer verouderd en de woningen voldeden niet meer aan de huidige wensen op het gebied van wooncomfort. De herstructurering draagt bij aan een zorgvuldig ruimtegebruik doordat er geen sprake is van onnodige uitgifte van nieuwe uitbreidingslocaties. Programma Het programma bestaat uit de bouw van 35 woningen in de sociale huursector. Een overzicht van de toekomstige situatie is weergeven in figuur 2.2.

Het exacte programma bestaat uit de bouw van: één rij van vijf woningen aan de Cannevelstraat; één rij van vier woningen aan de Van Middachtenstraat; twee rijen van elk vier huurwoningen en één rij van vier woning aan de Doeveslag, waarvan een bovenwoning op de kopse kant van de westelijke woning; en twee rijen van elk 4 huurwoningen aan de Wheeme, waarvan een bovenwoning op de kopse kant van de meest noordelijke en meest westelijke woning. Figuur 2.2 geeft een situatietekening van de (beoogde) invulling van het plangebied. De woningen hebben nog geen definitieve vormgeving. Bij de totstandkoming van het ontwerp wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de regels die gelden voor woningen binnen de bestemming 'Wonen -1' uit dit bestemmingsplan, overeenkomstig de systematiek van het bestemmingsplan Vollenhove - Locatie Canneveltstraat. Bij de aanvraag voor een omgevingsvergunning voor de woningen zal een definitief welstandsgrens afgegeven worden. De woningen worden uitgevoerd uit één/of twee woonla(a)g(en) met kap en een lage gootlijn, welke passend is in het karakter van de bebouwing in de omgeving. Figuur 2.3 en 2.4 geven een impressie van de (mogelijke) uitvoering van de woningen weer. Woningen Cannevelstraat De woningen aan de Cannevelstraat krijgen een goot -en bouwhoogte van 6- en 10 meter, overeenkomstig de goot- en bouw mogelijkheden van de woningen in deze straat.

Ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheid op de locatie zal sprake zijn van een afname van de goot -en bouwhoogte. Voor een impressie van de mogelijke uitvoering van deze woningen wordt verwezen naar figuur 2.3. Woningen Van Middachtenstraat De woningen aan Van Middachtenstrat krijgen een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4- en 9 meter, overeenkomstig de bestaande planologische mogelijkheden van de woningen in deze straat. De woningen worden uitgevoerd in één bouwlaag met kap. Woningen Doeveslag De woningen aan de Doeveslag krijgen een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4 -en 9 meter, overeenkomstig de bestaande planologische mogelijkheden van de woningen in deze straat. De meest westelijke woning aan de Doeveslag wordt echter uitgevoerd uit twee lagen met kap en heeft daarmee een afwijkende goot- en bouwhoogte van respectievelijk 6 -en 11 meter. Woningen Wheeme De woningen aan de Wheeme krijgen een goot- en bouwhoogte van respectievelijk 4- en 9 meter en worden grotendeels uitgevoerd in één bouwlaag met kap. Hiermee wordt aangesloten bij de woningen ten noorden van de Wheeme.

De woningen op de hoek van de Wheeme en Cannevelstraat en de Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 11 hoekwoning van de meest zuidelijke woning aan de Wheeme worden echter uitgevoerd uit twee lagen met kap en hebben daarmee een afwijkende goot- en bouwhoogte van respectievelijk 8- en 11 meter. Voor een impressie van de mogelijke uitvoering van deze woningen wordt verwezen naar figuur 2.4. Middengebied en stegen Daarnaast wordt het middengebied ingericht met parkeerplaatsen met daar tussenin enkele groen voorzieningen. De parkereplaats is te bereiken via de bestaande ontsluiting aan de Van Middachtenstraat. Daarnaast zijn de achtererven van de woningen te bereiken door tussen verschillende rijenwoningen een steeg aan te leggen. Figuur 2.2 Gewenste situatie plangebied (bron Linde Architectuur) Figuur 2.3 Mogelijke uitvoering woningen aan de Doeveslag (bron Linde Architectuur) Figuur 2.4 Mogelijke uitvoering woningen aan de Wheeme (bron Linde Architectuur) Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 12 2.3 Inpassing Met het ontwerp is rekening gehouden met de stedenbouwkundige structuur en de bebouwingskarakteristieken van de woningen in de directe omgeving. Dit houdt in dat de woningen, met zicht op de weg, worden gebouwd met de noklijn dwars op de rooilijn. De rooilijn volgt hierbij de weg. De bijgebouwen worden, zoals in figuur 2.2.

te zien, achter de voorgevels van de woningen gebouwd en zijn daarmee ondergeschikt aan het hoofdgebouw (de woning). Geconcludeerd wordt dat er in de herverkaveling sprake is van een goede stedenbouwkundige inpassing. 2.4 Verkeer en parkeren Het plangebied wordt ontsloten door de omliggende wegen. Dit betreffen erfontsluitingswegen en maken deel uit van een 30 km-zone. Via de Groenestraat en de Bentstraat ten oosten van het plangebied, wordt het plangebied verder ontsloten in noordelijke, zuidelijke of oostelijke richting. De gemeente Steenwijkerland heeft zijn eigen parkeerbeleid. Op basis van dit beleid zijn in het plangebied 45 parkeerplaatsen benodigd. In het stedenbouwkundig plan zijn 43 parkeerplaatsen ingetekend, waardoor de resterende 2 parkeerplaatsen in de openbare ruimte gezocht moeten worden. In de direct omgeving van het plangebied zijn hiervoor voldoende parkeermogelijkheden. De wegen rondom het plangebied zijn breed genoeg om naast de verkeersfunctie ook als parkeerfunctie te dienen. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 13 Hoofdstuk 3 Beleidskader In dit hoofdstuk worden relevante planologische beleidskaders op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau beschreven. Deze beleidskaders zijn richtinggevend voor het nieuw op te stellen bestemmingsplan.

3.1 Rijksbeleid 3.1.1 Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte De Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR) is op 13 maart 2012 in werking getreden. Met de Structuurvisie zet het kabinet het roer om in het nationale ruimtelijke beleid. Het Rijk laat de ruimtelijke ordening meer over aan gemeenten en provincies en kiest voor een selectieve inzet van rijksbeleid op 14 nationale belangen. In het Bro (artikel 3.1.6) is geregeld dat een toelichting bij een ruimtelijk plan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, moet voorzien in duurzame verstedelijking. Het artikel is op 12 mei 2017 gewijzigd. Deze wijziging treedt op 1 juli 2017 in werking. Voor dit plan wordt getoetst aan deze nieuwe regeling, die inhoudt dat de toelichting bij een bestemmingsplan dat een nieuwe stedelijke ontwikkeling mogelijk maakt, een beschrijving van de behoefte aan die ontwikkeling bevat. Indien het bestemmingsplan die ontwikkeling mogelijk maakt buiten het bestaand stedelijk gebied, moet er tevens gemotiveerd worden waarom niet binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voorzien. Het plan stelt een stedenbouwkundige wijziging ten opzichte van de huidige stedenbouwkundige mogelijkheden voor. Ten opzichte van de bestaande planologische mogelijkheden is sprake van een afname van van het aantal planologisch toegestaan aantal woningen.

Op basis van jurispudentie (uitspraak van 23 december 2015 201408383/1) wordt met dit bestemmingsplan geen nieuwe stedelijke ontwikkeling voorgesteld. Er is sprake van een kwaliteitsslag, waarbij het bouwvolume niet toeneemt. 3.1.2 Besluit algemene regels ruimtelijke ordening Het Besluit algemene regels ruimtelijke ordening (Barro) stelt regels voor de 14 aangewezen nationale belangen zoals genoemd in de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (SVIR). Het voornemen raakt geen nationale ruimtelijke belangen. Zodoende staat het rijksbeleid de vaststelling van het bestemmingsplan niet in de weg. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 14 3.2 Provinciaal beleid 3.2.1 Omgevingsvisie Overijssel In de Omgevingsvisie Overijssel (2017) wordt de visie op de ontwikkeling van de fysieke leefomgeving van de provincie Overijssel geschetst. De visie is daarbij gericht op 2030. Gekoppeld aan de Omgevingsvisie heeft de provincie een Omgevingsverordening (2017) opgesteld. In de Omgevingsverordening worden regels gesteld ten aanzien van het provinciaal belang. De provincie wil de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren met het oog op een goed vestigingsklimaat, een veilige en aantrekkelijke woonomgeving en een fraai buitengebied. Deze leefomgeving moet geschikt zijn voor de grote diversiteit aan activiteiten die mensen in de provincie willen ondernemen.

In de omgevingsvisie staat het uitvoeringsmodel centraal. In dit model draait het om drie vragen die antwoord geven op of, waar en hoe ontwikkelingen uitgevoerd worden. Bij de eerste vraag zijn generieke beleidskeuzes van belang. Bij de tweede vraag zijn ontwikkelingsperspectieven richtinggevend en bij de derde vraag gaat het om de inpassing in de kenmerken van het gebied. Generieke beleidskeuzes Het gaat hier om algemene keuzes die bepalen of ontwikkeling nodig, dan wel mogelijk zijn. Voor stedelijke ontwikkeling hanteert de provincie de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Dit betekent dat voor ontwikkelingen eerst bestaande bebouwing of herstructurering wordt benut, voordat er uitbreiding plaatsvindt. Het slopen en vervangen van de bestaande woningen past binnen de genoemde generieke beleidskeuzes van de provincie. De ontwikkeling vindt plaats door een herstructurering van een al bebouwd perceel en de woonfunctie past in de sociaaleconomische structuur van de omgeving. Hierna wordt ingegaan op de gebiedskenmerken en ontwikkelingsperspectieven. Gebiedskenmerken De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Hierbij zijn de gebiedskenmerken van provinciaal belang het uitgangspunt.

Hierna wordt een korte samenvatting gegeven van de in het plangebied voorkomende gebiedskenmerken volgens de lagenbenadering: de natuurlijke laag: Dekzandvlakte De afwisseling van opgewaaide ruggen en uitgesleten beekdalen en de daarbij horende hoogteverschillen kenmerken de dekzandvlaktes van Overijssel. Opvallend is de overwegend oost-west georiënteerde richting van ruggen en dalen. Dit bestemmingsplan voorziet slechts in een perceelsgebonden ontwikkkeling. Er vinden geen ingrepen plaats waardoor sprake is van een aantasting van de oost-west georiënteerde richting van ruggen en dalen. de laag van het agrarisch cultuurlandschap: Oude hoevenlandschap Het oude hoevenlandschap heeft in essentie hetzelfde patroon en dezelfde kwaliteiten als het essenlandschap, maar is jonger, ontstaan op een kleinschaliger patroon in de ondergrond (kleine dekzandkopjes), opgebouwd vanuit individuele erven en daardoor kleiner van schaal. Het essenlandschap is een samenhangend systeem van open essen, kleinschalige flanken met erven en esdorpen, kleinschalige natte laagtes met beken en (voormalige) grote open heidevelden. Door verschillende uitbreiding van woonbebouwing is dit hoevenlandschap ter plaatse van het plangebied niet meer aanwezig.

de stedelijke laag en de lust- en leisurelaag: woonwijk 1955 - nu Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 15 De woonwijk waar het plangebied deel van uitmaakt, is planmatig ontworpen en heeft daardoor haar eigen maat en karakter. Kenmerken is de herhaling van zogenaamde ''stempels'' met dezelfde soort rijwoningen. De naoorlogse woonwijken zijn vaak functioneel gescheiden van de werkgebieden. Met het ontwerp is rekening gehouden met de stedenbouwkundige structuur en de bebouwingskarakteristieken van de woningen in de directe omgeving. de lust- en leisurelaag: niet van toepassing Ontwikkelingsperspectieven Op basis van de gebiedskenmerken zijn verschillende 'ontwikkelingsperspectieven' opgesteld. Een nieuwe ontwikkeling moet passen binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omgevingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. Het plangebied is gelegen binnen het deel van de stedelijke omgeving waar als ontwikkelingsperspectief het ontwikkelen van een gemengd en divers woon- en werkmilieu is geformuleerd (woonwijk). In het gebied is tevens ruimte voor herstructurering. 3.2.2 Omgevingsverordening Overijssel 2017 Hoe aan het beleid uit de Omgevingsvisie uitvoering moet worden gegeven is vastgelegd in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvisie op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel.

De Omgevingsverordening is een uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie en is opgesteld in de vorm van regels. In veel regels is gekozen voor proces- en motiveringsvereisten. In de Omgevingsverordening moet elk inhoudelijk thema geregeld zijn, waar de provincie de mogelijkheid op wil hebben om juridische instrumenten in te kunnen zetten. Het inzetten van juridische instrumenten vindt plaats op basis van de interventieladder. In hoofdstuk 2 van de verordening worden de regels gegeven die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening. In artikel 2.1.5 van de verordening worden regels gegeven gericht op de ruimtelijke kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen. Deze moeten bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 3.2.1 is reeds beschreven dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de gebiedskenmerkingen. In artikel 2.2.2 worden de regels gegeven die betrekking hebben op de realisatie van nieuwe woningen. Woningbouw is toegestaan als hiervoor de behoefte is aangetoond en deze behoefte is vastgelegd in de woonafspraken tussen de provincie en gemeenten. Deze afspraken zijn opgenomen in de Samenwerkingsovereenkomst Woonafspraken West-Overijssel 2016-2020. Dit document is opgesteld op basis van de Regionale Woonvisie West-Overijssel.

In de samenwerkingsovereenkomst worden op 5 thema’s woonafspraken gemaakt tussen de gemeenten van West-Overijssel en de provincie. De overeenkomst is ondertekend op 27 januari 2016. In deze overeenkomst is afgesproken dat nieuwe ontwikkeling getoetst moeten worden aan de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Dat betekent dat beschreven moet worden dat dat voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een actuele regionale behoefte, in hoeverre deze binnen bestaand stedelijk gebied voorzien kan worden en een beschrijving in hoeverre de toekomstige locatie multimodaal wordt ontsloten. In dit bestemmingsplan is sprake van een afname van het aantal woningen ten opzichte van de huidige planologische mogelijkheden. De nieuw te bouwen woningen voldoend aan de huidige wensen op het gebied van het woongenot. Deze ontwikkeling vindt plaats binnen bestaand stedelijk gebied. Tot slot is het plangebied goed bereikbaar per auto, openbaar vervoer, fiets en per voet. Hierdoor is sprake van een multimodale ontsluiting. Aan de ladder van duurzame verstedelijking wordt derhalve voldaan. De regels uit de verordening verzetten zich dan ook niet tegen de ontwikkelingen in het plangebied.

Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 16 3.3 Gemeentelijk beleid 3.3.1 Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 De gemeente Steenwijkerland heeft de Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 (2009) ontwikkeld. Deze visie bevat een integrale visie op de ontwikkeling van de gehele gemeente tot 2030. De visie gaat uit van het koesteren en versterken van bestaande kwaliteiten. Daarbij gaat het om de kwaliteiten van de landschappen, de stad en de overige kernen en de potenties van het gebied. In de visie wordt gesteld dat Steenwijkerland een streekfunctie voor wonen, werken en voorzieningen heeft. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van het Steenwijkerland. Het aantal huishoudens stijgt zeker tot het jaar 2025. Het beleid is om voor de lokale bevolking te bouwen met aantrekkelijke woningen op de juiste plek. Dit bestemmingsplan voorziet slechts in het vervangen van de bestaande woningen ten behoeve van de huidige wensen ten behoeve van het woongenot. Hierdoor is geen sprake van aanpassing van het woningbouwcontingent van de gemeente. De ontwikkeling past daarom ook in het gemeentelijke beleid. 3.3.2 Visie op wonen en leefbaarheid De Visie op wonen en leefbaarheid – duurzaam vitaal geeft de visie van de gemeente Steenwijkerland weer op het gebied van wonen en leefbaarheid.

De visie is door de gemeenteraad van Steenwijkerland vastgesteld op 29 mei 2012. Ten aanzien van het woonaanbod ziet de gemeente Steenwijkerland een verschuiving van kwantiteit naar kwaliteit waar. Ook voor de huursector is sprake van een herstructureringsopgave. De gemeente Steenwijkerland streeft ernaar om minimaal 50% van de nieuwbouw op inbreidingslocaties te realiseren. Ook in Vollenhove wil de gemeente de herstructureringsopgave voortzetten. In dit bestemmingsplan is sprake van een investering in de woningvoorraad door het vervangen van verouderde woningen voor nieuwbouw die aansluit op de woonwensen vanuit de markt en afgestemd is op de doelgroep van Wetland Wonen. 3.3.3 Welstandsnota Steenwijkerland De gemeente Steenwijkerland heeft haar gemeentelijke welstandsbeleid opgenomen in de Welstandsnota. Deze geeft de gemeente de mogelijkheid om de cultuurhistorische, stedenbouwkundige en architectonische waarden die in een bepaald gebied aanwezig zijn, te benoemen en een rol te laten spelen bij de ontwikkeling en beoordeling van bouwplannen. Hiertoe zijn onder andere voor het plangebied van dit bestemmingsplan een aantal welstandscriteria opgesteld, waaraan het bouwplan moet voldoen.

Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 17 Hoofdstuk 4 Planologische randvoorwaarden In onderstaande paragrafen wordt een overzicht gegeven van de voor het nieuw op te stellen bestemmingsplan relevante milieuaspecten. Milieuaspecten zijn een belangrijk onderdeel van de belangenafweging die ten grondslag ligt aan het bestemmingsplan. Eventuele milieuaspecten kunnen, voorzover mogelijk en noodzakelijk, vertaald worden in de regeling van dit bestemmingsplan. 4.1 Milieuzonering In het kader van een goede ruimtelijke ordening is ruimtelijke afstemming tussen bedrijfsactiviteiten, voorzieningen en gevoelige functies (woningen) noodzakelijk. Bij deze afstemming kan gebruik worden gemaakt van de richtafstanden uit de basiszoneringslijst van de VNG-brochure Bedrijven en milieuzonering (2009). Een richtafstand kan worden beschouwd als de afstand waarbij onaanvaardbare milieuhinder als gevolg van bedrijfsactiviteiten redelijkerwijs uit te sluiten is. In de omgeving van het plangebied is sprake van een gemend gebied. Hierbij is sprake van een omgeving waar lichte bedrijfsactiviteiten (categorie 2) gemengd met woningen kunnen voorkomen.Tegenover het plangebied bevinden zich drie scholen, welke naast elkaar gelegen zijn. Het gaat om twee basisscholen en een kinderdagverblijf.

Alle drie de scholen vallen onder de milieucategorie 2, waarbij een richtafstand van 10 meter op basis van geluid in een gemengd gebied geldt. Hier wordt aan voldaan. In het plangebied wordt namelijk een afstand van circa 20 meter aangehouden ten opzichte van de scholen. Daarnaast ligt het schoolplein en de parkeerplaats grotendeels achter de schoolgebouwen, waardoor ten opzichte van de hinderlijke elementen van de school, geen hinder wordt verwacht. De ontwikkeling voorziet dan ook geen belemmeringen van de scholen met betrekking tot milieuzonering. 4.2 Ecologie Bij elk ruimtelijk plan dient met het oog op de natuurbescherming rekening te worden gehouden met de gebiedsbescherming en soortenbescherming. Sinds 1 januari 2017 zijn beide aspecten geregeld in de Wet natuurbescherming (Wnb). Hierbij dient te worden aangetoond dat als gevolg van de geplande activiteiten de gunstige staat van instandhouding van waardevolle dier- en plantensoorten niet in het geding komt. Gebiedsbescherming Met betrekking tot gebiedsbescherming is de ligging van de aangewezen Natura 2000-gebieden en het Natuurnetwerk Nederland (NNN, voorheen Ecologische Hoofdstructuur) van belang. Het plangebied ligt in een binnenstedelijk gebied op ruime afstand van beschermde natuurgebieden.

De ontwikkeling heeft, mede gelet op de aard en omvang van de ontwikkeling, geen negatieve effecten op natuurwaarden die op grotere afstand liggen. Soortenbescherming Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 18 Ten aanzien van de soortenbescherming gelden onder andere algemene verboden tot het verwijderen van groeiplaatsen van beschermde plantensoorten, het beschadigen, vernielen, wegnemen of verstoren van voortplantings- of vaste rustplaatsen of verblijfplaatsen van beschermde diersoorten of het opzettelijk verontrusten van een beschermde diersoort. De locatie is door het huidige gebruik ongeschikt als groeiplaats voor bijzondere en beschermde plantensoorten. De ontwikkeling betreft de bouw van woningen op gronden die intensief in gebruik zijn. Van slopen van bebouwing, kappen van bomen, en/of dempen van sloten is geen sprake. Er is daardoor geen sprake van aantasting van een leefgebied. Op grond van bovenstaande analyse worden effecten op beschermde planten- en diersoorten uitgesloten Het project is niet in strijd met het gestelde binnen de Natuurbescherming. Voor alle soorten is de zorgplicht van kracht. Bij verstoring van dieren tijdens de werkzaamheden moeten deze de gelegenheid krijgen te vluchten naar een nieuwe leefomgeving.

4.3 Geluid Op grond van de Wet geluidhinder geldt rond wegen met een maximumsnelheid hoger dan 30 km/uur, spoorwegen en inrichtingen die ''in belangrijke mate geluidhinder veroorzaken'', een geluidzone. Bij ontwikkeling van nieuwe geluidsgevoelige objecten binnen deze geluidzones of bij bepaalde veranderingen aan de weg zelf (zoals het verhogen van de maximumsnelheid of het uitbreiden van het aantal rijstroken) moet akoestisch onderzoek worden uitgevoerd om aan te tonen dat de ontwikkeling voldoet aan de voorkeursgrenswaarden die in de wet zijn vastgelegd. Voor de wegen in de omgeving geldt een maximumsnelheid van 30 km/uur. Het plangebied ligt dus niet binnen de geluidszone van wegen. Daarnaast betreffen het wegen die geen belangrijke ontsluitende functie hebben. Daarnaast zijn de wegen rondom het plangebied relatief rustig, met een te verwachten lage verkeersintensiteit. Door de beperkte breedte van de weg en diverse snelheid beperkende maatregelen (middels parkerende auto's langs de weg) zijn de snelheden relatief laag. Het vaststellen van een hogere waarde en/of een akoestisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Daarnaast dient ook een binnenwaarde van 33 dB te worden gegarandeerd bij de omgevingsvergunning aanvraag voor de woningen.

Doordat de toekomstige woningen voldoen aan de minimale eisen ten aanzien van geluid vanuit het bouwbesluit, zal sprake zijn van een goed binnenwaarde niveau. 4.4 Bodem Op grond van het Bro moet in verband met de uitvoerbaarheid van een plan rekening worden gehouden met de bodemgesteldheid in het plangebied. In de Wet bodembescherming is bepaald dat indien de desbetreffende bodemkwaliteit niet voldoet aan de norm voor de beoogde functie, de grond zodanig moet worden gesaneerd dat zij kan worden gebruikt door de desbetreffende functie (functiegericht saneren). Ten behoeve van het geldende bestemmingsplan is een verkennend bodemonderzoek uitgevoerd (zie bijlage 1). Uit het onderzoek blijkt dat er verontreinigingen zijn aangetroffen die de achtergrond- en streefwaarden overschrijden. In de grond zijn barium, kwik, lood, zink en PAK licht verhoogd. In het grondwater is barium licht verhoogd. Er bestaat echter geen milieuhygiënische belemmering voor de realisatie van woningen. Het aspect bodem staat de vaststelling van het bestemmingsplan derhalve niet in de weg. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 19 4.5 Water Een belangrijk onderdeel van de planvorming is de Watertoets.

Het doel van de Watertoets is waarborgen dat waterhuishoudkundige doelstellingen meer expliciet en op een evenwichtige wijze in beschouwing worden genomen bij alle waterhuishoudkundig relevante ruimtelijke plannen en besluiten. Het plangebied is gelegen in het beheergebied van Waterschap Reest en Wieden. Het waterschap is verantwoordelijk voor het watersysteem en het zuiveren van het aangeboden stedelijk afvalwater. De ontwikkeling is aan het waterschap kenbaar gemaakt via de digitale watertoets (kenmerk: 20170320-35-14863). Op basis van deze toets volgt de korte procedure. Volstaan kan worden met een standaard water paragraaf. Waterhuishouding Het plan loopt geen verhoogd risico op wateroverlast als gevolg van overstromingen. Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. In het verleden is er in of rondom het plangebied geen wateroverlast of grondwateroverlast geconstateerd. De toename van het verharde oppervlak is minder dan 1.500 m2. Voorkeursbeleid hemelwaterafvoer In het plan wordt er naar gestreefd het voorkeursbeleid van het waterschap op te volgen. Als de hemelwaterafvoer: 1. niet wordt aangesloten op een gescheiden rioolstelsel; of 2. niet wordt afgekoppeld van het bestaande rioolstelsel, is oppervlakkige afvoer en infiltratie in de bodem uitgangspunt.

Als infiltratie in de bodem niet mogelijk is, is lozing op het oppervlaktewater via een bodempassage gewenst. Speciale aandacht wordt besteed aan duurzaam bouwen en een duurzaam gebruik van de openbare ruimte om een goede kwaliteit van het afgekoppelde hemelwater te garanderen. Oppervlaktewater Er wordt rekening gehouden met de wijze van onderhoud (varend of vanaf de kant) en de daarbij geldende voorwaarden. Voor werkzaamheden binnen de aangegeven zones van het waterschap is een vergunning op grond van de Waterwet noodzakelijk. Het gebruik van materialen Het waterschap is verantwoordelijk voor een goede waterkwaliteit van het regionale watersysteem. Om verontreiniging van het watersysteem te voorkomen adviseert het waterschap om materialen zoals lood, koper en zink niet te gebruiken als het hemelwater vrij afstroomt naar het watersysteem. Aanleghoogte van de bebouwing Voor de aanleghoogte van de gebouwen (onderkant vloer begane grond) wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter ten opzichte van de Gemiddelde Hoogste Grondwaterstand (GHG). Bij een afwijkende maatvoering is de kans op structurele grondwateroverlast groot. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een geringere ontwateringsdiepte.

Om wateroverlast en schade in woningen en bedrijven te voorkomen wordt geadviseerd om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren. Ook voor lager, beneden het maaiveld, gelegen ruimtes (kelders, parkeergarages) moet aandacht worden besteed aan het voorkomen van wateroverlast. Bij de uitvoering van de toekomstige woningen wordt rekening gehouden met het voorkomen van wateroverlast. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 20 Wetgeving lozen in oppervlaktewater In het plan vindt een lozing plaats van water in oppervlaktewater. Hemelwater van schone oppervlakken (zoals daken en tuinen) mag rechtstreeks geloosd worden. Hemelwater dat van een parkeerterrein afstroomt (of anderszins) vervuild raakt, dient via een bodempassage af te wateren. Voor het onttrekken van grondwater tijdens de aanleg en het lozen hiervan in oppervlaktewater gelden specifieke regels. Indien hier sprake van is wordt voortijdig contact opgenomen met het waterschap. Wetgeving grondwateronttrekking Er vindt in het plan een grondwateronttrekking plaats. Gezien de verschillende belangen is het grondwaterbeheer wettelijk geregeld in de Waterwet. In het kort komt het er op neer dat u voor grote grondwateronttrekkingen vergunningplichtig bent. Voor kleinere onttrekkingen geldt een meldingsplicht. Neem contact op met het waterschap.

Watertoetsproces De initiatiefnemer heeft waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding. 4.6 Waterveiligheid en overstromingsrisico's Nederland is voor een groot deel beschermd tegen overstromingen vanuit buitenwater (zee, IJsselmeer en grote rivieren) Een stelsel van primaire waterkeringen zorgt voor deze bescherming. Nederland is daarvoor opgedeeld in verschillende dijkringen. Dijkringen worden geheel omsloten door primaire waterkeringen of voor een deel door 'hoge gronden'. Hoge gronden betreffen de delen van Nederland die als gevolg van de hoogteligging geen bescherming behoeven tegen overstromingen. Het plangebied ligt in dijkring 9 (Vollenhove). Waar in het klassieke waterkeringsbeleid wordt uitgegaan van waterkeringsnormen wordt in de nieuwe normerking voor waterveiligheid (met ingang van 1 januari 2017). Deze nieuwe normen zijn tot stand gekomen met de risicobenadering: de normen hangen niet alleen samen met de kans op een overstroming, maar ook met de gevolgen van een overstroming. Daarbij wordt ingezet op meerlaagsveiligheid.

Dit betekent dat de waterveiligheid niet alleen afhankelijk is van de kwaliteit van dijken, dammen en sluizen. In de nieuwe benadering is sprake van waterveiligheid in drie lagen: 3. maatregelen om overstromingen te voorkomen; 4. gevolgen van overstromingen beperken via ruimtelijke inrichting; 5. gevolgen van overstromingen beperken via rampenbestrijding. Het plangebied ligt in dijkring 9 (Vollenhove). De totale lengte van de primaire waterkering van dijkring 9 is ruim 46 kilometer en grenst aan de zuidzijde aan de Vecht vanaf Ommen westwaarts (dijktrajact 9-1), en in het westen aan het Zwarte Water en het Zwarte Meer tot de Kadoelersluis (dijktraject 9-2). In het noorden en oosten wordt het dijkringgebied volledig begrensd door hoge grond, in het noordwesten bestaat de kering uit categorie c-keringen. Omdat het plangebied gelegen is in dijkring 9 is in de toelichting een overstromingsrisicoparagraaf relevant voor deze ontwikkeling. Laag 1: voorkomen Dit projectgebied wordt met name beschermd door dijktraject 9-1. Gebieden die door dit traject worden beschermd hebben een overstromingskans van 1:1000 per jaar; Het plangebied en directe omgeving ligt echter in een deel van de dijkring waarin geen sprake is van een grote, middelhoge of lage overstromingskans. Zie hiervoor de uitsnede van de risicokaart.

Op deze risicokaart zijn gebieden met een grote, middelgrote of lage overstromingskans rood gearceerd. Het Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 21 plangebied ligt in een gebied waar deze kans niet aanwezig. Vollenhove en omgeving licht namelijk ruimschoots hoger dan het omliggende gebied. Met een maaiveldhoogte van 3,2 meter NAP is de kans op overstroming op de locatie als nihil in te schatten. Aangezien de locatie en omgeving hoog en droog genoeg ligt, zal bij het falen van de nabijgelegen primaire waterkering, ter plaatse geen sprake zijn van een kans op overlijden als gevolg van de overstroming. Maatregelen in de ruimtelijke inrichting en rampenbestrijding (laag 2 en 3) zijn dan ook niet aan de orde. Figuur 4.1 Uitsnede risicokaart (plangebied locatie oranje gemarkeerd) 4.7 Cultuurhistorie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijving opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Het plangebied kent geen specifieke cultuurhistorische waarden. Wel kunnen de structuren en kenmerken in de omgeving als van cultuurhistorische betekenis worden aangemerkt. Omdat dit bestemmingsplan perceelsgebonden is, wordt geen afbreuk gedaan aan de structuren in de omgeving. De te bouwen woningen zijn afgestemd op de kenmerken van de omgeving.

De ontwikkeling past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur qua functie en volume. Het is dan ook niet noodzakelijk om nadere regels te stellen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. 4.8 Archeologie Voor archeologische resten in de bodem is de Erfgoedwet van toepassing. Deze wet regelt onder andere dat in het proces van ruimtelijke ordening tijdig rekening gehouden wordt met de mogelijke aanwezigheid van archeologische waarden. Voor de gehele gemeente is een Archeologische Waarderingskaart vastgesteld. Hierin is per gebied een waardering toegekend ten aanzien van de archeologische waarden. Het plangebied bevindt zich volgende de waardenkaart in 'Bebouwde kom'. Voor deze gebieden geldt een onbekende archeologische verwachting. Daarnaast bevindt zich in deze zone vaak al bebouwing, waardoor de bodem grotendeels Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 22 al geroerd is. In het kader van het huidige bestemmingsplan is in het plangebied reeds een archeologisch onderzoek uitgevoerd. Uit de resultaten van dit onderzoek zijn geen archeologische indicatoren aangetroffen. Zodoende bestaan er vanuit archeologisch oogpunt geen bezwaar tegen de voorgenomen ontwikkeling. Het uitvoeren van een nieuw archeologisch onderzoek is daarom niet noodzakelijk. Het aspect 'archeologie' staat de ontwikkeling niet in de weg.

Wanneer bij de werkzaamheden toch archeologische resten worden aangetroffen, geldt op grond van artikel 53 van de Monumentenwet een meldingsplicht. 4.9 Luchtkwaliteit Een onderdeel van de Wet milieubeheer betreft luchtkwaliteit. De wet is bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid als gevolg van te hoge niveaus van luchtverontreiniging aan te pakken. Overschrijdingen van de grenswaarden voor luchtkwaliteit zijn vaak het gevolg van het aantal verkeersbewegingen in een gebied. Op grond van de algemene maatregel van bestuur 'niet in betekenende mate' vormen luchtkwaliteitseisen geen belemmeringen voor projecten die niet in betekenende mate bijdragen aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. De vervangende nieuwbouw draagt niet in betekenende mate bij aan de verslechtering van de luchtkwaliteit. Aanvullend onderzoek naar het aspect luchtkwaliteit is niet noodzakelijk. 4.10 Externe veiligheid Externe veiligheid gaat over het beheersen van de risico's voor de omgeving bij gebruik, opslag en vervoer van gevaarlijke stoffen. De normen voor externe veiligheid zijn vastgelegd in onder andere het Besluit externe veiligheid inrichtingen (Bevi), de Circulaire risiconormering vervoer van gevaarlijke stoffen (cRNVGS) en het Besluit externe veiligheid buisleidingen (Bevb). In het kader van het aspect externe veiligheid is de risicokaart van de provincie Overijssel geraadpleegd.

Hieruit blijkt dat in de omgeving van het plangebied geen risicovolle inrichtingen aanwezig zijn. Ten noorden van het plangebied ligt een hogedruk aardgas-transportleiding van de Gasunie. Het invloedsgebied van deze leiding reikt, gelet op de ruime afstand tot het plangebied (400 m) en de beperkte omvang van de leiding (8 inch, 40 bar), niet tot het plangebied. Vanuit het aspect externe veiligheid bestaan dan ook geen belemmeringen voor dit bestemmingsplan. 4.11 Kabels en leidingen Bij de uitvoering van ruimtelijke ontwikkelingen moet rekening worden gehouden met de aanwezigheid van elektriciteit- en communicatiekabels en nutsleidingen in de grond. Hier gelden beperkingen voor ingrepen in de bodem. Daarnaast zijn zones, bijvoorbeeld rondom hoogspanningsverbindingen, straalpaden en radarsystemen van belang. Deze vragen vaak om het beperken van gevoelige functies of van de hoogte van bouwwerken. Voor ruimtelijke plannen zijn alleen de hoofdleidingen van belang. De kleinere, lokale leidingen worden bij de uitvoering door middel van een Klic-melding in kaart gebracht. In of nabij het plangebied liggen geen kabels of leidingen die moeten worden voorzien van een planologische regeling. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 23 Hoofdstuk 5 Juridische opzet In dit hoofdstuk staat een toelichting op de juridische regeling van dit bestemmingsplan.

In paragraaf Algemeen staat een algemene toelichting op de betekenis en opbouw van het bestemmingsplan en de achtergronden daarvan. In paragraaf 5.2 wordt de bestemmingsregeling van dit bestemmingsplan toegelicht. 5.1 Algemeen Het bestemmingsplan voldoet aan alle vereisten die zijn opgenomen in de Wet ruimtelijke ordening (Wro), het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) en de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo). Inherent hieraan is de toepassing van de Standaard Vergelijkbare Bestemmingsplannen (SVBP) 2012. De SVBP maakt het mogelijk om bestemmingsplannen te maken die op vergelijkbare wijze zijn opgebouwd en op een zelfde manier worden verbeeld. De SVBP 2012 is toegespitst op de regels die voorschrijven hoe bestemmingsplannen volgens de Wro en het Bro moeten worden gemaakt. De SVBP geeft bindende standaarden voor de opbouw en de verbeelding van het bestemmingsplan, digitaal en analoog. De regels van dit bestemmingsplan zijn opgesteld volgens deze standaarden. Het bestemmingsplan regelt de gebruiks- en bebouwingsmogelijkheden van de gronden in het plangebied. De juridische regeling is vervat in een verbeelding en bijbehorende regels. Op de verbeelding zijn de verschillende bestemmingen vastgelegd, in de regels (per bestemming) de bouw- en gebruiksmogelijkheden.

5.2 Toelichting op de bestemmingen De bestemmingen die in dit bestemmingsplan voorkomen zijn afgestemd op de regeling uit van het bestemmingsplan Vollenhove - Locatie Canneveltstraat. Hierbij geldt dat de regeling voor de woonpercelen is toegespitst op dit initiatief, waarbij de randvoorwaarden uit het beleidskader, de planologische randwaardenals uitgangspunt gelden. Binnen het plangebied komen de volgende bestemmingen voor: 5.2.1 Groen De groenstrook langs de woningen en op de hoek van de Wheeme-Doeveslag krijgen de bestemming 'Groen'. Binnen deze bestemming zijn geen bouwwerken toegestaan. Ook mogen geen opritten ten behoeve van de aangrenzende woningen worden aangelegd. Het aanleggen van paden en nutsvoorzieningen is ondergeschikt toegestaan. 5.2.2 Verkeer - Verblijfsgebied De gronden ter plaatse van de bestemming 'Verkeer' zijn bedoeld naast voor de afwikkeling van het verkeer tevens bedoeld als verblijfsgebied. Binnen de bestemming zijn straten, fiets- en voetpaden, groenvoorzieningen en parkeervoorzieningen toegestaan. Gebouwen zijn niet toegestaan. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 24 5.2.3 Verkeer - Steeg Ten behoeve van de stegen in het plangebied is een aparte bestemming 'Verkeer - Steeg' opgenomen. Binnen deze bestemming mogen geen gebouwen en parkeerplaatsen worden gerealiseerd. 5.2.4 Wonen - 1 De bestemming 'Wonen -1' is bedoeld voor grondgebonden woningen.

Voor hoofdgebouwen (woningen) geldt dat deze alleen ter plaatse van een bouwvlak mogen worden gebouwd. Per bouwvlak mag het aantal woningen niet meer bedragen dan het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven aantal. De bouw- en goothoogte van woningen bedragen maximaal 4,00 en 12,00 meter. Afwijkende hoogtes zijn op de kaart aangeduid. Voor bijgebouwen geldt dat deze ten minste 1,00 m uit de zijdelingse perceelgrens worden gebouwd. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 25 Hoofdstuk 6 Uitvoerbaarheid Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestemmingsplan. Deze is gedeeltelijk aangetoond in de voorgaande paragrafen. Ook spelen de maatschappelijke en de economische uitvoerbaarheid een rol. 6.1 Economische uitvoerbaarheid Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt enerzijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de manier van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie). Financiële haalbaarheid De ontwikkeling is een particulier initiatief. De kosten voor de uitvoering van het plan worden gedragen door de aanvrager. Deze beschikt over voldoende financiële middelen om het voornemen te bekostigen.

Hiermee is aan de financiële haalbaarheid van dit bestemmingsplan aangetoond. Grondexploitatie Doel van de grondexploitatieregeling is het bieden van meerdere mogelijkheden voor het kostenverhaal door de gemeente. De gemeente heeft hierdoor meer sturingsmogelijkheden. Daarnaast kan de gemeente eisen en regels stellen voor de desbetreffende gronden. In dit bestemmingsplan wordt een bouwplan in de zin van artikel 6.2.1 Bro mogelijk gemaakt. In dergelijke gevallen is de grondexploitatieregeling van toepassing, tenzij het verhaal van de kosten van grondexploitatie anderszins verzekerd zijn. Hiervoor zijn tussen de gemeente en de initiatiefnemers overeenkomsten gesloten. Hierin is onder andere het verhaal van eventuele planschade geregeld. De kosten met betrekking tot het opstellen van het bestemmingsplan en daaraan verwante kosten worden verhaald via de leges van de gemeente. De overige kosten worden via een anterieure overeenkomst verhaald. Hiermee is het voor het plan relevante kostenverhaal anderszins verzekerd. De gemeenteraad besluit daarom bij de vaststelling van het bestemmingsplan geen grondexploitatieplan vast te stellen. 6.2 Maatschappelijke uitvoerbaarheid De resultaten uit de bestemmingsplanprocedure geven inzicht in de maatschappelijke uitvoerbaarheid van dit bestemmingsplan. Met dit bestemmingsplan zijn overigens geen grote maatschappelijke belangen gemoeid.

Inspraak en overleg Het bestemmingsplan wordt overeenkomstig de inspraakverordening ter inzage gelegd voor inspraak. Tijdens deze periode wordt het plan ook voorgelegd aan de diensten van Rijk en Provincie en betrokken maatschappelijke organisaties. De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 26 Ontwerpbestemmingsplan Vervolgens wordt het ontwerpbestemmingsplan gedurende zes weken ter inzage gelegen. Tijdens deze periode wordt een ieder in de gelegenheid gesteld om een zienswijze in te dienen (artikel 3.8 Wro).De uitkomsten hiervan kunnen nieuwe niet voorziene uitgangspunten voor het bestemmingsplan geven. Vaststelling Daarop besluit de gemeenteraad over de vaststelling van het bestemmingsplan. De indieners van zienswijzen worden hiervan op de hoogte gesteld. Uiteindelijk is tegen de vaststelling van het bestemmingsplan beroep mogelijk bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 27 Bijlagen Toelichting Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 28 Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 29 Bijlage 1 Verkennend bodemonderzoek Rho adviseurs voor leefruimte 20170152

85 REGELS Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 86 Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 87 Hoofdstuk 1 INLEIDENDE REGELS Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan Vollenhove - Locatie Doeveslag-Wheeme met identificatienummer NL.IMRO.1708.20170152-0001 van de gemeente Steenwijkerland; 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en de daarbij behorende bijlagen; 1.3 aan huis verbonden bedrijf: het hoofdzakelijk door de bewoner van de woning bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid, dat door zijn beperkte omvang in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten; 1.4 aan huis verbonden beroep: een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten; 1.5 aanbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe

verbinding staat en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt; 1.6 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden; 1.7 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft; 1.8 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde; 1.9 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak; Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 88 1.10 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming; 1.11 bijgebouw: een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.12 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen, veranderen of vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats; 1.13 bouwgrens: de grens van een bouwvlak; 1.14 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, bij elkaar behorende bebouwing is toegelaten; 1.15 bouwperceelgrens: een grens van een bouwperceel; 1.16 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten; 1.17

bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond; 1.18 dak: iedere bovenbeëindiging van een gebouw; 1.19 detailhandel: het bedrijfsmatig te koop aanbieden, waaronder begrepen de uitstalling ten verkoop, het verkopen en/of leveren van goederen aan personen die die goederen kopen voor gebruik, verbruik of aanwending anders dan in de uitoefening van een beroeps- of bedrijfsactiviteit; 1.20 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, en, voor zover een bestemmingsplan van toepassing is, deze die inrichting niet verbieden; 1.21 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt; 1.22 geluidsbelasting: de geluidsbelasting vanwege een weg, een industrieterrein en/of een spoorweg; 1.23 geluidsgevoelig object: gebouwen welke dienen ter bewoning of andere geluidsgevoelige objecten of terreinen, zoals bedoeld in de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 89 1.24 gevellijn: de bouwgrens die (nagenoeg) gelijk loopt aan de as van de weg waarin een (of meer) gevel(s) van een

gebouw is (zijn) geplaatst en die is gelegen aan de weg grenzende perceelsgrens; 1.25 hogere grenswaarde: een bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, die hoger is dan de voorkeurgrenswaarde en die in een concreet geval kan worden vastgesteld op grond van de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.26 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is; 1.27 kampeermiddel: a. een tent, een tentwagen, een kampeerauto, toercaravans, vouwwagens, campers of huifkarren; b. enig ander onderkomen of enig ander voertuig, gewezen voertuig of gedeelte daarvan, voor zover geen bouwwerk zijnde, waarvoor ingevolge artikel 2.1. lid 1 sub a van de Wabo een omgevingsvergunning voor het bouwen vereist is, een en ander voor zover genoemde onderkomens of voertuigen geheel of gedeeltelijk blijvend zijn bestemd of opgericht dan wel worden of kunnen worden gebruikt voor recreatief nachtverblijf; 1.28 nutsvoorziening: een voorziening ten behoeve van de telecommunicatie en de gas-, water- en elektriciteitsdistributie, alsmede soortgelijke voorzieningen van openbaar nut; 1.29 peil: a.

voor bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; b. voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld; c. indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (NAP) of het ter plaatse geldende waterpeil; 1.30 prostitutie: het zich beschikbaar stellen tot het verrichten van seksuele handelingen met een ander tegen vergoeding; 1.31 recreatieve bewoning: de bewoning die plaatsvindt in het kader van de weekend- en/of verblijfsrecreatie, waarbij elders hoofdverblijf wordt gehouden; 1.32 seksinrichting: de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waarin bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden.

Onder een seksinrichting wordt in elke geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotisch-massagesalon, een seksbioscoop, een seksautomatenhal, een sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar; 1.33 steeg: een nauwe doorgang of doorloop tussen gebouwen; Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 90 1.34 uitbouw: een gebouw dat als vergroting van een bestaande ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw, welk gebouw door de vorm onderscheiden kan worden van het hoofdgebouw en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan het hoofdgebouw; 1.35 voorgevel: de naar de weg gekeerde gevel(s) van een gebouw of, indien het een gebouw betreft met meer dan één naar de weg gekeerde gevel, de gevel die kennelijk als zodanig moet worden aangemerkt; 1.36 voorkeursgrenswaarde: de bij een bestemmingsplan in acht te nemen maximale waarde voor de geluidsbelasting van geluidsgevoelige objecten, zoals deze rechtstreeks kan worden afgeleid uit de Wet geluidhinder en/of het Besluit geluidhinder; 1.37 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden; 1.38 wooncentrum: een accommodatie voor de huisvesting van personen met uitsluitend een fysieke of verstandelijke beperking, zoals senioren en gehandicapten, met de daaraan gerelateerde zorg-, huishoudelijke, sociale, sociaal-medische en/of medische

voorzieningen. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 91 Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 afstand tot de zijdelingse bouwperceelsgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is. 2.2 bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes, en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen; 2.3 dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak; 2.4 goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeibord, of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel; 2.5 inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen; 2.6 oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk.

Bij toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten, luifels, erkers, balkons en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, mits de overschrijding van bouw-, c.q. bestemmingsgrenzen niet meer dan 1,00 m bedraagt. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 92 Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 93 Hoofdstuk 2 BESTEMMINGSREGELS Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. sloten, bermen en beplanting; met daaraan ondergeschikt: c. paden; d. nutsvoorzieningen; met de daarbijbehorende: e. bouwwerken, geen gebouwen zijnde, waaronder bruggen, duikers en dammen. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 3.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, zal ten hoogste 5,00 m bedragen. 3.3 Specifieke gebruiksregels Tot een gebruik, strijdig met deze bestemming, wordt in ieder geval gerekend: het gebruik van de gronden als oprit ten behoeve van de aangrenzende woningen.

Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 94 Artikel 4 Verkeer - Steeg 4.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Steeg' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. stegen en paden; met daaraan ondergeschikt: b. nutsvoorzieningen; met de daarbijbehorende: c. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd. 4.2.2 Bouwwerken, geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouwen zijnde, anders dan rechtstreeks ten behoeve van de geleiding, beveiliging en regeling van het verkeer, zal ten hoogste 2,00 m bedragen. Rho adviseurs voor leefruimte 20170152 95 Artikel 5 Verkeer - Verblijfsgebied 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer - Verblijfsgebied' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. straten; b. fiets- en voetpaden; c. groenvoorzieningen; d. parkeervoorzieningen; met daaraan ondergeschikt: e. nutsvoorzieningen; met de daarbijbehorende: f. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Gebouwen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen worden gebouwd.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/89ab3aa1-a19d-41ab-908d-5c71d4af1c61?agendaItemId=8504a287-19c7-438a-8537-768d625aaecd