CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

40.0 Schriftelijke vragen Veur Elkaar - Verhuurboten met explosiemotoren Ossenzijl - beantwoording 20230516.pdf

Raadsvergadering 23 mei 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken11.960 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_003901/36 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Vergadering van 16 mei 2023 Beleid en Uitvoering - Team Economie en Recreatie 21 2023_B&W_00390 Beantwoording raadsvragen Veur Elkaar, gebruik van explosiemotoren verhuurboten Samenstelling: Aanwezig: de heer J.H. Bats, Burgemeester en voorzitter; de heer M. Smit, Wethouder; mevrouw T. Jongman, Wethouder; de heer B. Harmsma, Wethouder; de heer M. Scheringa, Wethouder; de heer M.W. de Graaf, Gemeentesecretaris Nota van antwoord Vraag en antwoord Fractie Veur Elkaar heeft vragen gesteld over het gebruik van explosiemotoren. De vragen worden hier beantwoord. Vervolg Kunt u bevestigen dat niet de gehele verhuurvloot vaart op elektromotoren? De gehele verhuurvloot vaart volgens de regels van het door uw raad vastgestelde vaar- en verhuurbeleid. Wat inhoudt dat enkele rondvaartbedrijven nog rondvaren met een explosiemotor en een verhuurbedrijf een tijdelijke ontheffing heeft om onder voorwaarden te varen met verhuurboten met een explosiemotor. De wethouder heeft destijds een toezegging gedaan dat de gehele verhuurvloot per 2023 op elektromotoren zou varen. De verordening is daar overigens helder over. Het vakantiepark behoort de verordening en dus de regels te kennen.

Ook andere ondernemers, bijvoorbeeld in Giethoorn, hebben zich te voegen naar deze verordening. Sterker nog: een aantal ondernemers vaart al jaren op elektromotoren, al ruim voor de totstandkoming van deze verordening en al ruim voor 2018. Dat een ondernemer zijn verhuurboten voorziet van een explosiemotor en nu zegt dat de investeringskosten te hoog zijn om deze te vervangen door een elektromotor is in onze ogen geen excuus voor het blijven varen met explosiemotoren (wel of niet energiezuinig). Wat vindt u van het feit dat hier wordt gemeten met twee maten en dit voor een gevoel van onrecht kan zorgen bij ondernemers die wél verhuren met boten met elektromotor? Er zijn immers niet voor niets 44 bezwaren ingediend. Uw raad heeft op 15 december 2020 een nieuwe vaarverordening vastgesteld. Deze verordening verbiedt het varen met een explosiemotor vanaf 01 januari 2021. Uw raad heeft met de verordening College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_003902/36 ons college ook de bevoegdheid gegeven om ontheffingenbeleid op te stellen. Conform het vastgestelde ontheffingenbeleid heeft ons college één ondernemer een tijdelijke ontheffing gegeven om onder voorwaarden niet onmiddellijk te elektrificeren. Een onafhankelijke bezwarencommissie heeft geconcludeerd dat de tijdelijke ontheffing terecht en op juiste gronden is verleend.

Bent u het met ons eens dat het vertrouwen bij ons daalt als een toezegging ogenschijnlijk geen waarde heeft in dit geval? Wat is uw reflectie daarop? Ons college heeft gehandeld volgens de door uw raad vastgestelde vaarverordening. Dit is door de onafhankelijke bezwarencommissie bevestigd. U schrijft in uw beantwoording dat er per jaar slechts 9 motoren zullen worden vervangen door elektromotoren. Dat betekent dat uw ontheffing nog ruim 6 jaar zal gelden. (59 boten, 9 boten per jaar = 6,5 jaar) Dat in een tijd waarbij het klimaat ernstig heeft te leiden onder alle uitstoot, deze vervuilende motoren een aanslag zijn op de natuur en al het leven in onze bijzondere natuur. Is er, naast het economische feit, een reden dat u voor deze lange tijd ontheffing geeft en niet kiest voor het behoud van natuur, milieu maar ook de ervaring van overlast van inwoners? In bijgevoegde beslissing op bezwaar leest u de volledige argumentatie waarom het college een tijdelijke ontheffing heeft afgegeven. Aan de andere kant zegt het park voortvarend (what’s in a name) aan de slag te zullen gaan zodat de gehele vloot eind 2025 op elektromotoren zal varen. Dit terwijl u zelf een ontheffing afgeeft voor slechts 9 motoren per jaar. Dit komt op ons over als een onduidelijke afspraak.

Is de gehele vloot eind 2025 voorzien van elektromotoren óf zal dit pas zijn rond 2028? Nadat de tijdelijke ontheffing is afgegeven, is de leiding van het vakantiepark nogmaals met bewoners het gesprek aangegaan. Hierin heeft het vakantiepark aangegeven zich in te spannen om de elektrificatie van haar vloot sneller te laten verlopen dan in de tijdelijke ontheffing is aangegeven. Er zijn meer dan 44 bezwaren ingediend tegen deze ontheffing. De verhoorcommissie heeft u in het gelijk gesteld. Kunt u ons het verslag van dit verhoor doen toekomen? Deze treft u in de bijlage aan. U schrijft dat het park een bijeenkomst heeft gehouden met het dorpsbelang. Bent u daar zelf bij aanwezig geweest? Op 26 oktober jl. heeft Plaatselijk Belang Ossenzijl in samenwerking met Waterstaete een informatieavond georganiseerd in het Dorpshuis “De Slinger”. De gemeente was ambtelijk vertegenwoordigd, maar had geen rol. Hoeveel inwoners waren aanwezig? Een exact aantal kan niet genoemd worden. De grote zaal zat vol. Is er een gespreksverslag gemaakt die door alle partijen zijn ondertekend en kunt u ons die doen toekomen? Van de avond is geen gespreksverslag gemaakt. Er was wel schrijvende pers aanwezig. College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_003903/36 Besluit Het college stelt de beantwoording raadsvragen van de fractie Veur Elkaar inzake het gebruik van explosiemotoren vast.

Bijlagen 1. 20230424 - Schriftelijke vragen Veur Elkaar - Verhuurboten met explosiemotoren Ossenzijl.pdf 2. Advies bezwarencommissie (geanonimiseerd).pdf 3. Beslissing op bezwaar (geanonimiseerd).pdf Steenwijk, 21-04-2023 Betreft: Schriftelijke vragen conform artikel 39 van het reglement van orde Inzake: Vervolgvragen explosiemotoren Ossenzijl Geacht college, Op 04 april hebben wij de antwoorden ontvangen over de explosiemotoren in Ossenzijl. Op de vraag of de gehele verhuurvloot nu vaart op elektromotoren antwoordt het college resoluut ‘Ja’. Direct daar achter aan de opmerking dat er één uitzondering is namelijk Vakantiepark Waterstaete in Ossenzijl. Wij kunnen daaruit concluderen dat dus niet de gehele verhuurvloot op elektromotoren vaart maar ook concluderen wij daar uit dat er gemeten wordt met 2 maten enkel om het feit dat een ondernemer dient te investeren in elektromotoren en een andere ondernemer met alle gemak van de wereld uitstel krijgt. Bovendien heeft dit bedrijf tot 2028 de tijd om explosiemotoren te vervangen. Dat in een tijd waarbij iedereen wordt ‘opgedragen’ zich te bekommeren om milieu, natuur en klimaat. Wij willen daarom de volgende vervolgvragen stellen: • Kunt u bevestigen dat niet de gehele verhuurvloot vaart op elektromotoren? • De wethouder heeft destijds een toezegging gedaan dat de gehele verhuurvloot per 2023 op elektromotoren zou varen.

De verordening is daar overigens helder over. Het vakantiepark behoort de verordening en dus de regels te kennen. Ook andere ondernemers, bijvoorbeeld in Giethoorn, hebben zich te voegen naar deze verordening. Sterker nog: een aantal ondernemers vaart al jaren op elektromotoren, al ruim voor de totstandkoming van deze verordening en al ruim voor 2018. Dat een ondernemer zijn verhuurboten voorziet van een explosiemotor en nu zegt dat de investeringskosten te hoog zijn om deze te vervangen voor een elektromotor is in onze ogen geen excuus voor het blijven varen met explosiemotoren (wel of niet energiezuinig). Wat vindt u van het feit dat hier wordt gemeten met twee maten en dit voor een gevoel van onrecht kan zorgen bij ondernemers die wél verhuren met boten met elektromotor? Er zijn immers niet voor niets 44 bezwaren ingediend. • Bent u het met ons eens dat het vertrouwen bij ons daalt als een toezegging ogenschijnlijk geen waarde heeft in dit geval? Wat is uw reflectie daarop? • U schrijft in uw beantwoording dat er per jaar slechts 9 motoren zullen worden vervangen door elektromotoren. Dat betekent dat uw ontheffing nog ruim 6 jaar zal gelden. ( 59 boten, 9 boten per jaar = 6,5 jaar) Dat in een tijd waarbij het klimaat ernstig heeft te leiden onder alle uitstoot, deze vervuilende motoren een aanslag zijn op de natuur en al het leven in onze bijzondere natuur.

Is er, naast het economische feit, een reden dat u voor deze lange tijd ontheffing geeft en niet kiest voor het behoud van natuur, milieu maar ook de ervaring van overlast van inwoners? College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_003904/36 • Aan de andere kant zegt het park voortvarend (what’s in a name) aan de slag te zullen gaan zodat de gehele vloot eind 2025 op elektromotoren zal varen. Dit terwijl u zelf een ontheffing afgeeft voor slechts 9 motoren per jaar. Dit komt op ons over als een onduidelijke afspraak. Is de gehele vloot eind 2025 voorzien van elektromotoren óf zal dit pas zijn rond 2028? • Er zijn meer dan 44 bezwaren ingediend tegen deze ontheffing. De verhoorcommissie heeft u in het gelijk gesteld. Kunt u ons het verslag van dit verhoor doen toekomen? • U schrijft dat het park een bijeenkomst heeft gehouden met het dorpsbelang. Bent u daar zelf bij aanwezig geweest? • Hoeveel inwoners waren aanwezig? • Is er een gespreksverslag gemaakt die door alle partijen zijn ondertekend en kunt u ons die doen toekomen? Fractie Veur Elkaar Aletta Makken College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_003905/36 <f_‘"/ Steenwijkerland Burgemeester en wethouders van Steenwijkerland zaaknummer 418952 etc.

behandelddoor _ Christiaan Charité uw brief/kenmerk bijlagen) advies datum 14 november 2022 onderwerp Toezending advies Geacht college, Hierbij ontvangt u het advies van de commissie bezwaarschriften inzake 44 bezwaarschriften die zijn ingediend tegen een verleende vaarvergunning voor het exploiteren van 60 verhuurboten en tegen de tegelijkertijd verleende ontheffing van het verbod op het gebruik van een verbrandingsmotor voor 59 verhuurboten. De commissie adviseert u het volgende: 1 de bezwaarden aangegeven met de nummers 42 en 43 niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het overschrijden van de wettelijke termijn waarbinnen bezwaren mogen word ingediend; 2 de bezwaarden aangegeven met de nummers 1, 2,3,4,5,6,7,9, 12, 13, 14, 15, 17, 18, 20, 21, 22, 24,25, 26, 27, 28, 29, 30, 32, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41 en 44 niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het ontbreken van een persoonlijk en onderscheidend belang; 3 de bezwaarden aangegeven met de nummers 16 en 23 niet ontvankelijk te verklaren vanwege het ontbreken van een direct (proces) belang; 4 _ de bezwaarden aangegeven met de nummers 8, 10, 11, 19, 31 en 33 ontvankelijk te verklaren; 5. de bezwaren ongegrond te verklaren onder aanvulling van de motivering van het bestreden besluit zoals aangegeven in het advies. De openbare hoorzitting is gehouden op 24 oktober 2022.

de commissie bezwaarschriften, de voorzitter De secretaris W / /(/Á/;M/ -_ mr. H. Kruize C.D. Charité Adresgegevens Postbus 162, 8330 AD Steenwijk * Vendelweg 1 Steenwijke telefoon 14 0521 * e-mail infogsteenwijkerland.nl ® www.steenwijkerland.nl * bankrekeningnummer NL19 BNGH 0285 0924 21 jke prodstien k 30 k ZA zager e wetislie, College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_003906/36 L “ Steenwijkerland COMMISSTE BEZWAARSCHRIFTEN Advies aan het college van burgemeester en wethouders inzake 44 bezwaarschriften di zijn ingediend tegen een verleende vaarvergunning voor het exploiteren van 60 verhuurboten en tegen de tegelijkertijd verleende ontheffing van het verbod op het gebruik van een verbrandingsmotor voor 59 verhuurboten. 1. Inleiding Bij besluit van 20 juni 2022 van het college van burgemeester en wethouders (hierna: het college) is: - _ een vaarvergunning verleend op grond van artikel 2 van de ‘Vaarverordening Steenwijkerland 2021' (hierna: Vaarverordening) voor de exploitatie van 60 verhuurboten ten behoeve van de gasten vanwakantiepark Waterstaete te Ossenzijl; - _ een ontheffing verleend op grond van artikel 4, tweede lid, van de Vaarverordening en het ‘Ontheffingenbeleid elektrisch varen Steenwijkerland’ (hierna: Ontheffingenbeleid) voor het verbod op het gebruik van een verbrandingsmotor voor 59 verhuurboten.

Tegen dit besluit zijn 44 bezwaarschriften ingediend. De bezwaarschriften zijn om advies in handen gesteld van de commissie bezwaarschriften. Op 24 oktober 2022 heeft een hoorzitting plaatsgevonden. De commissie bezwaarschriften (hierna: de commissie) was als volgt samengesteld: - _ mevrouw mr. H. Kruize (voorzitter); - _ de heer mr. R.S. Boersma (lid); - _ mevrouw mr. A.B. van Ulsen (lid); - _ de heer C.D. Charité (secretaris). De heer C.D. Charité kon niet aanwezig zijn tijdens de hoorzitting en is vervangen door mevrouw mr. E. Miggels. Als bezwaarden zijn verschenen: - deheer A.K. Wiersma - _ de heer W.L. Wesseldijk - mevrouw M.M. Vermeulen - _ deheer W. van Roijen (gemachtigd namens mevrouw K. de Wolf) - deheer P.. van der Graaf (STV Holland BV; Jachthaven Ossenzijl) - de heer G. de Haan, de heer Kranenburg en mevrouw De Vries namens Stichting Natuur- en Milieuplatform Steenwijkerland - deheerJ. Janse - mevrouw M. Jansen - deheer J.C. Jongeleen (gemachtigd namens mevrouw U.E. van Zeewijk-Vink) - _ de heer ing. G. Starre namens Stichting Natuurbeschermingswacht Meppel en omstreken - deheer D. Lourens n < IJÄÎQI-M College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_003907/36 mevrouw J. Rietveld-Dirksen de heer T.F. Dirksen de heer R.G.M. Murray mevrouw D.M. Kemperink de heer C.J.M. van den Broek de heer Van Herwaarden mevrouw X. Seegers mevrouw B.

Hauphoff mevrouw Veenstra mevrouw H. Hollander Als derde-belanghebbenden zijn verschenen de heer P. Jans en de heer J. ten Hare, respectievelijk voorzitter en bestuurslid namens de Vereniging van Eigenaren van vakantiepark Waterstacte (hierna: VvE) en de heer J. van Hoorn namens Vakantieparken Weerribben Wieden B.V,, vergunninghouder. Het college was vertegenwoordigd door de heer G. Holtjer, medewerker van het team Samenleving & Ontwikkeling van de gemeente. 2 Verloop van de procedure Op 18 september 2012 heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland het bestemmingsplan “Ossenzijl Weerribbenland” vastgesteld dat voorziet in de realisering van in totaal 60 recreatiewoningen en 6 permanente woningen direct ten noorden van het dorp Ossenzijl. Bij elke recreatiewoning is voorzien in een aanlegplaats voor een boot. De voor de bovengenoemde ontwikkeling benodigde Natuurbeschermingswetvergunning is op 26 augustus 2009 door Gedeputeerde Staten van Overijssel verleend. Op 15 december 2020 heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland de Vaarverordening vastgesteld. Deze verordening is op 1 januari 2021 in werking getreden. Op 5 januari 2021 is door het college het Ontheffingenbeleid vastgesteld dat op 16 januari 2021 is gepubliceerd en met terugwerkende kracht per 5 januari 2021 in werking s getreden.

In de zomer van 2021 is geconstateerd dat het inmiddels gerealiseerde Vakantiepark Waterstaete in Ossenzijl (nog) niet de benodigde vaarvergunning(en) had aangevraagd. Die vergunning was wel noodzakelijk omdat boten die bij recreatieverblijven worden (mee)verhuurd, vallen onder de Vaarverordening. Naar aanleiding van die constatering zijn er een aantal gesprekken geweest over het aanvragen van de vergunning en de elektrificatie-eis die uit de Vaarverordening voortvloeit. Op 28 december 2021 is door het bestuur van de VvE Waterstacte Ossenzijl een voorstel gedaan waarin is aangegeven hoe Waterstaete het elektrisch varen wil introduceren. Per brief van 15 maart 2022 is namens het college gereageerd op het voorstel. In die brief is aangegeven dat het college medewerking wil verlenen aan een ontheffing van het verbod op het gebruik van verbrandingsmotoren onder de voorwaarde dat in 2022 5 boten elektrisch varen en dat vervolgens jaarlijks 9 boten worden geëlektrificeerd, zodat in 2028 alle boten van Waterstaete elektrisch varen. Op 3 mei 2022 heeft Vakantieparken Weeribben Wieden B.V. een vergunning aangevraagd voor het exploiteren van 60 verhuurboten. Tegelijkertijd is voor 59 boten gevraagd om ontheffing van het verbod om verbrandingsmotoren te gebruiken.

/ n e Steenwijkerland College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_003908/36 - _ De gevraagde vergunning en ontheffing zijn verleend bij besluit van het college van 20 juni 2022. - _ Tegen genoemde besluiten zijn 44 bezwaarschriften ingediend. - _ Op verzoek van de commissie heeft het college bij brief van 10 oktober 2022 een verweerschrift ingediend. - _ De openbare hoorzitting van de onafhankelijke commissie heeft op 24 oktober 2022 plaatsgevonden. 3. Standpunt van partijen Voor het standpunt van de partijen wordt verwezen naar de door bezwaarden ingediende bezwaarschriften, het namens het college ingediende verweerschrift en het verhandelde ter zitting. Alle belanghebbenden hebben de bezwaarschriften in het procesdossier reeds thuisgestuurd gekregen. Deze zijn daarom vanuit efficiency- en milieuoverwegingen niet opnieuw bij dit advies gevoegd. Wel is een lijst met bezwaarden toegevoegd (bijlage 1) en is het verweerschrift in bijlage 2 opgenomen. 4. Overwegingen 4.1. Wettelijk kader Het wettelijk kader bestaat in deze zaak uit de Gemeentewet, de Algemene wet bestuursrecht (hierna Awb), de Vaarverordening en het Ontheffingenbeleid. Voor een overzicht van de voor dit advies relevante wettelijke bepalingen uit de genoemde wetten, verordening en beleidsregels wordt verwezen naar de onderaan dit advies opgenomen bijlage 4.2.

Ontvankelijkheid Tijdig ingediend Voordat op de gronden die in de bezwaarschriften zijn aangegeven kan worden ingegaan, moet eerst worden onderzocht of bezwaarden kunnen worden ontvangen in hun bezwaren. Daarbij zal allereerst moeten worden gekeken of de bezwaren wel tijdig zijn ingediend. Op grond van artikel 6:7 van de Awb bedraagt de termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift zes weken. Artikel 6:8, eerste lid, Awb bepaalt vervolgens dat die termijn start met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. Artikel 6:9, eerste lid, Awb stelt dat een bezwaarschrift tijdig is ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen. Ingevolge artikel 6:11 Awb blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- en beroepschrift niet-ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. De commissie constateert dat het bestreden besluit overeenkomstig artikel 3:41, eerste lid, Awb bekend is gemaakt aan aanvrager. Gelet op het bepaalde in de artikel 6:7 en 6:8 Awb konden belanghebbenden tot en met 1 augustus 2022 een ontvankelijk bezwaarschrift indienen. De bezwaarschriften van mevrouw M.M.E. van der Berg-Blommaart (bezwaarnummer 42) en de heer R.

van de Berg (bezwaarnummer 43) zijn binnengekomen op 11 augustus 2022. De commissie concludeert derhalve dat beide bezwaarschriften te laat zijn ingediend. 1W g’sîeenvm!.m:ud College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_003909/36 Zoals aangegeven blijft ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaarschrift niet- ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege, indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Per brief van 15 augustus 2022 zijn genoemde bezwaarden daarom in de gelegenheid gesteld om voor uiterlijk 29 augustus 2022 uit te leggen waarom zij niet in staat zijn geweest tijdig een bezwaarschrift in te dienen. Geen van beiden heeft van die geen gelegenheid gebruik gemaakt. De commissie overweegt naar aanleiding van bovenstaande dat de termijnen zoals die genoemd zijn in de Awb een dwingend karakter hebben. Dat betekent dat daarvan slechts in zeer bijzondere gevallen kan worden afgeweken. Uit vaste jurisprudentie van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) blijkt dat het tot de eigen verantwoordelijkheid van de indiener van een bezwaarschrift behoort om zorg te dragen dat ook in geval van afwezigheid of ziekte wordt voldaan aan de wettelijke vereisten verbonden aan het maken van bezwaar, door bijvoorbeeld een derde in te schakelen.

Slechts in zeer uitzonderlijke gevallen, bijvoorbeeld als aannemelijk wordt gemaakt dat er geen mogelijkheid was om daarvoor zorg te dragen, kan daarop een uitzondering worden aanvaard. Nu bezwaarden geen gebruik hebben gemaakt van de mogelijkheid om aan te geven waarom zij hun bezwaar te laat hebben ingediend, kan de commissie niet beoordelen of er sprake is van een dergelijke uitzonderingsmogelijkheid. De commissie stelt zich dan ook op het standpunt, dat de bezwaarschriften van mevrouw M.M.E. van der Berg-Blommaart (bezwaarnummer 42) en de heer R. van de Berg (bezwaarnummer 43) buiten de wettelijke termijn zijn ingediend en er geen aanleiding bestaat de termijnoverschrijding verschoonbaar te achten. De commissie adviseert daarom deze bezwaren niet-ontvankelijk te verklaren. Aan een inhoudelijke beoordeling van deze bezwaarschriften komt de commissie daarom niet toe. Belanghebbendheid Nu duidelijk is dat de overige 42 bezwaarschriften wel tijdig zijn ingediend, moet worden beoordeeld of de indieners van die bezwaarschriften als belanghebbende kunnen worden aangemerkt. Op grond van artikel 8:1 in verbinding met artikel 7:1 van de Awb kan een ontvankelijk bezwaarschrift namelijk alleen door een belanghebbende in de zin van de Awb worden ingediend. Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken (artikel 1:2, eerste lid, Awb).

Om te beoordelen of iemand die stelt gevolgen te ondervinden van een besluit met effecten op de fysieke leefomgeving kan worden aangemerkt als belanghebbende, wordt aansluiting gezocht bij de uniforme maatstaf die in de jurisprudentie van de Afdeling (zie bijvoorbeeld ECLENL:RVS:2017:2271, r.0. 3.2) wordt gehanteerd. Het uitgangspunt is dat degene die rechtstreeks feitelijke gevolgen ondervindt van een activiteit die het besluit toestaat, in beginsel belanghebbende is bij dat besluit. Soms zijn die feitelijke gevolgen echter zodanig klein of van zo weinig gewicht dat in alle redelijkheid niet kan worden gesteld dat er sprake is van belanghebbendheid. Er is daarom in de jurisprudentie een aanvullende voorwaarde gesteld aan de feitelijke gevolgen. Deze voorwaarde s dat de te ondervinden feitelijke gevolgen wel gevolgen van enige betekenis moeten zijn í 11 steenwijkerland College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039010/36 Gevolgen van enige betekenis ontbreken als de gevolgen van de activiteit voor de woon-, leef: of bedrijfssituatie van betrokkene zo gering zijn dat een persoonlijk onderscheidend belang bij het besluit ontbreekt. Daarbij spelen de factoren afstand tot, zicht op, planologische uitstraling van en milieugevolgen (zoals geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico) van de activiteit een rol.

Ook aard, intensiteit en frequentie van de feitelijke gevolgen kunnen van belang zijn. Het college stelt in zijn verweerschrift dat de verleende vaarvergunning en ontheffing betrekking hebben op het verhuren van de boten vanaf het vakantiepark, maar geeft daarbij aan dat die vergunning en ontheffing niet bepalen waar de boten vervolgens gaan varen. Het college concludeert verder dat een groot aantal bezwaarden geen zicht hebben op het vakantiepark en op een (soms veel) grotere afstand dan 200 meter van het vakantiepark zijn gelegen. Op grond daarvan is het college van mening dat een groot aantal bezwaarden niet als direct belanghebbenden kunnen worden aangemerkt en daarom niet kunnen worden ontvangen in hun bezwaren. Het gaat dan om de bezwaarschriften met de nummers (zie voor de lijst met bezwaarden bijlage 1): 1,2,3,4,5,6,7,9, 12, 13, 14, 15, 17, 18, 20,21,22,24, 25, 26, 27, 28, 29, 30, 32, 34, 35, 36, 37, 38, 39,40, 41 en 44. De commissie concludeert met het college dat de hiervoor genoemde bezwaarden geen direct zicht hebben op het vakantiepark en op grotere afstand woonachtig zijn. Het college hanteert daarbij een afstand van maximaal 200 meter waarbinnen bezwaarden nog als belanghebbende worden aangemerkt. Hoewel elke te hanteren afstandsgrens arbitrair, is de commissie van mening dat deze afstand haar niet onredelijk voorkomt.

Daarbij overweegt de commissie dat de gevolgen, zoals geur, geluid, licht, trilling, emissie, risico zich op dit moment al voordoen door andere boten, al dan niet voorzien van verbrandingsmotoren, die in het gebied varen waaronder wellicht ook boten van bezwaarden zelf. Deze gevolgen zijn inherent aan het vaarverkeer in de waterrijke en toeristische omgeving van de Weerribben. Hoe verder bezwaarden van het vakantiepark af wonen, hoe minder de mogelijke effecten van de boten als zodanig direct aan dit vakantiepark zijn toe te wijzen en hoe minder de bewoners dan een eigen, persoonlijk en te onderscheiden belang hebben De commissie acht het, gelet op het bovenstaande, goed mogelijk dat bezwaarden enige gevolgen zullen kunnen ondervinden van de verleende vaarvergunning en ontheffing, maar is van mening dat die gevolgen van een geringe omvang zijn en ook onvoldoende te onderscheiden zijn van reeds bestaande hinder van het vaarverkeer. De gevolgen zijn derhalve niet van enige betekenis in de zin van de eerder aangehaalde jurisprudentie. Bezwaarden hebben daarom geen persoonlijk belang bij het besluit en kunnen gelet daarop niet als belanghebbende in de zin van artikel 1:2, eerste lid, van de Awb worden aangemerkt. De commissie komt voor wat betreft deze bezwaarschriften daarom ook niet toe aan een inhoudelijke behandeling.

Belanghebbendheid Stichtingen Naast de 42 bezwaarschriften die door natuurlijke personen zijn ingediend zijn er ook twee bezwaarschriften ingediend door rechtspersonen. OHet betreft het bezwaar met het nummer 16 dat i ingediend door de Stichting Natuur en Milieuplatform Steenwijkerland en het bezwaar met het nummer 23 dat is ingediend door de Stichting Natuurbeschermingswacht Meppel en omstreken. Met betrekking tot de belanghebbendheid van deze twee stichtingen overweegt de commissie als volgt. IJ 7 ° < steenwijkerland College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039011/36 In artikel 1:2, eerste lid, Awb wordt belanghebbende als volgt gedefinieerd: degene wiens belang rechtstreeks bij een besluit is betrokken. Op basis van artikel 1:2, derde lid, Awb worden ten aanzien van rechtspersonen als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Uit vaste jurisprudentie blijkt verder dat voor een inhoudelijke behandeling van het bezwaarschrift is vereist dat er sprake moet zijn van procesbelang. Procesbelang is het belang dat iemand heeft bij de uitkomst van een procedure.

Daarbij gaat het er om of het doel dat diegene voor ogen staat met het rechtsmiddel, in dit geval het maken van bezwaar, kan worden bereikt en voor diegene van feitelijke betekenis is. In beginsel heeft een belanghebbende die opkomt tegen een besluit belang bij een beoordeling van zijn bezwaar of beroep, tenzij vast komt te staan dat ieder belang bij de procedure ontbreekt of is komen te vervallen. Een louter formeel of principieel belang is onvoldoende voor het aannemen van voldoende procesbelang. In dat geval zal het bezwaar niet-ontvankelijk moeten worden verklaard. De commissie dient aan de hand van bovengenoemde criteria te beoordelen of de stichting Natuurbeschermingswacht Meppel en omstreken en de Stichting Natuur en Milieuplatform Steenwijkerland als belanghebbende moeten worden aangemerkt en derhalve kunnen worden ontvangen in hun bezwaren. Stichting Natuurbeschermingswacht Meppel en omstreken Voor wat betreft de belangen die de Stichting Natuurbeschermingswacht vanuit haar doelstellingen behartigt, merkt de commissie op dat uit de statuten blijkt dat de Stichting Natuurbeschermingswacht als werkgebied de stad Meppel en wijde omtrek heeft. De afstand tussen de stad Meppel en het vakantiepark Waterstaete en de direct nabij gelegen wateren waar de boten over het algemeen varen is ongeveer 20 km.

De commissie is met het college van mening dat dit een te grote afstand is om aan te merken als zijnde gelegen binnen de wijde omtrek. Op basis hiervan moet worden geoordeeld dat de Stichting voor wat betreft het geografische gebied waar zij als belangenbehartiger optreedt niet direct door het bestreden besluit in haar belang wordt getroffen. Naar aanleiding van de vraag of er sprake is van een procesbelang gaat het college in zijn verweerschrift uitgebreid in op het doel en de noodzaak van de Vaarverordening waarbij nadrukkelijk wordt opgemerkt dat de Vaarverordening niet gericht is op de bescherming van het milieu. Duidelijk is ook aangegeven dat de omvang van de verordenende bevoegdheid zich uitstrekt tot het ‘belang van de gemeente’ (artikel 149 Gemeentewet) en de huishouding van de gemeente (artikel 108 van de Gemeentewet). Tot de gemeentelijke huishouding worden in ieder geval gerekend aspecten van de openbare orde, veiligheid en bescherming van de gezondheid. Hieronder worden niet gerekend de bescherming van de natuur en/of de bescherming van beschermd en onbeschermde diersoorten. Deze worden namelijk beschermd door andere (hogere) wet-en regelgeving. Zo is de Wet natuurbescherming, door de samenvoeging van andere wetten, zowel gericht op de gebiedsbescherming als de soortenbescherming.

Op grond van het bovenstaande kan de commissie instemmen met de conclusie van het college dat de stichting met haar bezwaar niet het doel kan bereiken dat zij voor ogen heeft, namelijk het alsnog passend (laten) beoordelen van veronderstelde negatieve milieugevolgen en het alsnog starten van een Uniforme openbare voorbereidingsprocedure. J <Îtemwlláluwl College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039012/36 Een dergelijke passende beoordeling dient te geschieden in het kader van een Wet natuurbeschermingsprocedure (en dus ook de Habitatrichtlijn) en kan juridisch gezien dus geen onderdeel uitmaken van de verleende vaarvergunning en ontheffing. Overigens merkt de commissie, wellicht ten overvloede, op dat er in dit geval al een Wet natuurbeschermingsvergunning is verleend en dat op grond van die vergunning de bouw van de vakantiewoningen met een aanlegplaats voor boten al is toegestaan. Bovendien is in die vergunning ook nadrukkelijk rekening gehouden met het feit dat de boten het omliggende gebied invaren (vaarbewegingen). Omdat er geen sprake is van een procesbelang kan de Stichting niet worden ontvangen in haar bezwaren en komt de commissie niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het bezwaarschrift.

Stichting Natuur en Milieuplatform Steemwijkerland Deze stichting heeft volgens de oprichtingsakte als doel: “Het beschermen van de ecologische waarden, het landschap en het milieu in de gemeente Steenwijkerland en omgeving en het vrijwaren van de gemeente Steenwijkerland en omgeving van ontwikkelingen die de ecologisch waarden de leefbaarheid en het landelijke karakter aantasten”. Allereerst moet worden geconcludeerd dat het vakantiepark Waterstaete i gelegen binnen de gemeente Steenwijkerland en dat het vakantiepark dus is gelegen binnen het gebied waarvoor de Stichting als belangenbehartiger optreedt. Dat dit het geval is, houdt cchter niet automatisch in dat zij ook ontvankelijk is in haar bezwaar. Net als eerder n dit advies is aangegeven moet er ook sprake zijn van een procesbelang en ook in dit geval is de commissie van mening dat er geen sprake is van een dergelijk belang. Voor de motivering daarvan wordt verwezen naar het gestelde met betrekking tot het procesbelang van de Stichting Natuurbeschermingswacht Meppel en omstreken op de vorige pagina van dit advies. Omdat er geen sprake is van een procesbelang kan de Stichting niet worden ontvangen in haar bezwaren en komt de commissie niet toe aan een inhoudelijke behandeling van het bezwaarschrift.

Voor wat betreft de overige bezwaarschriften merkt de commissie op dat die tijdig zijn ingediend en dat er sprake is van belanghebbendheid als bedoeld in artikel 1:2, eerste lid, Awb. Aangezien ze ook overigens voldoen aan de in de Algemene wet bestuursrecht (Awb) gestelde ontvankelijkheidsvereisten, kunnen bezwaarden worden ontvangen in hun bezwaren. Het betreft de bezwaarschriften die op de in bijlage 1 opgenomen lijst zijn genummerd met de nummers 8 10, 11, 19 3en33, 43. Inhoudelijke beoordeling Tegen het besluit tot het verlenen van de vaarvergunning en het verlenen van de ontheffing zijn door de hiervoor genoemde bezwaarden een groot aantal gronden van bezwaar aangevoerd. In het verweerschrift van het college zijn deze bezwaren allemaal uitgebreid weergegeven. In dit advies zullen die bezwaren niet allemaal opnieuw worden opgesomd. De commissie vat hieronder de bezwaren samen zoals die tijdens de zitting naar voren zijn gebracht en zal vervolgens in haar inhoudelijke beoordeling zowel de schriftelijk ingediende als de tijdens de zitting naar voren gebrachte bezwaren betrekken. College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039013/36 Overlast De boten van Waterstacte zorgen op dit moment voor veel overlast. Daarbij moet gedacht worden aan geluidsoverlast door de verbrandingsmotoren, hoge golfslag en daardoor schade aan beschoeiing.

Verder wordt er te snel gevaren door de vaak onervaren recreanten en/of hun kinderen en wordt er van vroeg tot laat gevaren met de boten. Procedure Door een aantal bezwaarden is aangegeven dat zij de gevolgde procedure te formeel vinden en juridisch ingewikkeld. Ze vinden het een gemiste kans dat er geen normaal overleg is geweest. Ook is het niet juist dat de gemeente afwijkt van haar eigen regels met betrekking tot het verlenen van een ontheffing voor het gebruik van verbrandingsmotoren. Verder meet de gemeente met twee maten omdat andere verhuurbedrijven geen ontheffing krijgen voor het varen met een verbrandingsmotor. Beschermen Natura 2000 gebied. Door de bezwaarden wordt nog eens benadrukt dat het gebied de Weerribben een kwetsbaar gebied is en dat het daarom onbegrijpelijk is dat de gemeente, in strijd met haar eigen beleid, ontheffing verleend voor het gebruik van verbrandingsmotoren. Voorwaarden Tijdens de hoorzitting zijn suggesties gedaan om voorwaarden aan de verleende vergunning en ontheffing te verbinden, bijvoorbeeld het “afknijpen” van motoren op 6 kilometer. Een ander suggestie is om de boten alleen te laten varen op de tijden dat de bruggen worden bediend. Op die manier wordt overlast zoveel mogelijk voorkomen.

Deugdelijk onderzoek Er wordt getwijfeld aan het bedrag van 1 miljoen euro dat het vervangen van de verbrandingsmotoren door elektrische motoren volgens de VVE zou moeten kosten. Bovendien wordt dit bedrag ook helemaal niet (goed) onderbouwd in de stukken. Belangenafweging Tijdens de hoorzitting is aangegeven dat het belang van de 147 bewoners van de Oudeweg en de Motorkade in Ossenzijl zwaarder moet wegen dan het belang van de 60 investeerders in de recreatiewoningen en dat op basis daarvan geen ontheffing zou moeten worden verleend voor het (tijdelijk) gebruiken van een verbrandingsmotor. Overwegingen De commissie dient in deze zaak, mede aan de hand van de ingediende bezwaren, de vraag te beantwoorden of het college de vaarvergunning voor het exploiteren van 60 verhuurboten en de tegelijkertijd verleende ontheffing van het verbod op het gebruik van een verbrandingsmotor voor 59 verhuurboten, terecht en op goede gronden heeft verleend. Daartoe overweegt de commissie het volgende.

Het is niet in geschil tussen partijen dat voor het meeverhuren van de boten bij de recreatiewoningen in het vakantiepark Waterstacte een vergunning op basis van artikel 2 van de Vaarverordening noodzakelijk is 14 8 © Steenwij árl:»d College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039014/36 Door vergunninghouder is weliswaar tijdens de hoorzitting aangegeven dat hij zichzelf niet als botenverhuurder ziet, maar door het feit dat hij de vergunning wel heeft aangevraagd heeft hij impliciet aangegeven toch in te stemmen met de vergunningsplicht. Op basis van artikel 2 van de Vaarverordening is het verboden om zonder vergunning van het college een rondvaart- en of/botenverhuurbedrijf uit te oefenen, teneinde met rondvaart- en/of verhuurboten vaarwegen te bevaren of te laten bevaren vanaf een plaats die gelegen is binnen de grenzen van de gemeente Steenwijkerland. In artikel 3 van de Vaarverordening zijn de weigeringsgronden van de Vaarverordening opgenomen.

Dit betreft de volgende gronden: - _ het verhuren van de boten dan wel het uitoefenen van een rondvaartbedrijf s n strijd met het bestemmingsplan of de beheersverordening (artikel 3.1.); - _ de onderneming beschikt niet over eigen grond dan wel eigen water waarop de boten geplaatst dan wel afgemeerd kunnen worden (artikel 3.2); - _ de vrijheid of de veiligheid van het verkeer te water of te land, wordt door het innemen van een ligplaats of het uitoefenen van een rondvaartbedrijf en of verhuurbedrijf in gevaar gebracht (artikel 3.3); - een vergunning verleend aan een onderneming volgens de bestemming recreatie-verblijfsrecreatie of aan een exploitant van een Bed and Breakfast geldt slechts voor terbeschikkingstelling aan de eigen gasten van de onderneming respectievelijk de exploitant. Bij de toetsing aan deze gronden moet worden geconcludeerd dat daaraan wordt voldaan. Door bezwaarden is weliswaar aangegeven dat bestuurders van de boten niet altijd even ervaren zijn met het besturen van de boten en dat daardoor wel eens ongewenste situaties ontstaan, maar het is de commissie niet gebleken dat er daadwerkelijk sprake s van het in gevaar brengen van de veiligheid van het verkeer te water. Op basis van bovenstaande moet worden geconstateerd dat na toetsing aan artikel 3 er voor het college geen gronden waren om de gevraagde vaarvergunning te weigeren.

Daarbij neemt de commissie ook in overweging dat de bepalingen waaraan moet worden getoetst bindend zijn geformuleerd. Dat wil zeggen dat als aan de voorwaarden wordt voldaan de vergunning moet worden verleend en er geen ruimte is voor een belangenafweging. Dit is anders bij de toetsing aan artikel 4 van de Vaarverordening. In dat artikel staat dat het verboden is om met een verhuurboot of een rondvaartboot vanaf een plaats binnen de grenzen van de gemeente Steenwijkerland te varen of te laten varen op vaarwegen n de gemeente Steenwijkerland, indien voor de voortbeweging gebruik wordt gemaakt van mechanische kracht in de vorm van een verbrandingsmotor. Op basis van lid 2 van dit artikel kan het college ontheffing verlenen van dat verbod. Omdat het in dit geval gaat om een zogenaamde ‘kan-bepaling’ moet het college dit van geval tot geval overwegen. Dit wordt ook wel een discretionaire bevoegdheid genoemd. Om daarbij willekeur te voorkomen heeft het college beleid vastgesteld, het zogenaamde Ontheffingenbeleid. In dat beleid is aangegeven in welke gevallen er ontheffing kan worden verleend van het verbod om met een verhuurboot te varen (of te laten varen) die wordt aangedreven door een verbrandingsmotor. J < Steenwijkerland College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039015/36 Deze criteria zijn vastgelegd in artikel 6 van het Ontheffingenbeleid.

Daarin staat het volgende. 1 De voorwaarden voor het verkrijgen van een ontheffing op het elektrisch varen met een verhuurboot zijn: a De exploitant van de verhuurboot dient met het bedrijf geregistreerd te zijn in het Handelsregister. b De verhuurboot is met ingang van de inwerkingtreding van de Vaarverordening (01- 01-2021) voorzien van een explosiemotor (verbrandingsmotor). c De aanvraag wordt gedaan voor 1 januari 2022. 2 Een verleende ontheffing geldt tot uiterlijk 1 januari 2023. Bij toetsing aan dit Ontheffingenbeleid moet worden geconstateerd dat de verleende ontheffing niet aan de genoemde voorwaarden voldoet. De aanvraag is namelijk pas ingediend op 3 mei 2022, dus ruim na de inwerkingtreding van de Vaarverordening, en er is ontheffing verleend tot 2027. Ook bleek tijdens de hoorzitting dat er nog dit jaar boten zijn aangeschaft met een verbrandingsmotor. Nu duidelijk is dat het college in strijd met het door hem zelf vastgestelde Ontheffingenbeleid toch ontheffing heeft verleend, ligt de vraag voor of het college daartoe gerechtigd was en zo ja of ze dat op goede gronden heeft gedaan. Daartoe overweegt de commissie als volgt.

In artikel 4:84 van de Awb is bepaald dat een bestuursorgaan handelt overeenkomstig zijn beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. De Afdeling heeft in haar uitspraak van 26 oktober 2016, ECLI:NL:RVS:2016:2840, maar ook in een recentere uitspraak van 19 mei 2021 (ECLI:NL:RVS:2021:1065), bepaald dat omstandigheden die bij het opstellen van een beleidsregel zijn verdisconteerd, dan wel moeten worden geacht te zijn verdisconteerd, niet reeds daarom buiten beschouwing kunnen worden gelaten. In de praktijk blijkt dat, ook al heeft het betrokken bestuursorgaan bij het opstellen van de beleidsregel deze omstandigheden bezien, het daarmee niet heeft kunnen voorzien of deze omstandigheden alleen of tezamen in een concreet geval niettemin tot onevenredige gevolgen leiden. Het bestuursorgaan dient derhalve alle omstandigheden van het geval te betrekken in zijn beoordeling en dient te bezien of deze op zichzelf dan wel tezamen met andere omstandigheden, moeten worden aangemerkt als bijzondere omstandigheden in de zin van artikel 4:84 van de Awb die maken dat het handelen overeenkomstig de beleidsregel gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.

Tijdens de hoorzitting is namens het college aangegeven dat bij het opstellen van het beleid geen rekening is gehouden met een situatie zoals die zich bij vakantiepark Waterstaete voordoet. Dit was ook niet goed mogelijk omdat pas in de loop van 2021 duidelijk werd dat ook dit vakantiepark onder de Vaarverordening viel, omdat bij de recreatieobjecten boten worden meeverhuurd. In de voorheen geldende Vaarverordening uit 2006 was dit niet het geval. Het college stelt zich dan ook op het standpunt dat de situatie met betrekking tot het vakantiepark Waterstaete niet is verdisconteerd in het Ontheffingenbeleid. < Steenwi úrl:nd 10 College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039016/36 Op basis van de hiervoor genoemde uitspraken van de Afdeling constateert de commissie dat als bepaalde omstandigheden niet zijn verdisconteerd in een beleidsregel, dat wil zeggen dat daar bij het opstellen nog geen rekening mee is gehouden, er eerder mag worden afgeweken van beleidsregels dan in het geval die al wel zijn verdisconteerd. Ook dan kunnen er omstandigheden zijn die er toe nopen om van de beleidsregels af te wijken.

In dit geval acht de commissie het, gelet ook op hetgeen door de vertegenwoordiger van het college tijdens de hoorzitting is aangegeven, voorstelbaar dat het college bij het vaststellen van het Ontheffingenbeleid geen rekening heeft kunnen houden met een situatie zoals die zich voordoet bij ‘het vakantiepark Waterstaete. Het betreft hier de situatie dat bij het rigide toepassen van het Ontheffingenbeleid de verplichting ontstaat voor het vakantiepark om nog voor 1 januari 2023 59 boten te elektrificeren om zo aan de voorwaarden van het Ontheffingenbeleid te kunnen voldoen. Indien het daadwerkelijk zo is, zoals door de vertegenwoordiger van de VVE tijdens de hoorzitting is aangegeven, dat het bijna onmogelijk is om bij 1 leverancier 59 boten binnen zo'n korte periode te laten vervangen door geëlektrificeerde boten en dat de kosten daarvan ook daadwerkelijk ongeveer 1 miljoen euro bedragen, dan acht de commissie het niet onredelijk dat er wordt afgeweken van de termijn waarbinnen de boten moeten zijn geëlektrificeerd. Wel acht de commissie het noodzakelijk dat het college hier zelf ook onderzoek naar gaat doen en niet uitsluitend afgaat op verklaringen van de vertegenwoordiger van het VVE. Een schriftelijke verklaring van de betreffende leverancier zou hierbij bijvoorbeeld kunnen helpen.

Gelet op het vooroverleg dat heeft plaatsgevonden met de VvE en gelet op het feit dat de communicatie met de gemeente niet altijd even goed was, acht de commissie het ook begrijpelijk dat de termijn waarvoor de aanvraag moest zijn ontvangen ook met een aantal maanden is overschreden. Bij de overweging zoals die hierboven is weergegeven houdt de commissie ook rekening met het feit dat als de boten wel allemaal geëlektrificeerd zouden zijn, niet alle bezwaren zijn opgelost. Ook met elektrische boten kan er overlast worden veroorzaakt zoals bijvoorbeeld geluidsoverlast door de opvarenden. Desalniettemin is de commissie er wel degelijk van overtuigd dat bezwaarden een groot belang hebben bij elektrificeren van de boten van Waterstacte. Als de belangen van zowel de bezwaarden als de vergunninghouder en de VvE tegen elkaar worden afgewogen is de commissie, met het college, van mening dat de belangen van vergunninghouder en de VvE, mits goed gemotiveerd en onderbouwd als een bijzondere omstandigheid kunnen worden aangemerkt in de zin van artikel 4:84 van de Awb die maakt dat het handelen overeenkomstig de beleidsregel gevolgen heeft die onevenredig zijn in verhouding tot de met de beleidsregels te dienen doelen.

De commissie merkt hierbij op dat zij bij bovenstaande afweging uitgaat van hetgeen in het verweerschrift en in de hoorzitting door de vertegenwoordiger van het college en de voorzitter van de VvE is aangegeven. Zij is echter wel van mening dat de hoogte van de te maken kosten en de termijn die nodig is voor de bouw van 59 nieuwe boten nader moet worden onderbouwd in de te nemen beslissing op bezwaar. In het dossier zoals dat aan de commissie is voorgelegd is namelijk onvoldoende informatie opgenomen om met name het financiële argument van het college en de VvE te kunnen staven. Ook dient te worden onderbouwd waarom het niet mogelijk (of onwenselijk) is om de bestaande boten te elektrificeren. Hierbij dient dan ook aandacht te zijn voor het gegeven dat er sprake is van verschillende eigenaren die allemaal één boot hebben welke omgebouwd/vernieuwd dient te worden. IJ 11 © Steenwij É.4.ud College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039017/36 Verder hecht de commissie er nog aan om op te merken dat tijdens de hoorzitting zowel door bezwaarden als door de voorzitter van de VVE is aangegeven dat het goed zou zijn om met elkaar in overleg te treden. De bereidheid daartoe is ook uitgesproken. Wellicht kunnen in dat overleg afspraken worden gemaakt die de overlast in ieder geval gedurende de termijn van de verleende ontheffing zouden kunnen beperken.

Samenvattend concludeert de commissie dat het college de verleende vaarvergunning en ontheffing terecht en op goede gronden heeft kunnen verlenen. De motivering van het besluit dient echter nog wel te worden aangevuld. S. Advies Gelet op het bovenstaande adviseert de commissie: 1 de bezwaarden aangegeven met de nummers 42 en 43 niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het overschrijden van de wettelijke termijn waarbinnen bezwaren mogen word ingediend; 2. _ debezwaarden aangegeven met de nummers 1,2,3,4,5, 6,7,9, 12, 13, 14, 15, 17, 18, 20, 21, 22, 24,25, 26, 27, 28, 29, 30, 32, 34, 35, 36, 37, 38, 39, 40, 41 en 44 niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het ontbreken van een persoonlijk en onderscheidend belang; 3. de bezwaarden aangegeven met de nummers 16 en 23 niet niet-ontvankelijk te verklaren vanwege het ontbreken van een direct (proces)belang; 4. de bezwaarden aangegeven met de nummers 8, 10, 11, 19, 31 en 33 ontvankelijk te verklaren; 5. _ debezwaren ongegrond te verklaren onder aanvulling van de motivering van het bestreden besluit zoals aangegeven in het advies. de commissie bezwaarschriften, de voorzitter de secretaris 2 ET /{áf//l/ e mr. H. Kruize C.D.

Charité J! < Steenwijkerland 12 College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039018/36 Bijlage: overzicht relevante wettelijke bepalingen Gemeentewet Artikel 108 1 De bevoegdheid tot regeling en bestuur inzake de huishouding van de gemeente wordt aan het gemeentebestuur overgelaten. 2 ( 3 ( Artikel 149 De raad maakt de verordeningen die hij in het belang van de gemeente nodig oordeelt. Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) Artikel 1.2. (belanghebbende) 1 Onder belanghebbende wordt verstaan: degene wiens belang rechtsreeks bij een besluit is betrokken. 2 Ten aanzien van bestuursorganen worden de hun toevertrouwde belangen als hun belangen beschouwd. 3 Ten aanzien van rechtspersonen worden als hun belangen mede beschouwd de algemene en collectieve belangen die zij krachtens hun doelstellingen en blijkens hun feitelijke werkzaamheden in het bijzonder behartigen. Artikel 4:81 (vaststellen beleidsregels) 1 een bestuursorgaan kan beleidsregels vaststellen met betrekking tot een aan hem toekomende of onder zijn verantwoordelijkheid uitgeoefende dan wel door hem gedelegeerde bevoegdheid. 2 In andere gevallen kan een bestuursorgaan slechts beleidsregels vaststellen, voor zover dit bij wettelijke regels is bepaald.

Artikel 4:84 (inherente afwijkingsbevoegdheid) Het bestuursorgaan handelt overeenkomstig de beleidsregel, tenzij dat voor een of meer belanghebbenden gevolgen zou hebben die wegens bijzondere omstandigheden onevenredig zij in verhouding tot de met de beleidsregel te dienen doelen. Artikel 6:5 Het bezwaar-of beroepsschrift wordt ondertekend en bevat ten minste 1 Het bezwaar-of beroepsschrift wordt ondertekend en bevat ten minste: a de naam en het adres van indiener; b dedagtekening; c een omschrijving van het besluit waartegen het bezwaar of beroep is gericht; d de gronden van het bezwaar of beroep. 2 C 3 ( Artikel 6:6 Het bezwaar of beroep kan niet-ontvankelijk worden verklaard, indien: < 13 Steenwijkerland College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039019/36 A _ niet is voldaan aan artikel 6:5 of aan enig ander bij de wet gestelde vereiste voor het in behandeling nemen van het bezwaar of beroep; B ( Mits de indiener de gelegenheid heeft gehad het verzuim te herstellen binnen een hem daartoe gestelde termijn. Artikel 67 De termijn voor het indienen van een bezwaar- of beroepschrift bedraagt zes weken. Artikel 68 1 De termijn vangt aan met ingang van de dag na die waarop het besluit op de voorgeschreven wijze is bekendgemaakt. 2 ( 3 ( 4 ( Artikel 6.9 1 Een bezwaar of beroepsschriftis tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn is ontvangen.

2 Bij verzending per post is een bezwaar- of beroepsschrift tijdig ingediend indien het voor het einde van de termijn ter post is bezorgd, mits het niet later dan een week na afloop van de termijn is ontvangen. Artikel 6:11 Ten aanzien van een na afloop van de termijn ingediend bezwaar- of beroepschrift blijft niet- ontvankelijkverklaring op grond daarvan achterwege indien redelijkerwijs niet kan worden geoordeeld dat de indiener in verzuim is geweest. Artikel 7: 1 Degene aan wie het recht is toegekend beroep bij een bestuursrechter in te stellen, dient alvorens beroep in te stellen bezwaar te maken. Artikel 8:1 Een belanghebbende kan tegen een besluit beroep instellen bij de bestuursrechter. Verordening regelende het gebruik van rondvaart- en verhuurboten in de gemeente Steenwijkerland Artikel 1 begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Botenverhuurbedrijf: een onderneming of persoon, die zich bedrijfsmatig bezighoudt met het aan derden ter beschikking stellen van één of meer verhuurboten; Verhuurboot: een motorvaartuig, bestemd, geschikt of ingericht om door één of meer personen te worden gebruikt ten behoeve van dagrecreatie, dat bedrijfsmatig beschikbaar wordt gesteld aan derden; Bedrijfsmatig: Elk ander gebruik particulier gebruik en elke andere terbeschikkingstelling dan kosteloze terbeschikkingstelling door een privépersoon.

n < Steenwijkerland 14 College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039020/36 Artikel 2 Verbod uitoefening rondvaart- en/of botenverhuurbedrijf zonder vergunning 1. Het is verboden om zonder vergunning van het college een rondvaart- en/of botenverhuurbedrijf uit te oefenen, teneinde met rondvaart- en/of verhuurboten vaarwegen te bevaren of te laten bevaren vanaf een plaats die is gelegen binnen de grenzen van de gemeente Steenwijkerland. Artikel 4 Verbod tot gebruik verhuurboten en rondvaartboten voortbewogen door middel van een verbrandingsmotor 1. Het is verboden om met een verhuurboot of een rondvaartboot vanaf een plaats binnen de grenzen van de gemeente Steenwijkerland te varen of te laten varen op vaarwegen in de gemeente Steenwijkerland indien voor de voortbeweging gebruik wordt gemaakt van mechanische kracht in de vorm van een verbrandingsmotor. 2. Het college kan ontheffing verlenen van het bepaalde in het eerste lid. Ontheffingenbeleid elektrisch varen Steenwijkerland Artikel 1: begripsbepalingen In deze verordening wordt verstaan onder: Motorvaartuig: een door mechanische kracht voortbewogen vaartuig; Verbrandingsmotor: een motor die gebruik maakt van gasvormige, vloeibare of vaste brandstoffen, een elektromotor daar niet in begrepen.

Artikel 3 algemene regels voor uitgifte a Het college geeft op een daartoe strekkende aanvraag een ontheffing als bedoeld in artikel 2 voor het varen met een verbrandingsmotor indien voldaan wordt aan de voorwaarden zoals aangeduid in de artikelen 5-6. b Hetcollege kan aan een ontheffing als bedoeld in Artikel 2 nadere voorschriften en beperkingen verbinden die strekken tot bescherming van het belang van een goede leefomgeving. c (. d (.) Artikel 6 Verhuurboot 1 De voorwaarden voor het verkrijgen van een ontheffing op het elektrisch varen met een verhuurboot zijn: 3. De exploitant van de verhuurboot dient met het bedrijf geregistreerd te zijn in het Handelsregister; b. De verhuurboot is bij ingang van de vaarverordening (01-01-2021) voorzien van een explosiemotor; c. De aanvraag wordt gedaan voor 01-01-2022. 2 Een verleende ontheffing geldt tot uiterlijk 1 januari 2023. 14 ‘Ìl:enwl]úrlll\d 15 College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039021/36 Bijlage 1 U © Steenwijkerland College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039022/36 Lijst met bezwaren ingediend tegen de verleende vaarvergunning en ontheffing aan Vakantiepark Waterstaete.

l l ___L__ (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 17 | B i (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 14 15 18 19 20 21 22 (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039023/36 | DE (geanonimiseerd) 24 26 27 ”| N N O á (geanonimiseerd)(geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) +° | 31 32 33 | e — (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) 36 37 39 4 2 E | (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)

(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd)(geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) (geanonimiseerd) College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039024/36 Bijlage 2 iJ © steenwijkerland College van burgemeester en wethouders - 16 mei 2023 - 2023_B&W_0039025/36 H Steenwijkerland Commissie bezwaarschriften zaaknummer -diverse ta.v de leden behandelddoor Gerwin Holtjer uw brief/kenmerk bijlage(n) Steenwijk, 10 oktober 2022 onderwerp

verweerschrift, verleende vaarvergunning + ontheffing Geachte leden van de commissie, Hierbij ontvangt u een verweerschrift namens het college van burgemeester en wethouders van de gemeente Steenwijkerland. Het verweer gaat over de bezwaarschriften tegen een verleende vaarvergunning + ontheffing aan vakantiepark Waterstaete te Ossenzijl. Deze zijn op 20 juni 2022 verleend. De vaarvergunning houdt in dat het vakantiepark boten mag “mee-verhuren” bij de vakantiewoningen op het park. De ontheffing geeft het vakantiepark de mogelijkheid om (een deel van) de verhuurboten tijdelijk nog met explosiemotoren te laten varen. Het procesdossier heeft u eerder al ontvangen. Inleiding In dit verweerschrift wordt ingegaan op: 1. de aanleiding tot de verleende vaarvergunning + ontheffing, 2. deontvankelijkheid van het bezwaar en 3. de gronden van bezwaar. Aanleiding Vakantiepark Waterstaete te Ossenzijl is een aantal jaar geleden ontwikkeld en gebouwd tot wat het nu is. Het park kenmerkt zich door recreatiewoningen die gelegen zijn aan het water. Het gebruik van een boot is bij een verblijf inbegrepen. Recreatiewoningen beschikken over een eigen afmeerlocatie en boot. Dat bij de (ver)huur van een recreatieverblijf ook een boot is inbegrepen, heeft tot gevolg dat de gemeentelijke “Vaarverordening Steenwijkerland 2021 (hierna: de Vaarverordening) van toepassing is voor het vakantiepark.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/41e1994e-bde3-4166-a621-15cb40e6ad81?agendaItemId=9b2fe19b-262b-43a6-8618-824cadd903d8