33.0 informatienota 2025 - 32 - Voortgangsrapportage Energietafel West-Overijssel juni 2025
Tekst van het document
Daar waar in individuele warmteoplossingen worden voorzien (in de vorm van een (hybride) warmtepomp) zal de benodigde netcapaciteit alsook het aanbod van duurzaam geproduceerde elektriciteit om aandacht vragen, vanwege de netcongestie in de regio. Op regionaal niveau werken we aan een strategie hoe om te gaan met elektrificatie van de resterende warmtevraag. Op basis van de huidige analyse is de verwachting dat er een extra elektriciteitsvraag (+0,4-0,6 TWh) moet worden ingevuld. Dit zal ertoe leiden dat er extra opwek nodig is, wat om nieuwe besluitvorming vraagt. Naast de uitwerking van een strategie zal deze ook worden vertaald in een concreet handelingsperspectief voor gemeenten, om op te nemen in de Warmteprogramma’s. Samenwerking aan de lokale warmtetransitie De NP RES/RSW en NPLW kennen ieder een eigen structuur en financiering, waarbij de bestuurlijke wens is om beide sporen aan de regionale tafel met elkaar te integreren. Binnen West-Overijssel is daarom gekozen om de regionale ondersteuningsstructuur vanuit het NPLW op te laten gaan in de andere warmtevraagstukken van de Energietafel West-Overijssel. De NPLW-projecten zijn gericht op het ontzorgen van gemeenten door strategisch samen te werken en het bieden van handelingsperspectief op verschillende inhoudelijke thema’s.
Er wordt focus aangebracht in de thema’s en ingezet op externe inhuur om de werklast van ambtenaren te verlichten. Momenteel zijn de volgende NPLW-projecten actief: • Lokale kleine warmtenetten Bij dit project wordt onderzocht in hoeverre mini- en kleinschalige warmtenetten haalbaar zijn in West-Overijssel. Afgelopen december is een uitgebreide handreiking opgesteld voor gemeenten in samenwerking met het NPLW. Dit jaar worden twee pilotprojecten in Dalfsen en Olst-Wijhe intensief begeleid. De geleerde lessen worden tussentijds met de gemeenten gedeeld. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055222/30 20 • Regionaal opleidingsaanbod energievakmensen Bij dit project wordt een regionaal opleidings- en bijscholingsaanbod voor energievakmensen opgezet, in plaats van dit individueel per gemeente te regelen. Deze vakmensen helpen met het verduurzamen van woningen, van tochtstrips tot zonnepanelen. • Natuurvriendelijk isoleren Binnen dit project wordt er regionaal samengewerkt op een soortenmanagementplan (SMP). Hierin staat onder meer hoe om te gaan met beschermde plant- en diersoorten als je gaat (ver)bouwen. Hierin trekken Dalfsen, Hardenberg, Kampen, Olst, Ommen, Raalte, Staphorst, Steenwijkerland en Zwartewaterland samen op.
• Verkenning ondiepe geothermie Binnen dit project wordt de potentie van ondiepe geothermie als warmtebron voor West- Overijssel verkend. De resultaten dienen als input voor de Warmteprogramma’s. • Intervisie lokale isolatie-aanpak Binnen dit project wordt kennisuitwisseling in West-Overijssel gefaciliteerd over hoe je als gemeente moeilijk bereikbare bevolkingsgroepen betrekt bij de isolatie-opgave van de gebouwde omgeving. Organisatie van de uitvoering Er is een nieuwe trekker warmte aangesteld die zowel de opgaven vanuit het NPLW aanstuurt als de warmteopgaven uit de ‘RES’. Daarnaast is een bestuurlijk trekker aangesteld. De warmtewerkgroep is uitgebreid met afgevaardigden vanuit gemeenten en richt zich op de 2 sporen: RSW en regionale structuur NPLW. De warmtewerkgroep draagt zorg voor de uitwerking van de opgaven warmte. De brede (ambtelijke) uitwisseling van kennis en voortgang vindt plaats via de NEO-werkplaats. Een stevige organisatie op de samenwerking rondom het thema warmte, draagt bij aan het versneld bereiken van de doelen.
6.4 Aanwezigheid en verdeling van bovenlokale bronnen Overzicht van bovenlokale warmtebronnen Warmtebron Beschikbaarheid regio Sectoren waar benut Toelichting Geothermie (diep) Beperkt, vooral in Deventer, Kampen, Zwartewaterland en Zwolle Gebouwde omgeving (woningen, utiliteit), glastuinbouw Potentie vooral in de kop van Noordwest- Overijssel; inzet afhankelijk van lokale ondergrond, grondwaterbeschermingsgebieden en beleid Restwarmte Zeer beperkt, nauwelijks grootschalige bronnen Industrie, glastuinbouw, gebouwde omgeving Geen grote industriële restwarmte beschikbaar in de regio Groen gas Aanwezig, vooral uit mestvergisting HT-industrie gebouwde omgeving, landbouw Potentie vooral in buitengebied; benutting vereist opschaling productie, behoud aardgasinfrastructuur en wijziging regelgeving Biomassa Beperkt, vooral voor industrie en piekbelasting Industrie, gebouwde omgeving Inzet in lijn met duurzaamheidskader, vooral voor Hoge temperatuur-warmte Aquathermie, on-diepe geothermie Aanwezig, praktisch lokaal inzetbaar Gebouwde omgeving Lage temperatuur, vooral geschikt voor nieuwbouw en goed geïsoleerde wijken Waterstof In ontwikkeling, potentie op termijn Industrie, mobiliteit, mogelijk gebouwde omgeving Nog geen grootschalige inzet, pilots in voorbereiding.
Energievisie zet in op enkele aftakkingen en lokale kleinschaligere opwek College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055223/30 21 Toelichting • Geothermie (diep): In de kop van Noordwest-Overijssel (Zwolle, Kampen, Zwartewaterland) wordt de grootste potentie verwacht. De inzet van geothermie is afhankelijk van lokale geologische omstandigheden en beleidsmatige belemmeringen, zoals grondwaterbeschermingszones. In andere gemeenten is de potentie beperkt of onzeker. • Restwarmte: Grootschalige restwarmte is nauwelijks beschikbaar in de regio, waardoor deze bron slechts een marginale rol speelt. • Groen gas: De regio heeft een aanzienlijke potentie voor groen gas, vooral uit mestvergisting. Gemeenten zetten in hun TVW’s in op groen gas als substantiële bron, maar de productie moet fors worden opgeschaald. De bestaande aardgasinfrastructuur blijft hiervoor noodzakelijk. • Biomassa: Biomassa wordt vooral ingezet voor hoge temperatuurwarmte in de industrie en als piekvoorziening in warmtenetten. De inzet volgt het landelijke duurzaamheidskader. • Aquathermie: deze warmtebron kent een hoge theoretische potentie, maar is vooral lokaal toepasbaar. Regionale samenwerking richt zich voorlopig op kennisdeling en het benutten van kansen bij waterlopen die meerdere gemeenten doorkruisen.
• Waterstof: dit wordt gezien als toekomstige energiedrager, met name voor industrie en mobiliteit. De inzet in de gebouwde omgeving is afhankelijk van technologische en marktontwikkelingen. 6.5 Gevolgen van netcongestie voor de warmtetransitie Netcongestie vormt een groeiend knelpunt voor de warmtetransitie in West-Overijssel. De sterke toename van elektrische warmtepompen en hybride systemen leidt tot piekbelasting op het elektriciteitsnet. In veel gebieden is het netwerk niet berekend op deze extra vraag, wat de uitrol van duurzame warmteoplossingen vertraagt. Hiervoor richten wij ons op het volgende: • We vormen een strategie voor elektrificatie van de warmtevraag, zoals het faseren van aansluitingen, het stimuleren van smart energy hubs en het inzetten van slimme technologieën (zoals warmteopslag en buurtbatterijen). • In overleg met gemeenten wordt onderzocht of inzet op collectieve warmtenetten en groen gas mogelijk is om de druk op het elektriciteitsnet te verlagen. • Gemeenten, provincie en netbeheerders stemmen investeringen in de gebouwde omgeving en infrastructuur nauw op elkaar af om knelpunten zoveel mogelijk te voorkomen. De afgelopen twee jaar heeft RES West-Overijssel samen met gemeenten, provincie en netbeheerders belangrijke stappen gezet in de warmtetransitie.
De integratie van warmte in de Uitvoeringsagenda en de Warmteprogramma’s zorgt voor een gecoördineerde en effectieve aanpak. De focus voor de komende jaren ligt op het versnellen van de uitrol van collectieve warmtenetten, het ontwikkelen van een strategie op groen gas en elektrificatie van de warmtevraag en het vroegtijdig integreren van warmte in gebiedsontwikkeling, met als doel een duurzame, betaalbare en betrouwbare warmtevoorziening voor West-Overijssel. 6.6 Conclusies en vooruitblik De afgelopen twee jaar hebben gemeenten, provincie en netbeheerders belangrijke stappen gezet in de warmtetransitie. De integratie van warmte in de Uitvoeringsagenda Overijssel en de Warmteprogramma’s zorgt voor een gecoördineerde en effectieve aanpak. De focus voor de komende vijf jaar ligt op de volgende thema’s: • Het versnellen van de uitrol van collectieve warmtenetten. • Het afstemmen rondom gemeentelijke rolneming in publieke warmtebedrijven, waaronder het initiatief voor een interprovinciaal publiek warmtebedrijf. • Het ontwikkelen en uitvoeren van een strategie op de inzet van groen gas. • Het ontwikkelen en uitvoeren van een strategie op de elektrificatie van de warmtevraag. • Het vroegtijdig integreren van warmte in gebiedsontwikkeling. • Bovenlokale warmtebronnen gaan we, waar aanwezig en mogelijk, regionaal benutten.
Dit is in de toekomst eventueel mogelijk bij grootschalige productie van groen gas en diepe geothermie. Momenteel zijn dergelijke bronnen echter nog niet concreet in beeld. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055224/30 22 7. Maatschappelijke betrokkenheid, participatie en communicatie 7.1 Algemeen De energietransitie heeft impact op de directe leefomgeving van iedereen: onze omgeving gaat veranderen. Daarom is het belangrijk dat iedereen begrijpt waarom deze energietransitie noodzakelijk is. Door zoveel mogelijk mensen te betrekken bij die energietransitie, werken we aan maatschappelijke acceptatie. Er zijn verschillende vormen om mensen te betrekken. Bijvoorbeeld tijdens het maken van beleidskeuzes (procesparticipatie) of tijdens de uitvoering van het project (projectparticipatie). In die laatste fase zijn het realiseren van eigenaarschap, de verdeling van de lusten en de lasten en invloed en/of zeggenschap belangrijk. Figuur 7 - Participatiekader RES West-Overijssel In West-Overijssel is ervoor gekozen om de procesparticipatie bij de opgaven uit de RES 1.0 zo laag mogelijk neer te leggen. Dat wil zeggen bij de gemeenten. Wel is er op regioniveau een Adviesgroep (zie paragraaf 7.2) bestaande uit regionale maatschappelijke partners en vindt er kennisdeling plaats tussen gemeenten via het provinciale programma NEO.
Met de provincie als bevoegd gezag voor windprojecten is ook de rol van de provincie in communicatie en participatie toegenomen. Dit vraagt om een nauwe samenwerking en een heldere rolverdeling tussen betreffende gemeente(n) en de netbeheerders. 7.2 Communicatie en participatie Inwoners In alle gemeenten worden de inwoners uitgebreid betrokken bij de beleidsvorming. Lokaal eigendom speelt daarin een belangrijke rol. Daarom hebben bijna alle gemeenten hier beleid op geformuleerd en er wordt (samen met de provincie voor de windprojecten) actief op gestuurd. Provincie Overijssel heeft een uitgebreid participatiebeleid ontwikkeld voor energieprojecten, met als doel de betrokkenheid van lokale gemeenschappen te waarborgen en de voordelen van duurzame energieopwekking eerlijk te verdelen. Belangrijke eisen zijn: • Initiatiefnemers van projecten zijn verplicht om te streven naar minimaal 50% lokaal eigendom. • Voor elk project moet een participatieplan worden opgesteld. • De provincie stimuleert het instellen van een omgevingsfonds om de leefomgeving van omwonenden te verbeteren. • Ook wordt van initiatiefnemers verwacht dat zij een voorstel doen voor een omwonendenvergoeding en gesocialiseerde grondvergoedingen met grondeigenaren binnen het projectgebied.
College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055225/30 23 Maatschappelijke organisaties De maatschappelijke organisaties1 zijn bij de Energietafel betrokken via de Adviesgroep West- Overijssel. De Adviesgroep geeft gevraagd en ongevraagd advies aan de bestuurders van de Energietafel. Zij worden ook uitgenodigd voor bredere werksessies en nemen een enkele keer deel aan de bestuurlijke overleggen. Met de Adviesgroep is afgelopen periode gekeken naar de rol en op welke wijze die kan worden versterkt. In de doorontwikkeling van de governance die eind 2025 gereed is, worden daar voorstellen voor gedaan. Volksvertegenwoordigers Tijdens de totstandkoming van de RES 1.0 is op initiatief van een aantal raads- en Statenleden de RSAB opgericht. Een raads- en Statenleden brede werkgroep die het proces volgt en daarop adviseert. Vanuit ieder gemeente en provincie is er één raads-/Statenlid afgevaardigd. Vanuit de vier waterschappen is een Dagelijks Bestuurslid namens deze vier afgevaardigd. De RSAB doet gevraagd en ongevraagd voorstellen over het proces en de aanpak. Voor de leden was het de afgelopen periode zoeken naar hun positie en rol en inhoud geven aan die rol. Waar men een RES 2.0 (inclusief PlanMER) verwachtte die aan de volksvertegenwoordigers zou worden voorgelegd, kwam er een Bestuurlijke Routekaart die niet ter besluitvorming werd voorgelegd.
De rol van de RSAB zat dan ook vooral in het ophalen en doorvertalen naar hun rol en die van de volksvertegenwoordigers. 7.3 Lokaal eigendom De provincie Overijssel stelt bij de ontwikkeling van wind- en zonne-energieprojecten duidelijke eisen aan het participatietraject. Dit staat omschreven in het Provinciaal Programma Energie (PPE). Ontwikkelaars hebben een inspanningsverplichting om ten minste 50% lokaal eigendom mogelijk te maken. Dit betekent dat zij tijdens het hele ontwikkelproces moeten aantonen dat zij actief samenwerken met lokale partijen en dat zij serieus proberen lokaal eigendom te realiseren. De inspanningsverplichting is geen garantie op resultaat. Het borgt wel dat het gesprek over lokaal eigendom vroegtijdig wordt gevoerd, bijvoorbeeld door: • Vroegtijdige betrokkenheid van lokale energiecoöperaties. • Transparantie over eigendomsstructuren. • Inzicht in mogelijkheden voor financiële participatie van omwonenden. De provincie ziet toe op de kwaliteit van deze participatietrajecten en vraagt om een duidelijke verslaglegging in de projectplannen. De initiatiefnemer is verplicht een participatieverslag op te stellen waarin wordt beschreven hoe aan de inspanningsverplichting is voldaan. Daarnaast heeft de provincie in haar energiebeleid opgenomen dat zij als één overheid wil optreden, en waar mogelijk wil aansluiten bij gemeentelijk beleid.
Veel gemeenten in West-Overijssel stellen (extra) eisen rondom de participatie en de invulling van het lokaal eigendom. Provincie en gemeenten zijn in nauw overleg om het gemeentelijk beleid zo goed mogelijk te betrekken bij de projectbesluitprocedure. Een aantal gemeenten in onze regio overweegt om het bevoegd gezag van de provincie over te nemen. Dit gebeurt in overleg. Met betrekking tot de voortgang zien we dat nieuwere wind- en zonprojecten vaak een aanzienlijk deel lokaal eigendom bevatten. Zo zien we bij met name windprojecten zelfs een hoger percentage dan 50% per project. Ook projecten met 100 % lokaal eigendom zijn ondertussen gerealiseerd of zitten in de pijplijn. Met name bij zonneparken ervaren veel gemeenten nog knelpunten als het om realisatie van lokaal eigendom gaat. Deze plannen zaten vaak al in procedure voordat beleidskaders voor lokaal eigendom vastgesteld waren. Dan is het te laat om nog aanvullende eisen te stellen aan lokaal eigendom. 1 JongRegio, Natuur en Milieu Overijssel, LTO, BEON, VNO/NCW, Woningcorporaties, Energiecoöperaties College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055226/30 24 7.4 Rol energiecoöperaties In alle gemeenten in onze RES-regio zijn energiecoöperaties actief.
In veel gemeenten wordt er goed samengewerkt tussen deze energiecoöperaties en de gemeenten om samen tot de meest optimale invulling van projecten te komen. Hiervoor zijn diverse ondersteuningsfaciliteiten opgericht vanuit gemeenten en de provincie. De energiecoöperaties die vooroplopen bij het realiseren van grootschalige energieprojecten hebben een werkgroep geformeerd. De voorzitter van deze werkgroep heeft zitting in de Adviesgroep van West-Overijssel die gevraagd en ongevraagd advies geeft aan de Bestuurlijke Energietafel van West-Overijssel. De besturen van de energiecoöperaties worden regelmatig betrokken bij bijeenkomsten van Energietafel West-Overijssel. 7.5 Conclusies Een aantal gemeenten kiest bewust voor/overweegt het overnemen van de bevoegd gezag rol van de provincie voor windprojecten vanwege het feit dat zij dichter bij hun inwoners staan en vanuit deze rol hun eigen beleid op participatie/lokaal eigendom kunnen uitvoeren. Belangrijk is dat voor die gebieden waar provincie bevoegd gezag blijft voor windprojecten, het voor omwonenden en andere betrokkenen duidelijk is hoe de rolverdeling tussen de verschillende overheden is geregeld. Beide overheden zullen zich gezamenlijk in moeten spannen om effectieve participatie te bewerkstelligen. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055227/30 25 8.
Vooruitblik naar komende periode tot en na 2030 8.1 Van RES 1.0 naar een Agenda Energietransitie West-Overijssel eind 2025 Eind 2024 is de Bestuurlijke Routekaart met bijbehorende Uitvoeringsagenda vastgesteld. De Routekaart geeft aan op welke thema’s we in 2025 onderzoek doen om de Agenda Energietransitie West-Overijssel voor de komende jaren te vullen. We zetten daarbij in op een verbreding van de RES omdat ook op de andere onderwerpen zoals netwerk en de lokale warmtetransitie samenwerking gewenst is. Wat zijn de opgaven binnen de verschillende thema’s, wie is daarbij nodig/ verantwoordelijk en wat is daarvoor nodig (kennis, middelen, organisatie)? We creëren daarmee enerzijds experimenteerruimte om te ontdekken wat past en houden anderzijds het tempo hoog om de besluitvorming over een (nieuwe) Agenda voor de gemeenteraadsverkiezingen (maart 2026) te laten plaatsvinden. We verlaten daarbij de RES-terminologie en zoeken naar nieuwe woorden die proces en inhoud van de samenwerking in West-Overijssel beter dekken. Het afgelopen jaar is door de provincie samen met gemeenten, netbeheerders en maatschappelijke organisaties gewerkt aan de Energievisie. Deze visie is begin 2025 vastgesteld door Provinciale Staten.
De vervolgstap is een uitvoeringsagenda die zich richt op de vraag: wat is er nodig om de energievisie te realiseren? Om dubbelingen te voorkomen en om de samenwerking te versterken, is afgesproken om als provincie en energieregio’s (West-Overijssel en Twente) samen de Uitvoeringsagenda op te stellen. In de loop van 2025 zal blijken of dit leidt tot een brede uitvoeringsagenda of een paraplu waar de regionale agenda’s onderdeel van zijn. Op dit moment heeft de Energietafel West-Overijssel meer een signalerende rol als het gaat om de realisatie van grootschalige opwek van windenergie. De regie op realisatie ligt bij de Provincie Overijssel. Gemeenten kunnen via de programmeringsafspraken invloed uitoefenen, al ligt de feitelijke sturing via (ruimtelijk) instrumentarium op het realiseren van de 1,8 TWh aan grootschalige opwek bij de provincie. We verkennen of het wenselijk is in de nabije toekomst het gesprek over realisatie van wind en zon weer via de bestuurlijke Energietafel West-Overijssel te laten verlopen. Dit zal ook onderdeel worden van de Agenda West-Overijssel.
8.2 Toekomst van de Energieregio West-Overijssel Om een blijvend succes te maken van de energietransitie in onze regio, blijft het nodig om gezamenlijk procesregie te voeren, kennis te delen en samen te werken op de onderwerpen warmte, ruimtelijke kwaliteit, netwerk én het rechtvaardig verdelen van de lusten en de lasten. Daarbij is nodig dat het Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten als één overheid optrekken in deze complexe opgave, elkaar niet verrassen en uit kunnen gaan van consistent beleid- op alle niveaus. Er wordt nog veel beleid en wetgeving ontwikkeld op rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau wat afstemming vraagt. Het vraagt vooral ook visie en lef om daarover besluiten te nemen. Met de totstandkoming van de Agenda Energietransitie West-Overijssel eind 2025 zal ook duidelijk worden wat voor organisatie er nodig is om tot uitvoering van die agenda te komen. De huidige werkorganisatie bestaat uit externe adviseurs en projectleiders. Dit is voor een grote opgave als de energietransitie niet wenselijk. We streven ernaar om te komen tot een uitvoeringsorganisatie van de regio West-Overijssel, grotendeels bemenst door mensen uit de eigen regio. De veranderingen in onze energiesystemen als gevolg van de energietransitie zijn enorm. En daarmee lopen we tegen de grenzen van het huidige systeem aan.
Dat vraagt om slimme oplossingen en vooral ook gezamenlijke afstemming en het zoeken naar die innovaties. Verschillende werelden komen daarvoor samen en dat vraagt om de nodige inspanningen om elkaar te verstaan en te begrijpen. We leren met elkaar hoe we verder komen en dat vraagt om experimenteerruimte om te gaan denken vanuit de wereld van B terwijl we nog in A zitten. Met de komst van de Energy Board, onder leiding van de provincie, ontstaat er betere afstemming en samenwerking op dit onderwerp. Deze board is nog in ontwikkeling en we ervaren hoe lastig het is om alle processen in de verschillende gremia volgordelijk te laten verlopen. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055228/30 26 De energietransitie is veelomvattend en niet de enige opgave die voorligt in Overijssel. De wind- en zonopgaven op land landen vooral in het landelijk gebied en ook daar is een transitie gaande. En ook woningbouwopgaven hebben direct effect op de vraagstukken van de energietransitie en andersom. Vraagstukken op het gebied van stikstof hebben direct impact op het wel/niet realiseren van energieprojecten (stations, windmolens, vergistingsinstallaties, etc.). Dit vraagt om een integrale aanpak.
We kijken waar kruisbestuiving meerwaarde heeft en hoe dit zo eenvoudig mogelijk te organiseren is door inbreng via de toekomstige Agenda Energietransitie West-Overijssel in de verschillende platforms die er zijn. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055229/30 College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055230/30