CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

33.0 informatienota 2025 - 32 - Voortgangsrapportage Energietafel West-Overijssel juni 2025

Raadsvergadering 9 september 2025, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken11.606 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_005521/30 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Vergadering van 26 augustus 2025 Programma - Duurzaamheid 8 2025_B&W_00552 Informatienota Voortgangsrapportage Energietafel West-Overijssel juni 2025 - informeren Samenstelling: Aanwezig: Rob Bats, burgemeester en voorzitter; Melvin Smit, wethouder; Trijn Jongman, wethouder; Marcel Scheringa, wethouder; Miriam Slomp-Dekkers, wethouder; M.W. de Graaf, gemeentesecretaris Samenvatting Om de twee jaar geven alle 30 RES-regio’s inzicht in de voortgang van de Regionale Energie Strategie (RES). In de afgelopen twee jaar zijn er veel ontwikkelingen geweest binnen en buiten de regio. Uit de voortgangsrapportage West-Overijssel juni 2025 blijkt dat het RES-regio het bod van 1,8 TWh/jaar in 2030 nog niet gaat halen, maar verwachten dit in 2032/2033 wel gerealiseerd te hebben. De regionale samenwerking op het warmtedossier en de netwerkopgaven is verbreed. Naast kennisontwikkeling en afstemming op verschillende onderwerpen is een Energy Board Overijssel ingesteld en vindt een verkenning plaats voor de oprichting van een interprovinciaal publiek warmtebedrijf. Eind 2024 is een bestuurlijke routekaart vastgesteld waarmee richting is gegeven aan opgaven die in 2025 verder worden uitgewerkt in de Agenda Energietransitie West-Overijssel.

De regionale samenwerking gaat verder onder de noemer “Energietafel West-Overijssel”. Informatienota Inleiding Om de twee jaar geven alle 30 RES-regio’s inzicht in de voortgang van de opgave van de Regionale Energie Strategie (RES). Met de voortgangsrapportages presenteert het Nationaal Programma RES een overall beeld van de voortgang in Nederland; de ‘foto’. Daarnaast stelt het Planbureau voor de Leefomgeving op basis van alle gegevens de landelijke monitor op. Kernboodschap De Voortgangsrapportage West-Overijssel juni 2025 (zie bijlage) beschrijft de ontwikkelingen in onze regio en de voortgang op de verschillende onderdelen uit de RES 1.0. Terugkijkend op de afgelopen twee jaar hebben we veel ontwikkelingen doorgemaakt. Voortgang opwek met zon en wind De provincie wijzigde haar beleid voor wind en zon ingrijpend om de in de RES 1.0 afgesproken doelstellingen, te kunnen halen. Er zijn grote stappen gezet met het vaststellen van voorkeursgebieden wind, programmeringsafspraken per gemeente en er worden initiatieven voor de realisatie van windprojecten ingediend. Het is de bedoeling dat dit leidt tot een versnelling op het College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_005522/30 winddossier, maar zal onvoldoende zijn om het bod van 1,8 TWh/jaar in 2030 gerealiseerd te hebben. We hopen dat dit in 2032/2033 gehaald wordt.

Het aandeel zon is in de regio West-Overijssel zo goed als gerealiseerd en de huidige aanpak van het winddossier moet ertoe leiden dat de verhouding wind: zon verbetert. Dat draagt bij aan een toekomst-robuust energiesysteem. Steenwijkerland heeft binnen het regionale bod 171 GWh vastgelegd, in te vullen door 50% zon en 50% wind. We hebben afspraken gemaakt met de provincie voor maximaal 80 GWh opwek door wind tot en met 2030 (maximaal 4 windturbines). De aanmeldperiode voor windinitiatieven in onze gemeente was van 1 april 2025 tot 30 juni 2025. Steenwijkerland heeft het windproject ten noordwesten van Oldemarkt ingediend. De provincie beoordeelt deze zomer de 23 ontvangen aanvragen. Meer informatie over het proces en de ingediende aanvragen is te vinden op: Windaanvragen provincie Overijssel derde tijdvak We zien dat wind- en zonprojecten vaak een aanzienlijk deel lokaal eigendom bevatten, voor windprojecten zelfs een hoger percentage dan 50% per project. Ook in Steenwijkerland streven we naar 100% lokaal eigendom. Afstemming tussen provincie (bevoegd gezag voor wind) en gemeenten over participatie en lokaal eigendom bij windprojecten is een belangrijk aandachtspunt. Hernieuwde samenwerking De wijzigingen in het provinciale beleid heeft de samenwerking tussen de RES-partners onder druk gezet.

Door de afspraken tussen provincie en afzonderlijke gemeenten over realisatie van windprojecten, is de verantwoordelijkheid voor deze opgave namelijk niet meer een gezamenlijke ‘RES-opgave’. De partners hebben goede gesprekken gevoerd en zijn gekomen tot een hernieuwde samenwerking. De partners in West-Overijssel hechten waarde aan de samenwerking op de energietransitie en hebben afgesproken die samenwerking te verbreden op het warmtedossier en de netwerkopgaven. We hebben de RES-terminologie losgelaten omdat deze de lading niet meer dekt en heten vanaf eind 2024 Energietafel West-Overijssel. In oktober 2024 bent u geïnformeerd over de Bestuurlijke Routekaart waarmee we een nieuwe weg inslaan. Hierin zijn opgaven opgenomen die verdere uitwerking behoeven en eind 2025 zullen landen in de Agenda Energietransitie voor 2026 en verder. Netwerkopgaven Netcongestie is een steeds groter wordend probleem. De provincie voert regie op het netwerk en heeft een Energy Board Overijssel ingesteld. Een overleg tussen provincie, RES-regio’s, netbeheerders en Gasunie. De Energy Board kent drie sporen, waarbij partijen samenwerken om samen te bouwen aan een robuust en efficiënt energiesysteem op basis van duurzame bronnen. De drie sporen zijn: sneller bouwen, beter benutten en programmeren & prioriteren.

Deze 3 sporen hanteren we ook in Steenwijkerland bij de lokale netversterking en de afstemming met de verschillende netbeheerders in onze gemeente. Warmtetransitie De Regionale Structuur Warmte is afgerond en de opgaven van de lokale warmtetransitie worden door de Energietafel opgepakt. In Steenwijkerland werken we aan een Warmteprogramma dat in 2026 gereed moet zijn. De uitgangspunten hiervoor nemen we op in de Omgevingsvisie Steenwijkerland. Bij de lokale uitvoering is ook behoefte aan regionaal kennis ontwikkelen en strategie bepalen op onderwerpen als groen gas, lokale (mini)warmtenetten, ondiepe geothermie, natuurvriendelijk isoleren en meer. Allemaal onderwerpen die ook relevant zijn voor Steenwijkerland en waarin we dan ook een actieve rol oppakken. In nauwe samenwerking met de gemeenten verkennen de provincies Overijssel en Drenthe, samen met de netbeheerders Enexis, Cogas, RENDO en Energie Beheer Nederland, de mogelijkheden voor de oprichting van een interprovinciaal publiek warmtebedrijf. Consequenties voor de gemeente Bestaande afspraken wijzigen niet. De Energietafel werkt de ‘Agenda Energietransitie West-Overijssel’ verder uit en verwacht deze eind 2025 vast te stellen. U als gemeenteraad wordt over de inhoud van de Agenda geïnformeerd.

College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_005523/30 Communicatie De communicatie verloopt via de NP RES en de Energietafel West-Overijssel. Vervolg Het Planbureau voor de Leefomgeving stelt op basis van alle voortgangsrapportages van de 30 RES- regio’s de landelijke monitor op. Op basis van de foto van de NP RES en de landelijke monitor worden aanbevelingen gedaan aan het ministerie van Klimaat en Groene Groei (KGG). Besluit In te stemmen met de informatienota Voortgangsrapportage West-Overijssel juni 2025. Bijlagen 1. Voortgangsrapportage juni 2025 Energietafel WO.pdf Voortgangsrapportage Energietafel West-Overijssel Juni 2025 College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_005524/30 2 Inhoudsopgave Voorwoord ................................................................................................................................................................ 4 Samenvatting ............................................................................................................................................................ 5 1. Inleiding ...........................................................................................................................................................

6 1.1 Voortgangsrapportage voor de regio en NP RES ........................................................................................ 6 1.2 Doel: inzicht geven in de voortgang............................................................................................................ 6 1.3 Korte terugblik: vertraging en versnelling wisselen elkaar af ..................................................................... 6 1.4 Wat vindt u in deze Voortgangsrapportage? .............................................................................................. 7 2. Voortgang realisatie van de energietransitie .................................................................................................. 8 2.1 Overzicht stand van zaken West-Overijssel ................................................................................................ 8 3. Voortgang in realisatie van opwek met zon en wind ...................................................................................... 9 3.1 Data en monitoring ..................................................................................................................................... 9 3.2 Stand van zaken bod West-Overijssel .......................................................................................................

10 3.3 Stand van zaken zon-PV ............................................................................................................................ 10 3.4 Stand van zaken windenergie ................................................................................................................... 11 3.5 Wijzigingen in realisatiestrategie wind en zon ......................................................................................... 12 3.6 Conclusies ................................................................................................................................................. 12 4. Opwek in de leefomgeving ............................................................................................................................ 13 4.1 De ruimtelijke kaders ................................................................................................................................ 13 4.2 Aandacht voor natuur en landschap ......................................................................................................... 14 5. Bouwen aan een robuust netwerk ........................................................................................................... 15 5.1 Inleiding ....................................................................................................................................................

15 5.2 Programmeren en Prioriteren: Energievisie en pMIEK provincie Overijssel ............................................. 15 5.3 Beter benutten .......................................................................................................................................... 16 5.4 Sneller bouwen ......................................................................................................................................... 16 5.5 Rol Energietafel West-Overijssel ............................................................................................................... 17 6. Regionale Structuur Warmte ......................................................................................................................... 18 6.1 Inleiding .................................................................................................................................................... 18 6.2 Regionale voortgang thema warmte ........................................................................................................ 18 6.3 Voortgang Energietafel West-Overijssel op het thema warmte ............................................................... 19 6.4 Aanwezigheid en verdeling van bovenlokale bronnen .............................................................................

20 6.5 Gevolgen van netcongestie voor de warmtetransitie............................................................................... 21 6.6 Conclusies en vooruitblik .......................................................................................................................... 21 7. Maatschappelijke betrokkenheid, participatie en communicatie ................................................................. 22 7.1 Algemeen .................................................................................................................................................. 22 7.2 Communicatie en participatie ................................................................................................................... 22 7.3 Lokaal eigendom ....................................................................................................................................... 23 7.4 Rol energiecoöperaties ............................................................................................................................. 24 7.5 Conclusies ................................................................................................................................................. 24 College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_005525/30 3 8.

Vooruitblik naar komende periode tot na 2023 ............................................................................................ 25 8.1 Van RES 1.0 naar een Agenda Energietransitie West-Overijssel eind 2025 .............................................. 25 8.2 Toekomst van de Energieregio West-Overijssel ....................................................................................... 25 College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_005526/30 4 Voorwoord Deze rapportage biedt inzicht in de voortgang van de gemaakte afspraken in de Regionale Energiestrategie (RES) binnen de regio West-Overijssel. Het document vormt een momentopname binnen een voortdurend veranderend speelveld: de energietransitie. De gegevens en observaties in deze rapportage geven richting. Ze zijn tegelijkertijd slechts een tussenstand binnen een langdurig en complex proces. Binnen de regio werken overheden, maatschappelijke organisaties, bedrijven en inwoners samen aan de omschakeling naar een duurzame energievoorziening. Dit doen wij gezamenlijk onder de naam Energietafel West-Overijssel (voorheen RES West-Overijssel). Onze gezamenlijke inspanning vraagt niet alleen technische en beleidsmatige inzet, het vraagt ook om een blijvende dialoog en wederzijds vertrouwen. Ondanks de onvermijdelijke uitdagingen onderweg, blijft de samenwerking constructief en toekomstgericht.

Met het oog op de doelstellingen voor 2030 en 2050 is het van belang dat bestuurders op basis van de juiste informatie koers bepalen, prioriteiten stellen en verantwoorde keuzes maken. Deze informatie zo helder mogelijk presenteren, is het doel van deze Voortgangsrapportage. De inzet van alle betrokkenen verdient erkenning. Namens de Energietafel West-Overijssel dank ik iedereen die zich actief inzet voor deze transitie. Jullie bijdrage is van grote waarde voor een duurzame toekomst van onze regio. André Schuurman, Voorzitter Energietafel West-Overijssel College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_005527/30 5 Samenvatting Om de twee jaar levert de Energietafel West-Overijssel een Voortgangsrapportage op aan de NP RES. Hierin geven we inzicht in de realisatie van de gestelde doelen voor de opwek van energie met inzet van wind en zon (het bod, 1,8 TWh), het energienetwerk, de regionale structuur warmte en de participatie door inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties. We monitoren deze voortgang met inzet van de RES-monitor. De gegevens worden aangeleverd door de gemeenten. De afgelopen 2 jaar is er veel gebeurd. Provincie heeft haar beleid op zon en wind gewijzigd wat leidt tot een grotere inzet op wind en nauwelijks nog inzet op zon.

Provincie en gemeenten maken samen afspraken over realisatie van windprojecten waardoor de verantwoordelijkheid voor deze opgave niet meer een gezamenlijke ‘RES-opgave’ is. De partners in W-O hechten waarde aan de samenwerking op de energietransitie en hebben afgesproken die samenwerking te verbreden op het warmtedossier en de netwerkopgaven. We laten de RES-terminologie los omdat deze de lading niet meer dekt en heten nu Energietafel West-Overijssel. Door de wijzigingen voldeed de reeds opgestelde RES 2.0 en bijbehorende PlanMER niet meer aan de doelstellingen en is een Bestuurlijke Routekaart met bijbehorend uitvoeringsprogramma opgesteld. Hierin zijn opgaven opgenomen die verdere uitwerking behoeven en eind 2025 zullen landen in de Agenda voor 2026 en verder waarin opgaven en doelstellingen zijn opgenomen waaraan gezamenlijk gewerkt wordt. De voortgang op ons RES-bod van 1,8 TWh (54% gerealiseerd) is zodanig dat we kunnen concluderen dat we realisatie daarvan in 2030 niet halen. Er is echter wel een grote stap gezet met het vaststellen van de voorkeursgebieden wind en er worden initiatieven voor de realisatie van windprojecten ingediend.

Het aandeel zon is zo goed als gerealiseerd en de huidige aanpak van het winddossier zal ertoe leiden dat de verhouding wind:zon verbetert wat bijdraagt aan een toekomst-robuust energiesysteem, en netcongestie in de toekomst vermindert of zelfs voorkomt. We zien dat wind- en zonprojecten vaak een aanzienlijk deel lokaal eigendom bevatten, voor windprojecten zelfs een hoger percentage dan 50% per project. Ook projecten met 100 % lokaal eigendom zijn ondertussen gerealiseerd of zitten in de pijplijn. Afstemming tussen provincie (bevoegd gezag voor wind) en gemeenten over participatie en lokaal eigendom bij windprojecten is een belangrijk aandachtspunt. Netcongestie is een steeds groter wordend probleem. De provincie voert regie op het netwerk en heeft een Energy Board ingesteld. Een overleg waarin provincie, de regio’s, netbeheerders en Gasunie zitting hebben. De Energy Board kent drie sporen, waarbij partijen samenwerken om samen te bouwen aan een robuust en efficiënt energiesysteem op basis van duurzame bronnen. De drie sporen zijn: sneller bouwen, beter benutten en programmeren & prioriteren. Het is nog zoeken naar hoe de verschillende overleggremia zich tot elkaar verhouden. De Regionale Structuur Warmte is afgerond en de opgaven van de lokale warmtetransitie worden door de Energietafel opgepakt.

Er wordt gezamenlijk kennis ontwikkeld/onderzoek gedaan/strategie bepaald op verschillende onderwerpen zoals groen gas, lokale warmtenetten, ondiepe geothermie, natuurvriendelijk isoleren en meer. In nauwe samenwerking met de gemeenten verkennen de provincies Overijssel en Drenthe, samen met de netbeheerders Enexis, Cogas, RENDO en EBN, de mogelijkheden voor de oprichting van een interprovinciaal publiek warmtebedrijf. Om een blijvend succes te maken van de energietransitie in onze regio, blijft het nodig om gezamenlijk procesregie te voeren, kennis te delen en samen te werken op de onderwerpen warmte, ruimtelijke kwaliteit, netwerk én het rechtvaardig verdelen van de lusten en de lasten. Daarbij is nodig dat het Rijk, provincie, waterschappen en gemeenten als één overheid optrekken in deze complexe opgave, elkaar niet verrassen en uit kunnen gaan van consistent beleid- op alle niveaus. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_005528/30 6 1. Inleiding 1.1 Voortgangsrapportage voor de regio en NP RES Om de twee jaar geven alle 30 RES-regio’s inzicht in de voortgang van realisatie van de gestelde doelen voor de opwek van energie met inzet van wind en zon (het bod), het energienetwerk, de regionale structuur warmte en de participatie door inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties in deze opgaven.

Dit leggen zij vast in de Voortgangsrapportage en dienen dit voor 1 juli in, bij de NP RES. NP RES maakt op basis daarvan de ‘foto’ waarin zij een overall beeld presenteert van de voortgang in Nederland. Daarnaast stelt het PBL op basis van alle gegevens de landelijke monitor op. Op basis van de foto en de landelijke monitor worden conclusies getrokken en aanbevelingen gedaan. De voortgang wordt gemonitord met inzet van de RES-monitor. Deze monitor bevat informatie over de onderwerpen van de RES 1.0 (afspraken over doelen en resultaten): 1,8 TWh aan duurzame opwek (zon en wind) per jaar vanaf 2030, leefomgeving (voorheen ruimtelijke kwaliteit), energienetwerk, warmte en participatie. De monitor is ontwikkeld met de RES-partners en de gegevens voor deze Voortgangsrapportage zijn aangeleverd door de gemeenten. In oktober 2024 is besloten de RES West-Overijssel te verbreden met de lokale warmtetransitie en meer inzet op het netwerk. Dit moet nog verder vorm krijgen. Cijfers en feiten vertellen echter een deel van het verhaal. De resultaten van de monitor zijn daarom geanalyseerd en daar waar nodig zijn die feiten en cijfers in de context geplaatst om de juiste duiding aan de resultaten te kunnen geven. Daarbij worden ook politieke en maatschappelijke ontwikkelingen betrokken en wordt ook gekeken naar de in de RES 1.0 opgestelde randvoorwaarden en afspraken.

1.2 Doel: inzicht geven in de voortgang Wij maken de voortgangsrapportage niet alleen voor de NP RES, in de eerste plaats willen we natuurlijk zelf ook weten waar we staan. Zijn er successen geboekt en kunnen we daar van leren en/of zijn er knelpunten en hoe kunnen we die oplossen? Naast de Voortgangsrapportage die elke twee jaar verschijnt, maken wij in de tussenliggende jaren een Tussenstand waarin we ook de voortgang beschrijven. De Voortgangsrapportage zal door de uitbreiding van onze RES naar een Energietafel ook meerdere onderwerpen bevatten of dieper op sommige onderdelen ingaan dan in de RES 1.0 is vastgelegd. Doel van deze Voortgangsrapportage is om de bestuurders inzicht te geven in de voortgang en de uitdagingen van de Energietafel West-Overijssel op gemeentelijk en op regioniveau. Dit rapport is daarmee input voor het bestuurlijke gesprek over het vervolg. Daarnaast is deze rapportage ook gemaakt om de raden en Staten, en de maatschappelijke organisaties te informeren. De rapportage wordt vastgesteld door de Bestuurlijke Energietafel West-Overijssel. Het is aan de bestuurders om hun colleges/DB hierover te informeren. Geadviseerd wordt om ook de volksvertegenwoordigers hierover te informeren.

Na vaststelling door de Bestuurlijke Energietafel wordt de Voortgangsrapportage op de website (https://reswestoverijssel.nl/) gepubliceerd zodat deze beschikbaar is voor iedereen. 1.3 Korte terugblik: vertraging en versnelling wisselen elkaar af Terugkijkend op de afgelopen twee jaar, kunnen we constateren dat er veel is veranderd. Provincie Overijssel heeft haar wind- en zonbeleid gewijzigd wat tot veel commotie heeft geleid waardoor het proces van samenwerking onder druk kwam te staan. Het gesprek over de opgave ‘opwek van energie’ (het hart van de RES 1.0) vindt nu plaats tussen de provincie en de individuele gemeenten en niet meer gezamenlijk aan de Energietafel West-Overijssel. De net opgestelde RES 2.0 en bijbehorende PlanMER gingen daardoor van tafel en de regio moest zich opnieuw beraden op de aanpak van de opgaven. Het gewijzigde beleid paste overigens in de afspraken zoals gemaakt in de RES 1.0: vaststellen van zoekgebieden in de RES 2.0, realiseren van meer wind, inzet op grotere clusters en zo dicht mogelijk bij aansluitpunten. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_005529/30 7 Ook de politieke ontwikkelingen op provinciaal en rijksniveau hebben het werken aan de energietransitie niet versneld. Zo zijn de rijksnormen voor wind nog steeds niet vastgesteld wat onzekerheden met zich meebrengt.

Provincie heeft de regierol gekregen op het netwerk en heeft de Energy Board (landelijk ingevoerd) opgezet ter vervanging van het SNIP (Samen Naar Integraal Programmeren). Een overleg waarin provincie, de regio’s, netbeheerders en Gasunie zitting hebben om de opgaven af te stemmen en de samenwerking te versterken. Het is nog zoeken naar hoe de verschillende overleggremia zich tot elkaar verhouden. Tenslotte heeft de werkorganisatie veel tijd moeten steken om haar ‘verhuizing’ van de provincie naar gemeente Zwolle in goede banen te leiden. Er zijn zeker ook belangrijke positieve ontwikkelingen te melden: er is ook voortgang geboekt. In oktober 2024 is de Bestuurlijke Routekaart, waarin een verbreding op de onderwerpen van de energietransitie is opgenomen, unaniem vastgesteld. We pakken gezamenlijk meer op en werken in 2025 aan het samen opstellen (regio’s en provincie) van de Uitvoeringsagenda als uitwerking van de Energievisie Overijssel. En het ‘ingrijpen’ op het winddossier door de provincie leidt weliswaar tot bestuurlijke- en ambtelijke wrijving, de realisatie van wind is nu bezig aan een flinke opmars en dat is nodig.

De zoekgebieden voor wind, in het Provinciaal Programma Energie (PPE) ‘voorkeursgebieden’ genoemd, zijn vastgesteld en er zijn afspraken gemaakt over realisatie van het aantal windmolens per voorkeursgebied waardoor het gewenste aandeel wind ‘op papier’ is vastgelegd. 1.4 Wat vindt u in deze Voortgangsrapportage? Het rapport start met een overzicht van de opgaven zoals die in de RES 1.0 zijn geformuleerd en/of tussentijds aan de opgaven zijn toegevoegd door de bestuurders. Dat is het vertrekpunt. We beschrijven vervolgens waar we staan ten opzichte van 1 juli 2021 toen de RES 1.0 werd ingediend (hoofdstuk 2). In hoofdstuk 3 gaan we in op de feiten en cijfers met betrekking tot de afspraken over de opwek van energie (TWh per jaar) en de verdeling daarvan tussen zon- en wind. Vervolgens gaan we in op de ruimtelijke aspecten (hoofdstuk 4), het netwerk (hoofdstuk 5), warmte (hoofdstuk 6) en participatie (hoofdstuk 7). We eindigen de rapportage met een vooruitblik in hoofdstuk 8. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055210/30 8 2. Voortgang realisatie van de energietransitie 2.1 Overzicht stand van zaken West-Overijssel In de RES 1.0 zijn over de verschillende onderwerpen afspraken gemaakt om te komen tot realisatie van de opwek van duurzame elektriciteit op land en een samenhangende regionale structuur voor de warmte-opgave.

Een deel van de opgaven valt onder de verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten, de provincie of de netbeheerder, een deel bestaat uit gezamenlijke opgaven. De noodzakelijke stappen om te komen tot realisatie van het RES 1.0-bod zijn in onderstaande tabel samengevat en per opgave is met kleur aangegeven wat de stand van zaken is in relatie tot de gestelde doelen. Thema/Uitwerkingsstap Datum 01/07 2025 Duurzame elektriciteit opwek op land Borging RES 1.0 in provinciaal en lokaal beleid december 2024 Hoofdstuk 3 Onderzoek PlanMER-plicht, Uitvoering PlanMER 2022 Afgerond Vaststellen zoekgebieden wind: gewijzigd in Voorkeursgebieden wind 2024 Hoofdstuk 3 Zon- en windprojecten vergund 1 januari 2025 Hoofdstuk 3 Streven naar verdeling wind:zon=60:40 2024 en verder Hoofdstuk 3 Realisatie RES-bod van 1,826 TWh in 2030 2030 Hoofdstuk 3 Ruimtelijke kwaliteit Optimaliseren ruimtelijke kwaliteit 2024 en verder Hoofdstuk 4 Subregionale samenwerking 2024 en verder Hoofdstuk 4 Netwerk Afstemming projecten en opgaven netwerk regionaal en lokaal 2024 en verder Hoofdstuk 5 Warmte Verdiepen aanwezigheid en verdeling boven- lokale bronnen 2023 Hoofdstuk 6 Kennisontwikkeling versleepbare bronnen 2024 en verder Hoofdstuk 6 Afstemming TVW en RSW en consequenties 2024 en verder Hoofdstuk 6 Verkenning regionaal of gemeentelijk energie of warmte(net)bedrijf 2024 en verder Hoofdstuk 6

Participatie Borging minimaal 50% lokaal eigendom 2024 en verder Hoofdstuk 7 Participatie 2024 en verder Hoofdstuk 7 Grip op de uitvoering Monitoring, voortgang en verantwoording 2 keer per jaar Hoofdstuk 3 Implementatie organisatie 2024/2025 afgerond Rood: knelpunt / oranje: geen knelpunt maar nog niet afgerond / groen: op schema Afbeelding 1 - Samenvatting benodigde uitwerkingsstappen RES 1.0 en stand van zaken per 1 juli 2025 College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055211/30 9 3. Voortgang in realisatie van opwek met zon en wind 3.1 Data en monitoring Alle data is verankerd in de RES-monitor die halfjaarlijks wordt geactualiseerd. Hiervoor volgen we het begrippenkader RES (zie afbeelding 2). Hierin is omschreven hoe de voortgang van de productie van grootschalige opwek van hernieuwbare elektriciteit op een geharmoniseerde manier wordt gemonitord. Gemeenten en provincie gebruiken deze data voor bijsturing van beleid, prioritering van projecten en afstemming met andere domeinen. Daarnaast is data een belangrijke bron voor prognoses voor netuitbreidingen van de netbeheerders. Kwalitatief goede data is dan ook belangrijk voor de netbeheerders om de juiste keuzes te maken over netuitbreidingen. De ontwikkeling van de RES-monitor gaat continu door.

Het begrippenkader heeft ervoor gezorgd dat alle RES-regio’s op een gelijke manier monitoren waardoor er ook landelijk een optelbaar beeld ontstaat. Momenteel wordt er hard gewerkt om de inwinning van de data te vereenvoudigen. NP RES is bezig met de ontwikkeling van het dataportaal waarbij regio’s zelf data kunnen updaten. Dit heeft als voordeel dat er: - Geen losse datasets uitgewisseld hoeven te worden. - Het duidelijk zichtbaar wordt welke data landelijk gebruikt wordt zodat er geen verschillen, en verschillen van inzicht ontstaan tussen de regionale en landelijke monitors. De afgelopen jaren is de voortgang van de vier kwadranten van het afwegingskader gemonitord door middel van een vragenlijst. Deze procesmonitor is het afgelopen jaar niet uitgevoerd omdat de vragenlijst voornamelijk betrekking had op afspraken die in de RES 1.0 zijn gemaakt en de ontwikkelingen van de afgelopen tijd niet goed meer aansloten. Aan de hand van de nieuwe opgaven die geformuleerd zijn binnen de Energietafel West-Overijssel wordt de vragenlijst herijkt, zodat zowel het proces als de voortgang van afspraken goed gemonitord kunnen worden. Monitoring: Begrippenkader RES NP RES heeft het begrippenkader RES geïntroduceerd om duidelijkheid en transparantie te krijgen over de manier van monitoring.

Hierin zijn heldere afspraken gemaakt over definities, kengetallen en rekenregels omtrent het monitoren van duurzame opwek van zonne- en windenergie. De fasering van de pijplijn is hiervan een belangrijk onderdeel. Hierdoor kan de kans van slagen van pijplijnprojecten worden ingeschat (naargelang in welke fase die zich bevinden), zodat er inzicht ontstaat of doelstellingen binnen bereik liggen. Fases gehanteerd bij monitoring RES en hun bijbehorende slagingskansen Fase Beschrijving Wind Zon-op- veld Zon-op- dak 1: Voortraject Vanaf een concreet initiatief 10% 10% 2: RO-procedure Vanaf principeverzoek of voorontwerp bestemmingsplan (of omgevingsplan) 50% 20% 3: Vergunningaanvraag Vanaf reguliere vergunningaanvraag 60% 40% 4: Vergunningverlening Vanaf herroepelijke vergunningverlening 90% 80% 5: Subsidiebeschikking en bouw Vanaf subsidiebeschikking t/m bouw 95% 90% 50% 6: Productie Productie 100% 100% 100% Op de website van de RES is een online monitor aanwezig waarop de huidige stand van zaken is te raadplegen, met ook aandacht voor projectdetails. Projecten in het voortraject (fase 1) zijn vaak nog vertrouwelijk, waardoor data niet getoond kan worden. Fase 1 projecten worden daarom niet getoond in de online monitor. Omdat ze wel degelijk meetellen in de RES worden ze in de tussenstand wel meegeteld.

Afbeelding 2 - Begrippenkader RES College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055212/30 10 3.2 Stand van zaken bod West-Overijssel Op dit moment is 54% van ons bod gerealiseerd of in ontwikkeling. Ten opzichte van de afgelopen tussenstand (juli 2024) is dit een minieme daling. Dit komt met name doordat de invulling van de programmeerafspraken realistischer is geworden, hierdoor is de gewogen pijplijn licht gedaald. Een aantal windparken heeft destijds onterecht de status ‘RO-procedure’ (principeverzoek) gekregen. Dit is nu gecorrigeerd, met als effect dat de realisatiekans, en de bijbehorende gewogen pijplijn lager is geworden. De jaarlijkse opwek van alle initiatieven die daadwerkelijk operationeel zijn, bedraagt ruim 650 GWh, ofwel 36% van het totale bod. Nu de gebieden uit de programmeerafspraken stuk voor stuk worden opengesteld, wordt duidelijk of initiatiefnemers willen investeren. Vervolgens komt de vergunningsprocedure in zicht, een belangrijke stap waarmee ook meer duidelijkheid komt over de slagingskans van de projecten.

Afbeelding 3 – Voortgang RES West-Overijssel per 1 juli 2025; het totale doel voor 2030 is 1826 GWH 3.3 Stand van zaken zon-PV Naast het gegeven dat het provinciaal beleid zonneparken in veel gebieden niet meer toestaat, waaronder landbouwgrond en natuurgebieden, ondervindt de ontwikkeling van zonneparken met name hinder van netcongestie wat leidt tot onzekerheid over het verkrijgen van een netaansluiting. De businesscase voor zonneparken staat steeds meer onder druk doordat elektriciteitsprijzen op zonnige dagen steeds vaker negatief zijn. Daarnaast zijn de rentetarieven gestegen. Er zijn enkele pijplijnprojecten gestopt door (een combinatie van) bovengenoemde redenen. De groei van zon-op-dak (>15kW) is minder sterk dan in voorgaande jaren. Al moet hierbij een kanttekening geplaatst worden: er is meer gerealiseerd dan dat er via de data uit de SDE-subsidie zichtbaar is. Door de snelle daling van de kosten wordt zon-op-dak ook zonder SDE-subsidie gerealiseerd en is daardoor niet zichtbaar in de data SDE-subsidie. Het zon op dak dashboard geeft een inschatting van de realisatie van grootschalige zonnedaken. Medio 2024 (het meest recente peilmoment) was de jaarlijkse opbrengst van deze zonnedaken geschat op iets meer dan 310 GWh, dit in vergelijking tot een productie van ongeveer 230 GWh volgens de SDE-data van juli 2024. Een toename van 80 GWh.

De opgave voor opwek met zon is al bijna gehaald door realisatie van zon-op- dak. 653 325 847 Gerealiseerd Pijplijn (gewogen) Resterend GWh per jaar 0 200 400 600 800 1000 1200 1400 1600 1800 2000 Voortgang RES College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055213/30 11 Afbeelding 4 – Voortgang zonne-energie per 1 juli 2025 3.4 Stand van zaken windenergie Voor de pijplijn van windenergie zijn de cijfers van de programmeerafspraken gebruikt. De programmeerafspraken gelden als plafond voor de opwek van windenergie in West-Overijssel. Verwacht wordt dat deze afspraken zullen leiden tot windprojecten. Dat is wel een eerste vereiste. Als die verwachtte initiatieven zich ook aandienen, zullen de vergunningen daarvoor in 2025 verleend moeten zijn om de doelstelling voor wind in 2030 te halen. Dat is niet haalbaar. De gemiddelde doorlooptijd van een windproject van planfase tot realisatie bedraagt ongeveer zeven tot acht jaar. In de praktijk betekent dit dat de projecten op 1 januari van dit jaar een vergunning hadden moeten hebben om de doelen van 2030 te halen. Op twee projecten na zitten alle pijplijnprojecten echter nog in het voortraject.

Voor het halen van de doelen voor 2030 is dus in de eerste plaats noodzakelijk dat de initiatieven zich aandienen en er vervolgens een versnelling plaatsvindt van de ruimtelijke- en vergunningsprocedures, wat gezien de huidige wet- en regelgeving niet haalbaar lijkt te zijn. Het gegeven dat het merendeel van de windprojecten zich nog in de voortrajectfase bevindt, is ook zichtbaar in de pijplijn. Deze fase heeft namelijk een realisatiekans van 10%. Ter illustratie, een project met vier turbines zou bij realisatie ongeveer 80 GWh op kunnen wekken, maar telt met de status van ‘voortraject’ nu maar voor 8 GWh mee. Door de programmeerafspraken is de slagingskans, met de huidige beleidskaders, hoogstwaarschijnlijk een stuk hoger. Het effect hiervan wordt echter pas goed zichtbaar in de pijplijn zodra het project een fase opschuift (met een bijbehorende hogere slagingskans). In het ideële geval dat alle pijplijn-projecten ook daadwerkelijk gerealiseerd worden, is de geschatte jaarlijkse elektriciteitsproductie ruim 900 GWh.

Afbeelding 5 – Voortgang windenergie per 1 juli 2025 431 170 129 Gerealiseerd Pijplijn (gewogen) Resterend 0 100 200 300 400 500 600 700 800 Voortgang Zon (totaal) 222 155 718 Gerealiseerd Pijplijn (gewogen) Resterend GWh per jaar 0 200 400 600 800 1000 1200 Voortgang Wind College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055214/30 12 3.5 Wijzigingen in realisatiestrategie wind en zon Provincie Overijssel heeft in de afgelopen twee jaar verschillende besluiten genomen om de realisatie van de opwekdoelen van de Regionale Energiestrategie (RES, juli 2021) in West-Overijssel op koers te houden. Provincie heeft het nodig geacht om beter aan te sluiten op technische en maatschappelijke ontwikkelingen en om vertragingen in de uitvoering van projecten te voorkomen. Een van de belangrijkste aanpassingen betreft de verhouding tussen wind- en zonne-energie. Waar in eerste instantie nog werd ingezet op de realisatie van zonneparken, is hier een rem op gezet (zie paragraaf 2.2) waarmee de verhouding tussen zon- en windprojecten op termijn wijzigt. De provincie stuurt op de afspraken zoals die in de RES 1.0 zijn vastgelegd wat tot een grotere inzet van windenergie leidt dan de gemeenten gezamenlijk in hun plannen hadden opgenomen.

Dat is niet alleen efficiënter qua ruimtegebruik, het is beter in te passen in het elektriciteitssysteem en het is minder belastend voor het overvolle stroomnet. In hoofdstuk 4 wordt dit beleid nader uiteengezet. Om de regionale uitvoering te versterken, wordt ook ingezet op de samenwerking tussen gemeenten. Een mooi voorbeeld is de subregio ZSDZ (Zwolle-Staphorst-Dalfsen-Zwartewaterland) om plannen beter op elkaar af te stemmen en te komen tot een efficiëntere uitvoering van projecten. Samenwerking maakt het bovendien mogelijk om knelpunten gezamenlijk op te lossen. Andere gemeenten stemmen waar nodig onderling af maar er zijn nog geen andere samenwerkingsverbanden op de energietransitie ontstaan. Ook de maatschappelijke kosten van de energietransitie zijn een punt van aandacht. Door betere afstemming tussen gemeenten, provincie en netbeheerders worden kosten beperkt, bijvoorbeeld door projecten te bundelen of gebruik te maken van bestaande infrastructuur. Uiteraard ligt de focus daarbij ook op het efficiënt benutten van de netinfrastructuur. Tegelijkertijd wordt gewerkt aan het stimuleren van lokaal eigendom. Minimaal 50% van de energieprojecten moet in handen komen van lokale inwoners en/of lokale coöperaties. Dat vergroot het draagvlak én zorgt ervoor dat de opbrengsten terugvloeien naar de regio.

Een voorbeeld van gebiedsgerichte samenwerking is het feit dat de gemeenten in het ZSDZ-gebied (Zwolle, Staphorst, Dalfsen & Zwartewaterland) samenwerken om hun beleid rondom participatie en lokaal eigendom zo goed mogelijk op elkaar af te stemmen. Het project OER (Energie op Rijksgrond) biedt kansen voor opwek van energie in onze regio en om subregionaal en bovenregionaal te werken zonder de grenzen tussen gemeenten/regio/provincie een belemmering te laten zijn. Het OER-project A28-A32 verkent de mogelijkheden voor het opwekken van zonne-energie op rijksgronden langs de snelwegen A28 en A32. Dit project bestrijkt meerdere gemeenten, waaronder Zwolle, Staphorst, Steenwijkerland, Meppel en Westerveld. De betrokken partners zijn onder andere Rijkswaterstaat, het Rijksvastgoedbedrijf, de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland, de provincies Overijssel en Drenthe, de regio West-Overijssel, Defensie en netbeheerder Enexis. Een tweede OER-project, wat gaat over het opwekken van zonne-energie langs de A1, wordt verkend. Hieraan nemen gemeenten uit beide Overijsselse energieregio’s deel. 3.6 Conclusies Op basis van de analyse kunnen we concluderen dat we ons RES-bod van 1,8 TWh, gegeven de huidige omstandigheden, in 2030 niet halen of bereiken.

Afhankelijk van de doorlooptijd van de projecten (wel/geen maatschappelijk weerstand, lange procedures, netcongestie, en meer) koersen we op 2032/2033. Er is echter wel een grote stap gezet met het vaststellen van de voorkeursgebieden wind door de provincie. Initiatiefnemers en netbeheerders weten nu waar ze aan toe zijn en kunnen gericht verder met de noodzakelijke (voorbereidende) werkzaamheden. Het aandeel zon is zo goed als gerealiseerd en de huidige aanpak van het winddossier zal ertoe leiden dat de verhouding wind:zon verbetert wat bijdraagt aan een toekomst-robuust energiesysteem, en netcongestie in de toekomst vermindert of zelfs voorkomt. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055215/30 13 4. Opwek in de leefomgeving 4.1 De ruimtelijke kaders In de afgelopen twee jaar heeft provincie Overijssel haar beleid voor wind- en zonne-energie aangescherpt om de energietransitie te versnellen, de ruimtelijke kwaliteit te waarborgen en maatschappelijke acceptatie te vergroten. Binnen dit beleid zijn duidelijke ruimtelijke spelregels opgesteld: wat mag wel, wat mag niet en onder welke voorwaarden kunnen duurzame energieprojecten doorgang vinden. De provincie heeft de taak om de kwaliteit van het landschap en de leefomgeving te bewaken. Daarvoor heeft de provincie: • Een omgevingseffectrapportage (OER) opgesteld bij haar Omgevingsvisie.

• De ruimtelijke inpassingsprincipes voor energieprojecten vastgelegd in het Provinciaal Programma Energie. • Een windladder vastgesteld. • De voorkeursgebieden aangewezen waar landschappelijk gezien wind het beste kan worden ingepast. Zonne-energie Zon op daken is een belangrijke pijler in het Overijsselse beleid. De provincie stimuleert actief het gebruik van daken van woningen, bedrijven, agrarische gebouwen en maatschappelijke instellingen voor de opwek van zonne-energie. Ook kleinschalige opstellingen op erven of in combinatie met andere functies zijn mogelijk, mits deze goed landschappelijk zijn ingepast. Nieuwe zonneparken op landbouw- natuurgronden zijn niet meer toegestaan. Zonnepanelen zijn nog toegestaan op onbebouwde gedeelten van bouwpercelen van bedrijven die niet nodig zijn voor de bedrijfsvoering en op gronden langs stads- en dorpsranden tot maximaal 2 ha. Daarnaast ook langs hoofdinfrastructuur, op zandwinningsplassen, op geluidswallen, boven parkeerplaatsen of kleinschalige installaties op erven van woningen. Landschappelijke inpassing is daarbij vaak vereist. Windenergie Het windbeleid is als programma (PPE) een onderdeel van de Omgevingsvisie, waarin de integrale afweging plaatsvindt. De Omgevingseffectrapportage is gebaseerd op het ‘Rad van de Leefomgeving’, waarin alle aspecten aan de orde komen.

Voor windenergie geldt dat de provincie sterk inzet op clustering van windturbines. Windturbines zijn in beginsel toegestaan in de door de provincie aangewezen voorkeursgebieden (zie afbeelding 6). Buiten deze gebieden is windontwikkeling alleen mogelijk in clusters van minimaal vier windmolens waarbij tenminste de helft van de opstelling zich op trede 1-3 van de windladder bevindt. Een uitzondering op de clustereis geldt hierbij voor bedrijventerreinen, waar onder voorwaarden ook solitaire windturbines zijn toegestaan. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055216/30 14 Afbeelding 6 - Kaart met voorkeursgebieden windenergie in blauw De provincie werkt met een systeem van programmeringsafspraken: per gemeente zijn afspraken gemaakt over het maximaal op te wekken vermogen (in GWh). Bovendien worden initiatieven voor nieuwe windprojecten alleen in behandeling genomen tijdens specifieke openstellingsperiodes. Aanvragen buiten deze periodes worden door de provincie niet gehonoreerd. 4.2 Aandacht voor natuur en landschap Het hiervoor beschreven ruimtelijk beleid heeft als uitgangspunt natuur en landschap zoveel als mogelijk te ontzien en waar dit kan te versterken. Aanvullend is voor de realisatie van zonnevelden door de provincie een handreiking opgesteld.

Daarin hebben gemeenten beleidskaders vastgesteld met richtlijnen voor de ontwikkeling van zonnevelden. Daarbij wordt aandacht besteed aan landschappelijke inpassing en het behoud van biodiversiteit. Deze richtlijnen helpen initiatiefnemers bij het realiseren van zonne-energieprojecten die passen binnen de ruimtelijke en ecologische context van Overijssel. Als regio werken we momenteel aan een regeling voor de inzet van de middelen voor natuurinclusief ontwikkelen van energieprojecten (Kamerstuk 36 350 XIII, nr. 5. Motie Kröger). We hebben daarbij voor ogen om bestaande gebiedsfondsen te benutten. Vanuit deze fondsen wordt de aanleg, herstel en beheer van bestaande en nieuwe landschapselementen in de nabijheid van energieprojecten gefinancierd. Deze fondsen worden beheerd door de bestaande landschapsstichtingen in onze regio (conform hun reguliere werkwijze en dienstenbundel). Dit is aanvullend op de investeringen in ruimtelijke kwaliteit die sowieso verplicht zijn/gevraagd worden van initiatiefnemers. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055217/30 15 5. Bouwen aan een robuust netwerk 5.1 Inleiding In de RES 1.0 is aangegeven dat voor een succesvolle uitvoering van de projecten voor opwek van duurzame energie het belangrijk is dat de afstemming tussen gemeenten en netbeheerder over de planning, zowel op korte als lange termijn, verbetert.

Als tweede opgave is opgenomen dat partijen zich inspannen om de mechanismen ‘knoppen van maatschappelijke kosten’ in en tussen te ontwikkelen zoekgebieden en projectgebieden toe te passen. Dat betekent realisatie van meer wind om de verhouding wind:zon te optimaliseren, grotere clusters en redelijke afstanden tot aansluitpunten. Aan beide opgaven wordt invulling gegeven. Het destijds in het leven geroepen SNIP- overleg (Samen naar Integraal Programmeren) is omgezet naar een Energy Board (landelijke werkwijze) waarin partijen onder andere de vraagstukken met betrekking tot het netwerk bespreken. De beleidswijzigingen die provincie Overijssel heeft doorgevoerd, zullen leiden tot een versnelling van de windopgaven en meer wind en in grotere clusters. Het openstellen van de voorkeursgebieden is in najaar 2024 gestart en de eerste windinitiatieven komen in beeld. Vanuit de vastgestelde bestuurlijke routekaart (oktober 2024) en bijbehorend uitvoeringsprogramma is ‘netwerk’ als een belangrijke pijler van de Energietafel West-Overijssel (voorheen RES) neergezet. Dat betekent dat er bestuurlijk is afgesproken, meer dan in achterliggende periode, intensiever samen te werken aan vraagstukken rond het netwerk (het energiesysteem in brede zin). En die noodzaak wordt steeds sterker gevoeld.

Recente congestiemanagementonderzoeken vanuit de netbeheerder laten zien dat er tot aan 2035 beperkte mogelijkheden zijn om op hoogspanningsniveau ruimte te gaan vinden op het net. Dit stuk is opgedeeld in drie sporen, waarbij partijen in de regio samenwerken om samen te bouwen aan een robuust en efficiënt energiesysteem op basis van duurzame bronnen. De drie sporen zijn: sneller bouwen, beter benutten en programmeren & prioriteren. Ze relateren ieder aan een andere tijdshorizon. De voortgang van deze drie sporen wordt bestuurlijk besproken in de Energy Board. Dit is een overleg tussen gemeenten, provincie en netbeheerders. De Bestuurlijk Energietafel levert input voor de overleggen van de Energy Board. 5.2 Programmeren en Prioriteren: Energievisie en pMIEK provincie Overijssel Het spoor ‘programmeren’ heeft als doel om meer lange termijn strategisch samen te werken in het realiseren van energie-infrastructuur. Provincies hebben de tweede ronde van ‘integraal programmeren’ doorlopen. In deze ronde heeft de provincie Overijssel een energievisie opgesteld, samen met alle Overijsselse gemeenten, maatschappelijke organisaties, beide energieregio’s, netbeheerders en een afvaardiging uit het bedrijfsleven. Deze energievisie is in februari 2025 vastgesteld door Provinciale Staten.

Deze visie is de stip op de horizon van 2050: hoe kan het energiesysteem van de toekomst eruitzien? In de energievisie staat de in 2050 gewenste mix beschreven tussen elektriciteit, warmte, waterstof en biogas. De energievisie is kwantitatief onderbouwd, waarbij gegevens op gemeentelijk niveau zo gedegen mogelijk zijn gespecifieerd. De invulling van de bronnen – met name als het gaat over elektriciteit – na 2030 is nog niet bepaald. De bedoeling is daar nader invulling aan te geven bij de herijking van de energievisie in 2028. De inzet voor elektriciteitsopwek tot 2030 is gericht op zon en wind. Moties van Provinciale Staten hebben ertoe geleid dat de provincie Overijssel verkennend onderzoek uitvoert naar de inzet van Small Modular Reactors (SMR’s) als mogelijke bijdrage aan de energietransitie. In het najaar van 2024 is door de Universiteit Twente, in opdracht van de provincie, een eerste onderzoek uitgevoerd waarin de technologische mogelijkheden, beleidsruimte en randvoorwaarden van SMR’s zijn verkend. Op basis van dit rapport onderzoekt de provincie nu de vervolgstappen, waaronder een nadere verkenning van geschikte locaties op bestaande industrieterreinen met een hoge energiebehoefte, het in beeld brengen van maatschappelijk draagvlak en de benodigde governance.

College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055218/30 16 In de energievisie is de autonome vraagontwikkeling van energie in beeld gebracht, vanuit de verschillende sectoren. Een uitgebreide verantwoording van de methode van de energievisie is hier te vinden. De Energietafel West-Overijssel benut de energievisie om op West-Overijsselse schaal regionale opgaven in het netwerk verder te verdiepen. Dat noemen we ‘regionaal programmeren’, en volgen in het jaar 2025 vergelijkbare stappen als het proces integraal programmeren van de provincies. Na de energievisie heeft de provincie samen met partners een pMIEK- lijst vastgesteld, de lijst met prioritaire projecten in de energie-infrastructuur ontwikkeling. pMIEK staat voor provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur, Energie en Klimaat. 5.3 Beter benutten Dit spoor gaat over ‘beter benutten’ van het huidige elektriciteitssysteem. Een voorbeeld om het net beter te benutten, is de ontwikkeling van Smart Energy Hubs (SEH). De gemeente Zwolle heeft één van de weinige in werking zijnde energiehubs in Nederland, en de gemeente deelt actief hun ervaringen in de regio. Ook in andere gemeenten wordt er hard aan gewerkt. Zo gaat in september de SEH op het A1 bedrijvenpark in Deventer in werking. Iedere SEH zit weer in een andere ontwikkelfase.

De ervaringen zijn goed, al merken we wel dat er veel hobbels te nemen zijn totdat een initiatief gerealiseerd is. Er is een provinciaal stimuleringsprogramma waarbij wordt gekeken naar individuele oplossingen achter de meter, de sprintsessies en sprintsubsidies die kunnen worden ingezet voor de eerste stappen richting een collectieve oplossing en het programma van Oost NL die regisseurs inzet om initiatieven te helpen met het ontwikkelen van een energiehub. Enexis is hierbij betrokken en werkt daarnaast ook zelf aan oplossingen. Zo hebben zij momenteel een pilot lopen waarbij zij tien initiatieven (Bedrijventerrein Groot Verlaat in Steenwijkerland is een van die tien projecten) een (voorloper van) een GroepsTransportOvereenkomst aanbieden. Ook bieden zij verschillende vormen van flexibele contracten aan. Op dit moment zijn dit lopende trajecten, en is nog geen GTO afgesloten op een bedrijventerreinen. Daarnaast wordt actief ingezet op nieuwe concepten als netbewust bouwen, met voorbeelden in Deventer en Dalfsen, waarbij er aan de voorkant een koppeling gemaakt wordt tussen energiedoelen en realiseren van nieuwe woningbouw.

Energieopslag kan voor onze regio in verschillende vormen waardevol zijn, denk aan opslag van warmte voor een warmtenet, het omzetten van elektriciteit naar waterstof of opslag van elektriciteit in batterijen (mits deze het net ontlasten, in plaats van de druk op het elektriciteitsnet laat toenemen). Hier wordt gezamenlijk aan gewerkt en één van de projecten in het ondersteuningsprogramma NPLW zet hier op in. Batterijen die door een individueel bedrijf of collectief worden gebruikt, kunnen ervoor zorgen dat duurzaam opgewekte elektriciteit lokaal gebruikt kan worden en het net kan ontlasten in de piekmomenten. Grootschalige systeembatterijen kunnen voor een heel verzorgingsgebied bijdragen aan het leveren van elektriciteit. Alles valt en staat hierbij met het contract wat wordt afgesloten met de netbeheerder, een batterij kan ook negatief werken en het net juist zwaarder belasten. Op dit moment staan er veel grote batterijsysteeminitiatieven op de wachtrij van TenneT. Het is echter niet duidelijk hoeveel ruimte de markt biedt voor al deze aanvragen en of gemeenten hier planologische medewerking aan verlenen. Hierdoor kan het probleem groter lijken dan het in werkelijkheid is waardoor de netcongestie niet juist wordt ingeschat. 5.4 Sneller bouwen Het spoor ‘sneller bouwen’ gaat over versneld realiseren van energie-infrastructuurprojecten.

In de Energy Board-samenwerking is er een ‘Monitor sneller bouwen’ opgesteld die per project de voortgang monitort. Deze monitor ontwikkelt door, waardoor steeds beter het gesprek wordt gevoerd over hoe je gezamenlijk bij kunt sturen. Daarnaast wordt er actief samengewerkt in het uitbreiden/ realiseren van stations, waarbij station Ommen/Dante in de speciale belangstelling staat vanwege de druk op dit elektriciteitsstation. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055219/30 17 5.5 Rol Energietafel West-Overijssel Binnen de Energietafel West-Overijssel vormt netwerk een belangrijke pijler. We doorlopen in 2025 het proces van ‘regionaal programmeren’. In dit traject verdiepen en actualiseren we bestaande data en inzichten, om de bovenlokale vraagstukken naar boven te halen: waar willen en moeten we echt op samenwerken om te bouwen aan het energiesysteem van de toekomst? Die opgaven landen in het najaar van 2025 in de Agenda. Daarnaast werken we (onder leiding van de werkgroep ‘netwerk’ waar gemeenten, provincie en netbeheerders TenneT en Enexis in zitten) aan de blauwdruk voor een gemeentelijke energievisie, zodat we iedere gemeente optimaal faciliteren een visie voor 2050 te maken. En zodat we gegevens ook goed kunnen monitoren en bespreken, waarmee we de samenwerking in de Energietafel goed ondersteunen.

De bestuurlijke Energietafel heeft een rol in het (voor)bespreken van relevante zaken uit de Energy Board. Vanuit de Energietafel nemen twee bestuurlijk afgevaardigden uit West-Overijssel de honneurs waar in de Energy Board, die voeding krijgen uit de Bestuurlijke Energietafel. Op dit thema is de samenwerking de laatste jaren geïntensiveerd, en er is een wens om te kijken hoe we deze zo effectief mogelijk laten zijn. In tijden van transitie is niet alles ‘strak te organiseren’, maar het is wel zaak om activiteiten van decentrale overheden en netbeheerders zoveel mogelijk ondersteunend aan elkaar te laten zijn. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055220/30 18 6. Regionale Structuur Warmte 6.1. Inleiding De warmtetransitie krijgt een steeds belangrijkere rol binnen de brede energietransitie-opgave in West-Overijssel. In de afgelopen twee jaar hebben gemeenten, de provincie, het Rijk, netbeheerders en regionale samenwerkingsverbanden belangrijke stappen gezet om de regio uiterlijk in 2050 aardgasvrij te maken. De Regionale Structuur Warmte ondersteunt deze ontwikkeling door vast te leggen over welke duurzame warmtebronnen op regionaal niveau afspraken worden gemaakt, en hoe deze efficiënt kunnen worden ingezet en verdeeld.

De beschikbaarheid van bovenlokale warmtebronnen waarvoor regionale afstemming nodig is, is in West-Overijssel echter beperkt. Grootschalige restwarmte uit de industrie ontbreekt, en verkenningen naar geothermie bieden hooguit perspectief op de langere termijn. De verduurzaming van de warmtevraag zal in deze regio vooral moeten komen van kleinschalige collectieve warmtenetten, het gebruik van groen gas en elektrificatie. Regionale samenwerking blijft daarbij essentieel – onder andere voor het vergroten van de inzet van groen gas, het afstemmen van de benodigde netcapaciteit, het stimuleren van collectieve warmtenetten en het delen van kennis over strategie, techniek en innovatie. Daarnaast is energiebesparing een belangrijk speerpunt, omdat dit direct bijdraagt aan het verlagen van de warmtevraag. In de Agenda Energietransitie West-Overijssel, die de RES 2.0 vervangt, zijn de warmteafspraken uit RES 1.0 aangescherpt. Dit hoofdstuk geeft een overzicht van de voortgang, de belangrijkste knelpunten en de focuspunten voor de komende jaren. 6.2 Regionale voortgang thema warmte Transitievisies Warmte (TVW) en Warmteprogramma’s Alle gemeenten in West-Overijssel zijn bezig met het doorontwikkelen van hun Transitievisie Warmte naar een Warmteprogramma. Het Warmteprogramma dient uiterlijk december 2026 te worden vastgesteld.

In de Warmteprogramma’s staat voor de komende tien jaar beschreven welke wijken van het aardgas afgaan, en wanneer en hoe de overstap van aardgas naar duurzame warmte plaatsvindt. De focus in West-Overijssel ligt op energiebesparing, het benutten van (boven)lokale warmtebronnen en het actief betrekken van bewoners en stakeholders in het proces. Op basis van de TVW’s zijn reeds de eerste wijkuitvoeringsplannen opgesteld. Gemeenten pakken de warmtetransitie wijkgericht aan, met pilots in verschillende buurten. Hierbij wordt ingezet op een mix van oplossingen: waar mogelijk warmtenetten, hernieuwbare gassen en hybride en all-electric warmtepompen. Bronontwikkeling Daarnaast worden aanvullende bronnen in de regio verkend, zoals diepe en ondiepe geothermie, groen gas en op termijn waterstof. Stimuleren energiebesparing Gemeenten hebben isolatieprogramma’s opgezet, energieloketten geprofessionaliseerd en ondersteunen bewoners actief bij het nemen van energiebesparende maatregelen. Dit sluit aan bij de regionale afspraak om eerst in te zetten op energiebesparing. De provinciale energievisie bevestigt de noodzaak van energiebesparing en geeft aan dat hier nog meer actie op nodig is.

Samenwerking en kennisdeling Gemeenten werken samen in pilots en kennisnetwerken, onder meer via de ambtelijke werkgroep warmte, het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) en de werkplaatsen van het programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO). Hierdoor worden kennis, capaciteit en middelen gebundeld om de lokale uitvoering van de warmtetransitie te versnellen. College van burgemeester en wethouders - 26 augustus 2025 - 2025_B&W_0055221/30 19 6.3 Voortgang Energietafel West-Overijssel op het thema warmte In de Agenda Energietransitie West-Overijssel, die de RES 2.0 vervangt, zijn bestuurlijke afspraken vastgelegd over de inzet op het thema warmte op regionaal niveau. In de komende jaren geven we via vijf actielijnen uitvoering aan deze afspraken. Hernieuwbare gassen In West-Overijssel wordt de inzet van hernieuwbare gassen gezien als noodzakelijk om de warmtetransitie in de regio te kunnen realiseren. Met groen gas is bovendien relatief hoge temperatuurwarmte op te wekken, waardoor het een oplossing kan zijn voor woningen waarbij isolatie niet mogelijk of erg kostbaar is. Hiervoor brengen we de kansrijkheid van de inzet van deze warmtebron in kaart en werken we samen aan een strategie om de benodigde productie van groen gas te realiseren en te alloceren.

We zetten in op kennisdeling en vervolgafspraken over het gezamenlijk optrekken in het stimuleren van de productie van groen gas. Dit dient als input voor de Uitvoeringsagenda en de gemeentelijke Warmteprogramma’s. Warmtenetten en rolneming publieke warmtebedrijven In de regio komt de ontwikkeling van collectieve warmtenetten moeizaam op gang. Er is behoefte aan ondersteuning en kennisdeling over warmtenetten. Gemeenten oriënteren zich daarnaast op het vraagstuk over rolneming in een publiek warmtebedrijf in relatie tot de aankomende Wet collectieve warmte (Wcw). Hier hoort ook de afweging bij of een publiek warmtebedrijf bij voorkeur een regionaal karakter heeft en hoe de gemeenten dan vorm willen geven aan de samenwerking daarop. In nauwe samenwerking met de gemeenten verkennen de provincies Overijssel en Drenthe, samen met de netbeheerders Enexis, Cogas en RENDO en EBN, de mogelijkheden voor de oprichting van een interprovinciaal publiek warmtebedrijf. In de ontwikkelfase worden de gemeenten actief betrokken, zodat hun wensen en behoeften vanaf het begin goed worden meegenomen. Strategie elektrificatie resterende warmtevraag Naast inzet van hernieuwbare gassen en ontwikkeling van (kleine) warmtenetten zal ook de elektrificatie van de warmtevraag aandacht vragen.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/df1c3fb7-8416-4408-b161-cf6785923ff5?agendaItemId=1bce83d2-7e84-4502-98c2-5e0708f5954b