CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Veiligheidsregio IJsselland_Eerste bestuursrapportage 2026

Raadsvergadering 1 september 2026, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen Stukken10.101 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Januari tot en met april 2026 – definitief EERSTE BESTUURSRAPPORTAGE 2026 2 Inhoudsopgave 1. Inleiding ................................ ................................ ................................ ........................ 3 1.1 Aanleiding, opdracht en gevolgde werkwijze ................................ ..................... 3 2. Beleidsmatige stand van zaken ................................ ................................ ................... 4 2.1 Indeling................................ ................................ ................................ .............. 4 2.2 Brandweerzorg ................................ ................................ ................................ .. 5 2.2.1 Wat gaan we daarvoor doen? ................................ ................................ ............ 5 2.2.2 Stand van zaken na vier maanden ................................ ................................ .... 6 2.3 Risico- en crisisbeheersing ................................ ................................ ................ 8 2.3.1 Wat gaan we doen?................................ ................................ ........................... 8 2.3.2 Stand van zaken na vier maanden ................................ ................................ .... 9 2.4 Ondersteuning ................................ ................................ ................................ .

13 2.4.1 Stand van zaken na vier maanden? ................................ ................................ 13 3. Bedrijfsvoering ................................ ................................ ................................ ............15 4. Financiële stand van zaken ................................ ................................ ........................16 4.1 Inleiding financiële stand van zaken ................................ ................................ 17 4.2 Toelichting resultaat 2026 ................................ ................................ ............... 18 4.2.1 BDuR gelden ................................ ................................ ................................ ... 18 4.3 Toelichting incidentele afwijkingen ................................ ................................ ... 20 4.3.1 Personeelskosten ................................ ................................ ............................ 20 4.3.2 Huisvestingskosten ................................ ................................ ......................... 21 4.3.3 Brandweermaterieel ................................ ................................ ........................ 22 4.3.4 Opleiden & oefenen ................................ ................................ ......................... 23 4.3.5 Automatisering & verbindingen ................................

................................ ........ 24 4.3.6 Rente ................................ ................................ ................................ .............. 24 4.3.7 Beheerskosten ................................ ................................ ................................ 25 4.3.8 Overige kosten ................................ ................................ ................................ 26 4.3.9 Baten ................................ ................................ ................................ ............... 26 4.3.10 Algemene dekkingsmiddelen ................................ ................................ .... 27 4.4 Gewijzigde financiële overzichten ................................ ................................ .... 29 4.4.1 Overzicht baten en lasten ................................ ................................ ................ 29 4.4.2 Overzicht taakvelden ................................ ................................ ....................... 29 4.4.3 Specificatie taakveld overhead (0.4) ................................ ................................ 30 5. Bijlage 1: gegevens per gemeente ................................ ................................ .............31 5.1 Adviezen op A en B evenementen................................ ................................ ... 31 6.

Bijlage 2: oorzaken overschrijding opkomsttijden ................................ ...................35 3 1. Inleiding 1.1 Aanleiding, opdracht en gevolgde werkwijze Elf gemeenten hebben hun taken op het gebied van brandweer en crisisbeheersing via een gemeenschappelijke regeling ondergebracht bij Veiligheidsregio IJsselland. Veiligheidsregio IJsselland bestrijdt incidenten waar het moet, maar beperkt nog liever risico’s waar het kan. Daarvoor staan wij zeven dagen per week, 24 uur per dag klaar met kennis, mensen en middelen. We investeren in ons vakmanschap, in verbinding met onze partners en in een sterke interne binding met ons vak en onze collega’s. Nieuwe ontwikkelingen en risico’s in het veiligheidsdomein vragen om een flexibele invulling van onze rol. In de Financiële verordening Veiligheidsregio IJsselland staat dat het dagelijks bestuur het algemeen bestuur informeert over de realisatie van de programmabegroting door middel van tussentijdse rapportages. Deze eerste bestuursrapportage 2026 geeft aan wat de veiligheidsregio in de maanden januari tot en met april gedaan heeft en wat dat gekost heeft. De inrichting van deze tussentijdse rapportage sluit aan bij de indelingssystematiek van de programmabegroting. De rapportages gaan in op afwijkingen in de lasten en baten (begrotingswijzigingen) en de geleverde prestaties.

Deze rapportage dient voor 15 juni door het dagelijks bestuur aan het algemeen bestuur aangeboden te worden. Hoofdstuk 2 gaat over de beleidsmatige stand van zaken van de uitvoering van de programmabegroting. Daarna wordt in hoofdstuk 3 ingegaan op de bedrijfsvoering. Tot slot wordt in hoofdstuk 4 ingegaan op de financiële stand van zaken. Onderdeel hiervan zijn twee verplichte overzichten, namelijk het aangepaste overzicht taakvelden en het overzicht van baten en lasten.

4 2. Beleidsmatige stand van zaken 2.1 Indeling De inrichting van deze eerste bestuursrapportage dient volgens de financiële verordening aan te sluiten op de indelingssystematiek van de programmabegroting. De rapportage moet onder andere ingaan op afwijkingen in de geleverde inhoudelijke prestaties. Dit hoofdstuk brengt de stand van zaken in beeld. De begroting bestaat uit twee afzonderlijke uitvoeringsprogramma’s: ‘brandweerzorg’ en ‘risico- en crisisbeheersing’ aangevuld met ‘ondersteuning’. Deze bestuursrapportage kent dezelfde indeling. In de begroting staat bij elk onderdeel: • Wat willen we bereiken? • Wat gaan we daarvoor doen? • De van belang zijnde prestatie-indicatoren. Dit hoofdstuk bevat per onderdeel de tekst van de begrotingsprestaties van het aandachtspunt ‘Wat gaan we daarvoor doen?’. In een tabel onder ieder onderdeel staat per prestatie-indicator wat de stand van zaken van de uitvoering van de begroting na vier maanden is. Die stand van zaken is op de volgende manier aangegeven: Er is of zal worden voldaan aan de prestatie-indicator. Het is de vraag of dit jaar voldaan wordt aan de prestatie-indicator. Er wordt dit jaar niet meer voldaan aan de prestatie-indicator/ de actie wordt niet meer uitgevoerd. In de bijlage zijn prestatiegegevens per gemeente opgenomen in de vorm van tabellen of staafdiagrammen.

De informatie over ‘Wat gaat het kosten?’ staat in het hoofdstuk ‘Financiële stand van zaken’.

5 2.2 Brandweerzorg Deze paragraaf beschrijft wat de stand van zaken na vier maanden is van de wettelijke taken die wij uitvoeren op het gebied van Brandweerzorg. Wat willen we bereiken? - Beperking van letsel bij mens en dier en schade bij brand. - Beperking van letsel bij mens en dier en schade bij ongevallen anders dan brand (bij ongevallen op de weg, het spoor, het water en bij bedrijven). - Een snelle en adequate brandweerzorg die past binnen het wettelijk normenstelsel. 2.2.1 Wat gaan we daarvoor doen? We houden brandweerposten operationeel en paraat. Van daaruit leveren we 24 uur per dag, zeven dagen per week brandweerzorg met opgeleide en geoefende mensen (vrijwillig en beroeps) en adequaat materieel en materiaal. We bereiden ons voor op het bestrijden van branden en op hulpverlening bij ongevallen anders dan brand. Dit doen we door het aanbieden van een opleidings-, trainings- en oefenprogramma, dat jaarlijks wordt geactualiseerd. Meer dan wat er aankomende jaren regionaal te verwachten is, spelen er landelijk een viertal ontwikkelingen, die effect hebben op de IJssellandse brandweerorganisatie. Dit betreft: 1. de implementatie van de gevolgen van EU-regelgeving op het verplichtend karakter bij vrijwilligers; 2. de herziening van het onderwijsstelsel voor brandweer en crisisbeheersing; 3.

de landelijke aandacht voor de toename van natuurbrandrisico’s op het gebied van beheersing en bestrijding; 4. de uitwerking van het landelijk dekkingsplan met bijbehorende slagkracht van de brandweer. De effecten zijn verschillend van aard en omvang. De implementatie van EU-regelgeving betreft de aanstellingsvorm van vrijwilligers, die gekazerneerd of geconsigneerd zijn. De herziening van het onderwijsstelsel leidt er onder andere toe dat beter wordt aangesloten op het regulier onderwijs. De landelijke aanpak van natuurbrandrisico’s en het dekkingsplan zal eisen stellen aan de operationele sterkte van de brandweerorganisatie, die verder gaan dan de dekking van het regionaal risico.

6 2.2.2 Stand van zaken na vier maanden Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden Brandweerzorg 1. Inzet van de brandweer vindt plaats conform het vastgestelde dekkingsplan. In de eerste vier maanden van 2026 is de brandweer in 97,35% van de uitrukken binnen de vastgestelde normtijden uit het dekkingsplan ter plaatse geweest. Daarmee wordt in vrijwel alle gevallen voldaan aan de gestelde eisen. Bij 2,65% van de incidenten is de opkomsttijd overschreden. Dit blijft een aandachtspunt, maar doet geen afbreuk aan het feit dat de brandweer over het algemeen snel en volgens plan inzetbaar is. 2. Het opleidings-, trainings- en oefenprogramma voor de brandweer is actueel en uitgevoerd. Voor 2026 zijn wederom veel opleidingen via BOGO en het NIPV afgenomen om het bestand van brandweerpersoneel zo goed mogelijk op peil te krijgen en behouden. De brandweerrijschool heeft, na vier jaar ervaring, een evaluatie doorlopen. Op basis hiervan wordt de rijschool herijkt, waarna deze in 2026 in vernieuwde vorm wordt voortgezet. Alle brandweerposten oefenen conform de vastgestelde oefenplanning. Zowel in eigen omgeving als op oefencentra, om onder realistische omstandigheden te kunnen oefenen. Komende periode zal, naast brandweer specifieke onderwerpen, ook aandacht zijn voor o.a. energietransitie, ondermijning, weerbaarheid en continuïteit. Dit gebeurt in samenwerking met team Crisisbeheersing. 3.

Brandweermaterieel en materiaal wordt aangeschaft en Het onderhoud en de investeringen lopen op schema.

7 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden onderhouden volgens de investeringsplanning en het onderhoudsplan. 4. De alarmeringsregelingen, werkprocessen en multidisciplinaire informatievoorziening van brandweer en crisisbeheersing in de meldkamer zijn in orde. De gezamenlijke meldkamer is sinds maart 2023 operationeel. In de basis zijn de primaire en secondaire meldkamerprocessen op orde. Uit evaluaties blijkt wel dat er verbeter mogelijkheden zijn, welk in 2026 verder zullen worden uitgewerkt.

8 2.3 Risico- en crisisbeheersing 2.3.1 Wat gaan we doen? We bereiden ons voor op onzekere tijden, rekening houdend met verschillende scenario’s. Dit gebeurt vanuit het programma ‘Vandaag voorbereid op morgen’ en past binnen de reeds ingezette lijn vanuit onze beleidsagenda en het risicogericht werken. Binnen de geprioriteerde thema’s staat uitval van onze vitale infrastructuur en dreigingen digitale infrastructuur als rode draad centraal. Het gaat erom hoe we als samenleving weerbaarder en veerkrachtiger worden tegen datgene wat op ons afkomt. Dat is een taak van ons allemaal. Door ons te richten op de effecten (bijvoorbeeld overbelasting van de zorg) kunnen we ons effectief voorbereiden, ongeacht de oorzaak (een cyberaanval, een oorlog of een overstroomde eerste hulp). Op het niveau van de vijf veiligheidsregio’s in Oost-Nederland (Oost-5) zetten we de intensieve samenwerking voort. Hierbij kan worden gedacht aan het continueren van een gezamenlijke planvorming, gezamenlijk ontwikkelen van trainings- en oefenprogramma’s en het uitwisselen van piketfunctionarissen. In opdracht van de gemeenten coördineren wij, in het kader van de crisisbeheersing, het proces van Bevolkingszorg en de GHOR. Zowel Bevolkingszorg als de GHOR ontwikkelen daardoor mee op het gebied van risicogericht werken en het versterken van de informatievoorziening.

De processen van Bevolkingszorg worden aangepast op basis van het landelijke uniform kwaliteitsniveau, landelijke projecten en nieuwe wetgeving. De GHOR blijft zorgen voor een goede aansluiting op de netwerkpartners binnen de zorg, een vertaling van de ontwikkelingen naar de regio en het eventueel aanpassen van processen. De DPG, en daarmee het GHOR-bureau als uitvoerende organisatie, zorgt voor de afstemming tussen de zorg, publieke veiligheid en publieke gezondheid. Deze taak is op te splitsen in drie rollen, namelijk: 1. Toezien op en rapporteren aan het bestuur van de Veiligheidsregio over de mate van voorbereiding van de zorg op crisisomstandigheden, met als doel om de ketencontinuïteit van zorg te waarborgen; 2. Zorgen voor afstemming tussen de sectoren zorg, publieke veiligheid en publieke gezondheid, zowel in crisisomstandigheden als daarbuiten, en zorgen voor operationele sturing op de geneeskundige hulpverlening via de GHOR-crisisfuncties; 3. Adviseren over (zorg)risico’s en over operationele voorbereiding in zowel in de koude, lauwe als warme fase.

9 2.3.2 Stand van zaken na vier maanden Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 1. Uitvoering geven aan prestatie-indicatoren voortkomend uit de landelijke agenda crisisbeheersing. De landelijke agenda bestaat uit drie onderdelen: • Versterken voorbereiding en paraatheid • Versterken van een weerbare samenleving •Bevorderen van kwaliteit en professionaliteit Voor alle drie de onderdelen zet IJsselland zich in om tot concrete uitvoering te komen. Zo worden landelijke crisisplannen omgezet in regionale aandachtkaarten en lopen de evaluatiemogelijkheden en kritische basisprocessen op schema. 2. Een werkend proces in relatie tot risicogericht werken, waar aandacht is voor de drie pijlers uit de landelijke agenda crisisbeheersing. Risicogericht werken krijgt binnen de organisatie steeds meer vorm. Dat blijkt bijvoorbeeld uit het toenemende aantal thema’s dat via het VIK en issuemanagement vooraf wordt voorzien van duiding en handelingsperspectief. Tegelijkertijd ontstaat spanning tussen de inspanningen die horen bij het thematisch en langcyclisch werken en de dynamiek van een snel veranderende (geo)politieke context, die juist om wendbaarheid vraagt. Door het proces verder te versterken en slimmer in te richten, ontstaat meer ruimte om naast langcyclisch ook kortcyclisch te werken wanneer de situatie daarom vraagt. 3.

Een actieplan dat gericht is op het versterken van de maatschappelijke weerbaarheid en veerkracht. Het programma weerbaarheid, dat in samenwerking met de gemeente wordt uitgerold, loopt op schema. Dit jaar worden er onder andere pilots uitgevoerd met noodsteunpunten en vindt implementatie plaats van grote investeringen die bijdragen aan een robuustere continuïteit van de hulpverlening.

10 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 4. Crisisteams en crisisexperts worden ingezet bij alle acute crises, en op verzoek van een burgemeester of voorzitter veiligheidsregio bij niet- acute crisissituaties of incidenten in de gemeenten. Een groep van crisismanagers is opgeleid en beschikbaar. Daarnaast wordt momenteel het crisisplan geëvalueerd en vernieuwd. 5. Het opleidings-, trainings- en oefenprogramma voor de crisisfunctionarissen, de Bevolkingszorg- functionarissen en de GHOR-functionarissen is actueel, uitgevoerd en in lijn met de gezamenlijke visie op leren en ontwikkelen Zowel het Multi opleiden, trainen en oefenen (MOTO) als de kolom specifieke opleiding, training en oefenprogramma's (OTO) lopen op schema. De verbinding tussen de gestelde doelen en het kwaliteitssysteem worden steeds beter zichtbaar en komen daarmee steeds beter in lijn met de lange termijn doelen en ontwikkelingen. Dit geldt ook voor het monodisciplinaire programma voor GHOR-functionarissen. 6. Inzet van de crisisorganisatie bij rampen, crises en andere incidenten wordt in alle gevallen geëvalueerd conform het evaluatiebeleid, met name om te leren van crisis. In de eerste vier maanden van 2026 zijn geen multi-incidenten geweest die geëvalueerd konden worden. Oefeningen en niet multi-incidenten worden geëvalueerd conform het evaluatiebeleid. Risicobeheersing 9.

Alle aanvragen van provincie en gemeenten om een advies van de veiligheidsregio worden beoordeeld (betreft onder andere evenementen, ruimtelijke plannen en omgevingsvergunningen). Afhankelijk van het ingeschatte risico wordt de aanvraag wel of niet inhoudelijk behandeld. Advisering is gebaseerd op een multidisciplinaire Daar waar de situatie erom vraagt, worden alle aanvragen voor advies voorzien van een regel- en risicogericht advies.

11 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden analyse van de voorliggende vraag. 10. In ieder advies op een omgevingsvergunning is een paragraaf ‘risicogerichtheid’ opgenomen. In deze paragraaf staat een advies, aanvullend op de wettelijke regels, gericht op het verder beperken van onveilige situaties. Daar waar de situatie erom vraagt, wordt het advies voorzien van een risicogericht advies. 11. Er wordt toezicht gehouden op de meest risicovolle bedrijven in de regio (de Seveso-inrichtingen), dit betekent dat we minimaal 1 keer per jaar een controle uitvoeren bij deze bedrijven, in samenwerking met de Omgevingsdienst en de Nederlandse Arbeidsinspectie. Toezicht bij Seveso wordt in Oost 5- verband uitgevoerd en gecoördineerd. Dit kent momenteel binnen IJsselland geen bijzonderheden. GHOR 12. Partners in de zorgsector melden incidenten met (mogelijke) keteneffecten bij de operationele GHOR- organisatie. De GHOR stimuleert partners om dergelijke meldingen te doen. Dit is zichtbaar is in de praktijk. 13. Wij hebben regionaal zicht op de mate waarin onze adviezen worden overgenomen, en wat de afweging was als dit niet gebeurde. Onze evenementenadviezen worden overgenomen in de vergunningen. De wijze van controle op naleving van de voorwaarden verschilt per gemeente. 14. Bij alle risico’s in het regionaal (zorg- )risicoprofiel hebben wij informatiebronnen ontsloten.

Het (zorg)risicoprofiel wordt momenteel herzien. Hierbij worden verschillende informatiebronnen ontsloten.

12 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden Bevolkingszorg 15. Uitvoering geven aan de landelijke kwaliteitseisen bevolkingszorg. Het regionale team bevolkingszorg en crisiscommunicatie zit nog volledig in lijn met het UKB. Er zijn wel zorgen over de toekomstige kosten van het opleidingsstelsel indien dit verplicht bij het NIPV moet worden afgenomen. 16. Processen in relatie tot nafase en herstel zijn geactualiseerd en geïmplementeerd. De crisismanagers zijn opgeleid en beschikbaar. Dit betekent dat zij inzetbaar zijn als technisch voorzitter, in trainingen, nafase (RCT) en het begeleiden van sessies voorwaarts denken op alle beleidsterreinen binnen een gemeente. 17. Bevolkingszorg is een partner in de uitwerking van de pijler ‘weerbare samenleving’. Bevolkingszorg doet volledig mee aan het programma van Weerbaarheid en Veerkracht en pakt daarin haar taak op.

13 2.4 Ondersteuning 2.4.1 Stand van zaken na vier maanden? Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden Ondersteuning 1. We bouwen verder aan de versterking van de samenwerking tussen gemeenteraden en GR-en vanuit de bestaande kopgroep. Dit doen we op drie thema’s: verbeteren van de P&C-cyclus, inzetten van een digitaal platform en het organiseren van twee bijeenkomsten voor gemeenteraden per jaar. In lijn met de gemeenteraadsverkiezingen is de werving van nieuwe leden voor de kopgroep gestart. Samen met de vernieuwde kopgroep wordt verder invulling gegeven aan de drie thema’s en zullen mogelijk nieuwe prioriteiten worden gesteld. In september wordt een introductiebijeenkomst georganiseerd voor alle raadsleden van IJsselland. 2. We bereiden ons voor op de herziening van de Wet Veiligheidsregio’s. In afwachting van de implementatie bereiden we ons voor door, conform landelijke afspraken, alvast te werken in de geest van de herziene wet. 3. We gaan het bestaande informatieknooppunt steeds breder inzetten zodat het naast crisisbeheersing ook gebruikt kan worden voor de brandweer en bedrijfsvoering. Het Veiligheidsinformatieknooppunt (VIK) ontwikkelt zich voortdurend verder. Daarbij richt het VIK zich niet alleen op brandweer en bedrijfsvoering, maar ook steeds nadrukkelijker op de overgang van de koude naar de lauwe fase, wanneer mogelijke extra risico’s tijdig worden gesignaleerd.

De basis staat en we werken verder aan ontwikkelmogelijkheden. Oranje maken 4. In 2025 is een programmaplan IV 2025 – 2030 opgesteld. In 2026 wordt daar uitvoering aan gegeven. In dit programmaplan zijn een aantal projecten opgenomen om de informatievoorziening te versterken. Het gaat dan om thema’s als informatiebeveiliging, architectuur, archivering, digitalisering. De uitvoering van het programmaplan loopt op schema.

14 Nr. Prestatie-indicator Bijzonderheden 5. De toenemende cyberdreigingen vereisen verdere aanscherping van de informatiebeveiliging. We gaan doorgroeien naar minimaal BIO-niveau 4. We houden er rekening mee dat we op termijn ook moeten voldoen aan de Europese regelgeving (NIS2). We kiezen daarbij een risicogerichte strategie. Daarnaast gaan we ons aansluiten op de landelijke SOC/CERT-voorziening voor veiligheidsregio’s. Zeer waarschijnlijk wordt de gehele veiligheidsregio, of verschillende processen daarbinnen, aangewezen als vitale sector door de rijksoverheid. Dit zal ook eisen stellen aan de informatiebeveiliging De aanscherping en professionalisering van informatiebeveiliging lopen op schema, onder andere door beleidsstukken en het introduceren van een gestructureerde en risicogestuurde manier van werken door het ISMS. We hebben afgezien van aansluiten op de landelijke SOC-voorziening omdat deze niet goed aansluit bij wat we nu al op dat gebied doen. We nemen sinds 1- 1-2026 wel CERT-dienstverlening af bij het NFIR, die dit voor de meeste veiligheidsregio’s verzorgt.

15 3. Bedrijfsvoering Veiligheidsregio IJsselland werkt, in lijn met de landelijk vastgestelde thema’s voor bedrijfsvoering, aan de verdere ontwikkeling van een toekomstbestendige organisatie. De focus ligt op de volgende speerpunten: toekomstbestendig werkgeverschap, PTSS en gezondheidsmonitoring, duurzame inzetbaarheid, leiderschapsontwikkeling, duurzaamheid en vitale processen. Door hier actief op in te zetten, versterken we de organisatie en zorgen we voor een veilige en gezonde werkomgeving voor onze medewerkers. Daarnaast vindt binnen de gezamenlijke bedrijfsvoering van de Veiligheidsregio IJsselland en GGD IJsselland een ontwikkeling plaats. De organisaties onderzoeken in gezamenlijkheid op dit moment in hoeverre bepaalde bedrijfsvoeringstaken — met name de scheiding tussen beleidsontwikkeling en uitvoering — in de toekomst afzonderlijk georganiseerd zouden kunnen worden. Doel van dit onderzoek is om te komen tot een heldere taakverdeling en een bedrijfsvoering die beter aansluit bij de specifieke behoeften van beide organisaties. Een mogelijke consequentie van deze heroriëntatie is dat het uit elkaar halen van taken kan leiden tot frictiekosten, bijvoorbeeld door het opnieuw inrichten van processen, systemen of teams. Deze effecten zijn op dit moment nog niet volledig te overzien, maar kunnen wel van invloed zijn op de financiële kaders van de bedrijfsvoering.

Gebouwenbeheer Eind 2025 heeft het algemeen bestuur ingestemd met het tijdpad voor verbouw en nieuwbouw van brandweerkazernen. Daarbij is afgesproken dat kaders worden ontwikkeld voor de door de gemeente in rekening te brengen proceskosten bij nieuwbouw en verbouw, die voor de berekening van de huurprijs van de kazernes kunnen worden meegenomen. Het voorstel hiervoor wordt momenteel afgestemd met de vastgoed- en financiële adviseurs van de gemeenten en zal naar verwachting in het derde of vierde kwartaal aan het bestuur worden voorgelegd. Daarnaast wordt de blauwdruk kazerne IJsselland aangepast naar aanleiding van opgedane ervaringen tijdens het bouwproces van de kazerne Heino. De vernieuwde blauwdruk zal worden gebruikt voor de onderzoeken naar de ver- of nieuwbouw van de kazernes Hardenberg, Oldemarkt en Olst. Deze kazernes staan op basis van besluitvorming over het kazernebestand en de benodigde volgorde, deze staan op de lijst voor tot 2030 om onderzocht te worden. Duurzaamheid Maatschappelijk liggen er stevige opgaven op het gebied van duurzaamheid. De klimaatverandering brengt nieuwe risico’s met zich mee als gevolg van toenemende extreme weersomstandigheden (langdurige droogte, extreme regenval et cetera). Als veiligheidsregio willen wij het goede voorbeeld geven door onze processen te verduurzamen.

Op die manier willen we een bijdrage leveren aan het zoveel mogelijk beperken van de nadelige effecten van klimaatverandering. Hiertoe investeren we in het verder reduceren van onze CO2-uitstoot op basis van de huidige footprint. Dit raakt de hele organisatie, waarbij bedrijfsvoering een aanjagende rol heeft vanwege de raakvlakken met alle processen. We gebruiken hiertoe de CO2-prestatieladder. In 2025 hebben we 47% CO2-reductie bereikt ten opzichte van 2019. 16 4. Financiële stand van zaken Programma Veiligheid Primaire begroting 2026 Begroting na wijziging 2026 Verschil t.o.v. begroting na wijziging V/N Lasten Risico- en crisisbeheersing 7.520.561 7.945.427 424.866 N Brandweerzorg 36.128.330 37.003.029 874.699 N Overhead 14.840.572 14.532.662 -307.910 V Totaal lasten 58.489.463 59.481.118 991.655 N Baten Risico- en crisisbeheersing -185.258 -231.258 -46.000 V Brandweerzorg -341.715 -598.626 -256.911 V Overhead -3.260.186 -3.169.858 90.328 N Totaal baten -3.787.159 -3.999.742 -212.583 V Saldo's Risico- en crisisbeheersing 7.335.303 7.714.169 378.866 N Brandweerzorg 35.786.615 36.404.404 617.789 N Overhead 11.580.386 11.362.804 -217.582 V Totaal programma Veiligheid 54.702.304 55.481.376 779.072 N Algemene uitkeringen -54.308.519 -55.370.055 -1.061.536 V Saldo van de financieringsfunctie 0 -65.933 -65.933 V Saldo algemene lasten en dekkingsmiddelen -54.308.519 -55.435.988

-1.127.469 V Overige baten en lasten 0 0 0 - Bedrag van de heffing voor de vennootschapsbelasting 0 0 0 - Gerealiseerde totaal saldo baten en lasten 393.785 45.388 -348.397 V Bij: onttrekkingen aan reserves Programma Veiligheid -581.666 -581.666 0 - Algemene lasten en dekkingsmiddelen 0 0 0 - Overhead 0 0 0 - Totaal onttrekkingen aan reserves -581.666 -581.666 0 - Af: stortingen in reserves Programma Veiligheid 0 0 0 - Algemene lasten en dekkingsmiddelen 187.881 187.881 0 - Overhead 0 0 0 - Totaal stortingen in reserves 187.881 187.881 0 - Saldo reserve mutaties -393.785 -393.785 0 - Gerealiseerde resultaat 0 -348.397 -348.397 V 17 4.1 Inleiding financiële stand van zaken Dit hoofdstuk geeft inzicht in de actuele financiële positie van Veiligheidsregio IJsselland over het lopende boekjaar 2026. Daarbij wordt zowel gekeken naar de uitvoering van de begroting over de eerste vier maanden van het jaar als naar de verwachte financiële ontwikkeling voor de resterende maanden van 2026. Het doel van deze bestuursrapportage is om het algemeen bestuur inzicht te geven in de financiële stand van zaken zodat kan worden bijgestuurd op een financieel stabiele en doelmatige uitvoering van de begroting.

De financiële positie van 2026 moet worden bezien tegen de achtergrond van de taakstelling die in de programmabegroting van de veiligheidsregio is opgenomen naar aanleiding van de landelijke korting op de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR). Zowel gemeenten als veiligheidsregio’s staan daarbij financieel onder druk. Veiligheidsregio’s worden geconfronteerd met een structurele korting van 10% op de BDuR-bijdrage vanuit het Rijk, terwijl tegelijkertijd sprake blijft van toenemende kostenontwikkelingen op het gebied van personeel, materieel, huisvesting en informatievoorziening. Voor Veiligheidsregio IJsselland betekent dit een taakstelling van circa 897.000 euro binnen de begroting 2026. Bij het opstellen van de begroting 2026 is ervoor gekozen deze taakstelling voor maximaal twee jaar binnen de bestaande begroting op te vangen. Dit is onder meer gerealiseerd door een lagere prijsindexering toe te passen, investeringen tijdelijk uit te stellen, de verhoging van de aanvullende BDuR-middelen voor crisisbeheersing en informatievoorziening niet in te zetten en tijdelijk ruimte te creëren binnen de flexibele schil van de organisatie. Tegen deze achtergrond is het van belang om de financiële ontwikkelingen in 2026 nauwgezet te monitoren, aangezien binnen de exploitatie minder financiële ruimte beschikbaar is dan in voorgaande jaren.

Vervolgens wordt de veiligheidsregio geconfronteerd met een toenemende maatschappelijke en operationele opgave. Met name op het gebied van crisisbeheersing, continuïteit en maatschappelijke weerbaarheid nemen de verwachtingen en werkzaamheden voor veiligheidsregio’s verder toe. Tegelijkertijd zorgen internationale en geopolitieke ontwikkelingen, waaronder de blokkade van de Straat van Hormuz, voor aanvullende financiële druk op de exploitatie van de organisatie. Deze ontwikkelingen brengen voor de veiligheidsregio aanvullende financiële lasten met zich mee. Ondanks deze financiële uitdagingen lukt het om de extra lasten binnen de bestaande begroting op te vangen door meevallers en onderschrijdingen op andere onderdelen van de reguliere exploitatie. Op basis van de gerealiseerde cijfers tot en met april 2026 wordt een voorlopig positief resultaat verwacht van 348.397 euro. Dit resultaat wordt grotendeels veroorzaakt door het nog niet inzetten van aanvullende BDuR-middelen voor het versterken van crisisbeheersing, informatievoorziening en weerbaarheid. Het gaat hierbij om een bedrag van 296.008 euro. Deze middelen zijn wel beschikbaar binnen de begroting, maar de verwachting is dat deze in 2026 niet volledig uitgegeven zullen worden.

Eventuele restantmiddelen worden aan het einde van het jaar gereserveerd voor het oorspronkelijke doel en worden conform de geldende afspraken niet teruggestort aan de deelnemende gemeenten. Na correctie van de aanvullende BDuR-middelen resteert een voorlopig positief resultaat van 52.389 euro op de uitvoering van de reguliere wettelijke taken. Indien deze ontwikkeling zich voortzet tot het einde van het boekjaar, zal dit resultaat conform de geldende financiële uitgangspunten worden terugbetaald aan de deelnemende gemeenten. De financiële effecten van de in deze bestuursrapportage opgenomen ontwikkelingen zijn financieel vertaald in de hiervoor opgenomen staat van baten en lasten. Na vaststelling van deze eerste bestuursrapportage door het algemeen bestuur zullen de financiële wijzigingen incidenteel worden verwerkt via een begrotingswijziging binnen de begroting 2026. 18 4.2 Toelichting resultaat 2026 Het geprognosticeerde resultaat van Veiligheidsregio IJsselland bedraagt voor 2026 348.397 euro. Dit resultaat bestaat enerzijds uit het resultaat op de uitvoering van de reguliere wettelijke taken namens de deelnemende gemeenten en het Rijk en anderzijds uit het resultaat op de aanvullende BDuR-middelen voor crisisbeheersing, informatievoorziening en weerbaarheid.

Een belangrijke voorwaarde van de BDuR-middelen is dat de extra gelden de gemeentelijke bijdrage niet mogen beïnvloeden en dat eventuele overschotten niet mogen terugvloeien naar de gemeenten. Dit deel van het resultaat van 348.397 euro bedraagt 296.008 euro waarmee het resultaat voor de gemeentes uitkomt op 52.389 euro. Resultaat Saldo Resultaat 2026 348.397 Reservering extra BDuR-gelden 2026 296.008 Resultaat deelnemende gemeentes 52.389 4.2.1 BDuR gelden Sinds 2023 ontvangt de veiligheidsregio aanvullende middelen van het ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) ter versterking van de crisisbeheersing en informatievoorziening. Deze middelen zijn bedoeld om veiligheidsregio’s beter toe te rusten op de veranderende risico’s en de toenemende maatschappelijke opgaven binnen het veiligheidsdomein. Daarnaast ontvangt Veiligheidsregio IJsselland in 2025 en 2026 aanvullende incidentele bijdragen van het Ministerie van Justitie en Veiligheid (J&V) voor de verdere ontwikkeling van noodsteunpunten en burgerhulpverlening. Het Rijk heeft hiervoor in 2025 landelijk 4,5 miljoen euro beschikbaar gesteld oplopend naar 10 miljoen euro in 2026. Vanaf 2027 wordt hiervoor structureel 35 miljoen euro per jaar beschikbaar gesteld aan de veiligheidsregio’s. Voor Veiligheidsregio IJsselland betekent dit een incidentele bijdrage van 180.000 euro in 2025 en 400.000 euro in 2026.

Onderdeel van deze landelijke afspraken is de gefaseerde ontwikkeling van een landelijk netwerk van noodsteunpunten waarbij veiligheidsregio’s en gemeenten gezamenlijk invulling geven aan de regionale en lokale uitvoering. De veiligheidsregio vervult hierbij een coördinerende rol in de voorbereiding op grootschalige crises en verstoringen van de maatschappelijke continuïteit. Vervolgens zijn er vanuit het Rijk aanvullende middelen ter beschikking gesteld aan de veiligheidsregio voor de versterking van de lokale en regionale weerbaarheid. Het ministerie van Justitie en Veiligheid heeft besloten de BDuR-bijdrage hiervoor in 2026 landelijk op te hogen met 8 miljoen euro en vanaf 2027 structureel met 25 miljoen euro. Deze middelen zijn bedoeld voor de verdere versterking en intensivering van de regionale weerbaarheid en de crisisbeheersingsorganisatie van de veiligheidsregio’s. Voor Veiligheidsregio IJsselland betekent deze landelijke intensivering een aanvullende bijdrage van 265.209 euro in 2026 oplopend naar een structureel bedrag van 828.779 euro vanaf 2027. Onderstaande tabel geeft inzicht in de prognose van de aanvullende BDuR-middelen voor 2026. De totale baten bedragen in 2026 naar verwachting 2.758.336 euro.

Deze baten bestaan uit de reguliere aanvullende BDuR-middelen voor crisisbeheersing en informatievoorziening, loon- en prijsindexatie voor deze gelden en de aanvullende incidentele bijdragen voor noodsteunpunten en regionale weerbaarheid. De totale lasten worden geraamd op 2.462.328 euro en hebben betrekking op de verdere versterking van crisisbeheersing, informatievoorziening, noodsteunpunten en maatschappelijke weerbaarheid binnen de regio. De middelen worden onder meer ingezet 19 voor personele capaciteit, doorontwikkeling van crisisstructuren, voorbereiding op grootschalige incidenten en de verdere versterking van de informatievoorziening en crisisorganisatie van de veiligheidsregio. Per saldo resteert voor 2026 een verwacht positief saldo van 296.008 euro. Dit saldo wordt grotendeels veroorzaakt doordat nog niet alle beschikbare middelen volledig structureel zijn ingevuld binnen de organisatie. De verdere uitwerking van de aanvullende landelijke opgaven en de structurele inrichting van capaciteit vinden gefaseerd plaats over meerdere jaren. Daarnaast bevinden niet alle medewerkers die worden ingezet vanuit deze middelen zich op het maximum van hun salarisschaal, waardoor de werkelijke loonkosten momenteel lager uitvallen dan waarmee in de begroting rekening is gehouden.

Ook wordt een deel van de beschikbare budgetten voor externe inhuur in 2026 naar verwachting niet volledig benut. Het positieve saldo heeft een tijdelijk karakter en hangt samen met de stapsgewijze inzet van de aanvullende BDuR-middelen binnen de veiligheidsregio. Tegelijkertijd is zichtbaar dat de aanvullende middelen in toenemende mate structureel worden ingezet en dat de versterking van crisisbeheersing, informatievoorziening en maatschappelijke weerbaarheid steeds verder vorm krijgt binnen de organisatie. Hierdoor neemt de benutting van de beschikbare middelen ten opzichte van voorgaande jaren geleidelijk toe.

Kostencategorieën Begroting 2026 Baten Primitieve begroting Crisisbeheersing 1.206.657 Primitieve begroting Informatievoorziening 817.600 Totaal primitieve begroting 2.024.257 Loon- en prijsindex 2025 Crisisbeheersing 39.694 Loon- en prijsindex 2025 Informatievoorziening 29.176 Aanvullende bijdrage Noodsteunpunten 400.000 Aanvullende bijdrage Weerbaarheid 265.209 Totale baten extra BDuR 2026 2.758.336 Lasten Besteding extra BDuR Crisisbeheersing 1.181.576 Besteding extra BDuR Informatievoorziening 700.752 Besteding extra BDuR Noodsteunpunten 400.000 Besteding extra BDuR Weerbaarheid 180.000 Totale lasten extra BDuR 2026 2.462.328 Saldo Crisisbeheersing 64.775 Saldo Informatievoorziening 146.024 Saldo Noodsteunpunten 0 Saldo Weerbaarheid 85.209 Saldo extra BDuR 2026 296.008 20 4.3 Toelichting incidentele afwijkingen Kostencategorieën Primaire begroting 2026 1e BERAP 2026 V/N Gewijzigde begroting 2026 Regulier resultaat BDUR 1 Personeelskosten 35.033.342 -602.852 V 34.430.490 -306.844 -296.008 2 Huisvestingskosten 6.805.457 43.287 N 6.848.744 43.287 0 3 Brandweermaterieel 6.895.148 160.415 N 7.055.563 160.415 0 4 Opleiden & Oefenen 3.311.700 155.119 N 3.466.819 155.119 0 5 Automatisering & verbindingen 2.751.589 -49.559 V 2.702.030 -49.559 0 6 Rente 492.914 221.673 N 714.587 221.673 0 7 Beheerskosten 1.275.961 158.515 N 1.434.476 158.515 0 8 Overige kosten 1.923.352 93.086 N

2.016.438 93.086 0 Totaal lasten 58.489.462 179.684 N 58.669.146 475.692 -296.008 9a Baten -242.182 -179.856 V -422.038 -179.856 0 9b Bijdrage GGD -3.359.719 0 - -3.359.719 0 0 10a. Gemeentelijke bijdrage -46.419.561 8.169 N -46.411.392 8.169 0 10b. Rijksbijdrage BDuR -8.074.216 -356.394 V -8.430.609 -356.394 0 Totaal baten -58.095.678 -528.081 V -58.623.759 -52.389 0 0 Saldo baten en lasten 393.785 -348.397 V 45.388 -52.389 -296.008 Toevoeging aan reserves 187.881 0 - 187.881 0 0 Onttrekking aan reserves -581.666 0 - -581.666 0 0 Resultaat 2026 0 -348.397 V -348.397 -52.389 -296.008 4.3.1 Personeelskosten Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP V/N Regulier resultaat BDUR 1 Personeelskosten Vrijval loonsom beroepsmedewerkers -466.399 V -279.283 -187.116 Vrijval kosten inhuur derden -136.453 V -27.561 -108.892 Totaal -602.852 V -306.844 -296.008 Ruimte in de loonsom beroepsmedewerkers Binnen de personeelskosten ontstaat in de eerste bestuursrapportage een positief effect van 466.399 euro op de loonsom van de beroepsmedewerkers. Hiervan heeft 279.283 euro betrekking op het reguliere exploitatieresultaat en 187.116 euro op de ontvangen extra BDuR-middelen voor crisisbeheersing, informatievoorziening en weerbaarheid. Op 16 maart 2026 is de nieuwe CAO voor de veiligheidsregio’s vastgesteld met terugwerkende kracht per 1 augustus 2025.

De CAO voorziet in een salarisverhoging van 4,1% per 1 augustus 2025 gevolgd door een aanvullende loonstijging van 3,1% per 1 augustus 2026. Bij het opstellen van de jaarrekening 2025 was de definitieve uitwerking van 21 deze CAO nog niet vastgesteld. Om die reden is destijds een transitorische verplichting opgenomen voor de verwachte extra loonkosten over de periode van 1 augustus 2025 tot en met 31 december 2025. Nu de definitieve CAO-afspraken bekend zijn, blijkt dat deze reservering hoger is geweest dan uiteindelijk noodzakelijk. Hierdoor ontstaat in 2026 een incidentele vrijval binnen de loonsom van de beroepsmedewerkers. In de huidige prognose is daarnaast rekening gehouden met de aanvullende salarisverhoging van 3,1% per 1 augustus 2026. Daarmee zijn de verwachte effecten van de nieuwe CAO voor het lopende boekjaar financieel verwerkt binnen de prognose voor 2026 en kunnen de hogere loonkosten binnen de financiële kaders worden opgevangen. Naast de hiervoor genoemde incidentele vrijval wordt het overschot binnen de loonsom mede veroorzaakt door personele ontwikkelingen gedurende het boekjaar. Binnen meerdere functies is sprake van tijdelijke vacatureruimte als gevolg van openstaande vacatures en doorlooptijden binnen werving- en selectieprocedures.

Daarnaast bevinden niet alle medewerkers zich in het maximum van hun salarisschaal, onder meer door de instroom van nieuwe medewerkers en functiegroei binnen de organisatie. Hierdoor vallen de werkelijke loonkosten momenteel lager uit dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Deze ontwikkeling is zichtbaar binnen zowel de reguliere exploitatie van de wettelijke taken als binnen de aanvullende BDuR-middelen. De ontstane ruimte binnen de loonsom heeft op dit moment een incidenteel karakter. Gezien de verwachte invulling van een deel van de openstaande vacatures wordt verwacht dat een aanzienlijk deel van deze incidentele ruimte vanaf volgend boekjaar structureel zal zijn ingevuld. Ruimte inhuur derden Binnen de kosten voor inhuur derden ontstaat een positief effect van 136.453 euro. Hiervan heeft 27.561 euro betrekking op het reguliere exploitatieresultaat en 108.892 euro op de BDuR-middelen. De lagere kosten voor externe inhuur hangen samen met de ingezette lijn om de afhankelijkheid van (tijdelijke) externe capaciteit te beperken. In het kader van de strategische personeelsplanning is de afgelopen periode nadrukkelijk gestuurd op het invullen van vacatures met vaste medewerkers in plaats van externe inhuur. Hierdoor is de inzet van externe expertise op meerdere onderdelen lager uitgevallen dan vooraf geraamd.

Daarnaast geldt dat voor een deel van de beschikbare BDuR-capaciteit nog geen volledige invulling heeft plaatsgevonden binnen het lopende boekjaar. Hierdoor ontstaat tijdelijk financiële ruimte binnen het budget voor externe inhuur. De huidige onderschrijding binnen de kosten voor inhuur derden heeft daarmee grotendeels een incidenteel karakter. Naarmate vacatures verder worden ingevuld en aanvullende werkzaamheden binnen crisisbeheersing, informatievoorziening en weerbaarheid verder tot uitvoering komen, kan deze ruimte in de loop van het jaar gedeeltelijk afnemen. 4.3.2 Huisvestingskosten Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP V/N 2 Huisvestingskosten Lagere afschrijvingslasten -5.294 V Hogere schoonmaakkosten 48.581 N Totaal 43.287 N 22 Afschrijvingslasten Door het vroegtijdig opstellen van de begroting van Veiligheidsregio IJsselland moet voor de raming van de afschrijvingslasten worden uitgegaan van een prognose van nog uit te voeren investeringen. Op basis van de gerealiseerde investeringen in voorgaande boekjaren kunnen de werkelijke afschrijvingslasten vervolgens afwijken van de oorspronkelijke begroting. Binnen de huisvestingskosten ontstaat een incidenteel voordeel van 5.294 euro op de afschrijvingslasten.

Dit voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt doordat een deel van de geplande investeringen later tot uitvoering is gekomen dan oorspronkelijk werd voorzien bij het opstellen van de begroting. Hierdoor starten de bijbehorende kapitaalslasten later dan geraamd. Hogere schoonmaakkosten Binnen de schoonmaakkosten ontstaat in deze eerste bestuursrapportage een nadeel van 48.581 euro. De hogere kosten worden voornamelijk veroorzaakt door de loon- en prijsontwikkelingen binnen de schoonmaakbranche. De cao-stijgingen binnen deze sector ontwikkelen zich momenteel sneller dan het tempo waarmee de begroting van Veiligheidsregio IJsselland jaarlijks wordt geïndexeerd. Daarnaast werkt de aanhoudende krapte op de arbeidsmarkt binnen de schoonmaakbranche door in hogere tarieven vanuit leveranciers. Hierdoor vallen de werkelijke schoonmaakkosten hoger uit dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Op dit moment wordt verwacht dat deze hogere lasten een grotendeels structureel karakter hebben. 4.3.3 Brandweermaterieel Kostencategorie Wijziging en 1e BERAP V/N 3 Brandweermaterieel Hogere brandstofkosten 311.700 N Hogere kosten beheer grote voertuigen 147.125 N Lagere afschrijvingslasten -298.410 V Totaal 160.415 N Brandstofkosten Binnen de kosten voor brandstoffen ontstaat in deze eerste bestuursrapportage een nadeel van 311.700 euro.

Veiligheidsregio IJsselland heeft de afgelopen jaren ingezet op verduurzaming van het wagenpark waardoor een groot deel van de voertuigen gebruikmaakt van HVO-brandstof (Hydrotreated Vegetable Oil) in plaats van reguliere diesel. Hoewel dit bijdraagt aan de duurzaamheidsdoelstellingen van de organisatie, is HVO gevoeliger voor prijsontwikkelingen op de internationale energiemarkt. De prijsontwikkeling van HVO staat momenteel sterk onder druk als gevolg van internationale geopolitieke ontwikkelingen en spanningen op de energiemarkt. Met name de afsluiting van de Straat van Hormuz leidt tot stijgende olie- en brandstofprijzen op de internationale markt. Hierdoor zijn de kosten van HVO in relatief korte tijd aanzienlijk toegenomen wat rechtstreeks doorwerkt in de exploitatie van de veiligheidsregio. Als gevolg van deze ontwikkelingen vallen de brandstofkosten in 2026 aanzienlijk hoger uit dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. 23 Kosten beheer grote voertuigen Binnen het beheer en onderhoud van grote voertuigen ontstaat een nadeel van 147.125 euro. De hogere kosten worden voornamelijk veroorzaakt door een toename van onderhoudswerkzaamheden aan het bestaande wagenpark in combinatie met stijgende prijzen van materialen, onderdelen en externe arbeidskosten.

Door de toenemende complexiteit en leeftijd van delen van het materieel nemen zowel de frequentie als de omvang van onderhoudswerkzaamheden toe. Tegelijkertijd werken de algemene prijsontwikkelingen binnen de automobiel- en technieksector door in hogere tarieven voor onderdelen, revisies en specialistische onderhoudswerkzaamheden. Op basis van de huidige inzichten wordt dit nadeel vooralsnog als grotendeels incidenteel beschouwd, mede omdat de omvang van onderhoudswerkzaamheden per jaar kan fluctueren afhankelijk van storingen, inzetbelasting en het moment waarop voertuigen worden vervangen. Afschrijvingslasten Door het vroegtijdig opstellen van de begroting van Veiligheidsregio IJsselland moet voor de raming van de afschrijvingslasten worden uitgegaan van een prognose van nog uit te voeren vervangingsinvesteringen. Wanneer investeringen later worden gerealiseerd dan oorspronkelijk gepland, schuift ook het moment waarop de afschrijvingen starten op naar een later boekjaar. Binnen het brandweermaterieel leidt dit tot een incidenteel voordeel van 298.410 euro op de afschrijvingslasten. Dit voordeel wordt veroorzaakt doordat meerdere vervangingsinvesteringen later tot uitvoering komen dan waarmee bij het opstellen van de begroting rekening is gehouden.

De veiligheidsregio probeert het doorschuiven van investeringen te beperken door direct na vaststelling van de investeringskredieten te starten met de voorbereiding, aanbesteding en bestelling van voertuigen en materieel. In de praktijk kunnen investeringen echter alsnog vertraging oplopen als gevolg van langere levertijden, marktomstandigheden, capaciteitsdruk bij leveranciers en beschikbaarheid van onderdelen. Hierdoor verschuift ook de aanvang van de bijbehorende kapitaallasten naar latere jaren, hetgeen in 2026 leidt tot lagere afschrijvingslasten dan oorspronkelijk begroot. 4.3.4 Opleiden & oefenen Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP V/N 4 Opleiden en oefenen Hogere kosten warme opleidingen 155.119 N Totaal 155.119 N Warme opleidingen Binnen de kostencategorie opleiden en oefenen is er sprake van een nadeel van 155.119 euro voor de kosten van warme opleidingen. De hogere lasten hangen samen met de aanhoudende druk op de personele bezetting binnen de repressieve organisatie en de daarmee samenhangende noodzakelijke uitbreiding van de opleidingscapaciteit. Om de operationele inzetbaarheid van posten op peil te houden zijn in de afgelopen periode meer opleidingsklassen voor nieuwe brandwachten opgestart dan oorspronkelijk in de begroting was voorzien.

Waar in de reguliere opleidingsplanning werd uitgegaan van circa 36 opleidingsplaatsen, blijkt in de praktijk een hogere instroom noodzakelijk te zijn om de uitstroom van vrijwilligers en de natuurlijke vervanging binnen de organisatie op te kunnen vangen. Daarnaast is er sprake van een natuurlijke doorontwikkeling binnen de repressieve organisatie. Door uitstroom van vrijwilligers ontstaan vacatures binnen specialistische functies waardoor brandwachten doorgroeien naar rollen als bevelvoerder en brandweerchauffeur. Deze ontwikkeling leidt tot een toenemende opleidingsbehoefte en aanvullende investeringen in vakbekwaamheid. 24 4.3.5 Automatisering & verbindingen Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP V/N 5 Automatisering & verbindingen Lagere afschrijvingslasten -49.559 V Totaal -49.559 V Afschrijvingslasten Door het vroegtijdig opstellen van de begroting van Veiligheidsregio IJsselland moet voor de raming van de afschrijvingslasten worden uitgegaan van een prognose van nog uit te voeren investeringen binnen de ICT-omgeving. Wanneer investeringen later tot uitvoering komen dan oorspronkelijk gepland, schuift ook de start van de afschrijvingen op naar een later moment. Binnen automatisering en verbindingen ontstaat hierdoor een incidenteel voordeel van 49.559 euro op de afschrijvingslasten.

Dit voordeel wordt voornamelijk veroorzaakt doordat meerdere geplande investeringen binnen de ICT-omgeving later zijn gerealiseerd dan waarmee bij het opstellen van de begroting rekening was gehouden. Risico en beheersing De digitale afhankelijkheid van organisaties neemt de komende jaren verder toe. Tegelijkertijd ontwikkelen cyberdreigingen zich in hoog tempo en worden de eisen rondom informatiebeveiliging en digitale weerbaarheid steeds omvangrijker. Met de komst van de Cyberbeveiligingswet (NIS2) worden organisaties binnen de (semi-)overheid geconfronteerd met strengere eisen op het gebied van cybersecurity, risicobeheersing, monitoring, incidentmelding en bestuurlijke verantwoordelijkheid. Daarnaast zorgen technologische ontwikkelingen, cloudtoepassingen, verdere digitalisering van werkprocessen en de toenemende inzet van Microsoft 365 voor een complexere ICT- omgeving. Ook de ontwikkeling van AI-gedreven cyberaanvallen en phishingtechnieken vergroot de noodzaak om continu te investeren in beveiligingsmaatregelen, monitoring en digitale weerbaarheid. Deze ontwikkelingen brengen het risico met zich mee dat aanvullende investeringen noodzakelijk zijn die op dit moment nog niet volledig voorzienbaar zijn.

Dit geldt met name voor informatiebeveiliging, cybersecuritymaatregelen, identiteits- en toegangsbeheer, logging, cloudbeveiliging en het versterken van de digitale continuïteit van de organisatie. 4.3.6 Rente Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP V/N 6 Rente Hogere rentelasten 221.673 N Totaal 221.673 N Rentelasten Binnen de rentelasten ontstaat een nadeel van 221.673 euro. Dit nadeel hangt samen met het aantrekken van twee nieuwe langlopende leningen van ieder 4 miljoen euro in 2025 en 2026 ter financiering van de vervangingsinvesteringen binnen de veiligheidsregio. 25 De veiligheidsregio financiert vervangingsinvesteringen conform het vastgestelde treasury- en activabeleid grotendeels met externe langlopende financiering. Als gevolg van de omvang van de investeringsopgave zijn in de afgelopen twee boekjaren aanvullende leningen noodzakelijk geweest. De hiermee samenhangende rentelasten werken door in de exploitatie van de veiligheidsregio in 2026 en verder. De rentelasten van de in 2025 afgesloten lening bedragen in 2026 118.165 euro. De in 2026 aangetrokken lening leidt daarnaast tot aanvullende rentelasten van 103.508 euro. De structurele verwerking van deze financieringslasten vindt plaats vanaf respectievelijk de begrotingen 2027 en 2028.

De extra rentelasten kunnen in 2026 incidenteel worden opgevangen binnen de bestaande begroting door vrijval van kapitaallasten als gevolg van het later uitvoeren van vervangingsinvesteringen. Hierdoor ontstaat in het lopende boekjaar voldoende financiële ruimte om de aanvullende rentelasten op te vangen binnen de bestaande begroting. Risico De ontwikkeling van de rentelasten laat zien dat de toenemende investeringsopgave van de veiligheidsregio leidt tot een structureel hogere financieringsbehoefte in de komende jaren. Hierdoor wordt de exploitatie gevoeliger voor renteontwikkelingen op de kapitaalmarkt. Stijgende rentestanden hebben directe gevolgen voor de structurele lasten van de veiligheidsregio en toekomstige gemeentelijke bijdragen. Internationale economische ontwikkelingen, inflatie en geopolitieke spanningen zorgen daarbij voor toenemende onzekerheid op de financiële markten en kunnen invloed hebben op toekomstige financieringskosten van de veiligheidsregio. 4.3.7 Beheerskosten Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP V/N 7 Beheerskosten Hogere kosten advies 80.460 N Hogere kosten contributies en abonnementen 30.981 N Hogere kosten consumpties en maaltijden 23.879 N Hogere kosten keuringen en vaccinaties 23.194 N Totaal 158.515 N Advieskosten Binnen de beheerskosten ontstaat een nadeel van 80.460 euro voor de kosten van juridische bijstand.

De hogere lasten hangen grotendeels samen met een lopende arbeidsrechtelijke kwestie waarvoor aanvullende externe juridische ondersteuning noodzakelijk is gebleken. Daarnaast is sprake van reguliere advieskosten binnen de exploitatie van de veiligheidsregio die eveneens hoger uitvallen. De kosten voor juridische ondersteuning zijn sterk afhankelijk van de aard en complexiteit van lopende dossiers en daardoor niet voorzienbaar bij het opstellen van de begroting. Dit nadeel wordt om die reden als incidenteel beschouwd. Contributies en abonnementen De kosten voor contributies en abonnementen laat een nadeel van 30.981 euro zien. Deze overschrijding wordt voornamelijk veroorzaakt door prijsstijgingen van bestaande contracten, lidmaatschappen en dienstverleningsovereenkomsten. Met name binnen de arbodienstverlening, salarisverwerking en diverse landelijke samenwerkingsverbanden zijn de tarieven sterker gestegen dan waarmee binnen de reguliere begrotingsindexering rekening is gehouden. Daarnaast is sprake van enkele nieuwe abonnementen en 26 samenwerkingsverbanden die bijdragen aan de verdere professionalisering van de organisatie, maar die bij het opstellen van de begroting nog niet volledig waren voorzien en leiden tot aanvullende kosten binnen de exploitatie. Consumpties en maaltijden Binnen de kosten voor consumpties en maaltijden ontstaat een nadeel van 23.879 euro.

De hogere lasten worden veroorzaakt door prijsstijgingen binnen catering- en horecadiensten die hoger uitvallen dan de reguliere indexering binnen de begroting. Daarnaast is sprake van een toename van de kosten voor maaltijden en kantinevoorzieningen als gevolg van operationele- en organisatorische ontwikkelingen binnen de brandweerzorg. Hierdoor vallen de werkelijke kosten in 2026 hoger uit dan oorspronkelijk geraamd. Keuringen en vaccinaties De kosten voor keuringen en vaccinaties vallen 23.194 euro hoger uit dan vooraf was begroot. De hogere kosten hangen samen met toenemende wettelijke en arbotechnische verplichtingen rondom duurzame inzetbaarheid, periodieke medische keuringen en preventieve gezondheidsmaatregelen binnen de repressieve organisatie. Daarnaast leiden prijsstijgingen binnen de periodieke medische keuringen tot hogere tarieven voor keuringen dan waarmee in de begroting rekening is gehouden. Gezien het structurele karakter van deze verplichtingen wordt verwacht dat deze kostenontwikkeling ook in toekomstige jaren zichtbaar blijft. 4.3.8 Overige kosten Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP V/N 8 Overige kosten Hogere kosten voorgaande jaren 93.086 N Totaal 93.086 N Kosten voorgaande jaren Binnen de overige kosten ontstaat een nadeel van 93.086 euro met betrekking tot kosten over voorgaande jaren.

Deze lasten hebben betrekking op facturen die betrekking hebben op eerdere boekjaren, maar waarvan de definitieve verwerking pas in 2026 heeft plaatsgevonden. De hogere kosten worden voornamelijk veroorzaakt doordat facturen later zijn ontvangen dan waarmee bij het opstellen van de jaarrekening rekening is gehouden. Hierdoor drukken deze lasten incidenteel op het resultaat van het lopende boekjaar. Deze kosten zijn naar hun aard niet voorspelbaar en kunnen per boekjaar fluctueren. 4.3.9 Baten Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP V/N 9a Baten Hogere opbrengsten verkoop activa -100.000 V Hogere rentebaten -65.933 V Hogere opbrengsten uitkeringen -37.623 V Lagere overige opbrengsten 23.700 N Totaal -179.856 V 27 Verkoopopbrengsten Als gevolg van hogere opbrengsten uit de verkoop van activa ontstaat een incidenteel voordeel van 100.000 euro. Door de toenemende omvang van de vervangingsinvesteringen wordt meer bestaand materieel buiten gebruik gesteld en verkocht hetgeen leidt tot hogere verkoopopbrengsten. Deze opbrengsten hebben betrekking op de verkoop van afgeschreven voertuigen en materieel waarvan de gerealiseerde verkoopopbrengsten hoger uitvallen dan oorspronkelijk geraamd. De uiteindelijke opbrengst van verkochte activa is afhankelijk van marktomstandigheden, de staat van het materieel en het moment van verkoop. Hierdoor kunnen deze opbrengsten per jaar fluctueren.

Rentebaten Binnen de baten ontstaat daarnaast een voordeel van 65.933 euro door hogere rentebaten. Als gevolg van positieve saldi op de schatkistrekening ontvangt Veiligheidsregio IJsselland renteopbrengsten over haar overtollige liquide middelen. De hoogte van deze rentebaten is afhankelijk van zowel de ontwikkeling van de marktrente als het verloop van de liquiditeitspositie gedurende het boekjaar. Door het faseren van investeringen en het moment waarop vervangingsinvesteringen daadwerkelijk tot uitvoering komen, blijven middelen tijdelijk langer beschikbaar waardoor extra renteopbrengsten worden gerealiseerd. Gezien de afhankelijkheid van renteontwikkelingen en het liquiditeitsverloop hebben deze opbrengsten een incidenteel karakter en kunnen deze gedurende het jaar fluctueren. Uitkeringen Er ontstaat een voordeel van 37.623 euro op de opbrengsten uit uitkeringen. Dit voordeel wordt veroorzaakt door ontvangen zwangerschapsuitkeringen van het UWV ter compensatie van loonkosten tijdens zwangerschaps- en ouderschapsverlof. Deze ontvangsten waren bij het opstellen van de begroting nog niet voorzien waardoor in 2026 hogere incidentele opbrengsten worden gerealiseerd. Overige opbrengsten Met betrekking tot de overige opbrengsten is er sprake van een nadeel van 23.700 euro.

Dit nadeel wordt voornamelijk veroorzaakt doordat een convenant met Politie Nederland is komen te vervallen, waardoor circa 20.000 euro aan geraamde opbrengsten in 2026 niet meer wordt gerealiseerd. Het resterende nadeel bestaat uit diverse kleinere afwijkingen binnen de overige opbrengsten van de organisatie. 4.3.10 Algemene dekkingsmiddelen Kostencategorie Wijzigingen 1e BERAP V/N 10 Algemene dekkingsmiddelen Hogere ontvangsten BDuR -356.934 V Lagere ontvangsten gemeentelijke bijdrage 8.169 N Totaal -348.225 V Hogere ontvangsten BDuR-bijdrage De ontvangsten uit de Brede Doeluitkering Rampenbestrijding (BDuR) vallen in 2026 per saldo 356.394 euro hoger uit dan oorspronkelijk begroot. De primitieve begroting 2026 is opgesteld op basis van de decembercirculaire 2024 van het Ministerie van Justitie en Veiligheid waarin voor Veiligheidsregio IJsselland een voorlopige BDuR-bijdrage van 8.074.216 euro was opgenomen. 28 Voor 2026 is de voorlopige bijdrage vanuit het Rijk bijgesteld. Hierdoor komt de totale BDuR- bijdrage voor 2026 uit op 9.143.922 euro, exclusief de loon- en prijsbijstelling die later via de junicirculaire 2026 wordt verwerkt en waarover in de tweede bestuursrapportage zal worden gerapporteerd.

De hogere bijdrage hangt samen met aanvullende rijksmiddelen voor onder meer noodsteunpunten, regionale weerbaarheid en PTSS-gerelateerde ondersteuning binnen de veiligheidsregio’s. Een belangrijk deel van deze aanvullende middelen is doelgebonden en leidt tevens tot aanvullende lasten binnen de exploitatie van de veiligheidsregio. Hierdoor leidt de hogere rijksbijdrage niet volledig tot een vrij besteedbaar voordeel binnen de begroting. Per saldo ontstaat in 2026 een positief resultaat van 356.394 euro op de ontvangen BDuR-bijdrage vanuit het Rijk. Hieronder volgt een tabel waarin de opbouw van de BDuR-middelen in 2026 is opgenomen: Opbouw BDuR-middelen 2026 Bedrag V/N Primitieve begroting 2026 8.074.216 Voorlopig toegekende bijdrage 2026 9.143.922 Subtotaal -1.069.706 V Bijdrage Noodsteunpunten 400.000 N Bijdrage Weerbaarheid 265.209 N Bijdrage PTSS 48.103 N Totaal -356.394 V Gemeentelijke bijdrage Met betrekking tot de gemeentelijke bijdrage ontstaat een nadeel van 8.169 euro. Dit nadeel wordt veroorzaakt doordat de maatwerkafspraak met de gemeente Kampen inzake de bekostiging van de FLO-lasten is beëindigd. Aanleiding hiervoor is dat er geen voormalige medewerkers vanuit de gemeente Kampen meer zijn waarvoor deze specifieke FLO- afspraken nog van toepassing zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/92da266d-96c2-4b46-a121-05fbeef75873?agendaItemId=e67890e4-be26-4dc1-8458-65ea751d7317