3.1 Provincie Overijssel - Nota van Antwoord PIP.pdf
Tekst van het document
He t graven van petgaten werd vroeger uitgevoerd in het kader van de brandstofwinning (mijnbouw, zo u wilt). Nu wordt hetzelfde beheer uitgevoerd in het kader van het natuurbeheer. Het beheer past dus bij de cultuurhistorie van het gebied. Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 10 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig In het aanwijzingsbesluit zijn onder andere de Natura 2000 habitattypen Trilveen (H71400A), Veenmosrietland (7140B), Galigaanmoeras (H7210), Kranswierwateren (H3140) en Meren met krabbenscheer en fonteinkruiden (H3150) en habitatsoorten Groenknolorchis (H1903), Gestreepte waterroofkever (H1082) en Gevlekte witsnuitlibel (H1042) afhankelijk van kleine open wateren (petgaten), die op termijn weer gaan verlanden. Zonder cyclisch beheer zouden deze Natur a 2000 habitattypen (en alle soorten die daarin voorkomen) onherroepelijk ve rdwijnen uit het gebied. Het aanleggen van petgaten is dus voorwaardelijk voor het behoud van de biodiversiteit van het gebied. Er is door gebrek aan geld een achterstand ontstaan in het aanleggen van petgaten. Als de achterstand is ingehaald, zal het cy clische beheer weer een stuk extensiever worden. De klimaatverandering heeft ook onze zorg. De klimaatverandering heeft zeker een rol gespeeld bij de keuzes die gemaakt zijn bij het opstellen van de maatregelen.
In de offertes vragen wij de aannemers na te denken over milieuvriendelijke alternatieven bij de uitvoer. Bij de verwerking van het materiaal is nagedacht over de milieueffecten. Er wordt nu bijvoorbeeld een vooroever aangelegd in de Beulakerwijde. Deze vooroever is nodig om verdere afslag van de oever te voorkomen. Maar wij gaan deze vooroever ook gebruiken om daar zo veel mogelijk van het veen dat vrijkomt bij het graven van petgaten onder water te verwerken. Deze relatief nieuwe methode van verwerking zal worden begeleid met een onderzoek naar de eventuele uitstoot van broeikasgassen. Overigens is het zo dat de petgaten op termijn weer gaan verlanden. Hierbij zullen ze weer koolstof gaan opslaan. Het gebied zal in situatie komen waarbij afgraven en aangroei in evenwicht zullen zijn en waarin het areaal bos min of meer gelijk zal blijven (maar wel ouder mag worden). 10.2 Uit studies van OBN blijkt dat hergroei van veen in petgaten nog geen vanzelfsprekendheid is en dat deze aanpak niet altijd het verwachte resultaten geeft. Vraagt dit niet om meer monitoring van al bestaande petgaten en kennisopbouw over het verloop van de verlanding ? Er is in het kader van OBN veel onderzoek gedaan naar de wijze waarop successie plaatsvindt. Er heeft onder andere een landelijk onderzoek plaatsgevonden naar de verlanding in petgaten.
Ook is er in meerdere onderzoeken speciaal gekeken naar de verlanding in petgaten in de Kop van Overijssel. Er is bekend dat de successie als gevolg van een mindere water - en luchtkwaliteit nu anders verloopt da n enige jaren geleden. De locaties waar de successie nog verloopt zoals vroeger (de zogenaamde mesotrofe verlanding, waarbij trilveen wordt gevormd), zijn zeer schaars geworden. Dit is zorgelijk in het licht van het duurzaam behoud van de biodiversiteit in De Wieden en De Weerribben. Het OBN onderzoek heeft geleid tot een advies voor normen voor water- en luchtkwaliteit. Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 10 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig Het grootste deel van de huidige trilvenen van De Wieden en Weerribben zijn gevormd na het instellen van een vast peilbeheer als gevolg van de ingebruikneming van het gemaal Stroïnk in 1928. Een stabiel peil heeft de verlanding juist versneld. Er zijn dan ook geen hydrologische knelpunten geconstateerd in relatie tot de gewenste successie. Er zijn bij het opstellen van de maatregelen voor Natura 2000 maar lief st drie leden van het OBN-deskundigenteam Laagveen en zeeklei direct betrokken. We zijn dan ook in staat om binnen dit project de nieuwste wetenschappelijke kennis direct toe te passen bij het opstellen van de te nemen maatregelen.
En ja, het is inderdaad van belang om de verlanding van bestaande en nieuwe petgaten nauwlettend te volgen ; dat gebeurt ook. 10.3 Is overwogen een substantieel kleiner areaal te kiezen en alleen op die locaties petgaten aan te leggen waar de beoogde successie het meest kansrijk is? Zoals hiervoor al toegelicht is zijn er geen hydrologische knelpunten geconstateerd in relatie tot de gewenste successie. Er is op dit moment een werkgroep bezig om concrete maatregelen te formuleren voor het op orde brengen van de waterkwali teit. Daarnaast zal er binnenkort gestart worden met een gebiedsproces, welke moet leiden tot een reductie van de stikstofdepositie in het gebied. Wij hebben er alle vertrouwen in dat deze zaken ertoe zullen leiden dat de in een groot deel van het gebied w eer de situatie weer zo zal zijn, dat er voldoende ruimte is voor de successie, welke nodig is voor het duurzaam behoud van de natuurwaarden (w.o. ook de Natura 2000 doelen). Er is in samenspraak met meerdere partijen gekozen om te beginnen met minder petgaten graven dan oorspronkelijk het plan was. Het gaat in eerste instantie om 45 ha. Ook de locaties worden bepaald op basis van kansrijkheid wat betreft verlanding. Nee 10.4 Het ontbossen, het graven van petgaten, het verplaatsen van de bagger over een grote afstand, de (eventuele) aankoop van grond i.v.m.
herplantplicht en de herplant kost vele tientallen miljoenen euro’s. De vraag is en [of; red.] deze hoge kosten wel verantwoord zijn en [het geld; red.] niet op een veel betere manier ingezet kunnen worden in de Wieden of elders. De doelen uit het Natura 2000 beheerplan zijn juridisch bindend. Dat betekent dus ook dat maatregelen moeten worden uitgevoerd, welke nodig zijn om de doelen te halen. Er heeft in voorbereiding op de maatregelen uit het Natu ra 2000 beheerplan een studie plaatsgevonden met als vraag of het mogelijk is de doelen te halen voor lagere kosten. Helaas heeft deze zoektocht geen goedkopere alternatieven opgeleverd. Er is in samenspraak met meerdere partijen gekozen om te beginnen met minder petgaten graven dan oorspronkelijk het plan was. Het gaat in eerste instantie om 45 ha. Het is overigens niet zo dat het geld alleen maar voordelen heeft voor de natuur. Wij voeren het werk zo veel mogelijk uit met lokale ondernemers. Wij versterken zo de lokale economie. De zoektocht naar goedkopere alternatieven stopt nooit. Steeds weer zullen wij blijven zoeken naar het meest goedkope alternatief voor de maatregelen. Nee 10.5 Het verlies van zo’n groot areaal moerasbos is niet uit te drukken in geld, maar ontegenzeggelijk is dit een groot verlies, omdat Nederland niet rijk is aan Het is juist dat de waarde van moerasbos niet is te overschatten.
Wij willen dan ook een substantieel oppervlak moerasbos duurzaam behouden in De Wieden (zie verderop in dit antwoord). Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 10 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig moerasbossen. Waarom is in de stukken deze ‘verliespost’ zo onderbelicht? Het is bekend dat met name oudere bossen een bijzondere diversiteit kennen. Maar het is ook zo dat in lijn met het landelijke beeld, de soorten van open terreindelen het beduidend slechter doen dan soorten van het bos (zie bijvoorbeeld ook het laatste Living Planet rapport van het WNF). Vroeger kwamen in de Kop van Overijssel soorten voor als de Blauwe - en de Grauwe kiekendief, ook de Velduil was vaste bewoner. Bij uitstek soorten van grote open landschappen. De Wulp komt gelukkig nog voor, maar ook zij is sterk achteruitgegaan als gevolg van de verbossing in de Kop van Overijssel. De Grote vuurvlinder is onlangs verdwenen uit De Wieden, gelukkig komt ze nog voor in De Weerribben. Voor soorten als het Paapje en de Kwartelkoning, soorten die onderdeel uitmaken van het Natura 2000 aanwijzingsbesluit, is uit recent onderzoek gebleken dat het gebrek aan landschappelijke openheid een knelpunt is in De Wieden. Er is dus veel voor te zeggen om de landschappelijke openheid te behouden en waar nodig te versterken.
Het oppervlak bos in De Wieden (en De Weerribben) is na 1900 sterk toegenomen. In De Wieden was er rond 1900 naar schatting minder dan 200 ha bos, nu is dat meer dan 700 ha. De bossen zijn recentelijk gekarteerd en zijn in goed in beeld. Er is een waardenkaart gemaakt van de bossen. Hierbij zijn de natuur -, cultuurhistorische en landschappelijke waarden van deze bossen in beeld gebracht. Belangrijke zaken die hierbij onder andere naar voren kwamen: De oudere (kooi)bossen zijn in het licht van de biodiversiteit veel rijker dan de bossen die later zijn ontstaan. Deze oude bossen blijven sowieso gespaard. Er zijn veel kleine jonge bosjes, maar er zijn onvoldoende grote kernen moerasbos. Een moerasbos gaat pas echt als een bos functioneren als het ten minste 50 ha is. Er is besloten enkele locaties aan te wijzen waar het moerasbos substantieel in oppervlak m ag toenemen. Het gaat om de locaties rond de bestaande oude boskernen van de Otterskooi (Dwarsgracht), de Klaverskooi (Belt -Schutsloot) en de Bakkerskooi (Wanneperveen). Waardevolle en bijzondere bostypen die buiten deze boskernen liggen, zullen behouden blijven. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om stukken van het Natura 2000 habitattype Hoogveenbos (H91D0), de (inter)nationaal zeldzame Moerasvaren-elzenbroekbossen en laurierwilgen - en gagelstruweel.
Cultuurhistorisch waardevolle bos(jes), zoals geriefhoutbo sjes en (restanten van) eendenkooien zullen behouden blijven. Er zijn landschapstypen gedefinieerd, waarbij weinig bos past of juist wat meer bos. Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 10 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig Het huidige areaal bos (en de ligging daarvan) staat het behalen van sommige Natura 2000 doelen in de weg. V rijwel alle Natura 2000 doelen vragen om meer openheid. Denk bijvoorbeeld aan de Grote vuurvlinder en de Watersnip. Ook is er ruimte nodig voor het eerder genoemde cyclische beheer om alle Natura 2000 habitattypen duurzaam te behouden. Op basis van alle hierboven genoemde criteria worden locaties voor het verwijderen van bos aangewezen. Er zal zeker zo’n 500 ha bos duurzaam blijven bestaan in De Wieden. Wij denken daarmee de bijzondere waarden van moerasbos te behouden en zelfs te versterken. P.S: Overigens is het zo dat voor het behoud van het (inter)nationaal zeldzame Moerasvaren-elzenbroekbos (een bostype dat voorkomt op een dunne kragge) het ook voorwaardelijk is dat er telkens opnieuw open water wordt gecreëerd. 10.6 Als het moerasbos in de zuidelijke Wieden wordt gekapt zullen de contouren van het industriegebied van Zwartsluis zichtbaar worden vanuit de Schutsloterwijde. De vraag is of met deze landschappelijke achteruitgang rekening is gehouden.
Landschapsschoon, waarvan de landschappelijke diversiteit een onderdeel is, zijn een afweging bij het beheer van De Wieden. Het lastige hierbij is dat deze zaken moeilijk zijn te objectiveren. De een houdt van een meer gesloten landschap, de ander juist van een open landschap. Bij het presenteren van de plannen voor het verwijderen van enkele bossen rond Zwartsluis was het juist zo dat wij veel positieve reacties hebben ontvangen. Mede gesteund door deze positieve reacties hebben wij de maatregelen verder uitgewerkt. Helaas kunnen we er niet voor zorgen dat iedereen tevreden is. Laat onverlet dat wij het betreuren dat u ontevreden bent met de voorgestelde maatregelen. Nee 10.7 Uw conclusie: - Dit plan is niet voldoende getoetst aan de urgente ecologische opgaven waar de wereld voor staat. - De zeer hoge kosten en het verlies van het moerasbos wegen niet op tegen de onzekere baat van de successie die met de petgaten wordt beoogd. Landschappelijk is het een verarming mede omdat in een deel van de Wieden de co ntouren van het industriegebied bij Zwartsluis zichtbaar zullen worden. Hierboven hebben we proberen uit te leggen dat successie nu plaats vindt op kleine schaal, maar dat er in de toekomst zeker successie plaats vinden omdat er hard gewerkt wordt aan het reduceren van stikstofdepositie en aan het verbeteren van de waterkwaliteit.
Nee In lijn met bovenstaande verzoek t u ons: - af te zien van het huidige plan om de komende 18 jaar 2,7 km2 petgaten te graven; - het plan te herzien en daarbij fors af te schalen; - gebieden te selecteren vanuit het oogpunt van kansrijkheid en; - maximaal te voorkomen dat oude moerasbossen worden gekapt. Voor zover uw verzoek betrekking heeft op dit plan kunnen wij stellen dat het plan fors is afgeschaald, maar dit had vooral een fi nanciële reden. Dit is niet helemaal juist. We menen vooralsnog met minder petgaten ook de doelen te kunnen halen. Hierdoor heeft er een extra selectie in locatiekeuze plaats gevonden. Oude zeer waardevolle moerasbossen worden nooit gekapt. Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 10 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP Nr. Zienswijze 11 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig 11.1 Hierbij wil u bezwaar maken op Natura 2000 ontwerp inpassingsplan De Wieden. In het ontwerp is vooral aandacht voor de inrichting van de gebieden. Bijvoorbeeld het gebied in Muggenbeet. Maar het is niet duidelijk wat de externe werking van deze inrichting en verandering van natuur zal zijn voor boeren in de omgeving van De Wieden. De externe werking van de hydrologische en ecologische aanpassingen is onderzocht en levert geen significante beperkingen op.
Het MER en het hydrologisch onderzoek laten zien dat er geen significant negatieve effecten zijn te verwachten aan de Jan van Nassauweg. De effecten op het gebied van stikstof zijn op de lange termijn (20-30 jaar) positief voor de omgeving, doordat door de vernatting de weerbaarheid van de stiktstofgevoelige habitatsoorten wordt vergroot en de negatieve effecten van de huidige stikstofdepositie worden verminderd . Nee 11.2 Voor de potentiële ontwikkeling van uw landbouwbedrijf is Natura2000 een behoorlijke factor. Natura2000 belemmerd of maakt verder ontwikkeling onmogelijk of extra duur door invulling extra (technische)maatregelen. Uw bedrijf ligt op 1,7 km afstand van het N2000-gebied, die afstand verandert niet. Op het gebied van stikstofemissie/-depositie ondervindt uw bedrijf mogelijk al negatieve effecten door de bestaande situatie. Zoals hiervoor aangegeven is de bedoeling door de maatregelen uit het plan dit op de lange termijn te verminderen. Nee 11.3 Het is niet duidelijk uit het inpassingsplan hoe dit nog aanvullend effect gaat hebben op onze toekomstige ontwikkeling. Omdat het niet duidelijk is maak ik bezwaar tegen het inpassingsplan. Zie hiervoor. Nee Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP Nr. Zienswijze 12 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig 12.1 Er zijn inrichtingsmaatregelen ingetekend op regulier verpachtte grond.
U stelt dat dat gebeurd is zonder dat u daar iets vanaf weet, u vindt dit niet kunnen. Wij kunnen deze opmerking niet plaatsen. Met u zijn juist afspraken gemaakt dat uw reguliere pacht naar een perceel van Natuurmonumenten aan de Hevenweg wordt verplaatst, zodat de agrarische bedrijfsvoering kan worden voortgezet. Naar onze mening gaat u er daarbij op vooruit, want de huidige pachtpercelen zijn vaarland en het toekomstige pachtperceel ligt aaneengesloten aan de verharde Hevenweg. Er is, naar aanleiding van het overleg met u , een bestaand rietteeltgebied toegevoegd op de verbeelding (zie Ambtshalve wijzigingen bij V1). Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 12 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig 12.2 Agrarisch gebruik mag straks niet meer in de nieuwe natuur (strijdig gebruik) elders staat dat rietteelt onder agrarisch gebruik valt mag rietsnijden straks dus niet meer? De door u getrokken conclusie is juist. Alleen op gronden die aangeduid zijn als ‘specifieke vorm van natuur – rietteelt’ is rietteelt nog toegestaan. Voor de overige rietpercelen geldt dat het eens in de drie ja ren gesneden mag worden. Nee 12.3 Bij 3.5.1.4.5 en dan bij kade Hevenweg 5. Er was volgens u overlegt dat de kade aan de natuurzijde komt te liggen om beheer voor de natuurstukken mogelijk te maken met de kanttekening dat u de kade mocht gebruiken om te keren.
Nu constateert u dat er een afrastering geplaatst wordt en dan kan dat dus volgens u niet. Uitgangspunt bij het leggen van de kade en het bepalen van de grens is dat het huidig gebruik niet mag verslechteren, maar ook niet hoeft te verbeteren. In de huidige situatie is er geen kade die gebruikt kan worden om te keren. Dit zal in de toekomstige situatie ook niet het geval zijn. Daarbij komt dat de kade aan de natuurzijde is geprojecteerd, op eigendom van Natuurmonumenten . Bij de ontwikkeling van het plan is op verzoek van het waterschap, de beheerder van de kade als uitgangspunt gehanteerd dat dubbel gebruik van de kaden voorkomen dient te worden om zodoende de waterveiligheid optimaal te garanderen. Nee 12.4 Volgens u bestaat door het aanleggen van de nieuwe kade de kans dat de percelen door het gewicht van de kade onderuit gaan zakken. U gaat er van uit dat hier rekening mee gehouden wordt en dat het eventueel ook opgelost gaat worden. Met de opbouw van de kade word t hier rekening mee gehouden. In de uitvoeringsfase wordt de opbouw van de kade verder technisch uitgewerkt en wordt ook dit criteria getoetst. Nee 12.5 Verder was er volgens u overlegt dat er in elke sloot een dam zou komen en niet om en om. U stelt dat u hier na de verslaglegging van het overleg ook op heeft gereageerd maar hier niets meer van hebt gehoord.
Nu concludeert u dat er maatregelen worden opgevoerd die NIET overlegd zijn . Uitgangspunt bij de inrichting van de percelen is dat de huidige situatie niet verslechterd en gebruik van het land op dezelfde manier kan als voorheen. Wij hebben geconcludeerd dat in de huidige situatie niet op elk perceel een dam ligt en op basis daarvan zijn deze niet ingetekend in de nieuwe plannen. Deze uitgangspunten zijn met u in het veld besproken. Nee Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP Nr. Zienswijze 13 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig 13.0 Namens een veertiental agrarische bedrijven die in en rondom het natura 2000 gebied 'de Wieden' wonen, werken en ondernemen spreekt u uit dat zij zich ernstig zorgen maken over hun voortbestaan. De grote vraag die u zich juist nu stelt is: "Is het anno 2025 nog mogelijk om een gangbaar en/of biologisch landbouwbedrijf te runnen met voldoende ondernemersvrijheid en toekomstperspectief rondom het Natura 2000 gebied 'De Wieden'?" Uw zorg wordt versterkt door een aantal andere Deze inleiding wordt voor kennisgeving aangenomen. Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 13 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig ontwikkelingen die hun bedrijven raken en onduidelijkheid geven over de continuïteit op zowel langere als kortere termijn. Onderstaand ge eft u een korte opsomming.
• Het stikstofbeleid van de provincie alsmede van de regering • Het sneuvelen van de PAS, bedrijven welke onder de PAS een melding hebben gedaan of wiens vergunning is toegekend, maar vernietigd door de uitspraak van de Raad van Staten, leven in grote onzekerheid of ze wel een NB - Vergunning krijgen. • Bemesten van agrarisch grond rondom N2000 gebieden dat niet officieel gelegaliseerd is • Het scheurverbod van agrarisch grond binnen de vogelrichtlijn • Moeizaam landinrichtingsproject welke door het scheurverbod bijna onmogelijk wordt. • De toenemende ganzen/zwanen populatie binnen het gebied, deze veroorzaken veel sc hade aan de graslandpercelen van de bedrijven. • Afschot/bestrijden van de ganzen populatie wordt onmogelijk gemaakt door bureaucratie. • Veenweidevisie Volgens u is er voor u als ondernemers al genoeg reden tot zorg en daarbij komt ook het provinciaal inrichtingsplan. U constateert dat er een groot deel agrarische grond verloren gaat voor natuurontwikkeling en dat een aantal bedrijven moeten óf verplaatsen óf op een andere manier verder gaan ondernemen. Dit heeft volgens u ingrijpende gevolgen voor de leefbaarheid en de toekomst van het gebied. U constateert dat er veel geld wordt geïnvesteerd in het proces van dit N2000 gebied. U als ondernemers blijft echter met grote vragen zitten.
In de onderstaande punten is door u uiteengezet welke zorgen en bezwaren u ziet bij dit provinciaal inrichtingsplan. 13.1 Wijziging van bestemming van de grond. Binnen het provinciaal inrichtingsplan vervalt de bestemming 'agrarisch' op de gronden die worden Er is geen aanleiding te verwachten dat zich hier Habitattypen gaan ontwikkelen. Ook al zou dat op de lange termijn het geval zijn, dan heeft dat geen negatieve gevolgen omdat daarvoor eerst een aanwijzing als Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 13 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig omgezet naar natuur, daarnaast ligt op bepaalde gedeelten van het gebied 'Muggenbeet' en ‘Verbinding Wieden - Vollenhovermeer' nu de vogelrichtlijn. U vraagt zich af of hier na de inrichting van de gebieden ook de habitatrichtlijn op komt te liggen. Dit is volgens u op dit moment niet duidelijk, en u vraagt zicht af als dit zo is wat dan de effecten voor de landbouwers in het gebied zijn? Habitatrichtlijngebied noodzakelijk is. Een de rgelijk aanwijzing gaat (in het geval dat dat aan de orde zou zijn) dan met de nodige openbare voorbereidingsprocedures gepaard. Zie ook Zienswijze 2 bij 2.1. 13.2 Toename schade door o.a. ganzen Als gevolg van de verdergaande vernatting en ruimte voor natuurontwikkeling verwacht u een verdere toename van de populatie ganzen en zwanen.
Uw inschatting is dat door de verbetering van de omstandigheden de populatie verder zal toenemen en dat de kans op verdergaande landbouwschade toe zal nemen. U merkt op dat er in het PIP geen risicoanalyse is opgenomen t.a.v. schade aan de landbouw. Wij monitoren de ontwikkeling van de habitats en daarbij monitoren wij o.a. ook de effecten van de ganzen. Het areaal Engels raaigras (voedingsbron voor ganzen) neemt door de maatregelen af, dus is de verwachting dat de aantallen niet toe zullen nemen. Zonder toename van ganzen is er ook geen toename van stikstof. Overigens zijn er o.a. ten aanzien van de ganzen afspraken vastgelegd met de Faunabeheereenheid Overijssel in het Faunabeheerplan. Ongewenste ontwikkelingen worden ook in dat kader bewaakt en beheerd. Voor schade die ontstaat, kan een beroep worden gedaan op de provinciale schaderegeling. Nee 13.3 Toekomstperspectief agrarische gebruik Het proces brengt volgens u ingrijpende wijzigingen met zich mee t.a.v. het agrarisch gebruik. Gronden worden afgewaardeerd en het volwaardig benutten en gebruik wordt hiermee verminderd. De agrariërs rond de nieuwe gebieden waar wel reguliere gebruik mogelijk is, hebben twijfels over de toekomst t.a.v. het gebruik.
Uw vraag is dan ook: "Kunnen er garanties gegeven worden dat dit niet aan de orde is en komt? U vraagt of wij garanties kunnen geven dat er op de gronden rondom de nieuwe natuur in de toekomst geen beperkingen komen t.a.v . het agrarische gebruik en dat ze hun waarde blijven houden t.o.v. vergelijkbare agrarische gronden welke niet rondom de nieuwe natuur liggen. Beperkingen: De begrenzing van het Natura 2000-gebied is op Europees niveau vastgelegd. In het Natuurnetwerk Ned erland (NNN) voor Overijssel zijn Uitwerkingsgebieden ontwikkelopgave Natura 2000 aangegeven. Voor De Wieden liggen die bijna allemaal binnen de Natura 2000 -begrenzing. Twee percelen van Natuurmonumenten liggen er buiten. Die zijn echter al ingericht als natuur. Er is op dit moment geen aanleiding aan te nemen dat er nog verdere uitbreidingen noodzakelijk zijn. Economische waarde: Een vergelijking met andere agrarische gronden die niet rondom nieuwe natuur liggen is niet reëel. De economische waarde wordt immers mede bepaald door de verwachte ontwikkelingen rondom. Aangezien de gronden al lang als Natura 2000-gebied en Uitwerkingsgebied zijn aangegeven zullen de waarden al lager liggen. De daadwerkelijke aanleg kan van invloed zijn op de economische waarde. Garanties: Garanties voor de toekomst kunnen wij uiteraard niet geven. Veel hangt af van factoren die wij niet in de hand hebben.
Daarvan zijn klimaatverandering en marktwerking de meest onzekere. Nee 13.4 Bemestingsnormen De inrichtingsmaatregelen van dit Inpassingsplan hebben g een gevolgen voor de bemestingsnormen. Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 13 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig Aansluitend bij punt 3 vraagt u aandacht voor het geven van duidelijkheid voor het in stand houden van de reguliere bemestingsnormen voor gronden rondom de nieuwe natuur. U vraagt ons of wij kunnen aangeven dat voor deze aanpassingen geen wijzigingen zullen volgen. 13.5 Stikstofruimte - nieuwe habitattypen In het gebied wordt ingezet op het realiseren van nieuwe habitatten. Dit ontwikkelperspectief gericht op deze habitattypen heeft volgens u ook een keerzijde nl. de beperking in de benutting van de aanwezige stikstofruimte. Met name de agrarische bedrijven in de nabijheid van de blauwgraslanden / veenmosrietlanden ervaren volgens u hierover veel onduidelijkheid en vrezen nieuwe beperkingen en inzichten in de nabije toekomst. U vraagt ons of wij nader kunnen onderbouwen wat de mogelijke effecten zijn van de ontwikkeling van deze nieuwe habitatten. Zie onze reactie bij zienswijze 11 bij 11.1. Als stikstofgevoelige habitats zich dichterbij de agrarische bedrijven gaan ontwikkelen kan dat gevolgen hebben voor de bedrijfsontw ikkeling.
Wanneer dat gaat plaatsvinden is op dit moment niet in te schatten , maar dat zal niet op korte termijn zijn. De Kritische Depositiewaarde (KDW) is in beginsel bepalend voor de ontwikkelruimte, maar veel is afhankelijk van de landelijke wet - en regelgeving ten aanzien van bv. stikstofemissie (bronmaatregelen). Nee 13.6 Weidevogelland en afschot Een groot aandeel weidevogelland gaat verloren in de voorgenomen plannen. Naar uw inzicht wordt er in het PIP een matige en onvoldoende onderbouwde reactie op gegeven. Er wordt zo stelt u, door ons gesteld dat er voldoende weidevogelgebied overblijft en dat de nieuwe natuur een verzamel - en uitvluchtpunt is voor de weidevogels. Uw inzicht, mede gevoed door de jarenlange betrokkenheid en opgebouwde kennis , is dat door afname van de agrarische grond in het gebied, de overgebleven percelen intensiever gebruikt moeten worden om de voederwinning op peil te houden. Daarnaast verdwijnt er foerageergebied van de ganzen door de nieuwe natuur, hierdoor wordt naar uw verwachting de druk op de overblijvende agrarisch grond groter. Zoals door u genoemd onder punt 2 wordt er door u verwacht dat de ganzenpopulatie verder groeit. Dit zal volgens u leiden tot een verdere afname van de weidevogelstand in het gebied. De afschotvergunning is niet relevant voor het PIP. Wij verwijzen u verder naar onze reactie bij 13.2.
Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 13 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig U stelt dat het PIP verder niet ingaat op de gevolgen van afgifte afschotvergunning voor ganzen en andere schadeveroorzakende soorten. U verwacht dat door de voorgenomen plannen bepaalde soorten immers zullen toenemen en daarmee ook de schade aan landbouwpercelen . 13.7 Otter Het plan laat zien dat de men de otter meer ruimte wil geven. U wilt graag weten op welke wijze de populatie beheersbaar gehouden wor dt en welke toetsingscriteria daarvoor ontwikkeld worden . De te nemen maatregelen kunnen een positief effect hebben voor de Otter. Op dit moment is er geen indicatie dat dit zal leiden tot een onbeheersbare populatie. Indien dit wel het geval mocht zijn za l binnen de wettelijke kaders een oplossing gezocht worden. Nee 13.8 Bodemdaling en veenweidevisie Oxidatie en inklinking leiden volgens u tot bodemdaling. U stelt dat de agrarische sector hier ook last van heeft en wilt graag meedenken en meewerken aan oplossingen. Daarom bent u als agrarische sector ook betrokken bij de vervolgstappen rond de veenweidevisie die momenteel wordt uitgewerkt. Bij de agrariërs in het gebied bestaat de suggestie om meer te kiezen voor de oplossing van onderwaterdrainage.
Naar uw inzicht heeft dit meerdere voordelen, voor de landbouw maar ook voor het tegen gaan van verdere bodemdaling en dus ook de wegzijging uit de natuurgebieden. Wij waarderen dat u wilt meedenken aan oplossingen voor de bes chreven problemen, maar deze onderwerpen zijn n iet relevant voor het PIP. Binnen het PIP worden oxidatie en inklinking juist tegengegaan door peilverhoging. Nee 13.9 Handhaven van huidige peilbesluiten waterschap in het gebied. U gaat ervan uit dat op de gronden welke niet omgezet worden naar natuur de huidige peilbesluiten gehandhaafd blijven, zowel nu als in de toekomst. Het huidige peilbesluit is van toepassing op de in te richten gebieden. De ontwikkelingen op de omliggende percel en ten aanzien van het peil in combinatie met de maaivelddaling zijn geen onderdeel van dit plan. Nee 13.10 Economie en agrarische waarden Het valt u op dat, wanneer u het PIP overziet, dat er geen aandacht wordt besteed en onderzoek is gedaan naar de impact op de agrarische sector. Een schade-loket en compensatie straalt niet uit dat er met een brede maatschappelijke analyse is gekeken naar de kosten-baten en de impact op de agrarische sector die van oudsher in het gebied werkt en woont.
U wijst ons hierbij in het bijzonder ook op de vermindering van de agrarische waarde van Aan het opstellen van het PIP is een uitgebreid gebiedsproces vooraf gegaan waarin de door u genoemde punten aan de orde zijn gekomen. Voor zover de economische schade aan de orde is wordt die financieel gecompenseerd. Indien dat niet tot tevredenheid heeft geleid of voor een omliggend bedrijf niet van toepassing is, staat de weg voor planschade open. Zie ook paragraaf 1.3.2. Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 13 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig bedrijven rondom de nieuwe natuur. Volgens u ontbreekt een eventuele compensatie hiervan. 13.11 Productie rietland In het gebied 'Muggenbeet' is op dit moment veel productie rietland aanwezig. In het plan is volgens u geen beschrijving opgenomen of na realisatie dit [areaal; red.] behouden blijft. Wanneer deze productierietlanden verdwijnen zijn een aantal ondernemers hun omzet en inkomen ook kwijt. Hiervoor is geen compensatie of schadeberekening opgenomen. U stelt dat er inrichtingsmaatregelen zijn getekend op percelen die regulier verpacht zijn zonder dat de pachter hiervan op de hoogte is gesteld, naar uw mening is dit niet correct. U stelt dat er in het inrichtingsplan wordt gesproken over rietteelt wat 1 keer in de 3 jaar gemaaid wordt. Naar uw mening en vanuit uw kennis is dat geen rietteelt meer.
Volgens u is er sprake van rietteelt wanneer dit jaarlijks gemaaid wordt en gebruikt kan worden voor rietdekken. Alles wat nu voor commerciële rietteelt verpacht is en waar dat nog aanvaardbaar is, blijft daarvoor ook beschikbaar en kan met de gewenste frequentie gemaaid worden. De betreffende locaties zijn in het PIP met een specifieke aanduiding opgenomen. Waar er sprake is van een bestemmingswijziging en/of het einde van de pacht is met alle eigenaren en pachters van die rietpercelen gesproken. Eigenaren of pachters van productie rietland dat verdwijnt, zullen hiervoor schadeloos gesteld worden. De maaifrequentie die u aanhaalt geldt voor het natuurbeheer. Zie ook zienswijze 1 bij 1.0 en 1.3 Nee 13.12 Schade en monitoring U concludeert dat in het proces veel met modellen wordt gewerkt. Op basis van die modellen en door experts wordt dan een inschatting gemaakt van de toekomstig hydrologische situatie en natschade in en rondom het gebied. Op basis van deze gegevens worden mitigerende maatregelen genomen en worden afspraken met grondeigenaren gemaakt over afwaardering van gronden of schadevergoeding. Bij onverwachte natschade kunnen grondeigenaren zich bij het schadeloket melden. U verzoekt ons om transparant te zijn in monitoringsgegevens t.a.v. de hydrologische situatie in het gebied en in het aantal en de aard van meldingen bij het schadeloket.
U ziet graag een terugkoppeling van deze gegevens in de genoemde overleggen. Als de komende jaren blijkt dat de natschade groter is dan van tevoren ingeschat, kan Wij zijn openbaar met de monitoringsgegevens. Die zijn beschikbaar op de Atlas van Overijssel ==> Water ==> Meetnet grondwaterstanden natura2000 gebieden. Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 13 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig in deze overleggen bekeken worden of aanvullende mitigerende maatregelen nodig zijn. U stelt dat op dit moment in de agrarische sector veel onduidelijkheid is over de ontwikkeling van bestaande en nieuwe beleid svelden. U stelt dat er bij u grote onduidelijkheid is wat de uitwerking van de stikstofplannen voor u gaat betekenen in het gebied en de Provincie Overijssel. Die onduidelijkheid zou ook bij ons bestaan. U stelt niet te weten op welke wijze gebiedsprocess en weer nieuwe vormen gaan krijgen. U vraagt ons vooral ook alert te zijn op de stroom van continue nieuwe plannen en processen. U ziet het ook als een rol en taak van ons om dit evenwichtig en verstandig te doseren en niet alles over te laten aan het wede rom ontwikkelen van plannen. U roept ons vooral op om de integraliteit te borgen. Alleen dan kan een gebied vertrouwen op de Provincie Overijssel.
Wij hebben slechts beperkte invloed op de ontwikkelingen op Europees en rijksniveau, maar nemen uw ongerusthe id voor zover dat kan mee in de gesprekken c.q. onderhandelingen daarover. Wij herkennen ons in de rol die u ons toedicht en die nemen we serieus. U vermeld dat dit bezwaarschrift niet dient als bezwaar 'tegen' de natuur. U schrijft: 'Nee, wij als 'agrariërs rondom de Wieden' zijn niet tegen de natuur, sterker nog, wij werken, leven, wonen en ondernemen al jaren samen met de natuur .’ Waar u stelt moeite mee te hebben is dat agrarische gronden worden omgezet naar natuur en dat daarbij alle agrarische activiteiten worden uitgesloten. Naar uw mening kunnen deze gebieden prima in gebruik blijven bij u als agrariërs. In overleg samen met de provincie/gemeente, Natuurmonumenten en/of Staatsbosbeheer kijkt u graag op welke manier u deze gronden kunnen blijven gebruiken. Dit versterkt de populatie weidevogels en komt de biodiversiteit ten goede. Daarnaast wordt hiermee de leefbaarheid van het gebied behouden. Dit zou volgens u een win -win situatie voor iedereen opleveren. Zie zienswijze 2 bij 2.2. Zoals wij ook al bij zienswijze 9 onder 9.2 hebben aangegeven is er de mogelijkheid tot zelfrealisatie en dus in beheer blijven van de agrariërs. Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr.
Zienswijze 13 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig U stelt dat het inrichtingsplan, zoals deze nu voor ligt, een aantal miljoenen kost en dat ook het jaarlijkse beheer en onderhoud van deze gronden jaarlijks een grote kostenpost zal zijn. Volgens u kunnen deze kosten gedeeltelijk bespaard worden, wanneer er een goed en integraal overleg zal plaatsvinden tussen álle betrokken partijen en dus ook de zienswijze van de agrariërs wordt meegenomen. Zie zienswijze 2 onder 2.2 Tevens is naar uw mening nog niet geheel duidelijk hoeveel stikstofwinst dit inrichtingsplan gaat opleveren en of de doelstellingen, welke geformuleerd zijn in het inrichtingsplan, ook daadwerkelijk gehaald kunnen worden. De mening, kennis en ervaring van de 'agrariërs rondom de Wieden' zijn bij deze besluiten, volgens u, onmisbaar. Het is juist dat er onduidelijkheden en onzekerheden zijn ten aanzien van de stikstofwinst en het behalen van de doelen. Er zijn immers tal van factoren waar we geen invloed op hebben zoals klimaatveranderingen en wet- en regelgeving. U zegt er op te vertrouwen dat bovenstaande opmerkingen worden meegenomen in het vervolg. U zegt graag bereid te zijn tot een gesprek, mochten wij over de visie en uw reactie van gedachten willen wisselen. Wij nemen dit voor kennisgeving aan.
Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 3 Ambtshalve wijzigingen Wijzigingen Toelichting/Regels (T/R) Nr. Aanleiding Aanpassing T1 In paragraaf 1.2 kwamen de drie deelgebieden “uit de lucht vallen”. Daarom is een kleine tekstaanpassing opgenomen die de herkomst verklaart. Onder het eerste figuur is een aangepaste tekst opgenomen (zie onder deze tabel). Cursieve tekst is nieuw of aangepast. T2 In paragraaf 6.2 is bij “Natuurmonitoring …”nog te expliciet verwezen naar het PAS. De tekst in de paragraaf 6.2 is aangepast en meer gericht op stikstof. T3 Redactionele onduidelijkheden in teksten. Diverse tekstuele aanpassingen doorgevoerd zonder inhoudelijke gevolgen. R1 Het was niet direct duidelijk dat er geen nieuwe parkeervoorzieningen, paden en wegen mogen worden aangelegd, terwijl ze wel als ondergeschikte functie worden genoemd. Pas bij de vergunningplicht (art. 3.5.1) wordt duidelijk dat het niet mag. Bij de onderschikte functies 2 en 3 is het woord “bestaande” voorgevoegd. Om de natuur veerkrachtig en weerbaar te maken tegen invloeden van buiten worden er maatregelen getroffen in het Natura 2000 -gebied De Wieden. De Wieden kent een onlosmakelijke relatie met het ten noordwesten gelegen Natura 2000 -gebied Weerribben. Voor beide gebieden is namelijk het Beheerplan De Wieden en Weerribben vastgesteld.
Dit beheerplan is kent 15 uitwerkingsgebieden. De volgende 3 uitwerkingsgebieden zijn opgenomen in dit Inpassingsplan: 6. Muggebeet (Moddergat / Valse Trog) 9. Verbinding Wieden-Vollenhovermeer 10. Duinweg Leeuwte In de Wieden worden drie nieuwe gebieden ingericht voor natuur en wordt een aantal verbeteringsmaatregelen binnen de bestaan de natuur getroffen. De drie gebieden die als natuur worden ingericht zijn Muggenbeet, Verbinding Wieden -Vollenhovermeer en Duinweg Leeuwte, In deze drie uitwerkingsgebieden, die verder deelgebieden worden genoemd, worden gebieden ingericht voor nieuwe natuur en wordt een aantal verbeteringsmaatregelen binnen de bestaande natuur getroffen. Het plangebied met de drie deelgebieden is weergegeven in onderstaande figuur. Binnen het deelgebied Muggenbeet is tevens het gebied Dwarsgracht -Jonen gelegen. Dit project is inmiddels al uitgevoerd en hiervoor is een separaat inrichtingsplan opgesteld en een m.e.r. -beoordeling uitgevoerd. Met het voorliggende provinciaal Inpassingsplan (PIP) wordt de bestemming veranderd. Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Wijzigingen Inrichtingsplan/Maatregelenkaart/Verbeelding (I/M/V) Nr. Aanleiding Aanpassing V1 Een perceel stond in het PIP niet opgenomen als perceel waar rietsnijden nog mogelijk was, terwijl dit wel het geval is.
De aanduiding ‘specifieke vorm van natuur – rietteelt’ (sn-rt) is aangepast in het PIP. Het betrokken perceel is lichtblauw omrand op deze afbeelding.
Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 4 Aanpassingen n.a.v. de zienswijzen Wijzigingen Toelichting/Regels/Bijlagen Nr. Aanleiding Aanpassing R1 Zienswijze 8 bij 8.5: overgangsrecht met dien verstande dat de bepalingen onder a, b en c niet meer van toepassing zijn vanaf: 2 jaar na inwerkingtreding van het provinciale inpassingsplan, of ter plaatse van de gebiedsaanduiding 'wetgevingszone - overgangsrecht', o 1 jaar na de aktepassering van de landinrichting, of o 1 jaar na het besluit van de landinrichtingscommissie dat de landinrichting geen doorgang vindt, of o anderszins de landinrichting nietig wordt verklaard. Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 5 Colofon Deze Nota van Antwoord is opgesteld door de provincie Overijssel. In afstemming met de gebiedspartners (waar nodig): - Natuurmonumenten - Waterschap Drents Overijsselse Delta - Gemeente Steenwijkerland Uitgave: provincie Overijssel Datum: 8 september 2020 Inlichtingen bij Contactpersoon: Cees Ortelee Telefoon: 06 211 23 592 Email: natura2000pip@overijssel.nl Onder vermelding van: De Wieden Kijk ook op: www.overijssel.nl/natura2000procedures Adresgegevens Provincie Overijssel Luttenbergstraat 2 Postbus 10078 8000 GB Zwolle Telefoon 038 499 88 99 Fax 038 425 48 88 www.overijssel.nl postbus@overijssel.nl