CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

3.1 Provincie Overijssel - Nota van Antwoord PIP.pdf

Raadsvergadering 24 november 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken24.835 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Status: Vastgesteld IMRO-idn: NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 Nota van Antwoord Provinciaal Inpassingsplan (PIP) met bijbehorend MER en gecoördineerde vergunningen De Wieden Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 De Nota van Antwoord heeft betrekking op de zienswijzen die zijn ingediend op het ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) met bijbehorend MER en gecoördineerde vergunningen voor het gebied De Wieden dat opgesteld is door de provincie Overijssel. In de Nota van Antwoord zijn de binnengekomen zienswijzen samengevat en voorzien van een reactie. Waar nodig heeft afstemming plaatsgevonden met de partners uit het gebiedsproces: Samen economisch sterker, met de kracht van de natuur Overijssel is prachtig om te wonen, werken en recreëren. De komende jaren werken we samen aan het behoud en herstel van kwetsbare natuur en realiseren we nieuwe kansen voor de economie. De natuur heeft te lijden onder effecten van industrie, verkeer en landbouw, terwijl nieuwe economische ontwikkelingen worden beperkt om de natuur niet verder te belasten. Bewoners, belangenorganisaties en overheid hebben een gezamenlijke verantwoordelijkheid om de kwaliteit van het leefgebied van dieren en planten te verbeteren, voor nu en in de toekomst. Met maatwerk maken we de natuur veerkrachtig en weerbaar tegen invloeden van buiten, waardoor op termijn weer nieuwe economische kansen ontstaan.

Waar nodig wordt de bestemming en/of het gebruik gewijzigd en planologisch vastgelegd in een ruimtelijk plan. De maatregelen kunnen effect hebben op de gronden in de directe omgeving van de Natura 2000 -gebieden. Samen met de grondeigenaren zorgen we voor een passende oplossing voor hun toekomst. Meer informatie over de besluiten Natura 2000? Kijk ook op: www.overijssel.nl/natura2000procedures Of neem contact op via natura2000pip@overijssel.nl onder vermelding van het betreffende Natura 2000 - gebied.

Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Inhoudsopgave Inhoudsopgave...................................................................................................................................... 3 1 Terinzagelegging Ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) en MER en gecoördineerde vergunningen ... 4 1.1 Inleiding ................................................................................................................................ 4 1.2 Terinzagelegging .................................................................................................................... 4 1.2.1 Ingediende zienswijzen/reacties ........................................................................................... 4 1.3 Algemene en achtergrondinformatie, mede t.b.v. de beantwoording van de zienswijzen .................. 5 1.3.1 Over rietlandbeheer ............................................................................................................ 5 1.3.2 Over planschade ................................................................................................................. 5 1.3.3 Over niet PIP gerelateerde onderwerpen ................................................................................ 5 1.4 Wijzigingen ............................................................................................................................

5 1.4.1 Ambtshalve........................................................................................................................ 5 1.4.2 Naar aanleiding van zienswijzen ........................................................................................... 5 1.5 Leeswijzer en vervolgprocedure ............................................................................................... 6 1.5.1 Leeswijzer ......................................................................................................................... 6 1.5.2 Vervolgprocedure ............................................................................................................... 6 2 Beantwoording zienswijzen .......................................................................................................... 7 Zienswijze 1 .................................................................................................................................... 7 Zienswijze 2 .................................................................................................................................. 14 Zienswijze 3 ..................................................................................................................................

14 Zienswijze 4 .................................................................................................................................. 16 Zienswijze 5 .................................................................................................................................. 25 Zienswijze 6 .................................................................................................................................. 28 Zienswijze 7 .................................................................................................................................. 29 Zienswijze 8 .................................................................................................................................. 32 Zienswijze 9 .................................................................................................................................. 39 Zienswijze 10 ................................................................................................................................ 40 Zienswijze 11 ................................................................................................................................ 45 Zienswijze 12 ................................................................................................................................

45 Zienswijze 13 ................................................................................................................................ 46 3 Ambtshalve wijzigingen............................................................................................................. 54 Wijzigingen Toelichting/Regels (T/R) ................................................................................................ 54 Wijzigingen Inrichtingsplan/Maatregelenkaart/Verbeelding (I/M/V) ....................................................... 55 4 Aanpassingen n.a.v. de zienswijzen ............................................................................................ 56 Wijzigingen Toelichting/Regels/Bijlagen ............................................................................................ 56 Aanleiding ..................................................................................................................................... 56 5 Colofon ................................................................................................................................... 57 Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 1 Terinzagelegging Ontwerp Provinciaal Inpassingsplan (PIP) en MER en gecoördineerde vergunningen 1.1 Inleiding De Wieden is op 25 november 2013 aangewezen als Natura 2000-gebied.

Het gebied bestaat uit uitgestrekt laagveenmoeras met meren en kanalen met daartussen natte graslanden, natte heiden, trilvenen, galigaanmoerassen, petgaten, rietland en moerasbos. De Weerribben is een restant van het veengebied dat zich ooit van Zwolle tot ver in Friesland uitstrekte. In dit gebied ligt de opgave om het leefgebied voor verschillende broedvogels, zoals de Roerdomp, de Purperreiger en de Bruine Kiekendief, te vergroten om deze vogels te behouden. Verder moeten de Grote Vuurvlinder (een ondersoort die nergens anders ter wereld voorkomt , behalve in de Weerribben ) en enkele andere insecten behouden blijven en in aantal uitbreiden. De maatregelen in De Wieden zijn er op gericht dat de Grote Vuurvlinder ook hier weer terugkomt. Verbindingszones met voldoende sloten, moeras en specifieke planten voor rupsen en vlinders moeten zorgen dat populaties met elkaar worde n verbonden. De herstelmaatregelen Natura 2000-gebied Wieden richten zich vooral op het afgraven van grond, het ontwikkelen van moerasgronden en Blauwgrasland, het schrapen van rietland en het ontbossen van dichtgegroeide petgaten. Verder is het de bedoel ing om nieuwe petgaten te graven, waardoor de verschillende stadia van ‘verlanding’ van het laagveen in het landschap worden behouden.

Hiervoor wordt het cyclisch beheer weer ingevoerd op grote schaal en voorkomen we dat De Wieden verandert in alleen maar moerasbos. De natuurdoelen zijn vastgelegd in het Natura 2000 -beheerplan. Door de kwetsbare natuur te herstellen en versterken ontstaat ruimte voor economische ontwikkeling. De maatregelen voor de Wieden zijn eerst uitgewerkt in een schetsontwerp en voorontwerp PIP. Vervolgens is het schetsontwerp uitgewerkt in een inrichtingsplan en een ontwerp PIP. Om de milieueffecten in beeld te brengen is er een plan -project-MER opgesteld. Dit MER was als bijlage bij het PIP toegevoegd. Op 17 december 2019 hebben Gedeputeerde Staten het ontwerp PIP Wieden, MER en overige bijlagen vastgesteld. Tevens zijn de volgende ontwerp vergunningen verleend: - Bevoegd gezag provincie Overijssel: ontwerp provinciaal inpassingsplan (PIP) - Bevoegd gezag provincie Overijssel: 2x ontgrondingenvergunning - Bevoegd gezag Waterschap Drents Overijsselse Delta: waterwetvergunning - Bevoegd gezag Waterschap Drents Overijsselse Delta: peilbesluit 1.2 Terinzagelegging Het ontwerp-PIP, het MER en de gecoördineerde vergunningen voor de Wieden hebben vanaf 24 maart tot en met 6 mei 2020 ter inzage gelegen zowel via www.overijssel.nl/wiedenweerribben als www.ruimtelijkeplannen.nl.

Tevens was een inkijkexemplaar beschikbaar op de volgende locaties: - Het gemeentehuis van Steenwijkerland, Vendelweg 1, 8331 XE STEENWIJK - Het provinciehuis van Overijssel, Luttenbergstraat 2, 8012 EE ZWOLLE Er was op 31 maart 2020 ook nog een inloopbijeenkomst georganiseerd tijdens de terinzagelegging, maar in verband met de maatregelen rondom het Corona -virus is besloten deze te laten vervallen. Vanwege de Corona-maatregelen zijn de belanghebbenden er op geattendeerd dat zij, indien ze niet in staat zouden zijn om binnen de terinzagetermijn een inhoudelijke zienswijze in te dienen, zij ook een pro- formazienswijze kunnen indienen, waarbij zij aan kunnen geven dat zij bezwaar maken tegen het inpassingsplan, zonder dat zij hierin aangeven wat hiervoor de redenen zijn. Vervolgens is aangegeven dat zijn dan tot met 5 juni 2020 de gelegenheid om hun zienswijze nader inhoudelijk te onderbouwen en/of aan te vullen. 1.2.1 Ingediende zienswijzen/reacties Gedurende deze termijn zijn er 13 zienswijzen ontvangen waarvan er 1 heeft geleid tot aanpassing van het ontwerp PIP. Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 1.3 Algemene en achtergrondinformatie, mede t.b.v. de beantwoording van de zienswijzen 1.3.1 Over rietlandbeheer De uitwerkingsgebieden kennen bestaande en nieuw te ontwikkelen rietpercelen.

Voor al deze rietpercelen gelden de N2000 doelen zoals opgenomen in het N2000 beheerplan Wieden Weerribben. Omdat ‘rietteelt’ (het jaarlijks snijden van riet vanuit commercieel o ogpunt) belangrijk is voor het gebied is hiermee rekening gehouden in het PIP. Waar mogelijk is dit gebruik behouden. In het PIP zijn deze aangegeven met de aanduiding ‘sn-rt’. De overige rietpercelen zijn volledig bestem d tot natuur en daarmee niet geschikt voor de ‘rietteelt’. 1.3.2 Over planschade De gronden binnen het plangebied zijn in eigendom van particulieren, de Provincie Overijssel, het Waterschap Drents Overijsselse Delta , Natuurmonumenten en de gemeente Steenwijkerland. Door de maatregelen kan er economische schade en waardedaling ontstaan, ook op gronden naast het plangebied. We proberen die zoveel mogelijk te voorkomen, maar we kunnen het niet uitsluiten. Onze taxateurs doen er alles aan / hebben er alles aan gedaan om in voorkomende gevallen tot een minnelijke schikking te komen. In alle gevallen staat de weg voor een planschadeverzoek nog steeds open. Die kan echter pas bij de provincie ingediend worden nadat het PIP onherroepelijk is geworden. Dat is nadat Provincial e Staten (PS) het plan hebben vastgesteld en er geen beroep is ingesteld bij de Raad van State (RvS), of nadat de RvS daar een uitspraak over heeft gedaan.

Of iemand voor planschade in aanmerking komt hangt van het volgende af: Het wettelijk vastgelegd nor maal maatschappelijk risico bedraagt 2% van de waardedaling en/of economische schade. Die blijft voor eigen risico. De vraag is in hoeverre eventuele planschade binnen het normaal maatschappelijk risico valt en op grond van artikel 6.2 van de Wet ruimtelij ke ordening (Wro), geheel of gedeeltelijk voor eigen rekening behoort te blijven. Bij het beantwoorden van deze vraag moet rekening worden gehouden met alle omstandigheden van het geval en wordt getoetst aan 3 criteria: 1. of de planologische ontwikkeling als een “normale maatschappelijke ontwikkeling” kan worden beschouwd; 2. of de ontwikkeling in de ruimtelijke structuur van de omgeving past; 3. of de ontwikkeling past binnen het door de overheid gevoerde planologische beleid. Als blijkt dat aan de drie hiervoor g enoemde criteria is voldaan dan is de ontwikkeling aan te merken als een “normale maatschappelijke ontwikkeling” die in de lijn der verwachtingen lag en blijft eventuele planschade voor eigen rekening. 1.3.3 Over niet PIP gerelateerde onderwerpen In een aantal zienswijzen zijn door de indieners onderwerpen aangedragen die geen directe relatie met het PIP hebben. Veelal zijn het onderwerpen die de indiener bij de provincie onder de aandacht wil brengen om zo zijn/haar zorg te uiten.

Beantwoording va n deze onderwerpen in een nota van antwoord leidt dan niet tot een aanpassing van de PIP. De geuite zorg blijft in deze Nota van Antwoord dan ook grotendeels onbeantwoord. Voor de onderwerpen die n.a.v. deze PIP in een zienswijze zijn geuit en niet in de nota van antwoord afgehandeld kunnen worden, wil de provincie met de indieners in gesprek gaan. Per zienswijze wordt de afweging gemaakt of dit wenselijk is. 1.4 Wijzigingen 1.4.1 Ambtshalve Er zijn in de afgelopen periode wenselijke aanpassingen naar voren gekomen. Dit zijn zogenaamde ‘ambtshalve wijzigingen’. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 3 . Ze zijn onderverdeeld naar aanpassingen in de Toelichting/Regels, de Verbeelding en het Inrichtingsplan. 1.4.2 Naar aanleiding van zienswijzen Zoals in paragraaf 1.2.1 is aangegeven hebben zienswijzen geleid tot aanpassingen van het PIP en/of inrichtingsplan gehad. Deze zijn beschreven in hoofdstuk 4 . Ze zijn onderverdeeld naar aanpassingen in d e Toelichting/Regels, de Verbeelding en het Inrichtingsplan. Met een aantal van de indieners is nog steeds overleg gaande, maar dat overleg kan voortduren tot na de besluitvorming door Gedeputeerde Staten (GS). Wij trachten tot op het laatste moment tot een minnelijke schikking te komen.

Als die bereikt wordt nadat de stukken met de Nota van Antwoord aan GS zijn voorgelegd Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 kan de inhoudelijke reactie alleen bij besluit van GS worden aangepast. De eventueel aangepaste Nota van Antwoord wordt dan doorgeleid naar PS ter vaststelling. Na het besluit van GS kan de Nota va n Antwoord alleen nog via een gehele of gedeeltelijke intrekking van de zienswijze door PS aangepast worden. Dit is mogelijk tot op het moment van vaststellen van het PIP door PS. 1.5 Leeswijzer en vervolgprocedure 1.5.1 Leeswijzer In hoofdstuk 2 van deze Nota van Antwoord worden de ontvangen zienswijzen samengevat en van een antwoord voorzien. Hier is ook aangegeven of deze zienswijzen aanleiding hebben gegeven tot wijzigingen. De zienswijzen zijn geanonimiseerd en hebben deels geleid tot aanpassing van het inrichtingsplan en/of het PIP. De nummers die gebruikt worden in hoofdstuk 2 zijn als volgt opgebouwd. Het eerste cijfer betreft nummer van de betreffende indiener. Het tweede cijfer is een onderdeel uit de zienswijze/grond van de indiener. Het volgende voorbeeld verduidelijkt dit: 5.4  is indiener 5 en zienswijze/grond 4. Als er een ‘a’ achter het eerste cijfer is opgenomen betreft het een aanvulling op de zienswijze. In hoofdstuk 3 zijn de ambtshalve wijzigingen opgenomen. Zie ook paragraaf 1.5.1.

In hoofdstuk 4 zijn de wijzigingen naar aanleiding van de zienswijzen opgenomen. Zie ook paragraaf 1.5.2. 1.5.2 Vervolgprocedure Met de verwerking van de zienswijzen in de Nota van Antwoord wordt het ontwerp PIP omgezet naar een definitief PIP. Dit definitieve PIP wordt door Provinciale Staten van Overijssel (naar aanleiding van de zienswijzen gewijzigd) vastgesteld. De Nota van Antwoord is als bijlage aan het PIP gekoppeld. Voorafgaand aan de vaststelling door Provinciale Staten wordt de Nota van Antwoord aan de indieners van een zienswijze toegezonden. Daarnaast heb ben de indieners de mogelijkheid om bij de Commissievergadering in te spreken tegen het PIP. Nadat het PIP door PS is vastgesteld ligt het plan weer ter inzage, maar nu alleen voor belanghebbenden. Tijdens de periode van ter inzage legging van het door Provincial e Staten vastgestelde PIP kunnen alleen diegenen die tijdig een zienswijze hebben ingediend beroep instellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State. Wanneer het plan gewijzigd wordt vastgesteld kan eenieder tegen die wijziging beroep ins tellen bij de Afdeling Bestuursrechtspraak van de Raad van State . Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 2 Beantwoording zienswijzen Nr.

Zienswijze 1 Geen inhoudelijke punten Aanpassing PIP / MER nodig 1.0 In de pro-forma zienswijze heeft het college [van Steenwijkerland; red.] aangegeven dat uw raad op 26 mei 2020 zou kunnen besluiten om óf de zienswijze aan te vullen óf om deze in te trekken en ons alleen een reactie of advies te sturen. Echter, na de Politieke Markt op 19 mei heeft een groot aantal fracties aangegeven een zienswijze te willen indienen vanuit uw raad. Om een dergelijke zienswijze te kunnen formuleren heeft uw raad ons gepolst of het mogelijk is de deadline voor het inleveren van een zienswijze te verlengen naar 16 juni. Wij hebben aangegeven begrip te hebben voor het verzoek van de gemeente Steenwijkerland om de termijn te verlengen. Vervolgens is daartoe tijdens de raadsvergadering van 26 mei 2020 een ordevoorstel ingediend en aangenomen om de besluitvorming op het ontwerp PIP De Wieden door te schuiven naar de Politieke Markt van 2 en 3 juni. De raad heeft op 16 juni 2020 een besluit genomen over het aanvullen van de pro forma zienswijze met onderstaande punten. De aanvulling op de pro-forma-zienswijze is niet conform het eigen verzoek de 16e juni verzonden, maar is de 17e juni ingediend. Wij verwijzen u naar uw schrijven d.d. 27 mei 2002 / kenmerk: 250162 en ons schrijven d.d.

4 juni 2020 / kenmerk2020/0158363 en eerdere e -mails met uw organisatie en de onderstreepte tekst van deze inleiding van de zienswijze. Daarin is duidelijk sprake van een deadline op de 16e. Wij zullen uw zienswijze desalniettemin in behandeling nemen en van een reactie voorzien. De eventuele juridische consequenti es zijn bij de verschuiving van 5 juni naar 16 juni kenbaar gemaakt. Nee Het ontwerp-PIP De Wieden heeft beroering binnen onze gemeente - met name bij de agrarische- en rietsector - te weeg gebracht. U betreurt dat zeer, vooral omdat u overtuigd bent van het feit dat door een aantal relatief kleine aanpassingen van de plannen veel van de weerstand vanuit de (agrarische) ondernemers, de rietsector en inwoners van de Wieden kan worden opgelost. Een verbeterde belangenafweging draagt weer bij aan een vlotter verloop van de verdere planologische procedures, waarmee vertraging wordt voorkomen. Bovendien passen deze aanpassingen uw inziens uitstekend in de intentie om in een breed samenwerkingsverban d de natuur Dit wordt als inleidende tekst voor kennisgeving aangenomen. Zie voor onze reactie onderstaande beantwoording. Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 1 Geen inhoudelijke punten Aanpassing PIP / MER nodig in de Natura2000-gebieden De Wieden en Weerribben te herstellen en te versterken.

Om de doelstellingen te kunnen halen is het cruciaal om gedurende het gehele plan proces de belangen van de verschillende belanghebbenden gedurende het gehele planproces centraal te stellen en optimaal te combineren. Van oudsher is er in het gebied van De Wieden en Weerribben namelijk sprake geweest van gebiedsparticipatie. In 2017 is het Beheerplan Wieden Weerribben door Provinciale Staten vastgesteld. Met het voorliggende ontwerp is afgeweken van het voornoemde Beheerplan. Er is gebroken met de traditionele vorm van gebiedsparticipatie waarin u en alle belanghebbenden samen aan tafel zitten om wijzingen door te spreken en af te stemmen. De voorliggende afwijking van het beheerplan, die niet met alle belanghebbenden is besproken, raakt juist diegene die niet aan tafel heeft gezeten. Er is veel overleg geweest in algemene zin, maar niet specifiek over de in de Reactienota (Bijlage 15, Hoofdstuk 3, nr. 1) genoemde ambtshalve wijzigingen, waardoor de bestemming Natuur verzwaard wordt. Bij deze ambtshalve wijziging zijn de consequenties voor natuur, omgeving en belanghebbenden ten onrechte niet in beeld gebracht en is er dus geen sprake van een zorgvuldige belangenafweging. Dit draagt niet bij aan het vertrouwen in de overheid. Graag zou u zien dat dit vertrouwen weer hersteld kan worden. Vanuit ieders verantwoordelijkheid zal hieraan gewerkt moeten worden.

Het geschetste beeld dat niet met belanghebbenden over de ambtshalve aanpassing is gesproken is niet juist. Met alle eigenaren en pachters van gronden binnen de uitwerkingsgebieden zijn één of meerdere gesprekken gevoerd. Hetzij rechtstreeks door de provincie, hetzij via pachtgesprekken door Natuurmonumenten of WDOD. Waar het van toepassing was is de ambtshalve wijziging onderwerp van het gesprek geweest. Tijdens een presentatie in mei 2019 is uw gemeenteraad geïnformeerd over de voortgang en het proces van de planuitwerking van De Wieden. Daarin is ook stilgestaan bij de ambtshalve wijziging en de gevolgen die dit voor de rietteelt zou hebben. Daarbij is niet afgeweken van het N2000 Beheerplan. De N2000 doelen zijn juist leidend geweest bij de keuzes voor de inrichting en De Roerdomp, de Grote Karekiet, de Purperreiger, de Rietzanger, de Bruine Kiekendief en de Snor zijn afhankelijk van overjarig riet. Dit is als kernopgave benoemd in het Beheerplan (3.1 Kernopgave bij - 4.12) en de ambtshalve aanpassing is daarop gericht geweest. De consequenties voor de natuur zijn in het Beheerplan al in beeld gebracht. Voor de omgeving zijn er geen consequenties en voor de belanghebbenden zijn die in beeld gebracht en met hen besproken. Wij herkennen ons niet in het geschetste beeld ten aanzien van zorgvuldigheid en duidelijkheid inzake het proces rondom dit PIP.

Hiervoor is een uitgebreid gebiedsproces doorlopen, samen met de partners in de werkgroep, de ambtelijke adviesgroep en de bestuurlijke adviesgroep. U geeft aan dat dit niet bijgedragen heeft aan het vertrouwen in de overheid. Graag willen we met u hierover in gesprek. Het PIP vervangt de Beheerverordening. Wij zouden dan ook graag zien dat de uitgangspunten van de Beheerverordening inzake gebruiksmogelijkheden Het is juist dat het PIP de Beheersverordening vervangt, maar het zondermeer overnemen van de uitgangspunten daarvan inzake de gebruiksmogelijkheden voor agrarisch gebruik en rietteelt is in strijd met het N2000 beheerplan. Dát is de basis voor het Inrichtingsplan en het PIP. Het zondermeer overnemen van Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 1 Geen inhoudelijke punten Aanpassing PIP / MER nodig voor agrarisch gebruik en rietteelt mee worden genomen in het PIP. de gebruiksmogelijkheden zou een deel van het PIP zinloos maken. Bij het opstellen van het PIP houden wij, binnen de ruimte die het Beheerplan biedt, zoveel mogelijk rekening met de Beheersverordening en de genoemde uitgangspunten. Het overnemen van de inhoud van deze zienswijze is een stap in de goede richting, waardoor randvoorwaarden gesteld worden die de ruimtelijke uitwerking van de plannen zorgvuldiger en duidelijker maken.

U verzoekt ons daarom met klem onderstaande aanpassingen in (de totstandkoming van) het PIP-de Wieden door te voeren. Zoals hierboven is aangegeven, passen wij het PIP niet aan op de door u genoemde punten, omdat dat in strijd is met het N2000 beheerplan. 1.1 Met de rietsector in de Wieden is specifiek over de ambtshalve wijzigingen in het ontwerp PIP geen overleg geweest. De belangen van de rietsector zijn dan ook niet voldoende meegenomen volgens u. Dit is wat u betreft een omissie die hersteld dient te worden. De gebiedskennis en kunde van de riettelers in Steenwijkerland is evident en van grote waarde voor het betreffende gebied. U zet zich dan ook in voor behoud van het traditionele beroep van rietsnijders. U hoopt dat ook wij ons wil blijven inzetten voor behoud van dit ambachtelijk beroep. U geeft te kennen dat u samen met inwoners en ondernemers in de Natura 2000-gebieden en in de buurt van de Natura 2000 gebieden bespreekt of het mogelijk is om de noodzakelijke herstelmaatregelen te combineren met landbouwkundig gebruik en versterking van de landbouwstructuur. Erken daarbij ook de rietsector als gesprekspartner en laat ze mee aan tafel zitten. Wij verzoeken u de Riettelersorganisaties op te nemen in de Bestuurlijke Advies Groep [BAG; red.]. De rietsector is inderdaad niet direct betrokken geweest bij de pl anuitwerking en de ambtshalve wijziging in het ontwerp PIP.

De eige naren en pachters binnen de uitwerkingsgebieden, waaronder de riettelers, zijn wel persoonlijk geïnformeerd over de ambtshalve wijziging. Of de riettelers een plaats krijgen in de BAG is aan de BAG om te beoordelen. Dat kan met dit PIP niet geregeld worden. Nee 1.2 De belangen van de riettelers zijn niet goed afgewogen. In het PIP wordt voor de rietteelt met aanduidingen gewerkt, terwijl de nu geldende Beheerverordening Buitengebied (2014) deze beperkingen binnen de nu geldende agrarische en natuurbestemmingen niet kent. Het gevolg daarvan is dat riettelers straks dingen niet meer kunnen doen die ze eerst wel mochten doen. Want rietteelt buiten deze aanduidingen is met het PIP ruimtelijk niet meer toegestaan. Hetzelfde geldt voor ander Zie zienswijze 1 bij 1.0. In het ontwerp PIP is een groter gebied opgenomen dan in het voorontwerp PIP. Dit heeft als reden dat in het voorontwerp PIP alleen de perce len met de agrarische bestemming zijn opgenomen waarbij deze functie wijzigt naar natuur vanwege de N2000 doelen. Tijdens het verder uitwerken van het inrichtingsplan werd duidelijk dat in de beheersverordening van de gemeente Steenwijkerland, in de planregels voor de functie natuur ook agrarisch medegebruik mogelijk is. Dit agrarisch medegebruik is strijdig met de beoogde Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr.

Zienswijze 1 Geen inhoudelijke punten Aanpassing PIP / MER nodig agrarisch gebruik van de gronden . Deze belangenafweging is niet goed gemaakt. N2000 doelen voor dit gebied. In het ontwerp PIP is deze omissie hersteld en zijn ook de percelen met bestemming natuur opgenomen om van deze percelen de planregels te wijzigen. Hierbij hebben we expliciet aandacht gehad voor de belangen van de riettelers en de aanwezige rietpercelen (18,42 ha) apart aangeduid waarbij de rietteelt niet in strijd is met de N2000 doelen, zodat rietteelt in de toekomst mogelijk blijft in het gebied. Op het voorontwerp hebben belanghebbenden de gelegenheid gehad te reageren. Het plangebied van het ontwerp-PIP is, zoals in de toelichting van dit plan zelf wordt aangegeven, echter aanzienlijk groter dan de begrenzing van het voorontwerp. Voor deze vergroting is de belangrijke (participatie)fase van vooroverleg en inspraak overgeslagen. Veel betrokkenen is geen gelegenheid geboden om te reageren op een voorontwerp. Zo zijn tijdens het spel de spelregels eenzijdig gewijzigd en daarmee in strijd met de door de overheid voorgestane transparante werkwijze en fair play. De mogelijkheden voor de agrarische- en rietsector worden beperkt door de aanduidingen in het PIP. Zonder dat alle direct betrokkenen daarover vooraf geïnformeerd zijn of een (inspraak)reactie hebben kunnen geven.

In algemene zin heeft u met deze stelling gelijk , maar daar staat tegenover dat met elke betrokkene persoonlijk overleg is geweest over de aanpassing . Daarmee is er voldaan aan het vooroverleg. Door de ambtshalve wijziging zijn daarnaast niet meer percelen met de bestemming agrarisch veranderd naar de bestemming natuur. Het overleg met belanghebbenden heeft er toe geleid dat er via een nieuwe ambtshalve wijziging nog een deel rietteeltgebied is toegevoegd (zie Ambtshalve wijzigingen bij V1). Belanghebbenden zijn dus op de consequenties gewezen en hebben een gedegen zienswijze kunnen indienen op dit ontwerpplan. Door een enkeling is een persoonlijke zienswijze ingediend (zie zienswijze 12) en dit is collectief ook gedaan bij monde van de Riettelersvereniging De Wieden (zie zienswijze 9). Daarbij moet opgemerkt worden dat de Riettelersvereniging geen zienswijze heeft ingediend ten aanzien van het doorlopen proces. In juridische zin is er niemand tekort gedaan, omdat de inspraak geen formele wettelijke procedure is, maar een middel om het draagvlak voor een plan te polsen. De wettelijke procedure beg int pas bij de tervisielegging van het ontwerpplan. 1.3 Het PIP vervangt de Beheerverordening.

Wanneer de uitgangspunten van de Beheerverordening inzake gebruiksmogelijkheden voor agrarisch gebruik en rietteelt worden meegenomen in het PIP de Wieden wordt recht gedaan aan de belangen van deze groepen zonder dat dit ten koste gaat van andere belangen. Bij het opstellen van het PIP is niet de Beheerverordening leidend geweest maar het N2000 beheerplan. Het PIP doet niet anders dan een passende ruimtelijke functie en planologische regeling zoeken voor de gestelde doelen. Met de uitgangspunten uit de Beheerverordening zijn deze doelen niet haalbaar. Daarom was een aanpassing/aanscherping via het PIP nodig. Zie onze reacties bij 1.0. Nee 1.4 De in het ontwerp PIP - de Wieden voorgestelde inperking van oogstbaar riet - met als motivatie een efficiënter beheer (cyclisch maaien eens in de 3 jaar tegen halfjaarlijks maaien grasland) - is afwijkend van de huidige praktijk. Er is echter geen onderzo ek naar gedaan en derhalve niet aangetoond dat dit essentieel is in het beheer voor ruigten en zomen. Wij verzoeken u het gevraagde onderzoek alsnog uit te voeren en indien de noodzaak van deze inperking niet kan worden aangetoond, deze achterwege te laten. Zie onze reacties bij 1.0. Dit onderzoek is gedaan in het kader van het Beheerplan en behoeft niet herhaalt te worden. Zie o.a. de paragrafen 3.3. Knelpunten en 5.4.20 Natuurbeheer: rietlandbeheer van het N2000-beheerplan.

Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 1 Geen inhoudelijke punten Aanpassing PIP / MER nodig 1.5 Uw raad vraagt zich af of het PIP in overeenstemming is met de Wet Natuurbescherming. De externe werking van de nieuwe natuur is onvoldoende onderzocht op gevolgen voor de omgeving en bedrijven. In de omgeving zou dan minder toegestaan moeten worden als ge volg van onder meer de stikstofwetgeving. U roept ons dan ook op om nader onderzoek te doen naar de externe werking van de nieuwe natuur. Er komt nieuwe natuur bij, en u vraagt zich af wat het gevolg is voor de omgevingen en bedrijven? De belangen zijn nu niet goed af te wege n. Een bestemmingswijziging van agrarisch naar natuur heeft consequenties voor allerlei ontwikkelingen. Bijvoorbeeld voor woningbouw, scholen, dorpen, inwoners en ondernemers. In het Natura 2000 beheerplan is beschreven welke natuurdoelen op welke plek gerealiseerd moeten worden. Het N2000 beheerplan is een doorvertaling van de Wet natuurbescherming. De maatregelen in het beheerplan zijn vervolgens nader geconcretiseerd in het inrichtingsplan en het PIP. Het is dus niet in het PIP besloten om nieuwe natuur te ontwikkelen op de beoogde gronden, maar al op landelijk en Europees niveau. Het PIP is daar slechts een uitwerking van.

De externe werking is afhankelijk van de daadwerkelijke ontwikkeling van voor stikstof gevoelige habitats die ook als zodanig zijn aangewezen door de Habitatrichtlijn (bv. Blauwgrasland) en vervolgens in het landelijke aanwijzigingsbesluit. De ontwikkeling daarvan kan inderdaad nadelige effecten hebben voor de omgeving. Die treden echter pas op als het zich ook ontwikkeld heeft. Daarbij worden de nadelige effecten ook bepaald door de door het Rijk vast te stellen stikstofwetgeving en de (bedrijfs -)ontwikkelingen op het moment van het aanwezig zijn van de stikstofgevoelige habitats. Een inschatting van de nadelige effecten is daarom nu niet te m aken en dus ook geen belangenafweging. Nee 1.6 Uw raad verzoekt in de PIP de Wieden de gronden (met bestemming nieuwe natuur) niet automatisch door te schuiven aan de tbo's. Maar het beheer bij voorkeur rechtstreeks via langdurige contracten met geïnteresseerde en gekwalificeerde riettelers en/of agrarische bedrijven te regelen. Voor ons geldt dat eerst de mogelijkheid verkend moet worden of particulieren via zelfrealisatie het gewenste beheer willen uitvoeren. Doorlevering van de gronden is in de regel pas aan de orde als zelfrealisatie niet mogelijk is. Het PIP doet echter geen uitspraak over het gewenste beheer en wie dat beheer gaat uitvoeren. De keuze daarvoor vindt later plaats.

Europees beleid bepaalt overigens dat het niet automatisch doorgeschoven mag worden naar de TBO’s, maar dat verschillende partijen de kans moeten krijgen om het beheer uit te voeren. Zie ook zienswijze 9. Nee 1.7 In het ontwerpplan wordt gesteld dat schadeloosstelling maatwerk is en dus voor iedereen anders is. Dit zorgt voor veel onduidelijkheid en geeft geen inzicht in de gehanteerde spelregels. Uw gemeenteraad stelt dan ook voor om aan de voorkant van het proces duidelijkheid te geven over schadeloosstelling en waardevermindering. De spelregels dienen aan de voorkant helder te zijn, waarbij een onderscheid in drie scenario's aangebracht kan worden. Te weten: • Planschade en/of nadeelcompensatie in bedrijfsvoering • Planschade en/of nadeelcompensatie in ontwikkeling De spelregels voor de schadeloosstelling zijn opgenomen in de provinciale schaderegeling. Deze is terug te vinden op de provinciale website https://www.overijssel.nl/loket/bezwaar -klacht-info/schade-provinciale/schade- maatregelen/ Juist vanwege het maatwerk kan aan de voorkant niet de gevraagde duidelijkheid worden gegeven. Dit moet per geval worden beoordeeld. Wij hebben in ons beleid ten aanzien van de Ontwikkelopgave/N2000 al vastgelegd dat ingezet wordt op vrijwilligheid. Het inzetten van de onteigeningsprocedure kan echter als laatste middel worden ingezet.

Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 1 Geen inhoudelijke punten Aanpassing PIP / MER nodig • Planschade en/of nadeelcompensatie als een ondernemer wil stoppen en moet verkopen Een schadeanalyse die vooraf vastgesteld wordt, zal aan de voorkant helder inzicht bieden aan alle betrokkenen bij het proces van schadeloosstelling. Daarnaast stelt u voor om in de spelregels vast te leggen dat wij ons maximaal gaan inzetten op vrijwilligheid en onteigening als allerlaatste middel in zult zetten. U verzoekt ons genoemde voorstellen over te nemen. 1.8 Door het ontbreken van een schadeanalyse is het volgens u onduidelijk wat de omvang van de financiële begrenzing is. Als er veel schade gaat ontstaan, dan vraagt u zich af of het plan voor ons dan nog wel haalbaar is? Het opstellen van een schadeanalyse is in globale zin gedaan bij de opstart van het project. Uiteraard op basis van aannames, omdat er op dat moment nog geen inrichtingsplan was. Het Beheerplan was daarvoor de basis. De financiële uitvoerbaarheid van het PIP De Wieden is gewaarborgd. De benodigde middelen voor de uitvoering van het voorliggende PIP maken onderdeel uit van de ramingen voor de Ontwikkelopgave N2000, die gedekt wordt uit de Uitvoeringsreserve NNN. Nee Voor u is onduidelijk waarop het door ons gehanteerde overgangsrecht van twee jaar gebaseerd is.

Overheidsregels op dit vlak zijn vastgelegd in de Wet ruimtelijke ordening. U vraagt zich af op welke grondslag door ons wordt afgeweken van de gebruikelijke overheidsregels? Het overgangsrecht wordt hierdoor in algemene zin ingekort en dat heeft volgens u een ongewenst en negatief effect op de belangen van de belanghebbenden. Uw raad verzoekt ons onze beslissing omtrent het afwijkende overgangsrecht te herzien en aan te sluiten bij het wettelijke overgangsrecht. Het is juist dat er normaliter voor ruimtelijke plannen een langere periode van overgangsrecht geldt. Dit geldt echter niet voor activiteiten die negatieve effecten kunnen hebben op de Natura 2000 -doelstellingen. Hiervoor is een zinsnede opgenomen in het Besluit ruimtelijke ordening die overgenomen moet worden in ruimtelijke plannen. Deze hebben we dan ook opgenomen in dit PIP. Deze zinsnede is opgelegd via de Europese Vogel - en Habitatrichtlijnen om de negatieve effecten ook daadwerkelijk te be ëindigen. Het strijdige gebruik onder het ‘normale’ overgangsrecht kan immers heel lang blijven voortbestaan. Volgens de Europese regelgeving zou de beëindiging van dat strijdige gebruik direct moeten plaatsvinden na het vaststellen van het PIP. In het PIP hebben we een termijn van 2 jaar opgenomen. De overgangsregeling in dit PIP voorziet dus in een verruiming van de geldende wetgeving.

Deze is verruiming is opgesteld in afstemming met onder andere LTO Noord en door Provinciale Staten verlengd van 1 naar 2 jaar, om de eigenaren nog de tijd te geven het strijdige gebruik af te bouwen en te voorzien in alternatieven. 1.9 De raad verzoekt u de vrijgekomen stikstofruimte zoals omschreven in het ontwerp PIP behouden voor de agrarische sector en / of inwoners in Steenwijkerland. En om de ontstane N -ruimte door het staken van melkveehouderij activiteiten te benutten voor het halen van doelen voor de landbouw. Dit vanuit de gedachte 'lusten en lasten' evenredig verdelen. De stikstofproblematiek is iets dat op lan delijk niveau wordt geregeld en op detailniveau via een gebiedsgerichte aanpak in een separaat proces opgepakt wordt. De gevraagd toezegging kunnen wij in het kader van het PIP dan ook niet doen. Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 1 Geen inhoudelijke punten Aanpassing PIP / MER nodig 1.10 De vernatting (plas-dras) van diverse percelen zal ongetwijfeld het aantal ganzen (fors) en zwanen in de nabij gelegen landbouwgebieden doen toenemen. Met alle gewasschade van dien voor de eigenaren. Gemeente pleit met de agrarische sector voor een schadeanalyse en maatregelen om de mogelijk toenemende schade te compenseren. Wij monitoren de ontwikkeling van de habitats en daarbij monitoren wij o.a. ook de effecten van de ganzen.

Het areaal Engels raaigras (voedingsbron voor ganzen) neemt door de maatregelen af, dus is de verwachting dat de aantallen niet toe zullen nemen. Zonder toename van ganzen is er ook geen toename van stikstof. Overigens zijn er o.a. ten aanzien van de ganzen afspraken vastgelegd met de Faunabeheereenheid Overijssel in het Faunabeheerplan. Ongewenste ontwikkelingen worden ook in dat kader bewaakt en beheerd. Voor schade die ontstaat kan een beroep worden gedaan op de provinciale schaderegeling (zie ook zienswijze 13 bij 13.2). Nee 1.11 Uw raad noemt de switch in beleid van weidevogels naar moerasvogels in het ontwerp PIP opmerkelijk. Er wordt gesteld dat zonder overleg en nadere motivatie eenzijdig voor deze beleidswijziging wordt gekozen. Er zou volgens u zelfs geen sprake zijn van een wetenschappelijke onderbouwing voor deze nieuwe koers. Nog los van het feit dat dit volgens u een demotiverende werking op tal van huidige weidevogelbeheerders zal hebben, zal ook de populatie weidevogels verder afnemen. En dit zal vervolgens ook effecten hebben op roofvogels en andere diersoorten. U vraagt zich af wat de financiële gevolgen zijn van het stopzetten van het beleid tot behoud van weidevogels? In de afgelopen jaren is veel subsidie gestoken in dit beleid. Dit zal een maatschappelijke en financiële discussie tot stand brengen.

Uw raad pleit dan ook voor het terugdraaien van deze koerswijziging. Deze ‘nieuwe koers’ is geen gevolg van de planuitwerking en d it PIP, maar is al gemaakt bij de aanwijzing door het Rijk toen de weidevogels niet als doelsoorten zijn aangewezen. Het Beheerplan geeft aan hoe wij de geformuleerde doelen in het Aanwijzingsbesluit willen bereike n. Diverse goede weidevogelgebieden rond De Wieden (Barsbekerbinnenpolder, Leeuwterveld en Giethoorn-Wanneperveen) blijven overeind en krijgen volop aandacht . In proces van de aanwijzing als N2000-gebied en het opstellen van het beheerplan is een keuze gemaakt voor welke natuurdoelen ontwikkeld worden. Bij deze keuzes is ook rekening gehouden met reeds uitgev oerde werkzaamheden en eventuele financiële consequenties. De aanwijzing en het N2000-beheerplan hebben alle bestuursrechtelijk procedures met inzagetermijnen etc. doorlopen. Nee 1.12 U verzoekt ons in het PIP meetbare doelen op te nemen waardoor concrete sturing mogelijk wordt. Gevraagd wordt niet alleen aantal dieren of planten per ha te benoemen, maar ook consequenties te verbinden aan het niet halen van de gestelde doelen en hierover in gesprek te gaan met betrokken gebiedspartners. Het zou volgens u mogelijk moeten zijn om concreet te sturen op andere methoden om de natuurdoelen te bereiken juist door specifiek omschreven agrarisch (mede)geb ruik c.q. beheer.

Het N2000 beheerplan doorloopt een 6 jaarlijkse herzieningscyclus. Tussentijds wordt het geëvalueerd en wordt gekeken of de genomen maatregelen zijn uitgevoerd en of ze de beoogde effecten hebben. Indien dit niet zo is dan worden nieuwe maatregelen voorgesteld in het nieuwe beheerplan. Dit is vastgelegd in het N2000 beleid. Het PIP is hiervoor niet het juiste kader. Nee 1.13 Als laatste wil u pleiten voor het zichtbaar maken van 460 hectare natuur. Te denken valt aan het De Wieden is al een goed ontsloten gebied voor bewoners en recreanten. Via een uitgebreid netwerk van o.a. fiets - en wandelpaden kan men de natuur Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 1 Geen inhoudelijke punten Aanpassing PIP / MER nodig vergroten van de toegankelijkheid van het gebied voor publiek door bijvoorbeeld de aanleg van fiets - en wandelpaden. beleven. Een uitbreiding van deze toegankelijkheid is niet door de partners voorgesteld. Daarnaast kan een vergroting van de toegankelijkheid schadelijk zijn voor de natuur. Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP Nr.

Zienswijze 2 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig 2.1 Als natuurvereniging bent u er door leden op gewezen dat een inrichtingsplan [het Inrichtingsplan voor De Wieden; red.] voor het omzetten van agrarische gronden en weidevogelgebieden in moeras indruist tegen de doelstelling van uw vereniging, namelijk het bevorderen en beschermen van weidevogels. Door de herinrichting gaat er volgens u weer oppervlakte verloren waar op dit moment veel weidevogels broeden. Zie ook zienswijze 1 bij 1.11. Het inrichtingsplan volgt de doelen zoals aangegeven in het N2000 beheerplan Wieden-Weerribben. Weidevogels zijn daarin niet opgenomen als doelsoort. Ten aanzien van de weidevogels zijn de keuzes in het beheerplan gemaakt op basis van de toen voorhanden zijnde gegevens en belangenafwegingen. Die staan niet meer ter discussie, maar gelden als randvoorwaarden voor het Inrichtingsplan en dit PIP. Nee 2.2 Bovendien staat er in de plannen dat er in het nieuw in te richten moeraslandschap geen agrarische activiteiten mogen plaatsvinden. Op zeker moment zal er toch onderhoud aan dit “nieuwe” landschap moeten gebeuren wat dan weer door Natuurmonumenten wordt gegund aan grote ondernemingen en dus de boer in het landschap weer aan de zijlijn komt te staan, terwijl hij door de eeuwen heen dit landschap heeft gevormd en onderhouden. Over wie het beheer gaat uitvoeren doet het PIP geen uitspraak.

Uw stelling dat de agrariër(s) in en om het plangebied niet in aanmerking zouden komen om het onderhoud aan het landschap uit te voeren is prematuur. Wat van belang is dat het gewenste beheer uitgevoerd wordt conform de beoogde natuurdoelen. Agrarisch (mede)gebruik is daarin geen optie meer. Zie ook zienswijze 1 bij 1.6. Nee Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP Nr. Zienswijze 3 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig 3.1 Uw cliënt heeft kennisgenomen van de reactienota en de reactie op hun inspraaknotitie. Deze reactie biedt voor uw cliënt naar zijn mening onvoldoende zekerheid. Vandaar dat hij alsnog een zienswijze indient. Het stelt hem teleur dat de duidelijke toezegging die de projectleider heeft gedaan, Tijdens een bezoek op 27 januari is door de projectl eider aangegeven dat in het PIP een overgangsrecht is opgenomen. Dat overgangsrecht geeft o.a. aan dat eerst de aktepassering van de landinrichting moet zijn afgerond voordat de overgangsperiode verloopt. Die vervalt één jaar na aktepassering of één jaar n a het besluit om de landinrichting voortijdig te beëindigen. Er is niet de Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 3 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig inhoudende dat er met het PIP zou worden gewacht totdat het ruilplan was vastgesteld, niet wordt nageleefd.

Vandaar nogmaals een oproep om beide procedures gelijk op te laten lopen. toezegging gedaan dat PS het PIP niet definitief vaststelt voor de afronding van het ruilplan. Zie 3.3. 3.2 De gang van zaken rondom de vaststelling van een ruilplan voor de landinrichting Blokzijl-Vollenhoven kent weinig tot geen vooruitgang. Dat betekent volgens u dat nog steeds het risico bestaat dat uw cliënt in het kader van die landinric hting percelen toegedeeld krijgt die op grond van het Provinciaal Inpassingsplan een natuurbestemming krijgen waardoor de percelen niet langer voor de melkveehouderij kunnen worden aangewend. Dan wel dat percelen momenteel in gebruik respectievelijk eigendom bij uw cliënt een niet- agrarische bestemming krijgen, terwijl er geen zekerheid bestaat over vervangende grond met dezelfde kwaliteit en hoedanigheid. Verwijzen naar een onteigeningsprocedure welke slechts zal worden ingezet nadat de aktepassering ruilverkaveling gereed is, biedt naar de mening van uw cliënt geen zekerheid. Dit klemt volgens hem temeer omdat wij zelf gesteld zouden hebben dat onteigening ook mogelijk is tot een jaar nadat de commissie het besluit zal hebben genomen dat de landinrichting geen doorgang zal vinden. Het proces van behandeling van zienswijzen tegen het ontwerp -ruilplan is vertraagd vanwege de coronasituatie.

Uw cliënt is hierover begin april per brief door de uitvoeringscommissie geïnformeerd. In juni zijn/worden weer hoorzittingen gehouden. De commissie is verplicht uw cliënt percelen toe te delen die in redelijke mate qua aard en hoedanigheid vergelijkbaar zijn met de ingebrachte percelen. Een toedeling van natuurgronden ter vervanging van landbouwgronde n kan dus niet aan de orde zijn. Het is inderdaad mogelijk dat niet alle gronden binnen de uitwerkingsgebieden door het ruilproces van de landinrichting beschikbaar komen voor de Ontwikkelopgave. In die gevallen besprek en wij de mogelijkheden om de gronden beschikbaar te krijgen. De uitvoeringscommissie streeft ernaar komend najaar het ruilplan vast te stellen. Het afblazen van de landinrichting is niet aan de orde. Eventueel noodzakelijk onteigening op basis van en ten behoeve van het PIP staat geheel los van de ruilverkaveling. Nee 3.3 Het kan volgens u niet op voorhand worden uitgesloten dat het ruilplan helemaal geen doorgang zal vinden gelet op de vele obstakels die in het verleden reeds zijn gebleken. Als het PIP in dat geval wel doorgang vindt is dat uiterst nadelig voor een melkveehouder. Hij kan dan percelen hebben die een natuurbestemming hebben gekregen zonder dat deze via de landinrichting geruild kunnen worden voor geschikte landbouwgrond.

Daarnaast stelt het uw cliënt teleur dat in het ruilplan een perceel in eigendom bij cliënt ter grootte van 1.55 hectare, gelegen direct nabij de Moespotvaart (zie kaartje), niet elders wordt toebedeeld. Uw cliënt maakt daarentegen bezwaar en wenst in ieder geval vervangende grond met dezelfde kwaliteit. Het is dus volgens u onvermijdelijk dat ruilplan en PIP duidelijk op elkaar worden afgestemd. Zolang er Landinrichting en Ontwikkelopgave zijn separate processen. In dit geval spelen ze gelijktijdig in hetzelfde gebied. Het PIP houdt de urgentie aan die het N2000 beheerplan aangeeft. Die is leidend en niet de v oortgang van de landinrichting. Uiteraard zou het wenselijk zijn als het ruilplan en het PIP gelijke tred zouden kunnen aanhouden in de procedure. Helaas kan de uitvoering van de herstelmaatregelen voor de natuur niet ( meer) wachten op de landinrichting. Er ligt vanuit Europese wet- en regelgeving een verplichting om binnen een vastgestelde periode de herstelmaatregelen uit te voeren. Gezien de kennelijke weerstand tegen het ruilplan loopt de landinrichting zodanige vert raging op dat daardoor beide plannen geen gelijke tred meer kunnen houden en moet het PIP door in de procedure om de maatregelen tijdig uit te kunnen voeren. Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr.

Zienswijze 3 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig geen definitief ruilplan is kan er ook geen (definitief) PIP zijn. Naar aan uw cliënt toegezegd zou zijn was dat oorspronkelijk ook de bedoeling. Deze intentie om beiden op elkaar af te stemmen en gelijk op te laten lopen was en is verstandig. Hier mag niet van worden afgeweken. 3.4 Uw cliënt wil geen enkele vernattingseffecten voor de percelen gelegen aan de Leeuwte die aan de achterkant grenzen aan de Moespotvaart. Als er geen vernatting is, zo stelt uw cliënt, dan hoeft er ook geen nadeelcompensatie te worden geboden. U stelt daarom voor het waterpeil niet te verhogen maar grond af te schrapen waar natuur gepland i s. Dat wij volgens uw cliënt momenteel geen reden zien om met hem in gesprek te gaan, omdat het losse percelen zijn moge naar zijn mening zo zijn. Dat neemt volgens hem niet weg dat wij een zorgplicht hebben om op een behoorlijke manier met zijn belangen om te gaan. Dat doet wij naar uw mening niet door de procedure door te zetten zonder rekening te houden met het ruilplan. Zoals hiervoor al is aangegeven staat het PIP in principe los van het ruilplan. Op een behoorlijke manier met de belangen van uw cliën t omgaan is hoe dan ook een verplichting die wij ons zelf opleggen en staat ook los van het ruilplan.

De bedoelde percelen aan de Leeuwte, grenzend aan de Moespotvaart, liggen buiten de opgave van de deelgebieden die op dit moment in het PIP ter inzage liggen. Voor deze percelen zijn in het inrichtingsplan geen maatregelen benoemd. Daarnaast zijn er geen significante effecten te verwachten van de maatregelen in het inrichtingsplan op de genoemde percelen. Nee 3.5 U verzoekt namens cliënt aan GS en PS om het PIP niet vast te stellen. Wij zien geen reden met PIP niet vast te stellen Nee Conclusie De zienswijze leidt niet tot aanpassing van het PIP Nr. Zienswijze 4 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig 4.0 Met dit schrijven maakt u bezwaar tegen ons plan (plangebied 10) om een van de belangrijkste weidevogelreservaten van Overijssel een andere inrichting te geven, waardoor er volgens u met zekerheid significant negatief effect zal ressorteren voor de huidige weidevogelhabitat. Ook w ordt er naar uw mening in het plan geen compensatie, dwingende reden, of alternatieven geboden. U heeft een pro-forma zienswijze ingediend binnen de daartoe gestelde termijn. Wij hebben uw aanvulling op deze pro-forma-zienswijze op 6 juli 2020 ontvangen. Wij constateren dat die ruim na de sluitingstermijn van 5 juni 2020 voor pro-forma-zienswijzen is binnen gekomen.

Deze termijn is op 15 april 2020 gepubliceerd in de 2 e, herziene publicatie in de Staatscourant, het provinciale blad en op www.ruimtelijkeplannen.nl. Dat was dus ruim 14 dagen voordat u uw pro-forma-zienswijze hebt ingediend. U had dus tijdig van de gewijzigde termijn én de pro-forma-termijn kennis kunnen nemen. De 1e publicatie is herzien omdat de sluitingsdatum voor het indienen op 4 mei 2020 lag en vanwege de Corona-uitbraak. Aangezien de termijn 1 dag voor een feestdag eindigde is de termijn in de 2 e publicatie met 2 dagen verlengd van 4 Nee Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 4 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig naar 6 mei. Daarnaast is besloten om extra tijd te geven in de procedure, omdat we ons konden voorstellen dat door de Corona -uitbraak mensen met hun hoofd bij andere zaken zaten. We hadden dezelfde extra tijd ook geboden aan de gemeenteraad van Steenwijkerland. In die 2e publicatie is vanwege de Corona-crisis specifiek ingegaan op de pro - forma mogelijkheid en is de datum van 5 juni 2020 waarop de aanvulling ingediend moest zijn al aangegeven. De aanvullingstermijn is op 4 weken gezet terwijl die normaal gesproken 2 weken is. De termijn voor het indienen van de aanvulling wordt normaal gesproken bij ontvangst van de pro -forma gesteld en kenbaar gemaakt. Dat is hier dus al bij voorbaat gedaan .

Wij achten uw zienswijze om voorgaande redenen formeel niet ontvankelijk, maar gaan vanwege de verwarrende situatie uit coulance wel in op uw zienswijze. Of wij in ons standpunt in het gelijk worden gesteld zal uit het oordeel van de Raad van State bij een eventuele beroepsprocedure moeten blijken. Goede alternatieven voor de doelstelling zijn volgens u afgewezen. Op 25 november 2013 is het aanwijzingsbesluit voor het Natura 2000 -gebied De Wieden door het Rijk genomen. In het aanwijzingsbesluit staan de instandhoudingsdoelstellingen. In het Natura 2000 beheerplan is vervolgens opgenomen op welke wijze de betreffende gebieden moeten worden ingericht voor de Porseleinhoen, Kwartelkoning en andere moerasbroedvogels zoals de Bruine kiekendief en Zwarte stern. De afweging voor de doelen heeft dus in de aanwijzigingsbesluiten plaatsgevonden. 4.1 A. Habitat ruil Het MER Advies over reikwijdte en detailniveau van het milieueffectrapport (27 maart 2018) zegt: “ Geef in het MER een beschrijving van het proces van alternatievenontwikkeling en welke andere alternatieven zijn overwogen en onderbouw waarom deze niet verder worden uitgewerkt….Motiveer waarom het gekozen ontwerp optimaal is vanuit de (natuur)doelstellingen, gegeven de gestelde randvoorwaarden.” (p.4) en “Geef in het MER aan welke kenmerkende habitats en soort(groep)en aanwezig zijn in het studiegebied.

Ga daarna in op de potentiële ingreep-effectrelaties tussen de voorgenomen activiteit en de in het studiegebied aanwezige natuurwaarden” (p.7). Aan deze instructie wordt volgens u niet voldaan . De locatiekeuze voor ontwikkeling van habitats voor doelsoorten is, zoals hiervoor opgemerkt, gemaakt in het N2000 beheerplan voor De Wieden en Weerribben. In dit beheerplan is een belangenafweging gemaakt tussen de verschillende natuurdoeltypen en aanwezige habitattypen. Deze alternatieven afweging is in het huidige MER niet herhaald. We hebben aan de instructie voldaan, zoals te zien is in Deel A, hoofdstukken 4 en 6. Nee De MER geeft aan dat er misschien beschermde soorten zijn en zegt dat “De aanwezigheid van enkele [U zet een ? bij dit woord] beschermde soorten Op de afbeelding zijn 2 soorten opgenomen: 1. NDFF habitatrichtlijnsoorten en 2. NDFF vogelrichtlijnsoorten Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr.

Zienswijze 4 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig kan niet uitgesloten worden” (Bijlage 6, p.21) en op dezelfde bladzijde (!!) een MER kaart van beschermde soorten volgens de NDFF vogelrichtlijnsoorten, waarop meer dan “enkele” beschermde soorten aanwezig zijn: (afbeelding moerasvogels) Er zijn wel veel stippen opgenomen op de afbeelding, maar die geven (behoudens de 2 richtlijnsoorten) niet de aantallen soorten vogels weer, maar alle waarnemingen van de richtlijnsoorten gedurende een periode van jaren . Het woord “enkele” in de tekst betreft dus het aantal beschermde soorten en niet het aantal beschermde vogels. U stelt dat melding wordt gemaakt van: “minder algemene en kwetsbare soorten broeden in de graslanden. Grutto en gele kwikstaart hebben een relatief hoge dichtheid in deze graslanden ” (p. 21), maar dat nergens in het plan melding is gemaakt van andere aanwezige weidevogelsoorten als de wulp, tureluur, scholekster, etc.). De MER zegt, “Het plangebied wordt gebruikt als broedgebied door met name weidevogels” (p. 44) en de “Effecten op weidevogelsoorten…. In het plangebied gaan deze percelen grotendeels verloren als broedhabitat voor weidevogels” (p.39). Verschillende ecologen van diverse organisaties hebben gezamenlijk een analyse van de huidige situatie gemaakt.

Er is melding gemaakt van diverse aanwezige weidevogelsoorten die beschermd worden conform de Flora en Fauna wet. Het plan zegt ten aanzien van beschermde soorten, “De werkzaamheden of inrichting leidt niet tot het verstoren van essentieel foerageergebied ” [U geeft aan: weidevogels foerageren niet in hoge moeras vegetatie]; er zijn ruim voldoende alternatieven in de omgeving” (p.126). Ook het inrichten van het gebied door een derde deel daarvan in open water te veranderen is nadelig voor weidevogels. De MER geeft aan dat “Het areaal aan oppervlaktewater wordt met 194.913 m² vergroot in het deelgebied ” (p.38). De gedachte dat beschermde soorten hun habitat maar moeten verlaten en het ergens anders moeten zoeken omdat GS hun habitat 'uninhabitable' maakt is strijdig met wetgeving ten aanzien van bescherming van bestaande habitats, c.q. de EU Vogel- en Habitatrichtlijn. In het aanwijzigingsbesluit zijn de doelstellingen voor dit N2000 gebied vastgelegd. In het N2000 beheerplan De Wieden en Weerribben is een uitwerking gemaakt voor verschillende N2000 doelsoorten. In het aanwijzingsbesluit is een keuze gemaakt voor natuurdoeltypen, beargumenteerd en daarmee niet strijdig met EU Vogel- en habitaitrichtlijn. De PIP zegt “De ingreep in het deelgebied…Duinweg-Leeuwte vinden … in delen van het Natura 2000-gebied waarvan de ecologische waarde relatief beperkt is.

Het gaat hierbij vooral om agrarische graslanden die van belang zijn voor grasetende niet-broedvogels…. Van significant negatieve effecten zal niet snel sprake zijn.” Verschillende ecologen hebben tijdens het planproces gezamenlijk een analyse van de huidige situatie gemaakt en daarbij op basis van biotoopeisen van de verschillende vogelsoorten, maaiveldhoogtes, waterpeilen en kostenefficiëntie geschikte locaties en (beheer)maatregelen vastgesteld. Nota van Antwoord NL.IMRO.9923.PIPWieden-va01 27-10-20 Nr. Zienswijze 4 Reactie Aanpassing PIP / MER nodig Deze bewering is niet gestaafd en niet juist (zie in dit verband de kaart van NDFF vogelrichtlijnsoorten). De effecten van een ander beheer (zoals verbod op gebruik ruige mest in tegenstelling tot verplichting tot gebruik ruige mest voor weidevogels) en een andere inrichting met hoge vegetatie, moeras, etc., is zeer nadelig voor broedende weidevogels. Er is een hoge concentratie in het gekozen 22 ha groot gebied van 'niet - grasetende' en 'wel-broedvogels'. Ook is de bewering dat het plangebied 'maar' agrarisch gebruik kent, en aldus niet bestaande natuur betreft, niet juist.

Op de MER kaart op p.21 is te zien dat het grootste gedeelte van het plangebied natuur is: De MER geeft aan dat er misschien beschermde soorten zijn en zegt dat “De aanwezigheid van enkele [U stelt een ? bij dit woord] beschermde soorten kan niet uitgesloten worden” (Bijlage 6, p.21) en op dezelfde bladzijde (!!) een MER kaart van beschermde soorten volgens de NDFF vogelrichtlijnsoorten, waarop meer dan “enkele” beschermde soorten aanwezig zijn: (afbeeldingen NNN en weidevogelbeheer SNL) Ook de 'gele' percelen zijn weidevogelreservaat: Dat “de ecologische waarde relatief beperkt is ” volgens de PIP en dat er “niet snel sprake zal zijn van negatieve effecten” omdat “het gaat hierbij vooral om agrarische graslanden die van belang zijn voor grasetende niet-broedvogels” is niet juist. Het plan zegt dat deze agrarische graslanden worden “gewijzigd in de bestemming 'Natuur' en vormen het plangebied van dit inpassingsplan De Wieden”. De kwalificatie “maar” dat u hier bezigt is geheel voor uw rekening. Wij zien dat niet zo en dat leggen wij u hieronder uit. Er is een planologisch verschil tussen gronden die bestemd zijn tot ‘Natuur’ en gronden die bestemd zijn tot ‘Agrarisch met waarden’. Binnen ‘Natuur’ is de hoofdfunctie natuur en is in het geheel geen agrarische exploitatie toegestaan; hooguit agrarisch medegebruik zoals extensieve beweiding ten behoeve van natuurbeheer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/41f7e376-1393-439c-b4bd-43461700f7d1?agendaItemId=e52e89ae-c658-430a-8690-6371ae62bd23