3.1 Haalbaarheidsonderzoek SOVOO en SVOSW - 25 augustus 2021 (1).pdf
Tekst van het document
Voor de korte termijn: - Breng de overeenkomsten en verschillen van beide functiebouwwerken binnen de twee stichtingen in beeld. Dat betreft voor het OP de functiemix per 1 oktober 2020 en voor directie en oop het functiebouwwerk per 1 januari 2021. Welke conclusies komen hieruit naar voren en formuleer hiervoor oplossingsrichtingen? - Welke fricties worden voorzien m.b.t. mobiliteit van medewerkers (o.a. gewetensbezwaren) en welke opties zijn er om daarin te kunnen voorzien? - Hoe zien de schoolpopulaties van beide stichtingen eruit op basis van de prognose 2020-2030 op (prognose leerlingenaantallen per school/per stichting)? - In hoeverre voorziet het actuele aanbod (schooljaar 2020/2021) aan medewerkers van beide organisaties in de behoefte van dat moment (aantal te geven vaklessen per schoolsoort)? Houd daarbij rekening met de gekozen richting(en) voor de beroepsgerichte afstudeermogelijkheden en de effecten van het te verwachten natuurlijk verloop voor het schooljaar 2021/2022. Pagina 51 van 73 - Welke fricties worden voorzien m.b.t. een goede match tussen vraag (welke functies hebben we nodig) en aanbod (medewerkers in dienst om alle taken uit te kunnen voeren) en welke consequenties zijn er hierbij voor de werkgelegenheid? Dit is m.n. bedoeld om zicht te krijgen op te nemen maatregelen om tijdig te kunnen anticiperen in tekorten/overschotten door bijv.
tijdig passend mobiliteitsbeleid in te zetten. - Welke oplossingsrichtingen zijn er om eventuele fricties te kunnen oplossen? 2. Voor de langere termijn (2022-2025): - In hoeverre is er sprake van evenwicht in de te verwachten match tussen vraag (de uit te voeren taken/lessen) en aanbod (beschikbare, geschikte medewerkers/bevoegde docenten)? - Wat is de gewenste verhouding tussen enerzijds de formatie directie/oop en anderzijds de formatie op? - Wat is de gewenste verhouding personeel/materieel in de lasten voor de komende 5 jaar? Voor het beantwoorden van de vragen kan onder andere worden gebruik gemaakt van de gegevens, zoals deze in Afas zijn opgenomen. De HRM’ers leveren de gevraagde gegevens aan. Indien dat niet mogelijk is, dan kan de werkgroep daartoe extern deskundigheid inhuren. Daarnaast wordt de werkgroep gevraagd om met elkaar na te denken over aanvullende thema’s binnen het onderwerp personeel welke ook een plek dienen te krijgen in de fusierapportage. Het staat de werkgroep vrij over deze thema’s aanvullend advies uit te brengen. Tussentijdse afstemming vindt plaats via de kerngroep, waarin de voorzitters van de verschillende werkgroepen samen komen met de stuurgroep. De stuurgroep ontvangt de voorstellen en adviezen van de werkgroep graag uiterlijk 22 april 2021. Planning De werkgroep vergadert éénmaal in de drie weken in Oosterwolde o.l.v.
voorzitter Sonja van der Wijk. Bijeenkomsten: - 1e bijeenkomst: donderdag 21 januari 2021 Linde College Wolvega. Dan wordt de planning voor de gehele periode vastgesteld. Pagina 52 van 73 Opdracht werkgroep financiën en beheer Samenstelling werkgroep De werkgroep financiën en beheer bestaat uit 6 personen. Van de deelnemende besturen hebben de volgende geledingen een vertegenwoordiger in de werkgroep: schoolleiding, medewerker financiële administratie en (G)MR. M.b.t. het onderzoek naar de financiën kan een beroep gedaan worden op de controller van SVOSW. Ten behoeve van de objectiviteit kunnen de resultaten van het onderzoek nog ter beoordeling worden voorgelegd aan een onafhankelijk deskundige. De werkgroep bestaat uit de volgende leden: Freddy Radix (stafmedewerker financiën SVOSW), Janko Turksma (hoofd administratie Stellingwerf College), Taco Hofland (lid MT Stellingwerf College), Marc Buiter (GMR SVOSW), Ruben Abbring (lid MR SOVOO) en Jan Osinga (rector Linde College). Vraag aan de werkgroep De werkgroep wordt gevraagd om een duidelijk en concreet overzicht van de financiële situatie van de twee besturen ultimo 2021 op te stellen.
In dat overzicht moet aandacht worden geschonken aan: - de exploitatie 2019 en 2020; - de meerjarenbegroting 2021-2025; - de gevolgen van de nieuwe bekostiging per 1 januari 2022; - de balans ultimo 2020; - kengetallen en meerjarige ontwikkeling daarvan in periode 2019 t/m 2025 en toelichting: solvabiliteit, liquiditeit, weerstandsvermogen, signaleringswaarde, kapitalisatiefactor en rentabiliteit. Aanvullend wordt de werkgroep gevraagd een beschrijving te geven van de huidige administratieve organisatie (personeel, financiën) en de door de organisaties gebruikte administratiekantoren en softwarepakketten. Om vervolgens een voorstel op te stellen voor de uitwerking in de toekomstige situatie na de fusie. Ook wordt de werkgroep gevraagd een korte beschrijving van de huisvesting(-skosten) en de gevolgen daarvan voor de facilitaire dienstverlening en de administratieve organisatie op te stellen. De werkgroep wordt gevraagd aanbevelingen te doen voor: - de administratieve organisatie na de bestuurlijke fusie; - facilitair beheer (incl. contractbeheer en lopende contracten); - de huisvesting (w.o. MJOP en voorziening onderhoud); - relaties met derden: nevenstichtingen, gemeente, administratiekantoor, etc.
Daarnaast wordt de werkgroep gevraagd om met elkaar na te denken over aanvullende thema’s binnen het onderwerp financiën en beheer welke ook een plek dienen te krijgen in de fusierapportage. Het staat de werkgroep vrij over deze thema’s aanvullend advies uit te brengen. Tussentijdse afstemming vindt plaats via de kerngroep, waarin de voorzitters van de verschillende werkgroepen samen komen met de stuurgroep. Pagina 53 van 73 De stuurgroep ontvangt de voorstellen en adviezen van de werkgroep graag uiterlijk 22 april 2021. Planning De werkgroep vergadert eenmaal per drie weken in Wolvega o.l.v. voorzitter Jan Osinga. Bijeenkomsten: - 1e bijeenkomst: donderdag 21 januari 2021 Linde College Wolvega. Dan wordt de planning voor de gehele periode vastgesteld. Pagina 54 van 73 Bijlage 2 – concept-statuten Statuten Stichting ‘……………………’ Vooraf: De werkgroep bestuur en organisatie heeft op basis van een vergelijking tussen de statuten van SOVOO en SVOSW een concept opgesteld voor de statuten van de statuten van de “nieuwe” stichting. Daarbij zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: - De stichting krijgt in ieder geval een nieuwe naam. Hiervoor wordt voor de zomervakantie een prijsvraag uitgezet onder medewerkers en leerlingen.
- Bij de vorming van de nieuwe stichting wordt om praktische redenen (minder administratieve druk) gekozen voor een statutenwijziging van de huidige statuten van SVOSW, evenals de keuze om het aan SVOSW gekoppelde administratienummer 41295 in stand te houden en het administratienummer van SOVOO te laten vervallen. - Dit betekent in formele zin dat SOVOO wordt overgedragen aan de stichting met de nieuwe naam en dat er naast nieuwe statuten ook een akte van overdracht moet worden opgesteld. - De concept-statuten worden als bijlage opgenomen in de rapportage van het haalbaarheidsonderzoek. Hierbij moet nadrukkelijk worden opgemerkt dat deze, na het inwinnen van juridisch advies bij de notaris, nog in concept besproken moeten worden met de betrokken gemeenten, de raden van toezicht. Wijziging van de statuten van stichting voortgezet onderwijs Steenwijkerland- Weststellingwerf. Aanhef wijzigen in overleg met notaris Begripsomschrijvingen Artikel 1 1. In deze statuten wordt verstaan onder: School: a. de samenwerkingsschool voor Room-katholiek en openbaar (algemeen bijzonder) onderwijs het Linde College te Wolvega, ende openbare Regionale Scholengemeenschap Tromp Meesters te Steenwijk, en b. de RSG Tromp Meesters praktijkschool te Steenwijk, en c. de openbare scholengemeenschap het Stellingwerf College te Oosterwolde, en d.
de school voor protestants-christelijk en rooms-katholiek onderwijs CSG Eekeringe te Steenwijk. 2.Ter wille van de leesbaarheid is in deze statuten de mannelijke vorm gebruikt. Naam en zetel Artikel 2 1. De stichting draagt de naam "Stichting …………….". 2. De stichting heeft haar zetel in Steenwijk, gemeente Steenwijkerland. Per 1 januari 2021 heeft de Stichting Openbaar Voortgezet Onderwijs Ooststellingwerf het bevoegd gezag van het Stellingwerf College overgedragen aan de stichting. 3. De stichting is opgericht voor onbepaalde tijd. Pagina 55 van 73 Doel Artikel 3 1. De stichting stelt zich ten doel het doen geven en bevorderen van kwaliteitsrijk openbaar, protestants-christelijk en rooms katholiek voortgezet onderwijs in afzonderlijke scholen voor onderscheidenlijk openbaar en bijzonder onderwijs, met inachtneming van artikel 42b van de WVO. 2. De stichting tracht dit doel te realiseren door instandhouding van de in artikel 1 genoemde scholen. Zij streeft ernaar op basis van gelijkwaardigheid zowel in Oosterwolde, Steenwijk als in Wolvega een zo breed mogelijk aanbod van voortgezet onderwijs in de regio te realiseren. Grondslag Artikel 4 1. Uitgaande van de grondslagen en verworvenheden van de onder het beheer van de stichting staande scholen wordt de persoonsvorming van iedere leerling ontwikkeld en bevorderd. 2.
Iedere leerling wordt met respect voor de overtuiging van anderen mede door het onderwijs tot ontwikkeling van zijn eigen levensbeschouwing gestimuleerd. Daar waar mogelijk, ontmoeten alle betrokkenen en met name de leerlingen elkaar, om hun zienswijze ten aanzien van levensbeschouwing en de waarden die hieruit voortkomen met elkaar te bespreken. 3. Geen leerling wordt de toelating tot de onder het beheer van de stichting staande scholen geweigerd op grond van zijn of haar levensbeschouwing of die van de ouders, voogden en verzorgers. 4. De grondslag van de onder het beheer van de stichting staande scholen komt onder meer in het schoolplan van de te onderscheiden scholen tot uitdrukking. In het schoolplan worden waarborgen neergelegd ter zake van de te onderscheiden identiteit van de scholen. Onderwijs Artikel 5 1. De inhoud van het onderwijs wordt in het schoolplan van de scholen vastgelegd. 2. Op het Stellingwerf College, de RSG Tromp Meesters te Steenwijk en de RSG Tromp Meesters praktijkschool te Steenwijk wordt ruimte geboden voor het geven van godsdienst- of vormingsonderwijs met dien verstande dat bij de regeling van dit onderwijs de voorschriften van artikel 46 en 47 van de Wet op het voortgezet onderwijs in acht worden genomen. 3.
Op CSG Eekeringe en het Linde College kan naast het wettelijk verplichte onderwijs en de lessen levensbeschouwelijke vorming aan leerlingen de mogelijkheid geboden worden om meer specifieke godsdienstlessen te volgen die aansluiten bij de identiteit en het karakter van deze scholen. Personeel Artikel 6 1. Het bestuur benoemt, schorst en ontslaat het personeel. 2. De raad van toezicht benoemt, schorst en ontslaat de leden van het bestuur en bepaalt hun arbeidsvoorwaarden binnen de daarvoor geldende wettelijke kaders. 3. Het personeel wordt benoemd krachtens een arbeidsovereenkomst naar burgerlijk recht. De stichting is aangesloten bij een commissie van beroep. 4. Bij de benoeming van personeel is een selectie op basis van godsdienst, levensovertuiging, politieke gezindheid, ras, geslacht, seksuele voorkeur, afkomst of burgerlijke staat uitgesloten. 5. Het personeel respecteert de grondslag van de stichting en de door de stichting beheerde scholen, zoals deze is omschreven in de artikelen 3, 4 en 5 van deze statuten. 6. Bij de uitvoering van het personeelsbeleid inzake benoeming, overplaatsing en vermindering van formatie wordt zoveel mogelijk aansluiting gezocht bij de identiteit van de betrokken scholen en de levensbeschouwelijke overtuiging van het betrokken personeelslid.
(medewerkers Pagina 56 van 73 worden voorafgaande aan de bestuurlijke fusie in staat gesteld om kenbaar te maken of zij gebruik maken van het recht op gewetensbezwaren) 7. De aan de scholen voor bijzonder onderwijs, zijnde het Linde College en CSG Eekeringe, benoemde godsdienstleraar onderschrijft de grondslag van de stichting en de door de stichting beheerde scholen, zoals omschreven in de artikelen 3, 4 en 5 van deze statuten. Geldmiddelen Artikel 7 1. De middelen van de stichting bestaan uit: a. Het stichtingskapitaal b. School- en cursusgelden c. Vermogensopbrengsten d. Subsidies e. Andere baten 2. Centraal staat het bevorderen van de individuele ontplooiing van de leerlingen in de ruimste zin. Om het doel te verwezenlijken kan de stichting gebruikmaken van alle middelen die daaraan dienstbaar zijn. Organisatie van de stichting Artikel 8 De stichting kent een bestuur en een raad van toezicht. Het bestuur en de raad van toezicht kunnen commissies instellen. Het bestuur; samenstelling, profiel, taakverdeling, schorsing en ontslag Artikel 9 1.De stichting wordt bestuurd door een bestuur bestaande uit tenminste één natuurlijke persoon. 2.De raad van toezicht bepaalt het aantal leden van het bestuur.
3.Bij de selectie van het bestuur wordt gelet op diverse facetten die de aandacht van het bestuur vragen, waarbij het bestuur in ieder geval beschikt over algemeen bestuurlijke kwaliteiten en de vaardigheid om leiding te geven aan de stichting. De aandachtspunten met betrekking tot de van het bestuur gevraagde deskundigheid en achtergrond worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een profielschets. 4.Voor de werving en selectie van het bestuur maakt de raad van toezicht gebruik van de "Wervings- en selectieprocedure bestuursleden", zoals opgenomen in het Handboek Goed onderwijsbestuur van de stichting. 5.Een lid van het bestuur kan te allen tijde worden geschorst door de raad van toezicht. De schorsing van een lid van het bestuur vervalt, indien de raad van toezicht niet binnen drie maanden na de datum van ingang van de schorsing besluit tot opheffing of handhaving van de schorsing. Een schorsing kan voor ten hoogste drie maanden worden gehandhaafd, ingaande op de datum waarop het besluit tot handhaving van de schorsing werd genomen. De bestuurder wordt in de gelegenheid gesteld zich in een vergadering van de raad van toezicht waarin schorsing of verlenging daarvan aan de orde is te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 6.De raad van toezicht is te allen tijde bevoegd (een lid van) het bestuur te ontslaan.
Het betrokken lid van het bestuur wordt in de gelegenheid gesteld zich ten overstaan van de raad van toezicht te verantwoorden. Daarbij kan hij zich doen bijstaan door een raadsman. 7. (Een lid van) het bestuur defungeert: a. door zijn overlijden; b. door de beëindiging van zijn dienstverband met de stichting; c. door zijn onder curatele stelling; d. doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest; Pagina 57 van 73 e. door zijn ontslag verleend door de rechtbank; f. door zijn ontslag verleend door de raad van toezicht. 8. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallig bestuur behoudt zijn bevoegdheden. Bij ontstentenis of belet van het bestuur of van de enige bestuurder wordt het bestuur waargenomen door één persoon die daartoe door de raad van toezicht is of wordt aangewezen. Gaat de raad van toezicht niet tot een zodanige aanwijzing over dan wordt het bestuur waargenomen door de persoon die daartoe door de president van de arrondissementsrechtbank op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. In het bestuursreglement (handboek goed onderwijsbestuur) wordt geregeld hoe wordt voorzien in de interne waarneming bij kortdurende afwezigheid van het bestuur. Bestuur; taak en bevoegdheden Artikel 10 1. Het bestuur is belast met het besturen van de stichting.
Bij de vervulling van zijn taak richt het bestuur zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de regionale samenleving. 2. Het bestuur heeft al die taken en bevoegdheden die niet bij of krachtens de wet of deze statuten aan anderen zijn toegekend. Het bestuur legt verantwoording af aan de raad van toezicht ter zake van de uitoefening van zijn bestuurlijke taken en bevoegdheden. Bij de uitoefening van de taken en bevoegdheden conformeert het bestuur zich aan het bepaalde in het handboek Goed Onderwijsbestuur van de stichting en de governance code voor de sector. 3. Het bestuur formuleert de missie en het strategisch beleid van de stichting en de vertaling daarvan in concrete doelstellingen voor de scholen, daarbij rekening houdend met de eisen die de samenleving aan het onderwijs stelt. De visie en het strategisch beleid van de stichting legt het bestuur ter goedkeuring voor aan de raad van toezicht. Het bestuur legt in het jaarverslag verantwoording af over de mate waarin de vastgestelde missie en doelstellingen zijn gerealiseerd. Op de volgende terreinen formuleert het bestuur in ieder geval stichtingsbrede geldende kaders: a. Strategisch beleid; b. Financieel beleid en beheer; c. Personeels- en formatiebeleid; d. Kwaliteitsbeleid en onderwijs; e.
Beleid met betrekking tot het opleidingsaanbod; f. Het participeren in samenwerkingsverbanden en het aangaan van duurzame samenwerking met derden; g. Het aanbestedings- en inkoopbeleid; h. Het huisvestingsbeleid; i. Het beleid met betrekking tot de planning, controle en de interne verantwoording, waaronder de te gebruiken rapportageformats richting raad van toezicht; j. Het vaststellen van het bestuursverslag, inclusief de jaarrekening, van de stichting 4. Het bestuur mandateert in het managementstatuut (handboek goed onderwijsbestuur) de invulling van het schoolbeleid binnen de in het derde lid genoemde kaders voor elke school afzonderlijk aan de directeur die leidinggeeft aan de desbetreffende school. 5. Het bestuur is bevoegd tot het verrichten van alle rechtshandelingen, daaronder met name ook begrepen het besluiten tot het aangaan van overeenkomsten tot verkrijging, vervreemding en bezwaring van registergoederen, en tot het aangaan van overeenkomsten waarbij de stichting zich als borg of hoofdelijk schuldenaar verbindt. Deze besluiten zijn onderworpen aan de goedkeuring van de raad van toezicht. Het ontbreken van bedoelde goedkeuring tast de vertegenwoordigingsbevoegdheid aan. 6. Voorts heeft het bestuur de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht nodig voor het nemen van besluiten met betrekking tot: Pagina 58 van 73 a.
het aangaan van financiële verplichtingen en samenwerkingsovereenkomsten welke niet binnen de begroting zijn opgenomen en waarvan het belang meer bedraagt dan een door de raad van toezicht vastgesteld en aan het bestuur meegedeeld bedrag; b. de beëindiging van de dienstbetrekking van een aanmerkelijk aantal werknemers tegelijkertijd of binnen een kort tijdbestek; c. ingrijpende wijziging van de arbeidsomstandigheden van een aanmerkelijk aantal werknemers in dienst van de stichting; d. een aanvraag tot faillissement of van surseance van betaling; e. (het doen van een voorstel tot) opheffing of afsplitsing van (een deel van) een van de door de stichting in standgehouden scholen; Voor de openbare scholen is een dergelijk besluit eveneens onderworpen aan instemming van de gemeenteraad; f. (het doen van een voorstel tot) samenvoeging, omzetting of bestuursoverdracht van door de stichting in standgehouden scholen. Voor de openbare scholen is een dergelijk besluit eveneens onderworpen aan instemming van de gemeenteraad; g. het aangaan of verbreken van duurzame samenwerking met een andere rechtspersoon indien deze samenwerking of verbreking van ingrijpende betekenis is voor de stichting of een van de scholen van de stichting; h. het vaststellen, wijzigen of intrekken van het managementstatuut van één van de scholen; i.
het vaststellen, wijzigen of intrekken van het bestuursreglement; j. het vaststellen, wijzigen of intrekken van het Handboek Goed onderwijsbestuur van de stichting; k. het vaststellen of wijzigen van de (meerjaren)begroting van de stichting; l. het vaststellen of wijzigen van het strategisch beleid/beleidsplan van de stichting; m. het vaststellen of wijzigen van de visie en missie van de stichting; n. besluiten met een impact die vergelijkbaar is met de onder lid. a tot en met lid i genoemde, zulks ter beoordeling van de raad van toezicht; o. het wijzigen van de statuten van de stichting. 7. Tegen de achtergrond van de in het bestuur benodigde deskundigheid draagt het bestuur zorg voor voortdurende persoonlijke ontwikkeling. Het functioneren van het bestuur wordt periodiek door de raad van toezicht beoordeeld. Bestuur; werkwijze Artikel 11 1. Het bestuur besluit op basis van consensus. Indien consensus over een voorliggend voorstel ontbreekt, is de stem van de voorzitter doorslaggevend. Vervolgens informeert de voorzitter van het bestuur de voorzitter van de raad van toezicht over het voorstel waarover verschil van mening bestond. 2. Het bestuur kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits geen van de bestuursleden zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. 3.
Alleen de voorzitter van het bestuur is bevoegd een vergadering van het bestuur bijeen te roepen. Indien de voorzitter het verzoek van een lid om het bijeenroepen van een vergadering afwijst, en het lid persisteert bij het verzoek, maakt de voorzitter hiervan melding bij de voorzitter van de raad van toezicht. 4. Bij meer dan 1 bestuursleden kan het bestuur slechts rechtsgeldige besluiten nemen als alle bestuursleden aanwezig zijn, tenzij sprake is van een situatie als bedoeld in artikel 9, zevende lid. 5. De bestuursvergaderingen worden geleid door de voorzitter. 6. Van de besluiten van het bestuur wordt een besluitenlijst gemaakt. Vertegenwoordiging Artikel 12 1.Het bestuur alsmede ieder lid van het bestuur afzonderlijk vertegenwoordigt de stichting, voor zover uit de wet niet anders voortvloeit en met uitzondering van de situaties genoemd in het tweede en derde lid. Pagina 59 van 73 2. De voorzitter van de raad van toezicht vertegenwoordigt de stichting in gevallen waarin naar het oordeel van de raad van toezicht sprake is van een verstrengeling van belangen tussen het bestuur of een lid van het bestuur en de stichting, zoals nader uitgewerkt in het in het Handboek Goed onderwijsbestuur opgenomen reglement van de raad van toezicht. 3. Het bestuur kan besluiten tot de verlening van volmacht aan derden, om de stichting binnen de grenzen van die volmacht te vertegenwoordigen.
Raad van toezicht Artikel 13 1. Het toezicht op het beleid van het bestuur en op de algemene gang van zaken in de stichting is opgedragen aan een raad van toezicht. Het toezicht van de raad van toezicht omvat tevens de naleving door het bestuur van wettelijke verplichtingen, van de toepasselijke sectorcode voor goed bestuur en eventuele afwijkingen daarvan. De raad van toezicht ziet ook toe op de rechtmatige verwerving en doelmatige en rechtmatige bestemming en aanwending van de middelen van de scholen op grond van de Wet op het voortgezet onderwijs. De raad van toezicht bestaat uit minimaal vier en maximaal zeven natuurlijke personen. 2. De vereiste deskundigheden en achtergrond van de voorzitter en leden van de raad van toezicht worden in algemene zin vastgesteld door de raad van toezicht in een openbare profielschets, die is opgenomen in het Handboek Goed onderwijsbestuur. Om benoembaar te zijn tot lid van de raad van toezicht dient een kandidaat de grondslag van de stichting en de door de stichting beheerde scholen, zoals deze is omschreven in de artikelen 3, 4 en 5 van deze statuten te respecteren. Bij het (her)benoemen van leden van de raad van toezicht worden de alsdan geldende maatschappelijke regels van Governance in acht genomen, zoals het publiekelijk werven. 3.
De gemeenschappelijke medezeggenschapsraad heeft het recht één lid voor benoeming in de raad van toezicht voor te dragen op basis van de in lid 2 genoemde profielschets. Deze voordracht heeft een bindend karakter. 4. De leden van de raad van toezicht worden benoemd voor een periode van vier jaar. Aftreden geschiedt volgens een door de raad van toezicht op te stellen rooster van aftreden. Een volgens rooster aftredend lid van de raad van toezicht is onmiddellijk herbenoembaar. Herbenoeming is slechts eenmaal mogelijk. 5. De raad van toezicht wijst uit zijn midden een voorzitter en een vicevoorzitter aan. 6. De vergoeding van de inzet door de leden van de raad van toezicht geschiedt op basis van een door de raad van toezicht vastgesteld en in het Handboek Goed onderwijsbestuur opgenomen reglement. Jaarlijks wordt door het bestuur in de jaarrekening verantwoord welke bedragen op grond van deze regeling zijn uitgegeven. 7. Het bestuur verschaft de raad van toezicht tijdig de voor de uitoefening van diens taken en bevoegdheden noodzakelijke gegevens en voorts aan ieder lid van de raad alle inlichtingen betreffende de aangelegenheden van de stichting die deze mocht verlangen.
De raad van toezicht is bevoegd inzage te nemen en te doen nemen van alle boeken, bescheiden, overige gegevensdragers en correspondentie van de stichting; het door de raad van toezicht aangewezen lid van de raad heeft te allen tijde toegang tot alle bij de stichting in gebruik zijnde ruimten en terreinen. 8. De raad van toezicht kan zich voor rekening van de stichting in de uitoefening van zijn taak doen bijstaan door één of meer deskundigen. 9. Een lid van de raad van toezicht defungeert: a. door zijn overlijden; b. door zijn vrijwillig aftreden (bedanken); c. door het verstrijken van de termijn vermeld in het rooster van aftreden; d. door zijn onder curatele stelling; e. doordat hij het vrij beheer over zijn vermogen verliest; Pagina 60 van 73 f. door zijn ontslag wegens disfunctioneren, hem verleend door de raad van toezicht bij besluit genomen met algemene stemmen van in functie zijnde leden van de raad van toezicht met uitzondering van het betrokken lid van de raad van toezicht. 10. In vacatures wordt zo spoedig mogelijk voorzien. Een niet voltallige raad van toezicht houdt zijn bevoegdheden.
Bij ontstentenis of belet van alle leden van de raad van toezicht of van het enige (overgebleven) lid worden de taken en bevoegdheden van de raad van toezicht waargenomen door de perso(o)n(en) die daartoe door de president van de arrondissementsrechtbank waar de stichting statutair is gevestigd op verzoek van één of meer belanghebbende(n) is of wordt aangewezen. 11. Bij de vervulling van zijn taak richt de raad van toezicht zich naar het belang van de stichting, het belang van de scholen die door de stichting in stand worden gehouden en het belang van de samenleving. 12. De leden van de raad van toezicht handelen zonder last of ruggespraak. Raad van toezicht; werkwijze Artikel 14 1. In de vergaderingen van de raad van toezicht heeft ieder lid één stem. Alle besluiten worden genomen met volstrekte meerderheid van de uitgebrachte stemmen. Bij staking van de stemmen wordt het onderwerp voor de eerstvolgende vergadering opnieuw geagendeerd. Staken ook dan de stemmen, dan wordt het voorstel geacht te zijn verworpen. 2. De raad van toezicht kan ook op andere wijze dan in een vergadering besluiten nemen, mits alle leden in de gelegenheid worden gesteld hun stem uit te brengen en geen van hen zich tegen deze wijze van besluitvorming verzet. Een besluit is alsdan genomen, indien de volstrekte meerderheid van het aantal leden zich vóór het voorstel heeft verklaard.
Van elk buiten vergadering genomen besluit wordt mededeling gedaan in de eerstvolgende vergadering, welke mededeling in de notulen van die vergadering wordt vermeld. 3. Tenminste twee leden van de raad van toezicht zijn gelijkelijk bevoegd een vergadering van de raad van toezicht bijeen te roepen. 4. De bijeenroeping van de vergaderingen van de raad van toezicht geschiedt schriftelijk op een termijn van ten minste zeven dagen, onder opgave van de te behandelen onderwerpen. In spoedeisende gevallen, ter beoordeling van de voorzitter, kan de termijn van oproeping worden beperkt tot ten minste vierentwintig uur. Indien werd gehandeld in strijd met het hiervoor in dit lid bepaalde, kan de raad van toezicht niettemin rechtsgeldige besluiten nemen, mits de ter vergadering afwezige leden vóór het tijdstip van de vergadering hebben verklaard zich niet tegen de besluitvorming te verzetten. 5. Een lid van de raad van toezicht kan zich door een ander lid van de raad van toezicht ter vergadering schriftelijk doen vertegenwoordigen. Eén lid van de raad van toezicht kan slechts één medelid ter vergadering vertegenwoordigen. 6. De voorzitter leidt de vergaderingen van de raad van toezicht; bij zijn afwezigheid wordt het voorzitterschap waargenomen door de vicevoorzitter. Is zowel de voorzitter als de vicevoorzitter afwezig, dan voorziet de vergadering zelf in haar leiding. 7.
De voorzitter bepaalt de wijze waarop de stemmingen in de vergaderingen worden gehouden, met dien verstande, dat indien één of meer leden zulks verlangen, stemmingen over personen schriftelijk geschieden. 8. Het door de voorzitter ter vergadering uitgesproken oordeel omtrent de uitslag van de stemming is beslissend. Hetzelfde geldt voor de inhoud van een genomen besluit, voor zover werd gestemd over een niet schriftelijk vastgelegd voorstel. 9. Van het verhandelde in de vergaderingen van de raad van toezicht worden notulen gehouden door de daartoe door de voorzitter aangewezen persoon. De notulen worden vastgesteld in dezelfde of in de eerstvolgende vergadering. Pagina 61 van 73 10. De vergaderingen van de raad van toezicht zijn niet openbaar, tenzij de raad van toezicht anders besluit. Boekjaar, jaarstukken Artikel 15 1. Het boekjaar van de stichting is het kalenderjaar. 2. Het bestuur maakt jaarlijks een begroting op, voorzien van een meerjarenraming en een investeringsbegroting. 3. De begroting behoeft de goedkeuring van de raad van toezicht. Na goedkeuring door de raad van toezicht wordt de begroting vastgesteld door het bestuur. 4.
Jaarlijks binnen zes maanden na afloop van het boekjaar van de stichting maakt het bestuur een jaarrekening en een jaarverslag op over dat boekjaar, waarin in ieder geval aandacht wordt geschonken aan de wezenskenmerken van het openbaar onderwijs zoals verzorgd op RSG Tromp Meesters te Steenwijk en RSG Tromp Meesteres praktijkschool te Steenwijk. In het jaarverslag is het bestuursverslag en het verslag van de raad van toezicht opgenomen. 5. De jaarrekening en het jaarverslag behoeven de goedkeuring van de raad van toezicht. Na de goedkeuring door de raad van toezicht gaat het bestuur over tot de vaststelling van de jaarrekening. De gemeenten Ooststellingwerf, Steenwijkerland en Weststellingwerf ontvangen ter informatie een exemplaar van de goedgekeurde jaarrekening met het jaarverslag en worden in de gelegenheid gesteld tenminste eenmaal per jaar met het bestuur overleg te voeren over de algemene gang van zaken betreffende de scholen en de stichting, alsmede de toepassing van artikel 53c van de Wet op het voortgezet onderwijs. Het bestuur rapporteert over de uitkomsten van dit overleg aan de raad van toezicht. 6. De jaarrekening wordt ten blijke van de vaststelling ondertekend door het voltallige bestuur. Indien er een handtekening ontbreekt, wordt daarvan onder opgave van reden melding gemaakt. 7.
De raad van toezicht draagt het bestuur op de jaarrekening te doen onderzoeken door een door de raad van toezicht aangewezen accountant. De raad van toezicht verleent niet eerder goedkeuring op de jaarrekening dan nadat door de aangewezen accountant een goedkeurende verklaring is afgegeven. Statutenwijziging Artikel 16 1. Het bestuur is bevoegd de statuten te wijzigen. Het besluit tot statutenwijziging is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. 2. Een statutenwijziging treedt eerst in werking nadat daarvan een notariële akte is opgemaakt. 3. Het bestuur is verplicht een authentiek afschrift van de wijziging en een volledige doorlopende tekst van de gewijzigde statuten neer te leggen ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 4. Een besluit tot opheffing, overdracht en omzetting van een school kan slechts worden genomen na voorafgaande goedkeuring door de raad van toezicht, waarbij de raad van toezicht besluit met unanimiteit. 5. Een besluit tot opheffing van een openbare school behoeft op grond van artikel 53c, lid 3, van de Wet op het voortgezet onderwijs de voorafgaande goedkeuring van de gemeenteraad van de gemeente waarin de openbare school is gevestigd. Ontbinding en vereffening Artikel 17 1. Het bestuur is bevoegd de stichting te ontbinden.
Het besluit tot ontbinding is onderworpen aan de voorafgaande goedkeuring van de raad van toezicht. 2. Tenzij de raad van toezicht anders besluit, is het bestuur met de vereffening belast. Pagina 62 van 73 3. De vereffenaars dragen er zorg voor, dat van de ontbinding inschrijving geschiedt in het ten kantore van het door de Kamer van Koophandel gehouden handelsregister. 4. Het liquidatiesaldo vervalt in drie gelijke delen aan de gemeente Steenwijkerland, Ooststellingwerf en de gemeente Weststellingwerf of hun rechtsopvolgers. Het liquidatiesaldo moet worden aangewend voor onderwijsdoeleinden. 5. Na de ontbinding blijft de stichting voortbestaan voor zover dit tot de vereffening van haar vermogen nodig is. Gedurende de vereffening blijven de bepalingen van deze statuten zoveel mogelijk van kracht. In stukken en aankondigingen die van haar uitgaan, moeten aan de naam van de stichting worden toegevoegd de woorden "in liquidatie". 6. Na afloop van de vereffening blijven de boeken, bescheiden en overige gegevensdragers van de ontbonden stichting gedurende de door de wet bepaalde termijn onder berusting van de door de vereffenaars aangewezen persoon. Deze persoon is gehouden zijn aanwijzing ter inschrijving op te geven in het Handelsregister.
Pagina 63 van 73 Bijlage 3 – onderbouwing nulmeting functiemix Realisatie (peil 1-2-2021) (bron: QlikView SVOSW + functiemix.nl) 2021 % % Doel min fte Gerealiseerd Doelmix Doel in fte realisatie RSG LB 28,71 44,9 46,7 29,88 1,17 LC 14,43 22,6 20,7 13,24 -1,19 LD 20,84 32,6 32,6 20,86 0,02 Totaal 63,98 63,98 Eekeringe LB 28,61 64,7 65,3 28,86 0,25 LC 14,62 33,1 23,7 10,47 -4,15 LD 0,96 2,2 11 4,86 3,90 Totaal 44,19 44,19 VSO LB 19,81 90,9 90,90 19,82 0,01 LC 1,42 6,5 6,50 1,42 0,00 LD 0,57 2,6 2,60 0,57 0,00 Totaal 21,80 Pro LB 7,67 57 72,9 9,82 2,15 LC 4,75 35,2 16,1 2,17 -2,58 LD 1,05 7,8 11 1,48 0,43 Totaal 13,47 13,47 Linde LB 51,33 61,2 52,0 43,60 -7,73 LC 19,54 23,3 29,0 24,32 4,78 LD 12,98 15,5 19,0 15,93 2,95 Totaal 83,85 83,85 Fte OP 227,29 Stellingwerf College LB 43,27 54,66 54,0 42,75 -0,52 LC 14,21 17,95 28,0 22,17 7,96 LD 21,69 27,4 18,0 14,25 -7,44 Totaal 79,17 79,17 Pagina 64 van 73 Bijlage 4 – vergelijking arbeidsvoorwaarden Arbeidsvoorwaarden Stellingwerf College versus SVOSW Verlofregeling OOP De cao wordt gevolgd bij beide Stichtingen. Op het Stellingwerf College is geen uitgeschreven beleid. Er wordt in goed vertrouwen en overleg verlof toegekend. SVOSW werkt met een verlofkaart. De compensatieregeling wordt bij het Stellingwerf College niet toegepast.
Bij het Stellingwerf College worden nog leeftijdsuren toegepast bij de oudere medewerkers, de zogenaamde seniorenregeling uit de oude CAO. Faciliteiten MR De faciliteiten van de MR worden bij beide Stichtingen volgens CAO toegepast. Elke MR bepaalt zelf de verdeling van de uren. Gesprekkencyclus In de kern zijn beide systemen vergelijkbaar. Aandachtspunt is te letten op het gebruik van de gehanteerde termen hoe staat een beoordelingsgesprek in verhouding tot een jaargesprek (voortgangsgesprek). Er zal duidelijk omschreven moeten worden wat de inhoud van beide gesprekken is en welke consequenties er aan verbonden zijn. Reis verblijfkosten: Deze zijn op één punt na gelijk. Het verschil zit in de vergoeding van de dienstreizen. Bij het Stellingwerf College wordt € 0,19 per km vergoed zowel bij algemene dienstreizen als dienstreizen t.b.v. scholing. En bij SVOSW bedraagt de vergoeding € 0,28 per km voor algemene dienstreizen en € 0,19 bij dienstreizen i.v.m. scholing. Wat maakt dit praktisch uit en wat zijn de beweegredenen? Maaltijdvergoedingen Bij het Stellingwerf College hanteert een vast bedrag van € 15,-- per persoon voor activiteiten die duren tot in de late avonduren. Bij SVOSW is de vergoeding vastgelegd in de Werkkostenregeling 2021. Werkkostenregeling Vakbond: uitruil vakbond is bij beide Stichtingen gelijk. Het beleid m.b.t. attenties is verglijkbaar.
De uitvoering van de regelingen komen overeen maar verschillen in de gehanteerde bedragen. Verzuimbeleid De procedure met betrekking tot het verzuimbeleid is vergelijkbaar en conform de Wet verbetering Poortwachter. Scholingsbeleid Niet vergelijkbaar aangezien er bij SVOSW nog geen plan is m.b.t. scholingsbeleid. Binnen nu en een jaar zal er een kader zijn uitgezet. Professionalisering budget Bij beide Stichtingen conform cao. Pagina 65 van 73 Taakbeleid Het taakbeleid wordt op alle scholen van SVOSW en bij het Stellingwerf College op een andere manier ingevuld. De opvallendste overeenkomsten en/of verschillen worden hieronder genoemd. - 1.659 uur is de normjaartaak en wordt conform cao op alle scholen toegepast. - Je ziet verschil in het aantal lesweken tussen de verschillende scholen - We zien een verschil in het aantal lesuren tussen de verschillende scholen. Bij Het Stellingwerf College moet bij de 25 lesuren het maatwerkuur opgeteld worden. Met deze gedachte in het achterhoofd geven de docenten op het Linde College en Stellingwerf College dan precies hetzelfde aantal lesuren. - De uren voor deskundigheidsbevordering wijken af. Linde College en Stellingwerf College hanteren beide 166 uur en Eekeringe en RSG hanteren beide 83 uur. - De algemene taken zijn niet te vergelijken met elkaar.
- Arbeidsduurverkorting: Op het Stellingwerf College wordt 48 uur arbeidsduurverkorting toegepast, meegenomen uit een oud decentraal overleg. - Opslag factor is op alle vier de scholen verschillend. - Taakuren overig (grote) taken: - Decanen: Enorm verschil tussen de scholen. Wat wordt er op de verschillende scholen van de decanen verlangt. Welke taken vallen er onder het decanaat. - Examen coördinator: Verschil in uren maar wederom de vraag wat wordt er binnen de diverse scholen onder verstaan, welke taken? Op het Stellingwerf College is een examen secretariaat. - Verder zijn er een aantal grote overige taken die moeilijk te vergelijken zijn omdat de inhoud van deze taken niet bekende zijn. Voorbeelden zijn Afdelingscoördinatoren, opleider in de school, sterk techniek, PR Overige zaken Het Stellingwerf College kent een eigen LB+ toelage/regeling. Bij een normbetrekking is de toelage € 200,--bruto per maand. Er wordt een arbeidsongeschiktheidsverzekering aangeboden bij het Stellingwerf College. Deze is vrijwillig en de premie wordt door de medewerkers zelf betaald. Binnen SVOSW zijn alle medewerker automatisch verzekerd voor gedeeltelijke arbeidsongeschiktheid, de premie wordt door de werkgever bekostigd.
Pagina 66 van 73 Bijlage 5 – kengetallen van beide organisaties Hieronder een overzicht van de verschillende tabellen zoals opgesteld door de werkgroep financiën en beheer voor beide organisaties. Begroting 2024 2,08 51,3% 71,9% -0,4% 22,9% 44,7% 0,1% 9,2% 95,3% 84,0% Realisatie 2019 norm 2019 (gem. SSG5) 94,5% 94,4% Personele lasten/baten 77,5% 83,8% 89,3% 88,2% 82,6% 81,4% 83,0% Rijksbijdragen/baten 93,2% 96,0% 94,5% 95,7% 94,5% 2,8% 1,3% Voorzieningen/baten 8,7% 8,0% 9,8% 8,7% 8,4% 8,5% 8,6% Rentabiliteit 2,0% -0,9% -5,6% -4,5% 0,5% 20,4% 22,2% Kapitalisatiefactor 39,2% 35,9% 37,9% 37,2% 37,3% 40,9% 43,0% Weerstandsvermogen 24,1% 21,8% 16,6% 16,7% 17,2% 70,8% 71,6% Signalering bovenmatig EV -13,2% -35,2% -31,7% -27,7% -14,2% -5,9% Solvabiliteit (incl. 57,0% 72,4% 69,6% 68,0% 68,8% 1,78 1,94 Solvabiliteit 1 42,0% 53,0% 43,8% 44,7% 46,2% 50,0% 51,6% Liquiditeit 1,71 1,84 1,50 1,38 1,49 Kengetallen Begroting 2020 Prognose 2020 Begroting 2021 Begroting 2022 Begroting 2023
Pagina 67 van 73
Pagina 68 van 73 0 , 2 Financiële gegevens 2015 t/m 2017 zijn exclusief Eekeringe. De bestuurlijke fusie is vanaf 01-01-2018. Pagina 69 van 73
Pagina 70 van 73 Bijlage 6 – overzicht contracten/relaties met derden Inventarisatie contracten en (financiële) relaties met derden van het Stellingwerf College Categorie Bedrijf/systeem Omschrijving Omvang van het contract; jaarlijks in k€ Contractduur en opzegbaarheid Personeel AFAS Salarisadministratie € 20.000,00 n.v.t. Foleta Personeelsprogramma € 2.674,00 n.v.t. Bardo Personeelsprogramma beoordeling € 3.947,00 n.v.t. Zorg van de Zaak bedrijfsarts Uurtje factuurtje Jaarlijks opzegbaar Facilitair/gebouwen Hoekstra installatie Onderhoud installaties € 24.000,00 jaarlijks Kone liftonderhoud € 3.000,00 jaarlijks Janssen en Dritsen Onderhoud gum toestellen € 1.500,00 jaarlijks Gevelbeheer Contract deuren/ramen sluitwerk € 3.800,00 jaarlijks Nestle Onderhoud koffie app. € 1.640,00 1 maart 2023 Brainfood catering € 10.000,00 jaarlijks Administratie Schoolmaster Leerling administratie € 29.000,00 n.v.t. IJK Pers/salarisadm. € 20.000,00 n.v.t. Paralax Rooster € 4.059,00 n.v.t. Agrovisioen boekhoudprogramma € 460,00 jaarlijks Wis Collect Programma debiteuren € 8.000,00 jaarlijks Lidmaatschappen/ abonnementen Pompebled Aansluiting Friese scholen € 24.000,00 Opzeggen 2022 (deels0 VTOI RVT € 1.423,00 n.v.t VO-raad, VOION, Govak/BWOO en lidm. Werkgevers bond € 15.000,00 n.v.t. Van Hall onderwijs € 2.400,00 jaarlijks Reprorecht onderwijs € 1.000,00 n.v.t.
Overige Technasium onderwijs € 10.000,00 n.v.t. Facilitair/gebouwen Effektief schoonmaak € 134.000,00 1 maart 2024 Pagina 71 van 73 Inventarisatie contracten en (financiële) relaties met derden van SVOSW Categorie Bedrijf/systeem Omschrijving Omvang van het contract; jaarlijks in k€ Contractduur en opzegbaarheid Personeel Douwe Egberts Personeelskantine 4.000 Zorg van de Zaak Bestuursniveau TIG rapportagetool 12.560 Foleta bestuursniveau 11.400 Afas FA/PA SVOSW 81.000 Singelland Inleen orthopedagoog 29.000 Aksos Assurance Controle jaarrekening SVOSW 33.000 Loyalis WGA-ERD Verzekering 129.000 Loyalis Arbeidsongeschiktheid 54.900 Verus Bestuursaansprakelijkheid 6.634 Facilitair/gebouwen Rader advies beh & odh SVOSW 2.181 Donker Groen Tuinonderhoud 12.570 Logtmeijer Hovenier Tuinonderhoud 3.600 Tilia Hoveniers Tuinonderhoud 2.700 Assa Abloy Entree deuren/onderhoud 1.100 De Groot Installatiegroep Onderhoud gebouw 18.350 contractbedrag p/jr. Telecomservice Leek Contract brand en inbraak 903 en 1045 p/jr. Asito schoonmaak Contract 364.000 Otis Servicecontract lift/odh 1.200 De Gevelborstel Platenreiniging sporthal 3.700 Brouwer Ongediertebestr. Contract 871 Gevelbeheer Odh deuren ingang (staal) 1.000 DVEP/ electra Elektriciteit Renewi afvalverwerking Winans dakonderhoud Contract/ inspectie p/jr.
1.200 Eneco liander vitens Energie/water Vodafone/kpn/ziggo Telefonie/ internet Chubb Bestuurdersaanspr. Verz. Raetsheren brandverzekering 6.400 Administratie Iddink Lln adm MagisterMe/suite 6.800 per staffel van 250lln. Vavo/ Drenthe college en Deltion uitbestedingsovk 8.850 per leerling Wis Services Debiteuren leerlingen 8.810 SVOSW Rent company Byod stimuleringsbijdrage 100 per lln. Fizz Servicecontract website 2.000 Waterlogic Contract 555 Pagina 72 van 73 Taxquis fiscalisten Ondersteuning/ btw Untis licenties 1.100 per school Datapas Capisci Licenties rapportagetool 10.000 per jaar De Rode Planeet Quansuite magisterkoppeling 6.400 per jaar Lidmaatschappen/ abonnementen Big Picture Learning onderwijs 1.200 Technasium onderwijs 11.860 Aansluitingsnetwerk vo/ho 1.800 Meesterbaan Werving personeel Pagina 73 van 73 Bijlage 7 – Formatieplanning 2021-2025 (rapport Breuer) Hieronder is het rapport ‘Formatieplanning in het kader van een haalbaarheidsonderzoek naar een mogelijke bestuurlijke fusie’ van mei 2021 opgenomen dat is opgesteld door Breuer & Intraval onderzoek en advies. Breuer&Intraval Formatieplanning in het kader van een haalbaarheidsonderzoek naar een mogelijke bestuurlijke fusie Mei 2021 C. Renken M. Kamperman A.
Kruize Breuer&Intraval Formatieplanning in het kader van een haalbaarheidsonderzoek naar een mogelijke bestuurlijke fusie Mei 2021 Colofon ©Breuer&Intraval Versie Mei 2021 Niets uit deze uitgave mag worden verveelvoudigd en/of openbaar gemaakt door middel van druk, fotokopie, microfilm of anderszins, zonder voorafgaande schriftelijke toestemming van de uitgever. Tekst: C. Renken, M. Kamperman, A. Kruize Opdrachtgevers: Stichting Voortgezet Onderwijs Steenwijkerland Weststellingwerf (SVOSW) en de Stichting voor Openbaar Voortgezet Onderwijs Ooststellingwerf. Inhoudsopgave 1. Inleiding ........................................................................................................ 2 1.1 De onderzoeksopdracht .............................................................................. 2 1.2 De onderzoeksactiviteiten .......................................................................... 3 1.3 Leeswijzer ................................................................................................ 3 2. De huidige personeelsformatie in beeld ......................................................... 4 2.1 Formatie SVOSW ...................................................................................... 4 2.2 Formatie Stellingwerfcollege .......................................................................
7 2.3 Huidige personeelsformatie samengevoegd ................................................. 10 3. Prognoses benodigde en beschikbare formatie ............................................ 13 3.1 Prognoses SVOSW ................................................................................... 13 3.1.1 Leerlingprognose .............................................................................. 13 3.1.2 Prognoses OP ................................................................................... 13 3.1.3 Prognoses OP op vakniveau ................................................................ 14 3.1.4 Prognoses OOP en directie .................................................................. 15 3.2 Prognoses Stellingwerfcollege ................................................................... 16 3.2.1 Leerlingprognose .............................................................................. 16 3.2.2 Prognoses OP .................................................................................. 17 3.2.3 Prognoses OP op vakniveau ................................................................ 18 3.2.4 Prognoses OOP en directie .................................................................. 18 3.3 Prognoses bij bestuurlijke fusie .................................................................
19 3.4 Conclusies en overwegingen ..................................................................... 23 Bijlage 1. SVOSW ......................................................................................... 27 Bijlage 2. Stellingwerfcollege .......................................................................... 31 Breuer&Intraval 2 1. Inleiding De Stichting Voortgezet Onderwijs Steenwijkerland Weststellingwerf (SVOSW) met de scholen: Linde College; RSG Tromp Meesters en CSG Eekeringe en de Stichting voor Openbaar Voortgezet Onderwijs Ooststellingwerf met het Stellingwerfcollege als school zijn momenteel bezig met een haalbaarheidsonderzoek naar de mogelijkheid om per 1 januari 2022 bestuurlijk te fuseren. Als onderdeel van dit haalbaarheidsonderzoek is Breuer&Intraval gevraagd een formatieplanningsonderzoek uit te voeren. Op basis van de leerlingprognoses dient in beeld te worden gebracht hoe het huidige personeelsbestand van beide stichtingen zich verhoudt ten opzichte van wat er volgens prognoses nodig is aan formatie in de komende vier jaar. Deze analyse moet voor zowel de stichtingen apart als voor beide stichtingen gezamenlijk (gefuseerde situatie) worden uitgevoerd. 1.1 De onderzoeksopdracht De onderzoeksopdracht bestaat uit drie onderdelen: 1.
Breng de huidige (schooljaar 2020/2021) personeelsformatie van Stichting Voortgezet Onderwijs Steenwijkerland-Weststellingwerf (SVOSW; met de scholen Linde College, RSG Tromp Meesters en CSG Eekeringe) en de Stichting voor Openbaar Voortgezet Onderwijs Ooststellingwerf (met het Stellingwerfcollege als school) in beeld. Maak hierbij onderscheid tussen: • OP, OOP en directie • Leeftijdscategorieën • Vaste en tijdelijke personeelsformatie • Functiegroepen 2. Stel voor de komende vier jaren per schooljaar (2021-’22, 2022-’23, 2023-’24, 2024- ’25) prognoses op, op basis van de verwachte leerlingaantallen (prognoses) voor de benodigde formatie. Doe dit afzonderlijk voor: • SVOSW • Het Stellingwerfcollege • De combinatie van SVOSW en Stellingwerfcollege (gefuseerde situatie) Er dient hierbij rekening gehouden te worden met natuurlijk verloop op basis van het bereiken van de pensioenleeftijd en is het uitgangspunt ongewijzigd beleid (bestaande onderwijsaanbod, lessentabellen, taakureninzet). Breuer&Intraval 3 3. Maak zichtbaar in hoeverre de aanwezige en, voor zover nu bekend, toekomstige personeelsformatie zich verhoudt tot prognoses voor de komende vier jaar wat betreft de benodigde personele inzet. Breng tevens personele fricties in beeld (tekorten/overschot) per schooljaar. Maak hierbij onderscheid tussen: 1. OP, OOP en directie 2. Vast/tijdelijk Doe dit afzonderlijk voor: 3.
SVOSW 4. Stellingwerfcollege 5. De combinatie van SVOSW en Stellingwerfcollege (gefuseerde situatie) 1.2 De onderzoeksactiviteiten Om de opdracht uit te kunnen voeren zijn gegevens opgevraagd van beide stichtingen. De volgende gegevens/bestanden zijn ontvangen: • Meerjarenbegroting 2021-2024 Stellingwerf College (inclusief leerlingprognoses) • Meerjarenbegroting 2021-2025 Voortgezet Onderwijs Steenwijkerland- Weststellingwerf (inclusief leerlingprognoses) • Personeelsbestanden • Lessentabel huidig schooljaar • Bestand met vakcodes en omschrijvingen De analyses zoals beschreven in hoofdstuk 2 en 3 zijn gedaan op basis van deze bestanden. 1.3 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk volgen twee resultaathoofdstukken. In hoofdstuk twee wordt de huidige personeelsformatie van beide stichtingen in beeld gebracht. Dit gebeurt zowel voor de SVOSW en het Stellingwerfcollege afzonderlijk als bij een eventuele samenvoeging. In hoofdstuk drie worden voor de komende vier schooljaren prognoses gegeven voor de benodigde en beschikbare personele inzet voor OP, OOP en directie. Deze prognoses worden gegeven voor de twee stichtingen afzonderlijk maar ook indien een bestuurlijke fusie gaat plaatsvinden. Hoofdstuk drie bevat mogelijke fricties en aandachtspunten in de personeelsformatie op basis van prognoses. Breuer&Intraval 4 2.
De huidige personeelsformatie in beeld In dit hoofdstuk brengen we de huidige personeelsformatie1 van SVOSW en het Stellingwerfcollege in beeld. Hierbij is onderscheid gemaakt tussen: Onderwijzend personeel (OP); Onderwijs ondersteunend personeel (OOP) en directie. Daarnaast is de personeelsformatie per leeftijdscategorie, functiegroep en vaste/tijdelijke contracten in beeld gebracht. In paragraaf 2.1 wordt de personeelsformatie van SVOSW besproken en in paragraaf 2.2 de personeelsformatie van het Stellingwerfcollege. In paragraaf 2.3 is te zien hoe de personeelsformatie eruit gaat zien bij een eventuele samenvoeging. 2.1 Formatie SVOSW Voor het huidige schooljaar bestaat de totale formatie (vast en tijdelijk) uit 323,50 Fte. Dit is onderverdeeld in: 237,32 Fte OP (inclusief BAPO); 72,58 Fte OOP; en 13,6 Fte. Het aantal Fte voor het OP zonder BAPO ligt op 233,69. Een deel (8,09 Fte) van het OP staat in het aangeleverde personeelsbestand niet gekoppeld aan vakken. Er werken momenteel 405 medewerkers bij SVOSW (vast en tijdelijk). In onderstaand figuur is te zien dat 72% (292) valt onder functiecategorie OP, 24% (99 medewerkers) vallen onder functiecategorie OOP en 3% (14 medewerkers) is directie. Figuur 2.1 Personeel naar functiecategorie (N=405), in % In figuur 2.2 is de huidige leeftijdsverdeling van het totale personeelsbestand van SVOSW per functiecategorie weergegeven.
Er is daarbij onderscheid gemaakt tussen: OP; OOP en directie. Bij drie leeftijdscategorieën van het OP (31-40 jaar, 41-50 jaar en 51-60 jaar) gaat het om een percentage van 26% van de OP medewerkers. In totaal vallen 229 van de 292 medewerkers in deze drie leeftijdcategorieën (gelijkmatig verdeeld). Het grootste deel van OOP medewerkers (40%, 40 medewerkers) is tussen 51-60 jaar. De helft van de directieleden van het SVOSW is tussen de 41-50 jaar oud. Hierbij dient wel 1 In het gehele rapport wordt voor de formatie peildatum 12 maart 2021. 72 24 4 0 20 40 60 80 100 OP OOP Directie % Breuer&Intraval 5 opgemerkt te worden dat het hierbij gaat om 7 van de 14 directieleden. Eén directielid is ouder dan 65 jaar. Figuur 2.2 Leeftijdsverdeling personeel, in aantallen medewerkers per functiegroep In tabel 2.1 is te lezen hoeveel medewerkers van het SVOSW een tijdelijk of een vast contract hebben per functiegroep. Daarnaast zijn er medewerkers die een vast contract hebben met tijdelijke urenuitbreiding. 43 van 52 medewerkers die een combinatie hebben van deze twee contractvormen is OP.
Tabel 2.1 Verdeling vaste en tijdelijke contracten OP OOP Directie Totaal N % N % N % N % Vast 182 62 72 73 9 64 263 65 Tijdelijk 67 23 19 19 4 29 90 22 Vast en tijdelijk 43 15 8 8 1 7 52 13 Totaal 292 100 99 100 14 100 405 100 Er zijn in totaal 99 medewerkers (72,58 Fte) die vallen onder de functiegroep OOP. Van de 99 medewerkers OOP maken 44 medewerkers leerlinggebonden uren (44%, 31,78 Fte). In figuur 2.3 wordt weer gegegeven hoe de functiegroep OOP medewerkers met leerlinggebonden uren is opgebouwd in percentages van het totaal aantal Fte (31,78). Ruim de helft (58%) wordt ingezet voor het a ssisteren bij het onderwijs (onderwijsassistenten, een derde (32%) betreft het begeleiden van leerlingen (leerlingbegeleiders), 7% betreft werkzaamheden mediatheek en 3% coördinator LOB. 39 77 77 75 23 1 OP (N=292) < 30 jaar 31- 40 jaar 41-50 jaar 51-60 jaar 61-65 jaar > 65 jaar 0 2 7 3 1 1 Directie (N=14) < 30 jaar 31- 40 jaar 41-50 jaar 51-60 jaar 61-65 jaar > 65 jaar 9 18 1540 16 1 OOP (N=99) < 30 jaar 31- 40 jaar 41-50 jaar 51-60 jaar 61-65 jaar > 65 jaar Breuer&Intraval 6 Figuur 2.3 Functiegroep OOP met leerlinggebonden uren (N=44), in percentages van Fte Daarnaast maken 55 medewerkers (41,40 Fte) van de functiegroep OOP niet leerlinggebonden uren (overhead).
In figuur 2.4 is te zien hoe de medewerkers met niet leerlinggebonden uren in percentages verdeeld zijn over de verschillende functies. Figuur 2.4 Functiegroep OOP met niet leerlinggebonden uren (N=55), in percentages van Fte’s In figuur 2.5 wordt de leeftijdsverdeling van de tijdelijke contracten weergegeven. Van de 67 tijdelijke contracten OP zijn 28 medewerkers jonger dan 30 jaar, 17 tussen de 31-40 jaar, 12 tussen de 41-50 jaar, 8 tussen de 51-60 jaar. Twee medewerkers met een tijdelijk contract OP zijn tussen de 61-65 jaar oud. Vier directieleden met een tijdelijk contract zijn tussen de 51-60 jaar. 3 58 32 7 0 10 20 30 40 50 60 70 Coördinator LOB Onderwijsassistent Leerlingbegeleider Medewerker mediatheek 19 2 4 2 41 2 15 4 7 4 1 0 5 10 15 20 25 30 35 40 45 Administratie Beleidsmedewerker HRM Communicatie DirectiesecretaresseMedewerker facilitairFinancial controller ICT Personeelsmedewerker RoostermakerSecretaresse Senior medewerker PSA Breuer&Intraval 7 Figuur 2.5 Leeftijdsverdeling van tijdelijke contracten in aantallen per functiegroep 2.2 Formatie Stellingwerfcollege In het huidige schooljaar werken er 113,88 Fte bij het Stellingwerfcollege (vast en tijdelijk). Dit is onderverdeeld in: 80,84 Fte OP (inclusief BAPO); 29,04 Fte OOP; en 4,00 Fte directie. Zonder BAPO ligt het aantal Fte bij OP op 79,41. Daarnaast is bij OP 4,84 Fte niet gekoppeld aan vakken.
Er werken 144 medewerkers bij het Stellingwerfcollege (vast en tijdelijk). In onderstaand figuur 2.6 is te zien dat 70% (101 medewerkers, inclusief 1 stagiair) valt onder functiecategorie OP, 27% (39 medewerkers) valt onder functiecategorie OOP en er zijn één directielid en drie afdelingsleiders bij het Stellingwerfcollege.2 Figuur 2.6 Personeel naar functiecategorie (N= 144) in % * Inclusief 1 stagiair. 2 In het aangeleverde personeelsbestand vielen de afdelingsleiders onder OOP. Beide stichtingen hebben echter aangegeven dat de afdelingsleiders voor dit onderzoek onder directie vallen. 28 17 12 8 2 0 7 6 3 3 0 00 0 0 4 0 0 0 5 10 15 20 25 30 < 30 jaar 31- 40 jaar 41-50 jaar 51-60 jaar 61-65 jaar > 65 jaar OP OOP Directie 70 27 3 0 10 20 30 40 50 60 70 80 OP* OOP Directie Breuer&Intraval 8 In figuur 2.7 is de huidige leeftijdsverdeling van het totale personeelsbestand van het Stellingwerfcollege per functiecategorie weergegeven. Er is daarbij onderscheid gemaakt tussen: OP; OOP en directie. 82 van de 101 OP medewerkers is tussen de 31 en 60 jaar oud (gelijkmatig verdeeld in percentages over de categorien 31-40 jaar, 41-50 jaar en 51- 60 jaar). Negen OP medewerkers zijn tussen de 61-65 jaar en eveneens negen medewerkers zijn jonger dan 30 jaar. Bij het OOP zijn 15 medewerkers tussen de 51-60 jaar en 13 tussen de 41-50 jaar.
Drie OOP medewerkers zijn ouder dan 65 jaar en één jonger dan 30 jaar. Het Stellingwerfcollege heeft één directielid en drie afdelingsleiders. Van hen valt één in de leeftijdscategorie 41- 50 jaar, twee in de categorie 51-60 jaar en één in de categorie 61-65 jaar. Figuur 2.7 Leeftijdsverdeling personeel, in aantallen per functiegroep In tabel 2.2 is te zien dat 123 van de 144 medewerkers een vast contract hebben (85%). Zeven (5%) medewerkers OP hebben een vast contract met tijdelijke urenuitbreiding en 11 (11%) hebben een tijdelijk contract. Van de 39 medewerkers OOP hebben drie (8%) een tijdelijk contract. Het directielid en de drie afdelingsleiders hebben allemaal een vast contract. Tabel 2.2 Verdeling vaste en tijdelijke contracten OP OOP Directie Totaal N % N % N % N % Vast 83 82 36 92 4 100 123 85 Tijdelijk 11 11 3 8 0 0 14 10 Vast en tijdelijk 7 7 0 0 0 0 7 5 Totaal 101 100 39 100 4 100 144 100 23 13 15 4 3 Leeftijdsverdeling OOP < 30 jaar 31- 40 jaar 41-50 jaar 51-60 jaar 61-65 jaar > 65 jaar 9 26 28 28 9 0 Leeftijdsverdeling OP < 30 jaar 31- 40 jaar 41-50 jaar 51-60 jaar 61-65 jaar > 65 jaar 0 0 1 2 1 0 Leeftijdsverdeling directie < 30 jaar 31- 40 jaar 41-50 jaar 51-60 jaar 61-65 jaar > 65 jaar Breuer&Intraval 9 Er zijn in totaal 39 (29,04 Fte) medewerkers die functioneel vallen onder de functiegroep OOP.
Van de 39 medewerkers OOP maken 17 medewerkers leerlinggebonden uren (11,93 Fte). In figuur 2.8 wordt weer gegegeven hoe de functiegroep OOP medewerkers met leerlinggebonden uren is opgebouwd in percentages van de 11,93 Fte’s. Figuur 2.8 Functiegroep OOP met leerlinggebonden uren, in percentages van Fte’s 22 medewerkers OOP (17,10 Fte) maken overhead uren. In figuur 2.9 is te zien (in percentages) hoe de overhead uren over diverse functies zijn verdeeld. Figuur 2.9 Functiegroep OOP met overhead (niet leerlinggebonden) uren, in percentages van Fte’s 14 medewerkers van het Stellingwerfcollege hebben op peildatum 12 maart 2021 een tijdelijk contract. In figuur 2.10 is te zien hoe de leeftijdsverdeling eruit ziet bij de tijdelijke contracten. Mer dan de helft van de medewerkers met een tijdelijk contract is jonger dan 30 jaar. Zes daarvan werken als OP en twee als OOP.
10 7 38 25 7 13 0 5 10 15 20 25 30 35 40 Docent assistentIntern begeleider Medewerker studielandschap Onderwijsassistent Orthopedagoog Technisch onderwijsassistent 26 8 16 6 6 12 2 3 6 10 4 2 0 5 10 15 20 25 30 Conciërge Financiële administratieLeerlingadministratie Facilitair/systeembeheer Hoofdadministratie ICT Medewerker kantineMedewerker repro ReceptionisteRoostermaker Managementsecretaresse Medewerker salarisadministratie OOP Overhead in % Breuer&Intraval 10 Figuur 2.10 Leeftijdsverdeling tijdelijke contracten in aantallen (N=14) 2.3 Huidige personeelsformatie samengevoegd Indien het huidige personeel van SVOSW en het Stellingwerfcollege zou worden samengevoegd, gaat het gerekend met de huidige formatiecijfers van dit schooljaar in het totaal om 549 medewerkers. Er zijn 393 medewerkers OP, 138 medewerkers OOP en 18 medewerkers directie. De verdeling bij samenvoeging in percentages is dan 72% OP, 25% OOP en 3% directie. In figuur 2.11 is te zien hoe het personeel van beide stichtingen verdeeld is over de functiegroepen. Zo is 26% (101) van de OP medewerkers werkzaam bij Stellingwerfcollege en 74% (292) bij SVOSW. 28% (39) van het totaal aan OOP medewerkers werkt bij Stellingwerfcollege en 72% (99) bij SVOSW. 22% (4) van de directieleden werkt bij Stellingwerfcollege en 78% (14) bij SVOSW.