CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

23.1 Recron - Stapeling lasten onderzoek ZKA Publieksversie.pdf

Raadsvergadering 5 november 2019, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken13.543 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

Dit is een essentieel punt, want als elk object op een verblijfsrecreatieonderneming voor het vastrecht van water als kleinverbruiker wordt aangeslagen, betekent dit een forse verhoging van lasten voor veel verblijfsrecreatieondernemers (niet elk waterleidingbedrijf hanteert dezelfde voorwaarden). Voor een camping met bijvoorbeeld 1.000 eenheden zou dat een aanslag betekenen van € 59.000,- per jaar voor het vastrecht, terwijl voorheen sprake was maximaal € 2.019,-. Dit bedrag zou dan voor dit type camping 25 keer zo hoog worden. Belasting op Leidingwater De belasting op leidingwater (BOL) bedraagt circa € 0,34 per liter. Deze belasting is gemaximeerd op 300 m3 per jaar. Als een recreatieondernemer een particuliere waterinstallatie heeft, geldt dit maximum niet. De waterbelasting wordt dan wel over elke liter berekend, tenzij de ondernemer het aantal WOZ- objecten opgeeft. De BOL wordt dan per woz-object berekend maar wel gemaximeerd. Dit kan voordelig zijn voor de ondernemer, maar als het aantal WOZ-objecten erg groot is, kunnen kosten voor de ondernemer sterk stijgen als de BOL per WOZ-object wordt berekend in plaats van via de watermeter. Dit kan tot tienduizenden euro’s per jaar schelen. STAPELING VAN LASTEN VOOR RECREATIE-ONDERNEMERS 26 Hoofdstuk 5. Effect lastendruk op verblijfsrecreatie 5.1.

Inleiding Dit hoofdstuk vat de belangrijkste conclusies uit de voorgaande hoofdstukken samen (5.2.) en behandelt de impact die de lastendruk heeft op de toekomstbestendigheid van de bedrijven in de verblijfsrecreatie. 5.2. Impact lastendruk op concurrentiepositie en bedrijfsresultaat Lastendruk verblijfsrecreatie minimaal 30% in 2019 In hoofdstuk 3 is naar voren gekomen dat de lastendruk voor verblijfsrecreatieondernemers tenminste 30% van de omzet (incl. btw en toeristenbelasting) bedraagt in 2019 (en minimaal 27% in 2018). In hoofdstuk 4 is aangehaald dat de lasten in de afgelopen jaren verzwaard zijn en dat er bovendien verschillen tussen gemeenten bestaan in de hoogte van de tarifering. Waarom zijn deze stijgende en soms onvoorspelbare lasten essentieel voor de verblijfsrecreatieondernemers? Uit de analyse in dit onderzoek blijkt dat de toeristenbelasting, de vennootschapsbelasting, de BTW, de loonheffing voor werknemers en de pensioen- en sociale lasten van de werkgevers, in totaal goed zijn voor circa 23% van de 27% (2018) van de lasten. De genoemde lasten vormen het grootste deel van het totaal aan lasten. Met name de verhogingen op deze lasten drukken dus zwaar op het resultaat van de ondernemer. Alle genoemde lasten (behoudens de toeristenbelasting) worden vastgesteld door de landelijke overheid.

Doorgaans stijgen deze lasten jaarlijks niet fors en een verhoging van tientallen procenten in één jaar van één van deze belastingen lijkt uitgesloten. De vennootschapsbelasting daalt zelfs de komende jaren. Uitzondering hierop is het lage BTW-tarief, dat in 2019 wel stijgt. BTW-verhoging heeft waarschijnlijk effect op concurrentiepositie In 2019 is het verlaagde tarief van de BTW verhoogd van 6% naar 9%. Als de ondernemer besluit de verhoging niet door te rekenen aan de gast heeft de verhoging effect op de marge van de ondernemer, die hierdoor direct daalt met 3%. Deze keuze treft de verblijfsrecreatieondernemer hard, omdat het alternatief ook nadelig kan uitpakken voor de recreatieondernemer. De verhoging kan worden doorberekend aan de gast, maar dat heeft een daling van de vraag met circa 2% tot gevolg (bij een prijselasticiteit van -0,8)14. De gevolgen van deze verhoging voor de verblijfsrecreatiesector zijn dan ook aanzienlijk. Forse verhoging toeristenbelasting kan zelfde effect hebben als BTW-verhoging De toeristenbelasting, met een aandeel van bijna 5% in de lasten ten opzichte van de omzet is dé lokale belasting die het sterkst drukt op de exploitatie.

Aangezien sommige gemeenten de toeristenbelasting in één jaar tijd met tientallen procenten verhogen, heeft dit voor ondernemers in de betreffende gemeenten bijna net zo’n groot effect als de BTW verhoging van 6% naar 9%. 14 Gastvrijheid en de BTW: de economische risico’s van btw-verhoging in de gastvrijheidssector, NYFER, 2015 STAPELING VAN LASTEN VOOR RECREATIE-ONDERNEMERS 27 De vrijwel onbegrensde vrijheid die gemeenten hebben in het vaststellen de toeristenbelasting maakt de exploitatie van de verblijfsrecreatie-ondernemer kwetsbaar. Deze extra stijging komt voor de ondernemers bovenop de reguliere inflatie. In vergelijking met andere branches (die geen toeristenbelasting kennen) worden verblijfsrecreatie-ondernemers sterk door deze verhogingen van de toeristenbelasting getroffen. Grote stijgingen in WOZ-waarde leiden tot vermindering concurrentiepositie Een ander punt dat de exploitatie van verblijfsrecreatiebedrijven kwetsbaar maakt is de vaststelling van de WOZ-waarde, die vaak niet transparant en tussen ondernemingen moeilijk vergelijkbaar is. Ook hier is een stijging van tientallen procenten (van de WOZ waarde en/of het tarief van OZB) geen uitzondering.

Een laatste punt, dat niet alleen voor de OZB, maar ook de rioolheffing en het vastrecht waterverbruik treft, is het steeds meer betrekken van chalets als afzonderlijk object voor een aanslag voor één van deze drie (of meerdere) heffingen (in plaats van één, lagere aanslag op bedrijfsniveau). Alhoewel OZB en rioolheffing op dit moment beide minder dan 1% bijdragen aan de lastendruk, kan een abrupte en sterke verhoging tienduizenden euro’s extra kosten opleveren. Een verhoging van 50 maal of 100 maal het oorspronkelijke bedrag (dit is denkbaar en soms aan de orde) kan zorgdragen voor een totaal onverwachte afname van enkele procenten van de marge van de verblijfsrecreatie-ondernemer. Deze situaties zijn sectorspecifiek en brengen de concurrentiepositie van de verblijfsrecreatiesector in gevaar. Stapeling van (stijgende) lasten kan verschil betekenen tussen winst en verlies De problemen voor menig recreatieondernemer worden groter als de ondernemer naast de BTW- verhoging ook te maken krijgt met meerdere forse verhogingen: dan ontstaat een stapeling van (groeiende) lasten die er voor kan zorgen dat de marge van de ondernemer (blijvend) daalt met 5%-10%. Dit betekent op individueel niveau het verschil tussen winst en verlies. 5.3.

Impact lastendruk op vitaliteit verblijfsrecreatie De concurrentiepositie van vitale vakantieparken staat onder druk Bijna alle overheidslagen in Nederland houden zich vandaag de dag bezig met het vitaler maken van vakantieparken. Het Rijk organiseerde op 29 november 2018 de eerste vakantieparkentop en gaf vijf doelen weer om de verblijfsrecreatiesector vitaler te maken. Bijna iedere provincie en iedere toeristische regio die er toe doet werkt aan integrale programma’s vitale vakantieparken. Het eerstgenoemde doel was overigens een levensvatbare verblijfsrecreatiesector. Hoe verhouden de onderzoekconclusies van 5.2. zich tot deze beleidsvoornemens van de overheid? En belangrijker: hoe kan de concurrentiepositie van de verblijfsrecreatiesector worden geduid in het licht van deze conclusies? STAPELING VAN LASTEN VOOR RECREATIE-ONDERNEMERS 28 Een vitaal verblijfsrecreatiebedrijf met een gezonde concurrentiepositie, beschikt over vier krachten: 1 De kracht om flexibel in te spelen op de dynamiek van de markt; 2 De kracht om een voldoende hoge productiviteit te realiseren en daardoor zijn medewerkers te betalen en na aftrek van kosten een redelijke ondernemersbeloning uit de onderneming te onttrekken; 3 De kracht om vertrouwen bij financiers te genieten: banken en investeerders; 4 De kracht om (flankerend) gefaciliteerd te worden door het openbaar bestuur (de overheid).

Dit uit zich met name door fysieke (RO) en fiscale ontwikkelingsruimte. Ten aanzien van de laatste kracht brengen de feiten van dit onderzoek het nieuwe inzicht naar voren dat de overheid de vitaliteit van vakantieparken beperkt door de fiscale ontwikkelingsruimte steeds verder in te perken. Als (tenminste) 30 eurocent van iedere euro bedrijfsomzet in verblijfsrecreatie bestaat uit lastendruk van de overheid en als dit aandeel structureel stijgt, hoe vitaal kan een verblijfsrecreatiebedrijf dan blijven? Hoe kan de onderneming voldoende vertrouwen genieten bij financiers? Hoe kan de onderneming zijn productiviteitsdoelen halen? En hoe kan de onderneming op flexibele wijze omgaan met snelle marktveranderingen in een internationaal speelveld, waarin de consument moeiteloos switcht tussen een weekendje met 3 nachtjes weg naar Drenthe voor 419 euro of een weekendje Barcelona voor 299 euro? De kern van de zaak is dat de overheid met goede intenties werkt aan zogenaamde integrale aanpakken om vakantieparken te vitaliseren door vaak en vooral oog te hebben voor problemen in de onderkant van de markt: huisvesting, veiligheid, leefbaarheid en ruimtelijke kwaliteit. Maar juist op het vlak van de lastendruk (financiën en belastingen) ontbreekt regie en samenhangend beleid. Het gevolg is dat verblijfsondernemingen steeds meer met willekeur en stijgende lastendruk geconfronteerd worden.

Er wordt (noodgedwongen) structureel onder-geïnvesteerd door ondernemers. Dit leidt tot uitholling van het verblijfsrecreatieproduct en stijgende lasten werken deze uitholling alleen maar verder in de hand. 5.4. Verwachting: toenemende lasten In het overzicht in hoofdstuk 4 blijkt al dat belastingen tussen 2018 en 2019 wederom zijn gestegen. De grootste post is de toename van het lage BTW-tarief, maar ook de toeristenbelasting en OZB zijn reeds opnieuw gestegen. Dat betekent dat de lastendruk voor verblijfsrecreatie-ondernemers in 2019 verder stijgt naar minimaal 30% van de omzet. Voor sommige ondernemers kan dit betekenen dat de lastendruk oploopt naar meer dan 40%. ZKA verwacht dat de lastendruk voor ondernemers de komende jaren nog verder toeneemt, nu de vrijheid van gemeenten op het gebied van lokale lasten verder toeneemt. Er zijn veel voorbeelden te vinden van belastingen die ruim boven het inflatiepercentage stijgen. Gezien de huidige tijdsgeest hevelt het Rijk steeds meer verantwoordelijkheden en belastingvrijheid over naar de gemeenten. Gemeenten moeten voor een steeds groter deel hun begroting aanvullen met lokale belastingen en heffingen.

Het is aantoonbaar dat gemeenten belastingen verhogen die met name (verblijfsrecreatieve) ondernemers raken in plaats van inwoners (zo is het tarief voor OZB van woningen de afgelopen jaren nauwelijks verhoogd, terwijl de OZB voor niet-woningen en toeristenbelasting beide wel fors zijn verhoogd de afgelopen jaren). STAPELING VAN LASTEN VOOR RECREATIE-ONDERNEMERS 29 Bijlage 1 Overzicht van 120 regelingen en heffingen voor de recreatieondernemer Directe en indirecte belastingen en heffingen: - Winstbelasting c.q. inkomstenbelasting en de beperking op afschrijving van gebouwen - Onroerende zaakbelasting, onder te verdelen in gebruikersbelasting en eigenarenbelasting (gemeente) - Belasting op Leidingwater (landelijk te innen via waterleidingbedrijf) - Energiebelasting op gas en elektriciteit (landelijk te innen via energiebedrijf) - Grondwaterbelasting - Waterschap(systeem)heffing (Waterschap) - Zuiveringsheffing - Rioolbelasting (gemeente) - Reinigingsheffing; bijzondere heffingen (vetputten; gemeente) - Toeristenbelasting (gemeente) - Woonforensenbelasting (gemeente) - Vermakelijkhedenretributie (gemeente) - Precariorechten (gemeente) - Leges voor diverse vergunningen (gemeente) - BIZ-heffing (gemeente) - Assurantiebelasting (landelijk i.v.m.

annuleringsverzekeringen) - Bijzondere btw-regels, zoals reisbureauregeling; diverse tarieven - Overdrachtsbelasting (landelijk bij de overdracht van recreatiebungalows) - Kansspelbelasting (landelijk) - Loonheffing en sociale lasten c.a. i.v.m. personeel (landelijk) - Werkkostenregeling (eigen personeel en zakelijke klanten) - Belasting i.v.m. auto’s van de zaak (landelijk) - Provinciale leges en opcenten i.v.m. vervoermiddelen (provincie) - Accijnzen op alcohol en frisdranken (landelijk via inkoop) - Accijnzen op tabak (via inkoop) - Accijnzen op brandstof (via inkoop) - Erfbelasting en schenkbelasting (landelijk) - Vastrecht-heffingen op water- en energieaansluitingen (gebaseerd op BAG- of WOZ-objecten; te innen door waterleidingbedrijven en energiebedrijven) - Heffingen inzake auteursrechten en naburige rechten van BUMA, SENA, Videma, Norma, Vevam, Lira, Reprorecht, enz. Lasten die samenhangen met het voldoen aan wettelijke en cao verplichtingen - Meetkosten voor legionellacontroles - Meetkosten zwemwatercontroles (binnen- en buitenwater) - Inspectiekosten speeltoestellen - Inspectiekosten ivm GG en GD - Inspectiekosten brandtoestellen c.a. - Inspectiekosten voedselveiligheid c.a. - Premies pensioen - Premies Sociaal Fonds - Werkgeverspremies SV-wetten - Kosten RIE c.a. STAPELING VAN LASTEN VOOR RECREATIE-ONDERNEMERS 30 Wetgeving relevant i.h.k.v.

de exploitatie van het bedrijf (algemeen; lastendruk) - Regelgeving m.b.t. Vogel- en Habitatrichtlijn, Flora- en Faunawetgeving, Natuurbeschermingswet - Gebruikersvergunning, - Bestemmingsplan en nadere regels omtrent de indeling van het bedrijf en het gebruik van de grond - regels omtrent het aantal kampeerplaatsen c.q. staanplaatsen - vergunning/regels omtrent brandveiligheid op het bedrijf - Woningwet, Bouwbesluit, bouwvergunningen Wet Ruimtelijke Ordening/bestemmingsplan - Burgerlijke wetboek (diverse afdelingen); wetboek van Koophandel - Handelsnaamwet en Handelsregisterwet/besluit - Merkenrecht - Mededingingswet - AVG - Wet Waardering Onroerende Zaken (in het bijzonder de problematiek en lastendruk t.a.v. stacaravans), Wet OZB - Wet op de reisovereenkomst (BW) - Regelgeving m.b.t. reprorechten, auteursrechten c.a. - Prijzenwet, regelgeving omtrent consumentenbescherming - Pachtwet Wetgeving ten aanzien van de horeca: - Drank- en horecawet, Horecavergunning c.a. - Terrasvergunning - APV / gemeentelijke verordening - Warenwet - Warenwetregeling Hygiëne van levensmiddelen - regels omtrent de voedselveiligheid (HACCP) - bijhouden HACCP-checklisten voor controle op voedselveiligheid - regels omtrent de verkoop van alcoholhoudende middelen, inclusief toezicht en controle - Tabakswet c.q.

regels omtrent de verkoop van tabakswaren - regels omtrent de exploitatie van ‘gokkasten’ - Auteurswet en Wet naburige rechten (BUMA en SENA) - Wetgeving verhuur bedrijfsruimte (BW) Ten aanzien van speeltoestellen en attractietoestellen: - Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen (v.w.b. watertoestellen) - bijhouden van checklisten, onderhoudsschema’s en keuringsschema’s van die toestellen - omgevingsvergunning voor plaatsing Ten aanzien van zwembaden respectievelijk zwemwater: - Regels omtrent waterkwaliteit - Regels omtrent legionellabestrijding - Bijhouden van checklisten ten aanzien van waterkwaliteit en legionellabestrijding - Regels omtrent toezicht in zwembaden - Besluit veiligheid attractie- en speeltoestellen (v.w.b. watertoestellen) - Wet en Besluit Hygiëne en veiligheid badinrichtingen en zwemgelegenheden - Regels m.b.t.

Keurmerk Schoon en Veilig - Regels Nationaal Platform Zwembaden (diploma-eisen, licentie-eisen) STAPELING VAN LASTEN VOOR RECREATIE-ONDERNEMERS 31 Ten aanzien van waterwinning, waterdistributie c.a.; elektriciteit en gasvoorzieningen - Drinkwaterwet, Waterleidingwet en waterleidingbesluit - Bijhouden meetprogramma’s Waterleidingenbesluit - Regeling Legionellapreventie in leidingwater - Grondwaterwetgeving - Elektriciteitswet en Gaswet, inclusief vele netcodes - Stoomwezen (propaantanks); regelgeving opslag propaan en butaangas - Diverse belastingen op dit thema Ten aanzien van detailhandel: - regels omtrent voedselveiligheid - bijhouden van checklisten ten aanzien van voedselveiligheid - Wetgeving i.v.m. detailhandel - Openingstijdenwet Ten aanzien van personeel: - Wet Arbeid en Zorg; Arbo-wet, Arbobesluit, en Arboregeling - bedrijfshulpverlening - Bijhouden checklisten vanuit Arbo-wetgeving (RI&E) - Arbeidswetgeving (BW en BBA) - Wet werk en Zekerheid - Flexwet - Arbeidstijdenwet en Deeltijdwet - CAO, pensioen - Kinderopvang - Wetgeving inzet jongeren en allochtonen - WIA/WGA en andere sociale verzekeringswetgeving - Sectorale pensioenregelingen - Wet op de ondernemingsraden - Belastingwetgeving; inhouding loonheffing c.a.

Ten aanzien van milieu c.a.: - Wet Milieubeheer - Activiteitenbesluit - Boswet - Besluit Horeca- en sport- en recreatieinrichtingen milieubeheer - Wet bodembescherming en Lozingenbesluit bodembescherming - Wet verontreiniging oppervlaktewater en Lozingenbesluit WVO - Verplichtingen uit Natuurschoonwet, Natuurbeschermingswet en Boswet - Wetgeving rond Stankcircels rond veehouderijen - Regelgeving m.b.t. reinigingsheffingen, rioolheffingen, zuiveringslasten - Bestrijdingsmiddelenwet c.q. wet gewasbeschermingsmiddelen en biociden c.q. regels omtrent bestrijdingsmiddelen - Regels omtrent gebruik en opslag schoonmaakmiddelen (chloor e.d.) - Gezondheids- en Welzijnswet voor dieren (kinderboerderij op bedrijf) STAPELING VAN LASTEN VOOR RECREATIE-ONDERNEMERS 32 Ten aanzien van ruimtelijke ordening en natuur: - WABO; Ruimtelijke Ordening - Bestemmingsplannen - Provinciale ruimtelijke plannen - Reconstructiegebieden - Natura 2000-gebieden; Nationale Landschappen; Natuurwet - Regelgeving m.b.t. monumenten - Regelgeving m.b.t. bescherming van archeologisch kwetsbare gebieden - Ontgrondingenwet Ten aanzien van brandveiligheid: - regelgeving m.b.t. brandveiligheid (afstand tussen kampeermiddelen c.a.) - regelgeving m.b.t. blusmiddelen - regelgeving m.b.t. gebruik en opslag van propaan en butaangas Ten aanzien van gasten op het bedrijf: - AVG.

- Europese richtlijn inzake elektronische handel - Sectorale voorwaarden en overeenkomsten (bv. RECRON- of KHN-voorwaarden) - Bedrijfsreglement - Bedrijfshulpverlening en EHBO - BTW-zaken - Regelgeving m.b.t. toeristenbelasting, woonforensenbelasting, vermakelijkhedenretributie - Bijhouden nachtregister t.b.v. veiligheidsdiensten - Bijhouden administratie t.b.v. toeristenbelasting STAPELING VAN LASTEN VOOR RECREATIE-ONDERNEMERS 33 Bijlage 2 Overzicht van lasten Rijksbelastingen Bedrijven in de verblijfsrecreatie hebben te maken met een aantal jaarlijks terugkerende rijksbelastingen. Tot deze belastingen horen de volgende:  Loonheffing en premies volks- en werknemersverzekeringen: verblijfsrecreatiebedrijven hebben doorgaans werknemers in dienst. Bij de uitbetaling van het loon voor geleverde werkzaamheden krijgen recreatiebedrijven te maken met loonheffingen. Deze heffingen bestaan uit vier heffingen, te weten 1. loonbelasting, 2. premie volksverzekeringen, 3. premie werknemersverzekeringen en 4. de inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet. De loonbelasting geldt als voorheffing op de inkomstenbelasting, die voor rekening van de werknemer is. De overige heffingen zijn op te delen in een werknemers- en werkgeversdeel. Volksverzekeringen zijn wettelijk verplichte sociale verzekeringen die inwoners verzekeren tegen de financiële gevolgen van onder andere ouderdom.

Werknemersverzekeringen zijn wettelijk verplichte sociale verzekeringen die werknemers verzekeren tegen de financiële gevolgen van werkloosheid, ziekte en arbeidsongeschiktheid. Ook het Sociaal Fonds wordt hiertoe gerekend. De inkomensafhankelijke bijdrage Zorgverzekeringswet, ten slotte, is een werkgeversheffing voor de Zorgverzekeringswet. Voor uitzendkrachten geldt dat de loonheffing in principe door het uitzendbureau wordt betaald, maar de werkgever kan aansprakelijk worden gehouden indien het uitzendbureau niet de juiste belasting betaalt;  Belasting over de toegevoegde waarde (btw): recreatiebedrijven betalen tevens belasting over de omzet. Ondernemers rekenen de btw door aan afnemers in de prijs voor goederen en diensten en dragen de btw af aan de Belastingdienst. Voor goederen en diensten bestaan verschillende tarieven. Het algemene tarief is sinds 2012 21%, het verlaagde tarief was tot en met 2018 6% en is sinds 2019 9%. Het lage tarief is het meest van toepassing in de recreatie (logies, horecabestedingen uitgezonderd alcohol);  Assurantiebelasting: de assurantiebelasting is een belasting op verzekeringen. Het betreft een algemene belasting die vergelijkbaar is met de btw en op dit moment ook 21% bedraagt.

De assurantiebelasting geldt onder andere voor autoverzekeringen, opstalverzekeringen, inboedelverzekeringen, aansprakelijkheidsverzekeringen en rechtsbijstandsverzekeringen;  Vennootschapsbelasting: de vennootschapsbelasting (vpb) is een belasting over de winst. In 2018 was de vpb 20% tot een belastbaar bedrag van € 200.000,- en 25% bij een belastbaar bedrag boven € 200.000,-. Daarnaast gelden allerlei regelingen die beperkend op de vpb werken. Energie- en milieu-investeringen kunnen in bepaalde gevallen worden afgeschreven, terwijl de vpb kan worden verrekend als in eerdere jaren verlies is geleden. De regeling omtrent de afschrijving van bedrijfspanden werkt ook beperkend, maar is minder omvangrijk geworden. Tot en met 2018 kon worden afgeschreven tot een bodemwaarde van 50% van de WOZ-waarde van een pand, in 2019 geldt een bodemwaarde van 100% van de WOZ-waarde. Deze beperking geldt alleen voor rechtseenheden; STAPELING VAN LASTEN VOOR RECREATIE-ONDERNEMERS 34  Milieubelastingen: recreatiebedrijven krijgen vanwege het gebruik van water, elektriciteit en gas te maken met verschillende milieubelastingen: o Energiebelasting gas plus heffing opslag duurzame energie: de energiebelasting op gas is een milieubelasting die tot doel heeft om de gebruiker zuiniger en efficiënter om te laten gaan met gas.

Leveranciers dragen de energiebelasting af aan de overheid en rekenen deze door aan hun afnemers, waaronder dus recreatiebedrijven. De heffing opslag duurzame energie heeft tot doel productie en gebruik van duurzame energiebronnen te stimuleren en geldt als extra belasting bovenop de energiebelasting. Beide belastingen worden opgelegd per verbruikte kubieke meter. Er is sprake van een degressief tarief, naarmate het verbruik toeneemt neemt het totaal van de energiebelasting en opslag duurzame energie per kubieke meter af; o Energiebelasting elektriciteit plus heffing opslag duurzame energie: de energiebelasting op elektriciteit is een milieubelasting die tot doel heeft om de gebruiker zuiniger en efficiënter om te laten gaan met elektriciteit. Leveranciers dragen de energiebelasting af aan de overheid en rekenen deze door aan hun afnemers, waaronder dus recreatiebedrijven. De heffing opslag duurzame energie heeft tot doel productie en gebruik van duurzame energiebronnen te stimuleren en geldt als extra belasting bovenop de energiebelasting. Beide belastingen worden opgelegd per verbruikte kilowattuur. Ook hier is sprake van een degressief tarief, naarmate het verbruik toeneemt neemt het totaal van de energiebelasting en opslag duurzame energie per kubieke meter af.

Tevens geldt een belastingvermindering per aansluiting, aangezien elektriciteit als basisbehoefte is aangemerkt; o Belasting op Leidingwater: de Belasting op Leidingwater is een milieubelasting die de leveranciers van drinkwater aan de overheid afdragen. Leveranciers van drinkwater rekenen deze belasting door aan hun afnemers, waaronder dus recreatiebedrijven. De Belasting op Leidingwater wordt geheven over de eerste 300 m3 die aan een verbruiker wordt geleverd per verbruiksperiode van 12 maanden. De belasting geldt per WOZ-object en per kubieke meter geldt een vast tarief. Voor een juiste berekening van de Belasting op Leidingwater dient duidelijk te zijn aan hoeveel WOZ-geregistreerde objecten het drinkwater daadwerkelijk wordt geleverd. Naast genoemde belastingen en heffingen dragen recreatiebedrijven accijnzen af bij verkoop van alcoholhoudende dranken en tabak, en verbruiksbelasting bij alcoholvrije dranken. Ook dragen bedrijven in sommige gevallen kansspelbelasting af, als het bedrijf bijvoorbeeld beschikt over een speelautomaat. Over bedrijfsvoertuigen wordt onder meer motorrijtuigenbelasting betaald. Recreatiebedrijven krijgen daarnaast bij een bedrijfsovername te maken met de overdrachtsbelasting. Omdat het hier gaat om een eenmalige belasting gaat, blijft genoemde belasting buiten beschouwing.

Gemeentelijke belastingen Ook de gemeente legt recreatiebedrijven jaarlijks verschillende belastingen op. Hierbij horen de volgende belastingen:  Toeristenbelasting: de toeristenbelasting is een algemene, directe belasting die door gemeenten wordt geheven voor het houden van verblijf met overnachting (in welke vorm dan ook, maar tegen vergoeding) door personen die niet als ingezetene in de Basisregistratie Personen (BRP) van de gemeente zijn opgenomen. Een toerist betaalt belasting omdat hij of zij gebruik maakt van de voorzieningen van de gemeente. STAPELING VAN LASTEN VOOR RECREATIE-ONDERNEMERS 35 In principe is het doel van de belasting daarmee om deze voorzieningen te bekostigen of te verbeteren. 81% van de gemeenten bracht in 2018 toeristenbelasting in rekening. Het ongewogen gemiddelde bedrag dat een toerist afdraagt per nacht was in dat jaar € 1,7515. Toeristenbelasting wordt geheven naar het aantal overnachtingen, wat op forfaitaire en niet-forfaitaire wijze kan plaatsvinden. Bij een forfaitaire heffingswijze wordt het gemiddeld aantal overnachtende personen per plaats of accommodatie vermenigvuldigd met het aantal nachten dat zij verblijf houden. Aan een forfaitaire heffingswijze dient feitenonderzoek vooraf te zijn gegaan.

Bij een niet-forfaitaire heffingswijze wordt het daadwerkelijke aantal overnachtingen aangehouden, met het nachtregister van de verblijfsaanbieder als bron;  Onroerendezaakbelasting (OZB): de onroerendezaakbelasting wordt geheven over de waarde van onroerende zaken. De OZB heeft tot doel een deel van de taken van de gemeente te financieren. De inkomsten uit de OZB hebben geen vooraf bepaald bestemmingsdoel, er is derhalve sprake van een algemene belasting. Er zijn twee typen belastingen, namelijk een eigenarenbelasting en een gebruikersbelasting. De eigenarenbelasting wordt geheven over woningen en niet-woningen, terwijl de gebruikersbelasting alleen wordt geheven over niet-woningen. Er wordt een percentage van de WOZ-waarde als basis genomen voor de bepaling van de omvang van de OZB.  Rioolheffing: De rioolheffing is een directe belasting die wordt geheven ter bestrijding van de kosten die voor de gemeente verbonden zijn aan de inzameling en het transport van huishoudelijk afvalwater en bedrijfsafvalwater, evenals de zuivering van huishoudelijk afvalwater en de inzameling en verwerking van afvloeiend hemelwater, en het treffen van maatregelen ten aanzien van de grondwaterstand.

De rioolheffing valt uiteen in een eigenaren- en gebruikersdeel, waarbij degene die bij het begin van het belastingjaar een perceel dat aangesloten is op de gemeentelijke riolering in bezit heeft als eigenaar wordt aangemerkt, en degene die het perceel gebruikt maar niet in bezit heeft als gebruiker wordt aangemerkt. Het eigenaren- en gebruikersdeel kan op verschillende manieren worden belast en verschilt dus per gemeente. Er wordt een onderscheid gemaakt tussen woningen en niet-woningen. Het eigenarendeel kan middels een vast bedrag worden belast, of via een percentage van de WOZ-waarde. Het gebruikersdeel wordt vaak geheven naar het aantal kubieke meter dat wordt afgevoerd vanaf een perceel;  Precariobelasting: de precariobelasting is een gemeentelijke belasting die geldt voor het hebben van voorwerpen onder, op of boven gemeentegrond. De houder van een dergelijk voorwerp is belastingplichtig. De belasting kan niet worden geheven als de aanwezigheid van het voorwerp moet worden gedoogd op grond van een wettelijke of contractuele verplichting. Voorbeelden van belaste voorwerpen zijn kabels en leidingen, terrassen, zonneschermen, lichtreclames en vlaggen.  Reclamebelasting: de reclamebelasting is een gemeentelijke belasting voor openbare aankondigingen in letters, symbolen en/of kleuren die vanaf de openbare weg zichtbaar zijn. Er zijn verschillende heffingswijzen.

Sommige gemeenten kijken naar de oppervlakte van de reclame, andere gemeenten hanteren de WOZ-waarde van het gebouw als grondslag voor het vaststellen van de aanslag. Niet alle gemeenten heffen reclamebelasting;  BIZ-bijdrage: een bedrijveninvesteringszone (BIZ) is een afgebakend gebied (bijvoorbeeld een winkelstraat of bedrijventerrein) waarbinnen ondernemers en/of eigenaren samen investeren in de kwaliteit van de omgeving. 15 Bron: Centrum voor Onderzoek van de Economie van de Lagere Overheden STAPELING VAN LASTEN VOOR RECREATIE-ONDERNEMERS 36 De BIZ-bijdrage heeft tot doel het dekken van kosten die verbonden zijn aan activiteiten in de openbare ruimte en op het internet, ter bevordering van de leefbaarheid, veiligheid, ruimtelijke kwaliteit en/of economische ontwikkeling van de BIZ. De BIZ-bijdrage is een bestemmingsbelasting, die alleen opgelegd kan worden aan eigenaren en gebruikers van niet-woningen. Alle ondernemers en eigenaren in het werkingsgebied zijn verplicht mee te betalen. Vooraf dient draagvlakonderzoek te worden uitgevoerd. De heffingswijze is middels een vast bedrag of middels een percentage van de WOZ-waarde. Naast genoemde belastingen en heffingen krijgen verblijfsrecreatiebedrijven te maken met leges voor vergunningen en met reinigingsrechten.

Uit de diepte-interviews die ZKA heeft uitgevoerd kwam naar voren dat voor bedrijven hierdoor niet ieder jaar lasten ontstaan. Omdat leges geen jaarlijks terugkerende heffingen zijn en daarbij beperkt van omvang, worden deze in de berekening van de lastendruk buiten beschouwing. Dat geldt ook voor reinigingsrechten, die een retributie zijn. Verblijfsrecreatiebedrijven zijn gedwongen de gemeente te betalen indien de gemeente afval van het bedrijf inzamelt. De gemeente heeft echter geen wettelijke verplichting afval van bedrijven in te zamelen. Verblijfsrecreatiebedrijven kunnen ook terecht bij private partijen, waardoor afvalinzameling meer het karakter van kostenpost dan belasting heeft. Waterschapsbelastingen Naast rijks- en gemeentelijke belastingen hebben recreatiebedrijven te maken met een drietal waterschapsbelastingen:  Zuiveringsheffing: de zuiveringsheffing heeft betrekking op de kosten voor het zuiveren van afvalwater in afvalwaterzuiveringsinstallaties van het waterschap. Alle bedrijven en huishoudens die afvalwater lozen op het riool betalen de zuiveringsheffing. De hoogte van de zuiveringsheffing wordt bepaald door het aantal vervuilingseenheden. Bij huishoudens geldt dat een eenpersoonshuishouden als één vervuilingseenheid wordt aangemerkt. Meerpersoonshuishoudens worden voor drie vervuilingseenheden belast.

Bij recreatiebedrijven geldt dat de verhuurder/exploitant heffingplichtig is als sprake is van verhuur aan wisselende, opeenvolgende gebruikers voor korte perioden. Het aantal vervuilingseenheden wordt in de regel berekend door de hoeveelheid ingenomen water te vermenigvuldigen met een eenheidsprijs. Hieruit volgt het aantal vervuilingseenheden;  Verontreinigingsheffing: de verontreinigingsheffing is sterk vergelijkbaar met de zuiveringsheffing. Het doel van de belasting is hetzelfde en de hoogte van de belasting wordt op eenzelfde wijze en tegen dezelfde tarieven bepaald. Bedrijven ontvangen een aanslag voor de verontreinigingsheffing als afvalwater rechtstreeks wordt geloosd op oppervlaktewater (bijvoorbeeld een sloot), terwijl de zuiveringsheffing geldt bij een lozing op het riool;  Watersysteemheffing: de watersysteemheffing heeft als doel de kosten te dekken voor het beheren van het oppervlaktewater en voor waterkering. Er zijn vier verschillende soorten watersysteemheffing, namelijk voor ingezetenen, voor gebouwde percelen, voor ongebouwde percelen en voor natuur. De heffingswijze is verschillend per type watersysteemheffing. De watersysteemheffing voor ongebouwde percelen en voor natuur wordt vastgesteld per hectare. Het tarief hangt af van het gebruik van het perceel.

Voor ingezetenen geldt een vast tarief per wooneenheid, voor gebouwde percelen geldt een percentage van de WOZ-waarde. Dit laatstgenoemde type watersysteemheffing wordt doorgaans aan recreatiebedrijven opgelegd. STAPELING VAN LASTEN VOOR RECREATIE-ONDERNEMERS 37 Overige lasten Verblijfsrecreatiebedrijven krijgen ten slotte met een aantal lasten te maken die het gevolg zijn van wettelijke regelingen. Deels wordt een heffing opgelegd door daartoe bevoegde instanties, deels maakt het verblijfsrecreatiebedrijf op eigen initiatief kosten om te voldoen aan wet- en regelgeving. Er is sprake van onder meer de volgende lasten:  Pensioenlasten: in de collectieve arbeidsovereenkomst van de recreatiebranche is een pensioenregeling verplicht gesteld. De verplichtstelling maakt dat de lasten in de bedrijfsvoering voor de ondernemer hoger zijn. In de cao is opgenomen dat het werkgeversdeel voor de pensioenen minimaal 50% van het pensioenbedrag beslaat. Het is toegestaan van dit percentage af te wijken. Onder bepaalde condities is vrijstelling van het toepassen van de pensioenregeling mogelijk. De pensioenpremie bedraagt 19,6% van de loonsom, verminderd met de AOW-franchise;  Heffing auteursrechten en naburige rechten: er zijn meerdere heffingen voor auteursrechten en naburige rechten in Nederland, waarbij verschillende instanties zijn betrokken.

Buma/Stemra behartigt de belangen van componisten en beschermt hun auteursrecht door heffingen op te leggen aan ondernemers die in hun bedrijfsvoering via beeld en/of geluid gebruik maken van de werken van de componisten. Sena behartigt de naburige rechten, dus de rechten van de uitvoerende artiesten (muzikanten, acteurs, filmproducenten, etc.). VIDEMA legt heffingen op voor het vertonen van tv- en filmbeelden, terwijl VEVAM een aantal auteursrechtelijke vergoedingen voor regisseurs oplegt. Stichting Reprorecht, ten slotte, heft en verdeelt vergoedingen voor het kopiëren uit auteursrechtelijk beschermd materiaal. Doorgaans geldt een heffing op basis van het aantal aansluitingen (bijv. VIDEMA) of aantal werknemers (reprorechten).  Overige lasten n.a.v. wet- en regelgeving: de verblijfsrecreatie wordt gekenmerkt door een grote variëteit aan voorzieningen op het park zelf, zoals binnen- en buitenspeelvoorzieningen, binnen- en buitenzwembaden, recreatieplassen, sportvelden, horeca en kampeerwinkels. De meeste voorzieningen op een recreatiepark zijn gebonden aan wet- en regelgeving. In de horeca geldt bijvoorbeeld de Hygiënecode waarmee een ondernemer aan de HACCP-eisen kan voldoen. Daarnaast moet een restaurant aan de voorschriften voor voedselveiligheid voldoen. Een zwembad moet periodiek worden gecontroleerd op legionella.

Al deze wet- en regelgeving zorgt ervoor dat ondernemers met zowel out-of-pocket kosten als opportuniteitskosten te maken krijgen. Ook bij ziekte van werknemers is sprake van dergelijke lasten voor de ondernemer.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/3c160a8b-aede-48ac-9672-2009dbddbf77?agendaItemId=f91c11fb-d423-4f7d-8957-e746ac70ca4a