22.0 VNG - VNG-reactie op de Rijksbegroting 2021.pdf
Tekst van het document
Wij zullen gemeenten nader informeren over de middelen die hiervoor beschikbaar komen. Arbeidsmigranten Wat wil het kabinet? De ruim 400.000 in Nederland werkzame arbeidsmigranten moeten net als alle andere werkenden recht hebben op een eerlijk loon en gezonde en veilige werkomstandigheden. De gevolgen van de uitbraak van het coronavirus hebben de problematiek extra zichtbaar gemaakt. Er wordt gewerkt aan een complete en actuele woonregistratie van arbeidsmigranten. Ook komen er extra eisen waarmee malafide uitzendbureaus uit de markt worden geweerd. Er wordt in samenwerking met andere departementen één centraal informatieknooppunt opgericht waar arbeidsmigranten met vragen terecht kunnen. Het kabinet wacht de aanbevelingen van het Aanjaagteam bescherming arbeidsmigranten - onder aanvoering van Emile Roemer - af om de werk- en leefomstandigheden van arbeidsmigranten te verbeteren. Naar verwachting brengt het Aanjaagteam in oktober dit advies uit. Wat betekent dit voor gemeenten? De wijze van registratie van arbeidsmigranten wordt aangepast, zodat er meer zicht komt op wie waar in Nederland verblijft. Een betere registratie is ook van belang om gericht beleid te kunnen maken. Daarnaast is de verwachting dat gemeenten voor de opgave gesteld worden om meer en betere huisvesting van arbeidsmigranten te realiseren.
Dit heeft impact op gemeenten; zowel financieel, organisatorisch als politiek-bestuurlijk. Dit vraagt om een gezamenlijke, integrale en regionale aanpak van gemeenten. Dat doen zij in samenwerking met andere overheden, sociale partners, werkgevers en huisvesters. Deze aanpak moet erop gericht zijn betere faciliteiten te creëren voor arbeidsmigranten en misstanden aan te pakken. De VNG bereidt momenteel (bestuurlijke) standpunten voor op het gebied van arbeidsmigranten en werkt aan een programma om gemeenten te ondersteunen rondom het vraagstuk arbeidsmigranten. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 41 Scenariostudie Vormgeving Kindvoorzieningen Wat wil het kabinet? Het kabinet wil ouders ontzorgen en tegelijkertijd investeren in de ontwikkeling van kinderen. Keuzevrijheid blijft hierbij een belangrijk uitgangspunt. Er is een Interdepartementaal Beleidsonder- zoek (IBO) Deeltijdwerk en de Brede maatschappelijke heroverweging ‘Kwalitatief goed onderwijs met kansen voor iedereen’ uitgevoerd. Hieruit blijkt dat de combinatie van het Nederlandse stelsel van (kind)voorzieningen en de Nederlandse cultuur tot gevolg heeft dat veel vrouwen al vanaf de start van hun loopbaan in deeltijd werken. Het werken in (kleine) deeltijdbanen door vrouwen leidt ertoe dat zij minder verdienen dan mannen en minder ontwikkelkansen op de arbeidsmarkt hebben.
Ook maakt het hen kwetsbaarder voor armoede, als zij niet economisch zelfstandig zijn. Bovendien zijn er kansen om het stelsel van kindvoorzieningen te verbeteren ten gunste van de ontwikkeling van het kind. De manier waarop de toeslagen zijn ingericht, zoals de kinderopvangtoeslag om snel uit te betalen, maakt het complex en zorgt ook voor onzekerheid. Dit komt ook naar voren in het IBO Toeslagen. Het kabinet heeft besloten verschillende scenario’s te verkennen voor de toekomstige vormgeving van het stelsel van kindvoorzieningen: Scenariostudie Vormgeving Kindvoorzieningen. Daarbij wordt ook gekeken naar alternatieven voor de kinderopvangtoeslag. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG is in gesprek met de betrokken departementen en gemeenten om advies te geven in de Scenariostudie Vormgeving Kindvoorzieningen. We zetten in op een sluitende aanpak voor 0 tot 12-jarigen onder de regie van gemeenten. We betrekken daarbij ook onze standpunten op het voorkomen en verminderen van armoede (onder kinderen), Integrale Kindcentra, kinderopvang en primair onderwijs, borgen van bestaanszekerheid, arbeidsparticipatie en het vereenvoudigen en veranderen van het huidige Toeslagenstelsel. Deze punten, en de uitvoerbaarheid en betaalbaarheid van de keuzes, brengen we in bij de scenariostudie.
Wetsvoorstel ouderparticipatiecreches Wat wil het kabinet? De inwerkingtreding van het wetsvoorstel ouderparticipatiecrèches (opc's) staat gepland voor 1 juli 2021. Hiermee wordt een afspraak uit het regeerakkoord nagekomen en worden de ouderparticipatie- crèches als kindercentrum onder de Wet Kinderopvang (Wko) gebracht. In de Wko staan twee kwaliteitseisen die niet gelden voor opc’s: de opleidingseis voor beroeps- krachten en het ‘vastegezichtencriterium’. Daarvoor in de plaats moeten de opc’s aan alternatieve kwaliteitseisen voldoen. Wat betekent het voor gemeenten? Voor gemeenten betekent dit een inhoudelijke uitbreiding van hun toezichts- en handhavingsverant- woordelijkheid. Hierbij worden zij ondersteund door VNG Naleving. Breed Offensief Wat wil het kabinet? Het kabinet wil dat meer mensen met een arbeidsbeperking bij reguliere werkgevers aan werk komen. Daartoe heeft het kabinet in 2018 het Breed Offensief in gang gezet. Dit moet het eenvoudiger maken voor werkgevers en werknemers om een arbeidsrelatie aan te gaan en het werk aantrekkelijker en duurzaam te maken. Ook moeten werkgevers makkelijker gevonden kunnen worden. Inmiddels ligt er, naast andere maatregelen, een wetsontwerp Breed Offensief, waarvan de planning is dat het in juli 2021 in werking treedt.
Naast de al eerder toegezegde eenmalige € 53 miljoen voor implementatiekosten Breed Offensief, stelt het kabinet € 40 miljoen beschikbaar voor vrijlating arbeidsinkomsten voor mensen met een beperking die in deeltijd werken en loonkostensubsidie ontvangen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten moeten op basis van het voorliggende wetsontwerp op verschillende onderwerpen zaken gaan regelen in hun re-integratieverordening. De VNG brengt hier begin 2021 een handreiking voor uit. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 42 In verband met het Breed Offensief is het Besluit SUWI (Structuur uitvoeringsorganisatie werk en inkomen) aangepast. Dat treedt op 1 januari 2021 in werking. In dit besluit worden onder andere - per arbeidsmarktregio - centrumgemeenten aangewezen die belast worden met de regie op de regionale samenwerking. Ook wordt geregeld dat gemeenten en het UWV jaarlijks een gemeenschappelijk uitvoeringsplan opstellen. Verder wordt de meting van de loonwaarde geharmoniseerd en moeten administratieve processen rondom het verstrekken van de loonkostensubsidie worden gestroomlijnd. De VNG heeft inmiddels op alle beoogde wijzigingen rondom dit dossier, en op verschillende momenten, haar standpunten doorgegeven aan de staatssecretaris van SZW.
Leven lang ontwikkelen Wat wil het kabinet? Het kabinet neemt diverse maatregelen die scholing en een leven lang ontwikkelen (LLO) stimuleren, zoals: • SLIM-regeling voor LLO in MKB. Aan de al bestaande stimuleringsregeling voor scholing en ontwikkeling van werknemers in het mkb worden in 2021 extra middelen toegevoegd. De uitbrei- ding is een gevolg van de extra behoefte aan scholing en begeleiding die is ontstaan door de coronacrisis. • NL leert door. In 2021 is er ruim € 95 miljoen beschikbaar voor de subsidieregeling NL leert door. Dit betreft middelen voor online scholing (€ 42 miljoen) en ontwikkeladviezen (€ 30 miljoen). Een gedeelte van de middelen is bestemd voor het afrekenen van in 2020 gestarte activiteiten. In 2022 is € 18 miljoen gereserveerd voor online scholing. Wat betekent dit voor de gemeenten? Gemeenten kunnen werkzoekenden verwijzen naar bovengenoemde scholingsmogelijkheden, onder andere als onderdeel van de crisisdienstverlening van werk(loosheid) naar werk in de arbeidsmarktre- gio’s. Scholing kan bijdragen aan het behouden en vinden van werk. Handhaving Wat wil het kabinet? Begin 2020 is een voorstel tot wijziging van de Participatiewet ingediend bij de Tweede Kamer. Het doel is het wegnemen van de onterecht gunstige positie van mensen met fraudevorderingen bij de toegang tot het recht op bijstand.
Dit wordt bereikt door alle vorderingen en boetes wegens schending van de inlichtingenplicht binnen de gehele sociale zekerheid uit te sluiten als schuld bij de vermogenstoets. Het kabinet streeft ernaar, nadat het wetsvoorstel door de Eerste Kamer is aangenomen, dit zo snel mogelijk in werking te laten treden. Naar verwachting is dit in de eerste helft van 2021. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten moeten het wetsvoorstel bij inwerkingtreding toepassen in de praktijk. Voorafgaand aan de inwerkingtreding voorziet VNG Naleving gemeenten hierover van informatie en ondersteunt hen bij de implementatie. Macrobudget participatiewetuitkeringen (BUIG) Wat wil het kabinet? Als gevolg van de coronacrisis en op basis van de CPB-raming verwacht het ministerie van SZW een hoger bijstandsbestand. Dit is terug te zien in een bijgestelde meerjarige raming die ook een stijging laat zien in het BUIG-budget. Het definitieve macrobudget 2020 bedraagt € 6.375 miljoen. Dit is ruim € 400 miljoen hoger dan het nader voorlopig macrobudget. Het voorlopige macrobudget 2021 bedraagt € 6.845 miljoen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het definitieve macrobudget 2020 is ruim € 400 miljoen hoger dan het nader voorlopig macrobudget. Het voorlopige macrobudget 2021 bedraagt € 6.845 miljoen.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 43 Besluit bijstandverlening zelfstandigen (Bbz) Wat wil het kabinet? De uitgaven voor het Bbz in 2021 worden geraamd op € 74 miljoen. Na afloop van de Tozo-regeling per 1 juli 2021 is de verwachting dat een deel van de Tozo-gerechtigden door zal stromen naar het Bbz. Uitgaven in 2021 vallen daardoor hoger uit. Bijstand zelfstandigen bedrijfskrediet (Bbz 2004): Per 1 januari 2020 is de financieringssystematiek van het Bbz vereenvoudigd. Gemeenten ontvangen niet langer voorschotten om bedrijfskredieten te verstrekken. Achteraf worden de door gemeenten verstrekte bedrijfskredieten voor 75% vergoed met een vertraging van twee jaar. Tot en met 2022 loopt de aanvullende uitkering door uit de oude financieringssystematiek. In 2021 worden daardoor alleen uitgaven gedaan voor verrekeningen en de aanvullende uitkering. Vanaf 2022 stijgen de uitgaven omdat dan de door gemeenten vanaf 2020 uitgegeven kapitaalverstrekkingen worden vergoed. Wat betekent dit voor gemeenten? Na 1 juli loopt de Tozo-regeling af en stroomt een deel van die doelgroep naar verwachting door naar het Bbz. Gemeenten kunnen de komende maanden gebruiken om zich voor te bereiden op de uitvoering van het Bbz en de te verwachten hogere instroom. Wij zullen gemeenten hier samen met Divosa en het ministerie van SZW bij ondersteunen.
Naar verwachting is in ieder geval extra uitvoeringscapaciteit bij gemeenten nodig. Tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandige ondernemers (Tozo) Wat wil het kabinet? Gemeenten geven uitvoering aan een extra tijdelijke voorziening voor zelfstandigen, de Tijdelijke overbruggingsregeling voor zelfstandige ondernemers (Tozo). Ondernemers van wie het inkomen als gevolg van de coronacrisis onder het sociaal minimum is geraakt, kunnen een beroep doen op ondersteuning voor levensonderhoud in de vorm van aanvullende bijstand. Daarnaast kunnen zelfstandigen met een liquiditeitsprobleem een lening voor bedrijfskapitaal aanvragen. De Tozo is een tijdelijke regeling in 2020 en 2021. Vanaf (uiterlijk) 1 januari 2021 krijgen ondernemers heroriëntatiege- sprekken met gemeenten. Wat betekent dit voor de gemeenten? Gemeenten geven uitvoering aan de Tozo en ontvangen daarvoor voorschotten. Op basis van declara- tie worden de werkelijke uitgaven van gemeenten vergoed. De uitvoeringskosten worden vergoed op basis van een vast bedrag per besluit op aanvraag. Voor Tozo-1 en Tozo-2 ontvangen gemeenten per besluit op een aanvraag levensonderhoud een vergoeding van € 450 en per besluit op een aanvraag kapitaal € 800. De gesprekken over de hoogte van de vergoeding voor Tozo-3 lopen nog. In 2021 en 2022 verantwoorden gemeenten hun uitgaven en vindt voorlopige verrekening plaats.
In 2022 en 2023 vindt definitieve verrekening plaats. Gemeenten ontvangen de benodigde middelen via een nieuwe specifieke uitkering. Op vng.nl/tozo is alle informatie over de Tozo terug te vinden, waaronder de Toolkit voor gemeenten. Wet sociale werkvoorziening (Wsw) Wat wil het kabinet? Als gevolg van het coronavirus zijn de sociale werkbedrijven geheel of gedeeltelijk gesloten. Daardoor vallen bedrijfsopbrengsten weg waarmee (deels) de loonkosten van medewerkers worden gefinancierd die werkzaam zijn voor een sociale werkbedrijf. Tekorten in de exploitatie worden in de reguliere systematiek opgevangen door een hogere gemeentelijke bijdrage. Deze financieringsbron staat onder druk omdat gemeenten meer financiële gevolgen hebben van de coronacrisis. Het kabinet heeft daarom besloten om de Rijksbijdrage Wet sociale werkvoorziening (Wsw) te verhogen met € 90 miljoen voor de periode van 1 maart 2020 tot 1 juni 2020 ter compensatie van een deel van de loonkosten. Deze bijdrage wordt verlengd met een additionele bijdrage van € 50 miljoen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 44 Wat betekent dit voor de gemeenten? De bedragen van € 90 miljoen en € 50 miljoen zijn toegevoegd aan de integratie-uitkering Participatie (onderdeel van de integratie-uitkering sociaal domein).
Deze middelen kunnen voor gemeenten gebruikt worden om financiële tekorten op de Wsw als gevolg van de coronacrisis op te vangen. Steun- en herstelpakket corona Wat wil het kabinet? Het kabinet wil de eerste gevolgen van de coronacrisis voor bedrijven, de werkgelegenheid en kwetsbare inwoners opvangen. Het derde steunpakket heeft een looptijd van 1 oktober 2020 tot 1 juli 2021. Daarnaast investeert het kabinet in een herstelpakket met flankerend beleid. Aanpak jeugdwerkloosheid De laatste tijd is de jeugdwerkloosheid snel opgelopen. Voortijdig schoolverlaters hebben een bovengemiddelde kans om de komende tijd werkloos te worden. Ook jongeren die al eerder voortijdig schoolverlater werden maar wel werken, lopen een bovengemiddelde kans om werkloos te worden. Het kabinet trekt in 2020 € 5 miljoen en in 2021 € 19 miljoen uit voor de Regionaal Meld- en Coördinatiepunt (RMC)-regio’s en mbo-instellingen om deze groepen jongeren naar school of werk te begeleiden. Om jeugdwerkloosheid onder jongeren tegen te gaan worden ook middelen vrijgemaakt voor gemeenten voor de begeleiding van jongeren naar werk of een vervolgopleiding. De maatregelen richten zich op schoolverlaters uit het praktijkonderwijs, voortgezet speciaal onderwijs, voortijdig schoolverlaters en kwetsbare schoolverlaters uit het mbo. Dit betreft € 9 miljoen in 2020 en € 51 miljoen in 2021.
Van werk(loosheid) naar werk en dienstverlening gemeenten De tijdelijke nieuwe crisisdienstverlening van werk(loosheid) naar werk is bedoeld om met werkloos- heid bedreigde werknemers, de mensen die al werkloos zijn geworden, schoolverlaters en ex-zzp’ers zo snel mogelijk naar werk te begeleiden. Dit voorkomt langdurige werkloosheid. Het kabinet stelt middelen beschikbaar zodat werkgevers, sociale partners, beroepsonderwijs, het UWV en gemeenten in de arbeidsregio’s gezamenlijk mensen kunnen helpen bij het vinden van nieuw werk en (om) scholing. Er worden regionale mobiliteitsteams ingezet om deze crisisdienstverlening in de regio’s en met sectoren aan te bieden. In 2020 is hiervoor € 11 miljoen beschikbaar, in 2021 € 109 miljoen. Dienstverlening bijstandsgerechtigden Het re-integratiebudget van gemeenten wordt tijdelijk verhoogd met € 40 miljoen in 2020 en € 90 miljoen in 2021. Dit is in lijn met de verhoogde instroom in de bijstand. Gemeenten gebruiken dit budget om bijstandsgerechtigden te helpen bij het vinden van een nieuwe baan. Impuls nieuwe instroom bijstand Er wordt in 2021 incidenteel € 50 miljoen vrijgemaakt om gemeenten in staat te stellen de dienstverle- ning te intensiveren aan mensen die door de coronacrisis in de bijstand instromen.
Praktijkleren mbo In het kader van om- en bijscholing, wordt er in 2021 € 63 miljoen beschikbaar gesteld via nieuwe vormen van praktijkleren mbo. Hierbij wordt werken gecombineerd met het doen van een deel van een mbo-opleiding en duurt 3 tot 6 maanden. Deze nieuwe en kortdurende opleidingssoorten zijn vooral relevant voor kwetsbare werkenden/werkzoekenden. Wat betekent dit voor gemeenten? Er komen extra middelen voor gemeenten beschikbaar om de re-integratiedienstverlening te verster- ken en kwetsbare jongeren naar werk te begeleiden. Daarnaast komen er extra middelen beschikbaar voor regionale crisisdienstverlening in mobiliteitsteams. Deze middelen kunnen door de betrokken partners ontschot worden ingezet, ongeacht (uitkerings)regime of achtergrond. Hierover moeten met de regionale partners afspraken worden gemaakt. De extra middelen voor praktijkleren zijn deels bestemd voor gemeenten, en deels voor mbo-instellin- gen en werkgevers. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 45 Armoede Wat wil het kabinet? De huidige coronacrisis raakt ons allemaal, maar financieel kwetsbare personen in het bijzonder. Het kabinet zet zich, samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties, ervoor in dat mensen die het financieel moeilijk hebben niet nog verder in de financiële problemen komen.
De verwachting is desondanks dat het aantal mensen met problematische schulden en met een risico op armoede zal toenemen. Het kabinet heeft bij de aanpak van armoede bijzondere aandacht voor de positie van kinderen. In 2021 zet het kabinet de aanpak van kinderarmoede voort. In 2019 heeft het kabinet in samenwerking met de VNG vier ambities voor kinderarmoede geformuleerd: 1 ieder kind in een gezin met een laag inkomen kan meedoen 2 een daling van het aantal huishoudens met kinderen met een laag inkomen 3 het bieden van inzicht in kansarmoede onder kinderen 4 het verzamelen en delen van goede voorbeelden. De ambities zijn dit jaar nader uitgewerkt. In lijn met de duurzame ontwikkelingsdoelen streeft het kabinet naar een afname van het aantal kinderen in armoede van 9,2% in 2015 naar 4,6% in 2030. Het kabinet rapporteert elke twee jaar over de voortgang van de ambities. In 2021 zal het kabinet de eerste rapportage, evenals een evaluatie van de bestuurlijke afspraken met de VNG over kinderarmoe- de, aan het parlement aanbieden. Momenteel verkent de SER het thema werkende armen. Deze verkenning kan het kabinet aanleiding geven om ook op dit terrein nadere maatregelen te nemen. Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG heeft samen met Divosa een adviserende rol in de SER-adviescommissie werkende armen.
Dit jaar wegen we de adviezen van de SER, brengen we deze onder de aandacht van het huidige kabinet en formuleren we bouwstenen voor het nieuwe kabinet. Eerder hebben we aandacht gevraagd voor de bestaanszekerheid van werkende armen. In de uitvoeringspraktijk van gemeenten zien we mooie voorbeelden van samenwerkingen rondom de ontwikkeling van het kind en het verminderen van armoede. Onderwijs, gemeenten, JGZ en sociaal werk slaan de handen ineen. Het verminderen van armoede (onder kinderen) is iets van de lange adem en op lokaal niveau kunnen professionals zo goed mogelijk doen wat nodig is. We spreken het Rijk aan op hun verantwoordelijkheid om de minimale levensstandaard in Nederland te garanderen voor alle inwoners en het kindperspectief bij alles wat we doen in de gaten te houden. Pensioen Wat wil het kabinet? Dit jaar hebben het kabinet en sociale partners de uitwerking van het pensioenakkoord gepresenteerd. Hierin zijn onder andere afspraken gemaakt over de overgang naar premieregelingen, de aanpassing van het fiscale kader en de transitie naar het nieuwe pensioenstelsel. Daarnaast zal de AOW-leeftijd naar de toekomst toe minder snel stijgen. De afspraken worden nu verder uitgewerkt in wetgeving en zijn vanaf 1 januari 2022 van kracht. Alle pensioenregelingen dienen uiterlijk op 1 januari 2026 aangepast te zijn aan de nieuwe regels.
Voor het komende jaar zijn soepelere regels van kracht en hoeven pensioenfondsen pas te verlagen bij een dekkingsgraad onder de 90%. Ondanks deze aanpassing verwacht het CPB dat de pensioenen van ongeveer de helft van de pensioendeelnemers komend jaar worden verlaagd met gemiddeld 2%. Daarnaast heeft het kabinet de oproep gedaan de pensioenpremies en pensioenopbouw voor komend jaar zoveel mogelijk constant te houden. Ondanks de oproep verwacht het CPB bij de overheid en de zorg een pensioenpremiestijging van ongeveer 2,5% en de gewogen gemiddelde premiestijging in de markt 0,5%. Als onderdeel van het pensioenakkoord zijn maatregelen getroffen die het mogelijk maken om afspraken te maken tussen werkgevers en werknemers om (maximaal) drie jaar eerder te stoppen met werken voor werknemers voor wie het lastig is door te werken tot de pensioenleeftijd. De regeling geldt de komende vijf jaar en zorgt voor een tijdelijke vrijstelling van de RVU(Regeling vervroegd uittreden)-heffing voor werkgevers. Ook hebben het kabinet en sociale partners afgesproken dat de duurzame inzetbaarheid van werknemers wordt gestimuleerd. Voor de subsidieregeling duurzame Vereniging van Nederlandse Gemeenten 46 inzetbaarheid en eerder uittreden is in totaal circa € 1 miljard beschikbaar van 2021 tot en met 2024 onder voorbehoud van cofinanciering.
Wat betekent dit voor gemeenten? Met de afspraken wordt pensioen straks transparanter en persoonlijker. Het ABP is het pensioenfonds waar gemeenten bij zijn aangesloten. Hoe de pensioenregeling van ABP eruitziet wordt bepaald in de Pensioenkamer, deze bestaat uit vertegenwoordigers van werkgevers en werknemers binnen overheid en onderwijs. De VNG is hiervoor lid van de Zelfstandige Publieke Werkgevers (ZPW). De afgelopen jaren is duidelijk geworden dat de pensioenregeling en bijbehorende ambities niet meer houdbaar zijn richting de toekomst. De dekkingsgraad van ABP is momenteel onder de 90%, waardoor de kans bestaat dat de pensioenen verlaagd worden in het komende jaar, ondanks de versoepelde maatregelen van het kabinet. Daarnaast is er een premieprognose gemaakt voor 2021 waarbij het ouderdoms- en nabestaandenpensioen van ABP naar verwachting stijgt van 24,9% naar 26,6%. Dit zijn duidelijke signalen dat de overgang naar een nieuwe pensioenregeling noodzakelijk is om een koopkrachtig pensioen te behouden. De komende jaren moeten worden gebruikt om de bestaande pensioenregeling gereed te maken voor de overgang naar het nieuwe pensioenstelsel. De tijdelijke vrijstelling van de RVU-heffing maakt het voor werkgevers mogelijk om afspraken te maken met individuele werknemers.
Of het gebruikmaken van de subsidieregeling duurzame inzetbaarheid en eerder uittreden aantrekkelijk is voor gemeenten, valt te bezien. Dit is afhankelijk van de cofinanciering en de afspraken van sociale partners. Arbeidsmarktbeleid Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan een meer toekomstbestendige en evenwichtige arbeidsmarkt en volgt hierin de uitgangspunten van het rapport van de Commissie-Regulering van werk. Vanwege corona treft het kabinet (fiscale) maatregelen ter grootte van € 4,4 miljard. Nieuw beleid bestaat voor het overgrote deel uit fiscale maatregelen die volgen uit de noodpakketten banen en economie. Het kabinet wil de zelfstandigenaftrek verder en sneller beperken tot aan 2036. Het kabinet wil mensen stimuleren en ondersteunen om te kunnen participeren op de arbeidsmarkt. Wat betekent dit voor gemeenten? De directe gevolgen van corona op de arbeidsmarkt zijn ook voor gemeenten voelbaar. De aandacht die het kabinet de komende regeerperiode heeft voor de uitgangspunten van het rapport van de Commissie-Regulering van werk: (wendbaarheid’, duidelijkheid’ weerbaarheid en wederkerigheid) worden ook door de VNG onderstreept. Daartoe werken we in 2021 onder andere samen met het A&O Fonds Gemeenten aan ondersteunende producten voor gemeenten. Met deze producten kunnen gemeenten lokaal en regionaal werken aan een toekomstbestendig personeelsbestand.
Het ondersteunen en stimuleren van participatie op de arbeidsmarkt sluit ook aan bij de Cao Gemeenten die afspraken kent over duurzame inzetbaarheid, een leven lang leren en vitaal werken. Gezond en veilig werken Wat wil het kabinet? Het ministerie van SZW richt in oktober een adviesaanvraag in de vorm van een hoofdlijnennotitie aan de SER in over de inrichting en vormgeving van het beleid voor gezond en veilig werken tot 2040. Aan de SER wordt naast een advies over de beleidsagenda voor de komende jaren ook gevraagd een leidraad te formuleren waarlangs het beleid voor gezond en veilig werken zich tot 2040 zou moeten ontwikkelen. Belangrijke aspecten daarvan zijn het beleid ten aanzien van kleinere bedrijven, preventie, duurzame arbeidsinzet en toegang tot bedrijfsgezondheidszorg voor alle werkenden. Ook wordt de verplichting van de risico-inventarisatie & -evaluatie (RI&E) verder geïntensiveerd om veilig te werken. Wat betekent dit voor gemeenten? Veilig en verantwoord thuiswerken is in deze coronacrisis een belangrijk aandachtspunt voor gemeentelijke werkgevers. Op dit moment geeft de Wet Flexibel werken de kaders voor het plaatson- afhankelijk werken en regelt de Arbeidsomstandighedenwet het kader om veilig en verantwoord thuis Vereniging van Nederlandse Gemeenten 47 te werken. Gemeenten hebben een toenemende behoefte aan duidelijke informatie over thuiswerken.
De VNG wil deelnemen aan het SER- advies. Ouderschapsverlof Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een wettelijk recht op negen weken deels betaald ouderschapsverlof. Werknemers die ouderschapsverlof opnemen, hebben dan negen weken recht op een uitkering tot 50% van het maximum dagloon. De uitkering wordt betaald door het UWV. Wat betekent dit voor gemeenten? Werknemers bij gemeenten en gemeentelijke organisaties hebben op grond van de cao al betaald ouderschapsverlof. Het betaald ouderschapsverlof dat gemeentelijke werknemers op grond van de cao genieten, wordt betaald door de werkgever. De VNG onderzoekt de mogelijkheid om de cao zodanig aan te passen dat het wettelijke recht op betaald ouderschapsverlof en het cao-recht op betaald ouderschapsverlof op elkaar aansluiten. Banenafspraak Wat wil het kabinet? Met behulp van het Breed Offensief gaat het kabinet verdere vereenvoudigingen doorvoeren voor werkgevers en werknemers. Er komt extra geld voor gemeenten en uitvoeringsorganisaties om regionale mobiliteitsteams op te richten, die kunnen ondersteunen bij de dienstverlening aan werkzoekenden. Ook komt er een tijdelijke impuls om mensen uit de banenafspraak betrokken te houden bij de arbeidsmarkt. Daarnaast komt er geld beschikbaar om SW-bedrijven tegemoet te komen voor omzetverlies en voor de gemeentelijke dienstverlening aan bijstandsgerechtigden.
Om de duurzaamheid van de banen voor mensen uit de doelgroep banenafspraak te vergroten, worden er uiterlijk 2024 twee wijzigingen doorgevoerd in het Loonkostenvoordeel (LKV) banenafspraak. Het LKV banenafspraak komt structureel beschikbaar in plaats van maximaal drie jaar na indiensttreding. Daarnaast kunnen werkgevers het LKV banenafspraak vanaf 2024 toepassen voor alle werknemers die ze in dienst hebben en niet alleen voor de werknemers die onlangs in dienst zijn getreden. Wat betekent dit voor gemeenten? De vereenvoudigingen vanuit het Breed Offensief helpen gemeenten ook bij hun verantwoordelijkheid als werkgever om zelf mensen uit de doelgroep via de banenafspraak in dienst te nemen. Ook de extra impuls voor de banenafspraak en het structureel maken van de LKV stimuleert de gemeente als werkgever. Met de tegemoetkoming aan SW-bedrijven worden gemeenten slechts gedeeltelijk gecompenseerd voor het toegenomen omzetverlies als gevolg van corona, aangezien de bedragen die zijn toegezegd niet het volledige omzetverlies dekken. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 48 9 Volksgezondheid, Welzijn en Sport Jeugd Wat wil het kabinet? Het kabinet had al in de voorjaarsnota 2019 € 1.020 miljoen aan gemeenten toegezegd ter compensatie van de tekorten in de periode 2019-2021, waarvan € 20 miljoen voor liquiditeitssteun bij instellingen waar gevaar voor continuïteit van zorg dreigt.
In 2021 ontvangen gemeenten een derde tranche van € 300 miljoen van dit totale bedrag. Het kabinet heeft bekendgemaakt om ook in 2022 incidenteel € 300 miljoen toe te kennen. Momenteel wordt een onderzoek uitgevoerd naar de volume- en uitgavenontwikkeling, dat eind dit jaar klaar is. Dit dient als basis om tot overeenstemming tussen kabinet en gemeenten te komen over het benodigde structurele budget voor jeugdhulp. Het kabinet stelt dat het aan het nieuwe kabinet is om hierover samen met gemeenten conclusies te trekken. Daarnaast meldt het kabinet dat er in 2021 € 26 miljoen beschikbaar wordt gesteld voor de uitbreiding van de regionale expertisecentra voor kinderen en jongeren met weinig voorkomende ernstige problemen. Al in 2020 was hiervoor geld ter beschikking gesteld, € 26 miljoen is het structurele bedrag dat hier vanaf 2021 voor beschikbaar is. Dit bedrag gaat naar 8 gemeenten, die voor een omliggend gebied een coördinerende rol spelen om deze expertisecentra te organiseren. Ook meldt het kabinet het voornemen om in de Jeugdwet nadere wetgeving op te nemen over regionale samenwerking, toegang, kwaliteitseisen aan aanbieders en toezicht en om bij AMvB nadere regels te stellen omtrent reële tarieven die aanbieders en gemeenten afspreken.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het is goed dat het kabinet - vooruitlopend op de uitkomsten van het onderzoek – voor 2022 nu al incidenteel € 300 miljoen extra voor de jeugdhulp toekent. Dit geeft gemeenten tijdelijk iets meer financiële zekerheid. Het is echter nodig dat het kabinet gemeenten zo snel mogelijk structurele compensatie voor de tekorten in de jeugdhulp biedt. Dit vraagt om goede afspraken met het huidige kabinet over de uitkomsten van het onderzoek naar de volume- en uitgaveontwikkeling om daarmee de basis te leggen voor een structurele compensatie vanaf 2022. Dat betekent dat het onderzoek een antwoord moet geven op het benodigde bedrag voor 2022 en verder. Daarnaast werken gemeenten samen met partners ook aan de inhoudelijke verbeteringen om de hulp aan kinderen beter te realiseren. Zo hebben gemeenten in 2020 een belangrijke stap gezet met het aannemen van de Norm voor Opdrachtgeverschap. Het is goed om ook samen met het kabinet te kijken welke verbeteringen mogelijk zijn. De voorstellen van het kabinet hierover zijn momenteel echter niet helpend en moeten op deze manier van tafel. Zie hierover de reactie van de VNG: vng.nl/ nieuws/kritische-reactie-vng-op-wetsvoorstel-jeugd De oprichting van de expertisecentra is volop in ontwikkeling.
De aangewezen 8 gemeenten hebben hiervoor een projectleider aangesteld en werken hierbij nauw samen met professionals, aanbieders, het ondersteuningsteam Zorg voor de Jeugd en het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS). Dorps- en buurthuizen en jeugdorganisaties Wat wil het kabinet? Tegelijk met de Rijksbegroting 2021 van het ministerie van VWS heeft het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties (BZK) in de septembercirculaire Gemeentefonds de specifieke coronasteun voor de dorps- en buurthuizen en de vrijwilligersorganisaties jeugd bevestigd. Het gaat om een rijkscompensatie van € 17 miljoen voor de ontmoetingscentra en € 7,3 miljoen voor de jeugdorga- Vereniging van Nederlandse Gemeenten 49 nisaties. De extra gemeentelijke uitgaven kunnen volgens het kabinet bestaan uit onder andere het kwijtschelden van huur en het compenseren van tegenvallende inkomsten uit bijvoorbeeld horeca en zaalverhuur. Het gaat om een rijkscompensatie van € 17 miljoen voor de ontmoetingscentra en € 7,3 miljoen voor de jeugdorganisaties.
Wat betekent dit voor gemeenten? Er is een rijkscompensatie via de algemene uitkering gemeentefonds voor de lokale instellingen in alle gemeenten: voor de 8.345 dorps- en buurthuizen via de reguliere verdeelmaatstaven in het Cluster Samenkracht en Burgerparticipatie en voor de 2.900 jeugdorganisaties via de maatstaf jongeren in het Cluster Jeugd. De compensatiebedragen per gemeente staan in het excelbestand Taakmutatie bij de septembercirculaire gemeentefonds. Het Rijk vindt dat de jeugdorganisaties na de eerste coronaperi- ode geen noemenswaardige financiële schade meer hebben omdat de beperkingen voor kinderen en jongeren sindsdien (grotendeels) vervallen zijn. De VNG vindt dat schade echter ook na 1 juni vanwege de nu nog geldende beperkingen wel aan de orde zijn bij de dorps- en buurthuizen. We bevelen aan om hun financiën in geheel 2020 lokaal in beeld te brengen. Preventie en Publieke gezondheid: middelengebruik en overgewicht Roken Wat wil het kabinet? Er is wetgeving in voorbereiding waarmee rookruimtes in (semi-)publieke en openbare gebouwen per 1 juli 2021 verboden worden. Wat betekent het voor gemeenten? Gemeenten moeten hun gebouwen voor 1 juli 2021 rookvrij maken. Alcohol Wat wil het kabinet? In 2021 treedt naar verwachting de nieuwe Alcoholwet in werking die de wederverstrekking strafbaar stelt.
Oftewel: het doorgeven van alcoholhoudende drank van 18-plussers aan 18-minners in de openbare ruimte wordt daarmee strafbaar, ook als het een familierelatie betreft. Wat betekent het voor gemeenten? Handhaving op de wederverstrekking in de openbare ruimte. Drugs Wat wil het kabinet? Het kabinet wil − naast het Preventieakkoord − inzetten we op het tegengaan van drugsgebruik. Het voornemen is om lachgas op de lijst II van de Opiumwet plaatsen en alleen de eigenlijke toepassingen van lachgas hiervan uitzonderen. De gezondheidsrisico’s door het recreatief gebruik van lachgas worden steeds zichtbaarder in onze samenleving. Daarnaast veroorzaakt dit op lokaal niveau ook overlast en leidt recreatief gebruik van lachgas in het verkeer tot onveilige situaties. Het streven is het verbod de eerste helft van 2021 in werking te laten treden. Met het verbod wordt deze situatie aangepakt en is het straks bijvoorbeeld in alle gevallen verboden om gasflessen gevuld met lachgas aan particulieren te verkopen. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is van groot belang dat het oneigenlijk recreatief gebruik van lachgas als roesmiddel wordt teruggedrongen.
Naast de aanzienlijke (volks-)gezondheidsrisico’s en gevaren voor de verkeersveilig- heid die het oneigenlijk gebruik van lachgas als roesmiddel met zich meebrengt, ervaren gemeenten veel hinder en overlast in de openbare ruimte als gevolg van het lachgasgebruik. Door plaatsing van lachgas op lijst II van de Opiumwet komt er een verbod om lachgas binnen of buiten het grondgebied van Nederland te brengen, te bereiden, te bewerken, te verwerken, te verkopen, af te leveren, te verstrekken, te vervoeren, aanwezig te hebben of te vervaardigen. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten 50 technische en gastronomische toepassing van lachgas in algemene zin (de ‘eigenlijke toepassing’) wordt uitgezonderd van het verbod. Het landelijk verbod kan de aanpak van de lachgasproblematiek efficiënter maken. De beschikbaarheid en verkrijgbaarheid kan hierdoor worden beperkt, wat naar verwachting een gunstig effect op de mate van overlast in de openbare ruimte zal hebben. Het is hierbij van belang dat het onderscheid tussen ‘eigenlijke’ en ‘oneigenlijke toepassing’ duidelijk wordt. Bijzondere aandacht vergt ook het feit dat het gebruik van lachgas niet onder de reikwijdte van de voorgenomen wijzigingen valt nu de Opiumwet het (enkele) gebruik van drugs niet strafbaar stelt. Wat wil het kabinet? De aanpak tegen overgewicht en obesitas vraagt om actief beleid van het Rijk en gemeenten.
Niet alleen de acties uit het Nationaal Preventieakkoord, maar juist ook de lokale akkoorden leveren een belangrijke bijdrage. De VNG ondersteunt deze lokale akkoorden, waar ook de link wordt gelegd met het sportakkoord. Deze lokale aanpak is ook belangrijk voor de implementatie van de gecombineerde leefstijlinterventie (GLI) en het programma 2DiaBeat. Wanneer alle partijen goed samenwerken ontstaat er een breed gedragen integrale aanpak om obesitas en diabetes type 2 terug te dringen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten die nog geen preventieakkoord hebben afgesloten kunnen een beroep doen op het ondersteuningsprogramma van de VNG. Brede aanpak dak- en thuisloosheid Wat wil het kabinet? Het kabinet wil dak- en thuisloosheid zoveel mogelijk voorkomen en ervoor zorgen dat niemand op straat hoeft te slapen. Hiervoor werd tijdens de voorjaarsnota al een financiële impuls beschikbaar gesteld van in totaal € 200 miljoen voor 2020 en 2021. Hiervan wordt vooralsnog een bedrag van € 73 miljoen in 2020 en € 77,5 miljoen in 2021 aan gemeenten verstrekt. Wat betekent dit voor gemeenten? De ambitie is dat uiterlijk eind 2021 10.000 extra woonplekken zijn gerealiseerd voor dak- en thuislozen. In de tweede helft van 2020 starten 21 van de 43 centrumgemeenten maatschappelijke opvang en beschermd wonen met het nemen van extra maatregelen.
Per 1 september hebben de overige 22 centrumgemeenten hun plannen ingediend. Verwachting is dat zij ook op korte termijn met de uitvoering daarvan kunnen starten. Wij vinden dit een goede eerste zet van het kabinet, maar een incidentele financiële impuls is onvoldoende. Een adequate aanpak van dakloosheid kan niet zonder structurele financiële impuls. Uitname Wet langdurige zorg Wat wil het kabinet? De Wet langdurige zorg (Wlz) geldt per 1 januari 2021 ook voor mensen met een psychische kwetsbaarheid. Mensen die hun leven lang intensieve geestelijke gezondheidszorg (ggz) nodig hebben, kunnen vanaf 2021 toegang krijgen tot de Wlz als zij voldoen aan de Wlz-toegangscriteria. Volgens raming gaan per 1 januari 8500 mensen vanuit beschermd wonen in de Wmo uitstromen naar de Wlz. Hiervoor wordt een voorlopig bedrag van € 495 miljoen overgeheveld van het gemeentefonds naar de Wlz. Dit is 30% van het historische budget wat conform de bestuurlijke afspraak gelijkelijk over alle centrumgemeenten wordt verdeeld. Via de meicirculaire 2020 zijn de bedragen per centrum- gemeente bekendgemaakt. In het eerste kwartaal 2021 vindt de nacalculatie plaats op basis van de daadwerkelijke uitstroom. Het streven is dit bekend te maken in de meicirculaire 2021. Wat betekent dit voor gemeenten? Deze wetswijziging heeft belangrijke gevolgen voor inwoners en gemeenten.
De vraag naar beschermd wonen verandert, zowel inhoudelijk als wat betreft omvang. Dit vraagt dat gemeenten hun inkoop aanpassen. De VNG werkt samen met het ministerie van VWS, Centrum Indicatiestelling Zorg (CIZ) en Zorgverzekeraars Nederland (ZN) zodat gemeenten zo snel mogelijk duidelijkheid krijgen Vereniging van Nederlandse Gemeenten 51 over de mensen die overgaan en daarmee inzicht hebben in de groep inwoners die beschermd blijft wonen en het budget dat overblijft. Eind 2020 wordt de werkwijze bij de nacalculatie bepaald, onder andere op basis van een nog op te leveren onafhankelijk onderzoek en aanpalende afspraken zoals indexering. Nieuw verdeelmodel beschermd wonen Wat wil het kabinet? Als onderdeel van de herijking van de verdeling van het gemeentefonds is een nieuw objectief verdeelmodel ontwikkeld voor beschermd wonen, inclusief bijbehorend ingroeipad. Het betreft een van de financiële punten uit het advies van het Expertiseteam van de VNG waarmee het Rijk en VNG in juli 2019 hebben ingestemd. Kern van het advies is de gedachte van sociale inclusie, conform het advies van de commissie Dannenberg: oftewel de doelgroep zoveel mogelijk in gewone wijken, in de eigen omgeving, te ondersteunen. De taak en de bijbehorende middelen gaan van centrumgemeen- ten naar alle gemeenten.
Wat betekent dit voor gemeenten? Het Rijk en de VNG zijn eerder overeengekomen om het nieuwe verdeelmodel voor beschermd wonen vanaf 2022 stapsgewijs in te voeren. Gemeenten stappen in die periode geleidelijk over van de huidige historische verdeling over centrumgemeenten naar een volledig objectieve verdeling over alle gemeenten. Het ingroeipad begint in 2021, waarbij de middelen in 2021 voor 100% historisch worden verdeeld. In 2022 wordt een deel van de middelen voor het eerst objectief verdeeld. Gemeenten hebben aangegeven dat invoering alleen mogelijk is als in voldoende mate invulling is gegeven aan de randvoorwaarden en bouwstenen van het Expertiseteam. Eind 2020 bekijken we hoe de randvoorwaarden er dan uitzien, zodat de definitieve besluitvorming over de invoering van het nieuwe verdeelmodel kan plaatsvinden. Invoering van het woonplaatsbeginsel voor beschermd wonen is hierbij een belangrijke randvoorwaarde voor gemeenten. Zorg en Veiligheid algemeen Wat wil het kabinet? Het kabinet zet ook in 2021 in op het versterken van de goede samenwerking tussen zorg, welzijn, veiligheid en straf. Het ministerie van JenV benadrukt in de Rijksbegroting het belang van de rol van gemeenten. Ze geeft aan het lokaal bestuur een stevigere rol in onder andere de aanpak van huiselijk geweld maar ook van radicalisering.
Ook het ministerie van VWS zet extra in op zorg- en veiligheids- vraagstukken. Dat is zichtbaar is in de versterking van de aanpak van huiselijk geweld en kindermis- handeling, de aanpak van mensenhandel, de extra middelen voor de aanpak personen met verward gedrag, de aandacht voor maatwerk en een persoonsgerichte aanpak, het versterken van de aanpak van multiproblematiek, de inzet op preventie van radicalisering en het terugdringen van recidive. Enkele concrete initiatieven en/of projecten zijn extra middelen voor o.a. Veilig Thuis en extra vrouwenopvang, extra middelen voor de aanpak van mensenhandel vanuit de politie (AVIM), extra middelen en inzet op de aanpak van dakloosheid, de invoering van de Wet straffen en beschermen en de Wet elektronische gegevensdeling en de programma’s Forensische Zorg en Innovatieprogramma Koers en kansen. Wat betekent dit voor gemeenten? Er blijft aandacht voor het creëren van meer financiële en praktische ondersteuningsmogelijkheden voor gemeenten om de samenwerking tussen zorg en veiligheid te verbeteren. In 2021 worden er wederom stappen gezet om de mogelijkheden voor informatiedeling te vergroten, is er meer focus op preventie en er komt er meer aandacht voor het doorontwikkelen van de persoonsgerichte aanpak. De diverse programma’s en landelijke initiatieven moeten leiden tot verbeteringen in de uitvoering.
Er ligt wel een grote uitdaging om meer samenhang aan te brengen tussen de vele landelijke initiatieven. Er is namelijk sprake van aanzienlijke verkokering. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 52 De aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling Wat wil het kabinet? Het actieprogramma Geweld hoort nergens thuis is gericht op de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling in de periode 2018-2021 en is gericht op de Veilig Thuis-regio’s. De doelstelling voor 2021 is dat alle regio’s een plan hebben. In 2021 gaat elke regio verder met de implementatie van de eigen aanpak. Het kabinet heeft structureel extra middelen beschikbaar gesteld aan gemeenten voor de aanpak van kindermishandeling en huiselijk geweld, waaronder jaarlijks € 38,6 miljoen voor Veilig Thuis, € 14 miljoen voor het creëren van extra opvangplekken in de vrouwenopvang en € 1,5 miljoen voor de centra seksueel geweld. Voor de aanpak van Schadelijke Praktijken en de uitvoering van de actieagen- da op dit gebied krijgen gemeenten zowel in 2020 en 2021 € 5 miljoen. Ook worden net als in 2020 middelen voor de regionale aanpak van kindermishandeling beschikbaar gesteld.
De verschillende departementen (VWS en JenV) noemen daarnaast, mede in het kader van dit programma, diverse acties op het gebied van de aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling die ook gemeenten raken, zoals: • de versterking van de (wijk)teams en het werken met de visie gefaseerde ketenzorg en de bouwste- nen van MDA++ voor gezinnen met structureel geweld en complexe problematiek • traumascreening en -behandeling • de implementatie van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling • de versterking van de forensische expertise van kindermishandeling • het uitbreiden van de impactmonitor aanpak huiselijk geweld en kindermishandeling • de uitvoering van een aantal praktische verbeterslagen in de afstemming van onderzoek en interventies tussen zorg en straf, onder andere bij de start in de eerste 24 uur van een crisissituatie, bij vermoedens van strafbare kindermishandeling, ten tijde van de afstemming op ZSM (Zorgvuldig, Snel en op Maat) en in het spreekuur huiselijk geweld, of op een actieoverleg Wat betekent dit voor de gemeenten? 2021 is het jaar waarin de regio’s werken aan verdere implementatie en borging van de regionale aanpak van huiselijk geweld en kindermishandeling. Verder zijn gemeenten al met diverse bovenge- noemde acties aan de slag, zoals het versterken van wijkteams en het werken met de visie gefaseerde ketenzorg en de bouwstenen van MDA++.
Een aantal andere acties is minder direct gericht op gemeenten, maar zal ze naar verwachting wel kunnen gaan raken. Dit geldt bijvoorbeeld voor: • de implementatie van de meldcode huiselijk geweld en kindermishandeling • de versterking van de forensische expertise van kindermishandeling • de uitvoering van een aantal praktische verbeterslagen in de afstemming van onderzoek en interventies tussen zorg en straf De VNG volgt deze acties op de voet. Hierbij zullen we onder meer via de centrumgemeenten vrouwenopvang onze leden informeren over relevante ontwikkelingen. Mensenhandel Wat wil het kabinet? Het interdepartementale programma Samen tegen mensenhandel wordt ook in 2021 voortgezet. Hier zijn talloze maatregelen aangekondigd om de integrale aanpak van seksuele uitbuiting, arbeidsuit- buiting en criminele uitbuiting een stevige impuls te geven. Ook is mensenhandel opgenomen in de Veiligheidsagenda 2019-2022. Door de motie Segers-Asscher krijgt de Afdeling Vreemdelingenpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de politie er, oplopend in tranches, structureel € 10 miljoen bij voor de bestrijding van mensenhandel. Aandachtspunt van het ministerie van Justitie en Veiligheid (JenV) blijft de gemeentelijke aanpak waarover in het Interbestuurlijk Programma afspraken zijn gemaakt.
Het ministerie blijft betrokken bij de implementatie van de handvatten voor beleid en de ontwikkeling van een kaderaanpak mensenhandel voor gemeenten. Naast gegevensdeling in de keten wordt ook gewerkt aan de gegevensverzameling voor de Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen. Tot slot komen er op basis van actuele ontwikkelingen nieuwe maatregelen om de aanpak samen met betrokken partners, waaronder gemeenten, blijvend te versterken. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 53 Wat betekent dit voor gemeenten? De VNG is blij met de aanhoudende aandacht voor mensenhandel. Meer politiecapaciteit, het mogelijk maken van gegevensdeling en betere gegevensverzameling kan gemeenten meer zicht opleveren over aard en omvang van de problematiek. Gemeenten missen daar nu vaak inzicht in. Ook verwachten we dat door verhoogde politie-inzet slachtoffers beter geholpen kunnen worden. Mensenhandel betreft echter complexe problematiek, die zich niet vanzelf aandient. Het vraagt nog veel inzet van gemeenten om de doelen uit het Interbestuurlijk Programma (IBP) te kunnen realiseren: in 2022 hebben alle gemeenten een beleid op de aanpak mensenhandel, is er een landelijk dekkend netwerk van zorgcoördinatie en werken de zorg- en veiligheidsketens goed samen.
We blijven daarom inzetten op financiering door het Rijk, om de ondersteuning vanuit de VNG in 2021, en zo nodig langer, voort te kunnen zetten. Ook dringen we bij het ministerie aan op het regionaal faciliteren van de aanpak. Re-integratie ex-gedetineerden Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft inzetten op het terugdringen van recidive, zoals ook in het bestuurlijk akkoord met gemeenten is afgesproken. Zo wordt in het innovatieprogramma Koers en kansen voor de sanctie-uit- voering door justitie, zorg en sociaal domein op een nieuwe manier samengewerkt aan recidivevermin- dering en een effectieve sanctie-uitvoering. Vanaf 2021 wordt met gericht wetenschappelijk onderzoek en tussentijdse evaluaties bekeken. Daarnaast treedt in begin 2021 de Wet Straffen en Beschermen in werking, die het onder meer mogelijk maakt dat partners meer informatie met elkaar kunnen delen over re-integratie en risico’s. Wat betekent dit voor gemeenten? Het programma Koers en kansen maakt lokale initiatieven mogelijk die zijn van groot belang zijn voor de samenwerking tussen de ketenpartners rond de terugkeer van ex-gedetineerden. Het is daarom belangrijk dit programma voort te zetten.
Gemeenten rekenen erop dat bij de inwerkingtreding van het wetsvoorstel Straffen en Beschermen de informatie-uitwisseling tussen Dienst Justitiële Inrichtin- gen(DJI), reclassering en gemeenten een goede wettelijke grondslag krijgt. Dit maakt een betere inschatting mogelijk van de zorg en begeleiding die een ex-gedetineerde nodig heeft en kan herhaling van strafbare feiten worden voorkomen. Forensische zorg en gevangeniswezen nemen maatregelen om beter zicht te krijgen op veiligheidsrisico’s van plegers van ernstige gewelds- en zedendelicten. Dat moet ertoe leiden dat gemeenten gaan merken dat instellingen eerder en intensiever contact met ze opnemen over onder andere verlofbewegingen en terugkeer. Zorg en wonen Wat wil het kabinet? Het kabinet geeft bij de woningbouw extra aandacht aan kwetsbare groepen en ouderen en laat zien dat het wat gaat doen aan de huidige wooncrisis. Daarbij is het bouwen van genoeg woningen in de komende 10 jaar voor alle inwoners van gemeenten een uitdaging. De woningmarkt staat onder druk en geschikte woonplekken, zorgwoningen blijven summier om doorstroom en afschalen van zorg en begeleiding te versnellen.
Wat betekent dit voor gemeenten? Door de druk op de woningmarkt komen ook de benodigde uitstroom van dure jeugdzorgplaatsen en intensieve begeleiding bij beschermd wonen naar efficiënte en stabiele clustering in wijken van woonzorgvoorzieningen in gevaar. Leefbare wijken met voldoende, betaalbare en duurzame woningen wordt een complexe gezamenlijke en meerjarige opgave. Leefbaarheid in de woonwijken behouden en bevorderen is de komende jaren een belangrijk speerpunt voor de VNG. We missen daarbij in de begroting de structurele oplossingen en middelen om meer aandacht te geven aan wonen en zorg. Naast de aandacht vanuit de taskforce Wonen en Zorg voor ouderenhuis- vesting en verpleeghuizen, dienen de gemeenten ook voldoende woonplekken te kunnen creëren voor andere kwetsbare doelgroepen. Kwetsbare jeugd en jongeren, GGZ- doelgroepen en diverse woonzoekers, vanuit de snijvlakken zorg en veiligheid, zijn gebaat bij zekerheid van een eigen woonplek en de kostenverhogingen door het medicaliseren, institutionaliseren tegen te gaan. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 54 Vraagstuk wonen en zorg per doelgroep Wat wil het kabinet? Voor ouderen zijn er voldoende mogelijkheden om vanuit gemeenten aan te sluiten op de lokale vergrijzingsopgaven. Voor Langer Thuis komt € 8,2 miljoen beschikbaar en voor Eén tegen eenzaam- heid € 3,2 miljoen.
Voor E-health is € 19,6 miljoen beschikbaar om ouderen te helpen langer thuis te blijven wonen. De Taskforce Wonen en Zorg kijkt naar het vergroten van de capaciteit van verpleeghui- zen en het terugdringen van de wachtlijsten. Voor het verbeteren van de kwaliteit van verpleeghuizen komt € 32,5 miljoen beschikbaar. Het kabinet stelt € 79,6 miljoen extra beschikbaar voor kwetsbare ouderen, mensen met een handicap en mensen met een psychische aandoening die 24 uur per dag zorg en toezicht nodig hebben. Het programma Eén tegen eenzaamheid gaat acties stimuleren om de toenemende eenzaamheid onder ouderen te doorbreken. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor de gemeenten is de regierol op wonen en zorg en zijn de samenwerkingsafspraken en de prestatieafspraken met de corporaties belangrijke instrumenten om concreter in te vullen en niet alleen met deze tijdelijke geldimpulsen of programmatische oplossingen. Zeker in deze coronacrisis is gebleken dat de overheid een vaak onafhankelijke en faciliterende rol speelt in gezondheid en welzijn. Het is niet eenvoudig om boven alle economische en organisatorische belangen van de stakeholders een basis voor goed wonen met zorg te creëren.
Dat beoogt naast de huidige inzet van het kabinet meer aandacht om landelijk te sturen om de woonzorgopgaven te sturen op de regionale, provinciale of gemeentelijke niveaus om de gewenste langdurige inzet te borgen: wonen, zorg en welzijn vanzelf- sprekend als basis voor lang thuis en gelukkig wonen. Sport Wat wil het kabinet? Voldoende beweging en sport zijn belangrijk voor ons welbevinden en we realiseren ons des te meer dat sport ook een groot sociaal aspect heeft, zeker in de coronacrisis. De huidige situatie heeft echter een grote impact op de sector. Om de infrastructuur gezond te houden helpt het kabinet lokale sportverenigingen rechtstreeks en via hun verhuurders met financiële steun om bijvoorbeeld hun gebouwen te kunnen blijven beheren. Ook in 2021 gaat het kabinet aan de slag met sportbeleid en het Sportakkoord. Dit laatste krijgt onder andere uitwerking in lokale sportakkoorden waarbij men van rijkswege een link met de preventieakkoorden ter plekke van belang acht. Het gaat ook om de uitbreiding van buurtsportcoaches van 2.900 fte in 2016 naar 3.665 fte in 2021: de laatste doelstelling was in juli 2020 al voor 98% bereikt. Wat betekent dit voor gemeenten? Op 15 september is de Regeling tegemoetkoming verhuurders sportaccommodaties COVID-19 opengesteld met een bedrag van € 89,5 miljoen.
Gemeenten en andere verhuurders kunnen hieruit bij DUS-I een subsidie aanvragen om de huur van de lokale amateursportorganisaties in de eerste coronaperiode (deels) kwijt te schelden. Daarnaast is er algemene rijkssteun onder andere via de Tegemoetkoming Ondernemers Getroffen Sectoren COVID-19 (TOGS). Voor de lokale verenigingen die, bijvoorbeeld vanwege hun grootte, geen beroep hierop kunnen doen, komt er tot 1 juni compensatie voor vaste lasten via de Tegemoetkoming amateursportorganisaties COVID-19 van € 44,5 miljoen. De financiële coronaschade loopt ook na 1 juni door, met name bij de lokale zwembaden en ijsbanen van naar schatting respectievelijk € 93 miljoen en € 6 miljoen vanwege hun beperkte openstelling en hoge kosten. Het kabinet is in principe bereid tot vergoeding op basis van door deze instellingen aan te leveren realisatiecijfers. De overige regelingen ter stimulering van lokaal sporten en bewegen blijven in 2021 gehandhaafd. Dit betreft de Decentralisatie-uitkering Brede impuls combinatiefuncties ad € 75 miljoen in het gemeente- fonds, waaruit buurtsport- en cultuurcoaches worden bekostigd. Ook het rijksgeld voor de lokale sportakkoorden van € 10 miljoen blijft beschikbaar.
Daarnaast is er, gelet op de verruimde BTW-sport- vrijstelling, de Specifieke uitkering stimulering sport voor de accommodaties van gemeenten van € 183 miljoen en de Subsidieregeling Bouw en onderhoud van sportaccommodaties voor amateurorganisa- ties van tenminste € 30 miljoen. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 55 E-Health Wat wil het kabinet? Het kabinet wil zich inzetten voor een brede toepassing van e-health en digitaal ondersteunende zorg. Het kabinet heeft de ambitie regionaal preventie en monitoring van gezondheid in de breedte te meten. Mede of met name het licht van de coronacrisis, waardoor meer mensen uitvallen, onderstreept het kabinet in dit hoofdstuk dat gemeenten het eerste vangnet zijn als mensen in de bijstand raken, of zorg of maatschappelijke ondersteuning nodig hebben. Het ministerie investeert € 8,8 miljoen in coronadata zodat er beter zicht ontstaat op brandhaarden, zowel lokaal als nationaal. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook voor gemeenten wordt de digitalisering in het sociaal domein en de jeugdgezondheidszorg en e-health steeds belangrijker. Gemeenten zullen beschikken over beter data, maar zullen mogelijk ook gevraagd worden zelf meer data te delen.
PGB1.0 en PGB2.0 Wat wil het kabinet? PGB1.0 - Uitvoeringskosten Sociale Verzekeringsbank (VSB) Op basis van het aantal actieve zorgovereenkomsten (ZOK) per wet heeft het kabinet € 24,3 miljoen begroot voor de exploitatie van het huidige PGB1.0 systeem door de SVB dat daarmee uitvoering geeft aan het PGB trekkingsrecht. PGB2.0 - Zorgdragen voor Langdurige zorg Voor de opdrachten op het gebied van “zorgdragen voor langdurige zorg is voor het ministerie van VWS een bedrag gereserveerd van € 18,1 miljoen. Hieronder vallen onder meer kosten voor de programma’s: Volwaardig Leven, de stimuleringsregeling Inzicht en het beheer en de doorontwikkeling van het PGB2.0-systeem. Onderdeel van het PGB2.0-systeem is het Financieel domein dat de SVB ontwikkelt en beheert. Daarnaast worden er uitvoeringskosten gemaakt voor het Zvw-pgb. Voor 2021 is hiervoor in totaal € 6,5 miljoen beschikbaar. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor PGB2.0 ligt de focus in 2021 op de realisatie van functionaliteiten voor gemeenten om aan te kunnen sluiten op PGB 2.0. De VNG zal in samenwerking met gemeenten borgen dat de gevraagde kennis wordt ingebracht voor het verder specificeren van de benodigde functionaliteit, en voor het toetsen daarvan bij oplevering van het PGB 2.0 systeem. PGB2.0/Beheer en Communicatie Voor het beheer van het PGB2.0 en de communicatie is € 9,9 miljoen gereserveerd.
Hierin is de informatievoorziening richting de gemeenten en opleidingen opgenomen. Naast de werkzaamheden voor de voorbereiding van de implementatie worden alle gemeenten vanaf de tweede helft van 2021 actief geïnformeerd over hoe zij aan kunnen sluiten op PGB 2.0, de hoe de implementatie vorm zal krijgen en welke ondersteuning daarbij wordt geboden vanuit het programma. GGD en Veiligheidsregio Wat wil het kabinet? De GGD'en en veiligheidsregio’s vervullen een belangrijke rol tijdens de coronacrisis. In de rijksbegro- ting 2021 is een bedrag van € 360 miljoen gereserveerd voor de meerkosten voor GGD’en en €9,2 miljoen voor veiligheidsregio’s. De extra middelen zijn nodig zodat deze partijen hun rol blijven vervullen. Zo maken GGD' en kosten voor het opzetten, bemensen en uitvoeren van het bron- en contactonderzoek en het opzetten van teststraten. Daarnaast zijn er middelen nodig voor bemonstering en uitgestelde dienstverlening. Voor de veiligheidsregio’s zijn middelen beschikbaar gesteld voor de extra kosten die gemaakt worden voor Vereniging van Nederlandse Gemeenten 56 onder andere de coronacentra, distributie van beschermingsmiddelen en crisiscommunicatie. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten worden net als in 2020 gecompenseerd voor de meerkosten die GGD’ en en veiligheids- regio’s maken voor de inzet op Covid-19.
De compensatie vindt rechtstreeks plaats via het ministerie van VWS aan de GGD op declaratiebasis. Bij onze eerdere afspraken met de minister is afgesproken dat de raming indicatief is en op basis van de werkelijke kosten nader kan worden bijgesteld. De financiering mag volgens de minister geen belemmering mag zijn voor de taakopdracht aan de GGD en de veiligheidsregio. Preventieakkoorden Wat wil het kabinet? Voor de voortzetting van uitvoering lokale en regionale preventieakkoorden in het kader van het Nationaal Preventie akkoord stelt het kabinet voor de jaren 2021, 2022 en 2023 respectievelijk € 8,10 en 10 miljoen beschikbaar. De middelen worden beschikbaar gesteld via een specifieke uitkering. De regeling wordt binnenkort gepubliceerd. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten die een preventieakkoord hebben afgesloten met hun lokale partners, of die dat voorbereiden, kunnen daartoe een aanvraag indienen. Met deze uitkering kunnen gemeenten coördinatiekosten of activiteiten bekostigen. Zodra de regeling is afgekondigd en aanvragen kunnen worden ingediend informeert de VNG gemeenten.
Vereniging van Nederlandse Gemeenten 57 Building back better/resilience Wat wil het kabinet? Het kabinet benadrukt dat de coronacrisis Nederland ook kansen biedt: om het multilaterale systeem verder te hervormen, om digitaler en slimmere diplomatie te bedrijven, om nieuwe coalities te bouwen en om een duurzame transitie te versnellen. Het kabinet steunt daarom de oproep van de Secretaris-Generaal van de Verenigde Naties (VN) om ‘building back better’ tot uitgangspunt van de COVID-19-respons te maken. Ook steunt Nederland de Team Europe Approach en het initiatief van de G20 en de Club van Parijs voor het Debt Service Suspension Initiative (DSSI). Nederland zet er bij de G20, het IMF en de Wereldbank op in dat de tijd die dit schuldenmoratorium biedt, gebruikt wordt om samen met de getroffen landen te komen tot duurzame en structurele oplossingen voor de financiële problemen waarmee zij als gevolg van de coronacrisis te maken hebben. Wat betekent dit voor gemeenten? In Nederland zijn gemeenten aan zet in de coronacrisis en de herstelfase. Gemeenten staan vanaf het begin aan de frontlinie; gemeenten zijn cruciaal in overeind houden en hervormen van publieke diensten, in het monitoren van lokale coronagevallen en in de handhaving van nationale richtlijnen.