CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

22.0 VNG - VNG-reactie op de Rijksbegroting 2021.pdf

Raadsvergadering 20 oktober 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken27.257 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 4

Maximale straffen gaan omhoog en internetbedrijven (hosters) die laks omgaan met meldingen krijgen te maken met dwangsommen en bestuurlijke boetes. Er komt een wet om Nederlandse hosters aanhoudend bestuursrechtelijk aan te pakken. Omdat de dreiging van cybercrime toeneemt, komt er in 2021 € 10 miljoen extra voor de uitvoering van de Wet Computercriminaliteit III. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten krijgen op steeds meer gebieden te maken met criminaliteit en openbare ordeproblemen met een digitale component. De investeringen van het kabinet hebben geen directe financiële impact op gemeenten, maar dragen wel bij aan een betere integrale aanpak omdat in 2021 de aanpak van daders wordt versterkt en de mogelijkheden voor handhaving worden verbeterd. Dit helpt gemeenten bij het verder ontwikkelen van een handelingsperspectief voor digitale veiligheid op gemeenteniveau. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 21 Politie Wat wil het kabinet? De totale begroting van de politie (algemene en bijzondere bijdragen) blijft deze kabinetsperiode rond de € 6,2 miljard schommelen. De algemene bijdrage aan de politie bedraagt in 2021 ruim € 5,7 miljard. Dit is inclusief de tranche 2021 van de regeerakkoordgelden (€ 23 miljoen) en de loonbijstel- ling politie 2020-2025 (€ 168 miljoen). Van bijzondere bijdragen is o.a.

sprake bij: DSI (€ 72 miljoen), teams verkeershandhaving (€ 51 miljoen), digitalisering & cybercrime (€ 14 miljoen), de extra gelden voor bestrijding van mensenhandel (€ 6 miljoen), zedenzaken (€ 10 miljoen). De doorontwikkeling van het korps wordt in 2021 voortgezet. De politie werkt aan de hand van de ontwikkelagenda’s intelligence en opsporing aan het verbeteren van de kwaliteit en het toekomstbestendig maken van het intelligencewerk en opsporing. Ook werkt de politie verder aan de veranderopgaven van de ontwikkelagenda Gebiedsgebonden Politiewerk. Mede naar aanleiding van de uitkomsten van het recente rapport van de Inspectie Justitie en Veiligheid over de positie van de wijkagent wordt gerichter naar versterking van de basispolitiezorg gekeken Bijvoorbeeld door medewerkers in te zetten die zich richten op criminaliteit rond scholen of die als digitale wijkagent opereren. Ook bij de dienstverlening staat nabijheid (fysiek en digitaal) centraal. In 2021 start de vernieuwde en verkorte tweejarige basisopleiding. Met de middelen uit het regeerak- koord wordt de politie structureel uitgebreid met meer dan 1.100 fte volledig opgeleide agenten. Deze uitbreiding, in combinatie met andere intensiveringen, resulteert in een formatie van 52.000 fte, die naar verwachting in 2024 volledig is bezet.

Om de meerjarig afgesproken groei van de instroom van aspiranten op te vangen ontvangt de Politieacademie structureel geld om het aantal docenten uit te breiden (€ 2 miljoen in 2018 oplopend tot € 16 miljoen vanaf 2022). In totaal komen er in het hele land in de jaren 2018-2024 circa 150 docenten bij. Wat betekent dit voor gemeenten? De inzet van het kabinet sluit aan op de door de Algemene Ledenvergadering van de VNG aangenomen motie om te blijven investeren in capaciteit, opleiding, basispolitiezorg en nieuwe digitale expertise. De investeringen leiden tot uitbreiding van de politiecapaciteit met 1.100 fte. Dat is hoognodig, omdat er in sommige delen van het land en bij sommige belangrijke expertises sprake is van serieuze personeelsproblemen. De organisatorische maatregelen moeten ertoe leiden dat de inzet en dienstverlening van de politie op regionaal en lokaal niveau beter aansluit op de daar voorkomende problemen en wensen. Er komt meer inzet op prioriteiten van de landelijke veiligheidsagenda 2019-2022. Toch is er vanuit het oogpunt van gemeenten meer nodig om er voor te zorgen dat de politie ook de komende jaren haar werk op een adequaat niveau blijft doen. Brandweer Wat wil het kabinet? In de brandweerzorg is in 2021 bijzondere aandacht voor aanpassing van de rechtspositie van de brandweervrijwilligers en voor werving en behoud van personeel.

In de regelgeving voor opkomsttij- den houdt het kabinet, met behoud van de kwaliteit van brandweerzorg, meer rekening met gebieds- specifieke kenmerken, zoals bevolkingsdichtheid en concentraties van industriële bedrijvigheid. Ook werkt het kabinet aan een verkenning van de brandweer op langere termijn. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor de veiligheidsregio’s kan op den duur het brandweerstelsel veranderen. Momenteel bestaat 80% van de brandweerpopulatie uit brandweervrijwilligers. Nederland hecht veel waarde aan dit hybride stelsel van beroeps- en vrijwillige brandweermensen. Rampenbestrijding en crisisbeheersing Wat wil het kabinet? De crisisstructuur heeft, onder regie van de Nationaal Coördinator Terrorismebestrijding en Veiligheid (NCTV), het afgelopen halfjaar door de coronacrisis overuren gedraaid. Effectieve samenwerking tussen nationale en lokale partners is hierbij volgens het kabinet cruciaal, net als de samenwerking Vereniging van Nederlandse Gemeenten 22 binnen en tussen de veiligheidsregio’s. Het kabinet wil deze samenwerking komend jaar versterken op basis van de evaluatie van de Wet veiligheidsregio’s en leerpunten uit diverse crisistypen, waaronder de actuele. Om de gevolgen van de coronacrisis aan te pakken heeft het ministerie van Justitie en Veiligheid een programma-directeur-generaal COVID-19 ingesteld.

Wat betekent dit voor gemeenten? De coronacrisis werkt op allerlei manieren door in het lokale veiligheidsdomein. In het oog springend zijn de druk op de crisisorganisatie en op het handhavingsapparaat. Maar denk ook aan woon- en burenoverlast, huiselijk geweld en kindermishandeling, demonstraties en mogelijke maatschappelijke onrust, groeiende ondermijningsrisico’s. De veiligheidsregio’s spelen een cruciale rol in de aanpak van de coronacrisis. Gemeenten kunnen nu al belangrijke lessen trekken uit de ervaringen met de pandemie-aanpak als het gaat om de ambtelijke en bestuurlijke wisselwerking tussen gemeenten en veiligheidsregio’s, de positie van gemeenteraden en de beleidscyclus. Die zullen betrokken moeten worden bij de evaluatie van de Wet op de veiligheidsregio’s. In 2021 komt het kabinet met haar formele reactie op de evaluatie. Dat zal pas gebeuren na overleg met betrokken partners, waaronder de VNG. Prostitutie en seksuele misdrijven Wat wil het kabinet? Het prostitutiebeleid bestaat uit drie pijlers: regulering van de branche, versterking van de maatschap- pelijke positie van sekswerkers en ondersteuning van sekswerkers die de branche willen verlaten. Het kabinet komt met een wetsvoorstel dat alle vormen van prostitutie vergunningplichtig maakt, zowel seksbedrijven als zelfstandig werkende prostituees.

Om toezicht op en handhaving van de vergunnin- gen te faciliteren, voorziet het wetsvoorstel in een landelijk register van prostitutievergunningen en een landelijk register van vergunningen van prostitutiebedrijven. Er komt een pooierverbod, in aanvulling op de mogelijkheden die de huidige wetgeving biedt voor de strafrechtelijke aanpak van mensenhan- del in de prostitutie. Om de maatschappelijke positie van sekswerkers te versterken ondersteunt het kabinet de belangenvereniging van prostituees. Ook creëert het kabinet een wettelijke grondslag voor anonieme en laagdrempelige gezondheidszorg voor prostituees. Verder start er een pilot met een systeem waarmee sekswerkers elkaar kunnen waarschuwen voor gewelddadige klanten. Tot slot kunnen sekswerkers die de prostitutie willen verlaten daarbij begeleid worden vanuit een van de uitstapprogramma’s in het (hele) land. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet besteedt aandacht aan sekswerkers en hun maatschappelijke positie en aan ondersteuning van sekswerkers die de branche willen verlaten. Het is belangrijk dat in deze branche misstanden worden aangepakt, dat het beroep veilig kan worden beoefend en gestopt kan worden.

Het wetsvoorstel, dat voorziet in een landelijk register van sekswerkers, de Wet regulering sekswerk (Wrs) heeft veel implicaties voor gemeenten voor de signalering, het werken en het omgaan met sekswerkers binnen de gemeente. Mogelijk wordt sekswerk door deze wet juist meer in de illegaliteit gedrukt. Mensenhandel Wat wil het kabinet? Het interdepartementale programma Samen tegen Mensenhandel wordt in 2021 voortgezet. Hier zijn talloze maatregelen aangekondigd om de integrale aanpak van seksuele uitbuiting, arbeidsuitbuiting en criminele uitbuiting een stevige impuls te geven. Ook is mensenhandel opgenomen in de Veiligheidsagenda 2019-2022. Door de motie Segers/Asscher uit 2019 krijgt de Afdeling Vreemdelin- genpolitie, Identificatie en Mensenhandel (AVIM) van de politie er, oplopend in tranches, structureel € 10 miljoen bij voor de bestrijding van mensenhandel. De gemeentelijke aanpak, waarover in het Interbestuurlijk Programma afspraken zijn gemaakt, blijf een aandachtspunt van het Ministerie van JenV. Het Ministerie blijft betrokken bij de implementatie van de handvatten voor beleid en de ontwikkeling van een kaderaanpak mensenhandel voor gemeenten. Naast gegevensdeling in de keten zal het ministerie werken aan de gegevensverzameling voor de Vereniging van Nederlandse Gemeenten 23 Nationaal Rapporteur Mensenhandel en Seksueel Geweld tegen Kinderen.

Tot slot komen er op basis van actuele ontwikkelingen nieuwe maatregelen om de aanpak samen met betrokken partners, waaronder gemeenten, blijvend te versterken. Wat betekent dit voor gemeenten? Meer politiecapaciteit, het mogelijk maken van gegevensdeling en betere gegevensverzameling kan gemeenten meer zicht opleveren op de aard en omvang van de problematiek. Gemeenten missen daar nu vaak inzicht in. Ook verwachten we betere slachtofferhulp door verhoogde politie-inzet. In 2022 hebben alle gemeenten een aanpak op mensenhandel, is er een landelijk dekkend netwerk van zorgcoördinatie en werken de zorg- en veiligheidsketens goed samen. Het vraagt nog veel inzet van gemeenten om deze doelen uit het Interbestuurlijk Programma te kunnen realiseren omdat mensenhandel complex is. Maatschappelijke onrust en polarisatie Wat wil het kabinet? Het Rijk heeft in samenwerking met de VNG een adviesteam opgericht om gemeenten te ondersteu- nen bij maatschappelijke onrust. Het Rijk gaat problematisch gedrag (links-,rechts- en islamitisch extremisme) en ongewenste buitenlandse financiering tegen. Het Rijk wil gemeenten ondersteunen bij de aanpak hiervan. Daarbij wordt ingezet op bevordering van transparantie van maatschappelijke organisaties. Een wetsvoorstel dat dit regelt, ligt ter advisering bij de Raad van State.

Wat betekent dit voor gemeenten? Maatschappelijke onrust en polarisatie worden een steeds groter onderdeel in het takenpakket van gemeenten. Denk bijvoorbeeld aan spanningen rond de sinterklaasintocht, gele hesjes, de uitrol van 5G of boerenprotesten. Recent werd met de komst van het coronavirus polarisatie en onrust in de samenleving blootgelegd. Gemeenten hebben behoefte aan meer handvatten, kennis en mogelijkheden voor het omgaan en beheersen van (de gevolgen van) maatschappelijke onrust en polarisatie. Contra-terrorisme en bestrijden van radicalisering Wat wil het kabinet? De terroristische dreiging tegen Nederland is nog altijd aanzienlijk. De dreiging van jihadistisch-terro- risme is er nog steeds en er is een wereldwijde opleving van rechts-extremisme. Het Rijk geeft prioriteit aan het voorkomen van een aanslag. Verder ligt in 2021 het accent op een aantal aspecten. Het kabinet wil de informatie-uitwisseling verbeteren, betere detectie van jihadistische reisbewegingen, terugkeerders uit strijdgebieden vervolgen, en inzetten op re-integratie na detentie. Daarnaast wil het kabinet met maatwerk preventief optreden. Bovendien is er beter zicht nodig op de effectiviteit van lokale interventies. Wat betekent dit voor gemeenten? De samenwerking met gemeenten blijft op hetzelfde niveau. Extreemrechtse radicalisering krijgt meer aandacht.

Er gaat in 2021 wetgeving naar de Tweede Kamer die het voor gemeenten eenvoudiger maakt om meldingen over radicalisering en terroristischte activiteiten te ontvangen en door te geleiden naar de juiste instantie. De gegevensdeling ten behoeve van casusoverleggen wordt ook verbeterd. Het Rijk zal in 2021 een aantal besluiten nemen om de opgebouwde samenwerkingsstruc- tuur te bestendigen en om te zorgen voor een stabiele financiering. De VNG is hierbij gesprekspartner. Overlastgevende asielzoekers Wat wil het kabinet? De integrale (lokale) aanpak van de migratieketen, de strafrechtketen en het lokaal bestuur zal in 2021 verder geïntensiveerd worden met de inzet van ketenmariniers, waarbij steeds wordt gekeken of aanvullende maatregelen (ook op het gebied van bewaring) noodzakelijk en mogelijk zijn. Vreemde- lingen uit veilige landen zijn oververtegenwoordigd in de groep die overlast geeft; zij worden in 2021 separaat en versoberd opgevangen. Dit past bij de relatief korte tijd die zij in Nederland verblijven Vereniging van Nederlandse Gemeenten 24 vanwege hun kansarme asielaanvraag. Daarnaast helpt dit om deze personen goed beschikbaar te houden voor de afhandeling van de asiel- en eventuele terugkeerprocedure. Wat betekent dit voor gemeenten? Een wisselende en relatief kleine groep asielzoekers zorgt in Nederland voor disproportionele overlast en criminaliteit.

Hiermee ondermijnen ze het draagvlak voor de opvang van asielzoekers die zijn gevlucht voor oorlog en geweld. Dit probleem bestaat al jaren en het Rijk is er onvoldoende in geslaagd dit te beteugelen. Het kabinet kondigt een steviger aanpak aan, wat zou moeten inhouden dat voor de meest betrokken gemeenten zichtbaar wordt dat het Rijk meer inzet pleegt. Het is afwachten of dit daadwerkelijk gaat leiden tot minder overlast en criminaliteit. Digitalisering rechtspraak Wat wil het kabinet? De Rechtspraak werkt in 2021 verder aan digitale toegankelijkheid tot de rechter. Het doel is om procespartijen via een digitaal kanaal toegang te geven tot de Rechtspraak. Zaken kunnen dan digitaal worden ingediend, waarna de procespartijen berichten en stukken digitaal met de Rechtspraak kunnen uitwisselen. Hiertoe wordt verder uitvoering gegeven aan het Basisplan digitale toegankelijkheid dat in 2018 is opgesteld en in 2020 door het Bureau ICT-toetsing is getoetst. De komende jaren wordt digitale ontsluiting van zaakstromen van het bestuursrecht en civiele recht stapsgewijs gerealiseerd. Wat betekent dit voor gemeenten? De uitvoering van het Basisplan voor digitalisering van de rechtspraak vraagt om een aanpassing van de werkwijze van gemeenten wanneer zij procederen. Hoe groot de impact op de gemeentelijke bedrijfsvoering zal zijn, is op dit moment nog niet bekend.

Evenmin is bekend wanneer het digitaal procederen in het bestuursrecht en het civiele recht voor gemeenten zal gaan spelen. Mediation Wat wil het kabinet? Omdat geschillen het meest effectief worden opgelost als partijen tot elkaar komen, bevordert het kabinet duurzame geschiloplossing door middel van mediation. In de loop van 2021 wordt een wetsvoorstel, met onder meer een wettelijk register voor beëdigd mediators, aan het parlement voorgelegd. Maatschappelijke opgaven vereisen een samenwerkende en responsieve overheid met meer oog voor gedrag en initiatieven vanuit burgers en samenleving. Wat betekent dit voor gemeenten? Het is zeer van belang dat gemeenten in staat zijn goede dienstverlening aan haar burgers te leveren en conflicten vroegtijdig op te lossen. Van belang is dat gemeenten zelfstandig stappen nemen om escalatie van conflictsituaties en juridische procedures zoveel mogelijk te voorkomen. Uit onderzoek van de Nationale Ombudsman blijkt dat burgers het van groot belang vinden om serieus te worden genomen door ambtenaren die met kennis van zaken snel en begrijpelijk handelen. Adequate hantering van het bestaande conflicthanteringspallet is hiervoor noodzakelijk.

Vroegtijdige communicatie zoals telefonisch contact, keukentafelgesprekken, informele overleggen al dan niet begeleid door een ambtenaar of andere gespreksleider, maar ook formele(re) mediation maken hier deel van uit. Dit vergt een specifieke werkhouding en bemiddelings-en oplossingsvaardigheden van ambtenaren. “Passend Contact met de Overheid” (PCMO), opgezet door het ministerie van BZK, zou hierbij mogelijk een (voortrekkers)rol kunnen vervullen. Hier kan nog een slag worden gemaakt waarbij mediation een onderdeel maar geen doel op zich is. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 25 Jeugdbeschermingsketen Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan een breed gedragen toekomstscenario voor een effectievere jeugdbescher- mingsketen. Dit wordt begin 2021 opgeleverd, samen met een plan van aanpak. Het kabinet werkt tevens met pilots aan manieren om de huidige jeugdbeschermingsketen (die nu vaak te complex gevonden wordt) te versimpelen. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten hebben ook een rol in de Jeugdbeschermingsketen. Inzet op het versimpelen van de jeugdbeschermingsketen kan zowel qua rollen en verantwoordelijkheden gevolgen hebben, maar ook in verdergaande en verbeterde digitalisering van de keten.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 26 4 Onderwijs, Cultuur en Sport (OCW) Cultuur Wat wil het kabinet? De culturele en creatieve sector in Nederland wordt volgens het kabinet gekenmerkt door onderschei- dend en kwalitatief hoogstaand aanbod voor een breed publiek. De coronacrisis heeft instellingen en werkenden ongekend hard getroffen. Een groot deel kan als gevolg daarvan op dit moment hoogstens in beperkte mate functioneren en er is slechts plek voor een gereduceerd publiek. Het kabinet heeft daarom bovenop de algemene coronasteun besloten tot een aanvullend pakket van in eerste instantie € 300 miljoen. Daarvan is € 49 miljoen voor lokale (pop)podia, filmtheaters en musea van landelijke betekenis plus € 60 miljoen via gemeenten. In tweede instantie komt daar € 497 miljoen compensatie bij tot medio 2021 waarvan dit jaar nogmaals € 60 miljoen via gemeenten plus volgend jaar € 150 miljoen voor de lokale culturele infrastructuur. Het kabinet heeft tegelijk met de Rijksbegroting 2021 de vierjarige subsidiebeschikkingen voor 113 culturele instellingen en 6 rijkscultuurfondsen à € 413 miljoen per jaar bekendgemaakt. Er was hiervoor al jaarlijks € 29 miljoen extra beschikbaar en daarnaast krijgt het Fonds Podiumkunsten nu per jaar € 15 miljoen meer dan de begrote € 47 miljoen om 71 gezelschappen en festivals met een positief advies alsnog te kunnen honoreren.

Door dit alles kan cultuur breder in het land gemaakt en getoond worden. Ook volgt de minister het advies van de Raad voor Cultuur, om in het kader van de matchingsregeling 'Verbreding en Vernieuwing' jaarlijks een extra impuls van € 2 miljoen te geven voor de culturele infrastructuur in provincies waar deze nu minder sterk is: Flevoland, Friesland Drenthe, Zeeland en Limburg. Vanwege een vergelijkbare positie wordt Overijssel aan dit rijtje toegevoegd. 2 vierjarige programma's tussen de overheden krijgen gestalte per 2021: een verbreding van cultuureducatie met kwaliteit in het onderwijs en de start van cultuurparticipatie. De decentralisatie-uitkeringen en het tijdelijke extra erfgoedgeld blijven gehandhaafd en met dit laatste ook de interbestuurlijke samenwerking in het kader van de Erfgoed Deal en de Lokale Kerkenvisies. In 2021 speelt de evaluatie van de Wet stelsel openbare bibliotheek- voorzieningen (Wsob). Het gaat daarbij om de rol van de openbare bibliotheek bij het Leesoffensief. Daarnaast betreft het de doorontwikkeling van de digitale openbare bibliotheek, met name voor de jeugd, en in vervolg op de Motie- Asscher de spreiding en bereikbaarheid van de fysieke bibliotheek, waarvoor er tot en met 2021 stimuleringsgeld voor een beperkt aantal gemeenten is.

Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet onderkent het belang van cultuur in het gehele land en volgt de Raad voor Cultuur die stelt dat de sector een aantoonbare aanjaagfunctie heeft in tijden van economisch herstel. Er wordt een forse stap gezet in het herstel van eerdere bezuinigingen door het Rijk en in de compensatie van de financiële schade door corona bij de lokale cultuur. Indien gemeenten en instellingen aantoonbaar te weinig gecompenseerd worden, kan er nieuw financieel overleg tussen de overheden volgen. Om de gevolgen van de coronacrisis te boven te komen, is ook een op innovatie gerichte strategie nodig die zorgt dat de sector wendbaar en weerbaar de toekomst in gaat. De Raad wil hiervoor tot 1 november samen met de stedelijke cultuurregio’s, fondsen, makers, instellingen en ongesubsidieerde aanbieders aan de slag. Het zoeken is naar nieuwe verdienmodellen op basis van 3 scenario’s: lockdown, de afstand op anderhalve meter en het nieuwe normaal. Het streven is ook om een Bibliotheekconvenant van overheden en organisaties te sluiten. De huidige proeftuinen op basis van de regionale cultuurprofielen krijgen in gebieden met een sterke infrastructuur vanuit het kabinet helaas geen financiële follow-up.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 27 Laaggeletterdheid Wat wil het kabinet? Voor het Actieplan laaggeletterdheid/Tel mee met taal 2020-2024 stelt het kabinet volgend jaar € 21 miljoen beschikbaar. Hiermee worden onder andere gemeenten, aanbieders van cursussen, werkgevers, bibliotheken en maatschappelijke organisaties ondersteund om laaggeletterden te herkennen, door te verwijzen en te scholen. Onderdeel hiervan is een tijdelijke intensivering van € 6 miljoen, waarmee het aantal werkgevers dat subsidie ontvangt om scholingstrajecten en basisvaar- digheden aan te bieden, kan worden vergroot. Het doel is om werknemers weerbaarder te maken voor veranderingen in hun werk (zoals digitalisering) en voor te bereiden op eventueel toekomstige beroepsgerichte scholing. Het budget voor Leven lang ontwikkelen gaat van het Ministerie van OCW naar het SZW. Dit is voor het STAPbudget (Stimulans ArbeidsmarktPositie) ter vervanging van de fiscale scholingsaftrek. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten houden volgend jaar hun reguliere specifieke uitkering educatie van ruim € 60 miljoen voor (cursus)activiteiten op het gebied van lezen, schrijven, rekenen en digitale vaardigheden aan volwassenen. De onderhandelingen over de extra rijksgelden via de decentralisatie-uitkering aanpak laaggeletterdheid van € 5,5 miljoen lopen echter nog.

Deze middelen zijn bedoeld voor meer verbinding met het sociaal domein met behulp van integrale programma’s en netwerken, breder bereik van doelgroepen, kwaliteitsbevordering en een adequate monitoring. Ze zijn uitvloeisel van de Bestuurlijke afspraken laaggeletterdheid 2020-2024 tussen het Rijk en de VNG, die wij echter voor de zomer hebben opgezegd. Redenen daarvoor waren geen zekerheid over de indexering van de specifieke uitkering educatie en het teveel aan bureaucratie en administratie voor gemeenten en (vrijwilligers)organisaties in het kader van de vrij beperkte decentralisatie-uitkering. Deze laatste en de verdeling over de regio’s Wet educatie en beroepsonderwijs in 2021 staan overigens nog wel vermeld in de septembercirculaire gemeentefonds. Media Wat wil het kabinet? Volgens het kabinet is de afgelopen periode na de uitbraak van het coronavirus zichtbaar geworden hoe onmisbaar de media zijn in onze samenleving, ook regionaal en lokaal. Door de gedaalde inkomsten uit reclame en advertenties kwam de continuïteit van de lokale informatievoorziening door bijvoorbeeld lokale publieke omroepen en huis-aan-huiskranten onder druk te staan. Daarom heeft het kabinet in 2020 in totaal eenmalig € 35 miljoen beschikbaar gesteld voor een Tijdelijk Steunfonds Lokale Informatievoorziening. Regionaal ligt de focus op de samenwerking tussen lokale, regionale en landelijke omroepen.

Het kabinet investeert in projecten die innovatie en samenwerking stimuleren. Over de nieuwsvoorziening op lokaal niveau plus de publieke waarden en democratische functies van de media binnen gemeenten, wordt dit najaar het vervolgadvies van de Raad voor het Openbaar Bestuur/ROB en de Raad voor Cultuur/RvC verwacht. Samen met de minister van BZK zal de minister van BVOM reageren en met de uitkomsten aan de slag gaan. Wat betekent dit voor gemeenten? Het kabinet heeft tijdens de coronacrisis heel snel gehandeld om de lokale media en daarmee de informatievoorziening overeind te houden. Tijdens de eerste ronde van € 11 miljoen, deels uit bestaande potjes, voor de periode 15 maart - 15 juni zijn 175 lokale publieke omroepen, 431 huis-aan-huisbladen, 82 lokale nieuwswebsites en 15 lokale nieuwsbladen financieel gesteund. Bij de verdeling van de € 24 miljoen extra steun zijn er 2 periodes: 15 juni – 15 september en 15 september – 15 december. Reden hiervoor is dat de financiële situatie van de aanvragers significant kan verbeteren of verslechteren. Er is dit jaar ook rijksgeld uitgetrokken voor vernieuwende lokale omroeppilots, terwijl het Stimule- ringsfonds voor de Journalistiek nog naar extra middelen in 2021 zoekt. Ook is er een tijdelijke financiële stimulans voor de samenwerking tussen regionale en lokale omroepen.

Een structurele oplossing voor de beperkte bekostiging van de lokale publieke omroepen, die net als gemeenten moeten voldoen aan de bepalingen in de Mediawet, laat echter helaas al de gehele kabinetsperiode op zich wachten. Er is per jaar slechts € 10 miljoen beschikbaar. Eerder hebben wij met de branche om Vereniging van Nederlandse Gemeenten 28 jaarlijks € 30 miljoen extra gevraagd, waarbij we samen opteerden voor de vorming van professioneel aangestuurde streekomroepen. De lokale private media met een onafhankelijke redactie kalven steeds verder af. Dit is niet bevorderlijk voor de informatievoorziening, sociale cohesie en democratie. De VNG heeft het Expertiseteam Vitalisering Lokale Journalistiek gevraagd hierover dit najaar met aanbevelingen te komen. (Passend) Onderwijs Wat wil het kabinet? Passend onderwijs wordt opvallend genoeg niet één keer genoemd in het hoofdstuk beleidsprioritei- ten. De reden daarvoor zal zijn dat de minister in de afrondende fase is met zijn beleidsreactie op het Evaluatierapport Passend Onderwijs. Bespreking van die evaluatie en de plannen van de minister, staat voor november 2020 op de agenda van de Tweede Kamer. Opvallend is dat er in de begroting geen middelen te vinden zijn die zijn gekoppeld aan de door de minister aangekondigde Verbeteragenda Passend onderwijs.

Uit de begrotingsreeksen kunnen we op maken dat in ieder geval nu niet is gekozen voor een verhoging van de ondersteuningsmiddelen voor samenwerkingsverbanden. Daarmee dreigt de ingezette spiraal van meer doorverwijzing naar speciaal onderwijs - minder ondersteuningsmiddelen in de reguliere context - in stand te blijven. Daarnaast is er in de Rijksbegroting helaas opnieuw geen extra investering in de Onderwijshuisvesting opgenomen. Wat betekent dit voor gemeenten? Als de stijgende doorverwijzing naar speciaal onderwijs doorzet heeft dit, naast dat het ons streven van inclusief onderwijs niet naderbij brengt, ook gevolgen voor de gemeentelijke uitgaven op leerlingen- vervoer. Kinderen in het speciaal onderwijs moeten daarvan veel vaker gebruikmaken dan kinderen in het regulier onderwijs. We blijven pleiten voor meer (voldoende) middelen voor onderwijshuisvesting. Archiefwet Wat wil het kabinet? De Archiefwet wordt gemoderniseerd om zo aan te sluiten op het digitale tijdperk. Het wetsvoorstel zal naar verwachting later dan gepland, in 2021 aan de Tweede Kamer worden aangeboden. Wat betekent dit voor de gemeenten? De gevolgen voor gemeenten zijn door de VNG in een uitvoeringstoets in beeld gebracht. De overbrengingstermijn naar de archiefbewaarplaats wordt verkort van 20 naar 10 jaar. Daarnaast wordt aanwijzing van een archivaris verplicht.

De VNG spant zich in voor compensatie en implementatiesteun voor gemeenten. Dit laatste in samenwerking met het Kennisnetwerk Informatie en Archieven (KIA) van het Nationaal Archief. Voor- en vroegschoolse educatie Wat wil het kabinet? Het kabinet vindt het belangrijk dat ieder kind tot zijn recht komt en zijn gaven en talenten kan ontwikkelen. Het kabinet zet door te investeren in vroeg- en voorschoolse educatie in op gelijke onderwijskansen in het primair en voortgezet onderwijs. Wat betekent dit voor gemeenten? Sinds 1 augustus 2020 moeten gemeenten het urenaanbod voorschoolse educatie uitbreiden van minimaal 10 naar gemiddeld 16 uur per week. Per periode van anderhalf jaar (van 2,5 tot 4 jaar) gaat het om een uitbreiding van 600 naar 960 uur. Bovendien moeten gemeenten vanaf 1 januari 2022 per doelgroepkind minimaal 10 uur per jaar een hbo-opgeleide pedagogisch medewerker inzetten op de locatie. Deze laatste maatregel beoogt de kwaliteit van de voorschoolse educatie te verhogen. Gemeenten (en aanbieders) grijpen de urenuitbreiding vaak aan om dit te combineren met maatrege- Vereniging van Nederlandse Gemeenten 29 len om de kwaliteit van de voorschoolse educatie te verhogen. Daarbij krijgt vooral de doorgaande lijn naar groep 1 en 2 op de basisschool aandacht en ook de versterking van ouderbetrokkenheid.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 30 5 Infrastructuur en Waterstaat Mobiliteitsfonds Wat wil het kabinet? Het kabinet vormt het Infrastructuurfonds om tot een Mobiliteitsfonds. Niet de modaliteit maar de mobiliteit staat voortaan centraal. Daarbij wordt ook samenhang gezocht met andere opgaven in het ruimtelijk domein, zoals woningbouw. In 2021 worden verdere stappen gezet om de aangepaste werkwijze te optimaliseren en te verankeren. Daarnaast wordt verkend hoe het instrumentarium, zoals de NMCA, beter kan aansluiten bij de beoogde werkwijze en uitgangspunten bij het Mobiliteitsfonds. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten zijn gebaat bij het omvormen van het Infrastructuurfonds naar het Mobiliteitsfonds omdat het gebiedsgericht en integraal werken mogelijk maakt. MIRT-projecten zijn tot 2030 al ingevuld. Tot die tijd vraagt de VNG het kabinet nu al in de geest van het Mobiliteitsfonds gebiedsgericht met de gemeenten gaat werken. Verkeersveiligheid Wat wil het kabinet? Een betere verkeersveiligheid blijft prioriteit voor het kabinet. Voor de uitvoering van de ambities uit het Strategisch Plan Verkeersveiligheid is vanaf 2020 tot 2030 een extra investeringsimpuls van € 500 miljoen beschikbaar.

Deze wordt ingezet voor cofinanciering van maximaal 50% door het Rijk voor maatregelen die de verkeersveiligheid vergroten en de meest verkeersonveilige locaties en grootste risico’s op het onderliggend wegennet aanpakken. Daarnaast wordt geïnvesteerd in verkeersveiligheidsprojecten gericht op technologische ontwikke- lingen, data en gedrag. Het kennisnetwerk Strategisch Plan Verkeersveiligheid (SPV) ondersteunt medeoverheden met kennis, data en praktische instrumenten bij het vaststellen van regionale uitvoeringsagenda’s en de uitvoering van verkeersveiligheidsmaatregelen. Er wordt € 100 miljoen van de subsidie SPV naar voren gehaald uit de jaren 2024 en 2025. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen in 2021 € 100 miljoen extra besteden aan maatregelen voor verkeersveiligheid. Hiermee kunnen ook subsidieaanvragen die tot 1 september ingediend zijn, maar boven het subsidie- plafond vielen, toch gehonoreerd worden. Om deze impuls voort te zetten moet het genoemde bedrag weer aangevuld worden, zodat het echt een extra impuls is voor verkeersveiligheid. Ruimtelijke Ordening Wat wil het kabinet? Met de Nationale Omgevingsvisie (NOVI), een toekomstperspectief voor de leefomgeving van Nederland, wil het kabinet meer regie voeren op de opgaven waarvoor Nederland staat. Regie voeren doet het Rijk door de ontwikkelrichting aan te geven en het regisseren van goed samenspel.

Om zo gemeenten, provincies en waterschappen in staat te stellen hun integrale gebiedsgerichte aanpakken mogelijk te maken. Wat betekent dit voor gemeenten? Meer regie door het Rijk betekent niet het centraliseren van taken en verantwoordelijkheden. Ze gaat meer inzetten op faciliteren van samenwerking in de regio, ontwikkelen van passend instrumentarium en richten van financiering naar opgaven. Ze onderzoekt continu hoe ze de decentrale overheden beter in staat stelt hun taken uit te voeren. Met wet- en regelgeving en instrumenten uit de Omgevingswet kan aanvullend worden gestuurd als dat effectief en nodig is. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 31 Het Rijk introduceert de Omgevingsagenda’s waarin de opgaven en bijhorende aanpakken uit de regio samenkomen. Daarnaast geeft het Rijk voorkeursvolgorde aan voor onder andere energietransitie. Gemeenten kunnen hierin gemotiveerd een andere keuze maken, passend bij de lokale opgaven en gebiedsken- merken. Circulaire Economie en afval Wat wil het kabinet? De ambitie van het kabinet is nog steeds dat de Nederlandse economie in 2050 volledig circulair is. In 2030 wordt een halvering nagestreefd van primaire abiotische grondstoffen. De coronacrisis heeft gezorgd voor een dalende vraag en afzet van recyclaat, waardoor het sluiten van kringlopen steeds moeilijker wordt.

Voor de invulling van het Uitvoeringsprogramma Circulaire Economie 2019-2023, wordt in totaal voor de jaren 2021-2024 € 40 miljoen vrijgemaakt voor stimulering van sociale en productinnovaties, stimulering van kennisontwikkeling, opschaling van (bijna-)marktrijpe technieken binnen het program- ma Circulaire Economie, waaronder het Versnellingshuis, monitoring en communicatie. Per 1 juli 2021 wordt statiegeld ingevoerd voor kleine plastic flessen. Voor blikjes wordt een vergelijk- bare aanpak gevolgd zoals eerder bij de flesjes. Als in het najaar van 2021 de doelen van 70-90% minder blikjes in het zwerfafval en 90% recycling van blikjes niet zijn gerealiseerd, wordt medio 2022 ook op blikjes statiegeld ingevoerd. Op 1 juli 2021 treedt het Besluit kunststofproducten voor eenmalig gebruik in werking. Het besluit legt verboden en gebruiksbeperkingen op voor bepaalde kunststofproducten om schadelijke effecten op het milieu te verminderen. Voor verpakkingen worden per 2021 nieuwe doelstellingen van kracht voor hergebruik en recycling voor de periode tot en met 2025. Wat betekent dit voor gemeenten? De verwachting is dat steeds meer gemeenten betrokken worden bij regionale projecten op het gebied van Circulaire Economie, waarmee de aandacht en vraag (vanuit inwoners, bedrijven, etc.) voor deze transitie zal toenemen.

Met behulp van de regio-enveloppe kunnen regio’s projecten in 2021 en verdere jaren uitvoeren. Met de invoering van statiegeld op kleine plastic flessen zal het aandeel van deze stroom in het zwerfafval afnemen. De landelijke monitoring van zwerfafval zal uitwijzen wat de effecten daarvan ziin. Er komen nadere afspraken over de kosten en beperkingen omtrent eenmalige plastic producten. Door uitgebreide producentenverantwoordelijkheid en scherpere doelstellingen zullen producenten en importeurs van verpakkingen zich meer moeten inspannen. Een intensievere samenwerking met gemeenten (en beheerders van de openbare ruimte) ligt daarbij voor de hand. Milieu Wat wil het kabinet? Het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat actualiseert het nationaal milieubeleid door het Nationaal Milieubeleidskader (NMK). Het NMK heeft betrekking op o.a. milieunormen, vermindering grondstoffengebruik, circulaire economie, stelsel van vergunningverlening, toezicht en handhaving. Dit kader biedt de bouwstenen voor een nieuw Nationaal Milieuprogramma waarin concrete acties en maatregelen benoemd gaan worden. Het ministerie heeft aangegeven de partners te willen betrekken bij de concretisering van het Nationaal Milieuprogramma.

Op de meerjarenagenda’s voor de versterking van omgevingsveiligheid is op hoofdlijnen overeenstemming bereikt met het ministerie van IenW en de koepels over de uitvoering en invulling voor de jaren 2021 tot en met 2024. De meerjarenagenda’s borgen gezamenlijk de kwaliteit van de uitvoering en financiële ondersteuning voor omgevingsveiligheid en externe veiligheid. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 32 Wat betekent dit voor gemeenten? Het Nationaal Milieuprogramma zal gevolgen hebben voor de uitvoeringspraktijk van gemeenten. In het NMK is niet ingegaan op de concrete gevolgen of benodigde randvoorwaarden voor de uitvoering. Deze zullen in gesprekken met het Rijk verder ingevuld moeten worden. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 33 6 Economische Zaken en Klimaat Nationaal Groeifonds Wat wil het kabinet? Het kabinet wil een groeifonds oprichten voor € 4 miljard per jaar aan extra publieke investeringen. Deze investeringen moeten het bruto binnenlands product van Nederland structureel verhogen en positief scoren op de maatschappelijke kosten-batenanalyse. Voor het groeifonds is in de begroting een eerste tranche van 5 keer € 4 miljard voor de periode 2021-2025 opgenomen.

Elk investeringspro- ject of programma dat voor het groeifonds wordt geselecteerd moet minimaal € 30 miljoen bedragen en vallen binnen een van de drie thema’s: 1 kennisontwikkeling; 2 research, development & innovatie; 3 infrastructuur. Infrastructuur omvat daarbij ook digitale infrastructuur en infrastructuur voor energie. Wat betekent dit voor gemeenten? Ook gemeenten kunnen, in samenspraak met veldpartijen, investeringsprojecten aandragen die uit het fonds worden betaald. Plannen kunnen eventueel met de beleidsministeries verder worden uitgewerkt. De projecten moeten een meerwaarde voor Nederland hebben en niet onder de scope van gemeentelijke investeringen vallen. De impact van het groeifonds op gemeenten is in potentie aanwezig. Met name wanneer gemeenten er in slagen om (PPS-) coalities te smeden. De minimale projectomvang van € 30 miljoen betekent in veel gevallen dat samenwerking tussen gemeenten en veldpartijen vereist is om aanspraak te maken. Voor verbinding met o.a. kennisinstellingen en coördinatie op projectplannen zijn verschillende coalities actief van waaruit gemeenten samen aan projecten kunnen werken, zoals regionale ontwikkel- maatschappijen, economic boards of coalities zoals de Nederlandse AI-Coalitie, de Impact Coalitie Safety & Security.

Zijn de investeringsuitgaven accresrelevante uitgaven? Het investeringsfonds wordt een apart begrotingshoofdstuk op de Rijksbegroting. Daarvoor wordt de Comptabiliteitswet aangepast. In het fonds wordt geen bezit gevormd. Het is geen beleggings- of revolverend fonds. Voor het fonds gaat een 100% eindejaarsmarge gelden. Geld voor een investering dat in een jaar niet wordt uitgegeven, mag volledig naar een volgend jaar worden meegenomen. In 2021 worden de (EMU)-saldorelevante uitgaven van het fonds buiten het netto uitgavenkader gehouden. Ze verdrukken daarom niet andere netto uitgaven van het Rijk. De vraag is of dit ook zo moet zijn voor de jaren er na. Daarover gaat de ambtelijke Studiegroep Begrotingsruimte dit najaar advies uitbrengen. Als de uitgaven onder het netto uitgavenkader worden gebracht, worden ze bij een brede koppeling als normering accresrelevante uitgaven voor gemeenten. Wordt de status van 2021 gecontinueerd, dan genereren deze uitgaven juist geen accres voor gemeenten. Bedrijvenpakket Wat wil het kabinet? Het kabinet richt een nationale scaleup-faciliteit in, met behulp van Europese middelen en bijdragen van private investeerders. Ook wordt uitgewerkt hoe startups en scaleups lokaal beter ondersteund kunnen worden. Voor het bedrijfsleven wordt daarbij gebruik gemaakt van Europese middelen voor cofinanciering bij nationale programma’s.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 34 Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten kunnen plannen uitwerken hoe met behulp van een Rijksbijdrage bedrijventerreinen en winkelcentra te herstructureren. Voor de verschillende pijlers in het bedrijvenpakket is in 2021 totaal € 388 miljoen beschikbaar gesteld. Digitale connectiviteit en 5G Wat wil het kabinet? Het kabinet werkt aan de nieuwe Telecomwet, die eind 2021 klaar is. Deze wet bevat een verplichting om kleine antennes toe te staan op publieke infrastructuur en daarbij een mogelijkheid om telecom- bedrijven te verplichten van elkaars infrastructuur gebruik te maken. Vanuit het ministerie en de telecombedrijven is er een vraag voor harmonisering van graafbeleid en (het verlagen van) leges. De toepassing van digitale connectiviteit in het maatschappelijk domein en economische sectoren wordt versneld. In 2021 wil het kabinet gemeenten ondersteunen bij het maken van dit beleid en haar relaties met gemeenten onderhouden en verstevigen. Voor de toepassingen organiseert EZK een 5G-innovatienetwerk. Er is geen extra budget voorzien voor gemeenten om deze activiteiten uit te voeren. Wat betekent dit voor gemeenten? Betere digitale connectiviteit is een basisvoorwaarde voor het functioneren van gemeenten en de samenleving. Gemeenten innoveren met en door deze techniek.

Gemeenten zullen de nieuwe Telecomwet moeten implementeren en hier lokaal beleid voor maken. Om de digitale connectiviteit te verbeteren, moeten gemeenten faciliterend beleid maken dat de uitrol van vaste (glasvezel) en mobiele infra (5G) vereenvoudigt. Dit beleid moet landelijk transparanter en geharmoniseerd worden. Het gaat hier ook om het harmoniseren van graafbeleid en leges. Ondertus- sen hebben gemeenten te maken met maatschappelijke druk rond de uitrol van 5G. Europees crisis- en herstelpakket Wat wil het kabinet? Het kabinet constateert dat de uitdagingen waarvoor Nederland staat steeds vaker om oplossingen vraagt, waarbij in elk geval Europees moet worden gedacht. Dat geldt ook voor de coronacrisis. De EU heeft een omvangrijk EU-Herstelplan voorgesteld om het economisch herstel van de coronacrisis aan te jagen en te ondersteunen. Het gaat hier om een totaalbudget van € 750 miljard, waarvan € 6,1 beschikbaar komt voor Nederland. Hiervan dient 70% in 2021 en het overige deel in 2022 aan projecten te worden toegewezen. Het kabinet vindt het daarbij van belang om Europees beleid en Europese investeringen te richten op versterking van de Europese concurrentiekracht en het toekomstige dienstvermogen, zoals de groene en digitale transities, onderzoek en innovatie.

Het kabinet beraadt zich over hoe de middelen uit het Europese Herstelplan (Recovery en Resilience Facility) het beste in Nederland kunnen worden ingezet om het herstel te bevorderen en de economie weerbaarder te maken. Uiterlijk voorjaar 2021 dient het kabinet een plan in bij de Europese Commissie. Het kabinet gaat hierover in gesprek met provincies en regio’s. Wat betekent dit voor de gemeenten? Een deel van het budget om als Nederland uit de crisis te investeren komt van de EU. Van het voor Nederland beschikbare budget dient volgens de Europese Commissie minimaal 37% aan groene investeringen omvatten en minimaal 20% aan investeringen in de digitalisering. Het EP – het besluitvormingsproces in Brussel loopt nog – koerst aan op een oormerking van 10% voor jongeren. Gemeenten kunnen met het EU-Herstelfonds de energietransitie versnellen, investeren in de digitalise- ring, maar ook in het begeleiden van werklozen naar (nieuwe) banen, in het bijzonder jongeren. Groot voordeel bij het EU-herstelplan is dat er geen nationale cofinanciering noodzakelijk is. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 35 Stimulering energiebesparing/CO2 reductie Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft besloten om energie- en CO2-reductie te stimuleren bij bedrijven. Dit zal voor een deel uit het nationale Groeifonds worden gefinancierd en ook indirect door de verhoging van de opslag duurzame energie (ODE).

Daarnaast wordt in 2021 via de Klimaatenveloppe van het kabinet € 10 miljoen beschikbaar gesteld voor het realiseren van circulaire projecten die tegelijk tot reductie van de CO2-uitstoot leiden. Wat betekent dit voor gemeenten? Voor de uitvoering van CO2 besparing is geen geld gereserveerd, terwijl deze veranderingen wel door gemeenten getoetst en gehandhaafd moeten worden. CO2-heffing Wat wil het kabinet? Het kabinet heeft besloten om vanaf 2021 de CO2 heffing voor de grote industrie in te laten gaan. De CO2 heffing is gekoppeld aan het Europese emissiehandelssysteem (ETS), wat betekent dat de ETS prijs per ton CO2 in mindering wordt gebracht op de nationale CO2 heffing. De prijs per ton CO2 is in 2021 € 30 per ton CO2 en loopt jaarlijks op. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten merken hier niet direct veel van, omdat de meeste bedrijven waar de CO2 heffing voor geldt onder bevoegdheid van de provincies vallen. Indirect zullen gemeenten op langere termijn te maken krijgen met de gevolgen van grootschalige investeringen van de industrie in infrastructuur of bijvoorbeeld netverzwaring als gevolg van elektrificatie van processen. Klimaatakkoord gebouwde omgeving Wat wil het kabinet? Het kabinet blijft inzetten op kostendaling door innovatie (van het bedrijfsleven) en op betaalbaarheid door ondersteuning van eigenaar-bewoners, huurders, verhuurders en het mkb.

Nieuwe beleidsimpul- sen voor de gebouwde omgeving zijn er niet of nauwelijks. Een aantal regelingen is aangepast zodat meer partijen er gebruik van kunnen maken. Bijvoorbeeld de RRE-subsidie voor eenvoudige energie- besparende maatregelen die nu ook voor het mkb beschikbaar is. Ook de subsidieregeling voor aardgasvrije koopwoningen – als aanvulling op die in de huursector – is een kleine welkome aanvulling. Weliswaar is er iets meer budget beschikbaar gekomen, maar de omvang blijft te beperkt in relatie tot de opgave. Voor veel regelingen is er bovendien geen zicht op langjarige beschikbaarheid, met uitzondering van de Subsidieregeling Energiebesparing Eigen Huis (SEEH) waar nu perspectief is voor 3 jaar. Wat betekent dit voor gemeenten? Energiemaatregelen worden voor meer doelgroepen in de gebouwde omgeving een beetje betaalbaarder. Dat helpt gemeenten bij de gesprekken met haar inwoners, bedrijven en instellingen. Tegelijk is duidelijk dat het handelingsperspectief voor grote groepen (en voor de lange termijn) nog volstrekt onvoldoende is. Het is een uitdaging voor gemeenten om te zoeken naar de plekken waar al wel stappen kunnen worden gezet. De processen in de gebouwde omgeving, het voeren van regie en de ontzorging zijn arbeidsintensief, en worden door het Rijk (nog) niet of weinig financieel gefaciliteerd.

Duurzame mobiliteit Wat wil het kabinet? In 2021 gaat het kabinet samen met de mobiliteitssector, overheden en maatschappelijke organisaties door met het uitvoeren van het Klimaatakkoord met als doel dat in 2030 alle nieuwe personenauto’s emissieloos zijn. De aanschafsubsidie voor gebruikte en nieuwe elektrische auto’s wordt voortgezet (totale omvang 2020 - 2025: € 252 miljoen). Daarbij ondersteunt het Rijk middels innovatie, financie- Vereniging van Nederlandse Gemeenten 36 ring, samenwerking en regelgeving dat de benodigde laadinfrastructuur en de toegankelijkheid daarvan verder worden uitgerold. In 2021 zal in 30 tot 40 steden in Nederland zero-emissie stadslogistiek worden ingevoerd. Door de coronacrisis zijn veel bedrijven (financieel) hard getroffen. Het kabinet wil samen met bedrijven en medeoverheden bekijken wat er nodig is om zo goed mogelijk op koers te blijven, zodat de doelen uit het Klimaatakkoord worden behaald. Het kabinet wil dat de decentrale overheden en OV-autoriteiten doorgaan met de uitrol en opschaling van zero-emissie OV-bussen, doelgroepenvervoer en reinigingsvoertuigen. In 2021 richt het Rijk zich op het vergroten van het aantal werkgevers dat zich inspant voor minder uitstoot van het verkeer en uitrol van best practices.

In de eerste helft van 2021 wordt een voorstel voor een normerende regeling voor werkgebonden personenmobiliteit aan de Kamer aangeboden. Met behulp van fietsambassadeurs en mobiliteitsmakelaars stimuleert het Rijk dat mensen afstanden tot 2,5 km lopen, tot 7,5 km fietsen en tot 15 km reizen per e-bike. Wat betekent dit voor gemeenten? Als er voor de uitvoering van de ambities voor het verduurzamen van mobiliteit uit het Klimaatakkoord geen extra middelen bijkomen, is het voor gemeenten niet mogelijk alle maatregelen op gebied van mobiliteit ook echt uit te voeren. Gemeenten steunen de doelen en willen verduurzamen, maar zonder voldoende capaciteit en budget is dit niet voldoende mogelijk en vertraagt de uitvoering. Het instellen van zero-emissie zones voor stadslogistiek is voor gemeenten een belangrijk middel om de leefbaarheid en schone lucht in steden te bevorderen. Gemeenten hebben daarbij oog voor kleinere bedrijven. De ambities van het Klimaatakkoord moeten niet worden afgezwakt, maar het is wel nodig partijen zoals kleine ondernemers perspectief te bieden. Artificiële Intelligentie Wat wil het kabinet? De aanpak in 2021 is onder andere gericht op het uitbreiden van de Nederlandse Artificiële intelligen- tie- coalitie (AI). Deze coalitie zet zich in voor o.a.

publiek-private onderzoekslaboratoria, kennisdeling voor het mkb, samenwerking voor maatschappelijke uitdagingen (o.a. zorg, veiligheid, landbouw), de technische industrie, datadelen voor ALGORITMEN, en kennisontwikkeling voor verantwoorde AI. Onderdeel van deze aanpak is ook de uitwerking van AI als sleuteltechnologie in het Missiegedreven Topsectoren- en Innovatiebeleid, synergie behalen met regionale AI-initiatieven en het versterken van samenwerking in Europa. In 2021 wordt daarom met de Nederlandse AI-Coalitie verder gebouwd aan uitbreiding en versterking van het Nederlandse AI-ecosysteem. Die krijgt een startimpuls van € 23,5 miljoen van het kabinet, voor onderzoek naar en het ontwikkelen van toepassingen. Wat betekent dit voor gemeenten? De impact op gemeenten kan aanmerkelijk zijn. De AI-Coalitie is breed opgezet als een PPS, waarin onder andere ook de VNG een sleutelpositie heeft in het Strategieteam (tezamen met een aantal andere publieke partijen als het CBS, BZK en De Waag). In de AI-Coalitie is ook een werkgroep publieke dienstverlening. Een kritische succesfactor is dat gemeenten hun agenda’s weten te bundelen, in staat zijn in PPS verband te werken en dat de publieke partijen in staat zijn het belang van public tech in combinatie met mensgerichte AI ook intrinsiek voor het voetlicht weten te brengen binnen de AI-Coalitie.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 37 7 Landbouw, Natuur en Voedselkwaliteit Landbouw en landgebruik Wat wil het kabinet? In het Klimaatakkoord heeft het Rijk de Bossenstrategie opgenomen met daarin ambities die mede van toepassing zijn op gemeenten. In de Miljoenennota zijn onvoldoende middelen opgenomen om deze ambities uit te kunnen voeren. Het is onduidelijk welke middelen beschikbaar komen voor gemeenten. Wat betekent dit voor gemeenten? De Bossenstrategie leidt tot gemeentelijke beleid- en uitvoeringsvraagstukken en bijkomende kosten. Deze kunnen niet of beperkt worden uitgevoerd als hiervoor geen middelen beschikbaar worden gesteld. Stikstof structurele aanpak Wat wil het kabinet? Het kabinet wil met de structurele aanpak stikstof de stikstofdepositie eerst substantieel en structureel verminderen en de natuur verbeteren, voordat nieuwe ruimte ontstaat voor nieuwe ontwikkelingen. Ook geldt dat bij de ontwikkeling van ruimtelijk-economische functies zoals woningbouw, infrastructuur en energieopwekking meer rekening zal moeten worden gehouden met de natuur. Het programma directoraat-generaa,l dat voor de structurele aanpak is ingericht, werkt samen met andere departementen, provincies, waterschappen en gemeenten om ook effectief vorm te geven aan de gebiedsgerichte aanpak.

Een belangrijke prioriteit vanuit de brede verantwoordelijkheid voor de uitvoering van het stikstofbe- leid is het legaal houden van de PAS-meldingen en mogelijke meldingsvrije activiteiten. Daarnaast wordt de mogelijkheid van een regionale drempelwaarde onderzocht en worden het verleasen van stikstofrechten en het extern salderen gefaseerd mogelijk gemaakt. Ook worden nieuwe vormen van toestemmingverlening verkend. Wat betekent dit voor gemeenten? Uitgangspunt bij alle ontwikkelingen is het herverdelen van beschikbare ruimte op basis van Natuurbe- schermingsvergunningen. Wanneer een activiteit stopt kan 70% van de vergunde en daadwerkelijk gerealiseerde stikstofdepositie op Natura2000-gebieden opnieuw worden ingezet voor het mogelijk maken van nieuwe ruimtelijk-economische functies. De overige 30% van de ruimte die vergund was, komt ten goede aan de natuur. De VNG verkent samen met BZK welke knelpunten gemeenten nog ervaren en welke oplossingsrichtingen daarvoor haalbaar lijken. In alle provincies is de zogenaamde gebiedsgerichte aanpak gestart. Gemeenten worden bij de gebiedstafels betrokken. Zaken als de voortgang van de (woning)bouwproductie en een goed toekomstperspectief voor de landbouw en het landelijk gebied kunnen hier ook ter sprake komen. Landelijk vraagt de VNG hier ook voortdurend aandacht voor.

Vereniging van Nederlandse Gemeenten 38 Opkoop- en beëindigingsregelingen Wat wil het kabinet? Het kabinet wil substantieel bijdragen aan o.a. klimaat- en natuurdoelen door het vormgeven van verschillende opkoop- en beëindigingsregelingen. Ook het verminderen van het maatschappelijk draagvlak voor bepaalde activiteiten kan aan beëindigingsregelingen ten grondslag liggen. In 2021 gaat het om: • Gerichte opkoop veehouderijen rondom Natura2000-gebieden Deze middelen worden via de provincies ingezet voor aankoop van veehouderijlocaties nabij stikstof- gevoelige Natura 2000-gebieden. Dit gebeurt op basis van een op minnelijke verwerving gericht traject dat onderdeel vormt van een planmatige, gebiedsgerichte aanpak, gericht op natuurherstel. • Een generieke beëindigingsregeling veehouderijen Doel van de Landelijke beëindigingsregeling veehouderijen is het terugdringen van de stikstofemissie (ammoniak) en van de stikstofdepositie op Natura2000-gebieden. Ook hier geldt dat deelname op basis van vrijwilligheid is. • Beëindigingsregeling nertsenhouderijen De risico’s die gepaard gaan met de aanhoudende Covid-19 besmettingen bij pelsdieren geven aanleiding om het houden van nertsen op korte termijn verplicht te beëindigen. Het kabinet werkt aan een nadeelcompensatieregeling om de hoogte van de vergoeding die nertsen houders ontvangen te bepalen.

• De saneringsregeling varkenshouderij loopt door in 2021. Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeenten hebben ‘bevoegd gezag’-taken om aansluitend op regelingen vergunningen in te trekken, te herbestemmen en toe te zien op sloop. Deze taken zullen in korte tijd moeten worden uitgevoerd en dat vraagt capaciteit. De VNG is daarom in gesprek met het Rijk over ondersteuningsmiddelen voor gemeenten. Vereniging van Nederlandse Gemeenten 39 8 Sociale Zaken en Werkgelegenheid Schulden Wat wil het kabinet? Samen met gemeenten en maatschappelijke organisaties streeft het kabinet ernaar dat, als gevolg van het coronavirus, mensen die het financieel moeilijk hebben niet nog verder in de (financiële) problemen terechtkomen. Zo zijn er maatregelen gericht op behoud van werkgelegenheid en het voorkomen van schulden. Gemeenten hebben tijdelijk de ruimte om af te wijken van de vier weken zoektermijn in de Participatiewet zodat maatwerk voor jongeren die hun baan verliezen mogelijk is. In het aanvullende sociale pakket zijn middelen beschikbaar gesteld via een Waarborgfonds om mensen met problematische schulden te ondersteunen. De Brede Schuldenaanpak heeft een omslag teweeggebracht in de wijze waarop alle partijen de schuldenproblematiek benaderen. Ook het denken over mensen met schulden is veranderd.

Zowel de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, waarmee het vroegtijdig signaleren van schuldenproblematiek een wettelijke basis krijgt, als de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet treden op 1 januari 2021 in werking. Beide wetten zijn, gezien de verwachte toename van mensen met problematische schulden, van extra waarde. De parlementaire behandeling van de wetgeving gericht op verbreding van het beslagregister (wetsvoorstel stroomlijning keten voor derdenbeslag) vindt in 2021 plaats. Ook heeft het kabinet in het kader van het steun- en herstelpakket in totaal ongeveer € 150 miljoen beschikbaar gesteld. Onderdeel van deze aanpak is dat het kabinet wil komen tot een versnelling en intensivering van het armoede- en schuldenbeleid. Om bestaande en nieuwe risicogroepen als gevolg van het coronavirus niet (verder) in armoede- en schuldenproblematiek terecht te laten komen, zijn in de zomer van 2020 rondetafels georganiseerd. Deze rondetafels dragen bij aan een gedragen, versnelde en integrale armoede- en schuldenaanpak en waar nodig en mogelijk extra acties. Voor het versnellen van deze aanpak is geld beschikbaar gekomen in het aanvullende steun- en herstelpakket. De resultaten van deze (online) bijeenkomsten met tientallen betrokkenen worden nog dit najaar naar de Tweede Kamer gestuurd.

Wat betekent dit voor gemeenten? Gemeentelijk schuldenbeleid Uit het steun- en herstelpakket komt een bedrag beschikbaar voor gemeenten. Er komt in 2020 € 15 miljoen en in 2021 € 30 miljoen beschikbaar voor het gemeentelijk schuldenbeleid. Daarnaast komen er ook nog middelen voor de bijzondere bijstand beschikbaar. Dit allemaal als onderdeel van het flankerend beleid zoals aangekondigd in het steun- en herstelpakket. Er wordt nog onderzocht hoe deze middelen zo goed mogelijk worden uitgekeerd. Hierover volgt naar verwachting bij de decembercirculaire 2020 meer informatie. Implementatie nieuwe wetgeving De uitvoeringspraktijk van gemeenten heeft te maken met de implementatie van verschillende nieuwe en aangepaste wetten op het thema schulden.

Het ministerie van SZW heeft vier wetgevingstrajecten gestart ter ondersteuning van het voorkomen en het oplossen van de schuldenproblematiek: 1 De Wet vereenvoudiging beslagvrije voet (Wvbvv) (gaat in per 1 januari 2021) 2 De maatregel Verbreden Beslagregister (vBR) (streven is per 1 januari 2021, gefaseerde invoering) 3 Aanpassing Wet gemeentelijke schuldhulpverlening (Wgs) (gaat in per 1 januari 2021) 4 De Wet adviesrecht gemeenten bij schuldenbewind (Ags) (verwachte ingang 1 januari 2021) Zowel de wijziging van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening, waarmee het vroegtijdig signaleren Vereniging van Nederlandse Gemeenten 40 van schuldenproblematiek een wettelijke basis krijgt, als de Wet vereenvoudiging beslagvrije voet treden op 1 januari 2021 in werking. Programma Verbinden Schuldendomein De VNG ondersteunt gemeenten bij de maatschappelijke opgave om problematische schulden te voorkomen en op te lossen. Dit doen we via het programma ‘Verbinden Schuldendomein’. Dit programma is ingericht om de vier nieuwe wetstrajecten, projecten en initiatieven aan elkaar te verbinden en om overzicht te creëren voor gemeenten. Daarnaast biedt het programma concrete implementatieondersteuning voor de invoering van de vier nieuwe wetten. Vroegsignalering De VNG is voorstander van de gedachte achter de wet om mensen met financiële problemen zo snel mogelijk hulp aan te bieden.

Tegelijkertijd hebben we zorgen over de uitvoerbaarheid van de Wijziging van de Wgs voor ‘vroegsignalering’ voor gemeenten. We houden samen met Divosa en de Nederlandse Vereniging voor Volkskrediet (NVVK) de vinger aan de pols in de uitvoeringspraktijk van gemeenten. Op dit moment werken wij aan de afronding van een impactanalyse om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid en impact van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Daarnaast werken wij aan een handreiking, stappenplan en Q&A’s om gemeenten te ondersteunen bij de invoering van de Wet gemeentelijke schuldhulpverlening. Ronde tafels Afgelopen zomer heeft het ministerie van SZW in samenwerking met VNG en Divosa de rondetafels georganiseerd om te komen tot een intensieve en versnelde aanpak van armoede- en schuldenpro- blematiek. Er zijn in de rondetafelgesprekken gezamenlijk met het Rijk, Divosa, NVVK, uitvoerings- organisaties, private partijen en maatschappelijke organisaties afspraken gemaakt over concrete maatregelen om kwetsbare groepen met armoede- en/of schuldenproblematiek of een risico daarop te ondersteunen. Het kabinet heeft in het kader van het steun- en herstelpakket in totaal € 150 miljoen beschikbaar gesteld. Uit die € 150 miljoen worden middelen beschikbaar gesteld voor de (versnelling van) de uitvoering van de verschillende maatregelen die voortkomen uit de rondetafelgesprekken.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/259c25d6-7aa7-4de9-9d66-f41c6e3b2836?agendaItemId=5f1b6f33-91f2-4823-ac0c-83e86bdf4661