2.- Twm - VNG handreiking Tijdelijke wet maatregelen Covid-19.pdf
Tekst van het document
De handhaving van de regels in een besloten plaats vindt zowel plaats door de minister van VWS als door de burgemeester. De minister is bevoegd om aanwijzingen en bevelen te geven indien het gaat om een besloten plaats waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. Voor overige besloten plaatsen is de burgemeester bevoegd. Handhaving door burgemeester Handhaving door minister Besloten plaatsen waar geen beroep of bedrijf wordt uitgeoefend Besloten plaatsen waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend Voorbeelden: verenigingsgebouw, (opslag)loods Voorbeelden: kantoorpand of distributiecentrum Schema 9: besloten plaatsen: burgemeester of minister bevoegd tot handhaving? 46 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Indien het dus – bijvoorbeeld – gaat om een distributiecentrum waar de veilige afstand niet wordt nageleefd, is de minister van VWS bevoegd om een aanwijzing of bevel te geven. Indien het bijvoor- beeld gaat om een overtreding van het verbod op groepsvorming in een verenigingsgebouw is de burgemeester bevoegd. 5.3.2 Inhoud en motivering van de aanwijzing Als blijkt dat de regels op besloten plaatsen niet of onvoldoende kunnen worden nageleefd is de burgemeester op grond van artikel 58l, tweede lid, van de Wpg, bevoegd een schriftelijke aanwij- zing te geven aan de verantwoordelijke(n). Deze aanwijzing ziet niet op het sluiten van de besloten plaats.
Als de burgemeester besluit tot het geven van een aanwijzing, moeten de volgende punten in ieder geval in het besluit behandeld worden: • Welke specifieke regel(s) kan/kunnen er niet in acht worden genomen? - Veilige afstand (58f Wpg) - Groepsvorming (58g Wpg) - Regels over openstelling publieke plaatsen (58h Wpg) - Evenementenregels (58i Wpg) - Overige regels • Waaruit blijkt dat? • Wat is de zienswijze van de verantwoordelijke persoon? Wat vindt de burgemeester van deze zienswijze? • Tot wie richt de aanwijzing zich? Benoem hierbij dat op hem de zorgplicht van artikel 58l, eerste lid, van de Wpg rust en dat hij die heeft overtreden. • Welke maatregel(en) moet/moeten er genomen worden om de regel(s) wel na te kunnen leven? • Binnen welke termijn moet/moeten de maatregel(en) genomen worden? • Belangenafweging op grond van het algemene beoordelingskader (geschiktheid, proportionali- teit, subsidiariteit, grondrechten; zie verder paragraaf 3.5). Handhaving aanwijzing In de memorie van toelichting is aangegeven dat ter handhaving van de aanwijzing, als die niet wordt opgevolgd, een last onder bestuursdwang of dwangsom kan worden opgelegd (aansluitend bij artikel 125, derde lid, van de Gemeentewet).
Het overtreden van de aanwijzing is bovendien strafbaar op grond van artikel 68bis Wpg.45 5.3.3 Inhoud en motivering van het bevel In het vierde lid van artikel 58l wordt in aanvulling op de aanwijzingsbevoegdheid aangegeven dat de burgemeester (of de minister bij een besloten plaats waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoe- fend) in een spoedeisende situatie een bevel kan geven. Dit bevel kan zo nodig mondeling worden gegeven, waarna het spoedig op schrift gesteld moet worden en moet worden bekendgemaakt. Voor de motivering van het bevel gelden dezelfde eisen als aan de aanwijzing. Het bevel moet dan ook gericht zijn op het kunnen naleven van deze regels (veiligeafstandsnorm, groepsvorming, open- stelling publieke plaatsen, evenementen en overige regels). Extra eis: spoedeisende situatie Als aanvulling geldt dat de burgemeester moet motiveren waarom er sprake is van een spoedei- sende situatie die noopt tot het geven van een bevel en er dus niet gekozen is voor het geven van een aanwijzing. 45 Kamerstukken II 2019/20, 35 526, 3 (MvT T wm covid-19), p. 87. 47 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Verschil met bevel op grond van 58n Wpg Het verschil met het bevel op grond van artikel 58n Wpg (zie hierna paragraaf 5.5) ziet met name op de reikwijdte van het bevel.
Het bevel op grond van artikel 58l, vierde lid, van de Wpg is gericht op de verantwoordelijke persoon op wie de zorgplicht rust, en die deze zorgplicht heeft overtreden. Deze persoon moet dan maatregelen nemen om het mogelijk te maken dat de coronamaatregelen op zijn besloten plaats nageleefd kunnen worden. Het bevel op grond van artikel 58n Wpg kan ook gebruikt worden om bevelen te geven die nodig zijn om de gedraging of activiteit op de besloten plaats te beëindigen en om de daar aanwezige personen te bevelen zich onmiddellijk te verwijderen.46 5.3.4 Aandachtspunten Gebouwen waarin godsdienstige of levensbeschouwelijke samenkomsten worden gehouden Ook op besloten plaatsen die beschermd worden door artikel 6, tweede lid, van de Grondwet (plaatsen waar de godsdienstvrijheid en vrijheid van levensbeschouwing wordt uitgeoefend) geldt de zorgplicht. De burgemeester kan dus in beginsel ook aanwijzingen of bevelen geven om de coronamaatregelen daar te handhaven. Vanwege de (grond)wettelijk beschermde positie van religi- euze gebouwen is daarbij terughoudendheid geboden, in het bijzonder tijdens een dienst of andere religieuze plechtigheid.47 Het is mogelijk dat de minister gebruik zal maken van artikel 58l, vijfde lid, waarin geregeld is dat bepaalde plaatsen uitgezonderd kunnen worden van het bereik van de aanwijzings- en bevelsbe- voegdheid uit dat artikel.
In de memorie van toelichting is al aangegeven dat hiervan mogelijk gebruik van zal worden gemaakt bij onder andere kerken, moskeeën, synagogen en tempels. In dat geval moeten deze plaatsen wel voldoen aan de regels die in die ministeriële regeling zijn gesteld – bijvoorbeeld over het houden van afstand.48 De regering heeft in de Nota naar aanleiding van het verslag aangegeven een uitzondering te willen maken voor besloten plaatsen die beschermd worden door artikel 6, tweede lid, van de Grondwet.49 5.4 Last onder bestuursdwang of last onder dwangsom (artikel 58u Wpg) 5.4.1 Algemeen Artikel 58u Wpg 1. Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van: a. het bepaalde krachtens artikel 58j, eerste lid, indien de overtreding wordt begaan op een besloten plaats indien deze een ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend; b. het bepaalde krachtens de artikelen 58l, tweede lid, eerste zin, en - indien het een bevel van Onze Minister betreft - vierde lid, 58o, derde en vierde lid, 58p en 58q, eerste lid. 2.
Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 58f, eerste en vierde lid, en vijfde lid, tweede zin, en 58g, eerste lid, indien de overtreding wordt begaan op een besloten plaats indien deze een ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. 46 Kamerstukken II 2019/20, 35 526, 3 (MvT T wm covid-19), p. 25-26. 47 Kamerstukken II 2019/20, 25 526, 3 (MvT T wm covid-19), p. 71. 48 Zie Kamerstukken II 2019/20, 35 526, 3 (MvT T wm covid-19), p. 89 waar deze mogelijkheid expliciet wordt genoemd. 49 Kamerstukken II 2019/20, 35 526, 23, vraag 465. 48 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 3. De burgemeester is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van: a. het bepaalde bij of krachtens de artikelen 58h, eerste lid, en 58i; b. het bepaalde krachtens artikel 58j, eerste lid, indien de overtreding wordt begaan op een openbare of publieke plaats of een besloten plaats indien deze geen ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. 4.
De burgemeester is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handha- ving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 58f, eerste en vierde lid, en vijfde lid, tweede zin, en 58g, eerste lid, indien de overtreding wordt begaan op een openbare of publieke plaats of een besloten plaats indien deze geen ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. Artikel 58u Wpg geeft de grondslag voor het handhaven van de coronamaatregelen met een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom. Voor besloten plaatsen geldt dat de bevoegdheid uit artikel 58u Wpg slechts een bevoegdheid voor de burgemeester biedt indien het gaat om een besloten plaats waar geen beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. Wordt er wel een beroep of bedrijf uitgeoefend, dan is alleen de minister bevoegd. Schematisch ziet de bevoegdheid uit artikel 58u Wpg van de burgemeester tot het opleggen van een last onder bestuursdwang en dwangsom op besloten plaatsen er als volgt uit (vgl.
paragraaf 4.4 voor de publieke plaatsen): Last onder bestuursdwang of last onder dwangsom (mits geen uitvoering beroep of bedrijf) Alléén last onder dwangsom (mits geen uitvoe- ring beroep of bedrijf) Regels openstelling publieke plaatsen (58h Wpg) Veiligeafstandsnorm (58f Wpg) Evenementenregels (58i Wpg) Groepsvorming (58g Wpg) Overige regels op grond van artikel 58j, eerste lid, van de Wpg Schema 10: handhaving coronamaatregelen door last onder bestuursdwang en/of last onder dwangsom De handhaving van regels over de openstelling van publieke plaatsen en de evenementenregels zal overigens met name plaatsvinden op publieke plaatsen en niet op besloten plaatsen. Dit alles laat overigens onverlet dat de burgemeester op grond van artikel 125, derde lid, van de Gemeentewet wel bevoegd kan zijn om een last onder bestuursdwang of dwangsom op te leggen indien de last betrekking heeft op regels die de burgemeester uitvoert.50 5.4.2 Inhoud en motivering van de last De standaardeisen die normaal gesproken ook voor een last onder dwangsom of last onder bestuursdwang gelden, moeten vanzelfsprekend ook voor lasten op grond van de Tijdelijke wet in acht worden genomen. Bij de inhoud en motivering van een last op grond van artikel 58u van de Wpg moet een aantal bijzonderheden in het bijzonder in de gaten gehouden worden.
Het gaat dan om de volgende punten: • Welke coronamaatregel (welk voorschrift) wordt overtreden? - Welke regel uit de ministeriële regeling over evenementen (58i Wpg)? Of - Welke regel uit de ministeriële regeling over de openstelling van publieke plaatsen (58h 50 Kamerstukken II 2019/20, 35 526, 3 (MvT T wm covid-19), p. 87. 49 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Wpg)? • Wie is de overtreder? Aan wie wordt de last opgelegd? • Waar wordt de coronamaatregel overtreden? Gaat het daarbij om een besloten plaats? • De verhouding tussen de last en de herstelmaatregel moet correct zijn. - In beginsel is het aan de adressant van de last om te bepalen hoe de overtreding van het voorschrift beëindigd moet worden. Dit kan bijvoorbeeld door het stoppen van de activiteit, maar wellicht ook door het treffen van maatregelen. - Als de burgemeester een specifieke maatregel voor ogen heeft, ligt een aanwijzing meer voor de hand (zie paragraaf 4.3.2). • Kan er een last onder bestuursdwang opgelegd worden of alleen een last onder dwangsom? • Belangenafweging op grond van het algemene beoordelingskader (geschiktheid, proportionali- teit, subsidiariteit, grondrechten; zie verder paragraaf 3.5). Aandachtspunt Lasten die op grond van de noodverordeningen zijn opgelegd, lopen niet door onder de Tijdelijke wet.
De minister zal op grond van artikel 7, eerste lid, van de Wpg een aanwijzing geven om de noodverordeningen in te trekken.51 Voor de handhaving van de coronamaatregelen bij en krachtens de Tijdelijke wet moet dus zo nodig een nieuwe last worden opgelegd. Bij de keuze van een hand- havingsbevoegdheid, de beoordeling of zonder verdere waarschuwing tot handhaving wordt over- gegaan en de invulling van de handhaving kan wel worden betrokken dat in de afgelopen periode al eerder de coronamaatregelen in de noodverordeningen zijn overtreden. 5.5 Bevel op besloten plaatsen (artikel 58n Wpg) 5.5.1 Algemeen Artikel 58n Wpg Indien door een gedraging of activiteit in of vanuit een besloten plaats, niet zijnde een woning, een ernstige vrees voor de onmiddellijke verspreiding van het virus SARS-CoV-2 ont- staat, kan de burgemeester de bevelen geven die nodig zijn voor de beëindiging van de gedraging of activiteit en de daar aanwezige personen bevelen zich onmiddellijk te verwij- deren. De burgemeester is op grond van artikel 58n Wpg bevoegd om bevelen te geven die nodig zijn om gedragingen en activiteiten op een besloten plaats te beëindigen en om te zorgen dat de aldaar aanwezige personen zich verwijderen, indien er sprake is van een ernstige vrees voor onmiddellijke verspreiding van covid-19.
In de memorie van toelichting is aangegeven dat het daarbij gaat om een bevoegdheid om in te grijpen bij excessen op besloten plaatsen, niet zijnde woningen. Het gaat daarbij om een brede bevelsbevoegdheid, waarbij het dus ook mogelijk is om een bevel te geven dat op iedereen op de besloten plaats gericht is. Het bevel hoeft dus niet gericht te zijn op de verantwoordelijke van de besloten plaats (vergelijk artikel 58l, vierde lid, van de Wpg), maar kan ook inhouden dat een ieder de besloten plaats moet verlaten. Aangezien het gaat om een zwaar middel, moet de burgemeester wel aannemelijk kunnen maken dat er een ernstige vrees is voor de onmiddellijke verspreiding van covid-19. 5.5.2 Inhoud en motivering van het bevel Als de burgemeester besluit tot het geven van een bevel, moeten de volgende punten in ieder geval in het besluit behandeld worden: 51 Kamerstukken II, 2020/2021, 35 526, 23, p. 40.
50 Vereniging van Nederlandse Gemeenten • Welke gedraging of activiteit levert de ernstige vrees op voor onmiddellijke verspreiding van covid-19? Waaruit blijkt deze gedraging of activiteit? Gaat dit om een gedraging in of vanuit de besloten plaats? • Waarom levert deze gedraging of activiteit een ernstig vrees voor onmiddellijke verspreiding van covid-19 op? • Wat houdt het bevel in en tot wie richt het bevel zich? Moet de gedraging of activiteit beëindigd worden en/of moeten de aldaar aanwezige personen zich onmiddellijk verwijderen? • Belangenafweging op grond van het algemene beoordelingskader (geschiktheid, proportionali- teit, subsidiariteit, grondrechten; zie verder paragraaf 3.5). Het besloten karakter van de activiteit of gedraging moet daarbij ook een rol spelen. 5.5.3 Aandachtspunten Bevel ten aanzien van gebouwen waarin godsdienstige of levensbeschouwelijke samenkomsten worden gehouden De bevelsbevoegdheid uit artikel 58n Wpg kan ook ten aanzien van kerken, moskeeën, synagogen en andere gebouwen waarin godsdienstige erediensten of levensbeschouwelijke samenkomsten worden gehouden, gebruikt worden. Daarbij geldt wel een verzwaarde motivering, waarin aangege- ven moet worden waarom het bevel – ondanks de grondwettelijke bescherming van godsdienstige of levensbeschouwelijke samenkomsten – toch noodzakelijk is.
De burgemeester dient te beoorde- len of er gelet op het belang van de bescherming van de vrijheid van godsdienst en levensbeschou- wing geen lichter middel geschikt is ter bestrijding van de epidemie en bescherming van de volksgezondheid.52 52 Kamerstukken II 2019/20, 35 526, 3 (MvT T wm covid-19), p. 22. 51 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 6 Handhaving op openbare plaatsen (artikel 58m Wpg) 6.1 Overzicht Op openbare plaatsen kunnen de coronamaatregelen worden gehandhaafd met een bevel (artikel 58m Wpg) of met een last onder dwangsom/bestuursdwang (artikel 58u Wpg). In paragraaf 3.3 worden de verschillende bevoegdheden opgesomd en worden richtsnoeren gege- ven om een keuze te maken tussen deze bevoegdheden. Schematisch ziet dit er voor openbare plaatsen als volgt uit: Openbare plaats Bevel (58m Wpg) Last onder dwangsom/bestuursdwang (125 lid 3 Gemeentewet of 58u Wpg) • Gericht tot een ieder • Bij ernstige vrees voor onmiddellijke verspreiding van covid-19 • Direct feitelijk te handhaven • Met name bij excessen en/of drukte • Gericht tot de overtreder • Bij een geconstateerde overtreding van de coronamaatregelen • Prikkel om toekomstige overtreding van coronamaatregelen tegen te gaan Schema 11: handhaving op openbare plaatsen In de volgende paragrafen wordt ingegaan op deze bevoegdheden en de voorwaarden waaronder deze bevoegdheden ingezet kunnen worden.
6.2 Openbare plaats Artikel 58a, eerste lid, van de Wpg [...] openbare plaats: een openbare plaats als bedoeld in artikel 1, eerste lid, van de Wet openbare manifestaties; De wetgever heeft voor de definitie van een openbare plaats aangesloten bij de Wet openbare manifestaties (hierna: Wom). Artikel 1, eerste lid, van de Wom definieert een openbare plaats als een “plaats die krachtens bestemming of vast gebruik openstaat voor het publiek”. 52 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Het gaat om een plaats waaraan een openbaar karakter is gegeven en waar in beginsel een ieder vrij is om te komen. Het gaat daarbij om plekken die niet voor een bepaald doel zijn aangewezen.53 Voorbeelden van een openbare plaats zijn: • de openbare weg, • openbare plantsoenen en parken, • waterwegen, • recreatieplassen, • overdekte passages van winkelcentra en • zonder toegangsbewijs toegankelijke aankomst- en vertrekhallen van luchthavens en treinstations.
Deze voorbeelden vervullen een functie die vergelijkbaar is met de openbare weg (en staan dus krachtens bestemming open voor het publiek).54 6.3 Bevel op openbare plaatsen 6.3.1 Algemeen Artikel 58m Wpg Indien de burgemeester van oordeel is dat de omstandigheden op een openbare plaats zodanig zijn dat de daar aanwezige personen het bepaalde bij of krachtens de artikelen 58f tot en met 58j niet in acht kunnen nemen, of bij ernstige vrees voor het ontstaan daarvan, kan hij de bevelen geven die nodig zijn om de naleving van deze artikelen op een openbare plaats te verzekeren. Het kan noodzakelijk zijn om de regels over een veilige afstand, groepsvorming, evenementen en andere regels ter bestrijding van covid-19 op openbare plaatsen af te dwingen. De wetgever heeft hiervoor een specifieke grondslag geboden en geeft de burgemeester de ruimte om de bevelen te geven die nodig zijn om de naleving van deze regels mogelijk te maken. Verschillende bevelen zijn denkbaar. Zo is het mogelijk om openbare plaatsen (bijvoorbeeld een park) af te sluiten voor publiek of om iedereen te bevelen weg te gaan van een drukke plek. Het zal afhangen van de omstandigheden van het geval welk bevel voor de hand ligt.
6.3.2 Inhoud en motivering van het bevel Als de burgemeester besluit tot het geven van een bevel, moeten de volgende punten in ieder geval in het besluit behandeld worden: • Welke specifieke regel(s) kan/kunnen er (naar verwachting) niet in acht worden genomen? En waaruit blijkt dat? • Wat houdt het bevel in? Afsluiting van de openbare plaats of het bevel voor een ieder die zich daar bevindt om zich te verwijderen? • Belangenafweging op grond van het algemene beoordelingskader (geschiktheid, proportionaliteit, subsidiariteit, grondrechten; zie verder paragraaf 3.5). 6.3.3 Aandachtspunten Aanvulling op bevoegdheden Gemeentewet De bevelsbevoegdheid uit artikel 58m Wpg dient als aanvulling op de bevelsbevoegdheden uit de Gemeentewet. De bevelsbevoegdheden uit de Gemeentewet blijven onverkort van toepassing en 53 Kamerstukken II 2019/20, 35 526, 3 (MvT T wm covid-19), p. 75. 54 Kamerstukken II 2019/20, 35 526, 3 (MvT T wm covid-19), p. 75; zie ook de toelichting bij artikel 1:1 van de Model-APV van de VNG. 53 Vereniging van Nederlandse Gemeenten kunnen dus ingezet worden bij (dreigende) verstoring van de openbare orde; ook indien er sprake is van een verstoring van de openbare orde of een noodsituatie door drukte.55 Toch ligt het voor de hand om voor de handhaving van de coronamaatregelen op openbare plaatsen bij drukte aan te sluiten bij de bevoegdheid uit artikel 58m van de Wpg.
De bevoegdheden uit de Tijdelijke wet zijn daar in het bijzonder voor bedoeld. 6.4 Last onder bestuursdwang of last onder dwangsom (artikel 58u Wpg) 6.4.1 Algemeen Artikel 58u Wpg 1. Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van: a. het bepaalde krachtens artikel 58j, eerste lid, indien de overtreding wordt begaan op een besloten plaats indien deze een ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend; b. het bepaalde krachtens de artikelen 58l, tweede lid, eerste zin, en - indien het een bevel van Onze Minister betreft - vierde lid, 58o, derde en vierde lid, 58p en 58q, eerste lid. 2. Onze Minister is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handhaving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 58f, eerste en vierde lid, en vijfde lid, tweede zin, en 58g, eerste lid, indien de overtreding wordt begaan op een besloten plaats indien deze een ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. 3. De burgemeester is bevoegd tot het opleggen van een last onder bestuursdwang ter handhaving van: a. het bepaalde bij of krachtens de artikelen 58h, eerste lid, en 58i; b. het bepaalde krachtens artikel 58j, eerste lid, indien de overtreding wordt begaan op een openbare of publieke plaats of een besloten plaats indien deze geen ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. 4.
De burgemeester is bevoegd tot het opleggen van een last onder dwangsom ter handha- ving van het bepaalde bij of krachtens de artikelen 58f, eerste en vierde lid, en vijfde lid, tweede zin, en 58g, eerste lid, indien de overtreding wordt begaan op een openbare of publieke plaats of een besloten plaats indien deze geen ruimte betreft waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. Let op: bestuursdwang of dwangsom (niet steeds tot allebei bevoegd) Artikel 58u Wpg geeft de grondslag voor het handhaven van de coronamaatregelen met een last onder bestuursdwang of last onder dwangsom. Op grond van artikel 5:32 van de Awb is de minister c.q. de burgemeester ook bevoegd een last onder dwangsom op te leggen indien hij bevoegd is om een last onder bestuursdwang op te leggen. Andersom is dit niet het geval. Dit betekent dat de bevoegdheid om een last onder dwangsom op te leggen uit artikel 58u, vierde lid, van de Wpg niet ook inhoudt dat de burgemeester in dergelijke situaties een last onder bestuursdwang mag opleggen. Het tweede en derde lid bepalen wanneer de burgemeester bevoegd is tot het opleggen van een last onder bestuursdwang en/of last onder dwangsom. In deze leden wordt verwezen naar de speci- fieke coronamaatregelen.
Schematisch ziet de handhaving van de coronamaatregelen op openbare plaatsen door de burgemeester er als volgt uit: 55 Kamerstukken II 2019/20, 35 526, 3 (MvT T wm covid-19), p. 90. 54 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Last onder bestuursdwang of last onder dwangsom Alleen last onder dwangsom Regels openstelling publieke plaatsen (58h Wpg) Veiligeafstandsnorm (58f Wpg) Evenementenregels (58i Wpg) Groepsvorming (58g Wpg) Overige regels op grond van artikel 58j, eerste lid, van de Wpg Schema 12: handhaving door middel van last onder bestuursdwang of dwangsom Overigens zal de handhaving van regels over de openstelling van publieke plaatsen en de evene- mentenregels met name plaatsvinden op publieke plaatsen en niet zo snel op openbare plaatsen. 6.4.2 Inhoud en motivering van de last De standaardeisen die normaal gesproken voor een last onder dwangsom of last onder bestuurs- dwang gelden, moeten vanzelfsprekend ook voor lasten op grond van de Tijdelijke wet in acht worden genomen. Bij de inhoud en motivering van een last op grond van artikel 58u van de Wpg moet een aantal bijzonderheden in het bijzonder in de gaten gehouden worden.
Het gaat dan om de volgende punten: • Welke coronamaatregel (welk voorschrift) wordt overtreden? - De veiligeafstandsnorm (58f Wpg)? Of - Welke regel uit de ministeriële regeling over groepsvorming (58g Wpg)? Of - Welke regel uit de ministeriële regeling over de openstelling van publieke plaatsen (58h Wpg)? Of - Welke regel uit de ministeriële regeling over evenementen (58i Wpg)? Of - Welke overige regel op grond van artikel 58j, eerste lid, van de Wpg? • Wie is de overtreder? Aan wie wordt de last opgelegd? • Waar wordt de coronamaatregel overtreden? Gaat het daarbij om een openbare plaats? Dit is van belang, omdat de burgemeester niet voor alle plaatsen tot handhaving bevoegd is. • De formulering van de last: - In beginsel is het aan de adressant van de last om te bepalen hoe de overtreding van het voor- schrift beëindigd moet worden. Dit kan bijvoorbeeld door het stoppen van de activiteit, maar wellicht ook door het treffen van maatregelen. - Als de burgemeester een specifieke wijze van herstelmaatregel voor ogen heeft, ligt een bevel wellicht meer voor de hand (mits proportioneel, zie paragraaf 6.3). • Kan er een last onder bestuursdwang opgelegd worden of alleen een last onder dwangsom? • Belangenafweging op grond van het algemene beoordelingskader (geschiktheid, proportionali- teit, subsidiariteit, grondrechten; zie verder paragraaf 3.5).
Aandachtspunt Lasten die op grond van de noodverordeningen zijn opgelegd, lopen niet door onder de Tijdelijke wet. De minister zal op grond van artikel 7, eerste lid, van de Wpg een aanwijzing geven om de nood- verordeningen in te trekken.56 Voor de handhaving van de coronamaatregelen bij en krachtens de Tijdelijke wet moet dus zo nodig een nieuwe last worden opgelegd. Bij de keuze van een handha- vingsbevoegdheid, de beoordeling of zonder verdere waarschuwing tot handhaving wordt overge- gaan en de invulling van de handhaving kan wel worden betrokken dat in de afgelopen periode al eerder de coronamaatregelen in de noodverordeningen zijn overtreden. 56 Kamerstukken II, 2020/2021, 35 526, 23, p. 40. 55 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 7 Aanwijzings bevoegdheid burgemeester (58e, vijfde lid, van de Wpg) 57 Kamerstukken II 2020/21, 35 526, 24. 58 Kamerstukken II 2020/21, 35 526, 24, p. 7-8. 59 Eerste termijn van de T weede Kamer, 7 oktober 2020 (ongecorrigeerd stenogram), p. 14. 60 Kamerstukken II 2020/21 35 526, 24, p. 8. 61 Kamerstukken II 2020/21, 35 526, 23, p. 102-103. Artikel 58e, vijfde lid, van de Wpg 5. In een krachtens dit hoofdstuk vast te stellen ministeriële regeling kan aan de burgemees- ter de bevoegdheid worden toegekend om de plaatsen aan te wijzen waar de in die regeling gestelde regels van toepassing zijn.
Aan de uitoefening van de bevoegdheid kunnen in die ministeriële regeling voorwaarden en beperkingen worden verbonden. In de Nota van wijziging heeft de regering een vijfde lid toegevoegd aan artikel 58e Wpg.57 Op grond van deze bepaling kan de minister in een ministeriële regeling aan de burgemeester de bevoegdheid toekennen om plaatsen aan te wijzen waar de in die regeling gestelde regels van toepassing zijn. Het uitgangspunt van de Tijdelijke wet is dat coronamaatregelen centraal, namelijk door de minister, worden vastgesteld, waarbij er differentiatie mogelijk is tussen gemeenten of regio’s. In beginsel bepaalt de minister (in een ministeriële regeling) welke maatregelen landelijk, regionaal of lokaal gelden. Het is dan ook de minister die bepaalt of en onder welke voorwaarden de burgemeester de aanwijzingsbevoegdheid kan inzetten.58 De minister van BZK heeft het in de parlementaire toelichting over het aan- en uitzetten van regels door de burgemeester.59 De burgemeester kan – mits dit in de ministeriële regeling is toegelaten – bepalen dat bepaalde regels gelden op plaatsen in de desbetreffende gemeente. Dit doet de bur- gemeester met een aanwijzingsbesluit.
Deze bepaling moet ervoor zorgen dat op lokaal niveau maat- werk kan worden geleverd ter bestrijding van de covid-19 epidemie op basis van de actuele lokale omstandigheden.60 Een voorbeeld is dat de burgemeester plaatsen aan kan wijzen waar de kans op drukte zo groot is dat dit leidt tot hoge besmettingsrisico’s, en waar dan groepsvormingsbeperkingen zullen gelden.61 Indien de burgemeester gebruik wil maken van deze bevoegdheid, geldt ook het algemeen beoor- delingskader uit artikel 58b, tweede lid, van de Wpg (zie verder paragraaf 3.5). Omdat de burgemees- ter hier niet alleen door de minister vastgestelde coronamaatregelen handhaaft, maar zelf een plaats aanwijst waar die maatregelen hebben te gelden, zal hij moeten motiveren waarom hij bepaalde plaatsen aanwijst, waarom daar niet met lichtere of geen maatregelen kan worden volstaan en waarom de aanwijzing proportioneel is. 56 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Voor de vormgeving van een aanwijzingsbesluit zou kunnen worden aangesloten bij aanwijzingsbe- sluiten zoals die ook geregeld op grond van de APV worden genomen, als daarin de burgemeester aanwijzingsbevoegdheden zijn toegekend. De volgende aspecten kunnen in het besluit worden opgenomen: • grondslag van de aanwijzing (artikel 58e, vijfde lid, van de Wpg jo. de betrokken bepaling uit de ministeriële regeling).
• welke coronamaatregel gaat met de aanwijzing gelden? • welke plaats wordt aangewezen? denk zo nodig aan een kaart als het niet om een gebouw of helder te omschrijven plaats gaat (bijv. om de grenzen van een park aan te geven). • waarom is het nodig de plaats aan te wijzen? • welke gevolgen heeft de aanwijzing voor grondrechten en waarom worden die terecht en zo min mogelijk beperkt? • wat zijn de gevolgen van de aanwijzing en waarom is de aanwijzing proportioneel? Voor de motivering van de aanwijzing kan bij de ministeriële regeling worden aangesloten, maar zal naar verwachting ook een lokale afweging moeten worden toegevoegd. 57 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8 Plaats corona- maatregelen in de reguliere gemeentelijke praktijk 62 Kamerstukken II, 2020/2021, 35 526, 23, p. 85. 63 Kamerstukken II, 2020/2021, 35 526, 23, p. 85 en 86. 8.1 Algemeen Uitgangspunt van de Tijdelijke wet is dat de coronamaatregelen niet meer door de voorzitter van de veiligheidsregio in noodverordeningen worden vastgelegd, maar op nationaal niveau in een minis- teriële regeling, op basis van de Tijdelijke wet. In die regeling kan wel binnen en tussen gemeenten gedifferentieerd worden, maar waar het gaat om het vastleggen van de algemeen verbindende voorschriften wordt dat op nationaal niveau bepaald.
Voor zover de gemeentelijke regels de natio- nale regels niet doorkruisen, kan de gemeenteraad wel op basis van de autonome verordenende bevoegdheid zelf regels stellen.62 Dat neemt niet weg dat de gemeente ook in de reguliere gemeentelijke praktijk met de corona- maatregelen te maken kan krijgen, naast de extra taken om te beoordelen of ontheffing van bepaalde coronamaatregelen moet worden verleend en de handhaving van coronamaatregelen. Een voorbeeld is de situatie waarin een evenement op een publieke plaats op grond van de lande- lijke regels is toegestaan. Er hoeft dan geen ontheffing te worden verleend. De burgemeester is wel bevoegd tot handhaving van bijvoorbeeld de veiligeafstandregel tijdens het evenement. De burge- meester kan er dan belang bij hebben dat bij de verlening van de vergunning wordt beoordeeld of de organisator wel voldoende maatregelen heeft getroffen om tijdens het evenement de veiligeaf- standregel te kunnen waarborgen. De burgemeester maakt dan gebruik van zijn reguliere bevoegd- heden, en neemt daarin mee of de landelijke coronamaatregelen wel voldoende kunnen worden nageleefd. Dit ligt vooral voor de hand bij eenmalige of tijdelijke activiteiten (evenementen of tijdelijke stand- plaatsen in het kader van een evenement).
Ten aanzien van voortdurende activiteiten (bijvoorbeeld horeca of marktplaatsen) ligt wijziging van de vergunning of de algemene regels voor die activitei- ten via de reguliere procedures alleen voor de covid-19 crisis niet onmiddellijk voor de hand. Het ligt in de rede daar eerst gebruik te maken van de handhavingsbevoegdheden. Ook kan de gemeente de eigen taken en bevoegdheden verder inzetten om de gevolgen van de epidemie op te vangen en de maatregelen, zoals dat door de wetgever wordt omschreven, goed te laten landen in de gemeente.63 Hierna wordt ingegaan op een aantal specifieke situaties waarbij de vraag kan opkomen of het gebruik van reguliere bevoegdheden voor de hand ligt. 58 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8.2 Evenementen De organisator van een evenement heeft normaal gesproken op grond van de APV een evenemen- tenvergunning nodig voor het organiseren van bepaalde in de APV genoemde evenementen. De vraag is vervolgens hoe de coronamaatregelen daarbij betrokken kunnen worden. Indien er in een ministeriële regeling bepaalde evenementen niet zijn toegestaan, betekent dit dat de organisator van een evenement dat vanwege bijzondere omstandigheden in aanmerking komt voor een ontheffing zowel een evenementenvergunning op grond van de APV nodig heeft als een ontheffing op grond van de Tijdelijke wet.
In dat geval ligt het voor de hand om de naleving van de coronamaatregelen aan de hand van de Tijdelijke wet-ontheffing te reguleren. Daarvoor kan er bijvoorbeeld een voorschrift worden opgenomen of kan een ontheffing worden geweigerd indien de coronamaatregelen niet kunnen worden nageleefd. Zie daarvoor verder paragraaf 2.7 en verder. Indien er geen ministeriële regeling is opgesteld voor evenementen, ligt het voor de hand om de wél geldende coronamaatregelen (bijvoorbeeld de veilige afstand) te betrekken bij de aanvraag voor een evenementenvergunning op grond van de APV . In dat geval kan de evenementenvergun- ning worden geweigerd indien niet voldaan kan worden aan de coronamaatregelen. Op grond van artikel 1:8 van de Model-APV van de VNG is het mogelijk om een vergunning te weigeren in het belang van de volksgezondheid. Ook is het mogelijk om een voorschrift te verbinden aan de evene- mentenvergunning om de naleving van de coronamaatregelen te verzekeren. In de Model-APV van de VNG is geregeld dat aan een vergunning voorschriften kunnen worden verbonden die strekken tot bescherming van het belang in verband waarmee de vergunning is vereist.
De evenementenver- gunning is (mede) vereist ter bescherming van de (volks)gezondheid.64 Voor grote evenementen zou dit bijvoorbeeld kunnen betekenen dat zij – ondanks de afwezigheid van specifieke coronamaatregelen op het gebied van evenementen – toch aan een aantal voorwaar- den moeten voldoen. Voorbeelden van mogelijke voorschriften en beperkingen voor een evenement zijn: • een maximum aantal personen, • het nemen van maatregelen om de veilige afstand te kunnen waarborgen, zoals looprou- tes en vaste zitplaatsen, • triage vooraf (checkvraag), of registratie vooraf door vrijwillige verlening van contactgege- vens ten behoeve van bron- en contactonderzoek, • het laten indienen van een plan met maatregelen om de veilige afstand te kunnen waarborgen en andere maatregelen ter bestrijding van de epidemie te treffen en het vervolgens aan de ontheffing als voorschrift verbinden dat dit plan moet worden nage- leefd, • het treffen van hygiënevoorschriften. Ook kunnen dergelijke voorwaarden als voorschrift aan de evenementenvergunning verbonden worden. Als de burgemeester voorschriften aan de evenementenvergunning (of evenementenontheffing) heeft verbonden en deze voorschriften niet worden nageleefd, kan de burgemeester besluiten om de vergunning of ontheffing in te trekken.
In dat geval herleven de verboden uit de APV (evenement zonder vergunning) en de ministeriële regeling over evenementen, waarna de burgemeester onder andere met een last onder bestuursdwang of dwangsom kan handhaven (artikel 125, derde lid, van de Gemeentewet of artikel 58u van de Wpg). 64 In de Model-APV van de VNG blijkt dit uit de plaatsing van de evenementenvergunning onder het kopje “Openbare orde en veiligheid, volksgezondheid en milieu”. Het zal afhangen van de APV of de bescherming van de volksge- zondheid expliciet is genoemd als belang dat beschermd wordt door de evenementenvergunning. 59 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8.3 Horeca, alcoholverkoop en alcoholgebruik In sommige gemeenten bestaat een exploitatievergunningplicht voor horeca. Het is mogelijk om voorwaarden aan de exploitatievergunning te verbinden. Daarbij gaat het over het algemeen om voorwaarden ter bescherming van de leefbaarheid of openbare orde in de buurt. In de Model-APV van de VNG wordt een exploitatievergunning slechts geweigerd in verband met de woon- en leefsi- tuatie in de omgeving, de openbare orde of het slechte levensgedrag van de leidinggevende of exploitant. Bovendien zijn voorwaarden aan een exploitatievergunning over het algemeen bedoeld voor duurzaam gebruik. De eventuele maatregelen die genomen moeten worden ter bestrijding van covid-19 hebben een tijdelijk karakter.
Voor zover dat mogelijk is, kan hier dan ook het beste eerst worden bezien of met de inzet van handhavingsbevoegdheden jegens de horeca het beoogde doel kan worden bereikt. Voor zover de gemeentelijke regels de nationale regels niet doorkruisen, kan de gemeenteraad op basis van de autonome verordenende bevoegdheid zelf regels stellen.65 Daarbij kan mogelijk worden gedacht aan strengere sluitingstijden voor horeca, als dat de nationale regels niet door- kruist. Ook kan worden gedacht aan lokale alcoholverboden op bepaalde plaatsen. Artikel 25a Drank- en Horecawet biedt ook een grondslag om bij gemeentelijke verordening de verkoop van alcoholhoudende dranken aan banden te leggen of te verbieden. In artikel 58j, eerste lid, onder e, van de Wpg is hier een grondslag voor coronamaatregelen in de ministeriële regeling over het gebruik van of voor consumptie gereed hebben van alcoholhoudende drank op openbare plaatsen aan toegevoegd. Daarmee kan ter bestrijding van de epidemie ook landelijke regie worden gevoerd, maar daarmee is niet beoogd de gemeentelijke ruimte om alcoholgebruik en –verkoop te regelen uit te sluiten.66 8.4 Markten Ook voor marktvergunningen geldt dat het vaak om langdurige vergunningen gaat. Het ligt dan niet voor de hand die vergunningen te wijzigen, als ook via feitelijk handelen of handhaving voor naleving van de coronamaatregelen kan worden gezorgd.
Wel is van belang dat de gemeente vaak de organisator van of verantwoordelijk voor de plaatselijke markt is. Deze markt vindt plaats in de openbare ruimte. Er zal dan voor moeten worden gezorgd dat de markt zo wordt ingericht dat de coronamaatregelen kunnen worden nageleefd. In veel gemeenten zijn daar al voorzieningen voor getroffen door zo nodig ruimere locaties of andere loca- ties voor de markt aan te wijzen. Los van het juridische kan de gemeente ook door feitelijk handelen de nodige voorzieningen tref- fen. Denk bijvoorbeeld aan looproutes, beheersen van de toegang en dergelijke. 8.5 Standplaatsen Voor zover het om tijdelijke standplaatsvergunningen gaat, kan worden bezien of daarbij zo nodig de naleving van coronamaatregelen kan worden betrokken (zie daarvoor wat hiervoor is aangege- ven over evenementen). Voor zover het om permanente standplaatsen gaat, kan daar op een verge- lijkbare manier mee worden omgegaan zoals met markten. 65 Kamerstukken II, 2020/2021, 35 526, 23, p. 85. 66 Kamerstukken II, 2020/2021, 35 526, 24, p. 12-13. 60 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8.6 Openbare ruimte en verkeer De gemeente zal daarnaast in de openbare ruimte zo nodig maatregelen moeten treffen om de naleving van coronamaatregelen mogelijk te maken. Het kan daarbij gaan om feitelijk handelen.
Denk bijvoorbeeld aan het aangeven van looproutes of het aanspreken van personen op drukke plekken. Ook in parken blijft het nemen van feitelijke maatregelen mogelijk, zoals het afsluiten van parken. Los van feitelijk handelen kan ook aan het verbieden van toegang tot parken, het verbieden van stadswandelingen, collectanten en straatartiesten vanwege het risico van drukte en samenkomen van mensen op basis van de reguliere bevoegdheden van de gemeente worden gedacht. Ook is het mogelijk om verkeersbesluiten te nemen. In de afgelopen maanden hebben gemeenten ook regelmatig (tijdelijke) verkeersbesluiten genomen om de epidemie van covid-19 te bestrijden. Een verkeersbesluit ligt voor de hand op het moment dat de inrichting van een weg wordt aange- past of dat er een verbod of gebod gaat gelden in een bepaalde straat. Op basis van artikel 34 van het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer is het ook mogelijk om tijdelijk bepaalde verkeerstekens te plaatsen en bepaalde maatregelen uit te voeren. In dat geval is sprake van een tijdelijk verkeersbesluit, welke zijn toegestaan als de maatregel genomen wordt vanwege ‘dringende omstandigheden van voorbijgaande aard’.
Artikel VI van de Tijdelijke wet voegt de bestrijding van covid-19 toe aan artikel 2 van de Wegenverkeerswet 1994, waarmee de wetgever vastlegt dat verkeersregels kunnen strekken tot bestrijding van de epidemie. Hiermee wordt aan gemeenten een extra handvat geboden. Mocht dit niet genoeg zijn of mocht een (tijdelijk) verkeersbesluit niet afgewacht kunnen worden, dan kan de burgemeester op grond van artikel 58m een bevel geven om de naleving van de corona- maatregelen af te dwingen. 61 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 9 Overig: aanwijzing kinderopvanglocaties voor kinderen van ouders in vitale processen (artikel 58r Wpg) Artikel 58r, (tweede en) derde lid, van de Wpg 2. In de ministeriële regeling kunnen in ieder geval kindercentra of voorzieningen voor gastouderopvang worden uitgezonderd die opvang bieden aan: a. kinderen van ouders die werken in bij ministeriële regeling aangewezen cruciale beroepen of vitale processen; b. kinderen in bij die regeling aangewezen leeftijdscategorieën; en c. kinderen voor wie vanwege bijzondere problematiek of een moeilijke thuissituatie maatwerk nodig is. 3. In de ministeriële regeling kan de burgemeester worden opgedragen om locaties aan te wijzen, onderwijsinstellingen daaronder begrepen, die tot vierentwintig uur per dag en zeven dagen per week opvang bieden aan kinderen als bedoeld in het tweede lid.
Op deze locaties zijn de eisen, genoemd in hoofdstuk 1, afdeling 3, paragraaf 2, van de Wet kinderopvang, van overeenkomstige toepassing. In de ministeriële regeling kunnen daarvan eisen worden uitgezonderd. Tot slot kan de burgemeester in een ministeriële regeling de opdracht worden gegeven om locaties aan te wijzen die opvang moeten bieden aan kort gezegd kinderen van ouders die werken in door de minister aangewezen cruciale beroepen of vitale processen, kinderen uit bepaalde leeftijdscate- gorieën of kinderen voor wie vanwege bijzondere problematiek of een moeilijke thuissituatie maat- werk nodig is. De opvang kan (maar hoeft dus niet) tot 24 uur per dag, zeven dagen per week, worden aangewezen. Zowel locaties voor kinderopvang als onderwijsinstellingen kunnen worden aangewezen. 62 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 10 Verantwoording gebruik bevoegdheden 67 Kamerstukken II 2020/21, 35 526, 24, p. 9-10. 68 Kamerstukken II 2020/21, 35 526, 23, p. 106. 69 Kamerstukken II 2020/21, 35 526, 23, p. 116. 70 T oegevoegd met amendement Kamerstukken II, 2020/21, 35 526, 32. Artikel 58s, vierde lid, van de Wpg 4. De burgemeester is aan de gemeenteraad verantwoording schuldig over het door hem krachtens dit hoofdstuk gevoerde bestuur en waarborgt de betrokkenheid van de gemeenteraad en het college van burgemeester en wethouders bij dat bestuur.
De burgemeester verstrekt de wethouders de informatie over de uitoefening van zijn bevoegdheden bij of krachtens dit hoofdstuk die zij nodig hebben voor de uitoefening van de taken van het college. Het tweede en derde lid van artikel 180 van de Gemeente- wet zijn van toepassing. Waar de bevoegdheden ten aanzien van de bestrijding van covid-19 in de eerste maanden voorna- melijk (via de minister) bij de voorzitter van de veiligheidsregio berustten, gaat de Tijdelijke wet uit van de reguliere bestuurlijke verhoudingen. Uitgangspunt van de Tijdelijke wet is dat de bevoegd- heden op lokaal niveau uit die wet vooral door de burgemeester worden uitgeoefend. Wel behoudt de voorzitter van de veiligheidsregio zijn coördinerende rol op basis van de Wet veiligheidsregio’s.67 Dit maakt het mogelijk om de verantwoording over de toepassing van de coronamaatregelen plaats te laten vinden in de reguliere verhoudingen, waarbij de burgemeester verantwoording aflegt aan de gemeenteraad. Hoe – en op welk moment – deze verantwoording zal plaatsvinden, is een zaak van de lokale politiek. Dit wordt bepaald door de raad en de burgemeester, en zal per gemeente verschillen, volgens de gewone regels op grond van de Gemeentewet.
Zo zou de raad de burge- meester kunnen vragen om op gezette tijden reguliere rapportages over de inzet van de bevoegd- heden op grond van de Tijdelijke wet te verstrekken, en/of inlichtingen kunnen vragen in afzonder- lijke gevallen.68 Ook zou bijvoorbeeld debat kunnen worden gevoerd over de vraag of de burgemeester al dan niet gebruik maakt van een aanwijzingsbevoegdheid, als die in de ministeriële regeling wordt gegeven.69 In artikel 58s, vijfde lid, van de Wpg is geregeld dat als de voorzitter van de veiligheidsregio door de minister bij uitsluiting bevoegd zou worden gemaakt om een bepaalde bevoegdheid uit te oefenen (op grond van artikel 58d, eerste lid, van de Wpg), hij daarover ook verantwoording schuldig is aan de betrokken gemeenteraden.70 De voorzitter moet daartoe een verslag uitbrengen, en vragen van de raden beantwoorden (vgl. de verantwoordingsregeling in de Wvr). 63 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Bijlage: elementen/format besluit ontheffing De volgende inhoudelijke elementen moeten in ieder geval worden opgenomen in een besluit tot ontheffing. 1. Inleiding • Overzicht procedure - Denk ook aan eventuele zienswijze • Korte beschrijving van de situatie waarvoor ontheffing wordt gevraagd 2.
Grondslag besluit • Aangeven welke grondslag gebruikt wordt voor het besluit over de verlening of weigering van de ontheffing - Bijvoorbeeld: artikel 58e, tweede lid, van de Wpg jo. artikel 58h Wpg (voor de regels over de openstelling van publieke plaatsen) 3. Regel waarvan ontheffing wordt verzocht • Aangeven welke ministeriële regeling van toepassing is • Aangeven van welke regels uit de ministeriële regeling ontheffing wordt gevraagd • Aangeven of deze regels van toepassing op de situatie van aanvrager zijn 4. Bijzondere situatie • Aangeven waaruit volgens aanvrager de bijzondere situatie bestaat • Aangeven of de burgemeester van oordeel is dat er een bijzondere situatie bestaat • Motiveren waarom de burgemeester van oordeel is dat er wel of geen sprake is van een bijzondere situatie is 5. Advies GGD • Aangeven welke vragen aan de GGD zijn voorgelegd • Het standpunt van de GGD weergeven • Vergewisplicht burgemeester: - Volgt de conclusie van de GGD logischerwijs uit gemotiveerde overwegingen van de GGD? - Is het advies van de GGD zorgvuldig tot stand gekomen? 6.
Beoordeling • Motiveren of het belang van de bestrijding van de epidemie zich (naar het oordeel van de burgemeester) tegen het verlenen van een ontheffing verzet - Daarbij kijkt de burgemeester of het mogelijk is om te allen tijde een veilige afstand te kunnen houden - Als dat het geval is, kijkt de burgemeester ook nog naar: - de aard van de plaats, - de aard van de activiteit, en - het aantal personen waarop de ontheffing betrekking heeft 7. Besluit • Aangeven of de ontheffing wordt verleend 64 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 8. Voorschriften • Aangeven of er voorschriften aan de ontheffing worden verbonden en zo ja, welke voorschriften 9. Ondertekening 10.
Rechtsmiddelenclausule 65 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Bijlage: wetsartikelen- register Artikel 125 Gemeentewet paragraaf 3.3, 3.4, 4.1, 4.3.2, 5.1, 5.3.2, 5.4.1, 6.1, 8.2 Artikel 174 Gemeentewet paragraaf 2.6.1, 3.1, 3.3, 3.4, 4.1, 4.2, 4.3.3, 4.3.4, 4.5.1 Artikel 176 Gemeentewet paragraaf 1.2 Artikel 6 Grondwet paragraaf 2.6.1, 5.2, 5.3.4 Artikel VI Tijdelijke wet paragraaf 8.6 Artikel 2 Wegenverkeerswet 1994 paragraaf 8.6 Artikel 39 Wet veiligheidsregio’s paragraaf 1.2, 2.8.4 Artikel 7 Wpg paragraaf 1.2, 2.8.4, 4.4.2, 5.4.2, 6.4.2 Artikel 58a Wpg paragraaf 2.6.1, 2.7.1, 2.7.5 4.2, 5.2, 6.2 Artikel 58b Wpg paragraaf 3.5 Artikel 58d Wpg paragraaf 1.4, 10 Artikel 58e Wpg paragraaf 1.3, 2.2, 2.3, 2.4, 2.5.3, 2.6.3, 2.7.3, 2.8.1, 2.8.3, 2.10, 7 Artikel 58f Wpg paragraaf 2.2, 2.5.3, 2.6.3, 2.7.3, 2.8.3, 4.3.2, 4.4.1, 4.4.2, 5.3.2, 6.4.1, 6.4.2 Artikel 58g Wpg paragraaf 2.2, 2.5.1, 2.5.5, 2.6.5, 4.3.2, 4.4.1, 4.4.2, 5.3.2, 6.4.1, 6.4.2 Artikel 58h Wpg paragraaf 2.2, 2.6.1, 2.6.5, 4.3.2, 4.4.1, 4.4.2, 5.3.2, 5.4.1, 5.4.2, 6.4.1, 6.4.2 Artikel 58i Wpg paragraaf 2.2, 2.7.1, 4.3.2, 4.4.1, 4.4.2, 5.3.2, 5.4.1, 5.4.2, 6.4.1, 6.4.2 Artikel 58j Wpg paragraaf 2.2, 2.8.1, 2.8.3, 4.3.4, 4.4.1, 4.4.2, 6.4.1, 6.4.2 Artikel 58k Wpg paragraaf 3.4, 4.1, 4.3.1, 4.3.2, 4.3.3, 4.3.4, 4.5.1 Artikel 58l Wpg paragraaf 3.4, 5.1, 5.2, 5.3.1, 5.3.2, 5.3.3, 5.3.4, 5.5.1, 5.5.3 Artikel 58m Wpg
paragraaf 3.4, 6.1, 6.3.1, 6.3.3, 8.6 Artikel 58n Wpg paragraaf 3.4, 5.1, 5.3.3, 5.5.1, 5.5.3 Artikel 58s Wpg paragraaf 10 Artikel 58u Wpg paragraaf 3.4, 4.1, 4.4.1, 4.4.2, 5.1, 5.4.1, 5.4.2, 6.1, 6.4.1, 6.4.2, 8.2 Artikel 68bis Wpg paragraaf 4.3.2, 5.3.2 Artikel 1 Wom paragraaf 6.2 Artikel 2 Wom paragraaf 2.5.5, 2.7.5 66 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Bijlage: schema’ s Tijdelijke wet maatregelen covid-19 Ministeriële regeling openstelling publieke plaatsen (58h Wpg) Ontheffing burgemeester (58e Wpg) Ministeriële regeling groepsvorming (58g Wpg) Ontheffing burgemeester (58e Wpg) Ministeriële regeling evenementen (58i Wpg) Ontheffing burgemeester (58e Wpg) Ministeriële regeling overige regels (58j Wpg) Ontheffing burgemeester indien bepaald in ministeriele regeling Veilige afstand (58f Wpg) Vrijstelling in een ministeriële regeling Aanwijzing (58k lid 1-3 Wpg) Bevel aan verantwoordelijke (58k lid 4 Wpg) Publieke plaats Last onder dwangsom/bestuursdwang (125 lid 3 Gemeentewet of 58u Wpg) Bevel (174, tweede lid, van de Gemeentewet) • Gericht tot de verantwoordelijke voor de plaats (zorgplicht) • Indien coronamaatregelen niet in acht genomen kunnen worden en dus niet aan de zorgplicht voldaan wordt • Niet gericht op sluiting • Nuttig om toekomstige schending van coronamaatregelen te voorkomen • Gericht tot de verantwoordelijke voor de plaats (zorgplicht) • Indien
coronamaatregelen niet in acht genomen kunnen worden en dus niet aan de zorgplicht voldaan wordt • Alleen in spoedeisende gevallen • Gericht op de overtreder • Bij een geconstateerde overtreding van de coronamaatregelen • Prikkel om toekomstige overtreding van coronamaatregelen tegen te gaan • Gericht tot een ieder • Ter bescherming van de gezondheid • Als onmiddellijk ingrijpen nodig is • Direct feitelijk te handhaven • Met name bruikbaar bij excessen of ernstige overtreding van de coronamaatregelen • Zware maatregel, dus proportionaliteit is belangrijk 67 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Aanwijzing (58l lid 1-3 Wpg) Bevel aan verantwoordelijke (58l lid 4 Wpg) Besloten plaats* Last onder dwangsom/bestuursdwang (125 lid 3 Gemeentewet of 58u Wpg) Bevel (58n Wpg) • Gericht tot de verantwoordelijke voor de plaats (zorgplicht) • Indien coronamaatregelen niet in acht genomen kunnen worden en dus niet aan de zorgplicht voldaan wordt • Niet gericht op sluiting • Nuttig om toekomstige schending van coronamaatregelen te voorkomen • Bevel aan verantwoordelijke (58l lid 4 Wpg) • Gericht tot de verantwoordelijke voor de plaats (zorgplicht) • Indien coronamaatregelen niet in acht genomen kunnen worden en dus niet aan de zorgplicht voldaan wordt • Alleen in spoedeisende gevallen • Gericht op de overtreder • Bij een geconstateerde overtreding van de coronamaatregelen • Prikkel om
toekomstige overtreding van coronamaatregelen tegen te gaan • Gericht tot een ieder • Bij ernstige vrees voor onmiddellijke verspreiding van covid-19 • Als onmiddellijk ingrijpen nodig is • Direct feitelijk te handhaven • Met name bruikbaar bij excessen of ernstige overtreding van de coronamaatregelen • Zware maatregel, dus proportionaliteit is belangrijk * De burgemeester is niet bevoegd ten aanzien van besloten plaatsen waar een beroep of bedrijf wordt uitgeoefend. Daar is de minister bevoegd tot handhaving. Openbare plaats Bevel (58m Wpg) Last onder dwangsom/bestuursdwang (125 lid 3 Gemeentewet of 58u Wpg) • Gericht tot een ieder • Bij ernstige vrees voor onmiddellijke verspreiding van covid-19 • Direct feitelijk te handhaven • Met name bij excessen en/of drukte • Gericht tot de overtreder • Bij een geconstateerde overtreding van de coronamaatregelen • Prikkel om toekomstige overtreding van coronamaatregelen tegen te gaan 68 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Aanwijzing (58k lid 1-3 Wpg) Bevel aan verantwoordelijke (58k lid 4 Wpg) Publieke plaats Last onder dwangsom/bestuursdwang (125 lid 3 Gemeentewet of 58u Wpg) Bevel (174, tweede lid, van de Gemeentewet) • Gericht tot de verantwoordelijke voor de plaats (zorgplicht) • Indien coronamaatregelen niet in acht genomen kunnen worden en dus niet aan de zorgplicht voldaan wordt • Niet gericht op sluiting • Nuttig om
toekomstige schending van coronamaatregelen te voorkomen • Gericht tot de verantwoordelijke voor de plaats (zorgplicht) • Indien coronamaatregelen niet in acht genomen kunnen worden en dus niet aan de zorgplicht voldaan wordt • Alleen in spoedeisende gevallen • Gericht op de overtreder • Bij een geconstateerde overtreding van de coronamaatregelen • Prikkel om toekomstige overtreding van coronamaatregelen tegen te gaan • Gericht tot een ieder • Ter bescherming van de gezondheid • Als onmiddellijk ingrijpen nodig is • Direct feitelijk te handhaven • Met name bruikbaar bij excessen of ernstige overtreding van de coronamaatregelen • Zware maatregel, dus proportionaliteit is belangrijk Aanwijzing (58l lid 1-3 Wpg) Bevel aan verantwoordelijke (58l lid 4 Wpg) Besloten plaats* Last onder dwangsom/bestuursdwang (125 lid 3 Gemeentewet of 58u Wpg) Bevel (58n Wpg) • Gericht tot de verantwoordelijke voor de plaats (zorgplicht) • Indien coronamaatregelen niet in acht genomen kunnen worden en dus niet aan de zorgplicht voldaan wordt • Niet gericht op sluiting • Nuttig om toekomstige schending van coronamaatregelen te voorkomen • Gericht tot de verantwoordelijke voor de plaats (zorgplicht) • Indien coronamaatregelen niet in acht genomen kunnen worden en dus niet aan de zorgplicht voldaan wordt • Alleen in spoedeisende gevallen • Gericht op de overtreder • Bij een geconstateerde overtreding
van de coronamaatregelen • Prikkel om toekomstige overtreding van coronamaatregelen tegen te gaan • Gericht tot een ieder • Bij ernstige vrees voor onmiddellijke verspreiding van covid-19 • Als onmiddellijk ingrijpen nodig is • Direct feitelijk te handhaven • Met name bruikbaar bij excessen of ernstige overtreding van de coronamaatregelen • Zware maatregel, dus proportionaliteit is belangrijk Openbare plaats Bevel (58m Wpg) Last onder dwangsom/bestuursdwang (125 lid 3 Gemeentewet of 58u Wpg) • Gericht tot een ieder • Bij ernstige vrees voor onmiddellijke verspreiding van covid-19 • Direct feitelijk te handhaven • Met name bij excessen en/of drukte • Gericht tot de overtreder • Bij een geconstateerde overtreding van de coronamaatregelen • Prikkel om toekomstige overtreding van coronamaatregelen tegen te gaan Bevoegdheden uit Tijdelijke wet Normale bevoegd- heden, bijvoorbeeld uit de Gemeentewet ja nee Overtreding coronaregels of ernstige vrees voor verspreiding van covid-19? 69 Vereniging van Nederlandse Gemeenten 70 Vereniging van Nederlandse Gemeenten Vereniging van Nederlandse Gemeenten Nassaulaan 12 2514 JS Den Haag +31 70 373 82 00 info@vng.nl november 2020 vng.nl