CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

19.0 Informatienota 2023 - 35 - Voortgangsrapportage Regionale Energiestrategie (RES) 2023.pdf

Raadsvergadering 4 juli 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken14.178 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_005021/39 College van burgemeester en wethouders GOEDGEKEURD Vergadering van 27 juni 2023 Programma - Duurzaamheid 19 2023_B&W_00502 Voortgangsrapportage Regionale Energiestrategie (RES) 2023 Samenstelling: Aanwezig: de heer J.H. Bats, Burgemeester en voorzitter; de heer M. Smit, Wethouder; mevrouw T. Jongman, Wethouder; de heer B. Harmsma, Wethouder; de heer M. Scheringa, Wethouder; mevrouw H. de Jong, Plaatsvervangend gemeentesecretaris Afwezig: de heer M.W. de Graaf, Gemeentesecretaris Samenvatting Binnen de RES-regio West-Overijssel werken elf gemeenten, de provincie Overijssel, vier waterschappen en drie netbeheerders samen aan duurzame energie met een Regionale Energiestrategie (RES). In de RES 1.0 van West-Overijssel is gezamenlijk afgesproken om in 2030 ruim 1,8 TWh duurzame elektriciteit met wind en zon op te wekken binnen de regio. Het aandeel van de gemeente Steenwijkerland in dit bod is 171 GWh. Ieder half jaar monitort de regio West-Overijssel de voortgang van de afspraken. Op landelijk niveau werken 30 energieregio's samen aan het doel om in 2030 ten minste 35 TWh aan grootschalige duurzame elektriciteit op land op te wekken. Om goed zicht te houden op het landelijke doelbereik, brengen alle regio’s de voortgang systematisch elke twee jaar in beeld en leggen dit vast in een Voortgangsrapportage.

De Voortgangsrapportage 2023 bij deze informatienota is voor dat doel toegestuurd aan het Nationaal Programma RES. De rapportage geeft inzicht in de voortgang van de realisatie van het RES-bod en de afspraken die in de RES 1.0 voor West-Overijssel zijn vastgelegd. De inzichten uit de Voortgangsrapportage worden ook meegenomen in de evaluatie en herijking van de RES-afspraken. De regio werkt de komende periode aan de RES 2.0, die in maart 2024 door de raad wordt vastgesteld. Met deze informatienota informeren we u over de voortgang van het RES-bod en de inhoudelijk gerelateerde beleidsstukken die wij u nog dit jaar zullen aanbieden. Informatienota Inleiding Binnen de RES-regio West-Overijssel werken elf gemeenten, provincie Overijssel, vier waterschappen en drie netbeheerders samen aan duurzame energie met een Regionale Energiestrategie (RES). In de RES 1.0 van West-Overijssel hebben we gezamenlijk afgesproken om in 2030 ruim 1,8 TWh duurzame elektriciteit met wind en zon op te wekken binnen de regio. Het aandeel van de gemeente College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_005022/39 Steenwijkerland in dit bod is 171 GWh. Ieder half jaar monitort de regio West-Overijssel de voortgang van de afspraken. Op landelijk niveau werken 30 energieregio's samen aan het doel om in 2030 ten minste 35 TWh aan grootschalige duurzame elektriciteit op land op te wekken.

Om goed zicht te houden op het landelijke doelbereik, brengen alle regio’s de voortgang en eventuele aanscherpingen en bijstellingen systematisch elke twee jaar in beeld. Iedere regio legt dit vast in een document (RES 2.0, RES 3.0, en verder). Na het in werking treden van de Omgevingswet is de RES m.e.r.-plichtig. Daarom is in 2023 gestart met de uitvoering van een m.e.r.-procedure voor de RES 2.0. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van het RES-proces, er wordt daarom onderscheid gemaakt tussen: - Een tweejaarlijks Voortgangsdocument, te beginnen met voorliggende rapportage die op 30 juni 2023 is toegestuurd aan het Nationaal Programma RES (NPRES) - Een RES 2.0 en verder, waarin nieuwe of aangepaste strategische keuzes worden vastgelegd (herijking). De RES 2.0 wordt in maart 2024 aan de raad voorgelegd. In de bijlage is de Voortgangsrapportage 2023 opgenomen die is toegestuurd aan het Nationaal Programma RES. De rapportage geeft de regio inzicht in de vraag of ze op koers ligt met het regionale bod voor 2030. De inzichten uit de rapportage worden meegenomen in de evaluatie en herijking van de RES-afspraken. In de RES 2.0 worden eventuele nieuwe ontwikkelingen en afspraken opgenomen om sturing te geven aan de verdere uitvoering van de RES. De RES 2.0 wordt maart 2024 aan de gemeenteraad ter vaststelling aangeboden.

Kernboodschap De Voortgangsrapportage 2023 (bijlage) geeft inzicht in de voortgang van de realisatie van het RES- bod en de afspraken die in de RES 1.0 voor West-Overijssel zijn vastgelegd. De kernboodschap uit de Voortgangsrapportage wordt hieronder puntsgewijs weergegeven. Voortgang op de energietransitie komt steeds meer op stoom, maar gaat nog niet snel genoeg De afgelopen periode heeft veelal in het teken gestaan van het organiseren van bestuurlijk draagvlak bij gemeenten om met grootschalige opwek (met name wind) aan de slag te gaan. Ondertussen is in bijna alle gemeenten het beleid hiervoor vastgesteld of op route gebracht voor besluitvorming in de gemeenteraad. Daarmee kunnen we constateren dat het op veel plekken goed gaat, maar ook dat nog niet alle plekken met potentie voor wind zijn ingevuld. De productie van duurzame energie uit wind en zon in West-Overijssel gaat niet snel genoeg om in 2030 de afgesproken 1,8 TWh te halen. Circa 45% van het bod is gerealiseerd of in ontwikkeling, 55% moet nog worden ontwikkeld. De productie van zonne-energie ligt op schema waarvan zon-op- dak een forse voortgang boekt. Het is haalbaar de hiervoor gestelde doelstellingen binnen de RES- periode te realiseren. Het aandeel wind blijft echter ver achter en dat heeft nadelige consequenties voor het netwerk, de leefomgeving en de doelstelling vermindering CO2-uitstoot.

Op dit moment is er 220 GWh aan opwek door windturbines gerealiseerd en zit er voor 100 GWh aan plannen in de (gewogen) pijplijn binnen de regio. Gezien de doorlooptijd van dergelijke projecten zou de optelling van realisatie plus gewogen pijplijn op 550 GWh moeten zitten. Er is dus een ‘gat’ van 230 GWh om het huidige RES bod te realiseren. Versnelling op de uitvoering van windprojecten is nodig. Om het gemeentelijke RES bod en de hiermee samenhangende ambities op het gebied van duurzame energie en de warmtetransitie te kunnen realiseren wordt door Steenwijkerland ingezet op realisatie van zon op dak en land én wind op land. Qua zon op dak en zon op land is de realisatie goed op gang gekomen. Van ons lokale bod van 171 GWh hebben we nu 10,3 GWh gerealiseerd en zit er nog 45 GWh in de pijplijn. Zo is het zonnepark in Wanneperveen binnenkort operationeel en wordt op termijn het zonnepark in Willemsoord gerealiseerd, afhankelijk van de uitspraak van de Raad van State. In het huidige tempo gaan we echter de afspraak van ons lokale bod in 2030 niet halen. Om ook windenergie mogelijk te maken wordt op dit moment gewerkt aan een beleidskader en mogelijke College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_005023/39 zoeklocaties binnen Steenwijkerland. Ook werken we aan een herijking van het beleidskader zon op land.

Besluitvorming over beide beleidskaders wordt nog dit jaar aan de raad voorgelegd. Efficiënt gebruik van het netwerk / netcongestie Er is nog veel winst te behalen als we efficiënter gebruik maken van het netwerk (systeemefficiëntie). Dit wordt onder andere veroorzaakt door de verhouding zon:wind, deze is op dit moment 60:40. Dat zou andersom moeten zijn om het netwerk efficiënter te gebruiken en bij te dragen aan vermindering van netcongestie. Een verhouding van 20:80 is nog beter. In grote delen van West-Overijssel kunnen maatregelen voor het efficiënter gebruik van het netwerk de haalbaarheid en betaalbaarheid van het RES-bod vergroten. Gemeenten en provincie spelen hier een belangrijke rol in. Gemeenten spelen ook een rol bij het versnellen van de realisatie van de benodigde uitbreidingen en verzwaringen van de elektriciteitsinfrastructuur, door ruimte beschikbaar te stellen en/of RO-procedures rondom uitbreidingen te versnellen. Inzicht in waar en wanneer afnameschaarste gaat optreden is alleen op hoofdlijnen beschikbaar. De actualiteit laat zien dat in steeds grotere delen van Overijsel er geen capaciteit meer beschikbaar is voor nieuwe grootverbruikers.

Volgens de huidige informatie op de capaciteitskaart van Netbeheer Nederland (https://capaciteitskaart.netbeheernederland.nl) speelt in de hele regio een capaciteitstekort op invoeding en in grote delen ook een tekort op afnamecapaciteit. Dit vraagt om verbreding van de aanpak waarbij tot dusver de focus lag op duurzame stroomopwekking in relatie tot de netwerkcapaciteit. Prioriteren en programmeren van netwerkuitbreidingen heeft middels SNIP- overleg (Samen Naar Integraal Programmeren) en in het provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (pMIEK) een plek gekregen en blijft een belangrijk thema. Het pMIEK afwegingskader richt zich op de middellange en lange termijn. Volgens de capaciteitskaart van de netbeheerders is in Steenwijkerland nog ruimte voor afname, maar zijn er beperkingen voor de invoeding. De noodzaak om opgaven meer aan elkaar te koppelen en efficiënt gebruik te maken van het netwerk, is dus ook voor Steenwijkerland van belang. Voor de stations die op kortere termijn worden verzwaard, zoals Steenwijk Onna, is de realisatie reeds in voorbereiding. Voor de (middel)lange termijn is het nodig dat we samen met de netbeheerders de wederzijdse planvorming afstemmen. Zo werken we samen aan het zo slim mogelijk gebruiken van het netwerk en de verzwaring die op termijn hard nodig is.

Ruimtelijke kwaliteit vraagt om meer (sub)regionale afstemming De regio heeft afgelopen periode veel gewerkt volgens de afgesproken principes over ruimtelijke kwaliteit: onder meer clustering van grootschalige opwek (met name wind), integraal kijken naar andere gebiedsopgaven en de meest waardevolle gebieden ontzien. Wel zien we nog steeds dat de lokale en regionale blik soms van elkaar afwijken. De afspraken zijn dan op gemeentelijk niveau goed nageleefd, maar zijn op (sub)regionaal niveau niet op elkaar afgestemd omdat iedere gemeente haar zoekgebieden inbrengt in een (sub)regionaal proces in plaats van samen (sub)regionaal te kijken wat de beste opties zijn en deze te vertalen naar gemeentelijke zoekgebieden. Afstemming, met behoud van de gemeentelijke autonomie, op (sub)regionaal niveau is hierbij noodzakelijk om te voorkomen dat er in West-Overijssel overal wel iets gebeurt en landschappen daarvan de dupe worden. Naast de samenwerking in de RES regio West-Overijssel zetten we ook in op de samenwerking in RENDO verband. Met de Drentse gemeenten De Wolden, Westerveld en Meppel verkennen we de mogelijkheden voor samenwerking op het gebied van duurzame energie. Binnen de gemeente werken we ook samen met ondernemers en lokale initiatieven aan projecten, zoals het ontwikkelen van een energiehub in samenwerking met onder meer Roelofs, Steenergie en Defensie.

Ook willen we de mogelijkheden verkennen van duurzame energie langs de A32 samen met Rijkswaterstaat in het programma Opwek van Energie op Rijksvastgoed (OER). Warmte in de RES ligt op koers Afgelopen periode is de richting bepaald voor de verdere uitwerking van het warmtedeel in de RES 2.0. We hebben een scherper zicht gekregen op de voor de regio West-Overijssel relevante regionale College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_005024/39 warmtethema’s, met name als het gaat om de inzet van bovenlokale warmtebronnen en warmte- infrastructuur. Duidelijk is dat alle gemeenten inzetten op Groen Gas én elektrificatie (hybride en/of all-electric). We zien niet of nauwelijks inzet van hoge temperatuur restwarmte in de regio. Bij de herijking van het regionale warmtebeeld is geconcludeerd dat de elektrificatie van de warmtevraag een substantieel onderdeel vormt van het warmte-aanbod. Aanscherping van de verwachte omvang van deze opgave is nodig. Verder wordt er op regionaal niveau gewerkt aan kennisdeling en inrichting van de samenwerking in het kader van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW). De regio kijkt ook naar de mogelijke ontwikkeling van een regionaal warmte(netwerk)bedrijf. De regionale warmtemonitor is in ontwikkeling en wordt gekoppeld aan de RES-brede monitoring. Lokaal werken veel gemeenten aan energiebesparing.

Ook de opwek van Groen Gas uit mest wordt lokaal opgepakt. We monitoren of in de toekomst een regionaal doel, beleid of aanpak nodig of wenselijk is om tot verder opschaling te komen. De conclusie is dat het warmtedeel van de RES op koers ligt. De regionale meerwaarde is in beeld en wordt verankerd in de RSW 2.0. In de warmtevisie van Steenwijkerland wordt flink ingezet op energiebesparing en het ondersteunen van onze inwoners om hun woning te verduurzamen. Bij het Energieloket en Infopunt Duurzaam Doen kunnen inwoners informatie vragen over maatregelen en subsidiemogelijkheden of een afspraak maken met een energiecoach. Daarnaast is ook in onze gemeente Groen Gas en elektrificatie belangrijk bij de invulling van de warmtevraag in de toekomst, daarover vindt ook afstemming met de netbeheerders plaats. Invulling van participatief proces en borging lokaal eigendom Doordat de procesparticipatie voor bijvoorbeeld zoekgebieden en beleidskaders bij gemeenten ligt, is het moeilijk om op RES-niveau uitspraken te doen over de effectiviteit van de participatie. Wel is te zien dat in alle gemeenten de inwoners uitgebreid betrokken zijn en worden bij de beleidsvorming. Lokaal eigendom speelt daar een belangrijke rol bij. Lokaal eigendom is een belangrijke ambitie en randvoorwaarde in West-Overijssel. Bijna alle gemeenten hebben hier beleid op geformuleerd en er wordt actief op gestuurd.

West-Overijssel ligt op dit onderwerp op schema. Participatie is een belangrijk thema binnen de gemeente Steenwijkerland. In het herijkte beleid van zon op land is dit ook opgenomen en ook in het beleidskader voor Wind wordt dit een belangrijk element. De herijking en het nieuwe beleidskader voor wind worden u in de loop van dit jaar ter vaststelling aangeboden. Consequenties voor de gemeente De Voortgangsrapportage heeft geen consequenties voor de gemeente. Het geeft de regio inzicht in de vraag of ze op koers ligt met het regionale bod voor 2030. De bevindingen uit de rapportage worden meegenomen in de gesprekken binnen de regio over de verdere uitwerking van de RES 2.0. In de zomer van 2023 worden de afspraken van de RES 1.0 geëvalueerd door de samenwerkende partners binnen de regio. Op basis van de inzichten uit de Voortgangsrapportage wordt gekeken naar waar de regio staat, wat er nog moet en wat er nodig is om dat te realiseren. Uitgangspunt zijn het RES-bod en de afspraken uit de RES 1.0. De uitkomsten zijn input voor de RES 2.0 die begin november gereed is voor de terinzagelegging samen met het PlanMER. Vaststelling van de RES 2.0 door de raden, Staten en algemeen bestuur is voorzien in maart 2024. Mocht er gedurende dit proces aanleiding zijn om inhoudelijke aanpassingen te bespreken, dan legt het college dit voor aan de raad.

Daarnaast zijn er nog enkele gerelateerde beleidsdocumenten in voorbereiding die u in de loop van het jaar ter vaststelling worden aangeboden. Te weten het herijkte beleid zon op land en het beleid voor grootschalige opwek van windenergie inclusief de zoekgebieden. Communicatie De RES-organisatie heeft een persbericht uitgereikt aan de regionale pers. Vanuit Steenwijkerland is een persbericht uitgebracht via onze eigen communicatiekanalen. College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_005025/39 Vervolg De Voortgangsrapportage is op 30 juni 2023 aangeleverd bij het Nationaal Programma RES. Alle 30 energieregio's hebben de voortgang aangeleverd, waardoor goed zicht komt op de voortgang van het landelijke doelbereik en eventuele knelpunten en/of belemmeringen in de doelrealisatie. Besluit In te stemmen met de informatienota over de voortgang van de realisatie van het RES-bod inclusief de Voortgangsrapportage RES West-Overijssel 2023. Bijlagen 1. Bijlage Voortgangsrapportage RES West-Overijssel 2023 Vertrouwen, verbinden, versnellen. Voortgangsrapportage Regionale Energie Strategie West-Overijssel juni 2023 College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_005026/39 2 Voorwoord Voor u ligt de voortgangsrapportage RES 2.0 van de regio West-Overijssel. Het geeft een inkijk in de stand van zaken op dit moment.

Deze inkijk is als een foto: een statisch moment binnen het dynamisch geheel dat energietransitie heet. De partners van de RES West-Overijssel zetten zich in voor de ambitie dat we als samenleving fossiele brandstoffen vervangen door energie dat op een duurzame manier is opgewekt. Dit proces, met alle hobbels en obstakels die we zijn tegengekomen en nog zullen tegenkomen, doorlopen we sámen. Tot op heden zijn we erin geslaagd elkaar goed te vinden en elkaar aan te spreken, zonder de goede onderlinge band te verliezen. Met deze foto in onze handen kijken we naar 2030 en 2050. Aan de bestuurders de eer de noodzakelijke dingen goed beet te pakken, juist te adresseren en er een weloverwogen besluit over te nemen. Ik kan u verzekeren dat er door alle partners hard wordt gewerkt met de beste bedoelingen. Daarom is een woord van dank ook op zijn plaats: allen die zich hebben ingezet voor de energietransitie in West-Overijssel, hartelijk dank! Bart Jaspers Faijer Voorzitter RES West-Overijssel College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_005027/39 3 Managementsamenvatting De uitvoering van de RES in West-Overijssel komt steeds meer op stoom. De afgelopen periode heeft vooral in het teken gestaan van het uitwerken en uitvoeren van de gemaakte afspraken uit de RES 1.0.

Er is veel energie gezet op het organiseren van bestuurlijk draagvlak bij gemeenten om met grootschalige opwek (met name wind) aan de slag te gaan. Binnen de RES en tussen de RES partners is deze RES periode hard gewerkt aan informatie-uitwisseling, het opzetten van een goede monitoring op de uitvoering en het ondersteunen van gemeenten bij het formuleren van nieuw beleid. Door gemeenten is hard gewerkt aan het bepalen van de zoekgebieden en het opstellen van de bijbehorende kaders voor grootschalige opwek. Ondertussen is in bijna alle gemeenten dit beleid vastgesteld of op route gebracht voor besluitvorming in de gemeenteraad. Daarmee kunnen we constateren dat het in veel gemeenten goed gaat met het vaststellen van zoekgebieden en het ontwikkelen van lokale beleidskaders. Ook de provincie heeft invulling gegeven aan haar rol als bevoegd gezag bij grootschalige windprojecten door beleidskaders op te stellen en in gesprek te treden met gemeenten over beleidskeuzes en de rolverdeling bij de uitvoering. Veel factoren beïnvloeden hoeveel zonne- en windenergie uiteindelijk gerealiseerd kan worden. Denk aan beperkingen in de ruimte, de mate waarin een locatie en de keuze voor zonne-en windenergie maatschappelijk geaccepteerd wordt en de beschikbaarheid van netcapaciteit. In de praktijk zullen niet alle projecten slagen.

Daarom is het belangrijk dat de RES een zekere overprogrammering heeft. Het is van belang meer en/of grotere zoekgebieden aan te wijzen dan voor het behalen van de afgesproken doelstelling (1,8 TWh) ruimtelijk gezien strikt nodig is. Dit is ook zo afgesproken in het Klimaatakkoord. Op die manier valt er in de toekomst wat te kiezen en kunnen onvermijdelijke tegenvallers opgevangen worden. Vanwege de lange doorlooptijd om een windturbine project inclusief vergunningverlening te realiseren (circa 8 jaar van initiatief tot productie) en de beperkt gevulde pijplijn is een versnelling nodig. De provincie heeft hier met haar Programma Provinciale Energiestrategie (PPE) reeds stappen in gezet vanuit haar rol als bevoegd gezag. Gelet op de urgentie en de uitkomst van de RES-monitor - waaruit blijkt dat de realisatie van wind achter blijft - is dit nu aanleiding om meer te gaan sturen op de realisatie van de ambitie. De verwachte productie van duurzame elektriciteit met grootschalige opwek in West-Overijssel is onvoldoende om in 2030 de afgesproken 1,8 TWh te halen. Circa 45% van het bod is gerealiseerd of in ontwikkeling, 55% moet nog worden ontwikkeld. De productie van zonne-energie ligt op schema waarbij zon-op-dak een forse voortgang boekt.

Het aandeel wind blijft echter ver achter en dat heeft nadelige consequenties voor het netwerk, de leefomgeving en de doelstelling: vermindering van de CO2-uitstoot. Daarmee is het Afwegingskwadrant uit balans. Het is daarom noodzakelijk om zodra dit jaar de laatste zoekgebieden zijn aangewezen een versnelling te realiseren op de uitvoering van windprojecten. Met name rond de windambitie is het van belang scherp te krijgen welke ambitie uiteindelijk leidend gaat zijn en waarop gestuurd moet worden. Het bod (de optelling van de gemeentelijke biedingen) en de afspraak om te streven naar een 60:40 wind:zon verhouding uit de RES 1.0 blijkt namelijk niet voldoende om een juiste balans tussen wind en zon te realiseren. Een nadere uitwerking hiervan zal onderdeel uit moeten maken van de RES 2.0. Het zwaartepunt zal de komende periode in ieder geval komen te liggen op realiseren van de geformuleerde ambities (met name wind) en kennisdeling. College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_005028/39 4 Er is nog veel winst te behalen met betrekking tot het hoekpunt systeemefficiëntie. In grote delen van West-Overijssel kunnen maatregelen voor systeemefficiëntie de haalbaarheid en betaalbaarheid van het RES-bod vergroten. Gemeenten en provincie spelen hier een belangrijke rol in.

Zij kunnen beleidsmatig voorrang geven aan windprojecten of een combinatie van zon-wind-projecten en bijvoorbeeld zonnevelden met enkelgebruik niet langer toestaan. De afgelopen periode hebben we richting bepaald voor de verdere uitwerking van het warmtedeel in de RES 2.0. Daarbij is geconcludeerd dat de met name de elektrificatie van de warmtevraag aanscherping nodig heeft. Verder wordt er op regionaal niveau gewerkt aan inrichting van de samenwerking in het kader van het Nationaal Programma Lokale Warmtetransitie (NPLW) en de mogelijke ontwikkeling van een regionaal warmte(netwerk)bedrijf. De regionale warmtemonitor wordt verder ontwikkeld en gekoppeld aan de RES brede monitoring. De conclusie is dan ook dat het warmtedeel van de RES op koers ligt. De regionale meerwaarde is in beeld en wordt verankerd in de RSW 2.0. Doordat de procesparticipatie voor bijvoorbeeld zoekgebieden en beleidskaders bij gemeenten liggen, is het moeilijk om op RES niveau uitspraken te doen over de effectiviteit van de participatie. Wel zien we dat in alle gemeenten de inwoners uitgebreid betrokken zijn en worden bij de beleidsvorming. Lokaal eigendom speelt daarin een belangrijke rol. Lokaal eigendom is ook een belangrijke ambitie en randvoorwaarde in RES West-Overijssel. Bijna alle gemeenten hebben hier beleid op geformuleerd en er wordt actief op gestuurd.

West-Overijssel ligt op dit onderwerp op schema. De komende periode gaan we als RES aan de slag met het aanvullen en waar nodig aanscherpen van onze afspraken. Deze voortgangsrapportage rijkt ons hiervoor de bouwstenen aan. Doel is om na het herijken van de afspraken in de RES 2.0, te versnellen op de uitvoering en waar nodig de kracht van de samenwerking te verstevigen om onze doelen te halen. College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_005029/39 5 Inhoudsopgave Voorwoord pagina 2 Managementsamenvatting 3 1. Inleiding 7 2. Voortgang in grip op uitvoering medio 2023 8 2.1 De opgaven uit de RES 1.0 8 2.2 Proces 2021 – 2023 9 2.3 Proces RES 2.0 11 2.4 PlanMER 11 2.5 Conclusie grip op uitvoering 11 3. Waar staat de regio in het realiseren van duurzame opwek op land? 12 3.1 Ontwikkelingen in beleid 12 3.2 Overzicht gerealiseerd, pijplijn en resterend 13 3.3 Stand van zaken zon 13 3.4 Stand van zaken wind 14 3.5 De afspraak wind:zon van 60%:40% 16 3.6 Conclusie realisatie duurzame opwek 18 4. Ruimtelijke kwaliteit 19 4.1 Algemeen 19 4.2 Wat zien we? 20 4.3 Conclusie ruimtelijke kwaliteit 21 5. Netwerk 22 5.1 Stand van zaken elektriciteitsnetwerk 22 5.2 Bijdrage RES aan programmering regionale energiesysteem 22 5.3 Impact van programmeren voor de RES 23 5.4 Conclusie netwerk 24 6.

Warmte 25 6.1 Inleiding actuele RSW 25 6.2 Actualisatie van het regionale warmtebeeld 25 6.3 Inzet van bovenlokale warmtebronnen en warmte-infrastructuur 27 6.4 Conclusie warmte 28 7. Participatie 29 7.1 Voortgang participatie 29 7.2 Lokaal Eigendom 29 7.3 Rol energiecoöperaties 30 7.4 Communicatie 31 7.5 Conclusie participatie 31 College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050210/39 6 8. Vooruitblik naar 2023-2025 32 8.1 Verder met de uitvoering 32 8.2 RES in het samenhangende regionale energiesysteem 32 8.3 Kruisbestuiving van RES met andere programma’s 32 8.4 Vooruitblik kaderstellende besluitvorming en verantwoordingsmomenten 32 College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050211/39 7 1. Inleiding Aanleiding In het Klimaatakkoord is afgesproken dat, om goed zicht te houden op het doelbereik, alle RES-regio’s de voortgang systematisch elke twee jaar in beeld brengen en dit vastleggen in een document (RES 2.0, RES 3.0, en verder). In plaats van de RES 2.0 wordt dit nu als gevolg van het advies RES en MER het Voortgangsdocument. In het Voortgangsdocument geeft de regio inzicht in de vraag of ze op koers ligt met het regionale bod voor 2030. Het Voortgangsdocument heeft een cyclus van 2 jaar (1 juli 2023, 2025, etc.).

In de RES 2.0 zullen vervolgens eventuele nieuwe ontwikkelingen en aanvullende afspraken opgenomen worden om sturing te geven aan de verdere uitvoering van de RES. Context Binnen de RES-regio West-Overijssel werken elf gemeenten, provincie Overijssel, vier waterschappen en drie netbeheerders samen aan duurzame energie met een Regionale Energiestrategie (RES). In de RES 1.0 van West-Overijssel staat hoe we in onze regio van fossiele energie overschakelen op duurzame elektriciteit en duurzame warmte. Ook staat in diezelfde RES welke infrastructuur en opslag daarvoor nodig zijn, hoe we dit in relatie tot de ruimtelijke kwaliteit vormgeven en hoe inwoners hierbij betrokken worden. We hebben daarbij gezamenlijk afgesproken om in 2030 ruim 1,8 TWh duurzame elektriciteit met grootschalige wind en zon op te wekken binnen de regio. Doel van deze rapportage De regio beschrijft in deze rapportage de voortgang van het realiseren van de RES-bieding (gerealiseerd, pijplijn, ambitie van hernieuwbare energie, warmte, netwerk en participatie) en afspraken die in de RES 1.0 omschreven zijn. Daarbij wordt ook inzicht gegeven in hoeverre de resultaten van de RES zijn verankerd in het omgevingsbeleid en welke instrumenten daarvoor zijn gebruikt.

Is er bijvoorbeeld al een PlanMER uitgevoerd? Zijn er al onherroepelijke vergunningen? Kan het op het net? Hoe verloopt de participatie? Welke relaties zijn er gelegd met andere sectoren/thema’s in het gebied? Leidt dit tot koppelkansen? Dit is cruciale informatie voor de regio om inzicht te krijgen in de stand van zaken en voor het Rijk om landelijk te kunnen monitoren of de 30 regio’s sámen ook op koers liggen voor 2030. De regio’s worden gevraagd om aan te geven of en zo ja, welke knelpunten en/of belemmeringen zij signaleren die landelijk, provinciaal, regionaal of lokaal opgelost moeten worden om het gewenste doel te realiseren. Wat vindt u in deze Voortgangsrapportage? Deze Voortgangsrapportage begint met een overzicht van de opgaven zoals die in de RES 1.0 zijn geformuleerd en/of tussentijds aan de opgaven zijn toegevoegd door de bestuurders (hoofdstuk 2). Dat is het vertrekpunt. Vervolgens wordt in hoofdstuk 3 beschreven waar we staan ten opzichte van 1 juli 2021 toen de RES 1.0 werd ingediend. We beschrijven de beleidsontwikkelingen de feiten en cijfers met betrekking tot de afspraken over de opwek van energie (TWh) en de verdeling daarvan tussen zon- en wind, de ruimtelijke kwaliteit (Hoofdstuk 4), het netwerk (Hoofdstuk 5), warmte (Hoofdstuk 6) en participatie en lokaal eigendom (Hoofdstuk 7). Hoofdstuk 8 geeft een doorkijk naar de volgende RES-periode.

College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050212/39 8 2. Voortgang in grip op uitvoering medio 2023 2.1 De opgaven uit de RES 1.0 In de RES 1.0 zijn over de verschillende onderwerpen afspraken gemaakt om te komen tot realisatie van de opwek van duurzame elektriciteit op land en een samenhangende regionale structuur voor de warmte-opgave. Een deel van de opgaven valt onder de verantwoordelijkheid van de individuele gemeenten, een deel bestaat uit gezamenlijke opgaven. De noodzakelijke stappen om te komen tot realisatie van het RES 1.0-bod staan in onderstaande tabel (tabel 1) samengevat en per opgave is met kleur aangegeven wat de stand van zaken is in relatie tot de gestelde doelen. Vervolgens zijn de bijbehorende procesindicatoren uitgewerkt in het volgende hoofdstuk.

Tabel 1 - Samenvatting benodigde uitwerkingsstappen RES 1.0 en stand van zaken per 1 januari 2023 Thema/Uitwerkingsstap Datum 1/06 2023 Duurzame elektriciteit opwek op land Borging RES 1.0 in provinciaal en lokaal beleid RES 2.0 Hoofdstuk 3 Onderzoek PlanMER-plicht 2022 Afgerond Uitvoering PlanMER 2023 Hoofdstuk 2 Vaststellen zoekgebieden wind 1 juli 2023 Hoofdstuk 3 Zon- en windprojecten vergund 1 januari 2025 Hoofdstuk 3 Streven naar verdeling wind:zon=60:40 2023 en verder Hoofdstuk 3 Realisatie RES-bod van 1,826 TWh in 2030 2030 Hoofdstuk 3 Ruimtelijke kwaliteit Optimaliseren ruimtelijke kwaliteit 2022 en verder Hoofdstuk 4 Subregionale samenwerking 2023 en verder Hoofdstuk 4 Netwerk Afstemming projecten en opgaven netwerk regionaal en lokaal 2022 en verder Hoofdstuk 5 Warmte Verdiepen aanwezigheid en verdeling boven- lokale bronnen RES 2.0 Hoofdstuk 6 Kennisontwikkeling versleepbare bronnen RES 2.0 Hoofdstuk 6 Afstemming TVW en RSW en consequenties RES 2.0 Hoofdstuk 6 Verkenning regionaal of gemeentelijk energie- of warmte(net)bedrijf 2022 en verder Hoofdstuk 6 Participatie Borging minimaal 50% lokaal eigendom 1 juli 2023 Hoofdstuk 7 Participatie 2022 en verder Hoofdstuk 7 Grip op de uitvoering Monitoring, voortgang en verantwoording 2 keer per jaar Hoofdstuk 3 Implementatie organisatie 2022 Hoofdstuk 2 Rood: knelpunt / oranje: geen knelpunt maar nog niet afgerond / groen:

op schema College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050213/39 9 Het afwegingskwadrant Binnen RES West-Overijssel wordt gewerkt met het afwegingskwadrant van de NP RES. De plannen en de zoekgebieden worden afgewogen binnen de hoekpunten ‘bijdrage energietransitie’, ‘maatschappelijke kostenefficiency’, ‘ruimtelijke kwaliteit’ en ‘maatschappelijke acceptatie’. Dit afwegingskwadrant hanteren we bij de toetsing van de voortgang van de RES in West-Overijssel. De activiteiten en plannen zullen aan alle hoekpunten van dit kwadrant zo veel als mogelijk evenredig moeten bijdragen waardoor het kwadrant in evenwicht is. Dat zal niet altijd lukken en dan helpt het kwadrant ook om tot een goede onderbouwing te komen van de gemaakte keuze. Figuur 1: Afwegingskwadrant RES West-Overijssel 2.2 Proces 2021 – 2023 2.2.1 Proces De uitvoering van de RES West-Overijssel komt steeds meer op stoom. De afgelopen periode heeft veelal in het teken gestaan van het organiseren van bestuurlijk draagvlak bij gemeenten om met grootschalige opwek (met name wind) aan de slag te gaan. Ondertussen is in bijna alle gemeenten het beleid hiervoor vastgesteld of op route gebracht voor besluitvorming in de gemeenteraad.

De Provincie Overijssel is op basis van de afspraken in de RES het gesprek aangegaan en heeft duidelijkheid gegeven over haar rol en de wettelijke taken (beschreven in het PPE) die daarbij horen en de partners te houden aan de afspraak uit de RES 1.0 (aanwijzen zoekgebieden wind voor 1 juli 2023). De Provincie heeft aan gemeenten die nu in het proces zitten om zoekgebieden aan te wijzen na 1 juli, laten weten uitstel te verlenen op het starten van een PIP proces. Ook is er door gemeenten en provincie flink geïnvesteerd in mensen waarbij de provincie o.a. trainees beschikbaar heeft gesteld aan gemeenten. Waar het gebrek aan capaciteit op dit vlak aan het begin van de RES nog een groot knelpunt was, zien we hier stap voor stap verbetering in. Door de financiële College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050214/39 10 bijdrage vanuit het Rijk zijn gemeenten in staat om meer mensen aan te nemen. Hoewel de krapte op de arbeidsmarkt ons hier ook parten speelt. Ondanks dat zien we een versnelling in de borging van de RES-afspraken in beleid en het aanwijzen van zoekgebieden. Om voortgang in planvorming en uitvoering in de RES te blijven boeken, is een proces uitgelijnd met daarin concrete stappen en oplevermomenten zoals voorliggende Voortgangsrapportage en de RES 2.0 (planning begin 2024).

Door duidelijkheid te bieden in de planning, wanneer er een besluit moet worden genomen, waarover en door wie, ontstaat er meer ontspanning en is ook duidelijk wanneer in eigen huis besluitvorming over de RES plaats moet vinden. De planning wordt regelmatig gedeeld met ambtenaren, bestuurders, Adviesgroep en ook de Werkgroep RSAB. 2.2.2 Samenwerking De regio West-Overijssel kent geen lange historie op samenwerking zoals andere regio’s die vanuit de WGR zijn ingesteld. Het is voor de regio dan ook zoeken hoe die samenwerking het best kan worden vormgegeven. De eigen autonomie is een groot goed en is dan ook als randvoorwaarde in de RES 1.0 opgenomen. We zien dat de gemeenten op ambtelijk vlak samenwerken in de vorm van samen ontwikkelen, kennis delen en opdoen, projecten starten. Daar heeft het provinciale programma Nieuwe Energie Overijssel (NEO) een groot aandeel in. In de daarvoor goed georganiseerde werkplaatsen treffen ambtenaren en soms ook maatschappelijke organisaties elkaar maandelijks om te werken aan de energietransitie in brede zin. De bestuurders weten elkaar ook te vinden en afstemming over gezamenlijke opgaven en hoe die ten uitvoer te brengen, komt op gang. Afstemming in het belang van de ruimtelijke kwaliteit, het netwerk en participatie zijn van belang. 2.2.3 Organisatie Na het opleveren van de RES 1.0 is een half jaar later een nieuwe werkorganisatie opgezet.

Doel was om deze te bemensen via detachering vanuit de betrokken RES-partners. Om de betrokkenheid en het eigenaarschap te vergroten/versterken. De vorige werkorganisatie bestond uit externe inhuur en door onduidelijkheid over beschikbare middelen is deze na oplevering van de RES 1.0 ontmanteld met als gevolg stilstand in het RES-proces. Een deel van de werkorganisatie bestaat nog steeds uit externe inhuur. Het streven blijft deze op den duur te vervangen door detachering vanuit de partners. Door de toezegging van de langjarige financiering van de RES ‘en door het Rijk is de continuïteit van de uitvoering van het proces geborgd. Er heeft sinds de start van de RES geen structuurwijziging plaatsgevonden ten opzichte van de RES 1.0. Het Bestuurlijk Platform RES West-Overijssel is het orgaan dat de besluiten neemt over de RES in de vorm van documenten die doorgeleid worden naar de colleges van burgemeester en wethouders, Gedeputeerde Staten en de dagelijks besturen van de waterschappen. Het Bestuurlijk Platform bestaat uit een bestuurlijke vertegenwoordiging van gemeenten, provincie en waterschappen. De netwerkbedrijven zijn toegevoegd als adviseur. De Stuurgroep RES West-Overijssel bereidt het Bestuurlijk Platform voor en stuurt, daarin geadviseerd door het ambtelijk overleg en de werkorganisatie, op het proces van de RES.

Binnen de RES West-Overijssel is een regionale werkgroep van raadsleden, Statenleden en algemene bestuursleden van waterschappen opgericht die het mogelijk maakt voor volksvertegenwoordigers om gezamenlijk op te trekken in het RES-proces. De Werkgroep RSAB RES West-Overijssel adviseert de Stuurgroep over de informatie en/of activiteiten die nodig zijn voor de gezamenlijke beeldvorming van de RES. Deze activiteit hangt nadrukkelijk samen met het versterken van de informatiepositie van volksvertegenwoordigers, ook in het eigen gemeentehuis. De adviesfunctie van de maatschappelijke partners richting het Bestuurlijk Platform is vormgegeven via de Adviesgroep voor maatschappelijke organisaties. College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050215/39 11 2.3 PlanMER Ten behoeve van de RES 2.0 West-Overijssel wordt een PlanMER opgesteld. Provincie Overijssel treedt binnen de m.e.r.-procedure op als coördinerend bevoegd gezag. Om te bepalen wat er onderzocht wordt en tot op welk niveau, is een conceptnotitie Reikwijdte en Detailniveau (NRD) opgesteld.

Deze notitie bevat het plan van aanpak voor het op te stellen PlanMER en geeft antwoord op de vragen: welke milieueffecten gaan we onderzoeken? En op welke thema’s? We kijken daarbij naar de effecten op leefbaarheid van mens en dier, veiligheid, landschap, natuur, de infrastructuur van het energienet en de maatschappelijke kosten. In het PlanMER wordt een viertal thematische alternatieven uitgewerkt. Deze alternatieven worden ingezet om de hoeken van het speelveld in beeld te brengen en dienen ter ondersteuning voor de te maken keuzes met betrekking tot de zoekgebieden wind en zon die een plek krijgen in de RES 2.0, 3.0 en verder. Van 8 februari tot en met 22 maart jl. lag deze concept-NRD ter inzage, de verwerking van zienswijzen in een Reactienota, Samenvatting en Notitie wijzigingen is momenteel in uitvoering. Voorzien is dat het PlanMER samen met het ruimtelijk besluit, de RES 2.0, eind 2023 ter inzage wordt gelegd. 2.4 Herijking RES Na het in werking treden van de Omgevingswet is de RES PlanMER-plichtig. Dit heeft gevolgen voor de inrichting van het RES-proces. Er zal voortaan een onderscheid worden gemaakt tussen: 1. Een RES Voortgangsdocument, verschijnt tweejaarlijks, te beginnen juli 2023. 2. De RES 2.0, waarin nieuwe of aangepaste strategische keuzes worden vastgelegd. En als de RES 2.0 niet meer voldoet volgt, er een RES 3.0, 4.0 en verder.

De ‘NP RES term’ Herijking vertalen wij in West-Overijssel naar de volgende vraag: welke (aanpassingen van/aanvulling op) afspraken zijn er nodig om de doelstelling uit de RES 1.0 te realiseren voor 2030? We kijken daarbij naar waar we staan, wat er nog moet en wat er nodig is om dat te realiseren. Uitgangspunt zijn het bod en de afspraken uit de RES 1.0. Voor de zomer starten we met beantwoorden van deze vraag en nemen de uitkomsten mee in de RES 2.0 die begin november gereed is voor de terinzagelegging samen met de PlanMER. 2.5 Conclusie De samenwerking in de RES-regio West-Overijssel komt op gang. Bestuurlijk zijn er de afgelopen periode significante stappen gezet. Partners weten elkaar te vinden en zetten stappen om ook de moeilijkere gesprekken onderling aan te gaan. De organisatie en de overlegstructuur staan, de opgaven zijn duidelijk, het PlanMER is bijna gereed, er zijn (voldoende) middelen, er staat niet veel meer in de weg om te komen tot verdere uitvoering. De samenwerking verdient nog wel aandacht en kan verder gaan dan tot nu toe is gedaan. Dat is noodzakelijk om een versnelling in de uitvoering tot stand te brengen. College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050216/39 12 3.

Waar staat de regio in het realiseren van duurzame opwek op land? 3.1 Ontwikkelingen in beleid In de RES 1.0 is de afspraak gemaakt om voor 1 juli 2023 zoekgebieden aan te wijzen en dit in het ruimtelijk beleid van de deelnemende overheden op te nemen. Nu, twee jaar later, hebben veel gemeenten zoekgebieden vastgesteld of zijn gemeenten van plan dat voor 1 juli 2023 te doen. Een aantal gaat dat net niet redden maar zet zich in om uiterlijk 1 januari 2024 haar zoekgebieden aan te wijzen. Voor gemeenten die 1 januari 2024 niet halen, zal de provincie, als een windinitiatief zich meldt en het past binnen het provinciaal beleid, het initiatief in behandeling nemen en een Provinciaal Inpassingsplan (PIP) starten. Zij zal dit in samenwerking met de gemeente blijven doen maar daarmee verliest de gemeente wel haar regie op het initiatief. Acht gemeenten; Dalfsen, Staphorst, Hardenberg, Zwolle, Zwartewaterland, Ommen, Kampen en Olst- Wijhe, hebben zoekgebieden voor wind vastgesteld. Drie gemeenten hebben nog geen zoekgebieden vastgesteld (Deventer, Steenwijkerland en Raalte). In Steenwijkerland werkt men momenteel aan besluitvorming rondom windbeleid. De verwachting is dat deze najaar 2023 ter besluitvorming aan de gemeenteraden voorgelegd gaan worden. Ook Raalte heeft besloten zoekgebieden te gaan aanwijzen en windbeleid op te gaan stellen.

Wanneer dit ter besluitvorming aan de gemeenteraad kan worden voorgelegd wordt momenteel in een proces nader vormgegeven. In Deventer ligt na de zomer het collegevoorstel voor het aanwijzen van een zone als zoekgebied voor wind ter besluitvorming voor aan de gemeenteraad. Gekoppeld aan dit besluit is de start van een gebiedsproces in het najaar waarin met diverse betrokken partijen een lokaal toetsingskader voor wind wordt uitgewerkt. Daarbij gaat het o.a. om voorwaarden voor participatie, gebiedsfondsen, eigenaarschap en geluidsnormen. Staphorst heeft haar windopgave voor 2030 al gerealiseerd en heeft zoekgebieden vastgesteld voor na 2030. Figuur 2: Kaart met vastgestelde zoekgebieden tot 2030. NB Staphorst heeft zoekgebieden vastgesteld voor na 2030. Deze staan niet op deze kaart. College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050217/39 13 3.2 Overzicht gerealiseerd, pijplijn en resterend Circa 45% van het bod is gerealiseerd of in ontwikkeling, 55% moet nog worden ontwikkeld. Vanwege de lange ontwikkeltijd bij windprojecten moeten vergunningen voor windprojecten uiterlijk 1 januari 2025 zijn verleend om het bod voor wind in 2030 te kunnen halen. In een aantal gemeenten volgt nog besluitvorming rondom ruimtelijke kaders, zoekgebieden en/of uitsluitingsgebieden. Daarnaast zien we de gewogen pijplijn langzaam opdrogen.

Deze wordt onvoldoende aangevuld met nieuwe initiatieven. Dat betekent niet dat er geen initiatieven zijn maar wel dat deze beleidsmatig nog niet passen vanwege het op moment van schrijven nog ontbreken van vastgesteld beleid en zoekgebieden en nog niet boven water komen in de monitor. Denk hierbij aan een windproject dat al behoorlijk in de steigers staat maar wat speelt in een gemeente dat (nog) geen zoekgebied heeft vastgesteld. Dit beeld kan bij beleidswijzigingen dus ook snel veranderen. Met betrekking tot de opwek (1,8 TWh) verwachten we dat als de regio niet versnelt, de opwek van 1,8 TWh in 2030 niet gehaald wordt. Deze conclusie is gebaseerd op de cijfers van de monitor (figuur 3) in combinatie met de volgende procesindicatoren: - Aantal gemeenten met vastgestelde zoekgebieden wind. - Aantal gemeenten die de RES 1.0 hebben vastgelegd in beleid. - Aantal projecten (wind) in de initiatieffase en nog niet in behandeling (onder de radar). - De tijd die realisatie van een windproject kost (gemiddeld zeven jaar). Figuur 3: De gewogen pijplijn bevat die projecten die al in procedure/voorbereiding zijn en een redelijke kans van slagen hebben 3.3 Stand van zaken zon We zien een positieve ontwikkeling in de realisatie van zonneparken. Het is echter nog wel een uitdaging om het bod ter zake tijdig te realiseren.

Het is binnen de RES-periode haalbaar de doelstellingen die gesteld zijn voor zon-op-veld te behalen. Ook zon-op-dak loopt voorspoedig. Er wordt meer zon-op-dak gerealiseerd. Dit is positief want daaruit blijkt dat meer en meer de zonneladder wordt gevolgd. Ook in de communicatie naar inwoners toe is dat belangrijk. Een vaak gehoord argument is ‘Leg eerst de daken maar vol’. College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050218/39 14 Opgemerkt wordt dat er zowel op Rijksniveau (zonnebrief minister Jetten), provinciaal niveau (Het Fundament voor de nieuwe Omgevingsvisie) als bij verschillende gemeentes nieuwe inzichten zijn ontstaan over de toepasbaarheid van zon op land. Het Rijk wil zonprojecten zoveel mogelijk realiseren op daken en andere objecten en op die manier landbouw- en natuurgronden zo veel mogelijk ontzien. Daarbij zijn nieuwe monofunctionele zonnevelden (tenzij gekoppeld aan windlocaties) steeds minder in beeld als techniek die een bijdrage moet leveren aan de RES-doelstellingen. Dat heeft consequenties voor de ontwikkeling van zonneparken in het veld. De gevolgen zijn helemaal groot voor gemeenten die vooral inzetten op zon. In die gemeenten zal een deel van het bod dat eerder gevuld werd met zon op land gerealiseerd moeten worden via wind op land.

Figuur 4: Stand van zaken zon op dak Figuur 5: Stand van zaken zon op veld 3.4 Stand van zaken wind Voor wind geldt dat we achterlopen in de realisatie daarvan. Niet overal, maar wel in veel gemeenten. Het grootste struikelblok was tot voor kort het gebrek aan beleid voor wind in College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050219/39 15 gemeenten. Hier is de afgelopen periode in veel gemeenten verandering in gekomen en de verwachting is dan ook dat er snel meer projecten in de pijplijn zullen verschijnen. De procesindicatoren: aantal gemeenten met vastgestelde zoekgebieden wind, aantal gemeenten die RES 1.0 hebben vastgelegd in beleid, aantal projecten (wind) in de initiatieffase, en de tijd die realisatie kost (gemiddeld zeven jaar), geven niet de indruk dat het tempo significant omhoog gaat de komende periode. Daarbij wordt opgemerkt dat het huidige aandeel gerealiseerde windparken (waarvan de opwek is weergegeven in figuur 6) voornamelijk is gebaseerd op windparken waarvan de plannen zijn gemaakt voor de start van de RES. Figuur 6: Stand van zaken wind Er is sprake van een toename van het aantal gemeenten dat zoekgebieden voor wind heeft vastgesteld. Echter, een vastgesteld zoekgebied is nog geen garantie voor een snelle uitrol van projecten. Dit geldt vooral voor gemeenten die aangeven geen wind te willen ontwikkelen en die nog geen windbeleid hebben.

We zien nog te weinig concrete nieuwe initiatieven voor windparken en de initiatieven die er zijn, vertonen te weinig voortgang. Het gegeven dat de voortgang op wind achterblijft, heeft grote consequenties voor de verhouding wind:zon (zie hierna). Figuur 7: Verhouding wind/zon van het aandeel gerealiseerd + de gewogen pijplijn (in MWh) 0% 20% 40% 60% 80% 100% Dalfs en Deventer Hardenberg Kampen Ols t-Wijhe Ommen Raalte Staphorst Steenwijkerland Zwartewaterland Zwolle West -Overijssel Verhouding Wind-Zon Aandeel Wind Aandeel zon College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050220/39 16 De blauwe lijn geeft aan waar we zouden moeten staan om de doelstelling van 1,1 TWh (60% wind ten opzichte van het totale bod van 1,8 TWh) te behalen. Hierbij is rekening gehouden met de realisatiegraad van de windparken. De gemiddelde doorlooptijd van een windpark van planfase tot realisatie is 7 jaar.

Rekening houdend met de doorlooptijd van windprojecten zouden de plannen het volgende traject af dienen te leggen om de ambitie te halen: • 2023: RO procedure (Fase 2, realisatiegraad 50%) • 2025: Vergunningaanvraag (Fase 3, realisatiegraad 60%) • 2027: Subsidiebeschikking (Fase 5, realisatiegraad 95%) Figuur 8: Voortgang in relatie tot zon:wind verhouding Momenteel is er 220 GWh aan opwek door windturbines gerealiseerd en zit er voor 100 GWh aan plannen in de (gewogen) pijplijn. Gezien de doorlooptijd zou de optelling van realisatie plus gewogen pijplijn op 550 GWh moeten zitten. Er is dus een ‘gat’ van 230 GWh om het huidige bod te realiseren. Dit correspondeert met 23 turbines in RO procedure (Fase 2, 50% realisatiegraad). Om de omslag 60:40 te bereiken is er meer nodig. Hierover meer in de volgende paragraaf. 3.5 De afspraak verhouding wind:zon van 60%:40% In de RES 1.0 is afgesproken toe te werken naar een verhouding wind 60%:zon 40%. Vanuit het netwerk bekeken is een verhouding van 80:20 gewenst maar omdat dit niet in balans te krijgen is met de overige hoekpunten van het afwegingskwadrant is afgesproken te streven naar 60:40. Deze afspraak geldt op regionaal niveau. Dit betekent dat gemeenten ver boven de 60% en ver onder de 60% wind uit mogen komen zolang het netwerk dit aankan, het ruimtelijk passend is en we regionaal aan de afspraak voldoen.

Als voorbeeld: Dalfsen lijkt boven de 60% uit te gaan komen, Zwolle eronder. Dit is ook logisch als je kijkt naar de grote hoeveelheid zon-op-dak-projecten in Zwolle en de fysieke ruimte die Zwolle heeft. Zolang dit elkaar uit blijft middelen, is dit acceptabel. Daarvoor moeten er meer windprojecten in de pijplijn komen. De verhouding wind:zon is uit evenwicht De verhouding opgesteld vermogen wind ten opzichte van zon is te laag. Over de hele regio bezien, is deze verhouding 37% wind:63% zon. Voor systeem efficiëntie is het relevant dat deze verhouding op het niveau 0,00 0,20 0,40 0,60 0,80 1,00 1,20 2022 - Q4 2023 - Q2 2023 2024 2025 2026 2027 2028 2029 2030 Voortgang Windenergie Gerealiseerd Pijplijn (gewogen) Traject College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050221/39 17 van de HS/MS stations van TenneT en de regionale netbeheerder wordt nagestreefd. Figuur 8 geeft de relatie weer hoe de huidige voortgang zich verhoudt tot de nagestreefde wind:zon ratio. Hieruit wordt duidelijk dat zonne-energie al snel de grens van 730 GWh nadert. Zeker als we in ogenschouw nemen dat de realisatie van zon-op-dak sneller gaat dan we tot nu toe aannamen en er nog steeds zon op veld projecten worden ontwikkeld. Voor windenergie geldt het tegenovergestelde.

Terwijl de huidige plannen goed zijn voor iets meer dan 300 GWh (realisatie en gewogen pijplijn), moet er dus nog concreet invulling gegeven worden aan ongeveer 800 GWh aan windprojecten om tot 1,1 TWh te komen. Oorzaken van de scheve wind:zon-verhouding zijn de toenemende realisatie van zon (op dak), het feit dat veel gemeenten voor wind nog in de beleidsvorming rondom zoekgebieden zitten en externe factoren zoals veranderende wet- en regelgeving. Daarnaast speelt ook de maatschappelijke discussie over windenergie een belangrijke rol. Er is regiobreed slechts een minimale versnelling richting de 60% wind te zien. Maar het succes van zon- op-dak helpt niet om deze omslag te realiseren. Elke extra GWh zon moet eigenlijk vergezeld gaan van (minimaal) een gelijke inspanning op wind. De programmering van wind blijft echter achter. Versneld extra programmeren op wind is noodzakelijk om de gewenste verhouding 60:40 en het bod van 1,8TWh in 2030 te behalen. Het gaat hierbij om de realisatie van 50-77 windmolens (als totaal voor West-Overijssel), afhankelijk van de grootte. Figuur 9: Voortgang in relatie tot wind:zon verhouding De verhouding wind:zon staat overigens nog meer onder druk omdat er meer zon-op-dak wordt gerealiseerd zonder SDE-subsidie. Omdat de monitoring loopt via SDE-informatie (en hier ook geen goed alternatief voor is), is dit gedeelte niet volledig in beeld.

Omdat zon-op-dak geen vergunningstraject behoeft, is hier ook minder sturing mogelijk. Een versnelling van zon-op-dak kan gecompenseerd worden door te minderen met zon op veld, om zo de wind:zon verhouding in de juiste richting te sturen. Financiële consequenties worden afgewenteld op de inwoner Als de verhouding tussen wind en zon niet wijzigt naar 60:40 heeft dit ook financiële consequenties. Wind Zon 0 200 400 600 800 1000 1200 1400[GWh] Gerealiseerd Pijplijn (gewogen) Resterend Windverhouding 60% College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050222/39 18 Om het huidige bod van 1,8 TWh te realiseren, wordt dan 100 tot 165 miljoen meer uitgegeven. De meerkosten zitten in extra uitbreidingen van het netwerk en extra SDE-subsidies. Dit zijn allemaal maatschappelijk kosten die uiteindelijk door de inwoners van West-Overijssel worden betaald. Oplossingsrichtingen Om aan de na te streven wind:zon verhouding te voldoen, zullen er, gezien de gemiddelde doorlooptijd, op korte termijn concrete plannen moeten worden gemaakt voor de realisatie van 800 GWh aan windparken. Dit verbetert de systeemefficiëntie van het elektriciteitsnet waardoor de kansen om de RES- doelstellingen te halen toenemen en er minder netwerkuitbreidingen nodig zijn.

Oplossingsrichtingen zijn het naar voren halen van windprojecten, het op korte termijn invullen en concreet maken van de ambities door die gemeenten die dat nog niet gedaan hebben (afspraak RES 1.0) en het versnellen in de uitvoering. Hier moet ook bekeken worden waar overprogrammering mogelijk is. Daarnaast kunnen gemeenten ook verder met wind als zij zelf geluidsnormen gaan vaststellen en niet wachten op het Rijk. Dit is ondertussen door de Raad van State onderschreven. Er zijn al succesvolle voorbeelden in de regio. Subregionale samenwerking is noodzakelijk om versneld tot oplossingen te komen zoals ook in de RES 1.0 is voorzien. Door rondom de netwerkstructuur de samenwerking met de buurgemeenten te zoeken, kan afstemming plaatsvinden over realisatie van zon en wind om dichter bij de verhouding 60:40 te geraken en tot een integrale gebiedsgerichte aanpak te komen. 3.6 Conclusie De productie van duurzame elektriciteit met wind en zon in West-Overijssel gaat niet snel genoeg om in 2030 de afgesproken 1,8TWh te halen. De productie van zonne-energie ontwikkeld zich positief waarvan zon-op-dak een forse voortgang boekt. Het aandeel wind blijft echter ver achter en dat heeft nadelige consequenties voor het netwerk en de doelstelling om de CO-uitstoot te verminderen. Daarmee is het Afwegingskwadrant uit balans.

Het is daarom noodzakelijk om een versnelling te realiseren op de uitvoering van windprojecten en de programmering voor zon op land te heroverwegen. College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050223/39 19 4. Ruimtelijke Kwaliteit 4.1 Algemeen Ruimtelijke kwaliteit beschouwen we in de RES vanuit een regionale blik. Daarmee sluiten we lokale, kleinschalige projecten niet uit. Binnen de bebouwde omgeving benutten gemeenten kansen, stimuleren zon-op-dak, kleinschalige opwek en lokale opslag. Door de opwek niet te zien als een extra opgave maar als kans en katalysator, neemt het multifunctioneel gebruik toe en benutten we meekoppelkansen. Op basis van een uitgebreide landschappelijke analyse is bij de RES 1.0 een aantal ontwerp principes uitgewerkt ten behoeve van de ruimtelijke potentie op schaal van de regio: • Benutten van kansen binnen de bebouwde omgeving. • Koppeling van energievraag en aanbod. • De ruimtelijke meekoppelkansen. • Energieopwekking langs hoofdinfrastructuur. • Het ontzien van waardevolle gebieden. • Clustering in de daarvoor geschikte landschappen.

Figuur 10: Kaart met vastgestelde zoekgebieden tot 2030 op regioniveau College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050224/39 20 4.2 Wat zien we? Als we kijken naar de afspraken over ruimtelijke kwaliteit in de RES 1.0 kunnen we constateren dat er de afgelopen periode door veel gemeenten gewerkt is volgens de afgesproken principes. Zo wordt er gewerkt aan clustering van grootschalige opwek (wind) op gemeenteniveau, er wordt steeds meer integraal gekeken naar andere gebiedsopgaven en de meest waardevolle gebieden zijn steeds ontzien. Wel zien we nog steeds dat de lokale en regionale blik soms van elkaar afwijken. Zo wordt het ZSDZ-gebied beleidsmatig vaak aangeduid als één cluster maar is het heel goed mogelijk dat er uiteindelijk opstellingen worden gekozen die landschappelijk met elkaar gaan interfereren. De afspraken zijn dan op gemeentelijk niveau goed nageleefd maar zijn op (sub)regionaal niveau niet op elkaar afgestemd omdat iedere gemeente haar zoekgebieden inbrengt in een subregionaal proces in plaats van samen subregionaal te kijken wat de beste opties zijn en deze te vertalen naar gemeentelijke zoekgebieden. In het voorbeeld van ZSDZ melden belangen- en bewonersgroepen zich met de oproep te komen tot een subregionale visie voor het gebied (zie kader). Het uitgangspunt van de RES om bottom-up te werken, kan gaan wringen met de regionale kwaliteit.

Dit verdient aandacht en vraagt nog meer om grens ontkennend werken. Zeker ook wanneer plannen gemaakt gaan worden voor nieuwe zoekgebieden voor de opgave na 2030. Want hebben de huidige zoekgebieden voldoende uitbreidingscapaciteit of moeten er nieuwe zoekgebieden bijkomen? En wat levert dit landschappelijk voor beeld op? Dit hebben we nu nog onvoldoende in beeld maar het lijkt erop dat er (op regionaal niveau) een (te) versnipperd beeld gaat ontstaan. Ten behoeve van het landschap en de ruimtelijke kwaliteit hiervan is het raadzaam meer vanuit (sub)regionaal niveau te kijken. De provincie kan hierin een belangrijke rol spelen. In april 2022 stuurden zes belangen- en bewonersgroepen uit het gebied Zwolle Dalfsen Staphorst en Zwartewaterland de provincie Overijssel een brief waarin ze wezen op de talrijke ingrijpende opgaven en (ruimtelijke) ontwikkelingen in dit gebied. Ze onderstreepten het belang van regie, afstemming tussen betrokken overheden en tijdige betrokkenheid van organisaties en inwoners. De brief was aanleiding voor een gesprek, gevolgd door drie werksessies in april, mei en september 2022. De sessies, waaraan provincie, belangengroepen, gemeenten, ENEXIS en waterschap deelnamen, leidden tot meer inzicht in de ruimtelijke ontwikkelingen en opgaven die spelen in het gebied. Bij deze partijen bestaat de behoefte om samen een visie op het gebied op te stellen.

Hier is ondertussen een proces voor opgestart. Figuur 11: Een deel van de windmolens in het ZSDZ-gebied in één beeld gevangen (foto: Leander Broere) College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050225/39 21 4.3 Conclusie ruimtelijke kwaliteit In de RES 1.0 is aangegeven dat voor de uitvoering wordt ingezet op afstemming met buurgemeenten en een grensontkennende gebiedsgerichte aanpak op subregionaal niveau. We zien subregionale samenwerking, maar nog niet overal en niet altijd integraal én gebiedsgericht. In de samenwerking wordt nog (te) veel vanuit het gemeentelijke perspectief gewerkt (gemeente brengt zoekgebied in) in plaats vanuit het subregionale perspectief. Hier liggen wel kansen. Kansen om te komen tot een regionale visie op de ontwikkeling van wind en zon, passend bij het landschap waardoor voorkomen wordt dat er in West Overijssel overal wel iets gebeurt en landschappen daarvan de dupe worden. Te denken valt hier aan clustering A1 bij Deventer met Rijssen-Holten en de A28 bij Steenwijk met Meppel/Westerveld. Ook het project OER (Energie op Rijksgrond) biedt goede kansen voor onze regio om subregionaal samen te werken. Het is daarbij ook van belang om grensontkennend tussen de RES-regio’s te gaan werken.

De volgende (voorlopige) lessen kunnen worden geleerd van de subregionale samenwerking in het ZSDZ-gebied: 1) Samen sta je sterk Samen optrekken en elkaar informeren m.b.t. RES bod, voortgang binnen ZSDZ en benodigde netversterking. Dit heeft ervoor gezorgd dat er kortere lijnen zijn ontstaan; per gemeente zijn er veelbelovende ontwikkelingen, zoals bijv. Smart Energy Hub Zwolle Noord, nu wordt gewerkt aan de integraliteit op ZSDZ schaal; 2) Helder kader belangrijke voorwaarde Door tempoverschillen tussen gemeenten zijn kaders nog niet uniform, vooral aandachtspunt bij grensoverschrijdende clusters en initiatieven. We hebben gemerkt dat dit juist essentieel is, daarom wordt aan verdere uniformering gewerkt. 3) Het gebied in samenhang ontwikkelen Naast energie is voor veel andere opgaven in dit gebied (bedrijventerreinen, landelijk gebied, water, woningbouw, enz.) stevigere RO coördinatie gewenst. Hier is een integraal gebiedsvisie proces gestart genaamd ‘ten noorden van de Vecht’, waarin samen met bewonersvertegenwoordigers wordt opgetrokken. 4) Gelijk speelveld creëren Aanpak gemeenten nu nog onvoldoende op elkaar afgestemd; bij grensclusters is dit een aandachtspunt en wordt opgepakt door beleidskaders meer te gaan afstemmen.

5) Eenduidige externe communicatie Vergelijkbaar met de RES is er behoefte aan een duidelijk verhaal met zo min mogelijk ruis, afstemming tussen de gemeenten over de externe communicatie draagt hieraan bij. College van burgemeester en wethouders - 27 juni 2023 - 2023_B&W_0050226/39 22 5. Het elektriciteitsnetwerk 5.1 Stand van zaken elektriciteitsnetwerk Momenteel kent het hele gebied van RES West-Overijssel transportschaarste voor invoeding. Tevens zijn er in delen van West-Overijssel reeds gebieden waarbij transportschaarste voor de afname van elektriciteit geldt. Dit heeft impact op zowel duurzame opwek ambities als ook op economische ambities van gemeenten. De elektriciteitsinfrastructuur is een randvoorwaarde voor het realiseren van RES-plannen en is daarom niet voor niets opgenomen in het hoekpunt “Maatschappelijke Kostenefficiëntie” van het afwegingskwadrant. Het aanleggen van infrastructuur kost namelijk veel geld en, niet minder belangrijk, legt ook een groot beslag op de fysieke ruimte, en vraagt veel inzet (mens en middelen). Daarnaast kunnen sommige stations onvoldoende worden uitgebreid door bestaande beperkingen, bijvoorbeeld beschikbare fysieke ruimte in boven en/of ondergrond. Mensen, materialen en ruimte zijn steeds schaarser en moeten daarom zo optimaal mogelijk worden ingezet.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/af20209c-0451-497a-96ba-919e80ce4e24?agendaItemId=6769968f-3e28-40fb-bb4c-53c02fed6898