CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

1708-02 Totaalversie 21 februari 2023

Politieke Markt 3 oktober 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen ontwerp bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen18.430 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 3

het project is genoemd of beschreven dan wel past binnen een programma van het Natio- naal Samenwerkingsprogramma Luchtkwaliteit (NSL). Van een verslechtering van de luchtkwaliteit in betekenende mate als bedoeld onder c is sprake indien zich een van de volgende ontwikkelingen voordoet: ▪ woningbouw: minimaal 1.500 woningen netto bij 1 ontsluitende weg of minimaal 3.000 wo- ningen bij 2 ontsluitende wegen; ▪ infrastructuur: 3% concentratiebijdrage (verkeerseffecten gecorrigeerd voor minder conges- tie); ▪ kantoorlocaties: minimaal 100.000 m2 brutovloeroppervlak bij 1 ontsluitende weg, minimaal 200.000 m2 brutovloeroppervlak bij 2 ontsluitende wegen. Het ruimtelijk plan bevat niet een van deze ontwikkelingen. Dit bestemmingsplan maakt geen extra woningen mogelijk ten opzichte van de huidige situatie. Enkel de bestemming 'Wonen - Bijzondere woonvorm' wijzigt naar 'Wonen'. Middels deze wijziging is verslechtering van de luchtkwaliteit niet aan de orde. Daarnaast kan gesteld worden dat de ontwikkeling ruim onder de drempelwaarde blijft waarvoor is gesteld dat deze niet in betekenden mate bijdraagt aan een verslechtering ven de luchtkwaliteit. Daarmee is aangetoond dat luchtkwaliteit verder geen pro- blemen vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Conclusie Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect luchtkwali- teit. 5.9.

Water Het is verplicht om in de toelichting bij een ruimtelijk plan te verantwoorden op welke wijze re- kening is gehouden met de gevolgen van het plan voor de waterhuishouding. Dit is bepaald in artikel 3.1.6, eerste lid, sub b van het Besluit ruimtelijke ordening (Bro). Nationaal beleid Het Nationaal Waterplan (V&W, 2009) heeft de status van een structuurvisie en is de opvolger van de Vierde Nota Waterhuishouding uit 1998. Het plan vervangt alle voorgaande Nota's Wa- 25 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen terhuishouding. Omdat ook voor de volgende generaties Nederland als veilig en welvare nd wa- terland veilig gesteld moet worden, moet nu een antwoord worden gevonden op ontwikkelingen op het gebied van klimaat, demografie, economie en een duurzaam waterbeheer. Een goede bescherming tegen overstromingen, het zoveel mogelijk voorkómen van wate rover- last en droogte en het bereiken van een goede waterkwaliteit zijn basisvoorwaarden voor wel- vaart en welzijn. Water levert een positieve bijdrage aan de kwaliteit van de leefomgeving en behoud van biodiversiteit. Het doel is helder: Nederland, een veilige en leefbare delta, nu en in de toekomst.

Voor een duurzaam en klimaatbestendig watersysteem is het dan ook van belang bij ruimtelijke ontwikkelingen rekening te houden met waterhuishoudkundige eisen op korte en lange termijn. Meer dan voorheen moet water bepalend zijn bij de besluitvorming. De mate waarin water be- palend is, hangt af van de wateropgave in relatie tot andere opgaven, aanwezige functies en bodemgesteldheid, en andere kenmerken in dat gebied. Overstromingsrisico Het voorkomen van overstromingen door fysieke maatregelen is en blijft de belangrijkste pijler van het waterveiligheidsbeleid. Fysieke maatregelen zijn rivierverruiming, dijkversterking en het concept van overstroombare dijken. Door klimaatverandering zoals zeespiegelstijging en to e- nemende rivierafvoeren moeten we meer rekening houden met de gevolgen van een overstro- ming. De afweging is waar men op inzet: het voorkomen van slachtoffers (rampenbeheers ing) of ook het voorkomen van economische schade (gevolgenbeperking). Het plangebied bevindt zich niet in overstroombaar gebied. Provinciaal beleid Veilig, schoon en gezond water is een basisvoorwaarde voor het leven van mens, plant en dier. Klimaatverandering noodzaakt tot het nemen van maatregelen en het voorbereiden op mogelij- ke langetermijneffecten. De te nemen maatregelen kunnen tegelijkertijd benut worden om de zichtbaarheid en beleefbaarheid van het watersysteem te vergroten.

Ingevolge de omgevings vi- sie Overijssel heeft de provincie een voorkeur voor grondwater als primaire bron vo or de drink- watervoorziening. De kwaliteit en beschikbare hoeveelheid van grondwater is stabiel. Oever- grondwater is een tweede bron. Dit ziet de provincie als alternatief voor grondwater. Er is erva- ring met het beheersen van risico's bij oevergrondwater langs de IJssel. Ook langs de Vecht is een oevergrondwaterwinning in ontwikkeling. De ervaringen daarmee kunnen laten zien in hoe- verre oevergrondwater ook bij een kleine rivier perspectief biedt. Op de provinciale kaarten 'Wa- terfunctie' en 'Drinkwaterwinningen', zijn behalve het grondwaterbeschermingsgebied ook de innamezones aangegeven waar water infiltreert uit oppervlaktewater. Op deze wijze wordt aan de waterbeheerder het signaal afgegeven dat dit oppervlaktewater tevens bron is voor drinkwa- ter. 26 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen In de Drinkwaterwet is vastgelegd dat de duurzame veiligstelling van de openbare drinkwater- voorziening een dwingende reden van groot openbaar belang is. De gebieden waar (oe- ver)grondwater voor drinkwater aan de bodem wordt onttrokken of die daarvoor gereserveerd zijn, worden afdoende beschermd door voortzetting van het geldende beleid.

De provincie be- oogt de kwaliteit van de grondstof voor de openbare drinkwatervoorziening en de in dustriële winningen waarvoor een hoge kwaliteit is vereist te beschermen en te voorkomen dat deze kwaliteit verslechtert (stand-still). De provinciale uitgangspunten zijn: ▪ Het gehele intrekgebied van de drinkwaterwinning wordt beschermd; ▪ Geen functies met risico op grondwaterverontreiniging, tenzij de beschermingssituatie verbe- tert (stapvooruitprincipe). Bij grote en grootschalige ruimtelijke ingrepen is een verslechtering op plaatselijk niveau toegestaan, mits op gebiedsniveau verbetering plaatsvindt (sal dobena- dering); ▪ Preventie via de verbodsbepalingen in de verordening is de meest doelmatige bescherming tegen ruimtelijke functies die risico hebben voor grondwaterverontreiniging. Het gaat dan om een brongerichte aanpak van bedreigende activiteiten/functies; ▪ Duurzaam veiligstellen: de bescherming van de openbare drinkwatervoorziening moet o pge- nomen zijn in gemeentelijk ruimtelijk beleid; ▪ Voor kwetsbare winningen zijn in 2010 gebiedsdossiers opgesteld met een analyse van de actuele bedreigingen voor de waterkwaliteit en de mogelijke maatregelen (KRW). Het provinciale beleid voor grondwaterbescherming is verwoord in de Omgevingsvisie (2017). Dit vigerende beleid wordt voortgezet.

De hoofdlijnen van het beschermingsbeleid lopen via drie sporen: het ruimtelijkeordeningsbeleid, het waterbeleid en het milieubeleid. Via de lijn van het waterbeleid wordt de voorraad op peil houden, de gevolgen verminderd en waar mogelijk de duurzaamheid verbeterd. Via de ro- en milieulijn wordt de kwaliteit van de grondstof voor de openbare drinkwatervoorziening en de levensmiddelenindustrie beschermd en verbeterd. Gemeentelijk beleid Per 1 januari 2016 is het Watertakenplan Fluvius van kracht geworden voor de gemeenten Hoogeveen, Meppel, De Wolden, Midden-Drenthe, Westerveld en Steenwijkerland en Water- schap Drents Overijsselse Delta (WDODelta). Gezamenlijk vormen ze het samenwerkingsver- band Fluvius (Latijn voor rivier of stroom). In Fluvius werken de gemeenten en het waterschap samen aan stedelijk (afval)waterbeheer. Het Watertakenplan bevat een gezamenlijke visie en een uitvoeringsprogramma. Doel is om de kwaliteit van de dienstverlening te verhogen en kos- tenstijgingen voor inwoners en bedrijven te beperken. Het Watertakenplan geldt voor de periode 2016-2021. Een goed functionerende keten van riolering en afvalwaterzuivering (afvalwaterketen) draagt bij aan een goede volksgezondheid, een goede kwaliteit van het oppervlaktewater én het tegen- gaan van wateroverlast.

Binnen de regio Fluvius beheren de gemeenten de riolering en het wa- terschap zeven afvalwaterzuiveringen. Een goed watersysteem beperkt wateroverlast en draa gt bij aan een goed leefklimaat. Daar is goed onderhoud voor nodig. Zowel gemeente als water- schap hebben hierin een taak, zoals het maaien van oevers en baggeren van watergangen. 27 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Zowel voor een goed beheer van de afvalwaterketen als voor het watersysteem i s samenwer- king tussen gemeente en waterschap dus van groot belang. Voorheen werden door de gemeenten en het waterschap afzonderlijk beleidsplannen gemaakt. Het nieuwe Watertakenplan Fluvius is het eerste gezamenlijk plan waarin het beleid en een aantal projecten voor het stedelijk (afval)waterbeheer op elkaar zijn afgestemd. Samenwer- kingsprojecten in het plan zijn bijvoorbeeld gezamenlijk gemalenbeheer en het meten van wa- terstanden in de riolering. Door gebruik te maken van elkaars kennis en gezamenlijk pr ojecten uit te voeren, wordt doelmatiger en efficiënter gewerkt. Conclusie nationaal, provinciaal en gemeentelijk beleid Het nu voorliggende plan betreft een voornemen waarbij zorgvuldig gekeken is naar de wijze waarop de effecten op de waterhuishouding beperkt en waar de situatie waar mogelijk verbe- terd kunnen worden.

Het waterschap is middels de Watertoets geinformeerd over de voorge- nomen plannen. Vooralsnog lijkt het er op dat wat betreft onderhavig bouwplan geen extra maatregelen nodig zijn. Resumerende kan worden gesteld dat het initiatief niet negatief van invloed is op de kwaliteit van het water en dat er bovendien geen bezwaren bestaan het bouw- plan uit te voeren in relatie tot een mogelijke calamiteit in de vorm van een wateroverstroming. Ten aanzien van concrete actiepunten wordt verwezen naar de volgende paragraaf, 'water- toets'. Watertoets Via www.dewatertoets.nl is het Waterschap Drents Overijsselse Delta geïnformeerd over het plan. De watertoets is opgenomen in Bijlage 6 beantwoording van de vra gen heeft er toe geleid dat de korte procedure moet worden doorlopen. Invloed op de waterhuishouding Het plan heeft geen schadelijke gevolgen voor de waterkwaliteit en ecologie. Binnen het plan worden niet meer dan twaalf wooneenheden gerealiseerd. Er is verder ook geen sprake van een planologische toename, omdat in de huidige situatie in het plangebied ook woningen zijn toegestaan en in het geldende bestemmingsplan 'Tuk Bergstein' geen maximaal aantal wonin- gen voor het plangebied is aangegeven. Daarnaast bedraagt de toename van het verharde op- pervlak niet meer dan 1500 m2. Binnen het plangebied is geen sprake van (grond)wateroverlast.

Voor de aanleghoogte wordt een ontwateringsdiepte geadviseerd van minimaal 80 centimeter. Dit is de afstand tussen de gemiddelde hoogste grondwaterstand (GHG) en onderzijde bouwvloer. Bij het bouwen zonder kruipruimte kan worden volstaan met een kleinere ontwateringsdiepte. Om wateroverlast binnen woningen en bedrijven te voorkomen adviseren wij om een drempelhoogte van 30 centimeter boven het straatpeil te hanteren (as van de weg). Voor lager gelegen ruimtes, zoals kelders en parkeergarages, wordt aandacht besteed aan het voorkomen van wateroverlast door bijvoorbeeld instromend hemelwater. 28 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Voorkeursbeleid hemelwater Bij de afvoer van overtollig hemelwater moet het afstromend hemelwater ter plaatse in de bo- dem dan wel op het oppervlaktewater worden teruggebracht. Het waterschap heeft de voorkeur om het hemelwater, daar waar mogelijk, te infiltreren in de bodem. Oppervlakkige afvoer naar de infiltratievoorziening en infiltratie via Wadi's heeft daarbij de voorkeur. Als oppervlakkige infil- tratie niet mogelijk is, is ondergrondse infiltratie door middel van bijvoorbeeld een infiltratieriool (IT-riool) of infiltratiekratten een mogelijkheid. Als infiltratie niet mogelijk is dan kan hemelwater via een bodempassage worden geloosd op oppervlaktewater.

De afvoer van overtoll ig hemel- water uit het plangebied mag, ongeacht de toegepaste methode, niet tot wateroverlast leiden op aangrenzende percelen of het omliggende watersysteem. Schoon hemelwater (bijvoorbeeld vanaf dakoppervlakken) kan direct worden afgevoerd naar oppervlaktewater. In dit geval wordt schoon hemelwater geïnfiltreerd in de bodem. Watervergunning (of melding) op grond van de Keur Het wateradvies dat is afgegeven in het kader van de watertoets is dat er geen watervergunning of melding nodig is. Watertoetsproces Het Waterschap Drents Overijsselse Delta is geïnformeerd over het plan door gebruik te maken van de digitale watertoets. De beantwoording van de vragen heeft er toe geleid dat de korte procedure van de watertoets is toegepast. De bestemming en de grootte van het plan hebben een geringe invloed op de waterhuishouding in ruimtelijke zin. Deze conclusie is automatisch getrokken op basis van de ingevoerde gegevens op www.dewatertoets.nl. Het proces van de watertoets is goed doorlopen. Het waterschap Drents Overijsselse Delta gaat akkoord met het plan. Conclusie Het aspect water levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.10. Vormvrije mer- beoordeling Het Besluit ruimtelijke ordening stelt in artikel 3.1.1, onder f dat inzicht dient te worden gegeven in de uitvoerbaarheid van het plan.

Bovendien dien het bestuursorgaan bij de voorbereiding van het besluit (tot vaststelling van het bestemmingsplan) de nodige kennis te vergaren omtrent de relevante feiten en de af te wegen belangen (artikel 3.2 Algemene Wet Bestuurs- recht).Voorheen kon worden volstaan met de conclusie dat de omvang van de activiteit onder de drempelwaarde lag en dus geen m.e.r.-(beoordeling) noodzakelijk was, onder de nu gelden- de regeling moet een motivering worden gegeven. De consequentie van de nieuwe regeling is dat in elk besluit of plan dat betrekking heeft op activiteiten die voorkomen op de D-lijst aan- dacht moet worden besteed aan m.e.r. Het komt er op neer dat voor elk besluit of plan dat be- trekking heeft op activiteit(en) die beneden de drempelwaarden vallen uit de D-lijst, een toets moet worden uitgevoerd of belangrijke nadelige milieugevolgen kunnen worden uitgesloten. Voor deze toets, die dus een nieuw element is in de m.e.r.-regelgeving, wordt de term vormvrije 29 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen m.e.r.-beoordeling gehanteerd.

Deze vormvrije m.e.r.-beoordeling kan tot twee conclusies lei- den: ▪ belangrijke nadelige milieugevolgen zijn uitgesloten: er is geen m.e.r.(-beoordeling) noodza- kelijk; ▪ belangrijke nadelige gevolgen voor het milieu zijn niet uitgesloten: er moet een m.e.r.- beoordeling plaatsvinden of er kan direct worden gekozen voor m.e.r. De realisatie van woningen betreft een activiteit die genoemd staat in onderdeel D van het Be- sluit-m.e.r: 'De aanleg, wijziging of uitbreiding van een stedelijk ontwikkelingsproject met inbe- grip van de bouw van winkelcentra of parkeerterreinen' (categorie D12). Conform het Besluit m.e.r. is de activiteit m.e.r.-beoordelingsplichtig indien de activiteit betrekking heeft op de vol- gende gevallen: 1. een oppervlakte van 100 hectare of meer, 2. een aaneengesloten gebied en 2000 of meer woningen omvat, of 3. een bedrijfsvloeroppervlakte van 200.000 m² of meer. Een 'stedelijk ontwikkelingsproject' is niet nauw gedefinieerd in het Besluit m.e.r. Er is daarom ruimte voor interpretatie en discussie met betrekking tot wanneer een plan wel of niet als een stedelijk ontwikkelingsproject beschouwd moet worden. Uit jurisprudentie blijkt dat niet elke ontwikkeling waar gebouwd wordt automatisch valt onder een 'stedelijke ontwikkeling' zoals bedoeld in het Besluit m.e.r.

Daarom hoeft de bouw van enkele woningen niet altijd beschouwd te worden als een 'stedelijk ontwikkelingsproject' zoals bedoeld in het Besluit milieueffectrappor- tage (activiteit D.11.2).Het plan heeft een aantal kenmerken die maken dat zij geen ‘stedelijk ontwikkelingsproject’ is zoals bedoeld bij activiteit D.11.2, namelijk: ▪ het aantal woningen dat in de huidige situatie gerealiseerd mag worden neemt af ten opzich- te van de toekomstige situatie; ▪ het oppervlak waarbinnen de woningen worden mogelijk gemaakt neemt niet toe ten opzich- te van de huidige situatie. Doordat het plan niet valt onder activiteit D.11.2 uit het Besluit milieueffectrapportage zijn er is er geen vormvrije m.e.r.-beoordeling of m.e.r.-beoordelingsbesluit nodig. 30 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 6. Verklaring van de regels 6.1. Inleiding In een bestemmingsplan zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden voor een bepaald gebied op- genomen. Het onderhavige bestemmingsplan regelt de inrichting van het gebied door voor de gronden bestemmingen aan te wijzen. Het juridische deel van het bestemmingspla n bestaat uit de verbeelding (kaart) in samenhang met de regels. In deze paragraaf wordt het juridische deel van het bestemmingsplan nader toegelicht. 6.2.

Uitgangspunten Op basis van de Wet ruimtelijke ordening, bepaalt een viertal zaken de opzet en inric hting van de planregels, te weten: ▪ de digitale raadpleegbaarheid; ▪ de Standaard Vergelijkbare BestemmingsPlannen 2012 (SVBP 2012); ▪ Wet algemene bepalingen omgevingsrecht (Wabo); ▪ Het handboek bestemmingsplannen van de gemeente Steenwijkerland. Bij het opstellen van de inhoud van de regels wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de stan- daarden van de gemeente Steenwijkerland. De structuur van het plan is zodanig dat de verbeelding de primaire informatie geeft over waar en hoe gebouwd mag worden. Bij het raadplegen van het bestemmingsplan dient dan ook eerst naar de verbeelding gekeken te worden. Vervolgens kan in de regels terug gelezen worden welk gebruik en welke bouwmogelijkheden zijn toegestaan. 6.3. De verbeelding Op de verbeelding zijn aangegeven: ▪ de grens van het plangebied; ▪ de bestemming van de in het plangebied gelegen grond; ▪ de aanduidingen bij de bestemmingen; ▪ de bouwvlakken. Het bouwvlak geeft de begrenzing weer waarbinnen gebouwen opgericht mogen worden. In het bouwvlak mogen gebouwen en bijgebouwen opgericht worden. 6.4. De planregels De regels zijn conform de SVBP 2012 als volgt opgebouwd: ▪ inleidende regels; ▪ bestemmingsregels; ▪ algemene regels; ▪ overgangs- en slotregels.

31 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 7. Uitvoerbaarheid Wettelijk bestaat de verplichting om inzicht te geven in de uitvoerbaarheid van een bestem- mingsplan. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in de maatschappelijke en de economische uit- voerbaarheid. Daarnaast wordt er in dit hoofdstuk ingegaan op de grondexploitatie. 7.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid Het bestemmingsplan doorloopt de in de Wro vastgelegde bestemmingsplanprocedure. Tijdens deze procedure zijn er verschillende momenten waarop burgers en belanghebbenden hun zienswijze op het plan kenbaar kunnen maken. Hierna volgt een nadere toelichting. Overleg en inspraak Tijdens de ter inzage legging van het voorontwerp heeft Woonconcept de belanghebbenden (omwonenden) in de buurt van het plangebied uitgebreid geinformeerd per brief over de voor- genomen plannen. Daarbij hebben de belanghebbenden tevens een uitnodiging voor een digi- taal één op één gesprek ontvangen waarin een toelichting is gegeven op de plannen. Ook w as er tijdens het gesprek de mogelijkheid voor belanghebbenden om te reageren op het plan. In overleg met alle betrokken partijen is vervolgens gekeken hoe de ontvangen reacties ver- werkt konden worden in het ontwerpbestemmingsplan. Alle belanghebbenden wo rden per nieuwsbrief op de hoogte gehouden van het proces en eventuele wijzigingen.

Verder is in het kader van het overleg en inspraak het voorontwerpbestemmingsplan ter inzage gelegd en opgestuurd naar de overlegpartners. De uitkomsten van het vooroverleg zijn verwerkt in een reactienota inspraak dat is opgenomen in Bijlage 5. De belangrijkste wijzigingen ten opzichte van het voorontwerpbestemmingsplan zijn: ▪ het woningbouwprogramma is verlaagd van 12 naar 11 woningen; ▪ de 3 woningen aan de Wethouder Slootstraat zijn aangepast naar 1 laag + kap; ▪ het parkeren in de groenstrook is teruggebracht van 6 naar 3 parkeerplaatsen; ▪ er zijn 3 parkeerplaatsen toegevoegd aan de zijde van de Wethouder Zeefatstraat. Ontwerpbestemmingsplan De resultaten van inspraak en overleg zijn verwerkt in dit ontwerpbestemmingsplan. Het ont- werpbestemmingsplan heeft voor een periode van zes weken ter inzage gelegen. In deze peri- ode kon eenieder zijn zienswijze kenbaar maken. 7.2. Economische haalbaarheid Ten behoeve van de uitvoerbaarheid van het bestemmingsplan is het van belang te weten of het bestemmingsplan economisch uitvoerbaar is. De economische uitvoerbaarheid wordt ener- zijds bepaald door de exploitatie van het plan (financiële haalbaarheid) en anderzijds door de wijze van kostenverhaal van de gemeente (grondexploitatie).

32 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Financiële haalbaarheid Initiatiefnemer van dit plan is Woonconcept. Woonconcept is een woningcorporatie die actief is op het gebied van huisvesting in de vorm van her verhuren en beheren van woningen in de ge- meenten Assen, Hoogeveen, Meppel en Steenwijkerland. Tevens ontwikkelt Woonconcept di- verse nieuwbouwprojecten voor de huursector. Aangezien dit plan een particulier initiatief is zal de gemeentelijke inzet middels de heffing van leges worden vergoed. Tevens is een overeen- komst in het kader van planschade gesloten. Hiermee mag er van worden uitgegaan gegaan dat voorliggend plan financieel uitvoerbaar is. Grondexploitatie Door middel van de grondexploitatieregeling in de Wro en het Bro moeten de gemeente ver- plicht de door haar gemaakte kosten verhalen. Daarvoor is het in beginsel verplicht een exploi- tatieplan vast te stellen. De vaststelling van een exploitatieplan is niet meer nodig op het mo- ment dat het kostenverhaal anderszins verzekerd is, bijvoorbeeld door middel van een exploita- tieovereenkomst. Dit bestemmingsplan maakt de realisatie van nieuwe bebouwing mogelijk. Daarom is sprake van een bouwplan is de zin van het Besluit ruimtelijke ordening. Afdeling 6.4 van de Wro is van toepassing.

De gemeente heeft met de initiatiefnemer een overeenkomst gesloten over het verhaal van de kosten. Daarbij is overeengekomen dat de initiatiefnemer alle kosten draagt die nodig zijn v oor het opstellen en de uitvoering van het plan. Omdat het kostenverhaal anderszins is verze kerd vindt de vaststelling van een exploitatieplan bij dit bestemmingsplan niet meer plaats. 33 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 8. Bijlagen Bijlage 1 Akoestisch onderzoek Bijlage 2 Bodemonderzoek Bijlage 3 Ecologisch onderzoek Bijlage 4 Inrichtingstekening Bijlage 5 Reactienota inspraak voorontwerpbestemmingsplan Bijlage 6 Watertoets Regels 2 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Inhoudsopgave Hoofdstuk 1 Inleidende regels 3 Artikel 1 Begrippen 3 Artikel 2 Wijze van meten 11 Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels 13 Artikel 3 Groen 13 Artikel 4 Tuin 14 Artikel 5 Verkeer 15 Artikel 6 Wonen 17 Hoofdstuk 3 Algemene regels 21 Artikel 7 Anti-dubbeltelregel 21 Artikel 8 Algemene bouwregels 22 Artikel 9 Algemene gebruiksregels 23 Artikel 10 Algemene afwijkingsregels 24 Artikel 11 Parkeren 25 Hoofdstuk 4 Overgangs- en slotregels 26 Artikel 12 Overgangsrecht 26 Artikel 13 Slotregel 27 Bijlagen regels 28 Bijlage 1 Aan huis gebonden beroepen en/of ambachtelijke bedrijvigheid 28 Bijlage 2 Nota

parkeernormen 28 3 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Hoofdstuk 1 Inleidende regels Artikel 1 Begrippen 1.1 plan: het bestemmingsplan 'Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen' met identificatienummer NL.IMRO.1708.TUKbergstein2BP-ON01 van de gemeente Steenwijkerland. 1.2 bestemmingsplan: de geometrisch bepaalde planobjecten met de bijbehorende regels en eventuel e bijlagen. 1.3 aanbouw/uitbouw: een gebouw dat als afzonderlijke ruimte is gebouwd aan een hoofdgebouw waarmee het in directe verbinding staat en dat in architectonisch opzicht ondergeschikt is aan dat hoofdgebouw, maar er functioneel onderdeel van uitmaakt. 1.4 aan huis verbonden bedrijf: het bedrijfsmatig verlenen van diensten c.q. het uitoefenen van ambachtelijke bedrijvigheid dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende bedrijfsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten.

1.5 aan huis verbonden beroep: een dienstverlenend beroep dat op kleine schaal in een woning of de daarbij behorende bijgebouwen wordt uitgeoefend, waarbij de woning in overwegende mate haar woonfunctie behoudt en de desbetreffende beroepsuitoefening een ruimtelijke uitstraling heeft die in overeenstemming is met de woonfunctie ter plaatse, niet zijnde detailhandel, behoudens de ondergeschikte verkoop van artikelen verband houdende met de activiteiten. 1.6 aanduiding: een geometrisch bepaald vlak of figuur, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels worden gesteld ten aanzien van het gebruik en/of het bebouwen van deze gronden. 1.7 aanduidingsgrens: de grens van een aanduiding indien het een vlak betreft. 4 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 1.8 achtererfgebied: erf aan de achterkant en de niet naar openbaar toegankelijk gebied gekeerde zijkant, op meer dan 1,00 meter van de voorkant van het hoofdgebouw. 1.9 ambacht(elijk): het bedrijfsmatig, geheel of overwegend door middel van handwerk vervaardigen, ver-/bewerken, herstellen of installeren van goederen, alsook het verkopen en/of leveren, als ondergeschikte activiteit, van goederen die ter plaatse worden vervaardigd, ver- of bewerkt, ondergeschikt aan de woonfunctie.

Wanneer deze activiteit in een woning en de daarbij behorende bijgebouwen plaatsvindt, dient de omvang van de activiteit zodanig te zijn dat de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd. 1.10 archeologisch monument: terrein dat op basis van de Monumentenwet 1988 is aangewezen als beschermd archeologisch monument. 1.11 archeologische deskundige: de provinciaal, gemeentelijk of regionaal archeoloog of een andere door het college van burgemeester en wethouders aan te wijzen deskundige op het gebied van archeologie. 1.12 archeologische verwachting: de aan een gebied toegekende verwachting in verband met de kans op het voorkomen van archeologische relicten. 1.13 archeologische waarde: de aan een gebied toegekende waarde in verband de in dat gebied voorkomende overblijfselen van menselijke aanwezigheid of activiteit uit het verleden. 1.14 architectonische waarde: de aan een bouwwerk toegekende waarde in verband met de vormgeving, het materiaalgebruik en/of detaillering. 1.15 bebouwde kom in verband met archeologie: voor het bepalen van de bebouwde kom als genoemd in artikel 7 wordt aangesloten bij de bebouwde kom volgens de Wegenwet. 1.16 bebouwing: één of meer gebouwen en/of bouwwerken geen gebouwen zijnde. 1.17 bebouwingspercentage: het percentage dat de grootte aangeeft van het deel van een bouwperceel, dat ten hoogste mag worden bebouwd.

5 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 1.18 bed & breakfast een recreatief nachtverblijf in de vorm van logies met ontbijt binnen bestaande gebouwen. 1.19 bedrijf: een inrichting of instelling gericht op het bedrijfsmatig voortbrengen, vervaardigen, bewerken, opslaan, installeren en/of herstellen van goederen dan wel het bedrijfsmatig verlenen van diensten. Aan-huisverbonden beroepen en bedrijven niet daaronder begrepen. 1.20 bedrijfsgebouw: een gebouw dat dient voor de uitoefening van één of meer bedrijfsactiviteiten. 1.21 bedrijfsmatig: via een bedrijf, stichting of andere rechtspersoon deelnemen aan het economisch verkeer al dan niet met winstoogmerk, en activiteiten die hiermee naar aard, omvang en regelmaat zijn gelijk te stellen. 1.22 beeldkwaliteit: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde met betrekking tot de bouwkundige vormgeving en ruimtelijke en functionele aspecten. 1.23 begane grond: het gedeelte van een gebouw dat gelijk is aan het natuurlijk oppervlak van het terrein, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging. Is er sprake van hoogteverschillen in het terrein, dan geldt: de hoogte van het hoogst gelegen aansluitende maaiveld of de gemiddelde hoogte.

1.24 bestaand: de op legale wijze gerealiseerde of realiseerbare bebouwing of het op legale wijze gerealiseerde of realiseerbare gebruik ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan. 1.25 bestemmingsgrens: de grens van een bestemmingsvlak. 1.26 bestemmingsvlak: een geometrisch bepaald vlak met eenzelfde bestemming. 1.27 bevoegd gezag: bevoegd gezag als bedoeld in artikel 2.4 Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. Als hoofdregel is dit het college van burgemeester en wethouders van Steenwijkerland. 6 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 1.28 bijgebouw: een vrijstaand of aangebouwd gebouw dat architectonisch ondergeschikt is aan het hoofdgebouw. 1.29 bouwen: het plaatsen, het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen en het vergroten van een bouwwerk, alsmede het geheel of gedeeltelijk oprichten, vernieuwen of veranderen van een standplaats. 1.30 bouwgrens: de grens van een bouwvlak. 1.31 bouwlaag: een doorlopend gedeelte van een gebouw dat door op gelijke of bij benadering g elijke hoogte liggende vloeren of balklagen is begrensd, zulks met inbegrip van de begane grond en met uitsluiting van onderbouw, zolder, dakopbouw of setback. 1.32 bouwperceel: een aaneengesloten stuk grond, waarop ingevolge de regels een zelfstandige, b ij elkaar behorende bebouwing is toegelaten.

1.33 bouwperceelgrens: de grens van een bouwperceel. 1.34 bouwvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge de regels bepaalde gebouwen en bouwwerken geen gebouwen zijnde zijn toegelaten. 1.35 bouwwerk: elke constructie van enige omvang van hout, steen, metaal of ander materiaal, die hetzij direct hetzij indirect met de grond is verbonden, hetzij direct of indirect steun vindt in of op de grond. 1.36 carport: een bouwwerk met tenminste een dak en niet, of aan maximaal twee zijden van wanden voorzien, inclusief bestaande wanden. 1.37 cultuurgrond: gronden die in cultuur zijn gebracht, waaronder grasland-, akkerbouw- en tuinbouwgrond alsmede grond ten behoeve van de rietteelt. 7 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 1.38 cultuurhistorische waarde: de aan een bouwwerk of gebied toegekende waarde, gekenmerkt door het beeld dat in de loop van de geschiedenis is ontstaan door het gebruik dat de mens van dat bouwwerk of gebied heeft gemaakt. 1.39 cultuurlandschappelijke waarden: waarden die ontstaan zijn door het gebruik van de gronden in de loop van de geschiedenis door de mens. 1.40 eerste bouwlaag: bouwlaag op de begane grond.

1.41 erf: al dan niet bebouwd perceel, of een gedeelte daarvan, dat direct is gelegen bij een hoofdgebouw en dat in feitelijk opzicht is ingericht ten dienste van het gebruik van dat gebouw, mits deze inrichting in overeenstemming is met het bestemmingsplan. 1.42 erfafscheiding: afscheiding welke op een grens tussen twee erven is geplaatst. 1.43 erker: een ondergeschikte uitbouw op de begane grond van de woning, die strekt ter vergroting van het woongenot. Een erker is gelegen aan de verblijfsruimte en zorgt voor een verbijzondering van de voorgevel zonder de architectuur wezenlijk aan te tasten. Een erker heeft een diepte van maximaal 1,00 meter en is aan drie zijden geheel of gedeeltelijk voorzien van glas. 1.44 evenement: een activiteit in de openlucht, dan wel in al dan niet tijdelijke tenten of paviljoens, gericht op het bereiken van een algemeen of besloten publiek voor informerende, educatieve, culturele en/of levensbeschouwelijke doeleinden. 1.45 gebouw: elk bouwwerk, dat een voor mensen toegankelijke, overdekte, geheel of gedeeltelijk met wanden omsloten ruimte vormt. 1.46 gevellijn: de bouwgrens die (nagenoeg) gelijk loopt aan de as van de weg of het water waarin een (of meer) gevel(s) van een gebouw is (zijn) geplaatst en die is gelegen aan de weg grenzende perceelsgrens, ofwel de gevellijn als aangeduid op de kaart.

8 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 1.47 hoofdgebouw: gebouw, of gedeelte daarvan, dat noodzakelijk is voor de verwezenlijking van de geldende of toekomstige bestemming van een perceel en, indien meer gebouwen op het perceel aanwezig zijn, gelet op die bestemming het belangrijkst is. 1.48 karakteristieke bebouwing: te handhaven gebouw of bouwwerk, dat vanwege zijn architectonische vormgeving, schaal en cultuurhistorisch of anderszins waardevolle eigenschappen als kenmerkend voor een gebied kan worden beschouwd. 1.49 karakteristieke beplanting beeldbepalende en/of waardevolle beplanting welke kenmerkend is voor en past bij de omgeving. 1.50 kleinschalige bedrijfsmatige activiteit: de in Bijlage Staat van bedrijfsactiviteiten (Bedrijvenlijst ontleend aan de brochure Bedrijven en Milieuzonering VNG) genoemde bedrijvigheid, dan wel naar de aard en de invloed op de omgeving daarmee gelijk te stellen bedrijvigheid, die door zijn beperkte omvang in of bij een woonhuis met behoud van de woonfunctie kan worden uitgeoefend. 1.51 maaiveld: bovenkant van het terrein dat een gebouw/bouwwerk omgeeft, zonder enige kunstmatige verhoging c.q. verlaging.

1.52 maatschappelijke voorzieningen: educatieve, sociaal-medische, sociaal-culturele en levensbeschouwelijke voorzieningen, voorzieningen ten behoeve van sport en sportieve recreatie en voorzieningen ten behoeve van openbare dienstverlening, alsook ondergeschikte detailhandel en horeca van categorie 2 en 3 ten dienste van deze voorzieningen. 1.53 maatvoeringsvlak: een geometrisch bepaald vlak, waarmee gronden zijn aangeduid, waar ingevolge een maatvoeringssymbool in het betreffende vlak bepaalde afmetingen, percentages, oppervlakten, hellingshoeken en/of aantallen, zowel ten aanzien van het bo uwen als ten aanzien van het gebruik, zijn toegelaten. 1.54 mantelzorg: langdurige zorg die niet in het kader van een hulpverlenend beroep wordt geboden aan een hulpbehoevende door personen uit diens directe omgeving, waarbij zorgverlening rechtstreeks voortvloeit uit de sociale relatie en de gebruikelijke zorg van huisgenoten voor elkaar overstijgt en waarvan de behoefte met een verklaring van een huisarts, wijkverpleegkundige of andere door de gemeente aangewezen sociaal-medisch adviseur kan worden aangetoond. 9 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 1.55 monumenten: alle bouwwerken conform artikel 6 Monumentenwet, alsmede gemeentelijke monumenten.

1.56 nevenactiviteit: een bedrijfs- of beroepsmatige activiteit die in ruimtelijk, functioneel en inkomenswervend opzicht ondergeschikt is aan de op de ingevolge dit bestemmingsplan toegestane hoofdfunctie op een perceel. 1.57 omgevingsvergunning: omgevingsvergunning als bedoeld in artikel 2.1 of 2.2 van de Wet algemene bepalingen omgevingsrecht. 1.58 overkapping: een bouwwerk, geen gebouw zijnde met een dak, dat niet of slechts aan één zijde is voorzien van een (bestaande) wand. 1.59 parkeren: het gedurende een aaneengesloten periode plaatsen van een voertuig, anders dan gedurende de tijd die nodig is voor en gebruikt wordt voor het onmiddellijk in - of uitstappen van personen dan wel het onmiddellijk laden of lossen van goederen. 1.60 peil: voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang direct aan de weg grenst: de hoogte van de weg ter plaatse van die hoofdtoegang; voor een bouwwerk op een perceel, waarvan de hoofdtoegang niet direct aan de weg grenst: de gemiddelde hoogte van het afgewerkte aansluitende maaiveld; indien in of op het water wordt gebouwd: het Normaal Amsterdams Peil (NAP) of het ter plaatse geldende waterpeil. 1.61 permanente bewoning: bewoning door een persoon, gezin of andere groep van personen van een gebouw, dan wel een gedeelte daarvan, als hoofdverblijf.

1.62 ruimtelijke kwaliteit: de kwaliteit van de ruimte als bepaald door de gebruikswaarde, belevingswaarde en toekomstwaarde van die ruimte. 10 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 1.63 seksinrichting: de voor publiek toegankelijke, besloten ruimte waar in bedrijfsmatig, of in een omvang alsof zij bedrijfsmatig is, seksuele handelingen worden verricht of vertoningen van erotisch-pornografische aard plaatsvinden. Onder een seksinrichting worden in elk geval verstaan: een (raam)prostitutiebedrijf, waaronder begrepen een erotische-massagesalon, een seksbioscoop, seksautomatenhal, sekstheater of een parenclub, al dan niet in combinatie met elkaar. 1.64 stedenbouwkundig beeld: het door de omvang, de vorm en de situering van de bouwmassa's bepaalde beeld inclusief de ter plaatse door de infrastructuur, de begroeiing en andere door de mens aangebrachte (kunstmatige) elementen gevormde ruimte. 1.65 verdieping: een bouwlaag die is gelegen boven de eerste bouwlaag welke is gelegen op de begane grond. 1.66 voorgevel: gevel van een gebouw die is gelegen aan de zijde van de weg of het water dan wel die in ruimtelijk opzicht de voorkant van het gebouw vormt.

1.67 weg: een voor het openbaar rij- of ander verkeer bestemde weg of pad, daaronder begrepen de daarin gelegen bruggen en duikers, de tot de weg of pad behorende bermen en zijkanten, alsmede de aan de weg liggende en daarbij behorende parkeerplaatsen. 1.68 woning: een (gedeelte van een) gebouw dat dient voor de huisvesting van één afzonderlijk huishouden. 1.69 zakelijke dienstverlening: het bedrijfsmatig verlenen van diensten, zoals banken, verzekeringswezen, exploitatie van handel in onroerende zaken, adviesbureaus en verhuurbedrijven, met uitsluiting van detailhandel. 1.70 zolder: ruimte(n) in een gebouw die hoofdzakelijk is (zijn) afgedekt met schuine daken en die in functioneel opzicht geen deel uitmaakt van (de) daaronder gelegen bouwlaag of bouwlagen. 11 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Artikel 2 Wijze van meten Bij toepassing van deze regels wordt als volgt gemeten: 2.1 de afstand tot de zijdelingse bouwperceelgrens: tussen de zijdelingse grenzen van een bouwperceel en enig punt van het op dat bouwperceel voorkomend (hoofd-)gebouw, waar die afstand het kortst is 2.2 het bebouwingspercentage het percentage van een bouwperceel dat met gebouwen mag worden bebouwd. Voor zover op de kaart bouwgrenzen zijn aangegeven wordt het bebouwingspercentage berekend over het gebied binnen de bouwgrenzen.

2.3 de bouwhoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan het hoogste punt van een gebouw of van een bouwwerk, geen gebouw zijnde, met uitzondering van ondergeschikte bouwonderdelen, zoals schoorstenen, antennes en naar de aard daarmee gelijk te stellen bouwonderdelen. 2.4 de dakhelling: langs het dakvlak ten opzichte van het horizontale vlak. 2.5 de goothoogte van een bouwwerk: vanaf het peil tot aan de bovenkant van de goot, c.q. de druiplijn, het boeiboord of een daarmee gelijk te stellen constructiedeel. 2.6 de horizontale diepte van een gebouw: de lengte van een gebouw, gemeten loodrecht vanaf de naar de weg gekeerde gevel. 2.7 de inhoud van een bouwwerk: tussen de onderzijde van de begane grondvloer, de buitenzijde van de gevels (en/of) het hart van de scheidingsmuren) en de buitenzijde van daken en dakkapellen. 2.8 de lengte, breedte en diepte van een bouwwerk: de buitenwerks tussen de buitenzijde van de gevels en/of het hart van de scheidingsmuren gemeten grootste afstand. 2.9 de ondergrondse bouwdiepte van een bouwwerk: vanaf peil tot het diepste punt van het bouwwerk, de fundering niet meegerekend.

12 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 2.10 de oppervlakte van een bouwwerk: tussen de buitenwerkse gevelvlakken en/of het hart van de scheidingsmuren, neerwaarts geprojecteerd op het gemiddelde niveau van het afgewerkte bouwterrein ter plaatse van het bouwwerk. 2.11 de ondergeschikte bouwdelen: Bij de toepassing van het bepaalde ten aanzien van het bouwen worden ondergeschikte bouwdelen als plinten, pilasters, kozijnen, gevelversieringen, ventilatiekanalen, schoorstenen, gevel- en kroonlijsten en overstekende daken buiten beschouwing gelaten, tot een maximum van 1,00 meter. 2.12 de verticale diepte van een gebouw: de diepte van een gebouw, gemeten vanaf de onderzijde van de begane grondvloer. 13 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Hoofdstuk 2 Bestemmingsregels Artikel 3 Groen 3.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Groen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. groenvoorzieningen; b. geluidwerende voorzieningen; met daarbijbehorende: c. paden en verhardingen; d. speelvoorzieningen; e. water; f. waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder dammen en duikers; g. bouwwerken, geen gebouwen zijnde. 3.2 Bouwregels 3.2.1 Gebouwen en overkappingen Op of in deze gronden mogen geen gebouwen en overkappingen worden gebouwd.

3.2.2 Overige bouwwerken geen gebouwen zijnde Voor het bouwen van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, geldt de volgende regel: a. de bouwhoogte van overige bouwwerken, geen gebouwen zijnde, mag niet meer dan 3,00 m bedragen. 3.3 Nadere eisen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen aan de plaats en de afmetingen van de bebouwing ten behoeve van: a. het straat- en bebouwingsbeeld; b. de milieusituatie; c. de verkeersveiligheid; d. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden; e. de sociale veiligheid; f. de externe veiligheid. 14 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Artikel 4 Tuin 4.1 Bestemmingsomschrijving 4.1.1 Algemeen De voor 'Tuin' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. tuinen behorende bij op de aangrenzende gronden gelegen gebouwen; b. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; c. ontsluitingspaden; d. parkeren; e. met de daarbij behorende voorzieningen. 4.2 Bouwregels 4.2.1 Algemeen Op de voor 'Tuin' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. erfafscheidingen, waarvan de bouwhoogte voor de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens maximaal 2,00 meter bedraagt; b. vlaggenmasten, waarvan de bouwhoogte maximaal 6,00 meter bedraagt; c. erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: d.

de diepte gemeten vanaf de bouwgrens binnen de bestemming 'Wonen' niet meer dan 1,00 meter bedraagt; e. de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de woning; f. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter. 4.3 Specifieke gebruiksregels 4.3.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, een en ander met uitzondering van parkeren ten behoeve van het op de bestemming gerichte gebruik; b. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor op de bestemming gericht tijdelijk gebruik. 15 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Artikel 5 Verkeer 5.1 Bestemmingsomschrijving De voor 'Verkeer' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. verkeersdoeleinden; b. speelvoorzieningen; c. parkeervoorzieningen; d. paden, wegen en straten; met daaraan ondergeschikt: e. masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering; f. groenvoorzieningen; g. straatmeubilair; h. kunstwerken; i. herdenkingsmonumenten j. afvalinzameling; k. nutsvoorzieningen; l.

water en waterhuishoudkundige voorzieningen, waaronder (ondergrondse waterbergings- en infiltratievoorzieningen. 5.2 Bouwregels 5.2.1 Algemeen Op de voor 'Verkeer' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd: a. gebouwen ten behoeve van nutsvoorzieningen; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde: c. noodzakelijk met het oog op de regeling van de veiligheid van het verkeer; d. ten behoeve van de verlichting van wegen, rijwiel- en voetpaden; e. behorende tot het straatmeubilair; f. ten behoeve van speelvoorzieningen; g. ten behoeve van afvalinzameling; h. kunstwerken, zoals bruggen en duikers; i. voorwerpen betreffende de beeldende kunsten; j. ten behoeve van onder- en/of bovengrondse voorzieningen voor de opvang en buffering van water; k. met sub a t/m h vergelijkbare bouwwerken; l. met inachtneming van artikel 5.2.2 en artikel 5.2.3. 5.2.2 Gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen Voor het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van deze gebouwen bedraagt maximaal 3,00 meter; b. de oppervlakte bedraagt maximaal 15 m². 16 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 5.2.3 Overige regels Voor het overige gelden de volgende regels: a. de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, bedraagt maximaal 10,00 meter.

5.3 Afwijken van de bouwregels 5.3.1 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het bouwen van gebouwen met een grotere bouwhoogte ten dienste van nutsvoorzieningen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.2, ten behoeve van het bouwen van gebouwen ten dienste van nutsvoorzieningen met een grotere bouwhoogte, met dien verstande dat: a. de goothoogte maximaal 3,00 meter mag bedragen; b. de bouwhoogte maximaal 6,00 meter mag bedragen; c. geen onevenredige aantasting plaatsvindt van: d. het straat- en bebouwingbeeld; e. de verkeersveiligheid; f. de milieusituatie; g. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 5.3.2 Afwijken van de bouwregels ten aanzien van het plaatsen van masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 5.2.3 ten aanzien van het plaatsen van masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering, welke niet vergunningsvrij zijn, met dien verstande dat:deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijk beeld ter plaatse; a. belangen van derden niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; b. de totale bouwhoogte van de antenne-installatie inclusief bebouwing niet meer dan 40,00 meter bedraagt.

17 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Artikel 6 Wonen 6.1 Bestemmingsomschrijving 6.1.1 Algemeen De voor 'Wonen' aangewezen gronden zijn bestemd voor: a. wonen in een woning; met daaraan ondergeschikt: b. tuinen; c. groenvoorzieningen; d. water en waterhuishoudkundige voorzieningen; e. ontsluitingspaden. 6.2 Bouwregels 6.2.1 Algemeen Op de voor 'Wonen' aangewezen gronden mogen uitsluitend worden gebouwd a. woningen, uitsluitend binnen de aanduiding 'bouwvlak'; b. de bij een woning behorende bijbehorende bouwwerken; c. alsmede de bij een woning behorende bouwwerken, geen gebouw zijnde. 6.2.2 Regels ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' Voor het bouwen ter plaatse van de aanduiding 'bouwvlak' gelden de volgende regels: a. binnen het bouwvlak mogen zowel woningen als bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde, worden gebouwd; b. het bouwvlak mag tot maximaal 100% worden bebouwd; c. het aantal woningen binnen het bouwvlak zal ten hoogste het ter plaatse van de aanduiding 'maximum aantal wooneenheden' aangegeven maximum aantal bedragen; d. de voorgevels van de woning worden geplaatst in de naar de weg gekeerde bouwgrens; e. de grenzen van het bouwvlak mogen worden overschreden door erkers, luifels, balkons en dergelijke, mits: 1. de diepte gemeten vanaf de bouwvlakgrens niet meer dan 1,00 meter bedraagt; 2.

de breedte niet meer bedraagt dan 50% van de breedte van de woning; 3. de goothoogte maximaal gelijk is aan de hoogte van de eerste verdiepingsvloer + 0,30 meter; f. de bouw- en goothoogte van een woning bedraagt maximaal de waarde zoals aangegeven ter plaatse van de aanduiding 'maximale bouwhoogte' c.q. de aanduiding 'maximale goothoogte'; g. het hoofdgebouw wordt voorzien van een kap, waarvan: 1. de dakhelling ten minste 30° bedraagt; 2. de dakhelling maximaal 60° bedraagt; h. voor de maatvoering van bijbehorende bouwwerken geldt het bepaalde in artikel 6.2.3; i. voor de bouwhoogte van bouwwerken, geen gebouw zijnde, geldt het bepaalde in artikel 6.2.4. 18 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 6.2.3 Regels voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken Voor het bouwen van bijbehorende bouwwerken gelden de volgende regels: a. ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' mogen bijgebouwen en bouwwerken, geen gebouw zijnde worden gebouwd; b. de gezamenlijke oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken mag per woning maximaal 6 m² bedragen; c. de grond ter plaatse van de aanduiding 'bijgebouwen' wordt voor maximaal 60% bebouwd; d. de goothoogte van een bijbehorende bouwwerk bedraagt maximaal 3,50 meter; e. de bouwhoogte van een bijbehorend bouwwerk bedraagt maximaal 5m.

6.2.4 Bouwwerken, geen gebouw zijnde Voor het bouwen van bouwwerken, geen gebouw zijnde, gelden de volgende regels: a. Binnen de bestemming mogen bouwwerken, geen gebouw zijnde en carports worden gebouwd; b. bouwwerken, geen gebouw zijnde, mogen uitsluitend achter de naar de weg gekeerde bouwgrens worden gebouwd, met uitzondering van erfafscheidingen en vlaggenmasten; c. de bouwhoogte van vlaggenmasten mag maximaal 6,00 meter bedragen; d. de bouwhoogte van erfafscheidingen voor de naar de weg gekeerde bouwgrens mag maximaal 1,00 meter en achter de naar de weg gekeerde bouwgrens mag de bouwhoogte van erfafscheidingen maximaal 2,00 meter bedragen. 6.3 Nadere eisen 6.3.1 Onderwerpen Burgemeester en wethouders kunnen nadere eisen stellen ten aanzien van: a. de situering, de oppervlakte en de hoogte van bebouwing; b. de aard, hoogte en situering van (al dan niet groene) erfafscheidingen; c. voorzieningen ter voorkoming van hemelwaterproblematiek in verband met de nieuwe bebouwing. 6.3.2 Toepassingscriteria De in artikel 6.3.1 genoemde onderwerpen voor het stellen van nadere eisen mogen uitsluitend worden gesteld ten behoeve van: a. het stedenbouwkundig beeld; b. de verkeerssituatie; c. een goede parkeerbalans; d. de milieusituatie; e. de sociale veiligheid; f. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden en bouwwerken; g. instandhouding van omliggende waarden.

6.4 Afwijken van de bouwregels Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in artikel 6.2.2 onder g, ten behoeve van het verkleinen van de dakhelling tot 0°, met dien verstande dat het vanuit stedenbouwkundig oogpunt aanvaardbaar is. 19 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 6.5 Specifieke gebruiksregels 6.5.1 Strijdig gebruik Onder gebruiken en/of het laten gebruiken in strijd met de bestemming wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte wagens en/of voer- en vaartuigen van derden, anders dan bedoeld in artikel 6.1; b. een aan huis verbonden beroep of bedrijf in de woning en/of in de bijbehorende bouwwerken anders dan bedoeld in artikel 6.5.2; c. woningsplitsing; d. het samenvoegen van woningen; e. mantelzorg in de woning en/of in de bijbehorende bouwwerken; f. gebouwen voor recreatieve bewoning; g. detailhandel; h. horeca; i. buitenopslag, behalve als dit noodzakelijk is voor het op de bestemming gerichte tijdelijke gebruik en anders dan bedoeld in artikel 6.1.

6.5.2 Aan huis verbonden beroepen Een aan huis verbonden beroep, als opgenomen in het overzicht aan huis verbonde n beroepen (Bijlage 1 bij deze regels), is toegestaan onder de volgende voorwaarden: a. een aan huis verbonden beroep wordt uitsluitend uitgeoefend in de woning of in de bijbehorende bouwwerken; b. maximaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte van de woning en de bijbehorende bouwwerken wordt gebruikt voor aan huis verbonden beroep(en); c. de woonfunctie wordt in overwegende mate gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning wordt niet wezenlijk aangetast; d. er mogen maximaal 2 personen werkzaam zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; e. er is slechts één reclame-uiting toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 cm; f. het gebruik mag geen (ernstige of onevenredige) hinder opleveren voor het woonmilieu en geen afbreuk doen aan het woonkarakter van de omgeving; g. in de parkeerbehoefte wordt in voldoende mate voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; h. er vindt geen detailhandel plaats, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende beroep gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden beroep gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt.

6.6 Afwijken van de gebruiksregels 6.6.1 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van aan huis verbonden bedrijven Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van het bepaalde in 6.5.2, ten behoeve van een aan huis verbonden bedrijf als opgenomen in het overzicht aan huis gebonden bedrijven (Bijlage 1 bij deze regels), met dien verstande dat: a. een aan huis verbonden bedrijf uitsluitend wordt uitgeoefend in de woning of in de bijbehorende bouwwerken; b. de bestaande bouwmogelijkheden niet mogen worden verruimd; 20 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen c. maximaal in totaal 35% van de toegestane bebouwde oppervlakte wordt gebruikt voor een aan huis verbonden bedrijf; d. de woonfunctie in overwegende mate wordt gehandhaafd en de verschijningsvorm als woning niet wordt aangetast; e. er maximaal 2 personen werkzaam mogen zijn, waarbij minstens één persoon tevens de bewoner van de woning is; f. het onbebouwde gedeelte van het perceel niet mag worden gebruikt voor beroeps - of bedrijfsmatige activiteiten, met uitzondering van parkeren; g. er ten hoogste één reclame-uiting is toegestaan met een maximale afmeting van 20 x 30 centimeter; h.

in de parkeerbehoefte in voldoende mate wordt voorzien op eigen terrein, waarbij als uitgangspunt geldt dat de bestaande parkeervoorzieningen niet onevenredig mogen worden belast; i. er geen detailhandel plaatsvindt, met uitzondering van detailhandel in aan het betreffende bedrijf gerelateerde producten, waarvoor maximaal 10% van de voor het aan huis verbonden bedrijf gebruikte oppervlakte mag worden gebruikt. j. Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bestaand aan huis verbonden bedrijf wordt gelijkgesteld met de omgevingsvergunning als bedoeld in 6.6.1sub a. 6.6.2 Afwijken van de gebruiksregels ten behoeve van mantelzorg Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor afwijking van het bepaalde in artikel 6.6.1 onder e, ten behoeve van mantelzorg in de woning of in bestaande bijbehorende bouwwerken, met dien verstande dat: a. het oppervlak van de mantelzorgvoorziening in de woning en/of bestaande bijbehorende bouwwerken maximaal in totaal 75 m² bedraagt, met dien verstande dat de maximale oppervlakte aan bijbehorende bouwwerken niet meer mag bedragen dan het bepaalde in artikel 6.2.3; b. de tijdelijkheid in voldoende mate vaststaat; c. specifiek voor mantelzorg in bestaande bijbehorende bouwwerken de volgende regels gelden: d.

het vrijstaande bijbehorend bouwwerk dient binnen een afstand van 25,00 meter van de woning te zijn gesitueerd en een ruimtelijke eenheid te vormen met de woning; e. realisatie van de afhankelijke woonruimte binnen de woning inclusief de aangebouwde bijbehorende bouwwerken is niet mogelijk; f. er vindt geen onevenredige aantasting plaats van: g. de verkeersveiligheid; h. het woon- en leefklimaat; i. de milieusituatie; j. de gebruiksmogelijkheden van de aangrenzende gronden. 21 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Hoofdstuk 3 Algemene regels Artikel 7 Anti-dubbeltelregel Grond die eenmaal in aanmerking is genomen bij het toestaan van een bouwplan waaraan uitvoering is gegeven of alsnog kan worden gegeven, blijft bij de beoordeling van latere bouwplannen buiten beschouwing. 22 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Artikel 8 Algemene bouwregels 8.1 Ondergronds bouwen Voor het bouwen van ondergrondse bouwwerken gelden de volgende regels: a. ondergrondse bouwwerken zijn uitsluitend toegestaan ter plaatse van de aanduidingen 'bouwvlak'; b. de oppervlakte van ondergrondse bouwwerken mag niet meer bedragen dan de toegestane oppervlakte van bouwwerken boven peil; c. de ondergrondse bouwdiepte mag maximaal 4,00 meter onder peil bedragen; d.

om het ondergrondse bouwwerk toegankelijk te maken is overschrijding van het bouwvlak toegestaan, mits de voorgevelrooilijn niet wordt overschreden; e. de regels van de betreffende bestemmingen zijn van overeenkomstige toepassing. 23 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Artikel 9 Algemene gebruiksregels Onder gebruiken of het laten gebruiken in strijd met het bestemmingsplan wordt in ieder geval verstaan het gebruik van gronden en bouwwerken voor en/of als: a. een seksinrichting of een daarmee vergelijkbaar bedrijf; b. een coffeeshop, growshop, smartshop of een daarmee vergelijkbaar bedrijf, voor zover daarvoor door de burgemeester geen gedoogbestemming is verleend; c. straatprostitutie; d. het plaatsen van onderkomens en/of kampeermiddelen, van al dan niet afgedankte voer- en vaartuigen en van wagens, tenzij de betreffende bestemming daarin wel uitdrukkelijk voorziet 24 ontwerp gemeente Steenwijkerland - bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Artikel 10 Algemene afwijkingsregels 10.1 Meetverschillen Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen voor het afwijken van de aangeduide bouwgrenzen indien een meetverschil of onnauwkeurigheid ten opzichte van de feitelijke situatie daartoe aanleiding geeft, mits de afwijking maximaal 3,00 meter bedraagt.

10.2 Verleende omgevingsvergunningen of andere toestemmingen Een omgevingsvergunning, vrijstelling of ontheffing die ten tijde van de inwerkingtreding van het bestemmingsplan is verleend voor een bouw- en/of gebruiksactiviteit waarvoor ingevolge deze regels een omgevingsvergunning voor het afwijken van het bestemmingsplan is vereist, wordt gelijkgesteld met een dergelijke omgevingsvergunning. 10.3 Afwijken van de bouwregels ten behoeve van het plaatsen van masten voor telecommunicatie en alarmering Het bevoegd gezag kan een omgevingsvergunning verlenen ten aanzien van het plaatsen van masten ten behoeve van telecommunicatie en alarmering, welke niet vergunningsvrij zijn, met dien verstande dat: a. deze passen binnen het stedenbouwkundige en landschappelijk beeld ter plaatse; b. belangen niet onevenredig worden of kunnen worden geschaad; c. de totale bouwhoogte van de antenne-installatie inclusief bebouwing niet meer dan 40,00 meter bedraagt.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/92160474-768d-4ea0-88b2-a04b08caeec0?agendaItemId=29d5e795-6e06-401e-9b34-1504d9520bc4