CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

1708-02 Totaalversie 21 februari 2023

Politieke Markt 3 oktober 2023, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Gewijzigd vaststellen ontwerp bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen18.430 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 3

Gemeente Steenwijkerland Bestemmingsplan Bergstein Wet- houder Slootstraat/De Erfgenamen Toelichting, regels en analoge verbeelding 21 februari 2023 Kenmerk 1708-02-T01 Projectnummer 1708-02 Inhoudsopgave 1. Inleiding 1 1.1. Aanleiding 1 1.2. Huidige planologische situatie 1 1.3. Uitgangspunten voor het plan 1 1.4. Leeswijzer 2 2. Huidige situatie 3 2.1. Ligging plangebied 3 2.2. Ruimtelijke structuur 3 2.3. Functionele structuur 4 3. Toekomstige situatie 5 3.1. Stedenbouwkundige uitgangspunten en beeldkwaliteit 5 3.2. Woningbouwprogramma en doelgroepen 6 3.3. Verkeer en parkeren 6 4. Beleidskader 7 4.1. Nationaal beleid 7 4.1.1. Nationale Omgevingsvisie 7 4.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking 8 4.2. 4.2 Provinciaal beleid 9 4.2.1. Omgevingsvisie Overijssel 2017 9 4.2.2. Omgevingsverordening Overijssel 2017 11 4.3. Gemeentelijk beleid 12 4.3.1. Omgevingsvisie Steenwijkerland 12 4.3.2. Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 13 4.3.3. Beleidsplan Verkeer Steenwijkerland 2017 - 2020 13 4.3.4. Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 14 4.3.5. Regionale woonagenda West-Overijssel 2021-2025 15 4.3.6. Welstandsnota 15 5. Omgevingsaspecten 16 5.1. Archeologie en cultuurhistorie 16 5.2. Bedrijven en milieuzonering 16 5.3. Bodem 17 5.4. Duurzaamheid en energie 19 5.5. Ecologie 19 5.6. Externe veiligheid 21 5.7. Geluid 22 5.8. Luchtkwaliteit 23 5.9. Water 24 5.10.

Vormvrije mer- beoordeling 28 6. Verklaring van de regels 30 6.1. Inleiding 30 6.2. Uitgangspunten 30 6.3. De verbeelding 30 6.4. De planregels 30 7. Uitvoerbaarheid 31 7.1. Maatschappelijke uitvoerbaarheid 31 7.2. Economische haalbaarheid 31 8. Bijlagen 33 Bijlage 1 Akoestisch onderzoek 33 Bijlage 2 Bodemonderzoek 33 Bijlage 3 Ecologisch onderzoek 33 Bijlage 4 Inrichtingstekening 33 Bijlage 5 Reactienota inspraak voorontwerpbestemmingsplan 33 Bijlage 6 Watertoets 33 1 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 1. Inleiding 1.1. Aanleiding Dit bestemmingsplan maakt de ontwikkeling van 11 woningen mogelijk binnen de nieuwbouw- wijk Bergstein gelegen in de kern Tuk in de gemeente Steenwijkerland. Momenteel zijn er vol- gens het bestemmingsplan alleen woningen en voorzieningen ten behoeve van de zo rgfunctie toegestaan. Het plan omvat echter de ontwikkeling van reguliere woningen, wat niet past binnen het geldende bestemmingsplan. Daarom is voorliggende bestemmingsplanherziening opge- steld. 1.2. Huidige planologische situatie Het perceel waarop de beoogde woningbouw gerealiseerd gaat worden, is geregeld in het be- stemmingsplan 'Tuk Bergstein', zoals vastgesteld op 12 januari 2007. De gronden zijn in dat bestemmingsplan bestemd als 'Wonen - Bijzondere woonvorm' en 'Tuin'.

Binnen deze bestem- mingen is de bouw van reguliere woningen niet mogelijk, omdat met een bijzondere woonvorm woningen en voorzieningen ten behoeve van de zorgfunctie worden bedoelt. Op de volgende afbeelding is een uitsnede van de verbeelding van het plan 'Tuk Bergstein' weergegeven. Afbeelding 1: Uitsnede verbeelding bestemmingsplan 'Tuk Bergstein' 1.3. Uitgangspunten voor het plan Uitgangspunten voor het plan is om 11 reguliere woningen te realiseren, waarvoor een wijziging van het huidig planologisch juridisch kader nodig is. Om de uitvoerbaarheid te toetsen zijn in dit kader diverse onderzoeken uitgevoerd.

2 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 1.4. Leeswijzer In hoofdstuk 2 wordt de huidige situatie beschreven, waarna in hoofdstuk 3 de toekomstige si- tuatie. Vervolgens wordt in hoofdstuk 4 het planvoornemen getoetst aan de beleid skaders op Rijks-, provinciaal en gemeentelijk niveau. In hoofdstuk 5 worden alle belangrijke omgevingsas- pecten behandelt in relatie tot de voorgenomen ontwikkeling. Hoofdstuk 6 geeft een toelichting op de Regels van het bestemmingsplan. Tos slot wordt de uitvoerbaarheid van het plan in hoofdstuk 7 beschouwd. 3 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 2. Huidige situatie 2.1. Ligging plangebied Het plangebied is gelegen in de nieuwbouwwijk Bergstein in de kern Tuk in de gemeente Steenwijkerland. Het plangebied wordt omgrensd door De Erfgenamen aan de oostzi jde, de Wethouder Slootstraat in het noorden, de Wethouder Zeefatstraat in het zuiden en ee n bossage in het westen. De situering van het plangebied is weergegeven op de volgende afbeelding. Afbeelding 2: Situering plangebied 2.2. Ruimtelijke structuur In het kader van het bestemmingsplan Bergstein is een beeldkwaliteitsplan opgesteld waarin een beschrijving wordt gegeven van de ruimtelijke structuur en de omgeving.

Deze beschrijving is navolgend weergegeven en is ook van toepassing op het plangebied. Landschappelijke context Op de rand van de hogere dekzandrug is Tuk ontstaan. Latere uitbreidingen aan de zuidrand hebben plaatsgevonden in de lager gelegen hooilanden. Kenmerkend voor de hoge gronden van de dekzandrug zijn de houtwallen en heggen die vaak haaks op de hoogtelijnen liggen en kamers vormen. De dichtheid van de houtwallen en heggen is in de loop der jaren afgenomen. De hoofdwegen op de dekzandruggen worden begeleid door bomenlanen. De lage gronden, de hooilanden, kenmerken zich daarentegen door hun openheid. Door de ligging op de rand van

4 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen de hooilanden en de dekzandrug is het zuidelijk deel van het dorp laag en vlak en het no ordelijk hoog en glooiend. De uitbreidingslocatie “Bergstein” ligt aan de noordrand van Tuk in het hoge en glooiende deel. Stedenbouwkundige context Op het knooppunt van wegen, de verbindingsweg van Steenwijk naar Wolvega en de verbin- dingswegen tussen de dorpen op de dekzandrug, is Tuk ontstaan. Lintbebouwing ontwikkelde zich langs het knooppunt van wegen. De bebouwing langs de linten is divers en bestaat uit vil- la’s, boerderijen, arbeiderswoningen, etc. uit verschillende perioden. De woningen bestaan gro- tendeels uit één laag met kap en liggen haaks op of evenwijdig aan het lint. Ten oosten en ten westen van de Tukseweg hebben uitbreidingen van woonbuurten plaatsgevonden. Deze wo- ningbouwuitbreidingen hebben plaatsgevonden vanaf de jaren ’70 van de vorige e euw. De eer- ste uitbreiding heeft plaats gevonden aan de noordwest-zijde en kenmerkt zich door de blok- vormige verkaveling en een bouwhoogte van één bouwlaag met een kap. Deze bouwhoogte sluit goed aan bij de bouwhoogte langs de linten. De tweede uitbreiding ligt aan de zuidwestzij- de, een lommerrijke woonbuurt met een losse structuur en een bouwhoogte variërend van één bouwlaag met een kap tot twee bouwlagen met een kap.

De laatste uitbreiding ligt aan de zuid- westzijde en kenmerkt zich door een radiaalvormige structuur en een bouwhoogte van twee lagen met een kap. Aan de zuidkant van Tuk heeft uitbreiding van industrie langs de spoorlijn en het kanaal Steenwijk – Ossenzijl plaatsgevonden. De industrie vormt de schakel van Tuk met Steenwijk. Ontsluitingsstructuur De oude wegenstructuur bestaat uit een rechte verbindingsweg van Steenwijk naar Wolvega en radiaalvormige wegen die de dorpen op de dekzanden met elkaar verbinden. Ten oosten van de verbindindingsweg van Steenwijk naar Wolvega ligt de spoorlijn Leeuw arden - Zwolle. De wegenstructuur heeft zich in de loop der jaren verder ontwikkeld. Ten oosten van Tuk en de spoorlijn ligt de Rijksweg A32 van Meppel naar Leeuwarden. De rondweg ten westen en noor- den van Tuk zorgt voor de ontsluiting van Tuk, het bedrijventerrein en noordwest Steenwijk met de rijksweg A32. Vanaf de rondweg zijn er twee ontsluitingen met Tuk. Door deze rondweg is de oude verbindingsweg van Steenwijk naar Wolvega in tweeën geknipt. De verbinding met Wolvega is ontsloten vanaf de rondweg. Binnen Tuk vormt deze weg een interne ontsluitings- weg. De radiaalvormige wegen dragen bij aan de interne ontsluiting, de ontsluiting met de rondweg en de verbinding met de omliggende dorpen. 2.3.

Functionele structuur Het plangebied is gelegen in de nieuwbouwwijk Bergstein, een gebied waar voornamelijk de functie wonen voorkomt. Ten zuiden van het plangebied bevindt zich de kern Tuk waar zich wel enkele anders functies voordoen als kleinschalige bedrijvigheid en enkele winkels en voorzie- ningen. 5 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 3. Toekomstige situatie 3.1. Stedenbouwkundige uitgangspunten en beeldkwaliteit Wat betreft de stedenbouwkundige eisen wordt er rekening gehouden met de gestelde kaders uit het beeldkwaliteitsplan Bergstein. Dit vormt wat betreft de ontwikkeling dan ook het steden- bouwkundig uitgangspunt. Het plangebied bevindt zich binnen het deelgebied dat is aangeduid als 'De centrale zone'. Hiervoor gelden de volgende stedenbouwkundige uitgangspunten. Woningtypologie ▪ rijwoningen; ▪ halfvrijstaande woningen; ▪ vrijstaande woningen ▪ zorg complex. Bouwhoogte De volgende bouwhoogtes zijn van toepassing, tenzij anders op de bestemmingsplankaart is aangegeven: ▪ maximaal 3 woningen aan de Wethouder Slootstraat; ▪ maximaal 8 woningen aan de De Erfgenamen; ▪ de woningen aan de Wethouder Slootstraat maximaal 1 laag + kap; ▪ de woningen aan De Erfgenamen maximaal 2 laag + kap; ▪ goothoogte maximaal 7 meter aan De Erfgenamen en 4 meter aan de Wethouder Sloot- straat; ▪ bouwhoogte maximaal 11 meter.

Oriëntatie Tweezijdige oriëntatie hoeken aan openbare ruimte. Dakrichting Haaks of evenwijdig aan woonstraat Overig Voorgevel in rooilijn (aangegeven op bestemmingsplankaart) of tot maximaal 3 meter achter rooilijn herkenbare individualiteit. Het ontwerp sluit aan op deze uitgangspunten en past daarmee in het beeldkwaliteitsplan. Ho e het ontwerp er precies uit komt te zien is te zien in de inrichtingstekening die is opgenomen in Bijlage 4. Ten aanzien van architectuur zal het plan ook getoetst worden aan het beeldkwali- teitsplan. Dit zal gebeuren in het stadium dat het ontwerp van de woningen bekend is in het kader van de omgevingsvergunning. 6 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 3.2. Woningbouwprogramma en doelgroepen In de huidige situatie zijn in het plangebied enkel woningen en voorzieningen ten behoeve van de zorgfunctie toegestaan. De behoefte naar andere woningen in dit gebied is in de jaren echter gewijzigd en er nu vraag naar een ander type woningen en doelgroep. De voorgenomen ont- wikkeling bestaat uit de realisatie van 11 sociale huur woningen. Dit sluit aan op de vraag die er in de gemeente Steenwijkerland is naar dit type woningen, zoals ook staat omschreven in para- graaf 4.3.4. 3.3.

Verkeer en parkeren De gemeente Steenwijkerland heeft zijn eigen parkeerbeleid vastgelegd in het document 'Nota Parkeernormen 2015'. Voor een sociale huurwoning in de 'rest bebouwde kom' geldt een par- keernorm van 1,2 per woning. Voor de ontwikkeling moet dus per woning 1,2 parkeerplaats worden aangelegd. In het plangebied worden 14 parkeerplaatsen aangelegd waarmee wordt voldaan aan de parkeernormen. Waar de parkeerplaatsen precies komen is weergegeven op de inrichtingstekening die is opgenomen in Bijlage 4. De verdere ontsluiting vindt plaats via de Wethouder Slootstraat en de Wethouder Zeefatstraat. Het oorspronkelijke bestemmingsplan gaat uit van woningbouw op de geplande locatie en in de toekomstige situatie zal er ook woningbouw zijn. Dit bestemmingsplan maakt geen extra wonin- gen mogelijk ten opzichte van de huidige situatie. Het aantal woningen neemt af ten opzicht van de opgenomen aantallen (17) in het oorspronkelijke stedenbouwkundige plan. Wel gaat het in de toekomstige situatie om een ander type woning zoals beschreven in paragraaf 3.2. Op basis van de CROW gegevens is daarom de maximale verkeersgeneratie in de huidige en toekomsti- ge situatie berekend. Het plangebied kan aangemerkt worden als 'weinig st edelijk' in de 'rest bebouwde kom', waarbij onderstaande gegevens horen.

Afbeelding 3: Verkeersintensiteit Situatie maximaal aantal woningen Type woning verkeer per etmaal per woning totale verkeer per et- maal Huidige situatie onbegrensd, maar op basis van stedenbouwkundig plan: 17 zorgwoning 3 51 Toekomsti- ge situatie 11 huurhuis, sociale huur 4,5 49,5 De ontsluiting van het plangebied is onveranderd ten opzichte van de oorspronkelijke steden- bouwkundige opzet. De verschuiving van enkele woningen binnen de oorspron kelijke planopzet heeft geen verkeerskundige gevolgen. Het nieuwe type woning heeft een beperkte verlaging van de verkeersintensiteit per etmaal tot gevolg. 7 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 4. Beleidskader 4.1. Nationaal beleid 4.1.1. Nationale Omgevingsvisie De Nationale Omgevingsvisie (NOVI) is op 11 september 2020 vastgesteld. De NOVI vervangt de Structuurvisie Infrastructuur en Ruimte (2012). De NOVI is een instrument van de nieuwe Omgevingswet en loopt vooruit op de inwerkingtreding van die wet. Vanwege het uitstel van de inwerkingtreding van de Omgevingswet komt de NOVI als structuurvisie uit onder de Wet ruim- telijke ordening (Wro). Zodra de Omgevingswet in werking is getreden, zal deze structuurvisie gelden als de Nationale Omgevingsvisie, zoals in de nieuwe wet bedoeld.

In de NOVI geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van de leefom- geving in Nederland. De NOVI bestaat uit een visie, toelichting en uitvoeringsagenda. De com- binatie van deze drie documenten zorgt voor een toetsing die leidt tot nationale strategische keuzes en gebiedsgericht maatwerk. De NOVI geeft weer voor welke uitdagingen Nederland staat, wat daarbij de nationale belangen zijn, welke prioriteiten de Rijksoverheid stelt bij de in- richting van Nederland en hoe het Rijk keuzes maakt in de uitvoering daarva n. Keuzes die sa- menhangen met toekomstbeelden over de fysieke leefomgeving, maatschappelijke opgaven en bijbehorende economische perspectieven. Steeds duidelijker wordt dat de opgaven alleen goed aangepakt kunnen worden als dat in samenhang gebeurt, het ontwikkelpotentieel van heel Ne- derland optimaal wordt benut en gezorgd wordt voor een duurzame verbinding van alle delen van Nederland en met de landen om ons heen. Het beleid in de leefomgeving is een gezamenlijke verantwoordelijkheid van de betrokken over- heden. De NOVI geeft aan waar het Rijk zich op nationale schaal aan bindt, waar het regie voert richting medeoverheden of waar het juist aan de medeoverheden is om keuzes te maken. Provincies en (samenwerkende) gemeenten zullen in hun omgevingsvisies uiting geven aan hun eigen verantwoordelijkheid en keuzes in de fysieke leefomgeving.

Met de NOVI wordt in beeld gebracht waar kansen liggen. Kansen om de kwaliteit van onze leefomgeving te verbeteren. Kansen om sociale samenhang, gezondheid en economisch her- stel te bevorderen en kansen om schone, veilige en duurzame technieken, die bijdragen aan de beoogde transitie naar een circulaire samenleving – stevig te verankeren in onze manier van leven en werken. Daartoe zijn 21 nationale belangen in de fysieke leefo mgeving en de daaruit voortkomende opgaven beschreven. Die opgaven zijn in feite het verschil tussen de ambitie en de huidige situatie en verwachte ontwikkelingen. Deze nationale belangen komen samen in vier prioriteiten: 1. Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie 2. Een duurzaam en (circulair) economisch groeipotentieel 3. Sterke en gezonde steden en regio's 4. Toekomstbestendige ontwikkeling van het landelijk gebied. 8 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Voor de vier NOVI-prioriteiten geldt steeds dat zowel voor de lange als de korte termijn maatre- gelen nodig zijn. Deze maatregelen dienen in de praktijk voortdurend op elkaar in te spelen. Bij de afweging van de belangen staat een evenwichtig gebruik van de fysieke leefomgeving cen- traal voor zowel de boven- als de ondergrond.

Ten behoeve van die afweging gebruikt de NOVI drie afwegingsprincipes: ▪ combinaties van functies gaan voor enkelvoudige functies: In het verleden is scheiding van functies vaak te rigide gehanteerd. Met de NOVI wordt gezocht naar maximale combinatie- mogelijkheden tussen functies, gericht op een efficiënt en zorgvuldig gebruik van de ruimte; ▪ kenmerken en identiteit van een gebied staan centraal: wat de optimale balans is tussen bescherming en ontwikkeling, tussen concurrentiekracht en leefbaarheid, verschilt van ge- bied tot gebied. Sommige opgaven en belangen wegen in het ene gebied zwaarder dan in het andere; ▪ afwentelen wordt voorkomen: het is van belang dat de leefomgeving zoveel mogelijk voorziet in mogelijkheden en behoeften van de huidige generatie van inwoners zonder dat dit t en koste gaat van die van toekomstige generaties. De voorgenomen ontwikkeling is van een dusdanig kleine schaal dat deze geen belangen raakt uit de Nationale Omgevingsvisie. Het initiatief raakt geen rijksbelangen. 4.1.2. Ladder voor duurzame verstedelijking Om een zorgvuldig gebruik van de schaarse ruimte te bevorderen, is in 2012 de Ladder voor duurzame verstedelijking geïntroduceerd.

Dat betekent: eerst kijken of er vraag is naar een be- paalde nieuwe stedelijke ontwikkeling, vervolgens kijken of het bestaande stedelijk gebied of bestaande bebouwing kan worden hergebruikt en mocht nieuwbouw echt nodig zijn, dan altijd zorgen voor een optimale inpassing en multimodale bereikbaarheid. De Ladder is derhalve een instrument voor de borging van een efficiënt ruimtegebruik, met een motiveringsvereiste voor het bevoegd gezag als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden ge- maakt. Op 1 juli 2017 is een wijziging van het Besluit ruimtelijke ordening in werking getreden, waarbij een nieuwe Laddersystematiek gaat gelden. Beoordeling van het voorliggende project aan de hand van de Ladder Ruimtelijke ontwikkeling van een bedrijventerrein of zeehaventerrein, of van kantoren, detail- handel, woningbouwlocaties of andere stedelijke voorzieningen. De ladder is op 1 juli 2017 ge- wijzigd, waarmee ruimtelijke besluiten moeten worden gemotiveerd op basis van de volgende punten: Beschrijving dat de voorgenomen stedelijke ontwikkeling voorziet in een behoefte; Beschrijving in hoeverre binnen het bestaand stedelijk gebied in die behoefte kan worden voor- zien, door benutting van beschikbare gronden door herstructurering, transformatie of anders- zins.

Jurisprudentie wijst uit dat een plan pas hoeft worden onderbouwd op basis van de Ladder in- dien het om 11 woningen of meer gaat (ECLI:NL:RVS:2017:1724). Onderliggend bestemmings- 9 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen plan voorziet in het juridisch borgen van een gewijzigde stedenbouwkundige invulling van een plangebied waar op basis van het geldende stedenbouwkundig plan een bebouwingsprogram- ma voor het plangebied van 17 woningen bedacht waren. Dit is ook vastgelegd in het geldende bestemmingsplan. Op basis van onderliggend plan neemt het aantal woningen niet toe, maar af doordat er middels dit bestemmingsplan in het plangebied maximaal 11 woningen zijn toege- staan. Derhalve hoeft het plan niet onderbouwd te worden aan de hand van de Ladder voor Duurzame verstedelijking. 4.2. 4.2 Provinciaal beleid 4.2.1. Omgevingsvisie Overijssel 2017 In de Omgevingsvisie Overijssel (2017) wordt de visie op de ontwikkeling van de fysieke leef- omgeving van de provincie Overijssel geschetst. De visie is daarbij gericht op 2030. Gekoppeld aan de Omgevingsvisie heeft de provincie een Omgevingsverordening (2017) opgesteld. In de Omgevingsverordening worden regels gesteld ten aanzien van het provinciaal be lang.

De pro- vincie wil de kwaliteit van de leefomgeving verbeteren met het oog op een goed vestigingskli- maat, een veilige en aantrekkelijke woonomgeving en een fraai buitengebied. Deze leefomge- ving moet geschikt zijn voor de grote diversiteit aan activiteiten die mensen in de provincie wil- len ondernemen. In de omgevingsvisie staat het uitvoeringsmodel centraal. In dit model draait het om drie vragen die antwoord geven op of, waar en hoe ontwikkelingen uitgevoerd worden. Bij de eerste vraag zijn generieke beleidskeuzes van belang. Bij de tweede vraag zijn ontwikkelingsperspectieven richtinggevend en bij de derde vraag gaat het om de inpassing in de kenmerken van het gebied. Generieke beleidskeuzes Het gaat hier om algemene keuzes die bepalen of ontwikkeling nodig, dan wel mogelijk zijn. Voor stedelijke ontwikkeling hanteert de provincie de Ladder voor Duurzame verstedelijking. Dit betekent dat voor ontwikkelingen eerst bestaande bebouwing of herstructurering wordt benut, voordat er uitbreiding plaatsvindt. De ontwikkeling vindt plaats op een locatie waar momenteel woningbouw is toegestaan. Mid- dels dit bestemmingsplan worden geen extra woningen mogelijk gemaakt dan in de huidige situatie het geval is. Daarnaast past de ontwikkeling binnen de sociaaleconomische structuur van de omgeving. Hierna wordt ingegaan op de gebiedskenmerken en ontwikkelingsperspectie- ven.

Gebiedskenmerken De provincie wil ruimtelijke kwaliteit realiseren door, naast bescherming, vooral in te zetten op het verbinden van bestaande kwaliteiten en nieuwe ontwikkelingen. Hierbij zijn de gebiedsken- merken van provinciaal belang het uitgangspunt. Hierna wordt een korte samenvatting gegeven van de in het plangebied voorkomende gebiedskenmerken volgens de lagenbenadering: 10 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen De natuurlijke laag: Beekdalen en natte laagtes De ambitie is de beekdalen als functionele en ruimtelijke dragende structuren van het land- schap betekenis te geven. Ruimte voor water, continuïteit van het systeem zijn leidend. Tevens is de ambitie afwenteling van wateroverlast op stroomafwaarts gelegen gebieden te voorkomen door het beeksysteem als eenheid te beschouwen en het vasthouden van water te bevorderen. Tot slot zijn beekdalen belangrijke verbindingen voor mens, plant en dier. Het plangebied en de omgeving is bestemd als woongebied en daarmee en kent niet (meer) de functionele en dra- gende structuur waar de beekdalen en natte laagtes door gekenmerkt worden. De laag van het agrarisch cultuurlandschap: Oude hoevenlandschap De ambitie is het kleinschalige, afwisselende oude hoevenlandschap vanuit de verspreid lig- gende erven een ontwikkelingsimpuls te geven.

Deze erven bieden veel ruimte voor landbouw, wonen, werken, recreatie, mits er wordt voortgebouwd aan kenmerkende structuren van het landschap:de open esjes, de routes over de erven, de erf- en landschapsbeplantingen. Binnen deze structuren zijn er vol op mogelijkheden om een functioneel grootschalige landbouw in een kleinschalig landschap te ontwikkelen. Door verschillende uitbreiding van woonbebouwing is dit Oude hoevenlandschap ter plaatse van het plangebied niet meer aanwezig. De stedelijke laag: Woonwijken 1955 - nu Herstructurering naoorlogse wijken is een belangrijke opgave voor vitale steden. De wijk en van na de oorlog behouden hierbij hun eigen karakter. Ook al neemt bij herstructurering het be- bouwd oppervlak in de wijken door meer grondgebonden woningen toe, er blijft collectieve ruim- te tussen de bouwblokken. Markante gebouwen zoals leegkomende kerk en en winkelstrips worden waar mogelijk behouden door ze een nieuwe functie te geven. In de wijken van de jaren ’70 en ’80 (woonerven) vereisen de kwaliteit van de buitenruimte en de parkeeroplossingen bijzondere aandacht. Herkennen en benutten naoorlogs cultureel erfgoed (Programma NaOor- logs Bouwen in Overijssel, NOBO). Het plangebied is gelegen in een nieuwbouwwijk dat plano- logisch een woonbestemming kent.

De ontwikkeling vindt daarmee plaats binnen een gebied dat bedoelt is voor woningbouw en past daarmee binnen de kenmerken van 'Woonwijken 1955 - nu in de stedelijke laag. De lust- en leisurelaag: niet van toepassing Ontwikkelingsperspectieven Op basis van de gebiedskenmerken zijn verschillende 'ontwikkelingsperspectieven' opgesteld. Een nieuwe ontwikkeling moet passen binnen het ontwikkelingsperspectief dat in de Omg e- vingsvisie Overijssel voor het gebied is neergelegd. 11 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Het plangebied is gelegen binnen het ontwikkelingsperspectief 'Woon- en werklocaties buiten de stedelijke netwerken' waar het ontwikkelen van een gemengd en divers woon - en werkmilieu (woonwijk) het doel is. De ontwikkeling past goed binnen het ontwikkelingsperspectief. 4.2.2. Omgevingsverordening Overijssel 2017 Hoe aan het beleid uit de Omgevingsvisie uitvoering moet worden gegeven is vastgelegd in de Omgevingsverordening. De Omgevingsverordening richt zich net zo breed als de Omgevingsvi- sie op de fysieke leefomgeving in de provincie Overijssel. De Omgevingsverordening is een uitvoeringsmodel van de Omgevingsvisie en is opgesteld in de vorm van regels. In veel regels is gekozen voor proces- en motiveringsvereisten.

In de Omgevingsverordening moet elk inhou- delijk thema geregeld zijn, waar de provincie de mogelijkheid op wil hebben om juridische in- strumenten in te kunnen zetten. Het inzetten van juridische instrumenten vindt plaats op basis van de interventieladder. In hoofdstuk 2 van de verordening worden de regels gegeven die betrekking hebben op de ruimtelijke ordening. In artikel 2.1.5 van de verordening worden regels gegeven gericht op de ruimtelijke kwaliteit van nieuwe ontwikkelingen. Deze moeten bijdragen aan het versterken van de ruimtelijke kwaliteit conform de geldende gebiedskenmerken. In paragraaf 4.2.1 is reeds beschreven dat de ontwikkeling geen afbreuk doet aan de gebiedskenmerken. Voorts is van belang dat op grond van het concentratiebeleid van de Provincie Overijssel stede- lijke ontwikkelingen zoveel mogelijk worden geconcentreerd in de stedelijke netwerken. In de kern Steenwijk mag worden gebouwd voor de regionale behoefte, mits dit pas binnen de regio- nale programmering. De verplichting tot (boven)regionale afstemming is erop gericht om vraag en aanbod in de regio in balans te houden. In de onderbouwing van nieuwe initiatieven dient inzicht te worden gegeven over de manier waarop die afstemming heeft plaatsgevonden (zie 4.3.4).

De stedelijke ontwikkeling dient altijd te zijn afgestemd op de kenmerken van het watersysteem, bijvoorbeeld door in laaggelegen gebieden bij bouw- en evacuatieplannen rekening te houden met risico's op overstroming of wateroverlast. Herstructurering en transformatie kan bijdragen aan de energietransitie (door het nemen van energie-efficiënte maatregelen en/of het opwekken van duurzame energie door bijvoorbeeld het aanwezige dakoppervlak te benutten). Deze pun- ten zijn uitgewerkt in paragraaf 5.4. Wat betreft de Ladder van duurzame verstedelijking is hier dieper op ingegaan in paragraaf 4.1.2 . 12 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 4.3. Gemeentelijk beleid 4.3.1. Omgevingsvisie Steenwijkerland De Omgevingsvisie vormt het kader voor ruimtelijke ontwikkeling en beschrijft de visie van de gemeente op de ruimtelijke kwaliteit van de verschillende omgevingswaarden binnen de ge- meente. De Omgevingsvisie heeft een tijdhorizon van 15 jaar en wordt elke 2 jaar aangepast. Doel van de Omgevingsvisie is het vergroten van de leefbaarheid en de economische kracht van de gemeente door de omgevingskwaliteiten te behouden en te versterken. Het versterken van de omgevingskwaliteit creëert kansen voor inwoners.

Door in te zetten op het versterken van de kwaliteit van het landschap, het ontwikkelen van toerisme en het behoud van werkgele- genheid, blijft de gemeente ook een aantrekkelijke woongemeente. Wonen Voor onderhavig plan is relevant dat met betrekking tot wonen wordt ingezet op het laten aan- sluiten van de woningvoorraad bij de behoefte. De bestaande woningvoorraad ontwikkelt zich door aansluiting te vinden bij innovatieve woonconcepten. Ook de kwaliteit wordt verbeterd; er zijn slimme woonplossingen bedacht en woningen zijn duurzaam en hebben een zo gering mo- gelijk energieverbruik. Er wordt beperkt bijgebouwd en er is een beperkte plancapaciteit. Ook wil de gemeente dat daar waar de bestaande woningvoorraad niet voldoet aan de hedendaagse eisen, woningen duurzaam worden gerenoveerd. In de Omgevingsvisie is verder opgenomen dat voor alle kernen aandacht is. Daarbij wordt een aantal prioriteiten genoemd. Leefbaarheid is een dergelijke prioriteit. Doordat de Steenwijker- landse bevolking vergrijst en er op termijn sprake is van krimp, staat de leefbaarheid in verschil- lende kernen in de gemeente onder druk. Waar voorzieningen in de directe om geving verdwij- nen, neemt de betekenis van sociale samenhang en eigen inzet toe.

Voortbouwend op de ster- ke sociale cohesie in Steenwijkerland en het sterke verenigingsleven binnen de kernen, spelen inwoners zelf een belangrijke rol om de leefbaarheid op peil te houden. Er ligt een stevige opgave om de leefbaarheid in de kernen op het huidige niveau te houden. Daarom geeft de gemeente meer ruimte aan initiatiefnemers dan nu het geval is, om gebieden op basis van een marktbehoefte te ontwikkelen Duurzaamheid Met betrekking tot duurzaamheid heeft de gemeente hoge ambities: waar omgevingswaarden het toelaten, wordt duurzame energie opgewekt. De kwaliteit van het landschap blijft daarbij intact. Er is ruimte voor kleinschalige initiatieven en toepassing van zonnepanelen op daken. Bij transformatie en functieverandering, wordt ook verduurzaamd. 13 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Ook wordt gezocht naar nieuwe oplossingen voor de problemen als gevolg van de klimaatver- andering zoals droogte, hitte en wateroverlast. Onderhavig plan gaat uit een ontwikkeling binnen bestaand bestemd gebied voor wonen. Er is geen behoefte aan woningen en voorzieningen ten behoeve van de zorgfunctie in het plange- bied. Daarom is de geplande invulling anders dan oorspronkelijk bedacht en is gekozen voor een nieuwe invulling met reguliere woningbouw.

Echter is het benutten van een deze vrijgeko- men locatie in lijn met de Omgevingsvisie. De overige uitgangspunten in de Omgevingsvisie ten aanzien van wonen en duurzaamheid zijn vertaald in het bouwplan (zie ook hoofdstuk 3 en pa- ragraaf 5.4). Het plan is daarmee in overeenstemming met het beleid en de ambities van de gemeente zoals neergelegd in de Omgevingsvisie. 4.3.2. Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 De gemeente Steenwijkerland heeft de Strategische Toekomstvisie Steenwijkerland 2030 (2009) ontwikkeld. Deze visie bevat een integrale visie op de ontwikkeling van de gehele ge- meente tot 2030. De visie gaat uit van het koesteren en versterken van bestaande kwaliteiten. Daarbij gaat het om de kwaliteiten van de landschappen, de stad en de overige kernen en de potenties van het gebied. In de visie wordt gesteld dat Steenwijkerland een streekfunctie voor wonen, werken en voorzie- ningen heeft. Nieuwe ontwikkelingen moeten bijdragen aan de versterking van Steenwijkerland. Het aantal huishoudens stijgt zeker tot het jaar 2025. Het beleid is om voor de lokale bevolking te bouwen met aantrekkelijke woningen op de juiste plek. De voorgenomen ontwikkeling geeft invulling aan deze ambitie, omdat er in de gemeente behoefte is aan sociale huurwonigen. 4.3.3.

Beleidsplan Verkeer Steenwijkerland 2017 - 2020 Het Beleidsplan Verkeer Steenwijkerland bouwt voort op het Verkeersplan uit 2010 en richt zich op een gestructureerde aanpak voor de verbetering van de verkeersstructuur. In het Beleids- plan is de groeiambitie ten opzichte van de ambitie in het Verkeersplan 2010 naar beneden bijgesteld. Een goede bereikbaarheid en toegankelijkheid van en voor alle weggebruikers vormt een belangrijke pijler onder het beleid. Vanuit verkeersveiligheid ligt de focus op een duurzaam veilige inrichting van het wegennet. Voor onderhavig plan is in relatie tot de verkeersveiligheid relevant dat de focus is gericht op een verkeersveilige schoolomgeving, het doorvoeren van door bewoners en ondernemers gewenste kleine verkeersmaatregelen en de herinrichting van de doorgaande wegen door kernen. Op de zogenaamde wensenkaart, zijn voor onderhavig plangebied geen wensen opgenomen. In paragraaf 3.3 is nader ingegaan op het aspect verkeer en parkeren staan aangegeven welke verkeerskundig maatregelen er worden getroffen. 14 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 4.3.4. Woonvisie Steenwijkerland 2017-2021 De Woonvisie beschrijft de ambities ten aanzien van wonen in de periode 2017 - 2021. Alge- meen geldt dat de leefbaarheid door bewoners als ruim voldoende wordt beoordeeld.

Wel is er risico op leegstand en verpaupering in sommige kernen en in het buitengebied. Vanaf 2025 wordt een afname van het aantal inwoners verwacht. Vanaf 2035 geldt dit ook voor het aantal huishoudens. De mate waarin hiervan sprake is, verschilt per kern. Ver groening en vergrijzing zetten door: het aantal één en tweepersoonshuishoudens neemt de komende 10 jaar toe. Het aantal jonge huishoudens neemt af. In die periode richt het beleid zich op het realiseren van passende woonruimte voor mensen met een laag inkomen, de groeiende groep senioren (ook als deze zorg nodig hebben), jonge- ren, statushouders en specifieke kwetsbare groepen. Een ander speerpunt is het voorkomen van leegstand als gevolg van leegstand. Daarbij streeft de gemeente naar woningen van goede kwaliteit, ook als het gaat om het ener- gielabel. Uitgangspunt is dat in 2021 45% van alle koopwoningen energielabel B heeft. Dat energielabel wordt ook gevraagd aan woningcorporaties. Nieuwbouw is bij voorkeur energie- neutraal. Ook geldt als uitgangspunt dat nieuwbouw op de beschikbare locaties binnen de be- bouwde kom wordt ontwikkeld. Er zijn in Steenwijkerland verschillende woningcorporaties actief; daarvan is Woonconcept er één. In de gemeente staan circa 7335 huurwoningen, daarvan zijn circa 5385 sociale huurwo- ningen in het bezit van woningcorporaties.

Dit percentage is groter dan in andere Overijsselse gemeenten. Uitgaande van de biedingen woningcorporaties (juli 2016) wordt een beperkte af- name voorzien van de voorraad sociale woningen door herstructurering en verkoop. Het wo- ningmarkt onderzoek Steenwijkerland (2016) geeft aan dat er vooral in Steenwijk een toene- mende vraag naar sociale huurwoningen wordt verwacht. De gewenste voorraad aan sociale woningen ligt tussen 5150 en 5650 woningen in 2025. De recent vastgestelde Woonagenda bevestigt dit beeld. Als gevolg van het verplichte 'passend toewijzen' is de verwachting dat de druk op goedkope woningen en woningen voor specifieke kwetsbare inwoners toe zal nemen. Hoewel gelijkvloer- se woningen moeilijk verhuurd worden, wordt verwacht dat de vraag naar gelijkvloerse wonin- gen toe zal nemen als gevolg van de toenemende vergrijzing. Mogelijk is het huidige aanbod te gedateerd en ligt hier een transformatieopgave. Onderhavig plan is in lijn met de woonvisie, omdat wordt voorzien in extra sociale huurwonin- gen waar vraag naar is. Daarnaast voldoen de woningen aan de minimaal gestelde eis met be- trekking tot het energielabel. De woningen moeten namelijk worden gebouwd conform bouwbe- sluit de BENG regelgeving, waarmee altijd minimaal een energielabel B behaald wordt.

15 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 4.3.5. Regionale woonagenda West-Overijssel 2021-2025 De verschillende regiogemeenten en de provincie Overijssel hebben gezamenlijk afspraken gemaakt in de regionale woonagenda West-Overijssel 2021-2025. De woonagenda West-Overijssel geeft meer ruimte aan woningbouw dan voorheen. De nadruk ligt daarbij op een goede kwalitatieve onderbouwing van de woonbehoefte en niet langer op de kwantitatieve behoefte. De nieuwe regionale woonagenda biedt daardoor meer ruimte aa n ge- meenten voor lokale afweging en kwalitatieve onderbouwing. De totale woningvoorraad in Steenwijkerland bestaat uit meer dan 20.000 woningen. De lokale woonbehoefte tot 2030 bedraagt 1.250 woningen. Op dit moment is er in Steenwijkerland een harde plancapaciteit van ca. 510 woningen en een zachte plancapaciteit van ca. 360 woningen (samen ca. 870). De insteek vanuit de West-Overijsselse woonagenda is om tot en met 2025 vooral in te zetten op de uitvoering van deze harde en zachte plancapaciteit. Op basis van Primos 2019 prognoses is er voor de lokale behoefte tot 2030 nog een tekort aan plannen voor ca. 370 woningen.

Het woningmarktonderzoek dat de gemeente zelf laat uitvoe- ren in de 1e helft van 2021 brengt in kaart in welke kernen (of clusters van kern en) de nog niet ingevulde plancapaciteit dient te landen in de periode tot 2025 en tot 2030. Daa rnaast is er nog een verwachte bovenlokale woningvraag, o.a. vanuit de bredere regio en door de overloop van- uit de Randstad naar onze regio. De grootte van deze bovenlokale vraag en waar in de regio deze vooral zal landen wordt vanaf 2021 in regionaal verband nader uitgezocht. De druk op de woningmarkt is groot met stijgende prijzen voor koopwoningen en lange wachttij- den voor sociale huur, ook in de gemeente Steenwijkerland. Bij zowel de provincie als de ge- meente is er een sterke ambitie om de woningbouw in de gemeente te versnellen. De provincie Overijssel biedt ondersteuning aan gemeenten bij versnelling van de woningbouwopgave. Sa- men met het Rijk wordt kennis en capaciteit beschikbaar gesteld aan gemeenten om de wo- ningbouw op locatieniveau te versnellen, visie te ontwikkelen en concrete plannen te realiseren. Hiervoor is een provinciaal aanjaagteam wonen opgericht, als aanvulling op het landelijk expert- team wonen. Het aanjaagteam helpt bij de versnelling van de realisatie van woningbouwplan- nen. Onderhavig plan is in lijn met de gemaakte afspraken.

Er wordt namelijk invulling geven aan de woningbehoefte door 11 woningen toe te voegen aan de woningvoorraad. Dit p ast binnen de plancapaciteit. 4.3.6. Welstandsnota Voor het plangebied is een specifiek beeldkwaliteitsplan opgesteld waarmee de welstandsnota voor dit gebied niet meer van toepassing is. Op de criteria uit de welstandsnota is al ingegaan in paragraaf 3.1. Met betrekking tot de architectuur zal rekening gehouden moeten worden met de uitgangspunten uit het beeldkwaliteitsplan. Dit zal gebeuren in het stadium dat het ontwerp van de woningen bekend is in het kader van de omgevingsvergunning. 16 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 5. Omgevingsaspecten 5.1. Archeologie en cultuurhistorie De Erfgoedwet is per 1 juli 2017 ingegaan. Deze wet bundelt bestaande wet- en regelgeving voor behoud en beheer van het cultureel erfgoed en archeologie in Nederland. Bovendien zijn aan de Erfgoedwet een aantal nieuwe bepalingen toegevoegd. In een bestemmingsplan dient een beschrijving te worden opgenomen hoe met de in het gebied aanwezige cultuurhistorische waarden en in de grond aanwezige of te verwachten monumenten rekening is gehouden. Het is daarmee dus verplicht om de facetten historische (steden)bouwkunde en historische ge- ografie mee te nemen in de belangenafweging.

Hierbij gaat het om zowel beschermde als niet formeel beschermde objecten en structuren. Het beleid van de provincie Overijssel sluit aan op het nationale beleid voor de archeologische monumentenzorg. De provincie richt zich op de bescherming van objecten en de bescherming, benutting en ontwikkeling van structuren en en- sembles van een grotere schaal. Archeologie In het kader van het bestemmingsplan 'Tuk Bergstein' is archeologisch proefsleuven onderzoek uitgevoerd ter plaatse van het plangebied. Op basis van dat onderzoek is aangetoond dat het bestemmingsplan op basis van archeologie uitvoerbaar is. Met deze wijziging worden geen ex- tra mogelijkheden geboden die archeologische resten zouden kunnen verstoren. Daarmee is aangetoond dat archeologie verder geen problemen vormt voor de voorgenomen ontwikkeling. Cultuurhistorie In het Besluit ruimtelijke ordening (Bro) is bepaald dat in een ruimtelijk plan een beschrijvin g opgenomen moet worden van de manier waarop met de aanwezige cultuurhistorische waarden rekening is gehouden. Het plangebied kent geen specifieke cultuurhistorische waarden. Omdat dit plan perceelsge- bonden is, wordt geen afbreuk gedaan aan de structuren in de omgeving. De ontwikkeling past binnen de bestaande stedenbouwkundige structuur qua functie en volume.

Het is dan ook niet noodzakelijk om nadere regels te stellen ter bescherming van cultuurhistorische waarden. Conclusie Het aspect archeologie en cultuurhistorie levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.2. Bedrijven en milieuzonering Uit het oogpunt van goede ruimtelijke ordening moet bij nieuwe ontwikkelingen worden nage- gaan welke bronnen in of nabij het plangebied een belemmering kunnen vormen voor gevoelige functies als wonen. Daarnaast dient te worden bezien of sprake is van een aanvaardbaar woon - en leefklimaat (de 'omgekeerde werking'). 17 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Het is gebruikelijk om voor ruimtelijke ontwikkelingen in de omgeving van bedrijvigheid a anslui- ting te zoeken bij de afstanden uit de publicatie Bedrijven en milieuzonering (VNG -uitgeverij, 2009). Andersom kan deze publicatie worden gebruikt voor het op verantwoorde wijze inpassen van bedrijvigheid in de fysieke omgeving. In de huidige situatie is ter plaatse wonen toegestaan en dit zal in de toekomstige situatie niet anders zijn. Wonen is geen milieubelastende functie en dit vormt dus in ieder geval geen pro- bleem voor omliggende functies. Er bevinden zich geen bedrijven zijn in de directe omgeving van het plangebied.

Daarnaast is in het plangebied in de huidige situatie wonen toegestaan en dat zal in de toekomstige situatie niet anders zijn. Dit bestemmingsplan maakt geen extra woningen mogelijk ten opzichte van de hui- dige situatie en de geplande woningen komen niet dichter bij omliggende bedrijven te liggen. Daarmee is aangetoond dat de omliggende bedrijven niet in hun mogelijkheden worden be- perkt. Conclusie Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect bedrijven en milieuzonering. 5.3. Bodem Ten aanzien van de bodemkwaliteit geldt de Wet bodembescherming (Wbb) en het (bijbeho- rende) Besluit bodemkwaliteit. Gestreefd wordt naar een duurzaam gebruik van de bodem. Bij een ruimtelijk plan moet de bodemkwaliteit van het betreffende gebied inzichtelijk worden ge- maakt. Hierbij is van belang te weten of er bodemverontreiniging is die de functiedoelen kan frustreren, of er gezondheidsrisico's of ecologische risico's daardoor zijn en wat de mogelijkhe- den zijn om er tijdig iets aan te doen. Hiervoor is wettelijk verplichte informatie over de bodem- kwaliteit nodig. Het uitgangspunt wat betreft de bodem in het plangebied is, dat de kwaliteit ervan zodanig dient te zijn dat er geen risico's zijn voor de volksgezondheid bij het gebruik van het plangebied voor de voorgenomen functie(s).

In het kader van dit bestemmingsplan is bodemonderzoek uitgevoerd dat is opgenomen in Bij- lage 2. De conclusie van dit onderzoek is als volgt. Door Eco Reest BV is een verkennend milieukundig bodemonderzoek uitgevoerd ter plaatse van een locatie genaamd ‘Bouwplan Bergstein’ te Tuk. De aanleiding tot het verkennend bo- demonderzoek is de voorgenomen bouw van 11 woningen ter plaatse van het onderzoekster- rein. Het doel van het onderzoek is een indruk te verkrijgen over de eventuele aanwezigheid van verontreinigingen in de grond en in het grondwater van het onderzoeksterrein. Dit gebeurt 18 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen teneinde te bepalen of er vanuit milieuhygiënisch oogpunt belemmeringen bestaan voor het toekomstige gebruik van de locatie (wonen met tuin). Vooronderzoek De onderzoekslocatie betreft het Bouwplan Bergstein in Tuk is kadastraal bekend als gemeente Steenwijkerwold, sectie E, nr. 3205 en heeft een totale oppervlakte van circa 2.000 m2. De te onderzoeken locatie betreft thans een braakliggend terrein te midden van een nieuwbouwwijk en is geheel onverhard. Men is voornemens het terrein te ontwikkelen ten behoeve van de nieuwbouw van twaalf woningen.

Veldwerkzaamheden Uit de veldwerkzaamheden blijkt dat de bodem van de onderzochte locatie opgebouwd is uit zwak zandig leem dat in de bovengrond zwak humeus is. In de ondiepe ondergrond is plaatse- lijk sprake van laagjes roest. Het grondwaterniveau is tijdens het onderzoek vastgesteld op 1,0 m-mv.Tijdens het veldwerk zijn geen voor het onderzoek van belang zijnde waarnemingen naar voren gekomen. Bij de beoordeling van het terrein en het opgeboorde materiaal is ook speciaal gelet op as- best(houdende) materialen. Deze zijn zintuiglijk niet op de bodem en in het opgeboorde materi- aal ter plaatse van het onderzoeksterrein waargenomen. Uit de chemische analyses is het volgende naar voren gekomen: Grond: In de boven- en ondergrond zijn geen verhoogde gehalten aan de onderzochte parame- ters gemeten boven de achtergrondwaarden en/of detectiegrenzen. Grondwater: In het grondwater zijn geen gehalten aan de onderzochte parameters gemeten boven de streefwaarden en/of detectiegrenzen. Aanbevelingen Uit de onderzoeksresultaten blijkt dat in de grond en in het grondwater geen overschrijdingen van de achtergrond- en streefwaarden van de Wet bodembescherming zijn aangetoond. De onderzoekshypothese, zijnde een onverdachte locatie, is hiermee derhalve bevestigd.

Gezien de aard en de concentraties van de aangetoonde parameters in relatie tot de bestemm ing (wo- nen met tuin) van het terrein, concluderen wij dat verhoogde risico's voor de volksgezondheid en/of het milieu op basis van de aangetoonde milieuhygiënische bodemkwaliteit, niet te ver- wachten zijn. De resultaten van het onderzoek vormen dan ook geen aanleiding tot nader on- derzoek en zijn geen milieuhygiënische belemmering in relatie tot de woonbestemming van het terrein. Conclusie Het aspect bodem levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling. 19 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen 5.4. Duurzaamheid en energie In 2012 heeft de gemeente Steenwijkerland de Notitie Nieuwe Energie vastgesteld. De Notitie Nieuwe Energie beschrijft een strategische routekaart met verschillende deelpakketten hoe de Raad van Steenwijkerland haar ambitie rond energiebesparing en duurzame energie gaat i nvul- len. De gemeente Steenwijkerland heeft als ambitie dat in 2020 al het huishoudelijke energie- gebruik wordt opgewekt met energie uit (duurzame) energiebronnen binnen de eigen gemeen- tegrenzen en in regionaal verband. In het ontwerp wordt aandacht besteed aan het aspect duurzaamheid. Zo zal gebruik gemaakt worden van moderne isolerende materialen om zoveel mogelijk energie te besparen.

Verder zullen de 11 woningen worden gerealiseerd, volgens de richtlijnen Trias -Energetica: Beperk het energieverbruik door verspilling tegen te gaan. Gebruik duurzame energiebronnen, zoals wind-, water-, en zonne-energie. Zet fossiele brandstoffen zo efficiënt mogelijk in om aan de resterende energiebehoefte te vol- doen Conclusie Ten aanzien van duurzaamheid worden maatregelen getroffen voor de voorgenomen ontwikke- ling. 5.5. Ecologie Bij elk ruimtelijk plan dient, met het oog op de natuurbescherming, rekening te worden gehou- den met de Wet natuurbescherming. Hierbij wordt onderscheid gemaakt in gebiedsbescherming en soortenbescherming. Een ruimtelijk plan mag namelijk geen significante negatieve gevolgen hebben voor een te beschermen gebied en/of soort. Wat betreft ecologie is er in het kader van dit bestemmingsplan onderzoek gedaan naar ecolo- gische waarden. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 3 en de conclusie is als volgt. Gebiedsbescherming Het plangebied ligt buiten Natura 2000-gebied. Het dichtstbijzijnde gebied ligt op circa 3,5 kilo- meter afstand. Vanwege deze afstand, de potentiële effecten, bekende dosis-effectrelaties en de aard/om vang van de voorgenomen ontwikkeling, zijn indirecte effecten, met uitzondering van stikstofdepositie, op voorhand uitgesloten.

Uit de AERIUS-berekeningen voor het beschouwde plan komt naar voren dat, zowel in de reali- satie als de gebruiksfase, géén sprake is van stikstofdepositie op Natura 2000-gebieden (<0,00 mol/ha/jr). Formeel kan de realisatiefase buiten beschouwing gelaten worden en is de bereke- ning uitgevoerd voor 12 woningen, terwijl het plan voorziet in 11 woningen. Dit heeft echter geen gevolgen voor de conclusie dat de beoogde nieuwbouw geen negatieve effecten op de 20 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen instandhoudingsdoelen van Natura 2000-gebieden. Vervolgstappen ten aanzien van Natura 2000 zijn niet aan de orde. Het plangebied ligt buiten het Natuurnetwerk Nederland en bos- en natuurgebieden buiten het NNN. Het voorgenomen plan heeft gezien de afstand tot deze gebieden, de ligging binnen de bebouwde kom en de aard en omvang van het plan geen effect op deze gebieden. Vervolg- stappen ten aanzien van het NNN zijn niet aan de orde. Soortenbescherming Uit de quickscan Wet natuurbescherming ten aanzien van soortenbescherming wordt het vol- gende geconcludeerd: ▪ Vogels: het plangebied biedt gezien de terreinkenmerken, afwezigheid van bebouwing en opgaand groen en huidige verstoringsbronnen geen geschikte broedgelegenheid voor (jaar- rond beschermde) vogels.

In de directe omgeving van het plangebied kunnen wel diverse vogelsoorten tot broeden komen. Het plangebied betreft geen essentieel onderdeel van het foerageergebied voor vogels. ▪ Vleermuizen: verblijfplaatsen van vleermuizen zijn vanwege het ontbreken van bebouwing en bomen uitgesloten. Mogelijk vormt het plangebied onderdeel van een vliegroute en foera- geer gebied. Dit betreft echter geen essentieel leefgebied en de ontwikkeling heeft geen ne- gatief effect op de functionaliteit ervan. ▪ Groei- en verblijfplaatsen van beschermde flora, grondgebonden zoogdieren, vissen, amfi- bieën, reptielen en ongewervelden zijn gezien de terreinkenmerken, habitateisen en beken- de verspreidingsgegevens uitgesloten. ▪ In het plangebied zijn enkele algemeen voorkomende grondgebonden zoogdieren en amfi- bieën te verwachten. Voor deze soorten geldt een vrijstelling van de verbodsartikelen. Advies en vervolgstappen Binnen en in de directe omgeving van het plangebied kunnen diverse (niet jaarrond bescherm- de) vogels tot broeden komen. Voor alle inheemse vogelsoorten geldt een verbod op handelin- gen die soorten, nesten, eieren of vaste rust-of verblijfplaatsen beschadigen. Voor werkzaamheden met schadelijke effecten op broedvogels wordt veelal geen ontheffing verleend, omdat het uitvoeren van de werkzaamheden buiten het broedseizoen over het alge- meen een goed alternatief vormt.

In het kader van de Wet natuurbescherming wordt voor het broedseizoen geen standaardperiode gehanteerd, omdat deze per soort en vaak per jaar kan verschillen. Van belang is of een broedgeval wordt verstoord, ongeacht de datum. Voor de meeste soorten kan de periode tussen maart en september worden aange houden als broedsei- zoen. Dit is echter afhankelijk van de soort en van de klimatologische omstandigheden. Indien de werkzaamheden binnen het broedseizoen plaatsvinden, wordt geadviseerd vooraf- gaand aan de werkzaamheden een broedvogelcheck uit te laten voeren om vast stellen of bin- nen de in vloedsfeer van de werkzaamheden broedvogels aanwezig zijn. Indien deze afwezig zijn, kunnen werkzaamheden doorgang vinden. Indien bij de controle in gebruik zijnde nesten 21 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen van vogels, of in aan bouw zijnde nesten worden aangetroffen, dient een zorgvuldige werkwijze worden bepaald of dienen de werkzaamheden worden uitgesteld tot het nest niet meer in ge- bruik is. Ook kan ervoor worden gekozen de werkzaamheden voor het broedseizoen op te star- ten en continue door te werken,zodat vogels buiten de invloedsfeer van de werkzaamheden geschikte broedgelegenheid zullen zoeken. Zorgplicht Opgemerkt wordt dat te allen tijde de zorgplicht blijft gelden.

Deze zorgplicht houdt in dat nade- lige gevolgen voor flora en fauna zoveel mogelijk moeten worden voorkomen. Deze zorg geldt voor alle individuen van in Nederland voorkomende soorten planten en dieren, ongeacht of de- ze soort beschermd is en ongeacht of ontheffing of vrijstelling is verleend. Hier kan bijvoorbeeld invulling aan worden gegeven door het plangebied (ruim) voorafgaand aan de werkzaamheden -bij voorkeur voor start van het broedseizoen- kort te maaien. Conclusie Het aspect ecologie levert geen belemmeringen op voor de voorgenomen ontwikkeling. 5.6. Externe veiligheid Van de ramptypes die verband houden met externe veiligheid ("Indeling Leidraad maatramp") zijn met name ongevallen met brandbare/explosieve of giftige stoffen van belang. Deze onge- vallen kunnen nader worden onderscheiden in ongevallen met betrekking tot: ▪ inrichtingen; ▪ vervoer gevaarlijke stoffen door buisleidingen; ▪ vervoer gevaarlijke stoffen over weg, water en spoor. De risico's waaraan burgers in hun leefomgeving worden blootgesteld door activiteiten met ge- vaarlijke stoffen in inrichtingen dienen tot een aanvaardbaar minimum te worden beperkt. Daar- toe zijn in het "Besluit externe veiligheid inrichtingen" (hierna: Bevi) regels gesteld.

Bij het toekennen van bepaalde bestemmingen dient onderzocht te worden: Of voldoende afstand in acht wordt genomen tussen (beperkt) kwetsbare objecten enerzijds en risicovolle inrichtingen anderzijds in verband met het plaatsgebonden risico. Of (beperkt) kwetsbare objecten liggen binnen in het invloedsgebied van risicovolle in richtingen en zo ja, wat de bijdrage is aan het groepsrisico. Het plaatsgebonden risico is de kans dat een persoon die onafgebroken en onbeschermd op een plaats buiten een inrichting zou verblijven, overlijdt als rechtstreeks gevolg van een onge- woon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof betrokken is. Voor kwetsbare objecten geldt een plaatsgebonden risico PR 10-6 en voor beperkt kwetsbare objecten geldt een richtwaarde voor het plaatsgebonden risico PR 10-6. 22 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Het groepsrisico bestaat uit de cumulatieve kansen per jaar dat ten minste 10, 100 of 1.000 personen overlijden als rechtstreeks gevolg van hun aanwezigheid in het invloedsgebied van een inrichting en een ongewoon voorval binnen die inrichting waarbij een gevaarlijke stof be- trokken is. In de directe nabijheid van het plangebied liggen geen Bevi-inrichtingen. Er zijn in dit kader dan ook geen externe veiligheidseffecten waarmee rekening moet worden gehouden.

Op basis van de risicokaart die is geraadpleegd bevindt het plangebied zich niet binnen de 10-6 plaatsgebonden risicocontour van het spoortraject Meppel-Leeuwarden, de provinciale weg N334 en de Rijksweg A32. Ten opzichte van de huidige situatie neemt met de voorgenomen ontwikkeling het aantal woningen en dus ook het aantal potentieel aanwezig personen af. De orientatiewaarde en het groepsrisico wordt daarmee niet overschreden. Daarn aast bestaat er vanuit de invloed van de externe veiligheiddsrisico's, van zowel stationaire als mobiele bronnen geen beletsel op de woon- en leefomgeving van de toekomstige bewoners van de woningen. Conclusie Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect externe veiligheid. 5.7. Geluid De Wet geluidhinder (Wgh) heeft tot doel de mensen te beschermen tegen geluids( over)last ten gevolge van wegverkeer, spoorwegverkeer of industrieterreinen. Op basis van deze wet dient bij het opstellen van het bestemmingsplan dan ook aandacht te worden geschonken aan het aspect "geluid". Wat betreft geluid is er in het kader van dit bestemmingsplan akoestisch onderzoek uitgevoerd. Dit onderzoek is opgenomen in Bijlage 1. In deze paragraaf volt een samenvatting van dit on- derzoek. Op de onbebouwde grond tussen de Wethouder Zeefatstraat en de Wethouder Slootstraat in Tuk worden 11 nieuwe woningen gerealiseerd.

Door de nieuwe ontwikkeling worden woningen (geluidsgevoelige bestemmingen) gerealiseerd. Voor de realisatie van deze nieuwe woningen is akoestisch onderzoek verricht. De geluidsbelasting van de nieuwe woningen wordt getoetst aan de normen uit de Wet geluidhinder (Wgh). Spoorlijn Leeuwarden – Zwolle De hoogste geluidsbelasting bedraagt 44 dB afkomstig van de spoorlijn op de rand van het bouwvlak. Bij de nieuwe woning wordt de voorkeursgrenswaarde van 55 dB uit de Wgh niet overschreden. 23 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen Steenwijkerweg (N334) De hoogste geluidsbelasting, afkomstig van de Steenwijkerweg (N334), bedraagt 45 dB, inclu- sief aftrek op grond van artikel 110g Wgh, op de rand van het bouwvlak. Bij de nieuwe wonin- gen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. A32 De hoogste geluidsbelasting, afkomstig van de A32, bedraagt 48 dB, inclusief aftrek op grond van artikel 110g Wgh, op de rand van het bouwvlak. Bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van 48 dB uit de Wgh. Eindconclusie Wgh Aangezien bij de nieuwe woningen wordt voldaan aan de voorkeursgrenswaarde van de 48 dB uit de Wgh is de realisatie van de woningen vanuit akoestisch oogpunt zonder meer mogelijk.

Toetsing aan het Bouwbesluit 2012 Op grond van het Bouwbesluit 2012 dient een akoestische binnenwaarde van 33 dB bij wonin- gen ten gevolge van wegverkeerslawaai en railverkeerslawaai gegarandeerd te worden. Vol- gens artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB. De hoogste cumulatieve geluidsbelasting bedraagt daardoor 51 dB, exclusief aftrek ex artikel 110g. Om de binnenwaarde bij de woningen te halen, moet een mini- male geluidsisolatie van (51-33=) 18 dB worden bereikt. Ter indicatie: volgens artikel 3.2 van het Bouwbesluit 2012 bezit een standaard gevelconstructie een minimale geluidsisolatie van 20 dB. Als de gevels van de nieuwe woningen voldoen aan het Bouwbesluit 2012, dan worden de binnenwaarden van 33 dB (wegverkeer en railverkeer) ook gehaald. Conclusie Er is sprake van een aanvaardbaar woon- en leefklimaat ten aanzien van het aspect geluid 5.8. Luchtkwaliteit Op 15 november 2007 is de Wet luchtkwaliteit in werking getreden. De wet is enerzijds bedoeld om de negatieve effecten op de volksgezondheid aan te pakken, als gevolg van te hoge ni- veaus van luchtverontreiniging. Anderzijds heeft de wet tot doel mogelijkheden te creëren voor ruimtelijke ontwikkeling, ondanks overschrijdingen van de Europese grenswaarden voor lucht- kwaliteit.

Op grond van de wet mogen nieuwe ontwikkelingen niet leiden tot een overschrijding van de normen (grenswaarden) die aan een aantal verontreinigende stoffen zijn gesteld. Met betrek- king tot luchtkwaliteit moet rekening gehouden worden met het gestelde in de Wet milieube- heer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen en de bijbehorende bijlagen. Op basis van artikel 5.16 Wm kan, samengevat, een ruimtelijk plan worden vastgesteld, indien: 24 ontwerp gemeente Steenwijkerland – bestemmingsplan Bergstein Wethouder Slootstraat/De Erfgenamen a) aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het ruimtelijk plan biedt, niet leiden tot het overschrijden van een in bijlage 2 van de Wet milieubeheer opgenomen grenswaarde die behoort bij de Wet Milieubeheer, hoofdstuk 5, titel 5.2 Luchtkwaliteitseisen, of b) aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het ruimtelijk plan biedt, leiden tot een verbetering per saldo van de concentratie in de buitenlucht van de desbetreffende stof dan wel, bij een beperkte toename van de concentratie van de desbetreffende stof, de luchtkwa- liteit per saldo verbetert door een samenhangende maatregel of een optredend effect, of c) aannemelijk is gemaakt dat de mogelijkheden die het ruimtelijk plan biedt niet in b etekenen- de mate bijdragen aan de concentratie in de buitenlucht van een stof waarvoor in bijlage 2 een grenswaarde is opgenomen, of d)

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/92160474-768d-4ea0-88b2-a04b08caeec0?agendaItemId=29d5e795-6e06-401e-9b34-1504d9520bc4