CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

17.0 Informatienota 2020 - 7 - Beheerplan Eikenprocessierups 2020.pdf

Raadsvergadering 10 maart 2020, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken25.408 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 3 van 3

Ook dit middel tast rupsen van andere vlindersoorten aan, maar heeft geen effecten op andere insectensoorten. Door de vroege aanwending kan schade aan andere vlindersoorten zoveel mogelijk worden voorkomen. Let op: in vogelrijke gebieden is het niet aan te raden om het bacteriepreparaat breed te gebruiken. Omdat dit middel ook andere rupsen doodt, kan hierdoor met name in het voortplantingsseizoen van vogels een tekort aan voedsel ontstaan. Het is daarom ook niet verstandig om nestkasten op te hangen in lanen waar alle bomen preventief behandeld worden met een bacteriepreparaat. Samenvattend + Redelijk selectief middel met hoge effectiviteit, door vroege toepassing (EPR-rupsstadium 2 en 3) kan schade aan andere rupsen voorkomen worden; + Het middel kan zowel overdag als ’s nachts aangewend worden met een luchtondersteunende bomennevelspuit (>300 m3 luchtdebiet); + De bacteriën brengen buiten andere rupsen geen schade aan voor andere dieren en mensen. Wel kan er tijdens bespuitingen huid- of oogirritatie optreden bij blootstelling aan het middel. Beschermende middelen (maskers, beschermende kleding) wordt aangeraden; + Bespuiting met een bacteriepreparaat die goed wordt uitgevoerd, leidt ertoe dat er minder rupsen uitgroeien tot vlinder.

Daardoor is er in het volgend jaar minder overlast te verwachten; - Het middel moet worden aangebracht als de bladontplooiing van de eiken 40-50% is. Bij een te vroege behandeling lopen naderhand teveel onbehandelde bladeren uit; - Het middel moet bij gunstige weersomstandigheden (windsnelheid <3 m/sec, geen regen, optimale temperatuur 15º C.) worden aangebracht; - Het middel blijft 1-7 dagen actief, soms nog langer met een UV-beschermer. Bij veel neerslag is het raadzaam om op plekken met een hoge prioriteit de bespuiting na een week te herhalen; - Het middel is zeer effectief en kan bij vogels tot voedseltekorten leiden in de broedperiode. Randvoorwaarden voor preventieve bespuiting Zowel bespuitingen met nematoden als met een bacteriepreparaat kunnen ook leiden tot aantasting van rupsen van andere dag- en nachtvlindersoorten. Het risico hierop is met nematoden het kleinst, omdat dit middel al heel vroeg in het seizoen kan worden toegepast. Bij toepassing van het bacteriepreparaat moet worden gewacht op het moment dat de eiken 40-50% bladontwikkeling hebben. Dat valt enkele weken later in het seizoen, waardoor de kans op schade aan andere rupsen dan Eikenprocessierupsen groter is.

Er dient dan ook een check plaats te vinden of er beschermde vlindersoorten aanwezig zijn in of direct nabij de bomen (beschermde rupsen kunnen ook in de onderbegroeiing zitten) en door verwaaiing van het middel geraakt worden. Hiervoor maakt de Vlinderstichting per gemeente beheerkaarten met daarop de verspreiding van beschermde vlindersoorten. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen ernstig bedreigde soorten waarvoor ontheffing nodig is bij verstoring of aantasting van leefgebied (zgn. passief beschermde soorten) en bedreigde soorten waarbij bestrijden een negatief effect op de instandhouding van de soort heeft (zgn. actief beschermde soorten). College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 63/85 42 De Wet Natuurbescherming (Wnb) regelt de bescherming van inheemse planten en dieren en hun leefomgeving. Het preventief bespuiten van eiken waarin EPR-rupsen aanwezig of verwacht worden, kan strijdig zijn in relatie tot de wet. Dit betekent echter niet dat er geen mogelijkheden zijn tot handelen. De wet voorziet hierin indien aangetoond kan worden dat sprake is van een Erkend belang (zie hoofdstuk 2). Hiertoe behoort het goed onderbouwde risico op ernstige gezondheidsklachten, waarbij afdoende alternatieve maatregelen ontbreken.

De aanvrager dient aan te geven dat hij zo zorgvuldig mogelijk tewerk gaat om zo weinig mogelijk schade aan beschermde soorten te veroorzaken. Terughoudendheid is dus van belang op locaties waar waarnemingen van beschermde dag- en nachtvlinders bekend zijn. Daarnaast kunnen andere inheemse soorten tijdens de behandeling verstoord worden. De bespuiting vindt plaats met een luchtondersteunende bomennevelspuit met een vermogen van tenminste 300 m3 luchtdebiet. Andere boombewonende soorten (kevers, spinnen, zangvogels, eekhoorns, vleermuizen) of hun nesten kunnen bij de bespuitingen geraakt of verstoord worden. De Wnb schrijft voor dat zo zorgvuldig mogelijk gehandeld moet worden om verstoring zoveel mogelijk te voorkomen (het Zorgvuldigheidsbeginsel). Deskundige bedrijven werken meestal met een zgn. gedragscode. Door het opvolgen van de werkwijze die in deze gedragscode staat, wordt verstoring van beschermde soorten tot een aanvaardbaar niveau beperkt. Curatieve bestrijding Curatieve bestrijding (ook wel reactieve bestrijding) is het wegnemen van Eikenprocessierupsnesten in de grotere tak-oksels, op de boomstammen, de stamvoet, op of in de grond. Curatieve bestrijding vindt plaats in de rupsfase 4-5-6, de rupsen hebben in dit stadium brandharen.

Curatieve bestrijding leidt echter niet alleen tot het beperken van overlast van brandharen, het zorgt er ook voor dat het aantal vlinders afneemt, waardoor er minder eitjes afgezet kunnen worden. Daardoor zijn er in de volgende jaren minder rupsen te verwachten. Als positief aspect kan genoemd worden dat er geen andere vlinders of andere diersoorten geraakt worden. Dat maakt dat deze bestrijdingsmethode kan worden toegepast in hoog risicogebieden waar ook bedreigde vlindersoorten voorkomen. Curatieve bestrijding kan op zichzelf staan, maar ook in combinatie met preventieve bestrijding toegepast worden. Het is dan aanvullend en kan bijvoorbeeld worden ingezet in gebieden met een hoge risico-inschatting (veel mensen aanwezig) of als gevolg van meldingen van zichtwaarnemingen, klachten van overlast of bij uitgewaaide of weggeregende nesten. Daarnaast kan curatieve bestrijding ook nog later in het seizoen plaatsvinden. Men vernietigt dan weliswaar geen rupsen, maar wel de lege nesten waarin de brandharen zijn achtergebleven. Het overlast gevende seizoen kan hiermee verkort worden. Een voordeel van curatieve bestrijding is dat het gehele nest met alle rupsen en brandharen verwijderd wordt. Een nadeel is echter dat heel goed gekeken moet worden of alle nesten meegenomen zijn en er niet ergens een nest over het hoofd wordt gezien.

Een ander nadeel is dat het een arbeidsintensieve en trage bestrijdingsmethode is, en daardoor vrij kostbaar. Daarnaast kan het voorkomen dat nesten niet goed te bereiken zijn, omdat ze bijvoorbeeld te hoog in de boom zitten of dat de aangetaste boom op een moeilijk te benaderen plek staat (bijv. in een achtertuin waar een hoogwerker niet kan komen). Kiest men enkel voor curatieve bestrijding, dan kan er sprake zijn van overlast door brandharen, alvorens alle rupsen en nesten curatief verwijderd zijn. Er zijn twee methoden van curatieve bestrijding: 1. Fixeren van het nest met lijmspray en vervolgens wegplukken; 2. Wegzuigen van nesten met een industriële zuiger. Beide methoden hebben als nadeel dat de bestrijders risico’s lopen vanwege de aanwezige brandharen in de (oude) nesten. Het moet dus gebeuren door ervaren bedrijven met voldoende College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 64/85 43 deskundigheid en met goede apparatuur. De Arbowetgeving vereist bovendien dat er gewerkt wordt met beschermende kleding en maskers. Juist in warme zomermaanden kan dit als vervelend worden ervaren. Daarnaast is er een probleem met de verwerking van verwijderde nesten en overig afval (beschermende pakken, e.d.). De huidige capaciteit daarvoor is te klein. Samenvattend + Curatieve bestrijding kan (evt.

in combinatie met preventieve bestrijding) er voor zorgen dat het aantal vlinders afneemt, waardoor er in de volgende jaren minder overlast te verwachten is; + Het gehele nest kan worden weggehaald, waardoor de aanwezige rupsen en het aantal brandharen direct wordt teruggedrongen; + Oude nesten met brandharen kunnen verwijderd worden, zodat het overlastseizoen korter wordt + De bevolking / klachtmelder ziet dat er daadwerkelijk gehandeld wordt; + Er is geen schadelijk neveneffect op andere vlinders, curatieve bestrijding kan dus ook worden ingezet op locaties waar bedreigde vlindersoorten voorkomen; - Het wegnemen van de nesten moet gebeuren met beschermende kleding en maskers. Dit maakt het werk lastig, zeker onder warme zomerse omstandigheden; - Curatieve bestrijding is arbeidsintensief, verloopt traag en daardoor duur en niet geschikt bij sterk aangetaste bomen; - Als de curatieve bestrijding volgt op meldingen van klachten, waarnemingen of inspecties, is het moeilijk om vooraf te bepalen welk budget men nodig heeft.

Preventieve bestrijding kan beter begroot worden, zeker als er een goede registratie van de aanwezigheid van Eikenprocessierups is; - Omdat er al brandharen aanwezig zijn en vaak wordt ingegrepen na meldingen/klachten, wordt curatieve bestrijding als een niet-alerte dure noodmaatregel gezien; - Indien er geen preventieve bespuiting is geweest, moet heel goed geïnspecteerd worden of alle nesten meegenomen worden en er geen over het hoofd worden gezien; - De weggenomen nesten moeten zorgvuldig afgevoerd en vernietigd worden; - Ook bij curatieve bestrijding geldt dat boombewonende fauna zoals zangvogels, vleermuizen of eekhoorns verstoord kan worden door de aanwezigheid van mensen en het geluid van een industriële zuigmachine. Net als bij preventieve bestrijding geldt ook bij curatieve bestrijding dat zo zorgvuldig mogelijk gehandeld moet worden om strijdigheid met de Wnb te voorkomen en dat het werken met een gedragscode aangeraden wordt. Afvoer materiaal Het materiaal dat vrijkomt bij curatieve bestrijding wordt beschouwd als gevaarlijk afval. De inzameling, afvoer en verwerking van dit materiaal valt daarom onder de Wet Milieubeheer. Voor gevaarlijk afval moeten strikte regels worden gevolgd, die hieronder staan beschreven. Het afval van curatieve bestrijding bestaat uit: 1. Persoonlijke beschermingsmiddelen, zoals beschermende overalls, handschoenen, etc.; 2.

Overig materiaal, zoals markeringslinten, verwijderingsmateriaal, etc.; 3. Droog dierlijk afval: rupsen of poppen, lege cocons, brandharen, spinseldraden en nesten van Eikenprocessierupsen; 4. Nat dierlijk afval: rupsen of poppen, lege cocons, brandharen, spinseldraden en nesten van Eikenprocessierupsen die in water zijn gebracht of lang zijn blijven liggen (ontbinding). Naar aanleiding van problemen rond de afvoer en verwerking van EPR-afval heeft het ministerie van LNV een protocol laten opstellen, dat regels stelt voor de afvoer van droog EPR-afval (Protocol aangaande opslag, transport en verwerking van Eikenprocessierupsenafval, 22 juli 2019). Voor nat EPR-afval zijn nog geen regels opgesteld, naar verwachting gaat dit wel op korte termijn gebeuren. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 65/85 44 Gebruikte persoonlijke beschermingsmiddelen zoals wegwerp-overalls, -handschoenen en overig materiaal dienen in goed afgesloten zakken of containers te worden verzameld om vervolgens in een verbrandingsoven vernietigd te worden. De toegestane verpakkingsmiddelen voor het verzamelen van dit afval zijn: * 60/200 liter kunststof vaten met een draaidop, afsluitdop of deksel. Na vulling dient de dop of deksel gefixeerd te worden met ducttape.

* goed afsluitbare dubbelwandige 1m3 “asbest”-big bags met goed afsluitbaar schort, staande op een pallet (éénmalig gebruikt). De zakken mogen tot maximaal 50% worden gevuld en moeten vervolgens met een zwanenhalswikkeling worden gefixeerd (met ducttape). Het EPR-materiaal wordt in dubbel verpakte kunststof zakken of kleine boxen verpakt, die op hun beurt in de grote kunststof vaten of de big bag worden verzameld. Zakken en kleine boxen mogen niet samen in de big bag worden verzameld. Als de grote kunststof vaten of de big bags gevuld zijn, wordt aan de buitenzijde de Euralcode 200203 en de aanduiding “Irriterend Eikenprocessierups afval” aangebracht. De grote vaten worden op pallets gestapeld op zodanige wijze, dat de opschriften leesbaar zijn. Vervolgens worden de vaten gefixeerd met wikkelfolie. Als de bestrijder de pallets wil vervoeren dient hij te beschikken over een VIHB-nummer en bij de verwerker een afvalstroomnummer aan te vragen. Het afvalstroomnummer borgt de herkomst en samenstelling van het afval, de ontvangstpartij en de verwerkingsprocedure. De vervoerder mag het materiaal alleen vervoeren indien een (digitale) begeleidingsbrief voorzien van Euralcode en afvalstroomnummer kan worden overlegd. Deze pallets kunnen nu worden vervoerd naar een afvalverwerker of tijdelijk worden opgeslagen op een afgesloten bedrijfsterrein.

Het vervoer dient plaats te vinden in een gesloten wagen, waarbij de pallets niet gestapeld mogen worden. Bij de afvalverwerker ontvangt de vervoerder een zgn. stortbon. Deze stortbon dient de vervoerder te overhandigen aan de bestrijder, deze dient op zijn beurt de stortbon te overhandigen aan de opdrachtgever (de eigenaar van de bomen), zodat er bewijs is dat het afval correct is verwerkt. Er zijn op dit moment 2 afvalverwerkers die droog EPR-afval verwerken: - het bedrijf ZAVIN in Dordrecht accepteert afgesloten vaten - het bedrijf HVC in Alkmaar accepteert afgesloten big bags Het dierencrematorium De Breborgh in Bentelo accepteert ook goed afgesloten droog dierlijk afval. De nesten dienen dan in afgesloten dubbelwandige niet-kunststof zakken te zitten (check). De persoonlijke kunststof beschermingsmiddelen kunnen er echter niet verwerkt worden. Daarnaast is er op dit moment geen goed oplossing voorhanden voor het afvoeren van nat dierlijk afval. Met deskundigen wordt op Rijksniveau onderzocht hoe nat dierlijk Eikenprocessierups-afval verantwoord verwerkt kan worden. Alternatieve bestrijdingstechnieken Diverse andere bestrijdingstechnieken worden aangeboden, teneinde de overlast van Eikenprocessierupsen te verkleinen.

Tot deze bestrijdingstechnieken behoren: preventieve bestrijding door inzet van chemische bestrijdingsmiddelen, knoflook-/ui-preparaten, lijmbanden, zakvallen, branden van nesten en feromoonvallen. Bestrijding met chemische bestrijdingsmiddelen wordt ten stelligste afgeraden. Deze middelen zijn niet selectief en doden veel andere insecten, waaronder de natuurlijke bestrijders van Eiken- processierupsen. Daarnaast zijn veel van deze middelen verboden voor aanwending in de openbare groene ruimte, waar veel mensen verblijven. Ze mogen niet toegepast worden voor Eikenprocessierupsbestrijding. Er zijn ook middelen voorhanden op basis van knoflook- en ui-extracten. Deze middelen missen een Ctbg-goedkeuring en wetenschappelijk en goed aantoonbaar bewijs dat deze middelen daadwerkelijk Eikenprocessierupsen doden, is niet voorhanden. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 66/85 45 Lijmbanden en zakvallen dienen te worden geplaatst nadat de Eikenprocessierupsen grotere nesten hebben gemaakt in de grotere tak-oksels en op de boomstammen (rupsfase 4-5-6). De rupsen kruipen dan ’s nachts naar de boomkruin en kunnen dan via lijmbanden en zakvallen gevangen worden. Echter, bij toepassing van lijmbanden zullen vastgehechte rupsen hun brandharen loslaten, waardoor de overlast sterk kan toenemen.

Daarnaast kruipen passerende rupsen over de vastgeplakte exemplaren heen, zodat slechts een deel van de populatie aan Eikenprocessierupsen wordt gevangen. Zakvallen blijken voor Eikenprocessierupsen niet te voldoen. Deze zakvallen zijn ontwikkeld voor Dennenprocessierupsen, die hun popstadium in een grondnest doorbrengen. De zakvallen worden hiervoor onder aan het stam gehangen, waarna de Dennenprocessierupsen in de vallen terecht komen. Omdat ze neerwaarts willen gaan en de zakken voor de helft gevuld zijn met grond, blijven ze in de zakvallen zitten. Eikenprocessierupsen maken in principe geen grondnesten (tenzij het heel warm is) en kruipen dus ook uit de zakvallen, indien ze daar onverhoopt in terecht komen. Er zijn de afgelopen jaren onderzoeken uitgevoerd naar de effectiviteit van zakvallen voor Eikenprocessie- rupsen. Ze blijken echter niet te werken. Nesten van Eikenprocessierupsen die zich op de boomstam of in de grotere tak-oksels bevinden (rupsfase 4-5-6) kunnen ook bestreden worden door ze weg te branden. Het probleem hierbij is echter dat de rupsen onmiddellijk hun brandharen wegschieten, zeker als de verbrandings- temperatuur niet hoog genoeg is. Door de opwervelende warmte komt een deel van de brandharen in de omgeving terecht. Daarnaast kan er schade aan de boom ontstaan. Deze methode wordt daarom ernstig afgeraden.

Feromoonvallen worden gebruikt om mannelijke vlinders te vangen. Ze worden vooral ingezet voor monitoringsdoeleinden en geven een beeld van de populatiegrootte van Eikenprocessievlinders op een bepaalde plek. In de vallen zit een soortspecifieke lokstof (feromoon), die de vrouwelijke vlinders afscheiden zodat de mannelijke vlinders naar hen toekomen om te kunnen paren. De vallen worden in de bomen gehangen tijdens de verpoppingsfase. In de vallen zit een hogere dosis feromoon dan de vrouwelijke vlinders afscheiden, waardoor veel mannetjes de voorkeur voor feromoonvallen geven. Gevangen mannetjes kunnen niet deelnemen aan de voortplanting. Hierdoor wordt de kans op bevruchte eitjes kleiner. Een nadeel is echter dat er heel veel mannelijke vlinders moeten worden weggevangen om te voorkomen dat vrouwelijke vlinders kunnen paren. In gebieden met een lage bezetting aan Eikenprocessierupsen zou deze milieuvriendelijke methode misschien voldoende soelaas kunnen bieden. Onderzoek moet uitwijzen of dit het geval is. Vooralsnog zijn de feromoonvallen door het Ctbg niet erkend als bestrijdingsmethode. Tijdstip van bestrijding Om tot een gunstig resultaat te komen is het belangrijk om op de juiste momenten preventieve of curatieve bestrijding toe te passen. In onderstaande tabel is aangegeven wat de geschikte periode is om te handelen.

Nogmaals wordt met klem gesteld dat de weersomstandigheden een zeer grote invloed hebben op de snelheid waarmee de rupsen zich ontwikkelen. Het moment van uitkomen van de eitjes kan per jaar heel verschillend zijn, afhankelijk van de temperaturen in de vroege voorjaarsmaanden. Het Kenniscentrum Processierups laat daarom jaarlijks een bericht uitgaan zodra Eikenprocessierupsen ergens zijn gesignaleerd. Dit bericht wordt geplaatst op de website van Nature Today. Daarbij kan gesteld worden dat de uitkomstdatum van de eieren in Overijssel gemiddeld 1 week later is dan in Zuid-Limburg. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 67/85 46 N.B.: De variatie in uitkomstdatum maakt dat de aangegeven “behandelperioden” in onderstaande tabel vrij breed zijn. Een goede lokale inspectie bij enkele bomen en het monitoren van de bladontwikkeling van de eiken is een belangrijke en feitelijk onmisbare aanscherping van de genoemde behandelperioden in onderstaande tabel, om per jaar de juiste ontwikkeling van Eikenprocessierupsen te kunnen inschatten.

handeling jan feb mrt apr mei jun jul aug sep okt nov dec Inspectie naar aanwezigheid rupsen Bestrijden met nematoden Bestrijden met bacterie-preparaat Curatief (verwijderen nesten) * * Inspectie aanwezigheid nesten/-restanten * * * * lege (oude) nesten of uitgewaaide of weggeregende nestrestanten College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 68/85 47 Hoofdstuk 7 Monitoring Inleiding De aanpak van Eikenprocessierupsen kan sterk verbeteren door een goede monitoring op te zetten. Deze monitoring dient vorm te krijgen door op (digitale) kaarten aan te geven waar Eikenprocessierupsen voorkomen en in welke hoeveelheden (aan de hand van nesten). Deze gegevens kunnen verzameld worden via inspectie, klachtenregistratie, van bestrijders en met feromoonvallen. Door deze gegevens op kaart te zetten kan een inschatting worden gedaan waar de komende jaren Eikenprocessierupsen te verwachten zijn. Op deze plekken kan vervolgens een intensieve(re) bestrijding plaatsvinden, waardoor de plaagdruk op den duur zal verminderen. Inzicht in het bomenbestand De basis voor een goede monitoring ligt bij digitale registratie (liefst op kaarten) van eiken. Hiermee wordt duidelijk waar de mogelijke voedselbronnen voor Eikenprocessierupsen gelegen zijn.

Door op deze kaarten aan te geven welke bomen daadwerkelijk bezet zijn met Eikenprocessierupsen, ontstaan er kaarten waarmee men kan voorspellen waar de komende jaren overlast te verwachten is. De vrouwelijke vlinder zet immers het merendeel (> 75%) van de eitjes af op de eik waar ze als rups ook op aanwezig was, of een eikenboom in de directe omgeving. De gegevens over aanwezigheid van Eikenprocessierupsen kan van diverse bronnen afkomstig zijn:  van inspecties in gebieden met een hoog risico;  van meldingen of klachten van overlast;  van bestrijdingsdiensten;  van feromoonvallen. Het is van belang om al deze gegevens in het digitale registratiesysteem te vermelden. We raden aan om dit op (digitale) kaarten te doen, zodat een visueel inzichtelijk beeld ontstaat. Hiervoor is het handig als het bomenbestand op (digitale) kaarten kan worden gezet, waarbij de eiken gemarkeerd worden. Door inspecteurs en bestrijdingsdiensten deze (digitale) kaarten of uitsneden daarvan mee te geven, kan in het veld een goede registratie worden uitgevoerd. De inspecteurs en bestrijders kunnen aangetaste bomen op de (digitale) kaarten markeren. Bij meldingen of klachten van overlast dient het adres of de GPS-coördinaten te worden vastgelegd. De meldingen dienen geverifieerd te worden door een inspecteur, die de gegevens op kaart kan intekenen.

Het maken van behandelkaarten Alle vindplaatsen van Eikenprocessierupsen die uit inspecties, meldingen, preventieve en curatieve bestrijding naar voren zijn gekomen, moeten op de (digitale) kaarten worden vastgelegd. Vervolgens kunnen deze kaarten vergeleken worden met de risico-inschatting en prioriteitstelling die men wil hanteren (zie hoofdstuk 4). Nu kan besloten worden op welke locaties voor het komend jaar extra inspectie en preventieve of curatieve bestrijding nodig is. Dit kan eveneens op (digitale) kaarten aangegeven worden. Zo ontstaan er ‘’behandelkaarten’’ waarmee de aanpak van Eikenprocessie- rupsen effectiever kan worden uitgevoerd. Door stelselmatig deze vorm van monitoring door te voeren, wordt de aanpak gerichter en effectiever. Dat kan uiteindelijk leiden tot minder kosten en tot reductie van het aantal klachten en ervaren overlast. De behandelkaarten vormen een sleutelrol in de aanpak van Eikenprocessierups. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 69/85 48 Het markeren van aangetaste bomen Wanneer tijdens reguliere inspecties of na een melding door particulieren de aanwezigheid van Eikenprocessierupsen wordt geconstateerd, kunnen bomen gemarkeerd worden, zodat bestrijdingsdiensten de aangetaste bomen herkennen. In Europees verband is afgesproken om hiervoor gekleurde punaises te gebruiken.

Ieder jaar is er een andere kleurcode . Voor de komende jaren zijn deze kleurcodes geel (2020), rood (2021), wit (2022) en blauw (2023). Door het toepassen van deze markering is het verloop van aantasting in de bomen na bestrijding vast te stellen. Jaarlijkse rapportage Voor de continuering van een doelmatige aanpak is het raadzaam om ieder najaar een evaluatie te houden. Daarmee krijgt men inzicht in de tendens van de aanwezigheid van Eikenprocessierupsen bij de gekozen wijze van bestrijding. Door een schriftelijke rapportage op te stellen, kan men ook verantwoording afleggen naar het bestuur van de organisatie.

In de rapportage dienen in ieder geval de volgende onderdelen te zijn opgenomen: * aspecten betreffende de interne organisatie:  uitgevoerde bestrijdingsmethoden: omschrijving van soort bestrijding, locaties en aantal acties;  resultaten van inspecties, voor en na bestrijdingsacties en conclusies hieruit (effectiviteit van bestrijding);  een inschatting van de populatiegrootte door monitoring met feromoonvallen uit te voeren;  overzicht van communicatie-acties;  overzicht van meldingen en klachten;  overzicht van kosten;  conclusies over de aanpak;  actiepunten voor het komende jaar; * aspecten betreffende samenwerking met andere organisaties:  afstemming met marktpartijen: opdrachtverlening, verwachtingen, verloop, resultaten, etc.;  afspraken en samenwerking met andere organisaties. Aan de hand van de jaarlijkse rapportage kan een evaluatiebespreking plaatsvinden. Daar kan worden vastgesteld of men tevreden is met de huidige aanpak en of men het jaar daarop hiermee verder wil, of dat de aanpak op punten aangepast of verbeterd moet worden. Knelpunten kunnen zo inzichtelijk worden en men kan de afweging maken of men meer of op andere wijze (effectiever) wil optreden. Dit kan betekenen dat een hoger budget ter beschikking worden gesteld of dat er nieuwe afspraken gemaakt moeten worden met de huidige of andere bestrijdingsdiensten.

College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 70/85 49 Hoofdstuk 8 Optimalisatie in beheersing Inleiding Er kunnen diverse problemen zijn waardoor de aanpak van Eikenprocessierupsen niet effectief verloopt. Er kan bijvoorbeeld sprake zijn van een tekort aan bestrijdingsdiensten, een tekort aan deskundigheid en materieel, een niet effectieve of niet goed uitgevoerde bestrijdingsmethode, budget dat niet toereikend is, een tekort aan afvoer- en verwerkingscapaciteit, onvoldoende inzicht in waar brandhaarden van Eikenprocessierupsen aanwezig zijn en geen of onduidelijke afspraken met andere partijen (particulieren, terreinbeherende instanties, andere overheden). Daarnaast kan er sprake zijn van een slechte aansturing van bestrijdingsdiensten, een gebrekkige klachtenregistratie en –afhandeling en onvolledige voorlichting aan burgers. Deze laatste aspecten, die betrekking hebben op communicatie, worden in het volgende hoofdstuk behandeld. In dit hoofdstuk worden oplossingen aangedragen om verbeteringen in de bestrijding van Eikenprocessierupsen te bereiken. Een gebrek aan bestrijdingscapaciteit, materieel en kennis De periode waarin men Eikenprocessierupsen kan bestrijden is vrij kort. Met name de preventieve bestrijding vraagt om daadwerkelijke aanpak op het moment dat de rupsen in de juiste levensfase verkeren.

Voor bestrijding met nematoden is dit rupsfase 1 en 2, voor bestrijding met een bacteriehoudend middel is dit rupsfase 2 en 3. Zoals in hoofdstuk 6 is aangegeven zijn de weersomstandigheden tijdens het opbrengen van beide middelen van doorslaggevend belang op het wel of niet aanslaan van de behandeling. Dit maakt het lastig om met bestrijdingsdiensten afspraken te maken, aangezien er op momenten van handelen ook veel vraag is van andere partijen. Om dit probleem het hoofd te bieden kunnen diverse oplossingen worden aangedragen:  bestrijdingscapaciteit kan centraal (regionaal) ingehuurd worden, waarna de bestrijder(s) afspraken maakt met elke opdrachtgever wanneer hij beschikbaar is.

In dit rooster moet naast vermelding van start- en go-momenten ook rekening gehouden worden met onvoorziene zaken (slechte weersomstandigheden, ziekte personeel, etc.);  overheidsinstanties en andere grotere terreinbeheerders kunnen gecertificeerde opleidings- cursussen financieren van medewerkers van groenbedrijven of van hun eigen buitendienst- medewerkers, waardoor de personele bezetting bij bestrijdingsdiensten groter wordt;  overheidsinstanties en andere grotere terreinbeheerders kunnen materiaal zoals een luchtondersteunende bomennevelspuit (met een vermogen van tenminste 300 m3 luchtdebiet), persoonlijke beschermingsmiddelen en afvalcontainers aanschaffen, zodat voldoende materiaal ter beschikking is;  het maken van behandelkaarten (zie hoofdstuk 7) is belangrijk om bij beperkte capaciteit in ieder geval de meest urgente plekken te kunnen behandelen. Een niet effectieve of niet goed uitgevoerde bestrijdingsmethode Door een tekort aan capaciteit bij ervaren en deskundige bestrijdingsdiensten, bieden andere bedrijven hun diensten aan. Ook zijn er bedrijven die niet toegelaten of niet-effectief bewezen middelen gebruiken volgens het Ctbg. In het eerste geval kunnen de resultaten onvoldoende zijn. Men is dan niet alleen geld kwijt, maar het aantal rupsen dat uiteindelijk vlinder wordt en zich voortplant, is onvoldoende teruggedrongen.

Dit betekent dat de overlast in de jaren daarna aanhoudt en mogelijk zelfs toeneemt. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 71/85 50 Het verdient dan ook aanbeveling om niet op dergelijke aanbiedingen in te gaan en eerder te investeren in kennisontwikkeling en materiaal van erkende deskundige bedrijven zoals hierboven aangegeven. Daarnaast is het verstandig om een uniform aanbestedingscontact te maken waarin men eisen kan stellen m.b.t. de te hanteren bestrijdingsmethoden, een resultaatsverplichting, een verantwoorde afvoer van verwijderde nesten en rupsen. Hiermee wordt bereikt dat iedere ingehuurde bestrijdings- en verwerkingsdienst conform de gewenste werkwijze handelt. Een gebrek aan afvoercapaciteit Afval van Eikenprocessierupsbestrijding komt vooral vrij bij curatieve bestrijding. Het gaat hierbij om persoonlijke beschermingsmiddelen (overalls, maskers, handschoenen), afzettingslinten, rupsen en (oude) nesten met brandharen. Meestal worden de rupsen weggezogen. Ze kunnen ook gefixeerd worden met een lijmachtige stof. In beide gevallen moeten de rupsen en hun nesten daarna worden afgevoerd naar een verwerkingsbedrijf. Dat is een probleem, want een regulier verwerkingsbedrijf is niet ingericht op dergelijk afval. Een gevolg is dat bestrijders met het afval blijven zitten.

Dierencrematorium de Breborgh in Bentelo heeft aangegeven dat zij de rupsen en de nesten kunnen vernietigen. Het verdient aanbeveling om te onderzoeken of dit conform de regels van de Wet Milieubeheer mogelijk is, wat de maximale capaciteit van het bedrijf is en of er meer van zulke bedrijven in Oost-Nederland te vinden zijn, die aan de verwerking van dit afval kunnen bijdragen. Met deze bedrijven kunnen dan contracten worden afgesloten, zodat men verzekerd is van een goede verwerking. In het uiteindelijke beheerplan voor bestrijding van Eikenprocessierupsen kunnen hierover nadere afspraken worden opgenomen. Het bevochtigen van nesten en rupsen nadat ze van de bomen verwijderd zijn, wordt afgeraden. Dit natte afval kan moeilijk verwerkt worden. Onvoldoende inzicht in probleemlocaties Doordat er in veel gevallen geen sprake is van een goede centrale registratie (vastlegging) van het voorkomen van Eikenprocessierupsen of van een jaarlijkse monitoring na uitvoering van bestrijding, is er geen goed beeld van probleemlocaties. Door gegevens uit inspecties, van bestrijdingsdiensten en van meldingen en klachten goed te registeren en op (digitale) kaarten in te tekenen, ontstaan “behandelkaarten” die in het volgend jaar gebruikt kunnen worden om tijdig in te grijpen en de overlast te beperken.

Door ieder jaar nauwgezet gegevens in te tekenen, kan de bestrijding effectiever worden uitgevoerd. Deze “behandelkaarten ” vormen een belangrijk instrument om de omslag van bestrijding naar beheersing vorm te kunnen geven en uiteindelijk te komen tot het kunnen beheren van Eikenprocessierupsen en de overlast die ze veroorzaken terug te dringen. Een tekort aan budget Een tekort aan budget ontstaat als er geen duidelijk beeld is van de grootte van het probleem, of als de ernst van het probleem onvoldoende onderkend wordt. Daarnaast kan het voorkomen dat boomeigenaren wel nesten of rupsen signaleren, maar verzuimen om deze door te geven of zelf bestrijdingsdiensten in te schakelen vanwege de kosten die hiermee gemoeid zijn. Het benodigde bestrijdingsbudget om de beheersing effectief te laten zijn, is daardoor niet toereikend. Een goede monitoring met feromoonvallen, het maken van behandelkaarten en een jaarlijkse rapportage ondervangen het probleem van onbekendheid met de grootte van het probleem. Daarnaast kan met deze instrumenten zichtbaar gemaakt worden hoe de tendens van de verspreiding en het voorkomen van Eikenprocessierupsen is en wordt het effect van de bestrijding zichtbaar. Hieruit kan blijken of nog intensiever bestreden moet worden en er meer budget nodig is.

College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 72/85 51 Zo ontstaat inzicht in keuzes en uitgangspunten die men wil hanteren in relatie tot de kosten die daarmee gemoeid zijn. Zo ontstaat er stabiliteit in benodigde budgetten. Het duurt gemiddeld 3 jaar om van bestrijding met inzet van curatieve middelen te komen tot beheersing met inzet van preventieve middelen en goede monitoring. Eenzelfde periode is nodig om van beheersing van overlast te komen tot beheer van Eikenprocessierupsen, waarmee overlast en klachten voorkomen worden. Afspraken met andere instanties en organisaties Er zijn bij veel betrokkenen op dit moment geen of onduidelijke afspraken met andere partijen, zoals (andere) overheden, natuur- en andere terreinbeherende instanties of particulieren. Bij besmetting van bomen die op gronden staan van andere partijen, kan niet gehandeld worden. Het is daarom belangrijk om een lijst op te stellen van contactpersonen bij andere instanties, zodat er korte lijnen ontstaan om meldingen en klachten door te geven, maar ook om kennis en ervaring uit te wisselen.

Gedacht moet worden aan contactpersonen bij de volgende instanties: gemeente(n), waterschap(pen), provincie(s), Rijkswaterstaat, ProRail, Rijksvastgoedbedrijf (defensie), natuurbeherende instanties zoals Staatsbosbeheer, Natuurmonumenten, Landschap Overijssel, IJssellandschap, Bosgroepen-noord, Overijssels Particulier Grondbezit, instanties die met het beheer van grote(re) openbare terreinen te maken hebben zoals bedrijfsparken, sportterreinen, onderwijsinstellingen, recreatieschappen, woningcoöperaties, gezondheids- en zorginstellingen. Afhankelijk van de plaats waarvoor men een beheerplan wil maken, kan zo een netwerk van contactpersonen (lijst van namen met daarbij de centrale telefoonnummers van hun instellingen) gemaakt worden. Met deze personen kunnen bijvoorbeeld afspraken gemaakt worden over de wijze en de intensiteit van bestrijding van aangetaste eiken die zich op (het grensvlak van) de terreinen bevinden en van de monitoring nadien. Met particulieren zullen telkens apart afspraken gemaakt moeten worden. Het kan belangrijk zijn dat deze contacten gelegd worden. Telkens wanneer eiken met Eikenprocessierupsen niet behandeld worden, blijven er brandhaarden ontstaan. Lokaal kan er daardoor flinke overlast blijven bestaan. Particulieren hebben vaak de kennis en middelen niet om Eikenprocessierupsen effectief te kunnen bestrijden.

Ze zijn bijvoorbeeld niet gecertificeerd om bestrijdingsmiddelen toe te passen. Door goede afspraken te maken om particuliere bomen op prioritaire plaatsen mee te nemen tijdens een bestrijdingsronde, kan medewerking bereikt worden en lokale overlast aangepakt worden. Het wijzen op de wettelijke aansprakelijkheid kan eveneens helpen om medewerking te verkrijgen. Aanwijzen van een coördinator Hierboven werd al gerefereerd aan het belang van een contactpersoon bij andere partijen. Ook binnen de eigen organisatie dient er één aanspreekpunt te zijn, een contactpersoon die de spil is in:  het verzamelen en registeren van EPR-gegevens uit inspecties, van bestrijdingsdiensten, meldingen en klachten;  het met deze gegevens op laten stellen van behandelkaarten en een jaarrapportage;  het aansturen van bestrijdingsdiensten;  het aansturen van voorlichting en communicatie naar burgers, collega’s/medewerkers en derden;  het toezien op een goede klachtenafhandeling;  het verspreiden van kennis, nieuwe inzichten en ervaringen binnen de eigen organisatie;  het onderhouden van contacten met andere partijen t.b.v. kennisuitwisseling en de afhandeling van klachten en meldingen. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 73/85 52 Het probleem van Eikenprocessierupsen is inmiddels te groot om dit zonder centraal aanspreekpunt goed te beheersen.

Binnen grotere organisaties zijn er vaak meerdere organisatieonderdelen betrokken met ieder hun eigen taken en verantwoordelijkheden zoals bijv. beheer openbare ruimte, communicatie en voorlichting, volksgezondheid, natuur- en soortenbescherming, juridische zaken. Een coördinator kan al deze interne lijnen bijeen brengen en zorgen dat taken en kennis binnen de organisatie gedeeld worden. Daarnaast is de coördinator het centrale aanspreekpunt naar het bestuur van de organisatie. De coördinator is de spil in het transitieproces om van bestrijding via beheersing tot beheer van Eikenprocessierupsen te komen. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 74/85 53 Hoofdstuk 9 Communicatie Inleiding De brandharen van Eikenprocessierupsen kunnen tot vervelende klachten leiden. Besmetting met brandharen is niet altijd te voorkomen. Maar in veel gevallen ook wel. De meeste mensen weten echter niet hoe ze kunnen voorkomen dat ze brandharen oplopen. Voorlichting speelt een belangrijke rol om mensen te waarschuwen voor de aanwezigheid van Eikenprocessierupsen en wat men kan doen om besmetting met brandharen te voorkomen. Daarnaast weten veel mensen niet wat te doen als ze besmet raken met brandharen. Velen gaan naar een huisarts, terwijl dit in de meeste gevallen niet nodig is. Ook hier speelt goede voorlichting een belangrijke rol.

Van belang is dat voorlichting éénduidige en juiste informatie geeft. Er zijn teveel tegenstrijdige berichten, waardoor mensen vaak niet weten wat de juiste handelsmethode moet zijn. Naast voorlichting speelt ook communicatie een belangrijke rol. Bestrijding kan vaak niet overal plaatsvinden. Het probleem is vaak te veelomvattend en te kostbaar om alle locaties aan te pakken. Er worden daarom prioriteringskeuzes gemaakt. Het is belangrijk om uit te leggen waarom bepaalde locaties wel en andere locaties niet worden aangepakt. In dit hoofdstuk wordt aangegeven waar communicatie en voorlichting zich op moet richten en wanneer en op welke wijze dit dient te gebeuren. Informatie over overlast Er is veel onrust over Eikenprocessierupsen. In de meeste gevallen leidt besmetting met brandharen echter alleen tot huiduitslag en hinderlijke jeuk. Het is van belang om mensen te wijzen hoe ze de klachten kunnen herkennen, hoe ze moeten handelen en wanneer men een huisarts moet inschakelen. Het is daarom verstandig om tijdens het zomerhalfjaar, wanneer de overlast van de brandharen het grootst is, een standaard informatiebericht klaar te hebben, waarin informatie is opgenomen over mogelijke gezondheidsklachten, hoe deze te voorkomen zijn en wat men moet doen als er sprake is van een besmetting met brandharen.

De eerste stap is echter het herkennen van Eikenprocessierupsen en het zoveel mogelijk vermijden van plekken waar de rupsen zich ophouden. Hieronder staat in het kader een voorbeeld van een mogelijk informatiebericht. Met de GGD zal afgesproken worden om in het te ontwikkelen beheerplan standaard-informatieberichten op te nemen. Deze standaard-informatieberichten kunnen aangevuld worden met lokale gegevens en vervolgens in huis-aan-huisbladen, op websites en op folders worden geplaatst. Het herkennen van Eikenprocessierupsen Eikenprocessierupsen hebben brandharen die tot jeuk en huiduitslag kunnen leiden. De jeuk is hardnekkig en houdt enkele weken aan. Het is daarom verstandig om besmetting met de brandharen te voorkomen. De rupsen leven vooral op Zomereiken. Eikenprocessierupsen zijn grijze rupsen met opvallend lange witte haren (tot 1 cm) die in borstels op oranje stippen aan de flanken van het dier zijn ingeplant. Dit zijn echter niet de brandharen, die zijn microscopisch klein (0,2 – 0,3 mm). College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 75/85 54 Invoegen foto Eikenprocessierups De rupsen leven in grote groepen en maken nesten van grijze spinseldraden. In de nesten zitten veel brandharen. De rupsen laten bij gevaar de brandharen los. Ze komen ook vrij bij vervellingen van de rups.

Bij sterke wind kunnen de brandharen gemakkelijk uit de nesten waaien en door de lucht zweven. Voorkomen van besmetting met brandharen Om besmetting met brandharen te voorkomen is het verstandig om:  plaatsen waar waarschuwingsborden of linten zijn geplaatst zoveel mogelijk te mijden;  in eikenlanen bedekkende (dunne) kleding te dragen, ook bij warme dagen;  een (zonne)bril te dragen bij het fietsen in eikenlanen;  bij stevige wind niet onder eiken of nabij te lopen of te fietsen;  ramen gesloten houden in de nabijheid van eiken bij stevige wind;  geen was buiten drogen onder of nabij eiken;  zandbakken van kinderen met plastic afdekken op plekken met eiken direct in de buurt;  geen bladblazer of gewone stofzuiger gebruiken op Eikenprocessierupsen. Gezondheidsklachten De brandharen van Eikenprocessierupsen hebben een scherpe punt en weerhaakjes, waarmee ze in de huid kunnen dringen. Als reactie volgt een lokale zwelling, roodheid en jeuk. Indien de brandharen in het hoornvlies komen, kan dat leiden tot branderige ogen, maar ook tot een oogontsteking. Bij herhaalde blootstelling worden de effecten steeds sterker en kan er na verloop van tijd een allergische reactie optreden, met effecten als koorts, keelpijn, duizeligheid, braken en kortademigheid. Bij sommige mensen kan deze allergische reactie uitmonden in hartritme- stoornissen of zelfs in een anafylactische shock.

Invoegen foto huiduitslag EPR De beste methode om de overlast zo klein mogelijk te laten worden is om de aangetaste huid of ogen zo snel mogelijk overvloedig te spoelen met lauw water. Wrijven werkt averechts, daardoor worden de brandharen nog dieper in de huid gedrukt. Daarna kan men het beste de aangedane plek insmeren met een verkoelende menthol-bevattende crème. In normale gevallen is een bezoek aan de huisarts niet nodig. Indien er sprake is van op allergie lijkende symptomen, zoals hierboven vermeld, is het wel verstandig om contact met de huisarts op te nemen. Meer informatie over Eikenprocessierups-klachten is te vinden op de websites: www.oakie.info en www.processierups.nu College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 76/85 55 Klachten bij (landbouw)huisdieren Ook dieren kunnen ernstige gezondheidsproblemen ondervinden van de brandharen van Eikenprocessierupsen. Honden kunnen in afgewaaide nesten bijten, waarbij de brandharen ernstige ontstekingen kunnen veroorzaken in de mond. Bij sommige honden is necrose van de tong opgetreden, waarna de dieren geëuthanaseerd moesten worden. Laat honden dus niet uit in gebieden waar gewaarschuwd wordt voor de aanwezigheid van Eikenprocessierupsen.

Brandharen kunnen vanuit de eiken ook in naastgelegen weilanden belanden en een probleem vormen voor grazers, zoals schapen, runderen en paarden, wanneer ze in grote hoeveelheden op het gras of in het hooi belanden. Bij paarden zijn ernstige oogontstekingen vastgesteld met blindheid tot gevolg. Het is verstandig om in de zomermaanden geen vee kortbij eiken te laten grazen, maar tijdelijk delen van de wei dichtbij de bomen uit te rasteren. Meer informatie over Eikenprocessierups-klachten bij dieren is te vinden op de website: www.gddiergezondheid.nl Communicatiemiddelen ter plekke Indien tijdens inspecties of als gevolg van meldingen bekend is waar Eikenprocessierupsen voorkomen, kunnen ter plaatse waarschuwingsmiddelen geplaatst worden. Tot de mogelijkheden behoren:  informatieborden  afzettingslinten  huis- aan huisfolders Met het informeren ter plaatse voldoet men aan de waarschuwingsplicht. Dit is overigens niet voldoende om daarmee aan de wettelijke aansprakelijkheidsplicht te ontkomen. Hiervoor moet men aantonen dat men redelijkerwijs alles heeft gedaan om overlast en letsel te voorkomen. Omdat hier veel discussie over is, wordt dit het komend jaar verder uitgezocht door juristen (zie hoofdstuk 2). Informatie over de bestrijding Alvorens het overlastseizoen van start gaat kan informatie gedeeld worden over de manier van bestrijding die men gaat hanteren.

Veel instanties zullen niet alle klachten (onmiddellijk) kunnen aanpakken. Indien er sprake is van een prioritering, dient hierover te worden gecommuniceerd. Dit leidt tot begrip en draagvlak. Iedereen zal het in eerste instantie logisch vinden dat de focus voor wat betreft bestrijding uitgaat naar plaatsen waar veel mensen komen en waar veel eiken staan. Dit begrip kan veranderen wanneer men geconfronteerd wordt met overlast in de eigen woonomgeving. Ook dan is het van belang dat er een eenduidige communicatie is waarom bepaalde keuzes gemaakt worden en hoe met overige klachten wordt omgegaan. Informatie over klachtenregistratie en afhandeling Klachten dienen op een uniforme wijze afgehandeld te worden. Dit kan het beste geschieden via een (digitaal) formulier waarop de klacht geregistreerd wordt. Naast naam van de melder moet ook de locatie (adres of GPS-coördinaten) nauwgezet genoteerd worden. Ook moet worden opgeschreven hoeveel nesten men heeft waargenomen (in hoeveel bomen) en welke grootte ze hebben. De klacht wordt doorgegeven aan de coördinator die vervolgens contact kan opnemen met een inspecteur, een bestrijdingsdienst of een derde partij, indien de boom op andermans eigendom staat. In dat laatste geval kan de coördinator de derde partij wijzen op zijn wettelijke aansprakelijkheidsplicht.

Aan de melder van de klacht moet worden aangegeven hoe men met de melding omgaat. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 77/85 56 In het te ontwikkelen beheerplan zal in de bijlagen een standaard-klachtenformulier worden opgenomen. Communicatie naar beleids- en buitendienstmedewerkers Indien men eigen medewerkers heeft die werken aan het beheer van de openbare ruimte of betrokken zijn bij inspectie van eiken na klachten en meldingen, is er kans dat zij besmet raken met brandharen. Daarom is het van belang om ook aan hen voorlichting te geven hoe ze de aanwezigheid van Eikenprocessierupsen kunnen vaststellen en hoe ze besmetting met brandharen kunnen voorkomen. Dit is het meest effectief via het organiseren van een voorlichtingsbijeenkomst in april. Aanvullend kan informatie via email of folders verstrekt worden. Daarnaast is het van belang om medewerkers te wijzen op het dragen van persoonlijke beschermingsmiddelen (die de werkgever in voldoende mate beschikbaar dient te hebben) indien men bij aangetaste eiken moet werken. In het te ontwikkelen beheerplan zal een voorbeeldfolder met informatie worden opgenomen. Zowel buitendienstmedewerkers als beleidsmedewerkers kunnen door externen worden aangesproken op het beleid dat hun organisatie voert m.b.t. de beheersing en aanpak van Eikenprocessierupsen.

Het is dan van belang dat ze op de hoogte zijn van de prioriteitsstelling, de keuze van bestrijding en de wijze van klachtenafhandeling. Communicatie naar derden Het is belangrijk om afspraken te maken met derden over de beheersing van Eikenprocessierups, welke prioritering men maakt en voor welke bestrijdingsmethode men kiest. Het is verstandig om zoveel mogelijk tot eensgezindheid te komen: een uniforme aanpak levert betere resultaten op en voorkomt onbegrip. Het is dus belangrijk om dergelijke afspraken tijdig te maken, alvorens het overlastseizoen begint. Door meldingen van waarnemingen en klachten aan elkaar door te geven, wordt informatie over de plaagdruk (verspreiding van Eikenprocessierups) gedeeld. Dit geeft meer inzicht op de tendens ter plaatse en kan belangrijke input leveren voor de behandelkaarten van het volgende jaar. Indien er plekken zijn waar veel Eikenprocessierupsen voorkomen op het grondgebied van verschillende eigenaren, kunnen ook afspraken gemaakt worden voor een gezamenlijke bestrijding. Communicatie naar bestrijdingsdiensten en verwerkers Teneinde teleurstellende resultaten te voorkomen van bestrijdingsdiensten, is het van belang om duidelijke afspraken te maken over de wijze van bestrijden en de resultaten die men verwacht, over de afvoer van verwijderde nesten, brandharen en rupsen.

In contracten moet aangegeven zijn:  hoe de bestrijding uitgevoerd dient te worden;  wat start-, stop- en go-momenten zijn;  wat er gebeurt als weersomstandigheden of ziekte de bestrijding hinderen;  welke resultaten redelijkerwijs verwacht mogen worden;  hoe gehandeld wordt als resultaten tegenvallen;  hoe afval verantwoord afgevoerd en verwerkt wordt. De coördinator EPR (zie hieronder) dient deze zaken te bewaken en aan te sturen. Spilfunctie voor de coördinator In hoofdstuk 8 werd het belang van een coördinator bij de monitoring en bestrijding al aangegeven. Ook bij de communicatie speelt de coördinator een belangrijke rol. Hij is de schakel tussen de College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 78/85 57 afdeling voorlichting, de communicatie naar medewerkers en bestuur van de organisatie en met andere partijen buiten de eigen organisatie. De coördinator onderhoudt contacten, geeft aan wanneer communicatie-activiteiten georganiseerd moeten worden, instrueert inspecteurs en buitendienstmedewerkers na meldingen van klachten en evalueert aan het eind van het seizoen de diverse communicatie-activiteiten. De coördinator onderhoudt ook de contacten met bestrijdingsdiensten, bewaakt de afspraken die met hen gemaakt zijn, alsmede start-, stop- en go- momenten.

Belangrijke communicatiemomenten De belangrijkste momenten om voorlichting te geven zijn:  begin april: voorafgaand aan het overlastseizoen, voordat de preventieve bestrijding begint. Preventieve bestrijding met nematoden vindt ’s avonds en ’s nachts plaats en kan tot geluidsoverlast leiden. Preventieve bestrijding met een bacteriehoudend middel kan overdag tot lokale verkeershinder leiden. Ook curatieve bestrijding kan tot lokale verkeershinder leiden. Het is verstandig om daar tijdig over te communiceren en als organisatie te zorgen dat men zichtbaar en aanspreekbaar is;  eerste helft mei: de rupsen krijgen brandharen, waardoor het overlastseizoen begint. Uitgelegd moet worden hoe men Eikenprocessierupsen herkent, wat men moet doen bij besmetting met brandharen (verwijzing naar websites), hoe men klachten kan voorkomen, welke prioritering men kiest en hoe met meldingen van overlast wordt omgegaan;  tweede helft mei: zodra curatieve bestrijding wordt opgestart;  bij het treffen van lange termijn maatregelen, zoals het omvormen van monotone bermen naar kruidenrijke bermen, het omvormen van monotone eikenlanen in een meer divers bomenbestand en het ophangen van nestkasten voor koolmezen.

College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 79/85 58 College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 80/85 59 Hoofdstuk 10 Aanbevelingen / uit te voeren acties Inleiding Dit Plan van Aanpak is bedoeld om een beheerplan te maken waarmee de aanpak van Eikenprocessierupsen in de gehele provincie verbeterd kan worden. Het streven is om van bestrijding (met curatieve en preventieve middelen) via beheersing (met preventieve middelen en goede monitoring) te komen tot beheer van Eikenprocessierupsen (met preventieve middelen, monitoring en herstel van biodiversiteit). In dit beheerplan komen aanbevelingen voor bestrijdingswijzen, richtlijnen en voorbeelden van de afhandeling van meldingen en klachten, voorlichtings- en communicatie-artikelen, lijsten met contactpersonen, bestrijdings- en verwerkingsdiensten en diensten die opleidingen kunnen verzorgen. Uitdrukkelijk wordt gesteld dat terreineigenaren en wettelijke aansprakelijke partijen van eiken het beoogde beheerplan niet direct volledig hoeven te omarmen. Het beheerplan is niet dwingend. Wel wordt afgestemd met alle partijen, waarmee gehoopt wordt op een zo groot mogelijk draagvlak.

De meerwaarde van een provincie dekkend beheerplan is immers dat:  sprake is van een eensluidende aanpak, waardoor bestrijding effectiever zal verlopen;  afspraken gemaakt kunnen worden over centrale aanbesteding en verdeling van de bestrijdings- en afvoercapaciteit;  korte lijnen met naburige organisaties en andere betrokkenen bekend zijn;  klachten en meldingen op gelijke wijze behandeld worden;  voorlichting en communicatie eensluidend zijn;  kennisuitwisseling mogelijk is. Aanbevelingen Cruciaal bij het verbeteren van de aanpak van Eikenprocessierupsen zijn: * Op korte termijn:  het hebben van een beheerplan waarin taken en verantwoordelijkheden omschreven en toegekend zijn aan bepaalde personen;  aanwijzen van een coördinator;  een goede registratie van gegevens uit inspecties, van bestrijdingsdiensten en uit klachten en meldingen;  het maken van behandelkaarten;  het beschikken over een lijst van contactpersonen bij andere nabijgelegen partijen;  goede, heldere voorlichting en eenduidige communicatie;  een uniforme wijze om meldingen en klachten gestructureerd af te handelen;  voldoende budget. * Op lange termijn:  het beschikken over een visie hoe men de biodiversiteit lokaal wil vergroten;  het aanbrengen van meer variatie in openbaar groen;  reserveren van voldoende budget om deze maatregelen te kunnen uitvoeren.

Acties Dit plan van aanpak moet leiden tot een beheerplan waarin bovengenoemde aanbevelingen verwerkt zijn. Voor het komende jaar kunnen de volgende acties en verbeterpunten lokaal al in gang College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 81/85 60 gezet worden: 1. Benoem een coördinator; 2. Evalueer het beleid van de afgelopen jaren. Waar zitten verbeterpunten? Denk aan klachtenafhandeling, voorlichting en communicatie, aansturing en terugkoppeling van bestrijdings- en verwerkingsdiensten, kostenbeheersing, samenwerking met andere partijen; 3. Stel een plan met uitgangspunten en planning op voor het komende jaar; 4. Maak voldoende budget vrij voor de bestrijding, aan de hand van kosten van voorgaande jaren; 5. Maak tijdig afspraken met bestrijdings- en verwerkingsdiensten. Is er voldoende capaciteit beschikbaar? Zo niet, moet er dan geïnvesteerd worden in scholing en materieel? 6. Controleer of men een goed beeld heeft van het actuele bomenbestand en of dit op (digitale) kaarten beschikbaar is; 7. Maak een zonering naar prioritering zoals is aangegeven op pag. 31; 8. Zijn er vlinderkaarten beschikbaar met hierop de locaties van passief en actief beschermde soorten? 9. Stel behandelkaarten op; 10. Zorg dat communicatie met burgers, eigen medewerkers en andere partijen op orde is.

College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 82/85 61 Deel C: Bijlagen College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 83/85 62 College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 84/85 63 Bijlage 1: Voorbeeld behandelkaart P.M. Bijlage 2: Voorbeeld klachtenregistratieformulier P.M. Bijlage 3: Voorbeeld persbericht start preventieve bestrijding en prioritering P.M. Bijlage 4: Voorbeeld persbericht start curatieve bestrijding en prioritering P.M. Bijlage 5: Voorbeeld persbericht omvorming bermen mbt. vergroten lokale biodiversiteit P.M. College van burgemeester en wethouders - 11 februari 2020 - 2020_B&W_00048 85/85

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/0bee9c77-6e42-414c-b6fd-1f94aa73df2e?agendaItemId=f085a9dd-b3fb-4eb1-9651-e334f17b2904