CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

15.1 Natuur en Milieu - Utrecht, Amsterdam en Alkmaar koplopers in duurzaamheid - Rapport quickscan duruzaamheid.pdf

Raadsvergadering 24 april 2018, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken14.351 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 2

Afval Energie Mobiliteit februari 2018 quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten Energie, mobiliteit en afval in de G4 en G32 natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 2 Samenvatting .................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................. 3 1 Inleiding ............................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................. 6 2 Onderzoeksverantwoording .............................................................................................................................................................................................................................................................................................

7 3 Resultaten .................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................... 8 4 Analyse en conclusies .................................................................................................................................................................................................................................................................................................................. 24 5 Aanbevelingen .............................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................

27 6 Bijlagen ........................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................... 29 Colofon ........................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................................ 35 Inhoud natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 3 samenvatting Op 21 maart 2018 zijn de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Gemeenten krijgen nieuwe wethouders en nieuwe collegeakkoorden, waarin het college zijn plannen voor de komende vier jaar formuleert. Door de decentralisatie van overheidstaken dragen gemeenten steeds meer verantwoordelijkheid voor het oplossen van klimaat- en milieuproblematiek. Gemeenten kunnen de transitie naar een duurzame samenleving versnellen of juist vertragen door hun beleid.

Tijd om de balans op te maken: hoe succesvol en ambitieus is het duurzaamheidsbeleid van G4 en G32, samen goed voor 42 van de grootste gemeenten van Nederland? En hoe groot is dus de uitdaging voor de nieuwe colleges om in de komende periode te zorgen voor een duurzame koers? De stad is bij uitstek een plek van activiteiten met veel impact op het milieu en de gezondheid van inwoners, vanwege de hoge concentratie activiteiten op een compact grondoppervlak. Daarom kijkt Natuur & Milieu in deze quickscan naar de 42 stedelijke gemeenten die verenigd zijn in de samenwerkingsverbanden G41 en G322. In dit rapport brengt Natuur & Milieu de duurzaamheid van deze gemeenten in kaart door hun resultaten en ambities te vergelijken op thema’s die lokaal veel milieu-impact kunnen hebben: energie, mobiliteit en afval. Natuur & Milieu bekeek hiervoor twaalf indicatoren waarover openbare gegevens beschikbaar zijn en waarop gemeenten invloed kunnen uitoefenen. V oor elke indicator zijn gemeenten gerangschikt op hun prestaties en zijn ze ingedeeld in drie groepen: koplopers, volgers en achterblijvers. Op basis hiervan kregen ze een totaalscore (zie Tabel 1). Gemeenten worden vergeleken op de volgende twaalf indicatoren: 1. Inkoop eigen elektriciteit 2. Milieuzone 3. Inkoop eigen vervoer 4. Zonnestroom 5. Energielabels gebouwen 6. Aantal (semi)publieke laadpalen voor elektrische auto’s 7.

Relatief autogebruik 8. Uitstoot van fijnstof door wegverkeer 9. Huishoudelijk restafval 10. Ambitie tot energie-, klimaat- of CO2-neutraliteit 11. Green Deal Aardgasvrije Wijken 12. Green Deal Zero Emission Stadslogistiek Utrecht, Alkmaar en Amsterdam komen als beste uit de bus, ook Groningen en Almere scoren goed. Utrecht is de enige gemeente die op 8 indicatoren in de koplopersgroep zit. Utrecht scoort alleen nog niet goed op zonnestroom en huishoudelijk restafval. Amsterdam scoort vergelijkbaar met Utrecht en bevindt zich in de koplopersgroep van 7 indicatoren. Amsterdam heeft op het gebied van elektriciteitsinkoop en energie-, klimaat of CO2- neutraliteitsambitie een achterstand op Utrecht. Alkmaar behoort op 7 indicatoren in de koplopersgroep, maar heeft nog geen ambitie op energie-, klimaat- of CO2-neutraliteit opgesteld, heeft nog geen milieuzone en stelt weinig duurzaamheidseisen aan de inkoop van eigen vervoer. Almere scoort goed 7 indicatoren, maar blijft nog achter op het invoeren van een milieuzone en schone stadslogistiek. Groningen behaalt een hoge score door vaak in de volgergroep te zitten en 5 keer in de koplopersgroep te scoren en behoort alleen nog in de achterblijversgroep bij de milieuzone. Er is veel verschil tussen de hoog en laag scorende gemeenten. Een aantal scoort op bijna alle indicatoren laag.

Heerlen, Emmen, Sittard-Geleen en Helmond halen daardoor de laagste scores. Deze gemeenten moeten nog een flinke inhaalslag maken om te verduurzamen. Tabel 1 is geen harde ranking, omdat het niet mogelijk is om van alle twaalf indicatoren de precieze milieu-impact vast te stellen; de indicatoren zijn daarom niet ten opzichte van elkaar gewogen. De lijst dient dan ook als globale indicatie van de duurzaamheidsprestaties van gemeenten. 1) Samenwerkingsverband van de vier grootste steden van Nederland: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. 2) Samenwerkingsverband van oorspronkelijk 32 steden in Nederland, per 1 november 2017 uitgegroeid tot 38 steden. Zie ook https://www.g32.nl natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 4 Tabel 1 – Scorelijst van gemeenten gebaseerd op hoe vaak ze in de koplopers-, volgers- of achterblijversgroep zitten.3 Per gemeente ook de grootste uitdagingen: de indicatoren waarin ze in de achterblijversgroep vallen. Deze lijst moet niet gezien worden als harde ranking, omdat de indicatoren niet ten opzichte van elkaar zijn gewogen.

Gemeente Score Grootste uitdaging Utrecht 75% Huishoudelijk restafval en Zonnestroom Amsterdam 71% Zonnestroom en Huishoudelijk restafval Alkmaar 68% Ambitie energie-, klimaat- of CO2-neutraliteit, Milieuzone en Inkoop eigen vervoer Almere 67% Milieuzone, Relatief autogebruik en Green Deal Zero Emission Stadslogistiek (Green Deal ZES) Groningen 67% Milieuzone Ede 64% Milieuzone en Green Deal ZES Lelystad 59% Milieuzone, Green Deal ZES, Green Deal Aardgasvrije Wijken en Relatief autogebruik Delft 55% Inkoop eigen vervoer, Zonnestroom en Energielabels gebouwen Rotterdam 55% Ambitie energie-, klimaat- of CO2-neutraliteit, Zonnestroom, Huishoudelijk restafval en Energielabels gebouwen Amersfoort 54% Milieuzone, Inkoop eigen vervoer, Green Deal ZES Tilburg 54% Energielabels gebouwen Breda 50% Inkoop eigen vervoer, Green Deal ZES en Relatief autogebruik Haarlemmermeer 50% Milieuzone, Green Deal ZES en Uitstoot fijnstof door wegverkeer Roosendaal 50% Inkoop eigen vervoer, Milieuzone, Green Deal ZES en Green Deal Aardgasvrije Wijken Apeldoorn 46% 6 indicatoren waaronder Milieuzone en Green Deal Aardgasvrije Wijken Maastricht 46% 5 indicatoren waaronder Inkoop eigen elektriciteit en Inkoop eigen vervoer ‘s-Hertogenbosch 46% Green Deal Aardgasvrije Wijken, Green Deal ZES, Relatief autogebruik en Uitstoot fijnstof door wegverkeer Hoorn 45% Aantal (semi)publieke laadpalen, Milieuzone,

Green Deal ZES en Green Deal Aardgasvrije Wijken Zwolle 45% Inkoop eigen elektriciteit, Green Deal ZES en Milieuzone Alphen aan den Rijn 42% Inkoop eigen vervoer, Milieuzone, Green Deal ZES en Relatief autogebruik Den Haag 42% 5 indicatoren waaronder Zonnestroom en Green Deal ZES Deventer 42% 6 indicatoren waaronder Uitstoot fijnstof door wegverkeer en Inkoop eigen vervoer Hengelo 42% 6 indicatoren waaronder Ambitie energie-, klimaat- of CO2-neutraliteit en Inkoop eigen vervoer Nijmegen 42% Inkoop eigen vervoer, Milieuzone, Uitstoot fijnstof door wegverkeer en Aantal (semi)publieke laadpalen Oss 42% 6 indicatoren waaronder Inkoop eigen vervoer en Relatief autogebruik Zaanstad 42% 6 indicatoren waaronder Inkoop eigen vervoer en Zonnestroom Eindhoven 41% Energielabels gebouwen, Green Deal ZES, Green Deal Aardgasvrije Wijken en Uitstoot fijnstof door wegverkeer Almelo 38% 7 indicatoren waaronder Ambitie energie-, klimaat- of CO2-neutraliteit en Milieuzone Enschede 38% 5 indicatoren waaronder Inkoop eigen vervoer Ambitie energie-, klimaat- of CO2-neutraliteit Haarlem 38% 7 indicatoren waaronder Inkoop eigen vervoer en Aantal (semi)publieke laadpalen Leeuwarden 38% 6 indicatoren waaronder Energielabels gebouwen en Inkoop eigen elektriciteit V enlo 38% 6 indicatoren waaronder Inkoop eigen elektriciteit en Relatief autogebruik Schiedam 36% 6 indicatoren waaronder Ambitie energie-,

klimaat-, of CO2-neutraliteit en Milieuzone Arnhem 33% 6 indicatoren waaronder Uitstoot fijnstof door wegverkeer en Inkoop eigen elektriciteit Dordrecht 33% 7 indicatoren waaronder Energielabels gebouwen en Huishoudelijk restafval Gouda 33% 6 indicatoren waaronder Green Deal ZES en Aantal (semi)publieke laadpalen Leiden 33% 7 indicatoren waaronder Inkoop eigen elektriciteit en Green Deal ZES Zoetermeer 33% 7 indicatoren waaronder Zonnestroom en Green Deal ZES Helmond 27% 7 indicatoren waaronder de Green Deal Aardgasvrije Wijken en Milieuzone Sittard-Geleen 27% 7 indicatoren waaronder Inkoop eigen elektriciteit en Aantal (semi)publieke laadpalen Emmen 25% 7 indicatoren waaronder Inkoop eigen elektriciteit en Aantal (semi)publieke laadpalen Heerlen 18% 8 indicatoren waaronder Inkoop eigen elektriciteit en Uitstoot fijnstof door wegverkeer natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 5 Opvallend is dat de achterblijvers vaak zelfs het laaghangend fruit niet plukken. Zo kopen de laagst scorende gemeenten vaak geen groene stroom in, ondanks het feit dat dit niet veel duurder hoeft te zijn dan grijze stroom,4 en stellen ze vaak zelfs geen minimale inkoopcriteria aan het eigen vervoer dat ze inkopen, terwijl dit ook geen extra geld hoeft te kosten.

Op de indicatoren Milieuzone, Green Deal ZES en Inkoop eigen vervoer scoren veel gemeenten nog laag en is dus nog veel winst te behalen. Daarnaast blijkt dat gemeenten met ambitieuze klimaatdoelen gemiddeld ook hoger scoren op de andere indicatoren. Dit klinkt wellicht als een open deur, maar deze constatering geeft aan dat ambities vaak geen loze beloften over toekomstig te voeren beleid zijn. Goede voorbeelden hiervan zijn de koplopers Utrecht , Almere en Groningen. Het stellen van zo’n doel blijkt een goede basis te bieden voor concrete gemeentelijke duurzaamheidsplannen, die vervolgens ook in werking worden gesteld. Tot slot wordt duidelijk dat grote steden andere uitdagingen hebben dan kleine. Kleine steden scoren beter op zonnestroom en huishoudelijk restafval, omdat kleine steden met weinig hoogbouw hiervoor vaak meer ruimte hebben. V oor kleinere steden is het vaak wel weer een grotere uitdaging om een goed dekkend en frequent ov- netwerk aan te leggen. V oor grote steden is het juist weer lastiger om hoog te scoren op zonnestroom, doordat ze relatief veel hoogbouw hebben. Ook scoren grote steden slechter op de hoeveelheid huishoudelijk restafval, doordat het meer puzzelen is om de afvalcontainers kwijt te kunnen in de dichtbebouwde stad. Op het relatieve autogebruik scoren grote steden vaak juist weer beter, door de nabijheid van voorzieningen en beter beschikbaar ov.

Toch is er ook tussen de G4 (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) onderling veel verschil. Utrecht en Amsterdam voeren de totaallijst aan, ondanks het feit dat ze dezelfde uitdagingen ondervinden als andere grote steden. Rotterdam en Den Haag scoren een stuk lager. Dit komt doordat ze minder hoog scoren op de inkoop van elektriciteit en vervoer, energie-, klimaat- en CO2-neutraliteitsambities, en relatief autogebruik. 3) Een gemeente scoort 2 punten per indicator in de koplopersgroep en 1 punt in de volgersgroep. Dit puntenaantal wordt gedeeld door het totaal aantal haalbare punten (tweemaal het aantal indicatoren waarop de gemeente een score heeft) en omgezet tot een percentage. 4) http://www.greenpeace.nl/2016/Nieuwsberichten/Klimaat--Energie/Gemeenten-bezondigen-zich-massaal-aan- kolenstroom/ natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 6 1 Inleiding Op 21 maart 2018 zijn de volgende gemeenteraadsverkiezingen. Gemeenten krijgen nieuwe wethouders en nieuwe collegeakkoorden, waarin het college zijn plannen voor de komende vier jaar formuleert. Door de decentralisatie van overheidstaken dragen gemeenten steeds meer verantwoordelijkheid voor het oplossen van klimaat- en milieuproblematiek. Gemeenten kunnen de transitie naar een duurzame samenleving versnellen of juist vertragen door hun beleid.

Tijd om de balans op te maken: hoe succesvol en ambitieus is het duurzaamheidsbeleid van G4 en G32, samen goed voor 42 van de grootste gemeenten van Nederland? En hoe groot is dus de uitdaging voor de nieuwe colleges om in de komende periode te zorgen voor een duurzame koers? De stad is bij uitstek een plek van activiteiten met veel impact op het milieu en de gezondheid van inwoners, vanwege de hoge concentratie activiteiten op een compact grondoppervlak. Daarom kijkt Natuur & Milieu in deze quickscan naar de 42 stedelijke gemeenten die verenigd zijn in de samenwerkingsverbanden G45 en G32.6 In dit rapport brengt Natuur & Milieu de duurzaamheid van deze gemeenten in kaart door hun resultaten en ambities te vergelijken op thema’s die lokaal veel milieu-impact kunnen hebben: energie, mobiliteit en afval. Natuur & Milieu onderzocht hiervoor twaalf indicatoren waarover gegevens beschikbaar zijn en waarop gemeenten invloed op kunnen uitoefenen. In hoofdstuk 2: Onderzoeksverantwoording wordt toegelicht welke indicatoren zijn meegenomen, en waarom. In hoofdstuk 3: Resultaten worden de scores van de 42 gemeenten per indicator uitgelicht, met daarbij ook aanbevelingen voor gemeenten om hierop een betere score te halen.

In hoofdstuk 4: Analyse en Conclusies wordt gekeken naar het totaalbeeld dat ontstaat uit de resultaten: welke gemeenten scoren goed en welke juist niet? En waar ligt dit hoogstwaarschijnlijk aan? In hoofdstuk 5: Aanbevelingen geeft Natuur & Milieu tot slot aanbevelingen voor gemeenten die (meer) actief aan de slag willen met specifieke indicatoren of met duurzaamheid in het algemeen. 5) Samenwerkingsverband van de vier grootste steden van Nederland: Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht. 6) Samenwerkingsverband van oorspronkelijk 32 steden in Nederland, per 1 november 2017 uitgegroeid tot 38 steden. Zie ook https://www.g32.nl natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 7 2 Onderzoeksverantwoording Aanpak In dit onderzoek worden gemeenten beoordeeld op hun prestaties en doelstellingen op de onderwerpen energie, mobiliteit en afval. Hierbinnen heeft Natuur & Milieu gezocht naar indicatoren waarover openbare gegevens beschikbaar zijn én waarop gemeenten invloed kunnen uitoefenen. Op basis van deze uitgangspunten is een selectie van twaalf indicatoren gemaakt. Deze selectie is uiteraard niet uitputtend voor het brede thema duurzaamheid, maar geeft wel een goed beeld van hoe gemeenten er nu voor staan. Wat hebben vorige gemeentebesturen bereikt? En wat is de uitdaging voor de nieuwe colleges en gemeenteraden? De indicatoren 1. Inkoop eigen elektriciteit 2.

Milieuzone 3. Inkoop eigen vervoer 4. Zonnestroom 5. Energielabels gebouwen 6. Aantal (semi)publieke laadpalen voor elektrische auto’s 7. Relatief autogebruik 8. Uitstoot van fijnstof door wegverkeer 9. Huishoudelijk restafval 10. Ambitie energie-, klimaat- of CO2-neutraliteit 11. Green Deal Aardgasvrije Wijken 12. Green Deal Zero Emission stadslogistiek Natuur & Milieu heeft in deze quickscan de G4 (samenwerkingsverband van de vier grootste steden van Nederland) en de G32 (stedennetwerk van 38 middelgrote steden in Nederland) onderzocht. De dataverzamelingsperiode was vanaf oktober 2018 tot begin januari 2018. Hierdoor zijn de gemeenten Assen en Hilversum, beide ná het begin van deze periode toegetreden tot de G32, niet meegenomen. Bij elke indicator worden de gemeenten met elkaar vergeleken en daarvoor ingedeeld in drie groepen: de koplopers, de volgers en de achterblijvers. Waar dit kwantitatieve data betreft zijn dit respectievelijk de een derde hoogst, middel en laagst scorende gemeenten (dit is het geval bij de indicatoren 4, 5, 6, 7, 8 en 9). Waar dit kwalitatieve data betreft (dit is het geval bij de indicatoren 1, 2, 3, 10, 11 en 12) hebben wij een eigen indeling gemaakt van de categorieën; dit wordt bij elke indicator uitgelegd. Ook wordt bij elke indicator ingegaan op de specifiek voor deze indicator gebruikte database en onderzoeksmethode.

De uiteindelijke totaalscore (zie Tabel 1) is als volgt berekend: een gemeente scoort 2 punten per indicator waarin ze in de koplopersgroep zitten, en 1 punt wanneer ze in de volgersgroep zitten. Dit puntenaantal wordt gedeeld door het totaal aantal haalbare punten (tweemaal het aantal indicatoren waarop de gemeente een score heeft) en omgezet tot een percentage. Het percentage komt dus altijd tot stand op basis van het totaal aantal indicatoren waarop een gemeente gescoord heeft. Als er voor een specifieke indicator geen data beschikbaar zijn voor een bepaalde gemeente, beïnvloedt dit de score dus niet negatief of positief. Dit is slechts in een paar gevallen aan de orde; in die gevallen wordt dat vermeld bij de toelichting van de indicator Bronnen V oor de kwantitatieve data (de cijfers) in deze quickscan zijn onafhankelijke, gepubliceerde data gebruikt van centrale bronnen zoals het Centraal Bureau voor de Statistiek en Rijkswaterstaat. V oor de kwalitatieve data zijn gepubliceerde rapporten en documenten en websites van gemeenten gebruikt. De volledige bronnenlijst en een beschrijving van de verzamelmethode van de data die gebruikt zijn, is te vinden in bijlage 2. natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 8 3 resultaten 1.

Inkoop eigen elektriciteit Een van de manieren waarop een gemeente de energietransitie kan versnellen, is door duurzame elektriciteit in te kopen. Het is een relatief makkelijke stap, die het goede voorbeeld geeft. Kenniscentrum SOMO onderzocht in opdracht van Greenpeace waar gemeenten hun stroom inkopen en of die stroom van hernieuwbare bronnen komt.7 Gemeenten worden hierbij beoordeeld op twee criteria: 1) De duurzaamheid van de energieleverancier waar zij hun stroom inkopen en 2) De duurzaamheid van de ingekochte elektriciteit op basis van de ingekochte groencertificaten (GVO’s). De stroominkoop van gemeenten wordt in drie groepen geclassificeerd: groen (de koplopers), geel (de volgers) en rood (de achterblijvers). In de groene categorie kopen de gemeenten groene stoom in bij een leverancier die met zijn bedrijfsvoering de verduurzaming van de elektriciteitsmarkt bevordert. Geel betekent dat de gemeente wel groene stroom inkoopt, maar bij een leverancier die met zijn bedrijfsvoering de verduurzaming van de elektriciteitsmarkt niet bevordert. Bij rood koopt de gemeente grijze stroom in bij een leverancier die met zijn bedrijfsvoering de verduurzaming van de elektriciteitsmarkt niet bevordert.

V oor de data in Tabel 2 is gebruikgemaakt van de status van inkoop van de gemeenten, zoals bekend op 1 januari 2018.8 V oor een gedetailleerdere beschrijving van de bron, zie bijlage 2. Er is al een flink aantal gemeenten dat groene stroom inkoopt bij een duurzame leverancier en dat ook kan bewijzen met groencertificaten. Er zijn echter ook negen gemeenten die slecht scoren omdat ze grijze stroom inkopen, die van kolencentrales en gascentrales afkomstig is. Bij de opwek van deze stroom komt veel CO2 vrij. Gemeenten kunnen eenvoudig stijgen op deze lijst door over te stappen naar een duurzame energieleverancier en daar groene stroom in te kopen. 7) Hartlief, I. & Kiezebrink, V. (2016). Kortsluiting op de groene energiemarkt 8) Greenpeace, ‘Hoe scoort jouw gemeente?’ https://www.petitiestarter.nl/media. Laatst geraadpleegd op 1-2-2018 9) Gouda heeft wel besloten om bij het volgende contract te kiezen voor groene stroom van Nederlandse bodem. 10) Nijmegen en Arnhem zijn van plan zo snel mogelijk duurzame energie af te nemen van nog op te richten regionale bronnen. Tot die tijd gaan ze duurzame elektriciteit inkopen. 11) Leiden heeft 55.000 euro opzijgezet om groene stroom in te kopen. Tabel 2 - De classificatie van de elektriciteitsinkoop van gemeenten.

Bij groen koopt een gemeente groene stroom in bij een duurzame leverancier, bij geel koopt een gemeente wel groene stroom, maar bij een leverancier die met zijn bedrijfsvoering niet bijdraagt aan verduurzaming van de elektriciteitsmarkt en bij rood koopt de gemeente grijze stroom in. Gemeente Classificatie Alkmaar Groen Almelo Groen Almere Groen Amersfoort Groen Apeldoorn Groen Breda Groen Deventer Groen Dordrecht Groen Ede Groen Eindhoven Groen Enschede Groen Groningen Groen Helmond Groen Hengelo Groen Gemeente Classificatie Hoorn Groen Lelystad Groen Roosendaal Groen Utrecht Groen Zaanstad Groen Alphen aan den Rijn Geel Amsterdam Geel Delft Geel Den Haag Geel Gouda9 Geel Haarlem Geel Haarlemmermeer Geel Nijmegen10 Geel Oss Geel Gemeente Classificatie Rotterdam Geel Schiedam Geel ‘s-Hertogenbosch Geel Tilburg Geel Zoetermeer Geel Arnhem10 Rood Emmen Rood Heerlen Rood Leeuwarden Rood Leiden11 Rood Maastricht Rood Sittard-Geleen Rood V enlo Rood Zwolle Rood natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 9 2. Milieuzone Een gemeente kan milieuzones invoeren om de luchtkwaliteit te verbeteren.

In de meeste steden met een milieuzone mogen oude, vervuilende vrachtauto’s de stad niet meer in, wat de luchtkwaliteit positief beïnvloedt en ten goede komt aan de gezondheid van de inwoners.12 Een paar steden gaan nog een stapje verder in de milieuzones: zo hebben Amsterdam, Rotterdam en Utrecht hun binnenstad ook afgesloten voor oude personenauto’s die op diesel rijden, en liggen er plannen om meer soorten vervuilende voertuigen te weren uit de stad, zoals tweetaktbrommers. Deze steden zijn de koplopers, omdat zij strengere eisen stellen aan hun milieuzones. De gemeenten in de volgersgroep (categorie geel) hebben alleen de klassieke vorm van een milieuzone: hier mogen alleen vrachtwagens naar binnen die voldoen aan de Euronorm IV of beter, zoals afgesproken in het convenant Stimulering Schone Vrachtauto’s. De achterblijvende gemeenten hebben (nog) geen milieuzone ingesteld. Data zijn afkomstig van het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.13 Aanvullende data over uitgebreide milieuzones van Amsterdam, Utrecht en Rotterdam zijn gevonden via de respectievelijke websites van de gemeenten. Peildatum is 16 januari 2018. 12) Inmiddels is het effect hiervan beperkt doordat de emissie-eisen aan de voertuigen niet zijn aangescherpt en veel vrachtwagens hier sowieso al aan voldoen. 13) www.milieuzones.nl. Website van ministerie van Infrastructuur en Waterstaat.

14) Het huidige college heeft inmiddels een voorstel gedaan voor uitbreiding van de milieuzone naar personenauto’s. Dit is echter nog geen vastgesteld beleid. Tabel 3 – De verschillende soorten milieuzones en welke voertuigen er niet in mogen. Soorten milieuzones Soorten voertuigen die worden geweerd Vrachtverkeer Vrachtwagens die te veel fijnstof en stikstofoxiden uitstoten, meer dan Euronorm IV . Utrecht Extra: personen- en bestelauto’s die op diesel rijden en voor januari 2001 voor het eerst een kenteken kregen. Rotterdam Extra: personen- en bestelauto’s die op diesel rijden en voor januari 2001 voor het eerst een kenteken kregen. Amsterdam Extra: geen bestelauto’s met een dieselmotor van voor januari 2000. Vanaf januari 2018 wordt deze zone uitgebreid met een verbod op bromfietsen en snorfietsen van voor 2010, taxi’s op diesel van voor 2009 en autobussen en touringcars op diesel van voor 2005. Tabel 4 – Milieuzone in gemeenten. V oor uitleg over de soorten milieuzones, zie Tabel 3.

Gemeente Soort milieuzone Amsterdam Uitgebreid Rotterdam Uitgebreid Utrecht Uitgebreid Arnhem14 Vrachtverkeer Breda Vrachtverkeer Delft Vrachtverkeer Den Haag Vrachtverkeer Eindhoven Vrachtverkeer Leiden Vrachtverkeer Maastricht Vrachtverkeer ’s-Hertogenbosch Vrachtverkeer Tilburg Vrachtverkeer Alkmaar Geen Almelo Geen Gemeente Soort milieuzone Almere Geen Alphen aan den Rijn Geen Amersfoort Geen Apeldoorn Geen Deventer Geen Dordrecht Geen Ede Geen Emmen Geen Enschede Geen Gouda Geen Groningen Geen Haarlem Geen Haarlemmermeer Geen Heerlen Geen Gemeente Soort milieuzone Helmond Geen Hengelo Geen Hoorn Geen Leeuwarden Geen Lelystad Geen Nijmegen Geen Oss Geen Roosendaal Geen Schiedam Geen Sittard-Geleen Geen V enlo Geen Zaanstad Geen Zoetermeer Geen Zwolle Geen natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 10 Milieuzones zijn vooral in de grotere steden ingevoerd; 12 van de 42 onderzochte gemeenten hebben een milieuzone, vooral de grotere steden. Ook voor kleinere steden zijn milieuzones echter een goed instrument om de luchtkwaliteit te verbeteren.

Steden met een milieuzone kunnen de impact ervan verhogen door meer typen voertuigen op te nemen: zo kunnen ook oude dieselauto’s en bestelbusjes uitgesloten worden, zoals al in Utrecht, Amsterdam en Rotterdam wordt gedaan, of kunnen brom- en snorfietsen geweerd worden, zoals in Amsterdam vanaf 1 januari 2018.15 Daarnaast kan de impact worden vergroot door de uitstootnormen aan te scherpen. V oor vrachtwagens is dit noodzakelijk omdat de eisen inmiddels verouderd, en weinig effectief zijn. In de toekomst kunnen gemeenten de milieuzones ook inzetten om hun ambitie alle voertuigen met fossiele brandstoffen uit de stad te weren in beleid om te zetten. 15) Gemeente Amsterdam, ‘Twee grote veranderingen voor scooters in 2018’ https://www.amsterdam.nl/parkeren- verkeer/scooter/ natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 11 3. Inkoop eigen vervoer Gemeenten hebben directe invloed op de duurzaamheid van de voertuigen die ze zelf inkopen. Natuur & Milieu onderzocht aanbestedingen van gemeenten voor doelgroepenvervoer16 en voor het eigen wagenpark17, 18. Deze werden beoordeeld op hun effect op luchtkwaliteit en klimaat. Tien jaar geleden spraken gemeenten gezamenlijk af om in 2015 100 procent duurzaam in te kopen, waarvoor landelijke richtlijnen zijn opgesteld.19 Het onderzoek van Natuur & Milieu vergeleek de aanbestedingen met deze landelijke richtlijnen.

Er werd bijvoorbeeld bekeken of er in de aanbestedingen werd gevraagd om schone of zero-emissie (elektrische) voertuigen. Gemeenten vallen hier onder de koplopers (groen) als hun gemiddelde cijfer van de aanbestedingen hoger is dan een 7,5; deze gemeenten hebben veel aandacht gehad voor duurzaamheid in hun vervoersaanbestedingen. Gemeenten zijn geclassificeerd als volger (geel) als hun aanbestedingen gemiddeld wel beter scoren dan de landelijke richtlijnen voor duurzaam aanbesteden, maar weinig extra ambitie tonen. De achterblijvers zijn de gemeenten wier aanbestedingen lager dan een 6 scoren, en daarmee slechter scoren dan als ze zich hadden gehouden aan de landelijke richtlijnen. Sommige gemeenten deden in de onderzoeksperiode geen aanbestedingen voor doelgroepenvervoer of eigen wagenpark en kregen dus ook geen score (grijs). Gemeenten worden alleen beoordeeld op het laatste jaar waarin ze aanbestedingen deden voor vervoer: sommige gemeenten, zoals Utrecht, hebben beter gelet op duurzaamheidscriteria in meer recente aanbestedingen. Daarom wordt hun score niet negatief beïnvloed door aanbestedingen uit voorgaande jaren. 16) Doelgroepenvervoer is er voor diegenen die geen auto, bus of trein kunnen gebruiken. Voorbeelden zijn Wmo- vervoer en leerlingenvervoer met taxibusjes. 17) Natuur & Milieu. (2016). Benchmark Duurzaam Inkopen van Vervoer.

https://www.natuurenmilieu.nl/wp-content/ uploads/2017/02/NM-Benchmark-Duurz-Ink-Vervoer-261016-4-ia.pdf 18) Natuur & Milieu. (2017). Benchmark Duurzaam Inkopen van Vervoer. https://www.natuurenmilieu.nl/wp-content/ uploads/2017/11/171120-Rapport-Gemeentebenchmark-duurzaam-inkopen-vervoer.pdf 19) PIANOo, het expertisecentrum Aanbesteden van het ministerie van Economische Zaken en Klimaat – https://www. pianoo.nl/sites/default/files/documents/documents/contractvervoer-vraagafhankelijkvervoer-okt2011.pdf 20) Hoewel de gemeente Rotterdam wel een aanbesteding heeft gedaan voor vervoer, met daarin vergaande duurzaam- heidswensen, was deze niet openbaar en is daarom niet meegenomen in het onderzoek van Natuur & Milieu.

Gemeenten G32+G4 Gemiddeld cijfer Utrecht 9,0 Leeuwarden 7,9 Almere 7,7 Amsterdam 7,5 ’s-Hertogenbosch 7,5 Haarlemmermeer 7,2 Emmen 7,1 Tilburg 6,8 Groningen 6,5 V enlo 6,1 Apeldoorn 5,9 Deventer 5,9 Hengelo 5,9 Zoetermeer 5,8 Gemeenten G32+G4 Gemiddeld cijfer Breda 5,7 Maastricht 5,7 Oss 5,7 Gouda 5,6 Leiden 5,6 Alkmaar 5,3 Dordrecht 5,3 Zaanstad 5,0 Amersfoort 4,6 Delft 4,6 Den Haag 4,6 Almelo 4,5 Arnhem 4,5 Enschede 4,5 Gemeenten G32+G4 Gemiddeld cijfer Nijmegen 4,5 Alphen aan den Rijn 4,3 Haarlem 3,3 Roosendaal 1,0 Ede Niet onderzocht Eindhoven Niet onderzocht Heerlen Niet onderzocht Helmond Niet onderzocht Hoorn Niet onderzocht Lelystad Niet onderzocht Rotterdam20 Niet onderzocht Schiedam Niet onderzocht Sittard-Geleen Niet onderzocht Zwolle Niet onderzocht Tabel 5 – Cijfer van de gemeentelijke aanbestedingen in de afgelopen twee jaar voor doelgroepenvervoer en eigen wagenpark. Gemeenten zijn koploper (groen) bij 7,5 of hoger, volger (geel) tussen de 6 en 7,5, en achterblijver (rood) lager dan een 6. Er is een groot verschil in de cijfers die de aanbestedingen kregen. Slechts 5 van de onderzochte gemeenten is koploper en alleen Leeuwarden scoort hoger dan een 7,5. De meerderheid van de gemeenten die een aanbesteding deden, scoren gemiddeld slechter dan de landelijke richtlijnen voor duurzaam aanbesteden.

Bij volgende aanbestedingen zouden deze gemeenten in ieder geval de landelijke richtlijnen moeten volgen. Daarbovenop kunnen gemeenten hoger scoren door onder andere in de aanbestedingen om elektrische voertuigen te vragen. natuur & Milieu | | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten | 12 4.Zonnestroom In het Energieakkoord spraken Nederlandse overheden, bedrijven en maatschappelijke organisaties af het aandeel van hernieuwbare energieopwekking toe te laten nemen tot 14 procent in 2020.21 In 2016 was dit aandeel nog slechts 5,9 procent.22 Energie uit zon kan een belangrijke bijdrage leveren aan deze doelstelling en is op gemeentelijk niveau goed te stimuleren, terwijl de andere grote potentiële bron van hernieuwbare energie, wind, vooral op provinciaal niveau wordt geregeld. De laatste jaren neemt de geïnstalleerde capaciteit van zonnepanelen sterk toe in Nederland: in 2017 was er een stijging van nieuw opgewekt zonnestroomvermogen met 37 procent ten opzichte van 2016.23 Dit komt deels door effectief beleid van lokale overheden. De data over zonnestroom per inwoner zijn uit 2015 en verkregen via de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat.24 Voor een gedetailleerdere beschrijving van de data, zie bijlage 2. Tabel 6 - Opgewekte zonnestroom per inwoner per jaar (kWh).

Gemeente | kWh | Gemeente | kWh | Gemeente | kWh zonnestroom | zonnestroom | zonnestroom per inwoner | per inwoner | per inwoner Zwo l l e | 132Heerlen | 49Helmond | 33 Emmen | 92Apeldoorn | 49Z a a nstad | 29 Deventer | 89Almere | 48Utrecht | 29 L e ly s t a d | 86Alphen aan den Rijn | 47 | Arnhem | 25 Leeuwarden | 76 | ’s-Hertogenbosch | 45 | Dordrecht | 24 Venlo | 71Tilburg | 43G oud a | 24 Roosendaal | 69 | Alkmaar | 42Zoetermeer | 24 Sittard-Geleen | 61 | Maastricht | 41Delft | 22 Hengelo | 58Hoorn | 40Haarlem | 22 E de | 57B re d a | 40L e ide n | 20 Oss | 54Nijmegen | 38Amsterdam | 15 Almelo | 53Eindhoven | 36Den Haag | 15 Enschede | 51Groningen | 36Schiedam | 14 Haarlemmermeer | 49 | Amersfoort | 35 | Rot te rd a m | 11 Er zijn grote verschillen in de hoeveelheid opgewekte zonnestroom per inwoner tussen gemeenten. Zo wekt de gemeente Zwolle (de nummer 1) 12 keer meer zonnestroom op per inwoner dan de gemeente Rotterdam (de nummer 42). Grote steden scoren hier over het algemeen lager. Dit kan te wijten zijn aan het aandeel van hoogbouw in deze gemeenten, waardoor er minder dakoppervlak per inwoner beschikbaar is voor zonnepanelen. In Nederland zijn vele geschikte daken waar nog geen zonne-energie wordt opgewekt.

Er zijn verschillende manieren waarop gemeenten het installeren van zonnepanelen kunnen stimuleren, bijvoorbeeld door het aanbieden van duurzaamheidsleningen aan woningeigenaren of VVE’s, door ondersteuning van actieve energiecoöperaties, VVE’s en bewonersgroepen, en door zelf het goede voorbeeld te geven door eigen daken te gebruiken voor energieopwekking. Bij nieuwbouw kan zonne-energie gevraagd worden van de ontwikkelaar. Met woningbouwcorporaties kunnen afspraken gemaakt worden over zonne-energie. 21) | https://www.energieakkoordser.nl/ 22) | CBS, ‘Aandeel hernieuwbare energie 5,9 procent in 2016’ – https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2017/22/aandeel- hernieuwbare-energie-5-9-procent-in-2016 23) | Nationaal Solar Trendrapport 2018 24) | Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat. https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/ natuur & Milieu | | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten | 13 5. | Energielabels gebouwen In het SER-energieakkoord zijn afspraken gemaakt over energiebesparing in de gebouwde omgeving. Om deze afspraken uit te voeren, zullen gebouwen veel energiezuiniger moeten worden. Dit geldt zowel voor woningen als voor bedrijfspanden en utiliteitsgebouwen (alle gebouwen die geen woning zijn, zoals kantoren, scholen etc.). Een meetlat voor de energiezuinigheid is het energielabel.

Dat geeft aan hoe energiezuinig een gebouw is, ingedeeld in de klassen A (groen label, zeer zuinig) tot en met G (rood label, zeer onzuinig). Het energielabel wordt voor elk gebouw bepaald aan de hand het type gebouw, het bouwjaar (hoe ouder hoe minder zuinig) en gegevens van vergelijkbare gebouwen. In Nederland is een energielabel verplicht bij iedere verkoop van utiliteitsgebouwen en woningen. Hierdoor wordt het aantrekkelijker om energiebesparende maatregelen te nemen, want woningen met een gunstig energielabel worden gemiddeld sneller verkocht.25 Daarnaast wordt het vanaf 2023 verplicht voor kantoorpanden om een label C of hoger te hebben. Kantoren met een label D t/m G mogen dan niet meer gebruikt worden.26 Data over definitieve energielabels van gebouwen gaan over de situatie in de tweede helft van 2016 en zijn afkomstig van de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat.27 Bij deze indicator vallen de top 33 procent best scorende gemeenten in de koplopersgroep (groen) en de laagst scorende 33 procent in de achterblijversgroep (rood). Tabel 7 – Percentage gebouwen (woningen en utiliteitsgebouwen) met een groen energielabel (C tot A).

Gemeente | Totaal Gemeente | Totaal Gemeente | Totaal ge b ouwe n met | ge b ouwe n met | ge b ouwe n met label C of hoger | label C of hoger | label C of hoger Almere | 86%Emmen | 57%Rot te rd a m | 52% L e ly s t a d | 80%Enschede | 57%Leeuwarden | 51% Haarlemmermeer | 74 | % | Venlo | 56%Tilburg | 51% Hoorn | 74 | %Almelo | 56%Zoetermeer | 49% Oss | 66%Groningen | 56%Maastricht | 48% Zwo l l e | 64%B re d a | 56%Den Haag | 47% ’s-Hertogenbosch | 63% | Hengelo | 54%L e ide n | 46% G oud a | 62%Nijmegen | 54%Eindhoven | 43% Helmond | 62%Sittard-Geleen | 54%Schiedam | 42% Roosendaal | 61%Arnhem | 54%Z a a nstad | 42% Amersfoort | 61%Alphen aan den Rijn | 53% | Haarlem | 42% E de | 61%Utrecht | 53%Dordrecht | 40% Apeldoorn | 61%Deventer | 52%Heerlen | 39% Alkmaar | 58%Amsterdam | 52%Delft | 34% Tussen gemeenten zijn er grote verschillen in het percentage gebouwen met een zuinig energielabel. Gemeenten met relatief veel nieuwe gebouwen, zoals Almere, Lelystad en Haarlemmermeer, scoren hier goed. Gemeenten met veel oude gebouwen scoren hier slechter. Sommige gemeenten zullen dus meer moeite moeten doen om het gebouwenbestand energiezuinig te maken. Gebouwen hebben minder warmte nodig als ze goed zijn geïsoleerd, waardoor hun energielabel verbetert. Zeker gebouwen gebouwd vóór 1975 kunnen en moeten nog veel beter geïsoleerd worden.

Bij naoorlogse woningen zijn de benodigde isolatiemaatregelen vaak ook zeer kosteneffectief te nemen. Concreet gaat het om het isoleren van vloeren, daken en muren en het voorzien van ramen van HR++-glas of beter. Gemeenten kunnen dit stimuleren door middel van informatie en subsidie. Daarnaast bieden installateurs en bouwers vaak aan om gratis het voorlopige energielabel van woningen definitief te maken. Dit kan door de gemeente gefaciliteerd worden. 25) | TIAS VastgoedLAB. (2015). ‘Groen Energielabel helpt bij woningverkoop’. https://www.tias.edu/kennisgebieden/ detail/vastgoed/detail/groen-energielabel-helpt-bij-woningverkoop 26) | Rijksoverheid.nl, ‘Alle kantoren verplicht zuinig met energie’. https://www.rijksoverheid.nl/actueel/ nieuws/2016/11/28/alle-kantoren-verplicht-zuinig-met-energie 27) | Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat. https://klimaatmonitor.databank.nl/dashboard/ natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 14 V oor utiliteitsgebouwen kan de gemeente een beroep doen op de wet Milieubeheer. Hierin worden organisaties met een bepaald energieverbruik (boven 75.000 m3 gas per jaar en/of 500.000 kWh per jaar) verplicht om alle energiebesparende maatregelen te nemen die zichzelf binnen vijf jaar terugverdienen.

Deze wet wordt echter nog maar weinig gehandhaafd door gemeenten, terwijl de potentie voor besparing met deze maatregelen erg groot is, namelijk 32 petajoule (PJ).28 Dit is 32 procent van de totale besparingsdoelstelling uit het SER-energieakkoord voor de gebouwde omgeving van 100 PJ. Ook is er een lijst samengesteld met erkende maatregelen.29 28) ECN. (2014). Verbetering referentiebeeld utiliteitssector. https://www.ecn.nl/publicaties/PdfFetch. aspx?nr=ECN-E--13-069 29) https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels-gebouwen/bestaande- bouw/activiteitenbesluit natuur & Milieu | | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten | 15 6. | Aantal (semi)publieke laadpalen voor elektrische auto’s De overgang van diesel- en benzineauto’s, busjes en vrachtwagens naar elektrisch vervoer is van groot belang om de klimaatdoelen uit het akkoord van Parijs te halen en de lucht in de steden te verbeteren. Naast het stimuleren van de (elektrische) fiets, openbaar vervoer en autodelen is dit een van de belangrijkste ontwikkelingen voor het klimaat en de gezondheid. Nationaal is de ambitie om in 2030 alle nieuwe personenauto’s emissievrij te maken, voor ov-bussen is dit 2025.

En in de Green Deal Zero-Emission Stadslogistiek (zie indicator 12) hebben gemeenten en rijksoverheid afgesproken om vanaf 2025 alleen emissievrije voertuigen voor stadsdistributie toe te staan. Om dit mogelijk te maken is een snelle uitbreiding van de laadinfrastructuur voor personenauto’s bestelbusjes, vrachtwagens en bussen noodzakelijk. Het ontbreken van voldoende laadinfrastructuur en lange wachttijden bij een aanvraag voor een laadpaal zijn belangrijke redenen voor mensen om af te zien van een elektrische auto. Gemeenten spelen een cruciale rol bij het opzetten van deze infrastructuur. De data gaan over het jaar 2017 en zijn afkomstig van de Klimaatmonitor van Rijkswaterstaat. Bij deze indicator vallen de top 33 procent best scorende gemeenten in de koplopersgroep (groen) en de laagst scorende 33 procent in de achterblijversgroep (rood). Tabel 8 – Het aantal (semi)publieke laadpalen voor elektrische auto’s per 100.000 inwoners in 2017.

Gemeente | Aantal laadpalen Gemeente | Aantal laadpalen Gemeente | Aantal laadpalen per 100.000 | per 100.000 | per 100.000 i nwo n e r s | i nwo n e r s | i nwo n e r s Haarlemmermeer | 503 | Almere | 176Hengelo | 105 Amsterdam | 381 | Eindhoven | 167Oss | 105 Utrecht | 355Apeldoorn | 163Helmond | 104 Rot te rd a m | 333Zwo l l e | 159Hoorn | 99 Den Haag | 307E de | 152Nijmegen | 99 Arnhem | 250Tilburg | 143Haarlem | 97 Amersfoort | 244 Delft | 141Maastricht | 87 ’s-Hertogenbosch | 232 | Zoetermeer | 139 | Sittard-Geleen | 84 B re d a | 225Leeuwarden | 134Almelo | 81 Alphen aan den Rijn | 225 | Groningen | 128Heerlen | 75 Dordrecht | 216Schiedam | 127G oud a | 71 L e ide n | 205Z a a nstad | 116Venlo | 69 L e ly s t a d | 191Deventer | 112Enschede | 68 Alkmaar | 189Roosendaal | 109Emmen | 34 Ook hier komen grote verschillen tevoorschijn. Zo heeft de gemeente Amsterdam de meeste laadpunten per 100.000 inwoners: wel 381. Opvallend is dat de vier grootste steden (Amsterdam, Rotterdam, Den Haag en Utrecht) hierin vooroplopen. De achterhoede wordt gevormd door Enschede en Emmen, met respectievelijk slechts 68 en 34 laadpunten per 100.000 inwoners. Gemeenten kunnen elektrisch rijden stimuleren door voldoende te investeren in laadinfrastructuur met lage en transparante prijzen.

Daarbij is het belangrijk hierop een langetermijnvisie te ontwikkelen waarbij slimme laadinfrastructuur voor alle modaliteiten bekeken wordt. Daarnaast stimuleert een aantal gemeenten elektrisch rijden met subsidies en bijvoorbeeld voorrang bij parkeervergunningen. En vanaf 2018 wordt het ook mogelijk om lagere tarieven voor parkeren te hanteren. natuur & Milieu | | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten | 16 7. | Relatief autogebruik Van alle opties voor personenvervoer binnen en tussen gemeenten heeft de auto de hoogste uitstoot van CO2 per reizigerskilometer.30 Het vervangen van het aandeel reizen met de auto door bijvoorbeeld openbaar vervoer of (elektrische) fiets heeft daardoor een positief effect op klimaat. Een kleiner aandeel autogebruik heeft ook een positief effect op de gezondheid, doordat er minder fijnstof en andere schadelijke stoffen worden uitgestoten. InTabel 9 is weergegeven hoeveel van de gereisde kilometers door inwoners van de gemeenten werd afgelegd als bestuurder van een auto. De data geven een gemiddelde weer over de jaren 2012-201531. Zie bijlage 2 voor meer informatie over de bron. Bij deze indicator vallen de top 33 procent best scorende gemeenten in de koplopersgroep (groen) en de laagst scorende 33 procent in de achterblijversgroep (rood).

Tabel 9 – Gemiddelde percentage gereisde kilometers als bestuurder van auto van inwoners van de gemeente. Gemeente | Percentage | Gemeente | Percentage | Gemeente | Percentage reiskilometers | reiskilometers | reiskilometers aut o | aut o | aut o Delft | 33,8%Maastricht | 47,4%L e ly s t a d | 51,4% L e ide n | 34,9%Nijmegen | 47,5%Almere | 51,4% Groningen | 37,3%Tilburg | 47,8%Deventer | 51,6% Amsterdam | 37,6% | Haarlem | 48,6%Apeldoorn | 52,1% Utrecht | 41,0%Leeuwarden | 49,0%B re d a | 53,7% Rot te rd a m | 41,9%Enschede | 49,1%Zoetermeer | 53,7% Den Haag | 44,1%Almelo | 49,6%Sittard-Geleen | 54,0% G oud a | 44,4%Arnhem | 50,0%Helmond | 54,3% Schiedam | 44,9%Zwo l l e | 50,1%Venlo | 57,0% Eindhoven | 45,5%Haarlemmermeer | 50,4% | 's-Hertogenbosch | 57,6% Alkmaar | 46,4%Z a a nstad | 50,4%Heerlen | 57,9% Hengelo | 46,6%Roosendaal | 50,9%Alphen aan den Rijn | 58,8% Dordrecht | 46,7%Amersfoort | 51,0% | Emmen | 59,6% E de | 47,3%Hoorn | 51,1%Oss | 61,7% De verschillen tussen het aandeel van de auto in het reisgedrag is groot: bijna een factor 2. Dit hangt niet alleen samen met de grootte van de stad en de bevolkingssamenstelling. Het is voor een groot deel ook het gevolg van het ruimtelijk beleid van de stad en de investeringen in wegen, openbaar vervoer en voorzieningen.

Investeren in compacte steden, met voorzieningen en kantoren op voor het ov goed bereikbare locaties, en met ruimte voor de fiets en goede ov–voorzieningen, zijn de sleutel voor een efficiënter en duurzamer mobiliteitssysteem. Daarnaast kan een gemeente het gebruik van fiets, openbaar vervoer en deelauto’s stimuleren, te beginnen met de eigen werknemers, met een koplopersrol voor de burgemeester, wethouders en hoge ambtenaren. 30) | https://www.milieucentraal.nl/duurzaam-vervoer/fiets-ov-of-auto/ 31) | CROW, 2017. Databestand dashboards : Duurzaamheidsscore. https://www.crow.nl/documents/databestanddashboards natuur & Milieu | | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten | 17 8. | Uitstoot van fijnstof door wegverkeer Nederland scoort binnen Europa erg slecht op luchtkwaliteit.32 Een van de grootste oorzaken van deze vervuiling is transport. In steden rijden nog veel vervuilende scooters, (diesel)bestelbusjes, vrachtwagens, scooters en auto’s rond.

Vooral bestelbusjes blijken een grote bron van fijnstof te zijn.33 Blootstelling aan fijnstof kan luchtwegklachten en astma veroorzaken en leiden tot blijvende gezondheidseffecten en zelfs vroegtijdige sterfte, ook bij lage concentraties als het om langdurige blootstelling gaat.34 In vrijwel alle steden zijn de concentraties luchtvervuiling nog zo hoog dat dit serieuze gezondheidsschade oplevert, ook als de concentraties lager zijn dan de wettelijke normen. De gezondheidsraad adviseert35 daarom aanvullende maatregelen te nemen zoals autoluwe steden, het weren van vervuilende (diesel)voertuigen en het invoeren van lagere maximumsnelheden. In deze indicator zijn gemeenten gerangschikt op de uitstoot van fijnstof (PM2.5) door verkeer binnen de bebouwde kom per persoon per jaar. Er wordt hier dus niet weergegeven hoe hoog de concentraties in de lucht zijn, maar hoe hoog de uitstoot van het lokale wegverkeer binnen de bebouwde kom is. Hier is voor gekozen omdat dit direct beïnvloed wordt door beleid in de gemeente. Er is voor gekozen om alleen uitstoot binnen de bebouwde kom mee te nemen, om gemeenten waar (veel) snelwegen doorheen lopen niet onevenredig te benadelen. De invloed van de gemeenten op de aanleg en inrichting van snelwegen is namelijk beperkt; de rijksoverheid speelt hierin een belangrijkere rol.

De data zijn afkomstig van de nationale emissieregistratie36 en komen uit 2016. Voor meer informatie over de data, zie bijlage 2. Bij deze indicator vallen de top 33 procent best scorende gemeenten in de koplopersgroep (groen) en de laagst scorende 33 procent in de achterblijversgroep (rood). Tabel 10 – Emissie van fijnstof (PM2.5) door wegverkeer binnen de bebouwde kom (bibeko) per inwoner. Gemeente | Fijnstofuitstoot Gemeente | Fijnstofuitstoot Gemeente | Fijnstofuitstoot (PM2.5) door | (PM2.5) door | (PM2.5) door wegverkeer | wegverkeer | wegverkeer Z a a nstad | 37,2Den Haag | 46,6Sittard-Geleen | 54,0 E de | 38,4G oud a | 46,9Hengelo | 54,2 Delft | 38,6Utrecht | 47,8Apeldoorn | 54,7 Schiedam | 39,4Rot te rd a m | 48,0Helmond | 55,5 Alkmaar | 39,4Haarlem | 48,4Arnhem | 55,7 Amsterdam | 40,5Amersfoort | 48,4L e ide n | 56,7 Almere | 40,5B re d a | 48,9Deventer | 56,7 L e ly s t a d | 41,1Enschede | 49,2Eindhoven | 56,7 Almelo | 42,3Dordrecht | 49,9Heerlen | 61,1 Oss | 42,8Venlo | 50,2Haarlemmermeer | 61,7 Zoetermeer | 43,6Emmen | 52,3’s-Hertogenbosch | 63,0 Hoorn | 44,9Roosendaal | 52,8Maastricht | 65,3 Groningen | 46,0Zwo l l e | 53,6Leeuwarden | 65,7 Alphen aan den Rijn | 46,5 | Tilburg | 53,7Nijmegen | 66,1 32) | https://www.trouw.nl/groen/europese-commissie-waarschuwt-kwaliteit-nederlandse-lucht-zorgelijk-~a8968046/ 33) |

https://www.natuurenmilieu.nl/nieuwsberichten/oud-bestelbusje-blijkt-fijnstofbom 34) | http://www.rivm.nl/Onderwerpen/F/Fijn_stof 35) | https://www.gezondheidsraad.nl/nl/taak-werkwijze/werkterrein/gezonde-leefomgeving/gezondheidswinst-door- schonere-lucht 36) | http://emissieregistratie.nl/erpubliek/bumper.nl.aspx natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 18 37) CBS statline, 2017, ‘Emissies naar lucht op Nederlands grondgebied; wegverkeer’ De verschillen tussen steden zijn groot: ongeveer 40 procent tussen de stad met de meeste en met de minste vervuiling. Dit komt door een scala aan factoren: het autogebruik van de inwoners (zie ook indicator 7: Relatief autogebruik), het aantal brommers, bestelbussen en vrachtwagens in de stad, en gemeentelijke maatregelen om vervuilende voertuigen te weren, zoals een milieuzone en het stimuleren van elektrisch vervoer. Bestelbusjes zijn op dit moment in de meeste steden de grootste bron van fijnstof.37 Gemeenten kunnen grote invloed hebben op emissies van fijnstof door wegverkeer in hun stad. Bij de inkoop van voertuigen kunnen ze zero-emissie voertuigen inkopen (zie ook indicator 3: Inkoop eigen vervoer).

Daarnaast kan een milieuzone ingesteld worden die de meest vervuilende voertuigen (vrachtwagens, bestelbussen, scooters) uit de stad weert (zie ook indicator 2: Milieuzone), kan er ingezet worden op het verbeteren van openbaar vervoer en fietsroutes, en op het stimuleren van elektrisch rijden bij inwoners door laadinfrastructuur aan te leggen. natuur & Milieu | | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten | 19 9. | Huishoudelijk restafval Onze gezamenlijke vraag naar grondstoffen legt een groot beslag op de aarde. Om deze last te verminderen, moeten we van een lineair systeem waarin we grondstoffen onttrekken en ze na gebruik weggooien, naar een circulair systeem waarin de grondstoffen steeds opnieuw ingezet worden. Om deze omslag naar een circulaire economie te maken, hebben de Vereniging Nederlandse Gemeenten, de NVRD en het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het VANG-programma (Van Afval Naar Grondstof) opgesteld. Het programma heeft als doel om de totale hoeveelheid verzameld restafval per persoon te verminderen (van 250 naar 100 kg) en het percentage van afvalscheiding te verhogen (naar 75 procent). Hiermee wordt gestuurd op het verminderen van het gebruik van grondstoffen en wordt het hergebruik van grondstoffen gestimuleerd.

Hier is het VANG-doel voor het totale aantal kilogram huishoudelijk restafval opgenomen en niet het scheidingspercentage, omdat deze meestal erg overeenkomen: wanneer het scheidingspercentage hoger is, wordt het aandeel restafval kleiner. In deze indicator wordt het totale gewicht aan huishoudelijk restafval (na nascheiding, waarbij het afval pas na het inzamelen centraal gescheiden wordt) per persoon in een gemeente gemeten. De data zijn verzameld door CBS en gepubliceerd in de Afvalmonitor van Rijkswaterstaat38 en komen uit 2016. Voor een gedetailleerdere beschrijving van de data, zie bijlage 2. Bij deze indicator vallen de top 33 procent best scorende gemeenten in de koplopersgroep (groen) en de laagst scorende 33 procent in de achterblijversgroep (rood). Tabel 11 – Totale hoeveelheid geproduceerd huishoudelijk restafval per persoon per jaar in de gemeenten, na aftrek van nascheiding. Koplopers (groen) zijn de 13 gemeenten met het minste restafval per persoon, de achterblijvers (rood) de 13 gemeenten met het meeste restafval per persoon.

Gemeente | Restafval per Gemeente | Restafval per Gemeente | Restafval per inwoner per jaar | inwoner per jaar | inwoner per jaar na nascheiding | na nascheiding | na nascheiding (kg) | (kg) | (kg) Deventer | 118Eindhoven | 217Arnhem | 264 Maastricht | 126Almelo | 223Zoetermeer | 264 Nijmegen | 129Haarlemmermeer | 224 | Emmen | 265 Apeldoorn | 150E de | 228Dordrecht | 271 Sittard-Geleen | 151 | Alphen aan den Rijn | 237 | Utrecht | 271 Hengelo | 159L e ly s t a d | 238L e ide n | 279 Roosendaal | 164Leeuwarden | 238Z a a nstad | 281 Venlo | 167Helmond | 239Schiedam | 283 Heerlen | 188Enschede | 242Haarlem | 299 B re d a | 193Hoorn | 248Amsterdam | 323 Tilburg | 194Amersfoort | 253Rot te rd a m | 353 Oss | 199’s-Hertogenbosch | 254Den Haag | 387 Almere | 204Zwo l l e | 258Alkmaar | Geen data Groningen | 206G oud a | 261Delft | Geen data Nog geen van de 42 gemeenten haalt de VANG-doelstelling van maximaal 100 kg restafval per persoon per jaar. Deventer komt het dichtst in de buurt met 118 kg. Den Haag blijft het verst achter met maar liefst 387 kg restafval per persoon. Grote steden scoren hier over het algemeen slecht. Dit kan komen doordat deze vaak dichtbebouwd zijn, met veel hoogbouw. Kleine huizen en flats hebben binnen weinig ruimte om afval op te slaan en ook buiten is er weinig plek voor containers. Scheiding is dan lastiger. 38) | Rijkswaterstaat. Afvalmonitor database.

https://afvalmonitor.databank.nl/ natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 20 Gemeenten kunnen het aantal kilogram restafval verminderen door: 1) de ‘Diftar-afvalinzamelingsstrategie’ te gebruiken, waarbij door de burger betaald wordt per hoeveelheid of aantal keer aangeboden restafval; gemeenten die dit toepassen scoren beter op de V ANG-doelen,39 2) te zorgen voor huis-aan-huisinzameling om het de burger zo makkelijk mogelijk te maken; dan wordt er meer gescheiden ingezameld40 en 3) de ophaalfrequentie van restafval te verlagen. In grote steden is bronscheiding in combinatie met Diftar in de praktijk vaak niet mogelijk door de bebouwing. In die gemeenten kan nascheiding een goeie manier zijn om toch tot hogere scheidingspercentages te komen. De kwaliteit van het materiaal is iets lager dan bij materiaal uit bronscheiding, maar nascheiding is het beste alternatief wanneer geen gescheiden inzameling mogelijk is. 39) Benchmark Huishoudelijk Afval. http://analyse.bmha.nl/DisplayDashboard.aspx?key=G7JD5L7HVF&code=L7AZT&vl =nl-NL&p=6 39) Benchmark Huishoudelijk Afval. http://analyse.bmha.nl/DisplayDashboard.aspx?key=G7JD5L7HVF&code=L7AZT&vl =nl-NL&p=17 10. Ambitie energie-, klimaat- of CO2-neutraliteit V eel gemeenten hebben zichzelf doelen gesteld op het gebied van broeikasgasuitstoot en/of energieverbruik.

Er zit een grote spreiding in het tempo dat de gemeente zich oplegt en wát die doelstelling precies inhoudt. Zo is er een belangrijk verschil in energieneutraliteit en in klimaatneutraliteit. Een gemeente wordt als energieneutraal beschouwd als deze evenveel hernieuwbare stroom binnen de gemeentegrenzen opwekt als er aan energie wordt gebruikt. Dit betekent dat de gemeente zichzelf ook als doelstelling geeft om netto geen broeikasgasuitstoot meer te veroorzaken door het energiegebruik. Bij klimaatneutraliteit stelt de gemeente zichzelf echter ten doel om netto geen broeikasgassen meer uit te stoten. Dit is dus breder dan energieneutraliteit omdat andere bronnen van uitstoot, zoals landbouw en vervoer, ook worden meegenomen, maar aan de andere kant zegt dit niets over waar de hernieuwbare energie vandaan komt die de gemeente gebruikt. Bij CO2-neutraliteit wordt alleen gekeken naar CO2-emissies, en niet naar andere broeikasgassen zoals CH4 en N2O; dit is daarom minder omvattend dan klimaatneutraliteit. Deze begrippen worden echter vaak foutief door elkaar heen gebruikt. In deze indicator scoren we gemeenten op het jaartal waarin een energie-, klimaat- of CO2-neutraliteitsdoelstelling is gesteld en wordt geen onderscheid gemaakt tussen de verschillende soorten ambities. V oor elke gemeente waarvan de doelstelling bekend is, is de bron een gemeentelijk document of webpagina.

V oor een gedetailleerdere beschrijving van de data, zie bijlage 2. Gemeenten die hun doelstelling in 2030 of eerder behaald willen hebben, vallen onder de koplopers (groen), tussen 2031 en 2050 valt de gemeente onder de volgers en gemeenten die geen doelstelling opgesteld hebben, of deze hebben verworpen, vallen onder de achterblijvers (rood). De data zijn vergaard door zoekopdrachten via zoekmachines en gemeentewebsites. De peildatum was 1 november 2017. natuur & Milieu | | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten | 21 Tabel 12 – Jaartal waarin de gemeenten de ambitie hebben om energie-, klimaat- of CO2-neutraal te zijn. Koplopers (groen) hebben een ambitie voor 2031, volgers (geel) een ambitie tussen 2031 en 2050 en achterblijvers (rood) hebben geen ambitie opgesteld.

Gemeente | Soort ambitie | Jaartal | Gemeente | Soort ambitie | Jaartal Z a a nstad | Klimaatneutraal | 2020 | Nijmegen | Energieneutraal | 2045 Almere | Energieneutraal | 2022 | Oss | Klimaatneutraal | 2045 L e ly s t a d | Energieneutraal | 2025 | Tilburg | Klimaatneutraal | 2045 Amersfoort | CO 2-neutraal | 2030 | Apeldoorn | Energieneutraal | 2047 Deventer | Klimaatneutraal | 2030 | Alphen aan den Rijn | Energieneutraal | 2050 Haarlem | Klimaatneutraal | 2030 | Arnhem | Energieneutraal | 2050 Maastricht | Klimaatneutraal | 2030 | Delft | Energieneutraal | 2050 Utrecht | Klimaatneutraal | 2030 | Dordrecht | Klimaatneutraal | 2050 Venlo | Klimaatneutraal | 2030E de | Energieneutraal | 2050 Zoetermeer | CO 2-neutraal | 2030 | Emmen | CO 2-neutraal | 2050 Groningen | Energieneutraal | 2035 | L e ide n | Klimaatneutraal | 2050 Amsterdam | Energieneutraal | 2040 | Roosendaal | Energieneutraal | 2050 Den Haag | Klimaatneutraal | 2040 | ’s-Hertogenbosch | Klimaatneutraal | 2050 G oud a | CO 2-neutraal | 2040Zwo l l e | Energieneutraal | 2050 Haarlemmermeer | Energieneutraal | 2040 | Alkmaar41 | Geen (gevonden) | - Heerlen | Energieneutraal | 2040 | Almelo | Geen (gevonden) | - Hoorn | Klimaatneutraal | 2040Enschede42 | Geen (gevonden) | - Sittard-Geleen | Energieneutraal | 2040 | Leeuwarden | Geen (gevonden) | - B re d a | Klimaatneutraal | 2044Rot te rd a m | Geen (gevonden) | -

Eindhoven | Energieneutraal | 2045 | Schiedam43 | Geen (gevonden) | - Helmond | Klimaatneutraal | 2045 Het streefjaar voor de doelstelling verschilt nogal per gemeente. Zo wil Zaanstad al in 2020 klimaatneutraal zijn terwijl Zwolle pas in 2050 energieneutraal wil zijn. Ook is er nog een handvol gemeenten dat zichzelf nog geen neutraliteitsdoelstelling heeft gesteld. Het stellen van zo’n doel geeft een goede basis voor concrete gemeentelijke duurzaamheidsplannen. 41) | Alkmaar heeft wel de ambitie om energieneutraal te worden, maar heeft hier geen jaartal aan gebonden. 42) | Enschede heeft in haar ‘Toekomstvisie 2020’ uit 2007 vastgelegd om in 2020 klimaatneutraal te zijn. Deze ambitie is verder niet terug te vinden in gemeentelijke documenten en is daarom niet meegenomen als geldig in deze quickscan. Zie: https://documenten.enschede.nl/budgetting/media/d7c24372-a373-4920-9bd6-8a3b713f889a/ Toekomstvisie%20Enschede%202020%20-%20Enschede%20maakt%20je%20wereld%20groter.pdf 43) | Schiedam heeft wel als doel om in 2040 80 procent klimaatneutraal te zijn. natuur & Milieu | Quickscan duurzaamheid nederlandse gemeenten 22 11. Green Deal Aardgasvrije Wijken Het gasgebruik van woningen vormt een belangrijke bron van CO2-uitstoot. De omslag van aardgas naar duurzame alternatieven komt echter nog niet snel op gang en is het meest complex om door te voeren in bestaande bouw.

Om deze transitie te versnellen hebben verschillende partijen een Green Deal Aardgasvrije Wijken ondertekend. De deelnemende gemeenten (partijen genoemd) spreken hier met de overheid en netbeheerders af om minstens één van hun wijken aardgasvrij te maken. Samen wordt gezocht naar hoe de barrières op het gebied van wetgeving, financiering en verantwoordelijkheidsverdeling kunnen worden overwonnen. Zestien van de onderzochte gemeenten zijn partij in de Green Deal en zullen dus minstens één wijk aardgasvrij gaan maken.44 Er zijn ook tien gemeenten die niet als partij, maar als partner betrokken zijn bij de Green Deal. Dit betekent dat ze zich zullen inspannen voor de doelen van de Green Deal maar zich niet committeren aan het aardgasvrij maken van een wijk. Omdat dit een veel vrijblijvender ondertekening is van deze Green Deal, krijgen ‘partners’ in Tabel 13 een gele kleurcodering (de volgers) en ‘partijen’ een groene (de koplopers). De achterlopende (rode) gemeenten zijn niet verbonden aan de Green Deal en hebben dus waarschijnlijk geen plannen om hun gemeente aardgasvrij te krijgen. Lijst van partijen en partners is afkomstig van Greendeals.nl. De peildatum was 1 november 2017. Helaas zijn er nog meerdere gemeenten niet aangesloten bij deze Green Deal.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/50eb3a05-b53b-490a-8f96-412ab4bce5bc?agendaItemId=a503e089-c214-4ca6-9ad8-5703bd32ce01