CConstaterende datSteenwijkerland
Koppel je AI →
Document · PDF

13.0 Veiligheidsregio - Positief.pdf

Raadsvergadering 25 januari 2022, gemeente SteenwijkerlandBij agendapunt: Ingekomen stukken43.823 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 1 van 5

Positief + Over noaberschap, samenwerking en de impact van corona in IJsselland Veiligheidsregio IJsselland | GGD IJsselland December 2021 Over noaberschap, samenwerking en de impact van corona in IJsselland

Positief + V oorwoord 27 februari 2020 is de eerste coronabesmetting in Nederland vastgesteld Positief + Positief+ We bevinden ons in een periode waarin alles anders blijkt. De corona- crisis brengt ongekend leed, ziekte, uitputting, testen, vaccineren, noodverordeningen, handhaving, mondkapjes en thuiswerken. We deinen mee met de coronagolven en we weten niet hoeveel golven en bijbehorende maatregelen er nog komen. ‘Positief’ kennen we in de context van positieve testuitslagen, maar we zien ook hoe positief we met elkaar samenwerken; in IJsselland zetten we de schouders eronder , helpen we elkaar , kijken we naar elkaar om en proberen we elkaar te begrijpen. Noaberschap en gemeenschapszin zijn hier niet zomaar begrippen. Je ervaart ze als je hier woont, werkt of recreëert. Een crisis brengt uitersten naar boven, zowel positieve als negatieve. Hiermee omgaan vraagt veel van ons, heel veel. We voelen de tegenslagen en de angsten maar ervaren ook de saamhorigheid en collegialiteit tijdens deze ongekende crisis. We weten niet hoe lang we nog met corona te maken hebben. Misschien verdwijnt de ziekte langzaam naar de achtergrond, maar het kan ook zijn dat de ziekte blijft en we ermee moeten leren omgaan. Hoe het ook zij, de mensen in IJsselland trekken samen op. Zo flexibel, vakkundig en professioneel mogelijk. Dit magazine is een verzameling verhalen van een aantal IJssellanders.

Van de collega op straat tot de bestuurder op zijn thuiswerkplek. Ze delen hun worstelingen, inzichten en emoties. Hoe zij de crisis beleefden en welke impact deze op hen had. Op hun werk, maar ook op hen als mens. Want net zoals achter de besmettingscijfers mensen schuilgaan, bestaat de crisisbestrijding uit een team van mensen. Die zorgen, leed en uitdagingen kennen. Samen houden we het vol, als we maar oog blijven houden voor de menselijke maat. Daarom maakten we dit magazine. Zodat we de bijzondere situaties, emoties en bijbehorende verhalen vastleggen. Waarbij we overigens niet de illusie hebben dat we daarin compleet zijn. We geven slechts een inkijkje in de wijze waarop we in IJsselland met deze crisis omgaan. En wat het betekent voor mensen. V erandering en aanpassen horen bij de tijd waarin we leven. Dat zal blijven, net als dat we het in IJsselland samen doen. Nu en in de toekomst! Ik wil iedereen oprecht bedanken voor de enorme inzet tijdens deze pandemie. En veel leesplezier gewenst. Peter Snijders Interviews Impact ‘Ik was burgemeester van een spookstad. Pijn in mijn buik had ik ervan’ Peter Snijders - pag 6 ‘Ik hoop dat we deze crisis kunnen verzilveren door publieke gezondheid weer centraal te stellen’ Rianne van den Berg - pag 18 ‘We deden en doen het samen.

Het maakt niet uit of je van de grootste of kleinste gemeente bent, iedereen heeft inbreng’ Liesbeth Kleisen en Arjan Mengerink - pag 26 ‘Een verbod zou het oude sentiment in de kaart hebben gespeeld’ Johan Ekkel en Bort Koelewijn - pag 38 ‘In een crisis geef je wat je hebt, als het moet begint de energie te stromen’ Sebastiaan van Buuren en Bart Goldsteen - pag 56 ‘Dit zijn de periodes waarin je het verschil kan maken’ Ina Kuper en Jan Griepink - pag 66 ‘Corona heeft diepe sporen nagelaten in onze gemeenschap, iedereen kent wel iemand die is overleden’ Eddy Bilder - pag 78 ‘Het kon eigenlijk niet, maar het kon toch’ Margreet Algera - pag 86 ‘Het is niet zinnig om in een wereldwijde pandemie voorop te willen lopen als land’ Rachel ter Horst - pag 96 ‘Hoe de avondklokrellen in Zwolle in de kiem werden gesmoord’ Gretha Brouwer en Ramon Arnhem - pag 104 ‘Hard werken en snel schakelen’ Katja Scholing, Mike Haerlman en Marcel Kluin - pag 112 De kracht van Bathmen Ron König - pag 12 In de vuurlinie van de media Jan ten Kate - pag 32 De wandelende burgemeester Maarten Offinga - pag 54 In Ommen was het donders verantwoord Hans Vroomen - pag 72 En toen ging het vriezen Rob Bats - pag 90 en verder Burgemeesters in actie pag 100 Op hulpverleners in de zorg pag 14 Op ondernemers pag 22 Op de GGD pag 46 Op covid patiënten pag 53 - pag 109 Op de Veiligheidsregio pag 62 Op hulpverleners pag

74 Op gemeenten pag 92 en verder Mooie initiatieven pag 34 Column Rianne van den Berg pag 43 Socials pag 83 In / out pag 102 GHOR pag 110 Positief + 477 dagen in GRIP4 * * We hebben 477 dagen in GRIP4 gezeten (dat is 1 jaar , 3 maanden en 20 dagen). Dit was de langste inzet van onze crisisorganisatie ooit. Naast de GRIP4 status, hadden we in IJsselland tegelijkertijd ook nog te maken met 13 GRIP1 incidenten en één GRIP2 incident. Positief + 6 Interview Positief + Interview ‘Ik was burgemeester van een spookstad. Pijn in mijn buik had ik ervan’ Peter Snijders Voorzitter Veiligheidsregio Peter Snijders is pas vijf maanden burgemeester van Zwolle als de coronacrisis uitbreekt. Als voorzitter van V eiligheidsregio IJsselland vertegenwoordigt hij deze regio in het landelijk veiligheidsberaad. Vanuit zijn werkkamer op het stadhuis in Zwolle vertelt hij zijn verhaal. Interview Tekst Job Hulsman Beeld Viorica Cernica Positief +7 9 Positief +8Positief + Interview Peter Snijders Hoe zag uw leven er in februari 2020 uit? ‘Ik zat middenin mijn introductieronde als burgemees- ter . Ik maakte kennis met de Zwolse wijken en omlig- gende dorpen en vierde carnaval in de stad. Ik dacht na over mijn opdracht, over hoe we de schaalsprong van Zwolle kunnen maken. Bij V eiligheidsregio IJsselland stelden we een nieuwe directeur aan: Arjan Mengerink. Ik keek uit naar de samenwerking met hem.

Ik ben nog op wintersport geweest, naar Oostenrijk, en bij te - rugkomst hervatte ik mijn kennismakingsronde langs directeuren-generaal van verschillende ministeries. Kees van der Burg, van Infrastructuur en Waterstaat, werd aan het einde van ons gesprek in Den Haag spon- taan in een crisisoverleg van het ministerieel beraad geroepen. Ik liep terug naar mijn auto en zag: hier is iets gaande. Iedereen was in opperste staat van paraat - heid. ’ Wat is uw taak in een crisis als deze? ‘ Als voorzitter van V eiligheidsregio IJsselland ben ik de schakel tussen collega-burgemeesters en vertegen- woordig ik de regio IJsselland in het land. Al vrij snel werd ik ontboden op het ministerie voor spoedoverleg met alle vijfentwintig veiligheidsregio-voorzitters. Bruno Bruins zat er , Ferd Grapperhaus, Mark Rutte zelf. Het crisisoverleg kwam snel op gang, heel natuurlijk. Iedereen deed wat hij of zij meende te moeten doen. In een soort vloeiende beweging belandden we in GRIP 4. ’ Wat nam u zichzelf voor? ‘Rust en kalmte bewaren: het hoofd koel en de voeten warm. Niet overhaast werken, want ik ben verantwoor - delijk – wat ik doe en laat zien is belangrijk. Dat was niet makkelijk, want er was veel onzekerheid. Mensen belandden op ic’s en overleden, ook in mijn eigen om- geving. Uit mijn vorige gemeente Hardenberg kwam al snel het bericht dat twee mensen waren opgenomen in het ziekenhuis.

Een ervan werkte bij Engie in Zwolle, dat al snel besloot om de hele afdeling thuis te laten. Ik weet nog dat ik dat best een stevige maatregel vond. ’ Wat bezorgde u als eerste hoofdbrekens? ‘Op een zeker moment moest de horeca per direct slui- ten. Iedereen moest alles afbreken terwijl de potten en pannen nog op het gasfornuis stonden. Dat was heftig. Bij coffeeshops ontstonden enorme rijen. Wat doen we daarmee? Zijn we rigoureus of geven we de mensen nog de kans om, eh… een zakje wiet te halen? We kozen voor het laatste, omwille van de openbare orde en rust. Die lange rijen waren trouwens een eyeopener voor mij. Ik leerde Zwolle op een andere manier kennen. ’ Is dat een bijkomstigheid? Heeft u Zwolle versneld leren kennen door de coronacrisis? ‘Integendeel. Ik ben blij dat ik nog een half jaar burge - meester ben geweest in vredestijd, om het zo te zeggen. Ik was al in veel wijken geweest, bij verzorgingstehui- zen, bij ondernemers. Dat stopte allemaal. Op een gege - ven moment was ik de enige in het stadhuis. Letterlijk. Ik had nog geen huis in Zwolle, maar wilde wel in de stad zijn. De kapitein moet op het schip staan, vind ik. Ik kreeg de code van de beveiliging en nam zelf eten en drinken mee. Tussen de middag liep ik een rondje door het centrum. Ik had het idee dat ik burgemeester was van een spookstad. Pijn in de buik had ik ervan.

Op een zeker moment hoorde ik sirenes. Ik heb de fiets gepakt en het geluid gevolgd. Ik kwam uit bij Bakker Bart in de Diezerstraat, waar de ovens in brand stonden. Ik werd opgewacht door politie, brandweer en een aantal jour - nalisten. Zo sprak ik nog eens iemand. Absurd hè?’ GRIP 4 was vrijwel continu van kracht. Wat betekende dat voor u? ‘Op die momenten ben ik verantwoordelijk, niet alleen voor de stad, maar voor de hele veiligheidsregio, van Deventer tot Steenwijkerland en van Kampen tot Har - denberg. Bij GRIP 4 geeft de minister rechtstreeks op - dracht aan de voorzitters van de veiligheidsregio’s om te doen of te laten. Ik moet die opdrachten vervolgens laten uitvoeren door mensen van de veiligheidsregio of de politie. Een ongekende situatie. Henk Jan Meijer , mijn voorganger in Zwolle, zei: “Peter , dat is nou ook wat. Ik ben negentien jaar burgemeester geweest en heb nog nooit GRIP 4 meegemaakt. Jij hebt niet an- ders. ”’ Wat nam u vanuit IJsselland mee naar de landelijke overleggen? ‘De gevoelens in de verschillende kernen. Ik ben veel gebeld. Het carbidschieten in Kampen was een issue. Operationeel leider Arjan (Mengerink) vond dat er een ventielgaatje in de samenleving moest zijn. Die opvat - ting deelde ik.

Je kunt alles verbieden, maar waar zit de ruimte voor mensen om adem te halen? Bort Koelewijn, burgemeester van Kampen, vroeg mij de minister te adviseren om het carbidschieten over te laten aan het ‘Op een gegeven moment was ik de enige in het stadhuis. Letterlijk. De kapitein moet op het schip staan, vind ik.’ 11 Positief +10Positief + lokale bestuursniveau. Dat heb ik gedaan en daar werd in het veiligheidsberaad positief op gereageerd. Dat besluit stelde mij voor een nieuw dilemma, want ik zat niet te wachten op een nieuwe traditie in Zwolle. Na wikken en wegen hebben we het carbidschieten daar - om verboden. Op die momenten komen de verschillen- de petten die ik op heb tot uiting. ’ Waren er meer momenten waarop de belangen van Zwolle en de belangen van de regio elkaar tegenspraken? ‘In sommige gemeenten moest er op momenten worden bijgeschakeld als het gaat over testen, voorlichting en handhaving. In Zwolle waren op dat moment nog geen grote uitschieters geweest in het aantal besmettingen. Het kwam voor dat ik te veel in de werkelijkheid zat van de veiligheidsregio. Zoiets zie je trouwens meteen in je mailbox terug. “Burgemeester , u maakt de stad kapot, er mag hier niets meer . ” Daar komt bij dat ik veel tijd be- schikbaar moest maken voor het voorzitterschap van de regio en daarmee een zwaar beroep moest doen op mijn college.

De wethouders hebben mij op een fantastische manier ontzien. Ik ben ze veel dank verschuldigd. ’ Nam u ook weleens iets mee terug uit het landelijke veiligheidsberaad waarvan u wist dat het niet goed zou vallen in de regio? Na een korte stilte: ‘We hadden oud en nieuw gehad, de avondklok rellen in januari en toen ging het begin 2021 ook nog vriezen. In Den Haag werd gesproken over een NK marathonschaatsen op natuurijs. Mark Rutte wilde daar ruimte voor geven. Men keek naar het prachtige merengebied rondom Steenwijkerland en Zwarte - waterland. Maar wij hadden daar helemaal geen trek in. We hadden onze handen vol aan het in de benen houden van de reguliere handhaving en zorgverlening. Rob Bats, burgemeester van Steenwijkerland, stond er hetzelfde in. “ Als we gaan schaatsen, dan het liefst met onze eigen inwoners” , zei hij. Ondertussen werd ik platgebeld. Door ministers, door Erben Wennemars, de KNSB kwam op de lijn. Ineens had iedereen mijn num- mer . Wat ons uiteindelijk hielp waren de cijfers van Isala. Bij de laatste marathon op natuurijs in Overijssel was een schrikbarend aantal van tweehonderd men- sen opgenomen in verschillende ziekenhuizen. “Ferd, ” zei ik tijdens het overleg met de ministers, “mag ik je iets laten zien?” Hij schrok enorm. Die cijfers waren de trigger om het niet te doen. Van die hectiek heeft nie - mand iets gemerkt.

Het speelde zich allemaal achter de schermen af. ’ Past het bij u, een crisis in goede banen leiden? ‘Ik heb iets met openbare orde en veiligheid. Daarom trekt het burgemeesterschap me ook. Aan de ande - re kant zit niemand te wachten op een crisis die het hele land en al onze inwoners in verregaande mate treft. Café-eigenaren die net waren begonnen en geen vergoedingsregeling kregen hebben huilend bij me gestaan. Het was heftig en emotioneel. Een collega als Eddy Bilder maakte zeer ingrijpende dingen mee in zijn gemeente Zwartewaterland. ’ Welke impact heeft de crisis op u persoonlijk gehad? ‘Er waren veel momenten van stress. Wat mij dan hielp was rust nemen en naar buiten gaan: wandelen met de hond, een stuk mountainbiken. Die frisse lucht heb ik nodig. Een aantal keer heeft burgemeester Ron König van Deventer mij vervangen als voorzitter , zodat ik de gelegenheid kreeg om ook eens uit te staan. Een tele - foon die onophoudelijk piept, dat had ik niet eerder meegemaakt. ’ Heeft u uw hoofd boven water kunnen houden? ‘Ik heb corona gehad, in maart van dit jaar . Mijn vader stierf ook in die periode. Vlak voor zijn overlijden ben ik nog een tweede prik met hem gaan halen. Hij was ziek, maar wilde per sé zijn tweede vaccin. Misschien helpt het nog, dacht hij. Zelf ben ik vier weken uit de running geweest. Collega’s in andere veiligheidsregio’s is dat ook overkomen.

’ Wat was een mooi moment? ‘Via via kwam mij ter ore dat een honderd jarige inwo - ner van Zwolle graag nog eens de burgemeester wilde ontmoeten. Ik vond: als we het veilig kunnen organise - ren en die mevrouw is zich bewust van de risico’s, dan gaan we het doen. Het was waanzinnig mooi. Ze was haar hele leven schippersvrouw geweest en met haar man in Zwolle blijven hangen na hun pensionering. We hebben fijn gesproken bovenin de flat waar ze woont. Ik ben blij dat ik het heb gedaan, maar het was telkens afwegen. Je wilt het goede voorbeeld geven, voorzichtig zijn. ’ Interview Was u ermee bezig geen corona te krijgen? ‘Ik heb voor het eerst in mijn leven vitaminepillen geslikt. Ik ben gezonder gaan eten en probeer op tijd mijn rust te pakken. Ik wist dat het lang ging duren en dat ik het moest zien vol te houden. Gelukkig ben ik goed hersteld van corona. Dat heeft overigens nog wel even geduurd. ’ Wat neemt u uit deze crisis mee naar de toekomst? ‘Rust en reflectie. V oor corona dachten we dat we on- aantastbaar waren. Een weekend naar New Y ork? Het kon niet gek genoeg. Dat vind ik de winst van corona. Niet alles hoeft, wees blij met dat wat je in je omgeving hebt. Materie is onbelangrijk, het gaat erom dat we bij elkaar kunnen zijn. De aanleiding is afschuwelijk, want corona is een ernstig virus. Maar als ik iets mag noe - men dan is dit het.

Ik herinner me de avonden waarop we met het gezin spelletjes deden aan de keukentafel. Buiten was het doodstil. Het was heerlijk. Je hebt wei- nig nodig om gelukkig te zijn. ’ _ ‘Ik herinner me de avonden waarop we met het gezin spelletjes deden aan de keukentafel. Buiten was het doodstil.’ Peter Snijders Interview Interview Positief +1312Positief + Deventer Het sterkste punt van het dorp Bathmen is noaberschap. In coronatijd was het ook het zwakste punt, want door de sterke sociale samenhang liepen de besmettingen snel op. Toch hielp het noaberschap ook weer bij het keren van het tij. Burgemeester Ron König: ‘‘Als je gemeenschapszin kunt benutten, komt er een enorme kracht vrij, dat vind ik fascinerend.’ Tekst Lydia Lijkendijk Beeld Marcel Bonte Voordat officieel sprake was van de tweede coronagolf liepen de besmet- tingen in Bathmen snel op. De GGD wist ze te herleiden tot een plaatselijk café en constateerde een groot risico op verdere verspreiding. ‘Ik weet nog waar ik was toen je belde’, zegt bur - gemeester Ron König van Deventer tegen Ingeborg Thurkow, sociaal ver - pleegkundige infectieziektenbestrij- ding bij GGD IJsselland.

‘Ik vroeg jou: “En wat nu?”, waarop jij zei: “Dat weet ik niet zo goed.” Dat was de aanleiding om wat mensen bij elkaar te roepen.’ Klein comité Onder leiding van König staken de gemeente, GGD IJsselland, de Alge- mene Bathmense Sportvereniging (ABS), woon-, zorg- en dienstencen- trum ‘t Dijkhuis en het sociaal team in een klein comité de koppen bij elkaar. Jackie van Beek, directeur-bestuurder van ‘t Dijkhuis, bood meteen aan de testlocatie voor medewerkers op te schalen naar een testlocatie voor alle inwoners. ‘Op donderdag hadden we het overleg, en op zaterdag was de locatie al operationeel, dankzij me- dewerkers van ‘t Dijkhuis die de plan- ning overnamen’, zegt Thurkow. De kracht van Bathmen Ron König Burgemeester Warme deken Tijdens de eerste coronagolf werd Bathmen hard getroffen. In ‘t Dijkhuis overleden veel bewoners. Van Beek: ‘Iedereen kende wel iemand die was overleden door corona. De hele ge- meenschap was betrokken bij ons. Je wilt niet weten hoeveel chocola, bloe- men en fruit we gehad hebben. Een warme deken. Aan het begin van de tweede golf was er weer betrokken- heid, en ook bereidheid om samen de schouders eronder te zetten.’ König: ‘Willem Berends, de voorzitter van ABS, de club waar vrijwel alle Bathmense sportverenigingen onder vallen, be- sloot meteen de boel plat te leggen.

Want iedereen sport met elkaar, zit bij elkaar in de auto naar wedstrijden en drinkt na afloop samen iets in het café. Sportende jongeren steken hun ouders en grootouders aan. Bathmen wilde niet dat ‘t Dijkhuis opnieuw getroffen zou worden.’ Thurkow: ‘Iedereen was bereid te leven naar de adviezen die we gaven aan de samenleving. Er was een gevoel van urgentie bij alle partijen.’ Communicatie De communicatie over de maatre- gelen kwam snel op gang. ‘Willem Berends verzond een appje naar de sportverenigingen en daar hoefden wij ons geen zorgen meer over te ma- ken. Interessant hoe dat werkt in zo’n kleine gemeenschap’, zegt Thurkow. De horeca volgde meteen, die ging ook dicht. En alle huishoudens kregen een brief van burgemeester König, met het dringende verzoek om thuis te blijven. ‘Testen, niet sporten, geen horeca en een stevige brief van mij, dat was de aanpak die we kozen’, vat König samen. ‘Daarmee trok Bathmen in positieve zin de aandacht van het land, we verschenen in alle media. De aanleiding was negatief, maar de aandacht was heel positief. We liepen vooruit op het land, er was daadkracht en de samenleving ontving dat heel goed. Het noaberschap is de kracht van de Bathmense gemeenschap, daar- door werkte de aanpak.

Daar mogen mensen echt de complimenten voor hebben.’ Dat de ABS onlangs de Noa- berschapsprijs mocht ontvangen van Deventer Marketing, was dan ook een terechte waardering, vindt König. Geen dilemma’s Met dilemma’s heeft het kleine comité nooit geworsteld. ‘Niks doen was geen optie. En toen we eenmaal een richting hadden uitgedacht, zagen we al snel dat het werkte’, zegt König. Thurkow: ‘Wij hadden er helemaal niet zoveel in- vloed op dat het goed liep; de samen- leving deed het werk.’ Van Beek: ‘De maatregelen werden in heel Bathmen gezamenlijk gedragen. Niemand zei: “Ho, dat doen we niet.” De hele ge- meenschap keek om naar buren, naar eenzamen en ouderen. Dat vind ik heel mooi als ik erop terugkijk.’ König: ‘De horecaondernemers waren net open en konden meteen weer dicht. Zij heb- ben wel buikpijn gehad, merkte ik in gesprekken die ik met hen had. Maar ook bij hen was er draagvlak.’ Deuren open Bij König overheerst terugkijkend een gevoel van trots. ‘Dat we in Bathmen tot zoveel in staat waren! In een wijk met 25 nationaliteiten had deze aan- pak vast niet zo gewerkt. Per geval moet je dus kijken wat en wie je nodig hebt. Vaak sluit je de deuren in een crisissituatie, omdat je hard aan het werk gaat. Maar nu wisten we veel niet, dus hebben we de deuren open- gezet en vrijwel alle sleutelfiguren erbij betrokken.

Ik heb van de aanpak in Bathmen geleerd dat je de crisis- organisatie verrijkt door mensen van buiten erbij te vragen.’ Samenwerking Sowieso was corona een leerzame periode, en de urgentie fungeerde als vliegwiel, zegt Van Beek: ‘Want het ging over leven of dood. Wij hebben in de eerste golf kennis en informatie gedeeld in de regio. Zo hoefde niet iedereen zelf het wiel uit te vinden.’ Ook Thurkow herkent dat: ‘Alle partij- en zijn over de hele breedte dichter bij elkaar gekomen; we hebben nu veel beter zicht op wie waarvan is, we ken- nen elkaar. Er was heel veel mogelijk in een enorm tempo. En we konden ook maatwerk leveren waar dat kon. Dat gaf echt voldoening.’ Van Beek: ‘De coronasituatie was, zeker in het begin, een enorm onzekere tijd. Onze deuren moesten dicht, al onze rituelen moesten overboord. Als bestuurder heeft me dat enorm geraakt in mijn hart. Maar hoe pijnlijk het ook was, we hebben elkaar in de samenwerking gevonden. Ik hoop dat we dat kunnen vasthouden als we overgaan tot de orde van de dag.’ _ Voordat hij de politiek in ging, was Ron König 20 jaar lang betrokken bij crisistrainingen. ‘Ik had nooit gedacht dat ik dát waarvoor ik de deelnemers trainde ook echt mee zou maken, het is bijna sur- realistisch. In 2019 was er een GHOR-oefening over een grieppandemie. Die oefening duurde een week.

Naderhand zeiden de deelnemers: “Ja, interessant, maar het scenario was wel over the top.” Hoe gren- zeloos naïef waren we!’ Jackie van Beek Ingeborg Thurkow Hulpverleners in de zorg Wat is de impact van de crisis op hulpverleners in de zorg? In de zorg werken veel mensen vanuit een passie: ze willen mensen helpen. En die drijfveer wordt alleen maar groter tijdens een pandemie. Maar het onbekende virus leidt ook tot onzekerheid en machteloosheid. Zorgverleners vertellen over hun ervaringen. Tekst Hans Lambrechts / Diana de Groot ‘Een arm om iemands schouder leggen kon ineens niet meer.’ Ambulancechauffeur Gerson van Zwie- ten moest na de uitbraak van corona ineens heel anders werken dan hij ge- wend was. ‘Het is een ontzettend rare tijd geweest. We werken bij de ambulancedienst – net als bij de politie en de brandweer – volgens vaste protocollen. Maar toen corona uitbrak, liep alles ineens anders. We moesten pakken aantrekken om onszelf tegen dit nieuwe virus te be- schermen. Een arm om iemands schou- der leggen kon van het ene op het an- dere moment niet meer. Er was angst op de werkvloer om zelf corona te krijgen. Maar wat ik vooral vervelend vond, was dat het werk hierdoor een stuk onper - soonlijker werd.’ Buitencategorie Gerson werkt al 18 jaar op de ambu- lance. Heftige verhalen was hij wel gewend. Gerson: ‘Maar corona is een gebeurtenis in de buitencategorie.

Voordat je dit werk gaat doen word je goed opgeleid en ingewerkt. Maar aan het begin van de coronacrisis konden we vaak alleen naar bevind van zaken handelen. Op veel vragen over het virus waren nog geen antwoorden. Je deed wat je kon doen. En voor mij kwam dat soms neer op 16 uur per dag werken.’ V ervoer Voor het vervoer van coronapatiënten naar het ziekenhuis worden speciale ambulances ingezet: mobiele intensive care units. Deze MICU’s beschikken over een brancard met medicatie, zuurstof en medische apparatuur die ook op vas- te ic’s wordt gebruikt. Gerson vervoerde met deze ambulance coronapatiënten door het hele land. ‘Ik reed dan bijvoor - beeld eerst naar Rotterdam, vervolgens naar Groningen, opnieuw naar Rotter - dam en van daaruit weer naar Leeuwar - den. Ook zaten er nog ritten naar Duits- land tussen. In Nederland zijn slechts negen van deze ambulances inzetbaar. Zwolle is een van de zes plaatsen met een MICU-standplaats. De grootste af- stand die ik op een dag heb afgelegd is rond de 1200 kilometer.’ Assistentie ‘Als ambulancechauffeur assisteer je bij medische handelingen die intensivisten of anesthesisten verrichten. Ik kreeg daardoor in de loop van de tijd steeds meer zicht op het ziekte- en het behan- delproces. Of ik zo ook een beetje een coronadeskundige werd? Ik denk het wel.

Ik heb ook gezien wat de gevolgen kunnen zijn van een coronabesmetting: van ernstig ziek worden tot en met eraan overlijden. Mensen die in een gewone ambulance worden vervoerd mogen soms al na een dag weer van de ic af. Coronapatiënten blijven daar vaak een paar weken liggen.’ Emoties Gerson ziet een duidelijk verschil: ‘Het leven vóór corona verliep rustiger en was meer vanzelfsprekend. Een voor - deel is: ik heb geen direct thuisfront, dus ben in die zin behoorlijk flexibel. Maar ook op mij heeft deze coronacrisis veel impact gehad. Ik moest op een ge- geven moment een mevrouw ophalen die was besmet nadat een paar weken daarvoor haar man al aan de ziekte was overleden. Zij ging met angst het zie- kenhuis in en is vervolgens zelf ook aan corona overleden. Dit gebeurde in het bijzijn van de kinderen die hun moeder niet mochten begeleiden het ziekenhuis in. Op zulke momenten hield ik het niet droog.’ Zwanger in coronatijd In verloskundigenpraktijk MAMI veran- derde het werk behoorlijk door corona. Verloskundige Manon Wesselink: ‘Het begin van de lockdown ervoeren wij als behoorlijk hectisch. We wisten niet wat er op ons afkwam. In het begin moesten wij op een hele andere manier werken. We hadden ineens allerlei bescher - mingsmiddelen nodig en er kwamen richtlijnen waar we ons aan moesten houden. Partners en andere kinderen mochten niet bij de consulten aanwezig zijn.

Het gebeurde dat we slecht nieuws hadden en dat een aanstaande moeder dat in haar eentje moest ontvangen. Dat was hartverscheurend.’ Raamvisite ‘We hadden zorgen over besmettings- gevaar. Wat waren de gevolgen voor de continuïteit van zorg in de praktijk als wij elkaar besmetten? En wat als wij een zwangere besmetten? Lange tijd begeleidden wij bevallingen met een mondkapje op. Anderhalve meter hielden wij zoveel mogelijk aan, maar tijdens een geboorte kon dat natuurlijk niet. Na de geboorte waren er beper - kingen in het bezoek en toen ontstond de raamvisite. Dat had voor ouders ook voordelen: er was meer rust, dat is goed voor de hechting van de baby met zijn ouders. Zonder afleiding kwam alles in een gezin eerder op de rit, dus dat wa- ren goede ervaringen. Ik ben heel trots op ons team en hoe we ons er doorheen geslagen hebben.’ Positief +1514Positief + Gerson van Zwieten Manon Wesselink ‘Machteloosheid: niet alleen bij de patiënt, ook bij ons.’ Half maart 2020 stromen de eerste co- ronapatiënten Isala binnen. Het is het begin van een intensieve periode voor verpleegkundige Richard Bodeus. Richard: ‘Tijdens mijn late dienst begin 2020 nam ons ziekenhuis haar eerste co- ronapatiënt op, deze ging ik verplegen. Hoewel we bijna niets wisten over hoe we moesten handelen, wisten we wel dat goede bescherming tegen besmetting noodzakelijk was.

Dus mondkapje voor, muts op en schort aan. De weken erna volgden heel veel andere coronapatiën- ten. Soms klonken de ambulancesirenes om het kwartier. Op het hoogtepunt lagen er honderd mensen op de covid-af- deling en veertig op de ic. Het ging snel, voor ons echt te snel want we wisten nog te weinig over de juiste behandeling.’ Fysieke en mentale zorg ‘Op het moment dat we een patiënt opnamen, mochten er geen partners en familie meer bij. De overweldigende en onzekere situatie waarin patiënten terechtkwamen, konden ze niet delen. Zowel de patiënten als wij voelden ons vaak machteloos. Ondanks onze enorme inzet, waren er namelijk echt veel sterf- gevallen op de afdeling. Dat had veel impact.’ Gevolgen versoepelingen Het is dan ook niet gek dat verpleeg- kundigen zich massaal lieten vaccineren. Richard: ‘Ik ben als een van de eersten gevaccineerd. Ik was zo blij, eindelijk kon- den we wat doen. Maar wat heb ik me gestoord aan de hossende en feestvieren- de massa en aan grote bijeenkomsten. Ik werkte me kapot en kon me weer opma- ken voor een enorme toename van zie- kenhuisopnamen. Het leek alsof mensen zich niet voldoende realiseerden dat ook fitte mensen overlijden aan dit virus.’ Samen De covid-afdeling was natuurlijk geen hoopvolle afdeling. Maar gelukkig letten de managers en verpleegkundigen goed op elkaar. Richard: ‘We deden het echt samen en keken naar elkaar om.

De een kan er beter mee omgaan dan de ander. Ik kon in mijn vrije tijd het werk goed van me afzetten. Ik sloot me zoveel mo- gelijk af van corona en keerde iets meer in mezelf, liet de krant vaker ongeopend liggen en zette de tv vaker uit. Wat me raakte waren de positieve reacties van tevreden patiënten of hun familie. Rond Koningsdag bracht een oud-co- ronapatiënt tweehonderd tompoucen. Hij wilde met ons vieren dat hij een jaar lang coronavrij was. Ook ontvingen we tekeningen van scholen en kaarten van nabestaanden met dankwoorden voor de zorg die wij hun dierbare hadden geboden. Maar de negatieve ervaringen draag ik ook voor altijd bij me. Het was een bizarre tijd. Tegelijkertijd dacht ik: ik ben onderdeel van een stukje wereldge- schiedenis.’ ‘We kregen veel dankbare reacties over de liefdevolle zorg van onze medewerkers’ Karin Leferink geeft als IJsselheem- en Hanzeheerdbestuurder leiding aan 2600 IJsselheemmedewerkers en 400 medewerkers bij Hanzeheerd, die werken in verpleeghuizen, wijken en revalidatiecentra. Met haar achtergrond als (wijk)verpleegkundige weet Karin als geen ander hoe verschillend mensen kunnen reageren op gelijksoortige situaties. Ondanks het feit dat zij in de crisistijd geen nacht wakker heeft gelegen, werd zij wel geraakt door de enorme sociologische impact van deze pandemie.

‘Toen corona begin 2020 opdook in westerse landen en zelfs in Nederland, besprak ik met mijn MT, de medische staf en de commissie infectiepreventie wat wij moesten doen om het virus buiten de IJsselheemdeuren te houden’, vertelt Karin. ‘Toen de overheid besloot om de schooldeuren te sluiten, sloten wij onze huizen. Niet met de intentie om deze maanden dicht te houden, maar om in afstemming met medewerkers, familie en bezoekers, de organisatie van de zorg in de huizen aan te passen aan de nieu- we situatie.’ Impact op medewerkers ‘De medewerkers vonden het fijn dat de regie uit handen werd genomen, maar het effect van het sluiten van de deuren van onze huizen was dramatisch voor ze. Zij waren het eerste aanspreekpunt voor de cliënten en moesten alle onbe- grip opvangen. Want waarom mocht iemand aan de andere kant van het raam wel naar je zwaaien, maar niet binnenkomen? Onze medewerkers wor - stelden met de frustraties en het ver - driet van cliënten. Ook de persoonlijke impact was groot.

Een medewerker sliep bijvoorbeeld wekenlang niet naast haar man die hartproblemen had, omdat ze bang was dat het virus, dat op de loca- tie al behoorlijk rondwaarde, hem zou besmetten.’ In dialoog blijven ‘Ondanks dat de cliënten en familieleden blij waren met de duidelijkheid van de preventieve maatregelen en daar be- grip voor hadden, waren zij verdrietig en soms boos omdat zij niet op bezoek mochten bij hun dierbaren. Familieleden hadden soms moeite met onze schrifte- lijke communicatie. Wij wilden hiervan leren en nodigden hen uit met ons mee te lezen en advies te geven over de toon- zetting. We wilden per sé een goede dia- loog met hen en organiseerden gesprek- ken tussen cliënten en medewerkers over de maatregelen ter voorkoming van besmetting. We wilden dit samen doen, met afspraken die door iedereen werden gedragen.’ Beroepstrots In de wijkverpleging waren de gevol- gen nog complexer. Karin: ‘Cliënten wonen zelfstandig in hun huis, maar onze medewerkers bewogen zich tussen het ene en andere huis. Zeker in de tijd dat er nog geen beschermingsmiddelen waren, gaf dit erg veel onrust. Op onze revalidatiecentra organiseerden we de covid-unit. Hier vingen we cliënten op die niet meer ziekenhuisbehoeftig wa- ren, maar nog niet naar huis konden. Of cliënten die te ziek waren om thuis te blijven, maar geen ziekenhuisopname nodig hadden. Dat was heel intensief.

We kregen veel dankbare reacties over de liefdevolle zorg van onze medewer - kers. Hier ontstond beroepstrots. In zeer korte tijd bouwden we nóg meer exper - tise op.’ Leren ‘Ook van andere situaties leerden we, zoals van de interactie met familieleden en naasten. Die ervaring gaat niet meer weg. Eerder zaten bij bijeenkomsten over de jaarplannen alleen de mede- werkers aan tafel, maar nu ook fami- lieleden van cliënten die aangeven wat zij belangrijk vinden. Hoe gaaf is dat! Wat ik geleerd heb? Te vertrouwen op de processen en de professionaliteit van medewerkers in de organisatie. Ik zag de creativiteit om dingen wél mogelijk te maken. Deze ruimte en vrijheid worden steeds meer “gepakt”, daar ben ik blij om. Dit doet wat met onze cultuur en heeft meerwaarde. Ook werken we nog steviger samen met onze zorgpartners.’ Geraakt ‘Gedurende de afgelopen jaren lag ik nergens wakker van, wel ben ik geraakt door de enorme sociologische impact van deze pandemie. Daarnaast vind ik het ingewikkeld dat er tweespalt in de maat- schappij ontstaat over wel of niet laten vaccineren. We leven in een liberaal land, maar voor de veiligheid van de ge- hele samenleving mag je toch af en toe best iets van elkaar vragen. Net zoals we hebben afgesproken te stoppen voor een rood verkeerslicht.

Verplichten zal ik het niet, maar ik hoop dat de boosterprik die de Gezondheidsraad aanbeveelt door veel van onze cliënten en medewerkers wordt genomen. Tenslotte maak ik mij zorgen over de toekomst van onze medewerkers. Zij wa- ren al flink belast en afgelopen jaren is er extra beroep op hen gedaan. Het ge- voel van ‘extra moeten presteren’ is nog lang niet weg.’ Positief +1716Positief + Hulpverleners in de zorg V erhalen uit de coronatijd In ‘De Krachtbundel - verhalen uit de coronatijd 2020’ - staan zeventien indrukwekkende verhalen van betrokkenen bij Woonzorgconcern IJsselheem: zorgmedewerkers, vrijwilligers, cliënten en de mensen om hen heen. Hoe hebben zij de eerste coronatijd in de ouderenzorg en met name in verpleeghuizen beleefd? (www .ijsselheem.nl/ krachtbundel) Karin Leferink Richard Boddeus Interview ‘Ik hoop dat we deze crisis kunnen verzilveren door publieke gezondheid weer centraal te stellen’ Rianne van den Berg Directeur GGD IJsselland Als directeur van GGD IJsselland is Rianne van den Berg een spin in het web bij de bestrijding van de coronacrisis. Er is weer volop werk aan de winkel op de vaccinatie- en testlocaties, maar ze richt haar pijlen ook voorzichtig op de toekomst. Ze wil publieke gezondheid centraal stellen, om de samenleving zo beter voor te bereiden op een mogelijke volgende pandemie.

Tekst Job Hulsman Beeld Viorica Cernica Positief +19 Interview Positief +2120Positief + Interview Wat is de rol van de GGD in een gezondheidscrisis met deze omvang? ‘In maart vorig jaar werd snel duidelijk dat covid een type-A-ziekte is, in de Wet publieke gezondheid be- schreven als een zeer besmettelijke, wereldwijde ziekte. In zo’n geval ben ik als directeur publieke gezondheid in de regio IJsselland verantwoordelijk voor de infec- tieziektebestrijding. Onze belangrijkste taken: testen, bron- en contactonderzoek en vaccineren. Met Arjan Mengerink en Peter Snijders, respectievelijk directeur en voorzitter van V eiligheidsregio IJsselland, vormde ik een coronadriehoek. Ik voorzag Arjan en Peter en de andere burgemeesters van informatie en stuurde op een nauwe verbinding met gemeenten en zorginstellingen. Weten wat er speelt en nabijheid van betrokkenen: we hebben er meteen werk van gemaakt. En het proces duurt voort. Na dit gesprek ga ik samen met Peter naar Ina (Kuper , lid raad van bestuur Isala) om bij te praten. Het wordt tijd dat we elkaar weer even zien. ’ Waarom is samen optrekken zo van belang in een crisis? ‘Ruis op de lijn ontstaat meestal door onwetendheid of vanuit concurrentiegevoelens. Wanneer je elkaar kent en op hetzelfde niveau praat, denkt en werkt, opereer je slagvaardiger .

Om een voorbeeld te geven: we konden niet in alle elf gemeenten vaccinatielocaties openen, terwijl ieder gemeentebestuur bij voorkeur een prikhal binnen zijn gemeentegrenzen wilde. Ik heb Sebastiaan, onze projectleider vaccineren, daarom geadviseerd om met alle burgemeesters in gesprek te gaan en uit te leggen op basis van welke grondslagen we keuzes maakten. Samenwerken gaat over elkaar kennen en van elkaar weten wie wat doet en waarom. Als je me vraagt waar ik de meeste tijd aan heb besteed in de coronacri- sis, is dit het. ’ In de koepelorganisatie GGD GHOR Nederland bent u verantwoordelijk voor de portefeuille zorgcontinuïteit. Waar hield u zich in die hoedanigheid mee bezig? ‘Ik heb veel geïnvesteerd in uniform werken, zodat de instructies van minister Hugo de Jonge eensgezind werden doorvertaald naar de vijfentwintig GGD’ en. Normaal gesproken zien de GGD-directeuren elkaar gemiddeld eens per twee maanden, in de crisis veel vaker . We zaten aan tafel met zorgkoepels, Ernst Kui- pers namens de ziekenhuizen, vertegenwoordigers van zorg- en verpleeghuizen en ga zo maar verder . Het was voortdurend afstemmen met elkaar .

Wat speelt er? Waar knelt het? Waar is ruimte? Ik heb de nodige tijd besteed aan de landelijke coördinatie van regionale plannen, om ervoor te zorgen dat er voldoende bedden beschikbaar waren voor mensen in kwetsbare situa- ties die buiten de ziekenhuizen opgenomen moesten worden. V oor de regio IJsselland heeft het GHOR-team hierin een belangrijke regisserende rol gespeeld. ’ Wat was uw voornemen toen duidelijk werd dat de GGD’en een belangrijke taak te vervullen hadden bij de bestrijding van het virus? ‘Ik vind het belangrijk om als directeur boven de mate - rie te blijven hangen. Dat betekent dus ook: oog houden voor de continuering van de reguliere activiteiten van de GGD. De coronabestrijding moeten we serieus ne - men, maar het mag niet ten koste gaan van bijvoorbeeld de jeugdgezondheidszorg. Dat is gelukt en daar ben ik supertrots op. Margreet Algera nam het project corona op zich, Anouskha Knoef bekommerde zich over de re - guliere GGD. Samen vormen we het managementteam, we zijn een goed team. ’ Was het niet verleidelijk om zoveel mogelijk mankracht toe te wijzen aan het coronateam? ‘In maart 2020 zeiden we: “Iedereen die beschikbaar is, gaat helpen corona te bestrijden. ” Tussen half maart en half mei lag de samenleving stil en daarmee een deel van onze activiteiten. Rond juni keerden mensen terug naar hun teams omdat we veel reguliere taken konden hervatten.

Toen hebben we veel extra mensen aange- nomen. ’ Na een korte stilte: ‘Weet je, uiteindelijk dragen alle collega’s bij aan het in goede banen leiden van deze crisis. Neem het team openbare geestelijke gezondheids- zorg, die keihard werkte om zwerfjongeren tijdens de lockdown onderdak te bieden om zo vereenzaming te voorkomen. Corona is aan niemand voorbij gegaan. We zijn er namelijk voor iedereen in kwetsbare situaties. ’ De GGD is van een crisisorganisatie naar een organisatie in crisis gegaan. Hoe ging dat? ‘Het personeelsbestand is in korte tijd verviervoudigd en onze jaarbegroting maakte een sprong van achten- twintig naar negentig miljoen euro. Er waren plannen en protocollen, maar op deze schaalvergroting waren we niet voorbereid. Steeds klonk de vraag: “Waarom kan de GGD niet meer en sneller testen?” Op publieke gezondheid, zowel op gezondheidsbescherming als op -bevordering, is de afgelopen jaren bezuinigd en dat merkten we. Bovendien zijn we afhankelijk, bijvoor- beeld van capaciteit in laboratoria. Deze operatie is een samenspel tussen het Rijk, gemeenten en de GGD’ en. Het zou goed zijn als er landelijke opschalingsplannen komen, zodat we in de toekomst op basis van signalen op het wereldtoneel meteen in actie kunnen komen. We hadden de rijen bij de teststraten liever voorkomen. ’ Wat overviel u het meest? ‘De onrust in de samenleving. Overal heerste paniek.

Een directeur van een kinderdagverblijf belde me op omdat hij gewoon niet meer wist wat hij moest doen. Ook over de mondkapjes heerste veel onduidelijkheid. Welke types mogen wel en welke niet – en voor wie? Dat zijn zaken die we met de kennis van nu misschien beter konden voorbe- reiden. Tegelijkertijd denk ik: een crisis is improviseren. Om die reden focusten we ons op het binnenhalen van crisisbestendige mensen die in staat zijn om rustig te blij- ven, samen te werken en creatieve oplossingen te beden- ken. Geen enkele crisis is hetzelfde dus misschien zitten we hier – ondanks alle goede voornemens – over vijf jaar weer en voeren we hetzelfde gesprek. ’ Waarvan heeft u pijn in de buik gehad? ‘Op een zeker moment werkten er 1.600 mensen bij GGD IJsselland. Dat is een zware verantwoordelijk - heid. Ik maakte me op momenten zorgen, bijvoorbeeld toen medewerkers vervelend bejegend werden in test- en vaccinatiestraten. We hebben geprobeerd dat in goede banen te leiden. Door signalen op te vangen, met elkaar te praten en waar mogelijk maatregelen te ne - men. Ik heb bewondering voor onze coördinatoren, die steeds in staat bleken om het gesprek aan te gaan met protesterende mensen op de locaties. “Beste mevrouw , we kunnen u niet voor laten gaan, want als we dat doen is het hek van de dam. ” Er is veel geduld getoond.

Overi- gens is er op de achtergrond net zo hard gewerkt, door ons facilitaire team bijvoorbeeld, en HRM en commu- nicatie. Deze mensen komen in interviews minder vaak aan de orde, dat is onterecht. ’ Gedijt u in een crisissituatie? ‘Werkweken van zestig uur waren geen uitzondering. Maar de resultaten die we samen boekten gaven ook energie. Ik heb veel respect voor mijn man, die accep - teerde dat ik me op mijn taak stortte. Door regelmatig te wandelen probeerde ik de stress uit mijn lijf te krijgen. Afgelopen zomer kreeg ik de behoefte om alleen te zijn. Mijn man begreep dat en is met de kinderen op vakan- tie gegaan. Ik ben vijf dagen thuis geweest, heb gelezen en dingen gedaan waar ik al lang niet aan toe was geko - men. ’ Iedereen is bekend geraakt met de GGD. Wat heeft u daaraan? ‘De GGD was bescheiden en opereerde op de achter - grond. V oor deze crisis heb ik één keer voor de camera gestaan: tijdens een training crisiscommunicatie. Daar is verandering in gekomen, de GGD heeft een gezicht gekregen. Ik ben blij als we binnen afzienbare tijd uit de crisissfeer zijn, zodat we onze pijlen kunnen richten op preventie. Ik hoop dat we deze crisis kunnen verzil- veren door publieke gezondheid weer centraal te stel- len. Ik wil dat mensen nog meer bewust worden van het belang van een gezonde leefstijl en daar zelf regie op nemen.

We zien dat mensen met overgewicht of onder - liggend lijden het hardst worden getroffen. De bestrij- ding van de volgende crisis is eigenlijk al begonnen. ’ _ Rianne van den Berg ‘Samenwerken gaat over elkaar kennen en van elkaar weten wie wat doet en waarom.’ Impact bij ondernemers Wat is de impact op ondernemers? De coronamaatregelen hadden ingrijpende gevolgen voor ondernemers. Bedrijven moesten grote aanpassingen doen, konden bepaalde dienstverlening niet meer aanbieden of moesten zelfs tijdelijk de deuren sluiten. Maar bij de pakken neerzitten past veel ondernemers niet. Ook de IJssellandse ondernemers niet: ze bedachten creatieve oplossingen, dachten in mogelijkheden en zetten door . Hoe deden ze dat en wat hielp hen door de moeilijke periode? Tekst Gemeenten IJsselland Knippen in een horecazaal In december 2020 moeten zowel kap- perszaken als horecagelegenheden voor de tweede keer in coronatijd hun deuren sluiten. Een zure appel voor onderne- mers. Tijdens een wandeling in deze pe- riode komt Mariska Schuiling, eigenaar van het Kappershuus in Wijhe, Gerben Bentum tegen, die café De Slinger runt. Samen bedenken ze dat als Mariska’s kap- perszaak weer open mag, ze in een zaal van Gerbens café zal gaan knippen. Zo gezegd, zo gedaan. En dus wordt De Slin- ger in februari 2021 een pop-upsalon.

‘We konden niet met zijn allen in de salon, dus we moesten iets groters zoeken’, ver- telt Mariska. Gerben: ‘Ik moest de deuren helaas al maanden gesloten houden. Het was moeilijk om het hoofd boven water te houden. In oktober was onze nieuwe zaal gereed voor gebruik. Maar dat kon niet, hij werd alleen gebruikt voor yoga- lessen, Dat deed zeer, want daar was hij niet voor bedoeld. Maar ondanks alle pe- narie ben ik blij dat ik Mariska en andere mede-ondernemers kon helpen om het maximale uit hun bedrijf te halen.’ _ _ _ Geen ruimte voor negatieve energie Bij ondernemer Chantal Achterhoek is het glas altijd halfvol. Hoewel ze ’s nachts soms ligt te piekeren, is er bij haar geen ruimte voor zwartgalligheid. ‘Ik wil geen negatieve energie.’ Met andere woorden: klagen over omstandigheden waar je toch geen vat op hebt, daar doet de Raaltese niet aan mee. ‘De overheid doet echt haar best. En ik krijg vanuit alle hoeken steun. Zo wordt vanuit de directe omgeving geld aangeboden en klanten schaffen extra dingen aan of Positief +2322Positief + komen gewoon met een lief gebaar.’ De coronaperiode heeft haar wel aan het denken gezet. ‘Ik voelde me altijd eerst kapster en daarna ondernemer, maar ik besef wel dat ik iets zakelijker moet wor- den.

Ook al weet ik dat er een mooi be- drijf staat en we hier sterker uitkomen.’ _ _ _ Creativiteit bij Hardenbergse ondernemers Toen halverwege maart 2020 strenge maatregelen werden genomen om de uitbraak van het coronavirus in te dam- men, werden ook ondernemers in het centrum van Hardenberg geraakt. Met veel doorzettingsvermogen en creati- viteit maakten de ondernemers er het beste van. Meerdere winkels begonnen een webshop en veel horecaonderne- mers schakelden over op het bezorgen en afhalen van eten. Sommige restau- rants verkochten zelfs maaltijden via een drive-thru. Ook winkelstad Hardenberg begon een eigen bezorgservice. Zodat bij lokaal online winkelen gold: ‘vandaag besteld is vandaag óf morgen al in huis’. Ondernemers- vereniging organiseerde grootse prijzenactie Na de lockdown van september 2020 organiseerde ondernemersvereniging Actief Nieuwleusen de Kraspasactie. Bij besteding bij één van de deelnemende ondernemers ontvingen klanten een gratis kraspas. Elke kraspas gaf direct prijs, te verzilveren bij één van de tien- tallen deelnemende winkels. Bijna alle ondernemers die aangesloten waren bij de ondernemersvereniging deden mee. Doordat de kraspassen gehusseld en verdeeld werden over alle deelnemende winkeliers, bestond de kans dat iemand een prijs won bij een winkel waar die an- ders niet zo snel zou komen.

Een mooie manier om klanten van in lockdowntijd goed bezochte winkels, te stimuleren om winkels te bezoeken die in die periode juist minder klandizie hadden. Ook liet de actie de saamhorigheid van de Nieuw- leusener ondernemers zien. Lockdown duurde langer dan er ‘klusjes’ waren ‘En door!’ Dat was het eerste wat Michel en Michel, horecaondernemers uit Kam- pen zeiden, toen de eerste lockdown werd aangekondigd. Toch zijn ze de eerste lockdown een poos dicht geweest. Dat resulteerde in nieuw behang op de muur, een nieuw terras en een fris in- terieur. Er ontstond ruimte om nieuwe dingen te verzinnen en aan te pakken. Toen de lockdown langer duurde dan dat er klusjes waren, gingen ze op zoek naar andere verdienmodellen. Hun eer- ste ingeving, het bezorgen van eten met een ‘DIY Burgerkit’ liep best goed, maar de ondernemers misten het echte koken. Daarom bedachten ze: ‘Power tot the Pita’, een bezorgservice van culinaire pita’s die met de fiets door heel Kampen bezorgd werden. Het werd een groot succes. Als de coronacrsis voorbij is weten de ondernemers dat ze het lef zullen hebben om alleen dát te doen wat ze echt willen doen. 46 edities van de Coronamonitor * * De Coronamonitor geeft een actueel beeld over zes onderwerpen rondom het coronavirus.

Mariska Schuiling Chantal Achterhoek Actief Nieuwleusen Winkelstad Hardenberg Koningsdag tompouce drive-in Geen grote feesttent of een aubade, maar een feestelijke Kruisstraat in het centrum van Ommen, met oranje versierde au- to’s en vrolijke inzittenden. Bakkerij Ten Brinke organiseerde in 2020 en 2021 een Koningsdag tompouce drive-in. Vanuit de auto konden de Ommenaren - geheel coronaproof - hun vooraf bestelde oranje tompouce afhalen. Een groot succes vol- gens initiatiefnemer Berjan Ten Brinke: ‘Normaliter worden er op Koningsdag zo’n 2.000 tompoucen verkocht, maar in 2021 waren dit er meer dan 5.000!’ Behalve de verkoop van oranje gebakjes verkocht Ten Brinke samen met Wijnhof Ommen en restaurant De Vrienden 150 Koningsdagboxen, gevuld met oranje- bitter, een borrelpakket en uiteraard tompoucen. Zo konden mensen toch met iets lekkers de verjaardag van de koning vieren. _ _ _ Elkaar scherp houden Michiel de Groot, eigenaar van Intertoys Kampen, heeft zich met zijn team steeds moeten aanpassen. Van bezorgen naar afhalen. Van heel weinig omzet naar bestellingen van speelgoed, puzzels en bordspelen die niet aan te slepen wa- ren. Hij heeft het allemaal meegemaakt. De aanpassingen vroegen veel creativi- teit en energie, maar de dankbaarheid van de klanten en de saamhorigheid onder de ondernemers hielpen enorm.

Hij realiseert zich nu des te meer hoe je elkaar als ondernemers scherp kunt houden. Hulp vragen aan mede-onder - nemers, dat is zeker iets wat hij zal blij- ven doen. Michiel is ook betrokken bij het meedenken over de vitaliteit van de binnenstad. Zodat inwoners geprikkeld worden om lokaal te blijven kopen. Hij ziet nu in hoe belangrijk het is om dat met alle betrokken partijen in een stad te doen, ‘want daar profiteert iedereen van.’ _ _ _ Uitwisseling van personeel en kennis Een platform dat getroffen onderne- mers in Steenwijkerland helpt door uitwisseling van personeel en kennis: ‘Samen in Nood’. Het verbindt onder - nemers die (tijdelijk) geen werk hebben voor hun personeel met ondernemers die juist behoefte hebben aan extra personeel. Daarnaast biedt ‘Samen in Nood’ de mogelijkheid om ondernemers met een hulpvraag te verbinden aan lokale experts om samen een oplossing te vinden. Het platform dat tijdens de coronacrisis is opgericht, zorgde onder meer voor de uitwisseling van personeel tussen Grand Café de Fanfare/De Witte Hoeve en Schoonmaakbedrijf Rein Gaal. En voor de uitwisseling van personeel tussen Rabo Theater De Meenthe en Heerlijke Huisjes/Joustra Stoelverzorgers. ‘Sa- men in Nood’ is een initiatief van de Stuurgroep Corona Horeca (afdeling Steenwijkerland van Koninklijke Horeca Nederland (KHN), recreatieorganisatie KopTop en de Business Club Steenwij- kerland.

De gemeente en de provincie dragen financieel bij. _ _ _ Hunkeren naar normale versie van sportschool ‘Als ik naar buiten keek en ik maar zes mensen oefeningen zag doen, deed dat pijn. Ik wil meer kunnen bieden.‘ Mach- teloos: als Jacqueline Ophof van Vital Centre haar gevoel in coronatijd in één woord moet omschrijven dan is dat het wel. ‘We begrepen de maatregelen maar stiekem hoopten we elke persconferentie op een kleine verlichting.’ Als het beleid dan ongewijzigd bleef, frustreerde dat. ‘Zeker omdat we in onze accommodaties voldoende ruimte hadden om gepaste afstand te houden.’ Toch werd de lockdowntijd nuttig be- steed. ‘We hebben ons op allerlei fronten laten bijscholen en doen dat nog steeds. Zo kunnen we mensen straks een totaal- plaatje bieden en mensen helpen bij het verkrijgen van een gezonde leefstijl.’ Support your locals: letterlijk de boer op met versmaaltijden Midden in coronatijd startte Jolien van Es in juli 2020 haar bedrijf noPeanuts. Zij bezorgt tassen met gezonde maaltijden bij klanten in Deventer en omgeving. Versproducten betrekt Jolien van boe- ren uit het Deventer buitengebied. ‘Het is onwijs leuk, al die mensen met zoveel passie voor hun producten’, zegt Jolien.

‘Er doen ongeveer twintig ondernemers mee en we leveren wekelijks 30/40 tas- sen met daarin de recepten en ingredi- enten voor de maaltijden, vers brood, melk, kaas, yoghurt, groentes en fruit.’ Klein, lokaal, persoonlijk en gezond zijn woorden die passen bij Jolien. Ze streeft wekelijks naar één vlees-, één vis-, één veganistisch en twee vegetarische ge- rechten. Die bereidt en fotografeert zij zelf. Jolien: ‘Afgelopen jaar heb ik veel geleerd en ik moet nog veel leren, maar nu weet ik wel dat het loont om voor het avontuur te kiezen en te doen waar je blij van wordt.’ Een evenement organiseren in coronatijd Het terrein waarop Kasteel De Haere staat was drie dagen lang festivalterrein. Fonz Scheepstra, inwoner van Olst-Wij- he en eigenaar van De Hip in Deventer wilde iets bijzonders organiseren. In zijn eigen zaak en op zijn boerderij kon het niet, maar hij vond het landgoed van De Haere een prachtige plek voor zijn eve- nement. Fonz: ‘Het oorspronkelijke idee kon niet doorgaan. Toen er weer wat mogelijk was, keken we hoe we het wel konden organiseren. Zo kwam ik in ge- sprek met Stichting IJssellandschap. We mochten gebruikmaken van het weiland voor De Haere. Het evenement organise- ren binnen de coronaregels was goed te doen. We moesten wel extra creatief zijn en denken in oplossingen.

En we moes- ten de insteek hebben dat we mensen blij gingen maken, want verdienen aan het evenement kon eigenlijk niet. Maar als bezoekers blij zijn, ben je dat zelf toch ook? Je hebt elkaar nodig en het levert iedereen wat op. Samenwerken maakt dingen makkelijker.’ _ _ _ Polsbandjes bij Zwolse horeca ‘Vanaf dag één van de coronapandemie hebben we als horecaondernemers goed samengewerkt met de gemeente’, aldus Mark Corporaal van Stadscafé Blij in Zwolle. ‘We zijn snel met ambtenaren de stad in gegaan om te kijken waar terras- sen verruimd konden worden. Heel fijn! De horeca had en heeft het nog steeds heel zwaar. We moesten personeel laten gaan en moesten daardoor soms ook dicht op momenten die normaal een topomzet hadden opgeleverd. Toen we begin oktober de anderhalve meter los- lieten, stelde de gemeente voor om met polsbandjes te werken voor bezoekers van horeca in de binnenstad.

Wij waren niet meteen enthousiast, maar nadat we zagen hoe goed het polsbandje werkte in Breda heb ik nog diezelfde avond de gemeente gebeld en gezegd: “We gaan het ook in Zwolle doen.” We hebben in recordtijd via twee Zwolse ondernemers eigen bandjes geregeld en laten bedruk- ken: ‘Eet en drink met een groene vink.’ Dat werkte goed, ook omdat er bij het uitgaanspubliek veel animo was voor het testen voor toegang in de binnenstad.’ _ _ _ Eten op een krukje Corona had op allerlei manieren invloed op Anne’s Kokerij, een kant-en-klaar- maaltijdservice voor ouderen in onder andere Hasselt en Zwartsluis. ‘Onze doel- groep is heel kwetsbaar’, vertelt eige- naar Anne Ellen. Hij wachtte daarom niet lang met het nemen van maatregelen. ‘We liepen met onze protocollen zelfs voorop in Nederland’, vertelt hij. Door zo snel te handelen, kon Ellen met zijn tien medewerkers ook tijdens de coronacrisis doorwerken. Eenvoudig was het niet. ‘Mijn medewerkers werkten soms met tranen in hun ogen. Ze wilden niet op hun geweten hebben dat een klant ziek zou worden.’ De medewerkers van Ellen raakten gewend aan de situatie. Ook toen het werk toenam doordat een gro- tere groep mensen thuis kwamen te zit- ten en maaltijden nodig hadden. Ellen: ‘We vroegen onze klanten om een krukje bij de deur te plaatsen. Daar lieten wij het eten achter.

Vervolgens namen zorg- medewerkers het van ons over.’ Positief +2524Positief + Impact bij ondernemers Bakkerij Ten Brinke Samen in Nood Jacqueline Ophof Jolien van Esw De Hip 27 Positief + ‘We doen het samen. Het maakt niet uit of je van de grootste of kleinste gemeente bent, iedereen heeft inbreng’ Liesbeth Kleisen Algemeen commandant bevolkingszorg Arjan Mengerink Directeur Veiligheidsregio IJsselland Arjan Mengerink is directeur van V eiligheidsregio IJsselland en operationeel leider van de coronacrisis in IJsselland. In zowel het Regionaal Beleidsteam (RBT) als het Regionaal Operationeelteam (ROT) werkt hij nauw samen met algemeen commandant bevolkingszorg Liesbeth Kleisen. Bij de veiligheidsregio, op de kazerne in Zwolle, blikt het tweetal terug op de operatie. Tekst Job Hulsman Beeld Viorica Cernica Interview 26Positief + Liesbeth Kleisen / Arjan Mengerink

29 Positief +28Positief + Interview Liesbeth Kleisen / Arjan Mengerink Wanneer drong de ernst van de crisis tot jullie door? Arjan Mengerink: ‘Mijn eerste overleg was eind febru- ari 2020. De eerste besmetting was gesignaleerd en de GGD vermoedde dat het snel zou gaan. Ik was net aan- gesteld als directeur van V eiligheidsregio IJsselland. Ik had ze nog gewaarschuwd, want het is vaker gebeurd dat ik ergens aan de slag ging en dat er dan wat gebeur - de. Ik zat nog maar een half jaar bij de politie in Ensche - de toen de vuurwerkramp plaatsvond. ’ Liesbeth Kleisen: ‘Normaal werk ik bij V eiligheidshuis IJsselland. Ik had piketdienst als algemeen comman- dant bevolkingszorg en haakte aan bij de eerste over - leggen. Ik ben nooit meer weggegaan. De heersende ge - dachte was: een paar weken en dan gaan we verder met ons normale werk. Vanaf de persconferentie waarin werd aangekondigd dat de boel op slot ging, kwam alles in een stroomversnelling. ’ Arjan: ‘Tot dat moment was ik in de veronderstelling dat de ontruiming van een V1 (vliegende bom uit de Tweede Wereldoorlog) bij Deventer op 8 maart het grootste evenement van het jaar zou worden voor onze veiligheidsregio. Op 10 maart waren we die V1 prak - tisch al vergeten en werd de wereld corona.

’ Wat werd jullie taak? Arjan: ‘ Als directeur van V eiligheidsregio IJsselland ben ik ervoor verantwoordelijk dat de trein gaat rijden en dat de IJssellandse belangen in het land vertegen- woordigd worden. Daarbij ligt de focus op zieke men- sen, op mensen die het gevaar lopen te overlijden. De volksgezondheid staat op nummer één. ’ Liesbeth: ‘Ik onderhoud het contact met de elf gemeen- ten. Als een soort sluis: de beslissingen die we met het RBT en het ROT nemen, vertaal ik naar gemeenten en andersom breng ik de vragen die lokaal leven terug naar de vergaderingen en zorg dat daar oplossingen voor komen. ’ Arjan: ‘In de week na de ontruiming van die V1 zaten we bij elkaar en besloten we dat het crisis was. Dat be - tekende dat corona vanaf dat moment voor alles ging. ’ Wat komt er dan op gang? Arjan: ‘ Allereerst: informatiemanagement optuigen. Je moet weten waar het over gaat, hoe het met de besmet - tingen is gesteld en welke en hoeveel beschermings- middelen we tot onze beschikking hebben. We richtten meteen een telefooncentrale in voor mensen met vra- gen. Om maar eens een paar zaken te noemen. ’ Liesbeth: ‘V oor iedere kolom bedachten we scenario’s. Stel: de helft van de brandweermensen krijgt corona, kunnen we dan nog branden blussen? Al snel zijn we, met de beelden uit Italië op ons netvlies, aan de slag gegaan met het ophogen van de mortuariumcapaciteit.

En na- tuurlijk met de vertaling van noodverordeningen naar werkbare richtlijnen en kaders, veel juridisch handwerk. ’ Arjan: ‘Om orde in de chaos te scheppen vormden we werkgroepen voor de thema’s cultuur , sport, horeca, handhaving en evenementen. De voorzitters van die werkgroepen staan in contact met Liesbeth. Het is een manier om deskundigen aan het werk te zetten, wij we - ten niet alles. ’ Er kwam veel op jullie af. Wat deden jullie nog meer om een werkbare situatie te creëren? Arjan: ‘Dit team bestaat uit mensen die geoefend zijn in crisissituaties, we weten wat er op ons afkomt. We zijn ook allemaal mensen die houden van dingen doen, aan de slag gaan. Ik vind, en ik hoop dat dat gelukt is, dat het team een plek moet zijn waar je kan luchten en lachen. Niet zelden beginnen we vergaderingen met een rondje voetbal. Ik ben Twente-supporter , Liesbeth is voor He - racles en Go Ahead en PEC waren eveneens vertegen- woordigd aan tafel. Je kunt je er iets bij voorstellen. Ik heb gezocht naar humor . ’ Liesbeth: ‘Het team stond onder enorme druk, maar de verhoudingen zijn goed. Er is weinig gedoe. Nou ja, er is heel veel gedoe, maar niet onderling. ’ Arjan: ‘Met de kennis van nu zeg ik: we hebben geluk gehad met het team, maar zoiets ontstaat ook omdat iedereen mee wil doen. We kunnen hard lachen en daarna bloedserieus zijn.

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://steenwijkerland.bestuurlijkeinformatie.nl/Document/LoadAgendaItemDocument/4978ebfc-ecb0-41ad-831f-14b8d2463b66?agendaItemId=6025af7c-0161-4ae6-97ce-df09bb99b0fc