13.0 Informatienota 2024 - 50 - Ruimtelijke Verkenning en Bouwstenen Veenweidestrategie
Tekst van het document
De verschillende soorten bladeren, wortels, bloemen en zaden vormen weer de basis voor vele soorten insecten, vogels en zoogdieren. T er vergelijking: een gangbaar melkveebedrijf is gericht op de productie van zo veel mogelijk eiwitrijk gras. De hoge bemestingsgraad en de drijfmest, kunstmest en/ of digestaat ‘verdrijven’ echter een groot deel van het bodemleven. Eiwitrijk gras leidt zo tot een smal voedselweb, gedomineerd door eitwitrijk gras en grasetende soorten: koeien, ganzen en in sommige jaren veldmuizen. En als er weinig wormen zijn dan jagen vossen meer op eieren, kuikens en weidevogels. Bron: College van Rijksadviseurs, Pilot landschapsinclusieve landbouw, VPxDG, 2020 generalisten 3e orde consumenten 2e orde consumenten 2e orde consumenten 3e orde consumenten 1e orde consumenten bladeren stalmest rode wormen wortels mineralisatie humificatie humus strooisel nectar zaden dikke / ruige stalmest bagger 1e orde consumenten producenten weidevogels eiwitrijk gras drijfmest kunstmest digestaat renure wortels mineralisatie grijze wormen College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068160/120 115114 land van melk én honing ruimtelijke verkenning Opgaven gemeente Natuurinclusieve landbouw zal de beleving van de open veengebieden verrijken. Van eentonige graslanden zal - geleidelijk - een biodivers, kleurrijk en gevarieerd weidelandschap ontstaan.
Bloemrijke graslanden geven het landschap kleur. Met koeien in de wei, insecten, vogels, zoogdieren is er veel te zien en beleven. Door de hoge peilen worden de verschillen tussen tussen hoog en droog, nat en laag weer beleefbaar. Een aantrekkelijk landschap versterkt de uitstraling van het Nationaal Park en de woon- en leefkwaliteit in de kernen en het buitengebied. Veenweidelandschappen zijn de verbindende landschappen tussen de kernen, stuwwallen en het Nationaal Park Weerribben-Wieden. Inzet op open landschappen van formaat, vergroot de samenhang en contrasten in het buitengebied van Steenwijkerland. Zeker wanneer het zware landbouwverkeer wat afneemt, zullen de landwegen aantrekkelijker worden voor het langzaam en recreatieve verkeer. Een goed bereikbaar en toegankelijk landelijk gebied biedt kansen voor meer duurzame mobiliteit (wandelen, fietsen) en de versterking van de uitloopmogelijkheden rond de kernen. Situatie voormalige zuiderzeekust (rond 1960) De erven liggen aan de dijk en op de hogere ruggen van een voormalige rivierloop. Kades en wandelpaden door het land. Kleinschalige verkaveling. Geen ruilverkavelingsweg en erven achter in het land. Ruimtelijke verkenning Kansen voormalige Zuiderzeekust In de veenweidegebieden zijn ontwikkelingen gericht op bescherming en versterking van de weidevogelstand.
Daarbij is het van waarde als er verschillende typen graslanden ontwikkeld worden, met een overgang van productieve kruidenrijke. graslanden naar meer extensievere kamgraslanden, dotterbloemhooilanden en blauwgraslanden in de natuur. De schets laat een nieuwe zonering van de landbouw zien, op basis van landschap, bodem en water. Jonge erven, die vrijkomen in de ruilverkavelingslandschappen kunnen hierbij mogelijk worden verplaatst naar de dijkzone. De landschappen tegen de natuur kunnen hiermee weer groots en open worden. De dijkzone kan hiermee een aantrekkelijker, meer kleinschalig karakter krijgen, in aansluiting op de kernen. College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068161/120 117116 ruimtelijke verkenning ruimtelijke verkenning Zeedijk als drager van een aantrekkelijk kleinschalig landschap met erven op of aan de dijk Betere verbindingen tussen kernen, recreatie,landbouw en natuur Aaneengesloten weidevogellandschap Blokzijl Kuinre Ruimtelijke verkenning kansen voormalige Zuiderzeekust Aantrekkelijk landschap Natuurinclusieve landbouw geeft het landschap weer kleur op de wangen. De zonering van de drogere kleigronden, via de nattere veengronden naar de veenmoerassen maakt de landschappelijke verschillen weer zichtbaar, een geeft veel variatie in het landschapsbeeld en door de seizoenen.
T oegankelijk en beleefbaar landschap Met minder transport over de landwegen, nieuwe routes door het land en schakels naar de kernen, kan het landschap ‘genoten’ worden. Historische kaarten van het gebied kunnen hier inspiratie voor bieden. Er liepen kades door het gebied, landpaden en oude rivieren. De restanten kunnen worden opgepakt voor nieuwe, aantrekkelijke verbindingen en routes. Aandacht vraagt een zorgvuldige inpassing van recreatieve routes, die het landschap beleefbaar maken, maar de natuur niet (te veel) verstoren. Bijvoorbeeld door routes in de dijkzone, aansluitend op de restanten van oude rivierlopen en landwegen, en goed ontworpen ‘weidevogelboulevards’ . Aantrekkelijke erven De agrarische erven hebben met een omschakeling naar natuurinclusieve landbouw over het algemeen baat bij zichtbaarheid en contact met de consument. Met een beter, recreatief netwerk zijn de bedrijven beter zichtbaar en bereikbaar. Kans is hierop aan te sluiten en de omgeving te betrekken op een manier die past bij het bedrijf. Bijvoorbeeld met een goed ontworpen, landschappelijk ingepast erf, een mooie, goed vormgegeven stal en/of of het aanbieden van voorzieningen, nieuwe functies, meewerkdagen, etc.. Wonen Vrijkomende erven bieden - in de nabijheid van de kernen en de natuur - kansen voor nieuwe woonmilieus en/of recreatief toeristische functies.
Optie is te overwegen om erven die vrij komen langs de ruilverkavelingweg, te verwijderen (of verplaatsen naar de dijkzone), zodat er langs de dijk een kleinschaliger landschap ontstaat, met een overgang naar een weids, open weidevogellandschap van formaat. land van melk én honing College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068162/120 119118 land van melk én honing ruimtelijke verkenning Landbouwperspectief Op dit moment zijn er in Nederland agrarische bedrijven die met een extensievere bedrijfsvoering een goed inkomen verdienen. Vaak worden dan verschillende inkomstenbronnen gecombineerd: subsidies voor groen-blauwe diensten, beheer van natuurgebieden, hogere verkoopprijzen en bijdragen vanuit betrokken omwonenden. In ruil voor toegevoegde waarde aan de leefomgeving, meer natuurwaarde, bescherming van weidevogels, bijzondere ervaringen en contacten op en rond het bedrijf zijn consumenten en bedrijven bereid meer te betalen voor lokale-of natuurinclusieve producten en zelfs te investeren in bijvoorbeeld de extensivering van de bedrijven en veenbehoud. Het sterke merk Nationaal Park Weerribben-Wieden, waar grote hoeveelheden bezoekers jaarlijks op afkomen, biedt in Steenwijkerland een basis voor verwaarding van hoogwaardige lokale producten in heel Nederland.
De transitie naar een natuurinclusieve landbouw betekent voor gangbare boeren een omslag in de bedrijfsvoering. De zorg van veel boeren is of de ‘markten met meerwaarde’ structureel vergroot kunnen worden. De koers naar natuurinclusieve landbouw vraagt daarom om - naast de opbouw van sterke relaties met de omgeving - om substantiële steun vanuit de overheid. De steun kan zich richten op het beperken van de risico’s voor de boeren (met name in de transitieperiode) en het bieden van lange termijnvergoedingen voor agrarisch natuur- en landschapsbeheer. Daarnaast kan de overheid bewoners en bedrijven stimuleren om vooral producten uit de streek te kopen ter ondersteuning van de eigen boeren. De ontwikkeling van aantrekkelijke toegankelijke landschappen en lokale afzetpunten in het buitengebied en in de kernen draagt hier mede aan bij. De Nije Mieden, Friesland De Nije Mieden is een groot melkveebedrijf in het Friese veengebied, dat de omslag van gangbaar naar ‘natuurinclusief, biologisch-plus’ heeft gemaakt. Het bedrijf is daarmee in 8 jaar van 340 koeien naar 250 koeien (2020) gegaan. Ze melken nu 1.100.000 kg, op 242 ha land, waarvan 32 ha natuur (ongeveer 1 koe / ha).
Opbrengsten op het bedrijf komen ondermeer uit ‘Valuta voor Veen’ (Dit is een goed verdienmodel’ , zegt Sjoerd Miedema), beheervergoedingen voor de natuurgebieden, hogere melkprijzen (via FrieslandCampina, Friese corporaties als Buurvrouw Durkje en De Streekboer, verkoop van biologische zuivel, vlees en akkerbouwproducten “Wij streven naar een Land van Melk én Honing!” in streekwinkels) én verbinding maatschappij (voor €12,50 per jaar kun je een stukje are ‘adopteren’ in het natuurgebied, De Lytse Deelen, ‘kruid-funding’ voor kruidenrijke mengsels, etc.) Sjoerd Miedema wil op termijn een bedrijf met “zo weinig mogelijk koeien om een boterham te verdienen” , door dit te combineren met schapen, kippen, en iets met cultuur, beleven, eten in het weiland met vers geplukte kruiden. “Het gaat niet om de hoeveelheid maar om de smaak.
Wat je voert, dat proef je.” “Onze droom is een gemengd bedrijf, dat gedragen wordt door de gemeenschap.” Bron: www.denijemieden.nl College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068163/120 121120 land van melk én honing ruimtelijke verkenning fietsfiets streek winkel lokale verwerking of bord auto bord supermarktdistributie centrum verwerking gangbaar agrarisch bedrijfaanvoer krachtvoer kunstmest afvoer melk/producten mest streek winkel NL kernen campings lokale kringloop op basis van bodem, water & natuur aantrekkelijk landschap ontmoeting beweging duurzame klimaatbestendige omgeving duurzame klimaatbestendige omgeving fietsverkoop bij boer of in streekwinkel verkoop bij boer bord ‘fietsen voor m’n eten’ (op de fiets gezond lokaal eten halen ) bio bio bio bio kernen / campingsnatuur kernen / campingsnatuur Ruimtelijke verkenning vitaal platteland Vergelijkbaar inkomen Natuurinclusieve bedrijven produceren extensiever, maar dat hoeft niet te betekenen dat ze minder verdienen. Biologische boeren hebben gemiddeld vergelijkbare inkomens als gangbare boeren. Dit doordat zij aan de ene kant lagere bedrijfskosten hebben en aan de andere kant een hogere prijs voor hun producten krijgen. In de periode 2011-2020 haalden de biologische boeren een hoger saldo dan gangbare landbouwbedrijven.
In 2020 was het saldo gemiddeld 110 duizend euro, bijna een kwart hoger dan dat van gangbare bedrijven. Voor 2022 is het gemiddeld inkomen wat lager geraamd. Door de hogere melkprijs verdienden de gangbare bedrijven toen meer, met circa €115.000 per arbeidsjaareenheden (aje) (bronnen: CBS, www.agrimatie. nl) Gangbare boeren vragen zich af of dit goede verdienmodel in stand blijft als er veel meer boeren biologische melk gaan produceren. De overheid ziet dit ook en werkt daarom aan een ‘biologisch actieplan’ om de omschakeling makkelijker te maken. “Het overschakelen zelf is een investering én het moment dat je je producten biologisch mag noemen duurt ook een tijd en daar moet een boer wel geld voor hebben. Ook vraag en aanbod moeten goed op elkaar zijn afgestemd” . (bron: NOS Nieuws, 25 oktober 2022) Korte ketens Eén van sporen voor een duurzame verwaarding van de agrarische producten is de opzet van ‘korte ketens’ . Voedsel wordt daarmee zo snel mogelijk van ‘boer naar bord’ gebracht. Een korte keten kan zorgen voor een betere marge voor de boer, transparantie over waar producten vandaan komen en kan lokale producten stimuleren. Rabobank: ‘Directe verkoop vanuit de boer werkt als de betrokkenheid van de consument bij het product relatief groot is. Het is van belang om in te zetten op de verbinding met de consument en weg te blijven van weinig onderscheidende bulkproducten.
(..) de verwachting is dat consumenten op lange termijn bereid zijn voor ‘premium’ producten een meerprijs te betalen. Dit zijn producten die uniek zijn in hun smaak, verhaal en beleving.’ Om de kosten laag te houden bij de korte keten is de schaalgrootte van belang. Het vergt (ook voor de lokale ketens) inspanning om producten vers en eetbaar bij de consument te krijgen. Daar hoort samenwerking op regionaal niveau bij, met boer, ambacht, retail en horeca, om zo te komen tot meer verkoop en betere benutting van het lokale product. Kansen voor vitaal buitengebied Biologische bedrijven hebben gemiddeld een hogere arbeidsbezetting (1,9 aje versus 1,6 aje bij een gangbaar bedrijf). Ook lokale verkoop, afzet en verwerking biedt meer lokale werkgelegenheid dan bij gangbare landbouw. Combinaties met zorg, kinderopvang, educatie, recreatie en toerisme, natuur- en klimaatbeheer zijn mogelijkheden voor het creëren van extra arbeidsplaatsen op en rond de bedrijven. Daarbij werken er vaak vrijwilligers mee op omgevingsbedrijven. De draagt bij aan de sociale binding in het buitengebied. De focus ligt in de discussies ligt nu vaak op het behoud van boeren. De L TO en provincie verwachten dat de komende 10 jaar 1/3 van de agrarische bedrijven ‘autonoom’ gaat stoppen. Hiermee neemt de bredere werkgelegenheid af, met gemiddeld 7 indirecte arbeidsplaatsen per bedrijf.
Natuurinclusieve omgevingsbedrijven bieden meer mogelijkheden voor behoud en versterking van de lokale werkgelegenheid dan gangbare bedrijven. Vitaal buitengebied Van vooral werkgelegenheid bij de toeleveranciers in de gangbare landbouw, naar meer lokale werkgelegenheid op en rond het bedrijf in de natuurinclusie landbouw gangbaar agrarisch bedrijf melk (stiertjes/vlees) stiertjes vlees natuur- beheer cooperaties (CSA) kippen eieren plus arbeidsplaatsen voor verbreding en verwaarding op ‘natuurinclusief omgevingsbedrijf’ melk/ kaas zuivelverwerking op erf of lokale cooperatieve zuivelfabriek agro-forestry notengaarden gemiddeld 1,6 Aje kunstmest gemiddeld 1,6 Aje gangbaar bedrijf biologisch bedrijf natuurinclusief omgevingbedrijf lokale werkgelegenheid werkgelegenheid verder weg gemiddeld 1,9 Aje (biologisch bedrijf) gemiddeld 1,9 Aje (biologisch bedrijf) aanvoer veevoer bank adviseur melkfabriek verwerking stallenbouwers techniek afzetmarkt kalveropfok/ slacht onderwijs zorg / boerderij streekwinkel restaurants lokale afzet / verwerking adviseur bank recreatie/toerisme kinderopvang Korte keten Van de lange keten in de gangbare landbouw naar een korte keten bij natuurinclusieve landbouw fietsfiets streek winkel lokale verwerking of bord auto bord supermarktdistributie centrum verwerking gangbaar agrarisch bedrijfaanvoer krachtvoer kunstmest afvoer melk/producten mest streek
winkel NL kernen campings lokale kringloop op basis van bodem, water & natuur aantrekkelijk landschap ontmoeting beweging duurzame klimaatbestendige omgeving duurzame klimaatbestendige omgeving fietsverkoop bij boer of in streekwinkel verkoop bij boer bord ‘fietsen voor m’n eten’ (op de fiets gezond lokaal eten halen ) bio bio bio bio kernen / campingsnatuur kernen / campingsnatuur aanvoer krachtvoer kunstmest duurzame klimaatbestendige omgeving lokale kringloop op basis van bodem water & natuur verkoop bij boer of in streekwinkel fiets bord beweging ontmoeting ‘fietsen voor mijn eten’ (op de fiets gezond lokaal eten halen) aantrekkelijk landschap afvoer melk producten mest gangbaar agrarisch bedrijf verwerking distributie centrum winkel auto bord College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068164/120 123122 land van melk én honing ruimtelijke verkenning Strooiselstallen voor ruwe mest Open landschap, bloemrijk, kleurrijk en biodivers, vol met (weide)vogels en koeien in de wei Functionele biodiversiteit Burgers landbouw en landschap laten ervarenGezonde, actieve leefomgeving Lokale verwerking van producten / streekproducten met meerwaarde Plas-drasNatuurlijke oevers Weidevogels College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068165/120 125124 land van melk én honing ruimtelijke verkenning 5.3 Rietteelt in de stroomdalen ruimtelijke
verkenningland van melk én honing College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068166/120 127126 land van melk én honing ruimtelijke verkenning Kans rietteelt: combinatie met waterberging, waterzuivering en recreatie T eelt lisdoddes Rietteelt Rietteelt in stroomdalen In de stroomdalen zijn er kansen voor de ontwikkeling van commerciële rietteelt, in combinatie met het realiseren van extra ruimte voor de opvang en berging van water. De ontwikkeling van rietvelden biedt daarbij kansen om nieuwe robuuste ruimtelijke verbindingen te maken tussen de Weerribben en Rottige Meente en/of het dal van de Steenwijker Aa weer meer beleefbaar te maken. Voor de uitwerking is het van belang om nader onderzoek te doen naar deze opgaven en kansen.
College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068167/120 129128 Natte-as Rottige Meente (rietteelt) Ruimte voor water in stroomdal Ruimte voor water in stroomdal Rivier als recreatieve drager met erven Herstellen stroomdal in de kernen Herstellen beekdalen, meer ruimte voor water ruimtelijke verkenningland van melk én honing College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068168/120 131130 5.4 5.4 Laaggelegen Polder Giethoorn, klimaatrobuust innovatielandschap ruimtelijke verkenningland van melk én honing College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068169/120 133132 land van melk én honing ruimtelijke verkenning Laaggelegen Polder Giethoorn klimaatrobuust innovatielandschap In Polder Giethoorn, het laagste deel van het buitengebied, komen een aantal grotere, ruimtevragende opgaven samen. Dit jonge ontginningslandschap, met zijn lange rechte lijnen, lanen en verspreide domeinboerderijen, biedt kansen voor een klimaatrobuust landschap, met nieuwe vormen van meervoudig en innovatief ruimtegebruik.
Polder Giethoorn fietsfiets streek winkel lokale verwerking of bord auto bord supermarktdistributie centrum verwerking gangbaar agrarisch bedrijfaanvoer krachtvoer kunstmest afvoer melk/producten mest streek winkel NL kernen campings lokale kringloop op basis van bodem, water & natuur aantrekkelijk landschap ontmoeting beweging duurzame klimaatbestendige omgeving duurzame klimaatbestendige omgeving fietsverkoop bij boer of in streekwinkel verkoop bij boer bord ‘fietsen voor m’n eten’ (op de fiets gezond lokaal eten halen ) bio bio bio bio kernen / campingsnatuur kernen / campingsnatuur polder Giethoorn als verbindend gebied hoger waterpeil klimaatbuffer waterzuivering rietteelt recreatie natuur integratie akkerbouw zonne-panelen Principedoorsnede voor Polder Giethoorn als gevarieerd, levendig, verbindend gebied tussen Steenwijk en de Weerribben-Wieden, waar van alles te zien en beleven is. College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068170/120 135134 land van melk én honing ruimtelijke verkenning Elkaar versterkende opgaven Polder Giethoorn is het laagst gelegen deel van Steenwijkerland. Deze polder is vrijwel geheel verveend en daarna - rond 1925 - weer drooggelegd en voor de tweede keer ontgonnen. De polder is toen planmatig ingericht, met lange wegen, rechte percelen, en verspreid liggende domeinboerderijen.
In de polder bevinden zich zoveel veeteelt als akkerbouwbedrijven. In de polder is in de loop van de tijd veel veen verdwenen. Het is nog onzeker welke maatregelen hier getroffen moeten gaan worden om de bodemdaling te remmen en de CO2 uitstoot te voorkomen. Mogelijk moeten in deze laaggelegen polder maatregelen getroffen worden om de wegzijging van water uit de Weerribben-Wieden en de hoger gelegen stuwwal te verminderen. Bijvoorbeeld in de vorm van hydrologische bufferzones en/of waterbergingen. Naast opgaven rond waterpeilen en -buffers heeft de polder een waterkwaliteitsopgave. De fosfaatbelasting op de Weerribben- Wieden is momenteel te hoog. Daarvoor moeten in de polder óf defosfateringsinstallaties gebouwd worden óf bijvoorbeeld rietmoerassen aangelegd worden die het landbouwwater op een meer natuurlijke manier kunnen zuiveren. De Polder Giethoorn is zo belangrijk voor de natuurkwaliteit van de Weerribben-Wieden, maar ook voor de aanleg van waterbuffers om drogere periodes op de langere termijn goed te kunnen weerstaan. Kans is de bodem- en wateropgaven te combineren met andere grote ruimtelijke opgaven die er op het buitengebied afkomen. Hydrologische bufferzones kunnen bijvoorbeeld gestapeld worden met seizoensbergingen, commerciële rietteelt of lisdodde-teelt (biobased materialen) en verblijfsrecreatie.
Hogere waterpeilen met een extensivering en verduurzaming van de landbouw en bijvoorbeeld de opwek van duurzame energie (zonne-energie, groen gas, windenergie,... ). Elkaar versterkende opgaven - Waterbuffers voor N2000 (Veenbehoud) - Waterzuivering met riet/ moerassen (fosfaten) - Commerciële rietteelt, andere natte teelten, bio-based materialen - Verblijfsrecreatie - Duurzame akkerbouw / vollegrondsgroente - Duurzame energie / zonnevelden / groengas / windenergie - Landschappelijk raamwerk: inbedden ruimtelijke ontwikkelingen, verhaal Nationaal Park versterken, versterken relatie tussen de vaardorpen Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen ‘Motoren’ - PPLG/N2000 - Waterzuivering - Duurzame energie - Commerciële rietteelt - Biobased-economie - Recreatie/toerisme Schurende opgaven - Weidevogels water rietteelt Nationaal Park nieuwe stijl aantrekkelijk landschap + + + + raamwerk bossenstrategie / lanen bodem duurzaam voedsel duurzame energie natuurinclusieve / duurzame landbouw zonne-energie / wind-energie / biogas gezonde / actieve leefomgevingbrede welvaart Nationaal Park nieuwe stijl gezonde / actieve leefomgevingbrede welvaart water + + raamwerk bossenstrategie / lanen bodem verblijfsrecreatie water rietteelt Nationaal Park nieuwe stijl aantrekkelijk landschap + + + + raamwerk bossenstrategie / lanen bodem duurzaam voedsel duurzame energie natuurinclusieve / duurzame landbouw
zonne-energie / wind-energie / biogas gezonde / actieve leefomgevingbrede welvaart Nationaal Park nieuwe stijl gezonde / actieve leefomgevingbrede welvaart water + + raamwerk bossenstrategie / lanen bodem verblijfsrecreatie +20 Weeribben-Wieden polder Giethoornvm. Kustzone Stuwwal Steenwijk Drents plateauNoord-Oostpolder ‘Rijk Voorland’ tegendruk door hoge waterpeilen water vast houden, bergen, zuiveren ‘bufferzone’ tegendruk door hoge waterpeilen water vast houden, bergen, zuiveren vergroten inzijging water vasthouden vergroten waterbergend vermogen bodem beken verondiepen tegendruk door hoge waterpeilen ‘Flank van de stuwwal’ tegendruk door hoge waterpeilen Bodem en water sturend Polder Giethoorn ‘Buffer Weerribben-Wieden’ en stuwwallen -> tegendruk door hogere waterpeilen -> water bergen voor drogere periode -> landbouwwater zuiveren Voorbeeld stapeling rond akkerbouw en duurzame energie Voorbeeld stapeling rond waterberging, rietteelt en recreatie College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068171/120 137136 land van melk én honing ruimtelijke verkenning T ormentil, stijf havikskruid en buin zandoogje Versterking landschappelijk raamwerk Bomenlanen, ruigtezones, bloemrijke bermen, kruidenrijke randen langs akkers. Het raamwerk levert tevens een belangrijke bijdrage aan de ‘basiskwaliteit natuur’ .
Basiskwaliteit natuur Polder Giethoorn vormt een overgang tussen het veenlandschap en een ‘jong zandlandschap’, aangezien delen van het veen zijn afgegraven tot op de onderliggende zandlaag of verdwenen door veenoxidatie. De basiskwaliteit wordt gevormd door bomenlanen, natuurlijke oevers, groene, kruidenrijke randen rondom akkers en weilanden, overhoeken en bloemrijke bermen. Beplante erven, struweelrandjes, ruigtezones en poelen vormen de groenblauwe accenten in het landschap. Voorkomende soorten zijn o.a.: witte kwikstaart, buin zandoogje, gewone pad, tormentil, patrijs, kleine watersalamander, koevinkje en stijf havikskruid. Opgaven gemeente Polder Giethoorn ligt centraal in de gemeente, tussen Steenwijk, Giethoorn, de stuwwallen en het Nationaal Park Weerribben-Wieden. De Beschermde Dorpsgezichten Giethoorn, Dwarsgracht en Jonen overlappen met de polder; de lange lijnen van de polder maken deel uit van de ontginningsgeschiedenis van het veengebied en deze dorpen. De ruilverkavelingsstructuur (uit ca 1925) is vanuit cultuurhistorisch oogpunt van grote waarde. Tegelijkertijd is de open polder, nu een wat lege, onbestemde ruimte, die de samenhang in het landschap doorbreekt.
Kans is samen met het integreren en bundelen van een aantal grote, ruimtelijke opgaven in dit gebied, het landschappelijk raamwerk, de cultuurhistorische leesbaarheid en recreatieve verbindingen te versterken. Polder Giethoorn kan daarmee het dynamische hart worden van het buitengebied: een innovatieve, dynamische polder die verschillende functies, opgaven, kwaliteiten, deelgebieden, kernen en natuur met elkaar verbindt. Hier ligt een uitdagende, kansrijke transitieopgave. witte kwikstaart College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068172/120 139138 land van melk én honing ruimtelijke verkenning Landbouwperspectief Zowel de grote, groene opgaven als de grote ruimtevragende opgaven vergen een transformatie en innovatie van het huidig grondgebruik. De delen van de polder die - op den duur - te nat worden voor landbouw kunnen een nieuwe productiefunctie krijgen, bijvoorbeeld voor de commerciële rietteelt en/of andere biobased teelten. Combinaties met wateropgaven en recreatie maken de omslag mogelijk betaalbaar. In de drogere delen van de polder kan de benodigde verduurzaming van de akkerbouw gecombineerd worden met de opwek van duurzame energie. De opbrengsten uit zon kunnen daarmee op bedrijfsniveau geïnvesteerd worden in de verduurzaming van de landbouw.
Uit studies voor andere gebieden is naar voren gekomen dat staande, kantelbare zonnepanelen goed geïntegreerd kunnen worden in akker- en tuinbouwpercelen, met beperkt verlies van landbouwareaal. Met de hoge opbrengsten uit zonne-energie kunnen lagere opbrengsten uit natuurinclusieve (bijv. biologische teelten) ruim gecompenseerd worden. Dit biedt een basis voor een duurzaam toekomstperspectief voor de boeren in dit gebied. (bron: Onderzoek Nieuwe Horizon Haarlemmermeer (2022) vaste rijpaden strokenteelt 3-5 stroken water met bermen en wandelpaden 100% voedselproductie 100% productie duurzame energie 80-120% duurzame voedselproductie + 70% productie duurzame energie 150-190% opbrengsten Principedoorsnede intergratie van zonne-energie in akkerbouw als motor voor verduurzaming van de landbouw ‘Nederland is te klein voor monofunctioneel grondgebruik.’ De transitie naar een duurzame energievoorziening is urgent, maar een duurzame voedselproductie is dat ook. Grond kan niet meer alleen voor het één of alleen voor het ander bestemd worden. De stapeling van opgaven in buitengebied vraagt om een integrale benadering. In de akkerbouwgebieden kunnen inkomsten uit ‘zon’ ingezet worden om de om de transitie naar duurzame akker- en tuinbouw in gang te zetten.
(bron: Nieuwe horizon, integratie zonnepanelen in een duurzaam akker-en/of tuinbouwsysteem, studie VPxDG, ROM3D i.s.m L TO- Noord, WUR, Energie-experts, gemeente Haarlemmermeer, 2022) College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068173/120 141140 land van melk én honing ruimtelijke verkenning Versterkt landschappelijk raamwerk als drager van de transitie Natte teelten in de laagste delen van de polder Combinatie tussen akkerbouw en zonne-energie zijn in ontwikkeling Strokenteelt is een vorm van duurzame akkerbouw, waar geen/minder pesticiden voor nodig zijn Omwonenden betrekken bij de verduurzaming van de landbouw en de ontwikkeling van de polder Combinaties met recreatiewoningen, aan het water, midden in natuur College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068174/120 143142 Klimaatbuffers rietteelt en recreatie Landbouw met zonne-energie Landschappelijk raamwerk Versterkte verbindingen tussen stad en land Kansen vrijkomende erven Versterkte recreatieve mogelijkheden Het Hoge land, kleinschalig houtwallenlandschap Deelgebieden Water Netwerk Bebouwing Erven Groen en natuur Weiden en stroomdalen, weidevogellandschap Polder Giethoorn, klimaatrobuust innovatielandschap De Weerribben-Wieden, natuurkern Voormalige Zuiderzeekust, overgang Noordoostpolder Versterken samenhang kernen en landschap kansen voor (verblijfs)recreatie De
ontwikkeling van de erven is op de kaart indicatief weergegeven. 70%T oekomstbedrijven (schatting 2030/2035 PPLG) - kansen voor wonen en recreatie Hoofdontsluiting - kansen voor verplaatsen erven (ruilverkavelingserven in open landschappen) Historische stadskernen Historische linten / dorpen Wijken / bedrijventerreinen ruimte voor water hogere peilen Verdwenen waterloop plassen en meren Waterlopen Dijk als drager Huidig recreatief netwerk Kansrijke schakels houtwallen en bossen lanen en wegbeplanting kansen voor robuuste moerasverbinding kansen voor robuuste weidevogelverbinding 30 %Vrijkomende erven Legenda land van melk én honing College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068175/120 145144 land van melk én honing ruimtelijke verkenning Deelgebieden vullen elkaar aan Met de ontwikkeling van verschillende deelgebieden, zullen er op schaal van de gemeente meer contrasten in het buitengebied gaan ontstaan. Ruimtelijke contrasten tussen de verschillende landschappen, tussen hogere, droge en lagere, nattere gebieden, maar ook tussen meer dynamische en luwere gebieden, tussen extensievere en meer productieve gebieden. De deelgebieden vullen elkaar zo aan. Wat in het ene gebied niet kan, kan in een ander gebied mogelijk wel. Met maatregelen als een samenhangend fiets-en wandelnetwerk, sterke verbindingen tussen stad en land is de som meer dan de delen.
Met een samenhangende aanpak kan een krachtig, toekomstbestendig vitaal buitengebied ontwikkeld worden. De kaart geeft een impressie hoe het buitengebied van Steenwijkerland zich kan gaan ontwikkelen. De kaart is geen kant en klaar plan dat zo ‘gemaakt gaat worden’, maar biedt wel een kansrijke hoofdrichting voor de lange termijn. De kaart moet in een volgende planfase, met meer inzicht in alle opgaven, samen alle betrokken partijen verdiept en nader uitgewerkt worden. Blokzijl Vollenhove Weerribben- Wieden Oldemarkt dal van de Linde Steenwijk Kuinre Polder Giethoorn Giethoorn Steenwijker Aa Voorzet: naar aanvullende lange termijn koersen op schaal van de landschappen College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068176/120 147146 land van melk én honing ruimtelijke verkenning Lange termijn koersen op schaal van de Steenwijker- landschappen Hoge Land Kleinschalig houtwallenlandschap - afwisseling akkers / graslanden - herstel beekdalen (vasthouden water) - versterken houtwallen / bosjes / landgoederen / lanen - vrijkomende erven ontwikkelen als knooperven met woningbouw, recreatie en ontmoetingsplekken - agrarische erven richten op de omgeving - versterken wandel/fietsnetwerk en verbindingen met de kernen Veengebied weidevogelandschap - landschappelijke condities voor weidevogels versterken, grote aaneengesloten open landschappen - dijk als ruimtelijke &
recreatieve drager - versterken wandel/fietsnetwerk en verbindingen met de kernen - eventueel verwijderen/verplaatsen vrijkomende ruilverkavelingserven Stroomdalen - natte delen van het landschap bieden kansen voor meer ruimte voor water in combinatie met de versterking van de weidevogelgebieden, moerasnatuur en/of (commerciële) rietteelt Polder Giethoorn klimaatrobuuste innovatiepolder - versterken landschappelijk raamwerk - ruimte voor meervoudig ruimtegebruik - waterberging / rietteelt / verblijfsrecreatie - akkerbouw / zonne-energie / windenergie - kringloop met melkveehouderij / duurzaam intensief Weerribben-Wieden natuurkern - aantrekkelijk cultuurlandschap rond de natuur - aantrekkelijke erven en verkooppunten streekproducten versterken relatie boer- burger/consument - compacte, vitale kernen als poorten naar de natuur - versterken wandel/fietsnetwerk en verbindingen met de kernen Steenwijk Vollenhove Blokzijl Polder Giethoorn Weerribben-Wieden stroomdal Linde Willemsoord Giethoorn Wanneperveen Oldemarkt Kuinre College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068177/120 149148 ruimtelijke verkenning Landbouw is van brede betekenis voor de maatschappij. Het is van belang voor de voedselproductie, de werkgelegenheid, sociale binding, maar ook als beheerder van de cultuurlandschappen en agrarische biodiversiteit.
De laatste decennia is de kwaliteit van de cultuurlandschappen in Nederland sterk achteruit gegaan. Landschappen zijn minder gevarieerd, biodivers en kleurrijk geworden. Het rijke palet aan bijzondere en waardevolle landschappen is daardoor steeds verder afgevlakt. De koers ‘natuurinclusieve landbouw met maatschappelijke doelen’, die voor Steenwijkerland is vastgelegd in het Fundament voor de provinciale Omgevingsvisie biedt kansen voor een trendbreuk. De transitie van de landbouw is de basis voor herstel van de landschappen, de biodiversiteit, klimaatrobuustheid, duurzaamheid en daarmee ook voor een vitaal buitengebied met een brede maatschappelijke welvaart. Om samenhang te krijgen in de enorme stapel van opgaven die nu voorligt, verrommeling van het buitengebied en nieuwe lock-ins voor boeren te voorkomen is het advies heldere hoofdkeuzes voor de toekomst te maken. Keuzes waarin de toekomst van de landbouw een centrale rol speelt, maar waarin ook alle andere bredere belangen en betekenissen en opgaven worden meegenomen. Een perspectief voor de boeren, een perspectief voor landschap en natuur, een perspectief voor de samenleving: voor een land van melk én honing.
land van melk én honing Naar een land van melk én honing College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068178/120 151150 land van melk én honing ruimtelijke verkenning Deze ruimtelijk verkenning doet een voorzet voor dit perspectief. Er is nog nader onderzoek nodig om tot goed onderbouwde keuzes en een werkelijk toekomstperspectief voor de boeren te komen. Tegelijkertijd zijn er nu al stappen te zetten: Voer regie op opgaven & ontwikkelingen: niet alles kan overal Aanbevolen wordt regie te voeren op waar ontwikkelingen wel en niet gewenst zijn. Dit om enerzijds schurende opgaven en lock-ins te voorkomen, anderzijds om elkaar versterkende opgaven bij elkaar te kunnen brengen. De perspectieven voor de verschillende landschappen geven de hoofdrichting hiervoor aan. Nader onderzoek naar bodem/watersysteem van toekomst Het is nog onduidelijk hoe de ‘grote, groene opgaven’ concreet uitgewerkt moeten gaan worden, en hoe daar stapsgewijs naar toegewerkt kan gaan worden. Het vergt nader onderzoek om dit scherp te krijgen. Aanbevolen wordt hier aandacht voor te vragen bij provincie en waterschap. Een visie met concrete maatregelen en stappen door de tijd is belangrijke input voor de gebiedsprocessen en het toekomstperspectief voor de lange termijn. Lokale opgaven concreet maken De lokale opgaven en beleidsambities van de gemeente zijn nog onvoldoende concreet.
Aanbevolen wordt de verschillende beleidsambities nader ruimtelijk te onderzoeken en in samenhang tot elkaar uit te werken in de gemeentelijke Omgevingsvisie. Om deze naar de praktijk te kunnen vertalen wordt aanbevolen de ambities vervolgens concreet te maken met ruimtelijke ‘bouwdoos’, die aan ontwikkelingen en initiatieven kan worden meegegeven. Aanbevolen wordt bij provincie aandacht te vragen voor het belang van de lokale opgaven, zodat deze meegenomen worden in de gebiedsprocessen. Voor een deel zullen hiervoor extra budgetten nodig zijn, in het kader van een vitaal buitengebied en een brede welvaart in de regio’s. T oekomstperspectief voor de boeren Voor de ontwikkeling van een vitaal buitengebied en een brede welvaart zijn er een serieuze toekomstperspectieven voor de boeren nodig. Aanbevolen wordt dit richting de provincie te benadrukken. Vanuit het lokale schaalniveau kan de gemeente bijdragen aan de versterking van de lokale ketens en lokale werkgelegenheid rond de landbouw. Bijvoorbeeld door sturing op verkooppunten, ruimte voor streekwinkels, uitstraling en verbinding agrarische erven, lokale zuivel én honing in de kantines, etc. Ruimte voor verschillende perspectieven Als inspiratie voor het proces zijn ideeën, visies, beelden en bouwstenen en goede voorbeelden nodig.
Aanbevolen wordt een werkvorm te ontwikkelen waarin bewoners, boeren, natuurorganisaties, ontwerpers, vrijdenkers, beleidsmakers, onderzoekers, ... kunnen meedenken en meepraten over de toekomst van het buitengebied. Creëer hiervoor een plek, een open proces, een vrijplaats, waar de verschillende perspectieven op het buitengebied samengebracht te kunnen worden en open met elkaar besproken. Het land is van de boer, het landschap is van iedereen! 20272023 2030/35 2050 4 jaar 3-8 jaar 15-20 jaar College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068179/120 153152 land van melk én honing ruimtelijke verkenning Colofon De ruimtelijke verkenning ‘Land van melk én honing, naar een vitaal buitengebied voor Steenwijkerland’ is opgesteld door Van Paridon x de Groot Landschapsarchitecten in opdracht van de gemeente Steenwijkerland. Copyright Alles uit de ruimtelijk e verkenning worden geciteerd, mits de bron wordt vermeld. © VPxDG, Amsterdam, augustus 2024 College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068180/120 154 land van melk én honing College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068181/120 Bouwstenen voor Veenweidestrategie 2.0 GOSWIN ITP 15 FEBRUARI 2024 College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068182/120 p.
2 Inhoudsopgave Inleiding 2 Ov erzichtskaart deelgebieden 3 Lessen uit h ydrologische- en bodemmaatregelen 5 Ov erzichtskaart potentieel effectieve maatregelen 7 Deelgebied Scheerwolde 9 Deelgebied Blokzijl 13 Deelgebied Broeklanden 17 Deelgebied Staphorsterveld 21 Deelgebied Mastenbroek 25 Deelgebied Kamperveen 29 Conclusies 33 Inleiding Aanleiding: de veenweide aanpak in Noordwest Overijssel Het veenweidegebied is een cultuurlandschap, waar mensen al eeuwenlang het landschap naar hun hand hebben gezet. Om agrarisch gebruik mogelijk te maken wordt het veen ontwaterd. Daardoor wordt veen aan de lucht blootgesteld en vindt oxidatie plaats, met als gevolg bodemdaling en uitstoot van broeikasgassen (koolstofdioxide, lachgas en methaan) Deze broeikasgassen (waaronder CO 2) dragen bij aan klimaatverandering. Het klimaatakkoord van 2019 bevat als doel dat de emissies uit veenweiden met 1 Mton CO2-equivalenten (broeikasgassen) gereduceerd moeten worden in 2030 (t.o.v. referentiejaar 2017). Overijssel moet hier van ca. 10% bijdragen (PPLG, 2023), hetgeen uitkomt op een reductie van ca 100.000 ton CO 2- equivalenten per jaar. De veenoxidatie leidt tevens tot bodemdaling, met veel maatschappelijke kosten. Als er niets verandert, zet de bodemdaling door, met onomkeerbare gevolgen voor het watersysteem, de landbouw, natuur en infrastructuur.
De kosten lopen op en de grenzen van het huidige waterbeheer komen in zicht. Dit laatste leidt tot frequentere inundatie, ongewenste grondwaterstanden voor andere functies of juist gebrek aan water. De kostenverhogende effecten van voortdurende bodemdaling blijken in het algemeen uit de rapportage "Dalende bodems stijgende kosten" (PBL 20176) en meer specifiek uit de rapportages in het kader van de “Verkenning bodemdaling” (Infram et al, 2019). In veenweidegebieden wordt gebiedsgericht gewerkt aan het behalen van de doelstellingen van het remmen van de bodemdaling en het reduceren van de broeikasgasemissie door veenoxidatie. Voor Overijssel is een verkenning bodemdaling uitgevoerd, waarbij feiten en bouwstenen als basis voor een toekomstperspectief in beeld zijn gebracht (februari 2019). Als onderdeel van de verkenning zijn gebiedsalmanakken opgesteld voor deelgebieden Mastenbroek-Kamperveen, Staphorsterveld en Weerribben-Wieden met inhoudelijke achtergrondinformatie en analyses. Het Startdocument Gebiedsgerichte Aanpak Overijssel vormt samen met deze verkenning de Veenweidestrategie 1.0. Het remmen van bodemdaling is uitgangspunt, waarbij met name naar vernattingsmaatregelen wordt gekeken. In het Fundament voor de Omgevingsvisie (2022) is de ambitie ‘remmen van bodemdaling’ verankerd.
In Noordwest Overijssel werken de overheden en maatschappelijke partners intensief samen aan de veenweideaanpak, in een gecombineerde aanpak met stikstof en andere doelen uit het Provinciaal Programma Landelijk Gebied (PPLG). De veenweideaanpak is beschreven in het concept Provinciaal Programma Landelijk Gebied (2023) en de CO 2- reductiedoelstelling voor het veenweidegebied is onderdeel van de klimaatdoelen van het Nationaal Programma Landelijk Gebied. Voorafgaand aan de definitieve vaststelling van het PPLG (voorzien in 2024) en het starten van gebiedsprocessen, is het de ambitie om voor deelgebieden zicht te hebben op maatregelen gericht op het remmen van de bodemdaling en het beperken van emissie van CO 2 in veenweidegebieden. Vanuit de basis van het bodem- en watersysteem wordt gekeken naar de mogelijke maatregelen. Doel onderzoek Doel van dit onderzoek is om een stap te zetten op weg naar een inhoudelijk stevig onderbouwde integrale veenweidestrategie 2.0. In deze stap wordt de basis gelegd voor onderbouwing en concretisering van de PPLG- maatregelen voor de veenweidegebieden uit het Overijssels PPLG en voor een aantal beleidskeuzes bij waterschap en provincie. Hierbij worden actuele kennis en inzichten (o.a. uit de lopende pilots in het veenweidegebied) benut.
De systeembeschrijvingen, mogelijke maatregelen en het zicht op mogelijke keuzes vormen samen de bouwstenen van de veenweideaanpak binnen de gebiedsprocessen die gaan lopen. Het is de basis om het goede gesprek in de regio te gaan voeren en bevat dus nog geen keuzes voor maatregelpakketten of toekomstperspectieven. Zo beschrijft het rapport bijvoorbeeld bodemmaatregelen, waarvan in het vervolg nog een principe afweging gemaakt zal worden over de wenselijkheid vanuit ‘Water en bodem sturend’. Ook heeft in dit onderzoek geen integrale afweging plaatsgevonden met andere functies en opgaven; het levert wel input voor een dergelijke afweging, vanuit het bodem- en watersysteem. Andere opgaven zoals landbouwperspectief (één van de doelen in het PPLG) zullen in de brede afweging nog meegenomen moeten worden. Deze rapportage is mede tot stand gekomen op basis van werksessies met medewerkers van provincie, waterschap en gemeenten. Tussentijdse resultaten t.a.v. maatregelen zijn gepresenteerd aan (leden van) deelgebiedscommissies in Noordwest Overijssel; aandachtspunten daaruit zijn opgenomen in de beschrijving per gebied. Indeling in deelgebieden De veenweidegebieden in Overijssel zijn zeer divers. Om een gesprek te kunnen voeren over inhoudelijke inzichten en keuzemogelijkheden is in de inhoudelijke analyse gebruik gemaakt van de indeling in onderstaande deelgebieden.
Deze doen recht aan de fysische kenmerken van het gebied en onderscheiden zich ten opzichte van elkaar onder andere via de ondergrond (veentype en -dikte, kleidek) en het grondwatersysteem. Voor meer informatie: zie de technische rapportage. Voor meer informatie: zie de technische rapportage. De deelgebieden beslaan het overgrote deel van het veenweidegebied van Noordwest Overijssel. Er zijn enkele ‘plukjes veen’ die buiten de scope van de studie liggen. Bij het samenstellen van maatregelpakketten of ingaan van gebiedsprocessen in deze gebieden is de aanbeveling om te beoordelen of de inzichten en lessen uit deze studie 1 op 1 toepasbaar zijn op die gebieden. College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068183/120 Dik veenpakket met Dunne veenlaag zonder kleidek, kwel Dik veenpakket met kleilaag, kwel Veen met kleilaag, sterke smalle zone met kwel vanuit Weerribben-Wieden Dunne veenlaag zonder kleidek, kwel vanuit Weerribben-Wieden en hoge zandgronden Redelijk dikke veenlaag met kleidek, richting Koekoekspolder Dikke veenlaag met kleidek, Koekoekspolder Dunne veenlaag met kleidek, kwel aan Broeklanden Blokzijl Randzone Koekoekspolder Kamperveen Zuid van Reevediep Mastenbroek Oldematen West Oldematen Oost Scheerwolde Staphorsterveld ( ( ) ) Staphorsterveld p.
3 Overzichtskaart deelgebieden College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068184/120 p. 4 Maatregelen: hydrologische maatregelen, bodemmaatregelen en structurerende maatregelen Veenoxidatie is een proces waarbij veen afbreekt door bodemprocessen die snel kunnen verlopen door de aanwezigheid van zuurstof in de bodem, bijvoorbeeld als gevolg van lage grondwaterstanden (dus met name in de zomerperiode). Door veen nat te houden wordt het niet aan de lucht blootgesteld en wordt de snelheid van oxidatie verlaagd. Ook kan door bodemmaatregelen de afstand van veen tot de lucht vergroot worden of de chemische samenstelling worden gewijzigd. Dat maakt dat er een verscheidenheid aan maatregelen op perceelniveau is die toegepast kunnen worden om veenoxidatie en bodemdaling te remmen. In deze studie zijn 4 categorieën hydrologische maatregelen en 3 categorieën bodemmaatregelen bezien. Voor meer informatie over de maatregelen: zie de technische rapportage. De maatregelen en de tekst spreken soms over zomerpeil en winterpeil; deze termen kunnen gelezen worden als maximaal peil en minimaal peil. In de technische rapportage zijn de werking van de maatregelen en de actuele inzichten over de maatregelen (o.a. uit lopende pilots) beschreven. De belangrijkste lessen hierover zijn in de afbeelding samengevat.
De maatregelen zijn bezien op hun potentiële effectiviteit in de verschillende deelgebieden (zie beschrijving per deelgebied). Door vanuit het bodem- en watersysteem naar het gebied én de aangrenzende (natuur)gebieden te kijken wordt ook duidelijk dat soms naast de hydrologische en watermaatregelen, voor de lange termijn ook gekeken moet worden naar ingrijpendere maatregelen, de structurerende maatregelen. Dit kan op tafel komen als verder remmen van de bodemdaling of verdergaande emissiereductie gewenst is. En in een aantal gevallen komen verdergaande maatregelen in beeld vanuit de samenhang in het bodem- en watersysteem met de natuurgebieden in de omgeving. Deze structurerende maatregelen overstijgen het perceelniveau en vaak het deelgebiedsniveau. Ze beïnvloeden het regionale (geo)hydrologische systeem en ze zijn vaak ingrijpend doordat ze een functiewijziging vragen. Dit type maatregelen leidt vaak tot structurele aanpassingen aan bestaande systemen en het daaraan gekoppelde ruimtegebruik. De structurerende maatregelen worden per deelgebied enkel op hoofdlijnen benoemd en zijn niet technisch uitgewerkt, onderbouwd of beoordeeld. De structurerende maatregelen kunnen een rol spelen in het gesprek over hoe ver de ambitie en mogelijkheden t.a.v. ‘remmen’ van bodemdaling gaan.
In deze studie is geen inschatting gemaakt van de effecten van maatregelen op bodemdaling en CO2- emissiereductie. Leeswijzer: opzet factsheets per deelgebied In deze rapportage wordt per deelgebied de ligging en werking van het systeem beschreven, inclusief de verwachte bodemdaling. Dan volgt een beknopt overzicht van de bodem- en watermaatregelen (perceelniveau) die hier effectief kunnen zijn. Ook wordt een aantal mogelijke structurerende maatregelen beschreven. In een afbeelding met adaptatiepaden worden de mogelijke keuzes in de tijd gezet als basis voor gesprek. Tot slot zijn voor een aantal thema’s/dilemma's overkoepelende en gebiedsspecifieke aandachtspunten opgenomen. Gebruik van adaptatiepaden als basis voor gesprek In dit rapport zijn voor de deelgebieden verschillende adaptatiepaden uitgewerkt. Deze paden starten vanuit de toepassing van bodem en hydrologische maatregelen op korte termijn. Bij de pijlen met bodem- en watermaatregelen (bruine resp. blauwe pijl) zijn ter illustratie enkele maatregelen opgenomen. Als vanuit de werking van het systeem ook structurerende maatregelen nodig zijn voor tegengaan van veenoxidatie dan zijn deze vervolgens als mogelijke ontwikkelpaden opgenomen. De adaptatiepaden zijn nadrukkelijk geen blauwdruk of handboek.
Ze beschrijven mogelijke ontwikkelingen in het bodem- en watersysteem op de lange termijn en de mogelijke routes om daar te komen. Het is belangrijk om ook bij de keuzes op korte termijn rekening te houden met de (mogelijke) toekomst. De in deze rapportage opgenomen adaptatiepaden zijn een eerste voorzet, beredeneerd vanuit de veenweide opgave. Vanuit de (geo)hydrologische karakteristieken van de deelgebieden beschrijven de adaptatiepaden mogelijke ontwikkelingen van het bodem- en watersysteem en orde grootte van termijnen (geen concreet jaartal). Schematisch wordt weergegeven hoe het systeem inclusief belangrijkste landgebruik er in die toekomst uit zou kunnen zien. In de adaptatiepaden worden mogelijke keuzes in de tijd gezet: welke keuzes spelen op de korte termijn, welke op de lange termijn? Naast water en bodemmaatregelen worden op deze manier ook structurerende maatregelen in de tijd gezet. Structurerende maatregelen zijn ingrijpend voor de huidige functies en vragen een tijdige en zorgvuldige afweging. Bij het in de tijd zetten is een globale inschatting gemaakt van wanneer je echt keuzes moet of kunt maken. Bijvoorbeeld: in sommige gebieden is de huidige veendikte beperkt en moet je snel maatregelen nemen als je veen wilt behouden of nog CO 2- emissiereductie wilt bereiken.
Of: het moment dat je natuurdoelstellingen niet meer handhaafbaar zijn (vanuit bodem/water omstandigheden). Ook is gekeken naar doorlooptijden: als je weet dat je mogelijk ingrijpende keuzes moet maken, dan vraagt dat voorbereidingstijd (voor beeldvorming, oordeelsvorming en besluitvorming). En als keuzes effect hebben op bijv. landbouwkundig gebruik en van de landbouw aanpassing vragen, dan is het gewenst om rekening te houden met zaken als investeringstermijnen. De adaptatiepaden maken zichtbaar wanneer keuzes aan de orde zijn zodat tijdig anticiperen mogelijk is. De mogelijke keuzemomenten zijn indicatief als rode cirkels in de adaptatiepaden opgenomen. De rode pijlen geven een indicatie van het tijdspad van de besluitvorming, inclusief, oordeelsvorming en planvorming. Ook procedures (paarse pijl) kosten tijd, voordat tot uitvoering kan worden overgegaan. De oranje pijlen ten slotte geven investeringscycli van gebruikers en levenscycli van maatregelen aan, zodat in de planvorming rekening gehouden kan worden met de tijd die ondernemers in het gebied nodig hebben om zich aan te passen.
+ + ++ + + + + Mate van robuustheid water- en bodemsysteem Korte termijn Middellange termijn Lange termijn Maatregelpakket hydrologisch Legenda: Maatregelpakket bodemkundig Structurerende maatregel Set aan geschikte bodem- en hydrologische maatregelen Nader te onderzoeken (pilot) en af te wegen bodemmaatregelen Adaptatiepad Structurerende maatregel Structurerende maatregel Nieuwe situatie bodem- en watersysteem bereikt A Nieuwe situatie bodem- en watersysteem bereikt A Nieuwe situatie bodem- en watersysteem bereikt B Nieuwe situatie bodem- en watersysteem bereikt C Nieuwe situatie bodem- en watersysteem bereikt B College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068185/120 p.
5 Lessen uit hydrologische- en bodemmaatregelen Maatregelen Vernattende maatregelen Lessen Lessen Werkt niet goed met een kleidek <30cm Werkt niet goed met een kleidek <30cm Werkt op drie manieren Voor optimale vernatting circa per 10 meter een greppel Werkt goed als een kleidek > 30 cm aanwezig is Kan grote watervraag betekenen Werkt niet in kwelgebieden Werkt bij slootafstanden < ca 40 meter Grootte eff ect onbekend Praktijkervaring in SHV Onbekend eff ect Werkt goed in kwelgebieden Werkt niet optimaal bij slootafstanden < 40 m Plas-dras nabij greppel Werkt in infi ltratie- gebieden maar grote watervraag Werkt niet goed in infi ltrerende gebieden Lab: tot 33% reductie broeikasgas emissies mogelijk Werkt meestal goed in combinatie met andere maatregelen Hypothese: werkt op dunne kleidekken Hypothese: werkt het beste op dunne kleidekken en afwezige kleidekken Werkt op dunne veenpakketten: max 1 meter Te onbekend om nu uit te rollen, maar lab: kansrijk Proeven in kinderschoenen Proeven in kinderschoenen Werkt tegen broeikasgasemissie, maar niet tegen bodemdaling Werkt tegen broeikasgasemissie en bodemdaling Werkt tegen broeikasgasemissie en bodemdaling Praktijk: egaliseren van holle percelen Werkt ook zonder kleidek Werkt matig in sterk infi ltrerende gebieden Grote watervraag Hoger (zomer)peil Waterinfi ltratiesystemen Klei in veen brengen Greppelinfi ltratie Profi el keren
Slootverdichting Overlagen Bodemmaatregelen + + + + ++ + + + + + + ++ + + + + + + ++ + ++ + + + ++ + + + + + + ++ + + Onderwaterdrainage Drukdrainage + + + + ++ + + + + + + ++ + + + + + + ++ + + *SHV: Staphorsterveld College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068186/120 Slootverdichting Klei in veen brengen Greppelinfiltratie Keren van het profiel Hoger (zomer) peil in sloten Overlagen Waterinfiltratiesystemen + + + + ++ + + + + + + ++ + + + + + + ++ + + + + + + ++ + + p. 6 Legenda: * = s tructurerende maatregel M = Maa twerk + = Zeer geschikt ± = Ma tig geschikt - = Niet geschikt College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068187/120 p. 7 Overzichtskaart potentieel effectieve maatregelen College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068188/120 p. 8 BESCHRIJVINGEN PER DEELGEBIED College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068189/120 p. 9 Deelgebied Scheerwolde Legenda geen veen of < 40cm 150 tot 200 cm veen 100 tot 150 cm veen 200 tot 250 cm veen 70 tot 100 cm veen 250 tot 300 cm veen 40 tot 70 cm veen > 300 cm veen Huidige situatie: Polders met (deels intensief) agrarisch gebruik, omringd door laagveennatuur en aan de oostzijde het Drents plateau. Met name aan de randen het gebied is nog veen aanwezig. Situatie bij 'doorgaan volgens huidige praktijk', ca.
2100: Situatie bij 'doorgaan’ volgens huidige praktijk', ca. 2100: het veen in de polders is verdwenen; de grondwaterstromen zijn nog groter dan in de huidige situatie, wat leidt tot verdroging van het natuurgebied en natte situaties in de polders. 1/4 Scheerwolde Dunne veenlaag zonder kleidek, kwel vanuit Weer- ribben-Wieden en hoge zandgronden Het deelgebied Scheerwolde ligt net als het natuurgebied Wieden-Weerribben en de deelgebieden Blokzijl en de overgangszone Rottige Meente, Wieden- Weerribben op de overgang tussen de hogere zandgronden van Overijssel en de diepe Noordoostpolder. Ooit was dat één groot uitgestrekt veengebied. Nu ligt het laagveen natuurgebied Wieden-Weerribben (Natura2000) hoger dan de omliggende veenweidegebieden. Dit hoogteverschil is ontstaan door bodemdaling als gevolg van ontwatering ten behoeve van agrarisch gebruik. De polders rondom Scheerwolde zijn laaggelegen met peilvakken variërend van -1.5m NAP tot -3m NAP. Aangezien de natuurgebieden op boezempeil liggen (-0.73m tot -0.83m NAP) zijgt er water weg uit de natuurgebieden naar de laaggelegen polders. De linker doorsnede op deze pagina geeft het huidige bodem- en watersysteem weer. De linker kaart laat de huidige veendikte zien.
Scheerwolde kent een grote mate van bodemdaling en veenoxidatie, grotendeels veroorzaakt door de grote drooglegging en de afwezigheid van een kleideklaag, waardoor zogeheten madeveen aan het oppervlak ligt. Enkel aan de randen van het deelgebied, daar waar de kwelflux groot is, zijn nog substantiële veendiktes terug te vinden. Onder de huidige omstandigheden oxideren ook deze restanten in rap tempo. De doorsnede rechts met bijbehorende kaart geeft de verwachte veendikte weer zonder aanvullende maatregelen. De kaart laat zien dat in deze situatie in 2100 vrijwel al het veen is verdwenen. Door toenemende peilverschillen tussen het natuurgebied en het landbouwgebied neemt de wegzijging toe, met verdroging en toenemende bodemdaling als gevolg. Daarmee neemt ook de kwelstroom richting Scheerwolde toe, met vernatting als gevolg. Dit leidt tot lagere agrarische opbrengsten. Bovendien wordt het in stand houden van het huidige watersysteem duurder door toenemende afvoer in de polder en aanvoer in de boezem. Het is echter niet gezegd dat deze toename in kosten per se hoger is dan het toepassen van vernattende maatregelen. Dit vereist nadere analyse. Maatregelen die veenoxidatie en bodemdaling remmen zullen in dit deelgebied op relatief korte termijn doeltreffend moeten zijn, anders is het veen verdwenen en is het te laat.
Naar verwachting is het veen in delen van Scheerwolde al voor 2050 verdwenen. College van burgemeester en wethouders - 1 oktober 2024 - 2024_B&W_0068190/120 De kaart hiernaast laat zien welke hydrologische maatregelen (iconen in blauwe vakjes) en bodemmaatregelen (iconen in bruine vakjes) effectief kunnen zijn voor het remmen van bodemdaling en het verminderen van broeikasgasemissies. Peilverhoging, zeker in combinatie met slootverdichting, is een potentiële effectieve maatregel, ondanks de afwezigheid van een kleidek. Dit komt door de grote droogleging die momenteel wordt gerealiseerd. De toepassing van waterinfiltratiesystemen is een ongeschikte maatregel vanwege de grote kwelflux in de overgebleven veenpercelen. Greppelinfiltratie is daarentegen in potentie wel effectief doordat er bij deze manier van vernatting geen grondwater wordt afgeroomd. Vanwege het dunne veenpakket, gelegen op zandige gronden, is er in dit deelgebied veel potentie voor profiel keren en overlagen. Klei in veen brengen is naar verwachting minder effectief omdat er geen kleilaag aanwezig is. De mogelijke structurerende maatregel in Scheerwolde is jaarrond water op of tot aan maaiveld, in een deel van het gebied (bufferzone) of een groot gebied. In de schematische kaartjes hiernaast en in de adaptatiepaden B en C zijn deze maatregelen weergeven.
Jaarrond water op maaiveld leidt tot een sterke afname van bodemdaling en veenoxidatie. De CO2-emissies nemen af, al kan de productie van methaan en lachgas onder anaerobe omstandigheden juist toenemen. Daarnaast leidt het tot de afname van de wegzijging uit het natuurgebied. Water op maaiveld in de delen van Scheerwolde, waar het veen is verdwenen heeft enkel tot doel wegzijging uit de naburige natte veengebieden (natuur en veenweide) te voorkomen. Het is zeer mogelijk om tot een optimum te komen tussen wel en niet vernatte delen van Scheerwolde. Dit zou ook een andere peilvakindeling kunnen betekenen. Het vinden van een dergelijk optimum vereist detailonderzoek. Eén van de mogelijke landgebruiksfuncties passend bij grootschalige vernatting kan zijn het toevoegen van vegetatie die effectief broeikasgassen vast kan leggen. De vernatting kan in de vorm van bufferzones langs de bestaande natuurgebieden of vernatting van het gehele gebied. Dit kan ook stapsgewijs gerealiseerd worden. Hydrologische en bodemmaatregelen Huidige situatie en A na inzetten bodem en hydrologische maatregelen: Polder Scheerwolde als laaggelegen gebied tussen de laagveennatuur van natuurgebied Wieden-Weerribben. A-A' geeft de locatie van de doorsnedes weer zoals opgenomen in de adaptatiepaden Situatie B: Bufferzones aan de randen van polder Scheerwolde om kwelstroom te verminderen.
Situatie C: Water op maaiveld in gehele gebied Legenda: Weerribben- Wieden noord Weerribben- Wieden zuid Weerribben- Wieden oost Weerribben- Wieden noord Weerribben- Wieden zuid Weerribben- Wieden oost Weerribben- Wieden noord Weerribben- Wieden zuid Weerribben- Wieden oost Systeem De figuur met adaptatiepaden op de volgende pagina geeft de mogelijke ontwikkeling weer van dit gebied. De figuur leest van onder naar boven, zie de inleiding voor een toelichting op adaptatiepaden. Om in het gebied zelf de bodemdaling te remmen en uitstoot van broeikasgassen te reduceren is vernatting nodig, dan wel het aanpassen van de oxideerbaarheid van de bodem; dit kan door middel van hydrologische maatregelen (lichtblauwe pijl en icoontjes) en met bodemmaatregelen (lichtbruine pijl met icoontjes). Hieronder is weergegeven welke maatregelen in dit gebied effectief kunnen zijn, in de technische bijlage worden deze maatregelen uitgebreid beschreven. Voor de bodemmaatregelen zijn eerst pilots nodig om de daadwerkelijke effectiviteit te onderzoeken. Met alleen deze maatregelen zal op den duur echter het veen alsnog verdwijnen. Om de veenbodem te behouden, het laagveen natuurgebied Wieden-Weerribben te versterken en broeikasgasemissies terug te brengen of zelfs broeikasgassen op te nemen, kan worden ingezet op grootschalige vernatting (jaarrond water op of tot aan maaiveld).