1.1 RKC - Rapport Rekenkameronderzoek duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland en bestuurlijke reactie.pdf
Tekst van het document
Inwoners hebben niet alleen invloed door ontwikkelingen te steunen en aan te jagen. Ze kunnen ook zorgen dat beleid niet wordt gemaakt of projecten niet doorgaan. Verschillende respondenten geven aan dat beleidskeuzes in de raad worden beïnvloed door weerstand uit de omgeving. Raadsleden geven aan dat het plaatsen van windturbines, vanwege gebrek aan draagvlak bij de inwoners, geen optie is. Bij zonneparken is het ontbreken van draagvlak een reden om initiatieven niet door te laten gaan. Deze keuzes zijn gebaseerd op input van partijen in de samenleving die via participatie worden betrokken of zich zelf melden als inspreker bij de raad. Het Programmaplan Duurzaamheid is niet voltooid. In het onderzoek is geen duidelijk antwoord gevonden op de vraag waarom het Programmaplan Duurzaamheid niet is voltooid en vastgesteld. Wel past dit in het beeld dat uit de interviews naar voren komt. De gemeente en de gemeenteraad bepalen ten aanzien van duurzaamheid wel de algemene richting en spreken hun (goede) intenties uit maar hebben moeite om tot concrete acties te komen. Een overkoepelend beleidsstuk dat als kapstok dient en de onderlinge samenhang weergeeft ontbreekt. Dit wordt zowel door de medewerkers als door partners en stakeholders buiten de gemeentelijke organisatie als een gemis ervaren. Het programmaplan had deze functie kunnen vervullen.
Duurzaamheidsopgave wordt niet gemeentebreed gevoeld. In de interviews zijn diverse voorbeelden genoemd die aangeven dat de duurzaamheidsopgave nog niet door de gehele organisatie wordt gevoeld en ondersteund. Dit varieert van het aanbod van snacks die vlees bevatten tijdens bijeenkomsten tot het onvoldoende rekening houden met duurzaamheid bij het inkoopproces. En van het laten branden van de verwarming en verlichting in het hele gemeentehuis (op rustige dagen) tot weinig haast maken met het verduurzamen van de eigen gebouwen. Veel respondenten hebben aangegeven dat de gemeente zelf lang niet altijd het goede voorbeeld geeft en ook weinig actie onderneemt om dit te verbeteren. Duurzaamheid zou meer onderdeel moeten zijn van wat de gemeente doet en laat. Dat geldt bijvoorbeeld ook voor ruimtelijke ontwikkelingen, vergunningverlening en werkzaamheden in de openbare ruimte. 5.3 Welke beleidsdoelen heeft de gemeente en in hoeverre zijn die (voldoende) SMART geformuleerd? De beleidsdocumenten bevatten geen concrete doelstellingen. De opgenomen beleidsdoelen zijn over het algemeen niet SMART geformuleerd. Een voorbeeld om dit te verduidelijken: In het actieplan Natuur voor Elkaar staan de volgende doelen: ● Méér groen in de tuinen en in de openbare ruimte. ● Minder steen in de tuinen en in de openbare ruimte. ● Bloeiende bermen en graslanden.
Deze doelen zijn, zeker zonder nulmeting, niet geschikt om te bepalen of beleid succesvol is of dat aanpassing nodig is om de doelen te halen. We zien dat er in de P&C-documenten (jaarrekening en begroting) een beperkt aantal doelen is opgenomen op het gebied van duurzaamheid. Een aantal van deze doelen is meetbaar. Zo is een van de doelen uit de begroting 2021-2024 dat er in 2021 een Transitieplan Warmte wordt vastgesteld. Ook is er in dezelfde begroting opgenomen dat er tien openbare oplaadpunten voor auto’s gerealiseerd | 23 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
worden. In de begroting zijn echter ook doelen opgenomen die onvoldoende specifiek zijn om houvast te bieden, zoals ‘stijging van het percentage duurzaam opgewekte elektriciteit’. Bij dit doel is namelijk geen streefwaarde geformuleerd: het is niet duidelijk wanneer de gemeente tevreden is. Het bereiken van deze doelstelling is bovendien geen garantie dat het einddoel voor duurzame energieopwek in beeld blijft. Tevens valt het op dat het grotendeels op zich zelf staande doelen zijn, die niet direct optellen tot een groter duurzaamheidsdoel. Er is geen zicht of klimaat- en duurzaamheidsdoelen binnen bereik blijven. De gemeente heeft te maken met een aantal concrete doelen die door anderen, zoals het Rijk, zijn opgelegd. Ook in het kader van de RES zijn doelen gesteld. De voortgang van het bereiken van deze doelen wordt niet gemonitord. Het onderzoek maakt duidelijk dat de gemeente extra stappen moet zetten voor de transitie naar een duurzame gemeente. Door heldere doelstellingen die SMART worden geformuleerd kan worden gestuurd op het gewenste resultaat. Een bestaande gemeentelijke doelstelling als ‘energieneutraliteit in 2050’ kan dan concreet worden gemonitord. Waar nodig kan worden bijgestuurd als (tussen)doelen niet worden gehaald. | 24 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
H6 | Bevindingen ten aanzien van de organisatie In de vorige hoofdstukken is (de ontwikkeling van) het duurzaamheidsbeleid beschreven. In dit hoofdstuk gaan we verder in op de vraag hoe (de uitvoering van) het duurzaamheidsbeleid georganiseerd is, hoe er in de praktijk uitvoering aan wordt gegeven en hoe er wordt samengewerkt met andere partijen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de volgende onderzoeksvragen: 4. Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeentelijke organisatie georganiseerd ( de taken, rollen en verantwoordelijkheden)? 5. Hoe groot is het draagvlak binnen de samenleving voor duurzaam gedrag en daarmee voor het do gemeenteraad geformuleerde beleid? De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ● Programmatisch werken is voor het programma Duurzaamheid nog niet doorgevoerd. ● Er is meer werk dan de huidige formatie aankan. Hierdoor blijven zaken liggen. Dit signaal wordt zowel door interne als externe respondenten gegeven. ● Het is niet inzichtelijk hoeveel tijd en geld er (extra) nodig is om het beleid uit te voeren. ● Duurzaamheid is momenteel nog teveel een apart onderdeel in de gemeente. Inzet van medewerkers uit de lijnorganisatie voor het programma duurzaamheid is niet vastgelegd. ● De gemeente kent veel duurzaamheidsinitiatieven zoals energiecoöperaties en ondernemersorganisaties.
Inwoners, ondernemers en partners zijn bereid om samen met de gemeente of voor de gemeente te werken aan verduurzaming ● Er is draagvlak voor duurzaamheid en duurzaam gedrag onder inwoners en ondernemers. Dit laat onverlet dat initiatieven die invloed hebben op de directe leefomgeving of vragen om gedragsverandering bij een deel van de bevolking weerstand opleveren. 6.1 Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid georganiseerd? Programmatisch werken is voor het programma Duurzaamheid nog niet doorgevoerd. Duurzaamheidsbeleid is in de gemeente Steenwijkerland georganiseerd als programma. In het coalitieakkoord 2018-2022 is gekozen voor programmatisch werken om op bepaalde onderwerpen extra focus te krijgen. Het doel is meer samenhang in activiteiten en resultaten halen. Het programma Duurzaam heeft een bestuurlijke trekker (wethouder) en een ambtelijke trekker (programmaleider). Op het moment van het rekenkameronderzoek was de functie van programmaleider vacant; er is dus ook niet met een programmaleider gesproken in dit onderzoek. Naast de programmaleider zijn er diverse medewerkers werkzaam voor het programma. De formatie was in de afgelopen jaren als volgt (zie tabel 2). | 25 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Tabel 2 Fte programma Duurzaamheid Functie fte fte fte Jaar 01-01-2022 01-01-2021 01-01-2020 Programmaleider Duurzaamheid 1 1 1 Senior beleidsadviseur grondstof en reiniging 0,89 0,89 0,89 Beleidsmedewerker energietransitie 1 1 1 Beleidsmedewerker duurzaamheid 1 1 1 Aanjager asbestsanering 0,75 Transitieplan Warmte 0,5 0,5 Secretaresse 0,5 0,5 Medewerker duurzaam 0,75 Medewerker programma's 1 Totaal 5,39 5,64 5,14 Boven de formatie Beleidsmedewerker energietransitie 0,89 Trainee beleids- en projectmedewerker 1 Totaal 6,28 6,64 5,14 Het programma kent acht sporen. Ieder spoor heeft een trekker die verantwoordelijk is om de doelen van het spoor te halen. De sporen zijn: 1. Steenwijkerland bespaart energie en wordt aardgasvrij. 2. Steenwijkerland klimaatbestendig en biodivers. 3. Steenwijkerland wekt op. 4. Steenwijkerland duurzame bedrijvigheid. 5. De gemeente helpt u op weg. 6. De gemeente geeft het goede voorbeeld. 7. Afval = grondstof. 8. Steenwijkerland duurzaam mobiel. Het spoor Steenwijkerland duurzaam mobiel is inmiddels geen onderdeel meer van het programma en ondergebracht bij Openbare Werken. Medewerkers uit de lijn geven aan dat zij primair een ander takenpakket hebben waardoor de inzet voor het programma Duurzaamheid soms ongewild onder druk komt te staan. Er is namelijk niet vastgelegd hoeveel tijd door lijnfunctionarissen aan het programma mag/moet worden besteed.
| 26 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
In gesprekken is aangegeven dat duurzaamheid nog geen integraal onderdeel van het denken is binnen de organisatie. Bij veel organisatieonderdelen is er weinig aandacht voor duurzaamheid in het (reguliere) werk. Dit speelt onder andere op het gebied van inkopen. In aanbestedingen kunnen duurzaamheidscriteria worden meegenomen. Zo kan duurzaamheid in projecten worden opgelegd aan leveranciers. Maar, dit gebeurt nog weinig. Er wordt te snel bepaald dat een duurzame oplossing niet mogelijk of beschikbaar is, zonder dat het is uitgezocht of onderbouwd. Duurzaamheid maakt expliciet onderdeel uit van het inkoop- en aanbestedingsbeleid, maar is nog weinig geoperationaliseerd in plannen. We constateren dat de monitoring op deze doelstellingen binnen de gemeente beperkt plaatsvindt. Zicht en sturing op de daadwerkelijke uitvoering en geboekte resultaten zijn niet aanwezig. Een ander voorbeeld is dat bij ruimtelijke ontwikkelingen niet de vraag wordt gesteld of een gebied te maken kan krijgen met de gevolgen van klimaatverandering en hoe daar rekening mee moet worden gehouden. Er is meer werk dan de huidige formatie aankan. Uit bijna alle gesprekken komt naar voren dat de formatie voor de uitvoering en beleidsvorming voor duurzaamheid krap is. De vraag in hoeverre de organisatie voldoende is toegerust om de taken en verantwoordelijkheden uit te voeren, is slecht te beantwoorden.
Er is geen programmaplan dat doelen beschrijft en aangeeft hoeveel mensen en middelen daarvoor nodig zijn. In 2019 werkte er 5,9 fte voor het programma. Hoeveel fte er in 2022 werkt aan het programma is niet duidelijk. Op raadsvragen is in maart 2022 geantwoord dat er 4,6 fte aan ‘duurzaamheid’ werkt (al is dit een schatting). De medewerkers duurzaamheid geven aan dat op basis van landelijke kengetallen voor de formatie voor duurzaamheid de gemeente Steenwijkerland te weinig medewerkers heeft. Kanttekening hierbij is dat in deze kengetallen ook werkzaamheden van bijvoorbeeld vergunningverleners en toezichthouders zijn opgenomen en dat de gemeente Steenwijkerland de totale inzet voor duurzaamheid binnen de organisatie niet in beeld heeft. In de interviews geven ook externe partners aan dat zij van mening zijn dat er meer capaciteit nodig is om de bestaande plannen uit te voeren. Respondenten geven aan dat onvoldoende prioriteiten worden gesteld en dat er geen keuzes worden gemaakt. De gemeente kent veel duurzaamheidsinitiatieven zoals energiecoöperaties en ondernemersorganisaties. In de gemeente zijn veel partijen, zoals energiecoöperaties, individuele inwoners en ondernemers actief op het gebied van duurzaamheid.
Gezien de bereidheid van ondernemers en inwoners en van woningbouwcorporaties, netbeheerders en natuurorganisatie om bij te dragen aan duurzaamheid zou de gemeente zich meer moeten richten op coördinatie en het stellen van kaders om externe partijen te ondersteunen. Een voorbeeld dat is genoemd, is het vormgeven van een fastlane voor netbeheerders voor het realiseren van (extra) netcapaciteit. Door de netbeheerders via één loket te bedienen kunnen die sneller aansluitingen realiseren. Momenteel gaat te veel tijd verloren met het vinden en inschakelen van de juiste personen binnen de gemeente. 6.2 Hoe groot is het draagvlak binnen de samenleving voor duurzaam gedrag? Er is vooral draagvlak voor verduurzaming van de eigen woning, voor grootschalige projecten is dat een stuk minder. Uit het onderzoek komt duidelijk naar voren dat er voldoende draagvlak is voor duurzaamheid. Dit laat onverlet dat initiatieven die invloed hebben op de directe leefomgeving of vragen om gedragsverandering bij een deel van de bevolking weerstand opleveren. | 27 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
De gemeente heeft onderzoek laten doen naar de mening van de inwoners over de steun die de gemeente inwoners geeft bij verduurzaming. De uitkomsten geven een beeld van het draagvlak binnen de samenleving. Er is veel steun voor zon op dak. Inwoners zijn minder positief over zonnevelden en windmolens. Voor het verduurzamen van de eigen woning is er behoefte aan (informatie over) subsidies en leningen. Hiervoor kijken inwoners naar de gemeente en de Rijksoverheid. Respondenten zijn bekend met diverse acties van de gemeente waarbij het energieloket de bekendste is. Het draagvlak voor grootschalige duurzame energieopwekking is niet groot. Hier ligt een uitdaging omdat duurzame opwek nodig is om aan de doelstelling/opgave om energieneutraal te zijn in 2050 te voldoen. De uitkomsten van de peiling sluiten aan bij wat uit de gesprekken komt. Er is redelijk veel aandacht voor verduurzaming van de eigen woning, mede ingegeven door financiële overwegingen. Dat er weerstand is tegen zonnevelden en windmolens geven ook de meeste respondenten aan. Het beleid om geen windopwekking - met uitzondering van kleine windmolens - toe te staan kan dus op steun van de bevolking rekenen. Uit de peiling blijkt de veronderstelling dat de weerstand tegen zonnepanelen vooral een kleine groep betreft, niet te kloppen. Ruim de helft van de deelnemers aan de peiling is tegen zonnevelden in de buurt.
Als er voordeel voor de buurt is, ligt dit percentage lager, op ongeveer een derde. De uitkomsten van de peiling zijn niet besproken in de raad. Tijdens de interviews voor dit onderzoek is aangegeven dat het er op lijkt dat het merendeel van de inwoners zich niet betrokken voelt bij het duurzaamheidsbeleid. Dit geldt in veel mindere mate voor de energiecoöperaties en hun (bestuurs)leden. Zij worden wel betrokken bij het beleid. Met name in de uitvoering. De vertegenwoordigers van de lokale energie-initiatieven geven aan ook meer betrokken te willen zijn bij het nadenken over de richting van het beleid. Ze hebben verstand van zaken en kunnen de gemeente helpen. | 28 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
H7 | Bevindingen uitvoering In dit hoofdstuk gaan we in op de vraag hoe er in de praktijk uitvoering wordt gegeven aan het duurzaamheidsbeleid en hoe er wordt samengewerkt met andere partijen. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de volgende onderzoeksvragen: 6. Welke projecten en activiteiten op het gebied van duurzaamheid worden er uitgevoerd door de gem welke door ondernemers, inwoners en organisaties? 7. In hoeverre is er sprake van een effectieve en efficiënte samenwerking met inwoners en ondernem gebied van duurzaamheid? De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ● Het ontbreekt aan informatie over concrete acties en er zijn geen actieplannen waarvan beoordeeld kan worden of ze uitgevoerd zijn. ● Uitvoering vindt niet altijd plaats op basis van beleid ● Er worden uitvoerende activiteiten verricht door partijen buiten de gemeentelijke organisatie. ● De samenwerking met inwoners en ondernemers is goed, maar hun invloed op gemeentelijke keuzes is beperkt. ● Partners vinden dat de gemeente meer kan doen met hun voorstellen en suggesties. ● Het moet duidelijker zijn welke invloed inwoners hebben op besluitvorming over duurzame energieprojecten en hoe participatie vorm krijgt.
7.1 Welke projecten en activiteiten op het gebied van duurzaamheid worden er uitgevoerd door de gemeente, door ondernemers en door inwoners en organisaties? Het ontbreekt aan informatie over concrete acties en er zijn geen actieplannen waarvan beoordeeld kan worden of ze uitgevoerd zijn. Uit de deskresearch valt niet goed op te maken welke projecten en activiteiten op het gebied van duurzaamheid door de gemeente zijn uitgevoerd. Er zijn geen rapportages en evaluaties van activiteiten en informatie uit de P&C-cyclus is te globaal om de voortgang van de verschillende activiteiten te kunnen volgen. In de interviews zijn voorbeelden genoemd van activiteiten, zoals het organiseren van informatiebijeenkomsten, een duurzaam inkooptraject en ruimtelijke ontwikkelingen waarbij duurzaamheid is meegenomen. Verder zijn onder meer genoemd: ● De stichting Duurzaam Steenwijkerland is opgericht. ● Samen met de stichting zijn het infopunt Duurzaam Doen, de energiecoaches, het zwerfvuilteam en de bewustwordingscampagne IK BEGIN! vormgegeven. ● Het (digitale) energieloket is uitbesteed aan Duurzaam Bouwloket. ● Er zijn subsidies aangevraagd (RRE en RRE-W) om woningeigenaren en huurders aan te zetten tot het nemen van (kleine) energiebesparende maatregelen.
Met de subsidie zijn diverse activiteiten uitgevoerd door de Stichting Duurzaam Steenwijkerland en er zijn adviseurs ingehuurd die energiebesparingsadvies en voorlichting geven. Er zijn energiebespaartassen uitgegeven (deels via de Stichting duurzaam Steenwijkerland) én er zijn verschillende webinars georganiseerd. ● Er zijn laadpalen geplaatst om elektrisch vervoer (auto en fiets) mogelijk te maken. ● Er is gewerkt aan bewustwording door de publicaties Groener in de Kop en de Energiekrant. ● Bij beheer van de openbare ruimte is er aandacht voor behoud en bevorderen van biodiversiteit. ● Het project Waterstof Eeserwold is gestart. | 29 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
● Het wagenpark van de gemeente wordt verduurzaamd. Uitvoering vindt niet altijd plaats op basis van beleid. De gemeente voert - soms samen met anderen - verschillende projecten uit. In de voorgaande paragraaf is een aantal projecten genoemd. Een deel van de projecten is aanvullend op wat in het beleid is beschreven. Het gaat dan om projecten die door anderen worden aangedragen en uitgevoerd, waaraan de gemeente een bijdrage levert. Deze projecten dragen wel bij aan het bereiken van beleidsdoelstellingen. Door slim de samenwerking te zoeken en in te spelen op ontwikkelingen kan de effectiviteit en efficiency van de inzet van gemeentelijke medewerkers worden vergroot. Ook voor de activiteiten waarbij gebruikgemaakt is van de Regeling Reductie Energiegebruik (RRE), en van de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RRE-W), zijn voorbeelden van activiteiten die aanvullend op het beleid zijn uitgevoerd. Deze regelingen zijn door het Rijk opengesteld om gemeenten te stimuleren om woningeigenaren en huurders kleine energiebesparende maatregelen te laten nemen. De subsidieregelingen zijn niet ruim van te voren aangekondigd en gebruikmaken van de regelingen gebeurde dus redelijk ad hoc. Er worden uitvoerende activiteiten verricht door partijen buiten de gemeentelijke organisatie.
Ondernemers en maatschappelijke organisaties voeren projecten uit zoals aanleg van zonnevelden en het vormgeven van het duurzaam informatiepunt. De rol van de gemeente hierbij verschilt van project tot project. De gemeente is hierin geen initiatiefnemer of trekker. Veelal ondersteunt en faciliteert de gemeente door ambtelijke capaciteit in te zetten, mee te denken en advies te geven. Voorbeelden van projecten zijn de aanleg van zonneparken in Oldemarkt, Willemsoord en Wanneperveen. Naast de wettelijke taak om vergunningen voor deze projecten te geven, heeft de gemeente een rol in het contact tussen initiatiefnemer en gemeenschap. Binnen de gemeente zijn zeven lokale energiecoöperaties en één coöperatie (Steenergie) voor het gehele grondgebied van Steenwijkerland actief. Deze coöperaties richten zich vooral op het realiseren van zonne-energieprojecten op daken en op land. Daarnaast zijn enkele coöperaties bezig met andere projecten zoals een deelauto voor het dorp, energiebesparing en duurzame rietteelt. De gemeente heeft contact met de coöperaties en heeft ze geholpen met een opstartsubsidie. De coöperaties werken zelfstandig aan het bereiken van hun doelstellingen. De contacten worden door zowel gemeente als energiecoöperaties als goed omschreven. Al wordt er niet veel samen opgetrokken bij het gezamenlijk bereiken van doelstellingen.
Gemeente en coöperaties weten elkaar te vinden als dat nodig wordt gevonden, komt uit de gesprekken naar voren. De gemeente werkt samen met partijen als het waterschap, netbeheerders en woningbouwcorporaties aan projecten met duurzaamheidsaspecten. Respondenten geven aan dat deze projecten volgens hen niet direct voortkomen uit het generieke duurzaamheidsbeleid van de gemeente. Het zijn eerder op zichzelf staande projecten die aansluiten bij aandacht voor duurzaamheid in de samenleving en bij landelijke ontwikkelingen. Voorbeelden zijn maatregelen voor klimaatadaptatie en het maken van een landschapsbiografie door Stichting Nationaal Park Weerribben-Wieden. Deze partijen, die zelf activiteiten uitvoeren, zijn tevreden over de relatie met de gemeente. Als ze de gemeente benaderen worden ze goed geholpen. | 30 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
7.2 In hoeverre is er sprake van een effectieve en efficiënte samenwerking met inwoners en ondernemers? Het contact met inwoners en ondernemers is goed, maar de samenwerking kan beter. Zoals hiervoor beschreven, zijn er binnen de gemeente veel initiatieven van inwoners en ondernemers. De gemeente heeft hier een bijdrage aan geleverd door de G1000 en door financiële steun in de opstartfase van lokale energiecoöperaties. Met woningbouwcorporaties, netbeheerders, natuurorganisaties en het waterschap wordt volgens het ambtelijk apparaat en de wethouders goed samengewerkt. Partners geven aan dat de samenwerking op zich goed is, maar dat zij graag meer betrokken willen zijn bij de keuzes die de gemeente maakt. Zo zouden netbeheerders graag een aanspreekpunt/loket hebben dat alle (ruimtelijke) procedures voor aanpassingen aan het stroomnet coördineert: de fastlane . De stichting Duurzaam Steenwijkerland wil graag meedenken over hoe beleid vertaald kan worden in concrete doelen, waar ze dan vervolgens zelf weer een bijdrage aan willen leveren. De Business Club Steenwijkerland is, met de werkgroep duurzaamheid, actief met verduurzaming van het bedrijfsleven en kijkt ook naar de verduurzaming van de gemeente als geheel.
Netbeheerders geven aan dat er het nodige is te winnen door hen sneller meer duidelijkheid te geven over waar grootschalige duurzame energieopwekking een plek gaat krijgen. De netbeheerders kunnen daar bij de investeringsplannen rekening mee houden. Hierbij is ook van belang dat duidelijk is hoe met weerstand uit de omgeving omgegaan wordt. Zoals eerder aangegeven, bemerken respondenten dat de gemeente tamelijk reactief is in haar handelen, zelf niet altijd het goede voorbeeld geeft en niet als regisseur optreedt van het veld. De partijen die we hebben gesproken voor dit onderzoek geven aan dat zij goed contact met de gemeente hebben, maar niet altijd het idee hebben dat ze optimaal samenwerken om de duurzaamheidsopgave aan te pakken. Dit gaat met name om de houding van de gemeente die als reactief wordt getypeerd. Initiatieven komen vaak uit de koker van de maatschappelijke partners en ondernemers, waarbij zij zich niet altijd gefaciliteerd voelen in de uitvoering. Partners vinden dat de gemeente meer kan doen met hun voorstellen. Uit gesprekken komt naar voren dat de gemeente en de ambtenaren goed aanspreekbaar zijn en in gesprek willen gaan met initiatiefnemers. Wel ontstaat het beeld dat de gemeente kansen laat liggen door niet daadkrachtig in te spelen op voorstellen van inwoners en ondernemers.
Initiatiefnemers krijgen in hun ogen onvoldoende respons en geen duidelijkheid. Hier is dus nog geen sprake van efficiënte en effectieve samenwerking. Initiatiefnemers geven aan dat de focus van de gemeente erg ligt op het maken van plannen en dat het ontbreekt aan realisatiekracht en durf. Dit laatste geldt volgens ondernemers en de energiecoöperaties niet alleen voor de medewerkers maar ook voor het bestuur en de gemeenteraad. Diverse respondenten geven aan dat samenwerking ingewikkelder is geworden omdat de gemeente een overkoepelende visie en doelen mist. Hierdoor is niet duidelijk of initiatieven uit de samenleving passen bij wat de gemeente wil doen en bereiken. Er wordt ad hoc besloten of en hoe de gemeente met een initiatief omgaat. Het zou beter zijn om samen met ondernemers, inwoners en belangenorganisaties acties te formuleren die aansluiten bij het duurzaamheidsbeleid van de gemeente en deze acties vervolgens gezamenlijk uit te voeren. | 31 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Verschillende externe partijen geven aan dat de gemeente, waar het duurzaamheid betreft, niet doorpakt en geen keuzes durft te maken. Er worden resultaten geboekt op het gebied van duurzaamheid. De gemeente steunt hierbij erg op wat anderen doen en neemt niet de regierol. Dit is volgens de raadsleden anders bij het (pilot)project in Blokzijl waarbij afspraken zijn gemaakt met plaatselijk belang en de initiatiefnemer over het participatieplan. Dit is een andere benadering dan bij andere zonneparken. De gemeente speelt een duidelijke en faciliterende rol. In een van de gesprekken is daarom het idee geopperd om een klankbordgroep uit de samenleving in te stellen. Hiermee kan worden overlegd over wat de gemeente wil gaan doen. Er zijn nog geen heldere spelregels voor participatie. Uit de interviews blijkt dat voor initiatiefnemers voor zonnevelden onvoldoende duidelijk was dat projecten die voldoen aan het beleidskader niet automatisch zouden doorgaan. Duidelijkheid over het belang dat aan draagvlak werd gehecht en de onzekerheden hierbij hadden geholpen bij het vormgeven van het project en mogelijk ook tot een andere benadering van de omgeving. Er ontbreken heldere uitgangspunten waaraan participatie moet voldoen. De visie op inwonersparticipatie is een visie en biedt ruimte voor interpretatie.
Wat niet concreet is gemaakt, is welke eisen worden gesteld aan een goed participatieproces. Er staat beschreven wat nodig is om zienswijzen en bezwaren op te halen. Er staat niet beschreven hoe moet worden omgegaan met deze zienswijzen en bezwaren. Hierdoor is voor initiatiefnemers onduidelijk wat ze moeten doen. Veel respondenten geven aan dat zij het idee hebben dat tegenstanders die inspreken bij de raad (te) veel invloed hebben, mede omdat niet duidelijk is of zij voldoende zijn betrokken en gehoord door de initiatiefnemers. | 32 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
H8 | Bevindingen ten aanzien van de resultaten In dit hoofdstuk beschrijven we in hoeverre de doelstellingen, beoogde resultaten en effecten van het duurzaamheidsbeleid worden gehaald. Er is aandacht voor monitoring en de meetbaarheid van effecten. In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de volgende onderzoeksvragen: 8. Hoe worden de doelstellingen en de voortgang gemonitord? 9. In hoeverre is het duurzaamheidsbeleid doeltreffend en doelmatig (zijn er meetbare effecten)? De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ● Een monitoringssystematiek voor de uitvoering ontbreekt. ● De doelstellingen in de P&C-stukken zijn onvoldoende om duurzaamheids- en klimaatdoelstellingen te halen. ● De doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid zijn niet vast te stellen. 8.1 Hoe worden de doelstellingen en de voortgang gemonitord? Een monitoringssystematiek voor de uitvoering ontbreekt. In hoofdstuk 5 is beschreven dat de doelstellingen van duurzaamheidsbeleid over het algemeen niet SMART zijn geformuleerd en dat overkoepelende doelstellingen ontbreken. Gevolg hiervan is dat het moeilijk is de voortgang van het bereiken van de doelstellingen te monitoren. Het monitoren van de voortgang gebeurt niet in het kader van het programma Duurzaamheid. Wel is er in de P&C-cyclus aandacht voor het monitoren van resultaten van beleid.
Er is wel gewerkt aan een monitoringsysteem voor het energieverbruik binnen de gemeentegrenzen. Hieraan kunnen reductiedoelstellingen worden gekoppeld die gevolgd kunnen worden. Dit systeem is door het vertrek van de vorige programmaleider nog niet voltooid. Er wordt door de medewerkers gezocht naar een methode om inzicht te geven in hoe duurzaam de gemeente is. Deze zoektocht is nog volop gaande. De medewerkers zijn bezig met een overzicht van bruikbare indicatoren zoals energieverbruik en getroffen energiebesparingsmaatregelen. De doelstellingen in de P&C-stukken zijn onvoldoende om de klimaat- en duurzaamheidsdoelstellingen te halen. In de P&C-cyclus is er sprake van het opnemen van doelstellingen (in de begroting) en het beschrijven van behaalde resultaten (in het jaarverslag). De doelen in de begroting zijn niet gekoppeld aan de beleidsdoelen uit de verschillende beleidsnota’s over duurzaamheidsonderwerpen. Ook is de relatie tussen het einddoel en de doelstellingen in de P&C-cyclus er niet. De doelstellingen uit de begroting gaan niet ver genoeg om voldoende voortgang te boeken en gewenste resultaten en effecten te halen. Uit de begrotingen en jaarverslagen blijkt dat het merendeel van de opgenomen doelstellingen wordt gehaald. Het gaat dan vooral om doelstellingen die verduurzaming ondersteunen en niet om concrete en meetbare resultaten.
Juist deze resultaten zoals de reductie van de hoeveelheid afval per inwoner en een stijging van het percentage opgewekte duurzame energie zijn niet gehaald. Doelstellingen als het beschikbaar hebben van ruimtelijke toetsingskaders voor duurzame energie-initiatieven zijn wel gehaald. Het voorhanden hebben van beoordelingskaders levert op zich geen bijdrage aan de verduurzaming in de gemeente. | 33 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
8.2 In hoeverre is het duurzaamheidsbeleid doelmatig en doeltreffend? De doelmatigheid en doeltreffendheid van het gemeentelijke duurzaamheidsbeleid is niet vast te stellen. Het is niet te zeggen of het duurzaamheidsbeleid doelmatig en doeltreffend is. Hiervoor ontbreken gegevens en - meer basaal - heldere doelstellingen. Bij het ontbreken van doelstellingen is het niet mogelijk om iets te zeggen over de mate waarin deze doelen worden bereikt (doeltreffend) en of doelen op een efficiënte manier worden bereikt (doelmatig). Wel zijn er uitzonderingen op deelterreinen zoals bij het werken aan beleid voor natuurinclusief bouwen met het beeldkwaliteitsplan Steenwijk Zuidoost als concreet (deel)resultaat en het bermbeheerplan binnen het thema biodiversiteit. Een andere uitzondering vormt het beleid afvalinzameling en afvalreductiebeleid. Er is zicht op de bereikte doelen op het gebied van de hoeveelheid afval die wordt aangeboden voor inzameling en de scheiding van afvalstromen. Over de effectiviteit van het afvalbeleid is weinig te zeggen. In de begrotingen en jaarverslagen is geen koppeling gemaakt tussen de gemaakte kosten en de bereikte doelen. Uit de gesprekken komt bijvoorbeeld naar voren dat de keuze voor kleinere zonnevelden en lage windmolens niet efficiënt is.
De tijd die besteed moet worden aan planvorming en vergunningverlening is vergelijkbaar voor een groot zonneveld en een klein zonneveld. Hoewel dit voor windmolens in mindere mate geldt, zijn ook hier de kosten die de gemeente maakt per opgewekte kWh voor de grote varianten aanzienlijk lager dan die voor een kleine windturbine. Om meer inzicht te krijgen in doelmatigheid en doeltreffendheid is het nodig om beter te onderzoeken en vast te leggen wat de resultaten zijn. Suggesties die uit de gesprekken naar voren komen, zijn het registreren van het aantal bezoekers en gegeven adviezen bij het Infopunt Duurzaam Doen en inzicht krijgen in het aantal inwoners dat maatregelen als isolatie of zonnepanelen aanschaft. Ook kan gebruikgemaakt worden van beschikbare data van andere organisaties over bijvoorbeeld energieverbruik en -opwek. Er is op dit moment geen monitor en geen goede informatievoorziening over resultaten. Daardoor is er weinig inzicht in de resultaten die worden bereikt en in de bijdrage die projecten en activiteiten leveren aan het einddoel. Een voorbeeld is dat niet bekend is of de duurzaamheidswinkel veel wordt bezocht en of de duurzaamheidswinkel de mindset van mensen verandert en tot actie aanzet. Het is nodig dat er betere - SMART-geformuleerde - doelstellingen komen. Die kunnen aan een bepaald jaar worden gekoppeld, zodat duidelijk is wat wanneer moet gebeuren.
De raad en anderen kunnen dan vaststellen of de gemeente op koers ligt. Nu zijn doelstellingen vaak zacht en vaag omschreven. Voorbeelden zijn ‘het Infopunt Duurzaam Doen wordt goed bezocht’ of ‘Er zijn meer woningen geïsoleerd’. Als mogelijke concretere doelstellingen worden genoemd: het aantal kWh opgewekte duurzame elektriciteit of het aantal zonnepanelen dat is geïnstalleerd. Informatie is niet volledig en juist. Zo wordt aan de raad gerapporteerd dat er meer zonnevelden zijn gerealiseerd, terwijl bedoeld wordt dat een aantal zonnevelden een vergunning heeft gekregen. Van realisatie is nog geen sprake. | 34 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
H9 | Bevindingen ten aanzien van de verantwoording In dit hoofdstuk beschrijven we op welke wijze verantwoording wordt afgelegd door het college (via monitoring), dat wil zeggen, wat er wordt teruggekoppeld aan de raad en of de raad zijn rol ook kan vervullen met de aangeleverde informatie. Ook gaan we in op de vraag hoe de gemeenteraad kan (bij)sturen en controleren. Welke instrumenten en overleggen zijn hiervoor en in hoeverre heeft de raad hier ook gebruik van gemaakt? In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de volgende onderzoeksvraag: 10. Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang van het beleid geïnformeerd (en is dit tijdig, juist en volledig)? De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ● Verantwoording over de uitvoering van beleid dat onder het programma Duurzaam valt, gebeurt in de eerste plaats aan de hand van de reguliere P&C-documenten. Hierin staan tamelijk abstracte doelen en zijn geen streefwaarden geformuleerd. Hiermee is de voortgang van de uitvoering eigenlijk niet te monitoren, niet voor de organisatie, maar zeker ook niet voor de raad. ● Er is binnen de raad geen discussie als gaat om de noodzaak om te verduurzamen. In de raad gaat het debat eerder over de participatie bij projecten en initiatieven, lokaal eigenaarschap en hoe de gemeente daar op kan sturen, dan wel faciliteren. De raad is met andere woorden erg gefocust op het participatieproces.
Als er zaken worden tegengehouden komt dat niet omdat de raad duurzaamheid niet belangrijk vindt, maar omdat de raad veel belang hecht aan wat de omgeving vindt (draagvlak). ● Veel externe partijen geven aan dat de gemeente (en meer specifiek de raad) onvoorspelbaar is. In de afweging tussen het belang van omwonenden en belanghebbenden ten aanzien van initiatieven is het (afwegings)proces van de gemeente niet altijd eenduidig voor de betrokkenen. Wat wordt verstaan onder draagvlak en participatie is niet goed gedefinieerd. Ook als het gaat om rollen en eigenaarschap is de gemeente niet eenduidig. Besluitvorming rondom initiatieven wordt nu regelmatig door geluiden uit de samenleving beïnvloed. Deze geluiden komen vooral van insprekers in de raad, waarbij vooral tegenstanders inspreken. ● De raad heeft middels moties de afgelopen jaren flink proberen (bij) te sturen. Ook heeft de raad zijn rol als kadersteller van het beleid gepakt door de verschillende beleids- en uitvoeringsplannen vast te stellen. Dat neemt niet weg dat de raad nog te weinig heeft nagedacht (en het debat heeft gevoerd) over doelen en indicatoren op het gebied van duurzaamheid. Zeker niet op een meer integraal niveau. ● De raad pakt zijn rol als kadersteller en controleur wel, maar voelt zich nog niet volledig geëquipeerd in die rol.
Om goed te kunnen kader stellen en controleren is meer kennis en expertise nodig van het thema, dat niet alleen complex is, maar ook aan veel verandering onderhevig is. | 35 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
9.1 Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang van het beleid geïnformeerd? Hier wordt beschreven welke informatie wordt gedeeld met de gemeenteraad en in hoeverre er een systematiek is om de gemeenteraad te informeren over ontwikkelingen in de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid. Gedeelde informatie In de P&C-cyclus legt het college verantwoording af over het gevoerde beleid. Deze agenda bepaalt in hoge mate de inhoud van de verschillende documenten die onderdeel uitmaken van de jaarlijkse begrotingscyclus: de programmabegroting, de perspectiefnota, de najaarsrapportage en de jaarstukken. Voor het controleren of het beleid zich verder ontwikkelt volgens de principes van de gestelde kaders, heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland de volgende stukken ontvangen: ● Generiek via de P&C-cyclus per jaar: ○ Programmabegroting ○ Perspectiefnota ○ Najaarsrapportage ○ Jaarverslag ○ Accountantsverslag ● Visie en beleidsdocumenten in de afgelopen raadsperiode: 2 ○ Regionale Energiestrategie West-Overijssel (2021) ○ Visie op inwoners participatie (2021) ○ Strategische-mobiliteitsvisie (2020) ○ Regionale adaptatiestrategie en uitvoeringsagenda (2021) ○ Omgevingsvisie Steenwijkerland (2017) ○ Beleidskader zonnepanelen (2019) ○ Transitievisie warmte (2021) ○ Beleidskader kleine windmolens (2020) ○ Grondstoffenplan (2021) Verantwoording over de uitvoering van beleid dat onder het
programma Duurzaam valt, gebeurt in de eerste plaats aan de hand van jaarverslagen en tussentijdse rapportages (voorjaars- en perspectiefnota) in de P&C-cyclus. Hierin staat wat er gedaan is op het gebied van het programma en waar speerpunten liggen in de uitvoering. Omdat de doelstellingen hoog over zijn of te weinig concreet (‘een zichtbaar energieloket’ of ‘jaarlijks minder huizen met gasaansluiting’), is het niet mogelijk om de voortgang te monitoren, zoals ook in paragraaf 8.2 al is beschreven. Het is bovendien niet vast te stellen of een doel is behaald, omdat er veelal geen streefwaarden zijn geformuleerd. Er is daarom niet alleen bij de organisatie behoefte aan een monitoringsysteem, maar ook bij de raad is behoefte aan een dashboard dat eenvoudig is te raadplegen. Andere informatiebronnen zoals raadsinformatiebrieven waarin over de voortgang wordt gerapporteerd, hebben de onderzoekers niet ontvangen. 2 Een compleet overzicht van de gedeelde informatie per jaar is te vinden in bijlage 2. | 36 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Kaders en doelen Zoals al eerder beschreven, kan het onderwerp rekenen op warme belangstelling bij de raad. De raad heeft zich de afgelopen jaren ook intensief bemoeid met de verschillende beleids- en uitvoeringsplannen. Toch zijn er in het verleden geen doelstellingendebatten gevoerd. Uit gesprekken (waaronder die met de raad zelf) komt naar voren dat de raad nog nooit bij elkaar heeft gezeten om kaders te stellen ten aanzien van duurzaamheid, laat staan dat er van gedachten is gewisseld over doelstellingen en indicatoren. Daarmee is de kaderstellende rol vooralsnog beperkt gebleven tot het vaststellen van het beleid, in plaats van het formuleren van de uitgangspunten voor het beleid. De discussie gaat daarbij vaak over specifieke parken, en komt pas echt los op het moment dat plannen concreet worden. Op dit moment komen er ook geluiden vanuit de raad over wat de gemeente zelf kan en zou moeten doen op het gebied van duurzaamheid. Er zijn in het verleden geen hevige politieke debatten geweest als het gaat om de noodzaak van verduurzaming. Alle fracties lijken het hierover eens te zijn. In de raad gaat het eerder over de participatie bij projecten en initiatieven, lokaal eigenaarschap en hoe de gemeente daarop kan sturen.
De geïnterviewde raadsleden (maar ook andere respondenten) zijn daarom van mening dat het nodig is dat zij zich meer gaan toeleggen op de kaderstellende rol bij het nieuw te vormen beleid; waar moet het naartoe en met welke doelen gaan we dat meten? Uit gesprekken komt naar voren dat het belangrijk is dat de raad bij de kaderstelling vooraf een beter beeld krijgt bij de integraliteit van het beleid. Uit gesprekken komt naar voren dat het belangrijk is dat de raad bij de kaderstelling vooraf een beter beeld krijgt bij de integraliteit van het beleid. Het is dan ook de bedoeling om het duurzaamheidsbeleid meer integraal in te steken in plaats van te focussen op verschillende beleidsnota’s en -plannen. Vanuit de organisatie is aangegeven dat zij graag meedenken in het beter faciliteren van de raad bij zijn kaderstellende rol, temeer omdat zij ook zelf graag heldere kaders ontvangen. In het nieuwe coalitieakkoord is eveneens opgenomen dat er meer inzicht moet komen in de doelen en de mate waarin die bereikt zijn. Uit gesprekken met medewerkers is in het verlengde hiervan namelijk ook naar voren gekomen dat het zou helpen als de raad kan aangeven wat zij er voor over heeft om de doelen te bereiken (in termen van budget en capaciteit, maar ook in tijd en planning).
Ten slotte is als het gaat om doelstellingen in nagenoeg alle interviews aangegeven dat respondenten merken dat de gemeente niet uitblinkt in ambitie en/ of de urgentie om door te pakken op het gebied van duurzaamheid. Het beleid en de uitvoering zijn op dit moment nog geen consistent geheel en richten zich veelal op “laaghangend fruit”; de dingen die makkelijk te realiseren zijn en waar de minste maatschappelijke weerstand valt te verwachten. De verklaring hiervoor wordt veelal gezocht in de vrees voor maatschappelijke weerstand, maar ook het gebrek aan visie en capaciteit. Participatie en insprekers De gemeenteraad van Steenwijkerland is (net als veel andere raden) gevoelig voor tegengeluid op het gebied van duurzaamheid(sinitiatieven). Als er zaken worden tegengehouden komt dat niet omdat ze duurzaamheid niet belangrijk vinden, maar omdat de raad veel belang hecht aan wat de omgeving vindt. Vanuit die hoedanigheid is de raad dan ook kritisch en sneuvelen er soms bepaalde initiatieven in de raadzaal. Een van de struikelblokken was dat initiatiefnemers niet wisten wat er van hen verwacht werd op het gebied van participatie. Veel externe partijen geven daarom aan dat de gemeente (en meer specifiek de raad) onvoorspelbaar is.
In de afweging tussen het belang van omwonenden en belanghebbenden ten aanzien van initiatieven is het (afwegings)proces van de gemeente niet altijd eenduidig voor de betrokkenen. | 37 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Respondenten geven aan dat het belangrijk is dat de gemeente zich aan het eigen beleid houdt en dit ook uitstraalt. Dat beleid heeft ook betrekking op participatie en op dat vlak zijn er duidelijk nog slagen te maken, zoals ook uitgebreid in hoofdstuk 7 is beschreven. Om beter te besluiten moet er overeenstemming zijn over wanneer er sprake is van (voldoende) draagvlak. Wat wordt verstaan onder draagvlak is echter niet goed gedefinieerd. Ook als het gaat om rollen en eigenaarschap, dus wanneer is iemand belanghebbend/omwonende en in hoeverre vertegenwoordigt Dorpsbelangen de inwoners in een kern, moet de gemeente eenduidiger zijn en meer regie tonen. Het is belangrijk om met de juiste mensen het gesprek te voeren. De raad geeft aan dat het lastig is om een afweging te maken als er duidelijk geen kader is. Besluitvorming rondom initiatieven wordt nu regelmatig door geluiden uit de samenleving beïnvloed. Deze geluiden komen vooral van insprekers in de raad, waarbij vooral tegenstanders inspreken. (Bij)sturen en controleren Raadsleden hebben diverse instrumenten waarmee ze opdrachten kunnen geven (motie) of wijzigingen kunnen aanbrengen in het ontwerpbesluit (amendement). Uit de documentenstudie komt naar voren dat er op het gebied duurzaamheid de afgelopen jaren veel moties en amendementen zijn ingediend. In tabel 8 zijn de aangenomen moties en amendementen weergegeven.
Tabel 3 Aangenomen moties en amendementen met betrekking tot klimaat (en aanpalende zaken) Jaar Moties Amendementen 2018 Geen. ● Amendement BGL - PVDA - GroenLinks G1000 burgerbesluit. 2019 ● Motie vreemd aan de orde (RES) - PvdA - Lokaal eigendom. ● Splitsingsamendement D66 - A1 Zon op land. ● Splitsingsamendement BGL - A2 Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land. 2020 ● Motie BGL - Zon op dak stimuleren. ● Motie vreemd aan de orde - CPB - Kleine windmolens. ● Motie vreemd aan de orde (RES) - BGL - Onvoldoende netwerkcapiciteit. ● Motie vreemd aan de orde (RES) - CU - Vooruitkijken mét energiecoöperaties. Geen. 2021 ● Motie CDA - Evaluatie en onderzoek extra locatie kleine windmolens. ● Motie CDA, CPB, GL en D66 -Grondstoffenplan reduceren zwerfafval. ● Motie CU en PvdA - Aanvullingen grondstoffenplan Steenwijkerland. ● Motie M1 Motie CDA BGL verduurzaming gemeenschapshuizen. ● Motie M5 motie CU, CDA, BGL verlagen bedrag lening energiemaatregelen. ● Motie M7 Motie GL onderzoek capaciteitsmogelijkheden zonnepanelen gemeentelijk vastgoed. ● Amendement minimaal 50% lokaal eigendom voor de projecten wind en grootschalige zon op land. ● Amendement CDA - Beleidskader kleine windmolens | 38 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Als gekeken wordt naar de thematiek van de moties, dan komt naar voren dat de raad nadrukkelijk heeft bijgestuurd ten aanzien van specifiek beleid, bijvoorbeeld bij het grondstoffenbeleid, maar dat ze zich vooral hebben bezig gehouden met specifieke onderdelen zoals het verduurzamen van gemeenschapshuizen en het aanjagen en faciliteren van zon op dak bedrijven. Met name de afgelopen twee jaar zijn er veel moties ingediend rondom de opwek van energie. Naast het indienen van moties en amendementen kan de raad ook schriftelijke vragen stellen, of zelf discussienotities opstellen en indienen. Hiervan heeft de raad veelvuldig gebruikgemaakt via verschillende kanalen en gremia: ● 20180906 - Schriftelijke vragen CDA - Duurzaamheid en WOZ-waarde ● 20181016 - Schriftelijke vragen D66 - G1000 ● 20181016 - Schriftelijke vragen D66 - Proeftuin Aardgasvrije Wijken ● 20181220 - Schriftelijke vragen CDA - Zonnepark Willemsoord ● 20190212 - Schriftelijke vragen CDA - Zonnepark Eesveen en capaciteit netwerk ● 20190314 - Schriftelijke vragen CPB - Zonnepark Kuinre ● 20190909 - Schriftelijke vragen BGL - Schaarste op het energienet ● 20200113 - Schriftelijke vragen BGL - Duurzaam varen ● 20200225 - Schriftelijke vragen CDA - Zonnepark Wanneperveen ● 20200310 - Schriftelijke vragen BGL - Zonnepark Onna ● 20210204 - Schriftelijke vragen CPB - Beoogde locatie zonnepark in de Bentpolder ● 20210226 -
Schriftelijke vragen CPB - Annuleren Compostdag door ROVA ● 20210525 - Schriftelijke vragen VVD - Uitvoering zon op dak en hantering zonneladder ● 20210528 - Schriftelijke Vragen CDA - Motie evaluatie zon op land ● 20210601 - Schriftelijke vragen CDA - n.a.v. Brief zonneparken Wanneperveen ● 20210624 - Schriftelijke vragen CPB - Zonnepark Wannerperveen ● 20210707 - Schriftelijke vragen CU - Duurzame materialen in de openbare ruimte ● 20210920 - Schriftelijke vragen GL - Biogascentrale de IJsbeer ● 20211018 - Schriftelijke vragen GL - Verduurzamen huurwoningen ● 20211116 - Schriftelijke vragen GL - Opheffing tijdelijke natuur Eeserwold ● 20220127 - Schriftelijke vragen PvdA - Ruimte op het energienet ● 20220131 - Schriftelijke vragen CDA - Verduurzaming woningen Steenwijkerland ● 20220205 - Schriftelijke vragen D66 - Ondergrondse containers Steenwijk ● 20220221 - Schriftelijke vragen D66 - Personeelsbeleid en duurzaamheid ● 20220322 - Schriftelijke vragen GL - Gratis fruitbomen Uit de hierboven genoemde raadsvragen valt eveneens op te maken dat de raad zich vooral bezighoudt met controleren - met name op het gebied van zonneparken en verduurzamen van locaties; wijken en woningen. Er zijn via de geijkte (bij)sturingsinstrumenten dus op verschillende momenten en bij verschillende stukken beleids- of deelplannen (koers)wijzigingen voorgesteld vanuit de raad.
(Bij)sturing op een meer integraal niveau heeft niet plaatsgevonden. Ook zijn er geen instrumenten ingezet om de informatievoorziening, met name de monitoring, scherper te krijgen. Zoals eerder aangegeven pakt de raad wel de rol van kadersteller en controleur, maar voelen sommige raadsleden zich nog niet volledig geëquipeerd in die rol. In de interviews is (ook door raadsleden) aangegeven dat raadsleden, om goed te kunnen kader stellen en controleren, meer kennis en expertise nodig hebben - en daarover graag in gesprek gaan met de organisatie, ketenpartners en experts. Bijvoorbeeld tijdens informele raadsinformatiebijeenkomsten en expertsessies. Hierbij is er vooral behoefte om in te gaan op een meer integraal beleid en de daarbij behorende kaders en doelen. | 39 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Bijlage 1 | Normenkader Onderzoeksvraag Norm Beleid 1. Heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland duurzaamheidsbeleid vastgelegd, wanneer en in welke beleidsdocumenten? Wat is de algemene noemer waarmee dit beleid is beschreven? ● Het beleidskader is vastgesteld en actueel. ● De beoogde maatschappelijke effecten zijn expliciet benoemd. ● Relaties met andere beleidsterreinen zijn expliciet benoemd en duidelijk gemaakt. ● In andere beleidsterreinen zijn relaties met het duurzaamheidsbeleid expliciet benoemd en duidelijk gemaakt. ● Belemmeringen vanuit andere beleidsvelden worden in de uitvoeringspraktijk benoemd en er wordt actief op bestuursniveau afgewogen of dit moet leiden tot een beleidsaanpassing of andere oplossing. 2. Hoe is het duurzaamheidsbeleid tot stand gekomen, welke rol heeft de raad gespeeld en in hoeverre zijn de inwoners betrokken bij het formuleren van dit beleid? ● Duurzaamheidsinitiatieven (stichtingen/verenigingen, et cetera) hebben mee kunnen denken vanuit hun adviseursrol in de totstandkoming van het beleid. ● De raad heeft mee kunnen denken en beslissen in het kader van hun kaderstellende rol. ● Inwoners en ondernemers hebben middels een participatietraject input kunnen leveren voor het beleid dat samenhangt met duurzaamheid. 3.
Welke beleidsdoelen heeft de gemeente ten aanzien van duurzaamheid en in hoeverre zijn die (voldoende) SMART geformuleerd? ● De doelen zijn benoemd en SMART geformuleerd (of SMT). ● Er is expliciet in kaart gebracht welke resultaten gerealiseerd dienen te worden. Organisatie 4. Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeentelijke organisatie georganiseerd (waar liggen de taken, rollen en verantwoordelijkheden)? ● Er is een overzicht van de taken, rollen en verantwoordelijkheden en deze zijn duidelijk bekend in de organisatie. ● Er is een werkplanning met inzicht in middelen en capaciteit en daarin blijkt dat de middelen en capaciteit toereikend zijn voor de geplande activiteiten. ● Er is een overzicht dat inzicht geeft of kennis en ervaring op het gebied van duurzaamheid toereikend zijn en er is een aanpak om ambtelijke kennis en ervaring op peil te brengen indien nodig. 5. Hoe groot is het draagvlak binnen de samenleving voor duurzaam gedrag en daarmee voor het door de gemeenteraad geformuleerde beleid? ● Er zijn participatietrajecten geweest waarin inwoners en ondernemers hebben kunnen bijdragen aan het duurzaamheidsbeleid. ● De gemeente heeft onderzoeken gehouden om het draagvlak in kaart te brengen (en weet ook waar de weerstand zit). | 40 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Uitvoering 6. Welke projecten en activiteiten op het gebied van duurzaamheid worden er uitgevoerd door de gemeente en welke door ondernemers, inwoners en organisaties? ● Er is een overzicht (bijvoorbeeld een duurzaamheidskaart of website) waarin alle initiatieven binnen de gemeente zijn benoemd. ● De gemeente monitort de voortgang van initiatieven. 7. In hoeverre is er sprake van een effectieve en efficiënte samenwerking met inwoners en ondernemers op het gebied van duurzaamheid? ● Er is een overzicht van partners met wie wordt samengewerkt bij de uitvoering van klimaatbeleid. ● Er zijn samenwerkingsafspraken tussen de gemeente en de partners over doelen, activiteiten/resultaten en rolneming. ● Er is sprake van een effectieve samenwerking. ● De samenwerkingen hebben concrete resultaten beschreven en/of bereikt. ● De gemeente deelt actief informatie, houdt bijeenkomsten en ontplooit initiatieven om maatschappelijke partners betrokken te houden. ● De gemeente is responsief en pikt signalen van maatschappelijke partners op en zet deze om in actie. Resultaten 8. Hoe worden de doelstellingen en de voortgang hierop gemonitord? ● Er vindt monitoring plaats van de behaalde resultaten, maatschappelijke effecten en kosten. Deze worden gerelateerd aan de beschreven resultaten en doelen en hierover wordt regelmatig gerapporteerd aan het management, het college en de gemeenteraad.
● Er vindt interpretatie plaats en trekken van lessen op basis van de monitoring door de organisatie, het college en de gemeenteraad. 9. In hoeverre is het duurzaamheidsbeleid doeltreffend en doelmatig (zijn er meetbare effecten)? ● De prestaties van de gemeente zijn inzichtelijk gemaakt en in lijn met de geformuleerde streefwaarden en doelen. ● Er is een overzicht van de uitvoeringskosten beschikbaar. ● De kosten voor de uitvoering blijven binnen de gestelde kaders van de gemeenteraad. Evaluatie en verantwoording 10. Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang van het beleid geïnformeerd (en is dit tijdig, juist en volledig)? ● De gedeelde informatie is tijdig, toegankelijk en duidelijk voor de gemeenteraad. ● Het college rapporteert (via de P&C-cyclus) over de voortgang op het klimaatbeleid. ● Er vindt regelmatig (tenminste iedere twee jaar) een evaluatie plaats die gedeeld wordt met de gemeenteraad. | 41 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Bijlage 2 | Lijst van bestudeerde documenten Beleidsnota’s ● Notitie Nieuwe Energie gemeente Steenwijkerland (2013) ● Plan van Aanpak ‘Realisatie Nieuwe Energie Steenwijkerland’ (2016) ● Beleidskader ‘ Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land’ (waarin opgenomen wijzigingen conform raadsbesluit 21 mei 2019) ● Transitievisie warmte ‘Samen aan de slag voor een aardgasvrij Steenwijkerland’ (2021) ● Beleidskader voor kleine windmolens in de gemeente Steenwijkerland (2020) ● Notitie Nieuwe Energie januari-februari 2013 ● Grondstoffenplan 2021-2025 Samen maken we van ons afval weer grondstof (2020) Strategie-en visiedocumenten ● Coalitieakkoord 2022-2026 ● Coalitieakkoord 2018-2022 ● Coalitieakkoord 2014-2018 ● Regionale Energiestrategie West-Overijssel (2021) Samen naar een opgewekt West-Overijssel ● Inkoopdocument en richtlijnen ● Visie op inwoners participatie (2021) ● Strategische-mobiliteitsvisie (2020) ● Samen werken aan klimaatbestendigheid ‘Regionale adaptatiestrategie en uitvoeringsagenda 2022-2027’ ● Omgevingsvisie Steenwijkerland - Waardevast landschap (2017) Actie- en uitvoeringsplannen ● Reader Burgerraad G1000Steenwijkerland (2018) ● Programmaplan Duurzaam versie 2.0 (2019) ● Plan van aanpak Biodiversiteit Steenwijkerland (2019) ● Communicatie Strategie Programma Duurzaam (2020) ● Actieplan maatschappelijk verantwoord inkopen gemeente Steenwijkerland (2020) ●
Actieplan Natuur voor Elkaar (2021) Jaarrekeningen en begrotingen ● Jaarrekening 2018-2021 ● Begrotingen 2018-2022 ● Najaarsnota 2018-2021 ● Perspectiefnota 2018-2022 Verordening en beleidsregels ● Verordening lening isoleren en opwekken duurzame energie ● Nadere regels isolatiesubsidie doe-het-zelf initiatieven ● Nadere regels subsidie duurzaamheidslening Steenwijkerland ● Nadere regels subsidie asbest eraf, zon erop ● Inkoop- en aanbestedingsprotocol 2021 | 42 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Burgerpeiling en burgerbesluiten ● Peiling duurzaamheid: ‘Hoe kan de gemeente Steenwijkerland inwoners het beste ondersteunen om (nog) meer te verduurzamen?’ (februari 2022) ● Burgerbesluit Steenwijkerland (2018) Voortgangsinformatie ● Periodieke inkooprapportage 2021 ● Jaarplan Stichting Duurzaam Steenwijkerland 2021 Raadsstukken ● Moties (zie paragraaf 9.3) ● Amendementen (zie paragraaf 9.3) ● Raadsvragen en antwoorden (zie paragraaf 9.3) ● Raadsinformatiebrieven ● Raadsvoorstellen ● Raadsbesluiten | 43 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Bijlage 3 | Respondentenlijst Gesprekspartners Interne respondenten Portefeuillehouder Duurzaamheid Portefeuillehouder Economie en Fysiek Domein Delegatie van de gemeenteraad Beleidsmedewerkers programma Duurzaam: ● Beleidsmedewerker duurzaamheid ● Senior beleidsadviseur grondstoffen ● Regisseur beheer openbare ruimte ● Senior adviseur openbare ruimte ● Beleidsmedewerker energietransitie ● Beleidsadviseur circulair ondernemen (extern) Senior Juridisch Adviseur Coördinator WABO-vergunningen Projectleider ontwikkeling Aanbestedingsadviseur Externe respondenten Rendo (netbeheerder) Enexis (netbeheerder) Wetland Wonen Woonconcept LTO Steenwijkerland Business Club Steenwijkerland Natuurmonumenten Waterschap Drents Overijsselse Delta Stichting Duurzaam Steenwijkerland Duurzaam Belt Schutsloot Energiecoöperatie de Wieden-Weerribben | 44 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Duurzaam Willemsoord Buurtteam Energiek Rondom de Middenweg | 45 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
BMC Databankweg 26D 3821 AL Amersfoort Postbus 490 3800 AL Amersfoort (033) 496 52 00 info@bmc.nl www.bmc.nl KvK BMC Advies 32078667 IBAN NL91 ABNA 0504035754 BTW NL80.86.63.598 B.01 Colofon Oktober 2022 Classificatie : Vertrouwelijk Namen adviseurs : Tom Plat Roelof-Jan Naaktgeboren Projectnummer : PO026287 Correspondentienummer : DH-1210-1670
Adresgegevens Postbus 162, 8330 AD Steenwijk • Vendelweg 1 Steenwijk • telefoon 14 0521 • e-mail info@steenwijkerland.nl • www.steenwijkerland.nl • bankrekeningnummer NL19 BNGH 0285 0924 21 Gemeentelijke producten kunt u ook aanvragen via onze website. Gemeente Steenwijkerland Rekenkamercommissie zaaknummer . behandeld door T. van Amerongen uw kenmerk bijlagen Steenwijk, 31 oktober 2022 Onderwerp Bestuurlijke reactie Rapport Rekenkamercommissie inzake duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland Geachte Rekenkamercommissie, Als College van B en W hebben we kennis genomen van genoemd rapport. De in dit rapport opgenomen bevindingen zijn voor ons College herkenbaar. Dat geldt tevens voor de conclusies en aanbevelingen. De bevindingen worden op dit moment al voor een groot deel omgezet in daadwerkelijke acties. Voor het merendeel van die aanbevelingen geldt dat deze worden geïmplementeerd in het “Klimaatbeleidsplan”. In dit plan zullen alle met elkaar samenhangende duur zaamheidsthema’s aan elkaar gekoppeld worden vanuit een integrale duurzaamheidsbenadering. Die integrale benadering geldt voor de volgende duurzaamheidselementen: klimaatadaptatie, biodiversiteit, energie -opwek, energiebesparing, circulariteit en mobiliteit. Deze onderdelen zullen beschreven worden vanuit respectievelijk het perspectief van de inwoners, de bedrijven en de eigen organisatie.
Hierbij zal ook, voor zover mogelijk en relevant, de relatie gelegd worden met de SDG’s (Sustainable Development Goals). Mét die integrale benadering zullen tegelijkertijd de aan de verschillende thema’s gekoppelde doelen en acties zoveel als mogelijk “SMART” geformuleerd worden. Deze doelen en acties worden vooraf voorzien van een nulmeting. Daarnaast zullen deze doelen en acties periodiek op haalbaarheid gemonitord worden. Om de uitdagingen, die we als gemeente Steenwijkerland hebben op het gebied van duurzaamheid, ook daadwerkelijk aan te kunnen dient hiervoor ook de interne organisatie goed geëquipeerd te zijn. Hiervoor is bij de begroting 2023 een aanvraag ingediend voor formatie-uitbreiding voor het team duurzaamheid. Pagina 2 van 3 Naast een integrale benadering van de duurzaamheidsthema’s zien wij het ook als opgave om deze thema’s te integreren met andere thema’s in de gemeentelijke organisatie. Onderstaand gaan wij concreet in op de in het rapport opgenomen (deel)conclusies en a anbevelingen: (Deel)conclusies Er is geen (overkoepelend) duurzaamheidsbeleid Hier wordt nu in voorzien via het op te stellen klimaatbeleidsplan De organisatie is niet toegerust op de taken Hierin wort nu voorzien via de formatieclaim bij de begroting. Bij honorering van die claim kan de noodzakelijke kwaliteits- en kwantiteitsimpuls gerealiseerd worden.