1.1 RKC - Rapport Rekenkameronderzoek duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland en bestuurlijke reactie.pdf
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland Rekenkamercommissie Steenwijkerland aT Rapport | Oktober 2022 1
Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland Rapport Rekenkamercommissie Steenwijkerland Dit document (inclusief eventuele bijlagen) is opgesteld door BMC en de (auteurs)rechten met betrekking tot de inhoud en het format van dit document berusten bij BMC. Dit document is uitsluitend bedoeld voor gebruik door de opdrachtgever en mag niet worden gepubliceerd of aan anderen ter beschikking worden gesteld zonder uitdrukkelijke voorafgaande toestemming van BMC. Inhoudsopgave Leeswijzer 1 DEEL I 2 H1 | Inleiding 3 1.1 Duurzaamheidsbeleid 3 1.2 Aanleiding en doelstelling van het onderzoek 3 H2 | Conclusies en aanbevelingen 5 2.1 Conclusies 5 2.2 Aanbevelingen 8 DEEL II 10 H3 | Onderzoeksverantwoording 11 3.1 Hoofdvraag en deelvragen 11 3.2 Normenkader 12 3.3 Onderzoeksmethoden 13 H4 | Context voor duurzaamheid(sbeleid) 14 4.1 Duurzaamheid: een definitie 14 4.2 Kaders voor gemeentelijk duurzaamheidsbeleid 14 H5 | Bevindingen ten aanzien van gemeentelijk beleid 17 5.1 Heeft de gemeenteraad duurzaamheidsbeleid vastgelegd, wanneer en in welke beleidsdocumenten? Wat is de algemene noemer waarmee dit beleid is beschreven? 17 5.2 Hoe is het duurzaamheidsbeleid tot stand gekomen, welke rol heeft de raad gespeeld en in hoeverre zijn de inwoners betrokken bij het formuleren van dit beleid? 22 5.3 Welke beleidsdoelen heeft de gemeente en in hoeverre zijn die (voldoende) SMART
geformuleerd? 23 H6 | Bevindingen ten aanzien van de organisatie 25 6.1 Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid georganiseerd? 25 6.2 Hoe groot is het draagvlak binnen de samenleving voor duurzaam gedrag? 28 H7 | Bevindingen uitvoering 29 7.1 Welke projecten en activiteiten op het gebied van duurzaamheid worden er uitgevoerd door de gemeente, door ondernemers en door inwoners en organisaties? 29 7.2 In hoeverre is er sprake van een effectieve en efficiënte samenwerking met inwoners en ondernemers? 31 H8 | Bevindingen ten aanzien van de resultaten 33 8.1 Hoe worden de doelstellingen en de voortgang gemonitord? 33 8.2 In hoeverre is het duurzaamheidsbeleid doelmatig en doeltreffend? 34 H9 | Bevindingen ten aanzien van de verantwoording 35 9.1 Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang van het beleid geïnformeerd? 36 Bijlage 1 | Normenkader 40 Bijlage 2 | Lijst van bestudeerde documenten 42 Bijlage 3 | Respondentenlijst 44 Colofon 46 Leeswijzer Voor u ligt het rapport van het rekenkameronderzoek naar het duurzaamheidsbeleid in Steenwijkerland. Hierin doen we verslag van de onderzoeksactiviteiten die plaatsvonden in de periode april 2022 tot en met juli 2022. Dit rapport geeft een overzicht van de bevindingen van het onderzoeksteam, zoals verzameld aan de hand van de onderzoeksvragen van de Rekenkamercommissie. Dit rapport bestaat uit twee delen.
Deel I is een zelfstandig leesbare rapportage van het onderzoek. In dit deel zijn de hoofdlijnen van het onderzoek en de belangrijkste uitkomsten op hoofdlijnen beschreven. In dit deel leest u: ● het doel van het onderzoek; ● het belang van het onderwerp voor de gemeenteraad; ● de conclusies uit het onderzoek; ● de aanbevelingen voor verbetering van het duurzaamheidsbeleid. Voor degenen die geïnteresseerd zijn in een gedetailleerde uitwerking van de onderzoeksvragen, is in Deel II (nota van bevindingen) het integrale onderzoek met daarin de volledige beantwoording van de onderzoeksvragen en de onderbouwing van de conclusies en aanbevelingen opgenomen. | 1 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
DEEL I ESSENTIE VAN HET ONDERZOEK | 2 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
H1 | Inleiding 1.1 Duurzaamheidsbeleid Het gemeentebestuur draagt - op grond van haar wettelijke taken en rijksbeleid en lokaal beleid - zorg voor kwaliteit van leven en leefomgeving voor de inwoners van de gemeente, nu en in de toekomst. De begrippen duurzaamheid en duurzame ontwikkeling zijn hiermee onlosmakelijk verbonden. Een veel gebruikte definitie van duurzame ontwikkeling, ontleend aan het rapport ‘Our common future’ van de commissie Brundtland uit 1987 is: ‘In de behoefte van de huidige generatie voorzien, zonder de komende generaties de mogelijkheid te ontnemen om in vergelijkbare mate in hun behoeften te voorzien.’ Het begrip duurzaamheid is daarmee nauw verwant met het begrip toekomstbestendig . Om duurzame ontwikkeling te bevorderen en te werken aan een toekomstbestendige gemeente is het nodig dat de gemeente planmatig activiteiten uitwerkt, organiseert en uitvoert om te komen tot verduurzaming binnen de gemeentegrenzen. Kortom: de gemeente moet beleid hebben én uitvoeren om duurzaamheidsdoelen te bereiken. Duurzaamheidsbeleid richt zich op partijen in de samenleving en op de eigen organisatie. De gemeente heeft een voorbeeldfunctie en moet in alle relevante beleidsvelden voldoende inzetten op toekomstbestendige oplossingen.
Duurzaamheidsbeleid kan vele vormen aannemen, bijvoorbeeld een duurzaamheidsvisie met beleidsdoelen en ambities, beleidskaders en uitvoeringsplannen voor activiteiten zoals het aanbieden van energieadvies. Maar ook het beoordelen van grootschalige energieopwekinitiatieven is uitvoering van duurzaamheidsbeleid. Daarnaast kan duurzaamheid onderdeel zijn van ander beleid. Duurzaamheid heeft een plaats in de Omgevingsvisie en is een aandachtspunt in beleidsplannen op bijvoorbeeld economisch en sociaal gebied. De grote consequenties die internationale, nationale en gemeentelijke duurzaamheidsdoelstellingen hebben voor inwoners, ondernemers en organisaties, zorgen ervoor dat acceptatie van beleid en de achterliggende doelen een vereiste is. Beleid om de samenleving te betrekken is daarmee een onderdeel van de duurzaamheidsopgave. 1.2 Aanleiding en doelstelling van het onderzoek In 2009 is het eerste duurzaamheidsplan Duurzaam Steenwijkerland 2009-2012 vastgesteld, gevolgd door onder meer de Notitie Nieuwe Energie (2013) en het Plan van Aanpak Realisatie Nieuwe Energie Steenwijkerland (2016). Op dit moment heeft de gemeente Steenwijkerland geen beleidsnota specifiek voor het onderwerp duurzaamheid. Wel is ‘Duurzaam’ één van de vijf programma’s. In dit programma zijn de onderwerpen circulaire economie, klimaatadaptatie en energietransitie als speerpunten genoemd.
De gemeente kent ook beleidskaders voor zonnepanelen op land en voor kleine windmolens. Daarnaast zijn in 2021 de Regionale Energiestrategie 1.0 West Overijssel en de Transitievisie warmte door de gemeente vastgesteld. Er zijn vele beleidsdocumenten en visies vastgesteld die in het verlengde liggen of raakvlakken hebben met het begrip duurzaamheid. Daarbij moet de vraag worden gesteld hoe dit tot stand is gekomen en vooral in hoeverre de volksvertegenwoordigers, de ondernemers en inwoners hierbij betrokken zijn geweest en misschien nog wel belangrijker, zich betrokken voelen. Duurzaamheid is namelijk een gezamenlijke opgave die de gemeentelijke organisatie niet alleen kan uitvoeren. | 3 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Gezien de vele ontwikkelingen op duurzaamheidsgebied en urgentie van het thema, wil de gemeenteraad van Steenwijkerland graag weten in hoeverre Steenwijkerland een effectief en doelmatig duurzaamheidsbeleid voert en hoe dat beleid wordt beleefd door inwoners en bedrijven. De Rekenkamercommissie Steenwijkerland heeft besloten om een onderzoek te doen naar dit onderwerp. Hiervoor is een centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe krijgt het gemeentelijk beleid dat onder de noemer duurzaamheid gebracht kan worden in Steenwijkerland vorm, wat zijn de resultaten en hoe is dit beleid mede gericht op de inwoners en bedrijven, en daarmee op het versterken van duurzaam gedrag van inwoners, bedrijven en instellingen én op het verkrijgen van draagvlak? Het onderzoek moet duidelijk maken wat de gemeente verstaat onder duurzaamheid en in hoeverre inwoners en ondernemers kans hebben gehad om hieraan te participeren. Daarbij is het eveneens de bedoeling om na te gaan welke rol de gemeente speelt binnen dit beleidsveld (regisseur, facilitator, aanjager). De insteek van dit onderzoek is daarmee inventariserend. De Rekenkamercommissie heeft de centrale onderzoeksvraag verder geoperationaliseerd in een tiental deelvragen. De deelvragen zijn opgenomen in de onderzoeksverantwoording (hoofdstuk 3).
De deelvragen zijn gegroepeerd zodat ze aansluiten bij de beleidscyclus die gevormd wordt door de onderdelen voorbereiding, organisatie, uitvoering en evaluatie van beleid. | 4 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
H2 | Conclusies en aanbevelingen In deel II van dit rapport zijn alle bevindingen uitvoerig beschreven. In dit deel gaan we in op de belangrijkste conclusies. 2.1 Conclusies Hoofdconclusie De gemeente Steenwijkerland toont ambitie en wil daadkrachtig zijn op het duurzaamheidsdossier. Er is dan ook veel beleid vastgesteld dat betrekking heeft of in het verlengde ligt van duurzaamheid. Het onderwerp kan zowel bestuurlijk als ambtelijk op veel aandacht rekenen. Zo zijn er, mede door de G1000-top (in 2017) en inspanningen van de gemeente, verschillende energiecoöperaties succesvol aan de slag gegaan met energietransitie. Ook is de Stichting Duurzaam Steenwijkerland opgericht, die via diverse projecten, inwoners informeert en enthousiasmeert om de gemeente duurzamer te maken. Hoewel de aandacht voor duurzaamheid is toegenomen, moet ook geconstateerd worden dat er nog volop ruimte is voor verbetering, verduidelijking en meer samenhang. Het beleid en de uitvoering vormen op dit moment nog geen consistent geheel. Er is op verschillende onderdelen, die vallen onder de brede paraplu van duurzaamheid, wel beleid gemaakt. Zo is er beleid voor klimaat, circulariteit, biodiversiteit, zonneparken, kleine windmolens, enzovoorts, maar het ontbreekt aan duidelijke doelstellingen en een overkoepelende visie op het gebied van duurzaamheid.
Op dit moment zijn de doelstellingen van het klimaatakkoord de voornaamste en meest concrete duurzaamheidsdoelstellingen voor de gemeente. De gemeente heeft onlangs een programmaplan duurzaamheid opgezet, maar dit is niet afgerond en vastgesteld. In dit plan heeft de gemeente acht sporen geformuleerd met verschillende subdoelen. Deze doelen tellen echter niet op tot een einddoel in 2050 of een tussendoel in 2030. De gemeente heeft duidelijk nog stappen te zetten in de concretisering van doelstellingen en de operationalisering hiervan in meetbare indicatoren. Ook ontbreekt het aan samenhang tussen de verschillende beleidsthema’s die onder duurzaamheid worden geschaard. Als gevolg hiervan is op dit moment lastig vast te stellen of het duurzaamheidsbeleid doeltreffend en doelmatig is. Ondanks alle ambities heeft de gemeente zich de afgelopen jaren vooral gericht op niet controversiële zaken die relatief eenvoudig te realiseren waren. De grote thema’s die gevoeliger liggen in de samenleving, zoals de noodzaak van ander gedrag, grootschalige opwek duurzame energie en fossielvrij verwarmen, blijven achter in de besluitvorming en uitvoering. Uit het onderzoek blijkt dat dit deels komt door een gebrek aan uitvoeringscapaciteit en middelen (om de huidige plannen uit te voeren), maar ook de mogelijk te verwachten weerstand in de samenleving speelt een rol.
Uit het onderzoek komt naar voren dat op dit moment niet eenduidig en helder is voor de betrokkenen op welke wijze zij kunnen participeren. Hierin is de gemeente Steenwijkerland niet uniek. Juist omdat de grote thema’s nog behandeld moeten worden en omdat participatie een focuspunt is voor de raad, is het belangrijk dat de gemeente hier de komende tijd mee aan de slag gaat. Maar bovenal zullen raad en college moeten bepalen wat voor gemeente ze willen zijn op het gebied van duurzaamheid door een heldere visie te formuleren en daar ook de ruimte, financiële middelen en capaciteit voor vrij moeten maken. Daar zijn eigenlijk alle respondenten het wel over eens. | 5 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Deelconclusies 1. Er is geen (overkoepelend) duurzaamheidsbeleid. Vastgesteld moet worden dat er geen overkoepelend beleid is opgesteld om activiteiten en projecten op het gebied van duurzaamheid in onderlinge samenhang op te pakken. Er is beleid voor uiteenlopende onderwerpen die vallen onder (of raakvlakken hebben met) duurzaamheid, maar er is geen integraal beleid. Met het Programmaplan Duurzaamheid dat richting moet geven aan de uitvoering van duurzaamheidsbeleid is wel een start gemaakt, maar dit is nog niet afgerond. Door het ontbreken van samenhang in beleid en operationalisering in meetbare indicatoren is onduidelijk of het beleid voldoende is om geformuleerde duurzaamheidsdoelen te realiseren. Daar komt bij dat de afzonderlijke beleidsnota’s vaak geen concrete doelen bevatten die te samen optellen tot (integrale) duurzaamheidsdoelen voor de gemeente Steenwijkerland. De maatschappelijke partners voelen zich ook niet allemaal gehoord bij het opstellen van het beleid. Op papier wordt veel ambitie getoond, maar de concrete uitwerking richting de praktijk, bijvoorbeeld in nadere uitvoeringsplannen en een overkoepelende visie, wordt gemist door de betrokkenen. 2. De organisatie is nog niet toegerust op de taken die op de gemeente afkomen.
Hoewel het niet binnen de oorspronkelijke scope van het onderzoek viel, is tijdens dit onderzoek duidelijk geworden dat er op personeelsvlak een duidelijke kwetsbaarheid zit in de organisatie. Zo is in bijna alle gesprekken expliciet het capaciteitstekort en de door- en uitstroom van personeel benoemd, wat volgens velen de oorzaak is van dat plannen vaak niet van de grond komen of worden vertaald naar kaders voor de uitvoering. Om de aanbevelingen vanuit dit onderzoek te kunnen uitvoeren, is het van vitaal belang dat de betrokken medewerkers straks voldoende slagkracht krijgen om hun werkzaamheden uit te voeren. Ons advies is dan ook om niet meer plannen te maken maar eerst te investeren in personeel, zowel uitvoerend als beleidsmatig. Hoewel de omvang van het capaciteitsprobleem moeilijk is te bepalen kan wel geconcludeerd worden dat de organisatie niet goed is toegerust om de taken uit te voeren die op de gemeente afkomen. Het is op dit moment lastig te zeggen hoeveel capaciteit en middelen nodig zijn om de uitvoering op peil te brengen. Het beleid is daarvoor op dit moment onvoldoende geoperationaliseerd in meetbare indicatoren en doelen. Hierdoor is het lastig om een inschatting te maken van het aantal fte dat nodig is om de huidige en toekomstige plannen uit te voeren. 3. Aandacht voor duurzaamheid is geen vanzelfsprekendheid bij werkzaamheden die medewerkers uitvoeren.
Ook medewerkers op het gebied van onder andere inkoop, ruimtelijke ordening en openbare ruimte kunnen een bijdrage leveren aan verduurzaming. Duurzaamheid wordt echter veelal gezien als een onderwerp onder verantwoordelijkheid van de medewerkers duurzaamheid. Het is niet geïntegreerd in het reguliere werk. Een voorbeeld is dat duurzaam inkopen wordt gezien als een speciale manier van inkopen, in plaats van een uitgangspunt voor het inkoopproces. Ook bij het uitbesteden van onderhoudswerkzaamheden of ruimtelijke ontwikkelingsplannen is er niet automatisch aandacht voor duurzaamheidsaspecten, komt uit de gesprekken naar voren. Juist door hier aandacht te besteden aan een duurzame aanpak, kan een bijdrage geleverd worden aan de gemeentelijke doelstellingen. 4. Het participatieproces is niet helder en eenduidig. De gemeente heeft zich - ondanks alle ambities - de afgelopen jaren vooral gericht op zaken die relatief makkelijk en zonder veel weerstand te realiseren waren. De grote thema’s die gevoelig liggen in de samenleving (noodzaak van ander gedrag, grootschalige opwek duurzame energie, stikstof en fossielvrij verwarmen), zijn vooralsnog niet opgepakt. | 6 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Dit heeft voor een deel te maken met de capaciteit en de middelen, maar vooral de (verwachte) weerstand in de samenleving speelt volgens betrokkenen een rol. Vooropgesteld, hierin is de gemeente niet uniek, maar het zijn wel uitdagingen die uiteindelijk aangepakt moeten worden. Omdat participatie een focuspunt is van de raad, vindt de raad draagvlak binnen de samenleving belangrijk. Tegelijkertijd is uit het onderzoek gebleken dat voor betrokkenen niet duidelijk is wanneer sprake is van een goed doorlopen participatieproces. Hiervoor zijn geen duidelijke regels: de gemeente heeft niet goed gedefinieerd wat wordt verstaan onder draagvlak en participatie. Ook als het gaat om rollen, eigenaarschap en wat de invloed is van betrokkenen is de gemeente niet eenduidig. Meerdere respondenten geven aan dat dit bij de besluitvorming over initiatieven voor zonnevelden naar voren is gekomen. Het is voor externe betrokkenen niet altijd duidelijk welke afwegingen de gemeente(raad) maakt. Hierdoor komt de gemeente bij sommige betrokkenen niet altijd over als een betrouwbare partner. 5. De samenwerking met partners vraagt om een andere rol van de gemeente. De partijen die we hebben gesproken voor het onderzoek geven aan dat zij weliswaar goed contact hebben met de gemeente, maar niet altijd het idee hebben dat ze optimaal samenwerken om de duurzaamheidsopgave aan te pakken.
Meerdere partijen geven aan dat de gemeente meer ruimte en vertrouwen moet geven om samen tot betere resultaten te komen. Er zijn in Steenwijkerland diverse partijen die aan de de slag willen om te kijken of een aanpak of oplossing in de praktijk werkt. De gemeente kan ruimte en vertrouwen geven door ambtenaren mee te laten denken en doen en door het (voor)financieren van kosten. Hierdoor ontstaan verbanden die samen werken aan oplossingen, waarbij de gemeente één van de betrokken partijen is. In hoeverre de gemeente hierbij volgend is of regisserend, zal afhankelijk zijn van de situatie. Momenteel wordt een effectieve samenwerking volgens partners bemoeilijkt omdat de gemeente de kennis van buiten niet altijd benut. De samenwerking kan beter door meer gelijkwaardig (vanuit partnerschap) aan oplossingen te werken. Dat betekent een andere rol voor de gemeente, die meer faciliteert en regisseert, maar vooral lenig is in haar rolopvatting. Als deze partijen vragen om ondersteuning of een bepaalde rol, zou de gemeente dit moeten faciliteiten in het kader van het proces, zeker waar het duurzaamheidsinitiatieven betreft. Zoals eerder aangegeven, merken meerdere respondenten op dat de gemeente tamelijk reactief is in haar handelen, zelf niet altijd het goede voorbeeld geeft en niet als regisseur optreedt van het veld.
Initiatieven komen vaak uit de koker van de maatschappelijke partners en ondernemers, waarbij zij zich (in de uitvoering) niet altijd gefaciliteerd en gesteund voelen door de gemeente. Er is bij zowel de gemeente al de maatschappelijke partners veel bereidheid om meer samen te werken, maar daarvoor moet de gemeente dan wel haar rolopvatting herzien. 6. De huidige informatievoorziening sluit niet aan op de behoefte van de raad (de voortgang van het beleid is op dit moment niet te monitoren). De verantwoording over het beleid vindt in de eerste instantie plaats via de reguliere P&C-cyclus. In deze P&C-documenten staan voornamelijk abstract geformuleerde doelen, er zijn geen meetbare streefwaarden geformuleerd (wanneer is het doel behaald?) en de relatie met het duurzame (eind)doel ontbreekt. Hiermee valt de voortgang niet te monitoren en zijn de resultaten niet inzichtelijk. Dat maakt bijsturen voor de raad erg lastig. De gemeenteraad heeft aangegeven dat er behoefte is aan een betere informatievoorziening om te bepalen of voldoende voortgang wordt geboekt. | 7 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
7. De raad stelt wel kaders en controleert, maar voelt zich nog niet senang in die rol. Uit het onderzoek blijkt dat de raadsleden vinden dat duurzaamheid een lastige en complexe materie is die voor een lekenbestuur moeilijk is te doorgronden. De raad heeft onvoldoende zicht op de volledigheid en integraliteit van het beleid en de samenhang tussen alle verschillende nota’s in relatie tot de duurzaamheidsdoelen. De raad controleert vooral of er actie wordt ondernomen, maar acht zich niet in staat om te beoordelen of er voldoende wordt gedaan en of er voldoende voortgang is. Er wordt door de raad wel bijgestuurd - er wordt veelvuldig gebruikgemaakt van (bij)sturingsinstrumenten - maar er heeft nog geen doelstellingendebat plaatsgevonden over het thema. Om goed de kaders te kunnen stellen en te controleren is meer kennis en expertise nodig over het thema. 2.2 Aanbevelingen Op basis van bovenstaande conclusies en bevindingen komen we tot de volgende aanbevelingen. 1. College, raad en ambtelijke organisatie: Verbeter de wijze waarop gemeenteraad, college en organisatie (strategisch) duurzaamheidsbeleid ontwikkelen en hierover besluiten, waarbij de kaderstellende rol van de raad wordt versterkt.
Onze adviezen hierbij zijn (mede in het licht van de maatschappelijke impact): ● Start bij het duurzaamheidsbeleid met informele beeldvorming, met zicht krijgen op en duiding van het vraagstuk. Zorg voor inbreng van externe deskundigheid om inhoudelijke informatie objectief te presenteren en betrek stakeholders zoals netbeheerders, andere overheden en woningcorporaties om gezamenlijke opgaven te duiden. ● Maak vooraf duidelijke afspraken over rolneming door raad, college, ambtelijke organisatie en samenleving en (project)partners. Blijf hierop gezamenlijk reflecteren en evalueren. Hierin kan de griffie een belangrijke rol spelen. ● Laat de gemeenteraad een startnotitie vaststellen met ambities, concrete doelen, richting en uitgangspunten voor het beleid. Neem hierbij ook het proces met de afspraken over rolverdeling en samenwerking mee. ● Besteed in dit stadium ook aandacht aan de mate waarin en op welke manier inwoners en andere belanghebbenden invloed kunnen uitoefenen op de besluitvorming (welke vorm van participatie). ● Maak een (indicatieve) raming wat het (strategische) duurzaamheidsbeleid betekent voor de gemeentelijke financiën en capaciteit. 2. College en raad: Inventariseer of de huidige capaciteit en middelen in lijn zijn met de uitvoering en het ambitieniveau.
Voor het team duurzaamheid en medewerkers die op andere plekken in de organisatie aan de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid werken, is niet duidelijk hoeveel tijd (en middelen) kunnen worden besteed. Er lijkt onvoldoende capaciteit en er kan niet aan alle verwachtingen worden voldaan, waardoor plannen en uitvoering niet altijd van de grond komen. Ons advies is, in lijn met de hoofdconclusie, om niet meer plannen te maken maar eerst inzicht te krijgen in wat nodig is voor de opgave, te investeren in personeel en om voldoende middelen vrij te maken. Hierbij adviseren we om eerst een inventariserend onderzoek te houden ten aanzien van de capaciteit, middelen in relatie tot de huidige uitvoering en het ambitieniveau. | 8 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
3. College: Zorg dat het programma Duurzaamheid als programma wordt opgepakt op basis van een programmaplan. Er is op dit moment geen programmaplan met duidelijke maatregelen en projecten die leiden tot het bereiken van de duurzaamheidsdoelen waaraan de gemeente moet voldoen. Ons advies is daarom om een plan op te stellen waarbij rekening wordt gehouden met de hierboven genoemde aanbevelingen. Leg in het programma duidelijk vast welke doelen het programma moet bereiken en koppel hieraan SMART- geformuleerde (tussen)doelen en de bijbehorende mensen en middelen, een organisatiebeschrijving van het programma een tijdsplanning en het bij aanbeveling 5 genoemde informatieprotocol. Zorg dat het programma als organisatiebrede opgave vorm krijgt. Zorg dat college en gemeenteraad tijdig inzicht hebben in de voortgang en verwerk nieuwe ontwikkelingen. 4. College en raad: Zorg voor een duidelijk participatieproces en maak afspraken over de wijze waarop hiermee wordt omgegaan. De gemeente Steenwijkerland heeft uitgesproken dat participatie bij projecten, visie en beleidsvorming vanzelfsprekend is. Dit is beschreven in de visie op inwonersparticipatie. Deze visie geeft uitgangspunten en beschrijft welke stappen moeten worden gezet. Wat niet concreet is gemaakt, is welke eisen gelden om te kunnen spreken van een goed participatieproces.
Er is beschreven wat nodig is om zienswijzen en bezwaren op te halen. Niet beschreven is hoe moet worden omgegaan met deze zienswijzen en bezwaren. Hierdoor is voor initiatiefnemers die participatie moeten vormgeven onduidelijk wanneer het voldoende is. Dit kan door een handreiking te maken waarin hier duidelijkheid over wordt gegeven. 5. College: Betrek de gemeenteraad actief bij het inrichten van de proces- en informatievoorziening en ontwikkel een informatieprotocol. Zorg dat raadsleden mee kunnen bepalen hoe en wanneer ze worden ingelicht over zowel de inhoudelijke taakuitvoering als de voortgang op de doelstellingen en de indicatoren. Zorg dat de P&C-cyclus en de overige informatiestromen op inhoud aan elkaar gerelateerd zijn zodat er samenhang en overzicht in de informatievoorziening ontstaat. Kijk of in samenspraak met het college een protocol opgesteld kan worden waarin vastgelegd wordt welke informatie de raad wil ontvangen en welke informatie het college moet geven. De griffie zou een centrale rol kunnen spelen in dit proces. 6. College en raad: Laat de gemeenteraad beter informeren over duurzaamheid en de implicaties van de keuzes die de raad op het punt staat te maken, bijvoorbeeld via expertsessies. Duurzaamheid is een complex en majeur onderwerp.
Om de kaderstellende en controlerende taak goed te kunnen uitvoeren, is naast voldoende informatie ook voldoende begrip van het thema nodig om deze informatie te duiden. De gemeenteraad kan zich, bijvoorbeeld in een expertsessie of in regionale bijeenkomsten (met ook onafhankelijke experts van buiten), laten informeren. Het gaat hier nadrukkelijk niet over de duurzaamheid an sich, maar vooral over de gevolgen van keuzes, bijvoorbeeld ten aanzien deelbesluiten en beleid, zoals wel of geen windmolens, maar ook wat alternatieven en andere mogelijkheden zijn. | 9 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
DEEL II NOTA VAN BEVINDINGEN | 10 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
H3 | Onderzoeksverantwoording Deel II van het rapport gaat gedetailleerder in op de bevindingen waarop de conclusies en aanbevelingen in Deel I zijn gebaseerd. Deel II kent de volgende hoofdstukindeling: ● Hoofdstuk 3: Onderzoeksverantwoording ● Hoofdstuk 4: Context voor duurzaamheidsbeleid ● Hoofdstuk 5: Gemeentelijk beleid ● Hoofdstuk 6: Organisatie ● Hoofdstuk 7: Uitvoering ● Hoofdstuk 8: Resultaten ● Hoofdstuk 9: Verantwoording Deze nota van bevindingen is voorzien van een uitgebreide set van bijlagen (bestudeerde documenten, lijst met geïnterviewde personen, normenkader). 3.1 Hoofdvraag en deelvragen De Rekenkamercommissie Steenwijkerland heeft de volgende centrale onderzoeksvraag geformuleerd: Hoe krijgt het gemeentelijk beleid dat onder de noemer duurzaamheid gebracht kan worden in Steenwijkerland vorm, wat zijn de resultaten en hoe is dit beleid mede gericht op de inwoners en bedrijven, en daarmee op het versterken van duurzaam gedrag van inwoners, bedrijven en instellingen én op het verkrijgen van draagvlak? De centrale onderzoeksvraag is verder geoperationaliseerd in tien deelvragen. De deelvragen zijn onderverdeeld naar de aspecten die tezamen de beleidscyclus vormen die de samenhang tussen voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van beleid weergeeft.
Als onderzoeksmodel is de beleidscyclus gehanteerd die gemeenten gebruiken bij de voorbereiding, de uitvoering en de evaluatie van beleid. Figuur 1 Schematische weergave onderzoeksmodel Dit model is het theoretisch vertrekpunt geweest voor het onderzoek en het normenkader. | 11 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Beleid 1. Heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland duurzaamheidsbeleid vastgelegd, wanneer en in welke beleidsdocumenten? Wat is de algemene noemer waarmee dit beleid is beschreven? 2. Hoe is het duurzaamheidsbeleid tot stand gekomen, welke rol heeft de raad gespeeld en in hoeverre zijn de inwoners betrokken bij het formuleren van dit beleid? 3. Welke beleidsdoelen heeft de gemeente ten aanzien van duurzaamheid en zijn de beleidsdoelen (voldoende) SMART geformuleerd? Organisatie 4. Hoe is de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid in de gemeentelijke organisatie georganiseerd (waar liggen de taken, rollen en verantwoordelijkheden)? 5. Hoe groot is het draagvlak binnen de samenleving voor duurzaam gedrag en daarmee voor het door de gemeenteraad geformuleerde beleid? Uitvoering 6. Welke projecten en activiteiten op het gebied van duurzaamheid worden er uitgevoerd door de gemeente en welke door ondernemers, inwoners en organisaties? 7. In hoeverre is er sprake van een effectieve en efficiënte samenwerking met inwoners en ondernemers op het gebied van duurzaamheid? Resultaten en effecten 8. Hoe worden de doelstellingen en de voortgang hierop gemonitord? 9. In hoeverre is het duurzaamheidsbeleid doeltreffend en doelmatig (meetbare effecten)? Evaluatie en verantwoording 10.
Hoe wordt de gemeenteraad over de voortgang van het beleid geïnformeerd (en is dit tijdig, juist en volledig)? 3.2 Normenkader Om de verzamelde informatie te beoordelen en om de onderzoeksvragen te kunnen beantwoorden, is gebruikgemaakt van een normenkader. Dit normenkader is bij dit rapport gevoegd als bijlage 1. Scope van het onderzoek Een onderzoek naar duurzaamheidsbeleid kan erg breed zijn. In dit geval is de scope bepaald op een ‘inventariserend onderzoek’. De volgende definitie van duurzaamheid is hierbij gehanteerd: ‘ Zodanig handelen dat aan de behoeften van de huidige generaties wordt voldaan zonder de behoeften van toekomstige generaties in gevaar te brengen. De nadruk ligt op het voorkomen van onomkeerbare aantasting van de fysieke leefomgeving en het voorkomen van uitputting van eindige voorraden waaronder die aan fossiele energie.’ Het onderzoek richt zich op de raadsperiode van 2018 tot en met het eerste kwartaal van 2022. Van de raadsperiode 2014 -2018 is geen uitgebreide beleidsreconstructie gemaakt. Wel een inventarisatie. Het onderzoek kijkt nadrukkelijk naar de wijze waarop inwoners, ondernemers en de initiatieven die de gemeenschap onderneemt voortkomen uit beleid en bijdragen aan het bereiken van beleidsdoelen.
Doelmatigheid en effectiviteit van inzet van middelen en capaciteit van inwoners, bedrijven en organisaties in het gebied Steenwijkerland liggen buiten de scope van dit onderzoek. | 12 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
3.3 Onderzoeksmethoden De volgende methoden zijn ingezet voor het onderzoek naar het duurzaamheidsbeleid in Steenwijkerland. Normenkader Voor het waarderen van het beleid en de uitvoering is gebruikgemaakt van een normenkader. Het normenkader is terug te vinden in bijlage 1 . Deskresearch Om inzicht te krijgen in de stand van het duurzaamheidsbeleid en wat daar allemaal onder valt, is een deskresearch uitgevoerd. Hierbij is onder andere gekeken naar beleidsdocumenten, verantwoordingsdocumenten, visies, samenwerkingsafspraken, moties en schriftelijke raadsvragen. Bijlage 2 bevat een lijst met bestudeerde documenten. Met de deskresearch is zoveel mogelijk informatie verzameld om de onderzoeksvragen te beantwoorden aan de hand van het normenkader. Interviews met betrokken personen en organisaties Voor een verdieping en nadere duiding zijn interviews gehouden. Er zijn gesprekken gevoerd met medewerkers van de ambtelijke organisatie, een delegatie van de gemeenteraad en collegeleden. Daarnaast hebben we gesproken met verschillende organisaties en partners die betrokken zijn bij en te maken hebben met het duurzaamheidsbeleid (waaronder Stichting Duurzaam Steenwijkerland, woningcorporaties, energiecoöperaties, natuurmonumenten, het waterschap, Business Club Steenwijkerland). De lijst van geïnterviewde personen staat in bijlage 3 .
| 13 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
H4 | Context voor duurzaamheid(sbeleid) Dit inleidende hoofdstuk gaat in op de definitie van duurzaamheid en de internationale en nationale kaders voor het maken en uitvoeren van gemeentelijk beleid. Daarna volgt een beschrijving van (beleids)stukken die op regionaal niveau zijn opgesteld en die van invloed zijn op het beleid van de gemeente. In dit hoofdstuk wordt vooral de context geschetst en worden geen directe onderzoeksvragen beantwoord. 4.1 Duurzaamheid: een definitie Een veel voorkomende definitie van duurzame ontwikkeling is ‘In de behoefte van de huidige generatie voorzien, zonder de komende generaties de mogelijkheid te ontnemen om in vergelijkbare mate in hun behoeften te voorzien.’ In het dagelijks taalgebruik heeft het begrip duurzaamheid een directe relatie 1 met de kwaliteit van de leefomgeving. In dit rapport volgen we die lijn. Duurzaamheidsbeleid is gekoppeld aan de leefomgeving en richt zich op het voorkomen van klimaatverandering, het beschermen van planten en dieren (biodiversiteit) en het voorkomen van uitputting van eindige voorraden grondstoffen (circulariteit). 4.2 Kaders voor gemeentelijk duurzaamheidsbeleid Internationaal beleid De Verenigde Naties hebben de Duurzame Ontwikkelingsdoelen vastgesteld. Deze vormen het kader voor duurzame doelstellingen voor overheden.
De doelen richten zich op het brede begrip duurzaamheid en hebben ook betrekking op het beëindigen van extreme armoede, onrecht en ongelijkheid. Het voorkomen van klimaatverandering, toegang tot betaalbare duurzame energie, duurzame productie en consumptie en beschermen van ecosystemen, bossen en biodiversiteit horen tot de doelen. Deze doelen sluiten aan bij wat in dit rapport wordt verstaan onder duurzaamheid en duurzaamheidsbeleid. Het invulling geven aan de doelen is een verantwoordelijkheid van nationale overheden, waaronder de Nederlandse. Uiteraard leidt dit tot een vertaling richting lagere overheden. Op Europees niveau is veel beleid gemaakt om duurzame doelstellingen te halen. Dit komt samen in de Europese Green Deal. Deze Green Deal is de Europese inspanning om een einde te maken aan klimaatverandering en milieu-aantasting. De Green Deal heeft geresulteerd in “Fit for 55”, een pakket maatregelen om het EU-beleid inzake klimaat, energie, landgebruik, vervoer en belastingen zo af te stemmen dat de netto broeikasgasemissies tegen 2030 ten opzichte van het niveau van 1990 met minstens 55 procent is verlaagd. Veel beleid van de gemeente Steenwijkerland is gemaakt voordat de Europese Green Deal het licht zag.
Wel vormen de Green Deal, Fit for 55 en de vertaling van de Nederlandse Rijksoverheid in beleid voor Nederland, het kader waaraan ook de gemeente Steenwijkerland moet voldoen. 1 “Our Common Future” (Rapport Brundtland), 1987, Wereldcommissie over Milieu en Ontwikkeling. | 14 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Nationaal beleid In de afgelopen decennia is duurzaamheid een steeds urgenter maatschappelijk onderwerp geworden waarvoor op nationaal niveau veel beleid is gemaakt. Het klimaatakkoord uit 2019 vormt de basis van veel bestaand duurzaamheidsbeleid. Inmiddels is duidelijk dat de uitgangspunten en het beleid dat voorgaande kabinetten hebben gemaakt aanscherping en aanpassing behoeven. Mede doordat steeds duidelijker wordt dat de negatieve gevolgen van het menselijk handelen op de omgeving groot zijn, is de Rijksoverheid druk bezig met het vormgeven en uitvoeren van beleid om enerzijds de gevolgen tegen te gaan en anderzijds om mensen en organisaties te stimuleren om op een andere manier te handelen. Deze aanscherping en aanpassing van beleid betekent dat er veel op de maatschappij en de gemeenten afkomt. Bestaande beleidskaders en -doelstellingen zullen meer en meer achterhaald worden en worden vervangen door nieuwe kaders en doelstellingen. Uiteraard betekent dit dat gemeenten hun beleid, doelstellingen, aanpak en organisatie tegen het licht moeten houden om aan te blijven sluiten bij de doelstellingen van het rijksbeleid. Op het gebied van het duurzame energieopwek, emissiereductie van broeikasgassen, beperken van stikstofuitstoot, hergebruik van grondstoffen en biodiversiteit worden de komende jaren nieuwe doelen gesteld.
Regionaal beleid De gemeente Steenwijkerland werkt op regionaal niveau samen met andere partijen aan verschillende duurzaamheidsdoelstellingen. De belangrijkste zijn de RES (Regionale energiestrategie) en de RAS Regionale adaptatiestrategie). Deze laatste in combinatie met de RUA (Regionale Uitvoeringsagenda) 2022-2027. Hierna worden de genoemde documenten, waaraan ook de gemeente Steenwijkerland heeft bijgedragen, beschreven. Regionale Energiestrategie West Overijssel (RES) Steenwijkerland heeft op 22 juni 2021 ingestemd met de Regionale Energiestrategie West-Overijssel. De belangrijkste consequenties voor de gemeente Steenwijkerland zijn de zes hoofddoelstellingen van de RES die gelden op gebiedsniveau: 1. Totale opwek 1.8 TWh verdeeld in 60% wind en 40% zon. 2. Zoekgebieden en uitsluitingsgebieden worden uiterlijk bij RES 2.0 bestuurlijk vastgelegd. 3. Ruimtelijke uitwerking op lokaal en subregionaal niveau volgens ontwerpprincipes uit de concept-RES. 4. Beperken maatschappelijke kosten netwerk door meer wind, clustering en afstand tot aansluitpunten beperken. 5. Gebiedsgerichte en grensontkennenden aanpak (over gemeentegrenzen) voor zon en wind. 6. 50% lokaal eigendom grootschalige opwek energie. Afgesproken is dat iedere gemeente staat voor het realiseren van het eigen aandeel binnen het bod en dat hiervoor samenwerking wordt gezocht met buurgemeenten.
Gemeenten zijn ook aan zet voor de bewonersparticipatie en het vergroten van de maatschappelijke acceptatie van de energietransitie. De doelstelling van 50% lokaal eigendom is hierbij belangrijk. Gemeenten maken lokale energieplannen die door de gemeenteraad worden vastgesteld. In de RES zijn de volgende indicatieve doelstellingen voor de gemeente Steenwijkerland opgenomen. | 15 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Tabel 1 Doelstellingen vanuit de RES voor Steenwijkerland Zon op veld Zon op dak Wind Totaal 112 GWh 59 GWh 0 GWh 171 GWh Kanttekening is dat er RES-breed nog onvoldoende in windenergie is voorzien. Daarom is de opdracht voor de gemeenten in West Overijssel het vergroten van het aandeel wind. Samen werken aan klimaatbestendigheid ‘Regionale adaptatiestrategie en uitvoeringsagenda 2022-2027’ De regionale adaptatiestrategie beschrijft hoe provincies, waterschappen en gemeenten in de regio samenwerken aan maatregelen om gevolgen van klimaatverandering het hoofd te bieden. Dit gebeurt binnen het samenwerkingsverband Fluvius. Naast de regionale adaptatiestrategie heeft iedere gemeente een lokale adaptatiestrategie. In de regionale adaptatiestrategie staan enerzijds de gemeentegrens overstijgende maatregelen en anderzijds de lokale maatregelen die voor alle gemeenten vergelijkbaar zijn en (daarom) efficiënt op regionale schaal kunnen worden opgepakt. In de lokale strategie staat de specifieke aanpak van een gemeente. De regionale adaptatiestrategie volgt een stroomgebiedbenadering, waardoor effecten binnen het stroomgebied in onderlinge samenhang worden aangepakt. De doelen en maatregelen uit de RAS worden door de overheden verankerd in beleid (omgevingsplan) en zo van een juridische basis voorzien.
De RAS is uitgewerkt in een Regionale Uitvoeringsagenda (RUA) die iedere zes jaar wordt geactualiseerd. De deelnemende overheden en de organisatie van Fluvius zorgen voor de uitvoering. | 16 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
H5 | Bevindingen ten aanzien van gemeentelijk beleid Dit hoofdstuk beschrijft hoe het duurzaamheidsbeleid van Steenwijkerland eruit ziet. Wat wordt binnen de gemeente verstaan onder duurzaamheid en welk beleid is vastgesteld? In dit hoofdstuk wordt ingegaan op de volgende onderzoeksvragen: 1. Heeft de gemeenteraad van Steenwijkerland duurzaamheidsbeleid vastgelegd, wanneer en in we beleidsdocumenten? Wat is de algemene noemer waarmee dit beleid is beschreven? 2. Hoe is het duurzaamheidsbeleid tot stand gekomen, welke rol heeft de raad gespeeld en in hoev inwoners betrokken bij het formuleren van dit beleid? 3. Welke beleidsdoelen heeft de gemeente ten aanzien van duurzaamheid en in hoeverre zijn die (v SMART geformuleerd? De belangrijkste bevindingen in dit hoofdstuk zijn: ● Er is geen overkoepelend duurzaamheidsbeleid en een eenduidige definitie van duurzaamheid ontbreekt. De gemeente heeft wel sectoraal beleid vastgesteld voor verschillende beleidsterreinen die vallen onder, of raakvlakken hebben met duurzaamheid. ● Duurzaamheidsbeleid komt niet planmatig en structureel tot stand. Er is te weinig aandacht voor het maken van duidelijke keuzes van doelen en de activiteiten die nodig zijn. ● Partijen uit de samenleving worden betrokken bij het maken en uitvoeren van beleid, maar zijn desondanks van mening dat er meer met hun input gedaan kan worden.
● Het Programmaplan Duurzaamheid is niet voltooid. Dit wordt zowel door de medewerkers als door partners en stakeholders buiten de gemeentelijke organisatie als een gemis ervaren. ● Duurzaamheidsopgave wordt niet gemeentebreed gevoeld. Veel respondenten hebben aangegeven dat de gemeente zelf lang niet altijd het goede voorbeeld geeft en ook weinig actie onderneemt om dit te verbeteren. Duurzaamheid zou meer onderdeel moeten zijn van wat de gemeente doet en laat. ● De beleidsdocumenten bevatten geen concrete doelstellingen en er is geen (over)zicht of de bredere klimaat- en duurzaamheidsdoelen binnen bereik blijven, dan wel welke beweging de gemeente maakt. 5.1 Heeft de gemeenteraad duurzaamheidsbeleid vastgelegd, wanneer en in welke beleidsdocumenten? Wat is de algemene noemer waarmee dit beleid is beschreven? Er is geen overkoepelend duurzaamheidsbeleid en één definitie van duurzaam ontbreekt. Uit het onderzoek komt naar voren dat de gemeente Steenwijkerland het beleid voor het voorkomen van klimaatverandering, betaalbare duurzame energie, duurzame productie en consumptie en het beschermen van biodiversiteit heeft vastgelegd in diverse documenten. Er is geen (beleids)document dat deze onderwerpen in hun onderlinge samenhang beschrijft of beschrijft wat binnen de gemeente wordt verstaan onder duurzaam of duurzaamheid.
| 17 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
De omschrijving van het begrip duurzaamheid is in verschillende documenten steeds net weer iets anders. De volgende twee definities, uit de Omgevingsvisie en uit de Communicatiestrategie Programma Duurzaam, dekken samen de kern van het duurzaamheidsbeleid van Steenwijkerland: ● Duurzaamheid staat hoog in ons vaandel. We willen inspelen op ontwikkelingen als klimaatverandering en schaarste aan grondstoffen en fossiele brandstoffen. We gaan zuinig om met ruimte en hebben oog voor biodiversiteit. Uit: Omgevingsvisie Steenwijkerland (2017). ● We houden rekening met de behoeften van de huidige generaties zonder die van de toekomstige generaties in gevaar te brengen. We gebruiken natuurlijke hulpbronnen duurzaam en zetten in op een energieneutrale gemeente. ( ..). In 2050 maken we, werkend in een circulaire economie, alleen nog maar gebruik van hernieuwbare energie en is onze gemeente volledig klimaatadaptief. Uit: Communicatiestrategie Programma Duurzaam “Samen naar een duurzamer Steenwijkerland”. De gemeente heeft sectoraal beleid vastgesteld voor deelaspecten van duurzaamheid. Er is beleid gemaakt en vastgesteld voor de onderwerpen warmtetransitie, duurzame opwek van elektriciteit, biodiversiteit, circulariteit (hergebruik en grondstoffen), mobiliteit en duurzaam inkopen. Het beleid is sectoraal ingestoken, wat wil zeggen dat het zich richt op een specifiek onderwerp.
Hierdoor ontbreekt samenhang en wordt niet gekeken naar de onderlinge relatie en de bijdrage die aan algemene duurzaamheidsdoelstellingen wordt geleverd. Hieronder gaan we in op de belangrijkste documenten die door de gemeenteraad en het college zijn vastgesteld om richting te geven aan het duurzaamheidsbeleid. Coalitieakkoord 2018-2022 Dit rekenkameronderzoek richt zich voornamelijk op de periode 2018-2022. Daarom is als eerste gekeken naar het coalitieakkoord van het vorige college. In dat akkoord staat ten aanzien van duurzaamheid dat ‘Steenwijkerland kiest voor een duurzame ontwikkeling van de woon-, leef-, en werkomgeving van de huidige en toekomstige generaties. Steenwijkerland gebruikt natuurlijke hulpbronnen duurzaam en zet in op een energieneutrale gemeente. Steenwijkerland kiest ervoor om lokaal haar verantwoordelijkheid te nemen in verbinding met de regio. De gemeente wordt een voorbeeld op het gebied van duurzaamheid. Steenwijkerland toont daarbij ambitie en daadkracht.’ In het coalitieakkoord staat dat met de inspanningen tot dusver (in 2018) de doelstellingen op het gebied van duurzaamheid niet worden gerealiseerd. Het coalitieakkoord geeft verder aan dat er een Programma Duurzaamheid komt. Bij de uitwerking van dit programma worden nadrukkelijk de uitkomsten van de G1000 Burgertop Steenwijkerland Energieneutraal betrokken .
De focus van dit programma ligt op het verminderen van de afhankelijkheid van gas en de opwekking van energie via andere energiebronnen. De gemeente wil natuurlijke hulpbronnen duurzaam gebruiken en fors inzetten op de principes van de circulaire economie (hergebruik van reststoffen). Het coalitieakkoord beschrijft ook een aantal aan duurzaamheid gerelateerde onderwerpen: ● Mobiliteit, onder andere elektrisch vervoer. ● Behoud van landschappelijke kwaliteit en biodiversiteit, onder andere in relatie tot grootschalige energieopwekking. ● Circulair bouwen en produceren door gemeentelijk beleid voor circulaire economie en aandacht voor aanbestedingsvoorwaarden. | 18 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
De ambities zijn in lijn met de landelijke ambities en weinig concreet. Het akkoord benoemt een aantal te ontwikkelen instrumenten, zonder dat duidelijk wordt hoe deze bijdragen aan de doelstelling. Data waarop doelen bereikt moeten zijn en gekwantificeerde doelen voor bijvoorbeeld de hoeveelheid opgewekte duurzame energie ontbreken. Conclusie is dat de lat (ambitie) voor de betreffende raadsperiode hoog wordt gelegd, maar niet duidelijk wordt gemaakt of doelen binnen bereik zijn. Burgerbesluit G1000 Steenwijkerland In 2017 bogen 275 inwoners zich tijdens de G1000 Burgertop over de vraag: ‘Hoe maken we Steenwijkerland energieneutraal?’ De uitkomsten zijn opgenomen in een Burgerbesluit dat in de gemeenteraad is besproken. Het Burgerbesluit omvat keuzes/besluiten over onder meer informatievoorziening en leren over verduurzaming, mobiliteit, duurzame energieopwekking, energiebesparing in woningen, oprichting energiecoöperaties en te ontwikkelen gemeentelijk beleid. De gemeenteraad heeft bij de behandeling in de raad aangegeven dat de uitkomsten van de G1000 richtinggevend zijn voor het college bij de uitwerking van het programma Duurzaamheid. Daarnaast is opgeroepen om verbindingen te leggen met andere ontwikkelingen zoals de regionale energiestrategie en te kijken naar de benodigde financiën.
Programmaplan Duurzaam Gemeente Steenwijkerland Het programmaplan Duurzaam Gemeente Steenwijkerland (versie 2.0) is een opzet voor de programmatische aanpak van het duurzaamheidsbeleid. Het programmaplan is niet voltooid (en dus ook nog niet vastgesteld door de gemeenteraad). Het heeft geen formele status en vormt dus ook geen uitgangspunt voor de uitvoering. We noemen het hier omdat het een belangrijke constatering is. Het programma bevat geen financiële paragraaf, organisatiebeschrijving of beschrijving van de formatie. Wel zijn er doelstellingen en mogelijke projecten genoemd. Een deel van deze projecten is inmiddels opgepakt. Al met al is het programmaplan niet meer dan een eerste aanzet voor het programma. Communicatiestrategie Duurzaam Steenwijkerland Hoewel een programmaplan ontbreekt, is er wel een uitgewerkte communicatiestrategie. Deze communicatiestrategie beschrijft hoe de gemeente samen met andere partijen vormgeeft aan de uitvoering van het duurzaamheidsbeleid. De communicatiestrategie noemt de sporen uit het programma en beschrijft wat de communicatiedoelstelling is, welke partners nodig zijn om doelen te realiseren, wat de kernboodschap is en welke rol de gemeente heeft bij het bereiken van de doelen. In de communicatiestrategie zijn geen SMART-doelen opgenomen.
Veelal zijn de (communicatie)doelen gericht op bewustwording, het geven van inzicht en eventueel gedragsverandering. Voorbeelden van doelstellingen zijn: ‘Inwoners, bedrijven en maatschappelijke organisaties hebben inzicht in de mogelijkheden die er zijn om te besparen op aardgas en worden geactiveerd om zelf te handelen op het gebied van het besparen van aardgas’ en ‘Bewustwording creëren van het feit dat het samen moet: we moeten deze opgave samen oppakken als overheid en samenleving.’ Meten of dergelijke doelen zijn bereikt is zonder aanvullend onderzoek dan ook niet mogelijk. Transitievisie warmte De Transitievisie warmte beschrijft hoe de gemeente Steenwijkerland in 2050 van een alternatief voor aardgas wordt voorzien en hoe tot 2030 de eerste stappen worden gezet. De Transitievisie warmte besteedt aandacht aan de noodzaak van de eerste stap, het terugdringen van de warmtevraag door gedragsverandering en isolatie en het uitgangspunt dat de warmtetransitie betaalbaar moet zijn voor | 19 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
inwoners en bedrijven. Dit betekent onder meer efficiënte en betrouwbare oplossingen en mogelijkheden om maatregelen te financieren, waarbij woonkostenneutraliteit het uitgangspunt is. Een oplossing die volgens de visie voor Steenwijkerland goed kan werken is gebruik van groen gas dat via het bestaande netwerk wordt verspreid. Er wordt gekeken naar de mogelijkheid om inwoners te laten profiteren, mogelijk via een lokaal energiebedrijf. Dit kan mogelijk het draagvlak voor de warmtetransitie vergroten. De Transitievisie warmte geeft doelen weer en een gedegen analyse van de bestaande situatie en mogelijke oplossingen en wat er bij komt kijken om deze oplossingen te realiseren. Ook is beschreven welke vervolgstappen nodig zijn. Hoe de concrete vervolgstappen moeten worden gezet is niet beschreven. Grondstoffenplan Het grondstoffenplan is een kapstok voor een verzameling aan ambities op het gebied van grondstoffen, afval en de circulaire economie en geeft invulling aan het onderwerp circulaire economie uit het Bestuursprogramma Duurzaamheid (het spoor Afval = Grondstof). Met omgekeerd inzamelen is in Steenwijkerland de eerste stap richting circulariteit gezet.
Het grondstoffenplan bevat nieuwe stappen zoals het verwaarden van groene reststromen, het inzamelen van grondstoffen, meer hergebruik en samen met ondernemers en inwoners aan de slag om de circulaire economie een boost te geven. Het plan werkt de verschillende stappen uit en koppelt hieraan acties en kosten. SMART-geformuleerde doelen ontbreken, behalve waar wordt aangesloten bij landelijke doelstellingen. In dat geval worden de landelijke doelstellingen genoemd. In het midden blijft of en hoe de gemeente deze doelstellingen wil realiseren. Plan van aanpak Biodiversiteit Het plan van aanpak Biodiversiteit beschrijft welke acties de gemeente Steenwijkerland gaat ondernemen om de biodiversiteit te versterken. Het plan kent drie doelstellingen: 1. Versterken van de insecten stand (bestuivers) 2. Beheer en onderhoud afstemmen op wilde planten en dieren 3. Agenderen biodiversiteit Het plan volgt drie sporen: samen met inwoners, eigen organisatie en gebiedspartners. De maatregelen in het plan zijn veelal inventariserend en initiërend en richten zich op wat gedaan kan en moet worden. Dergelijke maatregelen dragen niet concreet bij aan het verbeteren van de biodiversiteit. Er zijn geen harde doelstellingen die moeten worden gehaald bijvoorbeeld wat betreft toename van het aantal soorten. Het plan van aanpak bevat een uitvoeringsprogramma met doelen, realisatiedata, uren en kosten.
Inmiddels is het aangekondigde actieplan geschreven: het Plan van Aanpak Natuur voor Elkaar. Dit plan bevat vooral voornemens en de aankondiging dat er ambtelijke uren beschikbaar zijn voor coördinatie. Voor de daadwerkelijke uitvoering wordt een beroep gedaan op partners. Inmiddels is - zoals aangekondigd in het plan van aanpak - een bermbeheerplan opgesteld. Dit plan bevat een 0-meting en streefwaarden voor ecologische kwaliteit. Ook is aangegeven welk deel van de bermen minimaal ecologisch beheerd wordt (60%). Strategische mobiliteitsvisie De Strategische Mobiliteitsvisie van Steenwijkerland beschrijft vier kernopgaven. Eén daarvan is duurzaamheid. De andere kernopgaven zijn aantrekkelijkheid, gastvrijheid en regionale opgave. | 20 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Duurzaam is vertaald naar ruimte voor schone mobiliteit en mobiliteit die weinig ruimte inneemt (lopen en fietsen). Benoemd is dat de mobiliteitsvisie mede is bedoeld om bij te dragen aan de doelstellingen van het klimaatakkoord: reductie van uitstoot van CO ₂ en energieneutraliteit. Daarnaast moet uitbreiding van infrastructuur voor (auto)verkeer waar mogelijk worden voorkomen. De gemeente wil inzetten op het verhogen van het gebruik van elektrische en waterstofvoertuigen en van het gebruik van deelvoertuigen. Bij aanleg en onderhoud van infrastructuur wordt gekeken naar mogelijkheden van klimaatadaptieve maatregelen en circulariteit. Het onderwerp duurzaamheid is duidelijk aanwezig in de visie. Er is een duurzaamheidsladder die wordt doorlopen om te bepalen of nieuwe infrastructuur of parkeermogelijkheden gerealiseerd moeten worden. Hierbij wordt gekeken naar mogelijkheden om alternatieven voor de auto te realiseren. Zo draagt het mobiliteitsbeleid bij aan de duurzame doelstellingen van de gemeente waar het gaat om energieverbruik. Onderwerpen als biodiversiteit en circulariteit worden niet genoemd. Duurzaamheid wordt daarmee beperkt uitgelegd en niet integraal meegenomen. Inkoop- en aanbestedingsbeleid In het inkoop- en aanbestedingsprotocol 2021 is maatschappelijk verantwoord inkopen (MVI) opgenomen.
Hierin staat dat per aanbesteding wordt bekeken of en hoe maatschappelijk verantwoord inkopen het best vorm kan krijgen. De gemeente heeft het Manifest MVI ondertekend en uitgewerkt in gemeentelijke doelstellingen. Dit actieplan MVI bevat acties voor inkopen en aanbesteden. De acties zijn algemeen geformuleerd en geven niet aan wat er moet gebeuren. Een uitzondering is Social Return of Investment (SROI). Hiervoor zijn duidelijke kaders die kunnen en worden toegepast. De nota beschrijft duurzaam inkopen als een verplichting en duurzaam inkopen wordt (nog) niet gezien als een middel om duurzaam te handelen. Dit kwam ook uit de interviews met medewerkers van de gemeente naar voren. In de gesprekken is ook aangegeven dat het protocol (deels) achterhaald is omdat er een nieuw landelijk manifest komt. In verband hiermee komt er een actueel gemeentelijk actieplan. De gemeente kent weinig instrumenten voor het duurzaamheidsbeleid. Behalve via beleidsnotities en -plannen, krijgt duurzaamheidsbeleid ook inhoud en handen en voeten via beleidskaders en verordeningen die gebruikt worden om activiteiten te toetsen aan het beleid. Hierna komen deze instrumenten aan bod.
Subsidies en leningen voor verduurzaming (energiebesparing en opwek duurzame energie) Naast de landelijke regelingen die mensen moeten verleiden om te investeren in verduurzaming, kent de gemeente Steenwijkerland de volgende eigen regelingen. ● De sociale duurzaamheidslening isoleren en opwekken duurzame energie ● Isolatiesubsidie doe-het-zelf initiatieven ● Duurzaamheidslening maatschappelijke organisaties Steenwijkerland 2022 De regels voor de uitvoering zijn opgenomen in de volgende verordeningen: ● Algemene Subsidieverordening gemeente Steenwijkerland 2018 ● Verordening lening isoleren en opwekken duurzame energie ● Nadere regels Isolatiesubsidie doe-het-zelf initiatieven Steenwijkerland 2020 ● Nadere regels subsidie duurzaamheidslening maatschappelijke organisaties Steenwijkerland 2022 | 21 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland
Beleidskaders duurzame energie Om te zorgen dat de gemeente Steenwijkerland energieneutraal wordt, zijn de volgende beleidskaders vastgesteld door de gemeenteraad: ● Beleidskader Ruimte voor zonnepanelen op (Steenwijker)land ● Beleidskader voor kleine windmolens in de gemeente Steenwijkerland De beleidskaders omvatten regels waaraan initiatiefnemers moeten voldoen als ze duurzame zon- en windprojecten willen realiseren en geven aan op welke locaties degelijke projecten een plek kunnen krijgen. 5.2 Hoe is het duurzaamheidsbeleid tot stand gekomen, welke rol heeft de raad gespeeld en in hoeverre zijn de inwoners betrokken bij het formuleren van dit beleid? Duurzaamheidsbeleid komt niet planmatig en structureel tot stand. De bredere integrale duurzaamheidsambities zijn te vinden in het coalitieakkoord. De ambities uit het coalitieakkoord worden uitgewerkt in beleid dat door de gemeenteraad wordt vastgesteld. Dit zou met het programmaplan duurzaamheid hebben moeten gebeuren. Het programmaplan is echter niet voltooid en daarmee ook niet vastgesteld door de raad. Wel is er sectoraal duurzaamheidsbeleid vastgesteld. Het initiatief om dit beleid te maken ligt bij de verantwoordelijk ambtenaar. Deze kan trekker zijn binnen het programma of vanuit de lijn verantwoordelijk zijn voor het onderwerp. Het komt zelden voor dat beleid wordt gemaakt omdat de gemeenteraad daarom heeft gevraagd.
Een uitzondering is het beleid voor kleine windmolens. Op 26 mei 2020 is een motie aangenomen om een beleidskader voor kleine windmolens te maken. Dit beleid is op 22 december 2021 in de raad vastgesteld. Verder is er het amendement over het G1000 Burgerbesluit dat oproept om in het programma Duurzaamheid aandacht te geven aan de uitkomsten van de Burgertop, aan te sluiten bij ontwikkelingen bij andere organisaties en te kijken naar benodigde programmagelden. Partijen uit de samenleving worden betrokken bij het maken en uitvoeren van beleid, maar het blijft onduidelijk wat er met hun input wordt gedaan. Uit de interviews blijkt dat de gemeente belanghebbenden (inwoners, ondernemers en maatschappelijke partners) doorgaans betrekt bij beleidsontwikkeling. Desondanks geven veel partners aan dat ze het idee hebben dat er te weinig met hun input wordt gedaan. Aangegeven is dat de gemeente veel ambities uitspreekt en doelen (let op geen doelstellingen) formuleert maar dat geen concrete acties worden ondernomen om deze te behalen. Respondenten geven aan dat zij hier wel behoefte aan hebben en hier ook concrete voorstellen voor hebben gedaan, maar dat zij dit niet terug zien in het beleid.
Tevens is in veel gesprekken opgemerkt dat de gemeente heel goed is in plannen maken, maar dat veel plannen uiteindelijk niet worden uitgevoerd (door capaciteitstekort, maar ook door het achterwege blijven van verdere operationalisering). Hier gaan we in de volgende twee hoofdstukken (organisatie en uitvoering) nader op in. Ondernemers en vrijwilligersorganisaties geven aan dat de gemeente meer gebruik kan maken van hun bereidheid om actie te ondernemen. Zij willen graag meer bijdragen, maar lopen vast in de ambtelijke organisatie en horen weinig terug over suggesties en voorstellen die zij doen. Partijen geven aan dat er wel ruimte is om zelf initiatief te nemen en om medewerking te krijgen voor duurzaamheidsprojecten, zolang projecten niet tot al te grote maatschappelijke weerstand zouden kunnen leiden. | 22 | Rapport Rekenkameronderzoek naar duurzaamheidsbeleid Steenwijkerland