Woonzorgvisie en kernvisies 2404168.pdf
Tekst van het document
Sociale huur12: Woningen met een huurprijs per maand onder de € 879,66 liberalisatiegrens 2024) Goedkope koop13: Woningen met een koopprijs onder de € 255.000, Middenhuur 2024: Woningen met een huurprijs per maand tussen de € 879,66 en € 1026,71 Betaalbare koop 2024: Woningen met een koopprijs tussen de € 255.000,- en € 390.000, Dure huur 2024: Woningen met een huurprijs van meer dan € 1026,71 Dure koop 2024: Woningen met een koopprijs van meer dan € 390.000,Beleidsmatig worden met inachtneming van het voorgaande, de volgende minimale netto streefgetallen aangehouden.In de onderstaande tabel is rekening gehouden met extra woningen in de goedkope en betaalbare koop ten opzichte van de cijfers in de Woondeal.
816 woningen. Minimaal aan de woningvoorraad toe te voegen woningen 2022 t/m 2030 gemeente Steenbergen op basis van combinatie woningmarktonderzoek en woondeal Goedkope huur Goedkope14 Midden huur Betaalbare/ Dure huur Dure koop onder de koop koop liberalisatiegrens 216 120 50 170 15 245
12
Er zijn plannen in voorbereiding bij de rijksoverheid om de huurtoeslaggrens aanzienlijk te verhogen naar € 1000,-. Of dit daadwerkelijk doorgang zal vinden is onzeker. 13 In den lande wordt over het algemeen een grens aangehouden van € 225.000,- voor goedkope koop. De gemeente Steenbergen hanteert € 255.000,- omdat dit aansluit bij de koopgrens van een woning waarvoor starters op de koopwoningmarkt een starterslening kunnen krijgen. 14 In het woningmarktonderzoek wordt een prijsgrens aangehouden van € 225.000,- voor goedkope koop woningen aangehouden. De gemeente hanteert een prijsgrens van € 255.000,- voor goedkope koop. Daarom is hier een aanname gedaan van een grotere vraag naar goedkope koop en een wat lagere vraag naar betaalbare koop woningen ten opzichte van het woningmarktonderzoek.
28 5.1.3. Woningen naar typologie en prijsklasse
Type/prijsklasse woning Sociale huur Goedkope koop Midden huur Betaalbare koop Dure huur Dure koop Totaal
Aan de woningvoorraad toe te voegen woningen 2022 t/m 2030 gemeente Steenbergen op basis van woningmarktonderzoek en woondeal Appartementen Grondgebonden Totaal woningen 123 93 216 12 108 120 28 22 50 20 150 170 9 6 15 28 217 245 220 596 816
Bovengenoemde aantallen zijn de streefgetallen voor de nieuwbouw van woningen. Bij nieuwe bouwplannen worden deze aantallen als richtlijn meegegeven aan ontwikkelaars of corporaties door het college. Deze aantallen zijn niet absoluut. Bij afwijkingen van meer of minder dan 15% kan het college de vrijheid nemen om af te wijken. Bij afwijkingen van meer dan 15% zal bijstelling van het beleid of een gemotiveerde afwijking van het beleid, vanwege andere dan volkhuisvestelijke redenen, nodig zijn middels een raadsbesluit. Woningstichtingen mogen tegenwoordig ook weer andere woningen bouwen dan sociale huurwoningen. In overleg met de corporaties en huurdersverenigingen (de nieuwe prestatieafspraken) wordt onderzocht welke bijdrage woningstichtingen kunnen leveren aan de huisvesting van met name starters op de woningmarkt door het aanbieden van goedkope en/of betaalbare koopwoningen of middel dure huur woningen. 5.1.4: Nieuwe provinciale prognoses november 2023 De getallen (minimale bouwopgave) zoals die in maart 2023 in de regionale woondeal zijn opgenomen zijn inmiddels al weer achterhaald en te laag. Op basis van de nieuwe prognoses, dient de gemeente Steenbergen op 1 januari 2031 gegroeid te zijn tot 11.650 woningen. Op grond van de Woondeal startdatum 1-1-2022 bedraagt de totale woningvoorraaad 10590 (cijfers cbs) woningen . Op 1 januari 2031 zou die moeten zijn 11.289 woningen.
Op grond van de nieuwe provinciale prognoses dienen er dus 352 woningen extra te worden toegevoegd aan de woningvoorraad. Dat komt neer op een totaal van 1071 aan de woningvoorraad toe te voegen woningen. Hierdoor komt het ogenschijnlijke goede beeld op basis van de woondeal in een ander daglicht te zijn en is het echt zaak dat er nog meer plannen in procedure worden gebracht. De bedoeling is dat er regionaal nieuwe afspraken worden gemaakt over het minimumaantal te bouwen woningen op basis van de nieuwe prognoses. 5.1.5. Te verwachten ontwikkeling woningbouw 2031 t/m 2040 In het woningmarktonderzoek en de provinciale prognoses wordt inzicht gegeven in de te verwachten woningbehoefte voor de periode van 2031 t/m 2040. Omdat het verleden heeft aangetoond dat voorspellen van de woonbehoefte op een dergelijke lange termijn moeilijk is,
29 worden hier geen beleidsmatige keuzes in gemaakt en zijn de cijfers puur indicatief. In de nieuwe omgevingsvisie15 zal wel naar de langere termijn worden gekeken met de uitwerking van verschillende scenario’s die rekening houden met de onzekerheden. De input vanuit de omgevingsvisie zal dan worden verwerkt in een aanpassing/toevoeging aan de Woonzorgvisie. De nieuwe provinciale prognose van november 2023 gaan uit van een groei in de periode van 2031 t/m 2040 van 690 woningen. Ook voor de wat langere termijn is dus een hoge bouwproductie noodzakelijk. Hierbij is nog geen rekening gehouden met grotere economische ontwikkelingen zoals het mogelijk nieuwe regionale bedrijventerrein bij Steenbergen. Nieuwe economische ontwikkelingen zullen ook nog een extra druk met zich meebrengen op de woningmarkt. Bij de verdere ontwikkeling van het bedrijventerrein zal worden berekend wat de extra woningbehoefte is. Samenvatting woningbouwopgave gemeentebreed opgesplitst naar type woningen/prijsklasse De tekst in de regionale woondeal ten aanzien van de nieuwbouw van sociale huurwoningen aanpassen,zodanig dat wordt er meer maatwerk kan worden gehanteerd per gemeente en dat er meer wordt aangesloten bij de nog grotere voorziene vraag naar betaalbare koop en midden huurwoningen In regionaal verband zal bovengenoemd uitgangspunt worden afgestemd en besproken.
Voor de sociale huursector wordt aangehouden een streefcijfer van 30% van de minimale bouwopgave voor heel de gemeente, of wel een toename van 216 woningen. Bij een grotere bouwproductie dan de minimale bouwopgave in de woondeal worden er nog wel sociale huurwoningen toegevoegd maar zal de nadruk meer komen te liggen op realisering van vooral betaalbare koop en in mindere mate middenhuur.
In overleg over de nieuwe prestatieafspraken met de corporaties en huurdersverenigingen gaan onderzoeken welke bijdrage de corporaties kunnen leveren aan de huisvesting van met name starters op de woningmarkt door het aanbieden van goedkope/betaalbare koopwoningen of middel dure huur woningen. Voor de periode 2022 t/m 2030 worden onderstaande aantallen woningen met de daarbij behorende opsplitsing naar typologie en prijsklasse als uitgangspunt genomen voor de nieuwbouw. Afwijkingen per typologie zijn mogelijk met 15% naar boven of beneden. De lange termijn woningbehoeftecijfers worden nu nog niet meegenomen in het beleid vanwege de grote onzekerheid die er is ten aanzien van de lange termijn woningbehoefte.
15
Omgevingsvisie: In de omgevingsvisie legt de gemeente haar ambities en beleidsdoelen voor de fysieke leefomgeving voor de lange termijn vast. De gemeente stelt een omgevingsvisie voor het hele grondgebied vast. Daarnaast kan de gemeente samen met een andere gemeente of met de provincie een gezamenlijke of regionale omgevingsvisie opstellen. Gemeenten moeten op 1 januari 2027 hun omgevingsvisie hebben vastgesteld.
30 Aan de woningvoorraad toe te voegen woningen 2022 t/m 2030 gemeente Steenbergen op basis van woningmarktonderzoek en woondeal Appartementen Grondgebonden Totaal woningen 123 93 216 12 108 120 28 22 50 20 150 170 9 6 15 28 217 245 220 596 816
Type/prijsklasse woning Sociale huur Goedkope koop Midden huur Betaalbare koop Dure huur Dure koop Totaal
Bij de vaststelling van de omgevingsvisie zal in beeld worden gebracht wat het gevolg is voor de woningbehoefte als er nieuwe grote economische ontwikkelingen zijn binnen de gemeentegrenzen. 5.2 Woningbouwopgave per kern 5.2.1. Beleidsuitgangspunt verdeling woningbouw per kern Op d.d. 7 juli 2021 heeft de gemeenteraad van de gemeente Steenbergen een motie aangenomen met o.a. als opdracht aan het college erop toe te zien dat nieuwbouw, inclusief 25% nestverlaters, evenredig verdeeld wordt over alle kernen mits dit juridisch kan. Juridisch is dit geen probleem en daarom is dit beleidsuitgangspunt aangehouden in deze Woonzorgvisie. Waarbij het evenredig verdelen gebaseerd is op het inwonertal per kern op 1-1-2022, de startdatum van de woondeal. In het verleden is er voor gekozen om meer woningen te realiseren in de kern Steenbergen en Dinteloord. Dit was toen op basis van de marktsituatie ook logisch. De kleine kernen waren toen aanmerkelijk minder populair om in te wonen dan Steenbergen en Dinteloord. Dit zag je ook terug in de ontwikkeling van de woningbouwprijzen. Tijdens de coronaperiode, maar ook in de periode daarna, is er sprake van een kentering. Wonen in de kleine kernen is tegenwoordig populair.
Het is niet mogelijk om op korte termijn het nieuwe evenredigheidsuitgangspunt te realiseren, omdat de woningen die in 2023 of 2024 worden gebouwd, zijn gebaseerd op plannen waarover de gemeenteraad 4 jaar tot soms wel 16 jaar geleden al een besluit heeft genomen over het vaststellen van een bestemmingsplan. Het uitgangspunt wordt sinds de datum van de aangenomen motie aangehouden bij de ontwikkeling van nieuwe plannen. De eerste resultaten van dit nieuwe beleid zijn pas te verwachten bij de evaluatie van het woonbeleid vanaf 1 januari 2026 . Er wordt dus een splitsing gemaakt in de te verwachten woningbouw per kern voor de 4 jaars periode 2022 (al gerealiseerd), 2023, 2024, 2025 en de 5 jaars periode 2026 t/m 2030. 2022
Te verwachten toevoegingen 2023
Te verwachten toevoegingen 2024 en 2025
Totaal periode 2022 t/m 2025
Op basis van evenredige verdeling
Steenbergen
81
102
148
331 (76,6%)
207 (48%)
Dinteloord
10
8
30
48 (11,1%)
103 (24%)
Kruisland
6
0
0
6 (1,4%)
43 (10%)
NieuwVossemeer
7
18
12
37 (8,6%)
39 (9%)
31 Welberg
2
6
1
9 (2,1%)
26 (6%)
De Heen
1
0
0
1 (0,2%)
13 (3%)
Totaal
107
134
191
432
Er zijn een aantal conclusies te trekken op basis van de in de komende jaren te verwachten woningbouw per kern en totaal. Volgens de woondeal zouden we per jaar minstens 80 woningen dienen te bouwen. Voor de periode 2022 t/m 2025 zou dit inhouden 320 woningen. Er is sprake van een te verwachten bouw van 432 woningen in deze periode, dus ruim 100 boven het minimale streefgetal.
Woonwijk Buiten de Veste Steenbergen
De te verwachten woningbouw in de kern Steenbergen ligt veel hoger dan conform de evenredige verdeling gewenst. In de kern Dinteloord opvallend genoeg niet, terwijl het op basis van de Woonvisie van 2015 wel het beleidsmatig uitgangspunt is geweest om hier ook meer woningen te bouwen. Dit is het gevolg van meer complexe planologische en exploitatietechnische trajecten die meer onderzoekstijd vroegen dan gedacht. Voor de periode 2026 t/m 2030 wordt in onderstaande tabel de te verwachten woningbouwproductie weergegeven. Het uitgangspunt is vanaf dat moment evenredige verdeling. In de tabel kun je zien dat we op de goede weg zijn om dit gestelde doel te halen. De hieronder genoemde inschatting aan toevoegingen is voorzichtig. In de praktijk ligt het in de verwachting dat er meer woningen worden gerealiseerd in de diverse kernen. Er zullen in de loop van de tijd nog verschillende nieuwe woningbouwplannen bekend worden die worden opgepakt (zie paragraaf 5.2.2. Hoe wordt de keuze gemaakt van de te realiseren woningbouwplannen?). De gemeenteraad bepaalt wanneer nieuwe plannen worden opgepakt. De inschatting is dat er in de periode van de looptijd van de woondealafspraken mogelijk nog 200 woningen extra gebouwd gaan worden.
32
Kern
Te verwachten toevoegingen 2026 t/m 2030
Toevoegingen op basis van evenredige verdeling
Woondeal op basis van evenredige verdeling
Totaal toevoegingen minimaal periode 2022 t/m 2030
Bandbreedte toegestane afwijkingen evenredige verdeling
Steenbergen
115
234 (48%)
192 (48%)
446 (46,5%)
44%-52%
Dinteloord
154
117 (24%)
96 (24%)
202 (21%)
20%-28%
Kruisland
75
49 (10%)
40 (10%)
118 (12,3%)
7%-13%
NieuwVossemeer
65
44 ( 9%)
36 (9%)
102 (10,6%)
6%-12%
Welberg
34
29 ( 6%)
24 (6%)
43 (4,48%)
3%-9% 1%-5%
De Heen
46
15 (3%)
12 (3%)
47 (4,9%)
Totaal
489
489 (100%)
400 (100%)
958
De positieve conclusie is dan ook dat waarschijnlijk vanaf 2026 meer in de andere kernen dan Steenbergen wordt gebouwd in absolute en in procentuele zin. Waardoor het beleidsuitgangspunt evenredige verdeling over de gehele periode van 9 jaar haalbaar is op basis van de huidige inzichten. De nog onzekere woningbouwplannen in de periode 2026 t/m 2030 zullen waarschijnlijk vooral in de kernen Steenbergen en Dinteloord worden gerealiseerd. De percentages kunnen dus nog beperkt wijzigen als er nieuwe bouwplannen bekend worden. Jaarlijks zal de voortgang worden gemonitord. Het uitgangspunt van evenredige verdeling moet niet als een te absoluut gegeven worden gezien. Er kunnen redenen zijn om hiervan af te wijken. Als de percentages liggen binnen de bandbreedte zoals weergegeven in de laatste kolom van de tabel dan is afwijking per kern zonder meer aanvaardbaar en kan het college van burgemeester en wethouders verder doorgaan met de voorbereiding van nieuwe woningbouwplannen. Bij grotere afwijkingen zal de gemeenteraad eerst een gemotiveerd afwijkingsbesluit dienen te nemen, alvorens het college verder uitvoering kan geven aan de planvorming. Positief is ook dat de nieuwbouwproductie hoger gaat worden gemeentebreed gedurende de periode 2022 t/m 2030 dan het aantal van 720 opgenomen in de woondeal. De prognose is nu dat er tussen de 950 en 1200 woningen16 worden gebouwd.
16
Deze aanname is gebaseerd op de economische situatie van lichte krimp tot lichte groei. Als er echt sprake zal zijn van een sterke economische krimp kan de situatie zich voordoen dat er wel bestemmingsplannen/omgevingsplannen zijn vastgesteld en onherroepelijk zijn geworden maar dat de woningen niet worden gebouwd omdat er geen kopers zijn.
33
Nieuwbouw starterswoningen Julianastraat Nieuw-Vossemeer
Er is ook een woningmarktonderzoek op kernniveau gehouden. Hieruit kwamen afwijkende cijfers naar voren over de verhoudingen en de behoefte per kern naar extra woningen voor de periode 2022 t/m 2030 ten opzichte van het standpunt van evenredige verdeling over de kernen. kern
Woondeal verdeling percentage aantal inwoners per 1-1-2022
Verdeling op basis van woningmarktonderzoek
Steenbergen
48%
33%
Dinteloord
24%
29%
Kruisland
10%
13%
Nieuw-Vossemeer
9%
9%
Welberg
6%
14%
De Heen
3%
1%
Het uitgangspunt van evenredige verdeling is dus afwijkend ten opzichte van de gegevens uit het woningmarktonderzoek. Hierbij moet worden aangetekend dat het woningmarktonderzoek uitgaat van o.a. de huidige leeftijdsopbouw, inkomensniveau in de verschillende kernen. In Steenbergen wonen verhoudingsgewijs meer ouderen en lijkt de woningbehoefte daardoor minder te zijn. In de praktijk is dit niet het geval omdat er ook veel vraag is naar woningen van mensen die nu buiten de gemeente wonen vooral in de leeftijdsklasse tussen de 25 en 40 jaar
34 (zie resultaten schaarsteonderzoek, hoofdstuk 8). Hetzelfde geldt voor de verschillen tussen de qua omvang vergelijkbare kernen Kruisland en Nieuw-Vossemeer. In Kruisland zijn ten opzichte van Nieuw-vossemeer in de afgelopen jaren meer ouderen weggetrokken uit de kern waardoor de bevolking jonger is dan in Nieuw-Vossemeer en daarom lijkt het dat er in Nieuw-Vossemeer minder vraag naar woningen is dan in Kruisland. De resultaten van het woningmarktonderzoek worden dan ook niet als uitgangspunt aangehouden maar het al door de gemeenteraad ingenomen politieke standpunt van evenredige verdeling naar inwoneraantal, omvang van de kern. Per 1-1-2023 bliikt dat er al verschillen zijn tussen de verschillende kernen/buurten vooral waar het betreft het aantal 65+ers. Een bepaalde sturing vanuit de overheid is daarom wenselijk om verdere segregatie tegen te gaan. Kern/buurt/gemeente Steenbergen Centrum Steenbergen Noord Steenbergen Zuid Dinteloord Nieuw-Vossemeer Kruisland De Heen Welberg Totaal gemeente
Percentage 65 plussers 1-1-2023 31% 23% 25% 23% 25% 21% 21% 15% 23%
Prijsklasse en typologie woningen Ten aanzien van de prijsklasse voor de te realiseren nieuwe woningbouwopgave per kern en de typologie woningen is dezelfde verhouding aangehouden als gemeente als geheel. Voor appartementenbouw wordt als uitgangspunt aangehouden dat tussen de 50-60% van de te bouwen appartementen in de kern Steenbergen komt te staan. 25% tot 35% in Dinteloord en 5% tot 15% in de andere kernen. In de kleine kernen is over het algemeen meer ruimte waardoor de vraag naar en aanbod van appartementen lager ligt. In de kleine kernen zullen wel degelijk ook levensloopbestendige woningen worden gebouwd, maar deze zullen vaker dan in Dinteloord en Steenbergen grondgebonden zijn. Dat wil zeggen een levensloopbestendige woning met een kleine tuin. De marges zijn vrij ruim genomen om flexibiliteit te behouden en goed in te kunnen springen op marktontwikkelingen. In de kleine kernen, Kruisland, Nieuw-Vossemeer, Welberg en De Heen zijn weinig sociale huurwoningen. Als gevolg daarvan is er weinig vraag. Dit wordt bevestigd in de resultaten van het woningmarktonderzoek. We willen echter voorkomen dat wonen in de kleine kernen alleen nog maar mogelijk is voor de mensen met een hoger inkomen.
In Dinteloord, waar al veel sociale huurwoningen (meer dan 30% van de aanwezige woningvoorraad) willen we juist voorkomen dat een nog groter percentage sociale huurwoningen wordt gerealiseerd. Een grotere concentratie dan 30% sociale huurwoningen in een kern of wijk achten we ook niet wenselijk. We willen dus niet een markt volgend maar een sturend beleid om segregatie 17 tegen te gaan.
17
Segregatie houdt in dat verschillende groepen (bijvoorbeeld verschillende etnische groepen, leeftijdsgroepen of inkomensgroepen) zich van elkaar afscheiden. In een gesegregeerde samenleving hebben mensen uit verschillende groepen niet tot nauwelijks contact met elkaar. Mensen uit dezelfde groep hebben onderling wel veel contact met elkaar.
35 Het volstaat niet om alleen naar de nieuwbouw te kijken. Ook sloop en verkoop van huurwoningen zijn van belang. In overleg met in ieder geval de woningstichtingen (woning corporaties) en de huurdersverenigingen zal bij de vaststelling van de nieuwe prestatie-afspraken naar de gewenste omvang van de sociale huurwoningvoorraad op de lange termijn per kern worden gekeken. Dit zal per kern plaats vinden omdat er opvallend veel en naar ons idee onwenselijke verschillen zijn tussen de kernen waar het betreft het percentage van het corporatiebezit ten opzichte van de totale woningvoorraad in een kern. Bij het vaststellen van de beelden per kern zal ook rekening geworden met het creëren van schuifruimte. Vooral om de verduurzamingsopgave te kunnen realiseren is grootschalige renovatie of sloop en herbouw van sociale huurwoningen noodzakelijk. De bewoners zijn vanwege de sloop of renovatiewerkzaamheden gedwongen om te verhuizen. In deze vraag kan worden voorzien door tijdelijk extra sociale huurwoningen toe te voegen bovenop de geraamde behoefte. Hieronder staat de situatie weergegeven van het corporatie bezit naar kern/buurt per 1-1-2023. De verschillen zijn opvallend te noemen: Kern/buurt/gemeente Steenbergen Centrum Steenbergen Noord Steenbergen Zuid Dinteloord Nieuw-Vossemeer Kruisland De Heen Welberg Totaal gemeente
Percentage corporatie woningen18 totale woningvoorraad per 1-1-202319 31% 21% 18% 34% 17% 11% 15% 17% 22%
5.2.2. Hoe wordt de keuze bepaald van de te realiseren woningbouwplannen De keuze voor de te ontwikkelen woningbouwplannen wordt bepaald door de gemeenteraad. Bij het maken van de keuzes is het van belang om een onderscheid te maken tussen harde plannen, zachte plannen en potentiële plannen. Harde plannen: Dit zijn woningbouwplannen waarover de gemeenteraad al een besluit heeft genomen door vaststelling van een bestemmingsplan/per 1-1-2024 omgevingsplan/ of waarvoor een omgevingsvergunning is verleend middels een projectprocedure/ per 1-1-2024 Bopa20 /en die al onherroepelijk zijn. Onherroepelijk wil zeggen dat er geen rechtsgang meer tegen de plannen open staat. Zachte plannen: Dit zijn woningbouwplannen die al in procedure zijn gebracht maar
18
Het percentage corporatiewoningen is niet hetzelfde als het aantal sociale huurwoningen. Ook in de particuliere sector worden woningen verhuurd die vallen onder de sociale huursector en woningstichtingen verhuren ook een beperkt aantal woningen die niet zijn aan te merken als een sociale huurwoning. Omdat er geen inzicht is in het aantal sociale huurwoningen dat wordt verhuurd in de particuliere huursector is als aanname uitgegaan van het totaal aantal corporatiewoningen. 19 Bij de bepaling van het percentages corporatiebezit voor de kernen en wijken zijn de woningen in het buitengebied niet meegeteld. Voor het gemeentelijk totaal zijn de woningen in het buitengebied meegeteld. 20 Bopa (Afkorting voor Buitenplanse omgevingsactiviteit): Een buitenplanse omgevingsplanactiviteit is een activiteit die niet voldoet aan de regels van het omgevingsplan en niet vergunningvrij voor het bouwen is.
36 waarover nog geen definitief planologisch besluit is genomen, plannen waarover door college of raad een principebesluit tot planologische medewerking is gegeven of plannen die wel zijn vastgesteld of vergund middels een Bopa maar waar nog een beroepsprocedure tegen loopt bij de Raad van State of rechtbank. Potentiële woningbouwplannen: Dit zijn woningbouwplannen die geschikt zijn om woningen te bouwen maar waarover nog geen concrete besluiten zijn genomen.
De harde plannen zijn juridisch zeker. De enige redenen waarom dergelijke woningen mogelijk toch niet gebouwd worden zijn bijna altijd puur economisch. De bouwkosten zijn te hoog of de woningen worden niet verkocht. Vanaf de introductie van de nieuwe Omgevingswet gaat de gemeenteraad jaarlijks in de raadsvergadering van maart bepalen aan welke woningbouwplannen ambtelijk gaat worden gewerkt (het woningbouwprogramma). Dit zijn de zachte plannen. De gemeenteraad bepaalt dus de prioriteit. Wanneer de raad heeft ingestemd met de lijst met zachte plannen zal de verdere afhandeling door het college plaatsvinden. Hierover heeft de gemeenteraad in het kader van haar adviesrecht voor de buitenplanse omgevingsplanactiviteit op grond van de Omgevingswet al een besluit genomen. Voor het wijzigen van het omgevingsplan zal een inhoudelijk vergelijkbaar delegatiebesluit worden voorbereid waar het betreft de nieuwe zachte woningbouwplannen. De redenering achter deze nieuwe systematiek is dat de gemeenteraad door de jaarlijkse vaststelling van de lijst met zachte plannen (het woningbouwprogramma) op hoofdlijnen beleidsmatig stuurt en dat het college de details, het uitvoeren van onderzoeken en de behandeling van ingekomen zienswijzen verder afhandelt. De uitwerking van dit door de raad nog te nemen delegatiebesluit voor het wijzigen van het omgevingsplan dient nog plaats te vinden.
Het kan ook zijn dat plannen vanwege een gebrek aan voortgang weer van de lijst van zachte plannen worden verwijderd door de gemeenteraad. Het gaat om woningbouwplannen van meer dan 25 wooneenheden. Plannen met minder eenheden worden zonder meer afgehandeld door het college. De potentiële woningbouwlocaties hebben totaal geen status. Dit zijn locaties waarvan het in de verwachting ligt dat hier mogelijk in de toekomst woningen worden gebouwd. Deze mogelijke locaties krijgen pas een beleidsmatige status als ze op de woningbouwlijst van de gemeenteraad staan en daardoor zijn gepromoveerd tot zachte plannen. Deze locaties zijn inzichtelijk gemaakt om een beeld te hebben van de mogelijke toekomstige woningbouwontwikkelingen. Per 1-1-2024 is de stand van zaken als volgt: Plancapaciteit periode 2022 tot en met 2030
Aantal woningen
Benodigde plancapaciteit (805 +30%)21
1046 woningen
Aan de woningvoorraad toegevoegde woningen in 2022 en 2023
287 woningen
Harde plancapaciteit per 1/1/2024
361woningen
Zachte plancapaciteit
627 woningen
Totaal opgeleverd 2022 en 2023 + harde+ zachte plancapaciteit
1275 woningen
21
Omdat de ervaring leert dat er altijd plannen zijn die eindstreep niet halen is in de woondeal opgenomen dat een overcapaciteit van 30% nodig is om het gewenste minimumaantal te bouwen woningen te halen.
37 In 2023 zijn de volgende plannen met bijbehorende plancapaciteit in procedure gebracht vastgesteld en/of vergund. Deze zijn m.u.v. de Kruispoort en Langeweg voor het grootste gedeelte nog zacht omdat er nog beroep loopt of nog beroep kan worden ingesteld. Vastgestelde bestemmingsplannen/wijzigingsplannen/of gevolgde projectprocedures in 2023
Aantal woningen
De Boogerd Kruisland (ontwerp)
73 woningen
Hogendiep De Heen (ontwerp)
40 woningen
Hoogstraat Welberg (ontwerp)
33 woningen
Kruispoort Steenbergen (vergund)
4 woningen
Langeweg Kruisland (vergund)
3 woningen
Van Heemskerckstraat/Karel Doormanstraat Dinteloord (vastgesteld)
59 woningen
Westerstraat Dinteloord (ontwerp)
16 woningen
Gummmarusvelden Steenbergen (ontwerp)
77 woningen (sloop 38 woningen)
Totaal
305 woningen -/- 38 sloop
Stedenbouwkundige opzet woningbouwplan de Boogerd Kruisland
38
Overige zachte plannen/planvoorbereiding in 2023
Aantal woningen
West Havendijk Steenbergen
39 woningen
Oost Havendijk Steenbergen
4 woningen
Kop van Zuid Steenbergen
100 woningen
Kade Dinteloord
28 woningen
Dorus Rijkersstraat Dinteloord
46 woningen
Woonwagencentrum De Weel Dinteloord
2 woningen
Woonwagencentrum Nieuw-Vossemeer
3 woningen
Flexwoningen, diverse locaties
100 woningen
Totaal
322 woningen
De conclusie is dat de huidige plancapaciteit voldoende is om de minimum bouwopgave te halen. Er zullen nog extra plannen op de lijst van zachte plannen komen te staan in de komende jaren waardoor meer woningen dan de minimale bouwopgave gebouwd gaan worden in de periode 2022 tot en met 2030. Samenvatting woningbouwopgave per kern In de periode 2022 t/m 2030 uitgaan van evenredige verdeling woningbouw over de kernen, binnen een bepaalde bandbreedte naar rato van inwoneraantal 1-1-2022. Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat er in deze periode meer woningen worden gebouwd dan de minimale bruto bouwopgave van 805 woningen (exclusief sloop), en minimale netto bouw opgave van 720 woningen opgenomen in de woondeal. Qua prijsklasse woningen wordt in elke kern dezelfde verhouding aangehouden als voor de totale gemeente. Qua typologie zullen er meer appartementen worden gebouwd in de kernen Steenbergen en Dinteloord en minder in de andere kernen. Het uitgevoerde woningmarktonderzoek op kernniveau wordt niet standaard als uitgangspunt aangehouden voor het woonbeleid. Omdat dit leidt tot ongewenste segregatie. Het wordt wel benut voor zijn signaalfunctie om ongewenste ontwikkelingen, zoals hieronder aangegeven, tegen te gaan en dus sturend te handelen. Voorbeelden: a.
In een kern waar relatief veel ouderen wonen wordt minder woningbehoefte geconstateerd waardoor de vergrijzing onnodig toeneemt. b. In een kern waar al veel sociale huurwoningen zijn, zoals in Dinteloord is een grotere behoefte aan sociale huurwoningen dan in de andere kernen, waardoor de concentratie van sociale huurwoningen in deze kern nog groter wordt. In overleg met in ieder geval de woningstichtingen (woning corporaties) en de huurdersverenigingen zal in het kader van de vaststelling van de nieuwe prestatie-afspraken per kern gekeken worden naar de gewenste omvang van de sociale huurwoningvoorraad op de lange
39 termijn. Door nieuwbouw, verkoop en sloop van sociale huurwoningen op elkaar af te stemmen. Hierbij zal ook rekening worden gehouden met het creëeren van schuifruimte. Vanaf 2025 zal in het eerste kwartaal door de gemeenteraad een lijst worden vastgesteld van nieuwe woningbouwplannen die beoordeeld gaan worden op haalbaarheid (zachte plannen genoemd). Ook zullen dan woningbouwplannen die niet haalbaar zijn of waar onvoldoende voortgang wordt geboekt van de lijst worden worden gehaald. In 2024 zal dit in het tweede kwartaal plaatsvinden. 5.3.
Duurzaamheid en wonen
5.3.1. Duurzaamheid woningen algemeen Het woonbeleid is volgend aan het duurzaamheidsbeleid. Dit wil niet zeggen dat het woonbeleid geen rol speelt bij de totstandkoming van het duurzaamheidsbeleid. Het wil enkel zeggen dat de beleidsuitwerking vanuit het onderwerp duurzaamheid wordt aangevlogen en dat de verantwoordelijk portefeuillehouder de wethouder duurzaamheid is. Er wordt inzicht gegeven in de integrale samenhang van woon- en duurzaamheidsbeleid, een samenvatting gegeven van de zaken die beleidsmatig zijn vastgelegd en de zaken die in uitvoering zijn op het gebied van duurzaamheid en wonen. Duurzaamheid is een breed begrip. Waar het betreft duurzaamheid en woningen wordt vooral het accent gelet op de energietransitie22 en klimaatadaptatie23. De energietransitie ziet toe op de woningen zelf. Klimaatadaptatie vooral op de woonomgeving. In de toekomst zal er ook beleid worden gemaakt ten aanzien van biodiversiteit24 en natuurinclusief bouwen25. 5.3.2 Beleid duurzaamheid energietransitie woningen In de raadsvergadering van oktober 2022 is de herziene visie energie en ruimte vastgesteld. Met als belangrijkste wijziging een aanpassing van de zogenaamd Energiemix 26 Steenbergen, opgave gemeente Steenbergen tot 2030. De Energiemix gaat over de energietransitiebeleidsdoelstellingen in totaal en gaat niet alleen over wonen.
Hieronder worden kort de belangrijkste doelstellingen voor wonen toegelicht. Er is een beparingsdoelstelling van het energiegebruik gesteld voor de periode van 2030 van 36%. Voor wonen dient dit gehaald te worden uit o.a. het treffen van isolatiemaatregelen in of aan woningen.
22
De energietransitie is de overgang van het gebruik van fossiele energie naar energie uit hernieuwbare bronnen. Fossiele energie wordt opgewekt door de verbranding van steenkool, aardolie en aardgas. Deze verbranding veroorzaakt uitstoot van broeikasgassen die leiden tot opwarming van de aarde en heeft uitputting van diezelfde (fossiele) bronnen op de lange termijn als gevolg. Hernieuwbare energie komt uit bronnen die steeds opnieuw worden aangevuld, zoals de wind, de zon, de aarde, waterkracht. Verbruik van hernieuwbare energie leidt tot minder uitstoot van broeikasgassen dan verbruik van fossiele energie. 23 De aarde warmt op en het klimaat verandert. Nederland moet zich voorbereiden op de risico’s van het veranderende klimaat en hierop de omgeving aanpassen. Dit heet klimaatadaptatie. 24 Biodiversiteit, ofwel soortenrijkdom, is waaruit onze natuurlijke wereld bestaat. Het omvat alle soorten planten, dieren en micro-organismen, en zelfs genetische variaties daarin. Al deze soorten werken samen in een ecosysteem en zorgen zo voor evenwicht in de natuur. 25 Natuurinclusief bouwen betekent dat er bewust ruimte voor biodiversiteit wordt gecreëerd op, aan of in het gebouw of de (openbare) omgeving, zodat er meer diverse planten- en diersoorten kunnen leven. 26 Energiemix: Elektriciteit kan worden opgewekt door een groot aantal verschillende energiebronnen.
Al deze energiebronnen samen bepalen de Energiemix van in dit geval de gemeente. De Energiemix geeft dus aan hoeveel elektriciteit wordt opgewekt door een bepaalde energiebron.
40
Het gasgebruik voor de gebouwde omgeving, waaronder woningen dient te worden teruggebracht naar 444 TJ. Tegenover de gewenste afname van gasverbruik staat een toename van elektriciteitsgebruik. De toename van elektriciteitsgebruik zal op een duurzame manier plaatsvinden. Door o.a. 144.000 pv panelen (=zonnepanelen) op dak te realiseren in de periode tot 2030. De afname van aardgasverbuik zal dienen te worden opgevangen door het realiseren van vooral individuele en mogelijk ook collectieve nieuwe warmtebronnen.
De bovengenoemde doelstellingen worden bereikt door voorlichting, waaronder begrepen de inzet van vrijwilligers die zijn aangesteld als energie-ambassadeurs om die mensen die hun woning willen verduurzamen gratis informatie te geven over de mogelijkheden en de wijze waarop ze dit het beste kunnen doen.
Een ander instrument dat de gemeente al jaren lang hanteert om de energietransitiedoelstellingen te halen, is het gebruik van stimuleringsleningen. Dit zijn leningen die worden verstrekt, door het SVn 27namens de gemeente onder gunstigere condities dan reguliere leningen, aan particulieren of Vereniging van eigenaren. De leningen zijn o.a. bedoeld voor het treffen van duurzaamheidsinvesteringen aan de woningen, zoals isolatie en de aanleg van zonnepanelen. Het aantal zonnepanelen op het dak bij woningen evenals het aantal extra geïsoleerde woningen, zowel in de particuliere koopsector als in de sociale huursector, is de afgelopen jaren flink toegenomen.
27
SVn= Het Stimuleringsfonds volkshuisvesting Nederlandse gemeenten is een uitvoeringsorganisatie namens de gemeente. Zij verstrekken onder gunstige condities leningen die voldoen aan de door de gemeenteraad vastgestelde verordeningen ten behoeve van de volkshuisvesting. Behalve de stimuleringslening verlenen wij ook startersleningen. Voor beide leningen zijn aparte verordeningen vastgesteld.
41 Voor de uitwerking van het 2e en 5e punt uit de Energiemix is de Transitievisie Warmte vastgesteld. De Transitievisie Warmte fase 1 is in de raadsvergadering van d.d. 23-11-2021 vastgesteld, de Transitievisie Warmte fase 2 in de raadsvergadering van d.d. 01-06-2023. De Transitievisie Warmte heeft als doel om inzicht te geven in de opgave om te komen tot een aardgasvrije gemeente in 2050, in kansrijke alternatieven voor aardgas en in een logisch stappenplan voor het aardgasvrij maken van de gemeente Steenbergen. De visie geeft focus en richting, maar is geen eindpunt. De Transitievisie Warmte heeft dus een langere tijdshorizon dan de Energiemix. In de Transitievisie Warmte staan mogelijke oplossingen per wijk en/of kern om het einddoel, een aardgasvrije gemeente, te bereiken.
5.3.3. Verduurzaming en de betaalbaarheid van het wonen in de bestaande koop/huurwoningvoorraad De afgelopen tijd heeft aangetoond dat een stijging van de energieprijzen grote invloed heeft op het besteedbaar inkomen van mensen. Via de tijdelijke energietoeslag werd vanuit het rijk het negatieve inkomenseffect van de stijgende energieprijzen voor mensen met een laag inkomen gedempt. Dit neemt niet weg dat een dergelijke situatie zich weer voor kan doen en dat het aanbrengen van isolatie en zonnepanelen om de energiekosten te drukken in de toekomst een belangrijke rol gaat krijgen om de kosten van levensonderhoud behapbaar te maken. Probleem hierbij is dat juist de mensen met een laag inkomen die wonen in een koopwoning vaak niet het geld hebben of kunnen lenen om de woning te verduurzamen. Hiervoor is nog niet direct een oplossing. In 2025 zal nader worden gekeken hoe deze groep te helpen om ook hun woning te verduurzamen. Wanneer er sprake is van een laag inkomen vormt onderwerp van studie en mogelijke oplossingen worden onderzocht. Overigens is dit geen specifiek Steenbergs probleem. De betaalbaarheidsproblematiek voor het verduurzamen van woningen door eigen woningbezitters met een laag inkomen is een landelijk probleem. Het beste zou dan ook zijn dat de rijksoverheid een landelijke regeling opzet om dit probleem op te lossen.
Niet alleen vanuit het oogpunt van verduurzaming maar ook om een verdere tweedeling in de maatschappij tussen mensen met voldoende inkomen en mensen met een laag inkomen te voorkomen. In de huurwoningvooraad dient dit te worden opgeknapt door de verhuurders, vaak de woningcorporaties maar ook particuliere verhuurders. De woningcorporaties hebben voldoende plannen in voorbereiding. De particuliere verhuurders verduurzamen hun woningvoorraad ook wel maar minder vergaand en hierop hebben we beperkt zicht. In 2025 gaan we ook kijken hoe we de particuliere verhuurders beter kunnen bereiken/motiveren om hun bezit te verduurzamen. 5.3.4 Beleid duurzaamheid, klimaatadaptatie woningen De gemeente Steenbergen werkt sinds het in werking treden van het Bestuursakkoord Water (2010) nauw samen met Waterschap Brabantse Delta, de gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Moerdijk, Roosendaal en Woensdrecht en de waterbedrijven Brabant Water en Evides binnen het samenwerkingsverband Waterkring West. Tot enkele jaren geleden lag de nadruk van deze samenwerking vooral op het voorkomen van wateroverlast en het verbeteren van de waterkwaliteit. Over het algemeen kan gezegd worden dat zeker in het bebouwde gebied er veel is gedaan om wateroverlast te voorkomen. Bij nieuwbouwplannen is en werd rekening gehouden met voldoende waterberging in de openbare ruimte.
In de bestaande woonwijken zijn succesvolle ingrepen gedaan om wateroverlast te verminderen zoals in Steenbergen Zuid. Tegen
42 over de steeds groenere openbare ruimte stond echter een steeds verder gaande verstening van particuliere tuinen. Hierdoor wordt het extra waterbergend vermogen in de openbare ruimte gedeeltelijk te niet gedaan. Daarom zijn er acties op gestart zoals subsidies voor geveltuintjes en deelname van de gemeente Steenbergen aan het NK tegelwippen. In voorbereiding is de vaststelling van een hemel- en afvalwaterverordening. De vaststelling van een dergelijke verordening heeft mede als doel om ook in regelgevende zin een stok achter de hand te hebben om verstening te beperken. De verdroging en het bestrijden van hittestress heeft minder aandacht gekregen de afgelopen jaren, dan het tegen gaan van wateroverlast. Hoge temperaturen zorgen voor verminderde leefbaarheid en gezondheidsproblemen voor met name ouderen. In een sterk versteend gebied is de temperatuur, als er sprake is van een hittegolf, hoger dan in een groene omgeving. Dat kan soms wel 5 graden schelen. Uit een opgestelde klimaatstresstest blijkt dat er in de meeste kernen matige en lichte hittestress wordt ervaren in geval van hoge temperaturen en dat er in de kernen Dinteloord en Steenbergen enkele gebieden zijn waar er sprake is van sterke hittestress. Een groenere leefomgeving, meer bomen en struiken in stedelijk gebied, kan een bijdrage leveren aan het verminderen van hittestress.
Bij nieuwbouw en herstuctureringsplannen zal dit aspect worden meegenomen. Meer groen in particuliere tuinen kan behalve voor het tegengaan van wateroverlast ook een bijdrage leveren aan het beperken van hittestress. Na de introductie van de Omgevingswet zal er een gemeentelijk waterprogramma worden opgesteld ter vervanging van het huidige gemeentelijke rioleringsplan (Grp). Hierin zal het klimaatadaptatie beleid een plaats krijgen evenals in het programma Duurzaamheid en het uitvoeringsprogramma Klimaatadaptatie. Samenvatting duurzaamheid en wonen Het woonbeleid is volgend aan het duurzaamheidsbeleid. Ten behoeve van de energietransitie is het wenselijk dat de woningvoorraad wordt geïsoleerd. Hier wordt al actief op in gezet net als op het realiseren van zon op dak. Dit beleid is succesvol en zal verder worden doorgezet. Er zal gekeken worden hoe we mensen met een lager inkomen kunnen ondersteunen om ook hun koopwoning te kunnen verduurzamen. De verduurzaming van de particuliere huursector woningen zal apart aandacht krijgen. Het klimaatadaptatiebeleid wordt nog uitgewerkt in een programma waarbij het huidige beleidsuitgangspunt, een groenere leefomgeving en voldoende waterbergend vermogen in een wijk uitgangspunt blijft. Dit uitgangspunt geldt zowel voor de openbare ruimte als voor de tuinen in bezit bij particulieren. 5.4.
Kwaliteit van de woningvoorraad en herstructurering Kwaliteit van woningen is een breder begrip. Bij de kwaliteit van woningen gaat het niet alleen om duurzaamheidsaspecten zoals energielabels van woningen, maar ook om de toegankelijkheid van de woningen. Dit is van belang om het uitgangspunt van beleid om mensen langer zelfstandig te laten wonen tot op hoge leeftijd te bereiken. Ook de staat van onderhoud speelt een rol.
43 5.4.1. Voldoende geschikte woningen om tot op hoge leeftijd te kunnen blijven wonen Door de vergrijzing worden meer mensen minder mobiel. Het is van belang dat er voldoende woningen worden gebouwd of verbouwd die geschikt zijn voor deze doelgroep. Vaak kunnen woningen worden aangepast zodat bestaande woningen geschikt zijn om tot op hoge leeftijd te kunnen blijven wonen. Dit kan door een slaap- en badkamer op de begande grondvloer te bouwen, door een traplift te installeren maar ook door het weghalen van drempels, het verbreden van deurposten en dergelijke. Eigen woningbezitters treffen vaak dergelijke maatregelen. Probleem is wel dat we geen zicht hebben op de hoeveelheid woningen die al levensloop geschikt zijn. Dit omdat veel van de verbouwingen vergunningsvrij zijn en als er al wel een vergunning wordt aangevraagd, wordt niet bijgehouden dat de woningen dan levensloop geschikt zijn. Hierdoor is de problematiek mogelijk kleiner dan nu wordt aangenomen. Via de Wmo en stimuleringsleningen bevordert de gemeente het levensloopgeschikt maken van de bestaande woningvoorraad. Daarnaast gaan de woningstichtingen onderzoeken welke mogelijkheden er zijn om de doorstroming zowel naar de koopsector als binnen de sociale huursector te bevorderen.
Dit is een ruimer onderzoek maar wordt hier specifiek bij kwaliteit van woningen genoemd omdat in dit onderzoek wordt ook meegenomen hoe we mensen op hoge leeftijd en/of mensen met een handicap van een minder geschikte eensgezinswoning in de sociale huursector kunnen bewegen om te verhuizen naar een levensloopbestendige sociale huurwoning. Geschikt wonen Tot het ‘geschikt wonen’ behoren zelfstandige woningen, waarvan diverse kenmerken maken dat ze meer geschikt zijn voor ouderen en mensen met beperkingen dan gebruikelijke woningen. Het zijn woningen waar mensen met een (lichte) fysieke beperking kunnen wonen. Er wordt onderscheid gemaakt in drie woningtypen.
Nultredenwoningen Een woning is een nultredenwoning als de woonkamer van de woning of woonruimte vanaf de straat te bereiken is zonder traplopen (externe toegankelijkheid) én vanuit de woonkamer de keuken, het toilet, de badkamer en ten minste 1 slaapkamer zonder traplopen te bereiken zijn (interne toegankelijkheid). Geclusterde ouderenwoningen/zorggeschikte woningen Woningen die deel uitmaken van een complex of een groep van woningen, speciaal bestemd voor ouderen. Hiertoe behoren o.a. woon-zorgcomplexen, aanleunwoningen en serviceflats. Hoewel specifieke voorzieningen niet noodzakelijk zijn, is een zorgsteunpunt en/of een gemeenschappelijke ruimte, receptie, huismeester, alarmering e.d. vaak aanwezig. Zorggeschikte woningen zijn vaak een vorm van geclusterd wonen voor mensen die intensieve zorg nodig hebben (wlz indicatie) en in de huidige situatie vaak naar een verpleeghuis gaan. (Dit hoeft niet altijd geclusterd te zijn maar kan soms ook een individuele woning zijn). Aangepaste (ouderen)woningen Een woning is een aangepaste woning als er ten behoeve van personen met een handicap of lichamelijke beperking speciale voorzieningen zijn aangebracht in de woning of als de woning daarvoor bouwkundig is aangepast. Hierbij kan het gaan om een traplift, hellingbaan, aan- of uitbouw, maar ook om kleinere aanpassingen.
44 Om problemen samenhangend met het ouder worden op te vangen en de uitgaven aan de WMO voor woningaanpassingen te beperken is het noodzakelijk dat bestaande woningen geschikt worden gemaakt (aangepast of nultreden) of nieuwe aangepaste of toegankelijke woningen worden gebouwd, zoals nultredenwoningen. De nieuwbouwopgave is afgestemd op de meest recente prognoses uit 2023 van de landelijke overheid, totale opgave voor geschikt wonen gedurende de looptijd van de Woondeal in de gemeente Steenbergen is 420 woningen, waarvan het overgrote deel, 325 woningen, valt onder extra nultredenwoningen, 95 geclusterde woningen en/of zorggeschikte woningen. Uitgangspunt is dat 50% van de toe te voegen nultredenwoningen, geclusterde woningen en zorggeschikte woningen gedurende de looptijd van de woondeal valt onder de sociale huursector. In de onderstaande staafgrafiek staat de opgave naar geschikt wonen voor de gemeente weergegeven. Hierbij wel de kanttekening dat de cijfers een eerste globale indicatie zijn. In regionaal verband zal wordt in 2024 nog bekeken of deze cijfers kunnen worden gebruikt of later moeten worden aangepast. Aangepaste woningen zijn niet vertaald in de nieuwbouwopgave. Elke woning kan namelijk aangepast worden. Het aanpassen van woningen is vooral van belang voor de bestaande woningvoorraad.
Vraag ontwikkeling nieuwbouw geschikt wonen (periode looptijd woondeal 2022 t/m 2030) 350 300 250 200 150 100 50 0 nultredenwoning
Geclusterd en zorggeschikt wonen sociale huur
overige koop en huur
totaal
Bron ministerie van binnenlandse zaken: Informatiepakket aan provincie, gemeenten en overige betrokken partijen m.b.t. urgente opgave ouderenhuisvesting
5.4.2. Herstructeringsmogelijkheden/wensen per kern Herstructurering houdt in dat bestaande gebouwen/terreinen/gebieden aangepast worden aan de behoefte van een nieuwe markt. Herstructurering is ingrijpend en vaak duur. Toch kan het wenselijk zijn om, uit het oogpunt van leefbaarheid en doelstellingen op het gebied van duurzaamheid en toegankelijkheid van
45 woningen, tot herstructurering over te gaan. Het gaan dan vaak om grote veranderingen die vanuit het grotere plaatje logisch en vanzelfsprekend zijn, maar voor individuen ingrijpende gevolgen kunnen hebben. Als gevolg daarvan gaat herstructurering vaak gepaard met maatschappelijke weerstand. In de kleinere kernen zijn er enkele herstructureringsplannen op voormalige bedrijfslocaties die ontwikkeld gaan worden naar woningbouw. De invulling van deze locaties heeft relatief gezien weinig impact op de omgeving. In deze visie beperken we ons daarom tot de kernen Steenbergen en Dinteloord waar het wenselijk is om tot grootschaligere herstructurering te komen. 5.4.3. Herstructurering in de kern Steenbergen In het centrum van Steenbergen staan tussen de zeshonderd en zevenhonderd sociale huurwoningen. Daarvan zijn er driehonderd aangewezen om aan te pakken. Het gaat om verouderde woningen met slechte isolatie en als gevolg daarvan een hoge energierekening. De aanpak – tussen nu en 2035 – bestaat deels uit renovatie en deels uit sloop en nieuwbouw. De gemeente werkt hierbij nauw samen met Stadlander en tanteLouise, zodat in de Vitale Vesting ook de buitenruimte en de zorg toekomstbestendig zijn. Naast de woningen wordt ook de openbare ruimte aangepakt met aandacht voor vergroening, toegankelijkheid voor minder validen en het creëren van ontmoetingsruimte.
Dit alles met het doel om de stad Steenbergen leefbaar te houden en te verduurzamen. Driehonderd woningen aanpakken, dat doe je niet in één keer. Daarom zijn er deelplannen die op elkaar zijn afgestemd qua volgorde en inhoud. Het eerste deelplan gaat over de Gummarusvelden en het Doktersdreefje. Het idee is dat 31 verouderde niet energiezuinige seniorenwoningen worden gesloopt en dat er meer diversiteit in woningen en leefomgeving voor terugkomt. De huidige woningen, niet hoger dan één laag, maken in de schetsontwerpen plaats voor 77 duurzame huurwoningen: eengezinswoningen, nultreden seniorenwoningen, appartementen en boven- en benedenwoningen. Door deze mix zal de diversiteit van de bewoners toenemen. Naast gezinnen komen er senioren en starters te wonen. Het idee achter deze menging is dat de jongere buren dan meer kunnen omkijken naar de senioren en eventueel ook in meer of mindere mate mantelzorg kunnen verlenen. Het is een mix van levensloopbestendige nultredenwoningen/appartementen en reguliere grondgebonden rijwoningen. Ook wordt er gekeken naar de mogelijkheden voor het realiseren van geclusterde/zorggeschikte woonvormen (zie paragraaf 5.4.1. en paragraaf 6.5.10). 5.4.4. Herstructurering kern Dinteloord In de raadsvergadering van d.d. 31 mei 2007 is het dorpsontwikkelingsplan Dinteloord vastgesteld. Hierin is een wensbeeld voor het dorp opgenomen waarin o.a.
de volgende zaken naar voren kwamen: Een aantrekkelijk centrum met uitstraling. Verloederde plekken dienen te worden aangepakt door woningbouwprojecten (gericht op doelgroepen). Enige hoogbouw geeft het centrum meer cachet, zonder daarbij stads te worden. Het parkeren wordt op een goede manier opgelost. Een veilige verkeerstructuur. Het vrachtverkeer in het dorp levert geen onveilige situaties meer op, en er zijn aantrekkelijke en veilige recreatieroutes, waar ook bewoners van profiteren. Een soepele overgang tussen woongebieden en het bedrijventerrein. In het wensbeeld zijn de bedrijven in Dinteloord behouden. Een gezonde mix van wonen en werken zorgt voor betere sociale binding voor het dorp en is belangrijk voor o.a. sponsoring en
46 de levendigheid in het dorp. Toch zijn er ook nadelen, vooral op het gebied van vrachtverkeer die binnen de kern voor overlast zorgt. Dit dorpsontwikkelingsplan vormt de basis voor de herstructurering van Dinteloord. De wensen uit het dorpsontwikkelingsplan zijn vertaald in de structuurvisie die in 2012 is vastgesteld. In de structuurvisie staat een kaart opgenomen met de potentiële herstructureringslocaties. In 2019 is de structuurvisie herzien. De kernenkaart die onderdeel uitmaakt van de structuurvisie is hieronder opgenomen. De gewenste herstructurering is tot nu toe onvoldoende van de grond gekomen door in eerste instantie tot 2015 de economische crisis, maar daarna door het gebrek aan alternatieven voor uitplaatsing van bedrijvigheid uit de kern van Dinteloord.
Kernkaart Dinteloord structuurvisie gemeente Steenbergen 2019
De blauwe vlekken op de kernkaart onderdeel van de structuurvisie zijn voor het merendeel herstructureringslocaties. Het gebied a is in de raadsvergadering van september 2023 bestemd naar gemengd en/of woningbouw. Dit is een eerste belangrijke aanzet, waarbij 59 woningen worden gebouwd en een tweetal bedrijfsloodsen worden gesloopt. Het is wenselijk dat ook de locaties b,c,d,g worden geherstructureerd o.a. om het vrachtverkeer in de kern Dinteloord terug te dringen. Dit kan alleen maar succesvol zijn als er voor de ondernemers alternatieven zijn, zoals ook aangegeven in het wensbeeld opgesteld door deelnemers aan het participatieproces dat vooraf ging aan het vaststellen van het dorpsontwikkelingsplan. Kort samengevat is het vanuit het oogpunt van leefbaarheid wenselijk dat de bedrijven op ongunstig gelegen locaties uit de kern zelf vertrekken. Zonder alternatief voor de ondernemers zal de ambitie niet gehaald worden. Het idee in de structuurvisie en het dorpsontwikkelingsplan was om een alternatief voor Dinteloordse ondernemers aan de oostzijde van Dinteloord te realiseren. Voor deze woonzorgvisie is de locatie voor de nieuwe bedrijven niet zozeer relevant. Wat wel relevant is, is dat er een relatief grootschalige herstructureringsopgave ligt in Dinteloord maar dat deze pas echt kan worden gerealiseerd als er een alternatief is voor de bedrijven in of buiten Dinteloord. In
47 het nieuwe nog te maken ontwikkelplan Dinteloord zal deze herstructueringsopgave ook een plaats krijgen. Locatie C. De Nieuwe Haven is een verzorgingsinstelling die volgens de eigenaar en huurder aan vernieuwing/herstructurering toe is. Het huidige gebouw valt volgens de eigenaar en huurder niet aan te passen voor het verlenen van zware verpleeghuiszorg. In 2024 wordt meer bekend over mogelijke herontwikkeling waarbij aandacht is voor het concentreren van wonen en zorg in Dinteloord. Samenvatting Kwaliteit van de woningvoorraad en herstructurering Er moeten voldoende geschikte woningen zijn om tot op hoge leeftijd te kunnen blijven wonen of voor jongere mensen met een handicap. Voor een groot gedeelte zal dit dienen plaats te vinden door aanpassing van de bestaande woningvoorraad. Nieuwbouw van geschikte woningen is ook noodzakelijk. De omvang van de nieuwbouwopagve voor de gemeente is afgestemd op de meest recente landelijke prognose. In de kern Steenbergen loopt het grootschalige herstructureringsprogramma Vitale Vesting. Dit programma is opgestart en wordt verder uitgewerkt in diverse deelprojecten. In Dinteloord is het bestemmingsplan van Heemskerckstraat/Karel Doormanstraat vastgesteld in september 2023 als eerste opstap om te komen tot nog grootschaligere herstructurering.
Het is echter wel noodzakelijk dat er een alternatief wordt geboden voor de ondernemers binnen de gemeente, uitgaande van de wensen van de bevolking en ondernemers in Dinteloord bij voorkeur in Dinteloord zelf. Deze eerste stap zal nu moeten worden genomen om een leefbaarder Dinteloord te kunnen krijgen zoals al in 2007 vastgelegd door de gemeenteraad in het dorpsontwikkelingsplan. In het nieuw ontwikkeplan Dinteloord zullen hierin keuzes worden gemaakt. Voor verzorgingstehuis de Nieuwe Haven in Dinteloord wordt naar een nieuwe woonzorg gerelateerde invulling gezocht met mogelijk daarbij ook andere zorgvoorzieningen.
48 6.
Wonen/zelfredzaamheid/ voorzieningen ouderen gemeentebreed
6.1. Algemeen wonen en zelfredzaamheid Het aantal ouderen in de gemeente Steenbergen neemt sterkt toe de komende jaren. Rond 2040 wordt de vergrijzing op zijn hoogtepunt verwacht. Ouderen hebben over het algemeen meer gezondheidsklachten dan jongeren waardoor de vraag naar zorg toeneemt, daar tegenover staat echter dat er minder jongeren zijn en daaraan gekoppeld dus ook minder jongeren die werken in de zorg of mantelzorg kunnen leveren. In onderstaande tekening wordt de problematiek duidelijk weergeven.
In 2022 is landelijk 1 op de 5 personen ouder dan 65 en in 2040 1 op de 4.
In de gemeente Steenbergen ligt het percentage van 65+ ‘ers in 2022 nog hoger namelijk 22,93% procent. Op grond van de provinciale behoefteprognoses wordt verwacht dat in 2040 in de gemeente Steenbergen 28,6% van de bevolking ouder is dan 65. In de gemeente Steenbergen is de vergrijzing dus sterker dan het landelijk gemiddelde. De opgave is groot omdat: De hoeveelheid oudere mensen toeneemt; We steeds ouder worden; Er een te kort is aan personeel.
49 We moeten dingen veranderen om de groeiende groep ouderen de benodigde zorg te kunnen blijven bieden. Er wordt meer gevraagd van de inzet van mantelzorgers, familie en vrijwilligers. Daarnaast wordt de inzet van technologie belangrijk. Deze woonzorgvisie is een cruciaal beleidsdocument om tot deze verandering/transitie te komen. 6.2. Algemeen Voorzieningen Om het zelfstandig wonen tot op hoge leeftijd, vooral in de kleine kernen, aantrekkelijk te maken, is het van belang dat er ook aandacht is voor het voorzieningenniveau. In de praktijk blijkt dat oudere mensen wel in de eigen kern willen wonen maar noodgedwongen verhuizen naar een kern waar meer voorzieningen aanwezig zijn. Kijkend naar de leeftijdsopbouw blijkt het aantal 65+’ers gemiddeld lager te zijn in de kernen De Heen, Welberg en Kruisland dan in de rest van de gemeente. Gemeente/Kern/Wijk
Gemeente Steenbergen totaal Steenbergen Centrum Steenbergen Zuid Steenbergen Noord Welberg28 Dinteloord Nieuw-Vossemeer Kruisland De Heen 6.3.
Percentage aandeel 65> t.o.v. totale bevolking gemeente/kern of wijk per 1-1-2022 23% 32% 24% 21% 14% 23% 23% 21% 20%
Opbrengsten gemeentebreed gehouden kernbijeenkomsten en deskundigenbijeenkomsten inleiding
Om de wensen van vooral de doelgroep ouderen te inventariseren is een intensief participatietraject georganiseerd in elke kern met de inwoners (6 bijeenkomsten) en twee bijeenkomsten met deskundigen en belangen- en vrijwilligersorganisaties. Aan de hand van de input vanuit de gehouden kernbijeenkomsten en deskundigenbijeenkomsten wordt een aanzet gegeven hoe verder vorm kan worden gegeven aan het leefbaarder maken van de gemeente in zijn geheel en de kernen in het bijzonder. Vanwege de toenemende vergrijzing wordt vooral de focus gericht op de doelgroep ouderen. Uit het gehouden participatietraject kwam gemeentebreed gezien het op de volgende pagina visueel weergegeven beeld naar voren, opgesplitst naar de onderwerpen wonen, zelfredzaamheid 29 en sociale aspecten. Overigens wil dit niet zeggen dat er geen aandacht is voor jongere mensen met een handicap. Zij lopen zeker waar het betreft praktische zaken als toegankelijkheid van een woning en toegankelijkheid van de openbare ruimte tegen dezelfde problemen aan en hebben dus ook voordeel bij een goed integraal beleid op gebied van wonen, zorg en welzijn.
28
De cijfers voor Welberg vertekenen. Vanwege de aanwezigheid van Stella Maris, een pension voor de huisvesting van arbeidsmigranten. Als dit pension niet wordt meegeteld is het percentage van 65 jaar en ouder 19%. 29 Zelfredzaamheid: Hoe goed mensen zich kunnen redden op alle levensterreinen met zo min mogelijk professionele ondersteuning en zorg. Door te werken aan zelfredzaamheid kan zorg of intensivering van zorg worden voorkomen of uitgesteld.
50
Voordat verder wordt ingegaan op de inhoudelijke opbrengsten van het participatietraject die naar gemeentelijk niveau en naar kernniveau worden vertaald is het van belang om te weten dat het leefbaarder maken van de gemeente en de kernen niet ineens een geheel nieuw onderwerp is en dat er al bestaand beleid is of nieuw beleid in voorbereiding is, die invloed hebben op de doelen, zoals die zijn weergegeven in deze Woonzorgvisie. Schematisch gezien staan de drie thema’s met een splitsing naar deelonderwerpen zoals die naar voren zijn gekomen uit het participatietraject opgenomen op de volgende pagina. Vervolgens wordt een koppleing gemaakt met het al bestaand gemeentelijk beleid of het gemeentelijk in voorbereiding zijnde beleid ten aanzien de deelonderwerpen. Het feit dat er geen beleid is of geen beleid in voorbereiding is wil niet automatisch zeggen dat er ook nog beleid komt. Het nieuwe voorgestelde beleid op bais van deze Woonzorgvisie staat niet opgenomen in het schema op de volgende pagina. De inhoudelijke behandeling van de participatiebijeenkomsten is opgedeeld op gemeenteniveau als geheel en naar kernniveau. De toelichting van de opbrengsten van de participatiebijeenkomsten op kernniveau is te vinden in hoofdstuk 7.
Belangrijk is om te beseffen dat de uitvoering van de aangedragen punten vaak niet vanuit de gemeente kan of hoeft te komen, maar vooral ook vanuit de gemeenschap of andere organisaties.
51 Deelonderwerp
Thema
1.Wonen in de eigen kern.
Gemeentelijk beleid
1,2,4 Woondeal
2.Nieuwbouw voor ouderen.
3.Verordening stimuleringslening
3. Oud worden in de eigen woning. 4. Nieuwbouw woonzorgcomplexen.
wonen
3. Verordening stimuleringslening kleine Vve. 3. Verordening wet Maatschappelijke ondersteuning.
5. Mantelzorgwoningen 6.Labelen sociale huur woningen voor ouderen
1.Uitvoeringsprogramma mantelzorg
1.vrijwilligers 2.Ontmoeten 3.Openbaar vervoer
Sociale
4.Behoud supermarkten
aspecten
2.Maatschappelijk vastgoed en accommodatiebeleid 3.GVVP, meerjaren uitvoeringsprogramma Economisch beleidsplan 1.Uitvoering participatiewet. Vroeg signaleringssysteem. Er naar toe teams, Wet maatschappelijke ondersteuning.
1.Ondersteuning/financieel/z org/voorlichting. 2.Betere samenwerking tussen welzijn/zorg en vrijwilligersorganisaties
2. Participatiebeleid.
3.Doorstroming bevorderen. 4.Eenvoudige regelen.
zorg
zelf
5. Aanpassing eigen woning 6. Te kort aan huisartsen. 7. Bewegen. 8..Toegankelijkheid openbare ruimte.
Zelfredzaamheid
3,5 Verordening Wet maatschappelijke ondersteuning. Verordening Stimuleringslening. 4. Aanbesteding huishoudelijke zorg 2024 2025 7.Steenbergen Vitaal. Integrale nota sociaal domein. 8. Handboek inrichting openbare ruimte, Handboek verkeer, plan van aanpak verbeteren fiets-en wandelroutes.
52 6.4. Wonen (opbrengsten participatie gemeentebreed): Men wil graag als het kan in de eigen kern blijven wonen, ook als je ouder wordt. Hoe dan is erg wisselend. In eigen huis, in nieuwbouw levensloopbestendig30, appartement of grondgebonden woning met tuintje. In hofjes, ouderen bij elkaar, ouderen en jongeren door elkaar, koop en huur (Er kwamen geen duidelijke verschillen per kern naar voren). Er is behoefte aan kleinschalige woon-zorgcomplexen met ontmoetingsruimte eventueel voor andere bewoners uit de kern. Mantelzorgwoningen zouden voor langere termijn moeten kunnen blijven staan. Deze moeten nu na beëindiging van de mantelzorg weggehaald worden. Bij de opstelling van de nieuwe prestatieafspraken die zullen gelden vanaf 2025 zal het wel of niet labelen van levensloopbestendige woningen voor ouderen als onderwerp worden meegenomen. 6.4.1 Wonen in de eigen kern, nieuwbouw, eigen woning, wozocomplex: Nu verhuizen oudere mensen relatief vaak vanuit een kleine kern naar de hoofdkern Steenbergen omdat hier meer voorzieningen zijn. Dit is weliswaar een vrije keus, maar het beleidsmatige streven is er vanaf nu opgericht dat oudere mensen in hun eigen kern oud kunnen worden. Hoe dit te doen hangt af van verschillende factoren.