Woonzorgvisie en kernvisies 2404168.pdf
Tekst van het document
1
Woonzorgvisie gemeente Steenbergen (inclusief kernvisies) d.d. 28 maart 2024 Steenbergen Welberg Dinteloord Kruisland Nieuw-Vossemeer De Heen
2 Inhoud 1.
Inleiding 1.1. Wat is de Woonzorgvisie? 1.2. Waarom een Woonzorgvisie op kernniveau? 1.3. Achtergronden en doel Woonzorgvisie. 1.4. Schaalniveau’s beleid wonen en zorg 1.5. Samenwerking 1.6. Participatie 1.7. Het beleidsproces
Pagina 4 Pagina 4 Pagina 4 Pagina 6 Pagina 6 Pagina 6 Pagina 6
2.
Samenvatting/conclusies
Pagina 9
3.
Achtergronden 3.1. 3.2. 3.3. 3.4.
4.
Regionaal zorgbeleid Gemeentelijk bestaand zorgbeleid Regionale woondeal/overig regionaal woonbeleid Gemeentelijk bestaand woonbeleid
Wet vesterking regie Volkshuisvesting 4.1. Waarom? 4.2. Het volkshuisvestingsprogramma als kerninstrument. 4.3. Doel van het volkshuisvestingsprogramma. 4.4. Voorlopige richting/inhoud van de in voorbereiding zijnde wetgeving. 4.5. Inhoud volkshuisvestingprogramma. 4.6. Hoe verhoudt zich de in voorbereiding zijnde wet tot de woonzorgvisie.
5.
Pagina 21 Pagina 21 Pagina 21 Pagina 21 Pagina 22 Pagina 22
Wonen 5.1. Woningbouwopgave gemeentebreed opgesplist naar type woningen/prijsklasse. 5.2. Woningbouwopgave per kern. 5.3. Duurzaamheid woningen. 5.4. Kwaliteit van de woningvoorraad en herstructurering.
6.
Pagina 17 Pagina 17 Pagina 18 Pagina 19
Pagina 24 Pagina 30 Pagina 39 Pagina 42
Zelfredzaamheid/zorg algemeen 6.1. 6.2. 6.3. 6.4. 6.5. 6.6.
Algemeen wonen en zelfredzaamheid Pagina 48 Algemeen Voorzieningen Pagina 49 Inleiding opbrengsten gemeentebreed gehouden kernbijeenkomsten en deskundigenbijeenkomsten Pagina 49 Wonen (opbrengsten participatie gemeentebreed) Pagina 52 Zelfredzaamheid (opbrengsten participatie gemeentebreed) Pagina 54 Sociale aspecten gemeentebreed Pagina 60
3 7.
Wonen/zelfredzaamheid/ voorzieningen per kern 7.1. 7.2 7.3. 7.4. 7.5. 7.6.
8.
Pagina 62 Pagina 63 Pagina 66 Pagina 68 Pagina 70 Pagina 71
Bijzondere doelgroepen 8.1. 8.2. 8.3. 8.4. 8.5. 8.6.
9.
kern Steenbergen Dinteloord Kruisland De Heen Welberg Nieuw-Vossemeer
Arbeidsmigranten Dak- en thuislozen en uitstroom uit intramurale situaties Sociaal urgenten en dreigend daklozen Medisch urgenten Statushouders en Oekraïense vluchtelingen Woonwagenbewoners
Pagina 74 Pagina 75 Pagina 75 Pagina 75 Pagina 75 Pagina 77
Schaarste op de woningmarkt 9.1. 9.2. 9.3.
Juridisch kader beperken vrijheid van vestiging. Resulaten uitgevoerd schaarsteonderzoek. Wet versterking regie volkshuisvesting en de plicht tot vaststellen Huisvestingsverordening.
Pagina 80 Pagina 81 Pagina 84
Bijlage 1: Samenvatting opbrengsten ophaalsessies Bijlage 2: Woondeal Bijlage 3: Diverse cijfers Woonzorgvisie Bijlage 4: Schaarste onderzoek Bijlage 5: Woningmarktonderzoek, inclusief factsheet en kopie Wijk en kernprofielen
4
1. Inleiding 1.1. Wat is de Woonzorgvisie? Voor u ligt de Woonzorgvisie, inclusief kernvisies voor de gemeente Steenbergen. Deze visie vervangt de huidige Woonvisie. Het is een een integrale 1 gemeentelijke visie op wonen en zorg. De Woonzorgvisie is geen einddocument maar een startdocument. Jaarlijks zal er een evaluatie plaatsvinden en daar waar noodzakelijk bijstelling plaatsvinden van het beleid. 1.2. Waarom een Woonzorgvisie? De wens tot het maken van een woonzorgvisie, inclusief kernvisies waarin zorg en wonen aan elkaar zijn gekoppeld leeft al langer en heeft door de toekomstplannen van woningstichting Stadlander en Tante Louise in de kern Steenbergen, “het plan Vitale Vesting”,politieke prioriteit gekregen. Het programma Vitale Vesting in de kern Steenbergen kan niet los worden gezien van de ontwikkelingen in heel de gemeente en mede daardoor is gekozen voor het opstellen van een integrale woonzorgvisie voor heel de gemeente, opgesplitst naar kernniveau. Ook de rijksoverheid benadrukt het belang van een integrale gemeentelijke visie op wonen en zorg. Om de woningbouwproductie te verhogen en de betaalbaarheid van het wonen te verbeteren wordt er op regionaal niveau nauw samengewerkt met buurgemeenten, rijk, provincie en in de regio West-Brabant West actieve woningcorporaties.
Een goede basis voor regionale samenwerking is een duidelijk visie op wat je als je gemeente zelf wilt. De Woonzorgvisie is een belangrijke bouwsteen voor het spelen van een constructieve rol in de regionale samenwerking. Daarnaast dient de visie als belangrijke input voor de nieuw te maken prestatie-afspraken2 met corporaties en huurdersverenigingen 1.3. Achtergronden/doel Woonzorgvisie Mensen worden geacht tot op hoge leeftijd steeds langer zelfstandig te wonen. Als gevolg van dit streven kunnen mensen minder snel terecht in een intramurale zorginstelling (=verpleegtehuis of bejaardentehuis). Om dit langer zelfstandig wonen te kunnen waarborgen is het enerzijds nodig dat er voldoende geschikte woningen beschikbaar zijn en anderzijds is het noodzakelijk dat de juiste thuiszorg kan worden geleverd. Het programma Wonen, Ondersteuning en Zorg voor Ouderen (WOZO) uit 2022 schetst de nieuwe norm voor ouderenzorg: zelf als het kan, thuis als het kan en digitaal als het kan. Daarnaast wordt ook verwacht dat mensen uit de GGZ (=Geestelijke gezondheidszorg) zorg meer dan voorheen zelfstandig gaan en blijven wonen. De Visie "Van beschermd wonen naar een beschermd thuis” van de commissie Dannenberg gaat uit van een streven waarbij zoveel mogelijk ondersteuning geboden wordt in de eigen woonomgeving.
Om dit goed te kunnen regelen dienen er voldoende geschikte woningen te zijn waarbij de juiste zorg kan worden geleverd. Gelet op de toenemende vergrijzing is dit een behoorlijke opgave.
1
Integraal werken gaat over het kijken naar de samenhang tussen verschillende onderwerpen en het afwegen van verschillende perspectieven en belangen. Kijken naar het grotere plaatje dus en daarna een afweging maken. Een open blik en samenwerken zijn belangrijk bij deze manier van werken. 2 Prestatieafspraken zijn een vrijwillige, maar niet vrijblijvende overeenkomst tussen drie partijen: de huurdersorganisatie, gemeente en corporatie. Een belangrijke achterliggende gedachte bij het maken van prestatieafspraken is dat samenwerking nodig is om de volkshuisvestingsdoelen te bereiken.
5
In 2022 startte het Nationaal Actieplan Dakloosheid “Eerst een Thuis” met de ambitie om dakloosheid fors en structureel terug te dringen. Ook hiervoor dienen extra woningen beschikbaar te worden gesteld met de daarbij behorende passende zorg en begeleiding aan huis. In september 2022 is door het ministerie van volksgezondheid, Welzijn en sport, zorgverzekeraars, patiëntenorganisaties, VNG en diverse vertegenwoordigers van zorginstanties (ziekenhuizen, GGZ instelling etc.) het integraal zorgakkoord (IZA) getekend. Uitgangspunt van het IZA is dat de zorg anders moet worden geregeld, meer gericht op gezondheid en minder op ziekte. Het moet anders vanwege de krapte op de arbeidsmarkt en de steeds stijgende kosten. De uitwerking van het integraal zorgakkord (IZA) is opgedeeld in regio’s. In de regio West-Brabant West staan de volgende thema’s centraal. Kwetsbare ouderen nu en in de toekomst. Mentale gezondheid Kansrijk opgroeien Leefstijl, leefomgeving en kansenongelijkheid. Druk op eerstelijnszorg3 Op 3 februari 2023 ondertekenden de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG), het ministerie van Volksgezondheid, Welzijn en Sport (VWS), Zorgverzekeraars Nederland en GGD GHOR (dé belangenbehartiger voor de publieke gezondheid en veiligheid in ons land) het Gezond en Actief Leven Akkoord (GALA).
Dit akkoord omvat afspraken over het bereiken van een gezonde generatie in 2040: weerbare, gezonde mensen die opgroeien, leven, werken en wonen in een gezonde leefomgeving met een sterke sociale basis. De uitvoering van het IZA is vooral een verantwoordelijkheid vanuit de zorg. De uitvoering van het GALA is een verantwoordelijkheid van de gemeenten. De doelen en uit te werken thema’s komen grotendeels met elkaar overeen. Beide akkoorden hebben een nauwe samenhang met elkaar en beïnvloeden elkaar. Het langer zelfstandig wonen is meer dan het aanbieden van een woning. Het doel is niet alleen dat mensen langer zelfstandig gaan wonen maar ook dat dit zoveel als mogelijk met behoud van kwaliteit van leven mogelijk is. Behoud van kwaliteit van leven is een subjectief begrip. Iedereen ervaart dit anders. Om toch een zo objectief mogelijk beeld te krijgen wat nu kwaliteit van leven eigenlijk is en wat er beter kan ten opzichte van de huidige situatie zijn er per kern in de gemeente participatiebijeenkomsten (6 bijeenkomsten) georganiseerd met bewoners en ook twee participatiebijeenkomsten met deskundigen, maatschappelijke organisaties en vrijwilligersorganisaties actief in wonen, zorg en welzijn. Bovengenoemde opgave op het gebied van wonen, zorg en welzijn kan niet los gezien worden van de gewone reguliere woningmarkt voor koop- en huurwoningen.
Ook voor de reguliere woningmarkt zal daarom in deze visie een doorkijk worden gemaakt op kernniveau voor de komende jaren.
3
Eerstelijnszorg is zorg waar mensen zonder verwijzing naartoe kunnen gaan. Voorbeelden hiervan zijn behandeling door de huisarts, tandarts, fysiotherapeut, apotheker .
6 1.4. Schaalniveau’s beleid wonen en zorg Het beleid op het gebied van wonen en zorg vindt plaats op verschillende schaalniveau’s en kent vele betrokken maatschappelijke partijen en organisaties. Het rijk heeft de afgelopen jaren nadrukkelijk de regie genomen op zowel wonen als zorg. Dit nieuwe rijksbeleid heeft voor de gemeente ingrijpende gevolgen. De wijziging van het rijksbeleid heeft ook geleid tot veel nieuwe in voorbereiding zijnde wetgeving en ook al in werking getreden nieuwe wetgeving. De belangrijkste in voorbereiding zijnde nieuwe wetgeving die waarschijnlijk pas in 2026 in werking treedt is de wet “Regie Volkshuisvesting”. De nu bekende informatie van de in voorbereiding zijnde wet “Regie Volkshuisvesting” wordt vanwege zijn impact in hoofdstuk 4 toegelicht. 1.5. Samenwerking Te vaak nog wordt er door de burger naar de gemeentelijk overheid gekeken om problemen op te lossen. Dit is overigens niet iets wat de burger valt te verwijten. De beeldvorming is dat de overheid alles regelt. In de praktijk is het echter nooit zo geweest dat de gemeente alles bepaalt. De woonzorgvisie heeft dan ook mede als doel om deze beeldvorming bij te stellen. Belangrijk uitgangspunt van dit beleid is “nog” meer uit te gaan van een gelijkwaardige integrale samenwerking tussen partijen actief in wonen, zorg en welzijn en bewoners.
De gemeente is één van de partijen in deze samenwerking en heeft behalve een beleidsmatige rol vooral een coördinerende rol door partijen bij elkaar te brengen. 1.6 Participatie We zien ons geplaatst voor opgaven, die niet meer alleen vanuit de gemeente of één andere organisatie zijn op te lossen. Een voorbeeld hiervan is o.a. het langer zelfstandig thuis wonen, waarbij de woning, de sociale omgeving en het bieden van zorg aan elkaar gekoppeld zijn. Dat vraagt om regie en om samenwerking. Organisatienetwerken kunnen hier een bijdrage aan leveren. Dit zijn netwerken rondom complexe maatschappelijke opgaven waar vanuit de individuele organisaties geen antwoord op is. Mede daarom is deze visie dan ook in overleg tot stand gekomen met woningbouwcorporaties, zorgpartijen, huurdersverenigingen, ouderenorganisaties en andere partijen, maar vooral ook met de bevolking in de eerder genoemde participatiebijeenkomsten. Een samenvatting van de uitkomsten van de deskundigeen kern bijeenkomsten is als bijlage opgenomen bij de Woonzorgvisie.
1.7.Het beleidsproces De systematiek van de nieuwe wetgeving en dan meer specifiek het nieuwe integrale beleidsproces werkt na vaststelling als volgt: De omgevingsvisie De omgevingsvisie is het belangrijkste ruimtelijke document van de gemeente waarin de gemeenteraad de afwegingen en keuzes maakt op hoofdlijnen en de verschillende belangen tegen elkaar afweegt en op basis waarvan het college uitvoering gaat geven. In de omgevingsvisie staan de keuzes weergegeven. De omgevingsvisie wordt aangevuld met zogenaamde programma’s. Deze programma’s kunnen betrekking hebben op beleidsmatige thema’s maar ook gebiedsgericht zijn.
7 Schematisch ziet dit er als volgt uit
Omgevingsvisie gemeentebreed
Uitwerking
Actualisatie
Omgevingsprogramma's Gebiedsprogramma Beleidsprogramma Het werken met programma’s is niet helemaal nieuw, niet op beleidsmatig niveau en niet op gebiedsniveau. Dit gebeurde en gebeurt al in de praktijk. Programma op beleidsniveau: Een groot aantal doelstellingen van de woonzorgvisie worden vertaald in een woonprogramma (door de minister volkshuisvestingsprogramma genoemd), dat dus onderdeel wordt van de Omgevingsvisie. In deze programma’s staan concrete doelen benoemd. In de Woonzorgvisie gaat het bijvoorbeeld om concrete aantallen te bouwen woningen, typologie woningen en in welke kern. Maar ook vanuit zorg welke aantallen mensen vanuit de bijzondere doelgroepen (statushouders, uitstroom vanuit GGZ instellingen, dreigend daklozen etc.) dienen te worden gehuisvest binnen de gemeentegrenzen gedurende in eerste instantie de periode tot en met 2030 met een doorkijk al voor de langere termijn. Nu is er nog geen plicht om een dergelijk woon (volkshuisvestings-) programma vast te stellen maar er is wetgeving in voorbereiding waarbij deze plicht er ligt voor iedere gemeente vanaf 1-1-2026. Programma op gebiedsniveau De programma’s op gebiedsniveau zijn de wat complexere ruimtelijke opgaven waar meerdere beleidsprogramma’s met elkaar kunnen botsen en waar dus vaak een belangenafweging dient plaats te vinden.
In de praktijk kan het zijn dat de concrete uitwerking van een gebiedsprogramma (belangenafweging op gebiedsniveau) kan leiden tot bijstelling van één of meerdere beleidsprogramma’s. Voorbeelden van dergelijke gebiedsprogramma’s waar momenteel aan gewerkt wordt of gewerkt gaat worden, zijn het ontwikkelplan Dinteloord, Vitale Vesting Steenbergen en Steenbergen West (o.a. uitbreiding bedrijventerrein). Andersom is ook mogelijk. Als bijvoorbeeld de woningbehoefteprognose hoger of lager ligt dan voorheen kan dit leiden tot een aanpassing van de plannen (ander woonprogramma) of de geplande uitvoering van een gebiedsprogramma.
8 Evaluatie en aanpassing beleid De essentie is dus, dat om de snelle ontwikkelingen bij te kunnen houden, de omgevingsvisie regelmatig moeten worden geëvalueerd, net als de beleidsprogramma’s en de daaraan ten grondslag liggende beleidsvisies, evenals de voortgang van de specifieke gebiedsprogramma’s. Deze beïnvloeden elkaar constant. Kortom de vaststelling van deze woonzorgvisie en zo direct ook de nieuwe omgevingsvisie is niet het eindstuk van een gelopen beleidsproces maar het begin van een continu beleidsproces van evalueren en indien nodig bijstelling van beleid. De huidige onzekerheid en vele veranderingen vragen om deze manier van werken. Dit is niet helemaal nieuw maar de schaal waarop zorgt ervoor dat er een noodzaak is om standaard op deze wijze te werken. De Omgevingswet vraagt hier ook om.
9
2. Samenvatting/conclusies 2.1. Hoofdstuk 3: Bestaand regionaal en gemeentelijk beleid wonen en zorg 1.
De woonzorgvisie gemeente Steenbergen (inclusief kernvisies) vervangt de huidige Woonvisie en is een integrale visie waarbij wonen, zorg en welzijn in samenhang worden bekeken. Een aantal onderwerpen zijn beperkt uitgewerkt in de Woonzorgvisie omdat ze al in andere vastgestelde visies zijn opgenomen. Andere onderwerpen, meer specifiek zorg en welzijn worden er juist aan toegevoegd.
2.2. Hoofdstuk 4. Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) 2. De Woonzorgvisie dient als basis voor het college om een herzien actieplan vast te stellen en mocht de nieuwe Wet versterking regie volkshuisvesting daadwerkelijk worden vastgesteld ook als basis voor het op te stellen volkshuisvestingsprogramma. 2.3.Hoofdstuk 5 Wonen 2.3.1: Woningbouwopgave 3. De tekst in de regionale woondeal ten aanzien van de nieuwbouw van sociale huurwoningen aan te passen,zodanig dat er meer maatwerk kan worden gehanteerd per gemeente en dat er meer wordt aangesloten bij de nog grotere voorziene vraag naar betaalbare koop en midden huurwoningen In regionaal verband zal bovengenoemd uitgangspunt worden afgestemd en besproken. 4.
Voor de sociale huursector wordt aangehouden een streefcijfer van 30% van de minimale bouwopgave voor heel de gemeente, of wel een toename van 216 woningen. Bij een grotere bouwproductie dan de minimale bouwopgave in de woondeal worden er nog wel sociale huurwoningen toegevoegd maar zal de nadruk meer komen te liggen op realisering van vooral betaalbare koop en in mindere mate middenhuur.
5.
In overleg over de nieuwe prestatieafspraken met de corporaties en huurdersverenigingen gaan onderzoeken welke bijdrage de corporaties kunnen leveren aan de huisvesting van met name starters op de woningmarkt door het aanbieden van goedkope/betaalbare koopwoningen of middel dure huur woningen.
6.
Voor de periode 2022 t/m 2030 worden onderstaande aantallen woningen met de daarbij behorende opsplitsing naar typologie en prijsklasse als uitgangspunt genomen voor de nieuwbouw. Afwijkingen per typologie zijn mogelijk met 15% naar boven of beneden. De lange termijn woningbehoeftecijfers worden nu nog niet meegenomen in het beleid vanwege de grote onzekerheid die er is ten aanzien van de lange termijn woningbehoefte.
10 Aan de woningvoorraad toe te voegen woningen 2022 t/m 2030 gemeente Steenbergen op basis van woningmarktonderzoek en woondeal Type/prijsklasse woning
Appartementen
Grondgebonden woningen
Totaal
Sociale huur Goedkope koop
123
93
216
12
108
120
Midden huur
28
22
50
Betaalbare koop
20
150
170
Dure huur
9
6
15
Dure koop
28
217
245
Totaal
220
596
816
7.
Bij de vaststelling van de omgevingsvisie zal in beeld worden gebracht wat het gevolg is voor de woningbehoefte als er nieuwe grote economische ontwikkelingen zijn binnen de gemeentegrenzen.
2.3.2. Verdeling woningbouw per kern en naar prijsklasse 8.
In de periode 2022 t/m 2030 uitgaan van evenredige verdeling woningbouw over de kernen, binnen een bepaalde bandbreedte naar rato van inwoneraantal 1-1-2022.
9.
Op basis van de huidige inzichten is de verwachting dat er in de periode 2022 t/m 2030 meer woningen worden gebouwd dan de minimale bruto bouwopgave van 805 woningen (exclusief sloop), en minimale netto bouw opgave van 720 woningen opgenomen in de woondeal.
10.
Qua prijsklasse van de toe te voegen woningen wordt in elke kern dezelfde verhouding aangehouden als voor de totale gemeente.
11.
Qua typologie zullen er meer appartementen worden gebouwd in de kernen Steenbergen en Dinteloord en minder in de andere kernen.
12.
Het uitgevoerde woningmarktonderzoek op kernniveau wordt niet standaard als uitgangspunt aangehouden voor het woonbeleid. Omdat dit leidt tot ongewenste segregatie. Het wordt wel benut voor zijn signaalfunctie om ongewenste ontwikkelingen, tegen te gaan en dus sturend te handelen. Voorbeelden: a. In een kern waar relatief veel ouderen wonen wordt minder woningbehoefte geconstateerd waardoor de vergrijzing onnodig toeneemt. b. In een kern waar al veel sociale huurwoningen zijn, zoals in Dinteloord is een grotere behoefte aan sociale huurwoningen dan in de andere kernen, waardoor de concentratie van sociale huurwoningen in deze kern nog groter wordt.
13.
In overleg met in ieder geval de woningstichtingen (woning corporaties) en de huurdersverenigingen zal in het kader van de vaststelling van de nieuwe prestatieafspraken per kern gekeken worden naar de gewenste omvang van de sociale
11 huurwoningvoorraad op de lange termijn. Door nieuwbouw, verkoop en sloop van sociale huurwoningen op elkaar af te stemmen.Hierbij zal ook rekening worden gehouden met het creëeren van schuifruimte 4. 14.
Met ingang van 2025 zal er in het eerste kwartaal door de gemeenteraad een lijst worden vastgesteld van nieuwe woningbouwplannen die beoordeeld gaan worden op haalbaarheid (zachte plannen genoemd). Ook zullen dan woningbouwplannen die niet haalbaar zijn of waar onvoldoende voortgang wordt geboekt van de lijst worden worden gehaald. In 2024 zal dit in het tweede kwartaal plaatsvinden.
2.3.3. Duurzaamheid en wonen 15. Het woonbeleid is volgend aan het duurzaamheidsbeleid. 16.
Om de energietransitiedoelstellingen te bereiken is het wenselijk dat de woningvoorraad wordt geïsoleerd. Hier wordt al actief op in gezet net als op het realiseren van zon op dak. Dit beleid is succesvol en zal verder worden doorgezet.
17.
Er zal gekeken worden hoe we mensen met een lager inkomen kunnen ondersteunen om ook hun woning te kunnen verduurzamen.
18.
De verduurzaming van de particuliere huursector woningen zal apart aandacht krijgen.
19.
Het klimaatadaptatiebeleid wordt nog verder uitgewerkt in een programma waarbij het huidige beleidsuitgangspunt, een groenere leefomgeving en voldoende waterbergend vermogen in een wijk uitgangspunt blijft. Dit uitgangspunt geldt zowel voor de openbare ruimte als voor de tuinen in bezit bij particulieren.
2.3.4. Kwaliteit van de woningvoorraad en herstructurering 20. Er moeten voldoende geschikte woningen zijn voor mensen op hoge leeftijd en/of voor jongere mensen met een handicap. Voor een groot gedeelte zal dit dienen plaats te vinden door aanpassing van de bestaande woningvoorraad. 21.
Nieuwbouw van levensloopgeschikte woningen is ook noodzakelijk. De omvang van de nieuwbouwopgave van geschikte woningen voor de gemeente wordt afgestemd op de meest actuele landelijke kengetallen.
22.
In de kern Steenbergen loopt het grootschalige herstructureringsprogramma Vitale Vesting. Dit programma is opgestart en wordt verder uitgewerkt in diverse deelprojecten.
23.
In Dinteloord is het bestemmingsplan van Heemskerckstraat vastgesteld in september 2023 als eerste opstap om te komen tot nog grootschaligere herstructurering. Het is wel noodzakelijk dat er een alternatief wordt geboden voor de ondernemers binnen de
4
Schuifruimte: Vooral om de verduurzamingsopgave te kunnen realiseren is grootschalige renovatie of sloop en herbouw van sociale huurwoningen noodzakelijk. De bewoners zijn vanwege de sloop of renovatiewerkzaamheden gedwongen om te verhuizen. In deze vraag kan worden voorzien door tijdelijk extra sociale huurwoningen toe te voegen bovenop de geraamde behoefte. De huidige huurders van de te slopen of renoveren woningen “schuiven” dan door naar de nieuwe sociale huurwoningen.
12 gemeente, uitgaande van de wensen van de bevolking en ondernemers in Dinteloord bij voorkeur in Dinteloord zelf. Deze eerste stap zal nu moeten worden genomen om een leefbaarder Dinteloord te kunnen krijgen zoals al in 2007 vastgelegd door de gemeenteraad in het dorpsontwikkelingsplan. 24.
Voor verzorgingstehuis de Nieuwe Haven in Dinteloord wordt naar een nieuwe woonzorg gerelateerde invulling gezocht met mogelijk daarbij ook andere zorgvoorzieningen.
2.4..Hoofdstuk 6 Wonen, zelfredzaamheid en sociale aspecten gemeentebreed 2.4.1. Wonen 25. Beleidsmatig uitgangspunt is dat mensen in hun eigen kern kunnen blijven wonen ook als ze op leeftijd zijn of te maken krijgen met een noodzaak tot een aangepaste rolstoel of rollator vriendelijk woning. 26.
Voor de grote groep die niet wil verhuizen als ze op leeftijd zijn, zal de nadruk vooral komen te liggen op het levensloopgeschikt maken van de eigen koopwoning en de huurwoningen. Hiervoor zijn nu al financiële instrumenten beschikbaar, de stimuleringslening (alleen voor koopwoningen) en via de Wmo (=Wet maatschappelijk ondersteuning).
27.
De woningstichtingen zullen de mogelijkheden onderzoeken om doorstroming zowel binnen de sociale huursector als van de sociale huursector naar de koopsector te bevorderen.
28.
Nieuwbouw van levensloopbestendige woningen en kleinschalige woonzorgcomplexen en mantelzorgwoningen kunnen een bijdrage leveren aan het doel om langer zelfstandig in de eigen kern te kunnen wonen. Uitgangspunt ten aanzien van de realisering van woonzorgcomplexen en bouw van nieuwe levensloopbestendige woningen is wel dat dit zal plaatsvinden in de kernen of aan de rand van de kernen. In de nog op te stellen omgevingsvisie wordt de exacte begrenzing van de rand van een kern verder bepaald.
29.
De regelgeving voor de bouw van mantelzorgwoningen binnen de bebouwde kom zal worden gewijzigd om het financieel aantrekkelijker te maken om een mantelzorgwoning te bouwen.
30.
Bij de opstelling van de nieuwe prestatieafspraken, die zullen gelden vanaf 2025, zal het onderwerp om wel of niet levensloopbestendige sociale huurwoningen te labelen voor de doelgroep senioren worden meegenomen.
2.4.2. Zelfredzaamheid gemeentebreed 31. Er is al veel opgezet om zelfredzaamheid te bevorderen, zoals de Ernaar toe teams, de Wmo en financiële ondersteuningsarrangementen vanuit de ISD voor mensen met een lager inkomen.
13 32.
Wat opvalt uit de gehouden kernbijeenkomsten is dat de bekendheid met het aanbod van Vraagwijzer laag is. De aandacht voor het bevorderen van zelfredzaamheid zal dan ook vooral op communicatie en informatie komen te liggen en minder op nieuw beleid.
33.
Meer en betere samenwerking tussen verschillende welzijns- en zorgorganisaties, bevolking en vrijwilligersorganisaties door ondersteunen van initiatieven vanuit de samenleving en/of actieve organisaties indien wenselijk te coördineren door gemeente.
34.
In de eerstvolgende aanbesteding (2024-2025) van huishoudelijke ondersteuning voor de daarop volgende jaren wordt onderzocht in welke mate mensen eenvoudige zorg zelf nog kunnen uitvoeren of weer uit kunnen gaan voeren.
35.
Het behoud van huisartsen en daar waar noodzakelijk uitbreiden is een belangrijke randvoorwaarde om langer zelfstandig te kunnen blijven wonen. Tevens zal de gemeente in overleg met de huisartsenpraktijken actief in de gemeente gaan kijken of er meerwaarde valt te halen uit samenwerking tussen de huisartsenpraktijken op gemeentelijk en regionaal niveau.
36.
Volledig Pakket Thuis en realisering kleinschalige woonzorgcomplexen ondersteunen.
37.
In ieder geval in Steenbergen (Vitale Vesting) en Dinteloord (Nieuwe Haven) kijken naar de mogelijkheden voor geclusterd Wonen.
38.
Het belang van bewegen blijft voorop staan en wordt meegenomen in de nieuwe integrale nota sociaal domein.
39.
De openbare ruimte dient voldoende toegankelijk te zijn voor mensen die gehandicapt zijn. Hiervoor wordt in 2024 een Handboek Inrichting Openbare Ruimte vastgesteld en wordt in 2025 vastgesteld een handboek Verkeer en een plan van aanpak verbeteren fiets- en wandelroutes.
2.4.3.Sociale aspecten gemeentebreed 40.
Bekendheid met het aanbod van Vraagwijzer voor o.a. ondersteuning mantelzorg en vrijwilligerswerk dient te worden vergroot (zie ook actie 27).
41.
De gemeenschapshuizen dienen behouden te blijven. Ontmoeten en ontmoetingsruimten zijn belangrijk. Ook andere gebouwen, zoals bijvoorbeeld supermarkten zijn hierbij van belang. Ook bij de inrichting van de openbare ruimte zal gekeken worden naar het creëren van ontmoetingsruimten.
42.
Er is behoefte aan ambulante zorg/Wijkzuster. Bij de aanbesteding van de Wmo zal gestreefd worden naar een kerngerichte aanbesteding zodat er vaste personen zijn die zorg/huishoudelijke ondersteuning bieden in een bepaalde kern of wijk.
14 2.5 Hoofdstuk 7 Wonen, zelfredzaamheid en sociale aspecten per kern 2.5.1. Kern Steenbergen 43.
Uitgangspunt van beleid blijft de huisvesting van één huishouden per woning. Wel blijft de mogelijkheid aanwezig om maatwerk te leveren in bijzondere situaties (wonen)
44.
In het plan Vitale Vesting zal in overleg met belanghebbende partijen ruimte gereserveerd worden om de vestiging van een nieuwe huisartsenpraktijk mogelijk te maken (zelfredzaamheid)
2.5.2.Kern Dinteloord 45.
Herstructurering van bedrijven uit de kern en het eventueel samenvoegen van bepaalde maatschappelijke voorzieningen en op de vrijkomende locaties woningen bouwen vormt een belangrijk uitgangspunt voor de kern Dinteloord. Dit zal verder op detailniveau worden uitgewerkt in het ontwikkelplan Dinteloord (wonen)
46.
De openbare ruimte in het noordwesten van Dinteloord wordt de komende jaren aangepakt (zelfredzaamheid).
47.
Er is tevredenheid over de aanwezigheid van voorzieningen in het dorp. Er bestaat nog wel een wens tot het realiseren van een extra supermarkt. Bij de gemeente is niet bekend dat er interesse is vanuit de markt om in Dinteloord een extra supermarkt te realiseren (sociale aspecten)
48.
Als de geplande grootschalige huisvesting van arbeidsmigranten aan de Noordlangeweg doorgaat neemt de gemeente het initiatief, als hier behoefte aan is, om een vergelijkbare overlegaanpak met het dorp te volgen als in Welberg (sociale aspecten).
2.5.3.Kern Kruisland 49.
Extra aandacht voor betaalbare woningbouw omdat de bestaande woningvoorraad relatief duur is. (wonen)
50.
Het idee, initiatief vanuit de samenleving om de kantines van de tennis en voetbalvereniging overdag als ontmoetingsruimte te gebruiken voor ouderen wordt meegenomen bij de uitvoering van het vastgoed en accommodatiebeleid van 4 Juli 2023. (sociale aspecten)
51.
Aan het verzoek om de Plusbus ook naar Roosendaal te laten rijden kan niet tegemoet worden gekomen. De Plusbus is aan de gemeentegrenzen gebonden vanwege een concurrentiebeding taxivervoer. In het huidige beleid is wel opgenomen dat de doelgroep voor incidentele uitjes naar bijvoorbeeld een tuincentrum buiten de gemeente vervoerd kan worden. (sociale aspecten)
52.
Mocht er sprake zijn van een initiatief voor een hospice in Kruisland dan zal de gemeente dit positief benaderen, mits dit voldoet aan het ruimtelijk beleid. (sociale aspecten)
2.5.4. Kern De Heen 53.
Aandacht voor levensloopbestendige nieuwbouw.(wonen)
15 54.
De inrichting van de dorpsweg moet veranderen vanwege de slechte toegankelijkheid voor mensen met een handicap (zelfredzaamheid)
55.
In overleg met welzijnsorganisatie, zorgorganisaties, corporaties, verenigingsleven, leefbaarheid De Heen, bestuur Dorpshuis, woningstichting Stadlander kijken wat er voor mogelijkheden zijn om de leefbaarheid op De Heen te verbeteren. De vorm waarin zal nog worden uitgewerkt. De gemeente zal voornamelijk een coördinerende rol op zich nemen (zie ook punt 28). (sociale aspecten)
2.5.5. Kern Welberg 56.
Ouderen moeten als ze dit willen in de kern Welberg kunnen blijven wonen. Voorzieningen spelen hierbij een belangrijke rol. Bij de uitwerking van het op 4 juli 2023 vastgestelde vastgoed- en accommodatiebeleid wordt dit meegenomen. (wonen, sociale aspecten)
57.
Meer aandacht voor betaalbaarheid van het wonen. Zie Kruisland.(wonen)
58.
Bij de uitwerking van het vastgoed- en accommodatie beleid wordt de wens om seniorensport te organiseren op het sportveld meegenomen. (zelfredzaamheid, sociale aspecten)
2.5.6 Nieuw-Vossemeer 59.
Aan het verzoek om weer extramurale zorg te leveren vanuit de Vossemeren kan door tanteLouise niet worden tegemoetgekomen, omdat tanteLouise zich puur richt op het leveren van intramurale zorg.(zelfredzaamheid)
60.
Er wordt in overleg met mensen uit het dorp geïnventariseerd hoe de toegankelijkheid van de openbare ruimte voor minder validen te verbeteren. Dit is vooral voor het centrumgebied van belang.(zelfredzaamheid)
61.
Er wordt geen kernbinding ingesteld. (wonen, sociale aspecten)
62.
De kern Nieuw-Vossemeer heeft behoefte aan een ontmoetingsruimte voor inwoners. In overleg met tanteLouise en andere belanghebbenden wordt verkend of het plein bij het verpleeghuis de Vossemeren ook gebruikt kan worden voor andere activiteiten (sociale aspecten)
63.
De wens vanuit het dorp om de Vossemeren zelf weer meer een functie te geven als ontmoetingsruimte wordt nu niet meegenomen. We willen dit in samenhang zien met de studie naar de toekomst van het dorpshuis.(sociale aspecten)
2.6. Hoofdstuk 8 Huisvesting bijzondere doelgroepen 64.
Arbeidsmigranten: De opgave voor huisvesting van arbeidsmigranten is hoog in onze gemeente. In de raadsvergadering van 30 januari 2020 is het beleid arbeidsmigratie, inclusief de daarbij verwachte huisvestingsopgave vastgesteld. Dit vastgestelde beleid blijft gehandhaafd er zijn geen redenen om het beleid bij te stellen.
65.
Arbeidsmigranten en expats Bij de vaststelling van de omgevingsvisie zal bepaald worden welke ruimte er wordt geboden voor nieuwe economische ontwikkelingen en
16 daarmee samenhangend ook extra ruimte voor een te verwachten grotere vraag naar huisvesting van expats en/of arbeidsmigranten. 66.
Dak en thuislozen en uitstroom intramurale situaties: De gemeente Steenbergen heeft een jaarlijkse opgave om gemiddeld 22 mensen te huisvesten die uitstromen vanuit de maatschappelijke opvang of een locatie voor beschermd wonen.
67.
Sociaal urgenten en dreigend daklozen: Er wordt rekening gehouden met een incidenteel extra huisvestingsopgave van deze doelgroep van 3 woningtoewijzingen per jaar.
68.
Medisch urgenten: Voor de periode tot en met 2025 hanteert de gemeente een aantal van 14 toe te wijzen woningen voor deze doelgroep. Vanaf 2026 t/m 2030 wordt uitgegaan van 18 toe te wijzen woningen per jaar.
69.
Statushouders en Oekraïense vluchtelingen: De huisvestingsopgave voor statushouders en Oekraïense vluchtelingen is in 2023 flink toegenomen. Voor 2024 wordt wederom een groei verwacht. Hoe groot de omvang van de taakstelling in de komende jaren zal zijn is en blijft onzeker.
70.
Statushouders en Oekraïense vluchtelingen: Het uitgangspunt van beleid is en blijft het voldoen aan de opgelegde taakstelling voor de huisvesting van statushouders. Ook de Oekraïense vluchtelingen willen we blijven huisvesten.
71.
Statushouders en Oekraïense vluchtelingen: Conform het bestaande beleid wordt uitgegaan van een zo gelijkmatig mogelijke spreiding van de te huisvesten statushouders over de kernen, wijken en straten. Hierbij aangetekend dat het bij een grote groei steeds lastiger wordt om aan het uitgangspunt van gelijkmatige verdeling te voldoen.
72.
Woonwagenbewoners: Er is geen noodzaak tot bijstelling van het op 15 december 2022 vastgestelde beleid.
73.
Woonwagenbewoners: Het aantal standplaatsen zal daar waar nodig worden uitgebreid.
74.
Woonwagenbewoners: Woonwagenbewoners met voldoende inkomen kunnen hun eigen standplaats kopen. De overige bewoners kunnen hun standplaats blijven huren. Het uitgangspunt is dat de huurwoonwagens- en standplaatsen worden overgedragen aan de woningcorporatie(s).
2.7. Hoofdstuk 9 Schaarste op de woningmarkt 75.
Schaarste op de woningmarkt: Er worden geen verdere acties en/of het laten uitvoeren van het verdiepend onderzoek voor het instellen c.q. invoeren van een huisvestingsverordening genomen. De nadelen wegen niet op tegen de voordelen van een huisvestingsverordening. Daarnaast zijn er andere minder ingrijpende mogelijkheden om te sturen.
17
3. Bestaand regionaal en gemeentelijk beleid wonen en zorg 3.1. Regionaal zorgbeleid Gemeenten zijn vanuit de Wet maatschappelijke ondersteuning verantwoordelijk voor het bieden van een vangnet voor kwetsbare inwoners. Dit doen de gemeenten door onder andere het organiseren van individuele begeleiding en dagbesteding en het organiseren van beschermd wonen en maatschappelijke opvang. Gemeente Steenbergen werkt samen in de regio WestBrabant West met de gemeenten Bergen op Zoom, Halderberge, Roosendaal, Rucphen en Woensdrecht aan deze opgaven. In 2023 is de regiovisie op Beschermd Wonen, Maatschappelijke Opvang 2023-2028 vastgesteld. De ambitie en uitgangspunten uit deze visie zijn van toepassing op deze woonzorgvisie. In de regio werken we aan sociale inclusie5 door mensen met een psychische kwetsbaarheid zoveel mogelijk te huisvesten en te ondersteunen in de wijk. Het regionaal uitgewerkte en in 2021 vastgestelde convenant “Duurzame huisvesting en begeleiding voor kwetsbare doelgroepen” borgt de samenwerking tussen gemeenten, woningcorporaties en zorgaanbieders op deze opgaven. Daarnaast gaat er aandacht uit naar het door ontwikkelen van de maatschappelijke opvang. Zo is in 2022 het Nationaal Actieplan Dakloosheid: ‘Eerst een Thuis’ gepresenteerd. Het plan moet ervoor zorgen dat in 2030 dakloosheid is beëindigd.
De voorgestelde beweging vraagt om het beschikbaar hebben van woonplekken voor kwetsbare inwoners. Dit is een lastige opgave gelet op de gespannen woningmarkt waarbij er veel druk ligt op de woningbouwcorporaties om woonplekken te realiseren voor kwetsbare inwoners naast de opgave om andere doelgroepen te huisvesten. Om regionaal tot de transformatie van beschermd wonen en maatschappelijke opvang te komen wordt ingezet op een tweetal bewegingen: 1. Normaliseren van wonen en zorg daar waar mogelijk. Dit betekent dat wonen zo veel mogelijk ingevuld wordt zoals dat voor iedereen geldt; zelf kosten dragen, gedrag dat past bij een goede huurder en buur en realistisch in verwachtingen zijn. 2. Decentralisatie voor voorzieningen en woonplekken. Dit betekent dat er gewerkt wordt aan spreiding van voorzieningen en (beschermde) woonplekken over de regio zodat inwoners kunnen wonen waar zij vandaan komen, hun netwerk hebben of het beste tot hun recht komen. 3.2. Bestaand gemeentelijk zorgbeleid De gemeente Steenbergen werkt op een groot aantal onderdelen van de Wet maatschappelijke ondersteuning (Wmo 2015) samen met de gemeenten Bergen op Zoom en Woensdrecht. Het beleid is verankerd in de verordening en de beleidsregels maatschappelijke ondersteuning.
De gemeenten bieden huishoudelijke ondersteuning, begeleiding thuis, dagbesteding, beschermd wonen en diverse hulpmiddelen en voorzieningen. Tevens wordt er ingezet op preventie en op welzijn. We streven met ons beleid naar een inclusieve samenleving waarin inwoners mee 5
Sociale inclusie is een doorlopend proces, waarbij enerzijds wordt uitgegaan van het bevorderen van participatie van individuen en anderzijds van het terugdringen van uitsluiting van mensen met een beperking. Sociale inclusie heeft dus niet alleen betrekking op degene die ondersteuning ontvangt, maar op iedere burger die deel uitmaakt van de samenleving.
18 kunnen doen, zelfstandig kunnen wonen, anderen kunnen ontmoeten en actief kunnen blijven. Onze lokale toegang tot het sociaal domein richten we zo in dat inwoners dichtbij en laagdrempelig om hulp kunnen vragen. We kijken hierbij nadrukkelijk naar wat iemand zelf kan eventueel met hun omgeving. 3.3. Regionale woondeal/ overig regionaal woonbeleid De gemeente Steenbergen werkt al jarenlang samen op het gebied van wonen in de regio WestBrabant West. Naast de gemeente Steenbergen maken de gemeenten Woensdrecht, Bergen op Zoom, Roosendaal, Moerdijk, Halderberge, Rucphen en Tholen en de provincie Noord-Brabant onderdeel uit van deze samenwerking. Door de verandering van het rijksbeleid is deze samenwerking geïntensiveerd. De provincie heeft in oktober 2022 afspraken gemaakt met het rijk over de hoeveelheid woningen die in de provincie minimaal gebouwd moeten worden. Deze afspraken met de provincie zijn door vertaald in afspraken tussen provincie en gemeenten in de zogenaamde regionale woondeals. Omdat wonen niet stopt bij de gemeentegrens heeft de provincie bepaald dat gemeenten verplicht zijn om hun woningbouwopgave regionaal af te stemmen. Hiervoor is de provincie opgedeeld in een 4-tal regio’s. De regio Noord-Oost Brabant, de regio Zuidoost Brabant, de regio Midden-Brabant (Breda + Tilburg en omstreken) en de Regio West-Brabant West.
Tholen maakt ook onderdeel uit van de regionale samenwerking maar behoort tot de provincie Zeeland. Tholen maakt dus, hoewel deelnemend in de regionale samenwerking op het gebied van wonen, geen onderdeel uit van de regionale woondeal. Er zal wel een goede afstemming met Tholen dienen plaats te vinden omdat zij qua woningmarkt veel meer verbindingen hebben met West-Brabant dan met de rest van Zeeland. De regionale woondeal is ondertekend op 9 maart 2023 door alle wethouders Wonen van eerder genoemde gemeenten, de directeuren van de woningcorporaties in de regio, de gedeputeerde en de minister van wonen en ruimtelijke ordening. De regionale woondeal heeft een looptijd van 2022 tot en met 2030. Door de vastgestelde regionale woondeal is de rol van de regio ook veranderd. Het regionale beleid is door de vaststelling van de woondeal ineens bepalend geworden en heeft het gemeentelijk beleid op een groot aantal punten als het ware vervangen. De afspraken vastgelegd in de regionale woondeal zijn dan ook als bestaand beleidsuitgangspunt genomen voor het opstellen van de Woonzorgvisie.
In de woondeal zijn afspraken gemaakt over de onderstaande 9 onderwerpen: 1) Woningbouwopgave 2) Betaalbaarheid 3) Versnelling woningbouw: sleutelprojecten 4) Versnelling woningbouw: flexwoningen 6 5) Aandachtsgroepen 6) Herstructurering en transformatie 7) Vakantieparken 8) Duurzame en toekomstbestendige bouw 9) Ruimtelijke ordeningsaspecten Over de eerste 2 onderwerpen zijn de afspraken het meest concreet en hard. Ook de onderwerpen 3, 4 en 5 zijn vrij concreet uitgewerkt maar minder hard qua afspraken en 6
Kenmerkend voor een Flexwoning is het 'tijdelijke karakter' van de woning zelf, de bewoning of het gebruik van een locatie waarop de woning wordt geplaatst. Flexwoningen zijn in aanleg duurzaam en circulair.
19 doelstellingen. De resterende 4 onderwerpen zijn minder ver uitgewerkt en moeten gezien worden als een agenderingsafspraak. We gaan dit regionaal oppakken maar hoe en wanneer moet nog worden bepaald. 3.4. Bestaand gemeentelijk Woonbeleid Op 19 maart 2015 is de Woonvisie vastgesteld door de gemeenteraad. De woonvisie bestaat uit de volgende deelonderwerpen: 1. Bestaande woningvoorraad. 2. Nieuwbouw 3. Woonomgeving en voorzieningen 4. Huisvesting buitenlandse werknemers 1.Bestaande woningvoorraad Het belangrijkste uitgangspunt van het beleid ten aanzien van de bestaande woningvoorraad, dat er aandacht moet zijn voor het levensloopbestendig, energiezuinig en energieneutraal maken van bestaande woningen, is nog steeds actueel. Om bovenstaande te promoten is ondere andere de stimuleringslening in het leven geroepen en zijn energieambassadeurs aangesteld. Ook de betaalbaarheid van het wonen was al een aandachtpunt van beleid. Dit was toen vooral gericht op de sociale huursector. Door de prijsstijgingen op de woningmarkt en de gestegen gasprijzen is betaalhaarheid van het wonen een veel breder probleem geworden. Ook voor mensen met een middeninkomen die starten op de woningmarkt wordt het steeds lastiger om een koopwoning te bemachtigen en door de gebrekkige isolatie van bepaalde huur- en koopwoningen is er sprake van energie-armoede7.
Het isoleren van woningen is dan ook niet langer alleen van belang voor het behalen van de duurzaamheidsdoelstellingen maar ook in het kader van betaalbaar wonen. 2. Nieuwbouw Het onderwerp nieuwbouw wordt geactualiseerd in de Woonzorgvisie. 3. Woonomgeving en woonvoorzieningen Woonomgeving en voorzieningen krijgt ook in de nieuwe visie weer een plaats. Zowel op gemeentelijk niveau als per kern, indien relevant. In deze visie worden randvoorwaarden aangegeven waar rekening mee moet worden gehouden om wonen en zorg in een goede woonomgeving te laten landen. 4.Huisvesting buitenlandse werknemers Voor de huisvesting van buitenlandse werknemers is een nieuw integraal beleid arbeidsmigratie vastgesteld op 30 januari 2020. Dit beleid is ruimer dan puur de huisvesting en heeft het huisvestingsbeleid zoals opgenomen in de woonvisie van 2015 vervangen. Dit beleid is nog actueel en wordt samengevat in deze woonzorgvisie. Woonwagenbeleid In april 2019 is het integraal woonwagenbeleid vastgesteld, in de raadsvergadering van december 2022 is dit beleid geactualiseerd door de gemeenteraad. Dit beleid blijft gewoon gelden. In de visie staat een samenvatting opgenomen van het beleid.
7
Mensen die in Energiearmoede leven hebben zo'n hoge energierekening dat hun inkomen te laag is om de rekening te betalen. Meestal moet je extreme maatregelen nemen om betaalproblemen te voorkomen. Zoals de verwarming niet aan zetten, met dikke winterkleding aan in huis en niet meer douchen.
20 Beleid nestverlaters Op 29 maart 2021 is door de gemeenteraad een specifiek aanvullend beleid vastgesteld voor nestverlaters (=starters op de woningmarkt). Onder andere is hierin opgenomen het uitgangspunt om 25% van de nieuwbouw in koop of huursector te realiseren die geschikt is voor de huisvesting van nestverlaters. Dit beleid is in de regionale Woondeal opgenomen. De Woondeal gaat zelfs uit van een grotere opgave in alleen al de sociale huurwoningvoorraad en kent ook ruimere doelstellingen voor het realiseren van betaalbare koopwoningen dan het beleid nestverlaters. Samenvatting bestaand regionaal en gemeentelijk beleid wonen en zorg De Woonzorgvisie vervangt de huidige Woonvisie en is een integrale visie waarbij wonen, zorg en welzijn in samenhang worden bekeken. Een aantal onderwerpen zijn beperkt uitgewerkt in de Woonzorgvisie omdat ze al in andere vastgestelde visies zijn opgenomen. Andere onderwerpen, meer specifiek zorg en welzijn zijn toegevoegd.
21
4.Wet versterking regie volkshuisvesting (Wvrv) 4.1. Waarom? Decennia lang is de volkshuisvesting beetje bij beetje het domein van de markt geworden. De rol van de overheid werd gemarginaliseerd. De woningnood is groot. De betaalbaarheid staat voor veel groepen onder druk. De overheid kan niet langer aan de zijlijn staan. Met zijn Nationale Woon- en Bouwagenda kondigde minister De Jonge deze omslag aan. De Wet versterking regie volkshuisvesting moet dit juridisch borgen. 4.2. Het volkshuisvestingsprogramma als kerninstrument in de Wvrv Kerninstrument in de Wet versterking regie volkshuisvesting is het volkshuisvestingsprogramma. Dit programma is een uitwerking van de woon(zorg)visie en krijgt een plek in de beleidscyclus van de Omgevingswet. Elke gemeente stelt een omgevingsvisie op. De gemeenteraad stelt die visie vast. Vervolgens werkt de gemeente deze visie verplicht uit in het volkshuisvestingsprogramma. Het college van B&W stelt het volkshuisvestingsprogramma vast. Deze verplichting geldt volgens het wetsvoorstel vanaf 2026. Niet alleen de gemeente maakt een volkshuisvestingsprogramma. Ook de provincie en het Rijk maken een dergelijk programma, gebaseerd op de nationale (NOVI) of provinciale omgevingsvisie. 4.3. Doel van het volkshuisvestingsprogramma Eenduidige uitwerking van het volkshuisvestingsbeleid is cruciaal voor snelle uitvoering van het beleid.
Het Rijk stelt vast dat verschillen in beleid tussen overheden verlamt (horizontaal tussen gemeenten en verticaal tussen gemeente, provincie en Rijk). Eenduidig overheidsbeleid moet corporaties en ontwikkelaars zekerheid bieden. Gemeenten zijn primair zelf verantwoordelijk voor onderlinge afstemming. De provincie ziet hierop toe, waar belangen botsen of gemeentegrensoverstijgend zijn. Het volkshuisvestingsprogramma beoogt ook een domeinoverstijgende aanpak. Het gaat zeker niet alleen over bouwen. In het volkshuisvestingsprogramma wordt juist de verbinding met zorg en ondersteuning, en daarmee de Wet maatschappelijke ondersteuning, nadrukkelijk gevraagd. Dit geldt ook voor de leefbaarheid, met de focus op de fysieke inrichting van de wijk. 4.4 Voorlopige richting/inhoud van de in voorbereiding zijnde wetgeving De wet geeft enkele hoofdlijnen; veel moet nog vorm krijgen. Zo is het Rijk voornemens om via een algemene maatregel van bestuur instructieregels te geven aan gemeenten. Dat gebeurt via het Besluit kwaliteit leefomgeving. Dit besluit is er nu nog niet. Ook de provincie heeft de mogelijkheid van instructieregels. Volgens de memorie van toelichting krijgen provincies opdracht hier terughoudend mee om te gaan. De komende tijd moet blijken welke instructies Rijk en provincies mee gaan geven.
Het volkshuisvestingsprogramma begint met onderzoek naar de actuele woonbehoefte, inclusief de woongerelateerde zorg- en ondersteuningsbehoefte van aandachtsgroepen en ouderen. Zorgkantoren dragen hieraan bij door verplichte informatieverstrekking. Daarnaast moeten gemeenten zich houden aan instructieregels, en is afstemming met omliggende gemeenten een eis. Die afstemming gaat in elk geval over de verdeling van sociale huur, middenhuur en huisvesting van aandachtsgroepen. Dit lijkt spannender dan het is. Deze afspraken staan ook al voor een groot deel opgenomen in de regionale Woondeal. Belangrijkste verschil met de Woondeal is dat de Woondeal afspraken betreft op basis van vrijwilligheid. Er is
22 geen juridische verplichting om deel te nemen of regionaal samen te werken. De Wet legt de juridische basis vast van de regionale samenwerking op het gebied van wonen.
4.5. Inhoud volkshuisvestingsprogramma Het volkshuisvestingsprogramma kent verschillende delen. Het gaat om traditionele bouwgerelateerde onderwerpen als woningbouw en programmering en de bijdrage aan de landelijke bouwopgave. Ook moet het programma voorzien in voldoende bouwmogelijkheden en inzet van flexwonen. Ook voldoende betaalbare woningbouw is onderdeel van het programma: twee derde deel betaalbaar (sociale huur, middenhuur en koop tot € 355.000). In gemeenten met weinig sociale huur moet 30% als sociale huur gebouwd worden, in gemeenten met veel sociale huur 40% als middenhuur en betaalbare koop. Een beperkte aanpassing is mogelijk, als deze verhouding voor een gemeente aantoonbaar onlogisch is. Het begrip woonzorgvisie komt niet meer terug in de toelichting bij de wet, net zomin als de woonvisie. De gedachte van de woonzorgvisie komt wel heel prominent naar voren. Zo moeten gemeenten met hun volkshuisvestingsprogramma inspelen op de woonbehoefte van aandachtsgroepen; mantelzorgontvangers- en verleners, mensen met een lichamelijke, verstandelijke of zintuiglijke beperking of psychisch kwetsbaren, uitstromers uit instellingen, maatschappelijke opvang en de jeugdhulp, ex-gedetineerden, dreigend dak- en thuislozen, stoppende sekswerkers, statushouders, ouderen, arbeidsmigranten, studenten en woonwagenbewoners.
Deze groep definieert de minister nog in de op te stellen Omgevingsregeling. Regionale afstemming is ook hier een vereiste. Het volkshuisvestingsprogramma moet ook een verbinding maken met zorg en ondersteuning, door randvoorwaarden voor goed wonen met zorg en ondersteuning. De gemeente moet in aansluiting hierop in het Wmo-beleidsplan aandacht besteden aan inkoop van zorg en maatschappelijke ondersteuning. Tot slot moet het programma gaan over voldoende levensloopgeschikte woningen met mogelijkheid van zorg thuis. De definities hiervan zijn nog open. 4.6. Hoe verhoudt de in voorbereiding zijnde wet zich tot de woonzorgvisie? De komende tijd kunnen er nog zaken wijzigen in de in voorbereiding zijnde wetgeving of kunnen zich weer nieuwe ontwikkelingen voordoen op de woningmarkt. We hoeven als gemeente echter niet te wachten op de nieuwe wet. De inhoud van de Woonzorgvisie zal met toevoegingen uiteindelijk de basis bieden voor het op te stellen volkshuisvestingsprogramma. Het college zal op basis van de uitgangspunten opgenomen in de woonzorgvisie nu al vooruitlopend op de nieuwe wetgeving een programma, een andere naam voor het actieplan wonen, vaststellen, die uiteindelijk dan zal worden vertaald in het volkshuisvestingsprogramma. Een concept van het actieplan wonen (=volkshuisvestingsprogramma) is als bijlage bijgevoegd bij deze woonzorgvisie.
Na vaststelling van de Woonzorgvisie zal het actieplan worden vastgesteld door het college van burgemeester en wethouders. Een programma is om het te vereenvoudigen niets anders dan een integrale uitvoeringsagenda die jaarlijks zal worden geëvalueerd en indien nodig bijgesteld. De terminologie zal dus wijzigen. Maar dat wil niet zeggen dat in de nabije toekomst alles weer moet veranderen vanwege de nieuwe wet.
23 Samenvatting Wet versterking regie volkshuisvesting De Woonzorgvisie dient als basis voor het college om een herzien actieplan wonen vast te stellen en mocht de nieuwe Wet versterking regie volkhuisvesting daadwerkelijk worden vastgesteld ook als basis voor het op te stellen volkshuisvestingsprogramma.
24
Hoofdstuk 5: Wonen 5.1.
Woningbouwopgave gemeentebreed opgesplitst naar type woningen/prijsklasse.
5.1.2. Minimumaantal te realiseren woningen, periode 2022 t/m 2030 Leidend voor de minimaal te realiseren woningbouwopgave is de regionale woondeal. Deze is ondertekend op 9 maart 2023. Qua absolute woningbouwaantallen staat het volgende opgenomen.
De bovengenoemde cijfers, betreft de minimaal te realiseren woningbouwopgave voor de regio, opgedeeld naar gemeente van 2022 t/m 2030. Dus een periode van 9 jaar. Er mag dus meer gebouwd worden. Wel met de kanttekeningen dat moet worden voldaan aan de wet en dat de provincie altijd nog woningbouwplannen kan afwijzen vanwege ruimtelijke aspecten (de provincie heeft ook onder de nieuwe omgevingswet nog zijn eigen beleidsmatige en toetsende rol ten opzichte van de gemeenten). Met voldoen aan de wet wordt gedoeld op de Ladder voor duurzame verstedelijking8 vastgelegd in het huidige besluit ruimtelijke ordening. In de nieuwe omgevingswet zijn weliswaar lichte aanpassingen doorgevoerd ten aanzien van de Ladder. Maar op hoofdlijnen is het beleidsdoel hetzelfde . De Ladder voor duurzame verstedelijking wil zeggen dat moet worden aangetoond dat er behoefte is aan in dit geval woningen en dat moet worden aangetoond dat er geen sprake is van duurzame ontwrichting 9. 5.1.2 Prijsklasse nieuwbouwwoningen In de regionale woondeal is afgesproken dat 30% van de nieuwbouw valt onder de sociale huursector. 36,67% betaalbare koop of midden huur en 33,33% in de dure huur of koopsector.
8
De Ladder voor duurzame verstedelijking (Ladder) is een instrument voor efficiënt ruimtegebruik. Het bevoegd gezag moet voldoen aan een motiveringsvereiste naar de behoefte als nieuwe stedelijke ontwikkelingen planologisch mogelijk worden gemaakt. 9 Duurzame ontwrichting: Is voor elk functie anders. In het geval van Wonen gaat het er vooral om dat nieuwe woningbouwplannen niet gaan leiden tot een overaanbod die leegstand en verpaupering in de bestaande woonwijken tot gevolg kan hebben.
25 Daarnaast staat in de regionale woondeal een tekst opgenomen voor de bouw van sociale huurwoningen per project. Een tekst die op basis van de onderzoeksresultaten van het woningmarktonderzoek tot onwenselijk situaties leidt. De tekst in de regionale woondeal luidt als volgt:
Verdeling per project: Om deze opgave voor sociale huur en middel dure huurwoningen versneld te bereiken, hanteren partijen in de huidige (waar juridisch mogelijk) en toekomstige plannen als uitgangspunt de volgende verdeelsleutel per project:
30% sociale huur 2/3 betaalbare woningen
Het minimumaantal woningen per project waarvoor deze afspraak geldt is 20 woningen. Partijen spreken af hiervan in onderling overleg af te kunnen wijken, zodat toegewerkt wordt naar een percentage van 30% sociale huur. Het kan voorkomen dat in een bepaalde kernen een groter aandeel sociale huurwoningen aanwezig is dan volkshuisvestelijk gewenst. Het uiteindelijke doel is in de regio WestBrabant West gezamenlijk voldoende sociale huurwoningen toe te voegen om aan de vraag te voldoen.
Op basis van het nu uitgevoerde regionale woningmarktonderzoek blijkt dat het 30% percentage voor de relatief korte termijn niet problematisch is omdat er naast de reguliere vraag naar sociale huurwoningen nog sprake is van een in te halen achterstandsvraag voor reguliere woningzoekende maar ook voor bijzondere doelgroepen als statushouders. Op de wat langere termijn, zeker als er meer wordt gebouwd dan de minimale bouwopgave is het aanhouden van 30% sociale huur echt te veel en gaat dit ten koste van de geconstateerde hoge vraag naar betaalbare koop woningen. Daarom is het uitgangspunt vanuit de gemeente Steenbergen om deze tekst in de woondeal aan te passen zodat beter aangesloten wordt op de daadwerkelijke vraag. Los daarvan lijkt de tekst in de woondeal alleen te gaan over huurwoningen terwijl betaalbare koopwoningen ook onderdeel uitmaken van betaalbare woningen. Ook dit dient te worden gewijzigd in de woondeal. Randvoorwaarde zal wel altijd zijn dat er voldoende woningen beschikbaar zijn voor de reguliere doelgroep (mensen met een laag inkomen) en de bijzondere doelgroepen zoals statushouders. Omdat de vraag naar sociale huurwoningen in de toekomst moeilijk te voorspellen is en af kan wijken van het net gehouden regionale woningmarktonderzoek zal dit blijvend worden gemonitord.
Het gaat er vooral om dat er meer maatwerk per gemeente kan worden geleverd dan nu staat opgenomen in de woondeal. Voor de sociale huursector wordt aangehouden een streefcijfer van 30% van de minimale bouwopgave voor heel de gemeente, of wel een toename van 216 woningen. Bij een grotere bouwproductie dan de minimale bouwopgave in de woondeal worden er nog wel sociale huurwoningen toegevoegd maar zal de nadruk meer komen te liggen op realisering van vooral betaalbare koop en in mindere mate middenhuur. Hieronder staat weergegeven wat op basis van de minimumbouwopgave in de woondeal de verhouding is in de diverse prijsklasse van de nieuwbouwwoningen.
26
720 woningen Te realiseren toevoegingen aan de woningvoorraad woondeal 2022 t/m 2030 minimaal gemeente Steenbergen Sociale huur (onder de Betaalbare koop11/Midden Dure koop/dure huur liberalisatiegrens10) huur 216 264 240 Vervolgens staat de verdeling weergegeven die er zou moeten zijn op basis van het regionale woningmarktonderzoek. De verschillen tussen de sturingscijfers vanuit het rijk ten aanzien van de nieuwbouwopgave voor sociale huurwoningen en de daadwerkelijke behoefte zijn opvallend. 720 woningen Te realiseren toevoegingen aan de woningvoorraad 2022 t/m 2030 gemeente Steenbergen op basis van woningmarktonderzoek Sociale huur (onder de Betaalbare koop/Midden Dure koop/dure huur liberalisatiegrens) huur 120 340 260 Het rijk stuurt bewust aan op spreiding van sociale huur van de grote steden naar kleinere gemeenten. De gedachte hierbij is dat een te grote concentratie van mensen met een laag inkomen zorgt voor leefbaarheidsproblemen en dat daarom spreiding wenselijk is. De verschillen zijn echter dermate groot dat er een reëel gevaar is op een mismatch bij het klakkeloos doorvoeren van de verhoudingen zoals genoemd in de woondeal. Het risico is vooral aanwezig dat er te weinig betaalbare en goedkope koopwoningen worden gebouwd. In eerste instantie is het zeker ook noodzakelijk om sociale huurwoningen toe te voegen en vooral ook versneld.
Daarom wordt vooralsnog het aantal sociale huurwoningen aangehouden zoals genoemd in de woondeal, te weten 216 woningen. Dit uitgangspunt mag echter niet ten koste gaan van de invulling van de lokale behoefte aan betaalbare koopwoningen/middenhuur. Vandaar dat in deze categorie het hogere absolute minimale nieuwbouw streefgetal wordt aangehouden op basis van het woningmarktonderzoek. Goedkope koop +middenhuur + betaalbare koop = gelijk aan 340 uit het woningmarktonderzoek.
816 woningen (streefcijfer) Minimaal aan de woningvoorraad toe te voegen woningen 2022 t/m 2030 gemeente Steenbergen op basis van deze woonvisie Sociale huur (onder de Betaalbare koop/Midden Dure koop/dure huur liberalisatie grens) huur 216 (26,3%) 340 (42,6%) 260 (31%) Om te voorkomen dat de sociale huuropgave van 30% ten koste gaat van de vraag naar vooral betaalbare koop (290 woningen op basis van het woningmarktonderzoek) en in mindere mate 10
Liberalisatiegrens: Woningen met een huur onder de liberalisatiegrens (€ 879,66 in 2024) behoren tot de sociale of gereguleerde huursector. De huur mag van en sociale huurwoning mag nooit hoger zijn dan de liberalisatiegrens. Maar of en hoeveel huurtoeslag iemand krijgt, hangt ook af van leeftijd, woonsituatie en inkomen. 11 Betaalbare koop in de woondeal betreft woningen met een prijs onder de € 355.000,-. Per 1-1-2024 wordt landelijk voor betaalbare koop een maximale koopprijs aangehouden van € 390.000,-
27 midden huur (60 woningen) is er voor gekozen om de minimale opgave voor betaalbare koop en middenhuur op te hogen. In absolute aantallen veranderd er niets aan de minimale opgave voor sociale huur en dure koop en dure huur. De ontwikkelingen zullen kritisch in de gaten worden gehouden. Het is niet uitgesloten dat het verdelingsuitgangspunt opgenomen in de woondeal wordt bijgesteld naar een hoger percentage betaalbare koop/middenhuur. Daarnaast wordt de huurtoeslaggrens vanuit het rijk mogelijk gewijzigd naar € 1000,-. Als dit doorgaat ontstaat er een andere situatie waarbij de streefcijfers zoals het rijk die aanhoudt voor de sociale huur dichterbij de daadwerkelijke behoefte liggen. De hieronder genoemde categorieën worden in deze Woonzorgvisie gebruikt. Betaalbare koop wordt hierbij aanvullend op de woondeal opgesplitst naar goedkope koop en betaalbare koop.