VRMWB Beleidsbegroting 2023 2216619.pdf
Tekst van het document
De structurele middelen zijn bedoeld voor de actieve openbaarmaking van de informatiecategorieën zoals genoemd in de Woo, het aanwijzen van een contactfunctionaris (elk bestuursorgaan krijgt een contactfunctionaris. Deze helpt de mensen bij hun vragen over informatie en het zoeken en vinden van de juiste informatie) en het beheer en onderhoud van systemen. De veiligheidsregio zal het eerste jaar (2022) ook alle relevante documenten moeten publiceren, hiervoor worden implementatiekosten gemaakt. Vanaf 2023 moeten in het kader van de Woo uitsluitend de Woo-relevante documenten worden gepubliceerd die vanaf 2023 worden gemaakt. Dit zijn de structurele kosten. Het is nog niet goed in te schatten wat de incidentele en structurele kosten zijn van de implementatie van de Woo. Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmbev) Met de invoering van de Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer (Wmbev) krijgen burgers en ondernemers het recht om digitaal met de overheid te communiceren. De veiligheidsregio moet specifieke digitale kanalen aanwijzen die burgers en ondernemers daarvoor kunnen gebruiken. Bij het gebruik van de digitale weg gelden nieuwe waarborgen, zoals notificatie, ontvangstbevestiging en termijnverlenging bij storing. Ook wordt de overheid verplicht om passende ondersteuning te bieden bij bestuurlijk verkeer.
Deze ondersteuning moet zijn afgestemd op de aard van de dienstverlening en de doelgroepen. De Wbmev ligt momenteel nog bij de Eerste Kamer, maar de verwachting is dat deze per 1 juli 2022 of per 1 januari 2023 in werking zal gaan treden. Besluit digitale toegankelijkheid overheid (Bdto) De Wet digitale toegankelijkheid overheid gaat naar verwachting in op 1 juli 2022. De impact van het voldoen aan het Besluit digitale toegankelijkheid overheid (Bdto) is uitgesplitst in impact tijdens de implementatieperiode en de structurele impact. Op het aspect organisatie is de impact groot: voldoen aan het Bdto vraagt een organisatie brede aanpak, omdat toegankelijkheid doorwerkt in alle processen van alle afdelingen. Structureel komen er extra taken bij rondom monitoring, controle en nabewerking van documenten en bewustwording op peil houden. Het Bdto stelt eisen aan meerdere technische voorzieningen. Voor de gemeenten en gemeenschappelijke regelingen wordt gesproken over totale incidentele kosten tussen de € 58 en € 94 miljoen voor implementatie binnen twee jaar. Het zijn onder meer kosten voor het projectteam en out-of-pocket kosten voor aanpassing van de techniek, uitvoeren van nulmetingen en toetsen, trainingen voor personeel en inhuur. Structureel is er jaarlijks tussen de € 25 en € 32 miljoen nodig om aan de eisen van het besluit te voldoen.
Deze kosten zijn voor monitoring en bewustwording, controle
en nabewerkingen van content en voor het opstellen van de toegankelijkheidsverklaringen. De structurele en incidentele kosten voor onze veiligheidsregio zijn nog niet goed in te schatten. Wijziging Wet gemeenschappelijke regelingen De wijziging van de Wet gemeenschappelijke regelingen (Wgr) strekt er toe de democratische legitimiteit van gemeenschappelijke regelingen en de kaderstellende rol van deelnemers aan de regelingen bij taken die worden uitgevoerd te versterken. Dit wordt bereikt door het versterken van de positie van de gemeenteraden bij besluitvorming, het invoeren/verduidelijken van controle-instrumenten en het verbeteren van de positie van gemeenteraden met betrekking tot het functioneren van de regeling. De Gemeenschappelijke regeling zal na inwerkingtreding van de gewijzigd Wgr binnen twee jaar moeten worden aangepast aan de nieuwe regels. Voorafgaand aan deze aanpassing moeten afspraken gemaakt worden met gemeenten over de zaken die zij in de gemeenschappelijke regeling willen opnemen. Er moeten door de gemeenten onder andere unanieme keuzes worden gemaakt met betrekking tot inbrengen van zienswijzen bij besluiten, het instellen van een raadscommissie, participatie en evaluatie. De wijziging van de Wgr treedt naar verwachting per 1 juli 2022 in werking en gelet op het overgangstermijn zal de Gemeenschappelijke Regeling in 2023 worden vastgesteld.
Gelet op de tijdrovende procedure voor het wijzigen van de eigen gemeenschappelijke regeling moet tijdig worden begonnen met het maken van afspraken met de gemeenten over de gewenste inhoud van die regeling. Beleidscyclus 2023-2027 Het beleidsplan “Samen werken aan veiligheid en veerkracht” vormt het strategische beleidskader van de Veiligheidsregio en is van kracht tot en met juni 2023. Het beleidsplan is een wettelijke planfiguur, een instrument voor de vertaling van bestuurlijke verantwoordelijkheden en ambities naar operationele voorbereiding en taakuitvoering. Het volgende beleidsplan bestrijkt de jaren 2023-2027. Samen met de gemeenten, partners en de samenleving geven we in 2022 invulling aan dit nieuwe beleidsplan. Net zoals voor het huidige beleidsplan ligt daar een proces van ‘Strategische Omgevingsanalyse’ aan ten grondslag. In deze analyse kijken we uitgebreid ‘van buiten naar binnen’ en betrekken we gemeenten, partners, maatschappelijke organisaties en marktpartijen bij de koers die we kiezen en keuzes die we samen maken. Het concept Beleidsplan wordt in januari 2023 voorlopig vastgesteld in het AB en ter zienswijze aangeboden aan de gemeenteraden. In juli 2023 stelt het AB het Beleidsplan definitief vast. Expertisebureau Risicobeheer De Veiligheidsregio’s zijn de afgelopen jaren geconfronteerd met de verharding van de verzekeringsmarkt.
Dit is aanleiding geweest voor veiligheidsregio’s te overwegen om tot eigen risicodragerschap voor bepaalde risico’s over te gaan en te onderzoeken welke juridische, financiële en contractuele vorm dit kan krijgen. Het Veiligheidsberaad heeft in oktober 2021 besloten tot de oprichting van de Stichting Risicobeheer (hierna te noemen: Expertisebureau Risicobeheer). Nadat het Veiligheidsberaad op 4 oktober 2021 eveneens heeft ingestemd vindt op dit moment de regionale uitvraag van ‘wensen en bedenkingen’ plaats. Fase 1: Expertisebureau Risicobeheer Voor de jaren 2022 en 2023 is een businesscase voor het Expertisebureau Risicobeheer opgesteld. De bijdrage per veiligheidsregio wordt pondsgewijs verdeeld, omdat het gaat om kosten die iedere veiligheidsregio maakt ongeacht de omvang. Het gaat om kosten voor de medewerkers in de stichting (ca 2 á 3 fte), inkoop en beheer van de ongevallenverzekering, ICT voor risicobeheer en ondersteuning bedrijfsvoering. De kosten zijn begroot op circa € 22.500 inclusief BTW per regio per jaar. Fase 2: Waarborgfonds en verbreding taakveld Expertisebureau Risicobeheer Fase 2 start vanaf 2024. In deze fase vindt continuering van het Expertisebureau Risicobeheer plaats en wordt verbreding overwogen. Daarnaast wordt beoogd om per 2024 een Waarborgfonds op te richten.
Voor het Waarborgfonds wordt begin 2022 een businesscase opgesteld en ter besluitvorming voorgelegd aan het AB. Daarbij is de verdeelsleutel voor de kosten en de bijdrage aan het fonds een specifiek thema.
Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra)/ Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) Op 1 januari 2020 is de Wet normalisering rechtspositie ambtenaren (Wnra) in werking getreden. Deze Wet regelt dat ambtenaren zoveel mogelijk dezelfde rechten en plichten krijgen als werknemers in de civiele sector. Ambtenaren krijgen een arbeidsovereenkomst in plaats van een aanstelling en de –door het bestuur vastgestelde arbeidsvoorwaardenregeling- wordt vervangen door een CAO. Voor personeel van Veiligheidsregio’s geldt echter uitstel in verband met de complexe situatie van het werkgeverschap (beroeps-, vrijwillig – en ander personeel en 24/7 beschikbaarheid en inzetbaarheid). De inwerkingtreding voor personeel van Veiligheidsregio’s vindt op een later, nog niet bekend, tijdstip plaats. In 2021 is de Werkgeversvereniging Samenwerkende Veiligheidsregio’s (WVSV) opgericht. De WVSV treedt in werking met ingang van 1 januari 2022 en treedt namens alle Veiligheidsregio’s op als vakorganisatie ook in het kader van arbeidsvoorwaarden. De invoering van de Wnra is nog onderdeel van gesprek. Er vindt nog onderzoek plaats naar de scenario’s of invoering volledig, gedeeltelijk of niet meer wordt gedaan. Medio 2022 wordt de keuze voor een scenario voorbereid en ter besluitvorming aan het Veiligheidsberaadvoorgelegd.
Dit wordt vervolgens gedeeld met de minister waar een keuze wordt gemaakt. Afhankelijk hiervan wordt de impact voor de Veiligheidsregio’s duidelijk. De invoering van de Wnra betekent een aanpassing van het arbeidsvoorwaardelijk pakket en heeft impact op de manier van werkgeverschap en arbeidsvoorwaarden. De contributie aan de werkgeversvereniging WVSV bedraagt € 20.000. De financiële gevolgen van de inwerkingtreding van de Wnra zijn nu nog onbekend. Communicatie & informatie Partijen en belanghebbenden reageren via de social media snel en direct op elkaar. Van ons wordt verwacht dat we weten wat er in de maatschappij leeft en dat we snel reageren op vragen, problemen, dilemma’s van buiten. Omdat iedereen communiceert is het belangrijk grip op communicatie te houden. Onze medewerkers en stakeholders communiceren ook over veiligheidsthema’s en onze organisatie. Zij vertellen ons verhalen en zijn onze ambassadeurs. We willen hen dan ook goed informeren over en betrekken bij de visie en doelstellingen van onze organisatie. Duurzaam en circulair Daarnaast hebben we onze eigen verduurzamingsopgave als Veiligheidsregio. Bij de omschakeling naar een klimaatneutrale bedrijfsvoering hoort ook het anders omgaan met steeds schaarser wordende grondstoffen. We moeten onze footprint in beeld brengen om bij te dragen aan het doel ‘Nederland circulair in 2050’.
Bijvoorbeeld met onze gebouwen en voertuigen. Het gaat hierbij om besparen, opwekken, duurzaam inkopen en/of compenseren van CO2. We moeten dus aan compleet nieuwe programma’s bouwen en deze noodzakelijke ambities zullen leiden tot het maken van nieuwe keuzes bij onze financiële middeleninzet. Wat willen we bereiken? In 2023 zetten we in op de volgende speerpunten We zijn een flexibele en wendbare organisatie waarin medewerkers met passie en plezier werken, we zijn in staat om bij veranderende omstandigheden succesvol onze doelstellingen te realiseren. Onze medewerkers en stakeholders zijn ambassadeurs van onze organisatie. We beschikken over een goed georganiseerde en betrouwbare informatievoorziening die het mogelijk maakt een effectieve organisatie te zijn, onze producten en diensten te verbeteren en intensief samen te werken met onze partners op basis van betrouwbare, actuele en volledige informatie. We vergroten de transparantie, de stuurbaarheid en het lerend vermogen van de organisatie en ook de kennis over onze doelgroepen door slimmer en beter gebruik te maken van data en informatie. We versterken op duurzame inzetbaarheid van onze mensen zodat collega’s vitaal blijven. Wat gaan we daarvoor doen? Wat willen we bereiken
Wat gaan we doen?
We zijn een flexibele en wendbare organisatie waarin medewerkers met passie en plezier werken, we zijn in staat om bij
Organisatie Organisatiebreed zijn drie verbeterpunten benoemd, namelijk: feedback geven, evalueren van projecten en realistische planningen/ambitie. In 2022 maken we actieplannen die we 2022 en 2023 uitvoeren.
veranderende omstandigheden succesvol onze doelstellingen te realiseren. Onze medewerkers en stakeholders zijn ambassadeurs van onze organisatie.
In 2022 wordt de structuur van de organisatie geëvalueerd. De adviezen die hieruit voortvloeien zijn geïmplementeerd.
Versterken online reputatie We zetten onze offline en online kanalen in om de merken Brandweer en Veiligheidregio verder te positioneren tussen de andere hulpverlenings- en crisisorganisatie. Dit doen wij d.m.v. de techniek storytelling in te zetten. De website is het platform waar alles samenkomt. Nieuwe wet- en regelgeving Er is een waarborgfonds ingericht door landelijke samenwerking in de Stichting Risicobeheer. Het beleidsplan 2023-2027 heeft een gedegen zienswijze traject met de raden doorlopen en wordt in juli 2023 vastgesteld door het bestuur. De rechtspositionele basis van medewerkers is op basis van de Wnra ingebed en de aanstellingen van medewerkers zijn omgezet naar arbeidsovereenkomsten. We zetten de eerste stappen op basis van het in 2022 opgestelde plan van aanpak en beschikbare middelen ten behoeve van Wet open overheid + Wet modernisering elektronisch bestuurlijk verkeer + Besluit digitale toegankelijkheid overheid. Samen met de gemeenten wordt invulling gegeven aan een nieuwe gemeenschappelijke regeling. In 2023 is een ontwerpregeling opgesteld en vastgesteld, zodat deze de wettelijk vereiste vaststellingprocedure kan gaan volgen.
We beschikken over een Informatievoorziening goed georganiseerde en De basis van de interne informatievoorziening is steeds beter op betrouwbare orde: de kernregistraties zijn bekend en worden goed beheerd, de informatievoorziening die data-kwaliteit in de administratieve systemen neemt toe, de GEOhet mogelijk maakt een data is beschikbaar daar waar dat nodig is. Nieuwe informatie, zoals effectieve organisatie te IoT (Internet of Things) komt beschikbaar door inzet van sensoren zijn, onze producten en op de voertuigen, waardoor “meten is weten” beter mogelijk wordt. diensten te verbeteren en intensief samen te werken Informatieveiligheid met onze partners op Vaste medewerkers hebben awareness trainingen gevolgd. basis van betrouwbare, Realisatie 80% 'Baseline Informatiebeveiliging Overheid' (BIO actuele en volledige normen ). Het accent ligt hierbij op borgen procedures en informatie continuiteitsplannen. Digitaal werken We investeren in het digitaal vakmanschap van onze medewerkers, door het aanbieden van een trainingsmodule voor alle medewerkers, virtueel leren en oefenen en het digitaliseren van werkprocessen. We vervangen het bestaande documentmanagementsysteem zodat dit beter aansluit op de wet- en regelgeving.
We optimaliseren samen met de vakafdelingen de bedrijfsvoeringsprocessen en maken een plan voor verdere automatisering We Presterend vermogen vergroten de transparantie, Als opmaat naar de volgende beleidsperiode 2023-2027 evalueren de stuurbaarheid en het we onze prestatie-indicatoren en kengetallen op inzicht en lerend vermogen van de meerwaarde. De bijbehorende dashboards worden hiermee organisatie en ook de verbeterd. kennis over onze De gestage ontwikkeling van rapporteren naar trends analyseren en doelgroepen door slimmer voorspellen vergt een omslag naar datagedreven denken: en beter gebruik te maken opleidingen horen hierbij.
van data en informatie. We versterken op duurzame inzetbaarheid van onze mensen zodat collega’s vitaal blijven.
We stellen diverse Power-BI dashboards ook ter beschikking aan onze gemeenten, waarbij ook oog is voor ons maatschappelijk effect. We meten de meerwaarde van deze dashboards. Visitatie Veiligheidsregio MWB Visitatie heeft als doel om veiligheidsregio’s als organisatie verder te ontwikkelen en om van en met elkaar te leren. We geven hiermee invulling aan artikel 56 van de Wet veiligheidsregio’s (Wvr) waarin staat dat het bestuur van de veiligheidsregio er voor zorgt dat eenmaal in de vijf jaar een visitatie door een visitatiecommissie wordt verricht. In 2022 wordt landelijk gewerkt aan een voorstel voor aanpak van de visitatie, zodat die vanaf 2023 uitgevoerd kan worden. Het is nog niet duidelijk wanneer de visitatie binnen Veiligheidsregio MWB zal plaatsvinden. Duurzame inzetbaarheid personeel Er wordt uitvoering gegeven aan het in 2022 opgestelde actieplan voor alle medewerkers en voor specifieke doelgroepen. De beweging naar een vitale organisatie groeit en wordt verder verspreid. Het wordt een vanzelfsprekendheid dat wij werken aan vitaliteit. Loopbaanplannen tweede loopbaanbeleid zijn ingevuld en worden conform die plannen uitgevoerd binnen financiële kaders. Duurzame oplossingen Afronding implementatie nieuwe werk- en huisvestingsconcept.
Onze kantoren zijn ingericht op het hybride werken en medewerkers zijn gefaciliteerd en in staat gesteld om hybride te werken. Duurzame bedrijfsvoering Actief deelnemen aan het netwerk van veiligheidsregio’s op het gebied van duurzaamheid en het delen van best practices. Invulling geven aan het statement over duurzaamheid van de RCDV uit 2022 en de uitwerking ervan in het Beleidsplan 2023 - 2027. Financiële duurzaamheid Implementatie van de besparingsmogelijkheden naar aanleiding van bestuurlijke besluitvorming in 2022.
We blijven investeren in het goed uitoefenen van ons werk, richten onze processen efficiënt en doeltreffend in, vertalen en initiëren nieuwe ontwikkelingen en trends en adviseren en ondersteunen de organisatie bij beleidsvoering en uitvoering van taken op het gebied van: Personeel en organisatie - Financiën, planning en Control - Inkoop – Communicatie - Informatisering - Strategie en ontwikkeling.
Prestatie-indicatoren Realisatie Verwachting of 2021 streefwaarde 2022 Personeel en organisatie Ziekteverzuim (organisatie) Opleidingsbudget (als % loonsom) % van de beroeps brandweermensen die in 2026 uitstromen is gestart met tweede loopbaanbeleid
Verwachting of streefwaarde 2023
4,7% 2,5% 100%
4,5% 2,5% 100%
4,5% 2,5% 100%
20.252 7.760 4.379
20.000 8.000 4.500
20.000 8.500 4.500
5.212 4.972
5.700 1.150 5.300
5.700 16.100 5.300
7,2 96% 0
>7 95% 0
>7 95% 0
5
5
100%
100%
7
7
7
Inkoop Rechtmatige aanbestedingen Realiseren inkoopplan
100% 76%
100% 80%
100% 80%
FP&C Aantal facturen Doorlooptijd facturen Realisatie budget Realisatie investeringen
10.824 92% 89% 76%
13.000 95% 95% 90%
10.000 95% < 30 dgn 95% 90%
Communicatie Meten reputatie via social media Volgers YouTube brw Volgers Facebook brw Volgers Instagram brw Volgers Facebook vrmwb Volgers Twitter vrmwb Volgers LinkedIn vrmwb Informatisering Klanttevredenheid Incidentafhandeling conform norm Aantal hacks (major storing) Strategie en ontwikkeling WOB verzoeken Aantal informatieverzoeken Aantal zienswijzenverzoeken Afgedaan binnen de wettelijke termijn Afgedaan binnen primair beslistermijn Afgedaan binnen primair beslistermijn + wettelijke verdaging Raadsvragen afgedaan binnen het termijn
4 1 60% 40%
Wat hebben we daarvoor nodig? Financieel overzicht (bedragen x 1.000) Wendbare en duurzame organisatie
€
Begroting 2023 Lasten Baten
Saldo
1.450
354
€ -1.097 €
Algemene Dekkingsmiddelen € 463 € -463 € Overhead € 10.054 € -9.401 € Vennootschapsbelasting € - € - € Begroot totaal saldo van baten en lasten
Saldo
1.786
666
€
519 -
€ -1.119 €
€ 439 € -439 € € 10.117 € -9.598 € € - € - €
Begroting 2025 Lasten Baten
Saldo
Begroting 2026 Lasten Baten
1.924
€ -1.141 €
784
€
€ € 454 € 10.709 € -
€ € -454 € € -9.781 € € - €
928 -
€ € 430 € 10.634 € -
2.461
Saldo
€ -1.169 € 1.292 € € -430 € € -10.022 € € - €
612 -
€ 11.967 € -10.960 € 1.007 € 12.342 € -11.156 € 1.185 € 13.087 € -11.376 € 1.712 € 13.525 € -11.621 € 1.904
Subtotaal mutaties reseves €
Resultaat
653 -
€
Begroting 2024 Lasten Baten
340
€
-660
€
€ 12.307 € -11.621 €
-320 €
687
340
€
-479
€
-139 €
340
€ -1.029 €
-689 €
340
€
-643
€
-303
€ 12.682 € -11.635 € 1.047 € 13.427 € -12.404 € 1.023 € 13.865 € -12.264 € 1.601
2 Paragrafen
2. PARAGRAFEN In dit hoofdstuk komen de paragrafen aan bod. Het doel van een paragraaf is om voor overstijgende onderwerpen één totaalbeeld te geven. Volgens het BBV zijn de volgende paragrafen verplicht: • lokale heffingen • weerstandsvermogen en risicobeheersing • onderhoud kapitaalgoederen en investeringen • financiering • bedrijfsvoering • verbonden partijen • grondbeleid Omdat wij als veiligheidsregio geen lokale heffingen heffen en niet over grondposities beschikken, zijn de paragrafen lokale heffingen en grondbeleid niet opgenomen in deze begroting. Het overzicht investeringen is toegevoegd aan de paragraaf onderhoud kapitaalgoederen om een eenduidig en volledig beeld te geven over dit onderwerp.
2.1 Bedrijfsvoering Formatie en bezetting In onderstaand overzicht is de begrote formatie opgenomen. De formatie in het overzicht betreft de fte's, onderverdeeld in organisatieonderdelen. De medewerkers in de organisatieonderdelen leveren een bijdrage aan verschillende pijlers. Naast de medewerkers met een aanstelling bij Veiligheidsregio MWB zijn in 2023 ook medewerkers vanuit andere organisaties werkzaam voor onze organisatie. Dit betreft de medewerkers van de GHOR, die in dienst zijn bij de GGD.
Vrijwilligers Het aantal vrijwilligers is opgenomen in onderstaande tabel. In het dekkings- en spreidingsplan van de brandweer is een formatie van 1.330 vrijwilligers opgenomen. Deze formatie is gelijk aan de formatie in de begroting 2022.
2.2 Financiering De financieringsparagraaf is een onderdeel van de beleidsbegroting en voorgeschreven voor gemeenschappelijke regelingen, zoals Veiligheidsregio MWB. De Wet Financiering Decentrale Overheden (Wet Fido) stelt regels voor het financieringsgedrag, die binnen de veiligheidsregio zijn vertaald in een treasurystatuut. De vernieuwde BBV-wetgeving stelt nieuwe eisen aan de financieringsparagraaf. Zo is meer inzicht vereist in de rente en is een meerjarenbalans en het EMUsaldo verplicht om op te nemen. De verschillende onderdelen worden hieronder toegelicht en uitgewerkt. Wet Fido In de Wet Fido worden door de overheid specifieke regels gesteld ten aanzien van de structuur van de leningen van de decentrale overheid, om zodoende de gevoeligheid voor rentefluctuaties te beperken. Hiertoe wordt een kasgeldlimiet en een renterisiconorm gehanteerd. De kasgeldlimiet stelt grenzen aan de omvang van de financiering door middel van kort vermogen (looptijd korter dan 1 jaar). Voor gemeenschappelijke regelingen is de kasgeldlimiet vastgesteld op 8,2% van de lasten van de jaarbegroting. Voor Veiligheidsregio MWB betekent dit dat de kasgeldlimiet voor 2023 is gesteld op € 7,7 miljoen (8,2% van € 93,7 miljoen).
De renterisiconorm heeft tot doel om de renterisico’s op de langlopende schulden (langer dan 1 jaar) te beheersen door grenzen te stellen aan de spreiding van looptijden van de leningenportefeuille. Voor de gemeenschappelijke regeling is de renterisiconorm gesteld op 20%, met een minimumbedrag van € 2,5 miljoen. Voor Veiligheidsregio MWB betekent dit dat de renterisiconorm voor 2023 € 18,7 miljoen bedraagt (20% van € 93,7 miljoen). Op basis van de gegevens van de leningenportefeuille (zie bijlage 4.1) kan een overzicht worden samengesteld voor de renterisiconorm. Tabel renterisiconorm (bedragen x € 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Renteherzieningen (1) Betaalde aflossingen (2) Renterisico (1 + 2)
€ € €
2.742 2.742
€ € €
11.050 11.050
€ € €
€ 3.664 € 3.664 €
€ 3.816 € 3.816 €
€ 3.937 € 3.937 €
3.374 3.374
Renterisiconorm (20%)
€
18.560 €
17.144
€
18.744
€
17.607 €
18.035 €
18.331
Ruimte renterisiconorm
€
15.818 €
6.094
€
15.080
€
13.792 €
14.098 €
14.958
Rente De BBV-voorschriften vragen om inzicht in de begroting en verantwoording van de totale rentelasten. De daaraan gekoppelde financieringsbehoefte moet inzichtelijk zijn. Daarom zijn in deze paragraaf ook de rentelasten, het renteresultaat, de wijze waarop rente aan investeringen en taakvelden wordt toegerekend en de financieringsbehoefte opgenomen. De rentelasten voor 2023 zullen op basis van de bestaande leningenportefeuille € € 462.829 bedragen. Deze rentelasten worden toegerekend aan de afschrijvingskosten. Renteschema 2023 (bedragen x 1.000)
A
De externe rentelasten over de korte en lange financiering
€
463
B
De externe rentebaten (idem) Saldo rentelasten en rentebaten
€
-
C1 C2 C3
D1 D2 E
De rente die aan de grondexploitatie moet worden doorberekend De rente van projectfinanciering die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend De rentebaat van doorverstrekte leningen indien daar een specifieke lening voor is aangetrokken (= projectfinanciering), die aan het betreffende taakveld moet worden toegerekend
-/-
€
-
-/-
€
-
-/-
€
- +/+
Aan taakvelden toe te rekenen externe rente
€
-
Rente over eigen vermogen Rente over voorzieningen Totaal aan taakvelden toe te rekenen rente
€ €
- +/+ - +/+
€
463
€
-
€
-
De aan taakvelden toegerekende rente (renteomslag)
€ -463
Renteresultaat op het taakveld Treasury
€
-
Schatkistbankieren Door een wetswijziging zijn alle lagere overheden vanaf eind 2013 verplicht om hun liquide middelen en beleggingen aan te houden in de schatkist van het Ministerie van Financiën en niet langer bij private instellingen, zoals banken. Voor Veiligheidsregio MWB houdt dit in dat de rekening-courant tegoeden en deposito’s die bij de ABN-AMRO werden aangehouden, zijn ondergebracht bij het Ministerie van Financiën. Over het saldo bij het Ministerie wordt slechts een beperkte rentevergoeding ontvangen. De renteopbrengst over de gelden bij de schatkist zullen minimaal zijn vanwege het lage rentepercentage. Deze rentebaten worden niet in de begroting opgenomen. Het reguliere betalingsverkeer blijft ondergebracht bij de ABN-AMRO. Hier wordt een rekening-courant aangehouden waarop een beperkt saldo aan liquide middelen mag staan. Als het saldo van de rekeningcourant boven het toegestane maximum uitkomt, dan moet dit worden afgedragen aan het Ministerie van Financiën. Bij een negatief saldo moet dit juist worden aangevuld vanuit het Ministerie van Financiën. Samenstelling vreemd vermogen Per 1 januari 2023 is de verwachte stand van de huidige geldleningen geraamd op ruim € 44 miljoen. De groei van de leningenportefeuille wordt voornamelijk veroorzaakt door de investeringen welke zullen plaatsvinden.
Naast de aan te trekken leningen in 2022 zullen ook in komende jaren additionele geldleningen dienen te worden aangetrokken. Een overzicht van de samenstelling van de langlopende leningen is opgenomen in bijlage 4.1, hierbij is rekening gehouden met het aantrekken van een lening 2022 tot en met 2026.
Meerjarenbalans en EMU-saldo Met het oog op een betere raming en beheersing van het EMU-saldo wordt in het nieuwe BBV een geprognosticeerde balans voorgeschreven en het meerjarig opnemen van het EMU-saldo. Beide zijn hieronder weergegeven. Meerjarenbalans
De omvang van de materiele vaste activa zal vanaf 2023 afnemen, vanwege de verkoop van kazernes. De financiering van de investeringen vindt voornamelijk plaats door het aantrekken van langlopende leningen. Het aantrekken van extra vermogen wijzigt de rentelasten voor 2022 en verder. Door het vrijvallen van de egalisatiereserve kapitaallasten in 2022 en door de inzet van reserves zal het eigen vermogen de komende jaren worden afgebouwd. EMU-saldo
2.3 Weerstandsvermogen en risicobeheersing Inleiding De paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing geeft aan in hoeverre we in staat zijn om financiële risico’s op te vangen en welke methode gebruikt wordt voor het bepalen van het risicoprofiel. Jaarlijks worden in de paragraaf ‘weerstandsvermogen en risicobeheersing’ in de begroting de risico’s vermeld in relatie tot de weerstandscapaciteit. Het betreft de risico’s die tot het moment van het aanbieden van de begroting bekend zijn. Om een beeld te kunnen geven van de risico’s die de organisatie loopt vindt periodiek een risico-inventarisatie plaats. Na afloop van het begrotingsjaar wordt in de jaarrekening, eveneens in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing, gerapporteerd over de risico’s in relatie tot de beschikbare weerstandscapaciteit.
Op basis van het BBV nemen gemeenten en gemeenschappelijke regelingen een aantal verplichte financiële kengetallen op in de paragraaf weerstandsvermogen van de begroting en het jaarverslag. Dit om de leden van provinciale staten en het AB gemakkelijker inzicht te geven in de financiële positie van hun gemeente of gemeenschappelijke regeling. Risico-inventarisatie Risico’s vormen een onderdeel van ons dagelijks leven. Ook wij hebben te maken met risico’s bij de uitvoering van onze taak. Veel risico’s worden opgevangen door (interne) beheersmaatregelen die we inzetten om het effect van bepaalde risico’s te beperken. Deze maatregelen zijn onderdeel van de protocollen die binnen de organisatie zijn ontwikkeld. Voor een deel zijn er risico’s die we niet of beperkt kunnen beheersen. Om deze op te vangen hebben we diverse verzekeringen afgesloten. In de risicomatrix is opgenomen welke maatregelen we nemen om de kans dan wel de impact van de geïdentificeerde risico’s te beperken. Hierin worden de volgende categorieën onderscheiden: strategische-, financiële-, operationele- en wet- en regelgevingsrisico’s. Om de impact goed en vanuit een breder perspectief in te schatten, worden de risico’s beoordeeld op meerdere aspecten, zoals continuïteit van de organisatie, bestuurlijke afbreuk, imago organisatie en personele, juridische en financiële implicaties.
De risicoscore komt tot stand door kans en impact met elkaar te vermenigvuldigen. Benodigde weerstandscapaciteit Tussen de benodigde weerstandscapaciteit en de risico’s waarvoor geen maatregelen zijn getroffen, maar die wel van betekenis kunnen zijn voor de financiële positie bestaat dus een relatie. De verhouding tussen beschikbare en benodigde weerstandscapaciteit wordt het weerstandsvermogen genoemd. Om de benodigde weerstandscapaciteit te berekenen wordt de score op kans omgezet naar de volgende percentages:
In onderstaand overzicht zijn de risico’s (per 1 januari 2022) opgenomen met hun aandeel in het totaal benodigde weerstandscapaciteit:
Op basis van de gekwalificeerde actuele risico’s is de benodigde weerstandscapaciteit bepaald op € 5.050.000. Door het toevoegen van een nieuw risico is de benodigde weerstandscapaciteit met € 100.000 gestegen ten opzichte van de bestuur rapportage 2021 (€ 4.950.000).
Beschikbare weerstandscapaciteit De beschikbare weerstandscapaciteit betreft de middelen die de organisatie heeft of ter beschikking kan krijgen om de financiële gevolgen van risico’s op te vangen. Het bestuur heeft in maart 2012 besloten om de algemene reserve op te heffen. We kennen echter een vrij aanwendbare bestemmingsreserves onder de benaming Crisis en Calamiteiten. Deze kan worden aangewend voor optredende risico’s zonder dat dit leidt tot een ernstige verstoring van het geformuleerde beleid. Deze bestemmingsreserve bedraagt € 1.611.576 en vormt een buffer voordat teruggevallen moet worden op de deelnemende gemeenten. Het weerstandsvermogen wordt via de volgende berekening in beeld gebracht:
Ratio weerstandsvermogen:
Beschikbare weerstandscapaciteit ---------------------------------------------Benodigde weerstandscapaciteit
De beschikbare weerstandscapaciteit is ten opzichte van de begroting 2022 ongewijzigd en bedraagt € 1.611.576. De benodigde weerstandscapaciteit is licht gestegen en bedraagt € 5.050.000 (t.o.v. € 4.612.500 in begroting 2022). Het weerstandsvermogen (€ 1.611.576/€ 5.050.000) is licht gedaald van 0,35 naar 0,32 door de hoger benodigde weerstandscapaciteit. Het weerstandsvermogen geeft aan of de Veiligheidsregio in staat is om financiële tegenvallers op te vangen zonder de noodzaak om direct te bezuinigen. Met een ratio weerstandsvermogen van 0,32 is Veiligheidsregio Midden en West-Brabant hier beperkt toe in staat. Dit komt door het niet hebben van een Algemene Reserve (besluit AB maart 2012). Elke deelnemende gemeente kan een algemene reserve aanhouden die onder andere is bestemd voor de risico’s die voortvloeien uit de gemeenschappelijke regelingen waarin wordt deelgenomen. Dit betekent dat in het geval van de Veiligheidsregio de gemeenten feitelijk fungeren als een deel van de benodigde weerstandscapaciteit. Binnen de organisatie is per 1 januari 2021 Concerncontrol (voorheen audit en control) ingericht, met een onafhankelijke concerncontroller. De afdeling Concerncontrol voert diverse (interne) controles en onderzoeken uit.
Enerzijds richt de functie zich op de rechtmatigheid, waarbij wordt gecontroleerd of onze (financiële) handelingen in overeenstemming zijn met wet- en regelgeving en besluiten. Anderzijds richt de nieuwe afdeling zich op de doelmatigheid en doeltreffendheid van de organisatie. De audits die op dit vlak worden uitgevoerd, vormen een belangrijke stap in het leren en verbeteren van de organisatie en mogelijke risico’s vast te stellen. De weergegeven risico’s worden vervolgens tekstueel toegelicht. Vrijwilligheid (strategisch risico) Het kost steeds meer moeite om voldoende vrijwilligers te vinden en te blijven binden. Daarnaast staat de beschikbaarheid van deze vrijwilligers steeds meer onder druk. Hierdoor kan onze kerntaak, het bestrijden van incidenten, onder druk komen te staan. De beheersmaatregelen voor dit risico bestaan uit twee aspecten. Enerzijds richten we ons op het werven van nieuwe vrijwilligers middels wervingscampagnes. We denken na over een vernieuwde campagne en het benaderen van potentiële vrijwilligers via werkgevers. Werving en selectie van vrijwilligers is een proces dat continu aandacht heeft. We ontwikkelen programma's voor het vinden, binden en boeien van nieuwe vrijwilligers en betrekken hen via participatieraden bij de ontwikkelingen binnen de VR. We denken na over kortere opleidingstrajecten.
Landelijk wordt in 2022 een Taskforce Onderwijsstelsel gestart. Dit is een omvangrijk programma gedurende enkele jaren. Wij geven landelijk input op de hervorming van het onderwijsstelsel. Anderzijds heeft het vrijwilligersprogramma Expeditie JIJ veel input opgeleverd voor het vinden, binden en boeien van vrijwilligers. Dit is vertaald in een ambitiedocument vrijwilligheid waar we in 2020 en 2021 mee aan de slag zijn gegaan. In participatieraden kunnen vrijwilligers meedenken over ontwikkelingen in de organisatie en het vakgebied. De informatievoorziening voor werkgevers is verbeterd. De proeftuinen waarin op een andere wijze invulling wordt gegeven aan vrijwillige taken zijn geëvalueerd. De voorbereiding voor Expeditie JIJ 2.0 zijn gestart. De financiële impact is naar verwachting 1,3 miljoen.
Vakbekwaamheid medewerkers (operationeel risico) In 2021 heeft een groot aantal realistische trainingen geen doorgang gevonden vanwege beperkende maatregelen door het Corona virus. De meeste trainingen worden doorgeschoven naar 2022. Hoewel het effect op langere termijn nog niet bekend is, maken wij ons zorgen over de vakbekwaamheid van met name onze medewerkers. Ook bij opleidingen is een achterstand opgelopen, met name omdat de planning vanwege de Corona maatregelen een aantal keren is bijgesteld. Als gevolg van nieuwe wervingscampagnes om de uitstroom van vrijwilligers op te vangen, is in het najaar van 2021 gestart met extra opleidingen. Informatieveiligheid (strategisch risico) De minister heeft besloten dat alle veiligheidsregio’s binnen afzienbare tijd tot de vitale infrastructuur gaan behoren. Dit betekent dat we aan een hoger volwassenheidsniveau op het gebied van informatieveiligheid moeten voldoen. Informatieveiligheid wordt beoordeeld aan de hand van de zogeheten volwassenheidsniveaus, 0 is het laagste, 5 is het hoogste. We zijn goed aangehaakt op het landelijke versnellingsprogramma Informatieveiligheid. In Q2 is een audit op de BIO uitgevoerd (onderdeel landelijke afspraken). We voldoen inmiddels voor ca 75% aan norm, vanaf 2022 en verder sturen wij op het realiseren van het restant.
Tweede loopbaanbeleid (wet- en regelgeving risico) Het tweede loopbaanbeleid houdt in dat medewerkers na 20 werkzame jaren in een bezwarende 24uurs functie doorstromen naar een andere functie binnen of buiten de organisatie. Veiligheidsregio MWB heeft hierin de verplichting om medewerkers te ondersteunen en te faciliteren bij het starten van een tweede loopbaan. De ontwikkelingen hebben gevolgen voor medewerkers in de vorm van (financiële) onzekerheden over de toekomst. Momenteel vallen 106 mensen onder het 2e loopbaanbeleid en dat zal uiteindelijk oplopen naar 220 mensen (nu vallen 114 mensen nog onder de FLO-regeling). Voor de organisatie heeft het grote financiële gevolgen in de vorm van het verstrekken van noodzakelijke studiefaciliteiten, mogelijk overbruggingsregelingen, vervangingskosten personeel, extra opleidingskosten door uitstroom. We zien dat medewerkers op zoek zijn naar zekerheid en steeds vaker al na ongeveer 13 jaar dienstverband kiezen voor een andere baan buiten de brandweer. Vanwege het snellere verloop moeten we eerder nieuwe potentiële brandweermensen werven, selecteren en opleiden. De verjonging van de beroepsploegen maakt dat nieuwe collega’s sneller moeten doorstromen naar specialistische voertuigen (en hogere rang met hoger salaris) en dat de praktijkervaring van de ploeg minder wordt. Dit vraagt om meer (realistische) oefenmomenten.
Om dit risico te mitigeren is een uitvoeringskader opgesteld. Daarnaast worden medewerkers bewust gemaakt van hun eigen verantwoordelijkheid bij het bepalen van hun tweede loopbaan. Afhankelijk van de te maken keuzes heeft dit risico een financiële impact van € 1,0 miljoen tot € 2,5 miljoen. Omgevingswet (wet- en regelgeving risico) De Omgevingswet is de basis voor het nieuwe stelsel van regelgeving voor de fysieke leefomgeving. Het stelsel van de Omgevingswet bundelt de regels over ruimte, wonen, infrastructuur, milieu, natuur en water. Deze wet betekent een omkanteling van de organisatie en vraagt andere competenties en kennis van de medewerkers. Recentelijk is duidelijk geworden dat de geplande invoering per 1 juli 2022 wederom wordt uitgesteld en dat onzeker is wat de nieuwe datum wordt. Naar verwachting zal de Omgevingswet pas eind 2022/begin 2023 in werking treden. In een CEBEON rapport "Gevolgen risicobeheersingstaken stelselherziening Omgevingsrecht voor veiligheidsregio's" van 12 maart 2021 is een analyse gemaakt van de structurele kosten en implementatieprocessen. Als regio hebben we inhoudelijk veel voorbereidingen getroffen en zijn we er klaar voor, maar de exacte personele/ financiële impact blijft nog onzeker. De financiële impact bedraagt naar verwachting tussen de € 0,1 miljoen en € 0,5 miljoen.
Wnra en Europese deeltijdrichtlijn (wet- en regelgeving risico) De brandweerkamer is in overleg met het ministerie van BZK en het ministerie van J en V over alternatieven die passen binnen het Europees stelsel. Recent hebben de ministeries na bestuurlijk overleg bevestigd dat er sprake is van een gezamenlijk probleem ten aanzien van de juridische positie van de vrijwillige brandweer. De ministeries stellen voor dat dit kan worden aangepakt door het voltallig personeel van de veiligheidsregio (vrijwilligers, beroepsbrandweer en overig personeel) voor een nog te bepalen tijd uit te zonderen van de Wnra. Deze pragmatische oplossing biedt ruimte om de geconstateerde problematiek structureel te kunnen oplossen.
Voor wat betreft de Europese deeltijdrichtlijn is op landelijk niveau een bestuurlijke denktank ingericht, met de opdracht te komen met voorstellen om het huidige stelsel zo veel als mogelijk in stand te houden, waarbij een vorm van taakdifferentiatie tussen de vrijwilligers en beroeps wordt gecreëerd. Vanuit het gebied taakdifferentiatie is het onderzoek afgerond naar de mogelijkheid om de vrijwilliger nog steeds dezelfde status te laten houden ten opzichte van de beroeps. Op basis van dat advies volgt vanuit het ministerie van uitwerkingsgrond. Met een aantal voorwaarden is de vrijwilligerstructuur landelijk te handhaven ten opzichte van de beroeps. Echter moet er in het kader van de Wnra wel aandacht zijn voor de juridische basis voor de aanstelling van de vrijwilliger volgens het civiele arbeidsrecht. Het advies en uitwerkingsgrond moet hierop nog volgen. Er is nu geen nieuwe inschatting te maken van de exacte risico's. Mocht het worden ingevoerd is de inschatting per 1 januari 2024. De financiële impact bedraagt naar verwachting tussen de € 1,0 miljoen tot € 2,5 miljoen.
Chemie-Pack (wet- en regelgeving risico) Gemeente Moerdijk, Veiligheidsregio MWB en onderdelen van de Staat der Nederlanden worden door de verzekeringsmaatschappijen van omliggende bedrijven van Chemie-Pack in Moerdijk verantwoordelijk gehouden voor de schade die zij zeggen te hebben geleden als gevolg van de brand op 5 januari 2011. Het is onduidelijk of en wanneer er een dagvaarding komt. Door de advocaat is in een brief aan de Gemeente Moerdijk en de Veiligheidsregio een bedrag genoemd van € 27 miljoen (exclusief rente en kosten). Daarnaast wordt bij veroordeling ook imagoschade geleden. We laten ons bijstaan door specialisten. Daarnaast wordt waar nodig afgestemd met gemeente Moerdijk en de Staat der Nederlanden. Diverse voorbereidingen en aanvullende onderzoeken zijn afgerond. Voor dit risico hebben we geen financiële impact gedefinieerd. Continuïteit ICT (operationeel risico) Tijdens een crisis is het mogelijk dat onze vitale (ICT) infrastructuur niet naar behoren werkt. Dit kan tot gevolg hebben dat de inzet vertraagd wordt en dat bepaalde onderdelen uitvallen. Er zijn een aantal beheersmaatregelen genomen om dit risico te mitigeren, zoals een analyse over kwetsbaarheden, het kunnen overdragen van kritische processen naar andere veiligheidsregio’s en het oefenen met scenario’s zoals stroomuitval, cybercrime en ICT-uitval.
Voor de crisisorganisatie blijft dit een permanent aandachtspunt. Ondanks de genomen maatregelen blijft dit risico potentieel aanwezig. Voor dit risico hebben we geen financiële impact gedefinieerd. Gewijzigde risico’s Hieronder worden de gewijzigde risico’s ten opzichte van de begroting 2022 toegelicht. Het gaat in dit geval om één risico die is vervallen, één risico waarvan de financiële impact hoger ingeschat is dan bij de begroting 2022 en één nieuw geinventariseerd risico. Vervallen: Fort Oranje De gemeente Zundert heeft de zaak over de sluiting Fort Oranje gewonnen. De gemeente legt een financiële claim neer bij de eigenaar van Fort Oranje. Hierin is een groot deel van de door de veiligheidsregio gemaakte kosten meegenomen. Hiermee is dit risico gemitigeerd. Aan dit risico was geen financiële impact gekoppeld en heeft het vervallen van dit risico geen effect op het weerstandsvermogen. Financiële impact verhoogd: Informatieveiligheid: cyberweerbaarheid van veiligheidsregio's Indien gevoelige informatie in verkeerde handen dan wel openbaar wordt gemaakt heeft dit grote gevolgen voor Veiligheidsregio MWB en komt de continuïteit van de organisatie in gevaar. De financiële impact van cyberaanvallen en hacks kan grote financiële schade tot gevolg hebben. Om deze reden is de gemiddelde financiële impact verhoogd van (€ 300.000 naar € 750.000).
Nieuw geinventariseerd risico: Data lek GGD (wet- en regelgeving risico) Het ministerie van VWS (als onderdeel van de Staat der Nederlanden), alle GGD-en, alle Veiligheidsregio’s, ook MWB, en een aantal gemeentes worden door de Stichting Initiatieven Collectieve Acties Massaschade (ICAM) namens een aantal natuurlijke personen verantwoordelijk gehouden voor de schade die zij zeggen te hebben geleden als gevolg van het datalek in januari 2021 binnen het systeem van de GGD. Het is onduidelijk of en wanneer er een dagvaarding komt. Er zijn ook nog geen bedragen genoemd. We hebben deze kwestie gemeld bij onze verzekering, een reactie
daarvan moeten we nog ontvangen. Door het Veiligheidsberaad is namens alle veiligheidsregio’s gereageerd richting de stichting ICAM. In deze brief staat dat de veiligheidsregio’s pas inhoudelijk zullen reageren nadat de gesprekken tussen de stichting ICAM en het ministerie van VWS zijn afgerond. Daarnaast wordt waar nodig afgestemd met GGD West-Brabant, het Veiligheidsberaad en andere veiligheidsregio’s. Financiële kengetallen Onderstaande tabel geeft de financiële kengetallen weer die op grond van het BBV verplicht moeten worden opgenomen in de paragraaf weerstandsvermogen en risicobeheersing.
De netto schuldquote geeft het niveau van de schuldenlast van Veiligheidsregio MWB aan ten opzichte van de eigen middelen en geeft zodoende een indicatie in welke mate de rentelasten en aflossingen op de exploitatie drukken. De netto schuldquote neemt toe in 2022 en de jaren hierna zal het rond hetzelfde niveau blijven schommelen. Dit wordt veroorzaakt door het aantrekken van leningen om de investeringen de komende jaren te financieren. De netto schuldquote en de netto schuldquote gecorrigeerd voor alle verstrekte leningen laat geen verschil zien. Dit komt doordat er geen leningen zijn verstrekt. De solvabiliteitsratio geeft inzicht in het eigen vermogen als percentage van het balanstotaal. Dit geeft inzicht in welke mate de veiligheidsregio in staat is aan haar financiële verplichtingen te voldoen. In 2022 valt de egalisatiereserve kapitaallasten vrij en in de komende jaren zal een groot gedeelte van de resterende reserves worden ingezet. Hierdoor neemt het eigen vermogen af. Dit vormt de belangrijkste oorzaak van de daling van de solvabiliteitsratio. De structurele exploitatieruimte geeft aan of de structurele lasten gedekt worden door structurele baten en of de exploitatie hiermee in evenwicht is.
Dit wordt beoordeeld door de structurele lasten, inclusief de structurele toevoegingen aan reserves, af te zetten tegen de structurele baten, inclusief de structurele onttrekkingen aan reserves. Voor de komende jaren schommelt de structurele exploitatieruimte tussen 0,33% en 1,24%.
2.4 Onderhoud kapitaalgoederen en investeringen In artikel 12 van het BBV staat aangegeven wat de beleidskaders zijn van het onderhoud van de kapitaalgoederen, de hieruit voortvloeiende financiële consequenties en de vertaling van deze consequenties in de begroting. Wij beschikken over een aanzienlijke omvang kapitaalgoederen. Met het onderhoud van de kapitaalgoederen is een substantieel deel van de begroting gemoeid. Deze kapitaalgoederen bestaan uit materieel en voertuigen. Gebouwen In 2013 is een besluit genomen over de eigendomsoverdracht van 9 kazernes van de gemeenten, per 31 december 2013. Naast de brandweerkazernes wordt ook gebruik gemaakt van een kantoorpand van de GGD West-Brabant, waarvan een gedeelte wordt gehuurd. Voor alle kazernes zijn afspraken met de gemeenten gemaakt over het onderhoud van de overgenomen kazernes via demarcatielijsten en meerjarige onderhoudsplannen (MJOP’s). Voor het groot onderhoud is een voorziening ingesteld voor het egaliseren van de in de tijd gespreide onderhoudskosten. Eind 2018 zijn de MJOP’s voor alle kazernes geactualiseerd, waarna de dotatie en
de stand van de voorziening is aangepast. Voorziening onderhoud gebouwen (bedragen x 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Stand per 01-01 Toevoeging aan voorziening Aanwending voorziening
€ € €
1.915 580 356
€ € €
2.138 562 353
€ € €
2.347 562 1.196
€ € €
1.713 562 468
€ € €
1.806 562 692
€ € €
1.676 562 411
Stand per 31-12
€
2.138
€
2.347
€
1.713
€
1.806
€
1.676
€
1.826
Materieel en voertuigen Wij hebben een grote vloot aan voertuigen. Bij aanbesteding van deze voertuigen is een onderhoudscontract afgesloten. De bepakkingswerkzaamheden worden grotendeels in eigen beheer uitgevoerd. Er is geen voorziening groot onderhoud ingesteld t.b.v. materieel. Vooralsnog is hier geen noodzaak toe en gelden de afgesloten contracten als normering. Er is momenteel geen sprake van achterstallig onderhoud binnen onze vloot. Naast normeringen op materieel zijn er ook normeringen op materiaal. Voertuigen en bepakking (bedragen x 1.000)
2021
2022
2023
2024
2025
2026
Voertuigen Planmatig onderhoud Correctief onderhoud Brandstof Verzekeringen Schades Overig Totaal voertuigen
€ € € € € € €
585 404 600 336 35 105 2.066
€ € € € € € €
539 337 604 281 160 95 2.017
€ € € € € € €
539 252 604 281 160 95 1.932
€ € € € € € €
539 252 604 281 160 95 1.932
€ € € € € € €
539 252 604 281 160 95 1.932
€ € € € € € €
539 252 604 281 160 95 1.932
Bepakking Planmatig onderhoud Correctief onderhoud Overig Totaal bepakking
€ € € €
122 93 215
€ € € €
152 147 299
€ € € €
152 147 299
€ € € €
152 147 299
€ € € €
152 147 299
€ € € €
152 147 299
Totaal
€
2.281
€
2.315
€
2.230
€
2.230
€
2.230
€
2.230
De voertuigen zijn vanaf 2020 WA-verzekerd. Schades aan voertuigen zijn voor eigen rekening. Ter voorkoming van schade is nader beleid gevormd en in een proces vastgelegd. Dit verklaart de afname van de verzekeringen en toename van schades onder voertuigen. Investeringen De investeringen zijn opgenomen in een meerjarig investeringsplan. Dit plan geeft de voorgenomen investeringen weer voor de lange termijn. Het plan wordt jaarlijks geactualiseerd. Het meerjarig investeringsplan geeft ook input voor de financieringsbehoefte. Alle investeringen in onderstaande overzichten betreffen investeringen met een economisch nut. Er is geen sprake van investeringen met een maatschappelijk nut.
Meerjarig investeringsplan (bedragen x € 1.000)
2023
2024
2025
2026
Gronden en terreinen Woonruimten Bedrijfsgebouwen Grond weg en bouwkundige werken Vervoermiddelen Machines, apparaten en installaties Overige materiële vaste activa
€ € € € € € €
€ € € € 7.136 € 705 € 1.550 €
€ € € € 5.893 € 693 € 450 €
6.468 666 1.072
€ € € € € € €
3.789 630 1.356
Totaal
€
9.391
7.035
8.206
€
5.775
€
€
2.5 Verbonden partijen Er is sprake van een verbonden partij volgens het BBV als er een bestuurlijk en financieel belang is in een privaat- of publiekrechtelijke organisatie. Het bestuurlijk belang komt tot uitdrukking in de zeggenschap. Het financieel belang komt tot uitdrukking in het aan de verbonden partij ter beschikking gestelde bedrag. Dat is niet verhaalbaar als de verbonden partij failliet gaat, of waarvoor aansprakelijkheid bestaat als de verbonden partij haar verplichtingen niet nakomt. Veiligheidsregio MWB is een samenwerkingsverband op grond van de Wet gemeenschappelijke regelingen, waaraan 24 gemeenten deelnemen. Vastgelegd is dat de deelnemende gemeenten zorg dragen dat Veiligheidsregio MWB over voldoende middelen beschikt om aan haar verplichtingen te kunnen voldoen waarmee de exploitatie en het afdekken van financiële risico’s gewaarborgd is. Hierdoor is Veiligheidsregio MWB een formeel verbonden partij voor de 24 gemeenten. Veiligheidsregio MWB zelf kent geen verbonden partijen conform de definitie van het BBV. Er zijn wel partijen waar sprake is van een structureel samenwerkingsverband. Deze worden hieronder toegelicht. Gemene rekening GHOR Met ingang van 1 januari 2014 is voor de bedrijfsvoering van de GHOR een dienstverleningsovereenkomst afgesloten met de GGD West-Brabant.
De dienstverleningsovereenkomst is geformaliseerd in een overeenkomst kosten voor gemene rekening, waarin de activiteiten van de GHOR zijn ondergebracht. De gemeenschappelijke regelingen GGD West-Brabant, GGD Hart voor Brabant en Veiligheidsregio MWB maken deel uit van deze gemene rekening. In de gemene rekening zijn de kosten opgenomen ten aanzien van het personeel (inclusief de kosten van ziekte, arbeidsongeschiktheid en ontslag), de toerekenbare overhead en de overige kosten van de GHOR. Ter verdeling van het werkelijke niveau van de kosten is een verdeelsleutel tussen de partijen afgesproken. Veiligheidsregio MWB participeert voor een aandeel van 93,65% in de gemene rekening. Het instellen en in stand houden van een GHOR is een taak van de veiligheidsregio. De GHOR is een onderdeel van de GGD en opgenomen in de begroting en jaarrekening van de GGD. Met ingang van 1 januari 2017 vindt er geen consolidatie meer plaats van de cijfers van de GHOR met de Veiligheidsregio MWB. De bijdrage van de veiligheidsregio aan het in stand houden van de GHOR is opgenomen in de begroting en jaarrekening van de Veiligheidsregio MWB. De doelstellingen en resultaten van de GHOR worden verantwoord onder de pijler Bijdragen aan een veilige leefomgeving.
Publiek-Private Samenwerking Moerdijk Vanaf 1 februari 2013 is er op het Zeehaven- en Industrieterrein van Moerdijk een beroepspost ingesteld die 24 uur per dag zowel (overheids)basisbrandweerzorg als bedrijfsbrandweerzorg biedt. Dit is vastgesteld in een overeenkomst tussen de Stichting Bedrijfsbrandweerzorg Moerdijk (SBM) en Veiligheidsregio MWB. In de overeenkomst zijn nadere afspraken vastgelegd over de financiering, taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden van beide partijen. De post is continu bezet door 6 personen. Voor de bedrijfsbrandweertaak beschikt de post over een
tankautospuit industrieel en een schuimblusvoertuig. Deze kunnen ook worden ingezet voor de basisbrandweerzorg op het industrieterrein van Moerdijk Haven. Ten behoeve van de bedrijfsbrandweerzorg is personeel specifiek en aanvullend opgeleid en geoefend. Door de post Moerdijk Haven wordt gewerkt met het Bedrijfsbrandweer Veiligheidsbeheersysteem (VBS). Alle wijzigingen worden dagelijks verwerkt, zodat het systeem actueel is en blijft. Publiek-Private Samenwerking voor blusboot De Veiligheidsregio MWB heeft een waakvlamovereenkomst met de firma BST te Dinteloord voor de incidentbestrijding op de vaarwegen rondom Volkerak en Schelde-Rijnverbinding. BST exploiteert en beheert de blusboot (Furie 4) en de nautische bemanning. De brandweer levert een opstapbemanning die is opgeleid en geoefend naar de huidige eisen. Veiligheidsregio MWB en Veiligheidsregio Zeeland werken al lange tijd samen bij het bestrijden van incidenten op het Schelde-Rijnkanaal. Om deze interregionale samenwerking te formaliseren is een samenwerkingsovereenkomst opgesteld door beide veiligheidsregio’s. Hierin is een aantal algemene uitgangspunten en operationele afspraken vastgelegd. Met deze overeenkomst wordt bijgedragen aan een betere brandweerzorg en voldoet de samenwerking tussen partijen nog meer aan de eisen die de wet en maatschappij hieraan stellen.
Bij incidenten op het Schelde-Rijnkanaal is het niet altijd direct duidelijk binnen welke veiligheidsregio het incident plaatsvindt. Daarom zullen meestal beide meldkamers de melding ontvangen, contact met elkaar zoeken en de hulpverlening opstarten. Tussen beide regio’s is in een samenwerkingsovereenkomst een verantwoordelijkheidsverdeling afgesproken. Als het gaat om Search & Rescue wordt de Eendracht vanuit Tholen (VRZ) gealarmeerd en bij brand en IBGS (Incidentbestrijding gevaarlijke stoffen) wordt de Furie 4 uit Dinteloord gealarmeerd. Tijdens een incident treden beide vaartuigen gezamenlijk op.
3 Financiële begroting
FINANCIËLE BEGROTING 3.1 Kaders totstandkoming begroting Herijking beleid Voor de beleidsbegroting 2023 zijn er geen nieuwe voorstellen herijking beleid. Bij wijzigingen in het beleid is de lijn gevolgd ‘nieuw voor oud’. Loon- en Prijscompensatie De gehanteerde methodiek ten behoeve van de loon- en prijsontwikkeling wordt gecontinueerd in 2023. De kernpunten van de systematiek om de loon- en prijsontwikkeling te verwerken, zijn: • Voor de loonontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Loonvoet sector overheid’. • Voor de prijsontwikkeling wordt gerekend met de CPB-index ‘Prijs bruto Binnenlands Product’. Beide indices worden periodiek gepubliceerd door het Centraal Planbureau (CPB). In de begroting wordt uitgegaan van de CPB-prognose ten tijde van de vaststelling van de Kadernota 2023. Nacalculatie van de gebruikte indices voor jaar 2022 en 2021, zoals ze zijn verwerkt in de begroting jaar 2022. Vanuit het CPB is er geen november/december 2021 raming vandaar dat de cijfers van de publicatie van september 2021 worden weergegeven. Samenvattend wordt de huidige loon- en prijsontwikkeling bepaald door het CPB in september 2021 gepubliceerde index loonvoet sector overheid en index prijs bruto binnenlands product voor het jaar 2023 en de correcties van deze indices voor het jaar 2021 en 2022 van de in de begroting 2022 verwerkte cijfers.
Kerngegevenstabel Centraal Planbureau september 2021
Loonindex Prijsindex
2021
2022
2023
2024
2025
2026
0,70% 2,30%
2,50% 1,80%
2,30% 1,90%
2,80% 1,80%
2,90% 1,70%
2,90% 1,70%
Vanuit het CPB zijn alleen ramingen gegeven t/m 2025. Voor 2026 hanteren we dezelfde percentages als 2025.
Op basis van de bovenstaande financiële tabel kan een gewogen gemiddelde index berekend worden waarmee de bijdrage in de begroting wordt aangepast. Deze berekening is in de tabel op de volgende pagina weergegeven.
Berekening gewogen index begroting 2023 CPB september 2021
Vanuit het CPB zijn alleen ramingen gegeven t/m 2025. Voor 2026 hanteren we dezelfde percentages als 2025. Hierdoor is de gewogen index 2026 2,42%
Ontwikkeling Rijksbijdrage Op basis van de beschikking BDuR Rijksbijdrage 2022 (d.d. 6 december 2021) van het Ministerie van Justitie en Veiligheid is onderstaande prognose afgegeven voor de meerjarige bijdragen voor Veiligheidsregio MWB.
Rijksbijdrage (bedragen x 1.000) Beschikking 2021
2023 €
9.971
2024 €
9.971
2025 €
9.971
2026* €
9.971
*De Rijksbijdrage wordt 3 jaar vooruit geprognotiseerd. Voor 2026 is hetzelfde bedrag als 2025 aangehouden.
Exploitatiebijdrage gemeenten In 2018 is door het AB besloten de verdeelsleutel van het kostenverdeelmodel bij te stellen zodat er aansluiting is met de bijdrage uit het Gemeentefonds. Hierbij is een aantal uitgangspunten opgesteld. Eén van de uitgangspunten is dat het kostenverdeelmodel is gebaseerd op de Cebeon maatstaven dat rekening houdt met verschillen tussen gemeenten. Het op Cebeon gebaseerde model sluit aan bij de inkomsten die de gemeenten ontvangen voor het cluster OOV uit het Gemeentefonds. Omdat de herijking destijds grote verschuivingen tussen de gemeenten onderling teweegbracht, is door het AB besloten tot een overgangsperiode van drie jaar van 2019 tot en met 2021, om te komen tot sleutels vanaf 2021 die zijn gebaseerd op de voor 2018 geldende maatstaven.
Jaarlijks worden de maatstaven na uitkomst van de meicirculaire beschikbaar gesteld door het ministerie van Binnenlandse Zaken en Koninkrijksrelaties. Vanaf de begrotingscyclus 2023 wil Veiligheidsregio MWB jaarlijks aansluiten bij de nieuwe maatstaven, zodat de verdeling van de gemeentelijke bijdrage aansluit bij de bijdragen die gemeenten ontvangen uit het Gemeentefonds. In juli 2021 heeft het AB ingestemd met de definitieve sleutels voor 2021. Ook zijn de gemeentelijke bijdragen 2022 reeds verwerkt in de gemeentelijke begrotingen. Voorgesteld wordt de huidige verdeelsleutelsystematiek voor begrotingsjaar 2022 te handhaven en vanaf 2023 de verdeelsleutels te actualiseren naar de meest recent beschikbare Cebeonmaatstaven (op basis van de meicirculaire 2021). Deze sleutels leiden niet tot een verandering van de totale bijdrage voor de gemeentelijke bijdragen (excl. loon-en prijsontwikkelingen, ed.). De sleutels worden alleen gebruikt om de verdeling tussen de gemeenten onderling te berekenen. Per gemeente kunnen wel verschuivingen plaatsvinden, afhankelijk van de ontwikkeling van de maatstaven en de uitkeringsfactor. De sleutel wordt jaarlijks geüpdatet bij de begroting (t+2), m.a.w. de meicirculaire 2021 wordt toegepast in beleidsbegroting 2023.
Door het actualiseren van de verdeelsleutels sluit de bijdrage die gemeenten betalen aan de veiligheidsregio aan bij de bijdrage die zij verkrijgen vanuit het gemeentefonds. Bovendien fluctueert de bijdrage aan de veiligheidsregio ook overeenkomstig de bijdragen die gemeenten krijgen vanuit het gemeentefonds. Indien de actualisatie jaarlijks plaatsvindt, zijn de aanpassingen relatief klein en sluiten de bijdragen op elkaar aan. Dit voorstel komt overeen met het uitvoeren van het eerder genomen besluit van het AB bij de introductie, als de herijking van het kostenverdeelmodel om de verdeelsleutel CEBEON te hanteren. Overzicht huidige vs. nieuwe sleutel kostenverdeelmodel Met ingang van begrotingscyclus 2023 worden de verdeelsleutels jaarlijks geactualiseerd naar de meest recent beschikbare Cebeonmaatstaven. Voor de beleidsbegroting 2023 is dit op basis van meicirculaire 2021 (voor de beleidsbegroting 2024 is de basis de meicirculaire 2022, en verder). Gemeente
Huidig vastgestelde verdeelsleutels
Nieuwe sleutel B2023 o.b.v. actualisatie maatstaven (meicirculaire 2021)
Gemeente
Huidig vastgestelde verdeelsleutels
Nieuwe sleutel B2023 o.b.v. actualisatie maatstaven (meicirculaire 2021)
Alphen-Chaam
1,01%
0,99%
Loon op Zand
1,87%
Altena
4,57%
4,52%
Moerdijk
4,38%
4,32%
Baarle-Nassau
0,78%
0,76%
Oisterwijk
2,23%
2,67%
Bergen op Zoom
5,91%
5,87%
Oosterhout
4,81%
4,68%
Breda
16,51%
16,44%
Roosendaal
6,92%
6,77%
Dongen
1,97%
1,97%
Rucphen
1,71%
1,69%
Drimmelen
2,33%
2,28%
Steenbergen
2,11%
2,16%
Etten-Leur
3,50%
3,46%
Tilburg
21,56%
22,03%
Geertruidenberg
1,98%
1,75%
Waalwijk
4,03%
4,06%
Gilze en Rijen
2,21%
2,17%
Woensdrecht
2,09%
2,04%
Zundert
1,71%
1,69%
Totaal
100%
100%
Goirle
1,77%
1,76%