CConstaterende datSteenbergen
Koppel je AI →
Document · PDF

Transitie visie warmte gemeente Steenbergen Fase 1 2137812.pdf

Besluitvormende Vergadering 23 december 2021, gemeente SteenbergenBij agendapunt: 11.: Transitievisie Wamte fase 113.885 woorden

Open het PDF bij iBabs ↗Naar de vergadering →

Tekst van het document

Uit het bestand gehaald, zonder opmaak, tabellen en afbeeldingen · deel 2 van 2

5 Eerste beeld: kansrijke warmtevoorziening per buurt in 2050 In hoofdstuk 4 zijn de warmtevraag en de warmtebronnen in kaart gebracht. In dit hoofdstuk brengen we alle informatie samen en maken we een start met het matchen van de warmtebronnen en de warmtevraag. Welke bronnen zijn het best in te zetten op welke plek? Dit hoofdstuk geeft een eerste voorlopige visie op de warmtevoorziening in 2050, een totaalbeeld van de gemeente. Ook het eindbeeld in de definitieve TVW ligt nog niet vast, maar geeft de zekerheid dat de keuzes voor de eerste buurten goed in een totaalbeeld voor gemeente Steenbergen passen. Zo zorgen we dat schaarse warmtebronnen daar ingezet worden, waar ze het beste passen. Voor de verkenningsgebieden worden de komende jaren diverse scenario’s grondiger uitgewerkt en met elkaar vergeleken. De scenario's hebben behalve in de woning ook impact op de aansluiting en/of de voedende infrastructuur, die ook van belang kan zijn voor andere straten of buurten houden. Het totaalbeeld zal (net als de Transitievisie Warmte) elke vijf jaar worden herzien, op basis van de opgedane ervaringen. Op die manier kunnen ook nieuwe inzichten worden verwerkt, bijvoorbeeld de resultaten van het onderzoek naar aardwarmte, of ontwikkelingen rond waterstof. Soms kan ook gekozen worden voor een (hybride) tussenoplossing.

5.1 Woonwijken Welke warmtevoorziening het meest geschikt is, is te zien in Figuur 6. Op de kaart zien we de volgende zones: Individuele oplossingen Met name in het buitengebied en aan de randen van woonkernen Als woningen redelijk geïsoleerd zijn of in de toekomst kunnen worden (de groene en oranje gebieden in Figuur 4), zijn individuele oplossingen zoals een luchtwarmtepomp of een bodemwarmtepomp geschikt. Ook klein-collectieve oplossingen zijn hier een optie, zoals een gezamenlijke bodemwarmtepomp voor 3 tot 7 woningen (via een mini-warmtenet). Ook in gebieden met een lagere bebouwingsdichtheid, waar bijvoorbeeld veel vrijstaande huizen of

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 25

twee-onder-één-kap woningen staan, is de keuze voor individuele oplossingen logisch. Een warmtenet is hier al snel te kostbaar om aan te leggen, omdat de huizen ver uit elkaar liggen. Kansrijk voor warmtenet In het centrum van Steenbergen In de oranje gebieden is een warmtenet een serieuze optie. Daar kunnen verschillende redenen voor zijn: er is bijvoorbeeld een hoge warmtedichtheid (zie Figuur 5) en/of er is een warmtebron in de buurt. In het centrum van Steenbergen is de warmtevraagdichtheid hoog én er zijn meerdere warmtebronnen in de buurt. Overigens betekent de keuze voor een warmtenet in een buurt niet dat alle woningen daar verplicht op worden aangesloten. Voor eigenaren van een goed geïsoleerde woning kan het bijvoorbeeld aantrekkelijker zijn een warmtepomp te nemen. Individueel of warmtenet Alle woonkernen in gemeente Steenbergen In deze gebieden is het nog onzeker wat de meest rendabele oplossing is: individueel of een warmtenet. Er moet in meer detail onderzoek gedaan worden naar de besparingsmogelijkheden, de beschikbaarheid van nabije warmtebronnen en de kosten van het exploiteren van de warmtebronnen. Wanneer in aangrenzende gebieden een warmtenet gerealiseerd wordt, kan dit een kans zijn om een onzeker gebied ook op dit warmtenet aan te sluiten. In de gemeente Steenbergen zijn er in elke woonkern mogelijkheden om kleine of grotere warmtenetten te realiseren.

Met name de potentie voor aquathermie in de gemeente maakt het interessant om collectieve oplossingen te verkennen. Voor Steenbergen, Kruisland en Dinteloord is er een koppelkans om aan te sluiten op de ontwikkelingen in de glastuinbouw: mogelijk komen er warmteleidingen te liggen naar de glastuinbouw die langs of dichtbij deze woonkernen komen. Er moet dan wel voldoende warmte beschikbaar zijn om naast de kassen ook de woningen te kunnen verwarmen

Figuur 6. Het voorlopige beeld van de visie warmtevoorziening voor 2050. In bijlage D staan meer Inzoomkaarten per kern.

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 26

Warmtenet of duurzaam gas Oude woningen in meerdere woonkernen en het centrum van Steenbergen In het centrum van Steenbergen is de beschikbare ruimte in de ondergrond beperkt. Dat is een belangrijk aandachtspunt bij het verkennen van de mogelijkheden voor een warmtenet. Wanneer er geen plek is voor een warmteleiding, zou groen gas in dit oude gedeelte van de stad Steenbergen een oplossing kunnen zijn. In alle woonkernen komen meerdere oudere woningen en/of monumenten voor, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben (de rode gebieden in Figuur 4). In deze gebieden is het interessant om zowel de mogelijkheden voor een klein of groter warmtenet te verkennen als de mogelijkheden voor de inzet van duurzaam gas (biogas of waterstof).

heeft dat consequenties voor alle gebouwen in een buurt. Voor bedrijventerreinen en kantorenparken zijn aparte plannen nodig. Het doel is om in de transitie van bedrijventerreinen zoveel mogelijk aan te sluiten op natuurlijke (gebieds-)ontwikkelingen van de bedrijventerreinen zelf.

5.2.1

 De toekomstige beschikbaarheid van zowel biogas als waterstof is echter onzeker. Beiden zijn schaars, en zullen dat naar verwachting blijven. Vanwege de onzekerheid, zullen deze gebieden niet als eerste aangepakt worden – we wachten de ontwikkelingen rond duurzaam gas af. In de tussenliggende jaren zetten we in op energiebesparing via isolatie en hybride warmtepompen. Individueel of duurzaam gas Oude woningen in De Heen In De Heen komen meerdere oudere woningen en/of monumenten voor, die ook in de toekomst waarschijnlijk een hogere temperatuur warmteafgifte nodig hebben (de rode gebieden inFiguur 4). In deze gebieden is het interessant om de mogelijkheden voor de inzet van duurzaam gas te verkennen (biogas of waterstof). De bebouwingsdichtheid is laag en er staan weinig woningen in De Heen, waardoor een warmtenet hier niet kansrijk is. De toekomstige beschikbaarheid van zowel biogas als waterstof is echter onzeker. Beiden zijn schaars, en zullen dat naar verwachting blijven. Daarom zijn ook individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, hier een optie. Hiervoor moeten de meeste woningen wel eerst vergaand geïsoleerd worden. Vanwege de onzekerheid, zullen deze gebieden niet als eerste aangepakt worden – we wachten de ontwikkelingen rond duurzaam gas af. In de tussenliggende jaren zetten we in op energiebesparing via isolatie en hybride warmtepompen.

5.2 Bedrijven en kantoren Bedrijven die gevestigd zijn in buurten met een mix van woningen, winkels en kantoren, gaan gelijk op met de rest van de buurt. Immers, als de aardgasleidingen verwijderd worden,

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 27

Bedrijventerrein

Industrie en maakbedrijven gebruiken aardgas niet alleen om gebouwen te verwarmen, maar vaak ook in het bedrijfsproces. Tegelijkertijd hoeft niet elk gebouw verwarmd te worden, bijvoorbeeld opslagloodsen hebben meestal weinig verwarming nodig. Bedrijventerreinen vragen daarom maatwerk: een afzonderlijk traject, waarin naar de specifieke behoeften van alle bedrijven wordt gekeken. Net als bij woningen zijn er een aantal belangrijke overwegingen:

 

Op bedrijventerreinen kan het interessant zijn om een warmtenet aan te leggen, bijvoorbeeld als er grotere bedrijfspanden zijn met een grote warmtevraag. Dat warmtenet kan, als de warmtebron groot genoeg is, doorgetrokken worden naar omliggende woningen. Andersom kan een warmtenet vanuit een woonwijk worden doorgetrokken naar een bedrijventerrein. Een andere mogelijkheid is dat ieder bedrijf individueel een alternatieve warmtevoorziening kiest, zoals een luchtwarmtepomp of bodemenergie. Een lage-temperatuur warmtenet is aantrekkelijk voor locaties waar de warmtedichtheid redelijk hoog is en er op lage temperatuur warmte en koude uitgewisseld kan worden.

Behalve technische en financiële argumenten speelt ook mee in hoeverre bedrijven een gezamenlijke aanpak prefereren. Gezamenlijkheid ontzorgt ondernemers deels, en heeft soms financiële voordelen (denk aan gezamenlijke inkoop), maar het beperkt de vrijheden voor ondernemers om bijvoorbeeld zelf het moment van investering te bepalen.

5.2.2

Kantoren

Kantoren hebben over het algemeen een grotere vraag naar koeling dan woningen. Bodemenergie is daarom erg geschikt: warmte die in de zomer aan de gebouwen wordt onttrokken, wordt in de winter weer gebruikt. Dit kan per gebouw, of voor een cluster gebouwen worden aangelegd. Ook luchtwarmtepompen en luchtkoelers behoren tot de mogelijkheden. Ook hier geldt dat er gekozen kan worden voor een aanpak waarbij elk bedrijf zelf een aanpak en tempo kiest, of voor een gezamenlijke aanpak. Bij intensief gebruik van

de ondergrond is het wel zaak om gezamenlijk op te trekken, en een ordening aan te brengen in de warmte- en koude-bronnen, om interferentie te voorkomen.26

5.3 Betaalbaarheid en zekerheid oplossing Eén van de belangrijkste uitgangspunten (zie hoofdstuk 3), is dat we zoeken naar de optie met de laagste nationale kosten. De verschillende gebieden in gemeente Steenbergen hebben daarom in de visie warmtevoorziening de meest voordelige en haalbare warmteoplossing (op basis van de huidige kennis) toegewezen gekregen. Er is echter geen specifieke berekening gemaakt van de kosten. Voor een eerste inschatting van de totale kosten van de diverse warmte-opties is daarom de ‘Startanalyse’ van het Planbureau voor de Leefomgeving (PBL) gebruikt. Hierin wordt de oplossing berekend met de laagste nationale kosten: de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt27. De berekening in de Startanalyse gaat per CBS-buurt. In gemeente Steenbergen blijkt dat binnen een CBS-buurt heel verschillende huizen kunnen staan. Daarom, is in de analyse hierboven (hoofdstuk 4 en 5) ook naar kleinere clusters bebouwing gekeken. Soms verschillen de resultaten hierdoor. Figuur 7 laat zien dat de Startanalyse Individuele elektrische warmtepompen en Groen gas oplossingen geeft als strategieën met de laagste nationale kosten in gemeente Steenbergen.

Doordat we in de analyse in Hoofdstuk 4 en 5 meer inzoomen op de lokale context (los van buurtgrenzen en inclusief de meest recente informatie over warmtebronnen) zien we dat er toch gebieden zijn waar het wel interessant kan zijn om de mogelijkheden voor een warmtenet te verkennen. Deze berekening houdt nog geen rekening met wie de kosten uiteindelijk betaalt, de kosten voor de eindgebruiker. Het is een (her)verdelingsvraagstuk over de inzet van beperkt beschikbare bronnen en de vraag van wie welke kosten nu draagt en wie de baten in de toekomst krijgt. Hier zal de komende jaren meer duidelijkheid in komen.

26

Wanneer warmte op twee plekken dicht bij elkaar gewonnen wordt, bijvoorbeeld uit oppervlaktewater of uit de bodem, kan het zijn dat de onttrekking van warmte op plek A een negatieve invloed heeft op de beschikbare warmte op plek B.

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 28

Figuur 7 Resultaten Startanalyse gemeente Steenbergen

27

Nationale kosten zijn de totale kosten van alle maatregelen die nodig zijn voor een warmteoplossing, ongeacht wie die kosten betaalt. Het is inclusief de kosten en baten van energiebesparing en alle kosten en investeringen voor de opwek en distributie van stroom en warmte, maar exclusief belastingen, heffingen en subsidies.

6 Eerste beeld: wanneer worden buurten aardgasvrij? In dit hoofdstuk beschrijven we een eerste beeld van het tijdspad. In welke buurten starten we op korte termijn met het maken van een buurtuitvoeringsplan? Welke buurten zijn pas later, op middellange of lange termijn, aan de beurt? Met het tijdspad in de TVW kunnen bewoners, bedrijven, woningbouwcorporaties en de netbeheerder hun investeringen afstemmen op het tijdpad. We onderstrepen dat deze tijdslijn nu én ook in de definitieve TVW van 2022 een globale planning blijft. Er blijft ruimte om voor de langere termijn in te spelen op nieuwe kansen, bewonersinitiatieven of initiatieven van bedrijven. Bij de uiteindelijke overstap op aardgasvrij, moet rekening worden gehouden met de voorbereiding- en uitvoeringstermijnen. In het Klimaatakkoord zijn perioden genoemd van 2 jaar voor de voorbereiding en besluitvorming en daarna 8 jaar tot de definitieve einddatum voor aardgas. Daarom moet hiermee op tijd worden begonnen om de ambitie te kunnen realiseren. Daarbij moet er ook vroegtijdig contact worden gezocht met alle betrokken. Met inwoners omdat het voor hen impact heeft in en om de woning en bijvoorbeeld met Enexis Netbeheer, vanwege de impact op de infrastructuur voor gas en elektriciteit. In hoofdstuk 3 beschreven we wat een buurt geschikt maakt als verkenningsgebied.

In deze eerste verkenning hebben we met name gekeken naar mogelijke koppelkansen en de volgende relevante kansen in kaart gebracht:   

Investeringsplannen van Stadlander in het centrumgebied van Steenbergen; Woonkwartier focust op kleinere maatregelen en beslist de komende jaren over grotere investeringen, o.a. op basis van de Transitievisie Warmte; Reinierpolder is op basis van de klimaatstresstest aangewezen als gebied waar hittestress een belangrijk aandachtspunt is. Wanneer een aardgasvrije warmtevoorziening gerealiseerd wordt, is het in dit gebied extra belangrijk om daar rekening mee te houden; Enexis geeft aan dat er geen grootschalige werkzaamheden verwacht zijn. Op korte termijn is alleen bij een grootschalige tot volledige overstap op warmtepompen in Steenbergen en Dinteloord verzwaring van het elektriciteitsnet noodzakelijk;

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 29

 

Er is nieuwbouw gepland aan de westkant van Steenbergen; Er zijn meerdere restwarmtebronnen beschikbaar in gemeente Steenbergen.

In gemeente Steenbergen zijn met name de mogelijke inzet van duurzame warmtebronnen en kansen voor vervanging van de cv-ketel aanleidingen om een gebied als verkenningsgebied aan te wijzen. Dit heeft geleid tot een eerste globaal beeld voor de fasering, weergegeven is in Figuur 8. In paragraaf 6.1 t/m 6.5 geven we vervolgens voor de verschillende buurten meer informatie. Verkenningsbuurt (2022-2032) - Buurten waar het mogelijk lijkt om op kortere termijn (voor 2032) aardgasvrij te worden. Voor verkenningsbuurten starten we in 2022 met een verkenning, waarin de haalbaarheid (technisch en financieel) en het betrekken van bewoners, ondernemers en andere lokale partijen centraal staat. We benadrukken dat in de Transitievisie Warmte nog geen besluit wordt genomen over wanneer en hoe de buurt van het aardgas gaat. Natuurlijk tempo (2022-2050) - Voor deze buurten liggen individuele warmteoplossingen per gebouw voor de hand. De gemeente Steenbergen kiest hier voor een natuurlijk tempo: niet de hele buurt tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing. Alleen als zich bijzondere situaties voordoen waarbij het slim is om het gasnet vroegtijdig te vervangen zal hiervan afgeweken worden.

Verder moet ook bij een natuurlijk tempo rekening worden gehouden met aanpassingen aan de elektrische infrastructuur als dit om grote aantallen tegelijk geldt. Hiervoor gelden lange doorlooptijden. Korte of middellange termijn - In de gearceerde gebieden hangt het tempo af van de kans om aan te sluiten op een warmtenet. Er lopen momenteel initiatieven om de glastuinbouw bij Steenbergen en Dinteloord aan te sluiten op een warmtenet gevoed met restwarmte vanuit Roosendaal. De woningbouw in Steenbergen, Dinteloord en Kruisland kan hier mogelijk op korte termijn op aanhaken. Anders liggen er ook (eventueel op een later moment) kansen om andere warmtebronnen te verkennen voor een warmtenet. Middellange of Lange termijn (2025-2050) - In deze gebieden zien we nog geen concrete kansen. De gemeente staat hier wel open voor ontwikkelingen waar, samen met belanghebbenden, tijdig op kan worden ingespeeld. Het kan gaan om onderhoud aan aardgasleidingen, renovaties door woningbouwcorporaties, andere buurtontwikkelingen, of kansen voor de aanleg van een warmtenet. Initiatieven vanuit de bewoners worden van harte aangemoedigd.

Figuur 8 Eerste beeld van een logisch tijdspad naar een aardgasvrij Steenbergen.

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 30

6.1 Verkenningsbuurten In Figuur 8 is een aantal gebieden als Verkenningsgebieden aangemerkt. Het gaat om het centrum van Steenbergen en een aantal gebieden waar goed geïsoleerde woningen staan en het vervangingsmoment voor de cv-ketel in de buurt komt. Daarnaast worden ontwikkelingen rondom de warmtevoorziening in de glastuinbouw in de gaten gehouden voor mogelijke koppelkansen: woningen in Steenbergen, Dinteloord en Kruisland kunnen mogelijk ook aansluiten op zo’n collectief systeem. Wat gaat er gebeuren? Voor deze buurten starten we met het buurtuitvoeringsplan: hierin wordt onderzocht welke warmtevoorziening het beste past. De haalbaarheid en financiële gevolgen van diverse opties worden doorgerekend. Vervolgens wordt met bewoners een keuze gemaakt. Dit hoeft niet voor de hele buurt dezelfde oplossing te zijn. We benadrukken dat we in deze buurten starten met onderzoek, maar dat nog niet besloten is wanneer en hoe de buurt van het aardgas gaat. Waarom deze gebieden op korte termijn onderzoeken? In het centrum van Steenbergen is de bebouwingsdichtheid hoog en heeft woningcorporatie Stadlander een deel van de woningen in haar bezit. Hier liggen kansen om op korte termijn de mogelijkheden voor een warmtenet te onderzoeken.

Zowel In Dinteloord als in Steenbergen zijn twee gebieden waar de bebouwingsdichtheid juist laag is én waar recent (vanaf 2005) nog nieuwe buurten gebouwd zijn. In deze buurten zullen bewoners de komende jaren een natuurlijk moment hebben om de cv-ketel te vervangen. (Zie Figuur 9 en 10.)

Koplopers welkom, ook buiten de verkenningsbuurten Woont u niet in één van de verkenningsbuurten, maar wilt u wel al aan de slag met aardgasvrij worden? Alleen of met uw buren? Dat kan altijd. Neem contact op met de gemeente via: info@gemeente-steembergen.nl.

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 31

Figuur 9 Verkenningsgebieden Dinteloord: vervangingsmoment van de cv-ketel

op

korte

termijn

een

natuurlijk

Disclaimer Zowel de verdiepingsslag op, als het eens in de vijf jaar herzien van deze Transitievisie Warmte zal een aanzienlijke inzet vragen van de gemeentelijke organisatie. Om hier in te kunnen voorzien zijn we als gemeente grotendeels afhankelijk van zowel de financiële middelen van de Rijksoverheid als faciliterende wet- en regelgeving. Zonder of met beperkte middelen van het Rijk zal het tempo dat geschetst is in deze Transitievisie Warmte moeten worden bijgesteld. We zullen dan in minder gebieden starten met de verkenning en het opstellen van de uitvoeringsplannen.

6.2 Buurten met natuurlijk tempo (2022-2050) Sommige buurten hebben een lage bebouwingsdichtheid, met veel vrijstaande huizen of twee-onder-een-kap woningen. Het gaat vooral om het buitengebied van Steenbergen.

Figuur 10 Verkenningsgebieden Steenbergen: op korte termijn een natuurlijk vervangingsmoment van de cv-ketel

Tip: stel na isolatiemaatregelen de cv-ketel in op 55 graden in (zie handleiding van uw ketel). Op deze manier bespaart u energie en kunt zelf ervaren of uw woning geschikt is voor een warmtepomp. Indien u uw woning niet voldoende warm krijgt in de winter, kunt u de ketel altijd weer op een hogere temperatuur instellen.

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 32

Waarom deze gebieden met een natuurlijk tempo? Bij individuele oplossingen is het mogelijk dat niet alle bewoners op hetzelfde moment van het aardgas af gaan. Dat heeft een aantal voordelen: energiemaatregelen meenemen als er toch verbouwd wordt, scheelt gedoe en kosten. Het huis stap voor stap verduurzamen zorgt ervoor dat investeringen verdeeld worden over meerdere jaren. Wanneer? In deze buurten kiezen we voor een geleidelijk tempo: niet de hele buurt tegelijk, maar elk gebouw op een logisch moment, bijvoorbeeld bij een verbouwing of verhuizing. De gemeente wil bewoners hier zo lang mogelijk de tijd voor geven, en heeft de einddatum daarom op 2050 gezet. Dat lijkt lang, maar in een periode van 30 jaar komt bij veel bewoners maar één keer een echt groot ‘natuurlijk moment’ voor om de woning aardgasvrij of aardgasvrij-ready te maken. We roepen bewoners daarom op om verhuizingen, verbouwingen en opknapwerkzaamheden (ook binnenshuis) daadwerkelijk te benutten om de woning (stapsgewijs) aardgasvrij te maken. Daarom gaan we daar de komende tijd extra op inzetten.

Wat? Hier liggen individuele oplossingen, zoals een warmtepomp, het meest voor de hand (zie hoofdstuk 5). Woningeigenaren kunnen stap voor stap maatregelen nemen, bijvoorbeeld door eerst te isoleren en een paar jaar later de cv-ketel te vervangen door een warmtepomp.

6.3 Korte of middellange termijn (2022-2040) Op de korte of middellange termijn volgen grote delen van Steenbergen, Dinteloord en Kruisland. Waarom deze gebieden op de korte of middellange termijn? Er loopt momenteel een initiatief om de glastuinbouw bij Steenbergen en Dinteloord aan te sluiten op een warmtenet gevoed met restwarmte van de PreZero (voormalig Suez Energy) afvalcentrale in Roosendaal.28 Dit Osiris project wordt momenteel verkend en mogelijk op korte termijn concreet. Dat biedt ook op korte termijn al kansen voor de woningbouw in Steenbergen, Dinteloord en Kruisland om aan te sluiten op de warmteleidingen die nodig zijn om het Osiris project te realiseren. Omdat er nog wel onzekerheid is over deze koppelkans en ook de termijn waarop dit eventueel gerealiseerd kan worden, staan deze gebieden op korte of middellange Termijn. Wanneer? Voor deze gebieden zullen de ontwikkelingen rondom het project Osiris gevolgd worden. Daarnaast kan ook verkend worden welke alternatieve warmtebronnen er zijn voor een warmtenet. Afhankelijk van de voortgang van Osiris en de uitkomst van verdere verkenningen, kunnen deze gebieden op relatief korte termijn of iets later op middellange termijn de overstap maken naar een aardgasvrije warmtevoorziening. Wat? Hier worden mogelijkheden voor een warmtenet verkend.

Uitkomsten van deze verkenningen zal meer duidelijkheid geven of hier collectieve of juist individuele oplossingen het meest voor de hand liggen.

6.4 Middellange of lange termijn (2025-2050) De woonkernen De Heen en Nieuw-Vossemeer staan net als Welberg en een deel van Steenbergen op Middellange of lange termijn. 28

Bron: https://www.bndestem.nl/bergen-op-zoom/waarom-warmte-en-co2-de-lucht-in-sturen-als-hetook-de-kassen-in-kan-zonder-groeien-planten-niet~ad868dbd/

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 33

Waarom deze gebieden op de middellange of lange termijn aanpakken? Er is geen aanleiding om op korte termijn te starten in deze gebieden. Bovendien staan er in een deel van deze gebieden oude lastig te isoleren woningen waarvoor we nu nog geen duidelijke voorkeur zien voor een aardgasvrije warmtevoorziening. Initiatieven vanuit de bewoners worden wel van harte aangemoedigd. Wanneer? In deze buurten wordt vanaf 2025 gestart met gedetailleerd onderzoek en het opstellen van buurtuitvoeringsplannen. Uiterlijk 2050 zullen de laatste buurten van het gas gehaald worden. Wat? We wachten technologische ontwikkelingen en de ervaringen in de andere buurten af voordat we besluiten welke warmtevoorziening hier komt. Tot die tijd is het van belang de woning zo goed mogelijk voor te bereiden op aardgasvrij. Ook al lijkt de uitfasering van aardgas in deze buurten verder weg in de tijd te liggen, voor de lastig te isoleren panden moeten alle verbouwingsmomenten met twee handen aangrepen worden.

6.5 Bedrijventerreinen Het bovenstaande tijdpad geldt ook voor bedrijven, winkels en kantoren die verspreid in de buurten gevestigd zijn – zij gaan mee in de transitie met de buurt waarin ze liggen. Verspreid over de gemeente ligt ook een aantal bedrijventerreinen. Voor bedrijventerreinen wil de gemeente zoveel mogelijk aansluiten op ambities van ondernemers en herontwikkeling van bedrijventerreinen. Indien er zich in naastgelegen wijken ontwikkelingen voordoen, zal de gemeente overwegen om ook het nabijgelegen bedrijventerrein te betrekken. Anderzijds nodigt de gemeente bedrijventerreinen en ondernemersverenigingen uit om zich te melden, zodra er plannen of ambities zijn om het terrein te moderniseren of te verduurzamen. Immers, ook bedrijven zullen zich moeten voorbereiden op een toekomst zonder aardgas. Waar nodig zal per bedrijventerrein een specifiek traject met de bedrijven opgezet worden.

Bijlage A Bouwjaren en energielabels

Figuur 11. Bouwjaren in gemeente Steenbergen

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 34

Bijlage B Toelichting technische analyse

woningen geschikt gemaakt kunnen worden voor een lage-temperatuur afgiftesysteem. Dat komt ongeveer overeen met isoleren naar schillabel B of A, afhankelijk van de uitgangssituatie.31 Vooroorlogse woningen zijn minder goed te isoleren, maar de verwachting is dat deze woningen naar label D of C geïsoleerd kunnen worden.

In hoofdstuk 4 is een voorspelling gegeven van de energiebesparing. In deze bijlage lichten we deze analyse toe. Figuur 12 Bepaling toekomstig energielabel per type woning

Inventarisatie huidige energielabels en warmtevraag. De huidige energielabels komen van verschillende (landelijke) bronnen. In eerste instantie zijn afgemelde(/geregistreerde) of voorlopige energielabels van het RVO gebruikt. Wanneer er geen energielabel beschikbaar is, is een inschatting gemaakt van het label op basis van het bouwjaar van de woning. Dit geldt voor ongeveer 1% van de woningen. Voor utiliteit is maar een klein deel van de energielabels bekend. Daarom is een groot deel van de energielabels ingeschat op basis van het bouwjaar. Via de bouwjaren en de energielabels is de warmtevraag van de woningen bepaald, per. Voor elk woningtype (bijvoorbeeld een vrijstaande woning) is bij elke combinatie van energielabel en bouwperiode een inschatting gemaakt van de warmtevraag per m2. Deze inschattingen zijn gebaseerd op het gemeten gasverbruik en een inventarisatie van de type woningen van elk gebied waarvoor het gasverbruik bekend is.29 De inschatting van de huidige warmtevraag wordt altijd gecheckt met het gemeten aardgasverbruik in de gemeente.

Voorspelling toekomstige warmtevraag De huidige energielabels zijn het startpunt voor een voorspelling van de toekomstige energielabels. Om naar de (mogelijke) toekomstige situatie te kijken, schatten we in welk toekomstig energielabel haalbaar is in een woning. Dat hangt sterk af van het bouwjaar en het destijds geldende bouwbesluit: de bouwkundige staat en manier van bouwen bepalen welke bouwkundige maatregelen goed te realiseren zijn. We gebruiken voor de inschatting van de toekomstige energielabels de indeling in Figuur 12. Deze indeling is in lijn met de kaders van de Standaard en Streefwaarden.30 In die kaders staat namelijk dat na-oorlogse 29

Bron: Vesta 5.0 https://www.rijksoverheid.nl/documenten/kamerstukken/2021/03/18/kamerbrief-standaard-voorwoningisolatie 31 Het schillabel is het energielabel dat past bij de isolatiegraad van de woning. Het effect van de installatie en zonnepanelen op het energielabel worden hierin niet meegewogen. Het schillabel geeft 30

In sommige gevallen komt het voor dat het huidige energielabel van een woning beter is dan het voorspelde label volgens het model in Figuur . In dat geval blijft in de tool het huidige label ook voor de toekomst gelden. In sommige gevallen is het huidige energielabel verbeterd door de plaatsing van zonnepanelen. Dat betekent dat er in werkelijkheid nog maatregelen doorgevoerd moeten worden om ook als schillabel het huidige energielabel te behalen.

Bedrijfspanden Door de diversiteit in functies en soorten gebouwen is er bij bedrijfspanden een grotere onzekerheid over de warmtevraag. Daarnaast gelden er andere energie-eisen voor utiliteitsbouw dan voor woningbouw. In de warmteanalyse wordt voor alle bedrijfspanden een besparing van 30% geschat. Voor kantoorpanden gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist voor grotere kantoren (>100 m2). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet.32 De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder aangescherpt zullen worden. De verwachting is daarmee dat het merendeel van de kantoren in 2050 geschikt zal zijn voor lagere of middelhoge temperatuur warmte (zie Tabel 3). Bij andere bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de functie van een gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Voor bedrijfspanden moet daarom op individueel niveau gekeken worden welke

daarmee beter inzicht in het temperatuurniveau dat voldoende is om het gebouw comfortabel te verwarmen dan een energielabel dat verbetert is door bijvoorbeeld het plaatsen van zonnepanelen. 32 https://www.rvo.nl/onderwerpen/duurzaam-ondernemen/gebouwen/wetten-en-regels/bestaandebouw/energielabel-c-kantoren

warmtevoorziening volstaat. Industriepanden gebruiken afhankelijk van de precieze functie ook warmte in processen. Hiervoor is vaak zeer hoge temperatuur warmte nodig. Ondanks dat er meer onzekerheid is bij het inschatten van de warmtevraag in bedrijfspanden, zijn er wel kentallen beschikbaar die een indicatie geven voor de warmtevraag op basis van landelijke gemiddeldes.33 Dat betekent dat er op lokaal niveau wel grote foutmarges kunnen optreden. Zo vallen loodsen onder ‘industriefunctie’, maar een kas of een bakker ook. Daarnaast hebben veel bedrijfspanden meerdere functies, waardoor er ook onzekerheden zitten in het toekennen van de juiste kentallen.

33

Bron: ECN, Vesta 5.0

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1

36

Bijlage C De warmtetransitie en de impact op de energieinfrastructuur Er zijn verschillende technische oplossingen om de warmtevoorziening in de gebouwde omgeving te verduurzamen. Elke oplossing heeft in meer of mindere mate impact op de energienetten. De aanpassing van de energienetten is daarom essentieel in de transitie.

Algemene impact voor netbeheerders De warmtetransitie vraagt om aanpassing van de energienetten. ● Het aanpassen van de infrastructuur kost geld. Het uitbreiden van energienetten kan bovendien jaren duren, afhankelijk van het type aanpassing en geldende procedures, zoals het verkrijgen van vergunningen. ● Aanpassingen aan de infrastructuur hebben ook gevolgen voor de openbare ruimte, zowel boven als onder de grond. Onder de grond wordt het steeds ‘drukker’; er komen steeds meer leidingen en kabels, de ruimte daarvoor is echter niet onbegrensd. En voor de verzwaring van het elektriciteitsnet in een wijk zijn meer transformatorhuisjes nodig. Deze nemen ruimte in beslag. ● Bij de aanleg van warmtenetten is het zaak om dit wijk voor wijk aan te pakken. Zo wordt voorkomen dat verschillende typen infrastructuur voor de warmtevoorziening naast elkaar worden gebruikt en de infrastructuur meerdere keren aangepast moet worden. Dat scheelt maatschappelijke kosten en beperkt de overlast in wijken.

Impact op het gasnet Afhankelijk van de keuze van de warmtevoorziening verliest het gasnet al dan niet zijn functie en moet het worden verwijderd. Het lijkt weliswaar efficiënt om dit te doen wanneer verouderde gasleidingen toch al aan vervanging toe zijn. Maar de praktijk kan anders zijn. Een warmtenet is bijvoorbeeld niet direct operationeel nadat de eerste leidingen gelegd zijn, terwijl er wel het hele jaar vraag naar warmte is. En soms zijn gasleidingen verouderd en moeten ze vanuit veiligheidsoogpunt eerst worden vernieuwd, voordat andere werkzaamheden in het gebied van start kunnen. Dit is bijvoorbeeld het geval bij gasleidingen van grondroeringsgevoelige materialen (materialen die snel kapot kunnen gaan als er gegraven wordt). De netbeheerder kan inzicht geven in de locaties waar dit speelt. In 2010 is door alle netbeheerders in Nederland een saneringsprogramma gestart om zulke gasleidingen te vervangen. Tegenwoordig bestaat het gasnet grotendeels uit stalen en kunststoffen leidingen. Bestaande gasnetten zullen niet overal hun functie verliezen. Een deel van de wijken zal verwarmd worden met duurzaam gas. In andere gebieden hebben woningen straks weliswaar geen gasaansluiting meer, maar blijft het gasnet liggen vanwege de transportfunctie, of heeft het gasnet nog een functie als back-upvoorziening in een warmtenet.

Hieronder het overzicht van de aanpassingen van de infrastructuur bij diverse scenario’s:

Impact op het elektriciteitsnet Als de keuze wordt gemaakt om (deels) elektriciteit te gebruiken voor het verwarmen van woningen, kan het nodig zijn het elektriciteitsnet te verzwaren. Dit kan ook noodzakelijk zijn als huishoudens overstappen op elektrisch koken. Verzwaren betekent dikkere en meer kabels in de grond en het plaatsen van meer transformatoren in de wijk. Mogelijk moeten er ook elders in de gemeente nieuwe (midden- en hoogspannings)stations komen en is het nodig om aansluitingen in de woningen aan te passen. Ook de toename van elektrisch vervoer en zonnepanelen zorgt voor een grotere belasting van het elektriciteitsnet. Enexis Buurtinzicht geeft hiervoor kaarten met de impact per buurt.

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1

37

Bijlage D Zoomkaarten per woonkern

Figuur 13 Warmteprofielen, Visie warmtevoorziening en Fasering voor De Heen

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1

38

Figuur 14 Warmteprofielen, Visie warmtevoorziening en Fasering voor Dinteloord

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1

39

Figuur 15 Warmteprofielen, Visie warmtevoorziening en Fasering voor Kruisland

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1

40

Figuur 16 Warmteprofielen, Visie warmtevoorziening en Fasering voor Nieuw-Vossemeer

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1

41

Figuur 17 Warmteprofielen, Visie warmtevoorziening en Fasering voor Steenbergen en Welberg

DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1

42

De tekst is automatisch uit het bestand gehaald en kan afwijken van het origineel (kolommen, tabellen en koppen lopen door elkaar). Het officiële stuk bij iBabs is leidend. Bron: https://raad.gemeente-steenbergen.nl/api/v1/meetings/1478/documents/16466