Transitie visie warmte gemeente Steenbergen Fase 1 2137812.pdf
Tekst van het document
Transitievisie Warmte Gemeente Steenbergen 1.
Fase 1: Uitgangspunten en analyse
Transitievisie Warmte Gemeente Steenbergen Fase 1 – Uitgangspunten en Analyse Opdrachtgever: Projectnummer: Auteurs: Datum:
Gemeente Steenbergen, Yvonne de Rooij DWTM21053 Matty van Ewijk, Niek Brinkhof, Yvonne de Rooij 19 november 2021
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 2
Inhoud
4.2.2 Warmtebronnen voor een warmtenet ..................................................... 21 4.2.3 Duurzaam gas......................................................................................... 24 Eerste beeld: kansrijke warmtevoorziening per buurt in 2050 ..................... 25
5 Samenvatting ....................................................................................................................... 4 1
Inleiding ............................................................................................................... 5
5.1
Woonwijken ........................................................................................................ 25
5.2
Bedrijven en kantoren.......................................................................................... 27
5.3
5.2.1 Bedrijventerrein ..................................................................................... 27 5.2.2 Kantoren................................................................................................. 27 Betaalbaarheid en zekerheid oplossing ................................................................ 28
1.1
Internationale en landelijke doelstellingen ............................................................ 5
1.2
Doelstellingen gemeente Steenbergen ................................................................... 5
1.3
Lokale initiatieven en ontwikkelingen .................................................................. 5
1.4
Doel van de Transitievisie Warmte ....................................................................... 6
1.5
Wie hebben er meegedacht? .................................................................................. 6
6.1
Verkenningsbuurten ............................................................................................ 31
1.6
Wat is het vervolg? ................................................................................................ 6
6.2
Buurten met natuurlijk tempo (2022-2050) ......................................................... 32
Wat verandert er in de woning?......................................................................... 7
6.3
Korte of middellange termijn (2022-2040) .......................................................... 33
2.1
Koken .................................................................................................................... 7
6.4
Middellange of lange termijn (2025-2050) .......................................................... 33
2.2
Isoleren (en ventileren).......................................................................................... 7
6.5
Bedrijventerreinen ............................................................................................... 33
2.3
Verwarming en warm water .................................................................................. 7
Bijlage A Bouwjaren en energielabels ............................................................................. 34
3
Hoe maken we keuzes? ..................................................................................... 10
Bijlage B Toelichting technische analyse ......................................................................... 35
4
Analyse warmtevraag en warmtebronnen ...................................................... 12
Bijlage C De warmtetransitie en de impact op de energie-infrastructuur ................... 37
2
4.1
Warmtevraag ....................................................................................................... 12
4.2
4.1.1 Huidige situatie ...................................................................................... 12 4.1.2 Energiebesparing ................................................................................... 13 4.1.3 Toekomstige warmtevraag ..................................................................... 16 4.1.4 Hoge, midden- of lage temperatuur ....................................................... 16 4.1.5 Concentratie van de warmtevraag .......................................................... 19 Warmtebronnen ................................................................................................... 21 4.2.1
Warmtebronnen voor individuele oplossingen....................................... 21
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 3
6
Eerste beeld: wanneer worden buurten aardgasvrij? .................................... 29
Bijlage D Zoomkaarten per woonkern ............................................................................ 38
Alternatieven voor aardgas
Samenvatting Om de klimaatverandering tegen te gaan moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen. Ook in de gemeente Steenbergen zullen we daarom tussen nu en 2050 een overstap maken naar een duurzame warmtevoorziening. Samen met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we op zoek naar de meest geschikte alternatieven voor aardgas.
De Transitievisie Warmte In het Klimaatakkoord is afgesproken dat alle gemeenten in Nederland samen met bewoners en andere belanghebbenden een Transitievisie Warmte hebben opgesteld. De Transitievisie Warmte geeft inzicht te geven in de opgave om te komen tot een aardgasvrije gemeente in 2050, in kansrijke alternatieven voor aardgas en in een logisch stappenplan voor het aardgasvrij maken van de gemeente Steenbergen.
Wijkuitvoeringsplannen Na de vaststelling van de Transitievisie Warmte (in 2022) werkt de gemeente samen met bewoners en andere belanghebbenden aan de ontwikkeling van plannen op wijkniveau, waarvoor in de Transitievisie Warmte een globaal tijdspad wordt geschetst.
Fase 1 Samen met woningcorporaties Stadlander en Woonkwartier, netbeheerder Enexis en energiecoöperatie Duurzaam Steenbergen heeft de gemeente in de afgelopen maanden een start gemaakt met de voorbereidingen van de Transitievisie Warmte, die naar verwachting rond de zomer van 2022 ter goedkeuring wordt voorgelegd aan de gemeenteraad. In de eerste fase zijn uitgangspunten geformuleerd voor het maken van keuzes over de toekomstige infrastructuur in 2050 en het pad om te komen tot een duurzame, betaalbare en betrouwbare warmtevoorziening in 2050. Deze uitgangspunten zijn getoetst en waar nodig verder uitgewerkt aan de hand van de uitkomsten van de enquête die in oktober is gehouden onder bewoners van Steenbergen. Daarnaast is door De WarmteTransitieMakers een eerste analyse gemaakt van de huidige en toekomstige warmtevraag en warmtebronnen en de belangrijkste koppelkansen. Op basis van de uitgangspunten en deze technische analyse is een eerste beeld geschetst van de mogelijke toekomstige warmtevoorziening in 2050 en de fasering van nu tot 2050.
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 4
In hoofdstuk 2 beschrijven we de drie hoofdgroepen voor een aardgasvrije infrastructuur, individuele oplossingen, warmtenet en duurzaam gas, en wat deze betekenen voor woningen. In hoofdstuk 4 zijn per groep de beschikbare warmtebronnen in de gemeente weergegeven.
Uitgangspunten We gaan voor een duurzame, betrouwbare en betaalbare warmtevoorziening in 2050. Keuzes in de Transitievisie Warmte en toekomstig beleid en plannen voor de warmtetransitie zullen we daarbij steeds toetsen aan de volgende uitgangspunten (hoofdstuk 3): 1. 2. 3. 4. 5. 6.
De overstap naar een aardgasvrije warmtevoorziening moet voor iedereen betaalbaar zijn. We betrekken onze inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren actief bij het maken van plannen en informeren hen over duurzame maatregelen. We sluiten aan op ‘natuurlijke momenten’. We ondersteunen initiatieven uit de Steenbergse samenleving. We zetten in op energiebesparing. We staan open voor innovaties.
Analyse In hoofdstuk 4 geven we op basis van alle technische informatie die is verzameld eerst een analyse van de huidige en toekomstige warmtevraag (na besparing) van woningen en bedrijven. Daarbij kijken we naar de hoeveelheid warmte die in een gebied nodig is en de temperatuur van de warmte die wordt gevraagd. Daarna beschrijven we het potentiële aanbod van duurzame warmtebronnen in gemeente Steenbergen. Op basis hiervan geven we in hoofdstuk 5 een eerste beeld van welke aardgasvrije infrastructuur het meest geschikt is per gebied. (In veel gevallen is dat in de TVW nog niet duidelijk te zeggen.) Tot slot geven we op basis van een inventarisatie van mogelijke koppelkansen een eerste zeer globaal beeld van de volgorde wanneer welke buurt van het aardgas af kan gaan.
Vervolg: TVW Fase 2 Na bespreking van de TVW Fase 1 in de raad, gaan we in 2022 op basis van de geformuleerde uitgangspunten en de eerste analyse verder met een inhoudelijke verdiepingsslag. We gaan daarvoor in gesprek met bewoners en bedrijven om meer zicht te krijgen op het aanwezige draagvlak, ideeën, wensen en behoeften van bewoners en bedrijven. Daarnaast zoomen we in op Steenbergen-Centrum en scherpen de sociale analyse verder aan.
1 Inleiding
1.2 Doelstellingen gemeente Steenbergen
Het klimaat verandert. Het wordt steeds warmer op aarde en er komen steeds vaker hevige regenbuien voor. Om de klimaatverandering tegen te gaan moeten we de uitstoot van broeikasgassen verminderen. In Nederland is afgesproken dat we daarom in 2050 geen aardgas meer gebruiken om onze huizen te verwarmen, om te koken en om te douchen. Ook in de gemeente Steenbergen zullen we tussen nu en 2050 een overstap maken naar een duurzame warmtevoorziening. Samen met onze inwoners, bedrijven en maatschappelijke partners gaan we op zoek naar de meest geschikte alternatieven voor aardgas.
1.1 Internationale en landelijke doelstellingen Tijdens de klimaatconferentie van de Verenigde Naties in Parijs (eind 2015) is afgesproken om de opwarming van de aarde tot ver onder de 2 graden Celsius te houden, met als doel 1,5 graden. Bijna 200 landen, waaronder Nederland, stemden in met het klimaatakkoord van de Verenigde Naties. Nederland heeft als doel om in 2050 95% minder CO2 uit te stoten (en al 49% in 2030) ten opzichte van 1990. Deze doelen zijn vastgelegd in de Klimaatwet. In het Nederlandse Klimaatakkoord staan afspraken en maatregelen om de uitstoot van broeikassen tegen te gaan en de C02-reductiedoelstelling van minimaal 49% in 2030 te behalen. Het Klimaatakkoord is tot stand gekomen via vijf sectortafels: Elektriciteit, Industrie, Gebouwde Omgeving, Landbouw en Landgebruik en Mobiliteit. Per sectortafel is een doelstelling vastgesteld en zijn afspraken gemaakt om de CO2-uitstoot te verminderen. Gemeenten zijn volgens het Klimaatakkoord regisseurs van de warmtetransitie in de gebouwde omgeving. Alle gemeenten in Nederland moeten samen met bewoners en andere belanghebbenden een Transitievisie Warmte hebben opgesteld, met daarin per wijk het meest geschikte alternatief voor aardgas. Deze visie moet vervolgens minstens iedere vijf jaar geactualiseerd worden.
Na de Transitievisie Warmte is de afspraak dat gemeenten samen met inwoners en lokale partijen werken aan uitvoeringsplannen per wijk. Pas met een goed wijkuitvoeringsplan kan definitief worden besloten wanner een wijk van het aardgas afgaat.
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 5
Als gemeente Steenbergen hebben we het doel om in 2050 een energieneutrale gemeente te zijn. Deze doelstelling is vastgelegd door de gemeenteraad via een amendement bij de vaststelling van de gemeentelijke Visie Energie en Ruimte op 9 juli 2020. Een aardgasvrije gebouwde omgeving levert een belangrijke bijdrage aan onze doelstelling. Hiervoor moeten onder meer circa 10.000 woningen in onze gemeente worden voorzien van een alternatieve warmtevoorziening. Ook andere gebouwen, zoals kantoren, dienen aardgasvrij te worden. Dit is een enorme opgave.
1.3 Lokale initiatieven en ontwikkelingen Osiris De glastuinders van Energie Cluster Steenbergen en Nieuw Prinsenland hebben een intentieovereenkomst gesloten met Enpuls Warmte Infra en PreZero (voorheen SUEZ ReEnergy) om de restwarmte en CO2 die vrijkomen bij de verbranding van niet recyclebare afvalstromen in te zetten in de kassen. Het project, Osiris genaamd, heeft als doel om een CO2-reductie te realiseren van 100.000 ton CO2 per jaar. Er wordt met het project naar verwachting 100 miljoen kuub aardgas per jaar bespaard. Dit is net zoveel als het aardgasverbruik van 70.000 huishoudens. Verduurzaming Steenbergen Centrum De komende jaren staan er diverse ontwikkelingen in Steenbergen Centrum op de agenda. Woningcorporatie Stadlander heeft plannen om in tien jaar tijd honderden woningen te vernieuwen en verduurzamen in Steenbergen Centrum. Zorginstelling Tante Louise is op zoek naar een nieuwe locatie voor Onze Stede. En als gemeente werken we aan een masterplan voor de stad Steenbergen. De drie partijen hebben de handen ineen gelagen en werken samen aan het uitwerken van de plannen voor Steenbergen Centrum. Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW) In november 2020 hebben wij als gemeente in samenwerking met Regionaal Energieloket een aanvraag ingediend voor de Regeling Reductie Energiegebruik Woningen (RREW). Onze aanvraag van € 137.066,99 is volledig toegekend.
De RREW kan worden ingezet voor het uitvoeren van projecten om huurders en eigenaarbewoners te stimuleren tot kleine energiebesparende maatregelen in huis, zoals het aanbrengen van radiatorfolie en tochtstrips of het plaatsen van ledlampen. Daarnaast kunnen
wij dit bedrag inzetten om advies te geven specifiek voor de woningen van huurders en eigenaar-bewoners of algemeen advies.
elektriciteitsnetwerk en de gasleidingen en zorgt voor het aanpassen en uitbreiden van de infrastructuur.
In de periode tot 1 augustus 2022 worden er diverse acties in het kader van de RREW georganiseerd, waaronder een cadeaubonactie, collectieve inkoopacties (isolatie, hybride warmtepomp), buurtacties energiezuinig wonen en een Webinar voor huurders met tips om energie te besparen.
Alle inwoners hebben een uitnodiging gehad voor het invullen van een enquête over aardgasvrij wonen en voor een digitale informatieavond op 19 oktober 2021. De enquête is uitgezet via Ikpraatmee en is ingevuld door zo’n 250 mensen. Tijdens de digitale informatieavond avond kwamen vragen als ‘Wat betekent aardgasvrij wonen?’ en ‘Wat is een Transitievisie Warmte?’ aan de orde. Deelnemers konden live vragen stellen via de chat of via onze Facebookpagina. De inbreng van inwoners is zoveel als mogelijk verwerkt in deze visie.
Energiecoöperatie Duurzaam Steenbergen Energiecoöperatie Duurzaam Steenbergen is een coöperatie voor en door inwoners van de gemeente. Duurzaam Steenbergen werkt momenteel aan de realisatie van een zonneveld op het voormalige trainingsveld van voetbalvereniging NVS in Nieuw-Vossemeer.
1.4 Doel van de Transitievisie Warmte De Transitievisie Warmte heeft als doel om inzicht te geven in de opgave om te komen tot een aardgasvrije gemeente in 2050, in kansrijke alternatieven voor aardgas en in een logisch stappenplan voor het aardgasvrij maken van de gemeente Steenbergen. De visie geeft focus en richting, maar is geen eindpunt. De vaststelling van de Transitievisie Warmte werkt de gemeente samen met bewoners en andere belanghebbenden aan de ontwikkeling van plannen op wijkniveau, waarvoor in de Transitievisie Warmte een globaal tijdspad wordt geschetst. De overgang van aardgas naar duurzame warmtebronnen is nog in de beginfase. Op nationaal, regionaal en lokaal niveau zijn er continue nieuwe ontwikkelingen die invloed kunnen hebben op de warmtetransitie in de gemeente Steenbergen. Flexibiliteit is daarom erg belangrijk. Door minimaal eens in de vijf jaar de Transitievisie Warmte te updaten, is het mogelijk om nieuwe ontwikkelingen mee te nemen en tijdig bij te sturen. Tegelijk moeten we er rekening mee houden dat wijkuitvoeringsplannen vaak lange voorbereidings- en uitvoeringstermijnen hebben (in het Klimaatakkoord zijn hiervoor respectievelijk 2 jaar en maximaal 8 jaar genoemd). Op korte termijn switchen van scenario's kan de uitvoering vertragen en/of hogere maatschappelijke kosten veroorzaken.
1.5 Wie hebben er meegedacht? De Transitievisie Warmte stellen we als gemeente niet alleen op. We spreken met allerlei partijen om hun mogelijkheden en wensen in kaart te brengen. We werken intensief samen met een werkgroep bestaande uit woningcorporaties Stadlander en Woonkwartier, Enexis Netbeheer en energiecoöperatie Duurzaam Steenbergen. De woningcorporaties hebben veel woningen in bezit en zijn daarom een belangrijke partij. Enexis beheert het
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 6
1.6 Wat is het vervolg? Deze eerste versie van de Transitievisie Warmte geeft meer inzicht in de kansen en mogelijkheden voor het isoleren en aardgasvrij maken van de gebouwde omgeving in onze gemeente. In de eerste helft van 2022 maken we een verdiepingsslag. Dan gaan we kijken waar en waarmee we als eerste aan de slag gaan, bijvoorbeeld in welke wijk(en) en / of buurt(en) we extra inzetten op de stimulering van isolatiemaatregelen.
Wilt u meedenken? We zijn benieuwd naar uw mening na het lezen van de Transitievisie Warmte. U kunt uw reactie achterlaten via info@gemeente-steenbergen.nl. Ook kunt u hier uw e-mailadres achterlaten, als u op de hoogte wilt worden gehouden van de ontwikkelingen.
2 Wat verandert er in de woning? In dit hoofdstuk omschrijven we in het kort welke technische mogelijkheden er zijn en wat de keuze voor die technieken betekent in het dagelijks leven van bewoners en ondernemers. Bijna alle huizen in de gemeente gebruiken aardgas. Het wordt gebruikt om het huis te verwarmen (via cv-ketel en radiatoren), om te koken, en voor warm water uit de kraan. Ook de meeste bedrijven gebruiken aardgas. Soms alleen voor verwarming, soms ook in het bedrijfsproces. De belangrijkste aanpassingen die in woningen en andere gebouwen nodig zijn om over te stappen op een duurzame warmtebron, zijn hieronder kort toegelicht.
2.1 Koken Koken kan met een inductieplaat, elektrische kookplaat of keramische kookplaat. De meeste mensen kiezen voor inductie. Dat verbruikt minder stroom dan andere elektrische kookplaten, en het lijkt op koken op gas: je kunt de temperatuur snel regelen. De elektrische aansluiting moet wel geschikt zijn voor elektrisch koken.
2.2 Isoleren (en ventileren) Om aan de klimaatdoelstelling te voldoen, is energie besparen een belangrijke eerste stap. Veel duurzame warmtebronnen zijn schaars, het is daarom goed om het energiegebruik terug te dringen, zodat op termijn alle warmte uit duurzame warmtebronnen gehaald kan worden. Daarom is het belangrijk om huizen beter te isoleren. Dat is niet alleen goed voor het milieu, het verlaagt ook de energierekening, en verbetert het comfort in de woning. Het isoleren van de buitenmuur, dak en vloer en het plaatsen van goed isolerend glas zijn effectieve maatregelen. Bij goede isolatie en kierdichting kan de temperatuur van het water dat door onze verwarmingen stroomt verlaagd worden. Dat maakt het systeem efficiënter en zorgt voor extra besparing. Met het isoleren van huizen en bedrijfspanden kan nu al worden gestart. Belangrijk aandachtspunt daarbij is dat er ook goed wordt gekeken naar de ventilatie.
2.3 Verwarming en warm water De oplossingen die er zijn in plaats van aardgas, zijn in te delen in drie groepen:
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 7
Individuele oplossing: een oplossing per woning, gebouw of woonblok. Dit is meestal een warmtepomp, heel soms infraroodpanelen of een pelletkachel. Warmtenet: dit is een collectieve oplossing voor de hele buurt. Warm water stroomt door leidingen onder de grond naar de huizen. Duurzaam gas: we stappen over op een ander type gas, zoals biogas (ook wel groengas) of waterstof, en gebruiken hiervoor de bestaande gasleidingen.
Het hangt onder andere van het type woning en type buurt af, welke oplossing het meest geschikt is. Afhankelijk van de gekozen oplossing moet voor de uitvoering ook worden gekeken naar de beschikbare capaciteit van de infrastructuur of het aanpassen daarvan. Welke aanpassingen nodig zijn in de woning verschilt per oplossing. Op de volgende pagina’s is dit schematisch weergegeven: eerst de drie hoofdoplossingen en vervolgens meer in detail de meest gebruikte individuele oplossingen. In hoofdstuk 4 en 5 komt aan bod welke oplossing het beste past bij de verschillende buurten en kernen in Steenbergen.
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 8
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 9
3 Hoe maken we keuzes? We gaan voor een duurzame, betrouwbare en betaalbare warmtevoorziening in 2050. Maar waar gaan we starten en waarom? Voor welke alternatieve warmteoplossing kiezen we? Om deze beslissingen weloverwogen te maken, benoemen we een aantal belangrijke uitgangspunten. Toekomstig beleid en de toekomstige plannen voor de warmtetransitie zullen we steeds toetsen aan deze uitgangspunten.
1. De overstap naar een aardgasvrije warmtevoorziening moet voor iedereen betaalbaar zijn. De overstap naar aardgasvrije warmte moet voor iedereen in onze gemeente betaalbaar en dus mogelijk zijn, ook voor inwoners met een lager inkomen. Niemand moet in de kou komen te staan. We kijken daarom naar de nationale kosten1 en de kosten voor de verschillende eindgebruikers (eigenaren koopwoning, huurders, ondernemers en andere gebouweigenaren). Dit is ook zo afgesproken in het Klimaatakkoord. En ook uit de enquête onder bewoners is ook gebleken dat betaalbaarheid essentieel is. We proberen desinvesteringen te voorkomen.
Ook informeren we onze inwoners over mogelijke duurzame maatregelen. Wanneer wij bijvoorbeeld een collectieve inkoopactie isolatie organiseren doen we ons best om ervoor te zorgen dat dit bekend is bij onze inwoners. We willen dat onze inwoners nu en straks prettig aardgasvrij wonen in de gemeente Steenbergen.
3. We sluiten aan op ‘natuurlijke momenten’. Werkzaamheden in de openbare ruimte en onderhoud van het energienetwerk zijn voorbeelden van ‘natuurlijke momenten’. Dit kunnen aanleidingen zijn om ook direct te kijken of er een overstap kan worden gemaakt naar een aardgasvrije warmtevoorziening. Voor particuliere gebouweigenaren is een verhuizing of verbouwing een mooi ‘natuurlijk moment’ om duurzaamheidsmaatregelen te nemen en de overstap naar aardgasvrij te maken, zeker voor woningen met een individuele oplossing, zoals een warmtepomp.
4. We ondersteunen initiatieven uit de Steenbergse samenleving. Aardgasvrije initiatieven proberen we als gemeente te ondersteunen en verder te helpen, bijvoorbeeld door de juiste verbindingen te leggen. We verkennen onder andere welke kansen het project ‘Osiris’3 mogelijk biedt voor de gebouwde omgeving.
5. We zetten in op energiebesparing. 2. We betrekken onze inwoners, ondernemers en andere gebouweigenaren actief bij het maken van plannen en informeren hen over duurzame maatregelen. Alle inwoners en andere gebouweigenaren krijgen de komende jaren te maken met de warmtetransitie. Daarom betrekken we onze inwoners, ondernemers en andere partijen, zoals woningcorporaties Stadlander, Woonkwartier en netbeheerder Enexis, bij het maken van (concrete) plannen: hun aandachtspunten., wensen en zorgen nemen we serieus.2
1
Onder maatschappelijke kosten vallen bijvoorbeeld de kosten voor het aanpassingen van woningen en het aanpassen van het elektriciteitsnetwerk. 2 Bij woningcorporaties geldt wettelijk ook dat 70% van de huurders in een complex of gebied moet instemmen met renovatievoorstellen. 3 De tuinders van Energie Cluster Steenbergen en Nieuw Prinsenland, Enpuls Warmte Infra en SUEZ ReEnergy (nu PreZero) hebben een intentieovereenkomst getekend om de restwarmte en CO2 die
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 10
Voor energie die je niet verbruikt, hoef je ook niet op zoek te gaan naar een duurzame bron. Daarom is het besparen van energie een hele belangrijke eerste stap. Dit doen we door maximale isolatie van alle woningen in onze gemeente te stimuleren via onder meer collectieve inkoopacties en onze gemeentelijke stimuleringslening. De standaard en streefwaarden4 vormen bij isolatie het uitgangspunt. We focussen ons eerst op woningen
vrijkomt bij de verbranding van niet recyclebare afvalstromen in te zetten in de kassen. Doel is om een CO2-reductie te realiseren van ruim 100.000 ton CO2 per jaar. 4 De standaard is een advies voor de isolatiegraad van woningen en geeft aan wanneer een woning voldoende geïsoleerd is om aardgasvrij te worden. Naast een standaard voor de gehele woning zijn er ook streefwaarden voor afzonderlijke bouwdelen van woningen, waaronder het dak en de gevel. Streefwaarden zijn bedoeld voor als men één of enkele delen van de woning verduurzaamt. Bron: Rijksdienst voor Ondernemend Nederland.
waar we de meeste energie kunnen besparen. Verder staan we open voor tussentijdse oplossingen, zoals een hybride warmtepomp5. Ook hiermee wordt energie bespaard.
6. We staan open voor innovaties. De Transitievisie Warmte richt zich op 2050. Tussen nu en 2050 zit een periode van zo’n dertig jaar. Dit is een lange periode waarin veel kan gebeuren. De Transitievisie Warmte moet daarom voldoende ruimte bieden om nieuwe (te ontwikkelen) technieken en financieringsvormen toe te kunnen passen. Doordat we minimaal eens in de vijf jaar deze visie gaan updaten, kunnen we nieuwe ontwikkelingen ook verwerken in nieuwe versies.
Wat vinden bewoners? In oktober 2021 konden inwoners meedenken over aardgasvrij wonen via een enquête. Deze enquête is uitgezet via Ikpraatmee en is ingevuld door zo’n 250 mensen. De volledige resultaten van de enquête zijn te vinden in de bijlage.
5
Een hybride warmtepomp werkt op stroom en wordt gekoppeld aan de cv-ketel. De hybride warmtepomp zorgt voor een groot deel van de warmte in huis. De cv-ketel springt bij als het buiten heel koud is en zorgt voor het warme water in de badkamer en keuken. Bron: Milieu Centraal.
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 11
Ruim 90% van de respondenten woont in een koopwoning. Zo’n 40% van de respondenten weet niet wat het energielabel van de eigen woning is. Van de respondenten die het energielabel van hun woning wel hebben aangegeven heeft zo’n 10% een energielabel D, E, F of G. Isolatiemaatregelen zoals HR++ of triple glas, dakisolatie en spouwisolatie zijn de maatregelen die het vaakst genomen zijn door de respondenten om energie te besparen. Het merendeel van de respondenten vindt het belangrijk om de overstap te maken van aardgas naar een duurzame bron om de woning te verwarmen. Zo’n 15% tot 20% van de respondenten vindt dit niet belangrijk. De grootste drempel om niet langer gebruik te maken van aardgas is voor de meerderheid van de respondenten de investering en de kosten. Betaalbaarheid is dan ook één van de belangrijke uitgangspunten waar toekomstig beleid en toekomstige plannen voor de warmtetransitie aan moet worden getoetst (zie ook uitgangspunt 1). Er komt geen duidelijk beeld naar voren uit de enquête als het gaat om het voorkeursalternatief voor aardgas. Bijna 20% van de respondenten heeft aangegeven niet te willen overstappen naar een alternatief. De belangrijkste redenen om niet langer meer gebruik te maken van aardgas zijn ook divers.
De redenen ‘Ik lever graag een bijdrage aan de klimaatdoelstellingen’, ‘Ik wil besparen op mijn maandelijkse energiekosten’ en ‘Omdat het nou eenmaal moet’ zijn door ongeveer een vergelijkbaar aantal respondenten als belangrijkste reden aangegeven. Meer dan de helft van de respondenten aangegeven op de hoogte te willen blijven van de ontwikkelingen rondom aardgasvrij wonen in de gemeente Steenbergen.
4 Analyse warmtevraag en warmtebronnen Dit hoofdstuk beschrijft de warmtevraag van woningen en bedrijven, nu en in de toekomst. Daarbij kijken we naar de hoeveelheid warmte die in een gebied nodig is en de temperatuur van de warmte die wordt gevraagd. Daarna beschrijven we het potentiële aanbod van duurzame warmtebronnen in gemeente Steenbergen. Gegevens over de gebouwde omgeving zijn grotendeels afkomstig uit openbare data en deels uit kengetallen van De WarmteTransitieMakers. De Startanalyse van het Planbureau voor de Leefomgeving is gebruikt om inzicht te krijgen in de kosten voor verschillende oplossingen.
4.1 Warmtevraag 4.1.1
hoeveel aardgas, warm water of elektriciteit geleverd kan worden. Bij de overstap van aardgas naar een duurzame warmtebron is het belangrijk om in de gaten te houden hoe geschikt de huidige kabels en leidingen zijn om de nieuwe warmtebron te benutten. Bij de overstap op warmtepompen kan het zijn dat het elektriciteitsnet verzwaard moet worden. Bij het benutten van een grote warmtebron in de omgeving in combinatie met een warmtenet,, zijn er extra warmteleidingen nodig. Het is mogelijk dat dan de bestaande leidingen voor gas, water of elektriciteit verplaatst moeten worden. Wanneer er groen gas beschikbaar is, moet gecontroleerd worden of de huidige gasleiding geschikt is voor de nieuwe vorm van gas. 10 Het overgrote deel van de woningen en de bedrijven is aangesloten op het aardgasnet. Huishoudens verbruiken aanzienlijk meer energie uit aardgas dan uit elektriciteit (zie Figuur 2). Het stoppen met aardgas is daarom cruciaal in de energietransitie. Huishoudens gebruiken het aardgas hoofdzakelijk voor verwarming (75%). Een kleiner deel wordt gebruikt voor warm water (20%) en om te koken (5%).
TJ of terajoule is een eenheid voor de hoeveelheid energie. 1 TJ = 1.000.000.000.000 joule. 1 TJ komt overeen met het gebruik van ongeveer 31.600 m3 aardgas, of de jaarlijkse hoeveelheid warmteenergie voor 21 gemiddelde Nederlandse woningen.
Huidige situatie
In gemeente Steenbergen stonden op 1 januari 2020 in totaal 10.433 woningen en 1858 panden anders dan woningen.6 Er zijn ongeveer 2.250 bedrijven geregistreerd in Steenbergen.7 Woningbouwcorporaties Stadlander en Woonkwartier hebben een aanzienlijk deel (23%) van de woningen in de gemeente in bezit8. Het totale aardgasverbruik in gemeente Steenbergen in 2019 was 8037 TJ9. Het grootste deel van het gasgebruik werd gebruikt in de glastuinbouw en de industrie van Steenbergen (ruim 5.200 TJ in de glastuinbouw en ruim 2200 TJ in de industrie). Als we kijken naar de gebouwde omgeving werd het grootste deel van het gasgebruik (462 TJ) gebruikt in woningen (zie Figuur 2).
De mogelijkheden voor energiebesparing en voor een nieuwe warmtevoorziening, hangen sterk af van het bouwjaar en het energielabel van het gebouw. Het merendeel van de woningen in gemeente Steenbergen is gebouwd in de periode 1941-1974. Ongeveer 15% van de woningen zijn vooroorlogse panden. Deze laatste zijn vaak lastig te isoleren en maken het zoeken naar een warmtealternatief extra uitdagend.
(Huidige) infrastructuur Momenteel wordt gebouwen in Steenbergen verwarmd met aardgas als energiebron, of met een warmtepomp die op elektriciteit werkt. Aardgas en elektriciteit worden via gasleidingen en elektriciteitskabels naar de gebouwen in Steenbergen getransporteerd. Mogelijk kunnen daar in de toekomst warmteleidingen bijkomen. Deze leidingen transporteren warm water vanaf de warmtebron naar de gebouwen. De grootte van de kabels en leidingen bepaalt 6 7
10
Bron: CBS, 2020 Bron: Allecijfers.nl
In Bijlage C staat meer toelichting van de Netbeheerder bij de impact van de energietransitie op de infrastructuur
8
Bron: CBS, 2020 9 Bron: Klimaatmonitor, 2019
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 12
In Bijlage A staat een kaart met de bouwjaren. In Figuur 1 is de verdeling van energielabels van de woningen te zien.
Figuur 2 Totaal energieverbruik gebouwde omgeving gemeente Steenbergen onderverdeeld in aardgasverbruik en elektriciteitsverbruik. Bron: Klimaatmonitor, 201912
Figuur 1. Energielabels woningen
4.1.2
Bedrijven Bij bedrijven hangt het aardgasverbruik sterk af van het type bedrijf. Sommige bedrijven gebruiken aardgas namelijk niet alleen voor verwarming, maar ook in het bedrijfsproces. In gemeente Steenbergen is een aanzienlijk deel van het gasverbruik van bedrijven toe te wijzen aan de sectoren Landbouw en Industrie. De Transitievisie Warmte richt zich op het duurzaam verwarmen van huizen, kantoren en andere (bedrijfs)gebouwen. Een oplossing vinden voor het aardgasgebruik in industriële processen en de glastuinbouw valt buiten de scope van dit stuk11.
11
Hiervoor zijn in het Klimaatakkoord aparte afspraken gemaakt aan de klimaattafel Industrie en Landbouw en Landgebruik
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 13
Energiebesparing
Om de CO2-uitstoot terug te dringen en woningen van het aardgas af te halen, is energiebesparing vaak de eerste en belangrijkste stap. Voor woningcorporaties en eigenaren van kantoorpanden gelden strenge isolatienormen: zo moeten woningcorporaties op basis van landelijke afspraken hun bezit gemiddeld naar energielabel B of beter brengen en moeten kantooreigenaren hun pand uiterlijk 2023 naar energielabel C of beter gebracht hebben. Deze panden zullen, waar nodig, in de komende jaren grondig aangepakt worden. Voor de toekomst gelden voor de woningcorporaties landelijke standaard- en streefwaarden voor isolatie. De verwachting is daarnaast dat in de komende decennia veel particuliere woningeigenaren met isolatie aan de slag gaan. Voor woningeigenaren zijn er verschillende redenen om energie te gaan besparen. Zo kan hiermee de energierekening aanzienlijk verlaagd worden. Daarnaast zorgt een lager energiegebruik direct voor minder CO2-uitstoot en dus minder milieu-impact. Als laatste, maar zeker niet onbelangrijk: een goed geïsoleerde woning is comfortabel en heeft een prettig binnenklimaat.
12
De glastuinbouw (5219 TJ) en industrie (2254 TJ) zijn buiten de grafiek gelaten: de Transitievisie Warmte gaat in essentie over de gebouwde omgeving.
De mogelijkheden voor isolatie verschillen per bouwperiode en type gebouw. Zie Figuur 3 voor een overzicht.
Nieuwe streefwaarden voor woningisolatie In maart 2021 heeft de Rijksoverheid nieuwe streefwaarden aangekondigd voor de isolatie van particuliere woningen. Uitgangspunt voor de nieuwe standaard is dat naoorlogse woningen geschikt te maken zijn voor lage-temperatuurverwarming: verwarming met water van onder de 55 °C. Woningen van vóór 1945 zijn lastiger te isoleren, waardoor verwarming op hogere temperaturen (70 °C of hoger) voor deze woningen nodig lijkt. De nieuwe woningstandaard wordt (op dit moment) niet verplicht gesteld voor particulieren. Het is de bedoeling van het Rijk om de nieuwe standaard onderdeel uit te laten maken van het verplichte energielabel voor verkoop van woningen. Zo kunnen kopers van de woning beter inschatten of er (en zo ja, welke) kosten nodig zijn om de woning te verduurzamen en geschikt te maken voor verwarming op lage temperatuur.
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 14
Mogelijkheden isolatie Slecht geïsoleerd
<1945
Gemiddeld geïsoleerd
1945-1964
1965-1982
Goed geïsoleerd
1983-2005
>2005
Energielabel F
G
D
Gebouwd zonder isolatie, geen spouwmuur Historisch uiterlijk Beperkte isolatie mogelijk
E
F
C
D
E
B
C
D
A
B
Gebouwd zonder goede isolatie, vaak wel met spouwmuur Nieuwe uitstraling soms wenselijk Rendabel te isoleren
Gebouwd met daken soms gevelisolatie Rendabel te isoleren
Gebouwd met redelijke isolatie Jaren ’80 isolatie vaak kostbaar Jaren’90 gebouwd met dubbel glas en redelijke isolatie
Gebouwd met goede isolatie Lage temperatuur verwarming vaak al mogelijk
Spouwmuur isolatie of isolatie gevel aan de buitenkant Op natuurlijke onderhoudsmomenten dakisolatie HR++ of triple glas
Spouwmuur isolatie of isolatie gevel aan de buitenkant Op natuurlijke onderhoudsmomenten dakisolatie HR++ of triple glas
Op natuurlijke moment is isolatie (dak, gevel, vloer) goed mogelijk Bij voldoende isolatie focus op duurzame installaties
Extra isolatie meestal niet zinvol Focus op duurzame installaties
Maatregelen Isolatie van binnenuit (dak, gevel, vloer) Maatwerk bij monumenten HR++ of triple glas, monumentenglas of voorzetramen Toekomstig Energielabel B
C
D
A
B
A
B
A
B
A
Temperatuur nodig in 2050 Lage temperatuur na goede isolatie (<55 ͦC ) of middentemperatuur (55 ͦC tot 70 ͦC)
Hoge temperatuur >70 ͦC
Lage temperatuur <55 ͦC
Passende aardgasvrije technieken Biomassa Groen gas Hoge temperatuur warmtenet
Warmtenetten op midden- of lage temperatuur Midden- of lage temperatuur warmtepomp
Figuur 3. Niet elke woning heeft dezelfde mogelijkheden voor isolatie.
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 15
Na aanpassing van de radiatoren vrijwel elke techniek geschikt
4.1.3
Toekomstige warmtevraag
Om een inschatting te maken van de verwachte energiebesparing van woningen tot 2050 is een analyse gemaakt van de woningvoorraad in gemeente Steenbergen (bouwjaar, energielabel, oppervlakte van de woningen). In Tabel 2 is te zien wat de verwachte energiebesparing is voor woningen in gemeente Steenbergen. Dit gaat uit van de isolatie die economisch rendabel is. Huizen van voor 1920 bijvoorbeeld, zitten vaak op een energielabel G en zijn tot een energielabel C of D economisch rendabel te isoleren. Deze isolatiestap betekent een energiebesparing van 13%. Voor de verschillende bouwperiodes gelden verschillende besparingspotenties (zie Tabel 2).
Tabel 2. Voorspelde energiebesparing en verbetering van het energielabel door isolatie. We gaan uit van de isolatie die economisch rendabel is. De mogelijke besparing is berekend door (via kengetallen) de warmtevraag van het huidige en het toekomstige energielabel te vergelijken. Voor uitgebreidere uitleg over gebruikte methodes en kentallen, zie Bijlage B.
Voor gemeente Steenbergen leidt dit model tot een totale besparingspotentie van circa 21% van de warmtevraag in bestaande woningen. Het besparingspotentieel van bedrijven is ca. 30% (het landelijk gemiddelde). Omdat bedrijven diverser zijn dan huizen (een kledingwinkel en opslagloods zijn heel anders qua comforteisen en bouwstijl), heeft het besparingspotentieel hiervan een grotere onzekerheid. Zowel bij woningen als bedrijven is het belangrijk ook naar de koudevoorziening te kijken wanneer het gebouw aangepakt wordt. Tabel 1 Huidige en toekomstige warmtevraag gebouwde omgeving. Bron: Klimaatmonitor, 2019 Huidige (TJ)
4.1.4
Hoge, midden- of lage temperatuur
Naast de vraag hoevéél warmte er nodig is per buurt of woning, is ook van belang op welke temperatuur deze warmte beschikbaar moet zijn. Dit noemen we het warmteprofiel. De temperatuur waarop de warmte in de woning verspreid wordt via de radiatoren of vloerverwarming (de zogeheten afgifte-temperatuur) moet passen bij de mate van isolatie van het gebouw en het type radiator.
warmtevraag Toekomstige warmtevraag (TJ)
Woningen
462
364
Bedrijven
102
71
Totaal
564
435
De gecombineerde warmtevraag voor bedrijven en woningen in gemeente Steenbergen zal circa 435 TJ/jaar zijn in 2050. Dit is dan ook de warmtevraag waarvoor we passende warmtebronnen moeten gaan zoeken.13
13
Dit is de warmtevraag exclusief de warmtevraag voor Landbouw en Industrie en ook exclusief warmte die nu al hernieuwbaar wordt opgewekt (voornamelijk houtkachels) van in totaal 50 TJ per jaar: 41 TJ afkomstig van houtkachels en 9 TJ afkomstig van ondiepe bodemenergie m.b.v.
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 16
warmtepompen.
Figuur 4 Warmteprofiel gemeente Steenbergen: de afgifte-temperatuur die nodig is nadat alle rendabele isolatiestappen gezet zijn. We geven clusters weer van huizen met een zelfde warmteprofiel. Individuele huizen zijn niet als cluster in kaart gebracht. In bijlage D staan Inzoomkaarten per kern.
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 17
Woningen Hoe beter de woning geïsoleerd is, hoe lager de afgifte-temperatuur kan zijn (zie Tabel 2). Lagere temperatuur heeft als voordeel dat meer duurzame warmtebronnen dit kunnen leveren, en het rendement is vaak beter. Bij woningen met energielabel G of F of een bouwjaar voor 1945 kan door isolatie het energiegebruik flink verlaagd worden. Meestal is een verbetering van het energielabel mogelijk tot label C of D. Er is dan nog steeds (meestal) hogetemperatuurverwarming nodig (>70 graden). Naoorlogse woningen (energielabel B t/m E of een bouwjaar tussen 1945 en 2005) zijn in veel gevallen (niet alle) geschikt te maken voor verwarming op lage temperatuur (<55 graden). Dit vraagt wel een flinke ingreep in de woning voor extra isolatie en ventilatie. In buurten waar restwarmte beschikbaar is op middentemperatuur (55-70 graden), of veel woningen niet geschikt gemaakt kunnen worden voor lage temperatuur, kan er ook voor gekozen worden om de woningen wat minder vergaand te isoleren, zodat ze geschikt zijn voor verwarming op middentemperatuur. Woningen met een A of B label zijn al goed geïsoleerd. Ze zijn vaak direct geschikt voor lage-temperatuurverwarming (<55 graden), of zijn dat relatief eenvoudig te maken met wat extra isolatie of aanpassing aan de radiatoren.
Bedrijfspanden Voor kantoorpanden gelden vanaf 2023 strengere energie-eisen. Label C is vanaf dan minimaal vereist voor grotere kantoren (>100 m2). Voor kleinere bedrijfsgebouwen gelden deze regels niet. De verwachting is dat de eisen voor utiliteitsbouw en kantoren binnen de EU en binnen Nederland verder aangescherpt zullen worden. De verwachting is daarmee dat het merendeel van de kantoren in 2050 geschikt zal zijn voor lagere of middelhoge temperatuur warmte (zie Tabel 3). Hoe het toekomstige label voor utiliteit bepaald wordt, is toegelicht in Bijlage B. Bij andere bedrijfspanden hangt de warmtevraag sterk af van de functie van het gebouw. Zo is het vaak niet nodig om een opslagloods tot 20°C te verwarmen. Voor bedrijfspanden moet per pand gekeken worden welke warmtevoorziening volstaat. Industriepanden gebruiken soms ook warmte in processen. Hiervoor is vaak zeer hoge temperatuur warmte nodig. Deze industriepanden zijn in de warmteprofielen (Figuur 4) niet meegenomen.
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 18
Tabel 3. Voorspelde warmteprofielen bedrijven (exclusief industrie). Omdat voor kantoorpanden strengere regelgeving geldt, is de verwachting dat veel oudere kantoren grondig gerenoveerd (of nieuw gebouwd) gaan worden. Daardoor is een groot deel van de kantoorpanden in de toekomst geschikt voor lage-temperatuurverwarming.
In Figuur 4 is voor clusters woningen, kantoren en overige utiliteit het warmteprofiel weergegeven: de afgifte-temperatuur die op termijn realistisch is. Op dit moment (2021) gebruiken bijna alle huizen in gemeente Steenbergen nog een cv-ketel met een hoge afgiftetemperatuur: alle huizen zou je daarom rood kunnen inkleuren op een gemeenteplattegrond. Wanneer alle huizen de besparingsstap zetten die past bij hun huis, verbetert hun warmteprofiel. Deze verbeterde warmteprofielen zijn per cluster van huizen op de kaart gezet in Figuur 4. Overigens ligt de techniek die gekozen wordt voor de warmtevoorziening hiermee nog niet vast: voor elke temperatuurrange bestaan immers diverse oplossingen, per woning of collectief (met een warmtenet).
4.1.5
Concentratie van de warmtevraag
Hoe de warmtevraag over de gemeente verdeeld is, is van belang voor de mogelijke alternatieven voor aardgas. Gebieden met een geconcentreerde warmtevraag (veel panden bij elkaar of panden met een hoge warmtevraag) kunnen geschikt zijn voor de aanleg van een warmtenet. Dit is dan één van de technische oplossingen die vergeleken wordt. Bij een lage warmtedichtheid liggen individuele oplossingen (zoals een warmtepomp) of duurzaam gas meer voor de hand. Voor gemeente Steenbergen is de concentratie van de toekomstige warmtevraag van woningen zichtbaar gemaakt in Figuur 5 In de gebieden met de donkerste tinten , vanaf 1000 GJ/ha, is een warmtenet kansrijk, als er een geschikte warmtebron in de buurt is. Onder de 500 GJ/ha is een warmtenet in veel gevallen financieel niet haalbaar, en zijn individuele oplossingen voordeliger. Tussen 500 en 1000 GJ/ha hangt het af van de omstandigheden, zoals het type warmtebron en de afstand tussen woningen en de warmtebron.
GJ/ha of GigaJoule per hectare is een eenheid voor de concentratie of dichtheid van de warmtevraag. Als woningen dicht op elkaar staan of een hoge warmtevraag hebben, is deze hoger.
Warmtenetten Warmtenetten (of collectieve oplossingen) bestaan uit leidingen onder de grond, die warm water transporteren van een warmtebron naar de woningen. Warmtenetten bestaan in verschillende soorten, maten en temperaturen. Er zit verschil in de temperatuur van de bron, en de temperatuur van de warmte die in de woning wordt aangeleverd. Zo kan een warmtenet op een temperatuur aangelegd worden die direct in de woning gebruikt kan worden – dat is mogelijk bij een wat hogere temperatuur van de bron. Ook kan een lage brontemperatuur in de woning of per buurt met een warmtepomp verder worden verhoogd. Waarom een warmtenet? Een deel van de beschikbare warmtebronnen is alleen in te zetten als er een warmtenet wordt aangelegd om de warmte van de bron te transporteren naar de woningen. Een voordeel van overschakelen op een warmtenet is dat het in veel gevallen een minder grote ingreep in de woning vraagt dan overschakelen op een warmtepomp. Bewoners worden dus ontzorgd. Soms is een warmtenet de goedkoopste oplossing, maar alleen als de concentratie van de warmtevraag groot genoeg is. Prijzen en regelgeving Landelijk wordt de regelgeving over warmtenetten aangepast. Er is een nieuwe warmtewet aangekondigd voor 2022.
De verwachting is dat in ieder geval wordt vastgelegd dat bewoners het recht hebben op een aansluiting als er een warmtenet in de wijk aanwezig is,, maar niet de plicht om aan te sluiten. Een bewoner houdt dus de vrijheid om zelf voor de woning een andere oplossing te kiezen, zoals een warmtepomp. In de nieuwe warmtewet zullen ook nieuwe afspraken worden gemaakt over de tarieven voor consumenten. De gemeente houdt de landelijke ontwikkelingen en nieuwe wetgeving in de gaten.
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 19
Figuur 5. De verwachte toekomstige warmtedichtheid in gemeente Steenbergen. De warmtedichtheid is gebaseerd op de warmtevraag die over blijft na besparingsmaatregelen zoals in Tabel 2. In bijlage D staan Inzoomkaarten per kern.
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 20
4.2 Warmtebronnen In dit hoofdstuk beschrijven we welke warmtebronnen in gemeente Steenbergen beschikbaar zijn om in 2050 in de overgebleven warmtevraag (dus de warmtevraag na energiebesparing) te voorzien. We beschrijven eerst de warmtebronnen die individueel (per woning of appartementencomplex) in te zetten zijn, daarna de bronnen die geschikt zijn voor een warmtenet. Ter vergelijking: de totale warmtevraag die we verwachten in 2050 is ca. 435 TJ (zie paragraaf 4.1).
4.2.1
Warmtebronnen voor individuele oplossingen
De volgende warmtebronnen zijn per woning, per gebouw, of per rijtje huizen in te zetten. Luchtwarmtepompen Luchtwarmtepompen halen warmte uit de buitenlucht om de woning te verwarmen, en gebruiken hiervoor elektriciteit. Het is een individuele oplossing, die per woning of per appartementencomplex toegepast kan worden. De standaard luchtwarmtepomp geeft warmte op lage temperatuur. Een woning moet dan – net als voor andere lage temperatuur-oplossingen – goed geïsoleerd zijn en er is een passend warmte-afgiftesysteem nodig, zoals vloerverwarming of lage temperatuurradiatoren. Er zijn ook midden- en hoge temperatuur warmtepompen op de markt, waarvoor vaak minder aanpassingen in de woning nodig zijn. Deze hebben wel een hoger elektriciteitsverbruik. Luchtwarmtepompen zijn op grote schaal inzetbaar in de gehele gemeente. Warmte-koudeopslag (WKO) en bodemwarmtepompen Omdat de bodem een vrij constante temperatuur heeft, kan in de zomer koude en in de winter warmte gewonnen worden uit de bodem. Er bestaan individuele en collectieve vormen van bodemenergie, in zowel open als gesloten systemen. Ze benutten de bovenste laag van de bodem, tussen de 20 en 300 m diep. Op deze diepte kan warmte op lage temperatuur gewonnen worden (< 20 °C). In de zomer wordt warmte ondergronds opgeslagen, in de winter wordt die weer gebruikt.
WKO of een bodemwarmtepomp geven daarom niet alleen warmte in de winter, maar ook koeling in de zomer. Om de bodem in balans te houden, moet de vraag naar warmte en koude in balans zijn, of er moet warmte uit een andere warmtebron worden toegevoegd. Dit heet regeneratie van de bron. WKO is daarom in te zetten in combinatie met andere warmtebronnen, zoals zonnewarmte, extra koeling van gebouwen of thermische energie uit oppervlaktewater (TEO).
14
Bron: Warmteatlas
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 21
Een eerste inschatting van de totale capaciteit van de bodem in gemeente Steenbergen is 600 TJ per jaar voor gesloten systemen en ruim 900 TJ voor open systemen14. Dat is op basis van de bebouwde oppervlakte in de gemeente, omdat een WKO systeem dichtbij de warmtevraag moet zitten om het als een rendabel systeem te kunnen realiseren. Het is te verwachten dat de daadwerkelijke potentie lager ligt, omdat bodemenergie op sommige plaatsen (bijvoorbeeld in oude kernen) lastig in te passen is of omdat de afstand tot de gebouwen te groot is. Zonnewarmte (dak) De warmte wordt gewonnen met zonnecollectoren op het dak. Er bestaan gecombineerde panelen die zowel elektriciteit als warmte leveren, die worden PVT-panelen genoemd (photovoltaïsch-thermisch). Deze worden dan gecombineerd met een warmtepomp. De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar heeft een groot potentieel. In principe is elke goed geïsoleerde woning met voldoende ruimte op het dak geschikt. Pelletkachels In een pelletkachel of pellet-cv worden korrels van houtachtig materiaal verstookt. Omdat hierbij fijn stof vrij komt, is de techniek niet geschikt om op grote schaal toe te passen in woonwijken. Ook is er maar beperkt duurzame houtachtige biomassa beschikbaar. In het buitengebied kan het echter op kleine schaal een optie zijn, als andere mogelijkheden ontbreken.
Infraroodpanelen Infraroodpanelen maken stralingswarmte. In tegenstelling tot wat we gewend zijn, wordt niet alle lucht in de ruimte verwarmd, maar alleen die plekken waar mensen zijn. Ze gebruiken aanzienlijk meer elektriciteit dan een warmtepomp, maar doordat de warmte heel gericht wordt ingezet, kan het toch voordelig zijn. Infraroodpanelen zijn vooral geschikt voor ruimtes die maar af en toe gebruikt worden, zoals een zolder.
4.2.2
Warmtebronnen voor een warmtenet
Aardwarmte (ondiep en diep) Aardwarmte of geothermie is het winnen van de warmte van de aarde, vanaf 500 m tot 1 km (ondiep, tot 50 °C) en van 1 tot 7 km diep (diep/ultradiep, tot > 100 °C). De potentie voor geothermie is in de RES 1.0 vastgesteld voor de regio West-Brabant. De totale potentie voor
ondiepe geothermie in West-Brabant is geschat op bijna 12,000 TJ per jaar.15 Nader onderzoek is nodig om te bepalen op welke plekken in gemeente Steenbergen aardwarmte het best gewonnen kan worden en wat de potentie op die plekken is. Voor ondiepe geothermie bronnen is een potentie van ongeveer 100 TJ per doublet haalbaar. 16 Voor diepe of zelfs ultradiepe geothermie kan het een meervoud van deze potentie per doublet zijn. De onzekerheid van de inzetbaarheid van ultradiepe geothermie is echter nog groot. EBN heeft in het SCAN onderzoek al aanvullende informatie over de ondergrond verzameld. In Steenbergen is er ook een opsporingsvergunning om door middel van een boring meer te weten te komen over de potentie voor geothermie.17 EBN is momenteel met een onderzoek naar de potentie van geothermie bezig, wat tot aanvullende inzichten kan leiden.
Extra elektriciteitsopwekking voor de verschillende warmtebronnen Vrijwel elke aardgasvrije warmte-oplossing gebruikt extra elektriciteit om de warmte te produceren. De hoeveelheid elektriciteit die nodig is verschilt sterk per oplossing. Voor bijvoorbeeld restwarmte en geothermie is weinig extra elektriciteit nodig. Voor verwarmen met waterstof juist erg veel (het produceren van groene waterstof kost veel elektriciteit). Een warmtepomp kan warmte uit de omgeving benutten, zoals warmte uit de bodem, buitenlucht of oppervlaktewater. Met elk deel elektriciteit worden 3-4 delen warmte uit de buitenlucht, bodem of oppervlaktewater gehaald. Een warmtepomp is daarom efficiënter dan waterstof. Dit geldt zowel voor individuele warmtepompen per woning, als voor warmtenetten met een collectieve warmtepomp. Een andere manier om de benodigde elektriciteit te beperken is goed isoleren: er is dan minder warmte nodig én de warmte hoeft dan niet tot hoge temperaturen te worden gebracht.
Thermische energie uit oppervlaktewater Uit oppervlaktewater is warmte te winnen met een warmtewisselaar. Deze warmte kan in de bodem worden opgeslagen en in de winter worden gebruikt. Met een (vaak lage temperatuur) warmtenet komt de warmte bij de gebruikers. Kijkend naar de oppervlaktewateren in de buurt van de gebouwde omgeving, hebben die samen ongeveer een potentie van ruim 800 TJ per jaar.18 Er zijn een aantal wateren met een relatieve grote potentie:
Hieronder is weergegeven hoeveel extra windmolens er nodig zouden zijn, wanneer (na isolatie) alle toekomstige warmtevraag in de gebouwde omgeving van Steenbergen wordt voorzien met verschillende warmtebronnen.
Steenbergsche haven: 158 TJ per jaar Water ten noorden en zuiden van Doornedijkje (Steenbergen): 119 en 125 TJ per jaar Rietkreek (Nieuw-Vossemeer): 132 TJ per jaar Havenweg (Dinteloord): 104 TJ per jaar Tuimelaarskreek (Kruisland): 135 TJ per jaar
Daarnaast zijn er nog een aantal wateren met een potentie kleiner dan 25 TJ per jaar: het water bij Wijngaarden Bolwerk, het water bij Middenwal, Watergang De Heen en Boomvaart of Wouwsche Beek.
15
Een doublet betekent dat er op twee plekken in de ondergrond geboord wordt: op één plek wordt warm water omhoog gepompt en op een andere plek wordt het afgekoelde water terug gebracht in de bodem.
Bron: RES West-Brabant 16
Uitgaande van een capaciteit van 5 MWth en 6000 vollasturen
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 22
17
Bron: https://www.nlog.nl/sites/default/files/202011/SCAN%20Survey%20Gebied%20DE%20voor%20publicatie%2020191030.pdf 18 Bron: Warming UP Aquathermie potentiekaart
Riothermie (Thermische Energie uit Afvalwater – TEA) Uit afvalwater is ook warmte te winnen met een warmtewisselaar. In gemeente Steenbergen staat een Rioolwaterzuiveringsinstallatie (RWZI) bij Dinteloord met een restwarmte potentie van 5 à 10 TJ per jaar.19 In de andere woonkernen staan rioolgemalen, maar deze hebben een te kleine potentie voor restwarmte om als restwarmtebron verder te verkennen. Uit de hogedrukrioolleidingen is mogelijk ook restwarmte te benutten, maar de potentie hiervan is nog onzeker. Zonnewarmte (veld) Warmte uit zonnecollectoren kan ook collectief worden ingezet, zowel grootschalig als kleinschalig. Zonnecollectoren of PVT-panelen (die warmte en elektriciteit opwekken) worden in veldopstelling of op een groot dak geplaatst en de warmte wordt via een warmtenet verspreid. Het maximaal potentieel voor zonnewarmte is ongeveer 10 TJ per hectare in een veldopstelling en ongeveer 2 GJ per vierkante meter in een dak opstelling.20 De techniek is nog niet op grote schaal ingezet voor het verwarmen van de gebouwde omgeving, maar gezien het grote potentieel interessant om te onderzoeken. In de RES is een inschatting van ruim 6000 TJ voor zonnecollectoren in de regio West-Brabant.21.
Restwarmte bedrijven Bij industriële processen blijft soms warmte over, die niet binnen het bedrijf gebruikt kan worden. Afhankelijk van het type bedrijf is dit lage, middelhoge of hoge temperatuur warmte, die door middel van een warmtenet ingezet kan worden voor verwarming. In gemeente Steenbergen zijn twee bedrijven waarvoor in de openbare data een restwarmte potentie gegeven is: minimaal 25 TJ restwarmte bij Datacenter Nedzone en minimaal 90 TJ restwarmte per jaar bij Cosun Beet Company.23 Er is eerder verkend of Cosun Beet Company restwarmte kan leveren, maar die koppelkans lijkt klein. Het oogst- en verwerkingsseizoen van de bieten is ook seizoensgebonden, waardoor er niet op alle wenselijke momenten restwarmte beschikbaar kan komen. De leveringszekerheid (op lange termijn) is bij alle restwarmte een aandachtspunt. Daarnaast wordt er in het project Osiris onderzoek gedaan naar de mogelijke inzet van restwarmte en het aanvoeren vanuit CO2 vanuit de afvalcentrale in Roosendaal. De glastuinbouwgebieden en kunnen daar mogelijk gebruik van maken. Woningen zouden mogelijk ook restwarmte kunnen benutten wanneer dat haalbaar en betaalbaar blijkt, maar dit moet verder onderzocht worden. Tot slot, is er mogelijk restwarmte beschikbaar vanuit Moerdijk. Deze regionale ontwikkeling wordt ook in de gaten gehouden.
Biomassa (houtachtig) Biomassa is de verzamelnaam voor diverse soorten organisch materiaal, zoals voedselresten, snoeihout, meststromen en productiebossen. Er zijn vele vormen van biomassa, maar de inzet van biomassa voor het verwarmen van woningen zal naar verwachting gering blijven. Dit heeft te maken met de beperkte beschikbaarheid van duurzaam beschikbare biomassa én de andere toepassingsmogelijkheden die biomassa heeft. Biomassa kan meegestookt worden in grote energiecentrales en op kleinere schaal ingezet worden met pelletkachels. De potentie voor de productie van warmte uit resthout op het grondgebied van gemeente Steenbergen is geschat op 35 TJ per jaar22.
19
21
Bron: Warming UP Aquathermie potentiekaart
Bron: RES West-Brabant 1.0 Bron: Warmteatlas, juli 2021 23 Bron: Warmtebronnenregister Noord-Brabant, juli 2021 22
20
Bron: Berenschot position paper: Kansen voor zonnewarmte in het hart van de energietransitie
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 23
van biomassa.25 Biogas kan geïmporteerd worden uit andere gebieden, maar binnen Nederland is de beschikbaarheid zeer beperkt (zie kader).
Waterstof, biogas en biomassa Over de inzet van waterstof, biogas (ook wel groengas) en biomassa is veel te doen. Het lijken eenvoudige oplossingen, waarbij weinig aanpassingen in de woning en aan de leidingen nodig zijn. Helaas kleven er nadelen en beperkingen aan het gebruik ervan. Zo is er veel elektriciteit nodig om waterstof te produceren. Deze elektriciteit wordt nu voornamelijk uit fossiele energiebronnen zoals kolen en aardgas gemaakt. Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en de verwachting is dat dit voorlopig zo zal blijven. Ook groen gas en biomassa zijn niet ruim voorhanden. Waterstof, biogas en biomassa zijn bij uitstek geschikt om hoge temperaturen te leveren. Het is dan ook het meest logisch om ze in te zetten waar ook echt een hogere temperatuur nodig is. Voor verschillende sectoren is dit essentieel, bijvoorbeeld proceswarmte voor de industrie en het verduurzamen van de vliegtuigsector. Ook kan waterstof een belangrijke rol spelen in het balanceren van het elektriciteitsnet, wanneer hier meer zon- en windenergie op aangesloten wordt. Woningen liggen minder voor de hand om met zulke schaarse hoge temperatuurwarmte te verwarmen, omdat dit ook op andere manieren kan.
4.2.3
Duurzaam gas
Biogas Biogas wordt geproduceerd door organisch materiaal te vergisten. Verschillende vormen van biomassa kunnen als grondstof dienen voor het produceren van biogas, waaronder vloeibare mest, GFT-afval en de bio restfractie van akkerbouw en grasland. De beschikbaarheid van deze reststromen op het grondgebied van gemeente Steenbergen is genoeg voor circa 800 TJ per jaar.24 De potentie in gemeente Steenbergen is relatief hoog, vanwege de grote reststromen van de akkerbouw. Cosun Beet Company benut al 540 TJ aan warmte geproduceerd door vergisting
24
Bron: Warmteatlas
25
Bron: RES West-Brabant 1.0
DWTM21053 – TVW Steenbergen Fase 1 24
Waterstof Waterstof is geen energiebron, maar een energiedrager. Om waterstof te maken wordt tot nog toe meestal elektriciteit gebruikt uit fossiele gas- en kolencentrales (grijze waterstof). Het is ook mogelijk om groene energie te gebruiken (groene waterstof). Groene waterstof is vooralsnog duur en schaars, en zal dat voorlopig waarschijnlijk blijven. Met waterstof kan warmte op hoge temperaturen gemaakt worden. Het is dan ook het meest logisch om waterstof in eerste instantie in te zetten daar waar hoge temperaturen noodzakelijk zijn, zoals in de industrie, zwaar transport of het balanceren van het elektriciteitsnet. Een voordeel van waterstof is wel dat – met beperkte aanpassingen – het bestaande gasnet gebruikt kan worden. Ook zijn de vereiste ingrepen in de woning beperkt, omdat waterstof warmte kan leveren op hoge temperatuur. Omdat waterstof duur is (veel duurder dan aardgas), zal isolatie van de woning wel wenselijk blijven. In Nederland wordt tot aan 2030 zeer beperkt ingezet op kleinschalige pilots. Op de langere termijn is waterstof misschien een optie voor lastig te verwarmen gebouwen zoals monumenten.