Rekenkamercommissie rapport bezuinigingen sportaccommodaties BEM1900745.pdf
Tekst van het document
Rekenkameronderzoek Effecten van de bezuinigingen op de gemeentelijke sportaccommodaties Een zoektocht, in het balanceren tussen twee doelen
Rekenkamercommissie
22 oktober 2018
Managementsamenvatting Zoals veel gemeenten in Nederland geeft de gemeente Steenbergen invulling aan haar veranderende rol. Dit komt tot uiting door zich als decentrale overheid meer te richten op regie en haar faciliterende rol, waarbij niet specifiek gemeentelijke kerntaken op afstand worden geplaatst. In overleg met burgers en/of andere participerende partijen draagt de gemeente bepaalde taken aan hen over. Hierbij moet vermeld worden dat die veranderende rol ook vaak wordt ingegeven door in- en externe noodzaken, zoals realiseren van bezuinigingen. De daarover te nemen besluiten, zoals aard en omvang van bezuinigingen - en vooral de uitvoering ervan in de praktijk - is dikwijls niet eenvoudig. Dit blijkt ook zo te zijn voor de gemeente Steenbergen; de uitvoering vereist veel ‘stuurmanskunst’. In de zin van: het tijdig betrekken van de betrokken partijen in een bezuinigingstraject, het onderhouden van voortdurende communicatie gedurende het traject met hen, en tot slot aandacht voor nazorg en evaluatie: wat ging goed en wat kan beter? In dit voorliggende onderzoek richt de rekenkamercommissie (hierna RKC) zich op het onderzoeken van de doeltreffendheid1 en doelmatigheid2, van de door de gemeente Steenbergen beoogde bezuinigingen op gemeentelijke sportaccommodaties. Dit gebeurt aan de hand van een centrale vraagstelling en zes daarvan afgeleide deelvragen.
Rondom het proces van besluitvorming en uitvoering van de beoogde bezuinigingen constateert de RKC een aantal verbetermogelijkheden. In 2012-2013 heeft de gemeente Steenbergen een aanvang gemaakt met voorbereidingen om te komen tot het maken van keuzes, omtrent aard en omvang van een breed pallet bezuinigingsonderdelen. Onder begeleiding van een extern bureau zijn sessies georganiseerd met de gemeenteraad, het maatschappelijk middenveld en de ambtelijke organisatie. De sessies hebben geleid tot een aantal bezuinigingsscenario’s, en aan de hand daarvan zijn afwegingen en keuzes gemaakt over de te bezuinigen onderdelen en omvang van de bedragen. Het doel van de bezuinigingen was voor de gemeente vooral de noodzaak om fors te bezuinigingen op de gemeentelijke sportaccommodaties en stond als doel op zichzelf. In het kader van de beoogde bezuinigingen staan daarbij in de ‘Startnotitie Privatisering’ (2014) onder meer twee doelstellingen geformuleerd: de sportverenigingen meer verantwoordelijkheden geven voor sport- en welzijnsaccommodaties, waarvan zij gebruik van maken, dat de sportverenigingen in de toekomst gezond en sterk blijven. Samenvattend concludeert de RKC dat de bezuinigingen niet erg doeltreffend zijn geweest. Met het beoogde bezuinigingsbedrag als uitgangspunt - zoals geformuleerd in de ‘Startnotitie Privatisering’ (2014) - is dit bedrag niet volledig gerealiseerd.
Op basis van informatie van de ambtelijke organisatie (zie tabel 1), is op te maken dat de bezuinigingstaakstelling voor 52% gerealiseerd is. Echter, bij dit percentage is een nuancering op zijn plaats omdat de taakstelling later in het bezuinigingstraject (in 2016) is bijgesteld. De bijstelling is mede gebeurd nadat uit een extern onderzoek, naar de spankracht van de buitensportverenigingen, naar voren is gekomen dat de
1 Onder doeltreffendheid wordt verstaan de mate waarin de bezuinigingen gerealiseerd zijn. 2 Onder doelmatigheid wordt verstaan de verhouding tussen de gerealiseerde bezuinigingen en de middelen die daarvoor zijn inge-
zet.
Pagina 2 van 40
buitensportverenigingen verdere bezuinigingen niet meer op konden brengen. Gecorrigeerd voor de heroverweging van de bezuinigingstaakstelling bedraagt de realisatie daardoor 95%. Omdat de gemeente geen evaluatie heeft gemaakt van het bezuinigingstraject heeft de RKC niet kunnen constateren of de verenigingen - na de bezuinigingen - ook daadwerkelijk meer verantwoordelijkheden ervaren, en in de toekomst gezond en sterk zullen blijven. Over de doelmatigheid van de bezuinigingen kan de RKC zich geen oordeel vormen, omdat de gemeente daarvan eveneens geen evaluatie heeft uitgevoerd. Ook heeft de RKC geen informatie aangetroffen welke erop wijst dat - ten behoeve van de bezuinigingen - een vorm van administratie van daarvoor ingezette middelen en/of besteedde uren gevoerd is. Om de uitvoering van het bezuinigingsproces gestructureerd in goede banen te leiden, was bij de inrichting van het proces zoals vermeld in ‘Startnotitie Privatisering’ (2014) een stuurgroep en een projectgroep voorzien. Aan de invulling van beide groepen is geen invulling aangegeven. In het collegeprogramma 2014 - 2018 is opgetekend dat begeleiding, voortgang en monitoring plaats zou vinden op uitvoeringsonderdelen van het thema ‘Sport en Cultuur’.
De RKC heeft geen informatie kunnen achterhalen waaruit blijkt dat een dergelijke monitoring ook daadwerkelijk heeft plaatsgevonden en constateert dat hieraan geen invulling is gegeven. De bestuurders/verantwoordelijken van de sportaccommodaties spreken hun waardering uit over de wijze waarop gedurende het traject van uitvoering van de bezuinigingen ambtenaren van de gemeente Steenbergen bereikbaar waren, voor het geven van toelichting en ondersteuning. De RKC constateert hierbij wel dat bij beide partijen toch ook een bepaalde beleving heerst dat zij te allen tijde open staan voor elkaars ideeën en/of vragen, maar dat zij dat in de praktijk niet altijd zo direct ervaren. De raad is gedurende het bezuinigingsproces op gezette tijden en op verschillende manieren door het college geïnformeerd over de voortgang van de bezuinigingen. Het informeren geschiedt onder meer aan de hand van perspectiefnota’s, begrotingen en jaarrekeningen. Daarbij is geen gebruik gemaakt van een integraal informatie-instrument, zoals een adequate monitor of stuurmiddel. Dergelijke instrumenten kunnen de raad helpen bij het ontwikkelen van een overall inzicht in de voortgang van de bezuinigingen. Daarbij helpt het de gemeenteraad om voorafgaand aan beoogde bezuinigingen een helder kader te formuleren.
Een dergelijk kader zorgt gedurende het bezuinigingstraject voor duidelijkheid en biedt mogelijkheden om als raad tijdig en met behulp van de hiervoor aangehaalde instrumenten tijdig bij te sturen indien bezuinigingen niet, slechts ten dele, of boven verwachting gerealiseerd worden. Tot slot vindt de RKC het relevant om hier te vermelden dat uit de gevoerde gesprekken en interviews met de bestuurders van de sportaccommodaties en verenigingen een enorme drive en passie naar voren komt. Samen met hun vrijwilligers proberen zij invulling te geven aan een belangrijke sociaal maatschappelijke functie in Steenbergen en de dorpskernen. Daarmee dragen zij hun steentje bij aan participatie en cohesievorming tussen inwoners.
Pagina 3 van 40
Inhoudsopgave Managementsamenvatting ............................................................................................................. 2 1.
2.
3.
Inleiding ................................................................................................................................... 5 1.1
Aanleiding ........................................................................................................................ 5
1.2
Probleemschets ............................................................................................................... 5
1.3
Doelstelling en centrale vraag ......................................................................................... 6
1.4
Deelvragen ....................................................................................................................... 6
1.5
Onderzoeksmethoden en afbakening van het onderzoek .............................................. 6
1.6
Leeswijzer ........................................................................................................................ 6
Gemeenten en sporten............................................................................................................ 7 2.1
Het belang van sporten voor de samenleving ................................................................. 7
2.2
Trends in sportaccommodaties ....................................................................................... 8
Onderzoek en analyse ........................................................................................................... 12 3.1 Soort en omvang van de bezuinigingstaakstelling .............................................................. 12 3.2 Tijdlijn en toelichting op de bezuinigingen .......................................................................... 12 3.3 Resultaten van de bezuinigingen ......................................................................................... 13 3.3.1 Binnensportaccommodaties ......................................................................................... 14 3.3.2 Buitensportaccommodaties ......................................................................................... 15 3.4 Impact van de bezuinigingen ............................................................................................... 15 3.4.1 Financiële impact .......................................................................................................... 15 3.4.2 Maatschappelijke impact.............................................................................................. 15
4.
Bevindingen en discussiepunten ........................................................................................... 17
5.
Conclusies en aanbevelingen................................................................................................. 20 Bijlage 1. Bestuurlijke reactie ............................................................................................ 22 Bijlage 2. Nawoord rekenkamercommissie ....................................................................... 25 Bijlage 3. Onderzoeksmethodologie .................................................................................. 26 Bijlage 4 Overzicht van documenten (adviesnota’s Burgemeester & wethouders).......... 28 Bijlage 5. Overzicht van functies van de geraadpleegde personen ................................... 37 Bijlage 6. Geraadpleegde documenten ............................................................................. 38 Bijlage 7. Lijst met tabellen en figuren .............................................................................. 39 Bijlage 8. Amendement 31 oktober 2013 .......................................................................... 40
Pagina 4 van 40
1.
Inleiding
1.1 Aanleiding Sport is een belangrijk bindmiddel in onze huidige maatschappij: het brengt mensen letterlijk en figuurlijk bij elkaar. Sportverenigingen zijn vaak een belangrijke spil in de samenleving en geven voor een deel invulling aan de sociale infrastructuur en de leefbaarheid in dorpen. Achter het woord ‘sport’ gaat feitelijk een hele wereld schuil en dat maakt sport ook zo uniek. Dat de lokale overheid een rol speelt in deze wereld lijkt evident, het gelegenheid geven tot sportbeoefening is een teamsport. Daar staat tegenover dat de overheid meer terugtreedt als het gaat om uitvoerende zaken en dat zij prioriteit geeft aan zelfredzaamheid en zelfwerkzaamheid van burgers en maatschappelijke organisaties. Hoe groot deze rol moet zijn in de veranderende samenleving is dan ook een interessante kwestie. Zeker in het licht van de benodigde bezuinigingen waar veel overheden voor staan. Ook in de gemeente Steenbergen zijn de sportaccommodaties onderdeel van de bezuinigingsopgave waar de gemeente Steenbergen voor staat. Gezien de omvang, het doel en de maatschappelijke effecten die dergelijke bezuinigingen met zich mee kunnen brengen, heeft de RKC besloten om hier onderzoek naar uit te voeren.
De RKC richt zich in het onderzoek vooral op de doelmatigheid en doeltreffendheid van de bezuinigingen, maar ook tracht zij de (maatschappelijke) effecten van deze bezuinigingen inzichtelijk te maken. De RKC is van mening dat de resultaten van het onderzoek de gemeenteraad voorziet van meer inzicht in wenselijke en minder wenselijke (bezuinigings)effecten. En biedt daarmee de raad meer handvatten en aanknopingspunten voor dialoog bij het nemen van besluiten over bezuinigingen in de toekomst.
1.2 Probleemschets Zoals aangegeven in de aanleiding heeft de gemeente Steenbergen een bezuinigingsopgave. De door de gemeenteraad van Steenbergen vastgestelde Programmabegroting 2014-2017 omvat bezuinigingsopgaven van in totaal € 1.605.800.-. De bezuinigingen hebben betrekking op de eigen gemeentelijke organisatie (€ 444.200,-) en op externe organisaties. De gemeenteraad van Steenbergen besloot in 2014 dat € 240.000,- euro bezuinigd moest worden op de buitensportaccommodaties. Een deel daarvan is behaald met onder andere het overdragen van de kleedlokalen aan de verenigingen. Naast de bezuiniging op buitensportaccommodaties lag er ook een bezuiniging van € 130.000,- (Startnotitie Privatisering, 2014) voor de twee buitenzwembaden. Vervolgens heeft de door de gemeenteraad vastgestelde Perspectiefnota 2016-2020, geleid tot een heroverweging van een aantal nog uit te voeren bezuinigingsopgaven. Een heroverweging ingegeven door de verwachting dat verder overdragen van taken met bijhorende kosten de levensvatbaarheid van de clubs in gevaar gaat brengen. Daarom is besloten om een aantal bezuinigingen niet meer uit te voeren. Het gaat hierbij om: de exploitatie buitensportaccommodaties, exploitatie zwembaden, de balie van het gemeentehuis en een algemene bezuiniging op de gemeentelijk bedrijfsvoering.
Een aantal voorgenomen bezuinigingen zijn uitgevoerd en een aantal bezuinigingen zijn van de baan. In het kader van afbakening van het onderzoek, richt de RKC zich specifiek op casussen waar (voorgenomen) bezuinigingen op gemeentelijke sportaccommodaties plaatsvinden, of reeds hebben plaatsgevonden. De casussen die onderdeel vormen van het onderzoek zijn: zwembaden Aquadintel en De Meermin; sportparken Steenbergen, Nieuw-Vossemeer, Kruisland, Molenkreek Dinteloord, De Heen, ‘t Zandbaantje; sporthal De Buitelstee en sport- en ontmoetingscentrum ’t Cromwiel.
Pagina 5 van 40
1.3 Doelstelling en centrale vraag De doelstelling van het onderzoek is: inzicht verkrijgen in de financiële en maatschappelijke effecten van de bezuinigingen op de (gemeentelijke) sportaccommodaties. Voor dit onderzoek richt de RKC zich op de periode 2012-2017, omdat in deze periode de gemeente Steenbergen een aanvang gemaakt heeft met het voorbereiden en uitvoeren van bezuinigingen. Met de uit het onderzoek verkregen informatie geeft dit onderzoek antwoord op de centrale vraag: wat zijn de financiële en maatschappelijke effecten van de bezuinigingen op de gemeentelijke sportaccommodaties, die plaatsvonden in de periode 2012-2017?
1.4 Deelvragen Om de centrale vraag te beantwoorden zijn een zestal deelvragen geformuleerd. Door deze deelvragen te beantwoorden is kennis vergaard die nodig is om een antwoord te kunnen geven op de centrale vraag. De zes deelvragen luiden als volgt: 1. Welk doel werd beoogd met de bezuinigingen op de sportaccommodaties? 2. Binnen welke kaders hebben de bezuinigingen plaatsgevonden? 3. Op welke wijze vindt sturing plaats op de uitvoering van de bezuinigingen in de gemeentelijke organisatie? 4. Wat zijn de financiële resultaten van de bezuinigingen? 5. In welke mate is het doel van de bezuinigingen bereikt? 6. Welke maatschappelijke ervaringen ondervinden betrokkenen in de praktijk van de bezuinigingen op de sportaccommodaties?
1.5 Onderzoeksmethoden en afbakening van het onderzoek Voor de beantwoording van de zes deelvragen heeft de RKC gebruik gemaakt van een aantal methoden en technieken. Deze staan inhoudelijk toegelicht in bijlage 3. Voor de afbakening van dit onderzoek zijn de volgende uitgangspunten gehanteerd: het onderzoek richt zich specifiek op bezuinigingen op de gemeentelijke sportaccommodaties, in de periode 2012-2017. Daar waar nodig, in het belang van het onderzoek, is ook informatie van voor die periode gebruikt. de casussen die onderdeel vormen van het onderzoek zijn: zwembaden Aquadintel en De Meermin; sportparken Steenbergen, Nieuw-Vossemeer, Kruisland, Molenkreek Dinteloord, De Heen, ‘t Zandbaantje; sporthal De Buitelstee en sport- en ontmoetingscentrum ’t Cromwiel.
1.6 Leeswijzer Na dit inleidende hoofdstuk, volgt in hoofdstuk twee een korte omschrijving over de relatie van gemeenten en sporten, en de trends op het gebied van sportaccommodaties. Hieruit volgt een kader dat als toetsingsinstrument dient voor het onderzoek. In hoofdstuk drie is het onderzoek weergegeven op basis van een analyse van de verschillende casussen. Hoofdstuk vier bevat de bevindingen in de vorm van beantwoording van de deelvragen en een aantal discussiepunten. Tot slot komen in hoofdstuk vijf de conclusies en aanbevelingen aan de orde.
Pagina 6 van 40
2.
Gemeenten en sporten
2.1 Het belang van sporten voor de samenleving Aan het thema sport en bewegen wordt een groot maatschappelijk belang toegekend, aangezien het een meerwaarde heeft als middel om grote maatschappelijke uitdagingen ten goede te keren en daar een essentiële bijdrage aan te leveren. Hoewel er in de wetenschappelijke literatuur geen eenduidige definitie bestaat van wat ‘maatschappelijk belang van sport’ is, ligt het voor de hand dat ontwikkelingen in de sport veelal niet op zichzelf staan maar voortvloeien uit een veranderende maatschappij. Zo beschrijft het Verwey-Jonker Instituut in haar rapport3 de maatschappelijke waarde van sport, en presenteert daarin een literatuurreview naar de inverdieneffecten van sport. Veranderingen in de maatschappij kunnen van grote betekenis zijn voor de sportdeelname van mensen en hun betrokkenheid bij sportverenigingen. Sport is een belangrijk bindmiddel in onze huidige maatschappij: het brengt mensen letterlijk en figuurlijk bij elkaar. Dat maakt sport gewild én kansrijk voor het realiseren van een hele reeks doelen op het gebied van onder meer preventie en gezondheid, integratie, dorpsontwikkeling, waarden en normen, jeugdbeleid en veiligheid. Sport maakt mens én maatschappij gezond. De participatie op sportgebied kent bovendien een omvang die op geen enkel ander maatschappelijk terrein wordt bereikt.
In de eerste vier maanden van 2017 sportten bijna 10 miljoen Nederlanders van 5 tot en met 80 jaar minstens vier keer per maand en dat zijn er flink meer dan in dezelfde periode in 2013, namelijk 8,7 miljoen (NOC*NSF). De stijging komt overigens vooral vanuit de ongeorganiseerde of anders georganiseerde sport. Het aantal lidmaatschappen bij sportverenigingen blijft stabiel, maar er is sprake van een sterke tweedeling. Er zijn sportclubs die sterk profiteren van de populariteit van bepaalde sporten, terwijl de andere groep clubs last heeft van teruglopende ledenaantallen. Zes maatschappelijke effecten In de uitwerking van het Olympisch plan 20284, Nederlandse sport naar Olympisch niveau, noemt NOC*NSF zes maatschappelijke effecten van sport: 1. Sport moet bijdragen aan zowel de fysieke als mentale gezondheid. 2. Sport kan een economische betekenis hebben. Mensen geven bijvoorbeeld geld uit voor lidmaatschappen van sportverenigingen en voor sportschoenen of andersoortig sportmateriaal. Een ander economisch effect van de sport is dat het in Nederland zorgt voor 118.000 fte. 3. De maatschappelijke betekenis die NOC*NSF aan de sport toekent, is dat het kan bijdragen aan de opvoeding en socialisatie van kinderen. De gedachte is dat kinderen via de sport leren samenwerken, leren omgaan met winst en verlies en dat ze bepaalde normen en waarden aanleren. 4.
Sport kan ook bijdragen aan sociale samenhang in buurten en een positieve beeldvorming tussen verschillende (etnische) groepen in de Nederlandse samenleving. 5. Innovatie door sport. 6. Duurzaamheid door sport. Bij de twee laatstgenoemde maatschappelijke betekenissen die NOC*NSF aandraagt, is de gedachte dat vooral topsport nieuwe technologische ontwikkelingen stimuleert en dat het uitmaakt hoe in de sport wordt omgegaan met het milieu en de schaarse openbare ruimte.
3 De maatschappelijke waarde van sport, Verwey- Jonker Instituut, 2011. 4 NOC*NSF, Olympisch Plan 2028 Heel Nederland naar Olympisch niveau, 2009.
Pagina 7 van 40
Lokaal niveau Door de decentralisatie in het sociaal beleid van verantwoordelijkheden van het Rijk naar gemeenten en van gemeenten naar lokale organisaties, denk aan de Wmo maar ook de jeugdzorg, vormt de maatschappelijke rol van sportverenigingen een actueel thema. Ook in de landelijke programma’s zoals ‘Sport en Bewegen in de Buurt’5 en ‘Naar een Veiliger Sportklimaat’6 wordt een beroep gedaan op sportverenigingen om een (meer) maatschappelijke functie te vervullen op lokaal niveau. Maar ook op sub-lokaal niveau - zoals dorpskernen - zijn sportverenigingen vanuit een sociaal-maatschappelijk perspectief essentieel. Echter, de vraag is: kunnen en willen sportverenigingen een meer maatschappelijke rol vervullen? Verenigingen hebben niet alleen te maken met veranderingen in gemeentelijk beleid maar ook met bezuinigingen van gemeenten ten gevolge van recessie(s). Veel gemeenten gaan over tot een meer kostendekkend tarief voor het gebruik van accommodaties en verlaging of afschaffing van subsidies. Het vergt veel veerkracht van de sportverenigingen om het sportaanbod te kunnen blijven aanbieden. Duidelijk is dat sport bijdraagt aan gedisciplineerd gedrag en aan het zelfvertrouwen van jeugdigen. Hoe groter het zelfvertrouwen, hoe kleiner de kans op crimineel of andersoortig ongewenst gedrag.
Sporten werkt dus meestal preventief, maar er kan ook verband bestaan tussen sport en crimineel gedrag. Veel studies concluderen dat jeugdigen die sporten beter presteren op school dan jeugdigen die niet sporten. Leden van een sportvereniging hebben bovendien vaak meer vertrouwen dan niet-leden in anderen en in instituten in de samenleving. Daarnaast hebben openbare sportplekken een belangrijke buurtfunctie. Sportbeoefening heeft ook een niet-financiële waarde die gemeenten wel geld kan opleveren, zoals een betere gezondheid, grote sociale samenhang, minder schooluitval en minder overlast.
2.2 Trends in sportaccommodaties Gemeenten financieren in grote mate de sportaccommodaties in Nederland. Gemeenten besteden in totaal zo’n 1,5 miljard euro aan sport, terwijl zij maar 350 miljoen aan inkomsten genereren (bijv. door huren die verenigingen betalen voor het gebruik van accommodaties). De sportaccommodaties vormen binnen de sportuitgaven ook verreweg de grootste post (zo’n 80% van de uitgaven). Uit onderzoek van het Mulier Instituut in samenwerking met de Vereniging Sport Gemeenten7, blijkt dat 93 procent van de gemeenten bezuinigt op sport. Sport behoort ook niet tot hun wettelijk verplichte taken: het is een autonome taak en er bestaan geen landelijke richtlijnen die gemeenten verplichtingen opleggen tot het oppakken van bepaalde zaken op het gebied van sport. Bij deze bezuinigingen kiezen gemeenten ervoor om de rekening van de sport meer bij de sportvereniging en de sporter neer te leggen. Bezuinigd wordt met name op de sportondersteuning vanuit het ambtelijk apparaat. Verder is een groot aantal gemeenten ertoe overgegaan het beheer en onderhoud van sportaccommodaties te privatiseren, richting verenigingen. Gevolgen sportaccommodaties Sportaccommodaties staan onder druk door bezuinigingen op nieuwbouw, renovatie en onderhoud van sportaccommodaties. Het sportbudget bij gemeenten neemt af, overwegend is sprake van een afname van maximaal 9%8.
De discussie over wat sportverenigingen kunnen dragen speelt in de huidige tijd een grote rol. Door de bezuinigingen ontkomt ook sport niet aan een kritische
5 Brochure Sport en bewegen in de Buurt-NOC*NSF, 2013. 6 Https://www.nocnsf.nl/veiligsportklimaat.
7 Mulier instituut, Monitor Lokaal Sportbeleid 2016: faciliteren, activeren en inspireren, Utrecht, juni 2017. 8 Mulier instituut, Sport en recessie 2013, Utrecht, december 2013.
Pagina 8 van 40
blik op de kosten en baten. In veel gemeenten wordt de manier waarop het beheer en onderhoud van sportaccommodaties is georganiseerd ter discussie gesteld. Steeds meer gemeenten gaan over tot omvangrijke ombuigingsoperaties. De insteek verschilt daarbij van kritisch kijken naar uitgaven tot een essentiële discussie over de eigen (bestuurlijke) rol en ambities. Het is hierbij wel van belang om inzichtelijk te hebben welke mogelijkheden sportverenigingen hebben om hogere kosten te kunnen dragen. Gemeenten hebben in de meeste gevallen een financiële relatie met sportorganisaties: zij huren sportaccommodaties van de gemeente (tarieven) en/of ontvangen een subsidie van de gemeente voor de accommodatie of voor projecten. Soms zijn deze aan elkaar gekoppeld, maar veelal zijn er verschillende stromen van betalingen en subsidies. De oorsprong en het doel van al die geldstromen is niet altijd even goed in beeld. Inzicht in de kosten Algemeen gesteld blijkt uit onderzoek dat de kosten die omgaan in sport- en accommodatiebeleid bij gemeenten niet altijd duidelijk in beeld zijn: de kosten zijn verdeeld over veel verschillende posten binnen de gemeentelijke begroting, en over begrotingen van verschillende afdelingen en/of diensten. Daarnaast spelen onder andere kapitaalslasten, interne doorbelasting, indirecte compensaties en reserveringen een belangrijke rol.
Pas wanneer inzicht is in de kosten van sport en hoe deze kosten zijn opgebouwd, kunnen weloverwogen bezuinigingstaakstellingen worden geformuleerd. Specifiek bij de gemeente Steenbergen geldt dat bij aanvang van het bezuinigingstraject op de gemeentelijke sportaccommodatie de buitensportverenigingen een ‘Kostenoverzicht Sportparken’ overhandigd hebben gekregen dat vervolgens besproken is. In dit overzicht zijn alle kosten inclusief doorbelastingen en kapitaallasten weergegeven. De RKC constateert uit de afgenomen interviews met betreffende sportbestuurders dat het kostenoverzicht niet door alle bestuurders ervaren is als zijnde helemaal duidelijk. Tariefverhogingen Wanneer tarieven voor sportaccommodaties worden verhoogd is het van belang om inzichtelijk te maken wat de stijging feitelijk oplevert. Afhankelijk van de omvang van de stijging kan deze namelijk leiden tot vraaguitval: sportverenigingen gaan minder zaaldelen of velden huren, wat de opbrengsten kan dempen. Ook de kostenkant speelt een grote rol: velden die niet meer verhuurd worden hoeven ook niet meer te worden onderhouden, wat een nog grotere besparing op kan leveren. Door met al deze factoren rekening te houden kan vooraf een goed beeld worden geschetst van de feitelijke financiële effecten van tariefsverhogingen.
Privatiseren en verzelfstandigen Daarnaast overwegen gemeenten andere beheervormen, waarbij meer verantwoordelijkheden worden neergelegd bij commerciële aanbieders of bij sportverenigingen, en denkt men na over het verzelfstandigen of privatiseren hiervan. Verschillende overwegingen liggen hieraan ten grondslag9: veranderende opvattingen over rolverdeling (‘regiegemeente’, kerntakendiscussies);
9 BMC, Slim bezuinigen op sport: de mogelijkheden voor u op een rij.
Pagina 9 van 40
inhoudelijke overwegingen met betrekking tot bijvoorbeeld marktgerichtheid, flexibiliteit, slagvaardigheid en kwaliteit. Al dan niet gekoppeld aan knelpunten in de huidige beheervorm; bezuinigingstaakstellingen; de toepassing van het ‘sportbesluit’ (btw-regeling).
Er zijn verschillende vormen van verzelfstandigen of privatiseren: interne verzelfstandiging: apart gemeentelijk organisatieonderdeel, contractmanagement; externe verzelfstandiging: zelfstandige rechtspersoon met gemeentelijke invloed (bijvoorbeeld stichting of BV met gemeente als aandeelhouder); privatisering: zelfstandige rechtspersoon zonder gemeentelijke invloed (bijvoorbeeld commerciële marktpartij). Maar ook regionale samenwerking behoort tot de mogelijkheden. Belangrijk is dat hierbij goede afwegingen worden gemaakt. Uit onderzoek van NOC*NSF10 blijkt dat (grote) gemeenten die enkele jaren geleden zijn gestart met privatisering van sportaccommodaties nu weer beginnen met deprivatisering. Reden: verenigingen hebben onvoldoende rekening gehouden met onderhoud en vervanging van accommodaties waardoor zij nu dreigen om te vallen. Draagkracht sportverenigingen De klassieke opvatting over de exploitatie van een sportterrein is de vereniging die haar verenigingsactiviteiten ontplooit. Sporters vertonen echter steeds meer de neiging om te sporten en te bewegen zonder banden met een vereniging. Iets minder dan de helft van de Nederlanders van 15 jaar of ouder heeft zich in 2015 ten minste één keer ingezet als vrijwilliger. De meeste vrijwilligers zijn actief voor sportverenigingen (14,5%) of scholen11.
Wanneer men kijkt naar de mensen die ook daadwerkelijk actief zijn als vrijwilliger valt te zien dat zij bijna vijf uur per week besteden aan het doen van vrijwilligerswerk. De trend lijkt echter te zijn dat steeds minder vrijwilligers juist meer tijd besteden aan vrijwilligerswerk. Voor de toekomst wordt verwacht dat binnen de sportsector steeds meer verantwoordelijkheden komen te liggen bij vrijwilligers. Door bezuinigingen binnen gemeenten is de algemene verwachting dat sportverenigingen steeds meer zelf het (klein) onderhoud voor een accommodatie moeten gaan uitvoeren. Het is nog maar de vraag in hoeverre vrijwilligers deze taken kunnen gaan oppakken. Wellicht biedt het ontwikkelen van een indicator zoals: het aantal leden en/of gebruikers van een bepaalde soort sportvereniging versus het aantal daarvoor benodigd aantal vrijwilligers inzicht om daarmee te kunnen sturen. Gezien het feit dat bepaalde sportverenigingen al te maken hebben met teruglopende ledenaantallen, sponsorinkomsten en kantineopbrengsten lopen ook de inkomsten bij die sportverenigingen terug. Het zal dan ook steeds lastiger worden om de stijgende kosten op te kunnen vangen. Langzaam is wel de grens bereikt van wat de sector kan hebben. Als er nog meer wordt gesneden, komt de basisstructuur van de sport in gevaar.
Bezuinigingen bieden in een aantal gevallen echter ook de kans voor nieuwe samenwerkingsverbanden met andere sportverenigingen, onderwijs, bedrijfsleven, woningcorporaties en andere lokale organisaties.
10 NOC*NSF, Sportbonden monitor 2017, 2017. 11 Https://www.cbs.nl/nl-nl/nieuws/2016/10/bijna-een-op-de-twee-nederlanders-doet-vrijwilligerswerk.
Pagina 10 van 40
Wet markt en overheid Ondertussen wordt ook steeds kritischer gekeken naar de rol van de overheid in de markt. Zeker als marktpartijen ook sportaanbod bieden, kan de overheid daar geen oneigenlijke concurrentie tegenover zetten. De Wet Markt en Overheid12, die van overheden vraagt om integrale kostprijzen voor het gebruik van sportaccommodaties door te berekenen, heeft mogelijk gevolgen voor de gemeentelijke uitgaven aan sport. Gemeenten kunnen ervoor kiezen om kostprijs dekkende huur in rekening te brengen bij de verhuur van sportaccommodaties en verenigingen te compenseren via subsidies, of gemeenten kunnen een raadsbesluit nemen dat de exploitatie van sportaccommodaties een Dienst van Algemeen Belang is. Een ander aspect in dit geheel is de al dan niet vermeende concurrentie tussen horeca en sportlocatie-ondernemers.
12 Ministerie van Economische Zaken, Landbouw en Innovatie, Wet Markt en Overheid, April 2011.
Pagina 11 van 40
3.
Onderzoek en analyse
3.1 Soort en omvang van de bezuinigingstaakstelling Bezuinigingen op en privatiseren van gemeentelijke sportaccommodaties is gedurende een aantal jaren een belangrijk onderwerp in de gemeente Steenbergen. Reeds in de perspectiefnota 20112015 is sprake van privatisering van tennisparken. Parallel aan de bezuinigingen is de doelstelling van de gemeente om verenigingen meer verantwoordelijkheden te geven voor sport- en welzijnsaccommodaties waarvan zij gebruik maken. Daarbij geldt de voorwaarde dat na overdracht van bepaalde verantwoordelijkheden sportverenigingen ook in de toekomst gezond en sterk blijven. Het uitgangspunt van de gemeente, bij de bezuinigingen op de gemeentelijke sportaccommodaties, was om samen met de betrokken verenigingen te kijken naar een manier waarop de bezuinigingssopdracht behaald kon worden. De bezuinigingen/privatisering omvatten: binnensport, buitensport (inclusief zwemsport).
3.2 Tijdlijn en toelichting op de bezuinigingen De RKC heeft aan de hand van gefragmenteerde informatie, afgenomen interviews en bestudering van documenten getracht om op hoofdlijnen inzicht te geven in het bezuinigingstraject. Daartoe is een tijdlijn (figuur 1) opgesteld. De tijdlijn geeft over de periode 2012-2016 inzicht in een aantal belangrijke ijkmomenten gedurende het traject. Het gaat daarbij om informatie over rapporten, besluitmomenten van de gemeenteraad en raadsmededelingen. Aansluitend op figuur 1 biedt verderop in de tekst tabel 1 inzicht in de beoogde bezuinigingen en het resultaat ervan.
11 december, privatisering sporthal De Buitelstee.
5 juni, onderzoek verzelfstandiging Sport- en welzijnsorganisaties.
31 oktober, aangenomen Amendement Kunstgrasvelden.
27 februari, in de raadsvergadering vastgestelde Startnotitie Privatisering (versie 13 januari, 2014).
22 oktober, raadsbesluit, overdracht kleedlokalen buitensportaccommodaties.
1 februari, overname van beheer en exploitatie van ’t Cromwiel, door Hydra sportbeheer BV.
3 maart, stand van zaken bezuinigingen buitensportaccom-modaties en zwembaden. Heroverweging van de bezuinigingstaakstelling is aangegeven in perspectiefnota.
16 juni, onderzoek Spankracht Steenbergse buitensportvereni-gingen.
Figuur 1. Tijdlijn, met ijkmomenten gedurende het bezuinigingstraject.
Het jaar 2012 vormt het uitgangspunt van de in figuur 1 weergegeven tijdlijn. In dat jaar is een onderzoek uitgevoerd naar de verzelfstandiging van Sport- en welzijnsaccommodaties. Het rapport dat hierover is opgesteld, vormde voor de gemeenteraad een belangrijke basis en informatiebron, voor het maken van afwegingen en keuzes voor verzelfstandiging/ privatiseringsoptie en bezuinigingen. Een overzicht van de door de gemeenteraad gemaakte keuzes in de tijd bezien staan gedetailleerd toegelicht in bijlage 4.
Pagina 12 van 40
3.3 Resultaten van de bezuinigingen Door de ambtelijk organisatie is de onderstaande tabel opgesteld en toont per object/vereniging de soort, omvang van de beoogde bezuinigingstaakstelling, de realisatie, heroverweging gemeenteraad en de niet behaalde bezuinigingsbedragen. Object/vereniging
Soort bezuiniging
Bezuinigings-taakstelling
Realisatie van de taakstelling
Heroverweging Gemeenteraad op de bezuinigings-taakstelling
Niet behaald bedrag
1e Bezuinigingsronde Buitensportaccommodaties - Sportpark Molenkreek * VV Dinteloord * VV Divo (nu VV Prinsenland). - Sportpark De Danen * NVS - Sportpark Kruisland * SC Kruisland - Sportpark Welberg * SC Welberg - Sportpark Seringenlaan * VV Steenbergen * SV Diomedon (Atletiek) Privatisering binnensportaccommodaties * Sporthal De Buitelstee
Huurverhoging per Januari 2014
€ 55.000,--
€ 55.000,-waarvan: € 27.500 verenigingen € 27.500 gemeente
n.v.t.
€ 0,-
€ 25.000,--
€ 25.000,--
n.v.t.
€ 0,-
* Sporthal ’t Cromwiel
Overdracht beheer en exploitatie aan Marktpartij. Overdracht taken aan verenigingen.
€ 35.000,--
€ 31.375,--
n.v.t.
€ 3.625,-
€ 240.000,--
€ 77.761,--
Heroverweging raad om de taakstelling te verlagen met € 162.l239,-
€ 0,-
Overdracht taken aan verenigingen.
€ 15.000,--
€ 5.602,--
n.v.t.
€ 9.398,--
€ 141.000,-- 13
€ 71.400,--
Heroverweging raad om de taakstelling te verlagen met € 69.000,-
€ 0,-
2e bezuinigingsronde Buitensportaccommodaties - Sportpark Molenkreek * VV Dinteloord * VV Divo (nu VV Prinsenland). - Sportpark De Danen * NVS - Sportpark Kruisland * SC Kruisland - Sportpark Welberg * SC Welberg - Sportpark Seringenlaan * VV Steenbergen * SV Diomedon (Atletiek) Privatisering tennisaccommodaties * TV Steenbergen * NVTV Nieuw-Vossemeer Bezuiniging openluchtzwembaden * De Meermin * Aquadintel
Veranderde exploitatieopzet 2013/2014.
Totalen € 551.000,-€ 266.138,€ 231.839,Tabel 1. Door de ambtelijke organisatie opgesteld overzicht bezuinigingen.
€ 13.023,-
Uit tabel 1 is op te maken dat de totale omvang van de bezuinigingstaakstelling € 551.000,- bedraagt en de realisatie ervan € 266.138,-. Dit betekent een taakstellingsrealisatie van 52%.
13 De Startnotitie Privatisering (2014) vermeldt een bedrag van € 130.000,-
Pagina 13 van 40
Uitgaande van de heroverweging door de gemeenteraad, waardoor het beoogde bezuinigingsbedrag van € 511.000,- is verlaagd met € 231.839,- bedraagt het te bezuinigen bedrag € 279.161,-. Dit betekent een heroverwegingstaakstellingsrealisatie van 95% ((266.138/ 279.161) *100%). De RKC heeft geprobeerd om na te gaan of de bezuinigingsbedragen zoals die in tabel 1 door de ambtelijke organisatie zijn opgesteld overeenkomen met de bedragen die daarover vermeld staan in de betreffende adviesnota’s voor burgemeester en wethouders en in de jaarrekeningen/stukken. De RKC heeft de overeenkomst niet helemaal kunnen constateren en kan daarom vanuit die invalshoek niet feitelijk vaststellen dat de hiervoor genoemde 52% taakstellingsrealisatie en de heroverwegingstaakstellingsrealisatie van 95% exact juist is zijn.
3.3.1 Binnensportaccommodaties De bezuinigingen op de binnensportaccommodaties hebben betrekking op twee accommodaties: sporthal De Buitelstee en sport- en ontmoetingscentrum ’t Cromwiel. Zoals tabel 1 laat zien, is de bezuinigingstaakstelling op deze twee accommodaties totaal € 60.000,-. De Buitelstee Sporthal De Buitelstee is een belangrijke sportvoorziening voor de kern Dinteloord, en biedt mogelijkheden voor veel sportverenigingen en het onderwijs. Voor de binnensportaccommodaties zijn de financiële gevolgen op voorhand door de gemeente geschetst. De besparing voor de gemeente zat bij De Buitelstee met name in personeelskosten. De voormalig beheerder van De Buitelstee is naar ‘t Cromwiel overgeplaatst. De exploitant is blij met het doorzetten van de privatisering. Onlangs is ook het beheer door de exploitant over genomen. Volgens de mening van de exploitant is dat goed voor de accommodatie en de inkomsten. De sporthal is vrij het tarief te bepalen naar eigen inzicht, de tariefstelling wordt niet gecontroleerd. Hierbij wordt, hoewel de situaties niet te vergelijken zijn, vaak aansluiting gezocht bij ‘t Cromwiel. Voor de gebruikers van de accommodatie is er door de bezuinigingen financieel niets veranderd. Er hebben geen tariefswijzigingen plaatsgevonden vanwege de bezuinigingen. Wel geeft de exploitant aan dat het lastig is de eindjes aan elkaar te knopen.
Meer ondernemersvrijheid en een ruimer bestemmingsplan zouden hierbij kunnen helpen. De exploitant is tevreden over het onderhoud door de gemeente. Momenteel vindt een inhaalslag op onderhoud plaats. Hierbij is ook oog voor duurzaamheid, wat een positieve invloed kan hebben op de exploitatiekosten. Over het algemeen stelt de exploitant tevreden te zijn over het contact met de gemeente Steenbergen, alleen is hij van mening dat wanneer financiën aan de orde komen hij een rigide houding ervaart. ‘t Cromwiel Sport- en ontmoetingscentrum ’t Cromwiel biedt veel mogelijkheden voor sportverenigingen, sociaal en culturele activiteiten, sporten voor onderwijs en evenementen. Sinds 2015 exploiteert Hydrasport vanuit de werkmaatschappij Atalanta het Cromwiel in Steenbergen. Hydrasport exploiteert zwembaden, sportaccommodaties en multifunctionele accommodaties., veelal in opdracht van gemeenten. Het doel van de bezuinigingen en het voortraject en communicatie vanuit de gemeente zijn buiten beeld van Hydrasport gebleven. Zij zijn pas in beeld gekomen bij de aanbesteding. In het bestek van de aanbesteding zaten randvoorwaarden opgenomen zoals gebruik van de accommodatie door verenigingen, behoud en uitbreiden van het verenigingswerk en sociaal-maatschappelijke aspecten. De mensen die werkzaam waren in het Cromwiel zijn overgenomen wanneer zij over de juiste kwaliteiten beschikten.
Het was geen verplichting deze mensen over te nemen. Overleg
Pagina 14 van 40
met de gemeente is op een goed niveau. Er is regelmatig overleg met de gemeente. Overleg levert alleen niet altijd wat op. Vaak wordt het probleem teruggelegd bij de ondernemer. Over het algemeen is Hydrasport is tevreden over de privatisering. Er is voldoende ruimte voor profilering. Wat Hydrasport betreft zou verdere privatisering wenselijk zijn. Nu is groot onderhoud een verantwoordelijkheid van de gemeente. Hydrasport acht het efficiënter en effectiever om hier een vast budget over af te spreken, omdat zij het pand naar hun mening het beste kent. Als partij is men nu niet op de hoogte van het onderhoudsplan. Daarnaast is Hydrasport van mening dat het verduidelijken van het beleid - omtrent accommodaties en concurrentiebeding om herlocatie van activiteiten te voorkomen - tot verbetering kunnen leiden.
3.3.2 Buitensportaccommodaties Via een amendement heeft de gemeenteraad op 31 oktober 2013 besloten om als financieel kader voor de privatisering/bezuinigingen op de buitensportaccommodaties te hanteren dat de verenigingen 50% van de werkelijke kosten van ‘hun’ sportpark moeten gaan betalen. Uitgangspunt van de bezuinigingen is de begroting 2014 met een kostenpost voor de buitensportaccommodaties van € 480.000,-. De bezuinigingstaakstelling bedraagt dus € 240.000,- Bij aanvang en aanloop naar de bezuinigingen toe, ervaarden de sportverenigingsbestuurders de bezuinigingen als een vaststaand feit, en dat daarover weinig of geen discussie mogelijk was. De communicatie vanuit de gemeente was in het begintraject niet altijd even duidelijk maar werd gedurende het bezuinigingstraject wel steeds duidelijker. De in de Startnotitie Privatisering (2014) voorziene organisatie van een stuurgroep en projectgroep, had mogelijkerwijze in samenwerking met het sportplatform en de sportverenigingen een belangrijke rol kunnen vervullen bij het verduidelijken van de bezuinigingen, en het eventueel aandragen van alternatieven daarvoor.
3.4 Impact van de bezuinigingen Ten aanzien van de impact van de bezuinigingen heeft de RKC een tweedeling gemaakt, een financieel en een maatschappelijk deel.
3.4.1 Financiële impact De financiële impact wordt verschillend ervaren door de sportverenigingen. Doordat enkele verenigingen de beschikking hebben over meer financiële reserves dan andere verenigingen, kunnen zij de bezuinigingen beter hanteren. De verenigingen daarentegen die die reserves niet hebben, zeggen dat zij alle zeilen moeten bijzetten om hun vereniging financieel gezond te houden voor de toekomst.
3.4.2 Maatschappelijke impact Onder de maatschappelijk impact van de bezuinigingen op de sportaccommodaties, verstaat de RKC het effect ervan op de betreffende verenigingen en op de gebruikers van die accommodaties. Effect op de verenigingen Dit effect bestaat uit drie onderdelen. In de eerste plaats ervaarde het merendeel van de verantwoordelijke sportbestuurders dat de druk om bezuinigingen uit te voeren groot was. Vooral in de beginfase waarin de bezuinigingen aangekondigd werden, was het voor hen niet altijd helemaal duidelijk wat precies de bedoeling was van de gemeente. Overigens steken daarbij wel een aantal sportbestuurders hun hand in eigen boezem, zij hadden wellicht in die beginfase hun rol sterker kunnen oppakken door eerder in overleg te gaan met de gemeente. Gedurende het bezuinigingstraject werden zaken helderder en zijn de sportbestuurders van mening dat zij de nodige inspanningen verricht hebben om uiteindelijk de bezuinigingen zoveel als mogelijk toch te realiseren. Als Pagina 15 van 40
tweede concluderen praktisch alle sportbestuurders dat het nog meer bijdragen aan bezuinigingen in de toekomst funest zal zijn voor de levensvatbaarheid van hun vereniging14. Het derde onderdeel dat als rode draad sterk naar voren komt uit het onderzoek, zijn de zorgen die leven bij sportbestuurders over het zoeken en vinden van vrijwilligers en die door hen beschouwd worden als een groep burgers die de ruggengraat van veel sportverenigingen vormt. Effect op gebruikers van de sportaccommodaties Effecten op gebruikers van de verschillende sportverenigingen zijn in het onderzoek nauwelijks naar voren gekomen. Alle sportverenigingsbestuurders geven aan dat daar waar sprake is geweest van sportcontributieverhogingen, dit uiteraard niet als prettig is ervaren door gebruikers, maar dat dit zeker niet heeft geleid tot onoverkomelijke problemen, zoals opzeggingen bij de sportverenigingen. Het blijkt dat mensen het belangrijk vinden om hun sport te blijven uitoefenen, ondanks verhogingen van contributies. Wel uiten de bestuurders hun zorgen over mogelijk verdere verhogingen van contributiegelden in de toekomst. Wellicht ontstaat dan een ander beeld omtrent effecten op de gebruikers, maar vooralsnog is hierin geen inzicht ontwikkeld. Tot nu toe is de conclusie dat het kunnen beoefenen van hun sport door mensen belangrijk wordt gevonden, ondanks verhogingen van contributies.
Ter onderbouwing van het gegeven dat het effect van de bezuinigingen op gebruikers van de sportaccommodaties voor zover nu bekend zeer gering is, toont tabel 2 daarvan een overzicht van NVS (Nieuw Vossemeerse Sportvereniging). NVS speelt op sportpark De Danen in Nieuw Vossemeer. Uit het rapport van BMC: De Spankracht van Buitensportverenigingen, is op te maken dat ook de overige Steenbergse verenigingen: SC. Welberg, VV Steenbergen, SC Kruisland, VV Prinsenland en S.V. Diomedon een praktisch soortgelijke tendens15 vertonen. Het rapport van BMC is in 2016 aan de gemeenteraad en de buitensportverenigingen ter kennis gebracht.
Categorieën leden
2012-2013
2013-2014
2014-2015
2015-2016
Senior
70
79
84
95
Jeugd
138
137
129
139
Niet-spelend
88
90
84
83
Totaal
296
306
297
317
Tabel 2. Verloop van het aantal sporters bij NVS over de periode 2012-2016.
14 Zie ook het rapport van BMC: ‘De spankracht van Buitensportverenigingen’, 2016.
15 Zie voor de details hiervoor het rapport van BMC: ‘De Spankracht van Buitensportverenigingen, 2016.
Pagina 16 van 40
4.
Bevindingen en discussiepunten
Dit hoofdstuk behandelt de bevindingen van het onderzoek. Deze omvatten het beantwoorden van de zes deelvragen en een aantal discussiepunten welke uit het onderzoek naar voren zijn gekomen. Bevindingen Vraag 1: Welk doel werd beoogd met de bezuinigingen op de sportaccommodaties? Al in 2012-2013 heeft de gemeente Steenbergen een aanvang gemaakt om te komen tot bezuinigingen. Het doel van de bezuinigingen op de sportaccommodaties is sec het bezuinigen zelf geweest en daarmee het op orde brengen van de gemeentelijke begroting. Aan deze bezuinigingen ligt impliciet ten grondslag de door de gemeenteraad vastgestelde ‘Startnotitie Privatisering’ (2014). In de notitie is de bezuinigingsopdracht opgetekend van de gemeenteraad om op de gemeentelijke sportaccommodaties fors te besparen. Vraag 2: Binnen welke kaders hebben de bezuinigingen plaatsgevonden? De zes kaders waarbinnen de bezuinigingen hebben plaatsgevonden zijn: 1. de toekomstige rol van de gemeente als decentrale en faciliterende overheid 2. de doelstelling om verenigingen meer verantwoordelijkheden te geven voor de Sporten welzijnsaccommodaties waarvan zij gebruik maken 3. de noodzaak om voor de jaren 2014-2018 sterk te bezuinigingen 4. beheer en onderhoud zijn geen kerntaak voor de gemeente 5. na overdracht van taken dienen de sportverenigingen ook in de toekomst gezond en sterk te blijven 6.
de gemeente doet in principe geen afstand van het eigendom van grond en voorzieningen. Overdracht van eigendom van sportaccommodaties alleen bezien wanneer deze constructie aantoonbaar voordeel oplevert voor zowel gemeente als verenigingen. Vraag 3: Op welke wijze vindt sturing plaats op de uitvoering van de bezuinigingen in de gemeentelijke organisatie? In het beoogde privatiserings- en bezuinigingsproces, zoals opgetekend in de Startnotitie Privatisering (2014) was sturing voorzien door het inrichten van een projectorganisatie. In de projectorganisatie was een stuurgroep en een projectgroep voorzien. De deelnemers in de stuurgroep zouden bestaan uit: de wethouder sportaccommodaties, bestuurder(s) namens de verenigingen, adviseur verenigingen en een projectleider. In de projectgroep was voorzien: een projectleider, bestuurder(s) namens verenigingen, adviseur namens verenigingen en op afroep ambtenaren binnen gemeentelijke organisatie en/of externe expertise. De RKC constateert uit haar onderzoek dat geen invulling is gegeven aan de inrichting van een projectorganisatie en heeft geen verslagen of voortgangsrapportages van een vorm van projectorganisatie kunnen ontdekken.
Daardoor is een kans gemist op het adequaat opzetten van een integrale en gestructureerde sturing op de uitvoering en realisatie van het bezuinigingstraject en is een kans gemist om als gemeente een gedegen eindevaluatie op te stellen en daaruit lerende lessen te trekken. Pagina 17 van 40
Vraag 4: Wat zijn de financiële resultaten van de bezuinigingen? Uitgaande van een beoogd te bezuinigen bedrag van € 551.000,- conform de informatie uit de ambtelijke organisatie (zie bijlage 1), komt de RKC tot de slotsom dat een bezuinigingsbedrag is gerealiseerd van € 266.138,-. Dit betekent dat de bezuinigingstaakstelling voor 52% is gerealiseerd. Echter, bij dit percentage is een nuancering op zijn plaats omdat de taakstelling later in het bezuinigingstraject (in 2016) is heroverwogen en bijgesteld. Op basis van de heroverweging bedraagt bezuinigingstaakstelling 95%. Vraag 5: In welke mate is het doel van de bezuinigingen bereikt? De mate waarin de bezuinigen op de gemeentelijke sportaccommodaties daadwerkelijk bereikt zijn, is niet exact en eenduidig door de RKC vastgesteld kunnen worden. De financiële informatie welke daarover vermeld staan in de betreffende adviesnota’s voor burgemeester en wethouders komt niet overeen met datgene wat daarover in de betreffende jaarrekeningen/jaarstukken opgetekend staat. Vraag 6: Welke maatschappelijke ervaringen ondervinden betrokkenen in de praktijk van de bezuinigingen op de sportaccommodaties? Maatschappelijke ervaringen ofwel effecten op gebruikers van de verschillende sportaccommodaties en de sportverenigingsbestuurders, zijn in het onderzoek nauwelijks naar voren gekomen.
Alle sportbestuurders geven aan dat - daar waar sprake is geweest van contributieverhogingen dit uiteraard niet als prettig is ervaren door hen en door gebruikers van de sportaccommodaties, maar dat dit zeker niet heeft geleid tot onoverkomelijke problemen, zoals opzeggingen bij de sportverenigingen. Discussiepunten Naast de bevindingen die voortkomen uit de beantwoording van de deelvragen zijn ook andere gerelateerde zaken onder de aandacht van de RKC gekomen. Deze zaken geven wellicht uw raad nieuwe inzichten en zijn als volgt: Uit interviews met de sportverenigingsbestuurders en de verantwoordelijken van de binnensportaccommodaties komt als rode draad naar voren, dat het bezuinigen op de gemeentelijke sportaccommodaties bij hen is overgekomen als een doel op zich; een vaststaand gegeven. Een geïnterviewde formuleerde dit als volgt: “Er kwamen geen alternatieven voor de bezuinigingen aan de orde en daarmee eigenlijk het beoogd resultaat een vast gegeven was. Beleidsmatig is het streven om de jeugd te laten sporten/bewegen. Er wordt veel gedaan om de jeugd aan het sporten te krijgen. De bezuinigingen staan wel haaks op het beleid”. Overigens geven enkele sportverenigingsbestuurders aan dat ook zijzelf hierin een prominentere rol in hadden kunnen nemen.
Enkele geïnterviewden zijn van mening dat als de gemeente Steenbergen inzet op (gedeeltelijk) privatiseren van sportaccommodaties, daarbij dan ook hoort dat de gemeente meer moet investeren in het loslaten. Loslaten in de zin dat er meer ruimte moet komen voor de combinatie: ondernemerschap en privatisering. Een specifiek voorbeeld over ondernemerschap dat in een van de interviews naar voren komt is dat het niet altijd nodig is om overheadkosten vanuit de Pagina 18 van 40
gemeentelijke organisatie op dezelfde wijze te versleutelen naar op afstand van de gemeente staande accommodaties. In de werkelijkheid kunnen dergelijke kosten in de praktijk volgens een geïnterviewde substantieel lager zijn. De RKC constateert dat het aangaan van een dialoog over dit bedrijfsmatig onderdeel met alle betrokkenen kan helpen bij de beeldvorming die hierover bestaat. Daarnaast is het voor de gemeente Steenbergen een overweging waard om na te gaan en daarbij de regie te nemen, of het gezamenlijk aanschaffen door sportverenigingen van onderhoudsmaterieel tot de mogelijkheden behoort en wellicht efficiënter is dan aanschaf door elke vereniging afzonderlijk. Ten aanzien van de vraag of de oorspronkelijke beoogde bezuinigingen, zoals vermeld in de ‘Startnotitie Privatisering (versie 13 januari 2014) daadwerkelijk gerealiseerd zijn, is de RKC in dit rapport al duidelijk geweest: deze zijn niet erg doeltreffend gerealiseerd. Zoals hiervoor ook al meerdere malen is opgemerkt hoort hierbij wel de nuancering dat uitgaande van de heroverweging om het oorspronkelijk te bezuinigen bedrag te verlagen - de bezuinigingstaakstelling uitkomt op 95%. Een extra aandachtspunt van de RKC hierbij is de constatering dat de besparing voor de gemeente bij de Buitelstee met name zat in de personeelskosten (de voormalig beheerder van de Buitelstee).
Echter, voor zover de RKC heeft kunnen constateren drukken deze personeelskosten nog steeds op de personeelsbegroting van de gemeente, zonder dat daar nieuwe middelen tegenover staan en zijn daarom niet aan te merken als een bezuiniging.
Pagina 19 van 40
5.
Conclusies en aanbevelingen
Op basis van de bevindingen uit het onderzoek komt de RKC tot de volgende conclusies en aanbevelingen. Conclusie:
Besluitvorming en verantwoording over de beoogde bezuinigingen op sportaccommodaties heeft gefragmenteerd plaatsgevonden. Het ontbreekt aan regie en een integrale afweging en verantwoording.
Aanbeveling 1:
Raad, verzoek uw college om in overleg met u in het vervolg en voorafgaand aan bezuinigingsoperaties een integraal afwegingskader op te stellen dat aan minimaal drie voorwaarden dient te voldoen. In de eerste dient het een risicoanalyse te bevatten van consequenties van beoogde bezuinigingen, en hoe met deze risico’s wordt omgegaan. Ook dient voorzien te worden in een adequaat monitorinstrument voor uw raad. Adequaat in de zin dat integraal, zowel de ambtelijk beleidsmatige documenten alsook de verschillende financiële documenten - waarin resultaten van bezuinigingen aan u worden gerapporteerd - naadloos aansluiten op elkaar. Tevens leidt een dergelijke monitor tot minder gefragmenteerde gegevens/ informatie die naar uw raad wordt gestuurd, zoals daar zijn: (meerjaren)begrotingen, perspectiefnota’s jaarrekeningen/stukken, raadsvoorstellen en -mededelingen. En tot slot als derde dient het integraal kader periodiek met uw raad besproken te worden.
Conclusie:
Het ontbreekt aan een integraal overzicht van de huidige stand van zaken. Hierdoor kan de raad niet voldoen aan zijn controlerende rol en onvoldoende de maatschappelijke effecten van besluitvorming beoordelen.
Aanbeveling 2:
Raad, laat u door uw college integraal informeren over de uitvoering en huidige stand van zaken van de zes onderwerpen die in het aangenomen Amendement (Kunstgrasvelden) van 31 oktober 2013 (zie bijlage 8), staan verwoord.
Conclusie:
Niet alle benodigde overeenkomsten met betrokken sportverenigingen zijn ook daadwerkelijk ondertekend. Hierdoor loopt de gemeente ongewenste risico’s.
Aanbeveling 3:
Raad, tot op heden is in het kader van de bezuinigingen door de voetbalvereniging Steenbergen nog niet getekend voor de overdracht van de kleedkamers. Verzoek uw college om dit openstaande onderdeel van de bezuinigingen op een adequate manier en zo snel als mogelijk af te ronden in goed overleg met de VV Steenbergen.
Conclusie:
Verenigingen zijn steeds meer afhankelijk van vrijwilligers. Binnen de gemeente Steenbergen geven verenigingen aan dat het steeds lastiger is voldoende vrijwilligers aan de vereniging te binden.
Aanbeveling 4:
Raad, in het licht van de bezuinigingen op de gemeentelijke sportaccommodaties leeft - ten aanzien van het werven en kunnen inzetten van vrijwilligers Pagina 20 van 40
bij de sportbestuurders een grote zorg. Verzoek daarom uw college om samen met de sportverenigingen een frequent overleg te organiseren, om daarmee te zoeken naar mogelijkheden om het bestand van vrijwilligers op peil te houden en beter nog: om dit uit te breiden. Conclusie:
De huidige situatie en de verwachte ontwikkelingen van sporten en bewegen vragen om een herziene visie om maatschappelijke effecten te managen. Betrek hierbij de verenigingen om tot een breed gedragen en realistisch plan en uitvoering te komen.
Aanbeveling 5:
Raad, overweeg het belang van het sporten en bewegen in uw gemeente en stel daarop uw visie vast en neem die op in het nieuw op te stellen beleidsplan sport. Een suggestie hierbij is om uw visie niet alleen te richten op het kostenaspect van sport en bewegen, maar ook integraal op het sociaal- maatschappelijke, zoals het behalen van gezondheidswinst, en het economische belang van sport en bewegen. Verzoek uw college daarbij om met alle sportverenigingen in Steenbergen de dialoog daarover aan te gaan, en om hen een verantwoordelijke en betrokken rol te geven bij het opstellen van een sportvisie.
Pagina 21 van 40
Bijlage 1. Bestuurlijke reactie
Pagina 22 van 40
Pagina 23 van 40
Pagina 24 van 40
Bijlage 2. Nawoord rekenkamercommissie De RKC is content met de bestuurlijke reactie op het onderzoeksrapport en vertrouwt erop dat alle aanbevelingen op een adequate wijze opvolging krijgen. Kort terugkijkend op het onderzoek komt de RKC wel tot twee belangrijke aandachtspunten. In de eerste plaats is dat de onderzoeksperiode (te) lang heeft geduurd. Hoewel hiervoor steeds moverende redenen aan ten grondslag lagen, is een lerende les dat bij een eerstvolgend onderzoek de RKC nog duidelijkere planningsafspraken maakt met de ambtelijk verantwoordelijken. Een tweede aandachtspunt is, dat de RKC heeft onderschat de ingewikkeldheid om een eenduidig inzicht te krijgen in de aansluiting tussen de betreffende financiële bezuinigingsverantwoordingsdocumenten en de daaraan gerelateerde bezuinigingsverantwoordingsbeleidsdocumenten.
J. Coppens, voorzitter B. Acer, secretaris A. Vorster, extern lid R. Lemmens, extern lid G. de Neve, vertegenwoordigend lid gemeenteraad J. Veraart, vertegenwoordigend lid gemeenteraad.
Pagina 25 van 40
Bijlage 3. Onderzoeksmethodologie De onderzoeksmethoden die de RKC gebruikt heeft bij de beantwoording van de zes deelvragen zijn als volgt: 1.
Welk doel werd beoogd met de bezuinigingen op de sportaccommodaties? Documentenonderzoek en -analyse, zoals: - collegeprogramma 2014-2018 - eerder door de gemeente uitgevoerde onderzoeken over mogelijkheden om te bezuinigen en de daarbij te maken keuzes - jaarstukken waaronder jaarrekeningen en perspectiefnota’s - notities over bezuinigingen - adviesnota’s voor burgemeester en wethouders Interviews: - ambtelijk betrokkenen, bij zowel het inhoudelijk bezuinigingstraject als ook die fungeerden als contactpersonen van de bestuurders/verantwoordelijken van de sportverenigingen en openluchtzwembaden - bestuurlijk betrokkene op het gebied van bezuinigingen op de gemeentelijke Sportaccommodaties.
2.
Binnen welke kaders hebben de bezuinigingen plaatsgevonden? Documentenonderzoek en -analyse, zoals: - notities - eerder door de gemeente uitgevoerde onderzoeken over mogelijkheden om te bezuinigen en de daarbij te maken keuzes - adviesnota’s voor burgemeester en wethouders Interviews: - ambtelijk betrokkenen, bij zowel het inhoudelijk bezuinigingstraject als ook die fungeerden als contactpersonen van de bestuurders/verantwoordelijken van de sportverenigingen en openluchtzwembaden.
3.
Op welke wijze vindt sturing plaats op de uitvoering van de bezuinigingen in de gemeentelijke organisatie? Documentenonderzoek en -analyse, zoals: - jaarstukken waaronder jaarrekeningen en perspectiefnota’s - excel bestanden met daarin (financiële) informatie over bezuinigingen in totaliteit en per sportvereniging - notities over bezuinigingen - adviesnota’s voor burgemeester en wethouders Interviews: - ambtelijk betrokkenen, bij zowel het inhoudelijk bezuinigingstraject als ook die fungeerden als contactpersonen van de bestuurders/verantwoordelijken van de sportverenigingen en openluchtzwembaden.